Exercise Monitor E204 - Hometrainer Energetics - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Exercise Monitor E204 Energetics in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - Exercise Monitor E204 Energetics
Gebruikersvragen over Exercise Monitor E204 Energetics
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Hometrainer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Exercise Monitor E204 - Energetics en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Exercise Monitor E204 van het merk Energetics.
GEBRUIKSAANWIJZING Exercise Monitor E204 Energetics
Het scherm en de symbolen 03
De behuizing 03
Assemblage en ingebruikname 04
De computer aansluiten 04
De computer aanzetten 04
Starten, instellen en pieptoon 04
Slaapmodus 04
Snelstart 05
Standaardwaarden en -instellingen 06
Trainingsprogramma's – functies en instellingen ....07
Wat is een trainingsprogramma 07
Persoonlijke instellingen/trainingsparameters 07
Het toepassen van trainingsprogramma's 10
Algemene informatie over de programma's 16
Het kiezen en instellen van de programma's 17
Persoonlijke programma's 17
Handmatig programma (P 1) ......17
Gebruikersprogramma (P 13) 19
Voorgeprogrammeerde programma's 21
Tour (P 2) 22
Dal (P 3)....22
Heuvel (P 4) ......23
Berg (P 5) ......23
Top (P 6) 23
Interval (P 7) ......23
Programma's afhankelijk van de hartslag 24
Persoonlijk hartslagprogramma (P 9) 24
Hartslagprogramma (P 10 - 12) 26
BMI-BMR-lichaamsvetmeting (P 8) 28
Herstelprogramma 31
Pauzeren/training onderbreken en reset 31
Veiligheid 32
Veelgestelde vragen 33
Service 34
Probleemoplossing 34
Gebruik 34
Onderhoud 34

ENERGETICS
Bedieningshandleiding
Inleiding
Geachte klant,
Van harte gefeliciteerd met de aanschaf van uw ENERGETICS Fitness Equipments.
De computer maakt zinvolle trainingen mogelijk die gebaseerd zijn op inzichten uit de sportwetenschap. Bovendien zorgt de computer voor trainingen met veel afwisseling. De trainingsprogramma's ondersteunen u niet alleen bij het trainen, maar ook bij het plannen ervan. Hierdoor haalt u het maximale uit uw lichaamsbeweging.
De voorgeprogrammeerde trainingsprogramma's kunnen op veel plekken aangepast worden aan uw persoonlijke wensen. U kunt ook een eigen trainingsprogramma samenstellen.
Daarnaast kan de computer uw BMI, BMR en uw lichaamsvetpercentage berekenen. Met de herstelwaardemeting kunt u uw conditieverbetering direct meten.
Deze handleiding werd zorgvuldig samengesteld en bevat, naast de zuiver technische toepassingsbeschrijvingen, vele tips en aanwijzingen voor een goede training. Wij willen u er graag op wijzen dat u op de ENERGETICS CDROM "Personal Training Instruction" nog meer informatie over uw training kunt vinden.
Lees, voor u begint met trainen, de gebruiksaanwijzing van de computer aandachtig door.
Wij wensen u veel plezier en succes bij het trainen met uw ENERGETICS Fitness Equipment.
Uw ENERGETICS - Team
Legende

Druk op de Programma-knop

Druk op de Herstel-knop

Druk op de Start-Stop-knop

Druk op het Keuzewiel

Draai het keuzewiel

Houd de handsensor vast
Het scherm en de symbolen
(D1) START – programma loopt
(D2) STOP – programma onderbroken of klaar voor selectie
(D3) PROGRAM – gekozen programma
(D4) LEVEL – ingestelde intensiteitsniveau
(D5) Geslacht – vrouw
(D6) Geslacht – man
(D7) Tijd-/weerstandssegmenten – trainingstijd onderverdeeld in 10 gelijke fasen
(D8) ODO – totaal aantal afgelegde kilometers
(D9) DIST – afgelegde afstand in kilometers in het trainingsprogramma
(D10) SPEED – snelheid (in kilometers/uur)
(D11) RPM – trapfrequentie (in pedaalrotaties/minuut)
(D12) HEIGHT – lengte (cm)
(D13) TIME – trainingstijd (in minuten)
(D14) CAL – calorieverbruik in kilojoules
(D15) WATT* – prestatie (Watt)
(D16) TARGET HR – berekende doelhartslag (slagen/minuut)
(D17) HEART RATE – huidige hartslag (slagen/minuut)
(D18) ♥ knipperend: gegevensoverdracht vanaf de hartslagsensor actief
(D19) WEIGHT - gewicht (kg)
(D20) KPH – snelheid (kilometers/uur)
(D21) FAT% – lichaamsvetpercentage (%)
(D22) BMR – Basal Metabolic Rate Index
(D23) BMI - Body Mass Index
(D24) AGE - leeftijd
(D25) BODY TYPE – classificatie lichaamsbouw op basis van lichaamsvetpercentage
De behuizing
Voorkant
(C1) Scherm – toont afwisselend de belangrijkste gemeten en berekende waarden en functies
(C2) MODE – toont tijdens de training afwisselend diverse functies
(C3) RECOVERY – beginnen meting van herstelwaarde
(C4) ST/SP
- bij kort indrukken: pauzeren, onderbreken van de training
- nogmaals kort indrukken: pauzeren beëindigen, training hervatten
- bij langer indrukken (minstens 4 seconden): alle waarden resetten, de opnieuw computer opstarten en de opgeslagen informatie wissen
(C5) Keuzewiel
- naar links of naar rechts draaien: verlagen of verhogen van een waarde
- indrukken: bevestigen van een geselecteerd(e) programma/waarde
Achterkant
(C6) PULSE INPUT – aansluiting voor de handsensoren van het fitnessapparaat
(C7) Schuif – houder om de computer aan het fitnessapparaat vast te maken, inclusief inwendige schroefdraad voor de schroeven
(C8) Verbindingskabel – gegevenskabels en stroomtoevoer van de computer


ENERGETICS
Bedieningshandleiding
Assemblage en ingebruikname
De computer aansluiten
Gegevenskabel: verbind de gegevenskabel van het fitnessapparaat met die van de computer [1].
Houder: maak de computer vast aan de houder van het fitnessapparaat. Schuif de inkeping voorzichtig over de houder van de stuurstang [2]. Pas op dat u de gegevenskabel niet beschadigt wanneer u de computerbehuizing over de houder van de stuurstang schuift! Draai vervolgens de 4 schroeven vast [3].
Handsensoren: steek de stekker van de handsensorkabel in de ingang van de computer [4].
Stroomvoorziening: de computer wordt via de gegevenskabel van het fitnessapparaat van stroom voorzien. Let erop dat het fitnessapparaat aansloten is op het elektriciteitsnet en aan staat.
De computer aanzetten
Door op een willekeurige knop te drukken of door de pedalen te bewegen kunt u de computer aanzetten.

De computer laat bij het opstarten een korte pieptoon horen en begint met de standaardinstellingen. Programma 1 (handmatig programma) wordt getoond.
U kunt uw instellingen invoeren.
Slaapmodus
Wanneer de E-204 gedurende 4 minuten geen signaal ontvangt, wordt de slaapmodus automatisch geactiveerd. Het scherm wordt dan zwart. U kunt de computer weer starten door op een knop te drukken of door de pedalen te bewegen.
! Wanneer de computer gedurende 4 minuten geen signaal ontvangt, wordt de slaapmodus automatisch geactiveerd.
Snelstart
Druk op de functieknop ST/SP, Er klinkt een pieptoon. De computer start automatisch met de voorgeprogrammeerde waarden Programma 1 op (Handmatig programma).

text_image
STOPPROGRAM ; LEVEL 6 TIME SPEED DIST CAL HEART RATE 0:00 0.0 0.00 0.0 30 P KPH AGEBegin met de training. Het scherm toont afwisselend snelheid (TIME), de trapfrequentie (RPM) en het totaal aantal afgelegde kilometers (ODO); prestatie (WATT)*, doelhartslag (TARGET HR) en, wanneer u de handsensoren vasthoudt, uw huidige hartslag (HEART RATE).
Opgelet: De doelhartslag is op dit moment nog niet voor u berekend. Begin met de training en volg de aanwijzingen op.
U kunt de trapweerstand aanpassen door aan het keuzewiel te draaien. Het controlescherm toont de ingestelde waarde (LEVEL 1 - 16).
Beginnen met trainen, een trainingsprogramma selecteren, persoonlijke instellingen invoeren
Druk op RESET om met de juiste training en het invoeren van uw persoonlijke instellingen te beginnen. Lees deze handleiding aandachtig door en selecteer een trainingsprogramma.
Alle instellingen resetten – RESET
Wanneer u de computer in de oorspronkelijke staat wilt terugbrengen, houd dan functieknop ST/SP 4 seconden lang ingedrukt tot er een pieptoon klinkt en het scherm de beginwaarden toont.
! \* Een apparaatafhankelijke opmerking:
De prestatie-indicatie in Watts is niet bij ieder apparaat te zien. Uw E 204 bezit mogelijk geen Watt-indicatie en om de prestatie aan te geven wordt het calorieverbruik (CAL) gebruikt. Reclamatie op basis hiervan is niet mogelijk.

ENERGETICS
Bedieningshandleiding
Standaardwaarden en -instellingen
| Uitleg Instelbaar In de programma's | |||
| Trainingstijd (TIME) | Instellen/tonen van de trainingstijd in minuten. ja P 1 – 13 | ||
| Trainingsafstand (DIST) | Instellen/tonen van de trainingsafstand in kilometers. De trainingsafstand en ODO (totaal aantal afgelegde kilometers) worden om de beurt getoond (druk op de knop MODE). | ja P 1 – 13 | |
| Calorieverbruik (CAL) | Instellen/tonen van het tijdens de training verbruikte aantal calorieën in kilojoules. Calorieverbruik en prestatie (WATT) worden om de beurt getoond (druk op de knop MODE). | ja P 1 – 13 | |
| Prestatie (WATT) * | Tonen van de tijdens de training geleverde prestatie in Watt. Wordt berekend op basis van de weerstand en de trapfrequentie. Prestatie en calorieverbruik (CAL) worden om de beurt getoond (druk op de knop MODE). | nee weergavemodus | |
| Doelhartslag (TARGET HR) | Instellen/tonen van de doelhartslag bij de training. In hartslagen per minuut. ja P 9 | ||
| Hartslag (HEART RATE) | Toont de huidige hartslag in hartslagen per minuut. nee weergavemodus | ||
| Leeftijd (AGE) | Instellen/tonen van de leeftijd. ja P 1 – 8 | P 10 – 13 | |
| Body Mass Index (BMI) | Maat om het gewicht van een mens te classificeren. BMI geeft aan of een mens te veel, te weinig of normaal weegt. | nee wordt berekend | |
| Basal Metabolic Rate (BMR) | Eenheid om de stofwisseling (energieverbruik van het lichaam) in rust aan te geven. nee wordt berekend | ||
| Lichaamsvet (FAT %) | Berekenen/tonen het lichaamsvetpercentage (in procenten). nee wordt berekend | ||
| Lichaamstype | Berekenen/tonen van het lichaamstype op basis van het germeten lichaamsvetpercentage. | nee | wordt berekend |
| Trapfrequentie (RPM) | Tonen van de trapfrequentie in omwentelingen per minuut (RPM). De trapfrequentie en de snelheid (km/n) worden om de beurt getoond (druk op de knop MODE). | nee weergavemodus | |
| Snelheld (SPEED) | Toont de snelheid in kilometers per uur (km/u). nee weergavemodus | ||
| ODO | Toont het totaal aantal afgelegde kilometers (km). | nee | weergavemodus |
* Alhankelijk van het apparaat wordt het aantal Watt mogelijk niet door de E 204 getoond.
Trainingprogramma's – functies en instellingen
Wat is een trainingsprogramma?
De E-204 beschikt over 6 voorgeprogrammeerde trainingsprogramma's en 4 programma's afhankelijke van de hartslag. Deze zijn gebaseerd op inzichten uit de sportwetenschap, maar ook op sportspecifieke eigenschappen.
Deze zijn: Tour (P 2), Dal (P 3), Heuvel (P 4), Berg (P 5), Top (P 6), Interval (P 7), persoonlijk hartslagprogramma (P 9) en hartslagprogramma (P 10 - 12).
De trainingsprogramma's zorgen ervoor dat u het maximale uit uw training kunt halen. Hierbij maakt het niet uit of u beginner of gevorderde bent.
Aanvullend biedt de computer nog twee persoonlijke programma's. Hiermee kunt u uw eigen trainingsprogramma samenstellen. Deze zijn: Handmatig programma (P 1), Gebruikersprogramma (P 13).
! Het begrip trainingsprogramma kan op sommige plaatsen mis-schien voor verwarring zorgen. Tenzij anders vermeld, wordt in deze bedieningshandleiding altijd het computerprogramma bedoeld, dat de weerstand regelt op basis van de ingestelde parameters.
In de sportwetenschap wordt het begrip "trainingsprogramma" ook gebruikt om een reeks trainingsoefeningen en -eenheden gedurende een bepaalde tijdsperiode aan te duiden.
Persoonlijke instellingen/trainingsparameters
Alle belangrijke parameters kunnen, onafhankelijk van het gekozen programma, apart worden ingesteld.
Deze parameters zijn: trainingstijd (TIME), trainingsafstand (DIST), calorieverbruik (CAL), leeftijd (AGE) en doelhartslag (TARGET HR), deze laatste alleen in het persoonlijke hartslagprogramma (P 9).
- Het instellen van de trainingstijd (TIME), trainingsafstand (DIST), calorieverbruik (CAL), prestatie (WATT)* of hartslag (PULSE) is niet absoluut noodzakelijk. Wanneer u geen waarden wilt instellen, kunt u de functie overslaan door op het keuzewiel te drukken. Bij alle niet ingestelde functies wordt vanaf de basiswaarde opgeteld.
- Bij de parameters trainingstijd en trainingsafstand moet u kiezen welke u in wilt stellen. Wanneer u de trainingstijd instelt, slaat de computer de parameter trainingsafstand automatisch over. Laat u de waarde van de trainingstijd op 0:00 staan, dan kunt u de trainingsafstand instellen.
- Let erop dat u uw leeftijd correct opgeeft. De computer berekent op basis van die waarde de doelhartslag.
Wanneer één van de door u ingestelde parameters (trainingstijd, trainingsafstand of calorieverbruik) klaar is met aftellen (waarde 00 werd bereikt), laat de computer een pieptoon horen en wordt het programma beëindigd. Als u het programma wilt voortzetten, druk dan kort op de knop ST/SP.

ENERGETICS
Bedieningshandleiding
TIMEningstijd
De trainingstijd kan tussen 1 en 99 minuten worden ingesteld. De tijd kan in stappen van één minuut ingevoerd worden.
Wanneer u een tijdswaarde heeft ingevoerd, wordt vanaf deze waarde afgeteld. Er klinkt een pieptoon wanneer 0:00 is bereikt.
Wanneer u de waarde op 0:00 laat staan, wordt de tijd opgeteld en wordt deze waarde getoond.
De trainingstijd kan bij alle trainingsprogramma's worden ingesteld.

DISTiningsafstand
De af te leggen trainingsafstand kan tussen de 1 km en 999 km worden ingesteld. De trainingsafstand kan in stappen van 1 km ingevoerd worden.
Wanneer u een afstand heeft ingevoerd, wordt het aantal afgelegde kilometers vanaf deze waarde afgeteld. Er klinkt een pieptoon wanneer 0.00 is bereikt.
Wanneer u de waarde op 0.00 laat staan, wordt het aantal afgelegde kilometers opgeteld en wordt deze waarde getoond.
De trainingsafstand kan bij alle trainingsprogramma's worden ingesteld.

Calorieverbruik
Toont hoeveel calorieën er ongeveer verbruikt zijn. U kunt het aantal calorieën dat tijdens de training moet worden verbruikt in stappen van 50 instellen op een waarde tussen de 50 en de 9950 kilojoules.
Wanneer u een waarde heeft ingevoerd, wordt het aantal kilojoules vanaf deze waarde afgeteld. Er klinkt een pieptoon wanneer 0.0 is bereikt.
Wanneer u de waarde op 0.0 laat staan, wordt het aantal verbruikte kilojoules opgeteld en wordt deze waarde getoond.
De hoeveelheid kilojoules die u tijdens de training wilt verbruiken, kan bij alle trainingsprogramma's worden ingesteld.

! De computer geeft het energieverbruik in kilojoules aan. Calorie en joule zijn begrippen die vaak door elkaar gehaald worden of verkeerd worden begrepen.
Omrekening:
1 kilojoule = 0,239 kilocalorie
1 kilocalorie = 4,189 kilojoule
AGE
Opgeven van uw leeftijd
Om de optimale hartslag tijdens de training te kunnen berekenen hebben alle trainingsprogramma's uw leeftijd nodig. Uw doelhartslag (TARGET HR) wordt bij ieder programma aangegeven.

! Een uitzondering is het persoonlijke hartslagprogramma (P 9). In dit programma kunt u de gewenste doelhartslag direct invoeren.
TARGETHRartslag
Het direct invoeren van uw doelhartslag kan alleen in het persoonlijke hart-slagprogramma (P 9). Bij alle andere trainingsprogramma's wordt de optimale doelhartslag voor u berekend.
U kunt de hartslag waarmee u wilt trainen instellen in een bereik van 60 tot 220 slagen/minuut.
De hartslag wordt in slagen per minuut weergegeven.
Gaat u over deze vooraf ingestelde waarden, dan knippert de waarde als waarschuwing.

! Alle trainingsprogramma's (behalve het persoonlijke hartslagprogramma P 9 en de hartslagprogramma's 10, 11 en 12) berekenen de optimale doelhartslag (TARGET HR). De computer berekent de doelhartslag op 70 % van uw maximale hartslag.

Meting via de handsensoren: De sensoren voor het meten van de hartslag via de handpalm bevinden zich in het stuur. De meting vindt plaats wanneer beide handpalmen tegelijkertijd op de sensoren worden gelegd [1].

Meting via de borstriem (optioneel): De hartslag wordt via een in de borstriem geïntegreerde sensor gemeten. Er zijn geen kabels nodig en de computer ontvangt de signalen met een ontvanger. De borstriem moet op de juiste manier gedragen worden en de contactpunten moeten eventueel vochtig worden gemaakt [2]. De meting is constant en precies.
Alle gangbare, analoge borstriemen met een frequentiebereik van 5,4 - 5,7 Hz kunnen worden gebruikt.

Belangrijke informatie over uw juiste/optimale hartslag en het toepassen van deze hartslagmeting op uw training, vindt u in de trainingshandleiding op de ENERGETICS CDROM "Personal Training Instruction".

De handsensoren meten de verandering in weerstand, die wordt veroorzaakt door de bloedsomloop in de handpalm. Bewegingen bij het handvat, weerstand en vochtigheid / het zijn van invloed op het signaal. Er zijn bovendien wezenlijsiologische verschillen tussen mensen, die van invloed kunzijn op de mate van verandering van weerstand. Bij sommige konen kan deze verandering zelfs te klein zijn om te worden meten. In dat geval kan de computer geen hartslag tonen, bovengenoemde factoren beïnvloeden de meting zodanig leze relatief onnauwkeurig is en alleen maar ter oriëntatie gebruikt kan worden.

ENERGETICS
Bedieningshandleiding

Als u bij het begin van uw training droge handen heeft, kan het zijn dat de handsensor uw hartslag niet goed kan meten. Door uw handpalmen licht vochtig te maken, kunt u obleem veelal oplossen.
Alle elektrische apparaten, televisies, computers etc. produceren elektromagnetische straling of gebruiken deze ook voor het verzenden van informatie (bijv. een handsfree telefoon). De ontvanger van de computer kan maar beperkt tussen "echte" en "onechte" signalen onderscheiden en daarom kunnen deze apparaten het verzenden van de hartslag beïnvloeden. Probeer het apparaat zoveel mogelijk uit de buurt van deze storing te houden.
De twee meetmethodes zijn ongeschikt voor medische doeleinden!
Wanneer u een pacemaker heeft, vraag dan uw dokter of u zonder problemen gebruik kunt maken van een borstriem.
Wanneer u beide meetinstrumenten tegelijk gebruikt (dwz. u gebruikt zowel de borstriem als de handsensoren) dan zorgt de borstriem voor de getoonde meetwaarden.
Niet alle borstriemen zijn compatibel met de E-204. Vraag in de winkel na wanneer u twijfelt.
Het toepassen van trainingsprogramma's
De 6 verschillende, voorgeprogrammeerde trainingsprogramma's (P 2 – 7) helpen u bij het vinden en instellen van een aan u aangepaste vorm van lichaamsbeweging.
De hartslagprogramma's (P 9 – 12) gaan niet uit van een intensiteitsprofiel, maar richten zich naar uw hartslag.
Met de twee persoonlijke programma's Handmatig programma (P 1) en Gebruikersprogramma (P 13) kunt u uw eigen persoonlijke trainingsprogramma samenstellen.
Het programma BMI-BMR-lichaamsvetmeting (P 8) is geen trainingsprogramma, maar een functie waarmee u, op basis van de opgegeven waarden, uw BMI, BMR en het lichaamsvetpercentage (FAT %) kunt berekenen.
Bij het kiezen van het juiste programma speelt het doel dat u met uw training heeft een bepalende rol.
Handmatig programma (P 1)
Het handmatige programma heeft geen intensiteitsprofiel voor tijdens de training. Alle tijd-/weerstandssegmenten zijn op dezelfde weerstand ingesteld. Tijdens de training kunt u het profiel aan uw wensen aanpassen.

text_image
STOP PROGRAM LEVEL 6 TIME SPEED DIST CAL HEART RATE 0:00 0.0 0.00 0.0 30 P KPH AGETour (P 2)
In het programma Tour wisselen korte periodes van lichte inspanning en herstel elkaar af. In het profiel zitten geen grote hoogteverschillen. De belasting begint laag, stijgt en daalt vervolgens telkens één blokje per trainingssegment. De tweede klim bezit dezelfde tijd-/weerstandskromme als de eerste klim.

text_image
STOPPROGRAM 2 LEVEL 6 TIME SPEED DIST CAL HEART RATE 30 P 0:00 0.0 0.00 0.0 KPH AGEDal (P 3)
Redelijke inspanning met herstelperiode
U begint op een relatief hoog intensiteitsniveau dat afneemt tot halverwege de training en daarna weer toeneemt. Het intensiteitsniveau is aan het einde weer zo hoog als aan het begin, maar is van korte duur.

text_image
STOP PROGRAM 3 LEVEL 10 TIME SPEED DIST CAL HEART RATE 30 P 0:00 0.0 0.00 0.0 KPN AGEHeuvel (P 4)
Gelijkmatige inspanning
Dit programma begint op een zeer laag intensiteitsniveau. De intensiteit stijgt vervolgens licht en blijft in het midden op het hoogste niveau. Aan het einde van de training wordt de intensiteit afgebouwd en zodoende eindigt het programma weer op het beginniveau.

text_image
STOP PROGRAM 4 LEVEL 2 TIME SPEED DIST CAL HEART RATE 30 P 0:00 0.0 0.00 0.0 KPH AGEBerg (P 5)
Behoorlijke inspanning met een licht herstel
Het programma Berg laat de weerstand gelijkmatig toenemen vanaf een zeer laag intensiteitsniveau tot aan een hoog niveau. Vervolgens daalt de weerstand weer enigszins, maar deze blijft tot aan het einde van de training op een hoog niveau.

text_image
STOP PROGRAM 5 LEVEL 2 TIME SPEED 0:00 0.0 DIST CAL HEART RATE 0.0 30 P KPH AGE

ENERGETICS
Bedieningshandleiding
Top (P 6)
Gelijkmatige stijgende inspanning
Het programma Top laat de weerstand vanaf een zeer laag beginniveau in 5 gelijkmatige stappen tot een hoog niveau toenemen. Aan het einde van de training moet dit hoge niveau worden vastgehouden.

text_image
STOPPROGRAM 5 LEVEL 4 TIME SPEED DIST CAL. REEAT RATE 30 P↓ 0:00 0.0 0.00 0.0 KPR AGEInterval (P 7)
Snelle inspanning en herstel
Dit programma wisselt op een gelijkmatige manier tussen inspanning en herstel. De weerstand wordt periodiek veranderd. De inspanningscyclus wordt drie keer herhaald. Het doel van de intervaltraining is de herstelperiode na een inspanning te verkorten.

text_image
STOPPROGRAM 7 LEVEL 4 TIME SPEED DIST CAL HEART RATE 0:00 0.0 0.00 0.0 30 P KPM AGEBMI-BMR-Iichaamsvetmeting (P 8)
Dit programma is geen trainingsprogramma
De berekeningen van het programma BMI-BMR-lichaamsvetmeting geven u een idee van wat uw lichaam aankan. Bovendien helpt het bij het vinden van het juiste trainingsprogramma / de juiste trainingsduur.
Op basis van de door u opgegeven waarden (leeftijd, geslacht, gewicht en lengte) berekent de computer de volgende waarden:
• BMI (Body Mass Index)
• BMR (Basal Metabolic Rate)
• Lichaamsvet (FAT %)
• Lichaamstype

text_image
STOP PROGRAM 8 F-4-F-T HEIGHT 175.0 30 AGE
De door de computer berekende waarden zijn niet gebaseerd op medisch verantwoorde meetmethoden. De waarden kunnen daarom afwijken van de feitelijke waarden. Neem contact op met uw dokter wanneer u behoefte heeft aan een precieze, medisch verantwoorde meting.
Persoonlijk hartslagprogramma (P 9)
Gelijkmatige intensiteit
Het persoonlijke hartslagprogramma (P 9) zorgt ervoor dat u precies op de vooraf door u ingestelde hartslag traint.
Hierbij wordt u hartslag constant in de gaten gehouden. De computer verhoogt of verlaagt de weerstand en let hierbij ook op uw trapfrequentie.
Wanneer de door u ingestelde waarde wordt bereikt of overschreden, knippert de waarde op het scherm. De weerstand wordt verlaagd om uw hartslag weer naar de ingestelde waarde terug te brengen.

text_image
STOPPROGRAM 9 LEVEL TIME SPEED DIST CAL HEART RATE 30 P 0:00 0.0 0.00 0.0 KPM AGEHartslagprogramma (P 10 - 12)
Gelijkmatige conditietraining
De hartslagprogramma's 60% (P 10), 75% (P 11) en 85% (P 12) zorgt ervoor dat u precies op de voor uw trainingsdoel belangrijke hartslag traint.
Dit gebeurt door de juiste hartslag te berekenen op basis van uw leeftijd en door uw hartslag gedurende de training voortdurend in de gaten te houden.
Dit programma is gebaseerd op twee belangrijke, medisch-wetenschappelijke inzichten:
- leder menselijk organisme heeft een maximale hartslag.
- Afhankelijk van het trainingsdoel dient de hartslag bij de training tussen de 50 % en 85 % van de maximale hartslag te liggen.

text_image
STOP PROGRAM 10 LEVEL 1 TIME SPEED DIST CAL REART RATE 30 P 0:00 0.0 0.00 0.0 KPH AGE
text_image
STOP PROGRAM LEVEL TIME SPEED DIST CAL HEART RATE 30 P 0:00 0.0 0.00 0.0 KPH AGE
text_image
STOP PROGRAM 12 LEVEL 1 TIME SPEED DIST CAL HEART RATE P 0:00 0.0 0.00 0.0 30 WPM AGEDe gangbare manier om de maximale hartslag te berekenen is:
220 - leeftijd = maximale hartslag


ENERGETICS
Bedieningshandleiding
De voor de training belangrijke, procentuele waarden van de maximale hartslag horen bij de volgende trainingendoelen:
- 50 - 60 %: lichte conditietraining
- 60 - 70 %: optimaal trainingsgebied
- 70 - 80 %: herstellen van de conditie
• 80 – 85 %: wedstrijdtraining (anaërobe gebied) - boven 85 %: potentieel schadelijk voor de gezondheid
Hartslagprogramma 60 % (P 10)
Programma 10 (Hartslagprogramma 60 %) gaat uit van 60 % van uw maximale hartslag als doelhartslag en past de weerstand tijdens de training hierop aan. Selecteer dit programma wanneer u op 60 % van uw maximale hartslag wilt trainen.
Hartslagprogramma 75 % (P 11)
Programma 11 (Hartslagprogramma 75 %) gaat uit van 75 % van uw maximale hartslag als doelhartslag en past de weerstand tijdens de training hierop aan. Selecteer dit programma wanneer u op 75 % van uw maximale hartslag wilt trainen.
Hartslagprogramma 85 % (P 12)
Programma 12 (Hartslagprogramma 85 %) gaat uit van 85 % van uw maximale hartslag als doelhartslag en past de weerstand tijdens de training hierop aan. Selecteer dit programma wanneer u op 85 % van uw maximale hartslag wilt trainen.

Wanneer u op 85 % van uw maximale hartslag traint, bevindt u zich in de buurt van het ongezonde, anaërobe bereik. Deze trainingszones zijn alleen voor wedstrijdsporters geschikt.
Gebruikersprogramma (P13)
Met het gebruikersprogramma kunt u uw eigen trainingsprogramma samenstellen.
De 10 tijd-/weerstandssegmenten kunnen apart ingesteld worden. Voor iedere tijdseenheid kan de weerstand dus ingesteld worden.

text_image
STOP PROGRAM 13 LEVEL 1 TIME SPEED DIST CAN HEART RATE 30 P 0:00 0.0 0.00 0.0 XPH AGE! De E-204 slaat het laatst gebruikte gebruikersprogramma op. Ook als u na het beëindigen van uw training de computer uitschakelt.
Herstelprogramma
Het herstelprogramma bepaalt uw herstellingsvermogen. Het herstellingsvermogen is een waarde die aangeeft hoe het met uw conditie is gesteld. Deze waarde wordt bepaald door de hartslag aan het einde van een training te vergelijken met de hartslag 60 seconden na de training.
Er geldt: een groot verschil tussen beide waarden betekent een snel herstel en een goede conditie.
In principe geldt dat de hartslag na een training bij goed getrainde personen sneller daalt dan bij ongetrainde personen.
Wanneer u de training afsluit met het herstelprogramma krijgt u na 60 seconden een cijfer voor uw conditie.

text_image
STOP TIME REAST RATE 0:60 131 131
text_image
STOP TIME HEAT RATE 0:00 131 81Herstel
Het scherm toont in het veld hartslag (HEART RATE) uw huidige hartslag. Direct naast de huidige hartslag wordt de laatste, door u opgeslagen trainingswaarde getoond.
De tijd wordt afgeteld vanaf 60 tot 0:00 seconden.
Op het moment dat 0:00 is bereikt, laat de computer een pieptoon horen. Het herstelprogramma is klaar. Het scherm toont uw conditiecijfer.
Het scherm toont de twee hartslagwaarden (de laatst gemeten waarde gedurende de training (links) en de waarde na 60 seconde herstel (rechts, onder HEART RATE)).
Het conditiecijfer
F1 - zeer goede conditie
F2 - goede conditie
F3 - voldoende conditie
F4 - matige conditie
F5 - conditie kan beter
F6 - conditie kan veel beter
! Bij het meten/berekenen van de conditie, is het absoluut noodza-kelijk dat u de handsensoren op de juiste manier vastpakt, zodat uw hartslag wordt gemeten. Wanneer u de (optionele) borstriem gebruikt, zorgt deze voor de meetwaarde.


ENERGETICS
Bedieningshandleiding
Algemene informatie over de programma's
Aftellen of optellen van de trainingstijd, trainingsafstand en het aantal verbruikte calorieën
Wanneer u geen waarden instelt (dwz. u laat één of meerdere waarden op 0 staan) worden deze waarden tijdens de training opgeteld.
Bij ieder programma kunt u ook een bepaalde trainingstijd, trainingsafstand of een bepaald aantal calorieën opgeven. Geeft u één of meerdere waarden op, dan telt het programma deze waarden af totdat ze 0 bereiken.
Als u meer dan één waarde heeft ingesteld, zal het zelden voorkomen dat alle waarden tegelijk op 0 uitkomen. Wanneer één van de waarden 0 bereikt, laat de computer een pieptoon horen wordt er gewisseld tussen de actieve (STOP) en de pauzemodus (STOP). Wanneer u het trainingsprogramma wilt voortzetten, drukt u dan op de functietoets ST/SP. Het programma wordt hervat op de plek waar het werd onderbroken. De instelling die op 0 was uitgekomen, wordt vanaf dat moment weer opgeteld. Alle andere instellingen worden verder afgeteld.
Het instellen/aanpassen van de trapfrequentie (LEVEL) in de trainingsprogramma's met een intensiteitsprofiel
De trapfrequentie (LEVEL) kan bij alle trainingsprogramma's (behalve de hartslagprogramma's) worden aangepast, ook tijdens de training. De computer bezit 16 weerstandsniveaus (LEVEL), die met behulp van het keuzewiel kunnen worden ingesteld.
- De weerstand kan worden verlaagd tot het minimale weerstandsniveau (Level 1) binnen het trainingsprogramma wordt bereikt.
- De weerstand kan worden verhoogd tot het maximale weerstandsniveau (Level 16) binnen het trainingsprogramma wordt bereikt.
Het aanpassen van de weerstand (LEVEL) bij de hartslagprogramma's
De computer vergelijkt de gemeten hartslag iedere 20 seconden met de ingestelde hartslag. Het duurt dus even voor de weerstand zich aanpast. Ook wanneer er grote verschillen tussen de gemeten waarde en de ingestelde hartslag optreden, past de weerstand zich in gelijkmatige, kleine stappen aan.
De getoonde waarde veranderen tijdens de training
De training begint door op de functieknop ST/SP te drukken. Het scherm toont uw trapfrequentie (RPM), het totaal aantal afgelegde kilometers (ODO) en uw huidige prestatie (WATT)*.
Wanneer u op de functieknop MODE drukt, wisselt het scherm naar snelheid (SPEED), trainingsafstand (DIST) en calorieverbruik (CAL).
Het kiezen en instellen van de programma's
Persoonlijke programma's
Bij de persoonlijke programma's kunt u uw training volledig zelf instellen. Het handmatige programma bezit geen intensiteitsprofiel en u kunt het profiel zelf, op ieder gewenst moment, instellen.
Met het gebruikersprogramma kunt u uw eigen intensiteitsprofiel samenstellen.
Handmatig programma (P 1)
Eigenschappen van het programma
- Het handmatige programma geeft u volledige vrijheid om uw trainingsprogramma in te richten zoals u dat wilt.
- U kunt de trainingstijd, de trainingsafstand en het aantal calorieën instellen.
- De computer berekent aan de hand van de opgegeven leeftijd de voor u optimale doelhartslag en toont deze voortdurend op het scherm. Houd uw hartslag op peil door de intensiteit van de training aan te passen.
- De intensiteit van de training kunt u instellen door de weerstand te verhogen/verlagen of door de trapfrequentie te verhogen.

text_image
STOPPROGRAM LEVEL 5 TIME SPEED DIST CAL HEART RATE 0:00 0.0 0.00 0.0 30 P KPH AGESelectie
Draait u aan het keuzewiel tot PROGRAM 1 wordt getoond. Bevestig de selectie door op het keuzewiel te drukken.
Instellingen
Trainingstijd (TIME)/trainingsafstand (DIST): wanneer u PROGRAM 1 selecteert, knippert op het scherm de trainingstijd (TIME). Nu kunt u de trainingstijd of de trainingsafstand (DIST) instellen. Wanneer u de trainingstijd instelt, slaat de computer het instellen van trainingsafstand automatisch over. Wanneer u geen trainingstijd instelt, kunt u de trainingsafstand instellen.
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de gewenste trainingstijd toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken.
Calorieën (CAL): heeft u de trainingstijd of de trainingsafstand ingesteld, dan knippert de caloriewaarde (CAL).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm het aantal calorieën toont dat u wilt verbruiken. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken.
Leeftijd (AGE): heeft u het aantal calorieën ingesteld, dan knippert de leeftijdswaarde (AGE).
- Draait u aan het keuzewiel tot uw leeftijd wordt getoond. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken.
Start de training
Wanneer u klaar bent met instellen, knippert op het scherm het programma. Door op de functieknop ST/SP te drukken start het trainingsprogramma en kunt u met de training beginnen.

ENERGETICS
Bedieningshandleiding
Het trainingsprogramma start met het weerstandsniveau 6 bij alle tijdsseg-
menten.
U kunt de weerstand 5 treden verlagen en 10 treden verhogen.
Instellingen tijdens de training
U kunt de weerstand tijdens de training verlagen of verhogen. Het weerstandsniveau wordt getoond.
Houd uw hartslag op peil door uw trapfrequentie of de weerstand te verho-gen.

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["PROGRAM"]
B --> C["2"]
C --> D["TIME 0:00"]
D --> E["TIME 99:00"]
E --> F["TIME 0:00"]
F --> G["TIME 0.00"]
G --> H["DIST 999.0"]
H --> I["TIME 0:00"]
I --> J["TIME 0.00"]
J --> K["TIME 0.00"]
K --> L["TIME 0.00"]
L --> M["3"]
M --> N["CAL 0.0"]
N --> O["CAL 9950"]
O --> P["TIME 0.0"]
P --> Q["TIME 0.0"]
Q --> R["TIME 0.0"]
R --> S["TIME 0.0"]
S --> T["4"]
T --> U["10 AGE"]
U --> V["AGE"]
V --> W["99 AGE"]
W --> X["TIME 0.0"]
X --> Y["TIME 0.0"]
Y --> Z["TIME 0.0"]
Z --> AA["TIME 0.0"]
AA --> AB["TIME 0.0"]
AB --> AC["Time/SP"]
Gebruikersprogramma (P 13)
Eigenschappen van het programma
- Met het gebruikersprogramma kunt u uw eigen trainingsprogramma met intensiteitsprofiel samenstellen. Voor alle 10 de tijdssegmenten kan de intensiteit worden ingesteld.
- U kunt de trainingstijd, de trainingsafstand en het aantal calorieën instellen.
- De computer berekent aan de hand van de opgegeven leeftijd de voor u optimale doelhartslag en toont deze voortdurend op het scherm. Houd uw hartslag op peil door de intensiteit van de training aan te passen.
- De intensiteit van de training kunt u instellen door de weerstand te verhogen/verlagen of door de trapfrequentie te verhogen.

text_image
STOPPROGRAM 13 LEVEL 1 TIME SPEED DIST CAL HEART RATE 30 P 0:00 0.0 0.00 0.0 KPH AGE 30Selectie
Draait u aan het keuzewiel tot PROGRAM 13 wordt getoond. Bevestig de selectie door op het keuzewiel te drukken.
Instellingen
Trainingstijd (TIME)/trainingsafstand (DIST): wanneer u PROGRAM 13 selecteert, knippert op het scherm de trainingstijd (TIME). Nu kunt u de trainingstijd of de trainingsafstand (DIST) instellen. Wanneer u de trainingstijd
instelt, slaat de computer het instellen van trainingsafstand automatisch over. Wanneer u geen trainingstijd instelt, kunt u de trainingsafstand instellen.
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de gewenste trainingstijd toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken.
Calorieën (CAL): heeft u de trainingstijd of de trainingsafstand ingesteld, dan knippert de caloriewaarde (CAL).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm het aantal calorieën toont dat u wilt verbruiken. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken.
Leeftijd (AGE): heeft u het aantal calorieën ingesteld, dan knippert de leeftijdswaarde (AGE).
- Draait u aan het keuzewiel tot uw leeftijd wordt getoond. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken.
Het intensiteitsprofiel – de tijd-/weerstandssegmenten (1 – 10): Wan-
neer u uw leeftijd heeft ingesteld, toont het scherm de tijd-/weerstandssegmenten. Het eerste weerstandssegment knippert.
- Draait u aan het keuzewiel tot het gewenste intensiteitsniveau is bereikt. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken.
- Het scherm toont het volgende tijdssegment. Herhaal dezelfde procedure voor alle tijdssegmenten.
Start de training
Wanneer u klaar bent met instellen, knippert op het scherm het programma. Door op de functieknop ST/SP te drukken start het trainingsprogramma en kunt u met de training beginnen.
Het trainingsprogramma start met het weerstandsniveau 6 bij alle tijdssegmenten.
Als u een segment instelt op het hoogste niveau, kunt u de weerstand aanpassen tijdens de training. Doet u dit niet, dan kunt u de weerstand niet aanpassen.


ENERGETICS
Bedieningshandleiding
Instellingen tijdens de training
U kunt de weerstand tijdens de training verlagen of verhogen. Het weerstandsniveau wordt getoond.
I loud uw hartslag op peil door uw trapfrequentie of de weerstand te verho-gen.
Het trainingsprogramma begint op het weerstandsniveau dat u bij het eerste tijdssegment heeft ingesteld.
Tijdens de training kunt u de weerstand verhogen of verlagen. Het maximale en minimale weerstandsniveau hangt daarbij af van het hoogste en laagste weerstandsniveau dat u in het intensiteitsprofiel heeft ingesteld. Het door u ingestelde weerstandsprofiel blijft in tact.

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["PROGRAM 13"]
B --> C["2"]
C --> D["TIME 0:00"]
D --> E["TIME 99:00"]
E --> F["2"]
F --> G["TIME 0:00"]
G --> H["DIST 0.00"]
H --> I["DIST 999.0"]
I --> J["3"]
J --> K["CAL 0.0"]
K --> L["CAL 9950"]

flowchart
graph TD
A["4"] --> B["10 AGE"]
B --> C["99 AGE"]
C --> D["5"]
D --> E["..."]
E --> F["6 ST/SP"]
Voorgeprogrammeerde programma's (P 2 - 7)
Intensiteitsprofielen
- De voorgeprogrammeerde trainingsprogramma's met intensiteitsprofielen vormen een uitgebreide keuze aan trainingsmogelijkheden. Hiermee kunt u uw training aanpassen aan de door u gestelde doelen.
- Uw training is afwisselend, waardoor u ook in "moeilijke tijden" gemotiveerd blijft.
- U haalt het maximale uit uw training, doordat deze is afgestemd op uw capaciteiten.
Het instellen van de 6 voorgeprogrammeerde trainingsprogramma's met intensiteitsprofielen gaat in principe op dezelfde manier:
- Programma 2 – Tour
- Programma 3 – Dal
- Programma 4 – Heuvel
- Programma 5 – Berg
- Programma 6 – Top
-
Programma 7 – Interval
-
U kunt de trainingstijd, de trainingsafstand en het aantal calorieën instellen.
- De computer berekent aan de hand van de opgegeven leeftijd de voor u optimale doelhartslag en toont deze voortdurend op het scherm. Houd uw hartslag op peil door de intensiteit van de training aan te passen.
- De intensiteit van de training kunt u instellen door de weerstand te verhogen / verlagen of door de trapfrequentie te verhogen.
Selectie
Draait u aan het keuzewiel tot het programma 2, 3, 4, 5, 6 of 7 wordt getoond. Bevestig de selectie door op het keuzewiel te drukken.
Instellingen
Trainingstijd (TIME)/trainingsafstand (DIST): wanneer u het programma selecteert, knippert op het scherm de trainingstijd (TIME). Nu kunt u de trainingstijd of de trainingsafstand (DIST) instellen. Wanneer u de trainingstijd instelt, slaat de computer het instellen van trainingsafstand automatisch over. Wanneer u geen trainingstijd instelt, kunt u de trainingsafstand instellen.
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de gewenste trainingstijd toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken.
Calorieën (CAL): heeft u de trainingstijd of de trainingsafstand ingesteld, dan knippert de caloriewaarde (CAL).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm het aantal calorieën toont dat u wilt verbruiken. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken.
Leeftijd (AGE): heeft u het aantal calorieën ingesteld, dan knippert de leeftijdswaarde (AGE).
- Draait u aan het keuzewiel tot uw leeftijd wordt getoond. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken.
Start de training
Wanneer u klaar bent met instellen, knippert op het scherm het programma. Door op de functieknop ST/SP te drukken start het trainingsprogramma en kunt u met de training beginnen.
Instellingen tijdens de training
U kunt de weerstand tijdens de training verlagen of verhogen. Het weerstandsniveau wordt getoond. Het voorgeprogrammeerde weerstandsprofiel blijft in tact.
Houd uw hartslag op peil door uw trapfrequentie of de weerstand te verho-gen.


ENERGETICS
Bedieningshandleiding

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["PROGRAM 2-7"]
B --> C["2"]
C --> D["TIME 0:00"]
D --> E["TIME 99:00"]
E --> F["TIME 0:00"]
F --> G["TIME 0:00"]
G --> H["DIST 0:00"]
H --> I["DIST 999.0"]
I --> J["3"]
J --> K["CAL 0.0"]
K --> L["CAL 9950"]
L --> M["4"]
M --> N["10 AGE"]
N --> O["AGE 99"]
O --> P["5"]
P --> Q["ST/SP"]
Tour (P 2)
Het trainingsprogramma start op het weerstandsniveau 6 in het eerste tijdssegment.
U kunt de weerstand 5 treden verlagen en 6 treden verhogen. Het voorgeprogrammeerde weerstandsprofiel blijft in tact.

text_image
STOP PROGRAM 2 LEVEL 6 TIME SPEED DIST CAL HEART RATE 0:00 0.0 0.00 0.0 30 P NPH AGEDal (P 3)
Het trainingsprogramma start op het weerstandsniveau 10 in het eerste tijdssegment.
U kunt tijdens de training de weerstand met een trede verlagen en met 6 verhogen. Het voorgeprogrammeerde weerstandsprofiel blijft in tact.

text_image
STOP PROGRAM 3 LEVEL 10 TIME SPEED DIST CAL HEART RATE 0:00 0.0 0.00 0.0 30 P KPH AGEHeuvel (P 4)
Het trainingsprogramma start op het weerstandsniveau 2 in het eerste tijds segment.
U kunt tijdens de training de weerstand met één trede verlagen en met 8 verhogen. Het voorgeprogrammeerde weerstandsprofiel blijft in tact.

text_image
STOPPROGRAM 4 LEVEL 2 TIME SPEED DIST CAL. HEART RATE 30 P 0:00 0.0 0.00 0.0 KPH AGE 30Berg (P 5)
Het trainingsprogramma start op het weerstandsniveau 2 in het eerste tijds-segment.
U kunt tijdens de training de weerstand met één trede verlagen en met 2 verhogen. Het voorgeprogrammeerde weerstandsprofiel blijft in tact.

text_image
STOP PROGRAM 5 LEVEL 2 TIME SPEED DIST CAL HEART RATE 30 P 0:00 0.0 0.00 0.0 KPN AGE 30Top (P 6)
Het trainingsprogramma start op het weerstandsniveau 4 in het eerste tijdssegment.
U kunt de weerstand 3 treden verlagen en 4 treden verhogen. I let voorge-programmeerde weerstandsprofiel blijft in tact.

text_image
STOP PROGRAM 6 LEVEL 4 TIME SPEED DIST CAL HEART RATE 30 P 0:00 0.0 0.00 0.0 NPH AGE 30Interval (P 7)
Het trainingsprogramma start op het weerstandsniveau 4 in het eerste tijds-segment.
U kunt de weerstand 3 treden verlagen en 6 treden verhogen. Het voorgeprogrammeerde weerstandsprofiel blijft in tact.

text_image
STOP PROGRAM 7 LEVEL 4 TIME SPEED DIST CAL HEART RATE 0:00 0.0 0.00 0.0 30 P KPH AGE

ENERGETICS
Bedieningshandleiding
Programma's afhankelijk van de hartslag
Wanneer u met de hartslagprogramma's traint, heeft u keuze uit twee principieel verschillende varianten:
- Wilt u de juiste doelhartslag zelf berekenen en instellen, selecteer dan het Persoonlijke hartslagprogramma (Programma 9).
- Wilt u met een doelhartslag van 60 %, 75 % of 85 % van uw maximale hartslag trainen, selecteer dan één van de Harslagprogramma's (programma's 10, 11 of 12) en de computer doet de berekeningen voor u.
Persoonlijk hartslagprogramma (P 9)
Eigenschappen van het programma
- U kunt de doelhartslag, de trainingstijd, de trainingsafstand en het aantal calorieën dat u wilt verbruiken instellen.
- De door u ingestelde waarden kunnen tijdens de training niet worden veranderd.
- Het hartslagprogramma verhoogt of verlaagt de weerstand afhankelijk van de gemeten hartslag. Komt de gemeten hartslag boven de door u ingestelde waarde uit, dan wordt de weerstand automatisch verminderd.
- Ligt de gemeten hartslag onder de ingestelde waarde, dan wordt de weerstand net zo lang verhoogd tot de ingestelde hartslag is bereikt.

text_image
STOPPROGRAM 9 LEVEL 1 TIME SPEED DIST CAL REACT RATE 30 P 0:00 0.0 0.00 0.0 KPM AGE- Ligt de gemeten hartslag bij het hoogste weerstandsniveau nog steeds onder de ingestelde waarde, dan moet u uw trapfrequentie verhogen.

Het vasthouden van de handsensoren of het dragen van een (optionele) borstriem is voor dit programma noodzakelijk.

De door de computer berekende waarden zijn niet gebaseerd op medisch verantwoorde meetmethoden. De waarden kunnen daarom afwijken van de feitelijke waarden. Neem contact op met uw dokter wanneer u behoefte heeft aan een precieze, medisch verantwoorde meting en bepaling van uw maximale hartslag.
Selectie
Draait u aan het keuzewiel tot PROGRAM 9 wordt getoond. Bevestig de selectie door op het keuzewiel te drukken.
Instellingen
Trainingstijd (TIME)/trainingsafstand (DIST): wanneer u PROGRAM 9 selecteert, knippert op het scherm de trainingstijd (TIME). Nu kunt u de trainingstijd of de trainingsafstand (DIST) instellen. Wanneer u de trainingstijd instelt, slaat de computer het instellen van trainingsafstand automatisch over. Wanneer u geen trainingstijd instelt, kunt u de trainingsafstand instellen.
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de gewenste trainingstijd toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken.
Calorieën (CAL): heeft u de trainingstijd of de trainingsafstand ingesteld, dan knippert de caloriewaarde (CAL).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm het aantal calorieën toont dat u wilt verbruiken. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken.
Doelhartslag (TARGET HR): heeft u het aantal calorieën ingesteld, dan knippert de waarde van de hartslag (TARGET HR).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de doelhartslag waarmee u wilt trainen toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken.
Start de training
Wanneer u klaar bent met instellen, knippert op het scherm het programma. Door op de functieknop ST/SP te drukken start het trainingsprogramma en kunt u met de training beginnen.
Instellingen tijdens de training
De computer past de weerstand automatisch aan. Houd uw hartslag op peil door uw trapfrequentie te verhogen.
Het trainingsprogramma begint op het weerstandsniveau 1. Verandert u deze instelling niet. De computer past de weerstand automatisch aan.

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["PROGRAM 9"]
B --> C["2"]
C --> D["TIME 0:00"]
D --> E["TIME 99:00"]
E --> F["2"]
F --> G["TIME 0:00"]
G --> H["DIST 0.00"]
H --> I["DIST 999.0"]
I --> J["3"]
J --> K["CAL 0.0"]
K --> L["TARGET HR 90"]
L --> M["TARGET HR 220"]
M --> N["4"]
N --> O["ST/SP"]
O --> P["5"]

ENERGETICS
Bedieningshandleiding
Hartslagprogramma (P 10 - 12)
Eigenschappen van het programma
De computer berekent op basis van uw gegevens uw doelhartslag.
Programma 10: 60 % van uw maximale hartslag
Programma 11: 75 % van uw maximale hartslag
Programma 12: 85 % van uw maximale hartslag
- De door u ingestelde waarden kunnen tijdens de training niet worden veranderd.
- Het hartslagprogramma verhoogt of verlaagt de weerstand afhankelijk van uw trapfrequentie en de gemeten hartslag. Komt de gemeten hartslag boven de door u ingestelde waarde uit, dan wordt de weerstand automatisch verminderd.
- Ligt de gemeten hartslag onder de ingestelde waarde, dan wordt de weerstand net zo lang verhoogd tot de ingestelde hartslag wordt bereikt.
- Ligt de gemeten hartslag bij het hoogste weerstandsniveau nog steeds onder de ingestelde waarde, dan moet u uw trapfrequentie verhogen.
Selectie
Draait u aan het keuzewiel tot het programma 10, 11, of 12 wordt getoond. Bevestig de selectie door op het keuzewiel te drukken.
Instellingen
Trainingstijd (TIME)/trainingsafstand (DIST): wanneer u programma 10, 11 of 12 selecteert, knippert op het scherm de trainingstijd (TIME). Nu kunt u de trainingstijd of de trainingsafstand (DIST) instellen. Wanneer u de trainingstijd instelt, slaat de computer het instellen van trainingsafstand automatisch over. Wanneer u geen trainingstijd instelt, kunt u de trainingsafstand instellen.
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de gewenste trainingstijd toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken.

text_image
STOP PROGRAM 10 LEVEL 1 TIME SPEED DIST CAL HEART RATE 30 P 0:00 0.0 0.00 0.0 KPH AGE
text_image
STOP PROGRAM LEVEL TIME SPEED DIST CAL HEART RATE 30 P 0:00 0.0 0.00 0.0 KPM AGE 30
text_image
STOP PROGRAM 12 LEVEL 1 TIME SPEED DIST CAL HEART RATE 30 P 0:00 0.0 0.00 0.0 KPH AGE 30Calorieën (CAL): heeft u de trainingstijd of de trainingsafstand ingesteld, dan knippert de caloriewaarde (CAL).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm het aantal calorieën toont dat u wilt verbruiken. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken.
Leeftijd (AGE): heeft u het aantal calorieën ingesteld, dan knippert de leeftijdswaarde (AGE).
- Draait u aan het keuzewiel tot uw leeftijd wordt getoond. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken.
Start de training
Wanneer u klaar bent met instellen, knippert op het scherm het programma. Door op de functieknop ST/SP te drukken start het trainingsprogramma en kunt u met de training beginnen.
Instellingen tijdens de training
De computer past de weerstand automatisch aan. Houd uw hartslag op peil door uw trapfrequentie te verhogen.
Het trainingsprogramma begint op het weerstandsniveau 1. Verandert u deze instelling niet. De computer past de weerstand automatisch aan.
! Het vasthouden van de handsensoren of het dragen van een (optionele) borstriem is voor dit programma noodzakelijk.

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["PROGRAM 10-12"]
B --> C["2"]
C --> D["TIME 0:00"]
D --> E["TIME 99:00"]
E --> F["2"]
F --> G["TIME 0:00"]
G --> H["DIST 0.00"]
H --> I["DIST 999.0"]
I --> J["3"]
J --> K["CAL 0.0"]
K --> L["CAL 9950"]
L --> M["4"]
M --> N["10 AGE"]
N --> O["99 AGE"]
O --> P["5"]
P --> Q["ST/SP"]

ENERGETICS
Bedieningshandleiding
BMI-BMR-lichaamsvetmeting (P 8)
Eigenschappen van het programma
- De computer berekent op basis van de door u opgegeven waarden uw BMI, BMR en uw lichaamsvetpercentage in % (FAT %). Het gemeten lichaamsvetpercentage wordt aan de hand de functie BMR ingedeeld in één van de 9 lichaamsbouwtypen.
• U hoeft niet te trainen.

text_image
STOP PROGRAM 8 EFT-FT HEIGHT 175.0 30 AGESelectie
Draait u aan het keuzewiel tot PROGRAM 8 wordt getoond. Bevestig de selectie door op het keuzewiel te drukken.
Instellingen
Geslacht: wanneer u het PROGRAM 8 (BMI-BMR-lichaamsvetmeting) selecteert, knippert op het scherm de ingestelde waarde voor geslacht.
- Draait u aan het keuzewiel tot man of vrouw wordt getoond. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken.
Lengte (HEIGHT): heeft u uw geslacht ingesteld, dan knippert de lengtewaarde (HEIGHT).
- Draait u aan het keuzewiel tot uw lengte wordt getoond. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken.
Gewicht (WEIGHT): heeft u uw lengte ingesteld, dan knippert uw gewicht (WEIGHT).
- Draait u aan het keuzewiel tot uw gewicht wordt getoond. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken.
Leeftijd (AGE): heeft u uw gewicht ingesteld, dan knippert de leeftijdswaarde (AGE).
- Draait u aan het keuzewiel tot uw leeftijd wordt getoond. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken.
Start de meting
Wanneer u klaar bent met instellen, knippert op het scherm het programma. U start het meetprogramma door op de functietoets ST/SP te drukken – de berekening begint.
Belangrijk: onmiddellijk na het indrukken van de ST/SP-knop dient u de handsensoren vast te houden totdat het scherm de waarden BMI, BMR en FAT % toont. De berekening kan enige seconden duren.
! Voor het berekenen van de waarden is het noodzakelijk dat u de handsensoren vasthoudt. Dit ook noodzakelijk wanneer u een (optionele) borstriem draagt.

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["PROGRAM 8"]
C["2"] --> D["Gender 1"]
D --> E["Height 100"]
E --> F["Weight 250"]
G["3"] --> H["Height 250"]
H --> I["Weight 200"]
I --> J["Age 10"]
J --> K["99"]
K --> L["AGE"]
L --> M["ST/SP"]
BMI, BMR, FAT%, BODY TYPE
BMI
De Body Mass Index (BMI) wordt op de volgende manier berekend:
Gewicht (kg) / Lengte (m)2
Het geeft aan of een mens te veel, te weinig of normaal weegt. Op basis van de waarden in deze twee tabellen kunt u nagaan in welke categorie uw BMI valt.
| Normale BMI-waarde voor de leeftijdcategorieën | |
| Leeftijdscategorie normale BMI | |
| 19 - 24 jaar 19 - 24 | |
| 25 - 34 jaar 20 - 25 | |
| 35 - 44 jaar 21 - 26 | |
| 45 - 54 jaar 22 - 27 | |
| 55 - 64 jaar 23 - 28 | |
| ouder dan 64 jaar 24 - 29 | |
BMI-categorieën bij afwijkende waarden (in de leeftijdscategorie 19 – 24 jaar)
| Categorie BMI | |
| emsig ondergewicht < 15 | |
| ondergewicht < 17,5 | |
| grensgebied < 19 | |
| normaal 19 – 24 | |
| overgewicht 25 – 29 | |
| emsig overgewicht 30 – 39 | |
| ziekelijk overgewicht 40 > | |
BMR
De grondstofwisseling (Basal Metabolic Rate – BMR) is de hoeveelheid energie die het lichaam per dag nodig heeft de normale lichaamsfuncties uit te kunnen voeren. Dit volledig in rust (bijv. tijdens het slapen) en bij een omgevingstemperatuur van 28°C.
Uw feitelijke energieverbruik (inspanningsstofwisseling) berekent u door de berekende BMR-waarde met de activiteitsfactor (zie tabel) te vermenigvuldigen.
! Gebruikt u deze waarden ook om eventueel uw voedingspatroon te herzien en veranderen.


ENERGETICS
Bedieningshandleiding
| Activiteitsgraad Activiteitsfactor | ||
| weinig actief | zittend beroep, weinig tot geen training 1,2 | |
| normaal actief | normaal beroep,1 - 2 uur training/week | 1,3 |
| redelijk actief | normaal beroep,3 - 4 uur training/week | 1,4 |
| actief | lichamelijk werk,4 - 5 uur training/week | 1,6 |
| bljzonder actief | lichamelijk werk,> 5 uur training/week | 1,9 |
Lichaamsvetpercentage
Het lichaamsvetpercentage in % (FAT %) is een waarde die de verhouding tussen vet- en spierweefsel in uw lichaam aangeeft. Een richtlijn voor een goed tot normaal lichaamsvetpercentage kunt u uit de tabel halen.
| Een goed tot normaal lichaamsvetpercentage per leeftijdscategorie in % | ||
| Leeftijdscategorie man vrouw | ||
| 19 – 24 jaar | 13 – 20% 21 – 25% | |
| 25 – 34 jaar | 15 – 22% 21 – 26% | |
| 35 – 44 jaar | 18 – 24% 23 – 29% | |
| 45 – 54 jaar | 20 – 26% 26 – 33% | |
| 55 en ouder | 22 – 27% 29 – 34% | |
Lichaamstype
Het door de computer berekende lichaamsvetpercentage kan in 9 lichaamsbouwtypen worden onderverdeeld. Ze verschillen door een lager of hoger vetpercentage, leder lichaamsbouwtype verschilt 5 % van het voorgaande.
| Type nr. Lichaamsvet-percentage | |
| 15% - 9% laag lichaamsvetpercentage | |
| 210% - 14% laag tot aan te bevelen lichaamsvetpercentage bij mannen | |
| 315% - 19% aan te bevelen lichaamsvetpercentage bij mannen | |
| 420% - 24% aan te bevelen lichaamsvetpercentage bij vrouwen | |
| 525% - 29% verhoogd lichaamsvetpercentage | |
| 630% - 34% sterk verhoogd lichaamsvetpercentage | |
| 735% - 39% definitie van zwaarlijvignheid | |
| 840% - 41% sterk zwaarlijvig | |
| 945% - 50% extreem zwaarlijvig | |
! De indeling in de genoemde lichaamstypen (Type 1 – 9) is volledig gebaseerd op het door de computer gemeten lichaamsvetpercentage. Het in de jaren veertig door de psycholoog William Sheldon ontwikkelde systeem met de drie lichaamstypen ectomorf (tenger tot slungelig), endomorf (krachtig tot gespierd) en mesomorf (rond tot corpulent) is op een ander principe gebaseerd.
Herstelprogramma
Eigenschappen van het programma
- Het herstelprogramma bepaalt uw herstellingsvermogen en zodoende ook uw conditie.
- Het programma start automatisch wanneer er op de RECOVERY-knop wordt gedrukt. Het programma duurt 60 seconden.
- Het programma kan worden onderbroken door op de RESET-knop te drukken.
Selectie
Druk aan het einde van de training op de knop RECOVERY. De tijd-/weerstandsegmenten vormen een hart op het scherm. Het scherm START staat op STOP.
Het herstelprogramma begint direct wanneer er op de RECOVERY-knop wordt gedrukt. Bevestiging met het keuzewiel is niet noodzakelijk.
Instellingen tijdens het programma
Er kunnen geen verdere instellingen worden veranderd. Het programma duurt 60 seconden. Na de pieptoon toont de computer een cijfer voor uw conditie (F1 – F6) op het scherm.
Beëindigen/onderbreken van het programma
Het programma kan niet onderbroken worden. Met de RESET-functie kan het worden beëindigd (houdt RESET-knop ingedrukt).
! Het herstelprogramma kan de meting alleen uitvoeren wanneer uw hartslag aan het begin van de meting boven de 72 slagen/ minuut ligt.
Op het moment dat u het herstelprogramma start, beëindigt u automatisch het gekozen trainingsprogramma. Start een willekeurig trainingsprogramma als u nog meer wilt trainen.
Pauzeren / training onderbreken en reset
Natuurlijk kunt u uw trainingsprogramma ook onderbreken.
Druk daarvoor op de functieknop ST/SP. Het programma wordt onmiddellijk onderbroken. U beëindigt de pauze door nog een keer op de ST/SP-knop te drukken. Het programma wordt hervat op de plek waar het werd onderbroken.
De computer activeert automatisch de slaapmodus wanneer het programma gedurende 4 minuten of langer werd onderbroken.
Druk op een willekeurige knop om terug te keuren naar het trainingsprogramma.
START
PROGR
STOP
PROGR
Alle instellingen resetten – RESET
Wanneer u de computer in de oorspronkelijke staat wilt terugbrengen, houd dan functieknop ST/SP 4 seconden lang ingedrukt tot er een pieptoon klinkt en het scherm de beginwaarden toont.

ENERGETICS
Bedieningshandleiding
Veiligheid
Onze raad: vraag uw dokter om advies voor u begint met trainen.
- Probeer regelmatig en gedurende langere periodes te trainen.
- Draag bij het trainen comfortabele en lucht doorlatende sportkleding.
- Draag sportschoenen met voldoende profiel. Ga nooit op blote voeten trainen. Met name uw tenen kunt u hierbij blesseren.
- Eet een uur voor en een uur na uw training geen zware maaltijd.
- Drink voldoende tijdens de training.
Veelgestelde vragen
Hoe kan ik de instellingen van de computer resetten?
- Reset: houd de ST/SP-knop minstens 3 seconden lang ingedrukt. Alle waarden worden gereset. Niet opgeslagen informatie gaat verloren.
- Stroomtoevoer: verbreek gedurende korte tijd de stroomtoevoer van het apparaat. Alle waarden worden gereset. Niet opgeslagen informatie gaat verloren.
Kan ik de training / het programma onderbreken?
Druk op de ST/SP-knop wanneer u de training voor korte tijd wilt onderbreken. Alle waarden worden opgeslagen.
Na 4 minuten gaat het scherm uit. De computer gaat over in de slaapmodus. Door op de knop ST/SP te drukken, kunt u de onderbroken training weer hervatten.
Onderbreekt u de training 4 minuten lang zonder op de ST/SP-knop te drukken, dan worden alle opgeslagen gegevens gewist en de functie gereset.
Welk trainingsprogramma is het juiste?
Wanneer de informatie over de trainingsprogramma's in deze handleiding niet voldoende is, kunt u aanvullend de uitgebreide informatie op de ENERGETICS CDROM "Personal Training Instruction" raadplegen.
Bovendien kunt u ook uw dokter raadplegen voor suggesties bij het opstellen van een gezond trainingsprogramma.
Hartslagmeting – kunnen de borstriem en de handsensoren tegelijkertijd worden gebruikt?
Wanneer u beide meetinstrumenten tegelijk gebruikt (dwz. u gebruikt zowel de (optionele) borstriem als de handsensoren) dan zorgt de borstriem voor de getoonde meetwaarden.
Hoe kan ik mijn persoonlijke gegevens invoeren?
Het invoeren van uw persoonlijke gegevens is alleen nodig voor de BMI- lichaamsvetmeting (P 8). Wanneer u dit programma selecteert, kunt u uw gegevens invoeren.
Op welke manier wordt de doelhartslag berekend bij de trainingsprogramma's?
De computer berekent de uw doelhartslag (TARGET HR) op basis van de bij uw leeftijd horende maximale hartslag.
Berekening van de max. hartslag (HS): 220 – leeftijd = maximale HS
Alle trainingsprogramma's tonen als doelhartslag 70 % van uw maximale hartslag. Een uitzondering hierbij zijn de hartslagprogramma's 9 - 12.
! Uitvoerige informatie over de thema's hartslag en hartslagprogramma vindt u in de betreffende hoofdstukken van deze handleiding en op de ENERGETICS CDROM "Personal Training Instruction".

ENERGETICS
Bedieningshandleiding
Service
Probleemoplossing
Foutmeldingen
E1: De computer ontvangt geen signaal van de motor of het signaal wordt onderbroken.
E2: Er is geen verbinding tussen de printplaat en de computer of de printplaat is kapot.
E4: De computer ontvangt geen signaal tijdens de lichaamsvet-testmodus.
Remedie: zie "Het computerscherm werkt niet"
Het computerscherm werkt niet
- De stroomtoevoer van de computer is niet in orde. Controleer alle aansluitingen en kabels.
- Wanneer u alle verbindingen heeft gecontroleerd en het computerscherm nog steeds niet werkt, neem dan contact op met uw ENERGETICS-distributeur.
Hartslag (PULSE) wordt niet (juist) weergegeven
Meting via de handsensoren:
- Ga na of uw handpalmen contact maken met de sensoren. Beide handen dienen tegelijkertijd contact met de sensoren te maken. Het duurt even voor de waarden op het scherm verschijnen.
- Controleer de kabelaansluitingen.
- Maak uw handen een beetje vochtig wanneer deze droog zijn.
Meting via de borstriem (optioneel):
- Niet alle borstriemen zijn compatibel met de E-204. Controleer of uw borstriem in het frequentiebereik 5,4 – 5,7 Hz zendt.
- De batterijen van de borstriem zijn te zwak of leeg.
In een heel enkel geval kan het (meestal door spanningsfluctuaties of statische ontladingen) voorkomen dat de computer vastloopt. Normaal gesproken start de E-204 uit zichzelf opnieuw op.
Start de computer opnieuw op wanneer deze dit niet automatisch doet. Haal de stekker uit het stopcontact, wacht een paar seconden en sluit het apparaat weer aan.
Gebruik
Let erop dat er geen vloeistoffen in het behuizing van de computer komen. U kunt de computer met een vochtige doek schoonmaken. Gebruik hierbij geen schuurmiddel.
Onderhoud
De computer heeft geen speciaal onderhoud nodig. Controleer regelmatig of de schroeven en verbindingen nog vast zitten. Vervang defecte onderdelen onmiddellijk. Neem hiervoor contact op met uw ENERGETICS-distributeur.
Innhold
Innledning 02
Symbolforklaring 02