GRL 500 HV Professional - Laserwaterpas BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GRL 500 HV Professional BOSCH in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - GRL 500 HV Professional BOSCH
Gebruikersvragen over GRL 500 HV Professional BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Laserwaterpas in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GRL 500 HV Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GRL 500 HV Professional van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING GRL 500 HV Professional BOSCH
Veiligheidsvoorschriften 131
Rotatielaser 131
Acculader 132
Laserontvanger en afstandsbediening 132
Product-envermögensbeschrijving. 133
Gebruik volgens bestemming 133
Rotatielaser GRL 500 H. 133
Rotatielaser GRL 500 HV 133
Laserontvanger LR 50 133
Afegebeelde componenten 133
Accu's van meetgereedschap en laserontvanger laden
(zie afbeeldingen A-B) 135
Indicatie oplaadtoestand 135
Accu opladen 136
Aanwijzingen voor de optimale omgang met de accu . 136
Gebruik 136
Ingebruikneming 136
Meetgereedschap opstellen 136
Meetgereedschap bedieren (zie afbeelding C) 136
Bedrijfstoestanden 136
In-en uitschakelen 136
Ingebruinkeming 137
Inschakelen 137
Uitschakelen 137
Rustmodus 137
Automatische uitschakeling 137
RTC (Real Time Clock)-batterij 138
Diefstalalarmsysteme 138
Diefstalarmsystemeactiveren 138
Gebruikssituaties van het diefstalalarmsystemeem.....138
Indications voor het controleren van de kalibratie
(kalibratiewaarschuwing) 138
Indicaties kalibratiewaarschuwing verbergen 139
Aanbevolen werkwijze na een individatie voor het
controleren van de kalibratie 139
Functies 139
Verloop van X-en Y-as 139
Rotatiefunctie 139
Overzicht modi 139
Automatische nivelling na het inschakenen 139
Automatische nivellering tijdens het bedrijf 139
Hellingfunctie voor een as 139
Hellingsinstelling 139
Centre-Line-modus (zie afbeelding D) 140
Vinden van de middenlijn van de laserontvanger versnellen 140
Lijnbedrijf (Line Control) in de verticale modus (GRL 500 HV) 141
Centre-Line-modus bij lijnbedrijf (Line Control) (zie afbeelding E) 141
Vinden van de middenlijn van de laserontvanger versnellen 141
Indicatie relatieve hoothe (zie afbeelding F) 141
Werkzaamheden met laserontvanger 141
Radiooverbinding tessen meetgereedschap en afstandsbediening/laserontvangers 141
Signaaltoon/volume instellen 142
Instelling van de individatie middenlijn kiezen 142
Richtingindications. 142
Veiligheidsfunctie Strobe ShieldTM 142
Markeren 142
Displayverlichting. 142
Bevestigen met meetlathouder (zie afbeelding G) .143
Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap ...143
Nauwkeurigheidsinvloeden 143
Nivelleernauwkeurigheid bij horizontale positie controleren. 143
Nivelleernauwkeurigheid bij verticale positie
controleren (GRL 500 HV) 143
Meetereedschap kalibreren 144
Kalibratie x-as 144
Kalibratie y-as 144
Kalibratie z-as (GRL 500 HV) 145
Tips voor de werkzaamheden 145
Indicatie van de eenheden instellen 145



Nederlandsl 131
Laserbril (toebehoren) 145
Werkzamheden met het statief (toebehoren) 145
Werkzaamheden met muurhouser en richteenheid (toebehoren) 146
Werkzamheden met de meetlat (toebehoren) (zie afbeeling H) 146
Toepassingsvoorbeelden 146
Diepte van bouwputten controleren (zie afbeeling) 146
Storingenverhelpen 146
Storingen met foutcodes 146
Storingen zonder foutcodes 147
Onderhoud en service 148
Onderhoud en reiniging 148
Klantenservice engebruiskadviezen 148
Nederland 148
Belgié 148
Vervoer 148
Afvalverwijdering. 148
Veiligheidsvoerschriften
Rotatielaser

Alle instructies要去en gelezen en in acht genomen worden om met het meetgereedschap zonder gevaar en veilig te werken. Als het meetgereedschap Niet volgens de voorhanden instructies gebruikt worden,
kunnen de geintegreerde veiligheidsvoorzieningen in het meetgereedschap gehinderd worden. Maak waarschuwings stickers op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES ZORGVULDIG EN GEEF ZE BIJ HET DOORGEVEN VAN HET MEETGEREEDSCHAP MEE.
Voorzichtig - wanner andere dan de hier vermelde bedienings- en instelvoorzieningen worden gebruikt of andere procedures worden uitgevoerd, kan dit tot gelevaarlijke stralingsblootstelling leiden.
Het meetgereedschap worden geleverd met een waarschuwingsplaatje (in de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen aangeduid met nummer 8).

Als de tekst van het waarschuwingsplaatje Niet in de taal van uw land is, plak er dan voor de eerste ingebruikneming de meegeleverde sticker in de taal van uw land op.

Richt de laserstraal Niet op Personen of dieren en kijk Niet zich in de directe de reflecterende laserstraal. Daardoor kurz u Personen verblinden, ongevaln veroorzaken of het oog beschadigen.
Als laserstraling het oog raakt, dan moeten de ogen bewust gesloten worden en要去 het hoofd onmiddelijkuit de straal bewogen worden.
Breng geen wijzigingen aan de lasinerrichting aan.
Gebruik de laserbril Niet als veriligeidsbril. De laserbril dient voor het better herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescherming gegen de laserstralen.
- Gebruik de laserbril Niet als zonnebril en Niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming gegen ultravioletstralen en verminder de waarneming van kleuren.
Laat hetmeetgereedschap repareren door gekwalifi- ceerd, vakkundig personeel en alleen met originele verrangingsonderdelen. Daarmee worden gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
Laat kinderen het lasermeetgereedschap nicht zonder toezicht gebruiken. Anders konnen Personen worden verblind.
Werk met het meetgereedschap Niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistofen,brandbare gassen of brandhaar stof bevinden. In het meetgereedschap konnen vonken ontstaand die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.

Beschem het meetgereedschap gegenitte, bij-. Voorbeeld ook gegen voortdurend zonlicht, vuur, water en vocht. Er bestaat explosiegevaar.
Bij verkeerd gebruik kan vloeistof uit de accu lekken. Voorkom contact daarmee. Spoel bij onvoorzien contact met water af. Wanner de vloeistof in de ogen komt, dient u bovendien een arts te raadplegen. Gelekte accuvloeistof kan tot huidirritaties en verbrandingen leiden.
Bij beschadiging en onjuist gebruik van de accu kunn er dampen vrijkomen. Zorg voor frisse lustch en raadpleeg bij klachten een arts. De dampen kunnen de luchtwegen irriteren.
Laad de accu alleen met het meegeleverde oplaadappaar op. Voor een oplaadapparaat dat voor een bepaald type accu geschikt is, bestaat brandgevaar wanner het met andere accu's wordt gebruikt.

Breng het meetgereedschap en het laserdoelpanseel Niet in de buurt van een pacemaker. De magneten van meetgereedschap en laserdoelpanseel brengen een veld voort dat de functie van een pacemaker nadelig kan beinvloeden.

132|Nederlands
Houd het meetgereedschap en het laserdoelpaneel uit de buurt van magnetische gevevensdragers en magnetisch gevoelige apparatuur. Door de werking van de magneten van meetgereedschap en laserdoelpaneel kan onherroepelijk geveensverlies optreden.
Acculader

Lees alle veiligheidswaarschuwingen en alle voorschriften. Als de waarschuwingen en voorschriften Niet worden opgevolgd, kan dit een elektrische schok, brand of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Dit oplaadapparaat is nicht bestemd voor het gebruik door kinderen en personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijkke capaciteiten of gebrekkige ervaring en kennis. Dit laadapparaat kan door kinderen vanaf 8aar alsook door personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijkke capaciteiten of ontbrekende ervaring en kennis gebruikt worden als deze onder toezicht staan van een voor hun veriligheid verantwoordelijkke persoon of over het veilige gebruik van het laadapparaat geinformeerd werden en de hiermee gpaaard gaande gezaren verstaan.
Anders bestaat er gevaar voor foute bediening en verwondingen.
Houd kinderen in het oog bij gebruik, reiniging en onderhoud.
Hierdoor worden gegarandeerd dat kinderen nicht met het oplaadapparaat spelen.

Houd het oplaadapparaatuitde buurt van regen en vocht. Het binnendringen van water in het oplaadapparaat vergroot het risico van een elektrische schok.
Laad het meetgereedschap alleen met het meegelever de oplaadapparaat.
Houd het oplaadapparaat schoon. Door verruilingbestaat gevaar voor een elektrische schok.
Controller voor elk gebruik oplaadapparaat, kabel en stekker. Gebruik het oplaadapparaat Niet als u een beschadigbing heb vastgesteld. Open het oplaadapparaat Nietzfel en laat het alleen door gekwalificerd personel en alleen met origineeervangingsonderdelen repareren. Beschadigde oplaadapparaten, kabels en stekkers vergroten het risico van een elektrische schok.
- Gebruik het oplaadapparaat Niet op een gemakkelijk brandbare ondergrond (zoals papier of textiel) of in een brandbare omgeving. Vanwege de bij het opladen optredende verwarming van het oplaadapparaat bestaat brandgevaar.
Bij beschadiging en onjuist gebruik van de accu kuren er dampen vrijkomen. Zorg voor frisse lucht en raadpleeg bij klachten een arts. De dampen kuren de luucht-logen irriteren.
Laserontvanger en afstandsbediening

Lees alle voorschriften en neem deze in acht. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN GOED.
Laat hetmeetgereedschap repareren door gekwalifie- ceerd, vakkundig personeel en alleen met originele verrangingsonderdelen. Daarmee worden gewaarborgd dat de veilgheid van het meetgereedschap in stand blijft.
Werk met het meetgereedschap Niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistofen,brandbare gassen of brandhaar stof bevinden. In het meetgereedschap+kennen vonken ontstaand die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.

Beschem het meetgereedschap gegenitte, bij-. Voorbeeld ook gegen voortdurend zonlicht, vuur, water en vocht. Er bestaat exposiegevaar.
Bij verkeerd gebruik kan vloeistof uit de accu lekken. Voorkom contact daarmee. Spoel bij onvoorzien contact met water af. Wanner de vloeistof in de ogen komt, dient u bovendien een arts te raadplegen. Gelekte accuvloeistof kan tot huidirritaties en verbrandingen lei den.
Bij beschadiging en onjuist gebruik van de accu kuren er dampen vrijkomen. Zorg voor frisse lusten raadpleeg bij klachten een arts. De dampen kuren de lucht-logen irriteren.
Laad de accu alleen met het meegeleverde oplaadapparaat op. Voor een oplaadapparaat dat voor een bepaald type accu geschikt is, bestaat brandgevaar wanner het met andere accu's worden gebruikt.







Nederlandsls|133
Product- en vermogensbeschrijving
Gebruik volgens bestemming
Rotatielaser GRL 500 H
Het meetgereedschap is bestemd voor het bepalen en contro- Ieren van nauwkeurig verticale hoogteverlopen.
Het meetgereedschap is bestemd voor gebruik buitenshuis, maar kan ook binnenschuis worden gebruikt.
Rotatielaser GRL 500 HV
Het meetgereedschap is bestemd voor het meten en contro-leren van nauwkeurig waterpas verlopende hoogtelijnen, verticale lijnen, vluchtlijnen en loodpunten.
Het meetgereedschap is bestemd voor gebruik buitenshuis, maar kan ook binnenschuis worden gebruikt.
Laserontvanger LR 50
De laserontvanger is bestemd voor het nsel vinden van roterende laserstralen en voor de afstandsbediening van de rotatielaser.
De laserontvanger is geschikt voor gebruik binnen en buiten.
Opmerking: De LR 50 dient zowel als laserontvanger alsook als afstandsbediening. Voor een betere leesbaarheid van de beschrijvingen en aanwijzingen worden in de volgende tekst de LR 50 als „laserontvanger" aangeduid.
Afegebelede componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeeldingen van rotatielaser, oplaadapparaat en laserontvanger op de pagina's met afbeeldingen.
Rotatielaser
1 Loodstraal (GRL 500 HV)
2 Uitgang laserstraal
3 Prisma-afdekking (aluminium, glas)
4 LED diefstalalarm
5 Laadcontacten voor laserontvanger
6 Laad-/bewaarstation voor laserontvanger
7 Laserstraal
8 Laser-waarschuwingssplaatje
9 Serienummer rotatielaser
10 Statiefopname 5 / 8'' (vertical) GRL 500 HV
11 Afscherming oplaadaansluiting
12 Statiefopname 5 / 8" (horizontal)
13 Toets reset
14 Contactbus voor oplaadstekker
Laserontvanger
15 Display
16 Middenmarkering
17 Aan/uit-toets
18 Hellingstoets boven
19 Toets Centre-Line-modus
20 Hellingstoets onderaan
21 Toets rustmodus
22 Toets diefstalalarm
23 Toets Instelling meetnauwkeurigheid
24 Toets signaaltoon/volume
25 Toets kalibratie
26 Ontvangstveld voor laserstraal
27 Serienummer laserontvanger
28 Laadcontacten
Indicatie-elementen laserontvanger
29 Acculaadindicatie rotatielaser
30 Acculaadindicatie laserontvanger
31 Tekstindicatie helling/fouten
32 Tekstindicatie relatieve hoogte/kalibratie-interval
33 Indicatie draadloze verbinding
34 Indicatie temperatuurwaarschuwing
35 Indicatie kalibratie-interval
36 Indicatie diefstalalarm
37 Indicatie niveleerwaarschuwing
38 Indicatie waarschuwing voor schok
39 Richtingsindicatie „Laserstraal boven middenlijk"
40 Richtingsindicatie „Laserstraal onder middenlijn"
41 Indicatie hellingsmodus
42 Indicatie Centre-Line-modus
43 Indicatie middenlij
44 Indicatie rustmodus
45 Indicatie signaaltoon/volume
46 Indicatie meetnauwkeurigheid ,fijn
47 Indicatie meetnauwkeurigheid gemiddeld
48 Indicatie meetnauwkeurigheid gro
Laadapparaat
49 Oplaadapparaat
50 Oplaadstekker
51 Aansluitstekker
52Netstekker
Toebehorenervangingsonderdelen
53 Meetlathouder
54 Vastzetschroef van de meetlathouder
55 Bouwlaser-meetlat
56 Bevestigingschroef van de meetlathouder
57 Waterpas van de meetlathouder
58 Inschuifframe voor laserontvanger
59 Muhrhouserichteinheid
60 Bevestigingsschroef van de wandhouser
61 Schroef op richteenheid
62 5/8"-schroef op muurhouser
63 Statief
64 Laserbril
65Opbergkoffer
Niet elk afgebeeld en beschreiben toebehoren worden standaard meegeleverd. Het volledige toebehoren vindt u in ons toebehorenprogramma.







134 | Netherlands
Technische gegevens
| Rotatielaser | GRL 500 H | GRL 500 HV |
| Productnummer | 3601 K61 A.. 3601 K61 B.. | |
| Werkbereik (radius) | ||
| - Zonder laserontvanger ca. 1) | 10 m | 10 m |
| - Met laserontvanger ca. | 250 m | 250 m |
| Nivelleernauwkeurigheid 2)3) | ||
| - Horizontaal | ±0,1 mm/m | ±0,1 mm/m |
| - Verticaal | - | ±0,1 mm/m |
| Zelfnivelleerbereik kenmerkend | ±8,5% (±5°) ±8,5% (±5°) | |
| Nivelleertijd kenmerkend | 15 s 15 s | |
| Rotatiesnelheid | 600 min-1 | 600 min-1 |
| Hellingfunctie één as | ||
| (via toetsbord en display-indicatie instelbaar) | ±8,5% | ±8,5% |
| Nauwkeurigheid 2) | ±0,1% | ±0,1% |
| Diefstalalarmsysteme | ● | ● |
| Indicatie kalibratie-interval | ● | ● |
| Bedrijfstemperatuur | -10...+50°C -10...+50°C | |
| Bewaartemperatuur | -20...+70°C -20...+70°C | |
| Relatieve luchtvochtigheid max. | 90% 90% | |
| Max.inzehoogte oven referentiehoogte | 2000 m 2000 m | |
| Laserklasse | 2 | 2 |
| Lasertype | 635 nm, <1 mW | 635 nm, <1 mW |
| Divergentie laserlijn | 0,4 mrad (volle hoek) | 0,4 mrad (volle hoek) |
| Ø Laserstraal bij de opening ca. 2) | 4 mm | 4 mm |
| Gebruiks Frequentiebereik | 863-870 MHz | 863-870 MHz |
| Zendvermogen max. | 20 mW | 20 mW |
| Statiefopname | ||
| - Verticaal | 5/8" | 5/8" |
| - Horizontaal | - | 5/8" |
| Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014 | 2,3 kg | 2,3 kg |
| Afmetingen (length x bredte x hoogte) | 234 x 217 x 194 mm | 234 x 217 x 194 mm |
| Beschermingsklasse | IP 56 (bescherming gegen stofen waterstralen) | IP 56 (bescherming gegen stofen waterstralen) |
| Accu | Li-Ion | Li-Ion |
| Nominate spanning | 7,4 V | 7,4 V |
| Capaciteit | 3 Ah | 3 Ah |
| Aantal accucellen | 4 | 4 |
| Gebruiksduur ca. | 25 h | 25 h |
| 1) De reikwijdte (radius) kan afnemen door ongustige omgevingsomstandigheden (zoals fel zonlicht). | ||
| 2) bij 20 °C | ||
| 3) langs de assen | ||
| Het serienummer 9 op het typeplaatje diest voor de eenduidige identificatie van uw rotatielaser. | ||





Nederlandsl 135
| Laserontvanger en afstandsbediening | LR 50 |
| Productnumber | 3601 K69 A.. |
| Te ontvangen golfänge | 625-645 nm |
| Werkbereik (radius)1)2) | |
| -Laserontvanger met rotatielaser | 250 m |
| -Afstandsbediening | 150 m |
| Ontvangsthoek | 70° (±35°) |
| Meetnauwkeurigheid3) | |
| -Instelling „fijn" | ±1 mm ±2 mm |
| -Instelling „middel" | ±3 mm ±5 mm |
| -Instelling „grof" | ±7 mm ±10 mm |
| Displaygrootte | 62 x 31 mm |
| Ontvangstoppersvlakte | 100 x 18 mm |
| Bedrijfstemperatuur | -10°C ... +50°C |
| Bewaartemperatuur | -20°C ... +70°C |
| Relatieve luchtvochtigheid max. | 90 % |
| Max.inzehoogte oven referentiehoogte | 2000 m |
| Gebruiks Frequentiebereik | 863-870 MHz |
| Zendvermögen max. | 20 mW |
| Activeringsinstalling voor rustmodus - Toetsen worden longer dan 30 min. Niet bediend - Laserstraal worden longer dan 30 min. Niet ontvangen | ● ● |
| Diefstalalarmsysteme | 0-150 m |
| Indicatie kalibratie-interval | ● |
| Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014 | 0,3 kg |
| Afmetingen (length x breedex hoopte) | 152 x 77 x 32 mm |
| Beschermingsklasse | IP 56 (bescherming gegen stof en waterstralen) |
| Accu | Li-Ion |
| Nominale spanning | 7,4 V |
| Capaciteit | 1 Ah |
| Aantal accucellen | 2 |
| Gebruidsduur ca. | 25 n4) |
| 1) De reikwijdtte (radius) kan afnemen door ongunstige omgevingsomstandigheden (zoals fel zonlicht). | |
| 2) Afhankelijk van afstandussen laserontvanger en rotatielaser | |
| 3) bij een afstand van 30 m | |
| 4) bij gedexeactiveerde displayverlichting | |
| Voor de ondubelzinnige identificatie van uw laserontvanger/uw afstandsbedieningClient het serienummer 27 op het typeplaatje. | |
| Oplaadapparaat | |
| Productnummer 2 610 A16 4.. | |
| Oplaadtijd | ca. 3 h |
| Oplaadspanning accu | 12 V= |
| Laadstroom | 5 A |
| Isolatieklasse | ☐/☐ |
Montage
Accu's van meetgereedschap en laserontvanger laden (zie afbeeldingen A-B)
Gebruik geen ander oplaadapparaat. Het meegeleverde oplaadapparaat is afgestemd op de in het meetgereed-schap ingebouwde lithiumionaccu.
Let op de netspanning! De spanning van de stroombron moet overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje van het oplaadapparaat.
LET OP Meetgereedschap en laserontvanger mo- gen alleen in droge binnenruimtes gela
den worden. De laadkabel is voor het laden buiten of in vochtige omgeving Niet toegestaan.
Opmerking: De accu's van meetgereedschap en laserontvanger worden gedeelelijk geladen geleverd. Om het maximale vermogen van de accu's te garanderen, dient u de accu's voor het eerste gebruik volledig op te laden.
De Lithium-Ion-accu kan op elk moment worden opgeladen zonder de levensduur te verkorten. Een onderbreking van het opladen schaatd de accu Niet.
Indicatie oplaadtoestand
Om de acculaadtostand van meetgereedschap en laserontvanger wee te geven, moet het meetgereedschap ingeschakeld worden (zie „Inschakenen", pagina 137).
| Displayindi-caties | Betekenis Capaciteit | Resterende meettijd ca. |
| 29 | Accu is volledig opgeladen. | 60-100% 15-25 h |
| 30 | ||
| 29 | Accu is geleel- telijk ontladen. | 40-60% 10-15 h |
| 30 | ||
| 29 | Accu is geleel- telijk ontladen. | 20-40% 5-10h |
| 30 | ||
| 29 | Accu is geleel- telijk ontladen. | 10-20% 2,5-5h |
| 30 | ||
| 29 | Accu moet op- geladen worden. | 0-10% 0-2,5h |
| 30 |
Is het meetgereedschapuitgeschakeld en de laserontvanger in het laad-/bewaarstation 6, dan kan de acculaadtoestand als volgt weergegeven worden:
136|Nederlandsl

Druk op de toets rustmodus 21 tot een signaltoon werkblinkt. De acculaadindicaties 29 en 30 worden weergven.
Na 5 s schakelt de displayverlichting opnieuw UIT.
Accu opladen
- Reinig verwulde laadcontacten met een droge doeck.
- Steek de aansluitstekker 51 in de waarvoor bestemde bus aan de lader 49.
Het meetgereedschap kan onafhankelijk van de laserontvanger opgeladen worden, de laserontvanger alleen samen met het meetgereedschap.
Meetgereedschap (zie afbeelding A):
- Open de afdekking 11 van de laadbus 14.
- Steek de netstekker 52 in de contactdoos en de laadstekker 50 in de laadbus 14.
Laserontvanger (zie afbeeling B):
- Schuif de laserontvanger in het laad-/bewaarstation 6.
- Open de afdekking 11 van de laadbus 14.
- Steek de netstekker 52 in de contactdoos en de laadstekker 50 in de laadbus 14.
Displayindications Betekenis
29

Accu's worden geladen.
Bij het laden knipperen de segmenten na elkaar.
Na net laden schakelen het meetgereedschap en de laserontvangeruit.
Als het oplaadapparaat langdurig Niet worden gebruikt, dient u de verbinding met het stroomnet te verbreken.
Beschem het oplaadapparaat gegen water en vocht.
Aanwijzingen voor de optimale omgang met de accu
Bewaar het meetgereedschap en de laserontvanger alleen in het toegestane temperatuurbereik, zich „Technische gevevens”. Laat ze bijv. in de zomer Niet in de auto liggen.
Een duidelijk kortere gebruksduur na het opladen duidt erop dat de accu versleten is en moet worden verwangen.
Neem de voorschriften ten aanzien van de afvalverwijdering inucht.
Gebruik
Ingebruikneming
Beschem het meetgereedschap en de laserontvanger gegen vocht en direct zonlicht.
Stel het meetgereedschap en de laserontvanger Niet aan extreme temperatuur of temperatuurschommelingen bloat. Laat ze bijv. Niet gedurende langere tijd in de auto litgen. Laat het meetgereedschap en de laserontvanger bij grotere temperatuurschommelingen eerst tempereeren voor u ze in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de precisie van meetgereedschap en laserontvanger verminderd worden.
Voorkom heftige schokken of vallen van het meetgereedschap. Na sterke externe inwerkingen op het meetgereedschap dient u, voordat u de werkzaamheden voortzet,.altijd een nauwkeurigheidscontroleuit te voeren (zie "Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap", pagina 143).
Meetgereedschap opstellen

Horizontale modus (GRL 500 H/ GRL 500 HV)

Verticale modus (GRL 500 HV)
Stel het meetgereedschap op een stabiele ondergrond in de horizontale of verticale stand op, monteer het op een statief of op de muurhouser 59 met afsteelenheid.
Vanwege de hoge nivelleernauwkeurigheid reageert het meetgereedschap zeer gevoelig op trillingen en verplaatsingen. Let waarom op een stabiele positie van het meetgereedschap om onderbrekingen van het gebruik door opnieuw nivelleren te voorkomen.
Meetgereedschap bedieren (zie afbeelding C)
Het meetgereedschap wordt met de toetsen aan de laserontvanger bediend. De bediening kan ofwel aan het meetgereedschap direct uitgevoerd worden (laserontvanger zit in het laad-/bewaarstation 6) of via een radioverbinding (laserontvanger fungeert als afstandsbediening).
Bedrijfstoestanden
Het system uit meetgereedschap en laserontvanger kent 3 bedrijfstoestanden:
-Inbedrijf
Alle functies van meetgereedschap en laserontvanger zich geactiveerd.
Zie,Inschakelen", pagina 137.
Rustmodus
De meeste functies van het meetgereedschap zich, om energie te sparen, gedurende maximaal 2 uur gedeactiveerd. Het diefstalalarmsystemen en het anti-driftsystemen blijven geactiveerd.
Alle instellingen (signaaltoon/volume,meetnauwkeurig
heid,helling etc. worden opgeslagen.
Zie,Rustmodus",pagea 137.
-Uitgeschakeld
Alle functies van meetgereedschap en laserontvanger zich geedgeactiveerd.
Zie „Uitschakelen“, pagina 137, en „Automatische uitschakeling“, pagina 137.
In- en uitschakelen
Richt de laserstraal Niet op Personen of dieren en kijk zich Niet in de laserstraal, ook Niet vanaf een grote afstand
Laat het ingeschakelde meetgereedschap Niet onbe heerd awhile en schakel het meetgereedschap na gebruik uit. Andere Personen können door de laserstraal verblind worden.




Nederlandls 137
Opmerking: Voor het gebruik van het meetgereedschap moet u alttijd een nauwkeurigheidscontrole uitvoeren (zie "Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap", pagina 143).
Ingebruikneming
Opmerking: Bij levering+zijn meetgereedschap en laserontvanger gepaard (= laserontvanger kan de afstandsbedienningsfunctiesuitvoeren).
Om energie te sparen, schakelt u het meetgereedschap en de laserontvanger alleen in als u ze gebruikt.
Inschakelen

- Om het meetgereedschap in te schakelen, schuift u de laserontvanger in het laad-/bewaarstation 6 en drukt u daarna op de aan-/uittoets 17.
of
-Schuif de laserontvanger in het laad-/bewaarstation 6 en haal hem opnieuw uit het laad-/bewaarstation. Daarna moet u, om het meetgereedschap in te schakelen, binnen 30 min. op de aan-/uittoets 17 drukken.
Resultaat
- Alle display-indications lichten kort op.
- De automatische nvellinger start (zie „Automatisch water-passen", pagina 139).
-Het anti-driftsysteme wordt 30 s na het automatisch nivel- leren geactiveerd (zie „Anti-driftsystem (ADS)”, pagina 140).
Daarna zendt het meetgereedschap de laserstraal 7 (GRL 500 H) of de laserstraal 7 en de loodstraal 1 (GRL 500 HV)uit.
Uitschakelen

- Druk gedurendeca.2 s op7e an

Aan het meetgereedschap knippert bij geactiveerd diefstalalarmsystem hem LED-diefstalarm 4.
Alle andereindicaties en de laserstraal zich uittgeschakeld. Het anti-driftsystem blijft geactiveerd.

Voor het beeindigen van de rustmodus drukt u opnieuw op de toets rustmodus 21.
De rustmodus worden automatisch ingeschakeld als de las laserstraal langer dan 30 min. het ontvangstveld 26 Niet doorloopt of als de toetsen van de laserontvanger langer dan 30 min. Niet bediend worden.
Opmerking: Zijn de laserontvanger en de rotatielaser langer dan 2aar in de rustmodus, worden beiden automatisch uittgeschakeld. Om in te schakelen moet de laserontvanger opnieuw in het laad-/bewaarstation 6 gestoken worden.
De standaardinstelling bij levering is [Rustmodus-functie gedeactiveerd].





Voor het activeren van de rustmodusfunctie drukt u bij ingeschakeld meetgereedschap gedurende ca. 2 seconde tegelijkkertijd op de aan/uit-toets 17 en de toets Rustmodus 21.
Op het display verschijnt gedurende ca. 3 seconden de neue toestand [Rustmodus-functie geactiveerd = SLP On] en de aanuiding Rustmodus 44.
Deinstalling wordt bij het uitschakeni niet opgeslagen. Het meetgereedschap start altijd met gedeactiveerde rustmodus-functie.
Voor het deactiveren van de rustmodusfunctie drukt u bij ingeschakeld meetgereedschap gedurende ca. 2 secondengetegelijkkertijd op de aan/uit-toets 17 en de toets Rustmodus 21.




Op het display verschijnt gedurende ca. 3 seconden de neue toestand [Rustmodus-functie gedeactiveerd = SLP OFF] en de aanduiding Rustmodus 44.
Automatische uitschakeling
Het meetgereedschap en de laserontvanger schakelen onder bepaalde omstandigheden automatischuit (resultaat zie „Uitschakelen", pagina 137):
-Het meetgereedschap bevindt zich langer dan 2,5 uur buiten hetzfelnivelleerbereik en deaaruitresulterende foutcode wordenietverholpen (zie „Storingenverhelpen",pageina146).
-Het meetgereedschap wordt bij geactiveerde rustmodus.
niet binnen 2 uur opniew ungeschakeld.
Resultaat
- De rotatie stopt, de laserstraal isuitgeschakeld.
- Alle display-indications en de displayverlichting worden uitgeschakeld.
Opmerking: Zijn de laserontvanger en de rotatielaser uittgeschakeld, dan moet de laserontvanger om in te schakelen opnieuw in het laad-/bewaarstation 6 gestoken worden.
Rustmodus
Met behulp van de laserontvanger kan het meetgereedschap gedurende maximaal 2 uur in de rustmodus gebracht worden.

-Voor het inschakelen van de rustmodus drukt u op de toets rustmodus 21.

In de rustmodus brandt aan de laserontvanger de indication rustmodus 44 en bij geactiveerd diefstal-alarmsysteme bijkomend de indicateie diefstal-alarm 36.



Bosch Power Tools 1609 92A 4DX(28.3.18)





138|Nederlands
- Het anti-driftsystem is longer dan 2,5 ur geactiveerd.
-Het meetgereedschap bevindt zich buiten het bedrijfstemperatuurbereik.

Voor het meetgereedschap en de laserontvanger automatisch uitschakelen, knippert naast een signaaltoon de indicatie temperatuurwaarschuwing 34 gedurende ca.5s.
Na de automatische uitschakeling:
Wacht eventueel tot het meetgereedschap en de laserontvanger zich opnieuw in het bedrijfstemperatuurbereik bevinden.
- Positioneer het meetgereedschap indien nodig opnieuw en schakel het wee in.
RTC (Real Time Clock)-batterij

Als na het inschaken de aanduiding Kalibratie-interval 35 gedurende ca. 10 seconden knippert, dan zich de RTC-batterij en de geintegreerde accu Zwak. Het kalibratie-interval worden nicht meer bewaakt.
- Neem contact op met een erkende Bosch-klantenserviceworkplaats.
Diefstalalarmsystem
Het systeem uit meetgereedschap en laserontvanger voorkomt diefstal door twee veiligheidsmechanismen:
-Het meetgereedschap kan alleen via de laserontvanger bediend worden; er bevindt zich geen bedieningsveld aan het meetgereedschap.
Zowel akoestisch alsook visueel wordt aan het meetgereedschap en aan de laserontvanger gesignaleerd als hetmeetgereedschap van het referentiepunt weg bewogen wordt.
Diefstalalarmsystemeimactiveren
De standaardinstelling in de toestand bij levering is [Diefstalarmsystemeistem gedeactiveerd].

Druk bij ingeschakeld meetgereedschap op de toets diefstalalarm 22. Het diefstalarmsystem is geactiveerd. De aanduiding Diefstalalarm 36 en de LED Diefstalalarm 4 branden.
De instelling van het diefstalalarmsystemeem wordt bij het uitschaken opgeslagen.
Omt deactiveren drukt u bijingeschakeld meetgereedschap op de toets Diefstalalarm 22.
Gebruikssituaties van het diefstalalarmsysteme
Toepassing Veiligheidsmechanisme
Meetgereedschapinge- Alarmsysteme geactiveerd
schakeld.
of
Meetgereedschap in derustmodus.

Indicatie diefstalalarm 36 brandt permanent

LED diefstalalarm 4 aan het meetgereedschap knippert langzaam
Toepassing Veiligheidsmechanisme
Meetgereedschap uitgeschakeld.
Laserontvanger uittgeschakeld en Niet in het laad-/bewaarstation 6.
Alarmsysteme gedeactiveerd Indicate diefstalalarm 36 wordt nicht weergegeben
LED diefstalalarm 4 aan het meetgereedschap brandt Niet
Wordt het meetgereedschap bij geactiveerd diefstalarmsysteme gedurende meer dan 5 s van de actuèle locatie weg bewogen, dan worden het alarmsysteme geactiveerd:
Aan het meetgereedschap en aan de laserontvanger worden een signaaltoon utigezonden. Het met A beoordeelde geluidsdrukniveau van de signala- toon bedraagt tot 110 dB(A) en kan Niet via de volume-in stelling van de normale signaltoon geregold worden.
Houd de laserontvanger nicht damit bij uwoor. Het luide geluid kan het gehoort beschaden.
- Alle bedieningsfuncties worden geblokeerd.

- De LED diefstalalarm 4 aan het meetgereed-schap knippert snel.

- De indicate tie diefstalalarm 36 aan de laserontvanger knippert.

Voorhetuitschakelen van het geactiveerde alarm drukt u op de toets diefstalalarm 22.
De signaaltoon verstomt.
Alle bedieningsfuncties worden gebedblokkeerd.
Alle instellenen worden teruggezet maar de standaardinstellungen bij het inschaken (zie "Inschaken", pagina 137).
Het diefstalalarmsysteme is opniew geactiveerd.
Indicaties voor het controlleren van de kalibratie (kalibratiewaarschuwing)
Moet de kalibratie van het meetgereedschap gecontroleerd worden, dan worden dit na het inschakenen van het display van de laserontvanger door verschillende indications in combinatie met de individatie „CAL" weergegeven.
Opmerking: De sensors voor een kalibratiewaarschuwing (kalibratie-interval, opslagtemperatuur, schokken van het meetgereedschap) zijn na de eerste ingebruikname actief.
Displayindications
Kalibratiewaarschuwing

brandt
Het kalibratie-interval (om de 12 maanden) is verstreten.

Indicatie kalibratie-interval 35 brandt

brandt
Hetmeetgereedschap werd buiten het opslagtemperatuurbereik bewaard.

Indicatie temperatuurwaarschuwing 34 brandt



Nederlandsl 139
Displayindications
Oorzaak
Kalibratiewaurschuwing

brandt

Indicatie schokwaarschuwing 38 brandt
Het meetgereedschap wer daen een intense schok blootgesteld (bjv. schok op de grond na een val).
Na een korte weergaveduur gaan de indications voor het controeren van de kalibratie uit en worden deze pas bij het inschaken opnieuw weergegeven.
Indicaties kalibratiewaarschuwing verbergen
U heb't de mogelijkheid om de indications te verbergen tot deoorzaak voor de kalibratiewaarschuwing opnieuw optreedt.

Druk, terwijil de kalibratiewaarschuwing weergegeven worden, gedurende ca. 2 s op de toets kalibratie 25.
De indications voor het controlleren van de kalibratie worden pas opnieuw weergegeven als deoorzaak voor de kalibratiewaarschuwing opnieuw optreedt.
Aanbevolen werkwijze na een individatie voor het controle- ren van de kalibratie
Handling zie pagina
1 Nivelleernauwkeurigheid controlleren 143
2a Afwijk op 30 m ligt binnen de maxi- maal toegestane grenzen van ± 3,0mm indicaties kalibratiewaarschuwing ver- bergen 139
2b Afwijk op 30 m ligt buiten de maxi- maal toegestane grenzen van ± 3,0mm meetgereedschap kalibreren 144
3b Nivelleernauwkeurigheid controlleren 143
4b Afwijk op 30 m ligt na de kalibratie binnen de maximaal toegestane gren- zen van ± 3,0mm er kan zonder nauwkeurigheidsverlies worden gewerkt.
Afwijk op 30 m ligt na de kalibratie nog steeds buiten de maximaal toegestane grenzen van ± 3,0mm meetgereedschap bij een Bosch-klantendienst lately controeren
Functies
Verloop van X-en Y-as
Het verloop van de X- en Y-as is boven de rotatiekop op de behuizing aangegeven.
Rotatiefunctie
Het meetgereedschap werkt met een vaste rotatiesnelheid (600min^-1) die voor het gebruik van een laserontvanger geschikt is.
Overzicht modi
-Automatischwaterpassen na het inschaken/tijdens het bedrijf
Hellingfunctie voor een as
- Centre - Line - Modus
Anti-driftsystem (ADS)
Lijnbedrijf (Line Control) in de verticale modus (GRL 500 HV)
Automatische nivellering na het inschakeni
Na het inschaken controleert het meetgereedschap de horizontale positie en compenseert deze oneffenheden binnen hetzfelniveauerbereik van ca.8,5 (5^) automatisch.

Tijdens de nvellinger knippert de indicationnvelleerwaarschuwing 37.
GRL 500 HV: Het meetgereedschap herkent na het inschaken automatisch een horizontale of verticale positie. Voor het wisselen:tussen de horizontale en verticale positie kunt u het zonderuit te schakelen opnieuw positioneren.
Automatische nivellering tijdens het bedrijf
Als het meetgereedschap zich na een positieverandering buiten het zichnivelleerbereik van ca. 8,5% (5^) bevindt, dan is niveilleren nicht meer möglichelijk en er verschijnt een foutcode (zie.,Storingenverhelpen", pagina 146).
Is het meetgereedschap genivelleerd, dan controleert het permanent de horizontale positie. Bij positieveranderingen wordt automatisch genivelleerd. Om foute metingen te vermiiden, stopt de rotatie van de laserstraal tijdens het niveleren.
Hellingfunctie voor een as
Bij horizontale positie van het meetgereedschap worden in de eenassige hellingsmodus de x-as automatisch genivelleerd. Het rotatieniveau kan in een bereik van ± 8,5% rond de x-as gedraaid worden.
Opmerking: Als u direct na het inschakenen een hellinginstelling wilt uitvoeren, dan moet u de automatische nivellering afwachten (zie „Automatische nivellering na het inschakenen", pagina 139). Dit vermijdt foute meetresultaten.
Hellingsinstelling
De hellingsinstelling is binnen een bereik van ± 8,5% mogelijk.

Druk op de hellingsstoets 18 of 20 of houd deze toets ingedrukt tot de gewenste hellingswaarde op het display weergegeven worden.

- Laat de hellingstoets 18 of 20 opniew los.

Tijdens de hellingsinstalling knippert de indicateit niveleerwaarschuwing 37.
De indicate helingsmodus 41 brandt permanent.
140|Nederlands

Auto
Druk tegelijk op de hellingstoets 18 en 20. De hellinginstalling is gedexeerd. De automatische nivellering is geactveerd (zie "Automatisch waterpassen", pagina 139).


Als het hellingsbereik van ± 8,5% wordt overschreten, dan gaat de aanduiding Hellingsmodus 41uit en er verschijnt een foutcode (zie „Storingen verhelpen", pagina 146).
Centre-Line-modus (zie afbeelding D)
In de Centre-Line-modus probeert het meetgereedschap automatisch door een op- en neerwaartse beweging van de rotatiekop de middenlijn van de laserontvanger te vinden.

Druk gedurende ca. 2 s op de toets Centre-Line-modus 19. De automatische op- en neerwaartse beweging van de rotatiekop start.
Zoekverloop:
- Rotatieknop zwenkt tot aan de aanslag maar boven.
- Laserstraal wordt ingeschakeld.
- Rotatiekop zwenkt maar anderen.
4a. Laserstraal raakt het ontvangstveld 26 en vindt de middenlijn.
of
4b. Laserstraal vindt tot aan het einde van het zwenkbereik geen ontvangstveld; er verschijnt een foutcode (zie „Storingen verhelpen", pagina 146).

Tijdens het zoeken van de middenlijn knippert deindicatie nivelleerwaarschuwing 37.
De indications voor Centre-Line-modus 42 brandt permanent.
Zodra de laserstraal het ontvangstveld 26
raakt, werklijk tot het vinden van de middenlijn een tjilpend geluid.
De snelheid waarme de rotatiekop bewogen worden, worden afgeremd zodra de laserstraal het ontvangstveld 26 raakt.
Na het vinden van de middenlijn schakelt het meetgereed-schap de Centre-Line-modus automatisch uit. De ingestelde helling worden opgeslagen en op het display weergegeven.

-Voor het afbreken van de Centre-Line-modus tijdens het zoeken drukt u op de toets Centre-Line-modus 19.
of

Drukegelijk op de hellingstoetsen 18 en 20 voor het activeren van de automatische nivelering.

Auto
Vinden van de middenlijk van de laserontvanger versnels
Het zoekenaar de middenlijn van de laserontvanger begint als de laserstraal zich onder de middenlijn bevindt en nog Niet in het ontvangstveld van de laserontvanger, dan kan de beweging van de laserstraal omgedraaid worden.

- Dru k g ed u r e n d e c a. 2 s o p de toets Centre-Line-modus 19.
De automatische op- en neerwaartse beweging van de rotatiekop start.
Druk op de hellingstoets 20.
De rotatiekop wordenaar onderen bewogen.
Het meetgereedschap bezit een anti-driftsystemm, dat bij positieveranderingen of schokken van het meetgereedschap of bij trillingen van de ondergrond het nivellenen op veranderde hoogte en hierdoor hoogtefouten verhindert.

Ca. 30 s na het inschakelen van het meetgereed-schap is het anti-driftsysteme geactiveerd.
Tijdens de activering knippert de indicate schokwaarschuwing 38 langzaam. Na de activering brandt de indicate permanent.
Wordt de verticale positie van het meetgereedschap veranderd of wordt een sterke schok geregisteerd, dan wordt het anti-driftsysteme geactiveerd: de rotatie van de laser worden gestopt en de indicate schokwaarschuwing 38 knippert. Bijkomend werkblinkt gedurende 5 s een tjilpend geluid aan de laserontvanger.

Druk bij geactiveerd anti-driftsystemkort op de aan-/uittoets 17.
De automatische nivellering start (zie „Automatische nivellering tijdens het bedrijf", pagina 139).
- Controller nu de hoogte van de laserstraal aan een refere. rentiepunt en corrigeer de hoogte van het meetgereedschap eventueel.
Het anti-driftsystem kan tijdens het bedrijf van het meetgeredschap gedeactiveerd worden.

- Druk op deaan-/uitttoets 17. Het anti-driftsystem is geedactiveerd. De indicatie schokwaarschuwing 38 wordt Nieteer weergegeven.


Nederlandsl 141
Deinstalling wordt bij het uitschakelen Niet opgeslagen. Het meetgereedschap start altijd met geactiveerd anti-driftsystem.
Lijnbedrijf (Line Control) in de verticale modus (GRL 500 HV)
In de verticale modus van het meetgereedschap sunt u het rotatieniveau voor het eenvoudig richten of parallel uitlijnen langs de y-as positioneren.

Voor het draaien van het rotatieniveau met de klok mee drukt u op de hellingstoets 18, om te draaien gegen de klok in op de hellingstoets 20.

De positionering is binnen een bereik van ± 8,5% mogelijk. De snelheid waarmee de rotatiekop bewogen worden, begint langzaam en verhoegt permanent.
Centre-Line-modus bij lijnbedrijf (Line Control) (zie afbeelding E)
In de Centre-Line-modus probeert het meetgereedschap automatisch door een bewegingaar links/rechts van de rotatiekop de middenlijn van de laserontvanger te vinden.

Druk gedurende ca. 2 s op de toets Centre-Line-modus 19. De automatische links-/rechtsbeweging van de rotatiekop start.
Zoekverloop:
- Rotatieknop zwenkt tot aan de aanslag maar rechts.
- Laserstraal wordt ingeschakeld.
- Rotatiekop zwenkt maar links.
4a. Laserstraal raakt het ontvangstveld 26 en vindt de middenlijn.
of
4b. Laserstraal vindt tot aan het einde van het zwenkbereik geen ontvangstveld; er verschijnt een foutcode (zie „Storingen verhelpen", pagina 146).

Tijdens het zoeken van de middenlijn knippert deindicatie nivelleerwaarschuwing 37.
De indications voor Centre-Line-modus 42 brandt permanent.
Zodra de laserstraal het ontvangstveld 26
raakt, werklijk tot het vinden van de middenlijn een tjilpend geluid.
De能力和 deratiekop bewogen wordt, wordt afgeremd zodra de laserstraal het ontvangstveld 26 raakt. Na het vinden van de middenlijn schakelt het meetgereed-schap de Centre-Line-modus automatisch uit.

Voor het afbreken van de Centre-Line-modus tijdens het zoeken drukt u op de toets Centre-Line-modus 19.
of

Drukegelijk op de hellingstoetsen 18 en 20 voor het activeren van de automatische nivelering.


Vinden van de middenlijn van de laserontvanger versnellen
Het zoekenaar de middenlijn van de laserontvanger begint altijd met een bewegingaar rechts van de rotatiekop. Als de laserstraal zich links van de middenlijn bevindt en nog Niet in het ontvangstveld van de laserontvanger, dan kan de beweging van de laserstraal omgedraaid worden.

- Dru k g ed r e n de c a. 2 s o p d e toets Centre-Line-modus 19.
De rotatiekop wordenautomatischnarrrechts bewogen.
Druk op de hellingstoets 20
De rotatiekop wordenaar onderen bewogen.
Indicatie relatieve hoogte (zie afbeelding F)

De afstand zusammen rotatieniveau en middenlijn worden aan het display als absolute waarde (in [mm] of [inch]) weergegeven. Zie ook Indicatie van de eenheden instellen", pagina 145.
Werkzaamheden met laserontvanger
Bij metingen buiten en over grotere afstanden binnenshuis gebruikt u voor het vinden van de laserstraal de laserontvanger.
- Plaats de laserontvanger zodenig dat de laserstraal het ontvangstveld 26 kan bereiken.
Radiooverbinding tussen meetgereedschap en afstandsbediening/laserontvangers
In de toestand bij levering fungeert de meegeleverde laserontvanger LR 50 via een draadloze verbinding als afstandsbediening van het meetgereedschap.

- De indicate radioverbinding 33 wordt weergegeven en wijst op de afstandsbedieningsfunctie aan de laserontvanger.
Aan het meetgereedschap hunnen ook meertere laserontvangers LR 50 worden tegewezen.
- Schakel het meetgereedschap en de laserontvangeruit.
- Steek de extra laserontvanger in het laad-/bewaarstation 6.

- Druk op deaan-/uitttoets 17.

- De indicatei radiooverbinding 33 wordt weergegeven en wijst op de afstandsbedieningsfunctie aan de laserontvanger.






142|Nederlands
Pak de laserontvanger weeit het laad/bewaarstation. Daarna moet u, om het meetgereedschap in te schaken, binnen 30 min. op de aan/uit-toets 17 drukken.
Opmerking: Als meerde laserontvangers aan een meetgereedschap werden toegewezen, dan fungeert de)[-sta teogewezen laserontvanger als afstandsbediening. De andere laserontvangers zijn dan alleen zuivere laserontvangers. Instelleningen, zoalsmeetnauwkeurigheid of signaaltoon kunnen voor elke laserontvanger individuele ingesteld worden. Wordt de laserontvanger met afstandsbedieningsfunctie uitgeschakeld, schakelt het meetgereedschapuit. De extra laserontvangers要去en elk afzonderlijk uitgeschakeld worden.

Word de radioverbinding onderbroken, knippert bovenop een signaaltoon de indicatie radioverbinding 33.
Hierdoor wordt gesignaleerd dat waarschuwingsindicaties (bijv. diefstal, anti-drift, kalibratie) Niet weergegeven worden en het meetgereedschap Nieteer op afstand bediend worden.
Opmerking: De rustmodus van het meetgereedschap kan al-leen door indrukken van de toets Rustmodus 21 op de laserontvanger met afstandbedieningsfunctie worden in- enuitgeschakeld.
Signaaltoon/volume instellen
De positie van de laserstraal op het ontvangstveld 26 kan door een geluidssignaal worden aangegeven.
U kuntussen twee volumes kiezen of de signaaltoon uitschakelen.
De standaardinstelling in de toestand bij levering is [normale signaaltoon].

Druk zo vaak op de toets signaaltoon/volume 24
tot de gewenste instelling bereikt is.
Geen individatie: signaaltoonuit

Normale signaaltoon

Luide signaaltoon
Deinstalling voor signaaltoon/volume wordt bij het uitschakelen opgeslagen
Instelling van de individatie middenlijk kiezen
U kunt vastleggen met welke nauwkeurigheid de positie van de laserstraal op het ontvangstveld als in het midden"weergegeven worden.
De standaardinstelling in de toestand bij levering is [Meetnauwkeurigheid gemiddeld/3 mm].

- Druk ope toets instellkeurigheid 23tot degewensteinstellingbereiktis.
Voorbeeld Op het display worden het meetnauwkeu- righeidsniveau „fijn"/gemiddeld"/grof" en de precieze waarde weergeveen.
Deinstalling van de meetnauwkeurigheid wordt bij het uitschakelen opgeslagen.
Richtingindications
De positie van de laserstraal in het ontvangstveld 26 worden weergegeven:
Op het display 15 aan de voor- en achterkant van de laserontvanger door de richtingsindicatie „Laserstraal boven middenlijn" 39, de richtingsindicatie „Laserstraal onder middenlijn" 40 resp. de indicateit middenlijn 43,
- Optioneel door de signaaltoon.
Laserontvanger te laag: loopt de laserstraal door de bovenste helft van het ontvangstveld 26, dan brandt de richtingsindicatie „Laserstraal boven middenlijn" 39 en de plus-waarde van de indicatie van de relatieve hoogte 32 geeft aan hoeveel de laserontvanger waar boven bewogen要去en.
Bij ingeschakelde signaaltoon werkblinkt een signal met lange intervallen.
-Beweeg de laserontvanger in de richting van de pijn naar boven. Bij het naderen van de middenmarkering 16 wordt alleen nog de punt van de richtingsindicatie 39 weergege- ven.
Laserontvanger te hoop: loopt de laserstraal door de onderste helft van het ontvangstveld 26, dan brandt de richtingsindicatie „Laserstraal onder middenlij“ 40 en de min-waarde van de indication van de relatieve hoogte 32 geeft aan hoeveel de laserontvanger aan anderen bewogen moot worden.
Bij ingeschakelde signaaltoon werkklinkt een signal met korte intervallen.
-Beweeg de laserontvanger in de richting van de pijl naar andereen. Bij het naderen van de middenmarkering 16 wordt alleen nog de punt van de richtingsindicatie 40 weergegeven.
Laserontvanger in het midden: loopt de laserstraal door het ontvangstveld 26 ter hoogte van de middenmarkering 16, dan brandt de individatie middenlijn 43. Bij ingeschakelde signaltoon werklijk een permanent signaal.
Wordt het meetgereedschap zo bewogen dat de laserstraal het ontvangstveld 26 wee verlaat, dan knippert gedurende ca. 5 s de eerste weergeveen richtingsindicatie 39 resp. 40.
Veiligheidsfunctie Strobe ShieldTM
De laserontvanger heeft elektronische filters voor stroboscooplichen. De filters beschermen bijv. tegen storingendoaarschuwingsrichten van bouwmachines.
Markeren
Aan de middenmarkering 16 links en rechts aan de laserontvanger kunt u de hoogte van de laserstraal markeren als hijn door het midden van het ontvangstveld 26 loopt.
Let erop dat u het meetgereedschap bij het markeren nauwkeurig vertaal (bij horizontale laserstraal) resp. horizontaal (bij verticale laserstraal) richt, omdat anders de markeringen eemauw- tegen opzichte van de laserstraal verplaatst+zijn.
Displayverlichting
De standaardinstelling in de toestand bij levering is [displayverlichting geactiveerd].
Na ca. 30 seconden zonder toetsdruk gaat de displayverlich- tinguit.
Bij het indrukken van een willekeurige toets of als de laserstraal het ontvangstveld raakt, worden de displayverlichting opnieuw ingeschakeld.







Nederlandsls | 143

Voor het uitschakelen van de displayverlichting drukt u tegelijk op de aan-/uittoets 17 en de toets signaaltoon/volume 24.

Deinstalling van de displayverlichting wordt bij het uitschaken opgeslagen.
Bevestigen met meetlathouder (zie afbeelding G)
U kunt de laserontvanger met behulp van de meetlathouder 53 zowel aan een bouwlermeetlat 55 (accessoire) alsook aan andere hulpmiddelen met een bredte tot 65mm bevestigen.
-Schroef het inschroefframe 58 met de bevestigings-schroef 56 aan de meetlathouder 53 vast.
Los de vastzetschroef 54, schuif de meeltathouder bijv. op de bouwlasermeetlat 55 en draai de vastzetschroef 54 op-nieuw vast.
-Met behulp van de waterpas 57 kunt u de meetlathouder 53 horizontal uitlijnen. Scheef aanbrengen van het meetgereedschap leidt tot fou-tieve metingen.
- Schuif de laserontvanger in het inschuifframe 58.
Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereed-schap
De volgende werkzaamheden mogen uitsuitend door goed geschoolde en gekwalificierde Personen worden UITgevoerd. De wetmatigheden bij het uitvoeren van een nauwkeurigheidscontrole of kalibratie van een meetgereedschap要去enbekend+zijn.
Nauwkeurigheidsinvloeden
De grootste invloed oefent de omgevingstemperatuur UIT. Vooral vanaf de grond maar boven toe verlopende temperatuurverschillen hunnen de laserstraal afbuigen.
Naast externe invloeden konnen ook toestelspecifieke invloeden (zoals bijv. val of heftige stoten) tot afwijkingen leiden. Controller aanom de kalibratie telkens voor u begint te werkken.
De afwijkingen zijn relevant vanaf een meettrajeet van ca. 20 meter en kuren bij 100 meter zelfs het twee-tot viervoudige van de afwijking bij 20 meter bedragen.
Omdat de temperatuurverschillen bij de grond het grootst zichn, dient u het meetgereedschap vanaf een meettraject van 20 meter altijd op een statief te monteren. Plaats het meetgereedschap bovendien indien möglichk in het midden van het werkvlak.
Als het meetgereedschap de maximale afwijking bij een van de hierna beschreiben meetbewerkingen overschrijdt, voer dan een kalibratie uit (zie „Meetgereedschap kalibreren", pagina 144) of的那一h het meetgereedschap bij een Bosch-klantendienst controeren.
Nivelleernauwkeurigheid bij horizontale positie controle- ren
Voor de controle heeft u een vrij meettraject van 30 meter op een stabiele ondergrund voor een muur nodig. U moet zowel voor de X- als voor de Y-as een volledige metinguitvoeren.
Monteer het meetgereedschap in de horizontale stand 30 meter verwijderd van de muur op een statief of plaats het op een stevige,vlakke ondergrond.Schakel het meetgereedschap in.
- Markee na afsluiting van het waterpassen het midden van de laserstraal op de muur (punt 1).

-Draai het meetgereedschap 180^ ,laat het waterpassen en markeer het midden van de punt van de laserstraal op de muur (punt II). Let erop dat punt II zoveel möglichkrecht boven ofrecht onder punt I ligt.

- Het verschil d tussen beiden gemarkeerde punten I en II op de muur is de feitelijke hoogteafwijking van het meetgereedschap voor de gameten as.
Herhaal de meting voor de andere as. Draaiaarvoort het meetgereedschap voor het begin van de meting 90^
Op het meettraje van 30 m bedraagt de maximaal toegestane afwijking:
30mx±0,1mm/m=±3,0mm. Hetverschildtussen de punten en 11 mag dus bij elk van beide meetbewerkingen maximaal 6 mm bedragen.
Nivelleernauwkeurigheid bij verticale positie controleren (GRL 500 HV)
Voor de controle heeft u een vrij meettraject op een stabiele ondergrond vór een 10 meter hoge muur nodig. Bevestig een loodlijn aan de muur.
-Monteer het meetgereedschap in de verticale stand opeen statief of plaats het op een stevige,vlakke ondergrond. Schakel het meetgereedschap in en laat het waterpassen.
- Stel het meetgereedschap zodenig af dat de laserstraal de loodlijn aan het bovenste uiteinde nauwkeurig in het midden raakt. Het verschildtussen laserstraal en loodlijn aan het onderste uiteinde van de lijn is de afwijking van het meetgereedschap van de verticale waterpaslijn.







144|Nederlands

Bij een 10 m hoog meettraject bedraagt de maximaal toegestane afwijking:
10m× ± 0,1mm / m = ± 1mm.
Het verschil d mag bij gevolg maximaal 1 mm bedragen.
Meetgereedschap kalibreren
De volgende werkzaamheden mogen uitsluitend door goed geschoolde en gekwalificeerde Personen worden uitgevoerd. De wetmatigheden bij het uitvoeren van een nauwkeurigheidscontrole of kalibratie van een meetgereedschap要去enbekend+zijn.
Voer de kalibratie van het meetgereedschap uiterst nauwgezet uit ofThat het meetgereedschap bij een Bosch-klantendienst controeren. Een onnauwkeurige kalibratie leidt tot foute metresultaten.
Start de kalibratie alleen, wanneer u een kalibratie van het meetgereedschap要去uitvoeren. Zodra het meetgereedschap zich in de kalibratiemodus bevindt,要去 u de kalibratie uiterst nauweurig tot aan het einde uityoeren, om ervoor te zorgen dat achefteraf geen foute meetresultaten worden verkreten.
Opmerking: Na de kalibratie worden de indications voor het controlleden van de kalibratie pas opnieuw weergegeven als de oorzaak voor een kalibratiewaarschuwing opnieuw optreedt.
Voor de kalibratie hebt u een vrij meettraject van minstens 30 m op vaste grond voor een rechte wand nodig.
Kalibreer altijd alle assen (GRL 500 H: x- en y-as; GRL 500 HV: x-, y- en z-as).
Kalibratie x-as
- Monteer het meetgereedschap in horizontale positie op een statief 63 (accessaire).
- Plaats het statief op 30 m afstand voor de muur. De x-asindicatie op het meetgereedschap要去 hierbij verticaal maar de muur wijzen.
- Schakel het meetgereedschap in.

Druk gedurende ca. 2 s tegelijk op de toets kalibratie 25 en de hellingstoets 18.
Het symbol voor de kalibratie van de x-as wordt op het display weergegeven.

Tijdens de automatische nvellinger knippert de indicatei nivelleerwaarschuwing 37.
Wacht tot het meetgereedschap genivelleerd is.
Vind met behulp van de laserontvanger de middenlijn en breng de hoogte „X1" van de middenlijn op de muur aan.
Draai het meetgereedschap 180^ zonder de hoogte van het statief te verstellen.
Wacht tot de indication niveleerwaarschuwing 37 Niet meer knippert en het meetgereedschap genivelleerd is.
Vind met behulp van de laserontvanger de middenl in en breng de neuehoogte, 2 van de middenl op de muur aan.
-Bepaal het precieze midden tussen de middenlijnen, X1" en, X2" en positioneer waarop de laserontvanger met de middenmarkering 16.


Druk op de hellingstoets 18 of 20 tot de indicateatie middenlijn 43 permanent brandt. Bij ingeschakelde signaaltoon werkblinkt een permanent signaal.
Druk op de toets kalibratie 25 om de kalibratie op te slaan.


Het symbool voor het voltooien van de kalibratie wordt op het display weergegeven.
- Om na voltooiing van de kalibratie een verkeerde kalibratie uit te sluiten, moet u de niveleernauwkeurigheid controlleren (zie, Nivellemnauwkeurigheid bij horizontale positie controlleren", pagina 143).
Ligt de afwijkng nog altijd buiten de maximaal toegestane grens van ± 3,0mm ,laat dan het meetgereedschap bij een Bosch-klantendienst controeren.
Kalibratie y-as
Monteer het meetgereedschap in horizontale positie op een statief 63 (accessaire).
- Plaats het staat op 30 m afstand voor de muur. De y-asindicatie op het meetgereedschap moet hierbij verticaal maar de muur wijzen.
- Schakel het meetgereedschap in.

Druk gedurende ca. 2 s tegelijk op de toets kalibratie 25 en de hellingstoets 20.

Het symbol voor de kalibratie van de y-as wordt op het display weergegeven.

Tijdens de automatische nvellinger knippert de indicatei niveleerwaarschuwing 37.
Wacht tot het meetgereedschap genivelleerd is.
-Vind met behulp van de laserontvanger de middenijn en breng de hoogte, Y1" van de middenijn op de muur aan.




Nederlandsl 145
Draai het meetgereedschap 180^ zonder de hoogte van het statief te verstellen.
Wacht tot de indication nivelleerwaarschuwing 37 nicht meer knippert en het meetgereedschap genivelleerd is.
Vind met behulp van de laserontvanger de middenl in en breng denieve hoogte, Y2" van de middenl op de muur aan.
-Bepaal het precieze midden tussen de middenlijnen, "Y1" en, Y2" en positioneer waarop de laserontvanger met de middenmarkering 16.

Druk op de hellingstoets 18 of 20 tot de indicateie middenlijn 43 permanent brandt. Bij ingeschakelde signaaltoon werkblinkt een permanent signaal.
Druk op de toets kalibratie 25 om de kalibratie op te slaan.


Het symbol voor het voltooien van de kalibratie worden op het display weergegeven.
- Om na voltooiing van de kalibratie een verkeerde kalibratie uit te sluiten,要去 de nivelleernauwkeurigheid controeren (zie,Nivelleernauwkeurigheid bij horizontale positie controeren", pagina 143).
Ligt de afwijkng nog altijd buiten de maximaal togetestan grens van ± 3,0mm ,laat dan het meetgereedschap bij een Bosch-klantendienst controeren.
Kalibratie z-as (GRL 500 HV)
- Teken met behulp van een lootlijke een verticale hij op de muur.
-Monteer het meetgereedschap in verticale positie op een statief 63 (accessaire). - Plaats het statief op 5-10 m afstand voor de muur.
- Schakel het meetgereedschap in.



Druk gedurende ca. 2 s tegelijk op de toets kalibratie 25 en de hellingstoets 18.
- Stel het statief zodanig af dat de laserstraal de verticale waar aan de muur kruist.

Tijdens de automatische nvellinger knippert de individatie niveleerwaarschuwing 37.
Wacht tot het meetgereedschap genivelleerd is.

Druk op de hellingstoets 18 of 20 tot de laserstraal zo parallel möglichk aan de verticale lijn aan de muur is.
-Bereikt u geen gelijke overlapping, herhaal dan de vorige stappen (statief afstellen,meetgereedschap latent nivel
leren, laserstraal met behulp van de hellingstoetsen (uitlijnen).


Druk op de toets kalibratie 25 om de kalibratie op te slaan.
Het symbool voor het voltooien van de kalibratie wordt op het display weergegeven.
- Om na voltooing van de kalibratie een verkeerde kalibratie uit te sluiten, moet u de nivelleernauwkeurigheid controeren (zie „Nivelleernauwkeurigheid bij verticale positie controeren", pagina 143).
Ligt de afwijkng nog altijd buiten de maximaal toegestane grens van ± 1 mm, laut dan het meetgereedschap bij een Bosch-klantendienst controeren.
Tips voor de werkzaamheden
Het meetgereedschap is met een radio-interface uitgerust. Lokale gebruiksbeperkingen, bijv. in vliegtuigen of ziekenhuizen要去en in acht genomen worden.
- Gebruik algijd alleen het midden van de laserlijn voor het markeren. De bredte van de laserlijn verandert met de afstand.
Indicatie van de eenheden instellen
De afstand:tussen rotatieniveau en middenlijn worden aan het display in [mm] of [inch: decimal/in breuken] weergegeven. De standaardinstelling in de toestand bij levering is [mm].

Druk tegelijk op de toetsinstelling meetnauwkeurigheid 23 en de hellingstoets 20 tot de gewenste instelling bereikt is.

Deinstalling van deeenheden wordt bij het uitschakelen op geslagen.
Laserbril (toebehoren)
De laserbril filter het omgevingslichtuit. Daardoor lijkt het rodelicht van de laser voor het oog helderdder.
Gebruik de laserbril Niet als verligheidsbril. De laserbril dient voor het better herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescherming gegen de laserstralen.
Gebruik de laserbril Niet als zonnebril en Niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming gegen ultravioletstralen en vermindert de waarneming van kleuren.
Werkzaamheden met het statief (toebehoren)
Het meetgereedschap beschikt over een 5 / 8" -statiefopname voor horizontaal gebruik op een statief. Plaats het meetergeedschap met de statiefopname op de 5 / 8" -schroefdraad van het statief en schroef het met de vastzetschroef van het statief vast.
Bij een statief 63 met schaalverdeling op het uitschuifbaar deel(Int)u de hoogteverplaatsingrechtstreeks instellen.







146|Nederlands
Werkzaamheden met muurhouser en richteenheid (toebehoren)
U kunt het meetgereedschap ook op de wandhouser met richteenheid 59 monteren. Draai waarvoord 5 / 8" -schroef 62 van de muurhouser in de statiefopname op het meetgereedschap.
Montage op een muur: Montage op een muur wordt geadvisereerd bijvoorbeeld bij werkzaamheden boven de uittrekhoogte van het statief of bij werkzaamheden op een instabiele ondergrond en zonder statief. Bevestig waarvoor demuurhouser 59 met gemonteerd meetgereedschap zo verticaal maybeijk gegen een muur.
Voor montage op de muur kunt u de muurhouser 59 met de bevestigingssschroef 60 op een plint van maximaal 8 mm bredte vastschroeven of aan twee haken ophangen.
Montage op een statief: U kunt de muurhouser 59 ook met de statiefopname aan de achterkant op een statief schroeven. Deze bevestiging worden in het bijzonder geadviseerd bij werkzaamheden waar bij het rotatievlak op een referentielijn moet worden gezicht.
Met de richteenheid kunt u het gemonteerde meetgereedschap verticaal (bij montage op de muur) of horizontal (bij montage op een statief) over een afstand van ca. 16 cm verschuiven. Draai waar voor de schroef 61 op de richteenheid los,verschuif het meetgereedschap in de gewenste stand en draai de schroef 61 weer vast.
Werkzaamheden met de meetlat (toebehoren) (zie afbeelding H)
Voor het controlleren van oneffenheden of het aantekenen van verval worden het gebruik van de meetlat 55 samen met de laserontvanger geadviseerd.
Op de meetlat 55 is boven een relatieve schaalverdeling (± 50~cm) aangebracht. De nulhoogte waarvan kut u onder op het uittrekbare gedeelte vooraf instellen. Daarmee+kennen afwijkingen van de gewenste hoogterechtstreeks worden afgelezen.
Toepassingsvoorbeelden
Diepte van bouwputten controlleren (zie afbeelding I)
- Stel het meetgereedschap op een stabiele ondergrond op of monteer het op een statief 63.
Werkzaamheden met statief: Stel de laserstraal op de gewenste hoogte af. Breng de hoogte op de bestemmingsplaats over of controllere de hoogte. Werkzaamheden zonder statief: Bepaal het hoogteverschilussen laserstraal en hoogte op het referentiepunt. Breng het gemeten hoogteverschil op de bestemmingsplaats over of controllerer het gemeten hoogteverschil.
Bij het meten over een groe afstand moet u het meetgereed-schap altijd in het midden van het werkoppervlak en op een statief opstellen om storende invloeden te beperken.
Monteer bij werkzaamheden op onstabile bodem het meetgereedschap op het statief 63. Zorg ervoor dat het anti-driftsysteme geactiveerd is om foute metingen bij bewegingen van de bodem of schokken van het meetgereed-schap te vermijden.
Storingen verhelpen
Storingen met foutcodes

De foutcode van een storing wordt op het display weergegeven.
- Druk daarna tegelijk op de toetsen Centre-Line-modus 19 en signaaltoon/volume 24.
Als de storing metsucces werd verholpen,verdwijnt daanduiding van de foutcode en de automatische nivellering start (zie „Automatisch waterpassen", pagina 139).
Blijft de storing bestaan, dan moet u het meetgereedschap bij een Bosch-klantendienst lately controlleren.

Indicatie foutcode
Problem Oplossing
001 De x-as van het meetgereedschap bevindt zich buiten hetzfelniveauerbereik van ca. 8,5% (5^)
- Herpositioneer het meetgereedschap langs de x-as.
002 De y-as van het meetgereedschap bevindt zich buiten hetzfelniveauerbereik van ca. 8,5% (5^)
- Herpositioneer het meetgereedschap langs de y-as.
003 De z-as van het meetgereedschap bevind (GRL 500 HV) zich buiten het zichnivelleerbereik van ca. 8,5% (5^)
Herpositioneer het meetgereedschap in de verticale modus langs de z-as.







Nederlandls 147
| Indicatiefoutcode | Probleem Oplossing | |
| 004 Meetgereedschap staat na een positieveran-dering meer dan 8,5% scheef. | -Herpositioneer het meetgereedschap. | |
| Bij de eenassige hellingsmodus werk het hel-lingsbereik van ±8,5% overschreden. | ||
| 005 Duur van de automatische nivelling is over-schreden. Meetgereedschap kan nicht geni-velleerd worden. | -Plaats het meetgereedschap op een stabiele ondergrond of het monteer het stabel op een statief. De omgeving moet tril-lingsvrij bijn. | |
| 006 De gewenste helling bij de eenassige hel-lingsmodus worden Niet bereikt. | -Plaats het meetgereedschap op een stabiele ondergrond of het monteer het stabel op een statief. De omgeving moet tril-lingsvrij bijn. | |
| 007 | De rotatiekop van de laser roeteert Niet. | -Druk tegelijkertijd op de toetsen Centre-Line-modus 19 en Sinaaltoon/volume 24.- Schakel het meetgereedschap uit (zie „Uitschakelen", pagina 137).- Schakel het meetgereedschap opnieuw in. |
| 008 Tijdens hetzoeken in de Centre-Line-modus vindt de laserstraal tot aan het einde van het zwenkbereik Niet het ontvangstvd van de laserontvanger. | -Controller of de visuèle verbindingussen meetgereedschap en laserontvanger onderbroken werk en herpositioneer het meetgereedschap eventueel.Als de foult blijft bestaan, verminder dan de afstandussen meetgereedschap en laserontvanger. | |
| 009 Door externe invloeden (zoals bijv. val of krachtige stoten) is de Centre-Line-modus gestoord. | -Herpositioneer het meetgereedschap. Plaats het meetgereedschap op een stabiele ondergrond of het monteer het stabel op een statief. De omgeving moet tril-lingsvrij bijn.- Start de Zoekloop opnieuw om de middenlijn te vinden (zie „Centre-Line-modus", pagina 140).Zorgervoord dat tijdens hetzoeken het zwenkbereik van de la-serstraal Niet worden onderbroken door Personen of andere optische obstakels.Als de foult blijft bestaan, verminder dan de afstandussen meetgereedschap en laserontvanger. | |
| 020 | Algemene foult | -Druk tegelijkertijd op de toetsen Centre-Line-modus 19 en Sinaaltoon/volume 24.- Schakel het meetgereedschap uit (zie „Uitschakelen", pagina 137).- Schakel het meetgereedschap opnieuw in. |
| 033 Omgevingsverlichting is voor de laserontvan-ger te helder. | -Beschaduw het ontvangstvdeld. | |
Storingen zonder foutcodes
Problem Oplossing
| Meetgereedschap of laserontvanger kan nicht ingeschä-keld worden. | - Plaats het meetgereedschap op een stabiele ondergrond of het mon-teer het stabel op een statief. De omgeving moet trillingsvrij়n. Blijft de foult bestaan, neem dan met een geauthoriseerde Bosch-klan-tendienst contact op. |
| - Laad de accu van het meetgereedschap op (zie „Accu's van meetgereedschap en laserontvanger laden", pagina 135). - Schakel het meetgereedschap opnieuw in. Blijft de foult bestaan, neem dan met een geauthoriseerde Bosch-klan-tendienst contact op. | |
| De accu's van meetgereedschap en/of laserontvanger worden Niet geladen. | - Wacht tot het meetgereedschap en/of de laserontvanger (opnieuw) het optimale laadtemperatuurbereik (0 °C...+40 °C) bereik(t)en. |
Bosch Power Tools 1609 92A 4DX(28.3.18)




148|Nederlands
Problem Oplossing
Terwij meetgereedschap en laserontvanger ingeschakeld waren, ward de accu van de laserontvanger leeg.
Druk op de toets reset 13. Het meetgereedschap wordenuitgeschakeld.
De laserontvanger is defect, is geblokkeerd of ging verloren en het diefstalalarm wordt geactiveerd.
Druk op de toets reset 13. De signaaltoon en het meetgereedschap worden uitgeschakeld.
Bij de laserontvanger treedt een tijdelijke softwaresto-ring op.


Druk voor het resetten van de laserontvanger in de toe-stand bij levering tegelijk op de aan-/uittoets 17 en de toets instelling meetnauwkeurigheid 23.
De standaardinstellingen voor meetnauwkeurigheid (gemiddeld),displayverlichting (geactiveerd),eenhedenindicatie (mm) en signaaltoon (normaal) worden opnieuw ingesteld.
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Houd de rotatielaser, het oplaadapparaat en de laseront-vanger altijd schoon.
Dompel de rotatielaser, het oplaadapparaat of delaserontvanger Niet in water of andere vloeistoffen.
- Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings-of oplosmiddelen.
- Reinig in het bijzonder de vlakken bij de laseropening van de rotatielaser regelmatig en let waar bij op pluizen.
Klantenservice en gebruiksadviezen
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over verwangingsonderden. Explosietekingen en informatie over verwangingsonderden vindt u ook op: www.bosch-pt.com
Het Bosch-team voor gebruksadviezen helpt ugraag bij vra-gen over once producten en toebehoren.
Vermeld bij vragen en bestellingen van verrangingsonderden altiijd het uit tien cijfers bestaande productnummer volgens het typeplaatje van het product.
Nederland
Tel.: (076) 579 54 54
Fax: (076) 5795494
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
België
Tel.: (02) 588 0589
Fax: (02) 5880595
E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com
Vervoer
Op de meegeleverde Lithium-lon-accu's zich de eisen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen van toepassing. De accu's kunnen door de gebruiker zonder verdere voorwaarden over de weg worden vervoerd.
Bij de verzending door derden (bijv. luchtvervoer of expeditiebedrijf)要去en bijzondere eisen ten aanzien van verpakking en markering in acht worden genomen. In deze gevallen moet bij de voorbereiding van de verzending een deskundige voor gevaarlijke goederen worden geraadpleegd.
Verzend accu's alleen als de behuizing onbeschadig is. Plak blootliggende contacten af en verpak de accu zodanig dat deze Niet in de verpakking beweegt.
Neem ook eventuale overige nationale voerschriften in acht.
Afvalverwijdering

Rotatielaser, oplaadapparaat, laserontvanger, accu's, toebehoren en verpakkingen要去en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.

Gooi rotatielaser, oplaadapparaat, laserontvanger, accu's en batterijen Niet bij het huisvuil.
Alleen voor landen van de EU:
Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU要去en Niet meer bruikbare meetgereedschappen en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG要去en defecte of lege accu's en battieren apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.
Geintegreerde accu's mogen alleen voor het afvoeren door geschoold personeel verwijderd worden. Door het openen van de behuizingsschaal kan het meetgereed-schap vernietigd worden.
Om de accuuit het meetgereedschap te nemen, moet de accu helemaal ontladen zijn. Draai de schroeven op de behuizing eruit en haal de behuizingsschaal erfom de accu te verwijden. Om een kortsluiting te verhinderen, maakt u de aansluitingen bij de accu afzonderlijk na elkaar los en isoleert u daarna de polen. Ook bij volledige ontlading is nog een restcapaciteit in de accu voorhanden die bij kortsluiting vrij kan komen.
Accu's en batterijen:

Li-ion:
Lees de aanwijzingen in het gedeelte "Vervoer", pagina 148 en neem deze inucht.
Wijzigingen voorbehonden.


Dansk | 149
Dansk
Indholdsfortegnelse
Interval kalibratie (kaizdych
12 mesiacov) uplynul.
Sistem de alarmã antiefractie 410
Cazuri de utiliser ale系統ului de alarma antieffectie 410
Indicatoarepentruverificarea calibrarii (avertizare calibre) 410
Indicatoare de directie 414
Functie de protectie Strobe ShieldTM .414
Marcare 414
Illumare display 414
La aparatul de masura, daca systemdul de alarma antiefractie est activat, clipeoste LED-ul de alarma antiefractie 4.
Toate celealte indicatoare si raza laser sunt deconectate. Sistemul Anti-Drift (antideviere) ramane activ.

-PentruiesireadinmoduRepausapasati din noutasta mod Repaus 21.
Modul Repaus pornesto automat dacà raza laser nu baleiazá campul de receptie 26 intr-un interval de tamp de peste 30 min sau dacà tastele receptorului laser nu sunt actionate tamp de peste 30 min.
Sistem de alarmà antiefractie
Sistemul format din aparat de masura si receptor laser previ ne efractile prin doua sisteme de securitate:
Sistemul de alarma antiefractie este activat. Indicatorul Alarma antiefractie 36 si LED-ul Alarma antiefractie 4 lumineaza.
Cazuri deutilizareale systemulidealarmaantiefractie
Sistemul de alarma antiefractie este reactivat.
Indicatoarepentruverificarea calibrari (avertizare calibrare)
Indicatoarede directie
Este afisata pozitza razei laser in campul de receptie 26: pe display 15 in partea anterioara si posteroara a recr rului laser prin indicatorul de directe ,raza laser deas liniei mediane39,indicatorul de directe,raza lasnia mediana40 resp. indicatorul Linie mediana 43, - optional prin semnal sonor.
Receptorullaser prea jos: dacra raza laser baleiazjumatatea superioara a campului de receptie 26, se aprinde indicatorul de directie ,raza laser deasupra liniei mediane"39 si valoarea plus a indicatoruli lnaltime relativa 32 arata cu cattrebuie deplasat in sus receptorul laser.
Dacā semnalul sonor este activat, se aude un semnal in caden-tā lenta.
- Deplasati receptorul laser in direccta sagetii in sus. La apropierea de marcajul median 16 va mai fi afisat numai varful indicatorului de directie 39.
Receptorul laser prea sus: dacra raza laser baleiaza jumata-tea inferioar a campului de receptie 26, se aprinde indicatorul de directie ,raza laser sub linia mediana40 si valoarea minus a indicatorul inaltime relativ32 arata cu cat trebuie deplasat in nos receptorul laser.