SCHEPPACH HS80 - Zaag

HS80 - Zaag SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis HS80 SCHEPPACH in PDF-formaat.

📄 440 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag 8 vragen ⚙️ Specs
Notice SCHEPPACH HS80 - page 81
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SCHEPPACH

Model : HS80

Categorie : Zaag

Technische specificaties SCHEPPACH HS80 tafelcirkelzaag, motorvermogen 1800 W, zaagbladdiameter 254 mm, onbelast toerental 5000 tpm.
Tafelafmetingen Aluminium tafel van 640 x 480 mm, uitbreidbaar voor grotere werkstukken.
Zaagcapaciteit Maximale zaagdiepte van 75 mm bij 90° en 50 mm bij 45°.
Gebruik Ideaal voor het zagen van massief hout, spaanplaten, MDF en vergelijkbare materialen.
Onderhoud Regelmatige reiniging van het zaagblad en de tafel, controle van bevestigingen en smering van bewegende delen.
Veiligheid Voorzien van een zaagbladbescherming, een veiligheidsschakelaar en een softstartfunctie.
Gewicht Ongeveer 30 kg, wat het transport vergemakkelijkt en goede stabiliteit tijdens gebruik biedt.
Inclusief accessoires Zaagblad, parallelgeleider en montagemoersleutel.
Garantie 2 jaar garantie op fabricagefouten.

Veelgestelde vragen - HS80 SCHEPPACH

Hoe monteer ik de SCHEPPACH HS80 zaag?
Volg de meegeleverde handleiding voor een correcte montage. Zorg ervoor dat alle onderdelen aanwezig en correct bevestigd zijn.
Wat is het vermogen van de SCHEPPACH HS80 zaag?
De SCHEPPACH HS80 zaag heeft een vermogen van 2000 W.
Hoe vervang ik het zaagblad?
Koppel de zaag los, gebruik de meegeleverde sleutel om de zaagschroef los te draaien, vervang het zaagblad en draai de schroef weer stevig aan.
De zaag start niet, wat moet ik doen?
Controleer of de zaag correct is aangesloten en of de zekering niet is gesprongen. Zorg er ook voor dat de veiligheidsschakelaar in de "ON"-stand staat.
Wat is de maximale zaagdiepte van de SCHEPPACH HS80?
De maximale zaagdiepte is 80 mm bij 90° en 50 mm bij 45°.
Hoe onderhoud ik de SCHEPPACH HS80 zaag?
Reinig de zaag regelmatig na gebruik, controleer de staat van het zaagblad en smeer de bewegende delen volgens de aanbevelingen in de handleiding.
Waar kan ik reserveonderdelen voor de SCHEPPACH HS80 vinden?
Reserveonderdelen kunnen worden besteld bij uw lokale dealer of rechtstreeks via de SCHEPPACH-website.
De zaag maakt een ongewoon geluid, wat moet ik doen?
Als de zaag een ongewoon geluid maakt, schakel deze dan onmiddellijk uit en controleer of er vreemde voorwerpen vastzitten. Als het probleem aanhoudt, neem dan contact op met een professional voor inspectie.

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HS80 - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HS80 van het merk SCHEPPACH.

GEBRUIKSAANWIJZING HS80 SCHEPPACH

Tafelcirkelzaag Vertaling van de originele gebruikshandleiding

Verklaring van de symbolen op het toestel

Waarschuwing! Mogelijk voor niet-naleving Levensgevaar, risico van letsel of schade aan de machine! Voor de ingebruikneming de gebruiksaanwijzing en veiligheidsinstructies lezen en na- leven! Draag een veiligheidsbril! Draag een gehoorbeschermer! Draag een stofmasker! Let op! Lichamelijk gevaar! Niet in het draaiende zaagblad grijpen! Draag beschermende handschoenen tijdens het gebruik van het apparaat! Beschermingsklasse II (dubbel geïsoleerd) Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen. Het product voldoet aan de geldende Servische richtlijnen.www.scheppach.com

2. Beschrijving van het toestel (afb. 1-18, 24) ....................................................... 81

Naast de in deze gebruikshandleiding opgenomen vei- ligheidsvoorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van ma- chines van hetzelfde type. Wij zijn niet aansprakelijk voor ongevallen of schade die te wijten zijn aan niet-naleving van deze handlei- ding en van de veiligheidsinstructies.

2. Beschrijving van het toestel (afb.

7. Parallelaanslag compleet

11. Aan/uit-schakelaar

16a. Schroef (parallelaanslag)

32. Schroef (tafelinzetstuk)

37. Groef (aanslagrail)

Fabrikant: Scheppach GmbH Günzburger Straße 69 D-89335 Ichenhausen Beste klant, Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe machine. Opmerking: De fabrikant van dit apparaat is conform de geldende wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade, die aan of door dit apparaat ontstaat bij:

  • Ondeskundig gebruik,
  • Niet-naleving van de gebruiksaanwijzing,
  • Reparaties door derden, door onbevoegde perso- nen,
  • Inbouw en vervanging van niet originele reserveon- derdelen,
  • Niet-reglementair gebruik,
  • Het uitvallen van de elektrische installatie bij nietna- leving van de elektrische voorschriften en VDEbe- palingen 0100, DIN 57113 / VDE 0113. Wij adviseren u het volgende: Lees voor de montage en ingebruikneming aandachtig de volledige gebruiksaanwijzing. Dankzij deze gebruiksaanwijzing leert u uw machine en de reglementaire gebruiksmogelijkheden ervan kennen. U vindt hier belangrijke instructies over hoe u de ma- chine veilig, vakkundig en rendabel gebruikt, over hoe u risico‘s vermijdt, reparatiekosten voorkomt, de stilstandtijd beperkt en de betrouwbaarheid en levens- duur van de machine verhoogt. Bovenop de veiligheidsvoorschriften van deze ge- bruiksaanwijzing moet u in elk geval ook de nationale bepalingen inzake het gebruik van deze machine res- pecteren. Bewaar de gebruiksaanwijzing in de buurt van de ma- chine in een plastiek omhulsel als bescherming tegen vuil en vocht. Elke gebruiker moet deze handleiding voor het begin van de werkzaamheden lezen en zorg- vuldig naleven. Enkel personen, die over het gebruik van de machine en de daarmee verbonden gevaren zijn geïnstrueerd, mogen de machine bedienen. Respecteer de vereiste minimumleeftijd.www.scheppach.com

m LET OP Bij het gebruik van toestellen dienen enkele veilig- heidsmaatregelen te worden nageleefd om lichamelijk gevaar en schade te voorkomen. Lees daarom deze handleiding/veiligheidsinstructies zorgvuldig door. Be- waar deze goed zodat u de informatie op elk moment kunt terugvinden. Mocht u dit gereedschap aan an- dere personen doorgeven, gelieve dan deze handlei- ding/veiligheidsinstructies mee te geven. Wij zijn niet aansprakelijk voor ongevallen of schade die te wijten zijn aan nietnaleving van deze handleiding en van de veiligheidsinstructies. Veranderingen aan de machine sluiten een aanspra- kelijkheid van de fabrikant en daaruit voortvloeiende schade helemaal uit. Ondanks beoogd gebruik kunnen bepaalde restrisico- factoren niet volledig worden vermeden. Op grond van de constructie en montage van de machine kunnen de volgende risico’s optreden:

  • Aanraken van het zaagblad in het niet afgedekte zaaggebied.
  • In het draaiende zaagblad grijpen (snijwonden)
  • Terugslag van werkstukken en delen van werkstuk- ken
  • Wegslingeren van slechte hardmetalen delen van het zaagblad
  • Gehoorschade wanneer de vereiste gehoorbe- scherming niet wordt gedragen.
  • Schadelijke emissies van houtstof bij gebruik in af- gesloten ruimtes. Houd er rekening mee dat onze toestellen overeen- komstig hun bestemming niet voor commercieel, am- bachtelijk of industrieel gebruik ontworpen zijn. Wij zijn niet aansprakelijk als de machine in industriële of ambachtelijke bedrijven of in soortgelijke activiteiten wordt gebruikt.

5. Veiligheidswaarschuwingen

Algemene veiligheidsvoorschriften voor elektri- sche apparaten m WAARSCHUWING: Lees alle veiligheidsvoor- schriften, aanwijzingen, afbeeldingen en techni- sche gegevens die bij dit elektrisch apparaat zijn meegeleverd. Het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige ver- wondingen veroorzaken.

39. Groef (aanslagrail)

40. Groef (zaagtafel)

  • Eindstuk en schroeven voor tafelverbreding

De tafelcirkelzaag dient voor het in de lengte en dwars (alleen met dwarsaanslag) zagen van alle soorten hout en kunststof, overeenkomstig de machinegroot- te. Rondhout, van welke soort dan ook, mag niet ge- zaagd worden. De machine mag enkel na diens toestemming worden gebruikt. Elk verdergaand gebruik is niet reglementair. Voor daaruit voortvloeiende schade of letsels, van wel- ke aard dan ook, is de gebruiker/bediener aansprake- lijk en niet de fabrikant. Alleen de voor de machine gepaste zaagbladen (HM of CV zaagbladen) mogen worden gebruikt. Het gebruik van HSS zaagbladen en doorslijpschijven van welke soort dan ook is verboden. Het naleven van de veiligheidsvoorschriften alsme- de van de montage-instructies en aanwijzingen aan- gaande de werking vermeld in deze handleiding maakt eveneens deel uit van het reglementaire gebruik. Personen, die de machine bedienen en onderhouden, moeten hiermee vertrouwd en van mogelijke gevaren op de hoogte zijn. Bovendien moeten de geldende voorschriften ter voor- koming van ongevallen strikt worden opgevolgd. Andere algemene regels op het gebied van de arbeids- geneeskunde en veiligheid dienen in acht te worden genomen.www.scheppach.com

e) Als u met een elektrisch gereedschap in de open lucht werkt, gebruik dan alleen een ver- lengsnoer dat ook geschikt is voor gebruik buitenshuis. De toepassing van een voor bui- tenshuis gebruik geschikt verlengsnoer vermin- dert het risico op een elektrische schok f) Als het gebruik van het elektrische gereed- schap in een vochtige omgeving niet kan wor- den vermeden, gebruik dan een aardlekscha- kelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico op een elektrische schok.

3) Veiligheid van personen

a) Wees altijd voorzichtig, let op waar u mee bezig bent en ga verstandig te werk bij werk- zaamheden met elektrisch gereedschap. Maak geen gebruik van elektrisch gereedschap als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten. Een moment van on- achtzaamheid bij gebruik van het elektrische ge- reedschap kan leiden tot ernstig letsel. b) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en ook altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, antislip-veiligheidsschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, al naar gelang het soort gereedschap en de toepassing ervan, verkleint het risico op verwondingen. c) Vermijd ingebruikname zonder toezicht. Con- troleer of het elektrisch gereedschap is uitge- schakeld voordat u het op de stroomvoorzie- ning en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of draagt. Als u tijdens het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schake- laar hebt of het reeds ingeschakelde elektrische apparaat op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot letsel en ongevallen leiden. d) Verwijder instelgereedschap of de moersleu- tel, voordat u het elektrische gereedschap inschakelt. Een gereedschap of sleutel dat/die zich in een draaiend onderdeel van het elektrische gereedschap bevindt, kan verwondingen veroor- zaken. e) Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden. Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwij- zingen voor toekomstig gebruik. Het in de veiligheidsvoorschriften gebruikte begrip “Elektrisch gereedschap” is van toepassing op netge- voed elektrisch gereedschap (met netsnoer) of op ac- cugevoed elektrisch gereedschap (zonder netsnoer).

1) Veiligheid op de werkplek

a) Houd uw werkomgeving schoon en goed ver- licht. Rommel of slecht verlichte werkplaatsen kunnen leiden tot ongevallen. b) Werk met het elektrisch gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving, waarin zich brandbare vloeisto󰀨en, gas of stof bevinden. Door elektrisch gereedschap ontstane vonken, die het stof of de dampen kunnen ontsteken. c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik uit de buurt van het elektrische ge- reedschap. Bij afbuiging kunt u de controle over het elektrische apparaat verliezen.

2) Elektrische veiligheid

a) De aansluitstekker van het elektrische gereed- schap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele wijze worden gewijzigd. Gebruik geen adapterstekker sa- men met geaard elektrisch gereedschap. On- gewijzigde stekkers en passende stopcontacten verminderen het risico op elektrische schok. b) Let op dat uw lichaam geen contact maakt met geaarde onderdelen zoals bijv. buizen, radiatoren, elektrische haarden, koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is. c) Houd elektrisch gereedschap uit de buurt van regen of vocht. Het indringen van water in een elektrisch apparaat vergroot het risico op een elektrische schok. d) Gebruik het snoer niet om het elektrische gereedschap te dragen, aan op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het snoer uit de buurt van hitte, scher- pe randen of bewegende delen. Beschadigde of opgewikkelde snoeren verhogen het risico op een elektrische schok.www.scheppach.com

Veel ongevallen ontstaan door slecht onderhou- den elektrisch gereedschap. f) Houd snijgereedschap scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden komt minder snel vast te zitten en is makkelijker te gebruiken. g) Gebruik elektrische apparaten, accessoires en inzetstukken, etc. overeenkomstig deze aanwijzingen. Houd daarbij rekening met de omstandigheden waarin gewerkt wordt en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere toepassingen dan het voorgeschreven gebruik kan leiden tot ge- vaarlijke situaties. h) Houd grepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als grepen en greepoppervlakken glad zijn, kan het elektrisch gereedschap in onvoorziene situaties niet veilig bediend en onder controle gehouden worden.

a) Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwaliceerd deskundig personeel re- pareren met uitsluitend originele reserveon- derdelen. Hiermee wordt de veiligheid van het elektrische gereedschap gewaarborgd. m WAARSCHUWING Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagne- tisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we perso- nen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat de machine wordt gebruikt. Veiligheidsvoorschriften voor tafelcirkelzagen Veiligheidsafdekkingsgerelateerde veiligheids- voorschriften a) Laat de veiligheidsafdekkingen gemonteerd. Veiligheidsafdekkingen moeten functionerend en juist gemonteerd zijn. Losse, beschadigde of niet juist functionerende veiligheidsafdekkingen moeten worden gerepareerd of worden vervan- gen. f) Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden of lange haren kunnen worden vastgegrepen door bewegende delen. g) Als stofafzuig- en -opvanginrichtingen kun- nen worden gemonteerd, moeten deze worden aangesloten en juist worden toegepast. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verminderen. h) Voorkom een vals gevoel van zekerheid en houd u altijd aan de veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten, ook als u ervaren bent met het elektrisch apparaat. Achteloos handelen kan in een fractie van een seconde tot ernstige verwondingen leiden.

4) Gebruik en behandeling van het elektrisch ge-

reedschap a) Zorg dat het elektrische gereedschap niet overbelast raakt. Gebruik voor de werkzaam- heden het daarvoor bedoelde elektrische gereedschap. Met het juiste elektrische gereed- schap werkt u beter en veiliger in het aangegeven vermogensbereik. b) Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Een elektrisch gereed- schap, dat niet meer in- of uitgeschakeld kan wor- den, is gevaarlijk en moet gerepareerd worden. c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of ver- wijder de uitneembare accu voordat u de appa- raatinstellingen wijzigt, inzetstukken vervangt of het elektrische apparaat weglegt. Deze voor- zorgsmaatregel voorkomt dat het elektrische ge- reedschap per ongeluk wordt gestart. d) Bewaar niet-gebruikte elektrische apparaten buiten bereik van kinderen. Laat het elektrisch apparaat niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische gereedschap- pen zijn gevaarlijk als deze door onervaren perso- nen worden gebruikt. e) Voer zorgvuldig onderhoud uit aan elektrische apparaten en inzetstukken. Controleer of be- wegende delen probleemloos functioneren en niet klemmen, of onderdelen gebroken of beschadigd zijn, waardoor de functie van het elektrische gereedschap wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het elektrische apparaat eerst repareren.www.scheppach.com

c) Gebruik bij langssneden nooit de verstekaan- slag om het werkstuk aan te voeren, en gebruik bij dwarssnedes met de verstekaanslag nooit de parallelaanslag voor de lengte-instelling. Het gelijktijdig aanvoeren van het werkstuk met de parallelaanslag en de verstekaanslag verhoogt de risico dat het zaagblad komt vast te zitten en er een terugslag ontstaat. d) Voer bij langssneden de aanvoerkracht op het werkstuk altijd uit tussen aanslagrail en zaag- blad. Gebruik een schuifstok als de afstand tussen de aanslagrail en het zaagblad minder is dan 150 mm en een schuifblok als de afstand minder is dan 50 mm. Dergelijke hulpmiddelen zorgen er voor dat uw hand op veilige afstand van het zaagblad blijft. e) Gebruik uitsluitend de meegeleverde schuif- stok van de fabrikant of een die overeenkom- stig de instructies is vervaardigd. De schuifstok zorgt voor voldoende afstand tussen hand en zaagblad. f) Gebruik nooit een beschadigde of ingezaagde schuifstok. Een beschadigde schuifstok kan breken en er toe leiden dat uw hand in het zaagblad terecht komt. g) Werk niet “zonder handbescherming”. Gebruik altijd de parallelaanslag of de verstekaanslag om het werkstuk aan te leggen en te geleiden. “Zonder handbescherming” betekent dat het werkstuk in plaats van met de parallelaanslag of de verstekaanslag met de handen wordt on- dersteund of geleid. Het zagen zonder handbescherming leidt tot on- juiste uitlijning, vastklemmen en terugslag. h) Grijp nooit om of over een draaiend zaagblad. Het grijpen naar een werkstuk kan tot onvoorzien aanraken van het draaiende zaagblad leiden.

i) Ondersteun lange en/of brede werkstukken

achter en/of aan de zijkant van de zaagtafel zo- dat deze horizontaal blijven. Lange en/of brede werkstukken kunnen aan de rand van de zaagtafel kantelen; dit leidt tot min- der controle, vastklemmen van het zaagblad en terugslag. j) Voer het werkstuk gelijkmatig aan. Verbuig of verdraai het werkstuk niet. Als het zaagblad vastklemt, schakelt u het elektrisch gereed- schap direct uit, trekt u de netstekker los en verhelpt u de oorzaak voor het vastklemmen. b) Gebruik voor eindsnedes altijd de zaagblad-vei- ligheidsafdekking en de splijtwig. Voor eindsne- des waarbij het zaagblad volledig door de werkstuk- dikte zaagt, reduceert de veiligheidsafdekking en andere veiligheidsvoorzieningen het risico op letsel. c) Plaats na het voltooien van de werkprocessen (bijv. vouwen, gutsen of opdeling tijdens het omslaan), waarbij het verwijderen van de vei- ligheidsafdekking en/of splijtwig noodzakelijk is, direct het veiligheidssysteem terug. De veiligheidsafdekking reduceert het risico op letsel. d) Controleer voor het inschakelen van het elek- trisch gereedschap of het zaagblad niet de vei- ligheidsafdekking, de splijtwig of het werkstuk raakt. Onvoorziene aanraking van deze componenten met het zaagblad kan tot een gevaarlijke situatie leiden. e) Stel de splijtwig af volgens de beschrijving in deze gebruikshandleiding. Onjuiste afstanden, positie en uitlijning kunnen de reden er voor zijn dat de splijtwig een terugslag niet vermijdt. f) Opdat de splijtwig kan functioneren, moet deze op het werkstuk inwerken. Bij snedes in werkstukken die te kort zijn, om de splijtwig te la- ten functioneren, is de splijtwig niet actief. Onder deze voorwaarden kan een terugslag niet door de splijtwig worden voorkomen. g) Gebruik het zaagblad dat bij de splijtwig past. Om ervoor te zorgen dat de splijtwig goed werkt, moet de diameter van het zaagblad dunner zijn dan bij de splijtwig passen, moet het basisblad van het zaagblad dunner zijn dan de splijtwig en moet de bandbreedte dikker zijn dan de dikte van de splijtwig. Veiligheidsvoorschriften voor het zagen a) m GEVAAR: Kom met uw vingers en handen nooit in de buurt van het zaagblad of in het zaagbereik. Een moment van onachtzaamheid of bij wegslip- pen kan uw hand in het zaagblad schieten wat kan leiden tot ernstig letsel. b) Geleid het werkstuk alleen tegen de draairich- ting van de het zaagblad of snijwerktuig in. Aanvoeren van het werkstuk in dezelfde richting als de draairichting van het zaagblad boven de ta- fel kan er toe leiden dat het werkstuk en uw hand in het zaagblad wordt getrokken.www.scheppach.com

Door het werkstuk, dat wordt afgezaagd, tegen het zaagblad te drukken, wordt deze vastgeklemd en ontstaat er een terugslag. d) Lijn de aanslagrail parallel uit met het zaag- blad. Een niet uitgelijnde aanslagrail drukt het werkstuk tegen het zaagblad en genereert zo een terugslag. e) Gebruik bij afgedekte zaagsnedes (bijv. vou- wen, gutsen of opdeling tijdens het omslaan) een drukkam om het werkstuk tegen de tafel en de aanslagrail te geleiden. Met een drukkam kunt u het werkstuk bij terugslag beter onder controle houden. f) Weeg met name voorzichtig bij het zagen in verborgen bereiken van samengevoegde werkstukken. Het invallende zaagblad kan in objecten zagen die een terugslag kunnen veroorzaken. g) Ondersteun grote platen om het risico op een terugslag door een ingeklemd zaagblad te ver- minderen. Grote platen kunnen onder het eigen gewicht door- buigen. Platen moeten overal worden ondersteund waar deze uitsteken ten opzichte van het tafelblad. h) Wees met name voorzichtig bij het zagen van werkstukken die verdraaid, los zitten of vervormd zijn of niet over een rechte kant beschikken waarmee ze met een verstekaan- slag of langs een aanslagrail kunnen worden geleid. Een vervormd, losgeraakt of verdraaid werkstuk is instabiel en leidt tot onjuiste uitlijning van de zaag- voeg met het zaagblad, zal vastklemmen en een terugslag veroorzaken.

i) Zaag nooit meerdere op elkaar of achter elkaar

gestapelde werkstukken. Het zaagblad kan een of meer onderdelen vastgrij- pen en een terugslag veroorzaken. j) Als u een zaag, die in het werkstuk steekt, weer wilt starten, centreert u het zaagblad in de zaaggleuf dusdanig dat de zaagtanden niet in het werkstuk vastzitten. Als het zaagblad vastklemt, kan deze het werkstuk optillen en een terugslag veroorzaken als de zaag opnieuw wordt gestart. k) Zorg dat de zaagbladen schoon blijven, scherp en voldoende geschrankt is. Gebruik nooit vervormde zaagbladen of zaagbladen met scheuren of afgebroken tanden. Scherpe en juist geschrankte zaagbladen minima- liseren het vastklemmen, blokkeren of terugslag. Het vastklemmen van het zaagblad door het werk- stuk kan leiden tot terugslag of het blokkeren van de motor. k) Verwijder niet het afgezaagde materiaal ter- wijl de zaag loopt. Afgezaagd materiaal kan zich vastzetten tussen het zaagblad en de aanslagrail of in de veiligheidsafdekking vast komen te zitten en bij het verwijderen uw vingers in het zaagblad trekken. Schakel de zaag uit en wacht tot het zaag- blad tot stilstand is gekomen, voordat u het mate- riaal verwijdert. l) Gebruik voor langssneden aan de werkstuk- ken die dunner zijn dan 2 mm, een extra pa- rallelaanslag die contact heeft met het tafelop- pervlak. Dunnere werkstukken kunnen vastlopen achter de parallelaanslag wat tot terugslag kan leiden. Terugslag - Oorzaken en overeenkomstige veilig- heidsvoorschriften Een terugslag is een plotselinge reactie van het werkstuk als gevolg van een hakend, vastklemmend zaagblad of een door het zaagblad schuin uitgevoer- de zaagsnede in het werkstuk of als een deel van het werkstuk tussen het zaagblad en de parallelaanslag of een ander vast object wordt vastgeklemd. In de meeste gevallen wordt bij een terugslag het werkstuk door het achterste gedeelte van het zaagblad vastgegrepen, van de zaagtafel opgetild en in de rich- ting van de operator geslingerd. Een terugslag is het gevolg van een onjuist of verkeerd gebruik van de ta- felcirkelzaag. Dit kan door passende voorzorgsmaatre- gelen worden voorkomen, zoals hieronder beschreven. a) Sta nooit direct in lijn met het zaagblad. Ver- blijf altijd aan de zijde van het zaagblad waar de aanslagrail zich bevindt. Bij een terugslag kan het werkstuk met hoge snel- heid naar personen worden geslingerd die voor en op lijn met het zaagblad staan. b) Grijp nooit over of achter het zaagblad om het werkstuk aan te trekken of te steunen. Hierdoor kan het zaagblad onvoorzien worden aangeraakt of kan een terugslag ontstaan waar- door uw vingers in het zaagblad kunnen worden getrokken. c) Houd en druk het werkstuk, dat wordt afge- zaagd, nooit tegen het draaiende zaagblad.www.scheppach.com

i) Ga nooit op de tafelcirkelzaag staan en ge-

bruik de tafelcirkelzaag niet als opstapkrukje. r kan ernstig letsel ontstaan als het elektrisch gereedschap kantelt of als u onvoorzien met het zaagblad in aanraking komt. j) Controleer of het zaagblad in de juiste draai- richting is gemonteerd. Gebruik geen slijp- schijf of staalborstel met de tafelcirkelzaag. Ondeskundige montage van het zaagblad of het gebruik van niet aanbevolen accessoires kan tot ernstig letsel leiden. Veiligheidsvoorschriften voor de behandeling van zaagbladen

1. Gebruik alleen inzetstukken als u weet hoe u er-

2. Houd rekening met het maximale toerental. Het

maximale toerental dat op het inzetstuk staat ver- meld, mag niet worden overschreden. Houd u, in- dien aangegeven, aan het toerentalbereik.

3. Let op de draairichting van de motor en het zaag-

4. Gebruik geen inzetstukken dat barsten vertoont.

Gooi het inzetstukken weg als het barsten ver- toont. Het is niet toegestaan om het te repareren.

5. De klemoppervlakken moeten van vuil, vet, olie en

water worden ontdaan.

6. Gebruik geen losse pasringen of -bussen om het

boorgat van cirkelzaagbladen te verkleinen.

7. Zorg ervoor dat de bevestigde pasringen voor de

borging van het inzetstuk dezelfde parameter heb- ben en dat ze minimaal 1/3 van de snijdiameter hebben.

8. Controleer of de bevestigde pasringen parallel aan

9. Wees voorzichtig bij het gebruik van de inzetstuk-

ken. Bewaar ze bij voorkeur in de originele verpak- king en of in speciale houders. Draag veiligheids- handschoenen om de grip te vergroten en de kans op persoonlijk letsel nog verder terug te dringen.

10. Controleer voordat u de inzetstukken gebruikt of

de veiligheidsvoorzieningen correct zijn bevestigd.

11. Controleer vóór gebruik of het toegepaste inzet-

stuk aan de technische eisen van deze machine voldoet en of het goed bevestigd is.

12. Gebruik het meegeleverde zaagblad alleen voor

het zagen van hout en nooit voor het bewerken van metalen.

13. Gebruik het juiste zaagblad voor het te bewerken

materiaal. Veiligheidsvoorschriften voor het gebruik van de tafelcirkelzagen a) Schakel de tafelcirkelzaag uit en koppel deze los van de stroomvoorziening voordat u het ta- felinzetstuk verwijderd, het zaagblad vervang, instellingen aan de splijtwig of de afdekking van het zaagblad aanbrengt en als de machine zonder toezicht is. Voorzorgsmaatregelen dienen ter vermijding van ongevallen. b) Laat de tafelcirkelzaag nooit zonder toezicht lopen. Schakel het elektrisch gereedschap uit en ga pas weg als deze volledig tot stilstand is gekomen. Een zaag die zonder toezicht draait, vormt een on- gecontroleerd gevaar. c) Stel de tafelcirkelzaag op een locatie op die waterpas is en goed wordt geventileerd en waar u veilig kunt staan en het evenwicht kunt bewaren. De opstellingslocatie moet voldoen- de ruimte bieden om de maat van uw werkstuk- ken goed te kunnen hanteren. Rommel en slecht verlichte werkomgevingen en one󰀨en, gladde vloeren kunnen leiden tot onge- vallen. d) Verwijder regelmatig het zaagsel en zaagmeel onder de zaagtafel en/of uit de stofafzuiging. Opgehoopt zaagmeel is brandbaar en kan uit zich- zelf gaan ontbranden. e) Borg de tafelcirkelzaag. Een tafelcirkelzaag die niet volgens de voorschrif- ten is geborgd, kan gaan bewegen of kantelen. f) Verwijder instelgereedschap, houtresten enz. van de tafelcirkelzaag voordat u deze inscha- kelt. Aeiding of mogelijk vastklemmen kan gevaarlijk zijn. g) Gebruik altijd zaagbladen van het juiste for- maat en met passende opnameboring (bijv. ruitvormig of rond). Zaagbladen, die niet bij de montagedelen van de zaag passen, lopen niet rond en leiden tot verlies van de controle. h) Gebruik nooit beschadigd of onjuist montage- materiaal voor het zaagblad, zoals bijv. en- sen, onderlegringen, schroeven of moeren. Het montagemateriaal van dit zaagblad is speciaal voor de zaag gemaakt, voor optimaal vermogen en bedrijfsveiligheid.www.scheppach.com

  • Voordat u instel- of onderhoudswerkzaamheden uit- voert, laat u de startknop los en trekt u de stekker uit het stopcontact.

.....................................................3 dB Draag een gehoorbescherming. Het e󰀨ect van lawaai kan gehoorverlies zijn. Totale tril- lingswaarden (vectorsom van drie richtingen) bepaald conform EN 62841. AANWIJZING: De opgegeven geluidsemissiewaarden zijn gemeten volgens een standaard testmethode en kunnen worden gebruikt om elektrische apparaten met elkaar te vergelijken.

14. Gebruik alleen een zaagblad met een diameter die

op de zaag staat aangegeven.

15. Gebruik alleen zaagbladen, die met een gelijk of

hoger toerental dan op het elektrisch gereedschap gemarkeerd zijn.

16. Gebruik alleen door de fabrikant aanbevolen

zaagbladen, die, indien deze voor het zagen van hout of gelijksoortige materialen zijn bedoeld, overeenkomen met EN 847-1.

17. 17. Draag geschikte persoonlijke beschermings-

middelen, zoals bijv.: – Gehoorbescherming; – Veiligheidshandschoenen bij het hanteren van zaagbladen.

18. Gebruik alleen door de fabrikant aanbevolen

zaagbladen die voldoen aan EN 847-1. Waarschu- wing! Let er bij het wisselen van het zaagblad op, dat de zaagbreedte niet geringer en de dikte van het stamblad niet groter is dan de dikte van de splijtwig!

19. Voorkom bij het zagen van hout en kunststo󰀨en

een oververhitting van de zaagtanden. Reduceer de aanvoersnelheid om te voorkomen dat het kunststof smelt. Restrisico‘s De machine is ontwikkeld volgens de huidige stand van de techniek en de erkende veiligheids- voorschriften. Toch kan tijdens de werkzaamhe- den sprake zijn van enkele restrisico‘s.

  • Gevaar voor de gezondheid, veroorzaakt door elek- triciteit bij gebruik van onjuiste snoeren.
  • Daarnaast kan er, ondanks alle voorzorgsmaatrege- len, sprake zijn van niet-zichtbare restrisico‘s.
  • De restrisico‘s kunnen tot een minimum worden be- perkt wanneer aan de „Veiligheidsmaatregelen“ en het „Gebruik volgens bestemming“ wordt voldaan en de gebruiksaanwijzing in zijn geheel wordt opgevolgd.
  • Voorkom onnodige belasting van de machine: als bij het zagen teveel druk wordt uitgeoefend, zal het zaagblad snel beschadigen, wat leidt tot geringere prestaties van de machine bij de verwerking en min- der nauwkeurige zaagsnedes.
  • Voorkom dat u de machine onbedoeld inschakelt: als u de stekker in het stopcontact steekt, mag de startknop niet worden ingedrukt.
  • Gebruik gereedschap dat in deze handleiding wordt aanbevolen. U verkrijgt dan optimale prestaties met uw afkortzaag.
  • Houd uw handen buiten de werkruimte, wanneer de machine in bedrijf is.www.scheppach.com
  • Vóór het aansluiten controleren of de gegevens vermeld op het kenplaatje overeenstemmen met de gegevens van het stroomnet.
  • Sluit de machine enkel aan op een naar behoren geïnstalleerd veiligheidsstopcontact dat beveiligd is door een zekering van minstens 16A.

m WAARSCHUWING: Trek vóór alle onderhouds-, af- stelen montagewerkzaamheden telkens de netstekker uit het stopcontact.

  • Plaats alle onderdelen op een vlakke ondergrond geleverd.
  • Gelieve groep gelijke delen. OPMERKING:
  • Als verbindingen met een schroef (Risso / of zes- hoekige), hex moeren en ringen worden onder- steund, de wasmachine moet worden onder de moer geïnstalleerd.
  • Breng de bouten elk van buitenaf een, beveiligde verbindingen met noten binnen.
  • Draai de moeren en bouten bij de montage alleen in de mate dat ze niet naar beneden kunnen vallen. Als u al vóór de denitieve montage op / draai de moeren en bouten, kan de eindmontage niet worden uitgevoerd.

8.2 Tafelverbreding monteren (afb. 4-6)

1. De kartelschroeven (26) losdraaien (afb. 5).

LET OP: Draai de kartelschroeven (26) er niet te ver uit.

2. De geleidingsbuis (23) van de tafelverbreding (22)

in de geleidingbussen (27) invoeren (zie afb. 4/5).

3. De eindstukken (24) in de geleidingsbuis (23) van

de tafelverbreding (22) schuiven, zoals in afb. 6 is weergegeven.

4. De eindstukken (24) met de schroeven (25) beves-

tigen, zoals in afb. 6 is weergegeven.

5. De tafelverbreding (22) volledig eruit trekken en

met de kartelschroeven (26) bevestigen (zie afb. 5).

6. Nu de steunpoten (30) naar buiten klappen.

7. De tafelverbreding (22) horizontaal uitlijnen op de

poot (30) losdraaien en de schroef voor hoogtever- stelling (28) overeenkomstig instellen.

9. Daarna de contramoer (29) weer aanhalen.

De aangegeven geluidsemissiewaarden kunnen ook worden gebruikt als eerste indicatie van de belasting. WAARSCHUWING: De geluidsemissies kunnen van de opgegeven waarde afwijken wanneer de machine daadwerkelijk wordt gebruikt. Dit is afhankelijk van de wijze waarop het elektrisch apparaat wordt gebruikt en de aard van het werkstuk dat wordt bewerkt. Neem maatregelen om uzelf tegen geluidshinder te bescher- men. Houd daarbij rekening met het complete werkpro- ces, dus ook tijden, waarin het elektrisch gereedschap onbelast draait of uitgeschakeld is. Passende maatre- gelen omvatten onder andere het regelmatig onder- houden en verzorgen van het elektrisch gereedschap en van de inzetstukken, regelmatige pauzes evenals een goede planning van de werkprocessen.

7. Vóór ingebruikneming

  • Open de verpakking en haal de machine er voor - zichtig uit.
  • Verwijder het verpakkingsmateriaal, evenals de be- schermingen bij de verpakking en voor het transport (indien voorhanden).
  • Controleer of de leveringsomvang volledig is.
  • Controleer de machine en de bijbehorende onder- delen op transportschade.
  • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot het einde van de garantieperiode. m WAARSCHUWING De machine en het verpakkingsmateriaal zijn geen speelgoed voor kinderen! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folie en kleine onderdelen spe- len! Gevaar voor inslikken en verstikking!
  • De machine moet worden opgesteld zodat ze vei- lig staat, d.w.z. ze moet op een werkbank, een uni- verseel onderstel of iets dergelijks worden vastge- schroefd. Gebruik hiertoe de boorgaten, die zich aan de binnenzijde van de framepoten bevinden.
  • Vóór ingebruikneming dienen alle afdekkingen en veiligheidsinrichtingen naar behoren te zijn gemon- teerd.
  • Het zaagblad moet vrij kunnen draaien.
  • Bij reeds bewerkt hout op vreemde voorwerpen let- ten zoals b.v. nagels of schroeven etc.
  • Voordat u de AAN-/UIT-schakelaar bedient moet het zaagblad correct gemonteerd zijn. Beweeglijke delen moeten gemakkelijk bewegen.www.scheppach.com

6. De bevestigingsschroeven (33) weer aanhalen en

het tafelinzetstuk (6) monteren (zie 8.4).

m WAARSCHUWING: Neem de stekker uit het stop- contact en draag veiligheidshandschoenen.

1. Zaagbladbescherming (4) demonteren (zie 8.3).

2. Schroeven (34) aan de onderste zaagbladafdek-

king (35) openen en deze omhoog klappen.

3. Moer losdraaien, door de ringsleutel 19 mm (21) op

de moer te plaatsen en met een andere ringsleutel 8 mm (20) de motoras tegen te houden (afb. 12). LET OP: Draai de moer in de draairichting van het zaagblad.

4. Buitenens verwijderen en het oude zaagblad

schuin naar onderen van de binnenens aftrekken.

5. Maak de zaagbladens voorzichtig schoon met

een staalborstel voordat u het nieuwe zaagblad monteert.

6. Plaats het nieuwe zaagblad in de omgekeerde

volgorde en draai het vast. m WAARSCHUWING: Looprichting in acht ne- men. De versteksneden van de tanden moeten in looprichting, d.w.z. naar voren wijzen (zie pijl op de zaagbladbescherming (4)).

7. Onderste zaagbladafdekking (35) sluiten en de

stellen (zie 8.3). m WAARSCHUWING: Controleer de veiligheidsvoor- zieningen voordat u weer met de zaag werkt.

8.7 Parallelaanslag monteren (afb. 2, 15)

1. De houder (16) met behulp van de vergrendelknop

(15) en de klemplaat (15a) op de tafel bevestigen.

2. Houd er rekening mee dat de houder (16) parallel

ten opzichte van het zaagblad (5) is uitgelijnd. Stel eventueel de hulp van de schaalverdeling (38) af.

3. De hamerkopbouten langs de groef (37) in de aan-

slagrail (17) schuiven.

4. De aanslagrail (17) met behulp van de schroeven

(16a) op de houder (16) bevestigen.

8.8 Dwarsaanslag monteren (afb. 18)

1. Dwarsaanslag (2) in de groef (40) van de zaagtafel

3. Dwarsaanslag (2) draaien, totdat de pijl naar de

gewenste hoek wijst.

4. Draaigreep (19) weer aanhalen.

Als u de tafelverbreding (22) niet nodig hebt, klapt u de steunpoot (30) naar binnen.

1. Zet de zaagbladbescherming (4) van boven op de

splijtwig (3), zodat de pen in de uitsparing van de splijtwig (31) zit. Let op: Om de zaagbladbescherming (4) op de splijtwig (3) te plaatsen, moet de snelvergrende- lingstoets (A) worden ingedrukt.

2. Let erop dat de zaagbladbescherming (4) vrij be-

3. De demontage gebeurt in omgekeerde volgorde.

m WAARSCHUWING: Voordat er met zagen wordt gestart, moet de zaagbladbescherming (4) op het zaagproduct worden verlaagd. Controleer de zaagbladbescherming (4) na de mon- tage op de correcte werking. Til de zaagbladbescher- ming op en laat deze los. De zaagbladbescherming moet zelfstandig terugkeren naar de uitgangspositie.

8.4 Tafelinzetstuk verwijderen/plaatsen (afb. 8)

m WAARSCHUWING: Bij slijtage of beschadiging moet het tafelinzetstuk (6) worden vervangen, anders bestaat er een verhoogd gevaar voor letsel.

1. Breng het zaagblad in de onderste positie (zie 9.2)

2. Zaagbladbescherming (4) verwijderen.

3. Schroeven van het tafelinzetstuk (32) verwijderen.

4. Het tafelinzetstuk (6) eruit nemen.

5. De montage van het tafelinzetstuk (6) gebeurt in

omgekeerde volgorde.

8.5 Splijtwig instellen (afb. 9)

m WAARSCHUWING: Netstekker loskoppelen. m WAARSCHUWING: De instelling van het zaagblad (5) moet na elke vervanging van het zaagblad worden gecontroleerd.

1. Stel het zaagblad (5) in op de maximale zaagdiepte,

plaats het in de 0°-stand en zet het vast (zie 9.2).

4. De bevestigingsschroeven (33) losdraaien

5. Splijtwig (3) zo uitlijnen dat

a) de afstand tussen het zaagblad (5) en de splijtwig (3) max. 5 mm bedraagt (afb. 10) en b) het zaagblad (5) parallel t.o.v. de splijtwig (3) staat.www.scheppach.com

9.4 Gebruik van de parallelaanslag (afb. 2, 15-17)

9.4.1 Aanslaghoogte (afb. 15, 16)

  • De aanslagrail (17) van de parallelaanslag (7) be- schikt over twee verschillende geleidingsvlakken.
  • Afhankelijk van de dikte van het te snijden materiaal, moet de aanslagrail (17) conform afb. 15 voor dik materiaal (meer dan 25 mm werkstukdikte) en con- form afb. 16 voor dun materiaal (minder dan 25 mm werkstukdikte) worden gebruikt.

9.4.2 Aanslagrail omzetten (afb. 15, 16)

1. Voor het omzetten van de aanslagrail (17) op het

lagere geleidingsvlak, moeten de beide schroeven (16a) worden losgedraaid, om de aanslagrail (17) van de houder (16) los te halen.

2. De aanslagrail (17) langs de groef eruit trekken.

3. De aanslagrail (17) draaien en de hamerkopbou-

ten langs de tweede groef (39) inschuiven.

4. De omzetting naar het hoge geleidingsvlak moet

analoog worden uitgevoerd.

9.4.3 Zaagbreedte (afb. 15, 16)

  • Bij het in de lengte zagen van houten delen moet de parallelaanslag (7) worden gebruikt.
  • De parallelaanslag (7) kan op beide zijden van de zaagtafel (1) worden gemonteerd.
  • Met hulp van de schaalverdeling (38) op de zaag- tafel (1) kan de parallelaanslag (7) op de gewenste maat worden ingesteld.
  • De beide vergrendelknoppen (15) aanhalen om de parallelaanslag (7) te bevestigen.
  • Maak een testsnede voor het meten van de breedte, voordat u het eigenlijke werkstuk zaagt. Zo voorkomt u onnauwkeurigheden van de schaalverdeling of de instelling.

9.4.4 Aanslaglengte instellen (afb. 15, 17)

Om het vastklemmen van het snijmateriaal te vermij- den, kan de aanslagrail (17) in de lengterichting worden verschoven. Vuistregel: Het achterste einde van de aanslag stoot tegen een bedachte lijn, die ongeveer bij het midden van het zaagblad begint en onder een hoek van 45° naar achteren verloopt.

1. Benodigde zaagbreedte instellen.

8.9 Spanenafzuiging (afb. 13)

LET OP: Gebruik het apparaat alleen met afzuiging. Een geschikte spanenafzuiginstallatie (niet bij de leve- ring inbegrepen) op de afzuigmof (36) aansluiten. LET OP: Controleer en reinig regelmatig de afzuigka- nalen.

  • Door op de groene toets “I” te drukken, kan de zaag worden ingeschakeld. Voordat u met zagen begint, wacht u tot het zaagblad het maximale toerental heeft bereikt.
  • Om de zaag weer uit te schakelen, moet de rode knop “0” worden ingedrukt.

9.1.2 Overbelastingsschakelaar (10)

De motor van dit apparaat is met een overbelastings- schakelaar (10) tegen overbelasting beschermd. Bij overschrijding van de nominale stroom schakelt de overbelastingsschakelaar (10) het apparaat uit. Ga in dit geval als volgt te werk:

  • Het apparaat meerdere minuten laten afkoelen.
  • De overbelastingsschakelaar (10) indrukken.
  • Het apparaat door het indrukken van de groene knop “I” inschakelen.

9.2 Zaagdiepte instellen (afb. 1)

Door te draaien aan het handwiel (8) kan het zaagblad (5) op de gewenste zaagdiepte worden ingesteld.

  • linksom: grotere zaagdiepte
  • rechtsom: kleinere zaagdiepte Controleer de instelling aan de hand van een testsnede.

9.3 Hoek instellen (afb. 14)

Met de tafelcirkelzaag kunnen versteksneden naar links van 0°-45° tot aan de parallelaanslag (7) worden uitgevoerd. m Controleer voor elke snede of er geen botsing mo- gelijk is tussen de aanslagrail (17), de dwarsaanslag (2) en het zaagblad (5).

1. Vergrendelgreep (9) losdraaien.

2. Door te draaien aan het handwiel (8) kan de ge-

wenste hoek op de schaalverdeling worden inge- steld.www.scheppach.com

3. Handen met gesloten vingers plat op het werkstuk

leggen en het werkstuk langs de parallelaanslag (7) het zaagblad (5) in schuiven.

4. Met de linker of rechter hand (naargelang de po-

sitie van de parallelaanslag) zijdelings geleiden,- maar enkel tot de voorkant van de zaagbladafdek- king (4).

5. Werkstuk steeds tot het einde van het spouwmes

6. De snijafval blijft op de zaagtafel (1) liggen tot het

zaagblad (5) opnieuw tot stilstand is gekomen.

7. Lange werkstukken aan het einde van het snijden

beveiligen tegen neerkantelen! (b.v. afrolstan- daard etc.). LET OP: De parallelaanslag moet parallel ten opzichte van het zaagblad worden ingesteld (zie 8.7). Contro- leer de uitlijning en controleer regelmatig en vooral tij- dens het gebruik evenals bij langdurig buiten gebruik, dat de parallelaanslag vastzit. Haal de schroef weer aan en stel de parallelaanslag in (zie 9.4.3), indien no- dig. Door trillingen kunnen schroeven loskomen en kan de parallelaanslag worden verschoven.

10.1.1 Snijden van smallere werkstukken (afb. 20)

Langssneden van werkstukken met een breedte van minder dan 120 mm moeten zeker met gebruikmaking van een schuifstok (14) worden uitgevoerd. Schuifstok (14) is niet bij de levering begrepen. Versleten of be- schadigde schuifstok (14) onmiddellijk vervangen.

1. Stel de trekgeleider overeenkomstig de beoogde

werkstuk breedte. (zie 9.4)

2. Gebruik het werkstuk met beide handen verschui-

ven, in het gebied van het zaagblad se een duw- stok (17) en stuwkracht hulp.

3. Werkstuk altijd door te stoten tot het einde van het

spouwmes. m WAARSCHUWING: Kortom werkstukken duwen stick (14) is om gebruikt te worden, zelfs aan het begin van een hoofdstuk.

10.1.2 Snijden van zeer smalle werkstukken

(afb. 21) Voor langssneden van zeer smalle werkstukken met een breedte van 30 mm en minder moet zeker een schuifhout worden gebruikt. Het duwhout is niet bij de levering inbegrepen! (Ver- krijgbaar in de desbetre󰀨ende gespecialiseerde han- del). Versleten schuifstok tijdig vervangen.

2. Schroeven (16a) losdraaien en de aanslagrail (17)

zo ver naar voren schuiven, totdat de bedachte 45°-lijn wordt geraakt.

3. Schroeven (16a) weer aanhalen.

9.5 Gebruik van de dwarsaanslag (afb. 18)

Bij het zagen moet de dwarsaanslag (2) met de aan- slagrail (17) vanuit de parallelaanslag (7) worden ver- lengd (afb. 18).

9.5.1 Dwarsaanslag verlengen

1. De aanslagrail (17) van de parallelaanslag (7) ver-

wijderen. Hiertoe de schroeven (16a) losdraaien en de aanslagrail (17) van de houder (16) loshalen.

2. De hamerkopbouten langs de groef in de aanslag-

3. De aanslagrail (17) met behulp van de kartel-

schroeven (18) op de dwarsaanslag (2) bevesti- gen. LET OP: Aanslagrail niet te ver naar het zaagblad toe schuiven. De afstand tussen aanslagrail (17) en zaag- blad (5) moet ca. 2 cm bedragen.

  • Na elke nieuwe afstelling is het aan te raden een proefsnede uit te voeren om de afgestelde afmetin- gen te controleren.
  • Na het aanzetten van de zaag wachten tot het zaag- blad zijn maximumtoerental heeft bereikt voordat u de snede uitvoert.
  • Let op bij het insnijden!
  • Gebruik het toestel alleen met afzuiging.
  • Controleer en reinig regelmatig de afzuigkanalen.

10.1 Uitvoeren van langssneden (afb. 19)

Hierbij wordt een werkstuk in lengterichting doorsne- den. Eén kant van het werkstuk wordt tegen de pa- rallelaanslag (7) geduwd terwijl de vlakke zijde op de zaagtafel (1) ligt. De zaagbladafdekking (4) moet altijd op het werkstuk worden neergelaten. De werkstand tijdens het zagen in lengterichting mag nooit in één lijn met het verloop van de snede zijn.

1. Parallelaanslag (7) afstellen naargelang van de

hoogte van het werkstuk en de gewenste breedte (zie 9.4).

11. Vervoer (afb. 24)

  • Schakel het elektrische gereedschap voordat alle vervoersdiensten en de stekker uit het stopcontact.
  • Verlaag het zaagblad (5) zo ver mogelijk.
  • Rol het netsnoer (41) op.
  • Draag het elektrisch apparaat met beide handen naar de vaste zaagtafel (1). Gebruik nooit de tafel- verbreding om het elektrisch apparaat te dragen.
  • Bescherm de machine tegen schokken, stoten en sterke trillingen, bv tijdens het transport in voertui- gen.
  • Zorg ervoor dat het toestel niet kan verschuiven, sjor het toestel goed vast.
  • Gebruik bescherminrichtingen nooit voor de hante- ring of het transport.

m WAARSCHUWING: Telkens voor het instellen, het uitvoeren van onderhoud of reparaties de stekker uit het stopcontact trekken!

12.1 Algemene onderhoudswerkzaamheden

  • Zorg dat de veiligheidsvoorzieningen, de ventilaties- leuven, afzuigopeningen en de motorbehuizing zo stof- en vuilvrij mogelijk zijn. Verwijder zaagsel en stof met een stofzuiger en een borstel. Blaas boven- dien met perslucht bij lage druk uit.
  • Het is aan te bevelen het toestel onmiddellijk na elk gebruik schoon te maken.
  • Maak het toestel regelmatig met een vochtige doek en wat zachte zeep schoon. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen; die zouden de kunststofdelen van het toestel kunnen aantasten. Zorg ervoor dat geen water binnen in het toestel terecht kan komen.
  • Olie om de levensduur van het apparaat te verlen- gen eenmaal per maand de draaiende delen. De motor niet oliën.
  • Bij bovenmatige vonkvorming laat u de koolborstels door een erkende elektricien nazien. Let op! De koolborstels mogen enkel door een erkende elektri- cien worden vervangen. Service-informatie U moet er rekening mee houden dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan een slijtage door gebruik of een natuurlijke slijtage, resp. dat de volgen- de delen nodig zijn als verbruiksmaterialen. Werkstukken kunnen bij het zagen tussen de parallelaan- slag en het zaagblad vastgeklemd raken, door het zaag- blad worden vastgegrepen of worden weggeslingerd. Daarom is het lagere geleidingsvlak van de paralle- laanslag geprefereerd (zie afb. 16). Zet indien nodig de aanslagrail om (zie 9.4.2).

1. De parallelaanslag is ingesteld op de maaibreedte

2. Druk op het werkstuk met openslaande hout tegen

het hek spoor en het werkstuk met de duwstok (14) tot het einde van het spouwmes Duch push.

10.1.3 Uitvoeren van schuine sneden (afb. 22)

Schuine sneden worden principieel uitgevoerd mits gebruikmaking van de parallelaanslag (7). De paralle- laanslag (7) moet in principe rechts van het zaagblad worden gemonteerd. Anders kunnen werkstukken bij het zagen tussen de parallelaanslag en het zaagblad ingeklemd en weggeslingerd worden.

1. Zaagblad (5) op de gewenste hoekmaat afstellen.

2. Parallelaanslag (7) afstellen naargelang de breed-

te en de hoogte van het werkstuk (zie 9.4).

3. Snede conform de werkstukbreedte uitvoeren (zie

10.2 Uitvoeren van dwarssneden (afb. 23)

1. Dwarsaanslag (2) in de groef (40) van de zaagta-

fel schuiven en op de gewenste hoek instellen (zie 9.5).

2. Indien aanslagrail (17) gebruiken.

3. Werkstuk hard tegen de dwarsaanslag (2) druk-

5. Dwarsaanslag (2) en werkstuk naar het zaagblad

(5) toe schuiven teneinde de snede uit te voeren. m WAARSCHUWING: Hou altijd het geleide werkstuk vast, nooit het vrije werkstuk dat afgesneden wordt.

6. Dwarsaanslag (2) altijd blijven vooruitschuiven tot

het werkstuk helemaal is doorgesneden.

7. Zaag weer uitzetten.

8. Zaagafval pas verwijderen als het zaagblad stil-

10.3 Snijden van spaanderplaten

Om het uitbreken van de snijkanten bij het snijden van spaanderplaten te voorkomen moet het zaagblad (5) niet hoger dan 5 mm boven werkstukdikte worden af- gesteld (zie ook punt 9.2).www.scheppach.com

Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren de aansluitka- bel niet op het elektriciteitsnet is aangesloten. Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevant DE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitsluitend aansluitkabels met de aanduiding „H05VV-F“. Op de aansluitkabel moet de type-aanduiding vermeld staan. Wisselstroommotor

  • De netspanning moet 220-240 VAC~ zijn.
  • Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een doorsnede hebben van 1,5 vierkante millimeter. Aansluitingen en reparaties van de elektrische uitrus- ting mogen uitsluitend door een elektromonteur wor- den uitgevoerd. Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:
  • Stroomtype van de motor
  • Gegevens op het typeplaatje van de machine
  • Gegevens van het typeplaatje van de motor Aansluittype Y Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd is, moet dit door de fabrikant, diens servicedienst of door een soortgelijk gekwaliceerde persoon vervangen worden om gevaar te vermijden.

15. Afvalverwerking en hergebruik

Aanwijzingen op de verpakking De verpakkingsmaterialen zijn re- cyclebaar. Verpakkingen milieu- vriendelijk afvoeren. Aanwijzingen betre󰀨ende de wetgeving Afgedank- te elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur behoort niet bij het huishoude- lijke afval, maar moeten worden ingeza- meld resp. gescheiden worden afgevoerd!

  • Oude batterijen of accu’s die niet vast in het afge- dankte apparatuur zijn geïntegreerd, moeten vóór het afvoeren op niet-destructieve wijze worden ver- wijderd! Het afvoeren hiervan is geregeld in de wet- geving inzake batterijen.
  • Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elek- tronische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu’s in te leveren. Slijtstukken*: Koolborstels, tafelinzetstuk, schuifstok, zaagblad
  • niet verplicht bij de leveringsomvang begrepen! Neem in het geval van reserveonderdelen en accessoi- res contact op met ons servicecentrum. Scan hiervoor de QR code op de voorpagina.

Sla het apparaat en de hulpstukken op een donkere, droge en vorstvrije plaats en voor kinderen ontoegan- kelijke plaats op. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30˚C. Bewaar het elektrisch apparaat in de originele verpak- king. Dek het elektrisch apparaat af om het tegen stof of vocht te beschermen. Bewaar de gebruikshandleiding bij het elektrische ap- paraat.

14. Elektrische aansluiting

De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aangesloten. De aansluiting voldoet aan de rele- vante VDE- en DIN-voorschriften. De netaanslui- ting van de klant en het gebruikte verlengsnoer moeten eveneens aan deze voorschriften voldoen. Belangrijke aanwijzingen Bij overbelasting van de motor schakelt deze vanzelf uit. Na een afkoeltijd (deze tijd is verschillend) kan de motor weer worden ingeschakeld. Defecte elektrische aansluitkabel Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de isolatie op. Mogelijke oorzaken zijn:

  • Versleten plekken, als aansluitkabels door venster- of deuropeningen worden geleid.
  • Knikken door een onvakkundige bevestiging of ge- leiding van de aansluitkabel.
  • Snijplekken omdat over de aansluitkabel is gereden.
  • Beschadigde isolatie omdat de stekker uit het stop- contact is getrokken.
  • Scheuren door veroudering van de isolatie. Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is beschadigd.www.scheppach.com

16. Verhelpen van storingen

Storing Mogelijke oorzaak Oplossing Zaagblad lost na het stoppen van de motor Moer niet vast aangetrokken Draai de bevestigingsmoer rechtse schroefdraad Motor start niet Mislukking zekering Controleer zekering Verlengkabel defect Vervang de verlengkabel Leidingen naar de motor of schakelaar in de juiste volgorde Gecontroleerd door de elektricien Motor of schakelaar defect Gecontroleerd door de elektricien Motor niet uit te voeren, de zekering reageert Dwarsdoorsnede van de verlengkabel is niet voldoende zie “Elektrische aansluiting” Overbelasting veroorzaakt door botte mes zaagblad ruilen Verbrande gebieden op het grensvlak bot zaagblad Zaagblad slijpen (alleen door een geautoriseerde slijper) of vervangen. onjuiste zaagblad Vervang het mes - Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaar- den van de fabrikanten en distributeurs verzoe- ken wij u contact op te nemen met de betre󰀨ende klantenservice.

  • Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikaat aan een particulier huishouden, kan de fabrikant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elek- trische apparaat. Neem hiertoe contact op met de klantenservice van de fabrikant.
  • Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden ge- installeerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Eu- ropese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.
  • De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wis- sen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voeren afgedankte apparaat!
  • Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak bete- kent dat afgedankte elektrische en elektronische ap- paratuur niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
  • Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd: - Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven) - Verkooppunten van elektrische apparaten (statio- nair en online), voor zover dealers verplicht zijn ze terug te nemen of dit vrijwillig aanbieden. - Tot drie afgedankte elektronische apparaten per apparaattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis naar de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw apparaat van de fabrikant te hoeven kopen, of naar een ander erkend inzamelpunt in je omge- ving worden gebracht.www.scheppach.com

EU-conformiteitsverklaring Vertaling van de originele conformiteitsverklaring Wij verklaren onder eigen verantwoordelijkheid dat het hier beschreven pro-duct voldoet aan de geldende richtlijnen en normen. Het hier beschreven onderwerp van deze verklaring voldoet aan de voorschriften van richtlijn 2011/65/EU van het Europese Parlement en de Raad van 8 juni 2011 omtrent de beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke sto󰀨en in elektrische en elektronische apparaten. * Technische documentatie verkrijgbaar bij: ** Artikelnummer *** Artikelnaam: Tafelcirkelzaag HS80 Merk ****

17. Conformiteitsverklaring