ST 424 - Sneeuwblazer HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis ST 424 HUSQVARNA in PDF-formaat.

📄 584 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 9 vragen ⚙️ Specs 🖨️ Afdrukken
Notice HUSQVARNA ST 424 - page 337
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : HUSQVARNA

Model : ST 424

Categorie : Sneeuwblazer

Kenmerken Details
Producttype Sneeuwblazer
Aandrijving Benzinemotor
Werkbreedte 61 cm
Ruimhoogte 51 cm
Ruimcapaciteit Tot 40 ton per uur
Gewicht 90 kg
Verlichting Ingebouwde LED-koplamp
Gebruik Ideaal voor residentiële en commerciële oppervlakken
Onderhoud Regelmatige controle van olie en luchtfilter
Veiligheid Beschermingsuitrusting aanbevolen tijdens gebruik
Garantie 2 jaar

Veelgestelde vragen - ST 424 HUSQVARNA

Hoe start ik de HUSQVARNA ST 424 sneeuwblazer?
Zorg ervoor dat de tank gevuld is met brandstof en dat de schakelaar in de stand 'ON' staat. Trek meerdere keren aan het startkoord totdat de motor start.
Wat te doen als de sneeuwblazer niet start?
Controleer het brandstofniveau en zorg ervoor dat het mengsel correct is. Controleer ook of het luchtfilter niet verstopt is en of de bougie in goede staat is.
Hoe stel ik de richting van de uitwerppijp in?
Gebruik de richtingshendel op het bedieningspaneel om de hoek van de uitwerppijp naar links of rechts aan te passen volgens uw behoeften.
Welk type brandstof moet ik gebruiken voor de HUSQVARNA ST 424?
Gebruik een 2-takt brandstofmengsel met een verhouding van 50:1, met hoogwaardige olie die geschikt is voor 2-takt motoren.
Hoe onderhoud ik de sneeuwblazer?
Zorg ervoor dat u de uitwerppijp na elk gebruik reinigt en regelmatig het olie- en brandstofniveau controleert. Vervang het luchtfilter en de bougie volgens de aanbevelingen van de fabrikant.
Wat te doen als de sneeuwblazer vermogen verliest?
Controleer of het luchtfilter schoon is en of de brandstof vers is. Een versleten of vervuilde bougie kan ook vermogensverlies veroorzaken. Vervang deze indien nodig.
Wat is de ruimcapaciteit van de HUSQVARNA ST 424?
De HUSQVARNA ST 424 heeft een ruimcapaciteit tot 12 ton per uur, afhankelijk van de sneeuwomstandigheden.
Hoe sla ik de sneeuwblazer op tijdens de zomer?
Voor langdurige opslag, leeg de brandstoftank, reinig het apparaat en bewaar het op een droge en koele plaats. Overweeg het af te dekken om het tegen stof te beschermen.
Is de HUSQVARNA ST 424 geschikt voor grote opritten?
Ja, de HUSQVARNA ST 424 is ontworpen om grotere oppervlakken aan te kunnen dankzij zijn vermogen en ruimbreedte.

Download de handleiding voor uw Sneeuwblazer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ST 424 - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ST 424 van het merk HUSQVARNA.

GEBRUIKSAANWIJZING ST 424 HUSQVARNA

1. Iedarbiniet motoru.

  • Inleiding p. 337
  • Veiligheid p. 339
  • Montage p. 344
  • Werking p. 345
  • Onderhoud p. 352
  • Probleemoplossing p. 362
  • Transport en opslag p. 363
  • Technische gegevens p. 363
  • Accessoires p. 364
  • EG verklaring van overeenstemming Inleiding Gebruik Dit product is bestemd voor professioneel onderhoudswerk aan bomen, zoals snoeien en het in stukken zagen van bomen. Let op: Nationale wetgeving kan het gebruik van dit product mogelijk beperken. Productbeschrijving De Husqvarna T525 is een motorkettingzaag. Er wordt voortdurend gewerkt aan het verhogen van uw veiligheid en efficiëntie tijdens bedrijf. Neem voor meer informatie contact op met uw dealer. Productoverzicht p. 366

1. Kettingrem met terugslagbeveiliging

2. Start/stop-schakelaar

3. Informatie- en waarschuwingsplaatje

22. Product- en serienummerplaatje

35. Stelpen van de kettingspanner

36. Afdekkap geluiddemper

Symbolen op het product Wees voorzichtig en gebruik het product op de juiste manier. Dit product kan ernstig of fataal letsel toebrengen aan de gebruiker of anderen. Lees de bedieningshandleiding goed door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u dit product gaat gebruiken. Draag altijd een goedgekeurde veiligheidshelm en gehoor- en oogbescherming. Dit product voldoet aan de geldende EU- richtlijnen. Geluidsemissies naar de omgeving volgens de Europese richtlijn 2000/14/EG en de wetgeving van Nieuw-Zuid-Wales "Protection of the Environment Operations (Noise Control) Regulation 2017". De geluidsemissiegegevens vindt u op het machinelabel en in het hoofdstuk Technische gegevens op pagina 363

Kettingrem, ingeschakeld (rechts). Kettingrem, uitgeschakeld (links). Primerbalg van brandstofpomp. Afstelling van de oliepomp. Brandstof. Kettingolie. De gebruiker moet steeds beide handen gebruiken om deze motorkettingzaag te bedienen. Bedien de motorkettingzaag nooit met één hand. Laat de punt van het zaagblad nooit in contact komen met een voorwerp. Waarschuwing! Er kan terugslag optreden wanneer de punt van het zaagblad in contact komt met een voorwerp en een reactie veroorzaken waardoor het zaagblad omhoog en naar achteren naar de gebruiker toe komt. Dit kan ernstig persoonlijk letsel veroorzaken. Gebruik geschikte bescherming voor voeten, benen, handen en armen. Deze kettingzaag is alleen bedoeld voor personen die speciaal opgeleid zijn in onderhoudswerk aan bomen. Raadpleeg de be- dieningshandleiding! Werkpositie. Choke. 338 732 - 016 -yyyywwxxxx Het productplaatje toont het serienummer. jjjj is het productiejaar en ww is de productieweek. Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor bepaalde markten. Euro V-emissies WAARSCHUWING: De EU-typegoedkeuring van dit product vervalt als ongeoorloofde wijzigingen aan de motor aangebracht worden. Veiligheid Veiligheidsdefinities De onderstaande definities geven de mate van ernst weer voor elk trefwoord. WAARSCHUWING: Letsel aan personen. OPGELET: Schade aan het product. Let op: Deze informatie maakt het product eenvoudiger in gebruik. Algemene veiligheidsinstructies WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.

  • Een kettingzaag kan bij onjuist of onachtzaam gebruik een gevaarlijk apparaat zijn dat ernstig letsel of de dood kan veroorzaken. Het is erg belangrijk dat u deze gebruiksaanwijzing leest en begrijpt.
  • De oorspronkelijke vormgeving van het product mag in geen enkel geval worden gewijzigd zonder toestemming van de fabrikant. Gebruik nooit een product dat gewijzigd lijkt te zijn door anderen, en gebruik uitsluitend de voor dit product aanbevolen accessoires. Niet goedgekeurde wijzigingen en/of niet-originele onderdelen kunnen tot ernstig persoonlijk letsel of de dood van zowel gebruiker als omstanders leiden.
  • De binnenkant van de geluiddemper bevat chemicaliën die kankerverwekkend kunnen zijn. Vermijd contact met deze elementen wanneer de carburateur is beschadigd.
  • Langdurige inademing van de uitlaatgassen van de motor, kettingolienevel en zaagstof kan een gevaar voor de gezondheid opleveren.
  • Dit product produceert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of fataal letsel te beperken, raden we personen met een medisch implantaat aan om contact op te nemen met hun arts en de fabrikant van het medische implantaat voordat ze dit product gaan bedienen.
  • De informatie in deze gebruikershandleiding kan nooit de kennis vervangen die een vakman via opleidingen en praktische ervaring heeft verworven. Wanneer u in een situatie belandt waarin u niet goed weet hoe u verder te werk moet gaan, moet u een expert raadplegen. Neem contact op met uw servicedealer of een ervaren kettingzaaggebruiker. Vermijd gebruik waarvan u vindt dat u niet voldoende gekwalificeerd bent! Veiligheidsinstructies voor bediening WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Deze kettingzaag met tophandgreep is speciaal ontworpen voor boomchirurgie en onderhoud in de boom. Vanwege de speciale compacte handgrepen (dicht op elkaar geplaatst) is het risico van controleverlies groter. Daarom mag deze speciale kettingzaag alleen voor werk in een boom worden gebruikt, door personen die zijn getraind in speciale zaag- en werktechnieken en die goed beveiligd zijn (hoogwerker, touwen, veiligheidsharnas). Voor alle andere zaagwerkzaamheden op de grond bevelen wij het gebruik van een gewone kettingzaag (met ruimere handgrepen) aan.
  • Bij werk in een boom moet speciale zaag- en werktechnieken worden toegepast om het grotere risico van persoonlijk letsel te beperken. Werk alleen in een boom als u specifieke, professionele training voor dergelijk werk hebt gevolgd, waaronder training in het gebruik van veiligheidsmiddelen en andere klimuitrusting, zoals draagstellen, touwen, riemen, klimijzers, snappers, karabijnhaken, enz.
  • Probeer nooit een vallend stuk hout op te vangen. Zaag nooit in een boom wanneer u slechts met één lijn bent gezekerd. Gebruik altijd twee veiligheidslijnen.
  • Op kritieke velmomenten dient u uw gehoorbescherming direct na het voltooien van de motorzaagwerkzaamheden te verwijderen, zodat u geluiden en waarschuwingssignalen kunt opmerken.

339• Voordat u dit product gaat gebruiken, moet u weten wat terugslag is en hoe u dit kunt voorkomen. Zie Informatie over terugslag op pagina 347 voor instructies.

  • Gebruik nooit een machine die defect is. Voer de in deze handleiding beschreven veiligheidscontroles en de onderhouds- en service-instructies uit. Bepaalde onderhouds- en servicemaatregelen moeten door opgeleide en gekwalificeerde specialisten worden uitgevoerd. Zie Onderhoud op pagina 352 voor instructies.
  • Gebruik nooit een product met zichtbare beschadigingen aan de bougiekap en/of ontstekingskabel. Er bestaat een risico van vonkvorming, wat brand kan veroorzaken.
  • Gebruik het product nooit wanneer u vermoeid bent, alcohol of drugs hebt gebruikt, of als u medicijnen gebruikt die uw gezichtsvermogen, beoordelingsvermogen of coördinatie kunnen beïnvloeden.
  • Gebruik het product niet in ongunstige weersomstandigheden, zoals dichte mist, hevige regen, harde wind, hevige koude enz. Werken in slechte weersomstandigheden is vermoeiend en kan tot gevaarlijke situaties leiden, zo kan de grond glad zijn, de wind de valrichting van de boom beïnvloeden enz.
  • Door een defecte snijuitrusting of de verkeerde combinatie van zaagblad en zaagketting neemt het terugslagrisico toe! Gebruik uitsluitend de zaagblad/ kettingcombinaties die wij aanbevelen, en volg de instructies voor het vijlen. Zie Accessoires op pagina
  • Start de kettingzaag nooit voordat het zaagblad, de zaagketting en alle kappen correct gemonteerd zijn. Zie Inleiding op pagina 344 voor instructies. Wanneer het zaagblad en de zaagketting niet op de kettingzaag zijn gemonteerd, kan de koppeling losraken en ernstig letsel veroorzaken.
  • Start het product nooit binnenshuis. Vergeet niet dat het gevaarlijk is om de uitlaatgassen van de motor in te ademen.
  • Controleer de omgeving en vergewis u ervan dat er geen risico bestaat dat mensen of dieren in contact komen met het product of uw controle over het product belemmeren.
  • Door onoplettendheid kan de terugslagrisico-sector van de motorzaag onopzettelijk een tak, een boom in de buurt of een ander voorwerp raken, en terugslag veroorzaken.
  • Gebruik een kettingzaag nooit door deze met één hand vast te houden. Het is niet veilig om een motorkettingzaag met één hand te bedienen; u kunt uzelf verwonden. Houd de handgrepen altijd stevig met beide handen beet.
  • Houd de motorkettingzaag altijd stevig vast met uw rechterhand op de bovenste handgreep en uw linkerhand op de voorhandgreep. Plaats uw duimen en vingers rond de handvatten. Iedereen, of men nu rechts- of linkshandig is, moet de motorkettingzaag op deze manier vasthouden. Met deze greep beperkt u de kans op terugslag en behoudt u de controle over de motorkettingzaag. Laat de handvatten niet los!

732 - 016 -• Gebruik de motorkettingzaag nooit boven

  • Gebruik het product nooit als u niet de mogelijkheid heeft om hulp in te roepen in het geval van een ongeval.
  • Soms komen snippers vast te zitten in het koppelingsdeksel, waardoor de ketting blokkeert. Stop altijd eerst de motor voordat u deze verwijdert.
  • Schakel de motor uit als de zaagketting vastloopt in de zaagsnede!
  • Een motor laten draaien in een afgesloten of slecht geventileerde ruimte kan de dood tot gevolg hebben door koolmonoxidevergiftiging.
  • De uitlaatdampen van de motor zijn heet en kunnen vonken bevatten die brand kunnen veroorzaken. Start het product niet in gesloten ruimtes of in de buurt van licht ontvlambaar materiaal.
  • Gebruik de kettingrem als parkeerrem wanneer u het product start en wanneer u korte afstanden aflegt. Draag het product altijd aan de voorhandgreep. Dit vermindert de kans dat u of iemand in uw buurt wordt geraakt door de zaagketting.
  • Als men teveel wordt blootgesteld aan trillingen, kan dit tot bloedvat- en zenuwbeschadigingen leiden bij personen die een slechte bloedcirculatie hebben. Consulteer uw dokter wanneer u symptomen heeft die wijzen op te grote blootstelling aan trillingen. Voorbeelden van zulke symptomen zijn slapen, geen gevoel, ”kriebels”, ”speldeprikken”, pijn, geen of minder kracht, huidverkleuringen of veranderingen van het huidoppervlak. Deze symptomen komen meestal voor op vingers, handen of polsen. Deze symptomen kunnen toenemen bij koude temperaturen.
  • Het is niet mogelijk om elke situatie die zich kan voordoen tijdens het gebruik van een kettingzaag te vermelden. Wees altijd voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Vermijd situaties die uw capaciteiten te boven gaan. Als u na het lezen van deze instructies nog vragen hebt over de bedieningsprocedures dient u een expert te raadplegen voordat u verder gaat. Aarzel niet om contact op te nemen met uw leverancier of met Husqvarna als u nog vragen hebt over het gebruik van deze motorkettingzaag. We zijn graag bereid om u te adviseren of u te helpen uw kettingzaag op een efficiënte en veilige manier te gebruiken. Volg een opleiding in het gebruik van kettingzagen. Uw dealer, bosbouwschool of uw bilbiotheek kunnen u vertellen welk opleidingsmateriaal en welke cursussen beschikbaar zijn. Persoonlijke beschermingsuitrusting WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • De meeste ongelukken met een kettingzaag gebeuren wanneer de zaagketting contact maakt met de gebruiker. U moet goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken wanneer u het product gebruikt. Persoonlijke beschermingsmiddelen bieden geen volledige bescherming tegen letsel, maar kunnen bij een ongeval wel de ernst van het letsel beperken. Neem contact op met uw servicedealer voor de aanbevolen veiligheidsuitrusting.
  • Uw kleding moet nauwsluitend zijn zonder uw bewegingsvrijheid te beperken. Controleer regelmatig de toestand van uw persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Draag een goedgekeurde veiligheidshelm.
  • Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming. Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging.
  • Gebruik altijd een veiligheidsbril of gezichtsvizier om de kans op letsel door wegvliegende voorwerpen te verkleinen. Het product kan voorwerpen zoals spaanders, kleine stukjes hout enz. met grote kracht wegslingeren. Dit kan leiden tot ernstig letsel, vooral aan ogen.
  • Draag handschoenen met zaagbescherming.
  • Draag een broek met zaagbescherming.

341• Draag laarzen met zaagbescherming, stalen neuzen en antislipzolen.

  • U moet altijd een EHBO-kit bij de hand hebben.
  • Gevaar voor vonkvorming. Zorg dat u een brandblusser en een schop bij de hand hebt om bosbranden te voorkomen. Veiligheidsvoorzieningen op het product WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Gebruik het product nooit wanneer de veiligheidsvoorzieningen defect zijn.
  • Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig op een juiste werking. Zie

veiligheidsvoorzieningen op het product onderhouden en controleren op pagina 353

  • Als de veiligheidsvoorzieningen defect zijn, neem dan contact op met uw Husqvarna servicedealer. Kettingrem met terugslagbeveiliging Uw product heeft een kettingrem die de zaagketting stopt in het geval van terugslag. Een kettingrem vermindert het risico op ongevallen, maar alleen u kunt ze voorkomen. De kettingrem (A) kan handmatig met uw linkerhand, of automatisch door het traagheidsmechanisme worden geactiveerd. Duw de terugslagbeveiliging (B) naar voren om de kettingrem handmatig in te schakelen.

Trek de terugslagbeveiliging naar achteren om de kettingrem uit te schakelen. Gashendelvergrendeling De vergrendeling van de gashendel voorkomt dat de gashendel per ongeluk wordt bediend. Pak de handgreep vast en druk de vergrendeling van de gashendel in (A) om de gashendel (B) te ontgrendelen. Als u de handgreep loslaat, keren de gashendel en de vergrendeling van de gashendel terug naar hun beginposities. Deze functie vergrendelt de gashendel bij stationair toerental.

Kettingvanger De kettingvanger vangt de zaagketting op als deze breekt of losraakt. Door de juiste kettingspanning in acht te nemen en de zaagketting en geleider goed te onderhouden, verkleint u de kans op ongevallen. Trillingdempingssysteem Het trillingdempingssysteem vermindert trillingen in de handgrepen. Trillingdempers fungeren als scheiding tussen de productbehuizing en de handgreep. Raadpleeg Productoverzicht op pagina 337 voor informatie over de locatie van het trillingdempingssysteem op uw product. Start/stop-schakelaar Schakel de motor uit met de start/stop-schakelaar.

WAARSCHUWING: De geluiddemper wordt erg heet tijdens en na gebruik en bij stationair toerental. Hierdoor is er brandgevaar, vooral wanneer u het product in de nabijheid van brandbare materialen en/of dampen gebruikt. WAARSCHUWING: Gebruik het product nooit zonder geluiddemper of met een defecte geluiddemper. Wanneer de geluiddemper defect is, stijgt het geluidsniveau en neemt het risico op brand toe. Houd brandblusmiddelen binnen handbereik. Gebruik een product nooit zonder of met een defect vonkenopvangnet als u in uw werkgebied een vonkenopvangnet moet hebben. De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag mogelijk te houden en om de uitlaatgassen uit de buurt te houden van de gebruiker. In gebieden met een warm en droog klimaat kan het risico op brand erg groot zijn. Volg de lokale voorschriften en onderhoudsinstructies. Brandstofveiligheid WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.

  • Zorg voor een goede ventilatie tijdens het tanken en het mengen van brandstof (benzine en tweetaktolie).
  • Brandstof en brandstofdampen zijn zeer brandgevaarlijk en kunnen leiden tot ernstig letsel bij inademing en contact met de huid. Wees daarom voorzichtig wanneer u met brandstof werkt en zorg voor goede luchtventilatie bij de brandstofhantering.
  • Wees voorzichtig bij het hanteren van brandstof en kettingolie. Vergeet het brand-, explosie- en inademingsgevaar niet.
  • Rook niet en plaats ook geen warme voorwerpen in de buurt van de brandstof.
  • Stop de motor en laat hem voor het tanken enkele minuten afkoelen.
  • Open de dop van de tank voorzichtig wanneer u wilt tanken zodat eventuele overdruk langzaam verdwijnt.
  • Draai de dop van de tank goed vast na het tanken.
  • Vul nooit brandstof bij terwijl de motor draait.
  • Verwijder het product altijd ten minste 3 m (10 ft) uit de buurt van de tankplaats en brandstofbron voordat u het product gaat starten. Min. 3m (10 ft) Na het tanken zijn er nog enkele situaties waarin u het product nooit mag starten:
  • Als u brandstof of kettingolie op het product hebt gemorst. Neem alle gemorste brandstof af en laat de benzineresten verdampen.
  • Als u brandstof op uzelf of op uw kleding hebt gemorst. Trek schone kleding aan en was uw lichaamsdelen die in contact zijn gekomen met brandstof. Gebruik water en zeep.
  • Als het product brandstof lekt. Controleer de brandstoftank, tankdop en brandstofleidingen regelmatig op lekkage. Veiligheidsinstructies voor onderhoud WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u onderhoud aan het product gaat uitvoeren.
  • De gebruiker mag alleen de onderhouds- en servicewerkzaamheden uitvoeren die in deze bedieningshandleiding zijn beschreven. Laat professioneel onderhoudspersoneel alle andere service en reparaties uitvoeren.
  • Voer met regelmaat de in deze handleiding beschreven veiligheidscontroles en onderhouds- en service-instructies uit. Regelmatig onderhoud verlengt de levensduur van het product en verkleint de kans op ongevallen. Zie Onderhoud op pagina
  • Neem contact op met uw servicedealer als u na het uitvoeren van onderhoud het product niet kunt goedkeuren volgens de in deze bedieningshandleiding opgenomen veiligheidscontroles. Wij garanderen dat u daar professionele reparaties en service voor uw product krijgt. Veiligheidsinstructies voor snijuitrusting WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.

732 - 016 - 343• Gebruik alleen de door ons aanbevolen combinaties

van zaagblad/zaagketting en de hulpmiddelen voor vijlen. Zie Accessoires op pagina 364 voor instructies.

  • Draag veiligheidshandschoenen wanneer u onderhoud aan de zaagketting uitvoert of de zaagketting gebruikt. Ook een zaagketting die niet beweegt, kan verwondingen veroorzaken.
  • Houd de zaagtanden goed geslepen. Volg de instructies en gebruik de aanbevolen vijlmal. Een beschadigde of verkeerd geslepen zaagketting vergroot de kans op ongevallen.
  • Zorg voor de correcte tanddiepte. Volg de instructies en gebruik de aanbevolen instelling voor de vijlmal. Als de tanddiepte te groot is, vergroot dit de kans op terugslag.
  • Zorg dat de zaagketting de juiste spanning heeft. Als de zaagketting niet strak tegen het zaagblad loopt, kan de zaagketting van het zaagblad lopen. Een verkeerde kettingspanning zorgt voor overmatige slijtage van het zaagblad, de zaagketting en het kettingaandrijfwiel. Zie De spanning van de zaagketting afstellen op pagina 359
  • Voer regelmatig onderhoud uit op de snijuitrusting en houd deze goed gesmeerd. Bij onvoldoende smering van de zaagketting is de kans op slijtage van het zaagblad, de zaagketting en het kettingaandrijfwiel groter. Montage Inleiding WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u het apparaat monteert. Geleider en zaagketting monteren

1. Schakel de kettingrem uit.

2. Draai de zaagbladmoer los en verwijder het

koppelingsdeksel. Let op: Als het koppelingsdeksel moeilijk te verwijderen is, draait u de zaagbladmoer aan en schakelt u de kettingrem in en weer uit. U hoort een klik als de kettingrem goed vrijkomt.

3. Plaats het zaagblad op de zaagbladbout. Duw het

zaagblad in de achterste positie.

4. Monteer de zaagketting rond het aandrijftandwiel en

plaats de ketting in de groef van het zaagblad. WAARSCHUWING: Draag altijd veiligheidshandschoenen wanneer u de zaagketting monteert.

5. Zorg dat de snijkanten van de zaagschakels op de

bovenrand van het zaagblad naar voren wijzen.

6. Lijn het gat in het zaagblad uit met de stelpen van de

kettingspanner en plaats het koppelingsdeksel. 344 732 - 016 -7. Draai de zaagbladmoer handvast aan.8. Zet de zaagketting vast. Zie De spanning van de zaagketting afstellen op pagina 359 voor instructies.9. Draai de zaagbladmoeren vast.Let op: Sommige modellen hebben slechts éénzaagbladmoer. Werking Inleiding WAARSCHUWING: Zorg dat u hethoofdstuk over veiligheid hebt gelezen enbegrepen voordat u het product gebruikt. De werking controleren voordat u het product gebruikt 1. Controleer of de kettingrem correct werkt en nietbeschadigd is.2. Controleer of de vergrendeling van de gashendelcorrect werkt en niet beschadigd is.3. Controleer of de start/stop-knop correct werkt en nietbeschadigd is.4. Zorg ervoor dat er geen olie op de handgrepen zit.5. Controleer of het trillingdempingssysteem correctwerkt en niet beschadigd is.6. Controleer of de geluiddemper correct isaangebracht en niet beschadigd is.7. Controleer of alle onderdelen correct zijnaangebracht en niet beschadigd zijn of ontbreken.8. Controleer of de kettingvanger correct isaangebracht.9. Zorg dat de zaagketting correct is gespannen.

Brandstof Dit product is uitgerust met een tweetaktmotor.OPGELET: Een verkeerde soort brandstofkan leiden tot motorschade. Gebruik eenmengsel van benzine en tweetaktolie. Voorgemengde brandstof

  • Gebruik hoogwaardige voorgemengde Husqvarnaalkylaatbrandstof voor optimale prestaties en eenlange levensduur van de motor. Deze brandstofbevat minder schadelijke stoffen dan regulierebrandstof waardoor de uitstoot van schadelijkeuitlaatgassen wordt beperkt. Bij gebruik van dezebrandstof blijven er minder verbrandingsresten in demotor achter waardoor de onderdelen van de motorschoner blijven. Brandstof mengen Benzine• Gebruik hoogwaardige loodvrije benzine metmaximaal 10% ethanol (E10).OPGELET: Gebruik geen benzine meteen octaangetal lager dan 90 RON/87AKI. Een lager octaangetal kan leiden totpingelen van de motor wat totmotorschade kan leiden.• Wij raden u aan benzine met een hoger octaangetalte gebruiken wanneer u bij een continu hoogtoerental werkt.Tweetaktolie• Gebruik voor de beste resultaten en optimaleprestaties Husqvarna tweetaktolie.• Als geen Husqvarna tweetaktolie beschikbaar is,gebruik dan een andere hoogwaardige tweetaktolievoor luchtgekoelde motoren. Bespreek de keuze vande tweetaktolie met uw servicedealer.OPGELET: Gebruik geen tweetaktoliedie bedoeld is voor watergekoeldebuitenboordmotoren, zogenaamdeoutboardoil. Gebruik geen olie die isbedoeld voor viertaktmotoren.Benzine en tweetaktolie mengenBenzine, liter Tweetaktolie,liter2% (50:1)5 0,1010 0,20732 - 016 - 34515 0,30 20 0,40 OPGELET: Wanneer u kleine hoeveelheden brandstof mengt, kunnen kleine fouten grote gevolgen hebben voor de mengverhouding. Meet de hoeveelheid olie nauwkeurig af om het juiste mengsel te verkrijgen.

1. Giet de helft van de benzine in een schone

brandstofbestendige houder.

2. Voeg de volledige hoeveelheid olie toe.

3. Schud het brandstofmengsel.

5. Schud het brandstofmengsel grondig.

OPGELET: Meng maximaal de hoeveelheid brandstof die u nodig hebt voor 1 maand. Brandstoftank vullen

1. Maak het gebied rondom de brandstoftankdop goed

2. Schud de container en zorg ervoor dat de brandstof

volledig is gemengd.

3. Verwijder de brandstoftankdop en vul de

5. Verwijder het product altijd ten minste 3 m uit de

buurt van de tankplaats en brandstofbron voordat u het product gaat starten. Let op: Zie Productoverzicht op pagina 337 om te zien waar de brandstoftank op uw product is. De motor laten inlopen

  • Laat de motor tijdens de eerste 10 bedrijfsuren niet langdurig bij nullast draaien terwijl u volgas geeft. De juiste kettingolie gebruiken WAARSCHUWING: Gebruik geen afgewerkte olie. Dit kan leiden tot letsel bij uzelf en schade aan het milieu. Afgewerkte olie veroorzaakt ook schade aan de oliepomp, de geleider en de zaagketting. WAARSCHUWING: De zaagketting kan breken bij onvoldoende smering van de zaagcomponenten. De gebruiker kan hierdoor ernstig of dodelijk letsel oplopen. WAARSCHUWING: Dit product beschikt over een functie die ervoor zorgt dat de brandstof eerder op is dan de kettingolie. Gebruik voor een goede werking van deze functie de juiste kettingolie. Bespreek de keuze van de kettingolie met uw servicedealer.
  • Gebruik kettingolie van Husqvarna voor een maximale levensduur van de zaagketting en om negatieve effecten op het milieu te voorkomen. We adviseren u om een standaard kettingolie te gebruiken als Husqvarna-kettingolie niet verkrijgbaar is.
  • Gebruik een kettingolie die goed aan de zaagketting hecht.
  • Gebruik een kettingolie met een viscositeitsbereik dat bij de luchttemperatuur past. OPGELET: Als de olie te dun is, zal deze opraken voordat de brandstof opraakt. Bij temperaturen onder 0 °C worden sommige kettingoliën te dik, wat kan leiden tot beschadiging van de onderdelen van de oliepomp.
  • Gebruik de aanbevolen snijuitrusting. Zie Accessoires op pagina 364
  • Verwijder de dop van de kettingolietank.
  • Vul de kettingolietank met kettingolie.
  • Bevestig de dop voorzichtig.

Productoverzicht op pagina 337 om te zien waar de kettingolietank op uw product is. Informatie over terugslag WAARSCHUWING: Als gevolg van terugslag kunnen de gebruiker en anderen ernstig of dodelijk letsel oplopen. Om de risico's te beperken, moet u de oorzaken van terugslag kennen en weten hoe u terugslag kunt voorkomen. Terugslag vindt plaats wanneer de terugslagrisico-sector van het zaagblad in contact komt met een voorwerp. Een terugslag kan plotseling en met grote kracht optreden, waardoor het product richting de gebruiker wordt geworpen. Terugslag gebeurt altijd in de richting van de geleider. Meestal raakt het product de gebruiker, maar het kan ook in een andere richting bewegen. De bewegingsrichting wordt bepaald door de manier waarop u het product gebruikt op het moment dat de terugslag optreedt. Een kleinere neusradius vermindert de kracht van de terugslag. Gebruik een zaagketting met geringe terugslag om de effecten van terugslag te beperken. Laat de terugslagzone geen objecten raken. WAARSCHUWING: Geen enkele zaagketting kan terugslag volledig voorkomen. Volg altijd de instructies. Veelgestelde vragen over terugslag

  • Zal mijn hand de kettingrem bij terugslag altijd activeren? Nee. Er is enige kracht nodig om de terugslagbeveiliging naar voren te duwen. Als u onvoldoende kracht gebruikt, wordt de kettingrem niet ingeschakeld. Bovendien moet u het product stevig vasthouden met beide handgrepen tijdens gebruik. Bij terugslag is het mogelijk dat de kettingrem de zaagketting niet stopt voordat deze u raakt. In sommige posities kunt u met uw hand niet bij de terugslagbeveiliging om de kettingrem te activeren. Een voorbeeld hiervan is bij het vellen.
  • Zal het traagheidsmechanisme de kettingrem bij terugslag altijd activeren? Nee. Ten eerste moet de kettingrem correct werken. Zie De kettingrem controleren op pagina 353 voor instructies over het controleren van de kettingrem. We raden aan deze controle altijd uit te voeren voor u het product gebruikt. Ten tweede moet de terugslag voldoende sterk zijn om de kettingrem te activeren. Als de kettingrem te gevoelig is, kan deze inschakelen tijdens ruw gebruik.
  • Zal de kettingrem mij bij terugslag altijd beschermen tegen letsel? Nee, de kettingrem moet goed werken om bescherming te kunnen bieden. Bij een terugslag moet de kettingrem geactiveerd worden om de zaagketting te stoppen. Als u zich dicht bij het zaagblad bevindt, is het mogelijk dat de kettingrem de zaagketting niet op tijd stopt voordat deze u raakt. WAARSCHUWING: Alleen met een juiste werktechniek kunt u terugslag voorkomen. Product starten Starten als de motor koud is WAARSCHUWING: De kettingrem moet geactiveerd zijn wanneer u de kettingzaag start, om de kans op letsel te beperken.

732 - 016 - 3471. Duw de terugslagbeveiliging naar voren om de

kettingrem in te schakelen.

2. Druk 6 keer op het primerbalgje van de

brandstofpomp of anders net zo vaak tot het balgje zich met brandstof vult. Het is niet nodig het balgje volledig te vullen.

Product starten op pagina 348 voor meer instructies. Starten als de motor warm is WAARSCHUWING: De kettingrem moet geactiveerd zijn wanneer u de kettingzaag start, om de kans op letsel te beperken.

1. Duw de terugslagbeveiliging naar voren om de

kettingrem in te schakelen.

2. Druk 6 keer op het primerbalgje van de

brandstofpomp of anders net zo vaak tot het balgje zich met brandstof vult. Het is niet nodig het balgje volledig te vullen.

Product starten op pagina 348 voor meer instructies. Product starten WAARSCHUWING: Zet uw voeten in een stabiele positie wanneer u de motor start. WAARSCHUWING: Als de zaagketting bij stationair toerental draait, neem dan contact op met uw servicedealer en gebruik het product niet. 348 732 - 016 -1. Plaats het product op de grond.

2. Plaats uw linkerhand op de voorhandgreep.

3. Plaats uw knie op het achterste deel van de

4. Trek met uw rechterhand langzaam aan de greep

van het startkoord totdat u weerstand voelt. WAARSCHUWING: Wikkel het startkoord niet rond uw hand. OPGELET: Trek het startkoord niet helemaal uit en laat de greep niet los. a) Als u het product start bij koude motor, trekt u aan de greep van het startkoord tot de motor aanslaat. Let op: Aan een kuchend geluid kunt u horen dat de motor zal aanslaan. b) Zet de chokehendel in de chokestand.

5. Trek aan de greep van het startkoord totdat de motor

motor met stationair toerental te laten draaien.

7. Trek de terugslagbeveiliging naar achteren om de

kettingrem te ontgrendelen.

8. Gebruik het product.

De motor starten terwijl u in een boom aan het werk bent Let op: Zorg dat u over voldoende brandstof beschikt voordat u het product start.

1. Schakel de kettingrem in.

2. Houd het product aan de linker- of rechterzijde van

uw lichaam tijdens het starten. a) Als u het product aan uw linkerkant houdt, zet u uw linkerhand op de voorhandgreep. Houd de greep van het startkoord in uw rechterhand en duw het product weg van uw lichaam tijdens het starten. b) Als u het product aan uw rechterkant houdt, zet u uw rechterhand op één van de twee handgrepen. Houd de greep van het startkoord in uw linkerhand en duw het product weg van uw lichaam tijdens het starten. Product stoppen

1. Duw de start/stop-schakelaar naar de STOP-stand.

Algemene informatie over werktechniek WAARSCHUWING: De informatie over werktechniek in deze bedieningshandleiding staat niet gelijk aan een training over de bediening van dit product. Gebruik dit product alleen als u voldoende geschoold bent in boomonderhoud. Door onzorgvuldig of onjuist gebruik kunnen de gebruiker en anderen ernstig of dodelijk letsel oplopen.

732 - 016 - 349• Gebruik volgas tijdens het zagen en breng het

toerental terug naar stationair na elke zaagsnede. OPGELET: De motor kan beschadigd raken als hij te lang op vol vermogen draait bij nullast.

  • Plaats de schorssteun in de boomstam en gebruik hem als hefboom. Let op: Niet alle modellen beschikken over een schorssteun. Neem voor meer informatie contact op met uw servicedealer. Trekslag en duwslag U kunt met het product op twee manieren hout zagen.
  • U zaagt met een trekkende ketting wanneer u zaagt met de onderzijde van de geleider. De zaagketting wordt tijdens het zagen door de boom getrokken. In deze positie hebt u een betere controle over het product en de positie van de terugslagzone.
  • U zaagt met een duwende ketting wanneer u zaagt met de bovenzijde van de geleider. De zaagketting duwt het product in de richting van de gebruiker. WAARSCHUWING: Als de zaagketting vastraakt in de boomstam, kan het product naar u toe worden geduwd. Houd het product stevig vast en zorg ervoor dat de terugslagrisico-sector van het zaagblad niet de boom raakt en een terugslag veroorzaakt. Het product voorbereiden voor gebruik in de boom Gebruiker op de grond Wanneer u op de grond blijft bij boomonderhoud, doe dan het volgende.

1. Inspecteer het product.

2. Vul de brandstof- en kettingolietanks bij.

3. Bevestig het uiteinde van een goedgekeurde

veiligheidsstrop aan het kabeloog. Let op: Een veiligheidsstrop zorgt ervoor dat het product niet de grond raakt als het valt.

4. Zorg dat het andere uiteinde van de veiligheidsstrop

is voorzien van een karabijnhaak.

5. Start het product en laat de motor op

bedrijfstemperatuur komen.

6. Stop het apparaat.

7. Schakel de kettingrem in.

8. Hijs het product naar de gebruiker in de boom met

behulp van hijsmateriaal. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het product veilig is bevestigd wanneer u het naar de gebruiker in de boom hijst. Gebruiker in de boom Werkt u in de boom, volg dan de instructies hieronder.

732 - 016 -1. Voordat u de veiligheidsstrop van de klimmaterialen

loskoppelt, moet u het product aan het draagstel bevestigen. Bevestig het product aan het draagstel door het gordeloog of een stalen ring op de veiligheidsstrop. WAARSCHUWING: Bevestig de veiligheidsstrop aan 1 van de aanbevolen bevestigingspunten op het draagstel. WAARSCHUWING: Als u alleen de veiligheidsstrop gebruikt om het product aan het draagstel te bevestigen, laat u het product volledig zakken met de veiligheidsstrop. Laat het product niet vanaf een hoogte los.

2. Gebruik goedgekeurde karabijnhaken om het vrije

uiteinde van de veiligheidsstrop te bevestigen aan een van de verbindingspunten op het draagstel. Dit is uw primaire verbindingspunt. OPGELET: De veiligheidsstrop mag alleen aan het kabeloog worden bevestigd.

3. Zorg ervoor dat u zich in een stabiele en veilige

positie bevindt om te zagen.

4. Maak het product los van het secundaire

verbindingspunt, start het product en begin met zagen.

5. Schakel de kettingrem direct nadat u klaar bent in.

6. Stop het product en plaats het op het secundaire

verbindingspunt. Het product gebruiken in de boom WAARSCHUWING: De meeste ongelukken gebeuren als de gebruiker geen volledige controle over het product of de werkhouding heeft.

  • Zorg voor een veilige werkhouding.
  • Zaag horizontale secties op heuphoogte en verticale secties op borsthoogte.
  • Houd het apparaat met beide handen vast.
  • Zorg dat uw voeten op een stabiele ondergrond staan en gebruik weinig dwarskracht wanneer u verticale takken zaagt. Leid de veiligheidslijn via een ander bevestigingspunt om grotere zijdelingse krachten te vermijden of tegen te gaan. U kunt ook een verstelbare strop rechtstreeks van het draagstel naar een ander bevestigingspunt gebruiken.
  • Gebruik een voetlus om een veilige werkhouding aan te houden.
  • Controleer het harnas, riem en touwen regelmatig.
  • Als u met het product moet klimmen, bevestigt u het product aan het achterste bevestigingspunt op het draagstel. Dit zorgt ervoor dat het product niet verstrikt raakt in de klimlijnen en dat het gewicht centraal wordt ondersteund door uw rug.

351WAARSCHUWING: U moet de kettingrem inschakelen wanneer u het product aan de strop laat zakken. Een vastgelopen product losmaken

1. Stop het apparaat.

2. Bevestig het product veilig aan de boom tegen de

stamzijde van de zaagsnede of aan een andere gereedschapslijn.

3. Trek de zaag voorzichtig weg van de zaagsnede

terwijl u de tak indien nodig optilt. WAARSCHUWING: Probeer het product niet los te trekken. Risico op ernstig letsel.

4. Gebruik indien nodig een handzaag of een tweede

kettingzaag om het product los te maken. Zaag de tak af op minimaal 30 cm afstand van het vastgelopen product. Maak de zaagsnede op het buitenste uiteinde vanaf de plaats waar het product is vastgelopen. Onderhoud Inleiding WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u onderhoud aan het product gaat uitvoeren. Onderhoudsschema Dagelijks onderhoud Wekelijks onderhoud Maandelijks onderhoud Reinig de externe onderdelen van het product en zorg dat de handgre- pen vrij zijn van olie. Reinig het koelsysteem. Zie Koelsy- steem reinigen op pagina 362

Controleer de starter, het startkoord en de terugspringveer. Controleer het centrum van de kop- peling, de koppelingstrommel en de koppelingsveer. Zorg ervoor dat de trillingsdempers niet beschadigd zijn. Smeer het naaldlager. Zie Het naal- dlager smeren op pagina 360

Reinig de bougie. Zie De bougie con- troleren op pagina 356

Verwijder eventuele bramen op de randen van het zaagblad. Zie De ge- leider controleren op pagina 361

Reinig de externe onderdelen van de carburateur. Controleer de kettingvanger. Zie

kettingvanger controleren op pagina

Maak het vonkenopvangnet van de geluiddemper schoon of vervang het. Controleer het brandstoffilter en de brandstofleiding. Vervang indien no- dig. Draai het zaagblad, controleer de smeeropening en reinig de groef in het zaagblad. Zie De geleider contro- leren op pagina 361

Reinig het gebied rond de carbura- teur. Controleer alle kabels en aansluitin- gen. Controleer of het zaagblad en de za- agketting voldoende oliesmering krij- gen. Reinig of vervang het luchtfilter. Zie Het luchtfilter reinigen op pagina 356

Reinig tussen de ribben van de cilin- der. Leeg de olietank. Slijp de zaagketting en controleer de spanning. Zie Zaagketting slijpen op pagina 357

352 732 - 016 -Dagelijks onderhoud Wekelijks onderhoud Maandelijks onderhoud Controleer het kettingaandrijfwiel. Zie Het spur-aandrijftandwiel controleren op pagina 360

Reinig de luchtinlaat op de starter. Controleer of moeren en schroeven goed vastgedraaid zijn. Controleer de stopschakelaar. Zie

Controleer of er geen brandstof uit de motor, tank of brandstofleidingen lekt. Zorg dat de zaagketting niet draait wanneer de motor stationair draait. Controleer of de geluiddemper cor- rect is bevestigd, niet is beschadigd en of er geen delen van de demper ontbreken. De veiligheidsvoorzieningen op het product onderhouden en controleren De remband controleren

1. Verwijder met een borstel houtstof, hars en vuil van

de kettingrem en de koppelingstrommel. Vuil en slijtage hebben een negatieve invloed op het remvermogen.

2. Controleer de remband. De remvoering moet op het

dunste punt minstens 0,6 mm (0,024 inch) dik zijn. De terugslagbeveiliging controleren

1. Controleer of de terugslagbeveiliging

beschadigingen vertoont zoals materiaalbarsten.

2. Controleer of de terugslagbeveiliging vrij beweegt en

of deze veilig op het koppelingsdeksel is bevestigd. De kettingrem controleren

1. Start het product. Zie

Product starten op pagina 347 voor instructies. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat de zaagketting niet in aanraking komt met de grond of andere objecten.

2. Houd het product stevig vast.

WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat de zaagketting niet in aanraking komt met de grond of andere objecten.

3. Geef volgas en draai uw linkerpols tegen de

terugslagbeveiliging om de kettingrem te activeren. De zaagketting moet onmiddellijk stoppen.

732 - 016 - 353WAARSCHUWING: Laat de voorhandgreep

gashendelvergrendeling vrij bewegen en of de retourveer correct werkt.

2. Duw de gashendelvergrendeling omlaag en

controleer of deze terugkeert naar de oorspronkelijke stand wanneer u hem loslaat.

3. Controleer of de gashendel vergrendeld is in de

stationaire stand wanneer de gashendelvergrendeling wordt losgelaten.

4. Start de kettingzaag en zet het gas volledig open.

5. Laat de gashendel los en controleer of de

zaagketting stopt en blijft stilstaan. WAARSCHUWING: Neem contact op met uw servicedealer als de zaagketting draait terwijl de gashendel in de stationaire stand staat. De kettingvanger controleren

1. Zorg ervoor dat de kettingvanger niet beschadigd is.

2. Zorg ervoor dat de kettingvanger stabiel is en

bevestigd aan de romp van het product. Trillingsdempingssysteem controleren

2. Controleer of de trillingdempers op de juiste wijze

zijn bevestigd op de motor en de handgreep. Raadpleeg Productoverzicht op pagina 337 voor informatie over de locatie van het trillingdempingssysteem op uw product. De start/stop-schakelaar controleren

2. Duw de start/stop-schakelaar naar de STOP-stand.

De motor moet uitschakelen. Geluiddemper controleren

1. Controleer de geluiddemper op defecten.

2. Zorg ervoor dat de geluiddemper correct aan het

product is bevestigd. Afstelling van de carburateur Ingevolge de milieu- en emissiewetgeving gelden er beperkingen voor de stelschroeven van de carburateur. Dit vermindert de schadelijke uitlaatgassen van uw

Basisafstellingen en inlopen De basisafstellingen van de carburateur worden in de fabriek uitgevoerd. Voor het aanbevolen stationaire toerental, zie Technische gegevens op pagina 363

OPGELET: Laat het product gedurende de eerste 10 bedrijfsuren niet met een te hoog toerental draaien. OPGELET: Als de zaagketting bij stationair toerental draait, draait u de stelschroef voor stationair toerental linksom totdat de zaagketting stopt. De naald voor laag toerental (L) afstellen

  • Draai de naald voor laag toerental rechtsom tot de aanslag. Let op: Als het product slecht op toeren komt of als het stationair toerental niet correct is, draai de naald dan linksom. Draai de naald voor laag toerental tot het acceleratievermogen en het stationair toerental correct is. De naald voor stationair toerental (T) afstellen

1. Start het product.

2. Draai de naald voor stationair toerental rechtsom

totdat de zaagketting begint te draaien.

3. Draai de naald voor stationair toerental linksom tot

de zaagketting stopt. Let op: Het stationair toerental is correct afgesteld als de motor in alle posities gelijkmatig loopt. Het stationair toerental moet bovendien een stuk lager zijn dan de snelheid waarbij de zaagketting in beweging komt. WAARSCHUWING: Als de zaagketting niet stopt wanneer u de stelschroef voor het stationair toerental draait, neem dan contact op met uw servicedealer. Gebruik het product niet voordat het is juist afgesteld. De naald voor hoog toerental (H) afstellen De motor is in de fabriek afgesteld voor gebruik op zeeniveau. Op grotere hoogtes, bij verschillende weersomstandigheden of temperaturen kan afstellen van de naald voor hoog toerental nodig zijn.

  • Draai aan de naald voor hoog toerental om het toerental af te stellen. OPGELET: Draai de schroef van de naald voor hoog toerental niet verder dan de aanslag van de afstelbegrenzing. Dit kan schade aan de zuiger en de cilinder veroorzaken. Controleren of de carburateur correct is afgesteld
  • Controleer of het product juist accelereert.
  • Controleer of het product bij volgas een beetje gaat ‘viertakten’.
  • Controleer of de zaagketting niet draait bij stationair toerental.
  • Als het product lastig start of minder goed accelereert, stel dan de naalden voor laag en hoog toerental af. OPGELET: Onjuiste afstellingen kunnen motorschade veroorzaken. Een gebroken of versleten startkoord vervangen

1. Draai de schroeven van het starterhuis los.

2. Verwijder het starterhuis.

3. Trek het startkoord ongeveer 30 cm naar buiten en

plaats hem in de uitsparing op de poelie.

4. Laat de poelie langzaam achteruit draaien om de

terugspringveer te ontgrendelen.

3555. Verwijder de bout in het midden van de poelie en verwijder de poelie.

6. Verwijder het oude startkoord van de greep en de

7. Bevestig een nieuw startkoord aan de poelie. Wikkel

het startkoord ongeveer 3 omwentelingen rond de poelie.

8. Sluit de poelie aan op de terugspringveer. Het

uiteinde van de terugspringveer moet in de poelie grijpen.

9. Monteer de bout in het midden van de poelie.

10. Trek het startkoord door de opening in het

starterhuis en de greep van het startkoord.

11. Maak daarna een stevige knoop in het uiteinde van

het startkoord. De terugspringveer spannen

1. Plaats het startkoord in de uitsparing van de poelie.

2. Draai de koordpoelie ongeveer 2 slagen rechtsom.

3. Controleer of u de poelie ½ slag kunt draaien nadat

het startkoord volledig is afgerold. Het starterhuis op het product monteren

1. Trek eerst het startkoord volledig uit en plaats

daarna de starter op het carter.

2. Laat het startkoord langzaam los totdat de poelie in

3. Draai de schroeven die de starter op zijn plaats

houden vast. Het luchtfilter reinigen Reinig het luchtfilter regelmatig om vuil en stof te verwijderen. Hiermee voorkomt u een defecte carburateur, startproblemen, vermogensverlies, slijtage van motoronderdelen en een hoger brandstofverbruik dan normaal.

1. Verwijder het luchtfilterdeksel en het luchtfilter.

2. Borstel of schud het luchtfilter schoon. Gebruik een

reinigingsmiddel en water om het filter goed te reinigen. Let op: Een luchtfilter dat lange tijd is gebruikt, kan niet volledig worden gereinigd. Vervang het luchtfilter regelmatig en vervang een defect luchtfilter altijd.

3. Installeer het luchtfilter en controleer of het luchtfilter

strak aansluit op de filterhouder. Let op: U kunt verschillende soorten luchtfilters gebruiken met uw product, afhankelijk van de werkomstandigheden, het weer of het seizoen. Neem voor meer informatie contact op met uw servicedealer. De bougie controleren OPGELET: Gebruik de aanbevolen bougie. Zie Technische gegevens op pagina 363

Een onjuiste bougie kan leiden tot schade aan het product.

1. Als het product lastig te starten of gebruiken is, of als

het product niet goed werkt bij stationair toerental, controleer dan de bougie op afzettingen. Volg onderstaande stappen om ongewenste afzettingen op de elektroden van de bougie te voorkomen: a) zorg dat het stationaire motortoerental correct is afgesteld. b) zorg dat het brandstofmengsel correct is.

732 - 016 -c) zorg dat het luchtfilter schoon is.

2. Reinig de bougie als deze vuil is.

3. Controleer of de afstand tussen de elektroden juist

is. Zie Technische gegevens op pagina 363

4. Vervang de bougie maandelijks of vaker, indien

nodig. Zaagketting slijpen Informatie over de geleider en zaagketting WAARSCHUWING: Draag veiligheidshandschoenen wanneer u onderhoud aan de zaagketting uitvoert of de zaagketting gebruikt. Ook een zaagketting die niet beweegt, kan verwondingen veroorzaken. Als het zaagblad of de zaagketting versleten of beschadigd is, moet u deze vervangen door een door Husqvarna aanbevolen combinatie van zaagblad en zaagketting. Zo blijven de veiligheidsfuncties van het product behouden. Zie Accessoires op pagina 364 voor een lijst met aanbevolen combinaties voor het vervangen van het zaagblad en de zaagketting.

  • Zaagbladlengte, inch/cm. Informatie over de lengte van het zaagblad kunt u meestal vinden op het achterste uiteinde van het zaagblad.
  • Aantal tanden in het neuswiel (T).
  • Steek van de ketting, inch. De afstand tussen de aandrijfschakels van de zaagketting, moet overeenkomen met de tandsteek van het neuswiel en het kettingaandrijfwiel. PITCH =
  • Aantal aandrijfschakels (stuks). Het aantal aandrijfschakels wordt bepaald door het type zaagblad.
  • Breedte geleidergroef, inch/mm. De breedte van de groef in het zaagblad moet gelijk zijn aan de breedte van de aandrijfschakels.
  • Kettingolie-opening en opening voor kettingstrekkerpen. De geleider moet aangepast zijn aan het product.
  • Breedte aandrijfschakel, mm/inch.

357Algemene informatie over het slijpen van zaagtanden Gebruik geen ongeslepen zaagketting. Als de zaagketting bot is, dient u meer druk toe te passen om de geleider door het hout te drukken. Als de zaagketting zeer bot is, ontstaan er geen houtsnippers maar zaagsel. Een scherpe zaagketting zaagt door het hout en de houtsnippers worden lang en dik. De zaagtand (A) en de dieptesteller (B) samen vormen het zagende deel van de zaagketting, de snijder. Het hoogteverschil tussen de twee geeft de zaagdiepte (instelling dieptesteller).

Denk bij het slijpen van een zaagketting aan het volgende:

  • Diameter van de ronde vijl. Het is niet gemakkelijk om zonder de juiste hulpmiddelen een zaagketting correct te slijpen. Gebruik een Husqvarna-vijlmal. Hiermee zorgt u voor maximale zaagprestaties en beperkt u het risico op terugslag. WAARSCHUWING: De terugslagkracht neemt aanzienlijk toe als u de slijpinstructies niet volgt. Let op: Zie Zaagketting slijpen op pagina 357 voor informatie over het slijpen van de zaagketting. De messen slijpen

1. Gebruik voor het slijpen van de snijtanden een ronde

vijl en een vijlmal. Let op: Zie Accessoires op pagina 364 voor informatie over welke vijl en mal door Husqvarna wordt aangeraden voor uw zaagketting.

2. Breng de vijlmal correct aan op de messen.

Raadpleeg de instructies die bij de vijlmal worden meegeleverd.

3. Beweeg de vijl vanaf de binnenkant van de

snijtanden naar buiten. Verlaag de druk bij de trekslag.

4. Verwijder materiaal van één zijde van alle

5. Draai het product om en verwijder de resten aan de

6. Zorg ervoor dat alle snijtanden dezelfde lengte

hebben. Algemene informatie over hoe u de hoogte van de dieptesteller aanpast. De hoogte van de dieptesteller (C) neemt af wanneer u de zaagtanden (A) slijpt. Voor maximale zaagprestaties moet u de vijlresten verwijderen van de dieptesteller (B),

732 - 016 -zodat de dieptesteller de juiste hoogte heeft. Zie

Accessoires op pagina 364 voor instructies over hoe u voor de juiste hoogte van de dieptesteller zorgt voor uw zaagketting.

WAARSCHUWING: Een te hoge dieptesteller vergroot het terugslagrisico van de ketting! Hoogte van de dieptesteller aanpassen Zie De messen slijpen op pagina 358 voor instructies voordat u de vijlmal gaat instellen of de zaagtanden gaat slijpen. We raden aan de snijdiepte bij te stellen na elke derde kettingslijpbeurt. We raden u aan onze vijlmal voor de tanddiepte te gebruiken, om de juiste maat voor de tanddiepte en de juiste hoek van de dieptestellernok te krijgen.

1. Gebruik een platte vijl en een vijlmal om de hoogte

van de dieptesteller aan te passen. Gebruik alleen een Husqvarna-vijlmal om de juiste tanddiepte en vijlhoek te verkrijgen.

2. Plaats de vijlmal op de zaagketting.

Let op: Zie de verpakking van de vijlmal voor meer informatie over het gebruik.

3. Gebruik de platte vijl om het gedeelte van de

dieptesteller te verwijderen dat boven de vijlmal uitsteekt. De spanning van de zaagketting afstellen WAARSCHUWING: Een zaagketting die niet correct is gespannen, kan losschieten uit het zaagblad en ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Een zaagketting rekt uit tijdens gebruik. Stel de zaagketting regelmatig af.

1. Maak de zaagbladmoeren los waarmee het

koppelingsdeksel en de kettingrem zijn vergrendeld. Gebruik een moersleutel. Let op: Sommige modellen hebben slechts één zaagbladmoer.

2. Draai de zaagbladmoeren met de hand zo vast

3. Til de voorkant van de geleider op en draai de

stelschroef van de ketting aan. Gebruik een moersleutel.

4. Span de zaagketting aan totdat deze strak tegen het

zaagblad aanligt maar toch nog met gemak kan bewegen.

5. Draai de zaagbladmoeren vast met de moersleutel

en til hierbij tegelijkertijd de voorzijde van het zaagblad omhoog.

6. Controleer of de zaagketting gemakkelijk met de

hand kan worden rondgedraaid en of deze niet doorhangt aan de onderkant van het zaagblad. Raadpleeg Productoverzicht op pagina 337 voor de positie van de kettingspanschroef op uw product. Smering van de zaagketting controleren

1. Start de motor en laat deze op driekwart van het

maximale toerental draaien.

3592. Houd het zaagblad ongeveer 20 cm/8 inch boven een oppervlak in een lichte kleur.

3. Als de kettingsmering correct is, ziet u na 1 minuut

een duidelijke olielijn op het oppervlak.

4. Indien de kettingsmering niet correct werkt,

controleer dan het zaagblad. Zie De geleider controleren op pagina 361 voor instructies. Neem contact op met uw servicedealer als de onderhoudsstappen niet helpen. Het spur-aandrijftandwiel controleren Op de koppelingstrommel is een spur-aandrijftandwiel gelast.

  • Voer regelmatig een visuele controle uit van de mate van slijtage van het spur-aandrijftandwiel. Vervang de koppelingstrommel met het spur-aandrijftandwiel bij overmatige slijtage. Het naaldlager smeren

1. Trek de terugslagbeveiliging naar achteren om de

kettingrem uit te schakelen.

2. Draai de zaagbladmoeren los en verwijder het

koppelingsdeksel. Let op: Sommige modellen hebben slechts één zaagbladmoer.

3. Plaats het product op een stabiele ondergrond met

de koppelingstrommel naar boven gericht.

4. Verwijder de koppelingstrommel en smeer het

naaldlager met een smeerpistool. Gebruik motorolie of hoogwaardig lagervet. Snijuitrusting controleren

1. Controleer op scheurtjes in klinknagels en schakels

en op losse schakels. Vervang indien nodig.

2. Controleer of de zaagketting eenvoudig te buigen is.

Vervang de zaagketting wanneer deze onbuigzaam is.

3. Vergelijk de zaagketting met een nieuwe om te

bepalen of de klinknagels en schakels versleten zijn.

4. Vervang de zaagketting wanneer het langste deel

van de zaagtand kleiner dan 4 mm/0,16 inch is. Vervang de zaagketting ook als er scheurtjes in de zaagtanden zitten.

1. Controleer of het oliekanaal niet verstopt is. Reinig

2. Controleer de randen van de geleider op bramen.

Verwijder bramen met een vijl.

3. Reinig de groef in het zaagblad.

4. Controleer de geleidergroef op slijtage. Vervang het

zaagblad indien nodig.

5. Controleer de punt van de geleider op ruwheid en

overmatige slijtage.

6. Controleer of het neuswiel van het zaagblad soepel

draait en of de smeeropening in het neuswiel van het zaagblad open is. Maak schoon en smeer indien nodig.

7. Draai de geleider dagelijks om de levensduur te

verlengen. Onderhoud uitvoeren aan de brandstoftank en de kettingolietank

  • Tap regelmatig de brandstoftank en de kettingolietank af en reinig de tanks.
  • Vervang het brandstoffilter jaarlijks of vaker, indien nodig. OPGELET: Verontreinigingen in de tank kunnen defecten veroorzaken. Toevoer van de kettingolie afstellen WAARSCHUWING: Stop de motor voordat u de oliepomp gaat afstellen.

1. Draai de stelschroef van de oliepomp. Gebruik een

schroevendraaier of combinatietang. a) Draai de stelschroef rechtsom om de olietoevoer te verhogen. b) Draai de stelschroef linksom om de olietoevoer te verlagen.

361Koelsysteem reinigen Het koelsysteem zorgt ervoor dat de motor niet te warm wordt. Het koelsysteem bestaat uit de luchtinlaat op de starter en de luchtgeleidingsplaat, de haken op het vliegwiel, de koelribben van de cilinder, het koelkanaal en de cilinderkap.

1. Maak het koelsysteem wekelijks schoon met een

borstel, of vaker indien nodig.

2. Zorg ervoor dat het koelsysteem niet vuil of verstopt

is. OPGELET: Een vuil of verstopt koelsysteem kan tot oververhitting en schade aan het product leiden. Probleemoplossing De motor start niet Te inspecteren onderdeel Mogelijke oorzaak Actie Starterpallen De starterpallen zijn geblokkeerd. Verstel of vervang de starterpallen. Reinig rondom de pallen. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. Brandstoftank Verkeerd type brandstof. Tap de brandstoftank af en vul hem met de juiste brandstof. De brandstoftank is gevuld met ket- tingolie. Als u heeft geprobeerd de motor te starten, neem dan contact op met uw servicedealer. Als u niet heeft gepro- beerd de motor te starten, tap dan de brandstoftank af. Geen ontstekingsvonk De bougie is vies of nat. Zorg ervoor dat de bougie droog en schoon is. De elektrodenafstand van de bougie is onjuist. Bougie reinigen. Controleer of de elektrodenafstand correct is en of het juiste type bougie is gemonteerd. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 363 voor de juiste elektrode- nafstand. Bougie en cilinder De bougie zit los. Draai de bougie vast. De motor is ‘verzopen’ door herhaald starten met volledig geopende choke na inschakelen contact. Verwijder en reinig de bougie. Plaats het product op zijn kant met de bou- gie-opening van u weg. Trek 6-8 keer aan het startkoord. Monteer de bou- gie en start de motor. Zie Product starten op pagina 347

De motor start, maar stopt weer Te inspecteren onderdeel Mogelijke oorzaak Actie Brandstoftank Verkeerd type brandstof. Tap de brandstoftank af en vul hem met de juiste brandstof. 362 732 - 016 -Te inspecteren onderdeel Mogelijke oorzaak Actie Carburateur Het stationair toerental is niet correct. Neem contact op met uw servicedea- ler. Luchtfilter Verstopt luchtfilter. Reinig of vervang het luchtfilter. Brandstoffilter Verstopt brandstoffilter. Brandstoffilter vervangen. Transport en opslag Transport en opslag

  • Controleer voor opslag en vervoer van het product en de brandstof of er geen lekken of dampen zijn. Vonken of open vuur, bijvoorbeeld van elektrische apparaten of ketels, kunnen tot brand leiden.
  • Gebruik altijd goedgekeurde containers voor opslag en transport van brandstof.
  • Leeg voorafgaand aan transport of langdurige opslag de brandstof- en kettingolietanks. Voer de vloeistoffen af volgens de plaatselijk geldende wettelijke voorschriften.
  • Gebruik de transportbescherming op het product om letsel of schade aan het product te voorkomen. Ook een zaagketting die niet kan bewegen, kan ernstige verwondingen veroorzaken.
  • Maak de bougiekap los en activeer de kettingrem.
  • Bevestig het product stevig tijdens vervoer. Uw product voorbereiden op langdurige opslag

1. Demonteer en reinig de zaagketting en de groef in

het zaagblad. OPGELET: Als u de zaagketting en het zaagblad niet reinigt, kunnen ze star of geblokkeerd raken.

2. Bevestig de transportbescherming.

3. Reinig het product. Zie

Onderhoud op pagina 352 voor instructies.

4. Voer een volledige onderhoudsbeurt uit.

27,0 Stationair toerental, tpm 2900 Maximaal motorvermogen volgens ISO 8893, kW/pk bij tpm 1,1/1,5 bij 9500 Ontstekingssysteem

Gebruik altijd het juiste bougietype. Het gebruik van verkeerde bougies kan de zuiger/cilinder beschadigen.

732 - 016 - 363Husqvarna T525

Type oliepomp Verstelbaar Gewicht Gewicht, kg 2,7 Geluidsemissies Geluidsvermogenniveau, gemeten dB(A) 110 Geluidsvermogenniveau, gegarandeerd L

Equivalent geluidsdrukniveau bij het oor van de gebrui- ker, dB(A)

5,2 Zaagketting/geleider Type aandrijfwielen/aantal tanden 3/8"/Spur 6, 1/4"/Spur 8 Zaagkettingtoerental op 133% van maximale motortoe- rental, m/s. 24,1 Accessoires Aanbevolen snijuitrusting Kettingzaagmodellen Husqvarna T525 zijn getest op veiligheid conform EN ISO 11681-2:2011/A1:2017 (Bosbouwmachines - Draagbare kettingzagen - Veiligheidseisen en testen. Deel 2: Kettingzagen voor boomverzorging) en voldoen aan de veiligheidseisen wanneer uitgerust met de hieronder beschreven combinaties van zaagblad en zaagketting. Zaagketting met geringe terugslag Een zaagketting die is aangemerkt als zaagketting met geringe terugslag voldoet aan de vereisten voor geringe terugslag zoals vermeld in ANSI B175.1-2012. Terugslag en neusradius zaagblad Geleider Zaagketting Lengte, inch/cm Steek, inch Diepte, inch/mm Max. kopra- dius Type Zaagblad- en kettingcombi- naties Geringe terug- slag 10/25 1/4 0,050/1,3 R10 Husqvarna H00

Vergelijkbaar geluidsdrukniveau, conform ISO 22868, is berekend als de totale tijdgewogen energie voor ve- rschillende geluidsdrukniveaus onder verschillende bedrijfsomstandigheden. Typische statistische spreiding voor een vergelijkbaar geluidsdrukniveau is een standaardafwijking van 1 dB(A).

Het equivalente trillingsniveau, volgens ISO 22867, wordt berekend als de totale tijdgewogen energie van de trillingsniveaus onder verschillende bedrijfsomstandigheden. De gerapporteerde gegevens voor een vergelijk- baar trillingsniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1 m/s

364 732 - 016 -Geleider Zaagketting Lengte, inch/cm Steek, inch Diepte, inch/mm Max. kopra- dius Type Zaagblad- en kettingcombi- naties Geringe terug- slag 10/25 3/8 0,050/1,3 7T Husqvarna H37 40 Ja 12/30 3/8 0,050/1,3 7T 45 10/25 3/8 0,050/1,3 7T Husqvarna S93G 40 Ja 12/30 3/8 0,050/1,3 9T 45 De effectieve zaaglengte is meestal 1 inch korter dan de nominale zaagbladlengte. Vijlbenodigdheden en vijlhoeken Gebruik een Husqvarna-vijlmal om de zaagketting te slijpen. Met een Husqvarna-vijlmal kunt u de tanden in de juiste hoek vijlen. De onderdeelnummers vindt u in onderstaande tabel. Als u niet weet hoe u het type van de zaagketting op uw product kunt vaststellen, raadpleeg dan www.husqvarna.com voor meer informatie. H00 5/32 inch/4,0 mm 580 68 74-01 0,025 in / 0,65

EG verklaring van overeenstemming Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna, Zweden, tel: +46-36-146500, verklaart hierbij dat de motorkettingzaag voor boomverzorging Husqvarna T525 met serienummers van 2017 en later (het jaartal staat duidelijk op het productplaatje vermeld, gevolgd door het serienummer) voldoen aan de vereisten van de volgende EU-RICHTLIJNEN:

  • van 17 mei 2006 "met betrekking tot machines" 2006/42/EG.
  • van 26 februari 2014 "betreffende elektromagnetische compatibiliteit" 2014/30/EU.
  • van 8 mei 2000 "met betrekking tot geluidsemissies in het milieu” 2000/14/EG.
  • van 8 juni 2011 "inzake beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur" 2011/65/EU. De volgende normen zijn van toepassing: EN ISO

12100:2010, EN ISO 14982:2009, EN ISO

11681-2:2011/A1:2017, EN 50581:2012 Aangemelde instantie: 0404, RISE SMP Svensk Maskinprovning AB, Box 7035, SE-750 07 Uppsala, Zweden, heeft een EU-typeonderzoek uitgevoerd volgens de machinerichtlijn (2006/42/EG), artikel 12, punt 3b. De certificaten voor EU-typeonderzoek in overeenstemming met bijlage IX, heeft nummer: 0404/17/2479 – T525. Verder heeft 0404, RISE SMP Svensk Maskinprovning AB, Box 7035, SE-750 07 Uppsala, Zweden, een verklaring afgegeven van overeenstemming met bijlage V van de Richtlijn van de Raad van 8 mei 2000 "betreffende geluidsemissie door materieel voor gebruik buitenshuis" 2000/14/EG. Het certificaat heeft nummer: 01/161/111 - T525. Voor informatie over geluidsemissies, zie Technische gegevens op pagina 363

De geleverde kettingzaag is conform het exemplaar dat een EG-typeonderzoek heeft ondergaan. Huskvarna, 2017-07-21 Per Gustafsson, Hoofd Ontwikkeling (gemachtigde vertegenwoordiger voor Husqvarna AB en verantwoordelijk voor technische documentatie.)