BOSCH

GRL 500 HV Professional - Non catégorisé BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis GRL 500 HV Professional BOSCH in PDF-formaat.

📄 470 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice BOSCH GRL 500 HV Professional - page 131
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BOSCH

Model : GRL 500 HV Professional

Categorie : Non catégorisé

Download de handleiding voor uw Non catégorisé in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GRL 500 HV Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GRL 500 HV Professional van het merk BOSCH.

GEBRUIKSAANWIJZING GRL 500 HV Professional BOSCH

  • Markeren p. 142
  • Displayverlichting p. 142
  • Bevestigen met meetlathouder (zie afbeelding G) p. 143
  • Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap p. 143
  • Nauwkeurigheidsinvloeden p. 143
  • Nivelleernauwkeurigheid bij horizontale positie controleren p. 143
  • Nivelleernauwkeurigheid bij verticale positie controleren (GRL 500 HV) p. 143
  • Meetgereedschap kalibreren p. 144
  • Kalibratie x-as p. 144
  • Kalibratie y-as p. 144
  • Kalibratie z-as (GRL 500 HV) p. 145
  • Tips voor de werkzaamheden p. 145
  • Indicatie van de eenheden instellen p. 145
  • OBJ_BUCH-1960-005.book Page 130 Wednesday, March 28, 2018 11:41 AMNederlands | 131 Bosch Power Tools 1 609 92A 4DX | (28.3.18) Laserbril (toebehoren) p. 145
  • Werkzaamheden met het statief (toebehoren) p. 145
  • Werkzaamheden met muurhouder en richteenheid (toebehoren) p. 146
  • Werkzaamheden met de meetlat (toebehoren) (zie afbeelding H) p. 146
  • Toepassingsvoorbeelden p. 146
  • Diepte van bouwputten controleren (zie afbeelding I) p. 146
  • Storingen verhelpen p. 146
  • Storingen met foutcodes p. 146
  • Storingen zonder foutcodes p. 147
  • Onderhoud en service p. 148
  • Onderhoud en reiniging p. 148
  • Klantenservice en gebruiksadviezen p. 148
  • Nederland p. 148
  • België p. 148
  • Vervoer p. 148
  • Afvalverwijdering Veiligheidsvoorschriften Rotatielaser Alle instructies moeten gelezen en in acht genomen worden om met het meetgereed- schap zonder gevaar en veilig te werken. Als het meetgereedschap niet volgens de voorhanden instructies gebruikt wordt, kunnen de geïntegreerde veiligheidsvoorzieningen in het meetgereedschap gehinderd worden. Maak waarschu- wingsstickers op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES ZORGVULDIG EN GEEF ZE p. 148

BIJ HET DOORGEVEN VAN HET MEETGEREEDSCHAP

MEE. Voorzichtig – wanneer andere dan de hier vermelde be- dienings- en instelvoorzieningen worden gebruikt of andere procedures worden uitgevoerd, kan dit tot ge- vaarlijke stralingsblootstelling leiden. Het meetgereedschap wordt geleverd met een waar- schuwingsplaatje (in de weergave van het meetge- reedschap op de pagina met afbeeldingen aangeduid met nummer 8). Als de tekst van het waarschuwingsplaatje niet in de taal van uw land is, plak er dan vóór de eerste inge- bruikneming de meegeleverde sticker in de taal van uw land op. Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk niet zelf in de directe of re- flecterende laserstraal. Daardoor kunt u personen verblinden, ongevallen veroorza- ken of het oog beschadigen. Als laserstraling het oog raakt, dan moeten de ogen be- wust gesloten worden en moet het hoofd onmiddellijk uit de straal bewogen worden. Breng geen wijzigingen aan de laserinrichting aan. Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescherming tegen de laserstralen. Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstralen en vermindert de waarneming van kleuren. Laat het meetgereedschap repareren door gekwalifi- ceerd, vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft. Laat kinderen het lasermeetgereedschap niet zonder toezicht gebruiken. Anders kunnen personen worden verblind. Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistof- fen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. In het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen. Bescherm het meetgereedschap tegen hitte, bij- voorbeeld ook tegen voortdurend zonlicht, vuur, water en vocht. Er bestaat explosiegevaar. Bij verkeerd gebruik kan vloeistof uit de accu lekken. Voorkom contact daarmee. Spoel bij onvoorzien contact met water af. Wanneer de vloeistof in de ogen komt, dient u bovendien een arts te raadplegen. Gelekte accuvloeistof kan tot huidirritaties en verbrandin- gen leiden. Bij beschadiging en onjuist gebruik van de accu kunnen er dampen vrijkomen. Zorg voor frisse lucht en raad- pleeg bij klachten een arts. De dampen kunnen de lucht- wegen irriteren. Laad de accu alleen met het meegeleverde oplaadappa- raat op. Voor een oplaadapparaat dat voor een bepaald ty- pe accu geschikt is, bestaat brandgevaar wanneer het met andere accu’s wordt gebruikt. Breng het meetgereedschap en het laser- doelpaneel niet in de buurt van een pacema- ker. De magneten van meetgereedschap en la- serdoelpaneel brengen een veld voort dat de functie van een pacemaker nadelig kan beïn- vloeden.

OBJ_BUCH-1960-005.book Page 131 Wednesday, March 28, 2018 11:41 AM132 | Nederlands 1 609 92A 4DX | (28.3.18) Bosch Power Tools Houd het meetgereedschap en het laserdoelpaneel uit de buurt van magnetische gegevensdragers en magne- tisch gevoelige apparatuur. Door de werking van de mag- neten van meetgereedschap en laserdoelpaneel kan on- herroepelijk gegevensverlies optreden. Acculader Lees alle veiligheidswaarschuwingen en alle voorschriften. Als de waarschuwingen en voor- schriften niet worden opgevolgd, kan dit een elek- trische schok, brand of ernstig letsel tot gevolg hebben. Dit oplaadapparaat is niet bestemd voor het gebruik door kinderen en personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke capaci- teiten of gebrekkige ervaring en kennis. Dit laadapparaat kan door kinderen vanaf 8 jaar alsook door personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke capaci- teiten of ontbrekende ervaring en kennis gebruikt worden als deze onder toezicht staan van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon of over het veilige gebruik van het laadapparaat geïnfor- meerd werden en de hiermee ge- paard gaande gevaren verstaan. Anders bestaat er gevaar voor foute bediening en verwondingen. Houd kinderen in het oog bij ge- bruik, reiniging en onderhoud. Hierdoor wordt gegarandeerd dat kinderen niet met het oplaadappa- raat spelen. Houd het oplaadapparaat uit de buurt van regen en vocht. Het binnendringen van water in het oplaadap- paraat vergroot het risico van een elektrische schok. Laad het meetgereedschap alleen met het meegelever- de oplaadapparaat. Houd het oplaadapparaat schoon. Door vervuiling be- staat gevaar voor een elektrische schok. Controleer voor elk gebruik oplaadapparaat, kabel en stekker. Gebruik het oplaadapparaat niet als u een be- schadiging hebt vastgesteld. Open het oplaadapparaat niet zelf en laat het alleen door gekwalificeerd perso- neel en alleen met originele vervangingsonderdelen re- pareren. Beschadigde oplaadapparaten, kabels en stek- kers vergroten het risico van een elektrische schok. Gebruik het oplaadapparaat niet op een gemakkelijk brandbare ondergrond (zoals papier of textiel) of in een brandbare omgeving. Vanwege de bij het opladen optredende verwarming van het oplaadapparaat bestaat brandgevaar. Bij beschadiging en onjuist gebruik van de accu kunnen er dampen vrijkomen. Zorg voor frisse lucht en raad- pleeg bij klachten een arts. De dampen kunnen de lucht- wegen irriteren. Laserontvanger en afstandsbediening Lees alle voorschriften en neem deze in acht. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN GOED. Laat het meetgereedschap repareren door gekwalifi- ceerd, vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft. Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistof- fen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. In het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen. Bescherm het meetgereedschap tegen hitte, bij- voorbeeld ook tegen voortdurend zonlicht, vuur, water en vocht. Er bestaat explosiegevaar. Bij verkeerd gebruik kan vloeistof uit de accu lekken. Voorkom contact daarmee. Spoel bij onvoorzien con- tact met water af. Wanneer de vloeistof in de ogen komt, dient u bovendien een arts te raadplegen. Gelek- te accuvloeistof kan tot huidirritaties en verbrandingen lei- den. Bij beschadiging en onjuist gebruik van de accu kunnen er dampen vrijkomen. Zorg voor frisse lucht en raad- pleeg bij klachten een arts. De dampen kunnen de lucht- wegen irriteren. Laad de accu alleen met het meegeleverde oplaadappa- raat op. Voor een oplaadapparaat dat voor een bepaald ty- pe accu geschikt is, bestaat brandgevaar wanneer het met andere accu’s wordt gebruikt. OBJ_BUCH-1960-005.book Page 132 Wednesday, March 28, 2018 11:41 AMNederlands | 133 Bosch Power Tools 1 609 92A 4DX | (28.3.18) Product- en vermogensbeschrijving Gebruik volgens bestemming Rotatielaser GRL 500 H Het meetgereedschap is bestemd voor het bepalen en contro- leren van nauwkeurig verticale hoogteverlopen. Het meetgereedschap is bestemd voor gebruik buitenshuis, maar kan ook binnenshuis worden gebruikt. Rotatielaser GRL 500 HV Het meetgereedschap is bestemd voor het meten en contro- leren van nauwkeurig waterpas verlopende hoogtelijnen, ver- ticale lijnen, vluchtlijnen en loodpunten. Het meetgereedschap is bestemd voor gebruik buitenshuis, maar kan ook binnenshuis worden gebruikt. Laserontvanger LR 50 De laserontvanger is bestemd voor het snel vinden van rote- rende laserstralen en voor de afstandsbediening van de rota- tielaser. De laserontvanger is geschikt voor gebruik binnen en buiten. Opmerking: De LR 50 dient zowel als laserontvanger alsook als afstandsbediening. Voor een betere leesbaarheid van de beschrijvingen en aanwijzingen wordt in de volgende tekst de LR 50 als „laserontvanger” aangeduid. Afgebeelde componenten De componenten zijn genummerd zoals op de afbeeldingen van rotatielaser, oplaadapparaat en laserontvanger op de pa- gina’s met afbeeldingen. Rotatielaser 1 Loodstraal (GRL 500 HV) 2 Uitgang laserstraal 3 Prisma-afdekking (aluminium, glas) 4 LED diefstalalarm 5 Laadcontacten voor laserontvanger 6 Laad-/bewaarstation voor laserontvanger 7 Laserstraal 8 Laser-waarschuwingsplaatje 9 Serienummer rotatielaser 10 Statiefopname 5/8" (verticaal) (GRL 500 HV) 11 Afscherming oplaadaansluiting 12 Statiefopname 5/8" (horizontaal) 13 Toets reset 14 Contactbus voor oplaadstekker Laserontvanger 15 Display 16 Middenmarkering 17 Aan/uit-toets 18 Hellingstoets boven 19 Toets Centre-Line-modus 20 Hellingstoets onderaan 21 Toets rustmodus 22 Toets diefstalalarm 23 Toets Instelling meetnauwkeurigheid 24 Toets signaaltoon/volume 25 Toets kalibratie 26 Ontvangstveld voor laserstraal 27 Serienummer laserontvanger 28 Laadcontacten Indicatie-elementen laserontvanger 29 Acculaadindicatie rotatielaser 30 Acculaadindicatie laserontvanger 31 Tekstindicatie helling/fouten 32 Tekstindicatie relatieve hoogte/kalibratie-interval 33 Indicatie draadloze verbinding 34 Indicatie temperatuurwaarschuwing 35 Indicatie kalibratie-interval 36 Indicatie diefstalalarm 37 Indicatie nivelleerwaarschuwing 38 Indicatie waarschuwing voor schok 39 Richtingsindicatie „Laserstraal boven middenlijn” 40 Richtingsindicatie „Laserstraal onder middenlijn” 41 Indicatie hellingsmodus 42 Indicatie Centre-Line-modus 43 Indicatie middenlijn 44 Indicatie rustmodus 45 Indicatie signaaltoon/volume 46 Indicatie meetnauwkeurigheid „fijn” 47 Indicatie meetnauwkeurigheid „gemiddeld” 48 Indicatie meetnauwkeurigheid „grof” Laadapparaat 49 Oplaadapparaat 50 Oplaadstekker 51 Aansluitstekker 52 Netstekker Toebehoren en vervangingsonderdelen 53 Meetlathouder 54 Vastzetschroef van de meetlathouder 55 Bouwlaser-meetlat* 56 Bevestigingsschroef van de meetlathouder 57 Waterpas van de meetlathouder 58 Inschuifframe voor laserontvanger 59 Muurhouder/richteenheid* 60 Bevestigingsschroef van de wandhouder* 61 Schroef op richteenheid* 62 5/8"-schroef op muurhouder* 63 Statief* 64 Laserbril* 65 Opbergkoffer

  • Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren wordt standaard meegeleverd. Het volledige toebehoren vindt u in ons toebehoren- programma. OBJ_BUCH-1960-005.book Page 133 Wednesday, March 28, 2018 11:41 AM134 | Nederlands 1 609 92A 4DX | (28.3.18) Bosch Power Tools Technische gegevens Rotatielaser GRL 500 H GRL 500 HV Productnummer 3 601 K61 A.. 3 601 K61 B.. Werkbereik (radius) – Zonder laserontvanger ca.

±0,1mm/m ±0,1mm/m Zelfnivelleerbereik kenmerkend ±8,5 % (±5°) ±8,5 % (±5°) Nivelleertijd kenmerkend 15 s 15 s Rotatiesnelheid 600 min

Hellingfunctie één as (via toetsenbord en display-indicatie instelbaar) Nauwkeurigheid

Indicatie kalibratie-interval

Bedrijfstemperatuur –10...+50 °C –10...+50 °C Bewaartemperatuur –20...+70 °C –20...+70 °C Relatieve luchtvochtigheid max. 90 % 90 % Max. inzethoogte oven referentiehoogte 2000 m 2000 m Laserklasse

Lasertype 635 nm, <1 mW 635 nm, <1 mW Divergentie laserlijn 0,4 mrad (volle hoek) 0,4 mrad (volle hoek) Ø Laserstraal bij de opening ca.

Gebruiksduur ca. 25 h 25 h

1) De reikwijdte (radius) kan afnemen door ongunstige omgevingsomstandigheden (zoals fel zonlicht).

Het serienummer 9 op het typeplaatje dient voor de eenduidige identificatie van uw rotatielaser. OBJ_BUCH-1960-005.book Page 134 Wednesday, March 28, 2018 11:41 AMNederlands | 135 Bosch Power Tools 1 609 92A 4DX | (28.3.18) Montage Accu's van meetgereedschap en laserontvanger laden (zie afbeeldingen A – B) Gebruik geen ander oplaadapparaat. Het meegeleverde oplaadapparaat is afgestemd op de in het meetgereed- schap ingebouwde lithiumionaccu. Let op de netspanning! De spanning van de stroombron moet overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje van het oplaadapparaat. Meetgereedschap en laserontvanger mo- gen alleen in droge binnenruimtes gela- den worden. De laadkabel is voor het laden buiten of in voch- tige omgeving niet toegestaan. Opmerking: De accu's van meetgereedschap en laserontvan- ger worden gedeeltelijk geladen geleverd. Om het maximale vermogen van de accu's te garanderen, dient u de accu's voor het eerste gebruik volledig op te laden. De Lithium-Ion-accu kan op elk moment worden opgeladen zonder de levensduur te verkorten. Een onderbreking van het opladen schaadt de accu niet. Indicatie oplaadtoestand Om de acculaadtoestand van meetgereedschap en laseront- vanger weer te geven, moet het meetgereedschap ingescha- keld worden (zie „Inschakelen”, pagina 137). Is het meetgereedschap uitgeschakeld en de laserontvanger in het laad-/bewaarstation 6, dan kan de acculaadtoestand als volgt weergegeven worden: Laserontvanger en afstandsbediening LR 50 Productnummer 3 601 K69 A.. Te ontvangen golflengte 625–645 nm Werkbereik (radius)

– Instelling „fijn” – Instelling „middel” – Instelling „grof” ±1mm ±2mm ±3mm ±5mm ±7mm ±10mm Displaygrootte 62 x 31 mm Ontvangstoppervlakte 100 x 18 mm Bedrijfstemperatuur –10 °C ... +50 °C Bewaartemperatuur –20 °C ... +70 °C Relatieve luchtvochtigheid max. 90 % Max. inzethoogte oven referentiehoogte 2000 m Gebruiksfrequentiebereik 863–870 MHz Zendvermogen max. 20 mW Activeringsinstelling voor rustmodus – Toetsen worden langer dan 30 min. niet bediend – Laserstraal wordt langer dan 30 min. niet ontvangen

Diefstalalarmsysteem 0–150m Indicatie kalibratie-interval

Gebruiksduur ca. 25 h

1) De reikwijdte (radius) kan afnemen door ongunstige omgevingsom-

standigheden (zoals fel zonlicht).

2) Afhankelijk van afstand tussen laserontvanger en rotatielaser

3) bij een afstand van 30 m

4) bij gedeactiveerde displayverlichting

Voor de ondubbelzinnige identificatie van uw laserontvanger/uw af- standsbediening dient het serienummer 27 op het typeplaatje. Oplaadapparaat Productnummer 2 610 A16 4.. Oplaadtijd ca. 3 h Oplaadspanning accu 12 V Laadstroom

Isolatieklasse /II Displayindi- caties Betekenis Capaciteit Resterende meettijd ca.

Accu is volledig opgeladen. 60–100 % 15–25 h

Accu is gedeel- telijk ontladen. 40–60% 10–15h

Accu is gedeel- telijk ontladen. 20–40% 5–10h

Accu is gedeel- telijk ontladen. 10–20% 2,5–5h

OBJ_BUCH-1960-005.book Page 135 Wednesday, March 28, 2018 11:41 AM136 | Nederlands 1 609 92A 4DX | (28.3.18) Bosch Power Tools Na 5 s schakelt de displayverlichting opnieuw uit. Accu opladen – Reinig vervuilde laadcontacten met een droge doek. – Steek de aansluitstekker 51 in de daarvoor bestemde bus aan de lader 49. Het meetgereedschap kan onafhankelijk van de laserontvan- ger opgeladen worden, de laserontvanger alleen samen met het meetgereedschap. Meetgereedschap (zie afbeelding A): – Open de afdekking 11 van de laadbus 14. – Steek de netstekker 52 in de contactdoos en de laadstek- ker 50 in de laadbus 14. Laserontvanger (zie afbeelding B): – Schuif de laserontvanger in het laad-/bewaarstation 6. – Open de afdekking 11 van de laadbus 14. – Steek de netstekker 52 in de contactdoos en de laadstek- ker 50 in de laadbus 14. Na het laden schakelen het meetgereedschap en de laseront- vanger uit. Als het oplaadapparaat langdurig niet wordt gebruikt, dient u de verbinding met het stroomnet te verbreken. Bescherm het oplaadapparaat tegen water en vocht. Aanwijzingen voor de optimale omgang met de accu Bewaar het meetgereedschap en de laserontvanger alleen in het toegestane temperatuurbereik, zie „Technische gege- vens”. Laat ze bijv. in de zomer niet in de auto liggen. Een duidelijk kortere gebruiksduur na het opladen duidt erop dat de accu versleten is en moet worden vervangen. Neem de voorschriften ten aanzien van de afvalverwijdering in acht. Gebruik Ingebruikneming Bescherm het meetgereedschap en de laserontvanger tegen vocht en direct zonlicht. Stel het meetgereedschap en de laserontvanger niet aan extreme temperatuur of temperatuurschommelin- gen bloot. Laat ze bijv. niet gedurende langere tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap en de laserontvan- ger bij grotere temperatuurschommelingen eerst tempere- ren voor u ze in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de precisie van meet- gereedschap en laserontvanger verminderd worden. Voorkom heftige schokken of vallen van het meetge- reedschap. Na sterke externe inwerkingen op het meetge- reedschap dient u, voordat u de werkzaamheden voortzet, altijd een nauwkeurigheidscontrole uit te voeren (zie „Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap”, pagina 143). Meetgereedschap opstellen – Stel het meetgereedschap op een stabiele ondergrond in de horizontale of verticale stand op, monteer het op een statief of op de muurhouder 59 met afsteleenheid. Vanwege de hoge nivelleernauwkeurigheid reageert het meetgereedschap zeer gevoelig op trillingen en verplaatsin- gen. Let daarom op een stabiele positie van het meetgereed- schap om onderbrekingen van het gebruik door opnieuw ni- velleren te voorkomen. Meetgereedschap bedienen (zie afbeelding C) Het meetgereedschap wordt met de toetsen aan de laseront- vanger bediend. De bediening kan ofwel aan het meetgereed- schap direct uitgevoerd worden (laserontvanger zit in het laad-/bewaarstation 6) of via een radioverbinding (laseront- vanger fungeert als afstandsbediening). Bedrijfstoestanden Het systeem uit meetgereedschap en laserontvanger kent 3 bedrijfstoestanden: – In bedrijf Alle functies van meetgereedschap en laserontvanger zijn geactiveerd. Zie „Inschakelen”, pagina 137. – Rustmodus De meeste functies van het meetgereedschap zijn, om ener- gie te sparen, gedurende maximaal 2 uur gedeactiveerd. Het diefstalalarmsysteem en het anti-driftsysteem blijven geactiveerd. Alle instellingen (signaaltoon/volume, meetnauwkeurig- heid, helling etc. worden opgeslagen. Zie „Rustmodus”, pagina 137. – Uitgeschakeld Alle functies van meetgereedschap en laserontvanger zijn gedeactiveerd. Zie „Uitschakelen”, pagina 137, en „Automatische uitscha- keling”, pagina 137. In- en uitschakelen Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote afstand. Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbe- heerd achter en schakel het meetgereedschap na ge- bruik uit. Andere personen kunnen door de laserstraal verblind worden. – Druk op de toets rustmodus 21 tot een signaal- toon weerklinkt. De acculaadindicaties 29 en 30 worden weerge- geven. Displayindicaties Betekenis

Accu's worden geladen. Bij het laden knipperen de segmenten na elkaar.

Horizontale modus (GRL 500 H/ GRL 500 HV) Verticale modus (GRL 500 HV) OBJ_BUCH-1960-005.book Page 136 Wednesday, March 28, 2018 11:41 AMNederlands | 137 Bosch Power Tools 1 609 92A 4DX | (28.3.18) Opmerking: Voor het gebruik van het meetgereedschap moet u altijd een nauwkeurigheidscontrole uitvoeren (zie „Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap”, pagina 143). Ingebruikneming Opmerking: Bij levering zijn meetgereedschap en laseront- vanger gepaard (= laserontvanger kan de afstandsbedie- ningsfuncties uitvoeren). Om energie te sparen, schakelt u het meetgereedschap en de laserontvanger alleen in als u ze gebruikt. Inschakelen Resultaat – Alle display-indicaties lichten kort op. – De automatische nivellering start (zie „Automatisch water- passen”, pagina 139). – Het anti-driftsysteem wordt 30 s na het automatisch nivel- leren geactiveerd (zie „Anti-driftsysteem (ADS)”, pagina 140). Daarna zendt het meetgereedschap de laserstraal 7 (GRL 500 H) of de laserstraal 7 en de loodstraal 1 (GRL 500 HV) uit. Uitschakelen Resultaat – De rotatie stopt, de laserstraal is uitgeschakeld. – Alle display-indicaties en de displayverlichting worden uit- geschakeld. Opmerking: Zijn de laserontvanger en de rotatielaser uitge- schakeld, dan moet de laserontvanger om in te schakelen op- nieuw in het laad-/bewaarstation 6 gestoken worden. Rustmodus Met behulp van de laserontvanger kan het meetgereedschap gedurende maximaal 2 uur in de rustmodus gebracht worden. De rustmodus wordt automatisch ingeschakeld als de laser- straal langer dan 30 min. het ontvangstveld 26 niet doorloopt of als de toetsen van de laserontvanger langer dan 30 min. niet bediend worden. Opmerking: Zijn de laserontvanger en de rotatielaser langer dan 2 uur in de rustmodus, worden beide automatisch uitge- schakeld. Om in te schakelen moet de laserontvanger op- nieuw in het laad-/bewaarstation 6 gestoken worden. De standaardinstelling bij levering is [Rustmodus-functie gedeactiveerd]. Automatische uitschakeling Het meetgereedschap en de laserontvanger schakelen onder bepaalde omstandigheden automatisch uit (resultaat zie „Uit- schakelen”, pagina 137): – Het meetgereedschap bevindt zich langer dan 2,5 uur bui- ten het zelfnivelleerbereik en de daaruit resulterende fout- code wordt niet verholpen (zie „Storingen verhelpen”, pagina 146). – Het meetgereedschap wordt bij geactiveerde rustmodus niet binnen 2 uur opnieuw ingeschakeld. – Om het meetgereedschap in te schakelen, schuift u de laserontvanger in het laad-/bewaar- station 6 en drukt u daarna op de aan-/uittoets

– Schuif de laserontvanger in het laad-/bewaarsta- tion 6 en haal hem opnieuw uit het laad-/bewaar- station. Daarna moet u, om het meetgereed- schap in te schakelen, binnen 30 min. op de aan-/uittoets 17 drukken. –Druk gedurende ca. 2 s op de aan-/uittoets

– Voor het inschakelen van de rustmodus drukt u op de toets rustmodus 21. In de rustmodus brandt aan de laserontvanger de indicatie rustmodus 44 en bij geactiveerd diefstal- alarmsysteem bijkomend de indicatie diefstal- alarm 36. Aan het meetgereedschap knippert bij geactiveerd diefstalalarmsysteem het LED-diefstalalarm 4. Alle andere indicaties en de laserstraal zijn uitge- schakeld. Het anti-driftsysteem blijft geactiveerd. – Voor het beëindigen van de rustmodus drukt u opnieuw op de toets rustmodus 21. – Voor het activeren van de rustmodus- functie drukt u bij ingeschakeld meetge- reedschap gedurende ca. 2 seconden tegelijkertijd op de aan/uit-toets 17 en de toets Rustmodus 21. Op het display verschijnt gedurende ca. 3 seconden de nieuwe toestand [Rustmo- dus-functie geactiveerd = SLP On] en de aanduiding Rustmodus 44. De instelling wordt bij het uitschakelen niet opgeslagen. Het meetgereedschap start altijd met gedeactiveerde rustmo- dus-functie. – Voor het deactiveren van de rustmodus- functie drukt u bij ingeschakeld meetge- reedschap gedurende ca. 2 seconden tegelijkertijd op de aan/uit-toets 17 en de toets Rustmodus 21. Op het display verschijnt gedurende ca. 3 seconden de nieuwe toestand [Rustmo- dus-functie gedeactiveerd = SLP OFF] en de aanduiding Rustmodus 44. OBJ_BUCH-1960-005.book Page 137 Wednesday, March 28, 2018 11:41 AM138 | Nederlands 1 609 92A 4DX | (28.3.18) Bosch Power Tools – Het anti-driftsysteem is langer dan 2,5 uur geactiveerd. – Het meetgereedschap bevindt zich buiten het bedrijfstem- peratuurbereik. Voor het meetgereedschap en de laserontvanger automatisch uitschakelen, knippert naast een sig- naaltoon de indicatie temperatuurwaarschuwing 34 gedurende ca. 5 s. Na de automatische uitschakeling: – Wacht eventueel tot het meetgereedschap en de laseront- vanger zich opnieuw in het bedrijfstemperatuurbereik be- vinden. – Positioneer het meetgereedschap indien nodig opnieuw en schakel het weer in. RTC (Real Time Clock)-batterij Diefstalalarmsysteem Het systeem uit meetgereedschap en laserontvanger voor- komt diefstal door twee veiligheidsmechanismen: – Het meetgereedschap kan alleen via de laserontvanger be- diend worden; er bevindt zich geen bedieningsveld aan het meetgereedschap. – Zowel akoestisch alsook visueel wordt aan het meetge- reedschap en aan de laserontvanger gesignaleerd als het meetgereedschap van het referentiepunt weg bewogen wordt. Diefstalalarmsysteem activeren De standaardinstelling in de toestand bij levering is [Diefstalalarmsysteem gedeactiveerd]. De instelling van het diefstalalarmsysteem wordt bij het uit- schakelen opgeslagen. Om te deactiveren drukt u bij ingeschakeld meetgereedschap op de toets Diefstalalarm 22. Gebruikssituaties van het diefstalalarmsysteem Wordt het meetgereedschap bij geactiveerd diefstalalarmsy- steem gedurende meer dan 5 s van de actuele locatie weg be- wogen, dan wordt het alarmsysteem geactiveerd: – Aan het meetgereedschap en aan de laserontvanger wordt een signaaltoon uitgezonden. Het met A beoordeelde geluidsdrukniveau van de signaal- toon bedraagt tot 110 dB(A) en kan niet via de volume-in- stelling van de normale signaaltoon geregeld worden. Houd de laserontvanger niet dicht bij uw oor. Het luide geluid kan het gehoor beschadigen. – Alle bedieningsfuncties worden geblokkeerd. Indicaties voor het controleren van de kalibratie (kalibratiewaarschuwing) Moet de kalibratie van het meetgereedschap gecontroleerd worden, dan wordt dit na het inschakelen van het display van de laserontvanger door verschillende indicaties in combinatie met de indicatie „CAL” weergegeven. Opmerking: De sensors voor een kalibratiewaarschuwing (kalibratie-interval, opslagtemperatuur, schokken van het meetgereedschap) zijn na de eerste ingebruikname actief. Als na het inschakelen de aanduiding Kalibratie- interval 35 gedurende ca. 10 seconden knippert, dan zijn de RTC-batterij en de geïntegreerde accu zwak. Het kalibratie-interval wordt niet meer be- waakt. – Neem contact op met een erkende Bosch-klan- tenservicewerkplaats. – Druk bij ingeschakeld meetgereedschap op de toets diefstalalarm 22. Het diefstalalarmsysteem is geactiveerd. De aanduiding Diefstalalarm 36 en de LED Dief- stalalarm 4 branden. Toepassing Veiligheidsmechanisme Meetgereedschap inge- schakeld.

Meetgereedschap in de rustmodus. Alarmsysteem geactiveerd Indicatie diefstalalarm 36 brandt permanent LED diefstalalarm 4 aan het meetgereedschap knippert langzaam Meetgereedschap uit- geschakeld. Laserontvanger uitge- schakeld en niet in het laad-/bewaarstation 6. Alarmsysteem gedeactiveerd Indicatie diefstalalarm 36 wordt niet weergegeven LED diefstalalarm 4 aan het meet- gereedschap brandt niet – De LED diefstalalarm 4 aan het meetgereed- schap knippert snel. – De indicatie diefstalalarm 36 aan de laseront- vanger knippert. –Voor het uitschakelen van het geactiveerde alarm drukt u op de toets diefstalalarm 22. De signaaltoon verstomt. Alle bedieningsfuncties worden gedeblokkeerd. Alle instellingen worden teruggezet naar de standaardinstellingen bij het inschakelen (zie „Inschakelen”, pagina 137). Het diefstalalarmsysteem is opnieuw geacti- veerd. Displayindicaties Kalibratiewaarschuwing Oorzaak brandt Indicatie kalibratie-in- terval 35 brandt Het kalibratie-interval (om de 12 maanden) is verstreken. brandt Indicatie temperatuur- waarschuwing 34 brandt Het meetgereedschap werd buiten het opslagtemperatuur- bereik bewaard. Toepassing Veiligheidsmechanisme OBJ_BUCH-1960-005.book Page 138 Wednesday, March 28, 2018 11:41 AMNederlands | 139 Bosch Power Tools 1 609 92A 4DX | (28.3.18) Na een korte weergaveduur gaan de indicaties voor het con- troleren van de kalibratie uit en worden deze pas bij het in- schakelen opnieuw weergegeven. Indicaties kalibratiewaarschuwing verbergen U hebt de mogelijkheid om de indicaties te verbergen tot de oorzaak voor de kalibratiewaarschuwing opnieuw optreedt. Aanbevolen werkwijze na een indicatie voor het controle- ren van de kalibratie Functies Verloop van X- en Y-as Het verloop van de X- en Y-as is boven de rotatiekop op de be- huizing aangegeven. Rotatiefunctie Het meetgereedschap werkt met een vaste rotatiesnelheid (600 min

), die voor het gebruik van een laserontvanger ge- schikt is. Overzicht modi –Automatisch waterpassen na het inschakelen/tijdens het bedrijf – Hellingfunctie voor één as –Centre-Line-modus – Anti-driftsysteem (ADS) – Lijnbedrijf (Line Control) in de verticale modus (GRL 500 HV) Automatisch waterpassen Automatische nivellering na het inschakelen Na het inschakelen controleert het meetgereedschap de hori- zontale positie en compenseert deze oneffenheden binnen het zelfnivelleerbereik van ca. 8,5 % (5°) automatisch. GRL 500 HV: Het meetgereedschap herkent na het inschake- len automatisch een horizontale of verticale positie. Voor het wisselen tussen de horizontale en verticale positie kunt u het zonder uit te schakelen opnieuw positioneren. Automatische nivellering tijdens het bedrijf Als het meetgereedschap zich na een positieverandering bui- ten het zelfnivelleerbereik van ca. 8,5 % (5°) bevindt, dan is nivelleren niet meer mogelijk en er verschijnt een foutcode (zie „Storingen verhelpen”, pagina 146). Is het meetgereedschap genivelleerd, dan controleert het permanent de horizontale positie. Bij positieveranderingen wordt automatisch genivelleerd. Om foute metingen te ver- mijden, stopt de rotatie van de laserstraal tijdens het nivel- leren. Hellingfunctie voor één as Bij horizontale positie van het meetgereedschap wordt in de eenassige hellingsmodus de x-as automatisch genivelleerd. Het rotatieniveau kan in een bereik van ±8,5 % rond de x-as gedraaid worden. Opmerking: Als u direct na het inschakelen een hellinginstel- ling wilt uitvoeren, dan moet u de automatische nivellering af- wachten (zie „Automatische nivellering na het inschakelen”, pagina 139). Dit vermijdt foute meetresultaten. Hellingsinstelling De hellingsinstelling is binnen een bereik van ±8,5 % moge- lijk. brandt Indicatie schok- waarschuwing 38 brandt Het meetgereedschap werd aan een intense schok blootge- steld (bijv. schok op de grond na een val). – Druk, terwijl de kalibratiewaarschuwing weerge- geven wordt, gedurende ca. 2 s op de toets kali- bratie 25. De indicaties voor het controleren van de kali- bratie worden pas opnieuw weergegeven als de oorzaak voor de kalibratiewaarschuwing op- nieuw optreedt. Handeling zie pagina 1 Nivelleernauwkeurigheid controleren 143 2a Afwijking op 30 m ligt binnen de maxi- maal toegestane grenzen van ±3,0 mm: indicaties kalibratiewaarschuwing ver- bergen 139 2b Afwijking op 30 m ligt buiten de maxi- maal toegestane grenzen van ±3,0 mm: meetgereedschap kalibreren 144 3b Nivelleernauwkeurigheid controleren 143 4b Afwijking op 30 m ligt na de kalibratie binnen de maximaal toegestane gren- zen van ±3,0 mm: er kan zonder nauwkeurigheidsverlies worden gewerkt. Afwijking op 30 m ligt na de kalibratie nog steeds buiten de maximaal toege- stane grenzen van ±3,0 mm: meetgereedschap bij een Bosch-klan- tendienst laten controleren Displayindicaties Kalibratiewaarschuwing Oorzaak Tijdens de nivellering knippert de indi- catie nivelleerwaarschuwing 37.

– Druk op de hellingstoets 18 of 20 of houd deze toets ingedrukt tot de ge- wenste hellingswaarde op het display weergegeven wordt. – Laat de hellingstoets 18 of 20 opnieuw los. Tijdens de hellingsinstelling knippert de indicatie nivelleerwaarschuwing 37. De indicatie hellingsmodus 41 brandt per- manent. OBJ_BUCH-1960-005.book Page 139 Wednesday, March 28, 2018 11:41 AM140 | Nederlands 1 609 92A 4DX | (28.3.18) Bosch Power Tools Als het hellingsbereik van ±8,5 % wordt overschreden, dan gaat de aanduiding Hellingsmodus 41 uit en er verschijnt een foutcode (zie „Storingen verhelpen”, pagina 146). Centre-Line-modus (zie afbeelding D) In de Centre-Line-modus probeert het meetgereedschap au- tomatisch door een op- en neerwaartse beweging van de rota- tiekop de middenlijn van de laserontvanger te vinden. Zoekverloop:

1. Rotatieknop zwenkt tot aan de aanslag naar boven.

2. Laserstraal wordt ingeschakeld.

3. Rotatiekop zwenkt naar onderen.

4a. Laserstraal raakt het ontvangstveld 26 en vindt de mid- denlijn.

4b. Laserstraal vindt tot aan het einde van het zwenkbereik geen ontvangstveld; er verschijnt een foutcode (zie „Storin- gen verhelpen”, pagina 146). De snelheid waarmee de rotatiekop bewogen wordt, wordt af- geremd zodra de laserstraal het ontvangstveld 26 raakt. Na het vinden van de middenlijn schakelt het meetgereed- schap de Centre-Line-modus automatisch uit. De ingestelde helling wordt opgeslagen en op het display weergegeven. Vinden van de middenlijn van de laserontvanger versnel- len Het zoeken naar de middenlijn van de laserontvanger begint altijd met een opwaartse beweging van de rotatiekop. Als de laserstraal zich onder de middenlijn bevindt en nog niet in het ontvangstveld van de laserontvanger, dan kan de beweging van de laserstraal omgedraaid worden. Anti-driftsysteem (ADS) Het meetgereedschap bezit een anti-driftsysteem, dat bij po- sitieveranderingen of schokken van het meetgereedschap of bij trillingen van de ondergrond het nivelleren op veranderde hoogte en hierdoor hoogtefouten verhindert. Wordt de verticale positie van het meetgereedschap veran- derd of wordt een sterke schok geregistreerd, dan wordt het anti-driftsysteem geactiveerd: de rotatie van de laser wordt gestopt en de indicatie schokwaarschuwing 38 knippert. Bij- komend weerklinkt gedurende 5 s een tjilpend geluid aan de laserontvanger. – Controleer nu de hoogte van de laserstraal aan een refe- rentiepunt en corrigeer de hoogte van het meetgereed- schap eventueel. Anti-driftsysteem deactiveren Het anti-driftsysteem kan tijdens het bedrijf van het meetge- reedschap gedeactiveerd worden. – Druk tegelijk op de hellingstoets 18 en 20. De hellingsinstelling is gedeactiveerd. De automatische nivellering is geactiveerd (zie „Automatisch waterpassen”, pagina 139). – Druk gedurende ca. 2 s op de toets Centre-Line- modus 19. De automatische op- en neerwaartse beweging van de rotatiekop start. Tijdens het zoeken van de middenlijn knip- pert de indicatie nivelleerwaarschuwing

De indicaties voor Centre-Line-modus 42 brandt permanent. Zodra de laserstraal het ontvangstveld 26 raakt, weerklinkt tot het vinden van de middenlijn een tjilpend geluid. – Voor het afbreken van de Centre-Line-modus tij- dens het zoeken drukt u op de toets Centre-Line- modus 19.

– Druk tegelijk op de hellingstoetsen 18 en 20 voor het activeren van de automatische nivelle- ring. –Druk gedurende ca. 2 s op de toets Centre-Line- modus 19. De automatische op- en neerwaartse beweging van de rotatiekop start. – Druk op de hellingstoets 20. De rotatiekop wordt naar onderen bewogen. Ca. 30 s na het inschakelen van het meetgereed- schap is het anti-driftsysteem geactiveerd. Tijdens de activering knippert de indicatie schok- waarschuwing 38 langzaam. Na de activering brandt de indicatie permanent. – Druk bij geactiveerd anti-driftsysteem kort op de aan-/uittoets 17. De automatische nivellering start (zie „Automati- sche nivellering tijdens het bedrijf”, pagina 139). –Druk op de aan-/uittoets 17. Het anti-driftsysteem is gedeactiveerd. De indi- catie schokwaarschuwing 38 wordt niet meer weergegeven. OBJ_BUCH-1960-005.book Page 140 Wednesday, March 28, 2018 11:41 AMNederlands | 141 Bosch Power Tools 1 609 92A 4DX | (28.3.18) De instelling wordt bij het uitschakelen niet opgeslagen. Het meetgereedschap start altijd met geactiveerd anti-driftsy- steem. Lijnbedrijf (Line Control) in de verticale modus (GRL 500 HV) In de verticale modus van het meetgereedschap kunt u het ro- tatieniveau voor het eenvoudig richten of parallel uitlijnen langs de y-as positioneren. De positionering is binnen een bereik van ±8,5 % mogelijk. De snelheid waarmee de rotatiekop bewogen wordt, begint langzaam en verhoogt permanent. Centre-Line-modus bij lijnbedrijf (Line Control) (zie afbeelding E) In de Centre-Line-modus probeert het meetgereedschap au- tomatisch door een beweging naar links/rechts van de rotatie- kop de middenlijn van de laserontvanger te vinden. Zoekverloop:

1. Rotatieknop zwenkt tot aan de aanslag naar rechts.

2. Laserstraal wordt ingeschakeld.

3. Rotatiekop zwenkt naar links.

4a. Laserstraal raakt het ontvangstveld 26 en vindt de mid- denlijn.

4b. Laserstraal vindt tot aan het einde van het zwenkbereik geen ontvangstveld; er verschijnt een foutcode (zie „Storin- gen verhelpen”, pagina 146). De snelheid waarmee de rotatiekop bewogen wordt, wordt af- geremd zodra de laserstraal het ontvangstveld 26 raakt. Na het vinden van de middenlijn schakelt het meetgereed- schap de Centre-Line-modus automatisch uit. Vinden van de middenlijn van de laserontvanger versnellen Het zoeken naar de middenlijn van de laserontvanger begint altijd met een beweging naar rechts van de rotatiekop. Als de laserstraal zich links van de middenlijn bevindt en nog niet in het ontvangstveld van de laserontvanger, dan kan de bewe- ging van de laserstraal omgedraaid worden. Indicatie relatieve hoogte (zie afbeelding F) Werkzaamheden met laserontvanger Bij metingen buiten en over grotere afstanden binnenshuis gebruikt u voor het vinden van de laserstraal de laserontvan- ger. – Plaats de laserontvanger zodanig dat de laserstraal het ontvangstveld 26 kan bereiken. Radioverbinding tussen meetgereedschap en afstandsbe- diening/laserontvangers In de toestand bij levering fungeert de meegeleverde laser- ontvanger LR 50 via een draadloze verbinding als afstands- bediening van het meetgereedschap. Aan het meetgereedschap kunnen ook meerdere laseront- vangers LR 50 worden toegewezen. – Schakel het meetgereedschap en de laserontvanger uit. – Steek de extra laserontvanger in het laad-/bewaarstation 6. – Voor het draaien van het rotatieniveau met de klok mee drukt u op de hellingstoets 18, om te draaien tegen de klok in op de hellingstoets 20. – Druk gedurende ca. 2 s op de toets Centre-Line- modus 19. De automatische links-/rechtsbeweging van de rotatiekop start. Tijdens het zoeken van de middenlijn knip- pert de indicatie nivelleerwaarschuwing

De indicaties voor Centre-Line-modus 42 brandt permanent. Zodra de laserstraal het ontvangstveld 26 raakt, weerklinkt tot het vinden van de middenlijn een tjilpend geluid. – Voor het afbreken van de Centre-Line-modus tij- dens het zoeken drukt u op de toets Centre-Line- modus 19.

– Druk tegelijk op de hellingstoetsen 18 en 20 voor het activeren van de automatische nivelle- ring. –Druk gedurende ca. 2 s op de toets Centre-Line- modus 19. De rotatiekop wordt automatisch naar rechts be- wogen. – Druk op de hellingstoets 20. De rotatiekop wordt naar onderen bewogen. De afstand tussen rotatieniveau en mid- denlijn wordt aan het display als absolute waarde (in [mm] of [inch]) weergegeven. Zie ook „Indicatie van de eenheden instel- len”, pagina 145. – De indicatie radioverbinding 33 wordt weerge- geven en wijst op de afstandsbedieningsfunctie aan de laserontvanger. –Druk op de aan-/uittoets 17. – De indicatie radioverbinding 33 wordt weerge- geven en wijst op de afstandsbedieningsfunctie aan de laserontvanger. OBJ_BUCH-1960-005.book Page 141 Wednesday, March 28, 2018 11:41 AM142 | Nederlands 1 609 92A 4DX | (28.3.18) Bosch Power Tools – Pak de laserontvanger weer uit het laad-/bewaarstation. Daarna moet u, om het meetgereedschap in te schakelen, binnen 30 min. op de aan/uit-toets 17 drukken. Opmerking: Als meerdere laserontvangers aan een meetge- reedschap werden toegewezen, dan fungeert de laatste toe- gewezen laserontvanger als afstandsbediening. De andere laserontvangers zijn dan alleen zuivere laserontvangers. Instellingen, zoals meetnauwkeurigheid of signaaltoon kun- nen voor elke laserontvanger individueel ingesteld worden. Wordt de laserontvanger met afstandsbedieningsfunctie uit- geschakeld, schakelt het meetgereedschap uit. De extra lase- rontvangers moeten elk afzonderlijk uitgeschakeld worden. Opmerking: De rustmodus van het meetgereedschap kan al- leen door indrukken van de toets Rustmodus 21 op de laser- ontvanger met afstandbedieningsfunctie worden in- en uitgeschakeld. Signaaltoon/volume instellen De positie van de laserstraal op het ontvangstveld 26 kan door een geluidssignaal worden aangegeven. U kunt tussen twee volumes kiezen of de signaaltoon uitscha- kelen. De standaardinstelling in de toestand bij levering is [normale signaaltoon]. De instelling voor signaaltoon/volume wordt bij het uitschake- len opgeslagen Instelling van de indicatie middenlijn kiezen U kunt vastleggen met welke nauwkeurigheid de positie van de laserstraal op het ontvangstveld als „in het midden” weer- gegeven wordt. De standaardinstelling in de toestand bij levering is [Meetnauwkeurigheid „gemiddeld/3 mm”]. De instelling van de meetnauwkeurigheid wordt bij het uit- schakelen opgeslagen. Richtingindicaties De positie van de laserstraal in het ontvangstveld 26 wordt weergegeven: – Op het display 15 aan de voor- en achterkant van de laser- ontvanger door de richtingsindicatie „Laserstraal boven middenlijn” 39, de richtingsindicatie „Laserstraal onder middenlijn” 40 resp. de indicatie middenlijn 43, – Optioneel door de signaaltoon. Laserontvanger te laag: loopt de laserstraal door de boven- ste helft van het ontvangstveld 26, dan brandt de richtingsin- dicatie „Laserstraal boven middenlijn” 39 en de plus-waarde van de indicatie van de relatieve hoogte 32 geeft aan hoeveel de laserontvanger naar boven bewogen moet worden. Bij ingeschakelde signaaltoon weerklinkt een signaal met lan- ge intervallen. – Beweeg de laserontvanger in de richting van de pijl naar boven. Bij het naderen van de middenmarkering 16 wordt alleen nog de punt van de richtingsindicatie 39 weergege- ven. Laserontvanger te hoog: loopt de laserstraal door de onder- ste helft van het ontvangstveld 26, dan brandt de richtingsin- dicatie „Laserstraal onder middenlijn” 40 en de min-waarde van de indicatie van de relatieve hoogte 32 geeft aan hoeveel de laserontvanger naar onderen bewogen moet worden. Bij ingeschakelde signaaltoon weerklinkt een signaal met kor- te intervallen. – Beweeg de laserontvanger in de richting van de pijl naar onderen. Bij het naderen van de middenmarkering 16 wordt alleen nog de punt van de richtingsindicatie 40 weergegeven. Laserontvanger in het midden: loopt de laserstraal door het ontvangstveld 26 ter hoogte van de middenmarkering 16, dan brandt de indicatie middenlijn 43. Bij ingeschakelde sig- naaltoon weerklinkt een permanent signaal. Wordt het meetgereedschap zo bewogen dat de laserstraal het ontvangstveld 26 weer verlaat, dan knippert gedurende ca. 5 s de laatst weergegeven richtingsindicatie 39 resp. 40. Veiligheidsfunctie Strobe Shield

De laserontvanger heeft elektronische filters voor strobos- cooplichten. De filters beschermen bijv. tegen storingen door waarschuwingslichten van bouwmachines. Markeren Aan de middenmarkering 16 links en rechts aan de laseront- vanger kunt u de hoogte van de laserstraal markeren als hij door het midden van het ontvangstveld 26 loopt. Let erop dat u het meetgereedschap bij het markeren nauw- keurig verticaal (bij horizontale laserstraal) resp. horizontaal (bij verticale laserstraal) richt, omdat anders de markeringen tegen opzichte van de laserstraal verplaatst zijn. Displayverlichting De standaardinstelling in de toestand bij levering is [displayverlichting geactiveerd]. Na ca. 30 seconden zonder toetsdruk gaat de displayverlich- ting uit. Bij het indrukken van een willekeurige toets of als de laser- straal het ontvangstveld raakt, wordt de displayverlichting opnieuw ingeschakeld. Wordt de radioverbinding onderbroken, knippert bovenop een signaaltoon de indicatie radioverbin- ding 33. Hierdoor wordt gesignaleerd dat waarschuwingsin- dicaties (bijv. diefstal, anti-drift, kalibratie) niet weergegeven worden en het meetgereedschap niet meer op afstand bediend wordt. – Druk zo vaak op de toets signaaltoon/volume 24 tot de gewenste instelling bereikt is. Geen indicatie: signaaltoon uit Normale signaaltoon Luide signaaltoon –Druk op de toets instelling meetnauw- keurigheid 23 tot de gewenste instelling bereikt is. Voorbeeld Op het display worden het meetnauwkeu- righeidsniveau „fijn”/„gemiddeld”/„grof” en de precieze waarde weergegeven. OBJ_BUCH-1960-005.book Page 142 Wednesday, March 28, 2018 11:41 AMNederlands | 143 Bosch Power Tools 1 609 92A 4DX | (28.3.18) De instelling van de displayverlichting wordt bij het uitschake- len opgeslagen. Bevestigen met meetlathouder (zie afbeelding G) U kunt de laserontvanger met behulp van de meetlathouder 53 zowel aan een bouwlasermeetlat 55 (accessoire) alsook aan andere hulpmiddelen met een breedte tot 65 mm beves- tigen. – Schroef het inschroefframe 58 met de bevestigings- schroef 56 aan de meetlathouder 53 vast. –Los de vastzetschroef 54, schuif de meetlathouder bijv. op de bouwlasermeetlat 55 en draai de vastzetschroef 54 op- nieuw vast. – Met behulp van de waterpas 57 kunt u de meetlathouder 53 horizontaal uitlijnen. Scheef aanbrengen van het meetgereedschap leidt tot fou- tieve metingen. – Schuif de laserontvanger in het inschuifframe 58. Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereed- schap De volgende werkzaamheden mogen uitsluitend door goed geschoolde en gekwalificeerde personen worden uitgevoerd. De wetmatigheden bij het uitvoeren van een nauwkeurig- heidscontrole of kalibratie van een meetgereedschap moeten bekend zijn. Nauwkeurigheidsinvloeden De grootste invloed oefent de omgevingstemperatuur uit. Vooral vanaf de grond naar boven toe verlopende tempera- tuurverschillen kunnen de laserstraal afbuigen. Naast externe invloeden kunnen ook toestelspecifieke invloe- den (zoals bijv. val of heftige stoten) tot afwijkingen leiden. Controleer daarom de kalibratie telkens voor u begint te wer- ken. De afwijkingen zijn relevant vanaf een meettraject van ca. 20 meter en kunnen bij 100 meter zelfs het twee- tot viervou- dige van de afwijking bij 20 meter bedragen. Omdat de temperatuurverschillen bij de grond het grootst zijn, dient u het meetgereedschap vanaf een meettraject van 20 meter altijd op een statief te monteren. Plaats het meetge- reedschap bovendien indien mogelijk in het midden van het werkvlak. Als het meetgereedschap de maximale afwijking bij een van de hierna beschreven meetbewerkingen overschrijdt, voer dan een kalibratie uit (zie „Meetgereedschap kalibreren”, pagina 144) of laat het meetgereedschap bij een Bosch-klan- tendienst controleren. Nivelleernauwkeurigheid bij horizontale positie controle- ren Voor de controle heeft u een vrij meettraject van 30 meter op een stabiele ondergrond vóór een muur nodig. U moet zowel voor de X- als voor de Y-as een volledige meting uitvoeren. – Monteer het meetgereedschap in de horizontale stand 30 meter verwijderd van de muur op een statief of plaats het op een stevige, vlakke ondergrond. Schakel het meet- gereedschap in. – Markeer na afsluiting van het waterpassen het midden van de laserstraal op de muur (punt I). – Draai het meetgereedschap 180°, laat het waterpassen en markeer het midden van de punt van de laserstraal op de muur (punt II). Let erop dat punt II zoveel mogelijk recht boven of recht onder punt I ligt. – Het verschil d tussen beide gemarkeerde punten I en II op de muur is de feitelijke hoogteafwijking van het meetge- reedschap voor de gemeten as. Herhaal de meting voor de andere as. Draai daarvoor het meetgereedschap voor het begin van de meting 90°. Op het meettraject van 30 m bedraagt de maximaal toegesta- ne afwijking: 30mx±0,1mm/m=±3,0mm. Het verschil d tussen de punten I en II mag dus bij elk van bei- de meetbewerkingen maximaal 6 mm bedragen. Nivelleernauwkeurigheid bij verticale positie controleren (GRL 500 HV) Voor de controle heeft u een vrij meettraject op een stabiele ondergrond vóór een 10 meter hoge muur nodig. Bevestig een loodlijn aan de muur. – Monteer het meetgereedschap in de verticale stand op een statief of plaats het op een stevige, vlakke ondergrond. Schakel het meetgereedschap in en laat het waterpassen. – Stel het meetgereedschap zodanig af dat de laserstraal de loodlijn aan het bovenste uiteinde nauwkeurig in het mid- den raakt. Het verschil d tussen laserstraal en loodlijn aan het onderste uiteinde van de lijn is de afwijking van het meetgereedschap van de verticale waterpaslijn. – Voor het uitschakelen van de displayverlichting drukt u tegelijk op de aan-/uittoets 17 en de toets signaaltoon/volume 24. 30 m 180°

OBJ_BUCH-1960-005.book Page 143 Wednesday, March 28, 2018 11:41 AM144 | Nederlands 1 609 92A 4DX | (28.3.18) Bosch Power Tools Bij een 10 m hoog meettraject bedraagt de maximaal toege- stane afwijking: 10 m x ±0,1 mm/m = ±1 mm. Het verschil d mag bij gevolg maximaal 1 mm bedragen. Meetgereedschap kalibreren De volgende werkzaamheden mogen uitsluitend door goed geschoolde en gekwalificeerde personen worden uitgevoerd. De wetmatigheden bij het uitvoeren van een nauwkeurig- heidscontrole of kalibratie van een meetgereedschap moeten bekend zijn. Voer de kalibratie van het meetgereedschap uiterst nauwgezet uit of laat het meetgereedschap bij een Bosch-klantendienst controleren. Een onnauwkeurige kalibratie leidt tot foute meetresultaten. Start de kalibratie alleen, wanneer u een kalibratie van het meetgereedschap moet uitvoeren. Zodra het meet- gereedschap zich in de kalibratiemodus bevindt, moet u de kalibratie uiterst nauwkeurig tot aan het einde uitvoe- ren, om ervoor te zorgen dat achteraf geen foute meetre- sultaten worden verkregen. Opmerking: Na de kalibratie worden de indicaties voor het controleren van de kalibratie pas opnieuw weergegeven als de oorzaak voor een kalibratiewaarschuwing opnieuw op- treedt. Voor de kalibratie hebt u een vrij meettraject van minstens 30 m op vaste grond voor een rechte wand nodig. Kalibreer altijd alle assen (GRL 500 H: x- en y-as; GRL 500 HV: x-, y- en z-as). Kalibratie x-as – Monteer het meetgereedschap in horizontale positie op een statief 63 (accessoire). – Plaats het statief op 30 m afstand voor de muur. De x-asin- dicatie op het meetgereedschap moet hierbij verticaal naar de muur wijzen. – Schakel het meetgereedschap in. – Wacht tot het meetgereedschap genivelleerd is. – Vind met behulp van de laserontvanger de middenlijn en breng de hoogte „X1” van de middenlijn op de muur aan. – Draai het meetgereedschap 180° zonder de hoogte van het statief te verstellen. – Wacht tot de indicatie nivelleerwaarschuwing 37 niet meer knippert en het meetgereedschap genivelleerd is. – Vind met behulp van de laserontvanger de middenlijn en breng de nieuwe hoogte „X2” van de middenlijn op de muur aan. – Bepaal het precieze midden tussen de middenlijnen „X1” en „X2” en positioneer daarop de laserontvanger met de middenmarkering 16. – Om na voltooiing van de kalibratie een verkeerde kali- bratie uit te sluiten, moet u de nivelleernauwkeurigheid controleren (zie „Nivelleernauwkeurigheid bij horizontale positie controleren”, pagina 143). Ligt de afwijking nog altijd buiten de maximaal toegestane grens van ±3,0 mm, laat dan het meetgereedschap bij een Bosch-klantendienst controleren. Kalibratie y-as – Monteer het meetgereedschap in horizontale positie op een statief 63 (accessoire). – Plaats het statief op 30 m afstand voor de muur. De y-asin- dicatie op het meetgereedschap moet hierbij verticaal naar de muur wijzen. – Schakel het meetgereedschap in. – Wacht tot het meetgereedschap genivelleerd is. – Vind met behulp van de laserontvanger de middenlijn en breng de hoogte „Y1” van de middenlijn op de muur aan. – Druk gedurende ca. 2 s tegelijk op de toets kalibratie 25 en de hellingstoets

Het symbool voor de kalibratie van de x-as wordt op het display weergegeven.

10 m Tijdens de automatische nivellering knip- pert de indicatie nivelleerwaarschuwing

–Druk op de hellingstoets 18 of 20 tot de indicatie middenlijn 43 permanent brandt. Bij ingeschakelde signaaltoon weerklinkt een permanent signaal. – Druk op de toets kalibratie 25 om de ka- libratie op te slaan. Het symbool voor het voltooien van de ka- libratie wordt op het display weergege- ven. – Druk gedurende ca. 2 s tegelijk op de toets kalibratie 25 en de hellingstoets

Het symbool voor de kalibratie van de y-as wordt op het display weergegeven. Tijdens de automatische nivellering knip- pert de indicatie nivelleerwaarschuwing

OBJ_BUCH-1960-005.book Page 144 Wednesday, March 28, 2018 11:41 AMNederlands | 145 Bosch Power Tools 1 609 92A 4DX | (28.3.18) – Draai het meetgereedschap 180° zonder de hoogte van het statief te verstellen. – Wacht tot de indicatie nivelleerwaarschuwing 37 niet meer knippert en het meetgereedschap genivelleerd is. – Vind met behulp van de laserontvanger de middenlijn en breng de nieuwe hoogte „Y2” van de middenlijn op de muur aan. – Bepaal het precieze midden tussen de middenlijnen „Y1” en „Y2” en positioneer daarop de laserontvanger met de middenmarkering 16. – Om na voltooiing van de kalibratie een verkeerde kali- bratie uit te sluiten, moet u de nivelleernauwkeurigheid controleren (zie „Nivelleernauwkeurigheid bij horizontale positie controleren”, pagina 143). Ligt de afwijking nog altijd buiten de maximaal toegestane grens van ±3,0 mm, laat dan het meetgereedschap bij een Bosch-klantendienst controleren. Kalibratie z-as (GRL 500 HV) – Teken met behulp van een loodlijn een verticale lijn op de muur. – Monteer het meetgereedschap in verticale positie op een statief 63 (accessoire). – Plaats het statief op 5–10 m afstand voor de muur. – Schakel het meetgereedschap in. – Stel het statief zodanig af dat de laserstraal de verticale lijn aan de muur kruist. – Wacht tot het meetgereedschap genivelleerd is. – Bereikt u geen gelijke overlapping, herhaal dan de vorige stappen (statief afstellen, meetgereedschap laten nivel- leren, laserstraal met behulp van de hellingstoetsen uitlijnen). – Om na voltooiing van de kalibratie een verkeerde kali- bratie uit te sluiten, moet u de nivelleernauwkeurigheid controleren (zie „Nivelleernauwkeurigheid bij verticale po- sitie controleren”, pagina 143). Ligt de afwijking nog altijd buiten de maximaal toegestane grens van ±1 mm, laat dan het meetgereedschap bij een Bosch-klantendienst controleren. Tips voor de werkzaamheden Het meetgereedschap is met een radio-interface uitge- rust. Lokale gebruiksbeperkingen, bijv. in vliegtuigen of ziekenhuizen moeten in acht genomen worden. Gebruik altijd alleen het midden van de laserlijn voor het markeren. De breedte van de laserlijn verandert met de afstand. Indicatie van de eenheden instellen De afstand tussen rotatieniveau en middenlijn wordt aan het display in [mm] of [inch: decimaal/in breuken] weergegeven. De standaardinstelling in de toestand bij levering is [mm]. De instelling van de eenheden wordt bij het uitschakelen op- geslagen. Laserbril (toebehoren) De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daardoor lijkt het ro- de licht van de laser voor het oog helderder. Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescherming tegen de laserstralen. Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstralen en vermindert de waarneming van kleuren. Werkzaamheden met het statief (toebehoren) Het meetgereedschap beschikt over een 5/8"-statiefopname voor horizontaal gebruik op een statief. Plaats het meetge- reedschap met de statiefopname op de 5/8"-schroefdraad van het statief en schroef het met de vastzetschroef van het statief vast. Bij een statief 63 met schaalverdeling op het uitschuifbaar deel kunt u de hoogteverplaatsing rechtstreeks instellen.

–Druk op de hellingstoets 18 of 20 tot de indicatie middenlijn 43 permanent brandt. Bij ingeschakelde signaaltoon weerklinkt een permanent signaal. – Druk op de toets kalibratie 25 om de ka- libratie op te slaan. Het symbool voor het voltooien van de ka- libratie wordt op het display weergege- ven. – Druk gedurende ca. 2 s tegelijk op de toets kalibratie 25 en de hellingstoets

Het symbool voor de kalibratie van de z-as wordt op het display weergegeven. Tijdens de automatische nivellering knip- pert de indicatie nivelleerwaarschuwing

–Druk op de hellingstoets 18 of 20 tot de laserstraal zo parallel mogelijk aan de verticale lijn aan de muur is. – Druk op de toets kalibratie 25 om de ka- libratie op te slaan. Het symbool voor het voltooien van de ka- libratie wordt op het display weergege- ven. – Druk tegelijk op de toetsinstelling meetnauwkeu- righeid 23 en de hellingstoets 20 tot de gewens- te instelling bereikt is. OBJ_BUCH-1960-005.book Page 145 Wednesday, March 28, 2018 11:41 AM146 | Nederlands 1 609 92A 4DX | (28.3.18) Bosch Power Tools Werkzaamheden met muurhouder en richteenheid (toebehoren) U kunt het meetgereedschap ook op de wandhouder met richteenheid 59 monteren. Draai daarvoor de 5/8"-schroef 62 van de muurhouder in de statiefopname op het meetge- reedschap. Montage op een muur: Montage op een muur wordt geadvi- seerd bijvoorbeeld bij werkzaamheden boven de uittrekhoog- te van het statief of bij werkzaamheden op een instabiele on- dergrond en zonder statief. Bevestig daarvoor de muurhouder 59 met gemonteerd meetgereedschap zo verti- caal mogelijk tegen een muur. Voor montage op de muur kunt u de muurhouder 59 met de bevestigingsschroef 60 op een plint van maximaal 8 mm breedte vastschroeven of aan twee haken ophangen. Montage op een statief: U kunt de muurhouder 59 ook met de statiefopname aan de achterkant op een statief schroeven. Deze bevestiging wordt in het bijzonder geadviseerd bij werk- zaamheden waarbij het rotatievlak op een referentielijn moet worden gericht. Met de richteenheid kunt u het gemonteerde meetgereed- schap verticaal (bij montage op de muur) of horizontaal (bij montage op een statief) over een afstand van ca. 16 cm ver- schuiven. Draai daarvoor de schroef 61 op de richteenheid los, verschuif het meetgereedschap in de gewenste stand en draai de schroef 61 weer vast. Werkzaamheden met de meetlat (toebehoren) (zie afbeelding H) Voor het controleren van oneffenheden of het aantekenen van verval wordt het gebruik van de meetlat 55 samen met de la- serontvanger geadviseerd. Op de meetlat 55 is boven een relatieve schaalverdeling (±50 cm) aangebracht. De nulhoogte daarvan kunt u onder op het uittrekbare gedeelte vooraf instellen. Daarmee kunnen afwijkingen van de gewenste hoogte rechtstreeks worden af- gelezen. Toepassingsvoorbeelden Diepte van bouwputten controleren (zie afbeelding I) – Stel het meetgereedschap op een stabiele ondergrond op of monteer het op een statief 63. – Werkzaamheden met statief: Stel de laserstraal op de ge- wenste hoogte af. Breng de hoogte op de bestemmings- plaats over of controleer de hoogte. Werkzaamheden zonder statief: Bepaal het hoogteverschil tussen laserstraal en hoogte op het referentiepunt. Breng het gemeten hoogteverschil op de bestemmingsplaats over of controleer het gemeten hoogteverschil. Bij het meten over een grote afstand moet u het meetgereed- schap altijd in het midden van het werkoppervlak en op een statief opstellen om storende invloeden te beperken. – Monteer bij werkzaamheden op onstabiele bodem het meetgereedschap op het statief 63. Zorg ervoor dat het anti-driftsysteem geactiveerd is om foute metingen bij be- wegingen van de bodem of schokken van het meetgereed- schap te vermijden. Storingen verhelpen Storingen met foutcodes De foutcode van een storing wordt op het display weergegeven. – Verhelp de storing (zie „Oplossing”). – Druk daarna tegelijk op de toetsen Centre-Line-modus 19 en signaaltoon/volume 24. Als de storing met succes werd verholpen, verdwijnt de aanduiding van de foutcode en de automatische ni- vellering start (zie „Automatisch waterpassen”, pagina 139). Blijft de storing bestaan, dan moet u het meetgereedschap bij een Bosch-klantendienst laten controleren. Indicatie foutcode Probleem Oplossing 001 De x-as van het meetgereedschap bevindt zich buiten het zelfnivelleerbereik van ca. 8,5 % (5°). – Herpositioneer het meetgereedschap langs de x-as. 002 De y-as van het meetgereedschap bevindt zich buiten het zelfnivelleerbereik van ca. 8,5 % (5°). – Herpositioneer het meetgereedschap langs de y-as.

  • (GRL 500 HV) De z-as van het meetgereedschap bevindt zich buiten het zelfnivelleerbereik van ca. 8,5 % (5°). – Herpositioneer het meetgereedschap in de verticale modus langs de z-as. OBJ_BUCH-1960-005.book Page 146 Wednesday, March 28, 2018 11:41 AMNederlands | 147 Bosch Power Tools 1 609 92A 4DX | (28.3.18) Storingen zonder foutcodes 004 Meetgereedschap staat na een positieveran- dering meer dan 8,5 % scheef. – Herpositioneer het meetgereedschap. Bij de eenassige hellingsmodus werd het hel- lingsbereik van ±8,5 % overschreden. –Druk op de hellingstoets 18 of 20 tot een hellingswaarde on- der 8,5 % aan het display weergegeven wordt (zie „Hellings- instelling”, pagina 139). 005 Duur van de automatische nivellering is over- schreden. Meetgereedschap kan niet geni- velleerd worden. – Plaats het meetgereedschap op een stabiele ondergrond of het monteer het stabiel op een statief. De omgeving moet tril- lingsvrij zijn. 006 De gewenste helling bij de eenassige hel- lingsmodus wordt niet bereikt. – Plaats het meetgereedschap op een stabiele ondergrond of het monteer het stabiel op een statief. De omgeving moet tril- lingsvrij zijn. 007 De rotatiekop van de laser roteert niet. – Druk tegelijkertijd op de toetsen Centre-Line-modus 19 en Signaaltoon/volume 24. – Schakel het meetgereedschap uit (zie „Uitschakelen”, pagina 137). – Schakel het meetgereedschap opnieuw in. 008 Tijdens het zoeken in de Centre-Line-modus vindt de laserstraal tot aan het einde van het zwenkbereik niet het ontvangstveld van de laserontvanger. – Controleer of de visuele verbinding tussen meetgereedschap en laserontvanger onderbroken werd en herpositioneer het meetgereedschap eventueel. Als de fout blijft bestaan, verminder dan de afstand tussen meetgereedschap en laserontvanger. 009 Door externe invloeden (zoals bijv. val of krachtige stoten) is de Centre-Line-modus gestoord. – Herpositioneer het meetgereedschap. Plaats het meetgereedschap op een stabiele ondergrond of het monteer het stabiel op een statief. De omgeving moet tril- lingsvrij zijn. – Start de zoekloop opnieuw om de middenlijn te vinden (zie „Centre-Line-modus”, pagina 140). Zorg ervoor dat tijdens het zoeken het zwenkbereik van de la- serstraal niet wordt onderbroken door personen of andere optische obstakels. Als de fout blijft bestaan, verminder dan de afstand tussen meetgereedschap en laserontvanger. 020 Algemene fout – Druk tegelijkertijd op de toetsen Centre-Line-modus 19 en Signaaltoon/volume 24. – Schakel het meetgereedschap uit (zie „Uitschakelen”, pagina 137). – Schakel het meetgereedschap opnieuw in. 033 Omgevingsverlichting is voor de laserontvan- ger te helder. – Beschaduw het ontvangstveld. Probleem Oplossing Meetgereedschap of laserontvanger kan niet ingescha- keld worden. – Plaats het meetgereedschap op een stabiele ondergrond of het mon- teer het stabiel op een statief. De omgeving moet trillingsvrij zijn. Blijft de fout bestaan, neem dan met een geautoriseerde Bosch-klan- tendienst contact op. – Laad de accu van het meetgereedschap op (zie „Accu's van meetge- reedschap en laserontvanger laden”, pagina 135). – Schakel het meetgereedschap opnieuw in. Blijft de fout bestaan, neem dan met een geautoriseerde Bosch-klan- tendienst contact op. De accu's van meetgereedschap en/of laserontvanger worden niet geladen. – Wacht tot het meetgereedschap en/of de laserontvanger (opnieuw) het optimale laadtemperatuurbereik (0 °C
  • +40 °C) bereik(t)en. Indicatie foutcode Probleem Oplossing OBJ_BUCH-1960-005.book Page 147 Wednesday, March 28, 2018 11:41 AM148 | Nederlands 1 609 92A 4DX | (28.3.18) Bosch Power Tools Onderhoud en service Onderhoud en reiniging – Houd de rotatielaser, het oplaadapparaat en de laseront- vanger altijd schoon. – Dompel de rotatielaser, het oplaadapparaat of de laseront- vanger niet in water of andere vloeistoffen. – Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen. – Reinig in het bijzonder de vlakken bij de laseropening van de rotatielaser regelmatig en let daarbij op pluizen. Klantenservice en gebruiksadviezen Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderde- len. Explosietekeningen en informatie over vervangingson- derdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com Het Bosch-team voor gebruiksadviezen helpt u graag bij vra- gen over onze producten en toebehoren. Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderde- len altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer vol- gens het typeplaatje van het product. Nederland Tel.: (076) 579 54 54 Fax: (076) 579 54 94 E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com België Tel.: (02) 588 0589 Fax: (02) 588 0595 E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com Vervoer Op de meegeleverde Lithium-Ion-accu’s zijn de eisen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen van toepassing. De accu’s kun- nen door de gebruiker zonder verdere voorwaarden over de weg worden vervoerd. Bij de verzending door derden (bijv. luchtvervoer of expedi- tiebedrijf) moeten bijzondere eisen ten aanzien van verpak- king en markering in acht worden genomen. In deze gevallen moet bij de voorbereiding van de verzending een deskundige voor gevaarlijke goederen worden geraadpleegd. Verzend accu’s alleen als de behuizing onbeschadigd is. Plak blootliggende contacten af en verpak de accu zodanig dat de- ze niet in de verpakking beweegt. Neem ook eventuele overige nationale voorschriften in acht. Afvalverwijdering Rotatielaser, oplaadapparaat, laserontvanger, accu’s, toebehoren en verpakkingen moeten op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled. Gooi rotatielaser, oplaadapparaat, laserontvan- ger, accu’s en batterijen niet bij het huisvuil. Alleen voor landen van de EU: Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU moeten niet meer bruikbare meetgereedschappen en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG moeten defecte of lege accu’s en batte- rijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu ver- antwoorde wijze worden hergebruikt. Geïntegreerde accu's mogen alleen voor het afvoeren door geschoold personeel verwijderd worden. Door het openen van de behuizingsschaal kan het meetgereed- schap vernietigd worden. Om de accu uit het meetgereedschap te nemen, moet de accu helemaal ontladen zijn. Draai de schroeven op de behuizing eruit en haal de behuizingsschaal eraf om de accu te verwijde- ren. Om een kortsluiting te verhinderen, maakt u de aanslui- tingen bij de accu afzonderlijk na elkaar los en isoleert u daar- na de polen. Ook bij volledige ontlading is nog een restcapaciteit in de accu voorhanden die bij kortsluiting vrij kan komen. Accu’s en batterijen: Li-ion: Lees de aanwijzingen in het gedeelte „Vervoer”, pagina 148 en neem deze in acht. Wijzigingen voorbehouden. Terwijl meetgereedschap en laserontvanger ingescha- keld waren, werd de accu van de laserontvanger leeg. – Druk op de toets reset 13. Het meetgereedschap wordt uitgeschakeld. De laserontvanger is defect, is geblokkeerd of ging ver- loren en het diefstalalarm wordt geactiveerd. – Druk op de toets reset 13. De signaaltoon en het meetgereedschap worden uitgeschakeld. Bij de laserontvanger treedt een tijdelijke softwaresto- ring op. – Druk voor het resetten van de laserontvanger in de toe- stand bij levering tegelijk op de aan-/uittoets 17 en de toets instelling meetnauwkeurigheid 23. De standaardinstellingen voor meetnauwkeurigheid (ge- middeld), displayverlichting (geactiveerd), eenhedenin- dicatie (mm) en signaaltoon (normaal) worden opnieuw ingesteld. Probleem Oplossing OBJ_BUCH-1960-005.book Page 148 Wednesday, March 28, 2018 11:41 AMDansk | 149 Bosch Power Tools 1 609 92A 4DX | (28.3.18) Dansk Indholdsfortegnelse Sikkerhedsinstrukser p. 150
  • Rotationslaser p. 150
  • Akku-ladeaggregat p. 151
  • Lasermodtager/fjernbetjening p. 151
  • Beskrivelse af produkt og ydelse p. 151
  • Beregnet anvendelse p. 151
  • Rotationslaser GRL 500 H p. 151
  • Rotationslaser GRL 500 HV p. 151
  • Lasermodtager LR 50 p. 151
  • Illustrerede komponenter p. 152
  • Tekniske data p. 153
  • Montering p. 154
  • Oplad batterierne fra måleværktøjet og lasermodtageren (se figur A – B) p. 154
  • Indikator ladetilstand p. 154
  • Opladning af akku p. 155
  • Henvisninger til optimal håndtering af akkuen p. 155
  • Brug p. 155
  • Ibrugtagning p. 155
  • Måleværktøj opstilles p. 155
  • Betjening af måleværktøj (se Fig. C) p. 155
  • Driftstilstande p. 155
  • Tænd/sluk p. 155
  • Ibrugtagning p. 155
  • Start p. 156
  • Stop p. 156
  • Hviletilstand p. 156
  • Automatisk slukning p. 156
  • RTC (Real Time Clock)-batteri p. 156
  • Tyverisikrings-alarmsystem p. 157
  • Aktivering af tyverisikringsalarmsystem p. 157
  • Anvendelsestilfælde for tyverisikringsalarmsystemet p. 157
  • Visninger til kontrol af kalibreringen (kalibreringsadvarsel) p. 157
  • Deaktivering af visninger af kalibreringsadvarsel p. 157
  • Anbefalet fremgangsmåde efter en visning til kontrol af kalibreringen p. 157
  • Funktioner p. 158
  • Forløb for X- og Y-aksen p. 158
  • Rotationsfunktion p. 158
  • Oversigt over driftstilstande p. 158
  • Automatisk nivellering p. 158
  • Automatisk nivellering efter tænding p. 158
  • Automatisk nivellering under drift p. 158
  • Enakset hældningsfunktion p. 158
  • Hældningsindstilling p. 158
  • Centre-Line-tilstand (se Fig. D) p. 158
  • Fremskyndelse af søgning efter lasermodtagerens midterlinje p. 159
  • Anti-Drift-system (ADS) p. 159
  • Deaktivering af Anti-Drift-system (ADS) p. 159
  • Linjefunktion (Line Control) i vertikaltilstand (GRL 500 HV) p. 159
  • Centre-Line-tilstand ved linjefunktion (Line Control) (se Fig. E) p. 159
  • Fremskyndelse af søgning efter lasermodtagerens midterlinje p. 160
  • Visning af relativ højde (se Fig. F) p. 160
  • Arbejde med lasermodtager p. 160
  • Trådløs forbindelse mellem måleværktøj og fjernbetjening/lasermodtagere p. 160
  • Indstilling af signaltone/lydstyrke p. 160
  • Valg af indstilling for visning af midterlinje p. 160
  • Retningsindikatorer Strobe Shield p. 161