Infinity 150 - Lasapparaat Telwin - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Infinity 150 Telwin in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Infinity 150 - Telwin en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Infinity 150 van het merk Telwin.
GEBRUIKSAANWIJZING Infinity 150 Telwin
De operator moet voldoende ingelicht zijn voor wat betreft een veilig gebruik van de lasmachine en over de risico’s in verband met de procedures van het booglassen, de desbetreende beschermingsmaatregelen en procedures bij noodgevallen. (Ook de norm “EN 60974-9 raadplegen: Apparatuur voor booglassen. Deel 9: Installatie en gebruik”). - Rechtstreeks contact met de lascircuits vermijden; de nullastspanning geleverd door de lasmachine kan in bepaalde gevallen gevaarlijk zijn. - De verbinding van de laskabels, de operaties van nazicht en reparatie moeten uitgevoerd worden met een uitgeschakelde lasmachine die losgekoppeld is van het voedingsnet. - De lasmachine uitschakelen en loskoppelen van het voedingsnet voordat men de versleten elementen van de toorts vervangt. - De elektrische installatie uitvoeren volgens de voorziene ongevallenpreventienormen en -wetten. - De lasmachine mag uitsluitend verbonden worden met een voedingsnet met een neutraalgeleider verbonden met de aarde. - Veriëren of het voedingscontact correct verbonden is met de beschermende aarde. - De lasmachine niet gebruiken in vochtige of natte ruimten of in de regen. - Geen kabels met een versleten isolering of met loszittende verbindingen gebruiken. - Niet lassen op containers, bakken of leidingen die vloeibare of gasachtige ontvlambare producten bevatten of bevat hebben. - Vermijden te werken op materialen die schoongemaakt zijn met chloorhoudende oplosmiddelen of in de nabijheid van dergelijke producten. - Niet lassen op bakken onder druk. - Alle ontvlambare producten uit de werkzone verwijderen (vb. hout, papier, vodden, enz.). - Zorgen voor een adequate ventilatie of voor geschikte middelen voor de afvoer van de lasrook in de nabijheid van de boog; er is een systematische benadering nodig voor de evaluatie van de limieten van blootstelling aan de lasrook in functie van hun samenstelling, concentratie en tijdsduur van de blootstelling zelf. - De gases (indien gebruikt) beschermen tegen warmtebronnen, inbegrepen zonnestralen). - Een adequate elektrische isolering gebruiken tegen de elektrode, het stuk in bewerking en eventuele op de grond geplaatste metalen elementen die in de nabijheid staan (die toegankelijk zijn). Dit kan normaal bekomen worden door het dragen van handschoenen, veiligheidsschoeisel, hoofddeksels en voor dit doel voorziene kledij en middels het gebruik van voetplanken of isolerende tapijten. - Bescherm de ogen altijd met de juiste lters die voldoen aan UNI EN 169 of UNI EN 379, aangebracht op maskers of helmen die voldoen aan UNI EN 175. Gebruik speciale brandwerende beschermende kleding (volgens UNI EN 11611) en lashandschoenen (volgens UNI EN 12477) om te voorkomen dat de huid wordt blootgesteld aan de ultraviolette en infraroodstraling van de lasboog; andere personen die zich in de buurt van de lasboog bevinden, moeten worden beschermd door middel van niet-reecterende schermen of gordijnen. - Geluid: Als er door bijzonder intensieve laswerkzaamheden een niveau van dagelijkse blootstelling (LEPd) bestaat van 85 dB(A) of hoger, is het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen verplicht (Tab. 1). - De doorgang van de lasstroom veroorzaakt het ontstaan van elektromagnetische velden (EMF) geplaatst in de omgeving van het lascircuit. De elektromagnetische velden kunnen interfereren met sommige medische toestellen (vb. Pace-maker, beademingstoestellen, metalen prothesen enz.). Er moeten adequate beschermende maatregelen getroen worden voor de dragers van deze toestellen. Zo moet bijvoorbeeld de toegang naar de gebruikszone van de lasmachine verboden worden. Deze lasmachine beantwoordt aan de technische standaards van het product voor het uitsluitend gebruik op industriële plaatsen voor professionele doeleinden. De overeenstemming met de basislimieten m.b.t. de menselijke blootstelling aan elektromagnetische velden in huiselijk milieu is niet gegarandeerd. De operator moet de volgende procedures gebruiken teneinde de blootstelling aan de elektromagnetische velden te verminderen: - De twee laskabels zo dicht mogelijk samen bevestigen. - Het hoofd en de romp van het lichaam zo ver mogelijk van het lascircuit houden. - De laskabels nooit rond het lichaam draaien. - Niet lassen met het lichaam midden in het lascircuit. Beide kabels langs hetzelfde gedeelte van het lichaam houden. - De retourkabel van de lasstroom verbinden met het te lassen stuk zo dicht mogelijk bij het lassen in uitvoering. - Niet lassen in de nabijheid van, zittend of steunend op de lasmachine (minimum afstand: 50cm). - Geen ferromagnetische voorwerpen in de nabijheid van het lascircuit laten. - Minimum afstand d=20cm (Afb. I). - Apparatuur van klasse A: Deze lasmachine beantwoordt aan de vereisten van de technische standaard van het product voor het uitsluitend gebruik op industriële plaatsen en voor professionele doeleinden. De overeenstemming met de elektromagnetische compatibiliteit is niet gegarandeerd in de gebouwen voor huiselijk gebruik en in gebouwen die rechtstreeks verbonden zijn met een voedingsnet aan lage spanning dat de gebouwen voor huiselijk gebruik voedt. SUPPLEMENTAIRE VOORZORGSMAATREGELEN - DE OPERATIES VAN HET LASSEN: - In een ruimte met een verhoogd risico van elektroshock - In aangrenzende ruimten - In aanwezigheid van ontvlambare of ontploende materialen MOETEN vooraf geëvalueerd worden door een ”Verantwoordelijke expert” en altijd uitgevoerd worden in aanwezigheid van andere personen die opgeleid zijn voor ingrepen in noodgeval. De technische beschermingsmiddelen beschreven in 7.10; A.8; A.10 van de norm “EN 60974-9: Apparatuur voor booglassen. Deel 9: Installatie en gebruik” MOETEN gebruikt worden. - Het lassen MOET verboden zijn met een operator die van de grond opgeheven staat, behoudens het eventueel gebruik van een veiligheidsplatform. - SPANNING TUSSEN ELEKTRODENHOUDER OF TOORTSEN: wanneer men werkt met meerdere lasmachines op een enkel stuk of op meerdere elektrisch verbonden stukken, kan er een gevaarlijke som van nullastspanningen tussen twee verschillende elektrodenhouders of toortsen gegenereerd worden, aan een waarde die het dubbel van de toegelaten limiet kan bereiken. Het is noodzakelijk dat een ervaren coördinator de instrumentmeting uitvoert om te bepalen of er een risico bestaat, zodanig dat hij de geschikte beschermingsmaatregelen kan treen zoals wordt aangeduid in 7.9 van de norm “EN 60974-9: Apparatuur voor booglassen. Deel 9: Installatie en gebruik”.- 36 -
- ONJUIST GEBRUIK: het gebruik van de lasmachine is gevaarlijk voor gelijk welke bewerking die verschilt van diegene die voorzien zijn (vb. ontvriezen van buizen van de waterleiding). - De handgreep mag niet worden gebruikt om het lasapparaat aan op te hangen.
2. INLEIDING EN ALGEMENE BESCHRIJVING
Deze lasmachine is een stroombron voor het booglassen, speciaal gerealiseerd voor het MMA-lassen in continue stroom (DC) . De specieke karakteristieken van dit systeem van regeling (INVERTER), zoals de hoge snelheid en de nauwkeurigheid van de regeling, geven aan de lasmachine uitzonderlijke kwaliteiten bij het lassen van alle beklede elektroden (rutiel, zure, basische). De regeling met het systeem ”inverter” aan de ingang van de voedingslijn (primaire) bepaalt bovendien een drastische reductie van volume zowel van de transformator als van de reactantie van nivellering waarbij de bouw van een lasmachine wordt mogelijk gemaakt met een uitzonderlijk beperkt volume en gewicht en met een benadrukking van de eigenschappen van gemakkelijke manipulatie en comfortabel vervoer. ACCESSOIRES GELEVERD OP AANVRAAG: - Kit MMA-lassen.
3. TECHNISCHE GEGEVENS
KENTEKENPLAAT De belangrijkste gegevens m.b.t. het gebruik en de prestaties van de lasmachine zijn samengevat op de kentekenplaat met de volgende betekenis: Afb. A
1- Beschermingsgraad van het omhulsel.
2- Symbool van de voedingslijn:
1~: eenfase wisselspanning;
3- Symbool S: wijst erop dat er lasoperaties mogen uitgevoerd worden
in een ruimte met een verhoogd risico van elektroshock (vb. in de onmiddellijke nabijheid van grote metalen massa’s).
4- Symbool van de voorziene lasprocedure.
5- Symbool van de binnenstructuur van de lasmachine.
6- EUROPESE referentienorm voor de veiligheid en de bouw van de
machines voor booglassen.
7- Inschrijvingsnummer voor de identicatie van de lasmachine
(noodzakelijk voor de technische service, de aanvraag van reserve onderdelen en het opzoeken van de oorsprong van het product).
8- Prestaties van het lascircuit:
: Genormaliseerde overeenstemmende stroom en spanning die door de lasmachine tijdens het lassen kunnen verdeeld worden. - X : Verhouding intermittentie: duidt de tijd aan dat de machine de overeenstemmende stroom kan verdelen (zelfde kolom). Wordt uitgedrukt in %, op basis van een cyclus van 10 minuten (vb. 60% = 6 minuten werk, 4 minuten pauze; en zo verder). Ingeval de gebruiksfactoren (van de kentekenplaat, die verwijzen naar 40°C ruimte) overschreden worden, wordt de ingreep van de thermische beveiliging bepaald ( de lasmachine blijft in stand-by tot haar temperatuur terug binnen de toegestane limieten ligt). - A/V-A/V: Duidt de gamma aan van de regeling van de lasstroom (minimum - maximum) aan de overeenstemmende boogspanning.
9- Kentekens van de voedingslijn:
: Wisselspanning en voedingsfrequentie van de lasmachine (toegelaten limieten ±10%): - I 1 max : Maximum stroom verbruikt door de lijn. - I
: Eectieve voedingsstroom .
: De waarde van de zekeringen met vertraagde werking moet voorzien worden voor de bescherming van de lij.
11- Symbolen m.b.t. de veiligheidsnormen waarvan de betekenis
aangeduid is in hoofdstuk 1 “Algemene veiligheid voor het booglassen ”. Opmerking: Het aangegeven voorbeeld van de kentekenplaat geeft een indicatieve aanwijzing van de betekenis van de symbolen en van de cijfers; de exacte waarden van de technische gegevens van de lasmachine in uw bezit moeten rechtstreeks genomen worden van de kentekenplaat van de lasmachine zelf. ANDERE TECHNISCHE GEGEVENS: - LASMACHINE: - zie tabel 1 (TAB.1) - %USE AT 20°C (indien aanwezig op de mantel van de lasmachine). USE AT 20°C, drukt voor iedere diameter (Ø ELEKTRODE) het aantal elektroden uit die gelast kunnen worden in een tijdsinterval van 10 minuten (ELECTRODES 10 MIN) op 20°C met pauze van 20 seconden voor iedere verandering elektrode; dit gegeven wordt ook aangeduid in percentage-waarde (%USE) in vergelijking met het maximum aantal van lasbare elektroden. - TANG ELEKTRODENHOUDER: zie tabel 2 (TAB.2) Het gewicht van de lasmachine staat aangeduid in tabel 1 (TAB.1)
4. BESCHRIJVING VAN DE LASMACHINE
De machine bestaat voornamelijk uit een, voor een maximale betrouwbaarheid en beperkt onderhoud geoptimaliseerde en op een voorgedrukt circuit gemonteerde, kracht- en regel/controlemodule. Afb. B
1- Ingang voedingslijn (1~), groep gelijkrichter en condensators van
2- Transistorschakelbrug (IGBT) en stuurtrappen; zet de
gelijkgerichtenetspanning om in hoge frequentie wisselspanning en regelt het vermogen afhankelijk van de voor het lassen noodzakelijke stroom/Spanning.
3- Hoogfrequentietransformator: de eerste wikkeling wordt door de
van blok 2 afkomstige omgezette spanning gevoed; deze dient om de spanning aan de waarden noodzakelijk voor de booglasoperaties aan te passen en tegelijkertijd om het lascircuit op galvanische wijze van de voedingsspanning te isoleren.
4- Secundaire gelijkrichtbrug met afvlakinductantie: zet de door
de secundaire wikkeling geleverde spanning / stroom om in gelijkstroom / spanning met uiterst lage golving.
5- Controle- en regelelektronica: meet continu de waarde van de
lasstroomtransistors en vergelijkt deze met de door de gebruiker ingestelde waarde; moduleert de bedieningsimpulsen van de stuurtrappen van de POWER MOS die voor de regeling zorgen. Bepaalt het dynamisch antwoord van de stroom tijdens de smelting van de elektrode (onmiddellijke kortsluitingen), en bestuurt de veiligheidssystemen. In het model “DUAL VOLTAGE AUTOMATIC” bestaat een inrichting die automatisch de spanning van het net erkent (115V ac - 230V ac) en de machine voorinstelt voor een correcte werking. De gebruiker is in staat te begrijpen of de machine gevoed is aan a 115V ac of 230V ac dank zij de kleur van de led (Afb. C (3)). - LED GROENE KLEUR wijst erop dat de machine aangesloten is op het net aan 230V ac. - LED ORANJE KLEUR wijst erop dat de machine aangesloten is op het net aan 115V ac. Tijdens de werking met de modaliteit 115V ac is het mogelijk dat de machine, omwille van een langdurige en zware overspanning, uit veiligheidsredenen omschakelt naar de modaliteit 230V ac. In dit geval moet men om het lassen te hervatten de machine af- en terug aanzetten. De machine alleen terug aanzetten nadat de led (Afb. C (3)) volledig uit is.
1- Positieve snelverbinding (+) voor aansluiting van de laskabel.
2- GEEL CONTROLELAMPJE: deze gaat branden als de lasstroom
wordt geblokkeerd om een van de volgende redenen: - Thermische beveiliging: in de machine heeft zich een te hoge temperatuur ontwikkeld. De machine blijft aanstaan zonder dat er stroom wordt toegevoerd, totdat de normale temperatuur weer bereikt is. De herstelprocedure wordt automatisch uitgevoerd. - Beveiliging tegen over- en onderspanning van de leiding: de machine wordt geblokkeerd: de voedingsspanning is buiten de rang +/- 15% in vergelijking met de waarde van de plaat. OPGELET: De bovenste, voornoemde, limiet van spanning overschrijden, zal de inrichting zwaar beschadigen. - Bescherming ANTI STICK: blokkeert automatisch de lasmachine, ingeval de elektrode vastkleeft aan het te lassen materiaal, waarbij het manueel verwijderen ervan mogelijk is zonder de tang elektrodehouder te beschadigen.
3- GROENE CONTROLELAMPJE: Aansluiting op het elektriciteitsnet,
apparaat gereed voor het gebruik.- 37 -
4- Potentiometer voor de afstelling van de lasstroom, met in Ampères
aangegeven schaalverdeling; de regeling kan ook tijdens het lassen worden veranderd. (Het model “DUAL VOLTAGE AUTOMATIC” heeft een dubbele gegradueerde schaal in Ampères).
5- Negatieve snelverbinding (-) voor aansluiting van de laskabel.
) uitgeruste voedingskabel. (In het model “DUAL VOLTAGE AUTOMATIC” is de kabel zonder stekker).
2- Hoofdschakelaar O/OFF - I/ON (verlicht).
PERSONEEL. INRICHTING De lasmachine uitpakken, de montage van de losgemaakte gedeelten bevat in de verpakking uitvoeren. Assemblage retourkabel- tang Afb. E Assemblage laskabel -tang elektrodenhouder Afb. F
MODALITEIT VAN OPHIJSEN VAN DE LASMACHINE
Alle in deze handleiding beschreven lasmachines moeten opgetild worden gebruikmakend van het handvat of de riem in dotatie indien voorzien voor het model (gemonteerd zoals beschreven in FIG. L).
PLAATSING VAN DE LASMACHINE
De plaats van installatie van de lasmachine identiceren zodanig dat er zich geen hindernissen bevinden ter hoogte van de opening van de ingang en de uitgang van de koellucht (geforceerde circulatie middels ventilators, indien aanwezig); tegelijkertijd controleren of er geen geleidend stof, corrosieve dampen, vocht, enz. aangezogen worden. Minstens 250mm ruimte vrijhouden rond de lasmachine. OPGELET! De lasmachine plaatsen op een horizontaal oppervlak met een adequaat draagvermogen voor het gewicht teneinde de kanteling of gevaarlijke verplaatsingen te voorkomen.
AANSLUITING OP HET NET
- Voordat men gelijk welke elektrische aansluiting uitvoert, moet men veriëren of de gegevens van de kentekenplaat overeenstemmen met de spanning en de frequentie van het net die beschikbaar zijn op de plaats van installatie. - De lasmachine moet uitsluitend aangesloten worden op een voedingssysteem met een neutraalgeleider verbonden met de aarde. - Om de bescherming tegen onrechtstreeks contact te garanderen, dierentiaalschakelaars gebruiken van het type: - Type A ( ) voor eenfase machines; - Type B ( ) voor driefasen machines. - Teneinde te voldoen aan de vereisten van de Norm EN 61000-3-11 (Flicker) raadt men aan de lasmachine te verbinden met de punten van interface van het voedingsnet die een impedantie hebben kleiner dan: Zmax = 0.47 ohm (80A). Zmax = 0.24 ohm (130A - 170A). Zmax = 0.17 ohm (200A). - De lasmachine valt niet onder de vereisten van de norm IEC/EN 61000- 3-12. Indien ze aangesloten wordt op een openbaar voedingsnet, behoort het tot de verantwoordelijkheid van de installateur of de gebruiker om te veriëren of de lasmachine kan worden aangesloten (indien nodig, de exploitant van het distributienet raadplegen). - De lasmachines, indien niet anders gespeciceerd (MPGE), zijn compatibel met de generatoraggregaten voor variaties van de voedingsspanning tot ± 15%. Voor een correct gebruik moet het generatoraggregaat op regime worden gebracht voordat men de inverter kan verbinden. - STEKKER EN CONTACT: - Het model 230V is oorspronkelijk uitgerust met een kabel voedingskabel met een genormaliseerde stekker, (2P + T) 16A/250V . Kan dus verbonden worden met een contact van het net voorzien van zekeringen of een automatische schakelaar; de speciale terminal van de aarde moet verbonden worden met de aardegeleider (geel- groen) van de voedingslijn. De tabel (TAB. 1) geeft de aanbevolen waarden in ampères van de vertraagde zekeringen van de lijn gekozen op basis van de max. nominale stroom verdeeld door de lasmachine en van de nominale voedingsspanning. - Voor de lasmachines niet voorzien van een stekker (modellen 115/230V), een genormaliseerde stekker, (2P + T) met een adequaat vermogen met de voedingskabel verbinden en een contact van het net voorinstellen uitgerust met zekeringen of een automatische schakelaar; een speciale terminal van de aarde moet verbonden worden met de aardegeleider (geel-groen) van de voedingslijn. De tabel (TAB. 1) geeft de aanbevolen waarden in ampères van de vertraagde zekeringen van de lijn gekozen op basis van de max. nominale stroom verdeeld door de lasmachine en van de nominale voedingsspanning. OPGELET! Het niet in acht nemen van de voornoemde regels maakt het door de fabrikant voorzien veiligheidssysteem ineciënt (klasse I) met daaruit volgende zware risico’s voor de personen (vb. elektroshock) en voor de dingen (vb. brand).
UITVOERT, MOET MEN CONTROLEREN OF DE LASMACHINE UITGESCHAKELD IS EN LOSGEKOPPELD IS VAN HET VOEDINGSNET. De Tabel (TAB. 1) geeft de aanbevolen waarden voor de laskabels (in
) op basis van de maximum stroom verdeeld door de lasmachine. MMA-LASSEN Bijna alle beklede elektroden moeten verbonden worden met de positieve pool (+) van de generator; uitzonderlijk met de negatieve pool (-) voor elektroden met zure bekleding.
LASOPERATIES IN CONTINUE STROOM
Verbinding laskabel tang-elektrodenhouder Brengt op de terminal een speciale klem die dient om het onbedekt gedeelte van de elektrode vast te zetten. Deze kabel moet verbonden worden met de klem met het symbool (+). Verbinding retourkabel van de lasstroom Moet verbonden worden met het te lassen stuk of met de metalen bank waarop het steunt, zo dicht mogelijk bij de koppeling in uitvoering. Deze kabel moet verbonden worden met de klem met het symbool (-). Aanbevelingen: - De connectors van de laskabels tot op het einde toe draaien in de snapmofverbindingen (indien aanwezig), om een perfect elektrisch contact te garanderen; zoniet zullen er zich verhittingen van de connectors zelf voordoen met een bijhorende snelle slijtage en verlies van eciëntie. - De kortst mogelijke laskabels gebruiken. - Vermijden metalen structuren te gebruiken die geen deel uitmaken van het stuk in bewerking, ter vervanging van de retourkabel van de lasstroom; dit kan gevaarlijk zijn voor de veiligheid en onbevredigende resultaten geven voor het lassen.
6. LASSEN: BESCHRIJVING VAN DE PROCEDURE
- De, op de verpakking van de gebruikte elektroden vermelde instructies moeten in ieder geval worden geraadpleegd. - De lasstroom wordt afhankelijk van de doorsnede van de gebruikte elektrode en het gewenste type lasverbinding ingesteld; als richtlijn gelden de volgende stroomwaarden voor de gebruikte elektrodendiktes:- 38 - Ø Elektrode (mm) Lasstroom (A) min. max.
- Er dient rekening mee te worden gehouden dat bij overeenkomstige elektrodendiktes hoge stroomwaarden zullen worden gebruikt voor horizontaal lassen, terwijl voor het vertikale of boven het hoofd lassen lagere stroomwaarden zullen worden gebruikt. - De mechanische karakteristieken van de gelaste koppeling worden bepaald, niet alleen door de gekozen intensiteit van stroom, maar ook door andere parameters van het lassen zoals de lengte van de boog, de snelheid en de stand van uitvoering, de diameter en de kwaliteit van de elektroden (voor een correcte bewaring moet men de elektroden uit de buurt van vochtigheid houden beschermd door speciale verpakkingen of containers). Werkwijze - Met de laskap VOOR HET GEZICHT, de punt van de elektrode over het te lassen stuk bewegen en daarbij 11n beweging makend alsof u een lucifer aansteekt; dit is de meest correcte methode om de boog te trekken. LET OP!: NIET MET DE ELEKTRODE OP HET STUK SLAAN; de mogelijkheid bestaat dat u de bekleding beschadigt waardoor het trekken van de boog wordt bemoeilijkt. - Zodra de boog is getrokken moet een afstand overeenkomstig de dikte van de gebruikte elektrode in acht worden genomen, en tijdens het lassen moet deze afstand zo goed mogelijk worden gehandhaafd; onthoud dat de hoek van de elektrode in de beweegrichting ongeveer 20-30 graden dient te bedragen (Afb. G). - Op het eind van de lasnaad, de punt van de elektrode, ten opzichte van de beweegrichting, een weinig terugtrekken tot boven het kratertje, om deze te vullen, vervolgens de elektrode snel uit het smeltbad trekken om de boog te onderbreken.
GESCHOOLD PERSONEEL OP HET GEBIED VAN ELEKTRONICA- MECHANICA EN OVEREENKOMSTIG DE TECHNISCHE NORM IEC/EN 60974-4. OPGELET! VOORDAT MEN DE PANELEN VAN DE LASMACHINE WEGNEEMT EN NAAR DE BINNENKANT ERVAN GAAT, MOET MEN CONTROLEREN OF DE LASMACHINE UITGESCHAKELD IS EN LOSGEKOPPELD IS VAN HET VOEDINGSNET. Eventuele controles uitgevoerd onder spanning aan de binnenkant van de lasmachine kunnen zware elektroshocks veroorzaken gegenereerd door een rechtstreeks contact met gedeelten onder spanning en/of kwetsingen te wijten aan een rechtstreeks contact met organen in beweging. - Regelmatig en in ieder geval met een zekere frequentie in functie van het gebruik en de stofgraad van de ruimte, de binnenkant van de lasmachine nakijken en het stof wegnemen dat zich heeft afgezet op de transformator, de reactantie en de gelijkrichter middels een straal droge perslucht (max 10bar). - Vermijden de straal perslucht te richten op de elektronische ches; zorgen voor hun eventuele schoonmaak met een heel zachte borstel of geschikte oplosmiddelen. - Bij gelegenheid veriëren of de elektrische verbindingen goed vastgedraaid zijn en of de bekabelingen geen beschadigingen aan de isolering vertonen. - Op het einde van deze operaties moet men de panelen van de lasmachine terug monteren en hierbij de stelschroeven tot op het einde toe vastdraaien. - Strikt vermijden de lasoperaties uit te voeren met een open lasmachine. - Nadat men het onderhoud of de reparatie heeft uitgevoerd, de verbindingen en bekabelingen herstellen zoals ze oorspronkelijk waren en erop letten dat ze niet in contact komen met componenten in beweging of met componenten die hoge temperaturen kunnen bereiken. Alle geleiders omwikkelen zoals ze oorspronkelijk waren en erop letten dat de verbindingen van de primaire transformator in hoge spanning goed gescheiden zijn van die van de secundaire transformators in lage spanning. Alle aanpasstukken en de originele schroeven gebruiken om de constructie terug te sluiten.
8. PROBLEEMOPLOSSINGEN
BIJ SLECHTE PRESTATIES EN ALVORENS SYSTEMATISCHE CONTROLES UIT VOEREN OF DE HULP VAN EEN SERVICECENTRUM IN TE ROEPEN, CONTROLEREN OF: - De lasstroom, ingesteld met behulp van de potentiometer met in ampères aangegeven schaalverdeling, geschikt is voor de dikte en het type van de gebruikte elektrode. - Met de hoofdschakelaar op ”ON”, het betreende controlelampje brandt; als dit niet het geval mocht zijn is het waarschijnlijk dat de oorzaak van het probleem in de netvoeding (kabels, stopcontact, stekker, zekeringen enz.) dient te worden gezocht. - Controleer of het gele controlelampje, dat de inwerkingtreding van de thermische beveiliging voor over- of onderspanning of kortsluiting aangeeft, wel uit is. - Controleer of de nominale intermittentieverhouding juist is. In het geval dat de thermostatische beveiliging in werking treedt, dient de machine uit zichzelf af te koelen. Controleer de werking van de ventilator. - De spanning van de lijn controleren: indien de waarde te hoog of te laag is blijft de lasmachine geblokkeerd. - Controleer of er geen kortsluiting is aan de uitgang van de machine. Mocht dat het geval zijn, los deze storing dan op. - De aansluitingen van het lascircuit op correcte wijze zijn uitgevoerd, vooral of de massaklem goed, zonder tussenkomst van isolerende materialen (bijv. verf), aan het stuk is bevestigd. - Het gebruikte beschermingsgas juist is (Argon 99.5% en in de juiste hoeveelheid).- 39 - (HU)
Notice-Facile