GTM 12 JL BOSCH

GTM 12 JL - Zaag BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis GTM 12 JL BOSCH in PDF-formaat.

Page 114
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BOSCH

Model : GTM 12 JL

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GTM 12 JL - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GTM 12 JL van het merk BOSCH.

GEBRUIKSAANWIJZING GTM 12 JL BOSCH

OBJ_BUCH-1688-007.book Page 113 Friday, February 24, 2017 12:15 PM114 | Nederlands 1 609 92A 5KX | (24.2.17)Bosch Power Tools Nederlands

Veiligheidsvoorschriften

Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elek-

trische gereedschappen

Bij het gebruik van elektrisch

gereedschap moeten de vol-

gende belangrijke veiligheidsmaatregelen in acht worden ge-

nomen ter bescherming tegen een elektrische schok en tegen

verwondings- en brandgevaar.

Lees al deze voorschriften voordat u dit elektrische ge-

reedschap gebruikt en bewaar deze veiligheidsvoor-

Het in de veiligheidsvoorschriften gebruikte begrip „elek-

trisch gereedschap” heeft betrekking op elektrische gereed-

schappen voor gebruik op het stroomnet (met netsnoer) en

op elektrische gereedschappen voor gebruik met een accu

Veiligheid van de werkomgeving

 Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Een

rommelige of onverlichte werkomgeving kan tot ongeval-

 Werk met het elektrische gereedschap niet in een om-

geving met explosiegevaar waarin zich brandbare

vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof be-

vinden. Elektrische gereedschappen veroorzaken vonken

die het stof of de dampen tot ontsteking kunnen brengen.

 Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik

van het elektrische gereedschap uit de buurt. Wanneer

u wordt afgeleid, kunt u de controle over het gereedschap

Elektrische veiligheid

 De aansluitstekker van het elektrische gereedschap

moet in het stopcontact passen. De stekker mag in

geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapter-

stekkers in combinatie met geaarde elektrische ge-

reedschappen. Onveranderde stekkers en passende

stopcontacten beperken het risico van een elektrische

 Voorkom aanraking van het lichaam met geaarde op-

pervlakken, bijvoorbeeld van buizen, verwarmingen,

fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico

door een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard is.

 Houd het gereedschap uit de buurt van regen en vocht.

Het binnendringen van water in het elektrische gereed-

schap vergroot het risico van een elektrische schok.

 Gebruik de kabel niet voor een verkeerd doel, om het

elektrische gereedschap te dragen of op te hangen of

om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de

kabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en be-

wegende gereedschapdelen. Beschadigde of in de war

geraakte kabels vergroten het risico van een elektrische

 Wanneer u buitenshuis met elektrisch gereedschap

werkt, dient u alleen verlengkabels te gebruiken die

voor gebruik buitenshuis zijn goedgekeurd. Het gebruik

van een voor gebruik buitenshuis geschikte verlengkabel

beperkt het risico van een elektrische schok.

 Als het gebruik van het elektrische gereedschap in een

vochtige omgeving onvermijdelijk is, dient u een aard-

lekschakelaar te gebruiken. Het gebruik van een aardlek-

schakelaar vermindert het risico van een elektrische

Veiligheid van personen

 Wees alert, let goed op wat u doet en ga met verstand

te werk bij het gebruik van het elektrische gereed-

schap. Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer

u moe bent of onder invloed staat van drugs, alcohol of

medicijnen. Een moment van onoplettendheid bij het ge-

bruik van het elektrische gereedschap kan tot ernstige ver-

 Draag persoonlijke beschermende uitrusting. Draag al-

tijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke be-

schermende uitrusting zoals een stofmasker, slipvaste

werkschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming,

afhankelijk van de aard en het gebruik van het elektrische

gereedschap, vermindert het risico van verwondingen.

 Voorkom per ongeluk inschakelen. Controleer dat het

elektrische gereedschap uitgeschakeld is voordat u de

stekker in het stopcontact steekt of de accu aansluit en

voordat u het gereedschap oppakt of draagt. Wanneer u

bij het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger

aan de schakelaar hebt of wanneer u het gereedschap in-

geschakeld op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot

 Verwijder instelgereedschappen of schroefsleutels

voordat u het elektrische gereedschap inschakelt. Een

instelgereedschap of sleutel in een draaiend deel van het

gereedschap kan tot verwondingen leiden.

 Voorkom een onevenwichtige lichaamshouding. Zorg

ervoor dat u stevig staat en steeds in evenwicht blijft.

Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onver-

wachte situaties beter onder controle houden.

 Draag geschikte kleding. Draag geen loshangende kle-

ding of sieraden. Houd haren, kleding en handsc

nen uit de buurt van bewegende delen. Loshangende

kleding, lange haren en sieraden kunnen door bewegende

delen worden meegenomen.

 Wanneer stofafzuigings- of stofopvangvoorzieningen

kunnen worden gemonteerd, dient u zich ervan te ver-

zekeren dat deze zijn aangesloten en juist worden ge-

bruikt. Het gebruik van een stofafzuiging beperkt het ge-

Zorgvuldige omgang met en zorgvuldig gebruik van elek-

trische gereedschappen

 Overbelast het gereedschap niet. Gebruik voor uw

werkzaamheden het daarvoor bestemde elektrische

gereedschap. Met het passende elektrische gereedschap

werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven capaci-

1 609 92A 5KX | (24.2.17)

 Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de

schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet

meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet

 Trek de stekker uit het stopcontact of neem de accu uit

het elektrische gereedschap voordat u het gereed-

schap instelt, toebehoren wisselt of het gereedschap

weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld

starten van het elektrische gereedschap.

 Bewaar niet-gebruikte elektrische gereedschappen

buiten bereik van kinderen. Laat het gereedschap niet

gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd

zijn en deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektri-

sche gereedschappen zijn gevaarlijk wanneer deze door

onervaren personen worden gebruikt.

 Verzorg het elektrische gereedschap zorgvuldig. Con-

troleer of bewegende delen van het gereedschap cor-

rect functioneren en niet vastklemmen en of onderde-

len zodanig gebroken of beschadigd zijn dat de

werking van het elektrische gereedschap nadelig

wordt beïnvloed. Laat deze beschadigde onderdelen

voor het gebruik repareren. Veel ongevallen hebben hun

oorzaak in slecht onderhouden elektrische gereedschap-

 Houd snijdende inzetgereedschappen scherp en

schoon. Zorgvuldig onderhouden snijdende inzetgereed-

schappen met scherpe snijkanten klemmen minder snel

vast en zijn gemakkelijker te geleiden.

 Gebruik elektrisch gereedschap, toebehoren, inzetge-

reedschappen en dergelijke volgens deze aanwijzin-

gen. Let daarbij op de arbeidsomstandigheden en de

uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektri-

sche gereedschappen voor andere dan de voorziene toe-

passingen kan tot gevaarlijke situaties leiden.

 Laat het elektrische gereedschap alleen repareren

door gekwalificeerd en vakkundig personeel en alleen

met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt

gewaarborgd dat de veiligheid van het gereedschap in

Veiligheidsvoorschriften voor combinatiezagen

 Het elektrische gereedschap wordt geleverd met een

waarschuwingsplaatje (in de weergave van het elektri-

sche gereedschap op de pagina met afbeeldingen aan-

geduid met nummer 40).

 Als de tekst van het waarschuwingsplaatje niet in de

taal van uw land is, plak er dan vóór de eerste inge-

bruikneming de meegeleverde sticker in de taal van uw

Richt de laserstraal niet op personen of

dieren en kijk niet zelf in de directe of re-

flecterende laserstraal. Daardoor kunt u

personen verblinden, ongevallen veroorza-

ken of het oog beschadigen.

 Als laserstraling het oog raakt, dan moeten de ogen be-

wust gesloten worden en moet het hoofd onmiddellijk

uit de straal bewogen worden.

 Gebruik geen optisch verzamelende instrumenten, zo-

als verrekijker enz. voor het bekijken van de stralings-

bron. U kunt hiermee uw ogen beschadigen.

 Richt de laserstraal niet op personen die door een ver-

rekijker of dergelijke kijken. U kunt hiermee hun ogen

 Breng geen wijzigingen aan de laserinrichting aan. De

in deze gebruiksaanwijzing beschreven instelmogelijkhe-

den kunt u zonder gevaar gebruiken.

 Vervang de ingebouwde laser of lichtdiode niet door

een laser of lichtdiode van een ander type. Van lasers of

lichtdiodes die niet bij dit elektrische gereedschap passen,

kunnen gevaren voor personen uitgaan. Reparatie of ver-

vanging dient door een geautoriseerd service center te

worden uitgevoerd om te voorkomen dat de veiligheid in

 Maak waarschuwingsstickers op elektrisch gereed-

schap nooit onleesbaar.

 Ga nooit op het elektrische gereedschap staan. Er kun-

nen ernstige verwondingen optreden wanneer het elektri-

sche gereedschap kantelt of wanneer u per ongeluk met

het zaagblad in aanraking komt.

 Houd grepen droog, schoon en vrij van olie en vet. Vet-

tige grepen met olie zijn glad en leiden tot het verlies van de

controle over de kettingzaag.

 Gebruik het elektrische gereedschap alleen als het

werkoppervlak, buiten het te bewerken werkstuk, vrij

is van alle instelgereedschappen, houtspanen en der-

gelijke. Kleine stukken hout of andere voorwerpen die met

het ronddraaiende zaagblad in contact komen, kunnen de

bediener met hoge snelheid raken.

 Houd de vloer vrij van houtspanen en materiaalresten.

U kunt uitglijden of struikelen.

 Gebruik het elektrische gereedschap alleen voor de

materialen die zijn aangegeven bij het gebruik volgens

de bestemming. Anders kan het elektrische gereedschap

 Als het zaagblad vastklemt, schakelt u het elektrische

gereedschap uit en houdt u het werkstuk stil tot het

zaagblad tot stilstand is gekomen. Het werkstuk mag

pas worden bewogen als het zaagblad stil staat. Zo

voorkomt u een terugslag. Maak de oorzaak van het vast-

klemmen van het zaagblad ongedaan voordat u het elektri-

sche gereedschap opnieuw start.

 Gebruik geen stompe, gescheurde, verbogen of be-

schadigde zaagbladen. Zaagbladen met stompe of ver-

keerd gerichte tanden veroorzaken door een te nauwe

zaagopening een verhoogde wrijving, vastklemmen van

het zaagblad of terugslag.

LASER RADIATION DO NOT STARE INTO THE BEAM CLASS 2 LASER PRODUCT IEC 60825-1: 2014

 Gebruik altijd zaagbladen met de juiste maat en vorm

(ruitvormig of rond) van het opnameboorgat. Zaagbla-

den die niet bij de montagedelen van de zaagmachine pas-

sen, lopen niet rond en leiden tot het verliezen van de con-

 Gebruik geen zaagbladen van hooggelegeerd snel-

draaistaal (HSS-staal). Dergelijke zaagbladen kunnen ge-

 Pak het zaagblad na de werkzaamheden niet vast voor-

dat het afgekoeld is. Het zaagblad wordt tijdens de werk-

zaamheden zeer heet.

 Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk

niet zelf in de laserstraal. Dit elektrische gereedschap

brengt laserstraling van laserklasse 2 volgens EN 60825-1

voort. Daardoor kunt u personen verblinden.

 Vervang de ingebouwde laser of lichtdiode niet door

een laser of lichtdiode van een ander type. Van lasers of

lichtdiodes die niet bij dit elektrische gereedschap passen,

kunnen gevaren voor personen uitgaan. Reparatie of ver-

vanging dient door een geautoriseerd service center te

worden uitgevoerd om te voorkomen dat de veiligheid in

 Controleer de kabel regelmatig en laat een beschadig-

de kabel alleen door een erkende servicewerkplaats

voor Bosch elektrische gereedschappen repareren.

Vervang een beschadigde verlengkabel. Daarmee

wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het elektrische

gereedschap in stand blijft.

 Bewaar het elektrische gereedschap als u het niet ge-

bruikt op een veilige plaats. Bewaar het op een droge

en afsluitbare plaats. Daarmee voorkomt u dat het elek-

trische gereedschap tijdens het bewaren beschadigd of

door onervaren personen bediend wordt.

 Verlaat het gereedschap nooit voordat het volledig tot

stilstand is gekomen. Uitlopende inzetgereedschappen

kunnen verwondingen veroorzaken.

 Gebruik het elektrische gereedschap niet met een be-

schadigde kabel. Raak de beschadigde kabel niet aan

en trek de stekker uit het stopcontact als de kabel tij-

dens de werkzaamheden wordt beschadigd. Beschadig-

de kabels vergroten het risico van een elektrische schok.

Veiligheidsvoorschriften voor het gebruik als verstek-

 Controleer dat de beschermkap correct werkt en vrij

kan bewegen. Klem de beschermkap nooit in geopende

 Verwijder nooit zaagresten, houtspanen en dergelijke

uit de buurt van de plaats waar wordt gezaagd terwijl

het elektrische gereedschap loopt. Breng de gereed-

schaparm altijd eerst in de ruststand en schakel het elektri-

sche gereedschap uit.

 Beweeg het zaagblad alleen ingeschakeld naar het

werkstuk. Anders bestaat er gevaar voor een terugslag als

het zaagblad in het werkstuk vasthaakt.

 Span het te bewerken werkstuk altijd vast. Bewerk

geen werkstukken die te klein zijn om te worden vast-

gespannen. De afstand van uw hand tot het ronddraaien-

de zaagblad is anders te klein.

 Gebruik het gereedschap nooit zonder de inlegplaat.

Vervang een defecte inlegplaat. Zonder een correct wer-

kende inlegplaat kunt u zich aan het zaagblad verwonden.

 Zet het werkstuk vast. Een met spanvoorzieningen of een

bankschroef vastgehouden werkstuk wordt beter vastge-

houden dan u met uw hand kunt doen.

Veiligheidsvoorschriften voor het gebruik als stationaire

 Controleer dat de beschermkap correct werkt en vrij

Deze moet voor het zagen op de tafel en tij-

dens het zagen op het werkstuk liggen. Ze mag niet in ge-

opende toestand worden vastgeklemd.

 Grijp nooit achter het zaagblad om het werkstuk vast te

houden, om houtspanen te verwijderen of om andere

redenen. De afstand van uw hand tot het ronddraaiende

zaagblad is daarbij te klein.

 Beweeg het werkstuk alleen naar het lopende zaag-

blad. Anders bestaat er gevaar voor een terugslag als het

zaagblad in het werkstuk vasthaakt.

 Zaag altijd slechts één werkstuk. Over elkaar of tegen el-

kaar gelegde werkstukken kunnen het werkstuk blokkeren

of tijdens het zagen ten opzichte van elkaar verschuiven.

 Gebruik altijd de parallelgeleider of verstekgeleider.

Dit verbetert de zaagnauwkeurigheid en verkleint de mo-

gelijkheid dat het zaagblad vastklemt.

De volgende symbolen kunnen voor het gebruik van het elek-

trische gereedschap van belang zijn. Zorg ervoor dat u de

symbolen en hun betekenis herkent. Het juiste begrip van de

symbolen helpt u het elektrische gereedschap goed en veilig

Staar niet in de straal

Klasse 2 laser produkt

 Houd uw handen uit de buurt van de

zaagomgeving terwijl het elektri-

sche gereedschap loopt. Bij aanra-

king van het zaagblad bestaat verwon-

 Draag een stofmasker.

 Draag een veiligheidsbril.

OBJ_BUCH-1688-007.book Page 116 Friday, February 24, 2017 12:15 PMNederlands | 117 Bosch Power Tools1 609 92A 5KX | (24.2.17) Product- en vermogensbeschrijving

Lees alle veiligheidswaarschuwingen en al-

le voorschriften. Als de waarschuwingen en

voorschriften niet worden opgevolgd, kan dit

een elektrische schok, brand of ernstig letsel

Gebruik volgens bestemming

Het elektrische gereedschap is bestemd voor gebruik als

staand gereedschap voor schulpen en afkorten met een rech-

te zaaglijn in hout. Daarbij zijn horizontale verstekhoeken van

–48° tot +48° en verticale verstekhoeken van –2° tot +47°

De capaciteit van het elektrische gereedschap is geschikt

voor het zagen van hard en zacht hout, spaanplaat en vezel-

Als het elektrische gereedschap als stationaire cirkelzaagma-

chine wordt gebruikt, is het zagen van aluminium en andere

non-ferrometalen niet toegestaan.

Het licht van dit elektrische gereedschap is bestemd om het

directe werkbereik van het elektrische gereedschap te ver-

lichten en is niet geschikt voor ruimteverlichting in het huis-

Afgebeelde componenten

De componenten zijn genummerd zoals op de afbeeldingen

van het elektrische gereedschap op de pagina’s met afbeel-

3 Boorgaten voor montage

5 Inbussleutel (6 mm)/gleufkopschroevendraaier

10 Blokkeerschroef van beugel 11

12 Inbusbout voor zaagbladbevestiging

13 Blokkering uitgaande as

15 Binnenste spanflens

16 Afscherming van de laserlens

Componenten van de verstekzaag

17 Knop voor het ontgrendelen van de gereedschaparm

19 Lasereenheid/uitgang laserstraling

20 Pendelbeschermkap

22 Zaagtafel van de verstekzaag

23 Schaalverdeling voor verstekhoek (horizontaal)

25 Vastzetknop voor verstekhoek naar wens (horizontaal)

26 Hendel voor voorinstelling verstekhoek (horizontaal)

27 Inkepingen voor standaardverstekhoek

28 Boorgaten voor lijmklem

29 Zaagtafelverlenging

31 Vertelbare aanslagrail

 Draag een gehoorbescherming. De

blootstelling aan lawaai kan gehoorver-

lies tot gevolg hebben.

 Gevarenbereik! Houd handen, vin-

gers en armen zo veel mogelijk uit de

Let op de afmetingen van het zaagblad. De

gatdiameter moet zonder speling op de

uitgaande as passen. Gebruik geen redu-

ceerstukken of adapters.

Let er bij het wisselen van het zaagblad op

dat de zaagbreedte niet kleiner dan

2,0 mm en de zaagbladdikte niet groter

dan 2,0 mm is. Anders bestaat het gevaar

dat het spouwmes (2,0 mm) in het werk-

Bij gebruik van de combinatiezaag als sta-

tionaire cirkelzaagmachine bedraagt de

maximale werkstukhoogte 51 mm.

Pictogram op de beugel 11 voor het draai-

en en vergrendelen van de pendelbe-

Pictogram op de knop 17 voor het ont-

grendelen van de gereedschaparm

Pictogram voor het gebruik van de combi-

natiezaag als verstekzaag.

Pictogram voor het gebruik van de combi-

natiezaag als stationaire cirkelzaagmachi-

32 Aanslagschroef voor verstekhoek 33,9° (verticaal)

33 Aanslagbout voor verstekhoek 33,9° (verticaal)

34 Verlichtingseenheid

35 Schakelaar voor verlichting („Light”)

36 Schakelaar voor snijlijnmarkering („Laser”)

37 Spangreep voor verstekhoek naar wens (verticaal)

38 Transportvergrendeling

39 Inbusbouten (6 mm) van de aanslagrail

40 Laser-waarschuwingsplaatje

41 Inbusbouten van zaagtafelverlenging

44 Blokkeerschroef van verstelbare aanslagrail

46 Fijne schaalverdeling

47 Hoekaanduiding (verticaal)

48 Schaalverdeling voor verstekhoek (verticaal)

49 Schroeven voor inlegplaat

50 Rubber dop (voor)

51 Stelschroef voor laserpositionering (parallelliteit)

52 Stelschroef voor laserpositionering (gelijkliggen)

53 Rubber dop (zijkant)

54 Stelschroef voor laserpositionering

(zijwaartse afwijking)

55 Schroef voor fijne schaalverdeling

56 Schroef voor hoekaanduiding (verticaal)

57 Inbusbout (3 mm) voor standaardverstekhoek 0° (verti-

58 Inbusbout (3 mm) voor standaardverstekhoek 45° (ver-

64 Spangreep van parallelgeleider

65 Schaalverdeling voor afstand zaagblad tot parallelgelei-

66 Onderste zaagbladafscherming

69 Afstandsaanduiding

70 Schroef voor afstandsaanduiding parallelgeleider

71 Geleiding van parallelgeleider

72 Instelschroef voor spankracht van geleiding 71

73 Schroeven van glijrail van parallelgeleider

74 Stelschroeven van parallelgeleider

75 Klemschroef van lengtegeleider

76 Boorgaten voor lengtegeleider

* Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren wordt standaard

meegeleverd. Het volledige toebehoren vindt u in ons toebehoren-

Informatie over geluid

Geluidsemissiewaarden vastgesteld volgens

Het A-gewogen geluidsniveau van het gereedschap bedraagt

kenmerkend: geluidsdrukniveau 91 dB(A); geluidsvermogen-

niveau 104 dB(A). Onzekerheid K=3 dB.

Draag een gehoorbescherming.

De in deze gebruiksaanwijzing vermelde geluidsemissiewaar-

de is gemeten met een volgens EN genormeerde meetmetho-

de en kan worden gebruikt om elektrische gereedschappen

met elkaar te vergelijken. Het is ook geschikt voor een voorlo-

pige inschatting van de geluidsemissie.

De aangegeven geluidsemissiewaarde representeert de voor-

naamste toepassingen van het elektrische gereedschap. Als

echter het elektrische gereedschap wordt gebruikt voor an-

dere toepassingen, met afwijkende inzetgereedschappen of

onvoldoende onderhoud, kan de geluidsemissiewaarde afwij-

ken. Dit kan de geluidsemissie gedurende de gehele arbeids-

periode duidelijk verhogen.

Voor een nauwkeurige schatting van de geluidsemissies moet

ook rekening worden gehouden met de tijd waarin het gereed-

schap uitgeschakeld is, of waarin het gereedschap wel loopt,

maar niet werkelijk wordt gebruikt. Dit kan de geluidsemissies

gedurende de gehele arbeidsperiode duidelijk verminderen.

Combinatiezaag GTM 12 JL Productnummer 3 601 M15 ... ... 0..

Divergentie laserlijn

Gewicht volgens EPTA-

/II /II Toegestane werkstukmaten (maximaal/minimaal):

Verstekzaag zie pagina 122

Stationaire cirkelzaagmachine zie pagina 126

De gegevens gelden voor nominale spanningen [U] 230 V. Bij afwijken-

de spanningen en bij per land verschillende uitvoeringen kunnen deze

Afmetingen voor geschikte zaagbladen

Montage en transport

 Voorkom per ongeluk starten van het elektrische ge-

reedschap. Tijdens de montage en bij alle werkzaamhe-

den aan het elektrische gereedschap mag de stekker

niet zijn aangesloten op de stroomvoorziening.

Neem alle meegeleverde delen voorzichtig uit de verpakking.

Verwijder al het verpakkingsmateriaal van het elektrische ge-

reedschap en van het meegeleverde toebehoren.

Controleer voor de eerste ingebruikneming van het elektri-

sche gereedschap of alle hierna vermelde onderdelen zijn

– Combinatiezaag met voorgemonteerd zaagblad

– Inbussleutel/gleufkopschroevendraaier 5

Bovendien voor stationaire cirkelzaagmachine:

– Parallelgeleider 61

– Onderste zaagbladafscherming 66

Opmerking: Controleer het elektrische gereedschap op

eventuele beschadigingen.

Voordat u het elektrische gereedschap verder gebruikt, dient

u veiligheidsvoorzieningen en licht beschadigde onderdelen

zorgvuldig te controleren op hun juiste werking volgens de

voorschriften. Controleer of de bewegende delen goed wer-

ken en niet vastklemmen en of er onderdelen beschadigd zijn.

Alle onderdelen moeten juist gemonteerd zijn en aan alle

voorwaarden voldoen om een correcte werking te waarbor-

Laat beschadigde beschermingsvoorzieningen en onderde-

len door een erkend en gespecialiseerd bedrijf op deskundige

wijze repareren of vervangen.

Stationaire of flexibele montage

 Om een veilig gebruik te waarborgen, dient u het elek-

trische gereedschap voor het gebruik op een egaal en

stabiel werkoppervlak (bijv. een werkbank) te monte-

Montage op een werkoppervlak (zie afbeeldingen a–b)

– Bevestig het elektrische gereedschap met een geschikte

schroefverbinding op het werkoppervlak. Daartoe dienen

– Span het elektrische gereedschap aan de machinevoeten

op het werkoppervlak vast met in de handel verkrijgbare

Montage op een Bosch-werktafel

De GTA-werktafels van Bosch bieden het elektrische gereed-

schap houvast op elke ondergrond door in hoogte verstelbare

voeten. De werkstuksteunen van de werktafels dienen ter on-

dersteuning van lange werkstukken.

 Lees alle waarschuwingen en aanwijzingen die bij de

werktafel zijn gevoegd. Als de waarschuwingen en aan-

wijzingen niet in acht worden genomen, kan dit een elektri-

sche schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben.

 Bouw de werktafel correct op voordat u het elektrische

gereedschap monteert. Een juiste opbouw is van belang

om het risico van bezwijken te voorkomen.

– Monteer het elektrische gereedschap in de transportstand

Flexibele opstelling (niet geadviseerd!)

Als het in uitzonderingsgevallen niet mogelijk is om het elek-

trische gereedschap op een vlak en stabiel werkoppervlak te

monteren, kunt u het provisorisch met de kantelbeveiliging

Daartoe dient de kantelbeveiligingsbeugel 6.

 Verwijder nooit de kantelbeveiligingsbeugel. Zonder

de kantelbeveiliging staat het elektrische gereedschap niet

zeker en kan het kantelen, vooral bij het zagen van een

maximale verstekhoek.

Afzuiging van stof en spanen

Stof van materialen zoals loodhoudende verf, enkele hout-

soorten, mineralen en metaal kunnen schadelijk voor de ge-

zondheid zijn. Aanraking of inademing van stof kan leiden tot

allergische reacties en/of ziekten van de ademwegen van de

gebruiker of personen die zich in de omgeving bevinden.

Bepaalde soorten stof, bijvoorbeeld van eiken- en beuken-

hout, gelden als kankerverwekkend, in het bijzonder in com-

binatie met toevoegingsstoffen voor houtbehandeling (chro-

maat en houtbeschermingsmiddelen). Asbesthoudend

materiaal mag alleen door bepaalde vakmensen worden be-

– Gebruik altijd een stofafzuiging.

– Zorg voor een goede ventilatie van de werkplek.

– Er wordt geadviseerd om een ademmasker met filterklasse

Neem de in uw land geldende voorschriften voor de te bewer-

ken materialen in acht.

 Voorkom ophoping van stof op de werkplek. Stof kan

gemakkelijk ontbranden.

De afzuiging van stof en spanen kan geblokkeerd worden door

stof, spanen of fragmenten van het werkstuk.

– Schakel het elektrische gereedschap uit en trek de stekker

uit het stopcontact.

– Wacht tot het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen.

– Stel de oorzaak van de blokkering vast en maak deze onge-

Eigen afzuiging (zie afbeelding c)

Voor het eenvoudig opvangen van spanen gebruikt u de mee-

geleverde stofzak 8.

 Controleer en reinig de stofzak na elk gebruik.

 Verwijder de stofzak bij het zagen van aluminium, om

brandgevaar te voorkomen.

De stofzak mag tijdens het zagen nooit met bewegende delen

van het gereedschap in aanraking komen.

– Druk de klem van de stofzak 8 samen en stulp de stofzak of

de spaanafvoer 9. De klem moet in de groef van de spaan-

– Maak de stofzak op tijd leeg.

Voor de afzuiging kunt u aan de spaanafvoer 9 ook een stofzui-

gerslang (Ø 36 mm) aansluiten.

– Verbind de stofzuigerslang met de spaanafvoer 9.

De stofzuiger moet geschikt zijn voor het te bewerken materi-

Gebruik bij het afzuigen van voor de gezondheid bijzonder ge-

vaarlijk, kankerverwekkend of droog stof een speciale zuiger.

Montage van onderdelen

 Trek altijd voor werkzaamheden aan het elektrische

gereedschap de stekker uit het stopcontact.

Laserwaarschuwingsplaatje in eigen taal

Het elektrische gereedschap wordt geleverd met een waar-

schuwingsplaatje in het Duits (in de weergave van het elektri-

sche gereedschap op de pagina met afbeeldingen aangeduid

– Plak over de Duitse tekst van het waarschuwingsplaatje de

meegeleverde sticker in uw eigen taal voordat u het ge-

reedschap voor het eerst gebruikt.

Onderste zaagbladafscherming verwijderen of inzetten

De onderste zaagbladafscherming 66 moet tijdens het ge-

bruik als stationaire cirkelzaagmachine het onderste gedeelte

van het zaagblad afschermen.

Vóór het gebruik als verstekzaag:

– Verwijder de onderste zaagbladafschermng 66 en duw de-

ze in de groef aan de rechterzijde van de parallelgeleider

 Gooi de onderste zaagbladafdekking niet weg! Zonder

ingezette onderste zaagbladafdekking is het gebruik van

de combinatiezaag als tafelcirkelzaag niet mogelijk!

Vóór het gebruik als stationaire cirkelzaagmachine:

– Zet de onderste zaagbladafscherming 66 in de zaagtafel

De onderste zaagbladafscherming 66 moet tijdens het ge-

bruik als stationaire cirkelzaagmachine het onderste gedeelte

van het zaagblad afschermen.

Zaagblad wisselen (zie afbeeldingen f1–f4)

 Trek altijd voor werkzaamheden aan het elektrische

gereedschap de stekker uit het stopcontact.

 Draag werkhandschoenen bij de montage van het zaag-

blad. Bij het aanraken van het zaagblad bestaat verwon-

Gebruik alleen zaagbladen met een maximaal toegestaan toe-

rental dat hoger is dan het onbelaste toerental van het elektri-

Gebruik nooit dwarsgroefzaagbladen (zogenaamde „Dado-

Gebruik alleen zaagbladen die voldoen aan de in deze ge-

bruiksaanwijzing vermelde specificaties, volgens EN 847-1

zijn gecontroleerd en overeenkomstig zijn gemarkeerd.

Gebruik alleen zaagbladen die door de fabrikant van het elek-

trische gereedschap werden aanbevolen en die geschikt zijn

voor het materiaal dat u wilt bewerken. Dit voorkomt overver-

hitting van de zaagtanden bij het zagen.

Let er bij het wisselen van het zaagblad op dat de zaagbreedte

niet kleiner en de zaagbladdikte niet groter is dan de dikte van

– Zet het elektrische gereedschap in de werkstand verstek-

zaag. (zie „Werkstand”, pagina 121)

–Draai de blokkeerschroef 10 met de meegeleverde gleuf-

kopschroevendraaier 5 naar buiten.

–Trek de beugel 11 naar rechts. Duw vervolgens de beugel

omhoog en draai tegelijkertijd de pendelbeschermkap 20

naar achteren tot deze niet meer verder kan.

Daardoor wordt de pendelbeschermkap in de geopende

stand boven vergrendeld.

– Draai de inbusbout 12 met de meegeleverde inbussleutel

5 en druk tegelijkertijd op de asblokkering 13 tot deze

– Houd de asblokkering 13 ingedrukt en draai de schroef 12

met de klok mee naar buiten (linkse schroefdraad!).

–Neem de spanflens 14 van de as.

– Verwijder het zaagblad 7.

Reinig indien nodig voor de montage alle te monteren delen.

– Zet het nieuwe zaagblad op de binnenste spanflens 15.

 Let er bij de montage op dat de zaagrichting van de tan-

den (richting van de pijl op het zaagblad) overeenkomt

met de richting van de pijl op het machinehuis.

–Breng de spanflens 14 en de schroef 12 aan.

Druk op de asblokkering 13 tot deze vastklikt en draai de

schroef tegen de richting van de wijzers van de klok vast.

– Duw de beugel 11 omlaag en draai tegelijkertijd de pendel-

beschermkap 20 weer omlaag tot de beugel vastklikt.

– Draai de blokkeerschroef 10 weer naar binnen en draai de-

Transport (zie afbeelding g)

 Trek altijd voor werkzaamheden aan het elektrische

gereedschap de stekker uit het stopcontact.

Ga als volgt te werk voordat u het elektrische gereedschap

– Zet het elektrische gereedschap in de werkstand stationai-

re cirkelzaagmachine. (zie „Werkstand”, pagina 126)

– Plaats de parallelgeleider 61 helemaal over de bescherm-

Als u de parallelgeleider wilt vastzetten, duwt u de

spangreep 64 omlaag.

– Steek de duwstok op de stiften 67.

– Zet de onderste zaagbladafscherming 66 in de zaagtafel

– Verwijder al het toebehoren dat niet vast op het elektrische

gereedschap kan worden gemonteerd.

Leg ongebruikte zaagbladen als u deze wilt vervoeren in-

dien mogelijk in een afgesloten bak.

OBJ_BUCH-1688-007.book Page 120 Friday, February 24, 2017 12:15 PMNederlands | 121

1 609 92A 5KX | (24.2.17)

– Grijp om het gereedschap op te tillen of te vervoeren alleen

in de greepuitsparingen 4 aan de zijkant van de zaagtafel

 Draag het elektrische gereedschap altijd met twee per-

sonen, ter voorkoming van rugletsel.

 Gebruik bij het vervoeren van het elektrische gereed-

schap alleen de transportvoorzieningen en nooit de be-

schermingsvoorzieningen.

Gebruik als verstekzaag

 Trek altijd voor werkzaamheden aan het elektrische

gereedschap de stekker uit het stopcontact.

Werkstand (zie afbeelding A)

Als het elektrische gereedschap zich nog in de leveringstoe-

stand bevindt of als het gereedschap als stationaire cirkel-

zaagmachine is gebruikt, dient u als volgt te werk te gaan

voordat u het als verstekzaag gebruikt:

– Draai de beide spanhendels 68 onder de zaagtafel 59 los.

– Trek de zaagtafel omhoog tot deze niet meer verder kan.

– Houd de zaagtafel in deze stand vast en draai de spanhen-

– Plaats de parallelgeleider 61 als bescherming over het

–Duw de gereedschaparm aan de handgreep 18 iets omlaag

om de transportbeveiliging 38 te ontlasten.

– Trek de transportvergrendeling 38 helemaal naar buiten.

– Verwijder de onderste zaagbladafschermng 66 en duw de-

ze in de groef aan de rechterzijde van de parallelgeleider

 Gooi de onderste zaagbladafdekking niet weg! Zonder

ingezette onderste zaagbladafdekking is het gebruik van

de combinatiezaag als tafelcirkelzaag niet mogelijk!

– Beweeg de gereedschaparm langzaam omhoog.

– Draai de blokkeerschroef 44 los.

– Schuif de verstelbare aanslagrail 31 helemaal naar binnen.

–Draai de blokkeerschroef 44 opnieuw vast.

Zaagtafel verlengen (zie afbeelding B)

Ondersteun het vrije einde van een lang werkstuk, bijvoor-

beeld door er iets onder te leggen.

– Draai de beide inbusbouten 41 met de meegeleverde in-

– Trek de zaagtafelverlenging 29 uit tot deze niet meer ver-

der kan en draai de inbusbouten weer vast.

Werkstuk bevestigen (zie afbeelding C)

Span het werkstuk altijd vast om een optimale arbeidsveilig-

Bewerk geen werkstukken die te klein zijn om te worden vast-

– Duw het werkstuk stevig tegen de aanslagrail 30.

– Steek de meegeleverde lijmklem 21 in een van de daarvoor

voorziene boorgaten 28.

– Draai de vleugelschroef 43 los en pas de lijmklem aan het

werkstuk aan. Draai de vleugelschroef weer vast.

– Span het werkstuk vast door aan het draadeind 42 te

Aanslagrail verschuiven (zie afbeelding D)

Bij het zagen van verticale verstekhoeken moet u de verstel-

bare aanslagrail 31 verschuiven.

– Draai de blokkeerschroef 44 los.

– Trek de verstelbare aanslagrail 31 volledig naar buiten.

–Draai de blokkeerschroef 44 opnieuw vast.

Na het zagen van de verticale verstekhoeken schuift u de ver-

stelbare aanslagrail 31 opnieuw terug (blokkeerschroef 44

lossen; aanslagrail 31 helemaal naar binnen schuiven; blok-

keerschroef opnieuw vastdraaien).

Verstekhoek instellen

Om nauwkeurig te kunnen zagen, dient u na intensief gebruik

de basisinstellingen van het elektrische gereedschap te con-

troleren en indien nodig in te stellen (zie „Basisinstellingen

controleren en instellen”, pagina 124).

 Draai de vastzetknop 25 voor het zagen altijd stevig

vast. Het zaagblad kan anders in het werkstuk schuin weg-

– Zet het elektrische gereedschap in de werkstand verstek-

Horizontale standaardverstekhoek instellen

Voor het snel en nauwkeurig instellen van vaak gebruikte ver-

stekhoeken is de zaagtafel voorzien van inkepingen 27:

– Draai de vastzetknop 25 los wanneer deze is vastgedraaid.

–Trek aan de hendel 26 en draai de zaagtafel 22 tot aan de

gewenste inkeping naar links of naar rechts.

– Laat vervolgens de hendel weer los. De hendel moet merk-

baar in de inkeping vastklikken.

Horizontale verstekhoeken naar wens instellen

De horizontale verstekhoek kan in een bereik van 48° (linker-

zijde) tot 48° (rechterzijde) worden ingesteld.

– Draai de vastzetknop 25 los wanneer deze is vastgedraaid.

–Trek aan de hendel 26 en druk tegelijkertijd op de blok-

keerklem 45 tot deze in de daarvoor voorziene groef vast-

klikt. Daardoor kan de zaagtafel vrij worden bewogen.

– Draai de zaagtafel 22 met de vastzetknop naar links of naar

rechts en stel met behulp van de fijne schaalverdeling 46

de gewenste verstekhoek in. (zie ook „Instellen met behulp

van de fijne schaalverdeling”, pagina 122)

– Draai de vastzetknop 25 weer vast.

Instellen met behulp van de fijne schaalverdeling

Met de fijne schaalverdeling 46 kunt u de horizontale verstek-

hoek met een nauwkeurigheid tot ¼° instellen.

Voorbeeld: Als u een verstekhoek van 40,5° wilt instellen,

moet u de ½°-markering van de fijne schaalverdeling 46 met

de 42°-markering van de schaalverdeling 23 in overeenstem-

Voor het snel en nauwkeurig instellen van vaak gebruikte ver-

stekhoeken zijn er aanslagen voorzien voor hoeken van 0°,

– Trek de verstelbare aanslagrail 31 volledig naar buiten.

– Maak de spangreep 37 los.

– Standaardhoeken 0° en 45°:

Draai de gereedschaparm aan de handgreep 18 helemaal

naar rechts (0°) of helemaal naar links (45°).

– Standaardhoek 33,9°:

Duw de aanslagbout 33 helemaal naar binnen. Draai de ge-

reedschaparm vervolgens aan de handgreep 18 tot de

bout tegen de aanslagschroef 32 ligt.

– Draai de spangreep 37 weer vast.

Verticale verstekhoeken naar wens instellen

De verticale verstekhoek kan in een bereik van –2° tot +47°

– Trek de verstelbare aanslagrail 31 volledig naar buiten.

– Maak de spangreep 37 los.

– Draai de gereedschaparm aan de handgreep 18 tot de

hoekaanduiding 47 de gewenste verstekhoek aangeeft.

– Houd de gereedschaparm in deze stand en draai de

spangreep 37 weer vast.

 Let op de netspanning! De spanning van de stroombron

moet overeenkomen met de gegevens op het type-

plaatje van het elektrische gereedschap. Met 230 V

aangeduide elektrische gereedschappen kunnen ook

met 220 V worden gebruikt.

Inschakelen (zie afbeelding H)

Om energie te besparen, schakelt u het elektrische gereed-

schap alleen in wanneer u het gebruikt.

– Als u het gereedschap wilt inschakelen, drukt u op de

groene inschakelknop 2 (I).

Alleen door het indrukken van de knop 17 kunt u de gereed-

schaparm omlaag bewegen.

– Als u wilt zagen, moet u bovendien op de knop 17 drukken.

– Druk op de rode uitschakelknop 1 (O).

De aan/uit-schakelaar is een zogenaamde nulspanningsscha-

kelaar die voorkomt dat het het elektrische gereedschap op-

nieuw wordt gestart nadat de stroom is uitgevallen (bijvoor-

beeld als de stekker uit het stopcontact wordt getrokken).

– Als u het elektrische gereedschap daarna weer wilt inscha-

kelen, drukt u opnieuw op de groene inschakelknop 2.

Tips voor de werkzaamheden

Algemene aanwijzingen voor het zagen

 Elke keer wanneer u zaagt, moet u eerst controleren

dat het zaagblad op geen enkel moment de aanslagrail,

lijmklemmen of andere gereedschapdelen kan aanra-

ken. Verwijder eventueel gemonteerde hulpgeleiders

of pas deze op de juiste wijze aan.

Bescherm het zaagblad tegen schokken en stoten. Oefen

geen zijwaartse druk op het zaagblad uit.

Bewerk geen kromgetrokken werkstukken. Het werkstuk

moet altijd een rechte rand hebben om tegen de aanslagrail te

Werkomgeving verlichten (zie afbeelding I)

Zorg ervoor dat uw directe werkomgeving voldoende verlicht

– Schakel daarvoor de verlichtingseenheid 34 met de scha-

Zaaglijn markeren (zie afbeelding J)

Een laserstraal geeft de zaaglijn van het zaagblad aan. Daar-

door kunt u het werkstuk voor het zagen nauwkeurig positio-

neren zonder de pendelbeschermkap te openen.

– Schakel daarvoor de laserstraal met de schakelaar 36 in.

– Stel uw markering op het werkstuk aan de rechterkant van

– Controleer voor het zagen of de zaaglijn nog correct wordt

aangegeven (zie „Laser instellen”, pagina 124). De laser-

straal kan bijvoorbeeld door de trillingen bij intensief ge-

bruik worden versteld.

Positie van de bediener (zie afbeelding K)

 Ga niet op één lijn met het zaagblad vóór het elektri-

sche gereedschap staan, maar altijd opzij van het zaag-

blad. Zo is uw lichaam beschermd tegen een mogelijke te-

– Houd uw handen, vingers en armen uit de buurt van het

ronddraaiende zaagblad.

– Houd uw armen niet gekruist voor de gereedschaparm.

Toegestane werkstukmaten

Maximale werkstukmaten:

Horizontaal Verticaal

1 609 92A 5KX | (24.2.17)

Minimale werkstukmaten (= alle werkstukken die met een

lijmklem links of rechts van het zaagblad kunnen worden vast-

200 x 40 mm (lengte x breedte)

Max. zaagdiepte (0°/0°): 95 mm

Inlegplaat vervangen (zie afbeelding L)

De rode inlegplaat 24 kan na langdurig gebruik van het elektri-

sche gereedschap verslijten.

Vervang defecte inlegplaten.

– Zet het elektrische gereedschap in de werkstand verstek-

zaag. (zie „Werkstand”, pagina 121)

–Draai de schroeven 49 met een kruiskopschroevendraaier

uit en verwijder de oude inlegplaat.

– Breng de nieuwe inlegplaat aan en draai alle schroeven 49

– Stel de verticale verstekhoek in op 0° en zaag een sleuf in

– Stel vervolgens de verticale verstekhoek in op 45° en zaag

opnieuw in de sleuf.

Hierdoor wordt bereikt dat de inlegplaat zo dicht mogelijk

bij de tanden van het zaagblad komt zonder deze aan te ra-

– Span het werkstuk overeenkomstig de afmetingen vast.

– Stel de gewenste horizontale en/of verticale verstekhoek

– Schakel het elektrische gereedschap in.

– Druk op de knop 17 en beweeg de gereedschaparm met de

handgreep 18 langzaam omlaag.

– Zaag het werkstuk met een gelijkmatige voorwaartse be-

– Schakel het elektrische gereedschap uit en wacht tot het

zaagblad volledig tot stilstand is gekomen.

– Beweeg de gereedschaparm langzaam omhoog.

Speciale werkstukken

Zet vooral gebogen of ronde werkstukken voor het zagen

goed vast, zodat deze niet kunnen wegglijden. Bij de zaaglijn

mag geen spleet tussen werkstuk, aanslagrail en zaagtafel

Maak indien nodig speciale houders.

Profielplinten (vloer- of plafondplinten) bewerken

Profielplinten kunt u op twee verschillende manieren bewer-

– tegen de aanslagrail geplaatst,

– plat op de zaagtafel liggend.

Probeer de ingestelde verstekhoek altijd eerst uit op een stuk

De volgende tabel bevat aanwijzingen voor het bewerken van vloerplinten.

Horizontaal Verticaal

Instellingen Tegen aan-

Linkerzijde Rechterzijde Linkerzijde Rechterzijde

Positionering van het

... rechts van zaag-

Positionering van het

... rechts van zaag-

... rechts van zaag-

... rechts van zaag-

Plafondplinten (Amerikaanse maat)

Basisinstellingen controleren en instellen

Om nauwkeurig zagen te waarborgen, dient u na intensief ge-

bruik de basisinstellingen van het elektrische gereedschap te

controleren en indien nodig in te stellen.

Daarvoor is ervaring en speciaal gereedschap vereist.

De Bosch-klantenservice voert deze werkzaamheden snel en

– Zet het elektrische gereedschap in de werkstand stationai-

re cirkelzaagmachine. (zie „Werkstand”, pagina 126)

– Draai de zaagtafel 22 tot aan de inkeping 27 voor 0°. De

hendel 26 moet merkbaar in de inkeping vastklikken.

Controleren: (zie afbeelding M1)

– Teken op het werkstuk een rechte zaaglijn.

– Druk op de knop 17 en beweeg de gereedschaparm met de

handgreep 18 langzaam omlaag.

– Stel het werkstuk zo af dat de tanden van het zaagblad en

de zaaglijn op één lijn liggen.

– Houd het werkstuk in deze stand vast en beweeg de ge-

reedschaparm langzaam weer omhoog.

– Span het werkstuk vast.

– Schakel de laserstraal met de schakelaar 36 in.

De laserstraal moet over de gehele lengte met de zaaglijn op

het werkstuk aansluiten, ook als de gereedschaparm omlaag

Parallelliteit instellen: (zie afbeelding M2)

– Open het rubber kapje 50.

– Draai de stelschroef 51 met een geschikte schroeven-

draaier tot de laserstraal over de gehele lengte parallel aan

de zaaglijn op het werkstuk loopt.

Aansluiting instellen: (zie afbeelding M3)

Voor het instellen van de parallelliteit dient een stelschroef 52

die zich onder de met „R/L” aangeduide opening bevindt.

– Draai de stelschroef 52 met de meegeleverde gleufkop-

schroevendraaier tot de parallelle laserstraal over de hele

lengte aansluit op de zaaglijn op het werkstuk.

Als u tegen de klok in draait, beweegt de laserstraal van links

naar rechts. Als u met de klok mee draait, beweegt de laser-

straal van rechts naar links.

Instellen van de zijwaartse afwijking bij het bewegen van

de gereedschaparm: (zie afbeelding M4)

– Open de rubber dop aan de zijkant 53.

– Draai de stelschroef 54 met een geschikte schroeven-

draaier met de klok mee als de laserstraal bij het omlaag

bewegen van de gereedschaparm naar links beweegt.

Draai de stelschroef 54 tegen de klok in als de laserstraal

naar rechts beweegt.

– Controleer na het instellen opnieuw de aansluiting op de

zaaglijn. Stel indien nodig de laserstraal met de stelschroef

Wanneer u de plat op de zaagtafel liggende plafondplinten wilt bewerken, moet u de standaardverstek-

hoek 31,6° (horizontaal) en 33,9° (verticaal) instellen.

De volgende tabel bevat aanwijzingen voor het bewerken van plafondplinten.

Linkerzijde Rechterzijde Linkerzijde Rechterzijde

Positionering van het

... rechts van zaag-

Positionering van het

... rechts van zaag-

... rechts van zaag-

... rechts van zaag-

1 609 92A 5KX | (24.2.17)

Fijne schaalverdeling afstellen (zie afbeelding N)

– Zet het elektrische gereedschap in de werkstand verstek-

zaag. (zie „Werkstand”, pagina 121)

– Draai de zaagtafel 22 tot aan de inkeping 27 voor 0°. De

hendel 26 moet merkbaar in de inkeping vastklikken.

De 0°-markering van de fijne schaalverdeling 46 moet over-

eenkomen met de 0°-markering van de schaalverdeling 23.

– Verwijder de inlegplaat 24.

–Draai de schroef 55 met de meegeleverde gleufkopschroe-

vendraaier los en stel de fijneschaalverdeling af langs de

– Draai de schroef weer vast.

Hoekaanduiding (verticaal) afstellen

– Zet het elektrische gereedschap in de werkstand verstek-

zaag. (zie „Werkstand”, pagina 121)

– Draai de zaagtafel 22 tot aan de inkeping 27 voor 0°. De

hendel 26 moet merkbaar in de inkeping vastklikken.

De hoekaanduiding 47 moet zich op één lijn met de 0°-marke-

ring van de schaalverdeling 48 bevinden.

–Draai de schroef 56 met de meegeleverde gleufkopschroe-

vendraaier los en stel de hoekaanduiding af langs de 0°-

– Controleer vervolgens zekerheidshalve of de uitgevoerde

instelling ook voor de 45°-markering correct is.

– Draai de schroef weer vast.

Aanslagrail uitrichten

– Zet het elektrische gereedschap in de werkstand stationai-

re cirkelzaagmachine. (zie „Werkstand”, pagina 126)

– Draai de zaagtafel 22 tot aan de inkeping 27 voor 0°. De

hendel 26 moet merkbaar in de inkeping vastklikken.

Controleren: (zie afbeelding P1)

– Stel een hoekmal in op 90° en leg deze tussen aanslagrail

30 en zaagblad 7 op de zaagtafel 22.

Het been van de hoekmal moet met de aanslagrail over de hele

Instellen: (zie afbeelding P2)

– Draai alle inbusbouten 39 met de meegeleverde inbussleu-

– Verdraai de aanslagrail 30 tot de hoekmal over de hele

–Draai de schroeven weer vast.

Standaardverstekhoek 0° (verticaal) instellen

– Zet het elektrische gereedschap in de werkstand stationai-

re cirkelzaagmachine. (zie „Werkstand”, pagina 126)

– Draai de zaagtafel 22 tot aan de inkeping 27

hendel 26 moet merkbaar in de inkeping vastklikken.

Controleren: (zie afbeelding Q1)

– Stel een hoekmal in op 90° en plaats deze op de zaagtafel

Het been van de hoekmal moet over de hele lengte op het

zaagblad 7 aansluiten.

Instellen: (zie afbeelding Q2)

– Draai de moer (10 mm) met de inbusbout 57 los.

– Draai de inbusbout 57 met een geschikte sleutel (3 mm)

naar binnen of naar buiten tot het been van de hoekmal

over de hele lengte op het zaagblad aansluit.

– Draai de moer weer vast.

Als de hoekaanduiding 47 na het instellen niet op één lijn met

de 0°-markering van de schaalverdeling 48 ligt, moet u de

hoekaanduiding overeenkomstig afstellen (zie „Hoekaandui-

ding (verticaal) afstellen”, pagina 125).

Standaardverstekhoek 45° (verticaal) instellen

– Zet het elektrische gereedschap in de werkstand stationai-

re cirkelzaagmachine. (zie „Werkstand”, pagina 126)

– Draai de zaagtafel 22 tot aan de inkeping 27 voor 0°. De

hendel 26 moet merkbaar in de inkeping vastklikken.

– Draai de spangreep 37 los en draai de gereedschaparm

met de handgreep 18 tot aan de aanslag naar links (45°).

Controleren: (zie afbeelding R1)

– Stel een hoekmal in op 45° en plaats deze op de zaagtafel

Het been van de hoekmal moet over de hele lengte op het

zaagblad 7 aansluiten.

Instellen: (zie afbeelding R2)

– Draai de moer (10 mm) met de inbusbout 58 los.

– Draai de inbusbout 58 met een geschikte sleutel (3 mm)

naar binnen of naar buiten tot het been van de hoekmal

over de hele lengte op het zaagblad aansluit.

– Draai de moer weer vast.

Als de hoekaanduiding 47 na het instellen niet op één lijn met

de 45°-markering van de schaalverdeling 48 ligt, dient u eerst

nogmaals de 0°-instelling voor de verstekhoek en de hoek-

aanduiding te controleren. Vervolgens herhaalt u de instelling

van de 45°-verstekhoek.

Standaardverstekhoek 33,9° (verticaal) instellen

– Zet het elektrische gereedschap in de werkstand stationai-

re cirkelzaagmachine. (zie „Werkstand”, pagina 126)

– Draai de zaagtafel 22 tot aan de inkeping 27 voor 0°. De

hendel 26 moet merkbaar in de inkeping vastklikken.

– Maak de spangreep 37 los.

– Duw de aanslagbout 33 helemaal naar binnen en draai de

gereedschaparm tot de bout de aanslagschroef

Controleren: (zie afbeelding S1)

– Stel een hoekmal in op 33,9° en plaats deze op de zaagta-

Het been van de hoekmal moet over de hele lengte op het

zaagblad 7 aansluiten.

Instellen: (zie afbeelding S2)

– Draai de moer (10 mm) met de aanslagschroef 32 los.

– Draai de aanslagschroef met een geschikte sleutel

(10 mm) naar binnen of naar buiten tot het been van de

hoekmal over de hele lengte op het zaagblad aansluit.

– Draai de moer weer vast.

Gebruik als stationaire

 Trek altijd voor werkzaamheden aan het elektrische

gereedschap de stekker uit het stopcontact.

Werkstand (zie afbeelding A)

Als het elektrische gereedschap als verstekzaag is gebruikt,

gaat u als volgt te werk voordat u het gereedschap als statio-

naire cirkelzaagmachine gebruikt:

– Zet het elektrische gereedschap in de werkstand verstek-

zaag. (zie „Werkstand”, pagina 121)

– Draai de blokkeerschroef 44 los.

– Trek de verstelbare aanslagrail 31 volledig naar buiten.

–Draai de blokkeerschroef 44 opnieuw vast.

– Trek de zaagbladafscherming 66 uit de groef van de paral-

– Zet de onderste zaagbladafscherming 66 in de zaagtafel

De onderste zaagbladafscherming 66 moet tijdens het ge-

bruik als stationaire cirkelzaagmachine het onderste ge-

deelte van het zaagblad afschermen.

– Stel een verticale verstekhoek van 0° in en draai de

–Druk op de toets 17 en geleid de gereedschaparm met de

handgreep 18 zo ver naar onderen tot de transportbeveili-

ging 38 helemaal naar binnen kan worden geduwd.

Zaagbladhoogte instellen (zie afbeelding B)

Voor veilige werkzaamheden moet u de juiste werkstand van

het zaagblad 7 ten opzichte van het werkstuk instellen. De

maximale werkstukhoogte bedraagt 51 mm.

– Draai de beide spanhendels 68 onder de zaagtafel 59 los.

– Draai de beschermkap 63 naar achteren tot deze niet meer

verder kan en leg uw werkstuk naast het zaagblad.

– Duw de zaagtafel omlaag of trek deze omhoog tot de bo-

venste zaagtanden ca. 1 mm boven het oppervlak van het

– Houd de zaagtafel in deze stand vast en draai de spanhen-

Parallelgeleider instellen (zie afbeelding C)

De parallelgeleider 61 kan links of rechts van het zaagblad

worden geplaatst. De afstandsaanduiding 69 geeft op de

schaalverdeling 65 de afstand van de parallelgeleider tot het

– Maak de spangreep 64 los.

Daardoor wordt de geleiding 71 achter aan de parallelge-

– Plaats eerst de parallelgeleider in de achterste geleidings-

groef van de zaagtafel.

– Positioneer vervolgens de parallelgeleider in de voorste

geleidingsgroef van de zaagtafel.

De parallelgeleider kan nu naar wens worden verschoven.

– Verschuif de parallelgeleider tot de afstandsaanduiding 69

de gewenste afstand tot het zaagblad aangeeft.

– Als u de parallelgeleider wilt vastzetten, duwt u de

spangreep 64 weer omlaag.

 Zorg ervoor dat de parallelgeleider altijd parallel aan

het zaagblad is of dat de afstand tussen zaagblad en pa-

rallelgeleider naar achteren groter wordt. Anders be-

staat het gevaar dat het werkstuk tussen zaagblad en paral-

lelgeleider wordt ingeklemd.

Inschakelen (zie afbeelding D)

– Als u het gereedschap wilt inschakelen, drukt u op de

groene inschakelknop 2 (I).

– Druk op de rode uitschakelknop 1 (O).

Om energie te besparen, schakelt u het elektrische gereed-

schap alleen in wanneer u het gebruikt.

De aan/uit-schakelaar is een zogenaamde nulspanningsscha-

kelaar die voorkomt dat het het elektrische gereedschap op-

nieuw wordt gestart nadat de stroom is uitgevallen (bijvoor-

beeld als de stekker uit het stopcontact wordt getrokken).

– Als u het elektrische gereedschap daarna weer wilt inscha-

kelen, drukt u opnieuw op de groene inschakelknop 2.

Tips voor de werkzaamheden

Algemene aanwijzingen voor het zagen

 Controleer vóór het zagen altijd dat het zaagblad op

geen enkel moment de geleiders of andere delen van

het gereedschap kan aanraken.

Bescherm het zaagblad tegen schokken en stoten. Oefen

geen zijwaartse druk op het zaagblad uit.

Let erop dat het spouwmes op één lijn met het zaagblad staat.

Bewerk geen kromgetrokken werkstukken. Het werkstuk

moet altijd een rechte rand hebben om tegen de parallelgelei-

Bewaar de duwstok altijd bij het elektrische gereedschap.

Gebruik het elektrische gereedschap niet voor het frezen van

sponningen, groeven of sleuven.

Ondersteun het vrije einde van een lang werkstuk, bijvoor-

beeld door er iets onder te leggen. (zie afbeelding E)

Positie van de bediener (zie afbeelding F)

 Ga niet op één lijn met het zaagblad vóór het elektri-

sche gereedschap staan, maar altijd opzij van het zaag-

blad. Zo is uw lichaam beschermd tegen een mogelijke te-

– Houd uw handen, vingers en armen uit de buurt van het

ronddraaiende zaagblad.

Neem daarbij de volgende aanwijzingen in acht:

– Houd het werkstuk met beide handen goed vast en duw het

stevig op de zaagtafel, in het bijzonder bij werkzaamheden

– Gebruik bij het zagen van smalle werkstukken de meegele-

– Stel de parallelgeleider 61 in op de gewenste zaagbreedte.

(zie „Parallelgeleider instellen”, pagina126)

–Leg het werkstuk op de zaagtafel vóór de beschermkap 63.

– Stel altijd de juiste zaagbladhoogte in. (zie „Zaagbladhoog-

te instellen”, pagina 126)

– Controleer dat de beschermkap correct geplaatst is.

Deze moet tijdens het zagen altijd op het werkstuk aanslui-

– Schakel het elektrische gereedschap in.

– Zaag het werkstuk met een gelijkmatige voorwaartse be-

– Schakel het elektrische gereedschap uit en wacht tot het

zaagblad volledig tot stilstand is gekomen.

Basisinstellingen controleren en instellen

 Trek altijd voor werkzaamheden aan het elektrische

gereedschap de stekker uit het stopcontact.

Om nauwkeurig zagen te waarborgen, dient u na intensief ge-

bruik de basisinstellingen van het elektrische gereedschap te

controleren en indien nodig in te stellen.

Daarvoor is ervaring en speciaal gereedschap vereist.

De Bosch-klantenservice voert deze werkzaamheden snel en

Afstandsaanduiding van de parallelgeleider instellen

– Gebruik een werkstuk of een geschikt voorwerp met een

bekende breedte x. De lengte van het voorwerp moet on-

geveer overeenkomen met de diameter van het zaagblad.

– Duw het voorwerp onder de beschermkap 63 en leg het

aansluitend tegen het zaagblad.

–Verschuif de parallelgeleider 61 van rechts tot deze het

voorwerp raakt en vergrendel de parallelgeleider in deze

De afstandsaanduiding 69 moet de breedte x van het voor-

werp op de schaalverdeling 65 aangeven.

–Draai de schroef 70 met de meegeleverde gleufkopschroe-

vendraaier los en stel de afstandsaanduiding nauwkeurig

Spankracht parallelgeleider instellen

De spankracht van de geleiding 71 van de parallelgeleider kan

bij veelvuldig gebruik minder worden.

–Draai de instelschroef 72 aan tot de parallelgeleider weer

stevig op de zaagtafel kan worden bevestigd.

Parallelgeleider parallel aan zaagblad afstellen

– Gebruik een werkstuk of een geschikt voorwerp met paral-

lelle randen. De lengte van het voorwerp moet ongeveer

overeenkomen met de diameter van het zaagblad.

– Duw het voorwerp onder de beschermkap 63 en leg het

aansluitend tegen het zaagblad.

–Verschuif de parallelgeleider 61 van rechts tot deze het

Controleren: (zie afbeelding I1)

De parallelgeleider moet over de hele lengte op het voorwerp

– Verwijder de parallelgeleider van de zaagtafel 59 en draai

met een kruiskopschroevendraaier de drie schroeven 73

aan de onderzijde van de glijrail van de parallelgeleider los.

– Duw de parallelgeleider stevig van voren tegen de schaal-

verdeling 65 en stel daarbij de parallelgeleider vlak aan-

sluitend tegen het voorwerp op de zaagtafel af. (zie

– Houd de parallelgeleider in deze stand vast en draai de lin-

ker en rechter stelschroef 74 met de meegeleverde gleuf-

kopschroevendraaier vast. (zie afbeelding I4)

– Verwijder de parallelgeleider van de zaagtafel.

– Draai de middelste stelschroef 74 naar binnen of naar bui-

ten tot deze op het oppervlak van de glijrail aansluit.

– Houd de desbetreffende positie van de stelschroeven aan

en draai alle schroeven 73 weer vast. (zie

Als de parallelgeleider na het afstellen niet meer vast op de

zaagtafel kan worden bevestigd, stelt u de spankracht van de

geleiding 71 opnieuw in. (zie „Spankracht parallelgeleider in-

stellen”, pagina 127)

Onderhoud en service

Onderhoud en reiniging

 Trek altijd voor werkzaamheden aan het elektrische

gereedschap de stekker uit het stopcontact.

Als de aansluitkabel moet worden vervangen, moeten deze

werkzaamheden door Bosch of een erkende klantenservice

voor Bosch elektrische gereedschappen worden uitgevoerd

om veiligheidsrisico’s te voorkomen.

Houd het elektrische gereedschap en de ventilatieopeningen

altijd schoon om goed en veilig te werken.

De pendelbeschermkap moet altijd vrij kunnen bewegen en

zelfstandig kunnen sluiten. Houd daarom de omgeving rond

de pendelbeschermkap altijd schoon.

Verwijder na de werkzaamheden stof en spanen door uitbla-

zen met perslucht of met een kwast.

Reinig de verlichtings- en lasereenheid (34, 19) regelmatig.

Als u de laserlens 16 wilt reinigen, draait u de schroef hele-

maal naar buiten. Trek vervolgens de afscherming langs de

pendelbeschermkap 20 uit de behuizing. (zie afbeelding h)

OBJ_BUCH-1688-007.book Page 127 Friday, February 24, 2017 12:15 PM128 | Nederlands

Klantenservice en gebruiksadviezen

Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie

en onderhoud van uw product en over vervangingsonderde-

len. Explosietekeningen en informatie over vervangingson-

derdelen vindt u ook op:

Het Bosch-team voor gebruiksadviezen helpt u graag bij vra-

gen over onze producten en toebehoren.

Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderde-

len altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer vol-

gens het typeplaatje van het product.

Elektrische gereedschappen, toebehoren en verpakkingen

moeten op een voor het milieu verantwoorde wijze worden

Gooi elektrische gereedschappen niet bij het

Alleen voor landen van de EU:

Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU over elektrische

en elektronische oude apparaten en de omzetting van de

richtlijn in nationaal recht moeten niet meer bruikbare elektri-

sche gereedschappen apart worden ingezameld en op een

voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.

Wijzigingen voorbehouden.

Inlegplaat 1 619 PA4 167

Stofzak 1 619 PA4 560

Lengtegeleider 2 608 005 131

Zaagbladen voor hout- en plaatmateriaal, panelen en

Zaagblad 305 x 30 mm, 40 tanden 2 608 640 440

Zaagbladen voor aluminium

(Gebruik als verstekzaag)

Zaagblad 305 x 30 mm, 96 tanden 2 608 640 453

Vaheplaat 1 619 PA4 167

Sega combinata Codice prodotto

nl EU-conformiteitsverklaring Wij verklaren op eigen verantwoordelijkheid dat de genoemde producten

voldoen aan alle desbetreffende bepalingen van de hierna genoemde richtlijnen

en verordeningen en overeenstemmen met de volgende normen.

Combinatiezaag Productnummer

da EU-overensstemmelseserklæring Vi erklærer som eneansvarlige, at det beskrevne produkt er i overensstemmelse

nl EG-typekeuring nr. 4811001.19002 door aangemelde instantie nr. 0158.