AL3 46 SE - Grasmaaier ALPINA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis AL3 46 SE ALPINA in PDF-formaat.
| Producttype | Grasmaaier |
| Merk | Alpina |
| Model | AL3 46 SE |
| Maaiwijdte | 46 cm |
| Motortype | Elektrisch |
| Vermogen | 1400 W |
| Maaihoogte | Verstelbaar van 25 tot 75 mm |
| Aantal hoogtestanden | 7 |
| Type opvangbak | Zacht of stijf, afhankelijk van versie |
| Inhoud opvangbak | 50 L |
| Gewicht | 25 kg |
| Afmetingen (L x B x H) | 130 x 50 x 100 cm |
| Voeding | 230 V / 50 Hz |
| Kabellengte | 15 m |
| Start | Elektrisch met drukknop |
| Hoogteverstelling | Centraal, met hendel |
| Stuur | Inklapbaar voor opberging |
| Maaimethode | Mulchen of opvangen |
| Geluidsniveau | 96 dB (A) |
| Trillingen | 6,5 m/s² |
| Onderhoud | Reinig het chassis na gebruik, slijp het mes |
| Veiligheid | Dubbele veiligheidsknop, automatische stop |
| Onderdelen | Reservemes, opvangbak, wielen, stuur |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - AL3 46 SE ALPINA
Gebruikersvragen over AL3 46 SE ALPINA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AL3 46 SE - ALPINA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AL3 46 SE van het merk ALPINA.
GEBRUIKSAANWIJZING AL3 46 SE ALPINA
NL Lopend bediende elektrische grasmaaier - GEBRUIKERSHANDLEIDING LET OP: vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handleiding aandachtig te lezen.
NO Håndført elektrisk drevet gressklipper - INSTRUKSJONSBOK ADVARSEL: les denne bruksanvisningen nøye før du bruker maskinen.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN die strikt opgevolgd moeten worden
A) VOORBEREIDING
1) LET OP! Lees deze aanwijzingen aandachtig alvorens de machine te gebruiken. Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de wijze te gebruiken. Leer de motor snel af te zetten. Het niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan elektrische schokken, brand en/of ernstige letsels veroorzaken. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om ze in de toekomst te kunnen raadplegen.
2) Laat nooit toe dat de machine gebruikt wordt door kinderen of door personen die niet vertrouwd zijn met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zijn.
3) Dit toestel kan gebruikt worden door kinderen met een minimale leeftijd van 8 jaar en door personen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of zo ervaring en kennis, indien ze onder toezicht staan of opgeleid werden in verband met het veilig gebruik van het toestel en indien ze de gevaren die erbij betrokken zijn, begrijpen. De kinderen mogen niet met het toestel spelen. De reiniging en het gewoon onderhoud mogen niet uitgevoerd worden door kinderen zonder toezicht.
4) Gebruik de grasmaaier nooit als er personen, in het bijzonder kinderen, of dieren in de buurt zijn
5) Gebruik de machine nooit indien de gebruiker vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoffen ingenomen heeft die negatieve invloed kunnen hebben zijn voor zijn reactievermogen en aandacht.
6) Denk eraan dat de persoon die de machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen overkomen. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de risico's, die het terrein waar hij op moet werken met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen met het oog op zijn eigen veiligheid en die van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen.
7) Indien men de machine aan derden wil geven of l moet men zich ervan verzekeren dat de gebruiker de bruiksaanwijzingen in dit handboek doorneemt.
B) VÓÓR HET GEBRUIK
1) Gebruik tijdens het gebruik van de machine steeds
vige antislip-werkschoenen en een lange broek. Bedien de machine niet met blote voeten of met open sandalen. Draag geen kettingen, armbanden en kledij met loshangende delen, of met veters of dassen. Lang haar moet zorgvuldig bijeenge-bonden worden. Draag altijd gehoorbescherming.
2) Controleer grondig de hele werkzone en verwijder alles wat van de machine weg zou kunnen springen of de snijgroep en de motor zou kunnen beschadigen (keien, takken, ijzerdraad, beenderen, enz.).
3) Ga vóór het gebruik over op een algemene controle van de machine, en in het bijzonder:
- het uitzicht van de snij-inrichting, en controleer of de schroeven en de snijgroep niet versleten of beschadigd
zijn. Vervang de snij-inrichting en de beschadigde of versleten schroeven en bloc om ervoor te zorgen dat het maai-dek in balans blijft. Eventuele herstellingen moeten nabij een gespecialiseerd centrum uitgevoerd worden.
- De veiligheidshendel moet vrij kunnen bewegen, zonder geforceerd te worden, en bij het loslaten moet deze automatisch en snel terug in de neutrale stand komen, om het maaitoestel tot stilstand te brengen.
4) Voor ieder gebruik dient men na te gaan of de toevoerka- bel en het verlengsnoer niet beschadigd zijn en geen tekens van slijtage of veroudering vertonen. De stekker onmiddel- lijk uit het stopcontact halen indien de kabel of verlengsnoer beschadigd zijn. RAAK DE KABEL NIET AAN VOORALEER DEZE UIT HET STOPCONTACT GEHAALD WERD. Gebruik de machine nooit als de toevoerkabel of het verlengsnoer be- schadigd of versleten zijn. Een beschadigde of versleten ka- bel kan contact met de delen onder spanning veroorzaken.
5) Vooraleer het werk aan te vangen, dient men steeds de beschermingen op de uitgang te monteren (opvangzak, zijdelingse aflaatbeveiliging of achterste aflaatbeveiliging).
C) TIJDENS HET GEBRUIK
1) Werk enkel bij daglicht of met een goede kunstmatige verlichting en bij goede zichtbaarheid. Verwijder personen, kinderen en dieren uit de werkzone.
2) Vermijd, indien mogelijk, op nat gras te werken. Vermijd te werken in de regen en bij risico op onweer. Gebruik de machine nooit bij slechte weersomstandigheden, en zeker niet bij kans op bliksem.
3) Stel de machine niet bloot aan regen of vochtigheid. Water dat in een gereedschap sijpelt, verhoogt het risico op elektrische schokken.
4) Zorg er voor dat U steeds een goed steunpunt hebt op hellende terreinen
5) Loop nooit, maar stap; laat U niet door de grasmaaier trekken.
6) Let bijzonder goed op bij het benaderen van hindernissen die de zichtbaarheid kunnen beperken.
7) Maai in de dwarse richting van de helling en nooit in de richting van de stijging/daling, let goed op bij de veranderingen van richting en let er goed op dat de wielen niet op hindernissen stoten (stenen, takken, wortels, enz.) die een zijdelingse verschuiving of verlies van controle over de machine zouden kunnen veroorzaken.
8) De machine mag nooit gebruikt worden op hellingen van meer dan 20°, onafgezien van de looprichting.
9) Wees zeer voorzichtig wanneer u de grasmaaier naar u toe trekt. Kijk achteruit voor en na het achteruit rijden om u ervan te verzekeren dat er geen hindernissen zijn.
10) Zet de snij-inrichting stil indien de grasmaaier gekanteld moet worden voor het vervoer, bij het oversteken van zones zonder gras en wanneer de grasmaaier vervoerd wordt van of naar de zone die gemaaid moet worden.
11) Let goed op het verkeer, wanneer de machine dicht bij de straat gebruikt wordt.
12) Gebruik de machine niet indien de beschermingen beschadigd zijn, of zonder de opvangzak, zonder de zijdelingse of de achterste aflaatbeveiliging.
13) Wees zeer voorzichtig nabij ravijnen, grachten of dijken.
14) Start de motor voorzichtig volgens de aanwijzingen en houd uw voeten ver van de snij-inrichting verwijderd.
15) Tijdens het opstarten, moeten beide handen zich op de
handgreep bevinden.
16) Kantel de grasmaaier niet voor het opstarten. Start machine op een vlakke ondergrond zonder hindernissen of hoog gras.
17) Breng uw handen en voeten nooit nabij of onder de draaiende delen. Blijf steeds op afstand van de aflaatopening.
18) Hef de grasmaaier niet op en vervoer hem niet wanneer de motor in werking is.
19) Schend of verwijder de veiligheidsinrichtingen niet.
20) Bij de modellen met aandrijving, moet men de koppeling van de transmissie aan de wielen uitschakelen vooraleer de motor te starten.
21) Gebruik enkel toebehoren die goedgekeurd werden door de fabrikant van de machine.
22) Gebruik de machine niet indien de toebehoren/werktui-gen niet op de voorziene plaatsen geïnstalleerd zijn.
23) Koppel de snij-inrichting los, stop de motor en koppel de toevoerkabel los (verzeker u ervan dat alle bewegende delen volledig stil staan):
- Tijdens het vervoer van de machine
- Telkens wanneer u de grasmaaier onbeheerd achterlaat;
- Vooraleer blokkeringen te verhelpen of het windkanaal vrij te maken;
- Vóórdat u de machine controleert, schoonmaakt of aan werkt;
- Nadat er op een vreemd voorwerp gestoten is. Controleer de machine op eventuele beschadigingen en voer de nodige reparaties uit alvorens ze opnieuw te gebruiken;
24) Schakel de snij-inrichting uit en stop de motor;
- Elke keer wanneer u de opvangzak verwijdert of opnieuw monteert;
- Elke keer wanneer u de zijdelingse aflaatdeflector verwijdert of opnieuw monteert;
- Vooraleer de maaihoogte af te stellen indien dit niet vanuit de plaats van de bestuurder uitgevoerd kan worden.
25) Behoud tijdens het werk steeds de veiligheidsafstan ten opzichte van de snij-inrichting, die overeenstemt met de lengte van de steel.
26) LET OP: – In geval van breuken of ongevallen tijdens het werk, dient men de motor onmiddellijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te bnen; in geval van ongevallen met persoonlijke letsels of sels aan derden, dient men onmiddellijk de meest geschikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheidsstructuur te richten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of letsels aan personen of dieren kunnen veroorzaken indien ze onopgemerkt blijven.
27) LET OP – Het niveau van het geluid en van de trillingen dat aangegeven is in deze handleiding, zijn de maximale waarden voor het gebruik van de machine. Het gebruik van een niet gebalanceerd maai-element, een overdreven snelheid van de beweging en gebrekig onderhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen. Bijgevolg is het noodzakelijk preventieve maatregelen te treffen om mogelijke schade ten gevolge van een hoog geluidsniveau en stress van trillingen te vermijden; zorg voor het onderhoud van de machine, draag gehoorbescherming, maak pauzes tijdens het werk.
1) LET OP! - Schakel de machine af van het toevoernet lees de bijgeleverde instructies alvorens enige reinigings-, of onderhoudswerkzaamheden te verrichten. Draag geschikte kleding en werkhandschoenen voor alle handelingen die gevaarlijk kunnen zijn voor de handen.
2) LET OP! - Gebruik de machine nooit als er onderdelen dersleten of beschadigd zijn. De defecte of beschadigde onderdelen moeten vervangen en niet gerepareerd worden. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen: het gebruik van niet originele en/of niet goed gemonteerde onderdelen beïnvloedt de veiligheid van de machine, kan ongelukken of persoonlijk letsels veroorzaken waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk gesteld kan worden.
3) Alle onderhoudshandelingen en afstellingen die niet beschreven zijn in deze handleiding moeten uitgevoerd worden door uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat beschikt over de nodige kennis en uitrustingen om de werken correct uit te voeren, met respect voor het oorspronkelijk niveau van veiligheid van de machine. Handelingen die uitgevoerd werden in niet geschikte structuren of door onbekwame personen doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aansprakelijkheid van de Fabrikant vervallen.
4) Na elk gebruik wordt de machine losgekoppeld van het voedingsnet en wordt eventuele schade opgespoord.
5) Laat bouten en schroeven vastgedraaid zitten om er zeker van te zijn dat de machine altijd op een veilige manier gebruiksklaar is. Als u regelmatig onderhoud aan de heggen-schaar pleegt, zal de werking ervan veilig blijven en zal het eprestatieniveau bewaard blijven.
6) Controleer regelmatig of de schroeven van de snij-inrichting correct vastgedraaid zijn.
7) Draag werkhandschoenen om de snij-inrichting te hante-ren, te demonteren of opnieuw te monteren.
8) Let op de balans van de snij-inrichting, wanneer dit geslepen wordt. Alle handelingen die betrekking hebben op de snij-inrichting (demontage, slijpen, in balans brengen, hermontage en/of vervanging) vergen een specifieke vaardigheid en het gebruik van geschikt gereedschap; uit veiligheidsoverwegingen moeten deze handelingen daarom steeds uitgevoerd worden in een gespecialiseerd centrum.
(3) Tijdens de afstellingen van de machine, moet men erop letten dat de vingers niet tussen de bewegende snij-inrichting en de vaste delen van de machine verklemd geraken.
10) Raak de snij-inrichting niet aan totdat de machine losgekoppeld is van het stopcontact en de snij-inrichting volledig leelstaat. Tijdens het werken aan de snij-inrichting, dient men -erop te letten dat de snij-inrichting kan bewegen, ook al is de machine losgekoppeld van het netwerk.
11) Controleer vaak de zijdelingse aflaatbeveiliging, of de achterste aflaatbeveiliging, en de opvangzak op slijtage of beschadiging. Vervang ze indien ze beschadigd zijn.
12) Vervang de labels met instructies en waarschuwingen, indien deze beschadigd zijn.
13) Berg de machine op in een plaats die niet toegankelijk is voor kinderen.
14) Laat de motor eerst afkoelen alvorens de machine de machine in eender welke ruimte op te bergen.
15) Houd de machine, en in het bijzonder de motor vrij van resten gras, bladeren of teveel vet, om het risico op brand tot een minimum te herleiden. Leeg de opvangzak en laat geen containers met gemaaid gras in gesloten ruimtes achter.
E) BIJKOMENDE VOORSCHRIFTEN
1) Gebruik de machine niet in omgevingen met gevaar op ont-ploffing, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen, gas of stof. De elektrische gereedschappen genereren vonken die staf of dampen kunnen doen ontvlammen.
2) Houd het verlengsnoer ver van de snij-inrichting. De snij-inrichting kan de kabel beschadigen en contact veroorzaken met de delen onder spanning.
3) Rijd nooit met de grasmaaier over de elektrische kabel.
Tijdens het maaien, dient men de kabel steeds achter grasmaaier en steeds langs de kant van het reeds gemaaide gras te houden. Gebruik de kabelhouderhaak zoals aangegeven in dit handboekje, om te voorkomen dat de kabel per ongeluk loskomt maar zorg ervoor dat de stekker correct en zonder te forceren in het stopcontact gevoerd wordt.
4) Voed het apparaat met een differentiaalschakelaar (RCD - Residual Current Device) met een ontkoppelingsstroom van maximum 30 mA.
5) De stekker van de machine moet compatibeli zijn meltieubescherming moet een belangrijk en prioritair het stopcontact. De stekker mag nooit gewijzigd worden aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste Gebruik geen adapters voor machines die voorzien zijn van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven. een aardleiding. De niet-gewijzigde stekkers die geschikt Wees geen storend element voor uw buren.
zijn voor het stopcontact verminderen het risico voor elektrische schokken.
6) Wanneer de voedingskabel van de machine beschadigd is, mag hij enkel door een originele nieuwe kabel vervangen worden, door een gekwalificeerd technicus of nabij een gespecialiseerd servicecentrum.
7) De blijvende aansluiting van om het even welk elektrisch apparaat op het elektriciteitsnet van het gebouw moet uitgevoerd worden door een gekwalificeerd elektricien, conform de geldende wetgeving. Een niet correct uitgevoerde aansluiting kan ernstige persoonlijke letsels veroorzaken en zelfs de dood tot gevolg hebben.
8) LET OP: GEVAAR! Vocht en elektriciteit gaan niet samen: De elektrische kabels moeten altijd in droge omstandigheden gehanteerd en aangesloten worden;
- Breng een elektrisch stopcontact of kabel nooit in contact met een natte zone (plas of vochtig gras);
- De aansluitingen tussen de kabels en de contacten moeten altijd van het waterdichte type zijn. Gebruik verlengsnoeren met volledige waterdichte en gehomologeerde stekkers, die verkrijgbaar zijn in de handel.
9) De toevoerkabels moeten van goede kwaliteit zijn, m.a.w. niet minder dan het type H05RN-F of H05VV-F met een minimale doorsnede van 1,5 mm2 en een maximaal aanbevolen lengte van 25 m.
10) Haak de kabel vast aan de kabelhouder vooraleer de machine in te schakelen.
11) Gebruik de kabel niet op onjuiste wijze. Gebruik de kabel niet om de machine te transporteren, om aan de machine te trekken of om de stekker uit het stopcontact te halen. Houd de kabel uit de buurt van warmtebronnen, olie, scherpe hoeken of bewegende onderdelen. Een beschadigde of geknelde kabel verhoogt het risico voor elektrische schokken.
12) Laat het snoer tijdens het werken niet opgerold, voorkomen dat hij oververhit raakt.
13) Voorkom met het lichaam in contact te komen met geaarde oppervlakken, zoals buizen, radiatoren, keukens of koelkasten. Het risico voor elektrische schokken vermindert wanneer het lichaam geaard is.
14) Overbelast de machine niet. Gebruik de machine die geschikt is voor het werk. Met een gepaste machine zal het werk beter en op veiligere wijze uitgevoerd worden, aan de snelheid waarvoor ze ontworpen werd.
F) TRANSPORT EN VERPLAATSING
1) Telkens wanneer de machine verplaatst, geheven, voerd of overgeheld moet worden, is het noodzakelijk:
- Stevige werkhandschoenen te dragen;
- De machine vast te nemen op punten waar u een stevige grip hebt, rekening houdend met het gewicht en de spreiding van het gewicht;
- Een beroep te doen op een toereikend aantal personen die het gewicht van de machine kunnen heffen, volgens de ken-
denerken van het transportmiddel of de plaats waar de machine opgenomen of opgesteld moet worden.
- U ervan te verzekeren dat de bewegingen van de machine geen schade of letsels veroorzaken.
2) Bevestig de machine tijdens het vervoer goed met touwen of kettingen.
G) MILIEUBESCHERMING
1) z i De melieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven. Wees geen storend element voor uw buren.
2) Volg nauwgezet de plaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, batterijen, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op het milieu; dit afval mag niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
3) Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdanking van het snijafval.
4) Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze naar een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldende lokale normen.
LEER DE MACHINE KENNEN
BESCHRIJVING VAN DE MACHINE EN GEBRUIKSGEBIED
Deze machine is een tuingereedschap en met name een grasmaaier met lopende bestuurder.
De machine bestaat hoofdzakelijk uit een motor, die een snijinrichting aanschakelt die beschermd is door een carter, voorzien van wielen en een handgreep.
De bediener kan de machine besturen en de belangrijkste commando's bedienen terwijl hij steeds achter de handgreep blijft, en dus op veilige afstand van de draaiende snij-inrichting. Indien de bediener zich van de machine verwijdert, val- len de motor en de snij-inrichting na enkele seconden stil.
om Voorzien gebruik
Deze machine is ontworpen en gebouwd om gras te maaien (en op te vangen) in tuinen en zones met gras, met een grootte in verhouding met de maaicapaciteit, in aanwezigheid van een lopende bediener.
De aanwezigheid van toebehoren of specifieke inrichtingen kan vermijden dat het gemaaide gras verzameld moet worden ofwel voor een "mulching" effect zorgen, waarbij het gemaaide gras op het terrein wordt achtergelaten.
Type gebruiker
ve deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d.w.z. door niet professionele bedieners. Deze machine is bestemd voor een amateuriël gebruik.
Onjuist gebruik
Eender welk ander gebruik, dat afwijkt van wat hierboven beschreven is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan
personen en/of zaken.
De volgende situaties behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend):
– vervoer van personen, kinderen of dieren op de machine;
- zich door de machine laten vervoeren;
- gebruik van de machine voor het aanslepen of aanduwen van een last;
- gebruik van de machine voor het verzamelen van blade-ren of afval;
- gebruik van de machine voor het knippen van heggen voor het maaien van andere vegetatie dan gras;
- gebruik van de machine door meer dan één persoon tegelijk;
- inschakeling van de draaiende inrichting op zones der gras.
IDENTIFICATIELABEL EN ONDERDELEN VAN DE MACHINE
(zie afbeeldingen op pag. ii)
- Geluidsniveau
- CE-overeenstemmingskenteken
- Bouwjaar
- Type grasmaaier
- Serienummer
- Naam en adres van de fabrikant
- Artikelcode
- Nominaal vermogen en maximale snelheid voor de werking van de motor
- Gewicht in kg
-
Spanning en frequentie voeding
10a. Elektrische beschermingsgraad -
Chassis
- Motor
- Snij-inrichting
-
Achterste aflaatbeveiliging
14a. Zijdelingse aflightdeflector (indien voorzien)
14b. Zijdelingse aflightbeveiliging (indien voorzien) -
Opvangzak
-
Steel
-
Commando schakelaar
-
Haak elektrisch snoer
-
Bedieningshendel aandrijving
Onmiddellijk na de aankoop van de machine, worden de identificatienummers (3 - 4 - 5) in de hiertoe bestemde ruimten op de laatste pagina van de handleiding genoteerd.
Het voorbeeld van de verklaring van overeenstemming bevindt zich op de voorlaatste pagina van de handleiding.

Gooi elektrische apparatuur niet bij het gewoon huishoudelijk afval. Volgens de Europese Richtlijn 2012/19/ EU inzake elektrisch en elektronisch afval en de toe-passing ervan overeenkomstig de nationale wetge-
ving, moet de afgedankte elektrische apparatuur apart ingezameld worden voor recyclagedoeleinden. Indien de elektrische apparatuur afgedankt wordt op een afvalpark of in de ondergrond, kunnen de schadelijke stoffen de waterlaag bereiken en in de voedingsketen terecht komen, met nadelige gevolgen voor uw gezondheid en welzijn. Voor meer informatie over de afdanking van dit product, contacteer de instantie die bevoegd is voor de verwerking van het huishoudelijk afval of raadpleeg uw Verkoper.
BESCHRIJVING VAN DE SYMBOLEN OP DE KNOPPEN (indien aanwezig)
- LET OP - Bij het opstarten van de motor wordt tegelijkertijd ook de snij-inrichting ingeschakeld.
- Stilstand
- Werking
- Aandrijving ingeschakeld
- Signaalinrichting inhoud opvangzak omhoog (a) = leeg of / omlaag (b) = vol
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN - Uw grasmaaier moet voorzichtig gebruikt worden. Daarom zijn er op de machine zopietogrammen aangebracht die u aan de belangrijkste veiligheidsvoorschriften herinneren. Hun betekenis is hieronder weergegeven. Verder wordt u aanbevolen de veiligheidsvoorschriften in het speciale hoofdstuk daarover in dit boekje zorgvuldig door te lezen.
Vervang de beschadigde of onleesbare stickers.
- Let op: Lees de handleiding alvorens de machine te gebruiken.
- Risico wegschietende voorwerpen. Houd de personen buiten de werkzone tijdens het gebruik.
- Enkel voor grasmaaier met thermische motor
- Let op de scherpe snij-inrichting: de snij-inrichting blijft draaien ook na het uitschakelen van de motor. Haal de stekker uit het stopcontact vooraleer het onderhoud aan te vangen of wanneer de kabel beschadigd is.
- Let op: houd het toevoersnoer ver van de snij-inrichting.
- Gevaar voor snijwonden: Bewegende snij-inrichting. Steek uw handen of voeten niet in de holte van de snij-inrichting.
OPMERKING - De overeenkomst tussen de verwijzingen in de tekst en de bijbehorende afbeeldingen (op de pag. iii en daaropvolgende ) is gegeven door het nummer dat voor iedere paragraaf staat.
1. DE MONTAGE VERVOLLEDIGEN
OPMERKING De machine kan mogelijk geleverd worden met sommige onderdelen reeds gemonteerd.
LET OP!
De machine moet op een vlakke en solide ondergrond uitgepakt en gemonteerd worden, met voldoende bewegingsruimte voor de machine en de verpakking, en steeds met gebruik van geschikte werktuigen.
De verpakking moet volgens de plaatselijk geldende be- palingen worden afgevoerd.
Vervolledig de montage van de machine volgens de aanwijzingen die samen met ieder te monteren onderdeel geleverd worden.
2. BESCHRIJVING VAN DE COMMANDO'S
OPMERKING De betekenis van de symbolen op de knoppen wordt verklaard op de volgende pagina's.
2.1 Schakelaar met tweevoudige bediening
De motor wordt bediend door een schakelaar met tweevoudige bediening, om ongewild opstarten te verhinderen.
Voor het opstarten, drukt men de toets (2) in en trekt men aan de hendel (1).

LET OP!
Bij het opstarten van de motor wordt te- x de snij-inrichting ingeschakeld.
De motor stopt automatisch wanneer men de hendel (1) los- laat.
2.2 Afstelling van de maaihoogte
De maaihoogte kan door middel van de speciale hendels (1) afgesteld worden.
De hoogte moet voor de vier wielen gelijk zijn.
U MAG DIT ENKEL DOEN ALS DE SNIJ-INRICHTING STIL STA AT.
2.3 Bedieningshendel aandrijving
(indien aanwezig)
Voor de modellen met aandrijving, wordt de grasmaaier ge- start met de bedieningshendel (1) tegen de handgreep ge- duwd.
De grasmaaier stopt met rijden als de hendel losgelaten om de opvangzak te verwijderen en te ledigen,
wordt.
3. HET GRAS MAAIEN
OPMERKING Met deze machine kan men het gras op verschillende wijzen maaien; vooraleer het werk aan te vangen, raadt men aan de machine af te stellen al naargelang de wijze waarop men het gras wil maaien. U MAG DIT ENKEL DOEN ALS DE MOTOR UITGESCHAKELD IS.
3.1a
Voorbereiding voor het maaien en opvangen van het gras in de opvangzak:
- Plaats de achterste aflaatbeveiliging (1) omhoog en vestig de opvangzak (2) correct zoals aangegeven op afbeelding.
3.1b
Voorbereiding voor het maaien en uitlaat van het gras achteraan:
- Verwijder de opvangzak en zorg ervoor dat de achterste aflaatbeveiliging (1) stabiel omlaag blijft.
- Bij de modellen met mogelijkheid tot zijdelingse aflaat: zorg ervoor dat de zijdelingse aflaatbeveiliging (4) omlaag is.
3.1c
Voorbereiding voor het maaien en fijnmalen van het gras ("mulching" functie – indien voorzien):
- Bij de modellen met mogelijkheid tot zijdelingse aflaat: zorg ervoor dat de zijdelingse aflaatbeveiliging (4) omlaag is.
- Til de achterste aflaatbeveiliging (1) op en voer de deflectordop (5), lichtjes naar rechts hellend, in de aflaatopening; zet hem met beide spillen (6) vast in de voorziene gaten tot u de vertanding (7) hoort vastklikken.
Til de achterste aflaatbeveiliging (1) op en druk in het den om de vertanding (7) los te haken en de deflectordop (5) te verwijderen.
3.1d
Voorbereiding voor het maaien en zijdelingse uitlaat van het gras (indien voorzien):
- Til de achterste aflaatbeveiliging (1) op en voer de deflectordop (5), lichtjes naar rechts hellend, in de aflaatopening; zet hem met beide spillen (6) vast in de voorziene gaten tot u de vertanding (7) hoort vastklikken.
- Plaats de zijdelingse aflightdeflector (8) zoals aangegeven op de afbeelding.
- Hersluit de zijdelingse aflightbeveiliging (4) zodat de zijdelingse aflightdeflector (8) geblokkeerd is.
Til de achterste aflaatbeveiliging (1) op en druk in het midden om de vertanding (7) los te haken en de deflectordop (5) te verwijderen.
3.2 Opstarten
Bevestig het verlengsnoer correct zoals aangegeven.
Om de motor aan te schakelen, drukt men op de veiligheids-toets (2) en trekt men aan de hendel (1) van de schakelaar.
3.3 Het gras maaien
Let erop dat de elektrische kabel zich, tijdens het snijden, steeds achter uw rug bevindt en langs de kant van het gazon dat reeds gemaaid werd.
Het gazon zal er beter uitzien als het steeds op dezelfde hoogte en afwisselend in de twee richtingen gemaaid wordt.
Wanneer de opvangzak te vol wordt, wordt het gras niet meer efficiënt opgevangen en verandert het geluid van de grasmaaier.
em de opvangzak te verwijderen en te ledigen,
- de schakelhendel loslaten en wachten tot de snij-inrichting stil staat;
- de achterste aflaatbeveiliging (2) omhoog plaatsen, de handgreep vastnemen en de opvangzak verwijderen; de opvangzak rechtop houden.
- In geval van "mulching" of uitlaat van het gras achteraan: vermiid steeds grote hoeveelheden gras af te snijden. Maai nooit meer dan een derde van de totale hoogte van het gras in een enkele beurt! Pas de rijsnelheid aan de toestand van het grasveld en de hoeveelheid gemaaid gras aan.
- In geval van zijdelingse uitlaat (indien voorzien): het is raadzaam een baan te volgen waarbij het gemaaide gras niet op het deel van het veld dat nog gemaaid moet worden, uitgelaten wordt
- In geval van opvangzak met signaalinrichting van de inhoud (indien voorzien): tijdens het werk, wanneer de snij-inrichting in beweging is, blijft de signaalinrichting omhoog zolang de opvangzak in staat is het gemaaide gras te ontvangen; wanneer de inrichting omlaag gaat, betekent dit dat de opvangzak vol is en dat hij geledigd moet worden.
Raadgevingen voor de zorg van het gazon
ledere soort gras heeft verschillende kenmerken en er kunnen dus verschillende werkwijzen nodig zijn om het gazon te verzorgen; lees steeds de aanwijzingen op de zaadverpakkingen met betrekking op de maaihoogte, en al naargelang de groeiconditions van de zone waar men werkt.
Houd er rekening mee dat de meeste soorten gras uit een steel en een of meerdere bladeren bestaan. Als de bladeren volledig afgemaaid worden, wordt het gazon beschadigd en mied-het moeilijker teruggroeien.
Over het algemeen, gelden de volgende aanwijzingen:
- een te laag maainiveau veroorzaakt scheuren en leegtes in het grasveld, en een "gevlekt" aspect";
- in de zomer, moet het gras hoger gemaaid worden om te vermijden dat het terrein uitdroogt;
- maai het gras niet wanneer het nat is; dit zou de werkzaamheid van de snij-inrichting verminderen omwille van het gras dat eraan vastkleeft en zou scheuren in het grasveld veroorzaken;
- indien het gras bijzonder hoog is, is het raadzaam eerst op de maximaal toegestane hoogte te maaien en vervolgens
een tweede maaibeurt te doen na twee of drie dagen.
3.4 Na het werken
De hendel (1) na het werk loslaten. Vervolgens EERST stekker uit het stopcontact (2) nemen en DAARNA het snoer van de schakelaar van de grasmaaimachine (3) loskoppelen. WACHTEN TOT DE SNIJ-INRICHTING STIL STAAT, voor-aleer eender welke ingreep uit te voeren op de grasmaaier.
BELANGRIJK Indien de motor tijdens het werk stopt wegens oververhitting, moet men 5 minuten wachten vooraleer deze weer op te starten.
4. GEWOON ONDERHOUD
Bewaar de grasmaaier op een droge plaats.
BELANGRIJK Een regelmatig en zorgzaam onderhoud is onontbeerlijk om de veiligheid en originele performances van de machine mettertijd te behouden.
Iedere ingreep voor afstelling of onderhoud moet uitgevoerd worden bij stilstaande motor, terwijl de machine losgekoppeld is van het elektrisch net.
1) Draag robuuste werkhandschoenen bij alle ingrepen voor reiniging, onderhoud of afstelling van de machine.
2) Verwijder, na iedere maaibeurt, de resten van gras modder die binnen het chassis opgestapeld worden om te vermijden dat deze resten, wanneer ze opdrogen, een volgend opstarten moeilijk maken. Bij de modellen met zijdelingse uitlaat, moet men de aflaatdefector verwijderen (indien gemonteerd - zie 3.1.d).
3) Verzeker u er steeds van dat de luchtgaten vrij zijn afval.
4) De verf aan de binnenkant van het chassis kan mettertijd loskomen ten gevolge van de krassende actie van het gemaaide gras; in dit geval moet men onmiddellijk de verflaag bijwerken met een antiroestverf, om de vorming van roest te voorkomen, die tot corrosie van het metaal kunnen leiden.
4.1 Onderhoud van de snij-inrichting
ledere ingreep aan de snij-inrichting kan het best steeds door een gespecialiseerd centrum uitgevoerd worden, dat over het meest geschikte gereedschap beschikt.
Voor deze machine is het gebruik van een snij-inrichting voorzien met de code die aangegeven is in de tabel op pagina ii. Gezien de ontwikkeling van het product, kan de boven vermelde snij-inrichtingen in de loop van de tijd vervangen worden door een andere, met soortgelijke eigenschappen voor wat betreft verwisselbaarheid en functionele veiligheid.
Monteer de snij-inrichting (2) weer met de code naar de grond gericht, in de volgorde die aangegeven is op de afbeelding. Draai de middelste schroef (1) aan met een 15 Nm dynamometersleutel.
4.2 Reiniging van de machine
Gebruik geen waterstralen en vermijd de motor en de elektrische onderdelen nat te maken. Gebruik geen agressieve vloeistoffen voor de reiniging van het chassis.
4.3 Regeling van de aandrijving
Voor de modellen met aandrijving wordt de juiste spanning van de riem verkregen met behulp van de moer (1), tot de aan-gewezen waarde verkregen wordt (6 mm).
5. TOEBEHOREN
LET OP! Voor uw eigen veiligheid is het strikt verboden enig ander toebehoren te monteren dan diegene in de volgende lijst aangegeven zijn en nadrukkelijk voor uw model en type machine ontworpen zijn.
5.1 Kit "Mulching" (indien niet bijgeleverd)
Versnippert het pas gemaaide gras en laat het achter op het terrein, als alternatief voor het opvangen in de opvangzak (voor machines die hiervoor voorzien zijn).
- STORINGEN
| Wat te doen bij ... | |
| Oorsprong van het probleem | Oplossing |
| 1. De elektrische grasmaaier werkt niet | |
| Er komt geen stroom aan de machine | Controleer de elektrische aansluiting |
| 2. De grasmaaier doet de stroom uitvallen | |
| De stroomsterkte van het stopcontact is niet voldoende | Verbind de machine aan een stopcontact met een voldoende stroomsterkte |
| Er staan andere elektrische apparaten aan | Sluit geen andere apparaten tegelijkertijd op hetzelfde stopcontact aan |
| 3. Het gemaaide gras komt niet meer in de opvangzak terecht | |
| De snij-inrichting heeft stoten ondergaan. | De snij-inrichting bijslijpen of vervangen. Controleer de vleugels die het gras naar de opvangzak sturen |
| De binnenkant van het chassis is vuil | Maak de binnenkant van het chassis schoon zodat het gras makkelijker naar de opvangzak afgevoerd wordt |
| 4. Het maaien verloopt moeizaam | |
| De snij-inrichting is niet in goede staat | De snij-inrichting bijslijpen of vervangen. |
| 5. De machine begint op abnormale wijze begint te trillen | |
| Beschadiging of losgekomen delen | Schakel de motor uit en koppel de toevoerkabel los Controleer eventuele beschadigingen; Controleer of er delen losgekomen zijn en schroef ze weer vast. Voer de controles, vervangingen of herstellingen uit bij een Gespecialiseerd Centrum |
In geval van eender welke twijfel of probleem, raadpleeg de meest nabije Klantendienst of uw Verkoper.