SEV 2416 Q - Zaag STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SEV 2416 Q STIGA in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - SEV 2416 Q STIGA
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SEV 2416 Q - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SEV 2416 Q van het merk STIGA.
GEBRUIKSAANWIJZING SEV 2416 Q STIGA
Paso BARRA CADENA Pulgadas Longitud Pulgadas / cm Anchura ranura Pulgadas / mm Código Código 3/8” 16” / 40 cm 0,050” / 1,3 mm 123900368/0 4113765NL PRESENTATIE 1 Geachte Klant, wij danken u voor het feit dat u de voorkeur hebt gegeven aan onze producten en wij hopen dat het gebruik van deze machine u zeer tevreden zal stellen en dat zij volledig aan uw verwachtingen zal voldoen. Deze handleiding is ge- schreven om u vertrouwd te maken met uw machine en om u in staat te stellen haar op de beste en de meest veilige manier te gebruiken: vergeet niet dat deze handleiding een integrerend deel van de machine is, bewaar deze binnen handbereik zodat u haar op elk gewenst moment kunt raadplegen en zorg ervoor dat ze de machine altijd vergezelt ook als u de machine verkoopt of uitleent. Deze nieuwe machine is ontworpen en gemaakt in overeenstemming met de geldende voorschriften en is volkomen veilig en betrouwbaar indien zij wordt gebruikt overeenkomstig de aanwijzingen in deze handleiding (voorzien gebruik); het gebruik voor andere doeleinden of het niet in acht nemen van de aangegeven veiligheids-, gebruiks-, onderhouds- en reparatievoorschriften wordt als “oneigenlijk gebruik” beschouwd en brengt verval van, zowel de garantie, als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is voor schade of letsel die hij- zelf of anderen oplopen. Mocht u verschillen tegenkomen tussen wat beschreven is en de machine die u bezit, denk er dan aan dat, aange- zien het product continu verbeterd wordt, de in deze handleiding opgenomen gegevens zonder voorafgaande ken- nisgeving en zonder dat de fabrikant verplicht is de handleiding te updaten gewijzigd kunnen worden, waarbij de es- sentiële kenmerken met het oog op de veiligheid en de werking evenwel onveranderd blijven. Neem in geval van twijfel contact op met uw verkoper. Wij wensen u een prettig gebruik van de machine toe! INHOUDSOPGAVE
TYPEPLAATJE 10.1) Conformiteitsmerk volgens de richtlijn 2006/42/EG 10.2) Naam en adres van de fabrikant 10.3) Akoestische vermogen LWA volgens de richtlijn 2000/14/EG 10.4) Referentiemodel van de fabrikant 10.5) Machinemodel 10.6) Serienummer 10.7) Bouwjaar 10.8) Spanning en Frequentie voeding 10.9) Vermogen motor 10.10) Dubbele isolatie 10.11) Artikelcode 10.12) Land van vervaardiging 10.13) Maximaal toegelaten lengte van het blad. Het is verboden langere zaagbladen te gebruiken. Gooi elektrische apparatuur niet bij het gewoon huishoudelijk afval. Volgens de Europese Richtlijn 2002/96/EG inzake elektrisch en elektronisch afval en de toepassing ervan overeenkomstig de nationale wetgeving, moet de afgedankte elektrische apparatuur apart ingezameld worden voor recyclage- oeleinden. Indien de elektrische apparatuur afgedankt wordt op een afvalpark of in de ondergrond, kunnen de schadelijke stoffen de waterlaag bereiken en in de voedingsketen terecht komen, met nadelige gevolgen voor uw gezondheid en welzijn. Voor meer informatie over de afdan- king van dit product, contacteer de instantie die bevoegd is voor de verwerking van het huishoudelijk afval of uw raadpleeg uw Verkoper.
[1] Waarschuwing: De aangegeven trillingswaarde is met een gestandaardiseerde uitrusting bepaald en kan zowel gebruikt worden voor de vergelijking met an- dere elektrische apparatuur als voor een voorlopige schatting van de lading door middel van de trillingen. LET OP: De waarde van de trillingen kan variëren in functie van het gebruik van de machine en zijn uitrusting en hoger zijn dan de aangegeven waarde. De veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de gebruiker moeten bepaald worden door zich te baseren op de schatting van de lading ve- roorzaakt door de trillingen onder de werkelijke gebruiksomstandigheden. Hiervoor moeten alle fases van de werkingscyclus in beschouwing genomen worden zoals bijvoorbeeld het uitzetten en de onbelaste werking.
aximale waarden voor geluid en trillingen [1] Geluidsdrukniveau aan het oor van de bediener (EN ISO 22868) dB(A) 84,92
Frequentie voeding Hz 50 Vermogen motor W 2400 Lengte staaf cm 40 Snelheid ketting m/sec 13,5 Gewicht kg 5,3 Olie ml 230
1) Voordat u deze machine in gebruik neemt, eerst de
2) 3) De persoon die deze machine dagelijks in normale
omstandigheden gebruikt kan blootgesteld zijn aan een geluidsniveau van 85 dB (A) of hoger. Draag een veilig- heidsbril en oorbeschermingen.
11) Montagerichting ketting 13) Draairichting om het blad los
4) Niet blootstellen aan de regen (of vocht).
5) De stekker onmiddellijk uit het stopcontact halen in-
dien het snoer (of verlengsnoer) beschadigd of doorge- sneden is.
6) Maximaal toegelaten lengte van het blad. Het is ver-
boden langere zaagbladen te gebruiken. TOELICHTENDE SYMBOLEN
In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gege-
ens van bijzonder belang bevatten, gekenmerkt door diverse sym- bolen die de volgende betekenis hebben
erstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te
oorkomen dat de machine beschadigd wordt of er schade veroor- zaakt wordt. Gevaar van persoonlijk letsel of let-
el aan anderen in geval van niet inachtneming. Kans op ernstig persoonlijk letsel of ernstig letsel aan anderen met gevaar voor dodelijke onge- lukken, in geval van niet inachtneming. ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
OOR DE ELEKTRISCHE GEREEDSCHAPPEN
Lees alle veiligheidsvoorschriften en instructies. Het niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan elektrische schokken, brand en/of ernstige let- sels veroorzaken. Bewaar alle waarschuwingen en instructies voor raadpleging in de toekomst. De term “elektrisch gereedschap” aangegeven in de voorschriften verwijst naar uw apparatuur met voeding vanaf het elektriciteitsnet.
1) Veiligheid van de werkzone
a) Hou de werkzone netjes en goed verlicht. Vuile en rommelige zones bevorderen het voorkomen van ongevallen. b) Gebruik geen elektrisch gereedschap in omgevingen met ontploffingsgevaar, in aanwezigheid van ontvlambare vloei- stoffen, gas of stof. De elektrische gereedschappen genereren vonken die stof of dampen kunnen doen ontvlammen. c) Hou kinderen en omstanders uit de buurt wanneer gebruik gemaakt wordt van een elektrisch gereedschap. Een mo- ment van onoplettendheid kan ertoe leiden dat men de controle over de machine verlies.
2) Elektrische veiligheid
a) De stekker van het elektrisch gereedschap moet compatibel zijn met het stopcontact. De stekker mag nooit gewijzigd worden. Gebruik geen adapters voor elektrische gereed- schappen voorzien van een aardleidng. De niet-gewijzigde stekkers die geschikt zijn voor het stopcontact verminderen het ri- sico voor elektrische schokken. b) Voorkom met het lichaam in contact te komen met geaarde oppervlakken, zoals buizen, radiatoren, keukens of koel- kasten. Het risico voor elektrische schokken vermindert wanneer het lichaam geaard is. c) Stel de elektrische gereedschappen niet bloot aan regen of natte omgevingen. Water dat in een elektrisch gereedschap sij- pelt verhoogt het risico voor elektrische schokken. d) Gebruik de kabel niet op oneigenlijke manier. Gebruik de ka- bel niet om het gereedschap te transporteren, om aan het ge- reedschap te trekken of om de stekker uit het stopcontact te halen. Hou de kabel uit de buurt van warmtebronnen, olie, scherpe hoeken of bewegende onderdelen. Een beschadigde of geknelde kabel verhoogt het risico voor elektrische schokken. e) Wanneer een elektrisch gereedschap buiten gebruikt wordt, gebruik dan een verlengkabel geschikt voor gebruik buiten. GEVAAR! LET OP! LET OP! BELANGRIJK OPMERKING Het gebruik van een verlengkabel geschikt voor gebruik buiten ver-
indert het risico voor elektrische schokken. f) Als het gebruik van een elektrisch gereedschap in een voch-
ige omgeving niet vermeden kan worden, gebruik dan een stopcontact beschermd met een differentiaalschakelaar
RCD-Residual Current Device). Het gebruik van een RCD ver- mindert het risico voor elektrische schokken.
3) Persoonlijke veiligheid
) Blijf attent, controleer wat er gaande is en gebruik altijd het gezond verstand wanneer een elektrisch gereedschap ge-
ruikt wordt. Gebruik het elektrisch gereedschap niet wan- neer u moe bent, geneesmiddelen, alcohol of drugs ge-
ruikt hebt. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van een elektrisch gereedschap kan ernstige persoonlijke letsels ver-
orzaken. b) Gebruik beschermende kleding. Draag altijd een veiligheidsbril. Het gebruik van een persoonlijke beschermende uitrusting zoals een stofmasker, beschermende antislipschoenen, een veilig- heidshelm of een oorbescherming voorkomt persoonlijke letsels. c) Voorkom dat de machine ongewild start. Zorg ervoor dat de schakelaar in de stand «OFF» staat vooraleer de stekker in het stopcontact te steken, om het elektrisch gereedschap vast te nemen of te transporteren. Een elektrisch gereedschap transporteren met een vinger op de schakelaar of hem loskoppe- len van het stopcontact met de schakelaar in de stand «ON» ver- hoogt het risico voor ongevallen. d) Verwijder alle sleutels of regelinstrumenten vooraleer het elektrisch gereedschap in te schakelen. Een sleutel of ge- reedschap dat in contact blijft met een bewegend onderdeel kan persoonlijke letsels veroorzaken. e) Ga niet overhellen. Ga altijd stabiel staan en zorg ervoor dat het evenwicht niet verloren wordt. Zo heeft men in onver- wachte situaties een betere controle over het elektrisch gereed- schap. f) Draag gepaste kleding. Draag geen ruime kleding of juwelen. Hou het haar, de kleding en de handschoenen op veilige af- stand van bewegende onderdelen. Loshangende kledingstuk- ken, juwelen of lang haar kunnen gegrepen worden in de bewe- gende onderdelen. g) Als er delen met stofafname-installaties verbonden moeten worden, verzeker u er dan van dat ze goed verbonden en ge- bruikt worden. Door het gebruik van deze inrichtingen kunnen de risico’s met betrekking tot stof beperkt worden.
4) Gebruik en onderhoud van het elektrisch gereedschap
a) Het elektrisch gereedschap niet overbelasten. Gebruik het elektrisch gereedschap dat geschikt is voor het werk. Met een gepast elektrisch gereedschap zal het werk beter en op vei- liger wijze uit te voeren, aan de snelheid waarvoor het gereed- schap ontworpen werd. b) Gebruik het elektrisch gereedschap indien de schakelaar hem niet correct kan in- en uitschakelen. Een elektrisch ge- reedschap dat niet bediend kan worden met de schakelaar is ge- vaarlijk en moet gerepareerd worden. c) Haal de stekker uit het stopcontact vooraleer een regeling uit te voeren of accessoires te veranderen, of vooraleer het elektrisch gereedschap op te bergen. Deze preventieve vei- ligheidsmaatregelen verminderen het risico voor accidentele in- schakelingen van het elektrisch gereedschap. d) Hou de niet gebruikte gereedschappen buiten het bereik van kinderen en laat ze niet gebruiken door personen die niet vertrouwd zijn met het gereedschap zelf of met deze in- structies. De elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk indien ze gebruikt worden door onervaren personen. e) Onderhoud de elektrische gereedschappen correct. Con- troleer of de bewegende onderdelen goed uitgelijnd zijn en vrij kunnen bewegen, of er geen delen gebroken zijn en of er andere condities zijn die een invloed kunnen hebben op de werking van het elektrisch gereedschap. Bij schade moet het gereedschap gerepareerd worden vooraleer het opnieuw 4 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
3. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENt
e gebruiken. Vele ongevallen worden veroorzaakt door een on- toereikend onderhoud.
) Alle snijonderdelen moeten scherp en schoon gehouden worden. Wanneer de snijonderdelen altijd scherp en schoon zijn,
ullen ze minder snel vastlopen en makkelijker te beheersen zijn. g) Gebruik het elektrisch gereedschap en de relatieve acces-
oires volgens de geleverde instructies en hou rekening
et de werkcondities en het type werk dat men wilt uitvoe- ren. Het gebruik van en elektrisch gereedschap voor handelingen
erschillend van die voorzien kan gevaarlijke situaties opleveren.
a) Laat het elektrisch gereedschap repareren door gekwalifi- ceerd personeel en gebruik alleen originele onderdelen. Op die manier wordt de veiligheid van het elektrisch gereedschap in
Blijf met al uw lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting terwijl de kettingzaag in werking is. Voor de kettingzaag te star- ten, controleren of de zaagketting nergens mee in aanraking komt. Als u even niet oplet terwijl u de kettingzaag gebruikt, kan uw kle- ding of lichaam in de zaagketting verstrikt raken.
- Pak met uw rechter hand de achterste handgreep vast en met uw linkerhand de voorste handgreep. Nooit de kettingzaag an- dersom vastpakken omdat dan het risico op persoonlijk letsel toe- neemt.
- Draag een veiligheidsbril en oorbeschermingen. Verder wordt een beschermhelm aanbevolen en berschermschoenen en - handschoenen. Door het dragen van geschikte beschermkleding verlaagt u de kans op verwondingen die veroorzaakt kunnen wor- den door wegspringend houtafval of het per ongeluk in aanraking komen met de zaagketting.
- Gebruik de kettingzaag niet in een boom. Het gebruik van een kettingzaag terwijl u in een boom geklommen bent, kan verwon- dingen veroorzaken.
- Ga altijd op een goed steunpunt staan en laat de kettingzaag alleen draaien als u op een stevig, veilig en vlak oppervlak staat. Als u op een gladde of instabiele ondergrond staat, zoals bij- voorbeeld een ladder, kunt u uw evenwicht of de controle over de kettingzaag verliezen.
- Als u een onder spanning staande tak afzaagt, moet u op het risico van eventuele terugslag letten. Als de spanning van de houtvezels vrijkomt, kan de onder spanning staande tak de bedie- ner een tik geven en/of kan hij de controle over de kettingzaag ver- liezen.
- Wees uiterst voorzichtig als u struiken en jonge boompjes af- zaagt. Dun materiaal kan in de zaagketting verstrikt raken waardoor het in uw richting kan wegspringen en/of u uw evenwicht kunt ver- liezen.
- Draag de kettingzaag aan de voorste handgreep als hij uit- geschakeld is en van uw lichaam af gekeerd. Als de ketting- zaag vervoerd of opgeborgen wordt moet altijd de bladbe- scherming aangebracht worden. Door correct met de kettingzaag om te gaan verkleint u de kans op het per ongeluk in aanraking komen met de bewegende zaagketting.
- Houd u aan de aanwijzingen voor het smeren, het spannen van de ketting en het verwisselen van accessoires. Een ver- keerd gespannen of gesmeerde ketting kan breken en verhoogt de kans op terugslag.
- Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van olie en vet. Een vette handgreep is glad en hierdoor kunt u de controle over de kettingzaag verliezen.
- Alleen hout zagen. De kettingzaag niet voor andere doelein- den gebruiken dan hier voorzien zijn. Bijvoorbeeld: de ket- tingzaag niet gebruiken voor het zagen van plastic, bouw- materiaal of ander materiaal dan hout. Het gebruik van de kettingzaag voor andere doeleinden dan waarvoor hij bedoeld is, kan leiden tot gevaarlijke situaties.
OORZAKEN VAN TERUGSLAG
EN VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE GEBRUIKER: Terugslag ontstaat als de punt of het uiteinde van het zaagblad een voorwerp raakt of het hout de kettingzaag in de snede vastklemt.
oor de aanraking van de punt kan, in sommige gevallen, een om- gekeerde reactie plaatsvinden waarbij het zaagblad omhoog en
chteruit naar de bediener toe springt. Het beknellen van de zaagketting aan de bovenkant van het zaagblad
an de zaagketting snel naar achteren naar de bediener toe werpen.
oor één van deze twee reacties kunt u de controle over de zaag ver-
iezen, met mogelijk ernstige verwondingen tot gevolg. U kunt niet uit- sluitend op de in de zaag ingebouwde veiligheidsinrichtingen ver-
rouwen. De gebruiker van een kettingzaag moet verschillende maatregelen treffen om het risico op ongelukken of verwonding tijdens de zaag- werkzaamheden op te heffen. Terugslag is het gevolg van een slecht gebruik van het gereedschap en/of onjuiste procedures of gebruiks- omstandigheden en kan vermeden worden door de volgende voor-
Houd de zaag met beide handen stevig vast, met de duimen en vingers om de handgrepen van de kettingzaag gesloten en
oud uw lichaam en armen in een positie waarin u tegenstand kunt bieden tegen terugslag. Terugslag kan door de bediener op- gevangen worden als hij de nodige voorzorgsmaatregelen getrof- fen heeft. Laat de kettingzaag niet los.
- Reik niet te ver en zaag niet boven schouderhoogte. Dit draagt bij te vermijden dat de punt van het zaagblad per ongeluk iets raakt en tot een betere controle over de kettingzaag in onverwachte situaties.
- Gebruik alleen de door de fabrikant gespecificeerde zaag- bladen en -kettingen. Ongeschikte zaagbladen en -kettingen kunnen ervoor zorgen dat de ketting breekt en/of terugslag ver- oorzaken.
- Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant voor wat betreft het slijpen en onderhoud van de kettingzaag. Door een kleinere zaagdiepte neemt het risico op terugslag toe.
- Gebruikstechnieken van de elektrische zaag Neem altijd de veiligheidsvoorschriften in acht en gebruik de tech- nieken die het meest gepast zijn voor het uit te voeren werk, volgens de instructies en de voorbeelden gegeven in de gebruiksaanwijzingen (zie hoofdstuk 7). Plaats de toevoerkabel zodat deze niet verklemd geraakt in takken of andere hindernissen.
- Veilige hantering van de elektrische zaag Telkens wanneer de machine verplaatst of vervoerd moet worden, is het noodzakelijk: – de motor uit te schakelen, te wachten tot de ketting tot stilstand ge- komen is en de machine los van het elektriciteitsnet te koppelen; – de bladbescherming aan te brengen; – de machine alleen vast te nemen aan de handgrepen en het blad in de richting tegenover de loop- of rijrichting te houden. Wanneer de machine vervoerd wordt met een transportmiddel, moet zij op dusdanige manier gepositioneerd worden dat niemand gevaar loopt en stevig vastgesnoerd worden.
- Aanbevelingen voor beginners Wanneer u voor de eerste keer een boom wilt vellen of takken wilt af- zagen, moet u eerst: – een specifieke opleiding gevolgd hebben over het gebruik van dit type van gereedschap; – de veiligheidsvoorschriften en gebruiksaanwijzingen bevat in deze handleiding zorgvuldig gelezen hebben; – oefenen op houtblokken op de grond of bevestigd op een steun, om voldoende vertrouwd te raken met de machine en de meest ge- schikte snijtechnieken. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN 5
NL1. INHOUD VAN DE VERPAKKING
De verpakking van de machine bevat: – de motor, – het blad, – de ketting, – de bladbescherming, – de omslag met de documenten. De machine wordt geleverd met gedemonteerde blad en ketting, en met lege oliereser- voir. De machine moet op een vlakke en solide ondergrond uitgepakt en gemon- teerd worden, met voldoende bewegingsruimte voor de machine en de verpakking, en steeds met gebruik van geschikte werktuigen. De verpakking moet volgens de plaatselijke gel- dende bepalingen worden afgevoerd.
2. MONTAGE VAN HET BLAD EN DE KETTING
Draag altijd sterke werk- handschoenen om het blad en de ketting te hante- ren. Ga bijzonder voorzichtig te werk voor de mon- tage van het blad en de ketting, om de veiligheid en efficiëntie van de machine niet in het gedrang te brengen; neem bij twijfels contact op met uw Ver- koper. LET OP! LET OP! BELANGRIJK Vooraleer het blad te monteren, controleer of de ket- tingrem niet ingeschakeld is; dit wordt bekomen door de voorste handbescherming volledig naar achter te trek- ken, naar het machinehuis toe. Zorg ervoor dat de machine niet aangesloten is op het stopcontact. – Draai de knop (1) los en verwijder de carter, om toe- gang te krijgen tot het sleepwiel en de zitting van het blad (Afb. 1). – Monteer de ketting op het blad en respecteer hierbij de draairichting; indien de punt van het blad voorzien is van een haakse overbrenging, zorg er dan voor dat de sleepschakels van de ketting correct in deze over- brenging passen (Afb. 2). – Monteer het blad (2) door de pen in de opening van het blad door de opspaninrichting (2a) te steken, en duw het blad naar de achterzijde van de machine (Afb. 3). – Wikkel de ketting rond het sleepwiel (Afb. 4) en duw het blad vooruit om een eerste vooropspannig van de ketting te verkrijgen – Hermonteer de carter, door de knop (1) aan te schroe- ven zonder hem volledig vast te draaien. – Verdraai de moer (3) kloksgewijs tot de ketting correct opgespannen is (Afb. 5) – Houd het blad omhoog en draai de knop (1) volledig vast (Afb. 6). LET OP!
1. CONTROLE VAN DE MACHINE
Zorg ervoor dat de machine niet aangesloten is op het stopcontact. Alvorens de machine te gebruiken, is het noodzakelijk: – te controleren of de spanning en de frequentie van het elektriciteitsnet overeenkomen met wat aangegeven is op het “Typeplaatje” (zie hoofdstuk 1 - 10.8). – te controleren of er geen schroeven loszitten aan de machine of het blad; – te controleren of de ketting goed gespannen werd, scherp is en niet beschadigd is; – te controleren of de handgrepen en beschermingen LET OP! van de machine schoon en droog zijn, correct ge- monteerd zijn en stevig vastzitten op de machine; – de efficiëntie van de kettingrem te controleren; – te controleren of de hendel van de schakelaar en de veiligheidsknop vrij kunnen bewegen en of hij bij het loslaten automatisch en snel terugkeert in de neu- trale stand; – te controleren of de hendel van de schakelaar ge- blokkeerd blijft wanneer niet op de veiligheidsknop ge- duwd wordt; – te controleren of de doorgang van de koelingslucht niet belemmerd wordt door zaagsel of vuil; – te controleren of het voedingssnoer en het verleng- snoer niet beschadigd zijn; – controleer of het oliepeil van de ketting niet onder het teken «MIN» is en vul, indien nodig, bij tot ongeveer 1 cm van de rand van de opening.
Zorg ervoor dat de machine niet aangesloten is op het stopcontact. – Draai de knop (1) los (Afb. 5). – Draai aan de ringmoer van de kettingspanner (3) tot de gepaste spanning bekomen wordt (Afb. 5). – Houd het blad omhoog en draai de knop (1) volledig vast (Afb. 6). Om te controleren of de spanning correct is, mogen de sleepschakels niet uit hun geleider komen wanneer de ketting halverwege het blad vastgenomen wordt (Afb. 7). Houd de schakelaar en de veiligheidsknop ingedrukt om de rem vrij te geven en laat de ketting met behulp van een schroevendraaier langs de geleiders lopen, om er- voor te zorgen dat deze handeling zonder overmatige belasting verloopt.
3. CONTROLE VAN DE KETTINGREM
Deze machine is uitgerust met een dubbel remsysteem dat in twee situaties in werking treedt. a) Wanneer de hendel van de schakelaar losgela- ten wordt, treedt er automatisch een rem in werking die de beweging van de ketting vertraagt en stopt, om het gevaar op letsels te voorkomen, dat zich zou kunnen voordoen indien de ketting na het uitscha- kelen zou blijven draaien. b) In geval van terugslagen (terugslag) tijdens het werk, na een abnormaal contact van de punt van de staaf, met een krachtige verplaatsing naar boven, die de hand tegen de voorste bescherming doet stoten. In dit geval, blokkeert de actie van de rem de bewe- ging van de ketting en moet deze handmatig losge- zet worden om hem uit te schakelen. Deze rem kan ook handmatig ingeschakeld worden, door de voorste bescherming naar voor te duwen. Om de rem vrij te geven, trek de voorste bescherming naar de handgreep tot u een klik gewaarwordt. Om de efficiëntie van de rem te controleren: – Start de motor door de machine vast te nemen aan de voorste handgreep en duw de voorste handbescher- ming met de duim vooruit, in de richting van het blad. – Wanneer de rem inschakelt, de hendel van de scha- kelaar loslaten. Zodra de rem inschakelt moet de ketting stilvallen. LET OP! De machine niet gebruiken indien de kettingrem niet correct werkt. Neem voor de nodige controles contact op met uw Verkoper.
4. SMEERMIDDEL KETTING
Gebruik alleen olie die specifiek bestemd is voor kettingzagen of hechtolie voor ketting- zagen. Gebruik geen olie die onzuiverheden bevat, om de filter van het reservoir niet te verstoppen en de olie- pomp niet onherroepelijk te beschadigen. De olie bestemd voor de sme- ring van de ketting is biologisch afbreekbaar. Het gebruik van een minerale olie of motorolie brengt ernstige schade toe aan het milieu. Het gebruik van een olie van goede kwaliteit is van fun- damenteel belang voor een efficiënte smering van de snij-inrichtingen; een vuile olie of olie van slechte kwaliteit zal de smering in het gedrang brengen en de levensduur van de ketting en het blad verkorten. Het is altijd aangeraden om, vóór elk gebruik van de machine, het peil na te gaan en tot ongeveer 1 cm van de rand van de vulopening bij te vullen. Het oliepeil mag niet onder het teken «MIN» da- len. Om olie bij te vullen, raadt men aan de machine op de rechterzijde te leggen, zodat de vulmond verticaal staat.
5. ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN
Vocht en elektriciteit gaan niet samen. – De elektrische kabels worden altijd in droge om- standigheden gehanteerd en aangesloten. – Breng een elektrisch stopcontact of kabel nooit in contact met een natte zone (plas of vochtige ondergrond). De verlengsnoeren moeten van goede kwaliteit zijn, m.a.w. niet minder dan het type H07RN-F of H07VV-F met een minimale doorsnede van 1,5 mm
en een maxi- maal aanbevolen lengte van 30 m. Laat het snoer tijdens het werken niet opgerold, om te voorkomen dat hij oververhit raakt. LET OP! GEVAAR! OPMERKING BELANGRIJK BELANGRIJK BELANGRIJK8 VOORBEREIDING / STARTEN - UITSCHAKELEN VAN DE MOTOR / GEBRUIK VAN DE MACHINE
Wanneer de schakelaar losge- laten wordt, blokkeert de veiligheidsknop en valt de mo- tor stil. De ketting kan mogelijk pas een seconde na de uitschakeling van de motor tot stilstand komen.
UITSCHAKELEN VAN DE MOTOR
Om de motor uit te schakelen: – Geef de schakelaar (7) vrij. – Koppel EERST het verlengsnoer (3) los van het stop- contact (4) en DAN PAS het voedingssnoer (2) van het snoer (3). OPMERKING LET OP! STARTEN VAN DE MOTOR (Afb. 12) Alvorens de motor te starten: – Haak het verlengsnoer (1) vast aan de snoerhouder in de achterste handgreep. – Sluit EERST de stekker van het voedingssnoer (2) aan op het verlengsnoer (3) en DAARNA het verlengsnoer op het stopcontact (4). – Verwijder de bladbescherming. – Zorg ervoor dat het blad niet in aanraking komt met het terrein of met andere voorwerpen. Om de motor te starten (Afb. 12):
1. Geef de kettingrem vrij (5) (voorste handbescher-
ming naar de voorste handgreep getrokken).
2. Neem de machine stevig met beide handen vast.
3. Druk op de veiligheidsknop (6) en druk op de scha-
gebruik (bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend): – Hagen bijschoeien – snijwerken – doorsnijden van banken, kisten en verpak- kingen in het algemeen – doorsnijden van meubelen of andere voor- werpen die nagels, vijzen of andere metalen onderdelen kunnen bevatten – slachterswerken uitvoeren – de machine gebruiken als hefboom om voor- werpen op te tillen, te verplaatsen of door te breken; – de machine gebruiken wanneer ze op vaste steunen geblokkeerd is.
3) Denk eraan dat de persoon die de machine be-
dient of de gebruiker aansprakelijk is voor on- gevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen over- Voor uw veiligheid en die van de anderen:
1) Gebruik de machine niet zonder eerst de in-
structies aandacht gelezen te hebben. Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de motor snel af te zetten.
2) Gebruik de machine alleen voor het doel waar-
toe het bestemd is, m.a.w. “het vellen, het verza- gen en snoeien van bomen met afmetingen in ver- houding tot de lengte van het kettingblad” of houten voorwerpen met gelijkaardige eigen- schappen. Elk ander gebruik kan gevaarlijk zijn en schade toebrengen aan de machine, net zo- als het gebruik van accessoires die niet speci- fiek vermeld worden in deze handleiding. De volgende situaties behoren tot het oneigenlijk LET OP!
7. GEBRUIK VAN DE MACHINE
De blijvende aansluiting van om het even welk elektrisch apparaat op het elek- triciteitsnet van het gebouw moet uitgevoerd wor- den door een gekwalificeerd elektricien, conform de geldende wetgeving. Een niet correct uitgevoerde aansluiting kan ernstige persoonlijke letsels ver- oorzaken en zelfs de dood tot gevolg hebben. Voed het apparaat met een differentiaalschakelaar (RCD – Residual Current Device) met een ontkoppelingsstroom van maxi- mum 30 mA. GEVAAR! GEVAAR! Om onderbrekingen in de toe- voer van de elektrische stroom te vermijden: – controleer of het totaal vermogen van de elektrische installatie geschikt is; – verbind de machine aan een stopcontact met een vol- doende stroomsterkte; – vermijd het gelijktijdig gebruik van elektrische appa- raten met een hoge absorptie. BELANGRIJKkomen.
4) Draag tijdens het werk gepaste kledij. Uw Ver-
koper zal u alle nodige informatie geven over de meest geschikte veiligheidskledij, met het oog op een veilig gebruik van de machine. Ge- bruik trillingswerende handschoenen. Alle bo- ven vermeldde voorzorgsmaatregelen zijn geen garantie tegen het risico op het fenomeen van Raynaud of het carpaletunnelsyndroom. Men raadt daarom aan dat wie langdurig ge- bruik maakt van deze machine, regelmatig de condities van zijn handen en vingers moet la- ten controleren. Indien sommige van de hier- boven vermeldde symptomen verschijnen, moet men onmiddellijk een geneesheer raad- plegen.
5) De elektrische inrichting van deze machine ge-
nereert een elektromagnetisch veld van be- perkte omvang, dat echter de mogelijkheid op interferentie met de werking van actieve of pas- sieve medische inrichtingen die op de bediener aangebracht zijn, niet kan uitsluiten, met als ge- volg mogelijke ernstige risico’s voor zijn vei- ligheid. Men raadt daarom aan dat te dragers van dergelijke medische apparaten de ge- neesheer of de fabrikant van deze apparaten zelf raadplegen, vooraleer de machine te ge- bruiken.
6) Werk alleen bij daglicht of bij goed kunstlicht.
7) Ga uiterst voorzichtig te werk wanneer vlakbij
metalen omheiningen gewerkt wordt.
8) Vermijd dat de ketting in aanraking komt met
het elektrisch snoer. Gebruik de snoerhouder om te voorkomen dat het verlengsnoer per on- geluk loskomt maar zorg ervoor dat de stekker correct en zonder te forceren in het stopcontact gevoerd wordt. Raak een elektrische kabel die onder stroom staat of slecht geïsoleerd is nooit aan. Indien het verlengsnoer tijdens het ge- bruik beschadigd raakt, het snoer niet aanra- ken en het verlengsnoer onmiddellijk loskop- pelen van het elektriciteitsnet.
9) Let erop dat het blad niet hevig botst met
vreemde lichamen en let op eventueel weg- springend materiaal veroorzaakt door het draaien van de ketting.
10) Leg de motor stil en koppel de machine los
van het elektriciteitsnet: – telkens wanneer u de machine onbeheerd achterlaat; – vóórdat u de machine controleert, schoon- maakt of eraan werkt; – nadat er op een vreemd voorwerp gestoten is. Controleer de machine op eventuele be- schadigingen en voer de nodige reparaties uit alvorens de machine opnieuw te gebrui- ken; – indien de machine op abnormale wijze begint te trillen (Meteen de oorzaak van de trillingen opsporen en hem laten nakijken door een Gespecialiseerd Servicecentrum). – wanneer de machine niet gebruikt wordt. Denk er altijd aan dat een onei- genlijk gebruik van de elektrische zaag storend kan zijn voor de anderen en schadelijk kan zijn voor het milieu. Uit respect voor de anderen en het milieu: – Gebruik de machine niet op plaatsen en uren die sto- rend kunnen zijn. – Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdan- king van het snijafval. – Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdan- king van olie, beschadigde onderdelen of om het even welk element dat niet milieuvriendelijk is. – Tijdens het werken wordt een zekere hoeveelheid olie verspreid in de omgeving, noodzakelijk voor de sme- ring van de ketting; om die reden, gebruik alleen bio- logisch afbreekbare oliën, specifiek bedoeld voor dit gebruik. – Om brandgevaar te voorkomen, de machine niet met warme motor achterlaten op bladeren of droog gras. Het gebruik van de machine voor het zagen en snoeien vergt een specifieke op- leiding.
- Controle van de kettingspanning Tijdens het werk ondergaat de ketting een progressieve verlenging. De spanning moet dus regelmatig gecon- troleerd worden. Tijdens de eerste gebruiksperi- ode (of na de vervanging van de ketting), moet deze con- trole vaker uitgevoerd worden, wegens de aanpassing van de ketting. Werk niet met een ketting die te los zit, om geen gevaarlijke situaties te creëren wanneer de ketting uit de geleiders komt. Om de kettingspanning te regelen, ga te werk zoals aan- gegeven in Hoofdstuk 5.2.
- Stop tijdens het bedrijf Deze machine is voorzien van een bescherming tegen overbelasting, met een schakelaar. Indien de ketting ge- blokkeerd wordt (bijvoorbeeld door blokkering van de BELANGRIJK LET OP! BELANGRIJK LET OP!
NLNL snij-inrichting, door vervuiling van de tanden van de ket- ting of overbelasting in de snit), onderbreekt de overbe- lastingsschakelaar automatisch de toevoer van de stroom, om de elektrische zaag te beschermen. De schakelaar springt af wan- neer de ontkoppelingsstroom de 30-35 A overschrijdt, en kan handmatig hersteld worden door 30 seconden na de volledige afkoeling op de daarvoor bestemde toets ( 1.15) te drukken.
- Controle van de oliestroom De machine niet gebruiken zon- der smering! Het olieniveau in het reservoir is zichtbaar door de doorschijnende indicator. Zorg ervoor dat de olie in het reservoir voor elk gebruik van de machine aange- vuld wordt. Zorg ervoor dat het blad en de ketting goed op hun paats zitten wanneer de olie- toevoer gecontroleerd wordt. Start de motor en controleer of de olie van de ketting ver- spreid wordt zoals aangegeven in de figuur (Afb. 13).
2. GEBRUIKSWIJZEN EN SNIJTECHNIEKEN
Vooraleer de machine voor de eerste keer te gebruiken voor het vellen of snoeien van een boom, oefent u best op houtblokken op de grond of bevestigd op een steun, om voldoende vertrouwd te raken met de machine en de meest geschikte snijtechnieken. Tijdens het werk moet de ma- chine altijd stevig vastgehouden worden met beide handen. Leg de motor onmiddellijk stil wanneer de ketting zich tijdens het werk blokkeert. Let altijd op voor mogelijke terugslagen (kickback) wanneer het blad in contact komt met een hinder- nis.
- Een boom vellen – Als twee of meer personen tegelijk aan het vellen en doorzagen zijn, dan moeten deze werkzaamheden op verschillende plaatsen gebeuren, op een afstand van minstens 2 maal de hoogte van de gevelde boom. Geen bomen vellen waardoor er personen in gevaar BELANGRIJK BELANGRIJK LET OP! LET OP! LET OP! gebracht worden of er elektriciteitsleidingen geraakt zouden kunnen worden of waardoor er wat voor an- dere schade dan ook aangericht zou kunnen worden. Als de boom met een elektriciteitsleiding in aanraking mocht komen moet u meteen contact opnemen met het elektriciteitsbedrijf. – De bediener van de kettingzaag moet boven de plaats gaan staan waar de boom waarschijnlijk naartoe zal rollen of zal vallen als hij geveld is. – Zorg voor vluchtwegen vrij van hindernissen voor te beginnen met zagen. De vluchtweg moet diagonaal achter de geplande valrichting liggen, zoals afgebeeld in Afb. 15. – Voor een boom te vellen moet rekening gehouden worden met de natuurlijke valrichting van de boom, met de kant waar de takken het grootst zijn en met de windrichting om te kunnen beoordelen hoe de boom gaat vallen. – Verwijder vuil, stenen, stukken schors, spijkers, nieten en draden van de boom.
- Valkerf onderaan de boom Maak een inkeping met een diepte van 1/3 van de stam- diameter, haaks op de valrichting, zoals afgebeeld in Afb.
Begin met de onderste horizontale zaagsnede. Zo wordt er vermeden dat de zaagketting of het blad bij de tweede zaagsnede ingeklemd wordt.
- Achterste velsnede – Maak de velsnede aan de achterkant minstens 50 mm boven de horizontale snede van de valkerf zoals afgebeeld in Afb. 16. De achterste velsnede moet parallel aan de horizontale snede van de valkerf staan. Maak de achterste velsnede zodanig dat er voldoende hout overblijft dat als scharnier dient. Het hout van de scharnier belemmert het draaien van de boom en zorgt ervoor dat de boom niet in de verkeerde richting valt. Maak geen sneden in de scharnier. – Als de zaagsnede in de buurt van de scharnier komt, begint de boom te vallen. Als er gevaar bestaat dat de boom niet in de gewenste richting valt of dat hij achter- over zou kunnen hellen en zo de zaagketting zou kun- nen verbuigen, stop dan met zagen zonder de ach- terste velsnede af te maken en gebruik houten, kunststof of aluminium wiggen om de zaagsnede ver- der open te maken en de boom in de gewenste val- richting te vellen. – Zodra de boom begint te vallen, de kettingzaag uit de snede halen, de motor afzetten, de kettingzaag op de grond leggen en dan in de vooraf besloten richting weglopen. Pas op vallende takken en let op waar u loopt. 10 GEBRUIK VAN DE MACHINEGEBRUIK VAN DE MACHINE 11
- Takken van een boom snoeien Snoeien betekent de takken van een gevelde boom af- zagen. Als er takken gesnoeid worden moeten de gro- tere, onderste takken niet afgezaagd worden om de stam te steunen. Verwijder de kleine takken in één keer zoals afgebeeld in Afb. 17. U kunt het beste de onder spanning staande takken vanaf de onderkant afzagen om te voorkomen dat de kettingzaag doorbuigt. Let op de steunpunten van de tak op de grond, aan de mogelijkheid dat die in spanning staat, aan de richting die de tak kan aan- nemen tijdens het zagen en aan de mogelijke in- stabiliteit van de boom na het afzagen van de tak.
- Een stam doorzagen Met doorzagen wordt het dwars in stukken zagen van boomstammen bedoeld. Het is belangrijk stevig op de grond te staan met uw gewicht gelijkmatig over beide be- nen verdeeld. Indien mogelijk, kunt u het beste de boom- stam omhoog zetten met behulp van takken, andere boomstammen of houtblokken. Volg makkelijke richtin- gen om het zagen te vergemakkelijken. – Als de boomstam over zijn hele lengte op de grond rust zoals afgebeeld in Afb. 18A, dan moet hij van bo- venaf doorgezaagd worden. – Als de boomstam aan één kant ondersteund is zoals afgebeeld in Afb. 18B, dan moet u 1/3 van de diame- ter van onderaf doorzagen. Daarna moet u van boven naar onder zagen naar de eerste zaagsnede toe. – Als de boomstam aan beide kanten ondersteund is zo- als afgebeeld in Afb. 18C, dan moet u 1/3 van de dia- meter van bovenaf doorzagen. Dan moet u 2/3 van de boomstam van onderaf doorzagen naar de eerste zaagsnede toe. – Het doorzagen van een stam wordt vergemakkelijkt door het gebruik van de pal (Afb. 18D).
- Steek de pal in de stam, voer een hefboomkracht uit op de pal en laat de machine een boogvormige be- weging maken zodat het blad in het hout kan drin- gen.
- Herhaal de handeling meerdere keren indien nodig, door het steunpunt van de pal te verplaatsen. – Als er een boomstam op een helling doorgezaagd wordt, moet u altijd boven de boomstam staan, zoals afgebeeld in Afb. 19. Om de controle over de zaag niet te verliezen als de boomstam bijna helemaal doorge- zaagd is, moet u de druk op de zaagsnede vermin- deren zonder de grip op de handgrepen van de zaag te verminderen. De zaag mag de grond niet raken. Na de boomstam doorgezaagd te hebben, moet u wach- ten tot de zaagketting stil staat voor hem te verplaatsen. Zet altijd de motor af als u van de ene naar de andere boom gaat. LET OP!
Zorg ervoor dat de machine niet aangesloten is op het stopcontact. Na het werken: – Schakel de motor uit zoals eerder aangegeven (Hoofdstuk 6). – Wacht tot de ketting tot stilstand gekomen is en laat de machine afkoelen. – Verwijder alle sporen van zaagsel of olieresten van de ketting. – Indien de ketting erg bevuild is of indien er veel hars op aanwezig is, dient men de ketting te demonteren en deze gedurende enkele uren in een houder te leg- gen met een bijzonder reinigingsmiddel. Spoel hem vervolgens af in schoon water en behandel hem met een geschikte anticorrosie-spray, vooraleer hem weer op de machine te monteren. – Monteer de bescherming van de staaf vooraleer de machine weg te zetten. Laat de motor eerst afkoe- len vóór het opbergen van de machine in elke wil- lekeurige ruimte. Om het risico voor brand te be- perken de machine vrijmaken van zaagsel, takjes, bladeren of overtollig vet; laat geen recipiënten met snijafval in de ruimte achter. LET OP! LET OP!Voor uw veiligheid en die van de anderen: – Een correct onderhoud is fundamenteel om in de tijd de oorspronkelijke efficiëntie en gebruik- sveiligheid van de machine in stand te houden. – Laat bouten en schroeven vastgedraaid zitten om er zeker van te zijn dat de machine altijd op een veilige manier gebruiksklaar is – Gebruik de machine nooit als er onderdelen ver- sleten of beschadigd zijn. De beschadigde onder- delen moeten vernieuwd en niet gerepareerd wor- den. – Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen. Onderdelen van een andere kwaliteit kunnen de machine beschadigen en kunnen gevaarlijk zijn voor de gebruiker. Tijdens het onderhoud: – Koppel de machine los van het elektriciteitsnet. – Gebruik werkhandschoenen voor het hanteren van het blad en de ketting. – Houd de bladbeschermingen op hun plaats, ten- zij aan het blad zelf of aan de ketting gewerkt moet worden. – De olie of andere vervuilende materialen niet in het milieu gooien.
1. AFKOELING VAN DE MOTOR
Om oververhitting en schade aan de motor te voorko- men, moeten de roosters voor de aanzuiging van de koellucht altijd schoon en vrij van zaagsel en vuil zijn.
Controleer regelmatig de efficiëntie van de kettingrem.
3. KETTINGWIEL (Afb. 20)
Controleer regelmatig de staat van het kettingwiel en ver- vang het wanneer het meer dan 0,5 mm versleten is. Monteer geen nieuwe ketting op een versleten wiel en omgekeerd.
4. PIN VERGRENDELING KETTING
Deze pin is heel belangrijk voor de veiligheid, omdat hij voorkomt dat de ketting ongecontroleerde bewegingen maakt in geval van een breuk of loszittende ketting. LET OP! LET OP! Controleer regelmatig de staat van de pin en vervang hem indien hij beschadigd is.
Controleer regelmatig of alle schroeven en moeren goed aangezet zijn en of de handgrepen stevig vastzitten.
6. DE KETTING SLIJPEN
Om redenen van veiligheid en efficiëntie, is het heel belangrijk dat de snij-in- richtingen goed scherp zijn. Alle handelingen die betrekking hebben op de ketting en de staaf vergen een specifieke vaardigheid, naast het gebruik van speciaal gereedschap om deze handelingen vol- gens de regels van de kunst uit te voeren; uit vei- ligheidsoverwegingen, dient u contact op te nemen met uw Verkoper. Er moet geslepen worden wanneer:
- Het zaagsel te veel op stof gelijkt.
- Er meer kracht nodig is om te zagen.
- De snede niet rechtlijning is.
- Er meer trillingen zijn. Wanneer het slijpen toevertrouwd wordt aan een ge- specialiseerd centrum, wordt dit uitgevoerd met speciale apparatuur die zorgt voor een minimale verwijdering van materiaal en een constante slijping van alle snijdende elementen. De ketting wordt vervangen wanneer: – De lengte van het snijdend element 5 mm of minder bedraagt; – de speling van de schakels op de klinknagels te groot geworden is.
7. LEDIGING EN AFLAAT VAN HET OLIERESER-
VOIR (Enkel bij gebruik van biologische olie voor kettingen) Het gebruik van sommige soorten biologische olie kan na een bepaalde gebruiksperiode resten en aanslag ver- oorzaken. In dit geval, dient men, vooraleer de machine voor een lange periode weg te zetten: – de ketting en de staaf te verwijderen; – het oliereservoir te ledigen; – een speciale reinigingsvloeistof in het reservoir te gie- ten, tot ongeveer aan de helft van het maximumpeil; LET OP!
– sluit de dop van het reservoir en laat de machine wer- ken totdat al het reinigingsmiddel eruit gelopen is. Denk eraan olie bij te vullen vooraleer de machine weer te gebruiken.
8. ONDERHOUD VAN HET BLAD
Om een assymetrische slijtage van het blad te voorko- men, moet deze regelmatig omgedraaid worden. Om de efficiëntie van het blad in stand te houden, is het noodzakelijk (Afb. 21): – De lagers van de overbrenging (indien aanwezig) te smeren met een daartoe bestemde spuit. – De inkeping van het blad te reinigen met een schraapstaal. – De smeeropeningen te reinigen. – Met een vlatte vijl de braam van de zijkanten te ver- wijderen en eventuele niveauverschillen tussen de geleiders te compenseren. Het blad wordt vervangen wanneer (Afb. 21): – de diepte van de inkeping kleiner blijkt dan de hoogte van de sleepschakels (die nooit de bodem mogen ra- ken); – de binnenwand van de geleider zodanig versleten is dat de ketting lateraal gaat overhellen. Om een assymetrische slijtage van het blad te voorko- men, moet deze regelmatig omgedraaid worden. Indien het blad omgedraaid of vervangen moet worden, gaat men als volgt te werk (Afb. 22): – verwijder de carter en demonteer de ketting en het blad, volg hierbij de fases die aangegeven zijn in hoofdstuk 4.2 in de omgekeerde volgorde; – draai, met een kruisschroevendraaier de schroef (1) los en verwijder de opspaninrichting (2),let er hierbij op de rubberen ring (3) niet te verliezen; Er een “schroevenremmend” product aangebracht op de schroefdraad van de schroef, om het ongewilde losdraaien ervan te vermijden; er is daarom een zekere kracht benodigd om de schroef te verwijderen, en het is raadzaam dat dit met een schroe- vendraaier van gepaste afmetingen gedaan wordt, terwijl het blad met een klem geblokkeerd wordt. – hermonteer de opspaninrichting (2) aan de andere kant van het omgekeerde blad of op het nieuwe blad, en let er hierbij op het rubberen ringetje (3) weer te plaatsen; BELANGRIJK – breng een kleine hoeveelheid “schroevenremmend” product aan op twee of drie schroefdraden van de schroef (1) (volg de aanwijzingen van de fabrikant op), en klem vervolgens de schroef (1) stevig vast; – verwijder het blad, de ketting en de carter, volgens de fases die aangegeven zijn in hoofdstuk 4.2.
9. ELEKTRISCHE KABELS
Controleer periodiek de staat van de elektrische kabels en vervang ze indien ze beschadigd zijn of hun isolatie beschadigd is. Wanneer de voedingskabel van de machine bescha- digd is, dient hij enkel door een originele nieuwe kabel vervangen, door een gekwalificeerd technicus of een geautoriseerd servicecentrum.
10. BUITENGEWONE HANDELINGEN
Elke onderhoudsbeurt die niet vermeld wordt in deze handleiding dient alleen door uw Verkoper uitgevoerd te worden. Handelingen die uitgevoerd werden in niet geschikte structuren of door onbekwame personen doen de ga- rantie vervallen.
De machine moet bewaard worden op een droge plaats, beschermd tegen de weersomstandigheden en met de bladbescherming gemonteerd.
De tabel bevat de lijst met alle mogelijke combinaties tus- sen staaf en ketting, met vermelding van diegene die op elke machine gebruikt kunnen worden, aangegeven met het symbool “ ”. Daar de gebruiker naar eigen oordeel besluit welke blad en ketting onder de ver- LET OP! schillende gebruiksomstandigheden te kiezen, toe te passen en te gebruiken, neemt hij dan ook zelf de daaruit voortkomende verantwoording op zich voor iedere willekeurige schade die daardoor veroor- zaakt wordt. In geval van twijfel of geringe kennis van de specificiteit van iedere blad of ketting, moet u contact opnemen met uw eigen verkoper of met een gespecialiseerd tuincentrum.
Combinaties van blad en ketting Een aandachtige lezing van de informatie in deze Handleiding verzekert een goede ken- nis van de machine en de gids die hierna volgt staat toe de meest gebruikelijke bedrijfssituaties te herkennen en te controleren. Contacteer een Geautoriseerd Service- centrum voor alle andere defecten of problemen.
- De machine start niet: – controleer of de stekker onder spanning staat: – controleer of de toevoerkabel of de verlenging integer zijn; – controleer of de schakelaar correct functioneert en laat deze eventueel door de Wederverkoper vervan- gen.
- Geringe prestaties – controleer de richting van montage van de ketting, – controleer de slijping van de ketting en/of de slijtage van de messen (contacteer de Wederverkoper voor het uitvoeren van nodige ingrepen). BELANGRIJK
- De ketting draait niet: – controleer of de voorste bescherming achteruit ge- plaatst is.
- De olie loopt niet af: – controleer of er geen olie in het reservoir is en laat deze eventueel af ( 8.7).
- Vorming van vonken: – contacteer de Wederverkoper voor een controle van de motor en van de borstels.
Notice-Facile