Telwin Maxima 200 - Lasapparaat

Maxima 200 - Lasapparaat Telwin - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Maxima 200 Telwin in PDF-formaat.

📄 156 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Telwin Maxima 200 - page 50

Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Maxima 200 - Telwin en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Maxima 200 van het merk Telwin.

GEBRUIKSAANWIJZING Maxima 200 Telwin

BOOGLASSEN MIG-MAG EN FLUX-, TIG-, MMA-LASSEN VOOR PROFESSIONEEL EN INDUSTRIEEL GEBRUIK. Let op: In de volgende tekst wordt de term "Lasapparaat" en "Multiproces lasapparaat" gebruikt voor de modellen voor MIG-MAG- EN FLUX-, TIG-, MMA-lassen.

1. ALGEMENE VEILIGHEID VOOR HET BOOGLASSEN

De operator moet voldoende ingelicht zijn voor wat betreft een veilig gebruik van de lasmachine en over de risico’s in verband met de procedures van het booglassen, de desbetreende beschermingsmaatregelen en procedures bij noodgevallen. (Ook de norm ”EN 60974-9 raadplegen: Apparatuur voor booglassen. Deel 9: Installatie en gebruik”). - Rechtstreeks contact met de lascircuits vermijden; de nullastspanning geleverd door de lasmachine kan in bepaalde gevallen gevaarlijk zijn. - De verbinding van de laskabels, de operaties van nazicht en reparatie moeten uitgevoerd worden met een uitgeschakelde lasmachine die losgekoppeld is van het voedingsnet. - De lasmachine uitschakelen en loskoppelen van het voedingsnet voordat men de versleten elementen van de toorts vervangt. - De elektrische installatie uitvoeren volgens de voorziene ongevallenpreventienormen en -wetten. - De lasmachine mag uitsluitend verbonden worden met een voedingsnet met een neutraalgeleider verbonden met de aarde. - Veriëren of het voedingscontact correct verbonden is met de beschermende aarde. - De lasmachine niet gebruiken in vochtige of natte ruimten of in de regen. - Geen kabels met een versleten isolering of met loszittende verbindingen gebruiken. - Niet lassen op containers, bakken of leidingen die vloeibare of gasachtige ontvlambare producten bevatten of bevat hebben. - Vermijden te werken op materialen die schoongemaakt zijn met chloorhoudende oplosmiddelen of in de nabijheid van dergelijke producten. - Niet lassen op bakken onder druk. - Alle ontvlambare producten uit de werkzone verwijderen (vb. hout, papier, vodden, enz.). - Zorgen voor een adequate ventilatie of voor geschikte middelen voor de afvoer van de lasrook in de nabijheid van de boog; er is een systematische benadering nodig voor de evaluatie van de limieten van blootstelling aan de lasrook in functie van hun samenstelling, concentratie en tijdsduur van de blootstelling zelf. - De gases (indien gebruikt) beschermen tegen warmtebronnen, inbegrepen zonnestralen). - Gebruik een geschikte elektrische isolatie voor de toorts, het werkstuk en eventuele metalen onderdelen die in de buurt op de grond staan of liggen (die aangeraakt kunnen worden). Dit gebeurt gewoonlijk door het dragen van speciaal hiervoor geschikte handschoenen, schoenen, een hoofddeksel en kleding en door het gebruik van isolerende planken of tapijten. - Bescherm de ogen altijd met de juiste lters die voldoen aan UNI EN 169 of UNI EN 379, aangebracht op maskers of helmen die voldoen aan UNI EN 175. Gebruik speciale brandwerende beschermende kleding (volgens UNI EN 11611) en lashandschoenen (volgens UNI EN 12477) om te voorkomen dat de huid wordt blootgesteld aan de ultraviolette en infraroodstraling van de lasboog; andere personen die zich in de buurt van de lasboog bevinden, moeten worden beschermd door middel van niet-reecterende schermen of gordijnen. - Geluid: Als er door bijzonder intensieve laswerkzaamheden een niveau van dagelijkse blootstelling (LEPd) bestaat van 85 dB(A) of hoger, is het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen verplicht (Tab. 1). - De doorgang van de lasstroom veroorzaakt het ontstaan van elektromagnetische velden (EMF) geplaatst in de omgeving van het lascircuit. De elektromagnetische velden kunnen interfereren met sommige medische toestellen (vb. Pace-maker, beademingstoestellen, metalen prothesen enz.). Er moeten adequate beschermende maatregelen getroen worden voor de dragers van deze toestellen. Zo moet bijvoorbeeld de toegang naar de gebruikszone van de lasmachine verboden worden. Deze lasmachine beantwoordt aan de technische standaards van het product voor het uitsluitend gebruik op industriële plaatsen voor professionele doeleinden. De overeenstemming met de basislimieten m.b.t. de menselijke blootstelling aan elektromagnetische velden in huiselijk milieu is niet gegarandeerd. De operator moet de volgende procedures gebruiken teneinde de blootstelling aan de elektromagnetische velden te verminderen: - De twee laskabels zo dicht mogelijk samen bevestigen. - Het hoofd en de romp van het lichaam zo ver mogelijk van het lascircuit houden. - De laskabels nooit rond het lichaam draaien. - Niet lassen met het lichaam midden in het lascircuit. Beide kabels langs hetzelfde gedeelte van het lichaam houden. - De retourkabel van de lasstroom verbinden met het te lassen stuk zo dicht mogelijk bij het lassen in uitvoering. - Niet lassen in de nabijheid van, zittend of steunend op de lasmachine (minimum afstand: 50cm). - Geen ferromagnetische voorwerpen in de nabijheid van het lascircuit laten. - Minimum afstand d=20cm (Afb. G). - Apparatuur van klasse A: Deze lasmachine beantwoordt aan de vereisten van de technische standaard van het product voor het uitsluitend gebruik op industriële plaatsen en voor professionele doeleinden. De overeenstemming met de elektromagnetische compatibiliteit is niet gegarandeerd in de gebouwen voor huiselijk gebruik en in gebouwen die rechtstreeks verbonden zijn met een voedingsnet aan lage spanning dat de gebouwen voor huiselijk gebruik voedt. SUPPLEMENTAIRE VOORZORGSMAATREGELEN - DE OPERATIES VAN HET LASSEN: - In een ruimte met een verhoogd risico van elektroshock - In aangrenzende ruimten - In aanwezigheid van ontvlambare of ontploende materialen MOETEN vooraf geëvalueerd worden door een ”Verantwoordelijke expert” en altijd uitgevoerd worden in aanwezigheid van andere personen die opgeleid zijn voor ingrepen in noodgeval. De technische beschermingsmiddelen beschreven in 7.10; A.8; A.10 van de norm ”EN 60974-9: Apparatuur voor booglassen. Deel 9: Installatie en gebruik” MOETEN gebruikt worden. - Het lassen MOET verboden zijn terwijl de lasmachine of de draadvoeder ondersteund wordt door de operator (vb. middels riemen). - Het lassen MOET verboden zijn met een operator die van de grond opgeheven staat, behoudens het eventueel gebruik van een veiligheidsplatform. - SPANNING TUSSEN ELEKTRODENHOUDER OF TOORTSEN: wanneer men werkt met meerdere lasmachines op een enkel stuk of op meerdere elektrisch verbonden stukken, kan er een gevaarlijke som van nullastspanningen tussen twee verschillende elektrodenhouders of toortsen gegenereerd worden, aan een waarde die het dubbel van de toegelaten limiet kan bereiken. Het is noodzakelijk dat een ervaren coördinator de- 51 - instrumentmeting uitvoert om te bepalen of er een risico bestaat, zodanig dat hij de geschikte beschermingsmaatregelen kan treen zoals wordt aangeduid in 7.9 van de norm ”EN 60974-9: Apparatuur voor booglassen. Deel 9: Installatie en gebruik”.

- OMKANTELING: de lasmachine op een horizontaal oppervlak plaatsen met een adequaat draagvermogen voor de massa; zoniet (vb. hellende, oneen bevloeringen enz...) bestaat het gevaar van omkanteling.

ONJUIST GEBRUIK: het gebruik van de lasmachine is gevaarlijk voor gelijk welke bewerking die verschilt van diegene die voorzien zijn (vb. ontvriezen van buizen van de waterleiding). - VERPLAATSING VAN HET LASAPPARAAT: bevestig de gases altijd met geschikte middelen om te voorkomen dat deze kan vallen (indien gebruikt). - De handgreep mag niet worden gebruikt om het lasapparaat aan op te hangen. De beschermingen en de mobiele gedeelten van het omhulsel van de lasmachine en van de draadvoeder moeten in hun stand staan voordat de lasmachine wordt verbonden met het voedingsnet. OPGELET! Gelijk welke manuele ingreep op gedeelten in beweging van de draadvoeder, bijvoorbeeld: - Vervanging rollen en/of draadgeleiders; - Invoer van de draad in de rollen; - Lading van de draadspoel; - Schoonmaak van de rollen, van de raderwerken en van de eronder staande zone; - Smering van de raderwerken.

Dit lasapparaat is een stroombron voor booglassen, speciaal vervaardigd voor MAG-lassen van koolstofstaal of laaggelegeerd staal met beschermgas CO

met massieve of holle (buisvormige) draadelektroden. Verder is het geschikt voor MIG-lassen van roestvrij staal met Argongas +1-2% zuurstof en van aluminium en CuSi (solderen) met Argon-gas, met draadelektroden die geschikt zijn voor het te lassen werkstuk. Ook kunnen er holle Flux-draden worden gebruikt die geschikt zijn voor gebruik zonder beschermgas, waarbij de polariteit van de toorts wordt aangepast volgens de aanwijzingen van de producent van de draad. In de SYNERGETISCHE werking kunnen de lasparameters snel en eenvoudig worden ingesteld om altijd een goede controle van de lasboog en de laskwaliteit te garanderen. Deze werking is vooral geschikt voor toepassingen in de kleinmetaal en voor koetswerk, voor het lassen van verzinkte platen, high stress roestvrijstaal (met hoge vloeigrens) en aluminium. MULTIPROCES-VERSIE: Het lasapparaat kan ook worden gebruikt voor TIG-lassen met gelijkstroom (DC), met start van de boog bij contact (LIFT ARC modus), van alle staalsoorten (koolstofstaal, laaggelegeerd en hooggelegeerd staal) en zware metalen (koper, nikkel, titanium en hun legeringen) met puur (99,9%) Ar beschermgas of, voor bijzondere toepassingen, met mengsels van Argon/Helium. Het apparaat kan ook worden gebruikt voor MMA-lassen met gelijkstroom (DC) met beklede elektroden (rutiel, zuur, basisch). BELANGRIJKSTE KENMERKEN MIG-MAG - Synergetische werking (automatisch); - Denitieve brandtijd (Burn-back) afhankelijk van de snelheid van de draad; - Thermostaatbeveiliging; - Bescherming tegen onbedoelde kortsluiting door contact tussen toorts en massa; - Bescherming tegen afwijkende voeding (voedingsspanning te hoog of te laag); - Omkering van de polariteit (Flux-lassen) (waar dat voorzien is); TIG (alleen multiproces-versie) - LIFT-ontsteking; MMA (alleen multiproces-versie) - Hot start- en anti-stick-apparaten vooraf ingesteld; - Instelling arc-force - Weergave van de aanbevolen elektrodediameter voor de lasstroom; STANDAARDACCESSOIRES - toorts; - retourkabel met aardeklem;

ACCESSOIRES OP AANVRAAG

- Adapter Argon-gases; - Wagen (waar dat voorzien is); - Automatisch donkerkleurend masker; - Kit MIG/MAG-lassen; - Kit MMA-lassen; - Kit TIG-lassen.

3. TECHNISCHE GEGEVENS

KENTEKENPLAAT De belangrijkste gegevens m.b.t. het gebruik en de prestaties van de lasmachine zijn samengevat op de kentekenplaat met de volgende betekenis: Fig. A

1- EUROPESE referentienorm voor de veiligheid en de bouw van de

machines voor booglassen.

2- Symbool van de binnenstructuur van de lasmachine.

3- Symbool van de voorziene lasprocedure.

4- Symbool S: wijst erop dat er lasoperaties mogen uitgevoerd worden

in een ruimte met een verhoogd risico van elektroshock (vb. in de onmiddellijke nabijheid van grote metalen massa’s).

5- Symbool van de voedingslijn:

1~ : eenfase wisselspanning; 3~ : driefasen wisselspanning.

6- Beschermingsgraad van het omhulsel.

7- Kentekens van de voedingslijn:

: Wisselspanning en voedingsfrequentie van de lasmachine (toegelaten limieten ±10%). - I 1 max : Maximum stroom verbruikt door de lijn . - I

: Eectieve voedingsstroom .

8- Prestaties van het lascircuit:

: Genormaliseerde overeenstemmende stroom en spanning die door de lasmachine tijdens het lassen kunnen verdeeld worden. - X : Verhouding intermittentie: duidt de tijd aan dat de machine de overeenstemmende stroom kan verdelen (zelfde kolom). Wordt uitgedrukt in %, op basis van een cyclus van 10min (vb. 60% = 6 minuten werk, 4 minuten pauze; en zo verder). Ingeval de gebruiksfactoren (van de kentekenplaat, die verwijzen naar 40°C ruimte) overschreden worden, wordt de ingreep van de thermische beveiliging bepaald ( de lasmachine blijft in stand-by tot haar temperatuur terug binnen de toegestane limieten ligt). - A/V-A/V : Duidt de gamma aan van de regeling van de lasstroom (minimum - maximum) aan de overeenstemmende boogspanning.

9- Inschrijvingsnummer voor de identicatie van de lasmachine

(noodzakelijk voor de technische service, de aanvraag van reserve onderdelen en het opzoeken van de oorsprong van het product).

: De waarde van de zekeringen met vertraagde werking moet voorzien worden voor de bescherming van de lij.

11- Symbolen m.b.t. de veiligheidsnormen waarvan de betekenis

aangeduid is in hoofdstuk 1 “Algemene veiligheid voor het booglassen”. Opmerking: Het aangegeven voorbeeld van de kentekenplaat geeft een indicatieve aanwijzing van de betekenis van de symbolen en van de cijfers; de exacte waarden van de technische gegevens van de lasmachine in uw bezit moeten rechtstreeks genomen worden van de kentekenplaat van de lasmachine zelf. ANDERE TECHNISCHE GEGEVENS: - LASAPPARAAT: zie tabel 1 (TAB. 1) - MIG-TOORTS: zie tabel 2 (TAB. 2) - TIG-TOORTS: zie tabel 3 (TAB. 3) - ELEKTRODEHOUDER: zie tabel 4 (TAB. 4) Het gewicht van het lasapparaat staat in tabel 1 (TAB. 1).- 52 -

1- Bedieningspaneel (zie beschrijving).

2- Laskabel en -toorts.

3- Retourkabel met massaklem.

4- Aansluiting toorts.

5- Positieve snelkoppeling (+) voor aansluiting van de laskabel.

6- Negatieve snelkoppeling (-) voor aansluiting van de laskabel.

7- Stekker voor snelle verbinding met de toortsaansluiting.

8- Hoofdschakelaar ON/OFF.

9- Aansluiting voor de beschermgasslang.

12- Negatieve klem (-).

N.B. Omkering van de polariteit voor FLUX-lassen (zonder gas). BEDIENINGSPANEEL VAN HET LASAPPARAAT (Fig. C)

1- Waarschuwingsled aanwezigheid netspanning.

2- Waarschuwingsled alarm (inschakeling beveiligingsthermostaat,

kortsluiting tussen toorts en massakabel, over-/onderspanning).

MIG-MAG-MODUS: Instelling van de dikte van het materiaal (lasvermogen). MMA-MODUS (alleen multiproces-versie): Regeling van de lasstroom met weergave van de aanbevolen elektrodediameter. TIG-MODUS (alleen multiproces-versie): Regeling van de lasstroom.

: Regeling van de lasnaad (lengte van de boog); : standaardinstelling. : lagere boogspanning. : hogere boogspanning. MMA-MODUS (alleen multiproces-versie): Regeling van de arc force (0-100%). TIG-MODUS (alleen multiproces-versie): niet ingeschakeld.

5- Selectieschakelaar voor de lasprocedure MIG-MAG, TIG of MMA

Zoek de installatieplaats van het lasapparaat zo uit dat er geen obstakels zijn bij de ingangs- en uitgangsopening van de koellucht; controleer ook of er geen geleidend stof, corrosief vocht etc. wordt opgezogen. Houd ten minste 250 mm ruimte vrij rondom het lasapparaat. LET OP! Zet het lasapparaat op een vlakke ondergrond die geschikt is om het gewicht ervan te dragen om omvallen of gevaarlijke verschuivingen te voorkomen.

AANSLUITEN OP HET ELEKTRICITEITSNET

- Controleer voor het uitvoeren van elektrische aansluitingen of de gegevens op het serieplaatje van het lasapparaat overeenkomen met de netspanning en –frequentie op de installatieplaats. - Het lasapparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een voedingssysteem met geaarde nulleider. - Gebruik aardlekschakelaars van het volgende type als bescherming tegen indirect contact: - Type A ( ) voor eenfase-machines. - Om aan de vereisten van de norm EN 61000-3-11 (Flicker) te voldoen, wordt aangeraden het lasapparaat aan te sluiten op de interfacepunten van het stroomnet met een impedantie van minder dan Zmax = 0.24 ohm. - Het lasapparaat voldoet niet aan de vereisten van de norm IEC/EN- 61000-3-12. Als het wordt aangesloten op een openbaar stroomnet, is het de verantwoordelijkheid van de installateur of van de gebruiker om te controleren of het lasapparaat kan worden aangesloten (raadpleeg indien nodig de beheerder van het distributienetwerk). Stekker en contactdoos Sluit de stekker van de voedingskabel aan op een contactdoos met zekeringen of automatische schakelaar; de aardklem moet op de aardgeleider (geel-groen) van de voedingsleiding worden aangesloten. In tabel 1 (TAB 1) staan de aangeraden waarden in ampère van de vertragingszekeringen op basis van de maximale nominale stroom die wordt afgegeven door het lasapparaat en van de nominale voedingsspanning. LET OP! Als de bovenstaande regels niet in acht worden genomen, werkt het veiligheidssysteem van de constructeur (klasse

I) niet meer, met de daaruit volgende ernstige risico’s voor personen

(bijv. elektrische schok) en zaken (bijv. brand).

) op basis van de maximale stroom die wordt afgegeven door het lasapparaat. Verder: - Draai de connectoren van de laskabels helemaal in de snelkoppelingen (als die er zijn), voor een perfect elektrisch contact; als u dat niet doet, zullen de connectoren zelf oververhit raken en daardoor snel verslijten en minder eciënt gaan werken. - Gebruik zo kort mogelijke laskabels. - Gebruik geen metalen constructies die geen deel uitmaken van het werkstuk als vervanging van de retourkabel van de lasstroom; dat kan gevaarlijk zijn voor de veiligheid en slechte lasresultaten opleveren.

AANSLUITINGEN VAN HET LASCIRCUIT IN MIG-MAG-MODUS

Aansluiting op de gases (als die wordt gebruikt) - De gases kan op de trolley worden gezet: max. 30 kg. - Gases laadbaar op het steunvlak es van de lasmachine: max 30 kg (alleen voor de versie 180A). - Draai de drukverlager(*) aan het ventiel van de gases vast en breng het speciaal als accessoire geleverde verloopstuk ertussen aan, als er Argongas of een mengsel van Argon/CO

wordt gebruikt. - Sluit de gastoevoerslang aan op de drukverlager en trek het bandje vast. - Draai de regelknop van de drukverlager losser voordat u het ventiel van de gases opent. (*) Apart aan te schaen accessoire als het niet bij het product wordt geleverd.- 53 - Aansluiting retourkabel van de lasstroom Deze moet worden aangesloten op het te lassen werkstuk of op de werkbank waarop het ligt, zo dicht mogelijk bij de verbinding die wordt gemaakt. Toorts Bereid de toorts voor bij de eerste maal laden van de draad door het mondstuk en het contactbuisje te demonteren zodat de draad beter naar buiten kan komen. Interne omkering van de polariteit Fig. B1 - Open het luik van de haspelruimte. - MIG/MAG-lassen (gas): - Sluit de kabel van de toorts aan op de rode klem (+) (Fig. B-11). - Sluit de retourkabel met klem aan op de negatieve snelkoppeling (-) (Fig. B-12). - FLUX-lassen (zonder gas): - Sluit de kabel van de toorts aan op de zwarte klem (-) (Fig. B-12). - Sluit de retourkabel met klem aan op de positieve snelkoppeling (+) (Fig. B-11). - Sluit het luik van de haspelruimte. Externe omkering van de polariteit (alleen multiproces-versie) Fig. B1 - MIG/MAG-lassen (gas): - Sluit de kabel van de toorts aan op de toortsaansluiting (Fig. B-4). - Sluit de stekker voor snelle verbinding (Fig. B-7) aan op de positieve snelkoppeling (+) (Fig. B-5). - Sluit de retourkabel met klem aan op de negatieve snelkoppeling (-) (Fig. B-6). - FLUX-lassen (zonder gas): - Sluit de kabel van de toorts aan op de toortsaansluiting (Fig. B-4). - Sluit de stekker voor snelle verbinding (Fig. B-7) aan op de negatieve snelkoppeling (-) (Fig. B-6). - Sluit de retourkabel met klem aan op de positieve snelkoppeling (+) (Fig. B-5).

AANSLUITINGEN VAN HET LASCIRCUIT IN TIG-MODUS

Aansluiting op de gases - Schroef de drukverlager op het ventiel van de gases met, indien nodig, het speciale verloopstuk ertussen dat als accessoire wordt geleverd. - Sluit de gastoevoerslang aan op de drukverlager en maak het bijgeleverde bandje vast. - Draai de regelring van de drukverlager los voordat u het ventiel van de gases opent. - Open de gases en regel de hoeveelheid gas (l/min) volgens de indicatieve gebruiksgegevens, zie tabel (TAB. 5); eventuele aanpassingen van de gasuitstroom kunnen tijdens het lassen worden uitgevoerd met de ring van de drukverlager. Controleer of de leidingen en aansluitingen niet lekken. OPGELET! Sluit altijd het ventiel van de gases als u klaar bent. Aansluiting retourkabel lasstroom - Deze moet worden aangesloten op het te lassen werkstuk of op de metalen werkbank waarop dit ligt, zo dicht mogelijk bij de las die wordt uitgevoerd. Deze kabel moet worden aangesloten op de klem met het symbool (+) (Fig. B-5). Toorts - Breng de kabel van de klemelektrode aan in de speciale snelklem (-) (Fig. B-6). Sluit de gasslang van de toorts aan op de gases.

AANSLUITINGEN VAN HET LASCIRCUIT IN MMA-MODUS

Vrijwel alle beklede elektroden moeten op de positieve pool (+) van de generator worden aangesloten; bij uitzondering op de negatieve pool (-) voor elektroden met zure bekleding. Aansluiting laskabel elektrodehouder (Fig. D2) Brengt een speciale klem op de pool aan die het onbedekte gedeelte van de elektrode moet vastklemmen. Deze kabel moet worden aangesloten op de klem met het symbool (+) (Fig. B-5). Aansluiting retourkabel lasstroom - Deze moet worden aangesloten op het te lassen werkstuk of op de metalen werkbank waarop dit ligt, zo dicht mogelijk bij de las die wordt uitgevoerd. Deze kabel moet worden aangesloten op de klem met het symbool (-) (Fig. B-6). LADING DRAAD SPOEL (Fig. E) OPGELET! VOORDAT MEN BEGINT MET DE LAADOPERATIES VAN DE DRAAD, MOET MEN CONTROLEREN OF DE LASMACHINE UITGESCHAKELD IS EN LOSGEKOPPELD IS VAN HET VOEDINGSNET. VERIFIËREN OF DE ROLLEN DRAADTREKKER, HET OMHULSEL DRAADGELEIDER EN HET CONTACTBUISJE VAN DE TOORTS OVEREENSTEMMEN MET DE DIAMETER EN DE AARD VAN DE DRAAD DIE MEN WENST TE GEBRUIKEN EN OF ZE CORRECT GEMONTEERD ZIJN. TIJDENS DE FASEN VAN INVOER VAN DE DRAAD GEEN BESCHERMENDE HANDSCHOENEN DRAGEN. - De ruimte haspel openen. - De draadspoel op de haspel plaatsen, en hierbij het uiteinde van de draad naar boven houden, controleren of de aandrijfpin van de haspel op correcte wijze in het voorzien gat behuisd is (1a). - De contrarol/rollen van druk vrijmaken en verwijderen van de onderste rol/rollen (2a-b). - Veriëren of de rol/rollen van tractie geschikt is/zijn voor de gebruikte draad (2c). - Het uiteinde van de draad vrijmaken, het vervormd uiteinde recht en zonder bramen afknippen, de spoel draaien tegen de wijzers van de klok en het uiteinde van de draad in de draadgeleider van de ingang steken en 50-100mm in de draadgeleider van de aansluiting toorts (2d) duwen. - De contrarol/rollen terugplaatsen en de druk ervan regelen op een gemiddelde waarde; veriëren of de draad correct geplaatst is in de uitholling van de onderste rol (3). - De sproeier en het contactbuisje wegnemen (4a). - De stekker in het stopcontact steken, de lasmachine aanschakelen, de drukknop toorts of de drukknop voorwaartse beweging draad op het bedieningspaneel (indien aanwezig) indrukken en wachten tot het uiteinde van de draad, nadat hij heel het omhulsel van de draadgeleider doorlopen heeft 10-15cm uit het voorste gedelete van de toorts steekt, de drukknop loslaten. OPGELET! Tijdens deze operaties is de draad onder elektrische spanning onderworpen aan mechanische inspanningen; indien men niet de geschikte voorzorgsmaatregelen treft, kan dit leiden tot gevaar voor elektroshock, kwetsingen en ontstaan van elektrische bogen. - Het mondstuk van de toorts niet tegen lichaamsdelen richten. - De toorts niet naar de gases brengen. - Het contactbuisje en de sproeier terug op de toorts monteren (4b). - Veriëren of de voorwaartse beweging van de draad regelmatig verloopt; de druk van de rollen en de afremming van de haspel ijken op de mogelijke minimum waarden en hierbij veriëren of de draad niet glijdt in de uitholling en of op het ogenblik van de stilstand van de tractie de draadwikkelingen niet los geraken wegens een excessieve inertie van de spoel. - Het uiteinde van de uit de sproeier komende draad op 10-15mm afknippen. - De ruimte haspel sluiten.

6. LASSEN: BESCHRIJVING VAN DE PROCEDURE

SHORT ARC (KORTE BOOG) Het smelten van de draad en het afscheiden van de druppel gebeurt door opeenvolgende kortsluitingen van de punt van de draad in het smeltbad (tot 200 maal per seconde). De vrije lengte van de draad (stick-out) ligt gewoonlijk tussen de 5 en de 12 mm. Koolstofstaal en laaggelegeerd staal - Bruikbare draaddiameters: 0.6 - 0.8 mm (1.0 mm - versie 180 A) - Bruikbaar gas: CO

Roestvrij staal - Bruikbare draaddiameters: 0.8 mm (1.0 mm - versie 180 A) - Bruikbaar gas: mengsel Ar/O

(1-2%) Aluminium en CuSi - Bruikbare draaddiameters: 0.8 - 1.0 mm - Bruikbaar gas: Ar Holle draad - Bruikbare draaddiameters: 0.8 - 1.2 mm (versie 140 A)

0.8 - 0.9mm (versie 115 A)

- Bruikbaar gas: Geen- 54 - BESCHERMGAS De stroomsnelheid van het beschermgas moet 8-14 l/min zijn.

DE VORM VAN DE LASNAAD REGELEN

De vorm van de lasnaad wordt geregeld met de knop (Fig. C-4) die de lengte van de lasboog instelt en vervolgens bepaalt of de naar de las toegevoerde temperatuur hoger of lager moet zijn. Raadpleeg de tabel op de machine (Fig. F) om de knop (Fig. C-4) in te stellen afhankelijk van het materiaal, de draad en het gebruikte gas. De punten A, B, C, D zijn goede uitgangspunten voor lassen in verschillende werkomstandigheden. Bolle vorm: Dit betekent dat er weinig toevoer van warmte is, waardoor de las “koud” is, met weinig penetratie; draai de knop dan naar rechts om meer warmte toe te voeren voor een meer gesmolten las. Holle vorm: Dit betekent dat er veel toevoer van warmte is, waardoor de las te “warm” is, met te veel penetratie; draai de knop dan naar links voor een minder gesmolten las.

De dikte wordt ingesteld met de knop (Fig. C-3) waarmee het lasvermogen wordt geregeld op basis van de dikte van de metaalplaat en die tegelijkertijd invloed heeft op de snelheid van de draadtrekker en de hoeveelheid stroom die op de toevoegdraad wordt overgedragen. Raadpleeg de tabel op de machine (Fig. F) om de knop (Fig. C-3) in te stellen afhankelijk van het materiaal, de draad, het gas en de dikte die u wilt lassen.

7. TIG DC LASSEN: BESCHRIJVING VAN DE PROCEDURE (alleen

multiproces-versie) BASISPRINCIPES TIG DC-lassen is geschikt voor alle staalsoorten met een laag of hoog koolstofgehalte en voor zware metalen als koper, nikkel, titanium en hun legeringen (Fig. H). Voor TIG DC-lassen met elektrode op de negatieve pool (-) wordt gewoonlijk een elektrode met 2% cerium gebruikt (grijze band). De wolfraamelektrode moet axiaal op de schijf worden gericht, zie Fig. I, waarbij de punt perfect concentrisch moet zijn om afwijkingen van de boog te voorkomen. Het slijpen moet in de lengterichting van de elektrode worden uitgevoerd. Dit moet periodiek worden uitgevoerd, afhankelijk van het gebruik en de slijtage van de elektrode of wanneer de elektrode vervuild is geraakt, is geoxideerd of niet juist is gebruikt. Om goed te lassen, moet de exacte diameter van de elektrode met de exacte stroom worden gebruikt, zie tabel (TAB. 5). Gewoonlijk steekt de elektrode 2-3 mm uit het keramische mondstuk. Dit kan 8 mm worden bij lassen onder een hoek. Het lassen gebeurt door samensmelting van de randen van de las. Voor dunne gedeelten die goed zijn voorbereid (tot ongeveer 1mm) is geen toevoegmateriaal nodig (Fig. L). Voor grotere dikten zijn staaes met dezelfde samenstelling als het basismateriaal nodig die de juiste diameter hebben en moeten de randen goed worden voorbereid (Fig. M). Voor een goed lasresultaat moeten de delen goed worden schoongemaakt en moeten ze vrij zijn van roest, olie, vet, oplosmiddelen, etc. PROCEDURE (LIFT START) - Stel de lasstroom in op de gewenste waarde met de knop C-3; Pas de stroom tijdens het lassen aan aan de werkelijke benodigde warmtetoevoer. - Controleer of het gas goed uit de toorts stroomt. De elektrische boog wordt gestart door de wolfraam-elektrode in contact te brengen met en weer te verwijderen van het te lassen werkstuk. Deze startmethode veroorzaakt minder elektrisch- uitgestraalde storing en verlaagt wolfraaminsluitingen en slijtage van de elektrode. - Plaats de punt van de elektrode met lichte druk op het werkstuk. - Til de elektrode onmiddellijk 2÷3 mm op om de boog te ontsteken. Eerst geeft het lasapparaat minder stroom af. Na enkele ogenblikken wordt de ingestelde lasstroom afgegeven. - Om het lassen te stoppen, tilt u de elektrode snel van het werkstuk af.

8. MMA-LASSEN: BESCHRIJVING VAN DE PROCEDURE (alleen

multiproces-versie) BASISPRINCIPES - Het is noodzakelijk om de aanwijzingen van de fabrikant te raadplegen die op de verpakking van de gebruikte elektroden staan en die de juiste polariteit van de elektrode en de bijbehorende optimale stroom aangeven. - De lasstroom moet afhankelijk van de diameter van de gebruikte elektrode en het type las dat u wilt uitvoeren worden ingesteld; een indicatie van de bruikbare stromen voor de verschillende elektrodediameters: Ø Elektrode (mm) Lasstroom (A) Min. Max.

- Bedenk dat er bij gelijke elektrodediameters hoge lasstromen moeten worden gebruikt bij lassen op een vlakke ondergrond, terwijl er bij verticaal of boven het hoofd lassen een lagere stroom moet worden gebruikt. - De mechanische kenmerken van de las worden, naast de gekozen intensiteit van de stroom, bepaald door de andere lasparameters zoals lengte van de boog, snelheid en positie van de uitvoering, diameter en kwaliteit van de elektroden (om de elektroden op de juiste manier te bewaren, moeten ze worden beschermd tegen vocht, in hun speciale verpakkingen of houders). OPGELET: Afhankelijk van het merk, het type en de dikte van de bekleding van de elektroden, kan er instabiliteit van de boog optreden die wordt veroorzaakt door de samenstelling van de elektrode. PROCEDURE - Houd het masker VOOR HET GEZICHT en wrijf de punt van de elektrode over het te lassen werkstuk met dezelfde beweging als wanneer u een lucifer aansteekt; dit is de meest correcte methode om de boog te starten. OPGELET: NIET met de elektrode op het werkstuk TIKKEN; dan kan de bekleding beschadigen en wordt het moeilijk de boog te starten. - Probeer zodra de boog is gestart een afstand die net zo groot is als de diameter van de gebruikte elektrode te houden van het werkstuk en houd deze afstand zo constant mogelijk tijdens het lassen; vergeet niet dat de elektrode ongeveer 20-30 graden moet overhellen in de werkrichting. - Breng aan het einde van de lasnaad het uiteinde van de elektrode iets naar achteren ten opzichte van de werkrichting, boven de krater om deze op te vullen. Til daarna de elektrode snel uit het smeltbad om de boog te stoppen (De lasnaad - Fig. N).

UITVOERT, MOET MEN VERIFIËREN OF DE LASMACHINE UITGESCHAKELD IS EN LOSGEKOPPELD IS VAN HET VOEDINGSNET. GEWOON ONDERHOUD DE OPERATIES VAN GEWOON ONDERHOUD KUNNEN UITGEVOERD WORDEN DOOR DE OPERATOR. Toorts - Vermijden de toorts en haar kabel te doen steunen op warme stukken; dit zou het smelten van de isolerende materialen kunnen veroorzaken en bijgevolg de toorts snel buiten werking stellen. - Regelmatig de dichting van de leiding en de gasaansluitingen controleren. - Bij elke vervanging van de draadspoel met droge perslucht (max 5bar) in het omhulsel draadgeleider blazen, de integriteit ervan veriëren. - Minstens een keer per dag de staat van slijtage en de correctheid van de montage van de uiteinden van de toorts controleren: sproeier, contactbuisje, gasdiusor. Draadvoeder - Regelmatig de staat van slijtage van de rollen draadtrekker veriëren, regelmatig het metalen stof wegnemen dat zich heeft afgezet in de tractiezone (rollen en draadgeleider van ingang en uitgang). BUITENGEWOON ONDERHOUD

GESCHOOLD PERSONEEL OP HET GEBIED VAN ELEKTRONICA- MECHANICA EN OVEREENKOMSTIG DE TECHNISCHE NORM IEC/EN- 55 - 60974-4. OPGELET! VOORDAT MEN DE PANELEN VAN DE LASMACHINE WEGNEEMT EN NAAR DE BINNENKANT ERVAN GAAT, MOET MEN CONTROLEREN OF DE LASMACHINE UITGESCHAKELD IS EN LOSGEKOPPELD IS VAN HET VOEDINGSNET. Eventuele controles uitgevoerd onder spanning aan de binnenkant van de lasmachine kunnen zware elektroshocks veroorzaken gegenereerd door een rechtstreeks contact met gedeelten onder spanning en/of kwetsingen te wijten aan een rechtstreeks contact met organen in beweging. - Regelmatig en in ieder geval met een zekere frequentie in functie van het gebruik en de stofgraad van de ruimte, de binnenkant van de lasmachine nakijken en het stof wegnemen dat zich heeft afgezet op de transformator, de reactantie en de gelijkrichter middels een straal droge perslucht (max 10bar). - Vermijden de straal perslucht te richten op de elektronische ches; zorgen voor hun eventuele schoonmaak met een heel zachte borstel of geschikte oplosmiddelen. - Bij gelegenheid veriëren of de elektrische verbindingen goed vastgedraaid zijn en of de bekabelingen geen beschadigingen aan de isolering vertonen. - Op het einde van deze operaties moet men de panelen van de lasmachine terug monteren en hierbij de stelschroeven tot op het einde toe vastdraaien. - Strikt vermijden de lasoperaties uit te voeren met een open lasmachine. - Nadat men het onderhoud of de reparatie heeft uitgevoerd, de verbindingen en bekabelingen herstellen zoals ze oorspronkelijk waren en erop letten dat ze niet in contact komen met componenten in beweging of met componenten die hoge temperaturen kunnen bereiken. Alle geleiders omwikkelen zoals ze oorspronkelijk waren en erop letten dat de verbindingen van de primaire transformator in hoge spanning goed gescheiden zijn van die van de secundaire transformators in lage spanning. Alle aanpasstukken en de originele schroeven gebruiken om de constructie terug te sluiten.

10. PROBLEEMOPLOSSINGEN

BIJ SLECHTE PRESTATIES EN ALVORENS SYSTEMATISCHE CONTROLES UIT VOEREN OF DE HULP VAN EEN SERVICECENTRUM IN TE ROEPEN, CONTROLEREN OF: - Met de hoofdschakelaar op ”ON”, het betreende controlelampje brandt; als dit niet het geval mocht zijn is het waarschijnlijk dat de oorzaak van het probleem in de netvoeding (kabels, stopcontact, stekker, zekeringen enz.) dient te worden gezocht. - Controleer of het gele controlelampje, dat de inwerkingtreding van de thermische beveiliging voor over- of onderspanning of kortsluiting aangeeft, wel uit is. - Controleer of de nominale intermittentieverhouding juist is. In het geval dat de thermostatische beveiliging in werking treedt, dient de machine uit zichzelf af te koelen. Controleer de werking van de ventilator. - De spanning van de lijn controleren: indien de waarde te hoog of te laag is blijft de lasmachine geblokkeerd. - Controleer of er geen kortsluiting is aan de uitgang van de machine. Mocht dat het geval zijn, los deze storing dan op. - De aansluitingen van het lascircuit op correcte wijze zijn uitgevoerd, vooral of de massaklem goed, zonder tussenkomst van isolerende materialen (bijv. verf), aan het stuk is bevestigd. - Het gebruikte beschermingsgas juist is (en in de juiste hoeveelheid). (HU)

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Telwin

Model : Maxima 200

Categorie : Lasapparaat