Exercise Monitor E203 - Hometrainer Energetics - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Exercise Monitor E203 Energetics in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - Exercise Monitor E203 Energetics
Download de handleiding voor uw Hometrainer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Exercise Monitor E203 - Energetics en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Exercise Monitor E203 van het merk Energetics.
GEBRUIKSAANWIJZING Exercise Monitor E203 Energetics
- Kontrolleraallaanslutningar.
- Seavetelemaniasciutte,inumiditelepalme. Blocco del computer Raramente, soprattutto per la modifica della tensione o per scariche statiche puó avvenire il blocco del computer. E-203 di solito si riavvia da solo. Nel caso che il computer non si riavvii da solo, effettuate il restart. Contem- poraneamente togliete l´innesto di rete, aspettate qualche secondo e poi lo riinserite nuovamente. Cura Evitare che nella custodia del computer entrino liquidi. Pulire il computer con uno straccio umido. Non utilizzare detersivi abrasivi. Manutenzione Il computer non richiede una manutenuzione particolare. Controllate rego- larmente il fissaggio delle viti e i collegamenti. I pezzi difettosi vanno sostituiti immediatamente. Contattate il venditore ENERGETICS.NL Inhoud Inleiding .................................................................02 Legende .................................................................03 Het scherm en de symbolen .......................................04 De behuizing ......................................................04 Assemblage en ingebruikname ..........................................05 De computer aansluiten ...........................................05 De computer aanzetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 05 Starten, instellen en pieptoon .....................................05 Slaapmodus .......................................................05 Snelstart .................................................................06 Standaardwaarden en -instellingen ......................................07 Trainingsprogramma’s – functies en instellingen .........................08 Wat is een trainingsprogramma ...................................08 Persoonlijke instellingen/trainingsparameters .....................08 Het toepassen van trainingsprogramma’s ..........................10 Algemene informatie over de programma’s ........................14 Kenmerken van de tijdens de training getoonde waarden .........14 Het kiezen en instellen van de programma’s ..............................15 Persoonlijke programma’s .........................................15 Handmatig programma (P 1) ................................15 Gebruikersprogramma (P 7) .................................17 Voorgeprogrammeerde programma’s (P 2 – 6) .....................19 Tour (P 2) ...................................................20 Interval (P 3).................................................20 Top (P 4) ....................................................21 Heuvel (P 5) .................................................21 Dal (P 6) .....................................................21 BMI-lichaamsvetmeting (P 8) ......................................21 Herstelprogramma . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23 Pauzeren/training onderbreken en reset ...........................24 Veiligheid .........................................................24 Veelgestelde vragen .....................................................25 Service ..................................................................26 Probleemoplossing ................................................26 Gebruik ...........................................................26 Onderhoud .......................................................26 >> inhoud >> 01 Bedieningshandleiding E-203Bedieningshandleiding >> inleiding >> 02 Inleiding Geachte klant, Van harte gefeliciteerd met de aanschaf van uw ENERGETICS Fitness Equip- ments. De computer maakt zinvolle trainingen mogelijk die gebaseerd zijn op inzich- ten uit de sportwetenschap. Bovendien zorgt de computer voor trainingen met veel afwisseling. De trainingsprogramma’s ondersteunen u niet alleen bij het trainen, maar ook bij het plannen ervan. Hierdoor haalt u het maximale uit uw lichaamsbeweging. De voorgeprogrammeerde trainingsprogramma’s kunnen op veel plek- ken aangepast worden aan uw persoonlijke wensen. U kunt ook een eigen trainingsprogramma samenstellen. Daarnaast kan de computer uw BMI en lichaamsvetpercentage berekenen. Met de herstelwaardemeting kunt u uw conditieverbetering direct meten. Deze handleiding werd zorgvuldig samengesteld en bevat, naast de zuiver technische toepassingsbeschrijvingen, vele tips en aanwijzingen voor een goede training. Wij willen u er graag op wijzen dat u op de ENERGETICS CDROM “Personal Training Instruction” nog meer informatie over uw training kunt vinden. Lees, voor u begint met trainen, de gebruiksaanwijzing van de computer aandachtig door. Wij wensen u veel plezier en succes bij het trainen met uw ENERGETICS Fitness Equipment. Uw ENERGETICS - TeamNL >> legende >> 03 Legende Omhoog-knop Omlaag-knop Druk op de Herstel-knop Druk op de Start-Stop-knop Druk op de Set-knop Houd de handsensoren vast Programma 1 (persoonlijk) – Handmatig Programma 2 (voorgeprogrammeerd) – Tour Programma 3 (voorgeprogrammeerd) – Interval Programma 4 (voorgeprogrammeerd) – Top Programma 5 (voorgeprogrammeerd) – Heuvel Programma 6 (voorgeprogrammeerd) – Dal Programma 7 (persoonlijk) – Gebruiker Programma 8 (meetfunctie) – BMI-lichaamsvetBedieningshandleiding >> legende >> 04 Het scherm en de symbolen (D1) SCAN – meetfunctie actief (D2) FAT % – lichaamsvetpercentage (%) (D3) PROGRAM – actieve of geselecteerde trainingsprogramma (D4) BMI – Body Mass Index (D5) Geslacht – vrouw (D6) Geslacht – man (D7) AGE – leeftijd (D8) HEIGHT – lengte (cm) (D9) WEIGHT – gewicht (kg) (D10) P – Stop, programma onderbroken of geen activiteit (D11) Programma 8 – BMI-lichaamsvetmeting (meetfunctie) (D12) Persoonlijk programma 7 – Gebruiker (D13) Voorgeprogrammeerd programma 6 – Dal (D14) Voorgeprogrammeerd programma 5 – Heuvel (D15) Voorgeprogrammeerd programma 4 – Top (D16) Voorgeprogrammeerd programma 3 – Interval (D17) Voorgeprogrammeerd programma 2 – Tour (D18) Persoonlijk programma 1 – Gebruiker (D19) RPM – trapfrequentie (in pedaalrotaties/minuut) (D20) SPEED – snelheid (in kilometers/uur) (D21) TIME – trainingstijd (in minuten) (D22) LEVEL – ingestelde intensiteitsniveau (D23) DISTANCE – afgelegde afstand in kilometers in het trainingsprogramma (D24) CALORIES – calorieverbruik in kilojoule (D25) knipperend: gegevensoverdracht vanaf de hartslagsensor actief (D26) PULSE
- Indetrainingmodus:huidigehartslaginhartslagenperminuut De behuizing Voorkant (C1) Scherm – toont afwisselend de belangrijkste gemeten en berekende waarden en functies (C2) DOWN – het verlagen van een waarde of een programma selecteren (C3) UP – het verhogen van een waarde of een programma selecteren (C4) SET – het bevestigen van een geselecteerd(e) programma/waarde (C5) RECOVERY – beginnen meting van herstelwaarde (C6) ST/SP
- bijkortindrukken:pauzeren,onderbrekenvandetraining
- nogmaalskortindrukken:pauzerenbeëindigen,traininghervatten
- bijlangerindrukken(minstens4seconden):allewaardenresetten,de opnieuw computer opstarten en de opgeslagen informatie wissen Achterkant (C7) PULSE INPUT – aansluiting voor de handsensoren van het fitnessapparaat (C8) Schuif – houder om de computer aan het fitnessapparaat vast te maken, inclusief inwendige schroefdraad voor de schroeven (C9) Verbindingskabel – gegevenskabels en stroomtoevoer van de computerNL
>> assemblage en ingebruikneming >> 05 Assemblage en ingebruikneming De computer aansluiten Gegevenskabel: verbind de gegevenskabel van het fitnessapparaat met die van de computer [1]. Houder: maak de computer vast aan de houder van het fitnessapparaat. Schuif de inkeping voorzichtig over de houder van de stuurstang [2]. Pas op dat u de gegevenskabel niet beschadigt wanneer u de computerbe- huizing over de houder van de stuurstang schuift! Draai vervolgens de 4 schroeven vast [3]. Handsensoren: steek de stekker van de handsensorkabel in de ingang van de computer [4]. Stroomvoorziening: de computer wordt via de gegevenskabel van het fitnessapparaat van stroom voorzien. Let erop dat het fitnessapparaat aanslo- ten is op het elektriciteitsnet en aan staat. De computer aanzetten Door op een willekeurige knop te drukken of door de pedalen te bewegen kunt u de computer aanzetten. Starten, instellen en pieptoon De computer laat bij het opstarten een korte pieptoon horen en begint met de standaardinstellingen. Programma 1 (handmatig programma) wordt getoond. U kunt uw instellingen invoeren. Slaapmodus Wanneer de E-203 gedurende 4 minuten geen signaal ontvangt, wordt de slaapmodus automatisch geactiveerd. Het scherm wordt dan zwart. U kunt de computer weer starten door op een knop te drukken of door de pedalen te bewegen. De door u ingestelde programmawaarden worden gewist. Wanneer de computer gedurende 4 minuten geen signaal ontvangt, wordt de slaapmodus automatisch geactiveerd. PROGRAMSCANSPEED TIME DISTANCE CALORIES PULSEKM1 2 33 4Bedieningshandleiding >> snelstart >> 06
Alle instellingen resetten – RESET Wanneer u de computer in de oorspronkelijke staat wilt terug- brengen, houd dan functieknop ST/SP 4 seconden lang ingedrukt tot er een pieptoon klinkt en het scherm de beginwaarden toont. Snelstart Druk op de functieknop ST/SP. Er klinkt een pieptoon. De computer start automatisch met de voorgeprogrammeerde waarden Programma 1 op (Handmatig programma). Begin met de training. Het scherm toont afwisselend snelheid (SPEED) en trapfrequentie (RPM), trainingstijd (TIME), trainingsafstand (DISTANCE), calorieverbruik (CALORIES) en, wanneer u de handsensoren vasthoudt, uw huidige hartslag (PULSE). U kunt de trapweerstand aanpassen door op de knoppen UP/DOWN te druk- ken (Level 1 – 8). Beginnen met trainen, een trainingsprogramma selecteren, persoonlijke instellingen invoeren Druk2xopdefunctieknopST/SPomhetprogrammatebeëindigenenmet de juiste training en het invoeren van uw persoonlijke instellingen te begin- nen. Lees deze handleiding aandachtig door en selecteer een trainingspro- gramma.
PROGRAMSCANSPEED TIME DISTANCE CALORIES PULSEKMNL
>> standaardwaarden en -instellingen >> 07 Standaardwaarden en -instellingen Uitleg Instelbaar In de programma’s Trainingstijd (TIME) Instellen/tonen van de trainingstijd in minuten. ja P 1 – 8 Trainingsafstand (DISTANCE) Instellen/tonen van de trainingsafstand in kilometers. ja P 1 – 8 Calorieverbruik (CALORIES) Instellen/tonenvanhettijdensdetrainingverbruikteaantalcalorieëninkilojoules. ja P 1 – 8 Doelhartslag (PULSE) Instellen/tonen van de doelhartslag bij de training. In hartslagen per minuut. ja P 1 – 8 Hartslag (PULSE) Toont de huidige hartslag in hartslagen per minuut. nee weergavemodus Leeftijd (AGE) Instellen/tonen van de leeftijd. ja alleen BMI Body Mass Index (BMI) Maat om het gewicht van een mens te classificeren. BMI geeft aan of een mens te veel, te weinig of normaal weegt. nee wordt berekend Lichaamsvet (FAT %) Berekenen /tonen van het lichaamsvetpercentage (in procenten). nee wordt berekend Trapfrequentie (RPM) Tonen van de trapfrequentie in omwentelingen per minuut (RPM). De trapfrequentie en de snelheid (km/h) worden om de beurt getoond. nee weergavemodus Snelheid (SPEED) Toont de snelheid in kilometers per uur (km/u). De trapfrequentie (RPM) en de snelheid worden om de beurt getoond. nee weergavemodusBedieningshandleiding >> trainingprogramma’s – functies en instellingen >> 08
Het begrip trainingsprogramma kan op sommige plaatsen mis- schien voor verwarring zorgen. Tenzij anders vermeld, wordt in deze bedieningshandleiding altijd het computerprogramma bedoeld, dat de weerstand regelt op basis van de ingestelde parameters. In de sportwetenschap wordt het begrip “trainingsprogramma” ook gebruikt om een reeks trainingsoefeningen en -eenheden gedurende een bepaalde tijdsperiode aan te duiden.
- Het instellen van de trainingstijd (TIME), de trainingsafstand (DISTANCE), het calorieverbruik (CALORIES) en de doelhartslag (PULSE) is niet noodzakelijk. Wanneer u geen waarden wilt instellen, kunt u de functie overslaan door op het keuzewiel te drukken. Bij alle niet ingestelde functies wordt vanaf de basis- waarde opgeteld.
- Bij de parameters trainingstijd en trainingsafstand moet u kiezen welke u in wilt stellen. Wanneer u de trainingstijd instelt, slaat de computer de parameter trainingsafstand automatisch over. Laat u de waarde van de trainingstijd op 00:00 staan, dan kunt u de trainingsafstand instellen. Wanneer één van de door u ingestelde parameters (trainingstijd, trainingsafstand of calorieverbruik) klaar is met aftellen (waarde 00 werd bereikt), laat de computer een pieptoon horen en wordt het programma beëindigd. Als u het programma wilt voortzetten, druk dan kort op de knop ST/SP. Wat is een trainingsprogramma? De E-203 beschikt over 5 voorgeprogrammeerde trainingsprogramma’s. Deze zijn gebaseerd op inzichten uit de sportwetenschap, maar ook op sportspeci- ekeeigenschappen.Deprogramma’szijn: Tour (P 2) Interval (P 3) Top (P 4) Heuvel (P 5) Dal (P 6) De trainingsprogramma’s zorgen ervoor dat u het maximale uit uw training kunt halen. Hierbij maakt het niet uit of u beginner of gevorderde bent. Aanvullend biedt de computer nog twee persoonlijke programma’s. Hiermee kuntuuweigentrainingsprogrammasamenstellen.Dezezijn: Handmatig programma (P 1) Gebruikersprogramma (P 7) Persoonlijke instellingen/trainingsparameters Alle belangrijke parameters kunnen, onafhankelijk van het gekozen pro- gramma, apart worden ingesteld. Dezeparameterszijn:trainingstijd(TIME),trainingsafstand(DISTANCE),calo- rieverbruik (CALORIES) en doelhartslag (PULSE). TIME Trainingstijd De trainingstijd kan tussen 5 en 99 minuten worden ingesteld. De tijd kan in stappen van één minuut ingevoerd worden. Trainingprogramma’s – functies en instellingenNL >> trainingprogramma’s – functies en instellingen >> 09
De computer geeft het energieverbruik in kilojoules aan. Calorie en joule zijn begrippen die vaak door elkaar gehaald worden of verkeerd worden begrepen. Omrekening: 1 kilojoule = 0,239 kilocalorie 1 kilocalorie = 4,189 kilojoule Een uitzondering vormt hierbij het handmatige programma (P1). In dit pro- gramma kunt u trainingen vanaf één minuut instellen. Wanneer u een tijdswaarde heeft ingevoerd, wordt vanaf deze waarde afge- teld.Erklinkteenpieptoonwanneer0:00isbereikt. Wanneerudewaardeop0:00laatstaan,wordtdetijdopgeteldenwordt deze waarde getoond. De trainingstijd kan bij alle trainingsprogramma’s worden ingesteld. Trainingsstrecke De af te leggen trainingsafstand kan tussen de 0,5 km en 99,5 km worden ingesteld. De trainingsafstand kan in stappen van 0,5 km ingevoerd worden. Wanneer u een afstand heeft ingevoerd, wordt het aantal afgelegde kilo- meters vanaf deze waarde afgeteld. Er klinkt een pieptoon wanneer 0.00 is bereikt. Wanneer u de waarde op 0.00 laat staan, wordt het aantal afgelegde kilome- ters opgeteld en wordt deze waarde getoond. De trainingsafstand kan bij alle trainingsprogramma’s worden ingesteld. Calorieverbruik Toonthoeveelcalorieënerongeveerverbruiktzijn. Ukunthetaantalcalorieëndattijdensdetrainingmoetwordenverbruiktin stappen van 10 instellen op een waarde tussen de 10 en de 9990 kilojoules. Wanneer u een waarde heeft ingevoerd, wordt het aantal kilojoules vanaf deze waarde afgeteld. Er klinkt een pieptoon wanneer 0.0 is bereikt. Wanneer u de waarde op 0.0 laat staan, wordt het aantal verbruikte kilojoules opgeteld en wordt deze waarde getoond. De hoeveelheid kilojoules die u tijdens de training wilt verbruiken, kan bij alle trainingsprogramma’s worden ingesteld. Hartslag De hartslag wordt in slagen per minuut weergegeven. U kunt de hartslag waarmee u wilt trainen instellen in een bereik van 40 tot 240 slagen/minuut. Overschrijdt u deze vooraf ingestelde waarden, dan knippert de waarde als waarschuwing. De waarde van de maximale hartslag kan bij alle trainingsprogramma’s worden ingesteld. DISTANCE CALORIES PULSE PROGRAMSCAN
PULSE KMBedieningshandleiding >> trainingprogramma’s – functies en instellingen >> 10 De handsensoren meten de verandering in weerstand, die wordt veroorzaakt door de bloedsomloop in de handpalm. Bewegingen bij het handvat, weerstand en vochtigheid/ zweet zijn van invloed op het signaal. Er zijn bovendien wezenlij- ke fysiologische verschillen tussen mensen, die van invloed kun- nen zijn op de mate van verandering van weerstand. Bij sommige personen kan deze verandering zelfs te klein zijn om te worden gemeten. In dat geval kan de computer geen hartslag tonen. De bovengenoemde factoren beïnvloeden de meting zodanig dat deze relatief onnauwkeurig is en alleen maar ter oriëntatie gebruikt kan worden. Als u bij het begin van uw training droge handen heeft, kan het zijn dat de handsensor uw hartslag niet goed kan meten. Door uw handpalmen licht vochtig te maken, kunt u dit probleem veelal oplossen. De door uw computer gemeten en berekende waarden zijn niet gebaseerd op medisch verantwoorde meetmethoden. De waar- den kunnen daarom afwijken van de feitelijke waarden. Neem contact op met uw dokter wanneer u behoefte heeft aan een precieze, medisch verantwoorde meting. De meting van de hartslag via de handsensoren is niet geschikt voor medische doeleinden! Belangrijke informatie over uw juiste/optimale hartslag en het toepassen van deze hartslagmeting op uw training, vindt u in de trainingshandleiding op de ENERGETICS CDROM “Personal Training Instruction”. Het toepassen van trainingsprogramma’s De 5 voorgeprogrammeerde trainingsprogramma’s (P 2 – 6) helpen u bij het vinden en instellen van een aan u aangepaste vorm van lichaamsbeweging. Met de twee persoonlijke programma’s Handmatig programma (P 1) en Ge- bruikersprogramma (P 7) kunt u uw eigen persoonlijke trainingsprogramma samenstellen. Het programma BMI-lichaamsvetmeting (P 8) is geen trainingsprogramma, maar een functie waarmee u, op basis van de opgegeven waarden, uw BMI en het lichaamsvetpercentage (FAT %) kunt berekenen. Bij het kiezen van het juiste programma speelt het doel dat u met uw training heeft een bepalende rol. Handmatig programma (P 1) Het handmatige programma heeft geen intensiteitsprofiel voor tijdens de training. Tijdens de training kunt u het profiel aan uw wensen aanpassen. Meting via de handsensoren: De sensoren voor het meten van de hartslag via de handpalm bevinden zich in het stuur. De meting vindt plaats wanneer beide handpalmen tegelijkertijd op de sensoren worden gelegd [1].
PROGRAMSCANSPEED TIME DISTANCE CALORIES PULSEKM Time LevelNL >> trainingprogramma’s – functies en instellingen >> 11 Tour (P 2) Lichte inspanning en herstel In het programma Tour wisselen korte periodes van lichte inspanning en her- stel elkaar af. In het profiel zitten geen grote hoogteverschillen. De weerstand stijgt en daalt telkens één blokje per trainingssegment. Interval (P 3) Snelle inspanning en herstel Dit programma wisselt op een gelijkmatige manier tussen inspanning en her- stel. De weerstand wordt periodiek veranderd. De inspanningscyclus wordt drie keer herhaald. Het doel van de intervaltraining is de herstelperiode na een inspanning te verkorten. Top (P 4) Gelijkmatig stijgend, korte tijd zeer intensief met herstelperiode aan het einde Het programma Top begint met een zeer laag intensiteitsniveau. De intensi- teit stijgt vervolgens gelijkmatig en blijft twee segmenten lang op het hoog- ste niveau. Aan het einde van de training wordt de intensiteit afgebouwd en zodoende eindigt het programma weer op het beginniveau. Heuvel (P 5) Gelijkmatig stijgend, korte tijd redelijk intensief met herstelperiode aan het einde Dit programma begint met een zeer laag intensiteitsniveau. De intensiteit stijgt vervolgens gelijkmatig en blijft twee segmenten lang redelijk intensief. Aan het einde van de training wordt de intensiteit afgebouwd en zodoende eindigt het programma weer op het beginniveau. PROGRAMSCAN
Vooraf door het programma ingesteld Apart instelbaar Time Level Time Level Time Level Time LevelBedieningshandleiding >> trainingprogramma’s – functies en instellingen >> 12 De door de computer berekende waarden zijn niet gebaseerd op medisch verantwoorde meetmethoden. De waarden kunnen daarom afwijken van de feitelijke waarden. Neem contact op met uw dokter wanneer u behoefte heeft aan een precieze, medisch verantwoorde meting.
De E-203 slaat het laatst gebruikte gebruikersprogramma op. Ook als u na het beëindigen van uw training de computer uitschakelt. BMI-lichaamsvetmeting (P 8) Dit programma is geen trainingsprogramma Het programma BMI-lichaamsvetmeting berekent waarden die u helpen bij het beoordelen van uw lichaam en uw mogelijkheden. Bovendien helpt het u bij het vinden van het juiste trainingsprogramma/de juiste trainingsduur. Op basis van de door u opgegeven waarden (geslacht, leeftijd, lengte en gewicht)berekentdecomputerdevolgendewaarden:
- Lichaamsvet(FAT%) Dal (P 6) Redelijke inspanning met herstelperiode Begint op een hoog intensiteitsniveau dat afneemt tot halverwege de trai- ning en daarna weer toeneemt. Het intensiteitsniveau is aan het einde weer zo hoog als aan het begin, maar is van korte duur. Gebruikersprogramma (P 7) Met het gebruikersprogramma kunt u uw eigen trainingsprogramma samen- stellen. U kunt het intensiteitsniveau (LEVEL) van de 10 tijdssegmenten apart instel- len en daarmee de weerstand bepalen. PROGRAMSCANSPEED TIME DISTANCE CALORIES PULSEKMPROGRAMSCANSPEED TIME DISTANCE CALORIES PULSEKM Time Level Time LevelNL >> trainingprogramma’s – functies en instellingen >> 13
Bij het meten/berekenen van de conditie, is het absoluut noodza- kelijk dat u de handsensoren op de juiste manier vastpakt, zodat uw hartslag wordt gemeten. Herstelprogramma Het herstelprogramma bepaalt uw herstellingsvermogen. Het herstellings- vermogen is een waarde die aangeeft hoe het met uw conditie is gesteld. Deze waarde wordt bepaald door de hartslag aan het einde van een training te vergelijken met de hartslag 60 seconden na de training. Ergeldt:eengrootverschiltussenbeidewaardenbetekenteensnelherstel en een goede conditie. In principe geldt dat de hartslag na een training bij goed getrainde personen sneller daalt dan bij ongetrainde personen. Wanneer u de training afsluit met het herstelprogramma krijgt u na 60 secon- den een cijfer voor uw conditie. Herstel Het scherm toont in het veld hartslag (PULSE) uw huidige hartslag. Detijdwordtafgeteldvanaf60tot0:00seconden. Ophetmomentdat0:00isbereikt,laatdecomputereenpieptoonhoren. Het herstelprogramma is klaar. Het scherm toont uw conditiecijfer. Het conditiecijfer F1 – zeer goede conditie F2 – goede conditie F3 – voldoende conditie F4 – matige conditie F5 – conditie kan beter F6 – conditie kan veel beter TIME PULSEBedieningshandleiding >> trainingprogramma’s – functies en instellingen >> 14 Algemene informatie over de programma’s Aftellen of optellen van de trainingstijd, trainingsafstand en het aantal verbruikte calorieën Wanneer u geen waarden instelt (dwz. u laat één of meerdere waarden op 0 staan) worden deze waarden tijdens de training opgeteld. Bij ieder programma kunt u ook een bepaalde trainingstijd, trainingsafstand ofeenbepaaldaantalcalorieënopgeven.Geeftuéénofmeerderewaarden op, dan telt het programma deze waarden af totdat ze 0 bereiken. Als u meer dan één waarde heeft ingesteld, zal het zelden voorkomen dat alle waarden tegelijk op 0 uitkomen. Wanneer één van de waarden 0 bereikt, laat de computer een pieptoon horen en wordt het programma gepauzeerd. Wanneer u het trainingsprogramma wilt voortzetten, drukt u dan op de functietoets ST/SP. Het programma wordt hervat op de plek waar het werd onderbroken. De instelling die op 0 was uitgekomen, wordt vanaf dat mo- ment weer opgeteld. Alle andere instellingen worden verder afgeteld. Door op de knop SET te drukken, kunt u nieuwe instellingen invoeren. Het instellen/aanpassen van de trapfrequentie (Level) in de trainings- programma’s met een intensiteitsproel De trapfrequentie (LEVEL) kan bij alle trainingsprogramma’s worden aange- past, ook tijdens de training. De computer bezit 8 weerstandsniveaus (LEVEL), die met behulp van de knoppen UP en DOWN kunnen worden ingesteld.
- Deweerstandkanwordenverlaagdtothetminimaleweerstandsniveau (Level 1) binnen het trainingsprogramma wordt bereikt.
- Deweerstandkanwordenverhoogdtothetmaximaleweerstandsniveau (Level 8) binnen het trainingsprogramma wordt bereikt. Kenmerken van de tijdens de training getoonde waarden Hoofdscherm Het grote scherm van het hoofdscherm toont afwisselend de waarden trapfrequentie (RPM), snelheid (SPEED), trainingstijd (TIME), trainingsafstand (DISTANCE),verbruikteaantalcalorieën(CALORIES)endehuidigehartslag (PULSE). Aanvullend worden in de specifieke schermen afwisselend de trapfrequentie en de snelheid getoond. Level Het scherm trainingstijd toont het intensiteitsniveau wanneer u via de UP-/DOWN-knoppen de instellingen verandert. Het scherm schakelt na 2 seconden weer terug naar de trainingstijd. Functietoetsen UP en DOWN Door één keer op de knop te drukken verandert u de instelling met één waarde per keer. Wanneer u de toets ingedrukt houdt, begint de waarde “te lopen”. Met deze functie kunt u de waarden van bijv. de trainingstijd en de trainingsafstand met grotere sprongen veranderen.NL >> het kiezen en instellen van de programma’s >> 15 Het kiezen en instellen van de programma’s Persoonlijke programma’s Bij de persoonlijke programma‘s kunt u uw training volledig zelf instellen. Het handmatige programma bezit geen intensiteitsprofiel en u kunt het profiel zelf, op ieder gewenst moment, instellen. Met het gebruikersprogramma kunt u uw eigen intensiteitsprofiel samenstel- len. Handmatig programma (P 1) Eigenschaften des Programms
- Hethandmatigeprogrammageeftuvolledigevrijheidomuwtrainingspro- gramma in te richten zoals u dat wilt.
- Ukuntdetrainingstijd,detrainingsafstand,hetaantalcalorieënende doelhartslag instellen.
- Houduwhartslagtijdensdetrainingoppeilenpasdeintensiteitvande training hieraan aan.
- Deintensiteitvandetrainingkuntuinstellendoordeweerstandteverho- gen/verlagen of door de trapfrequentie te verhogen. Selectie Houd de UP- of DOWN-functieknop ingedrukt tot het symbool van het Handmatige programma in het pro- grammakeuzemenu knippert. Bevestig de selectie door op de knop SET te drukken. Instellingen Trainingstijd (TIME)/trainingsafstand (DISTANCE): wanneer u het Hand- matige programma (P 1) selecteert, knippert op het scherm de trainingstijd (TIME). Nu kunt u de trainingstijd of de trainingsafstand (DISTANCE) instellen. Wanneer u de trainingstijd instelt, slaat de computer het instellen van trai- ningsafstand automatisch over. Wanneer u geen trainingstijd instelt, kunt u de trainingsafstand instellen.
- HouddeSET-knopingedrukttothetschermdegewenstetrainingstijd toont. Bevestig de selectie door op de knop SET te drukken. Calorieën (CALORIES): heeft u de trainingstijd of de trainingsafstand inge- steld, dan knippert de caloriewaarde (CALORIES).
- HouddeUP-knopingedrukttothetschermhetaantalcalorieëntoontdatu wilt verbruiken. Bevestig de selectie door op de knop SET te drukken. Doelhartslag (PULSE):heeftuhetaantalcalorieëningesteld,danknippert de waarde van de hartslag (PULSE).
- HouddeUP-knopingedrukttothetschermdegewenstedoelhartslag toont. Bevestig de selectie door op de knop SET te drukken. Start de training Wanneer u klaar bent met het instellen van de computer, knippert het symbool van het Handmatige programma weer. Door op de functieknop ST/SP te drukken start het trainingsprogramma en kunt u met de training beginnen. Het trainingsprogramma start met het weerstandsniveau 1 bij alle tijdsseg- menten. U kunt de weerstand in totaal 7 treden verhogen. PROGRAMSCAN SPEED TIME DISTANCE CALORIES PULSEKMBedieningshandleiding >> het kiezen en instellen van de programma’s >> 16 Instellingen tijdens de training U kunt de weerstand tijdens de training verlagen of verhogen. Tijdens het instellen toont het scherm het weerstandsniveau gedurende korte tijd. Houd uw hartslag op peil door uw trapfrequentie of de weerstand te verho- gen.
PULSE KMNL >> het kiezen en instellen van de programma’s >> 17 Calorieën (CALORIES): heeft u de trainingstijd of de trainingsafstand inge- steld, dan knippert de caloriewaarde (CALORIES).
- HouddeUP-knopingedrukttothetschermhetaantalcalorieëntoontdatu wilt verbruiken. Bevestig de selectie door op de knop SET te drukken. Doelhartslag (PULSE):heeftuhetaantalcalorieëningesteld,danknippert de waarde van de hartslag (PULSE).
- HouddeUP-knopingedrukttothetschermdegewenstedoelhartslag toont. Bevestig de selectie door op de knop SET te drukken. Het intensiteitsproel – de tijd-/weerstandssegmenten 1 – 10 (LEVEL): Wanneer u uw doelhartslag heeft ingesteld, dan verandert de waarde op het scherm LEVEL. De eerste waarde van de 10 tijdssegmenten knippert.
- DrukopdeknoppenUP/DOWNtothetgewensteintensiteitsniveauis bereikt. Bevestig de selectie door op de knop SET te drukken.
- Hetschermtoontnuhettweedetijdssegment:herhaaldeprocedurevoor alle tijdssegmenten. Start de training Wanneer u klaar bent met het instellen van de computer, knippert het sym- bool van het Gebruikersprogramma weer. Door op de functieknop ST/SP te drukken start het trainingsprogramma en kunt u met de training beginnen. Het trainingsprogramma begint op het weerstandsniveau dat u bij het eerste tijdssegment heeft ingesteld. Tijdens de training kunt u de weerstand verhogen of verlagen. Het maximale en minimale weerstandsniveau hangt daarbij af van het hoogste en laagste weerstandsniveau dat u in het intensiteitsprofiel heeft ingesteld. Het door u ingestelde weerstandsprofiel blijft in tact. Gebruikersprogramma (P 7) Eigenschappen van het programma
- Methetgebruikersprogrammakuntuuweigentrainingsprogrammamet intensiteitsprofiel samenstellen. Voor alle 10 de tijdssegmenten kan de intensiteit worden ingesteld.
- Ukuntdetrainingstijd,detrainingsafstand,hetaantalcalorieënende doelhartslag instellen.
- Houduwhartslagtijdensdetrainingoppeilenpasdeintensiteitvande training hieraan aan.
- Deintensiteitvandetrainingkuntuinstellendoordeweerstandteverho- gen / verlagen of door de trapfrequentie te verhogen. Selectie Houd de UP- of DOWN-functieknop ingedrukt tot het symbool van het Gebruikersprogramma in het pro- grammakeuzemenu knippert. Bevestig de selectie door op de knop SET te drukken. Instellingen Trainingstijd (TIME)/trainingsafstand (DISTANCE): wanneer u het ge- bruikersprogramma (P 7) selecteert, knippert op het scherm de trainingstijd (TIME). Nu kunt u de trainingstijd of de trainingsafstand (DISTANCE) instellen. Wanneer u de trainingstijd instelt, slaat de computer het instellen van trai- ningsafstand automatisch over. Wanneer u geen trainingstijd instelt, kunt u de trainingsafstand instellen.
- HouddeSET-knopingedrukttothetschermdegewenstetrainingstijd toont. Bevestig de selectie door op de knop SET te drukken. PROGRAMSCAN SPEED TIME DISTANCE CALORIES PULSEKMBedieningshandleiding >> het kiezen en instellen van de programma’s >> 18 Instellingen tijdens de training U kunt de weerstand tijdens de training verlagen of verhogen. Tijdens het instellen toont het scherm het weerstandsniveau gedurende korte tijd. Houd uw hartslag op peil door uw trapfrequentie of de weerstand te verho- gen.
1NL >> het kiezen en instellen van de programma’s >> 19 Voorgeprogrammeerde programma’s (P 2 – 6) Intensiteitsproelen
- Devoorgeprogrammeerdetrainingsprogramma’smetintensiteitsprofielen vormen een uitgebreide keuze aan trainingsmogelijkheden. Hiermee kunt u uw training aanpassen aan de door u gestelde doelen.
- Uwtrainingisafwisselend,waardooruookin„moeilijketijden“gemotiveerd blijft.
- Uhaalthetmaximaleuituwtraining,doordatdezeisafgestemdopuw capaciteiten. Het instellen van de 5 voorgeprogrammeerde trainingsprogramma’s met intensiteitsproelengaatinprincipeopdezelfdemanier:
- Ukuntdetrainingstijd,detrainingsafstand,hetaantalcalorieënende doelhartslag instellen.
- Houduwhartslagtijdensdetrainingoppeilenpasdeintensiteitvande training hieraan aan.
- Deintensiteitvandetrainingkuntuinstellendoordeweerstandteverho- gen / verlagen of door de trapfrequentie te verhogen. Selectie Houd u de UP- of DOWN-functieknop ingedrukt tot het symbool van het Programma 2, 3, 4, 5 of 6 in het programmakeuzemenu knippert. Bevestig de selectie door op de knop SET te drukken. Instellingen Trainingstijd (TIME)/trainingsafstand (DISTANCE): wanneer u het programma selecteert, knippert op het scherm de trainingstijd (TIME). Nu kunt u de trainingstijd of de trainingsafstand (DISTANCE) instellen. Wanneer u de trainingstijd instelt, slaat de computer het instellen van trainingsafstand automatisch over. Wanneer u geen trainingstijd instelt, kunt u de trainingsaf- stand instellen.
- HouddeSET-knopingedrukttothetschermdegewenstetrainingstijd toont. Bevestig de selectie door op de knop SET te drukken. Calorieën (CALORIES): heeft u de trainingstijd of de trainingsafstand inge- steld, dan knippert de caloriewaarde (CALORIES).
- HouddeUP-knopingedrukttothetschermhetaantalcalorieëntoontdatu wilt verbruiken. Bevestig de selectie door op de knop SET te drukken. Doelhartslag (PULSE):heeftuhetaantalcalorieëningesteld,danknippert de waarde van de hartslag (PULSE).
- HouddeUP-knopingedrukttothetschermdegewenstedoelhartslag toont. Bevestig de selectie door op de knop SET te drukken. Start de training Wanneer u klaar bent met het instellen van de computer, knippert het symbool van het geselecteerde programma weer. Door op de functieknop ST/SP te drukken start het trainingsprogramma en kunt u met de training beginnen. Instellingen tijdens de training U kunt de weerstand tijdens de training verlagen of verhogen. Tijdens het instellen toont het scherm het weerstandsniveau gedurende korte tijd. Het voorgeprogrammeerde weerstandsprofiel blijft in tact. Houd uw hartslag op peil door uw trapfrequentie of de weerstand te verhogen.Bedieningshandleiding >> het kiezen en instellen van de programma’s >> 20 Tour (P 2) Het trainingsprogramma start op het weerstandsniveau 2 in het eerste tijds- segment. U kunt tijdens de training de weerstand met één trede verlagen en met 5 verhogen. Het voorgeprogrammeerde weerstandsprofiel blijft in tact. Interval (P 3) Het trainingsprogramma start op het weerstandsniveau 2 in het eerste tijds- segment. U kunt tijdens de training de weerstand met één trede verlagen en met 3 verhogen. Het voorgeprogrammeerde weerstandsprofiel blijft in tact.
PULSE PROGRAMSCANSPEED TIME DISTANCE CALORIES PULSEKMPROGRAMSCANSPEED TIME DISTANCE CALORIES PULSEKMNL >> het kiezen en instellen van de programma’s >> 21 Top (P 4) Het trainingsprogramma start op het weerstandsniveau 2 in het eerste tijds- segment. U kunt tijdens de training de weerstand met één trede verlagen en met 2 verhogen. Het voorgeprogrammeerde weerstandsprofiel blijft in tact. Heuvel (P 5) Het trainingsprogramma start op het weerstandsniveau 2 in het eerste tijds- segment. U kunt tijdens de training de weerstand met één trede verlagen en met 3 verhogen. Het voorgeprogrammeerde weerstandsprofiel blijft in tact. Dal (P 6) Het trainingsprogramma start op het weerstandsniveau 6 in het eerste tijds- segment. U kunt tijdens de training de weerstand met één trede verlagen en met 2 verhogen. Het voorgeprogrammeerde weerstandsprofiel blijft in tact. BMI-lichaamsvetmeting (P 8) Eigenschappen van het programma
- DecomputerberekentopbasisvandedooruopgegevenwaardenuwBMI en uw lichaamsvetpercentage in % (FAT %).
- Uhoeftniettetrainen. Selectie Houd u de UP- of DOWN-functieknop ingedrukt tot het symbool van het BMI-programma in het programmakeuzemenu knippert. Bevestig de selectie door op de knop SET te drukken. PROGRAMSCAN
BMI TIME FAT% TIMEBedieningshandleiding >> het kiezen en instellen van de programma’s >> 22
Wanneer de handsensoren de hartslag niet goed kunnen meten, toont de computer in sommige gevallen de foutmelding (“ERR”). Maak uw handpalmen vochtig en start het programma opnieuw op. Een foutmelding ontstaat ook wanneer u tijdens de meting de handsensoren niet goed vasthoudt. Instellingen Geslacht: wanneer u het BMI-programma (P 8) selecteert, knippert op het scherm de ingestelde waarde voor geslacht.
- DrukopdeUP/DOWN-knoptothetschermmanofvrouwtoont.Bevestig de selectie door op de knop SET te drukken. Leeftijd (AGE): heeft u uw geslacht ingesteld, dan knippert de leeftijds- waarde (AGE).
- DrukopdeUP/DOWN-knoptothetschermuwleeftijdtoont.Bevestigde selectie door op de knop SET te drukken. Lengte (HEIGHT): heeft u uw leeftijd ingesteld, dan knippert uw lengte (HEIGHT).
- DrukopdeUP/DOWN-knoptothetschermuwlengtetoont.Bevestigde selectie door op de knop SET te drukken. Gewicht (WEIGHT):heeftuuwlengteingesteld,danknippertuwgewicht (WEIGHT).
- DrukopdeUP/DOWN-knoptothetschermuwgewichttoont.Bevestigde selectie door op de knop SET te drukken. Start de meting Wanneer u klaar bent met het instellen van de computer, knippert het sym- bool van het BMI-programma weer. U start het meetprogramma door op de functietoets ST/SP te drukken – de berekening begint. De meting vereist 15 seconden. Het scherm telt af tot nul. Vervolgens wordt afwisselend uw BMI en uw lichaamsvetpercentage ge- toond. Belangrijk: onmiddellijk na het indrukken van de ST/SP-knop dient u de handsensoren vast te houden. Houdt u deze vast tot het scherm de BMI- waarde en het lichaamsvetpercentage toont.
Gebruikt u deze waarden ook om eventueel uw voedingspatroon te herzien en veranderen. Een goed tot normaal lichaamsvetpercentage per leeftijdscategorie in % Leeftijdscategorie man vrouw 19 – 24 jaar 13 – 20 % 21 – 25 % 25 – 34 jaar 15 – 22 % 21 – 26 % 35 – 44 jaar 18 – 24 % 23 – 29 % 45 – 54 jaar 20 – 26 % 26 – 33 % 55 en ouder 22 – 27 % 29 – 34 % Normale BMI-waarde voor de leef- tijdcategorieën Leeftijds- categorie normale BMI 19 – 24 jaar 19 – 2425 – 34 jaar 20 – 2535 – 44 jaar 21 – 2645 – 54 jaar 22 – 2755 – 64 jaar 23 – 28ouder dan 64 jaar 24 – 29 Lichaamsvetpercentage Het lichaamsvetpercentage in % (FAT %) is een waarde die de verhouding tussen vet- en spierweefsel in uw lichaam aangeeft. Een richtlijn voor een goed tot normaal lichaamsvetpercentage kunt u uit de tabel halen. BMI DeBodyMassIndex(BMI)wordtopdevolgendemanierberekend: Gewicht (kg) / Lengte (m)
Het geeft aan of een mens te veel, te weinig of normaal weegt. Op basis van de waarden in deze twee tabellen kunt u nagaan in welke categorie uw BMI valt. BMI-categorieën bij afwijkende waarden (in de leeftijdscategorie 19 - 24 jaar) Categorie BMI ernstig ondergewicht < 15ondergewicht < 17,5grensgebied < 19normaal 19 – 24overgewicht 25 – 29ernstig overgewicht 30 – 39ziekelijk overgewicht 40 > Herstelprogramma Eigenschappen van het programma
- Hetherstelprogrammabepaaltuwherstellingsvermogenenzodoendeook uw conditie.
- HetprogrammastartautomatischwanneereropdeRECOVERY-knopwordt gedrukt. Het programma duurt 60 seconden.
Het herstelprogramma kan de meting alleen uitvoeren wanneer uw hartslag aan het begin van de meting boven de 72 slagen/mi- nuut ligt. Op het moment dat u het herstelprogramma start, beëindigt u automatisch het gekozen trainingsprogramma. Start een wil- lekeurig trainingsprogramma als u nog meer wilt trainen. >> het kiezen en instellen van de programma’s >> 24
Alle instellingen resetten – RESET Wanneer u de computer in de oorspronkelijke staat wilt terug- brengen, houd dan functieknop ST/SP 4 seconden lang ingedrukt tot er een pieptoon klinkt en het scherm de beginwaarden toont. Pauzeren/training onderbreken en reset Natuurlijk kunt u uw trainingsprogramma ook onderbreken. Druk daarvoor op de functieknop ST/SP. Het programma wordt onmiddellijk onderbroken.UbeëindigtdepauzedoornogeenkeeropdeST/SP-knopte drukken. Het programma wordt hervat op de plek waar het werd onderbro- ken. De computer activeert automatisch de slaapmodus wanneer het programma gedurende 4 minuten of langer werd onderbroken. De waarden worden gereset. Veiligheid Onzeraad:vraaguwdokteromadviesvoorubegintmettrainen.
- Draagsportschoenenmetvoldoendeprofiel.Ganooitopblotevoeten trainen. Met name uw tenen kunt u hierbij blesseren.
- Eeteenuurvooreneenuurnauwtraininggeenzwaremaaltijd.
- Drinkvoldoendetijdensdetraining. Selectie DrukaanheteindevandetrainingopdeknopRECOVERY.Ophetscherm worden de voor de meting benodigde 60 seconden afgeteld. HetherstelprogrammabegintdirectwanneereropdeRECOVERY-knop wordt gedrukt. Bevestiging met het keuzewiel is niet noodzakelijk. Instellingen tijdens het programma Er kunnen geen verdere instellingen worden veranderd. Het programma duurt 60 seconden. Na de pieptoon toont de computer een cijfer voor uw conditie (F1 – F6) op het scherm. Beëindigen/onderbreken van het programma Het programma kan niet onderbroken worden. Met de RESET-functie kan het wordenbeëindigd(houdtST/SP-knopingedrukt).NL >> veelgestelde vragen >> 25
Onderbreekt u de training 4 minuten lang zonder op de ST/SP- knop te drukken, dan worden alle opgeslagen gegevens gewist en de functie gereset. Veelgestelde vragen Hoe kan ik de instellingen van de computer resetten?
1. Reset: houd de ST/SP-knop minstens 4 seconden lang ingedrukt. Alle
waarden worden gereset. Niet opgeslagen informatie gaat verloren.
2. Stroomtoevoer: verbreek gedurende korte tijd de stroomtoevoer van
het apparaat. Alle waarden worden gereset. Niet opgeslagen informatie gaat verloren. Kan ik de training/het programma onderbreken? Druk op de ST/SP-knop wanneer u de training voor korte tijd wilt onderbre- ken. Alle waarden worden opgeslagen. Na 4 minuten gaat het scherm uit. De computer gaat over in de slaapmodus. Door op de knop ST/SP te drukken, kunt u de onderbroken training weer hervatten. Welk trainingsprogramma is het juiste? Wanneer de informatie over de trainingsprogramma’s in deze handleiding niet voldoende is, kunt u aanvullend de uitgebreide informatie op de ENER- GETICS CDROM “Personal Training Instruction” raadplegen. Bovendien kunt u ook uw dokter raadplegen voor suggesties bij het opstel- len van een gezond trainingsprogramma. Hartslagmeting – kunnen de borstriem en de handsensoren tegelijkertijd worden gebruikt? De E-203 beschikt niet over een interface/ontvanger voor het gebruik van een borstriem. Hoe kan ik mijn persoonlijke gegevens invoeren? Het invoeren van uw persoonlijke gegevens is alleen nodig voor de BMI- lichaamsvetmeting (P 8). Wanneer u dit programma selecteert, kunt u uw gegevens invoeren.Bedieningshandleiding >> service >> 26 Service Probleemoplossing Foutmeldingen ERR: Decomputerontvangtgeensignaaltijdenshetherstelprogramma
De computer ontvangt geen signaal tijdens de lichaamsvet-testmodus. E1: Decomputerontvangtgeensignaalvandemotorofhetsignaalwordt onderbroken. ERR2:Erisgeenverbindingtussendeprintplaatendecomputerofde printplaat is kapot. Remedie: zie onder bij “Het computerscherm werkt niet”. Het computerscherm werkt niet
- Destroomtoevoervandecomputerisnietinorde.Controleeralleaanslui- tingen en kabels.
- Wanneerualleverbindingenheeftgecontroleerdenhetcomputer- scherm nog steeds niet werkt, neem dan contact op met uw ENERGETICS- distributeur. Hartslag (PULSE) wordt niet (juist) weergegeven
- Ganaofuwhandpalmencontactmakenmetdesensoren.Beidehanden dienen tegelijkertijd contact met de sensoren te maken. Het duurt even voor de waarden op het scherm verschijnen.
- Controleerdekabelaansluitingen.
Notice-Facile