Exercise Monitor E205 - Hometrainer Energetics - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Exercise Monitor E205 Energetics in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Hometrainer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Exercise Monitor E205 - Energetics en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Exercise Monitor E205 van het merk Energetics.
GEBRUIKSAANWIJZING Exercise Monitor E205 Energetics
- La batteria della fascia toracica é troppo debole o scaricata. Blocco del computer Raramente, soprattutto per la modifica della tensione o per scariche statiche puó avvenire il blocco del computer. E-205 di solito si riavvia da solo. Nel caso che il computer non si riavvii da solo, effettuate il restart. Contem- poraneamente togliete l´innesto di rete, aspettate qualche secondo e poi lo riinserite nuovamente. Cura Evitare che nella custodia del computer entrino liquidi. Pulire il computer con uno straccio umido. Non utilizzare detersivi abrasivi. Manutenzione Il computer non richiede una manutenuzione particolare. Controllate rego- larmente il fissaggio delle viti e i collegamenti. I pezzi difettosi vanno sostituiti immediatamente. Contattate il venditore ENERGETICS.NL Inhoud Inleiding .................................................................02 Legende .................................................................03 Het scherm en de symbolen .......................................04 De behuizing ......................................................04 Assemblage en ingebruikname ..........................................05 De computer aansluiten ...........................................05 De computer aanzetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 05 Starten, instellen en pieptoon .....................................05 Slaapmodus .......................................................05 Snelstart .................................................................06 Standaardwaarden en -instellingen ......................................07 Trainingsprogramma’s – functies en instellingen .........................08 Wat is een trainingsprogramma ...................................08 Persoonlijke instellingen/trainingsparameters .....................08 Het toepassen van trainingsprogramma’s ..........................11 Het kiezen en instellen van de programma’s .............................14 Persoonlijke programma’s .........................................14 Handmatig programma .....................................14 Gebruikersprogramma ......................................15 Voorgeprogrammeerde programma’s .............................17 Intervalprogramma .........................................17 Watt-programma ...........................................18 Hartslagprogramma ........................................20 Klimprogramma ............................................21 BMI-BMR-vet-programma .........................................23 Herstelprogramma . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26 Pauzeren/training onderbreken en reset ...........................26 Veiligheid .........................................................26 Veelgestelde vragen .....................................................229 Service ..................................................................230 Probleemoplossing ................................................230 Gebruik ...........................................................230 Onderhoud .......................................................230 Bedieningshandleiding E-205 >> inhoud >> 01Bedieningshandleiding >> inleiding >> 02 Inleiding Geachte klant, Van harte gefeliciteerd met de aanschaf van uw ENERGETICS Fitness Equip- ments. De computer maakt zinvolle trainingen mogelijk die gebaseerd zijn op inzich- ten uit de sportwetenschap. Bovendien zorgt de computer voor trainingen met veel afwisseling. De trainingsprogramma’s ondersteunen u niet alleen bij het trainen, maar ook bij het plannen ervan. Hierdoor haalt u het maximale uit uw lichaamsbeweging. De voorgeprogrammeerde trainingsprogramma’s kunnen op veel plek- ken aangepast worden aan uw persoonlijke wensen. U kunt ook een eigen trainingsprogramma samenstellen. Daarnaast kan de computer uw BMI, BMR en uw lichaamsvetpercentage berekenen. Met de herstelwaardemeting kunt u uw conditieverbetering direct meten. Deze handleiding werd zorgvuldig samengesteld en bevat, naast de zuiver technische toepassingsbeschrijvingen, vele tips en aanwijzingen voor een goede training. Wij willen u er graag op wijzen dat u op de ENERGETICS CDROM “Personal Training Instruction” nog meer informatie over uw training kunt vinden. Lees, voor u begint met trainen, de gebruiksaanwijzing van de computer aandachtig door. Wij wensen u veel plezier en succes bij het trainen met uw ENERGETICS Fitness Equipment. Uw ENERGETICS - TeamNL >> legende >> 03 Legende Snelstartprogramma Handmatig programma Gebruikersprogramma Intervalprogramma Watt-programma Hartslagprogramma Klimprogramma BMI-BMR-vet-programma Herstelprogramma Start training Druk op de Programma-knop Druk op de Herstel-knop Druk op de Reset-knop Druk op het Keuzewiel Draai het keuzewiel Houd de handsensor vastBedieningshandleiding >> legende >> 04 Het scherm en de symbolen (D1) Tijd-/weerstandssegmenten – trainingstijd onderverdeeld in 10 gelijke fasen (D2) Oriëntatiescherm – tekstuele informatie over de status (D3) STOP – wordt getoond tijdens trainingsonderbreking (D4) TIME – trainingstijd (in minuten) (D5) CAL – calorieverbruik in kilojoules (D6) DISTANCE – trainingsafstand (in km) (D7) KM/H – snelheid (in kilometers/uur) (D8) RPM – trapfrequentie (in pedaalrotaties/minuut) (D9) Geslacht – vrouw (D10) Geslacht – man (D11) AGE – leeftijd (D12) CM – lengte (cm) (D13) KG – gewicht (kg) (D14) FAT % – lichaamsvetpercentage (%) (D15) BMI – Body Mass Index (D16) WATT – prestatie (Watt) (D17) PULSE – hartslag (in hartslagen per minuut) (D18) knipperend: gegevensoverdracht vanaf de hartslagsensor actief De behuizing Voorkant (C1) Scherm – toont afwisselend de belangrijkste gemeten en berekende waarden en functies (C2) PROGRAM – selecteren trainingsprogramma‘s (C3) RECOVERY – beginnen meting van herstelwaarde (C4) RESET
- bij kort indrukken: pauzeren, onderbreken van de training
- nogmaals kort indrukken: pauzeren beëindigen, training hervatten
- bij langer indrukken (minstens 4 seconden): alle waarden resetten, de opnieuw computer opstarten en de opgeslagen informatie wissen (C5) Keuzewiel
- naar links of naar rechts draaien: verlagen of verhogen van een waarde
- indrukken: bevestigen van een geselecteerd(e) programma/waarde Achterkant (C6) PULSE INPUT – aansluiting voor de handsensoren van het fitnessapparaat (C7) Schuif – houder om de computer aan het fitnessapparaat vast te maken, inclusief inwendige schroefdraad voor de schroeven (C8) Verbindingskabel – gegevenskabels en stroomtoevoer van de computerNL >> assemblage en ingebruikname >> 05
Wanneer de computer gedurende 4 minuten geen signaal ontvangt, wordt de slaapmodus automatisch geactiveerd. Assemblage en ingebruikname De computer aansluiten Gegevenskabel: verbind de gegevenskabel van het fitnessapparaat met die van de computer [1]. Houder: maak de computer vast aan de houder van het fitnessapparaat. Schuif de inkeping voorzichtig over de houder van de stuurstang [2]. Pas op dat u de gegevenskabel niet beschadigt wanneer u de computerbe- huizing over de houder van de stuurstang schuift! Draai vervolgens de 4 schroeven vast [3]. Handsensoren: steek de stekker van de handsensorkabel in de ingang van de computer [4]. Stroomvoorziening: de computer wordt via de gegevenskabel van het fitnessapparaat van stroom voorzien. Let erop dat het fitnessapparaat aanslo- ten is op het elektriciteitsnet en aan staat. De computer aanzetten Door op een willekeurige knop te drukken of door de pedalen te bewegen kunt u de computer aanzetten. Starten, instellen en pieptoon De computer laat bij het opstarten een korte pieptoon horen en begint in de Snelstartmodus. Het oriëntatie- scherm toont dit kort. Na een paar seconden wordt START PEDALING getoond. U kunt met de training beginnen of speciale func- ties selecteren. Slaapmodus Wanneer de E-205 gedurende 4 minuten geen signaal ontvangt, wordt de slaapmodus automatisch geactiveerd. Het scherm wordt dan zwart. U kunt de computer weer starten door op een knop te drukken of door de pedalen te bewegen. DISTANCE KMPULSECALTIMEKM/H WATTDISTANCE KMPULSECALTIMEKM/H WATT1 2 33 4Bedieningshandleiding >> snelstart >> 06
Van programma wisselen Wanneer u vanuit de Snelstartmodus naar een ander programma wilt wisselen, drukt u kort op de RESET-knop. Vervolgens kunt u door op de PROGRAM-knop te drukken een programma selecte- ren en parameters opgeven.
Alle instellingen resetten – RESET Wanneer u de computer in de oorspronkelijke staat wilt terugzet- ten, houd dan functieknop RESET 4 seconden lang ingedrukt tot er een pieptoon klinkt en het scherm de beginwaarden toont. Snelstart Snelstartprogramma Door op een willekeurige knop te drukken of de pedalen te bewegen, kunt u de computer aanzetten. Het scherm toont de afgelegde afstand (DISTANCE), de trainingstijd (TIME), het verbruikte aantal calorieën (CAL), de snelheid (KM/H), de prestatie (WATT) en, wanneer u de handsensoren vasthoudt, uw hartslag (PULSE). U kunt de weerstand op ieder gewenst moment tijdens de training aanpas- sen door aan het keuzewiel te draaien. Het controlescherm toont de door u ingestelde prestatietrede (1 – 16). Traint u zo lang en zo intensief als u wilt.
DISTANCE KMPULSECALTIMEKM/H WATTNL
>> standaardwaarden en -instellingen >> 07 Uitleg Instelbaar In de programma’s Trainingstijd (TIME) Instellen/tonen van de trainingstijd in minuten. ja Handmatig, Gebruiker, Interval, Watt, Hartslag, Klim Trainingsafstand (DISTANCE) Instellen/tonen van de trainingsafstand in kilometers. ja Handmatig, Gebruiker, Interval, Watt, Hartslag, Klim Calorieverbruik (CAL) Instellen/tonen van het tijdens de training verbruikte aantal calorieën in kilojoules. ja Handmatig, Gebruiker, Interval, Watt, Hartslag, Klim Prestatie (WATT ) Instellen/tonen van de prestatie in Watt. ja Watt-programma Hartslag (PULSE) Instellen/tonen van de hartslag in hartslagen per minuut. ja Handmatig, Gebruiker, Interval, Watt, Hartslag, Klim Body Mass Index (BMI) Maat om het gewicht van een mens te classificeren. BMI geeft aan of een mens te veel, te weinig of normaal weegt. nee wordt berekend Basal Metabolic Rate (BMR) Eenheid om de stofwisseling (energieverbruik van het lichaam) in rust aan te geven. nee wordt berekend Vet (FAT %) Berekenen/tonen het lichaamsvetpercentage (%). nee wordt berekend Trapfrequentie (RPM) Tonen van de trapfrequentie in omwentelingen per minuut (RPM). De trapfrequentie en de snelheid (KM/H) worden om de beurt getoond. nee weergavemodus Snelheid (KM/H) Toont de snelheid in kilometers per uur (km/u). De trapfrequentie (RPM) en de snelheid (KM/H) worden om de beurt getoond. nee weergavemodus Standaardwaarden en -instellingenBedieningshandleiding Trainingprogramma’s – functies en instellingen >> trainingprogramma’s – functies en instellingen >> 08
Het begrip trainingsprogramma kan op sommige plaatsen mis- schien voor verwarring zorgen. Tenzij anders vermeld, wordt in deze bedieningshandleiding altijd het computerprogramma bedoeld, dat de weerstand regelt op basis van de ingestelde parameters. In de sportwetenschap wordt het begrip “trainingsprogramma” ook gebruikt om een reeks trainingsoefeningen en -eenheden gedurende een bepaalde tijdsperiode aan te duiden.
Het instellen van de trainingstijd (TIME), trainingsafstand (DISTANCE), calorieverbruik (CAL), prestatie (WATT) of hartslag (PULSE) is niet absoluut noodzakelijk. Wanneer u geen waarden wilt instellen, kunt u de functie overslaan door op het keuzewiel te drukken. Bij alle niet ingestelde functies wordt vanaf de basis- waarde opgeteld. DISTANCE Wat is een trainingsprogramma? De E-205 beschikt over 5 voorgeprogrammeerde trainingsprogramma’s. Deze zijn gebaseerd op inzichten uit de sportwetenschap, maar ook op sportspeci- fieke eigenschappen. Deze zijn: Intervalprogramma, Watt-programma, Hartslagprogramma, BMI- BMR-vet-programma, Klimprogramma. De trainingsprogramma’s zorgen ervoor dat u het maximale uit uw training kunt halen. Hierbij maakt het niet uit of u beginner of gevorderde bent. Aanvullend biedt de computer nog twee persoonlijke programma’s. Hiermee kunt u een eigen trainingsprogramma samenstellen. Deze zijn: Handmatig programma, Gebruikersprogramma. Persoonlijke instellingen/trainingsparameters Alle belangrijke parameters kunnen, onafhankelijk van het gekozen pro- gramma, apart worden ingesteld. Deze parameters zijn: trainingstijd (TIME), trainingsafstand (DISTANCE), calo- rieverbruik (CAL), prestatie (WATT) en hartslag (PULSE). TIME Trainingstijd De trainingstijd kan tussen 10 en 99 minuten worden ingesteld. De tijd kan in stappen van één minuut ingevoerd worden. Wanneer u een tijdswaarde heeft ingevoerd, wordt vanaf deze waarde afge- teld. Er klinkt een pieptoon wanneer 0:00 is bereikt. Wanneer u de waarde op 0:00 laat staan, wordt de tijd opgeteld en wordt deze waarde getoond. De trainingstijd kan bij alle trainingsprogramma’s worden ingesteld. In de Snelstartmodus kan de trainingstijd niet worden ingesteld. De trainings- tijd wordt opgeteld en op het scherm getoond. Trainingsafstand De af te leggen trainingsafstand kan tussen de 1 km en 999 km worden inge- steld. De trainingsafstand kan in stappen van 1 km ingevoerd worden. Wanneer u een afstand heeft ingevoerd, wordt het aantal afgelegde kilome- ters vanaf deze waarde afgeteld. Er klinkt een pieptoon wanneer 0.0 is bereikt. Wanneer u de waarde op 0.0 laat staan, wordt het aantal afgelegde kilome- ters opgeteld en wordt deze waarde getoond.
Belangrijke informatie over uw juiste/optimale hartslag en het toepassen van deze hartslagmeting op uw training, vindt u in de trainingshandleiding op de ENERGETICS CDROM “Personal Training Instruction”. >> trainingprogramma’s – functies en instellingen >> 09
De computer geeft het energieverbruik in kilojoules aan. Calorie en joule zijn begrippen die vaak door elkaar gehaald worden of verkeerd worden begrepen. Omrekening: 1 kilojoule = 0,239 kilocalorie 1 kilocalorie = 4,189 kilojoule De trainingsafstand kan bij alle trainingsprogramma’s worden ingesteld. In de Snelstartmodus kan de trainingsafstand niet worden ingesteld. De trainingsafstand wordt opgeteld en op het scherm getoond. Calorieverbruik Toont hoeveel calorieën er ongeveer verbruikt zijn. U kunt het aantal calorieën dat tijdens de training moet worden verbruikt in stappen van 10 instellen op een waarde tussen de 10 en de 9990 kilojoules. Wanneer u een waarde heeft ingevoerd, wordt het aantal kilojoules vanaf deze waarde afgeteld. Er klinkt een pieptoon wanneer 0.0 is bereikt. Wanneer u de waarde op 0.0 laat staan, wordt het aantal verbruikte kilojoules opgeteld en wordt deze waarde getoond. De hoeveelheid kilojoules die u tijdens de training wilt verbruiken, kan bij alle trainingsprogramma’s worden ingesteld. In de Snelstartmodus kan het calorieverbruik niet worden ingesteld. Het calorieverbruik wordt opgeteld en op het scherm getoond. Prestatie De tijdens de training geleverde prestatie is gebaseerd op de weerstand en de trapfrequentie. Het programma past de weerstand aan de trapfrequentie aan, zodat de vooraf ingestelde waarde wordt bereikt. Onderverdeeld in stappen van 5 kan er een waarde tussen de 20 en 400 worden ingesteld. De prestatie kan alleen in het Watt-programma worden ingesteld. Hartslag De hartslag wordt in slagen per minuut weergegeven. U kunt de hartslag waarmee u wilt trainen instellen in een bereik van 40 tot 220 slagen/minuut. Overschrijdt u deze vooraf ingestelde waarden, dan knippert de waarde als waarschuwing. De waarde van de maximale hartslag kan bij alle trainingsprogramma’s worden ingesteld. In de Snelstartmodus kan de maximale hartslag niet worden ingesteld. De voordurend gemeten hartslag wordt op het scherm getoond. CAL PULSE WATT
Wanneer u beide meetinstrumenten tegelijk gebruikt (dwz. u gebruikt zowel de borstriem als de handsensoren) dan zorgt de borstriem voor de getoonde meetwaarden. Niet alle borstriemen zijn compatibel met de E-205. Vraag in de winkel na wanneer u twijfelt. >> trainingprogramma’s – functies en instellingen >> 10 De handsensoren meten de verandering in weerstand, die wordt veroorzaakt door de bloedsomloop in de handpalm. Bewegingen bij het handvat, weerstand en vochtigheid/ zweet zijn van invloed op het signaal. Er zijn bovendien wezenlij- ke fysiologische verschillen tussen mensen, die van invloed kun- nen zijn op de mate van verandering van weerstand. Bij sommige personen kan deze verandering zelfs te klein zijn om te worden gemeten. In dat geval kan de computer geen hartslag tonen. De bovengenoemde factoren beïnvloeden de meting zodanig dat deze relatief onnauwkeurig is en alleen maar ter oriëntatie gebruikt kan worden. Als u bij het begin van uw training droge handen heeft, kan het zijn dat de handsensor uw hartslag niet goed kan meten. Door uw handpalmen licht vochtig te maken, kunt u dit probleem veelal oplossen. Elektromagnetische storing Alle elektrische apparaten, televisies, computers etc. produce- ren elektromagnetische straling of gebruiken deze ook voor het verzenden van informatie (bijv. een handsfree telefoon). De ontvanger van de computer kan maar beperkt tussen “echte” en “onechte” signalen onderscheiden en daarom kunnen deze ap- paraten het verzenden van de hartslag beïnvloeden. Probeer het apparaat zoveel mogelijk uit de buurt van deze storing te houden. De twee meetmethodes zijn ongeschikt voor medische doeleinden! Wanneer u een pacemaker heeft, vraag dan uw dokter of u zonder problemen gebruik kunt maken van een borstriem. Meting via de handsensoren: De sensoren voor het meten van de hartslag via de handpalm bevinden zich in het stuur. De meting vindt plaats wanneer beide handpalmen tegelijkertijd op de sensoren worden gelegd [1]. Meting via de borstriem (optioneel): De hartslag wordt via een in de borstriem geïntegreerde sensor gemeten. Er zijn geen kabels nodig en de computer ontvangt de signalen met een ontvanger. De borst- riem moet op de juiste manier gedragen worden en de contactpunten moeten eventueel vochtig wor- den gemaakt [2]. De meting is constant en precies. Alle gangbare, analoge borstriemen met een frequentiebereik van 5,4 – 5,7 Hz kunnen worden gebruikt.
1NL >> trainingprogramma’s – functies en instellingen >> 11 Het toepassen van trainingsprogramma’s De 6 verschillende trainingsprogramma’s helpen u bij het vinden en instellen van een aan u aangepaste vorm van lichaamsbeweging. Bij het kiezen van het juiste programma speelt het doel dat u met uw training heeft een bepalende rol. Het programma BMI-BMR-vet-programma is geen trainingsprogramma, maar een functie waarmee, op basis van de opgegeven waarden, uw BMI, BMR en het lichaamsvetpercentage (FAT %) kunt berekenen. Handmatig programma Het handmatige programma geeft u volledige vrijheid om uw trainingspro- gramma in te richten zoals u dat wilt. U kunt de trainingstijd, de trainings- afstand, het aantal calorieën dat u wilt verbruiken en de maximale hartslag tijdens de training instellen. De intensiteit van de training kunt u instellen door de weerstand of de trapfrequentie te veranderen. Gebruikersprogramma Met dit programma kunt u een eigen trainingsprogramma samenstellen. De 10 tijd-/weerstandssegmenten kunnen apart ingesteld worden. Voor iedere tijdseenheid kan de weerstand dus ingesteld worden. De voorafgaand aan de training ingestelde tijd-/weerstandsseg- menten kunnen tijdens de training aangepast worden. Intervalprogramma Het Intervalprogramma wisselt op een gelijkmatige manier tussen inspan- ning en herstel. De weerstand wordt periodiek veranderd. Het doel van de intervaltraining is de herstelperiode na een inspanning te verkorten. Afhankelijk van uw conditie zorgt het Intervalprogramma voor een training met verschillende hartslagfrequenties. Kenmerkend voor het Intervaltrai- ning is de zogenaamde “belonende pauze”. Hierdoor is de training bijzonder goed voor hart en bloed- vaten. Watt-programma In het Watt-programma is de weerstand (weerstandsniveau) afhankelijk van de trapfrequentie, zodat u constant dezelfde, vooraf ingestelde, prestatie moet leveren. Bij een langzame trapfrequentie gaat de weerstand omhoog, bij een hoge wordt de weerstand lager. Via het keuzewiel kunt u de te leveren prestatie (WATT) instellen in stappen van 5 Watt. Wanneer uw hartslag de gewenste maximale frequentie bereikt, knippert deze. DISTANCE WATT
PULSE CALTIME KM/HBedieningshandleiding >> trainingprogramma’s – functies en instellingen >> 12 De door de computer berekende waarden zijn niet geba- seerd op medisch verantwoorde meetmethoden. De waar- den kunnen daarom afwijken van de feitelijke waarden. Neem contact op met uw dokter wanneer u behoefte heeft aan een precieze, medisch verantwoorde meting. Hartslagprogramma Het Hartslagprogramma zorgt ervoor dat u precies op de vooraf door u ingestelde hartslag traint. Hierbij wordt u hartslag constant in de gaten gehouden. De computer ver- hoogt of verlaagt de weerstand en let hierbij ook op uw trapfrequentie. Wordt de door u ingestelde waarde bereikt of overschreden, dan knippert de waarde op het scherm. De weerstand wordt verlaagd om uw hartslag op de door u ingestelde waarde te houden. Klimprogramma Deze training heeft als kenmerk een gelijkmatige trapfrequentie bij een rela- tief hoge weerstand. De weerstand blijft tot aan het einde van de klimpro- gramma voortdurend stijgen. Het doel is cardiovasculaire versterking, zodat het lichaam licht ongemakke- lijke snelheden aan kan. Uw training begint relatief vlak. De weerstand wordt vervolgens constant verhoogd totdat de hoogste trede wordt bereikt. BMI-BMR-vet-programma De berekeningen van het programma BMI-BMR-vet-programma geven u een idee van wat uw lichaam aankan. Bovendien helpt het bij het vinden van het juiste trainingsprogramma/de juiste trainingsduur. Op basis van de door u opgegeven waarden (leeftijd, geslacht, gewicht en lengte) berekent de computer de volgende waarden:
Bij het meten/berekenen van de conditie, is het absoluut noodza- kelijk dat u de handsensoren op de juiste manier vastpakt, zodat uw hartslag wordt gemeten. Wanneer u de (optionele) borstriem gebruikt, zorgt deze voor de meetwaarde. Herstelprogramma Het herstelprogramma bepaalt uw herstellingsvermogen. Het herstellings- vermogen is een waarde die aangeeft hoe het met uw conditie is gesteld. Deze waarde wordt bepaald door de hartslag aan het einde van een training te vergelijken met de hartslag 60 seconden na de training. Er geldt: een groot verschil tussen beide waarden betekent een snel herstel en een goede conditie. In principe geldt dat de hartslag na een training bij goed getrainde personen sneller daalt dan bij ongetrainde personen. Wanneer u de training afsluit met het herstelprogramma krijgt u na 60 secon- den een cijfer voor uw conditie. Herstel Het scherm toont in het veld PULSE uw huidige hartslag. Direct boven de huidige hartslag wordt de laatste, opgeslagen trainingswaarde getoond. De tijd wordt afgeteld vanaf 60 tot 0:00 seconden. Op het moment dat 0:00 wordt bereikt, laat de computer drie keer een pieptoon horen. Het herstelprogramma is klaar. Het scherm toont uw condi- tiecijfer. Het scherm toont de twee hartslagwaarden: de laatst gemeten waarde gedu- rende de training (boven) en de waarde na 60 seconde herstel (onder). Het conditiecijfer F1 – zeer goede conditie F2 – goede conditie F3 – voldoende conditie F4 – matige conditie F5 – conditie kan beter F6 – conditie kan veel beter PULSETIMEPULSETIMETIMEBedieningshandleiding
De E-205 slaat het laatst gebruikte gebruikersprogramma op. Ook als u na het beëindigen van uw training de computer uitschakelt. >> het kiezen en instellen van de programma’s >> 14 Het kiezen en instellen van de programma’s Persoonlijke programma’s Bij de persoonlijke programma‘s kunt u uw training volledig zelf instellen. Het Gebruikerprogramma biedt bovendien de mogelijkheid de ingestelde waarden in een profiel op te slaan. Handmatig programma Eigenschappen van het programma
- U geeft de voor de training belangrijke parameters op: trainingstijd, trai- ningsafstand, calorieverbruik, hartslag.
- U kunt de weerstand gedurende iedere trainingsfase aanpassen.
- Houd uw hartslag op peil door uw trapfrequentie of de weerstand te verhogen. Selectie Druk op de knop PROGRAM tot het oriëntatiescherm het Handmatige pro- gramma toont. Bevestig de selectie door op het keuzewiel te drukken. Instellingen Trainingstijd (TIME): wanneer u het Handmatige programma selecteert, knippert op het scherm de trainingstijd (TIME).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de gewenste trainingstijd toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Afstand (DISTANCE): heeft u de trainingstijd ingesteld, dan knippert de afstand (DISTANCE).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de gewenste afstand toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Calorieën (CAL): heeft u de afstand ingesteld, dan knippert het aantal calorieën (CAL).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm het aantal calorieën toont dat u wilt verbruiken. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Hartslag (PULSE): heeft u het aantal calorieën ingesteld, dan knippert de waarde van de hartslag (PULSE).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de gewenste hartslag toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Start de training: u heeft alle waarden ingesteld. Het oriëntatiescherm toont START PEDALING – u kunt met de training beginnen. DISTANCEWATT PULSECALTIMESTOP KM/HNL >> het kiezen en instellen van de programma’s >> 15 Gebruikersprogramma Eigenschappen van het programma
- Met het gebruikersprogramma kunt u een eigen trainingsprogramma samenstellen. Voor alle 10 de tijdssegmenten kan de intensiteit worden ingesteld.
- U kunt de weerstand gedurende iedere trainingsfase of tijdseenheid aan- passen.
- Houd uw hartslag op peil door de trapfrequentie of de weerstand te verhogen. Selectie Druk op de knop PROGRAM tot het oriëntatiescherm het Gebruikerspro- gramma toont. Bevestig de selectie door op het keuzewiel te drukken. Instellingen Tijd-/weerstandssegmenten: wanneer u het programma selecteert, knip- pert het eerste tijd-/weerstandssegment op het scherm.
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de gewenste intensiteit toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Heeft u het eerste tijd-/weerstandssegment ingesteld, dan knippert de waarde van het tweede tijd-/weerstandssegment.
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de gewenste intensiteit toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken.
- Herhaal deze procedure tot en met het tiende tijd-/weerstandssegment. Instellingen tijdens de training Prestatie: In de Handmatige modus kunt u de weerstand (WATT) op ieder gewenst moment van de training instellen door aan het keuzewiel te draaien. Houd uw hartslag op peil door de trapfrequentie of de weerstand te verhogen. DISTANCEWATT PULSECALTIME KM/H
CAL DISTANCEWATTKMPULSE CAL TIMEKM/HBedieningshandleiding >> het kiezen en instellen van de programma’s >> 16 Trainingstijd (TIME): wanneer u alle tien de tijd-/weerstandssegmenten heeft ingesteld, knippert op het scherm de trainingstijd (TIME).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de gewenste trainingstijd toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Afstand (DISTANCE): heeft u de trainingstijd ingesteld, dan knippert de afstand (DISTANCE).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de gewenste afstand toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Calorieën (CAL): heeft u de afstand ingesteld, dan knippert het aantal calorieën (CAL).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm het aantal calorieën toont dat u wilt verbruiken. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Hartslag (PULSE): heeft u het aantal calorieën ingesteld, dan knippert de waarde van de hartslag (PULSE).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de gewenste hartslag toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Start de training: u heeft alle waarden ingesteld. Het oriëntatiescherm toont START PEDALING – u kunt met de training beginnen. Instellingen tijdens de training Prestatie: In het Gebruikersprogramma kunt u de weerstand (WATT) op ieder gewenst moment van de training instellen door aan het keuzewiel te draaien. Houd uw hartslag op peil door de trapfrequentie of de weerstand te verho- gen.
1NL >> het kiezen en instellen van de programma’s >> 17 Voorgeprogrammeerde programma’s Intervalprogramma Eigenschappen van het programma
- Er zijn 3 verschillende prestatieniveaus beschikbaar (L1, L2, L3). Het presta- tieniveau kiest u aan het begin van uw training.
- De door u ingestelde waarden kunnen tijdens de training niet worden veranderd.
- De E-205 zorgt er automatisch voor dat de ingestelde prestatiewaarde (WATT) per interval wordt bereikt door de weerstand en de trapfrequentie aan te passen.
- Houd uw hartslag op peil door de trapfrequentie of de weerstand te verhogen. Selectie Druk op de knop PROGRAM tot het oriëntatiescherm het Intervalprogramma toont. Bevestig de selectie door op het keuzewiel te drukken. Instellingen Prestatieniveau (Level): Wanneer u het Intervalprogramma selecteert, knip- pert op het scherm de selectie van het prestatieniveau (Level: L1, L2, L3).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm het gewenste prestatieniveau toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Trainingstijd (TIME): wanneer u het prestatieniveau selecteert, knippert op het scherm de trainingstijd (TIME).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de gewenste trainingstijd toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Afstand (DISTANCE): heeft u de trainingstijd ingesteld, dan knippert de afstand (DISTANCE).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de gewenste afstand toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Calorieën (CAL): heeft u de afstand ingesteld, dan knippert het aantal calorieën (CAL).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm het aantal calorieën toont dat u wilt verbruiken. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Hartslag (PULSE): heeft u het aantal calorieën ingesteld, dan knippert de waarde van de hartslag (PULSE).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de gewenste hartslag toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Start de training: u heeft alle waarden ingesteld. Het oriëntatiescherm toont START PEDALING – u kunt met de training beginnen. Instellingen tijdens de training De ingestelde waarden kunnen tijdens de training niet worden veranderd. Houd uw hartslag op peil door uw trapfrequentie te verhogen. DISTANCE WATT
PULSE CALTIME KM/HBedieningshandleiding >> het kiezen en instellen van de programma’s >> 18 Watt-programma Eigenschappen van het programma
- Selecteer de prestatiewaarde (WATT) waarmee u wilt trainen.
- Het Watt-programma verhoogt of verlaagt automatisch de weerstand af- hankelijk van uw trapfrequentie zodat er op het ingestelde prestatieniveau wordt getraind.
- De prestatie die u tijdens de training wilt leveren, kunt u aanpassen door aan het keuzewiel te draaien. Alle andere instellingen kunnen tijdens de training niet worden veranderd. Selectie Druk op de knop PROGRAM tot het oriëntatiescherm het Watt-programma toont. Bevestig de selectie door op het keuzewiel te drukken. Instellingen Prestatie (WATT): wanneer u het Watt-programma selecteert, knippert op het scherm de prestatiewaarde (WATT).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm het gewenste aantal Watt toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Trainingstijd (TIME): wanneer u het prestatieniveau heeft ingesteld, knip- pert op het scherm de trainingstijd (TIME).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de gewenste trainingstijd toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. DISTANCEWATT PULSECALTIME KM/H
1NL >> het kiezen en instellen van de programma’s >> 19 Afstand (DISTANCE): heeft u de trainingstijd ingesteld, dan knippert de afstand (DISTANCE).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de gewenste afstand toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Calorieën (CAL): heeft u de afstand ingesteld, dan knippert het aantal calorieën (CAL).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm het aantal calorieën toont dat u wilt verbruiken. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Hartslag (PULSE): heeft u het aantal calorieën ingesteld, dan knippert de waarde van de hartslag (PULSE).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de gewenste hartslag toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Start de training: u heeft alle waarden ingesteld. Het oriëntatiescherm toont START PEDALING – u kunt met de training beginnen. Instellingen tijdens de training Prestatie: tijdens het Watt-programma kunt u de prestatiewaarde (WATT) op ieder gewenst moment van de training apart instellen. Houd uw hartslag op peil door de prestatiewaarde te veranderen.
Het vasthouden van de handsensoren of het dragen van een (optionele) borstriem is voor dit programma noodzakelijk. De computer vergelijkt de gemeten hartslag iedere 10 secon- den met de ingestelde hartslag. Het duurt dus even voor de weerstand zich aanpast. Ook wanneer er grote verschillen tussen de gemeten waarde en de ingestelde hartslag optreden, past de weerstand zich in gelijkmatige, kleine stappen aan. >> het kiezen en instellen van de programma’s >> 20 Hartslagprogramma Eigenschappen van het programma
- Selecteer de maximale hartslag waarmee u wilt trainen.
- De door u ingestelde waarden kunnen tijdens de training niet worden veranderd.
- Het hartslagprogramma verhoogt of verlaagt de weerstand afhankelijk van de gemeten hartslag. Komt de gemeten hartslag boven de door u inge- stelde hartslag uit, dan wordt de weerstand automatisch verminderd.
- Ligt de gemeten hartslag onder de ingestelde hartslag, dan wordt de weer- stand net zo lang verhoogd tot de ingestelde hartslag wordt bereikt.
- Ligt de gemeten hartslag bij het hoogste weerstandsniveau nog steeds onder de ingestelde waarde, dan moet u de trapfrequentie verhogen. Selectie Druk op de knop PROGRAM tot het oriëntatiescherm het HRC-programma toont. Bevestig de selectie door op het keuzewiel te drukken. Instellingen Trainingstijd (TIME): wanneer u het HRC-programma selecteert, knippert op het scherm de trainingstijd (TIME).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de gewenste trainingstijd toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Afstand (DISTANCE): heeft u de trainingstijd ingesteld, dan knippert de afstand (DISTANCE).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de gewenste afstand toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Calorieën (CAL): heeft u de afstand ingesteld, dan knippert het aantal calorieën (CAL).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm het aantal calorieën toont dat u wilt verbruiken. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Hartslag (PULSE): heeft u het aantal calorieën ingesteld, dan knippert de waarde van de hartslag (PULSE).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de gewenste hartslag toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Start de training: u heeft alle waarden ingesteld. Het oriëntatiescherm toont START PEDALING – u kunt met de training beginnen. Instellingen tijdens de training De ingestelde waarden kunnen tijdens de training niet worden veranderd. Houd uw hartslag op peil door uw trapfrequentie te verhogen. DISTANCEWATT PULSECALTIME KM/HNL >> het kiezen en instellen van de programma’s >> 21 Klimprogramma Eigenschappen van het programma
- Er zijn 3 verschillende prestatieniveaus beschikbaar (L1, L2, L3). Het presta- tieniveau kiest u aan het begin van uw training.
- De door u ingestelde waarden kunnen tijdens de training niet worden veranderd.
- De E-205 zorgt er automatisch voor dat de ingestelde prestatiewaarde (WATT) per interval wordt bereikt door de weerstand en de trapfrequentie aan te passen.
- Houd uw hartslag op peil door de trapfrequentie aan te passen. Selectie Druk op de knop PROGRAM tot het oriëntatiescherm het Klimprogramma toont. Bevestig de selectie door op het keuzewiel te drukken. DISTANCEWATT PULSECALTIME KM/H
PULSE DISTANCEWATTKM PULSE CALTIMEKM/H 1Bedieningshandleiding >> het kiezen en instellen van de programma’s >> 22 Instellingen Prestatieniveau (Level): wanneer u het Klimprogramma selecteert, knippert op het scherm de selectie van het prestatieniveau (Level: L1, L2, L3).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm het gewenste prestatieniveau toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Trainingstijd (TIME): wanneer u het prestatieniveau selecteert, knippert op het scherm de trainingstijd (TIME).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de gewenste trainingstijd toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Afstand (DISTANCE): heeft u de trainingstijd ingesteld, dan knippert de afstand (DISTANCE).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de gewenste afstand toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Calorieën (CAL): heeft u de afstand ingesteld, dan knippert het aantal calorieën (CAL).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm het aantal calorieën toont dat u wilt verbruiken. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Hartslag (PULSE): heeft u het aantal calorieën ingesteld, dan knippert de waarde van de hartslag (PULSE).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de gewenste hartslag toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Start de training: u heeft alle waarden ingesteld. Het oriëntatiescherm toont START PEDALING – u kunt met de training beginnen. Instellingen tijdens de training De ingestelde waarden kunnen tijdens de training niet worden veranderd. Houd uw hartslag op peil door uw trapfrequentie te verhogen.
1NL >> het kiezen en instellen van de programma’s >> 23 BMI-BMR-vet-programma Eigenschappen van het programma
- De computer berekent op basis van de door u opgegeven waarden uw BMI, BMR en lichaamsvetpercentage in % (FAT %).
- U hoeft niet te trainen. Selectie Druk op de knop PROGRAM tot het oriëntatiescherm het BMI-BMR-vetpro- gramma toont. Bevestig de selectie door op het keuzewiel te drukken. Persoonlijke waarden instellen Leeftijd (AGE): wanneer u het programma selecteert, knippert op het scherm de leeftijd (AGE).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de correcte leeftijd toont. Beves- tig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Geslacht: heeft u uw leeftijd ingesteld, dan knippert de ingestelde waarde voor geslacht.
- Draait u aan het keuzewiel tot man of vrouw wordt getoond. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Gewicht (KG): wanneer u het geslacht heeft ingesteld, knippert op het scherm uw gewicht (KG).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm het correcte gewicht toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. Lengte (CM): wanneer u het gewicht heeft ingesteld, knippert op het scherm uw lengte (CM).
- Draait u aan het keuzewiel tot het scherm de correcte lengte toont. Bevestig de instelling door op het keuzewiel te drukken. BMI FAT% AGE
Voor het berekenen van de waarden is het noodzakelijk dat u de handsensoren vasthoudt. Dit ook noodzakelijk wanneer u een (optionele) borstriem draagt. Wanneer de handsensoren de hartslag niet goed kunnen meten, toont de computer in sommige gevallen de foutmelding (“ERR”). Maak uw handpalmen vochtig en start het programma opnieuw op. >> het kiezen en instellen van de programma’s >> 24 De computer vraagt u nu om de handsensoren vast te houden. De tekst TOUCH HANDPULSE SENSOR verschijnt op het statusscherm.
- Houdt u de handsensoren vast. Na een paar seconden toont het oriëntatie- scherm START MEASUREMENT WITH MODE.
- Druk op het keuzewiel en houdt direct daarna de handsensoren vast – de berekening begint. Houdt u deze vast tot het scherm de berekende waarden (BMI, BMR en FAT %) toont. De berekening kan enige seconden duren.
7NL >> het kiezen en instellen van de programma’s >> 25
Op het moment dat u het herstelprogramma start, beëindigt u automatisch het gekozen trainingsprogramma. Start een wil- lekeurig trainingsprogramma als u nog meer wilt trainen. >> het kiezen en instellen van de programma’s >> 26
Alle instellingen resetten – RESET Wanneer u de computer in de oorspronkelijke staat wilt terugbrengen, houd dan functieknop RESET 4 seconden lang ingedrukt tot er een pieptoon klinkt en het scherm de beginwaar- den toont. Herstelprogramma Eigenschappen van het programma
- Het herstelprogramma bepaalt uw herstellingsvermogen en zodoende ook uw conditie.
- Het programma start automatisch wanneer er op de RECOVERY-knop wordt gedrukt. Het programma duurt 60 seconden.
- Het programma kan worden onderbroken door op de RESET-knop te druk- ken. Selectie Druk aan het einde van de training op de knop RECOVERY. Het oriëntatie- scherm toont het Herstelprogramma. Het programma begint direct wanneer er op de RECOVERY-knop wordt gedrukt. Bevestiging met het keuzewiel is niet noodzakelijk. Instellingen tijdens het programma Er kunnen geen verdere instellingen worden veranderd. Het programma duurt 60 seconden. Na de pieptoon toont de computer een cijfer voor uw conditie (F1 – F6) op het scherm. Beëindigen/onderbreken van het programma Het programma kan niet onderbroken worden. Met de RESET-functie kan het worden beëindigd (houdt RESET-knop ingedrukt). Pauzeren/training onderbreken en reset Natuurlijk kunt u het trainingsprogramma ook onderbreken. Druk hiervoor op de RESET-knop. Het programma wordt onmiddellijk onder- broken. U beëindigt de pauze door nog een keer op de RESET-knop te druk- ken. Het programma wordt hervat op de plek waar het werd onderbroken. De computer activeert automatisch de slaapmodus wanneer het programma gedurende 4 minuten of langer werd onderbroken. Druk op een willekeurige knop om terug te keuren naar het trainingsprogramma. Veiligheid Onze raad: vraag uw dokter om advies voor u begint met trainen.
- Probeer regelmatig en gedurende langere periodes te trainen.
- Draag bij het trainen comfortabele en lucht doorlatende sportkleding.
- Draag sportschoenen met voldoende profiel. Ga nooit op blote voeten trainen. Met name uw tenen kunt u hierbij blesseren.
- Eet een uur voor en een uur na uw training geen zware maaltijd.
- Drink voldoende tijdens de training.
Onderbreekt u de training 4 minuten lang zonder op de ST/SP- knop te drukken, dan worden alle opgeslagen gegevens gewist en de functie gereset. Veelgestelde vragen Hoe kan ik de instellingen van de computer resetten?
1. Reset: houd de RESET-knop minstens 4 seconden lang ingedrukt. Alle
waarden worden gereset. Niet opgeslagen informatie gaat verloren.
2. Stroomtoevoer: verbreek gedurende korte tijd de stroomtoevoer van
het apparaat. Alle waarden worden gereset. Niet opgeslagen informatie gaat verloren. Kan ik de training/het programma onderbreken? Druk op de RESET-knop wanneer u de training voor korte tijd wilt onderbre- ken. Alle waarden worden opgeslagen. Na 4 minuten gaat het scherm uit. De computer gaat over in de slaapmodus. Door nog een keer op de knop RESET te drukken, kunt u de onderbroken training weer hervatten. Hartslagmeting – kunnen de borstriem en de handsensoren tegelijkertijd worden gebruikt? Wanneer u beide meetinstrumenten tegelijk gebruikt (dwz. u gebruikt zowel de (optionele) borstriem als de handsensoren) dan zorgt de borstriem voor de getoonde meetwaarden. Hoe kan ik mijn persoonlijke gegevens invoeren? Het invoeren van uw persoonlijke gegevens is alleen nodig voor het BMI-BMR-vet-programma. Wanneer u dit programma selecteert, kunt u uw gegevens invoeren. Welk trainingsprogramma is het juiste? Wanneer de informatie over de trainingsprogramma’s in deze handleiding niet voldoende is, kunt u aanvullend de uitgebreide informatie op de ENERGETICS CDROM “Personal Training Instruction” raadplegen. Bovendien kunt u ook uw dokter raadplegen voor suggesties bij het opstel- len van een gezond trainingsprogramma.Bedieningshandleiding >> service >> 28 Service Fehlersuche Fehlermeldungen E: Der Computer empfängt kein Signal im Erholungs-Programm. ERR: Der Computer empfängt kein Signal im Körperfett-Testmodus. ERR2: Es besteht keine Verbindung zwischen Platine und Computer oder die Platine ist kaputt. Abhilfe: s. u. „Der Computer zeigt keine Anzeige“. Der Computer zeigt keine Anzeige
Notice-Facile