AL1 38 LI - Grasmaaier ALPINA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis AL1 38 LI ALPINA in PDF-formaat.
| Producttype | Grasmaaier |
| Merk | Alpina |
| Model | AL1 38 LI |
| Voeding | Lithium-ion accu 36 V |
| Accucapaciteit | 2,5 Ah |
| Snijbreedte | 38 cm |
| Snijhoogte | Verstelbaar, 20 tot 80 mm |
| Aantal hoogtestanden | 6 |
| Soorten maaien | Opvang, achteruitworp, mulchen (optioneel) |
| Capaciteit opvangbak | 50 L |
| Gewicht | 18 kg |
| Geluidsniveau | 96 dB(A) |
| Motor | Borstelloze elektromotor |
| Geschatte gebruiksduur | 30 tot 40 minuten |
| Oplaadtijd | 1 tot 2 uur |
| Speciale functies | Electronic RPM Adaptor systeem |
| Veiligheid | Veiligheidssleutel, dubbelwerkende schakelaar, automatische uitschakeling |
| Onderhoud en reiniging | Reinig de behuizing na elk gebruik, gebruik geen waterstraal |
| Onderdelen en repareerbaarheid | Mes en accu vervangbaar, slijpen in gespecialiseerd centrum |
| Algemene informatie | Amateurgebruik, CE-goedkeuring, verticale opslag mogelijk (model 380) |
Veelgestelde vragen - AL1 38 LI ALPINA
Gebruikersvragen over AL1 38 LI ALPINA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AL1 38 LI - ALPINA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AL1 38 LI van het merk ALPINA.
GEBRUIKSAANWIJZING AL1 38 LI ALPINA
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN die strikt opgevolgd moeten worden
A) VOORBEREIDING
1) LET OP! Lees deze aanwijzingen aandachtig alvorens de machine te gebruiken. Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de motor snel af te zetten. Het niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan elektrische schokken, brand en/of ernstige letsels veroorzaken. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om ze in de toekomst te kunnen raadplegen.
2) Laat nooit toe dat de machine gebruikt wordt door kinderen of door personen die niet vertrouwd zijn met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zijn.
3) Het apparaat mag gebruikt worden door kinderen van minstens 8 jaar oud en door personen met verminderde lichamelijke, sensoriele of mentale vaardigheden, of zonder ervaring en zonder de nodige kennis, op voorwaarde dat dit onder toezicht gebeurt of na de nodige instructies verkregen te hebben voor een veilig gebruik van het apparaat en voor het begrijpen van de erbij horende gevaren. De kinderen mogen niet met het toestel spelen. De reiniging en het onderhoud die door de gebruiker moeten uitgevoerd worden, mogen niet uitgevoerd worden door kinderen die niet onder toezicht staan.
4) Gebruik de grasmaaier nooit als er personen, in het bijzonder kinderen, of dieren in de buurt zijn
5) Gebruik de machine nooit indien de gebruiker vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoffen ingenomen heeft die negatieve invloed kunnen hebben zijn voor zijn reactievermogen en aandacht.
6) Denk eraan dat de persoon die de machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorzienige gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen overkomen. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de risico's, die het terrein waar hij op moet werken met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen met het oog op zijn eigen veiligheid en die van anderen, met na- me op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen.
7) Indien men de machine aan derden wil geven of lenen, moet men zich ervan verzekeren dat de gebruiker de gebruiksaanwijzingen in dit handboek doorneemt.
B) VÓÓR HET GEBRUIK
1) Gebruik tijdens het gebruik van de machine steeds stevige antislip-werkschoenen en een lange broek. Bedien de machine niet met blote voeten of met open sandalen. Draag geen kettingen, armbanden en kledij met loshangende delen, of met veters of dassen. Lang haar moet zorgvuldig bijeengebonden worden. Draag altijd gehoorbescherming.
2) Controleer grondig de hele werkzone en verwijder alles wat van de machine weg zou kunnen springen of de snijgroep en de motor zou kunnen beschadigen (keien, takken, ijzerdraad, beenderen, enz.).
3) Ga vóór het gebruik over op een algemene controle van de machine, en in het bijzonder:
- het uitzicht van de snij-inrichting, en controleer of de
schroeven en de snijgroep niet versleten of beschadigd zijn. Vervang de snij-inrichting en de beschadigde of versleten schroeven en bloc om ervoor te zorgen dat het maaidek in balans blijft. Eventuele herstellingen moeten nabij een gespecialiseerd centrum uitgevoerd worden.
- De veiligheidshendel moet vrij kunnen bewegen, zonder geforceerd te worden, en bij het loslaten moet deze automatisch en snel terug in de neutrale stand komen, om het maaitoestel tot stilstand te brengen.
4) Vooraleer het werk aan te vangen, dient men steeds de beschermingen op de uitgang te monteren (opvangzak, zijdelingse aflaatbeveiliging of achterste aflaatbeveiliging).
C) TIJDENS HET GEBRUIK
1) Werk enkel bij daglicht of met een goede kunstmatige verlichting en bij goede zichtbaarheid. Verwijder personen, kinderen en dieren uit de werkzone.
2) Vermijd, indien mogelijk, op nat gras te werken. Vermijd te werken in de regen en bij risico op onweer. Gebruik de machine nooit bij slechte weersomstandigheden, en zeker niet bij kans op bliksem.
3) Stel de machine niet bloot aan regen of vochtigheid. Water dat in een gereedschap sijpelt, verhoogt het risico op elektrische schokken.
4) Zorg er voor dat U steeds een goed steunpunt hebt op hellende terreinen
5) Loop nooit, maar stap; laat U niet door de grasmaaier trekken.
6) Let bijzonder goed op bij het benaderen van hindernissen die de zichtbaarheid kunnen beperken.
7) Maai in de dwarse richting van de helling en nooit in de richting van de stijging/daling, let goed op bij de veranderingen van richting en let er goed op dat de wielen niet op hindernissen stoten (stenen, takken, wortels, enz.) die een zijdelingse verschuiving of verlies van controle over de machine zouden kunnen veroorzaken.
8) De machine mag nooit gebruikt worden op hellingen van meer dan 20°, onafgezien van de looprichting.
9) Wees zeer voorzichtig wanneer u de grasmaaier naar u toe trekt. Kijk achteruit voor en na het achteruit rijden om u ervan te verzekeren dat er geen hindernissen zijn.
10) Zet de snij-inrichting stil indien de grasmaaier gekanteld moet worden voor het vervoer, bij het oversteken van zones zonder gras en wanneer de grasmaaier vervoerd wordt van of naar de zone die gemaaid moet worden.
11) Let goed op het verkeer, wanneer de machine dicht bij de straat gebruikt wordt.
12) Gebruik de machine niet indien de beschermingen beschadigd zijn, of zonder de opvangzak, zonder de zijdelingse of de achterste aflaatbeveiliging.
13) Wees zeer voorzichtig nabij ravijnen, grachten of dij- ken.
14) Start de motor voorzichtig volgens de aanwijzingen en houd uw voeten ver van de snij-inrichting verwijderd.
15) Tijdens het opstarten, moeten beide handen zich op de handgreep bevinden.
16) Kantel de grasmaaier niet voor het opstarten. Start de machine op een vlakke ondergrond zonder hindernissen of hoog gras.
17) Breng uw handen en voeten nooit nabij of onder de draaiende delen. Blijf steeds op afstand van de aflaat-opening.
18) Hef de grasmaaier niet op en vervoer hem niet wanneer de motor in werking is.
19) Schend of verwijder de veiligheidsinrichtingen niet.
20) Bij de modellen met aandrijving, moet men de koppeling van de transmissie aan de wielen uitschakelen vooral-eer de motor te starten.
21) Gebruik enkel toebehoren die goedgekeurd werden door de fabrikant van de machine.
22) Gebruik de machine niet indien de toebehoren/werktuigen niet op de voorziene plaatsen geïnstalleerd zijn.
23) Koppel de snij-inrichting los, stop de motor en koppel de kabel van de bougie los (verzeker u ervan dat alle bewegende delen volledig stil staan):
Tijdens het vervoer van de machine
- Telkens wanneer u de grasmaaier onbeheerd achterlaat;
- Vooraleer blokkeringen te verhelpen of het windkanaal vrij te maken;
- Vóórdat u de machine controleert, schoonmaakt of er-aan werkt;
- Nadat er op een vreemd voorwerp gestoten is. Controleer de machine op eventuele beschadigingen en voer de nodige reparaties uit alvorens ze opnieuw te gebruiken;
24) Schakel de snij-inrichting uit en stop de motor;
- Elke keer wanneer u de opvangzak verwijdert of opnieuw monteert;
- Elke keer wanneer u de zijdelingse aflightdeflector verwijdert of opnieuw monteert;
- Vooraleer de maaihoogte af te stellen indien dit niet vanuit de plaats van de bestuurder uitgevoerd kan worden.
25) Behoud tijdens het werk steeds de veiligheidsafstand ten opzichte van de snij-inrichting, die overeenstemt met de lengte van de steel.
26) LET OP: – In geval van breuken of ongevallen tijdens het werk, dient men de motor onmiddellijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevallen met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddellijk de meest geschikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheidsstructuur te richten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of letsels aan personen of dieren kunnen veroorza-ken indien ze onopgemerkt blijven.
27) LET OP – Het niveau van het geluid en van de trillingen dat aangegeven is in deze handleiding, zijn de maximale waarden voor het gebruik van de machine. Het gebruik van een niet gebalanceerd maai-element, een overdreven snelheid van de beweging en gebrekig onderhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen. Bijgevolg is het noodzakelijk preventieve maatregelen te treffen om mogelijke schade ten gevolge van een hoog geluidsniveau en stress van trillingen te vermijden; zorg voor het onderhoud van de machine, draag gehoorbescherming, maak pauzes tijdens het werk.
1) LET OP! – Haal de sleutel uit het contact en lees de bijgeleverde instructies alvorens enige reinigings-, of onderhoudswerkzaamheden te verrichten. Draag geschikte kleding en werkhandschoenen voor alle handelingen die gevaarlijk kunnen zijn voor de handen.
2) LET OP! – Gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of beschadigd zijn. De defecte of beschadigde onderdelen moeten vervangen en niet gerepareerd worden. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen: het gebruik van niet originele en/of niet goed gemonteerde
1) LET OP! – Haal de sleutel uit het contact en lees de bijgeleverde instructies alvorens enige reinigings-, of onderhoudswerkzaamheden te verrichten. Draag geschikte kleding en werkhandschoenen voor alle handelingen die gevaarlijk kunnen zijn voor de handen. 2) LET OP! – Gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of beschadigd zijn. De defecte of beschadigde onderdelen moeten vervangen en niet gerepareerd worden. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen: het gebruik van niet originele en/of niet goed gemonteerde
onderdelen beïnvloedt de veiligheid van de machine, kan ongelukken of persoonlijk letsel aanrichten en de fabrikant kan hiervoor niet aansprakelijk gesteld worden.
3) Alle onderhoudshandelingen en afstellingen die niet beschreven zijn in deze handleiding moeten uitgevoerd worden door uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat beschikt over de nodige kennis en uitrustingen om de werken correct uit te voeren, met respect voor het oorspronkelijk niveau van veiligheid van de machine. Handelingen die uitgevoerd werden in niet geschikte structuren of door onbekwame personen doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aansprakelijkheid van de Fabrikant vervallen.
4) Verwijder de sleutel na ieder gebruik en controleer eventuele schade aan de machine.
5) Laat bouten en schroeven vastgedraaid zitten om er zeker van te zijn dat de machine altijd op een veilige manier gebruiksklaar is. Als u regelmatig onderhoud aan de heggenschaar pleegt, zal de werking ervan veilig blijven en zal het prestatieniveau bewaard blijven.
6) Controleer regelmatig of de schroeven van de snij-inrichting correct vastgedraaid zijn.
7) Draag werkhandschoenen om de snij-inrichting te hanteren, te demonteren of opnieuw te monteren.
8) Let op de balans van de snij-inrichting, wanneer dit geslepen wordt. Alle handelingen die betrekking hebben op de snij-inrichting (demontage, slijpen, in balans brengen, hermontage en/of vervanging) vergen een specifieke vaardigheid en het gebruik van geschikt gereedschap; uit veiligheidsoverwegingen moeten deze handelingen daarom steeds uitgevoerd worden in een gespecialiseerd centrum.
9) Tijdens de afstellingen van de machine, moet men erop letten dat de vingers niet tussen de bewegende snij-inrichting en de vaste delen van de machine verklemd geraken.
10) Raak de snij-inrichting niet aan totdat de kabel van de bougie losgekoppeld is en de snij-inrichting volledig stilstaat. Tijdens het werken aan de snij-inrichting, dient men erop te letten dat de snij-inrichting kan bewegen, ook al werd de sleutel verwijderd.
11) Controleer vaak de zijdelingse aflaatbeveiliging, of de achterste aflaatbeveiliging, en de opvangzak op slijtage of beschadiging. Vervang ze indien ze beschadigd zijn.
12) Vervang de labels met instructies en waarschuwingen, indien deze beschadigd zijn.
13) Berg de machine op in een plaats die niet toegankelijk is voor kinderen.
14) Laat de motor eerst afkoelen alvorens de machine de machine in eender welke ruimte op te bergen.
15) Houd de machine, en in het bijzonder de motor vrij van resten gras, bladeren of teveel vet, om het risico op brand tot een minimum te herleiden. Leeg de opvangzak en laat geen containers met gemaaid gras in gesloten ruimtes achter.
4) Verwijder de sleutel na ieder gebruik en controleer eventuele schade aan de machine. 5) Laat bouten en schroeven vastgedraaid zitten om er zeker van te zijn dat de machine altijd op een veilige manier gebruiksklaar is. Als u regelmatig onderhoud aan de heg-genschaar pleegt, zal de werking ervan veilig blijven en zal het prestatieniveau bewaard blijven. 6) Controleer regelmatig of de schroeven van de snij-in-richting correct vastgedraaid zijn. 7) Draag werkhandschoenen om de snij-inrichting te han-teren, te demonteren of opnieuw te monteren. 8) Let op de balans van de snij-inrichting, wanneer dit ge-slepen wordt. Alle handelingen die betrekking hebben op de snij-inrichting (demontage, slijpen, in balans brengen, hermontage en/of vervanging) vergen een specifieke vaardigheid en het gebruik van geschikt gereedschap; uit veiligheidsoverwegingen moeten deze handelingen daarom steeds uitgevoerd worden in een gespecialiseerd centrum. 9) Tijdens de afstellingen van de machine, moet men erop letten dat de vingers niet tussen de bewegende snij-inrich-ting en de vaste delen van de machine verklemd geraken. 10) Raak de snij-inrichting niet aan totdat de kabel van de bougie losgekoppeld is en de snij-inrichting volledig stil-staat. Tijdens het werken aan de snij-inrichting, dient men erop te letten dat de snij-inrichting kan bewegen, ook al werd de sleutel verwijderd. 11) Controleer vaak de zijdelingse aflaatbeveiliging, of de achterste aflaatbeveiliging, en de opvangzak op slijtage of beschadiging. Vervang ze indien ze beschadigd zijn. 12) Vervang de labels met instructies en waarschuwingen, indien deze beschadigd zijn. 13) Berg de machine op in een plaats die niet toegankelijk is voor kinderen. 14) Laat de motor eerst afkoelen alvorens de machine de machine in eender welke ruimte op te bergen. 15) Houd de machine, en in het bijzonder de motor vrij van resten gras, bladeren of teveel vet, om het risico op brand tot een minimum te herleiden. Leeg de opvangzak en laat geen containers met gemaaid gras in gesloten ruimtes achter.
E) BIJKOMENDE VOORSCHRIFTEN
1) Gebruik de machine niet in omgevingen met gevaar op ontploffing, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen, gas of stof. De elektrische gereedschappen genereren vonken die stof of dampen kunnen doen ontvlammen.
2) Overbelast de machine niet. Gebruik de machine die geschikt is voor het werk. Met een gepaste machine zal het werk beter en op veiligere wijze uitgevoerd worden, aan de snelheid waarvoor ze ontworpen werd.
3) Gebruik voor het laden van de batterij enkel de door de fabrikant aanbevolen batterijladers. Een niet geschikte bat-
1) Gebruik de machine niet in omgevingen met gevaar op ontploffing, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen, gas of stof. De elektrische gereedschappen genereren vonken die stof of dampen kunnen doen ontvlammen. 2) Overbelast de machine niet. Gebruik de machine die geschikt is voor het werk. Met een gepaste machine zal het werk beter en op veiligere wijze uitgevoerd worden, aan de snelheid waarvoor ze ontworpen werd. 3) Gebruik voor het laden van de batterij enkel de door de fabrikant aanbevolen batterijladers. Een niet geschikte bat-
terijlader kan leiden tot elektroshock, oververhitting of lekken van de corrosieve vloeistof uit de batterij.
4) Gebruik enkel de specifieke batterijen die voor uw toestel voorzien zijn. Het gebruik van andere batterijen kan leiden tot letsels en risico op brand.
5) Een batterij in slechte condities kan lekken van de vloeistof veroorzaken. Vermijd de aanraking met de vloeistof. In geval van onvoorziene aanraking, dient men met water te spoelen. In geval van aanraking van de vloeistof met de ogen, dient men ook een geneesheer te raadplegen. De vloeistof die uit de batterij lekt, kan huidirritaties of brandwonden veroorzaken.
6) Verzeker u ervan dat het toestel uitgeschakeld is voor-aleer er een batterij in te plaatsen. Een batterij in een elektrisch toestel plaatsen kan brand veroorzaken.
7) Houd de niet gebruikte batterij ver van kantoorklemmetjes, muntstukken, sleutels, spijkers of andere kleine metalen voorwerpen die een kortsluiting van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Een kortsluiting van de contacten van de batterij kan tot brand leiden.
8) De accu mag nooit geopend worden.
9) Werp de gebruikte batterijen nooit in het vuur -GEVAAROPONTPLOFFING!
10) Verbind de batterijlader enkel aan stopcontacten met de netspanning die aangegeven is op het identificatieplaatje.
11) Gebruik enkel originele accu's.
12) Tijdens langdurig gebruik kan de accu hoge temperaturen bereiken. Laat hem afkoelen vooraleer hem op te laden.
13) Bewaar de accu en de batterijlader buiten bereik van kinderen.
14) Gebruik de batterijlader niet in zones waar er stoom of ontvlambare materialen aanwezig zijn.
15) Laad de accu's enkel op bij temperaturen tussen 10°C en 40°C.
16) Bewaar de accu's niet in omgevingen met temperatuur hoger van 40°C.
17) Veroorzaak nooit kortsluitingen tussen de contacten van de accu's en verbind ze niet aan metalen voorwerpen.
18) Tijdens het vervoer van de accu's, moet men er op letten dat de contacten onderling niet in contact komen, en dat er geen metalen houders gebruikt worden voor het vervoer.
19) Kortsluiting van de accu kan ontploffingen veroorzaken. Kortsluiting beschadigt in ieder geval de accu.
20) Controleer regelmatig of de kabel van de batterijlader beschadigd is. Als de kabel beschadigd is, moet men de batterijlader vervangen.
21) Herlaad de accu's volledig op, vooraleer deze weg te leggen voor de winterperiode.
22) Bewaar de batterijlader op een plaats die beschermd is tegen regen en vochtigheid. Waterinfiltratie in de batterijlader verhoogt het risico op elektroshock.
23) Houd de batterijlader rein. Ophopingen van vuil kunnen tot elektroshock leiden.
24) Gebruik de batterijlader niet in een omgeving met ontvlambare materialen of op gemakkelijk ontvlambare oppervlakten zoals papier, stof, enz. Tijdens het opladen, wordt de batterij opgewarmd en zou brand kunnen veroorzaken.
25) Een defecte batterijlader of een foutief gebruik van de batterij kan leiden tot het vrijkomen van damp die het ademhalingsstelsel irriteert. Verlucht de omgeving met verse lucht en laat u door een geneesheer onderzoeken in geval van twijfel.
26) Reinig de verluchtingsopeningen van de batterij regelmatig met een zacht, droog en rein penseel.
F) TRANSPORT EN VERPLAATSING
1) Telkens wanneer de machine verplaatst, geheven, vervoerd of overgeheld moet worden, is het noodzakelijk:
- Stevige werkhandschoenen te dragen;
- De machine vast te nemen op punten waar u een stevige grip hebt, rekening houdend met het gewicht en de spreiding van het gewicht;
- Een beroep te doen op een toereikend aantal personen die het gewicht van de machine kunnen heffen, volgens de kenmerken van het transportmiddel of de plaats waar de machine opgenomen of opgesteld moet worden.
- U ervan te verzekeren dat de bewegingen van de machine geen schade of letsels veroorzaken.
2) Bevestig de machine tijdens het vervoer goed met touwen of kettingen.
G) MILIEUBESCHERMING
1) De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven. Wees geen storend element voor uw buren.
2) Volg nauwgezet de plaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, batterijen, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op het milieu; dit afval mag niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
3) Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdanking van het snijafval.
4) Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze naar een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldende lokale normen.
LEER DE MACHINE KENNEN
BESCHRIJVING VAN DE MACHINE EN GEBRUIKSGEBIED
Deze machine is een tuingereedschap en met name een grasmaaier met lopende bestuurder.
De machine bestaat hoofdzakelijk uit een motor, die een snij-inrichting aanschakelt die beschermd is door een car- ter, voorzien van wielen en een handgreep.
De bediener kan de machine besturen en de belangrijkste commando's bedienen terwijl hij steeds achter de handgreep blijft, en dus op veilige afstand van de draaiende snij-inrichting. Indien de bediener zich van de machine verwijdert, vallen de motor en de snij-inrichting na enkele seconden stil.
Voorzien gebruik
Deze machine is ontworpen en gebouwd om gras te maaien (en op te vangen) in tuinen en zones met gras, met een grootte in verhouding met de maaicapaciteit, in aanwezigheid van een lopende bediener.
De aanwezigheid van toebehoren of specifieke inrichtingen kan vermijden dat het gemaaide gras verzameld moet worden ofwel voor een "mulching" effect zorgen, waarbij het gemaaide gras op het terrein wordt achtergelaten.
Type gebruiker
Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d.w.z. door niet professionele bedieners. Deze machine is bestemd voor een amateuriëel gebruik.
Onjuist gebruik
Eender welk ander gebruik, dat afwijkt van wat hierboven beschreven is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan personen en/of zaken.
De volgende situaties behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend):
- vervoer van personen, kinderen of dieren op de machine;
- zich door de machine laten vervoeren;
- gebruik van de machine voor het aanslepen of aanduwen van een last;
- gebruik van de machine voor het verzamelen van bladeren of afval;
- gebruik van de machine voor het knippen van heggen of voor het maaien van andere vegetatie dan gras;
- gebruik van de machine door meer dan één persoon tegelijk;
- inschakeling van de draaiende inrichting op zones zonder gras.
IDENTIFICATIELABEL EN ONDERDELEN VAN DE MACHINE (zie afbeeldingen op pag. ii)
- Geluidsniveau
- CE-overeenstemmingskenteken
- Bouwjaar
- Type grasmaaier
- Serienummer
- Naam en adres van de fabrikant
- Artikelcode
- Toerental van de motor
- Gewicht in kg
-
Spanningvoeding
10a. Elektrische beschermingsgraad -
Chassis
-
Motor
-
Snij-inrichting
-
Achterste aflaatbeveiliging
-
Opvangzak
-
Steel
-
Commando schakelaar
-
Luikje toegang tot accuruimte
-
Veiligheidssleutel (uitschakelinrichting)
MEEGELEVERDE ONDERDELEN EN IDENTIFICATIELABELS
- Batterij(accu)
21.1 Fabrikant
21.2 Spanning en vermogen - Batterijlader
22.1 Fabrikant
22.2 Spanning en Frequentie voeding / Absorptie
22.3 Spanning en laadstroom
Onmiddellijk na de aankoop van de machine, worden de identificatienummers (3 - 4 - 5) in de hiertoe bestemde ruimten op de laatste pagina van de handleiding genoteerd. Het voorbeeld van de verklaring van overeenstemming bevindt zich op de voorlaatste pagina van de handleiding.

Gooi elektrische apparatuur niet bij het gewoon huis-houdelijk afval. Volgens de Europese Richtlijn 2012/19/EU inzake elektrisch en elektronisch afval en de toepassing ervan overeenkomstig de nationale wetgeving, moet de afgedankte elektrische apparatuur apart ingezameld worden voor recyclagedoeleinden. Indien de elektrische apparatuur afgedankt wordt op een afvalpark of in de ondergrond, kunnen de schadelijke stoffen de waterlaag bereiken en in de voedingsketen terecht komen, met nadelige gevolgen voor uw gezondheid en welzijn. Voor meer informatie over de afdanking van dit product, contacteer de instantie die bevoegd is voor de verwerking van het huishoudelijk afval of raadpleeg uw Verkoper.
BESCHRIJVING VAN DE SYMBOLEN OP DE KNOPPEN (indien aanwezig)
- LET OP - Bij het opstarten van de motor wordt tegelijkertijd ook de snij-inrichting ingeschakeld.
- Stilstand
- Werking
- Elektrisch circuit aangeschakeld (machine aan)
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN - Uw grasmaaier moet voorzichtig gebruikt worden. Daarom zijn er op de machine pictogrammen aangebracht die u aan de belangrijkste veiligheidsvoorschriften herinneren. Hun betekenis is hieronder weergegeven. Verder wordt u aanbevolen de veiligheidsvoorschriften in het speciale hoofdstuk daarover in dit boekje zorgvuldig door te lezen.
Vervang de beschadigde of onleesbare stickers.
- Let op: Lees de handleiding alvorens de machine te gebruiken.
- Risico wegschietende voorwerpen. Houd de personen buiten de werkzone tijdens het gebruik.
- Enkel voor grasmaaier met netwerktoevoer
- Enkel voor grasmaaier met netwerktoevoer
- Let op de scherpe snij-inrichting: Steek uw handen of voeten niet binnenin de snij-inrichting. De snij-inrichting blijft draaien ook na het uitschakelen van de motor. Verwijder de uitschakelinrichting vòör het onderhoud.
- Stel de machine niet bloot aan regen of vochtigheid.
- Let op de scherpe snij-inrichting: De snij-inrichting blijft draaien ook na het uitschakelen van de motor.
- Batterijlader met veiligheidstransformator.
- Enkel in droge omgevingen gebruiken.
- Lees de handleiding vòor het gebruik.
- Stel de accu niet bloot aan de zon wanneer de temperatuur hoger is dan 45°C.
- Dompel de accu niet onder in water en stel hem niet aan vochtigheid bloot.
- Werp de batterijen niet in het vuur. GEVAAR OP ONTPLOFFING!
OPMERKING - De overeenkomst tussen de verwijzingen in de tekst en de bijbehorende afbeeldingen (op de pag. ix en daaropvolgende) is gegeven door het nummer dat voor iedere paragraaf staat.
1. DE MONTAGE VERVOLLEDIGEN
OPMERKING De machine kan mogelijk geleverd worden met sommige onderdelen reeds gemonteerd.
LET OP! De machine moet op een vlakke en solide ondergrond uitgepakt en gemonteerd worden, met voldoende bewegingsruimte voor de machine en de verpakking, en steeds met gebruik van geschikte werktuigen.
De verpakking moet volgens de plaatselijk geldende be- palingen worden afgevoerd.
1.1a Montage van de steel (Type "I" - Model 340)
Steek de rechtse (11) en linkse (12) onderste delen van de steel in de daarvoor bestemde openingen, en bevestig deze delen met de bijgeleverde schroeven (13) en rond-sels (13a).
Monteer het bovenste deel van de steel (14) en blokkeer het aan de twee onderste delen (11) en (12) met behulp van de bovenste handvaten (15) (die voordien uit hun openingen gehaald werden), die in een van de twee openingen (3) of (4) gestoken worden al naargelang de gewenste uiteindelijke hoogte.
Om de bevestigingskracht te regelen, moet u elk handvat (15) losmaken en naar behoefte op zijn as los- of vastdraaien om een stabiele bevestiging te garanderen van het bovenste deel (14) aan de twee onderste delen van de steel (11) en (12), zonder een overdreven kracht te vergen om ze vast of los te draaien.
Haak de kabel (16) vast aan de kabelhouders (17) en (18) zoals aangegeven.
1.1b Montage van de steel (Type "II" - Model 340)
Steek de rechtse (11) en linkse (12) onderste delen van de steel in de daarvoor bestemde openingen, en bevestig deze delen met de bijgeleverde schroeven (13) en rond-sels (13a).
Monteer het bovenste deel van de steel (14) en blokkeer het aan de twee onderste delen (11) en (12) met behulp van de bovenste knopjes (15) (die voordien uit hun openingen gehaald werden), die in een van de twee openingen (3) of (4) gestoken worden al naargelang de gewenste uiteindelijke hoogte.
Haak de kabel (16) vast aan de kabelhouders (17) en (18) zoals aangegeven.
1.1c Montage van de steel (Type "III" - Model 380)
Breng de twee voorgemonteerde onderste delen van de steel (11) en (12), in de werkpositie en zorg ervoor dat de tand die gekenmerkt is met «>> UITSLUITEND overeenstemt met een van de twee holtes van de vertanding die aangegeven zijn met «1» of «2», in functie van de gewens- te hoogte, en blokkeer dan beide onderste handvaten (13).
De positie moet voor beide zijden gelijk zijn.
Monteer het bovenste deel van de steel (14) en blokkeer het aan de twee onderste delen (11) en (12) met behulp van de bovenste handvaten (15) (die voordien uit hun openingen gehaald werden), die in een van de twee openingen (3) of (4) gestoken worden al naargelang de gewenste uiteindelijke hoogte.
Om de bevestigingskracht te regelen, moet u elk handvat (15) losmaken en naar behoefte op zijn as los- of vastdraaien om een stabiele bevestiging te garanderen van het bovenste deel (14) aan de twee onderste delen van de steel (11) en (12), zonder een overdreven kracht te vergen om ze vast of los te draaien.
Haak de kabel (16) vast aan de kabelhouders (17) en (18) zoals aangegeven.
1.1d Montage van de steel (Type "IV" - Model 380)
Breng de twee voorgemonteerde onderste delen van de steel (11) en (12), in de werkpositie en zorg ervoor dat de tand die gekenmerkt is met «>> UITSLUITEND overeenstemt met een van de twee holtes van de vertanding die aangegeven zijn met «1» of «2», in functie van de gewens- te hoogte, en blokkeer dan beide onderste knopjes (13).
De positie moet voor beide zijden gelijk zijn.
Monteer het bovenste deel van de steel (14) en blokkeer het aan de twee onderste delen (11) en (12) met behulp van de bovenste knopjes (15) (die voordien uit hun openingen gehaald werden), die in een van de twee openingen (3) of (4) gestoken worden al naargelang de gewenste uiteinde- lijke hoogte.
Haak de kabel (16) vast aan de kabelhouders (17) en (18) zoals aangegeven.
1.2 Montage van de opvangzak
Verbind de twee componenten (1) en (2) aan de zijkanten van de opvangzak onderling en monteer dan de bovenkant (3) en maak alle bevestigingselementen rondom goed vast. Monteer het handvat (4) op het bovenste gedeelte van de opvangzak, door het vast te klikken in de daartoe bestemde uitsparingen.
1.3 Verwijdering en opladen van de batterij
De machine wordt met een gedeeltelijk opgeladen batterij geleverd, die zich in de zitting bevindt.
Vooraleer de machine te gebruiken, dient men de batterij te verwijderen en deze volledig op te laden, zoals aangegeven onder punt 4.4.
2. BESCHRIJVING VAN DE COMMANDO'S
OPMERKING De betekenis van de symbolen op de knoppen wordt verklaard op de volgende pagina's.
2.1 Veiligheidssleutel (uitschakelinrichting)
Het aan- en uitschakelen van het elektrisch circuit van de machine gebeurt door middel van een veiligheidssleutel (Uitschakelinrichting), die zich binnenin de accuruimte bevindt.
Open het luikje (1) en steek de sleutel (2) er volledig in om het opstarten van de motor mogelijk te maken.
Om de sleutel te verwijderen, moet men op het blokkeerlipje duwen.
Door de sleutel te verwijderen, schakelt men het elektrisch circuit volledig uit om een ongecontroleerd gebruik van de machine te vermijden.
2.2 Schakelaar met tweevoudige bediening
De motor wordt bediend door een schakelaar met twee-voudige bediening, om ongewild opstarten te verhinderen. Druk, voor het opstarten, op de toets (2), trek aan een van de twee hendels (1) en wacht 2-3 seconden tot de motor opstart.
LET OP! Bij het opstarten van de motor wordt tegelijkertijd ook de snij-inrichting ingeschakeld.
De motor stopt automatisch wanneer men beide hendels (1) loslaat.
2.3 Afstelling van de maaihoogte
De maaihoogte kan door middel van de speciale hendel (1) afgesteld worden.
U MAG DIT ENKEL DOEN ALS DE SNIJ-INRICHTING STIL STAAT.
3. HET GRAS MAAIEN
• Autonomie van de batterij
De autonomie van de batterij (en dus de oppervlakte van de gazon die bewerkt kan worden alvorens de batterij weer op te laden) hangt hoofdzakelijk af van:
a) omgevingsfactoren, die leiden tot een grotere energie- behoefte:
- maaien bij dik, hoog, vochtig gras;
b) gedrag van de bediener, die moet vermijden:
- de machine vaak aan- en uit te schakelen tijdens het werken;
- een te lage maaihoogte ten opzichte van de condities van het gras;
- een te hoge voortbewegingssnelheid vergeleken met de hoeveelheid gras die gemaaid moet worden;
ELECTRONIC RPM ADAPTOR
Deze machine is voorzien van een elektronisch systeem "ELECTRONIC RPM ADAPTOR" dat het toerental van de motor aanpast aan de kracht die vereist wordt tijdens het maaien van het gras..
Het systeem "ELECTRONIC RPM ADAPTOR" verhoogt de autonomie van de batterij.
Bij laag gras (minder kracht), werkt de machine met een laag toerental, en wordt de autonomie van de batterij verhoogd.
Bij hoog gras (meer kracht), werkt de machine met een hoog toerental, en wordt de autonomie van de batterij verlaagd.
Om de autonomie van de batterij te optimiseren, raadt men aan:
- het gras te maaien wanneer de gazon droog is;
- het gras vaak te maaien om te vermijden dat het tè hoog groeit;
- een hogere maaihoogte in te stellen wanneer het gras hoger staat en een tweede maaibeurt uit te voeren op een lagere hoogte;
-
de machine niet te gebruiken in functie "mulching" wanneer het gras zeer hoog staat.
Indien men de machine met langere werkbeurten wenst te gebruiken dan wat mogelijk is met de standaard-batterij, kan men: -
een tweede standaard-batterij kopen om de platte batterij onmiddellijk te vervangen, zonder de continuïteit in het gedrang te brengen;
- een batterij kopen met grotere autonomie dan de standaard-batterij (zie 5.1).
OPMERKING Met deze machine kan men het gras op verschillende wijzen maaien; vooraleer het werk aan te vangen, raadt men aan de machine af te stellen al naargelang de wijze waarop men het gras wil maaien. U MAG DIT ENKEL DOEN ALS DE MOTOR UITGESCHAKELD IS.
3.1a Voorbereiding voor het maaien en opvangen van het gras in de opvangzak:
- Plaats de achterste aflaatbeveiliging (1) omhoog en bevestig de opvangzak (2) correct zoals aangegeven op de afbeelding.
3.1b Voorbereiding voor het maaien en uitlaat van het gras achteraan:
- Verwijder de opvangzak en zorg ervoor dat de achterste aflaatbeveiliging (1) stabiel omlaag blijft.
3.1c Voorbereiding voor het maaien en fijnmalen van het gras ("mulching" functie – indien voorzien):
- Til de achterste steenbeschermkap (1) op, voer de deflectordop (5) in de uitlaatopening en duw hem goed aan totdat de onderste rand correct aan de boord van de uitlaatopening vastgehaakt wordt.
Om de deflectordop (5) te verwijderen, tilt u de achterste aflaatbescherming (1) op en verwijdert u de dop door deze omhoog getrokken te houden om de onderste rand van de boord van de uitlaatopening los te maken.
3.2 Opstarten
Verzeker u ervan dat de batterij opgeladen is en correct in de zitting geplaatst is, zoals aangegeven onder punt 4.4.
Open het luikje (1), en voeg vervolgens de veiligheidssleutel (2) volledig in tot u de "klik" hoort.
Om de motor aan te schakelen, drukt men op de veiligheidstoets (4) en trekt men aan een van de twee hendels (3) van de schakelaar.
3.3 Het gras maaien
Het gazon zal er beter uitzien als het steeds op dezelf-de hoogte en afwisselend in de twee richtingen gemaaaid wordt.
Wanneer de opvangzak te vol wordt, wordt het gras niet meer efficiënt opgevangen en verandert het geluid van de grasmaaier.
Om de opvangzak te verwijderen en te ledigen,
- de schakelhendel loslaten en wachten tot de snij-inrichting stil staat;
- de achterste aflaatbeveiliging (2) omhoog plaatsen, de handgreep vastnemen en de opvangzak verwijderen; de opvangzak rechtop houden.
- In geval van "mulching": vermijd steeds grote hoeveelheden gras af te snijden. Maai nooit meer dan een derde van de totale hoogte van het gras in een enkele beurt! Pas de rijsnelheid aan de toestand van het grasveld en de hoeveelheid gemaaid gras aan.
Raadgevingen voor de zorg van het gazon
ledere soort gras heeft verschillende kenmerken en er kunnen dus verschillende werkwijzen nodig zijn om het gazon te verzorgen; lees steeds de aanwijzingen op de zaadverpakkingen met betrekking op de maaihoogte, en al naarge-lang de groeicondities van de zone waar men werkt.
Houd er rekening mee dat de meeste soorten gras uit een steel en een of meerdere bladeren bestaan. Als de bladeren volledig afgemaaid worden, wordt het gazon beschadigd en zal het moeilijker teruggroeien.
Over het algemeen, gelden de volgende aanwijzingen:
- een te laag maainiveau veroorzaakt scheuren en leegtes in het grasveld, en een "gevlekt" aspect";
- in de zomer, moet het gras hoger gemaaid worden om te vermijden dat het terrein uitdroogt;
- maai het gras niet wanneer het nat is; dit zou de werkzaamheid van de snij-inrichting verminderen omwille van het gras dat eraan vastkleeft en zou scheuren in het grasveld veroorzaken;
- indien het gras bijzonder hoog is, is het raadzaam eerst
op de maximaal toegestane hoogte te maaien en vervolgens een tweede maaibeurt te doen na twee of drie dagen.
3.4 Na het werken
Na het werk, laat men beide hendels (1) los.
WACHTEN TOT DE SNIJ-INRICHTING STIL STAAT, voor-aleer eender welke ingreep uit te voeren op de grasmaaier.
Open het luikje (2) en verwijder de veiligheidssleutel (3), door op het blokkeerlipje te duwen.
BELANGRIJK Indien de motor tijdens het werk stopt wegens oververhitting, moet men 5 minuten wachten vooraleer deze weer op te starten.
4. GEWOON ONDERHOUD
Bewaar de grasmaaier op een droge plaats.
BELANGRIJK Een regelmatig en zorgzaam onderhoud is onontbeerlijk om de veiligheid en originele performances van de machine mettertijd te behouden.
Iedere ingreep voor afstelling of onderhoud moet uitgevoerd worden bij stilstaande motor, terwijl de machine losgekoppeld is van het elektrisch net.
1) Draag robuuste werkhandschoenen bij alle ingrepen voor reiniging, onderhoud of afstelling van de machine.
2) Verwijder, na iedere maaibeurt, de resten van gras en modder die binnen het chassis opgestapeld worden om te vermijden dat deze resten, wanneer ze opdrogen, een volgend opstarten moeilijk maken.
3) Verzeker u er steeds van dat de luchtgaten vrij zijn van afval.

Verwijder de veiligheidssleutel vooraleer de machine weg te zetten en vooraleer eender welke ingreep voor reiniging of onderhoud aan te vangen.
4.1 Verticale opslag (Model 380)
Indien nodig, kan de machine verticaal opgeborgen worden, door ze aan een haak te hangen.

Verzeker u ervan dat de haak en zijn bevestigingssysteem geschikt zijn en in staat zijn het gewicht van de machine te dragen; wees voorzichtig en let goed op dat er geen kinderen of dieren op de machine kruipen, die de belasting van de haak zouden verhogen. Haak de machine zo vast dat de snij-inrichting naar een wand gericht is of degelijk bedekt is, zodat dit geen gevaar kan vormen in geval van, ook onvoorziene of ongewilde, aanraking door personen, kinderen of dieren.
Om de machine verticaal te plaatsen, zet men de handvaten (1 - Type "III") los of draait men de knopjes los (2 - Type "IV") en draait men de steel vooruit zodat de tand die gekenmerkt is met «>» UITSLUITEND overeenstemt met de holte van de vertanding die aangegeven is met «S», blokkeer dan de handvaten (1 - Type "III") of de knopjes (2 - Type "IV").
De positie moet voor beide zijden gelijk zijn.
4.2 Onderhoud van de snij-inrichting
Iedere ingreep aan de snij-inrichting kan het best steeds door een gespecialiseerd centrum uitgevoerd worden, dat over het meest geschikte gereedschap beschikt.
Voor deze machine is het gebruik van een snij-inrichting voorzien met de code die aangegeven is in de tabel op pagina ix.
Gezien de ontwikkeling van het product, kan de boven vermelde snij-inrichtingen in de loop van de tijd vervangen worden door een andere, met soortgelijke eigenschappen voor wat betreft verwisselbaarheid en functionele veiligheid.
Monteer de snij-inrichting (2) weer met de code naar de grond gericht, in de volgorde die aangegeven is op de afbeelding.
Klem de centrale schroef (1) met een dynamometersleutel, afgesteld op 30 Nm( voor model 340) of op 16-20 Nm (voor model 380).
4.3 Reiniging van de machine
Gebruik geen waterstralen en vermijd de motor en de elektrische onderdelen nat te maken.
Gebruik geen agressieve vloeistoffen voor de reiniging van het chassis.
4.4 OPLADEN EN BEHEER VAN DE BATTERIJ
OPMERKINGEN
- De batterij moet bewaard worden in een omgeving met temperatuur tussen +7°C en +40°C. Bij opslag van de machine in omgevingen waar deze limieten mogelijk kunnen overschreden worden, raadt men aan de batterij te verwijderen en op een geschikte plaats op te bergen.
- Tijdens het gebruik, is de batterij tegen volledige ont-lading beschermd door een beschermingssysteem dat de machine uitschakelt en de werking ervan blokkeert.
- De batterij is voorzien van een bescherming die de herlading ervan verhindert indien de omgevingstemperatuur niet tussen 0 en +45°C is.
- De batterij kan op eender welk moment, ook gedeeltelijk, opgeladen worden, zonder risico op beschadiging.
4.4a Controle van de staat van de lading van de batterij
Om de staat van de lading van de batterij (4) te controleren, drukt men op de toets (4a) die vier LEDs (4b) aanschakelt, met de volgende betekenissen:
| LED Lading van de batterij | |
| 4 GROEN 100% | |
| 3 GROEN 70% | |
| 2 GROEN 45% | |
| 1 GROEN 10% | Opladen |
| Geen De batterij | heeft een lading van minderdan 10% en moet onmiddellijk opgeladen worden.Indien er na 30 minuten opladen niet minstens een LED aangaat, betekent dit dat de batterij defect is en vervangen moet worden. |
4.4b Verwijdering en opladen van de batterij
Na iedere werksessie, is het raadzaam de batterij te verwijderen.
Om de batterij op te laden:
- open het luikje (1) en verwijder de veiligheidssleutel (2);
- druk op het onderste lipje (3) en verwijder de batterij (4);
- plaats de batterij (4) in de zitting van de batterijlader (5), en duw deze stevig aan;
- verbind de batterijlader (5) aan een stopcontact, met een spanning die overeenstemt met wat aangegeven is op het plaatje.
Het opladen duurt ongeveer 1,5 - 3,5 uur, al naargelang het vermogen van de batterij en de resterende lading.
De batterijlader (5) is van het diagnostische type, voorzien van een LED die informatie verschaft over de staat van de batterij en de lading, volgens de hiernavolgende tabel:
| LED (5a) Betekenis | |
| GROEN(Knipperlicht) | Batterij wordt opgeladen |
| GROEN Batterij volledig opgeladen | |
| ROOD Batterij over | verhit: verwijder de batterijen laat ze gedurende minstens 30minuten afkoelen. |
| Uit Batterij afwezig | of niet correctgeplaatst. |
| ROOD(Knipperlicht) | Storing tijdens het opladen en mogelijk defecte batterij; verwijder in ditgeval de batterij en plaats ze opnieuwbinnen de 2 uren: indien het LEDaangeeft dat ze opgeladen wordt,betekent dit dat de batterij in goedestaat is en de lading gewoon kanvoortgezet worden. Anders:– de batterijlader losmaken en naenkele minuten weer aan het netverbinden;– de batterij uit de batterijlader halenen ze na enkele minuten weerplaatsen.Indien het LED (5b) na deze po-gingen niet aangeeft dat de batterijopgeladen wordt en blijft knipperen,betekent dit dat de batterij defect is envervangen moet worden. |
4.4c Hermontage van de accu op de machine
- druk op het onderste lipje (3) en verwijder de batterij (4) (zorg ervoor dat ze niet te lang in de batterijlader blijft nadat ze volledig werd opgeladen);
- ontkoppel de batterijlader (5) van het elektrisch netwerk
- open het luikje (1) van de machine, plaats de batterij (4) in haar zitting in de machine en duw ze stevig aan om ze op haar positie te blokkeren en het elektrisch contact te verzekeren.
- hersluit het luikje (1) volledig.
5. TOEBEHOREN
LET OP! Voor uw eigen veiligheid is het strikt verboden enig ander toebehoren te monteren dan diegene in de volgende lijst aangegeven zijn en nadrukkelijk voor uw model en type machine ontworpen zijn.
5.1 Alternatieve batterijen
Er zijn batterijen met verschillende vermogens beschikbaar, voor de specifieke werkvereisten. De lijst van de voor deze machine gehomologeerde batterijen bevindt zich in de tabel op pag. «ix».
- STORINGEN
| Wat te doen bij ... | |
| Oorsprong van het probleem | Oplossing |
| 1. Wanneer de schakelaar ingedrukt wordt, start de motor niet op- | |
| Veiligheidssleutel ontbreekt of niet correct geplaatst | Voeg de sleutel in tot u de "klik" hoort (zie 3.2) |
| Geen batterij of batterij niet correct geplaatst | Open het luikje en verzeker u ervan dat de batterij juist geplaatst is (zie 4.4) |
| Batterij plat Controleer de status van de lading en herlaad de batterij (zie 4.4) | |
| Tussenkomst van de thermische bescherming | Laat de machine afkoelen |
| Niet onmiddellijk starten motor | Houd de schakelaar gedurende 1-3 seconden ingedrukt (zie 2.2) |
| 2. De motor stopt tijdens het werk | |
| Batterij niet correct geplaatst | Open het luikje en verzeker u ervan dat de batterij juist geplaatst is (zie 4.4) |
| Batterij plat Controleer de status van de lading en herlaad de batterij (zie 4.4) | |
| Tussenkomst van de bescherming | Wacht minstens 5 minuten en herstart dan de machine |
| Verklemmingen die de rotatie van de snij-inrichting verhinderen | Verwijder de veiligheidssleutel, draag werkhandschoenen en verwijder gras of afval van het onderste deel van de machine en/of uit het windkanaal |
| 3. De motor is in beweging maar de snij-inrichting draait niet | |
| Bevestiging van de snij-inrichting losgekomen | Stop onmiddellijk de motor en contacteer een Dienstcentrum (zie 4.2) |
| 4. Men hoort overdreven geluiden en/of trillingen tijdens het werk | |
| Bevestiging van de snij-inrichting losgekomen of snij-inrichting beschadigd | Stop onmiddellijk de motor en contacteer een Dienstcentrum (zie 4.2) |
| 5. Kleine autonomie van de batterij | |
| Zware gebruiksconditie met grotere stroomabsorptie | Optimiseer het gebruik (zie 4.4) |
| Batterij niet voldoende voor de werkbehoeften | Gebruik een tweede batterij of een sterkere batterij (zie 5.2) |
| 6. De batterijlader laadt de batterij niet op (rood led aan of knipperend) | |
| Batterij niet correct geplaatst in de batterijlader | Controleer of de batterij correct geplaatst is (zie 4.4) |
| Niet geschikte omgevingscondities | Laad de batterij op bij een geschikte temperatuur (zie 4.4) |
| Vuile contacten Reinig de contacten | |
| 7. De batterijlader laadt de batterij niet op (geen led aan) | |
| Geen spanning aan de batterijlader | Controleer of de stekker in het stopcontact steekt en of er spanning aanwezig is in het stopcontact |
| Defecte batterijlader Vervangen met een origineel wisselstuk | |
Bij iedere andere situatie, die niet in deze lijst voorzien is, dient men de Wederverkoper of een Dienstcentrum te contacteren.