0 607 561 114 BOSCH

0 607 561 114 - Zaag BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 0 607 561 114 BOSCH in PDF-formaat.

Page 79
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BOSCH

Model : 0 607 561 114

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 0 607 561 114 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 0 607 561 114 van het merk BOSCH.

GEBRUIKSAANWIJZING 0 607 561 114 BOSCH

1 ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR PERSLUCHTGEREEDSCHAPPEN Lees alle voorschriften en

neem deze in acht. Wan-

neer de volgende veiligheids-

voorschriften niet in acht worden genomen, kunnen

een elektrische schok, brandgevaar of ernstige ver-

wondingen het gevolg zijn.

Bewaar de veiligheidsvoorschriften goed.

De hierna gebruikte begrippen „Persluchtgereed-

schap” en „Gereedschap” hebben betrekking op de in

deze gebruiksaanwijzing genoemde persluchtgereed-

Houd uw werkomgeving schoon en goed ver-

licht. Een rommelige of onverlichte werkomgeving kan

tot ongevallen leiden.

Werk met het gereedschap niet in een explosie-

gevaarlijke omgeving waarin zich brandbare

vloeistoffen, gassen of stof bevinden. Bij het be-

werken van het werkstuk kunnen vonken ontstaan die

stof of dampen ontsteken.

Houd toeschouwers, kinderen en bezoekers uit

de werkomgeving wanneer u het gereedschap

gebruikt. Wanneer u wordt afgeleid door andere per-

sonen, kunt u de controle over het gereedschap ver-

Veiligheid van persluchtgereedschappen

Gebruik perslucht van kwaliteitsklasse 5 volgens

DIN ISO 8573-1 en een aparte verzorgingseen-

heid dichtbij het gereedschap. De toegevoerde

perslucht moet vrij van voorwerpen en vocht zijn om

het gereedschap te beschermen tegen beschadiging,

vervuiling en roestvorming.

Controleer aansluitingen en toevoerleidingen.

Alle verzorgingseenheden, koppelingen en slangen

moeten ten aanzien van druk en luchthoeveelheid zijn

afgestemd op de technische gegevens van het ge-

reedschap. Een te geringe druk heeft een nadelige in-

vloed op de werking van het gereedschap. Een te

hoge druk kan tot materiële schade of persoonlijk let-

Bescherm de slangen tegen knikken, vernauwin-

gen, oplosmiddelen en scherpe randen. Houd de

slangen uit de buurt van hitte, olie en ronddraai-

ende delen. Vervang een beschadigde slang on-

middellijk. Een beschadigde toevoerleiding kan tot

een zwiepende persluchtslang leiden en kan verwon-

dingen veroorzaken. Opgewerveld stof of spanen kun-

nen tot ernstige oogverwondingen leiden.

Let erop dat slangklemmen altijd stevig vastge-

draaid zijn. Niet vastgedraaide of beschadigde slang-

klemmen kunnen de lucht ongecontroleerd laten ont-

Veiligheid van personen

Wees aandachtig, let op wat u doet en ga met

verstand te werk bij het gebruik van het gereed-

schap. Gebruik het gereedschap niet wanneer u

moe bent of onder invloed staat van drugs, alco-

hol of medicijnen. Een moment van onoplettendheid

bij het gebruik van het gereedschap kan tot ernstige

verwondingen leiden.

Draag altijd een veiligheidsbril en beschermende

kleding. Het dragen van beschermende uitrusting als

stofmasker, slipvaste werkschoenen, helm of gehoor-

bescherming, afhankelijk van de aard en het gebruik

van het gereedschap, vermindert de kans op verwon-

Voorkom per ongeluk inschakelen van het ge-

reedschap. Controleer dat de aan/uit-schakelaar

in de stand „Uit” staat voordat u het gereed-

schap aansluit op de persluchtvoorziening. Wan-

neer u bij het dragen van het gereedschap de vinger

aan de aan/uit-schakelaar heeft of het gereedschap

op de persluchtvoorziening aansluit terwijl de aan/uit-

schakelaar in de stand „Aan” staat, kan dit tot onge-

Verwijder instelgereedschappen voordat u het

gereedschap in gebruik neemt. Een instelgereed-

schap in een draaiend gereedschapdeel kan tot ver-

Overschat uzelf niet. Zorg ervoor dat u stevig

staat en steeds in evenwicht blijft. Wanneer u ste-

vig staat en een goede lichaamshouding hebt, kunt u

het gereedschap in onverwachte situaties beter onder

Draag geschikte werkkleding. Draag geen los-

hangende kleding of sieraden. Houd haren, kle-

ding en handschoenen uit de buurt van bewe-

gende delen van het gereedschap. Loshangende

kleding, sieraden en lange haren kunnen door bewe-

gende delen worden meegenomen.

Wanneer stofafzuigings- of stofopvangvoorzie-

ningen gemonteerd kunnen worden, dient u zich

ervan te verzekeren dat deze zijn aangesloten en

juist worden gebruikt. Het gebruik van deze voor-

zieningen beperkt het gevaar door stof.

Adem de afgevoerde lucht niet rechtstreeks in.

Voorkom dat afgevoerde lucht in uw ogen te-

rechtkomt. De afgevoerde lucht van het persluchtge-

reedschap kan water, olie, metalen deeltjes of veront-

reinigingen uit de compressor bevatten. Dit kan

schade aan de gezondheid veroorzaken.Nederlands–2

3 609 929 250 • (04.07) T Zorgvuldige omgang met en gebruik van

persluchtgereedschappen

Gebruik klemmen of een bankschroef om het

werkstuk vast te zetten. Wanneer u het werkstuk

met de hand vasthoudt of tegen uw lichaam drukt,

kunt u het gereedschap niet veilig bedienen.

Overbelast het gereedschap niet. Gebruik voor

uw werkzaamheden het daarvoor bestemde ge-

reedschap. Met het geschikte gereedschap werkt u

beter en veiliger binnen het aangegeven capaciteits-

Gebruik geen gereedschap waarvan de aan/uit-

schakelaar defect is. Gereedschap dat niet meer

kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet

Onderbreek de persluchttoevoer voordat u het

gereedschap instelt, toebehoren wisselt of bij

een langdurige onderbreking van de werkzaam-

heden. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbe-

doeld inschakelen van het gereedschap.

Bewaar niet-gebruikte persluchtgereedschap-

pen buiten het bereik van kinderen. Laat het

persluchtgereedschap niet gebruiken door per-

sonen die er niet mee vertrouwd zijn en deze ge-

bruiksaanwijzing niet gelezen hebben. Perslucht-

gereedschappen zijn gevaarlijk wanneer deze door

onervaren personen worden gebruikt.

Verzorg het persluchtgereedschap zorgvuldig.

Controleer of bewegende delen van het gereed-

schap correct functioneren en niet vastklemmen

en of onderdelen gebroken of beschadigd zijn

die de werking van het persluchtgereedschap

kunnen beïnvloeden. Laat beschadigde delen

van het gereedschap repareren voordat u het

persluchtgereedschap weer in gebruik neemt.

Veel ongevallen hebben hun oorzaak in slecht onder-

houden gereedschappen.

Houd de inzetgereedschappen schoon. Zorgvul-

dig onderhouden inzetgereedschappen kunnen ge-

makkelijker worden gebruikt en zijn beter onder con-

Gebruik persluchtgereedschappen, toebehoren,

inzetgereedschappen en dergelijke volgens deze

aanwijzingen en zoals voor dit speciale gereed-

schapstype voorgeschreven. Let daarbij op de

arbeidsomstandigheden en de uit te voeren

werkzaamheden. Het gebruik van het persluchtge-

reedschap voor andere dan de voorziene toepassin-

gen kan tot gevaarlijke situaties leiden.

Laat het persluchtgereedschap alleen repareren

door gekwalificeerd, vakkundig personeel en al-

leen met originele vervangingsonderdelen. Daar-

mee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het

persluchtgereedschap in stand blijft.

2 GEREEDSCHAPSPECIFIEKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR PERSLUCHTDECOUPEERZAGEN Voorkom contact met een span-

ningvoerende leiding. Het gereed-

schap is niet geïsoleerd. Contact met

een spanningvoerende leiding kan tot een elektrische

Gebruik een geschikt detectieapparaat om ver-

borgen stroom-, gas- of waterleidingen op te

sporen of raadpleeg het plaatselijke energie- of

waterleidingbedrijf. Contact met elektrische leidin-

gen kan tot brand of een elektrische schok leiden. Be-

schadiging van een gasleiding kan tot een explosie lei-

den. Breuk van een waterleiding veroorzaakt materiële

schade en kan een elektrische schok veroorzaken.

Voorkom aanraking met de huid als u een zaag-

blad wilt verwisselen en gebruik geschikte werk-

handschoenen. Het zaagblad kan bij langdurig ge-

Gebruik alleen onbeschadigde zaagbladen die

helemaal in orde zijn. Verbogen of niet-scherpe

zaagbladen kunnen breken of een terugslag veroorza-

Let er bij de montage van het zaagblad op dat het

blad goed in de groef van de steunrol zit. Alleen zo

wordt het zaagblad stevig vastgehouden.

Controleer of de zaagbladen stevig vastzitten

voordat u het gereedschap aansluit op de pers-

luchtvoorziening. Zaagbladen die niet goed in de

daarvoor bestemde houder zijn gespannen, kunnen

eruit glijden en niet meer worden gecontroleerd.

Beweeg het gereedschap alleen ingeschakeld

naar het werkstuk. Anders bestaat er gevaar voor

een terugslag als de tanden in het werkstuk vastha-

Houd uw handen uit de buurt van de plaats waar

wordt gezaagd. Grijp niet onder het werkstuk. Bij

aanraking van het zaagblad bestaat verwondingsge-

Let er bij het zagen op dat de steunplaat 10 vol-

ledig op het werkstuk ligt. Als de steunplaat niet op

het hele oppervlak ligt, kan dit tot een breuk van het

zaagblad leiden.Nederlands–3

3 609 929 250 • (04.07) T Schakel het persluchtgereedschap na beëindi-

ging van de werkzaamheden uit en trek het zaag-

blad pas uit de zaagsnede nadat het gereed-

schap tot stilstand is gekomen. Zo voorkomt u een

terugslag en kunt u het persluchtgereedschap veilig

Rem het zaagblad na het uitschakelen niet af

door er aan de zijkant tegen te drukken. Anders

kan het zaagblad beschadigd worden, breken of een

terugslag veroorzaken.

Het bij het schuren, za-

gen, slijpen, boren en der-

gelijke werkzaamheden

vrijkomende stof kan kankerverwekkend zijn,

ongeboren leven beschadigen of het erfelijk ma-

teriaal veranderen. Enkele van de in dit stof aanwe-

zige bestanddelen zijn:

– lood in loodhoudende verven en lakken;

– kristallijne kiezelaarde in bakstenen, cement en an-

dere metselmaterialen;

– arseen en chromaat in chemisch behandeld hout.

Het risico van een aandoening is ervan afhankelijk, hoe

vaak u aan deze stoffen bent blootgesteld. Ter beper-

king van het gevaar dient u alleen in goed geventileer-

de ruimten met de juiste beschermende uitrusting te

werken (bijvoorbeeld met speciaal geconstrueerde

adembeschermingsapparaten, die ook de kleinste

stofdeeltjes uitfilteren).

SYMBOLEN Belangrijk: De volgende symbolen kunnen voor het gebruik van het gereedschap van belang zijn. Zorg ervoor

dat u de symbolen en hun betekenis herkent. Het juiste begrip van de symbolen helpt u het gereedschap goed

en veilig te gebruiken.

Symbool Naam Betekenis

Eenheid van energie, draaimoment

min/s Minuten/seconden Tijdspanne, duur

dB Decibel Maat van relatieve geluidssterkte

Ø Diameter Bijv. schroefdiameter, slijpschijfdiameter etc.

Toerental Onbelast toerental

0 Stand: Uit Geen snelheid, geen draaimoment

Linksdraaien/rechtsdraaien Draairichting

/■/UNF Binnenzeskant/buitenvierkant/

Unified National Fine-thread

Soort gereedschapopname

Pijl Voer de handeling uit in de richting van de pijl

Waarschuwing Waarschuwt de gebruiker voor gevaren.

Gebodsteken Aanwijzingen voor correct gebruik, zoals: ge-

bruiksaanwijzing lezen of veiligheidsbril dragen.Nederlands–4

3 609 929 250 • (04.07) T

3 Inbussleutel in de steunplaat

4 Aan/uit-schakelaar (hendelschakelaar)

5 Aan/uit-schakelaar

(blokkeer- of dodemanschakelaar)

6 Luchtafvoer met geluiddemper

8 Aansluitstuk aan luchtingang

9 Pendelslagschakelaar

14 Bescherming tegen aanraken

Afgebeeld en beschreven toebehoren wordt niet altijd

standaard meegeleverd.

Gebruik volgens bestemming

Het gereedschap is bestemd voor het met vaste steun

schulpen en het zagen van uitsparingen in hout, kunst-

stof, metaal, keramiekplaten en rubber. De machine is

geschikt om recht en in bochten te zagen met een ver-

stekhoek tot 45°. De adviezen voor zaagbladen moe-

ten in acht worden genomen.

3 609 929 250 • (04.07) T Informatie over geluid en trillingen

Meetwaarden voor geluid bepaald volgens EN ISO 15744.

Meetwaarden voor trillingen bepaald volgens EN

28662 resp. EN ISO 8662.

Het A-gewaardeerde geluidsdrukniveau van de ma-

chine bedraagt kenmerkend 76 dB(A).

Meetonzekerheid K = 3 dB.

Tijdens het werken kan het geluidsniveau 85 dB(A)

Draag oorbeschermers.

De gewaardeerde versnelling bedraagt kenmerkend

Conformiteitsverklaring

Wij verklaren op eigen verantwoording dat dit product

voldoet aan de volgende normen en normatieve docu-

menten: EN 792, volgens de bepalingen van de richt-

Afgegeven vermogen W Hp

Aantal zaagbewegingen min

Hendelschakelaar – – ●●

Bescherming tegen aanraken ● ● ● ●

Antisplinterplaatje ●●●●

Nominale druk bar/psi 6,3/91 6,3/91 6,3/91 6,3/91

Luchtverbruik bij belasting l/s

4 MONTAGE Zaagbladadviezen

De decoupeerzaag wordt geleverd met verschillende

zaagbladen. Kies uit de volgende tabel het zaagblad

dat voor uw werkzaamheden geschikt is.

Opmerking: In de decoupeerzaag passen alleen

zaagbladen van het type enkelnokkenschacht (T-

Verwijder de aanraakbeveiliging

De op het machinehuis aangebrachte

aanraakbeveiliging 14 voorkomt dat u

het zaagblad 11 tijdens de werk-

zaamheden onbedoeld aanraakt.

Onderbreek de persluchttoevoer voordat u het

gereedschap instelt, toebehoren wisselt of bij

een langdurige onderbreking van de werkzaam-

heden. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbe-

doeld inschakelen van het gereedschap.

Het SDS-systeem van Bosch waar-

borgt eenvoudig en gemakkelijk wisse-

len van zaagbladen zonder extra hulp-

Voorkom aanraking met de huid als u een zaag-

blad wilt verwisselen en gebruik geschikte werk-

handschoenen. Het zaagblad kan bij langdurig ge-

Als u het zaagblad wilt monteren, zet

u de pendelslagschakelaar 9 in stand

III, omdat het zaagblad in deze stand

het gemakkelijkst kan worden inge-

Druk de oranjekleurige SDS-drukknop 1 omlaag.

Daardoor wordt de geleidingsgreep 2 ontgrendeld.

Draai de geleidingsgreep 2 ca. drie slagen tegen de

wijzers van de klok in.

Steek het zaagblad 11 dwars op de zaagrichting in de

opening van de zaaghouder 13. Er zijn twee kleine

groeven in de zaaghouder, waarin de „T-stukken” van

de Bosch-zaagbladen nauwkeurig passen. Draai het

zaagblad 11 een kwartslag in de zaagrichting en duw

het vervolgens in de groef van het steunwiel 12. De

zaagtanden wijzen nu in de zaagrichting. Trek het

Draai de geleidingsgreep 2 met de wijzers van de klok

mee tot het vastzetmechanisme voelbaar of hoorbaar

vastklikt. Druk de oranjekleurige SDS-drukknop 1

weer omhoog. Daardoor klikt de geleidingsgreep vast.

● Speciaal geschikt voor

T 244 D T 144 DP T 123 X Massief hout ● ● –

Met kunststof beklede houtvezelplaat ❍ – –

Verlijmd hout en houtmaterialen ❍ ––

Pvc en kunststoffen in het algemeen ● – –

3 609 929 250 • (04.07) T Controleer of de zaagbladen stevig vastzitten

voordat u het gereedschap aansluit op de pers-

luchtvoorziening. Zaagbladen die niet goed in de

daarvoor bestemde houder zijn gespannen, kunnen

eruit glijden en niet meer worden gecontroleerd.

Met een luchtafvoer kunt u de afvoerlucht via een af-

voerluchtslang van uw werkplek wegvoeren en tegelij-

kertijd een optimale geluiddemping bereiken. Boven-

dien verbetert u uw werkomstandigheden, aangezien

uw werkplek niet meer kan worden vervuild door olie-

houdende lucht en geen stof of spanen meer kunnen

Type 0 607 561 114 / ... 116

Schroef de geluiddemper bij

de luchtafvoer 6 naar buiten

en vervang deze door de

Maak de slangklem 15 van

de luchtafvoerslang 16 los en

bevestig de luchtafvoerslang

over de slangnippel 17 met

de slangklem door deze stevig vast te draaien.

Type 0 607 561 118 / ... 120

de persluchtvoorzie-

ning (zie het gedeel-

te Aansluiting aan de

ning) en trek de luchtafvoerslang (centraal) 18 over de

gemonteerde luchttoevoerslang op het einde van het

Variant 2: Voer de afvoerlucht naar een luchtafvoer-

tank door eerst de luchtafvoerset (decentraal) 21 te

bevestigen. Let erop dat de slangnippel 7 niet in het

aansluitstuk op de luchtingang 8 is geschroefd en de

dichtring 20 in de uitsparing tussen huis en luchtaf-

voerset ligt, zodat de uitstromende lucht alleen naar de

luchtafvoerslang kan ontwijken. Schroef eerst het aan-

sluitstuk 22 van de luchtafvoerset stevig in het aan-

sluitstuk 8 aan de luchtingang en schroef vervolgens

de slangnippel 7 op het aansluitstuk 22. Vervang de

geluiddemper 23 op de luchtafvoerset door de slang-

nippel 17 van de luchtafvoerset.

Maak de slangklem 15 van de luchtafvoerslang 16 los

en bevestig de luchtafvoerslang over de slangnippel

17 met de slangklem door deze stevig vast te draaien.

persluchtvoorziening

Het gereedschap is ontworpen voor een bedrijfsdruk

van 6,3 bar (91 psi). Voor een maximaal vermogen be-

draagt de inwendige slangdiameter 10 mm bij een

aansluitschroefdraad van 1/4" NPT. Gebruik voor het

instandhouden van het volledige vermogen alleen

slangen tot een lengte van maximaal 4 meter.

De toegevoerde lucht mag geen deeltjes of vocht be-

vatten om de machine te beschermen tegen bescha-

diging, vervuiling en roestvorming.

Het gebruik van een luchtverzorgingseenheid is

Hierdoor wordt een correcte werking van persluchtge-

reedschappen gewaarborgd. Lees de gebruiksaanwij-

zing van de verzorgingseenheid en neem deze in acht.

Alle armaturen, verbindingsleidingen en slangen moe-

ten zijn aangelegd in overeenstemming met de vereis-

te hoeveelheid perslucht.

Voorkom vernauwingen van de aanvoerleidingen bijv.

door drukken, knikken of trekken.

Controleer in geval van twijfel de druk bij de luchttoe-

voeropening van de machine met een manometer.

3 609 929 250 • (04.07) T Aansluiting van de persluchtvoorziening aan

Type 0 607 561 118 / ... 120

Schroef de slangnippel 7 in het aansluitstuk op de

luchtingang 8. Ter voorkoming van beschadigingen

aan inwendige ventieldelen van het gereedschap dient

u bij het in- en uitdraaien van de slangnippel 7 het uit-

stekende aansluitstuk van de luchtingang 8 met een

steeksleutel (22 mm) tegen te houden.

Maak de slangklemmen 15 van de maximaal 4 meter

lange luchttoevoerslang 19 los en bevestig de lucht-

toevoerslang over de slangnippel 7 met de slangklem

door deze stevig vast te draaien.

Bevestig de luchttoevoerslang 19 altijd eerst aan

het gereedschap en vervolgens aan de verzor-

Stulp de luchttoevoerslang 19 over de koppelingsnip-

pel 24 en bevestig de luchttoevoerslang door de

slangklem 15 stevig vast te draaien.

Schroef in de luchtuitgang van de verzorgingseenheid

26 een automatische slangkoppeling 25. Met automa-

tische slangkoppelingen kan snel een verbinding tot

stand worden gebracht en wordt de luchttoevoer bij

het loskoppelen automatisch onderbroken.

Let erop dat u het gereedschap niet per ongeluk in-

schakelt wanneer u de koppelingsnippel 24 in de kop-

Type 0 607 561 114 / ... 116

Schroef de slangnippel 7 in het aansluitstuk op de

luchtingang 8. Ter voorkoming van beschadigingen

aan inwendige ventieldelen van het gereedschap dient

u bij het in- en uitdraaien van de slangnippel 7 het uit-

stekende aansluitstuk van de luchtingang 8 met een

steeksleutel (22 mm) tegen te houden.

Als u de luchtafvoerset gebruikt, schroeft u de slang-

nippel 7 in het aansluitstuk 22 van de luchtafvoerset

Maak de slangklemmen 15 van de maximaal 4 meter

lange luchttoevoerslang 19 los en bevestig de lucht-

toevoerslang over de slangnippel 7 met de slangklem

door deze stevig vast te draaien.

Bevestig de luchttoevoerslang 19 altijd eerst aan

het gereedschap en vervolgens aan de verzor-

Stulp de luchttoevoerslang 19 over de koppelingsnip-

pel 24 en bevestig de luchttoevoerslang door de

slangklem 15 stevig vast te draaien.

Schroef in de luchtuitgang van de verzorgingseenheid

26 een automatische slangkoppeling 25. Met automa-

tische slangkoppelingen kan snel een verbinding tot

stand worden gebracht en wordt de luchttoevoer bij

het loskoppelen automatisch onderbroken.

Let erop dat u het gereedschap niet per ongeluk in-

schakelt wanneer u de koppelingsnippel 24 in de kop-

Door de in vier standen instelbare

pendelbeweging kunt u de zaagsnel-

heid, de zaagcapaciteit en het zaag-

beeld optimaal aanpassen aan het te

bewerken materiaal. U kunt de pen-

delbeweging met de pendelslagscha-

kelaar 9 ook trapsgewijs omschake-

len terwijl de machine loopt:

– Hoe fijner en schoner een zaagrand moet worden,

hoe kleiner u de pendelbeweging kiest (0). Hoe

sneller en grover de werksnelheid moet zijn, hoe

groter de pendelbeweging (III).

– Als u dunne werkstukken (zoals metaalplaat) be-

werkt of een mes gebruikt, moet u de pendelbewe-

– Harde werkstukken (bijvoorbeeld non-ferrometaal

zoals messing of koper) dient u met een kleine pen-

delbeweging te bewerken.

– Hardhout en kunststof dient u met een gemiddelde

pendelbeweging te bewerken.

– Als u zachte materialen (zoals zachte houtsoorten)

bewerkt of in de vezelrichting zaagt, dient u met

een grote pendelbeweging te werken.

De machine werkt optimaal bij een overdruk van

6,3 bar (91 psi), gemeten bij de luchttoevoeropening

terwijl de machine in werking is.

Schakel de machine uit bij een onderbreking

van de luchttoevoer of bij een vermindering

van de bedrijfsdruk. Controleer de bedrijfs-

druk en start de machine opnieuw bij optimale

Type 0 607 561 114 Blokkeerschakelaar

Druk de aan/uit-schakelaar 5 naar

Trek de aan/uit-schakelaar 5 naar

achteren om de vergrendeling los te

maken en de machine uit te scha-

Type 0 607 561 116 Dodemanschakelaar

Druk op de aan/uit-schakelaar 5 en

houd deze tijdens de werkzaamhe-

Laat de aan/uit-schakelaar 5 los.

Type 0 607 561 118 / ... 120 Hendelschakelaar

Druk op de hendelschakelaar 4 en

houd deze tijdens de werkzaamhe-

Onderbreek de persluchttoevoer voordat u het

gereedschap instelt, toebehoren wisselt of bij

een langdurige onderbreking van de werkzaam-

heden. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbe-

doeld inschakelen van het gereedschap.

Voorkom aanraking met de huid als u een zaag-

blad wilt verwisselen en gebruik geschikte werk-

handschoenen. Het zaagblad kan bij langdurig ge-

Als u het zaagblad wilt demonteren,

zet u de pendelslagschakelaar 9 in

stand III, omdat het zaagblad in deze

stand het gemakkelijkst kan worden

Druk de oranjekleurige SDS-drukknop 1 omlaag.

Daardoor wordt de geleidingsgreep 2 ontgrendeld.

Draai de geleidingsgreep 2 ca. drie slagen tegen de

wijzers van de klok in.

Stand 0: geen pendelbeweging

Stand I: kleine pendelbeweging

3 609 929 250 • (04.07) T Duw het zaagblad 11 iets in de richting van de gelei-

dingsgreep, draai het blad een kwartslag en trek het

uit de zaaghouder 13.

Tips voor de werkzaamheden

Onderbreek de persluchttoevoer voordat u het

gereedschap instelt, toebehoren wisselt of bij

een langdurige onderbreking van de werkzaam-

heden. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbe-

doeld inschakelen van het gereedschap.

Plotseling optredende belastingen leiden tot een

scherpe daling van het toerental of stilstand, maar

schaden de motor niet.

Schakel de machine uit bij een onderbreking

van de luchttoevoer op bij een vermindering

van de bedrijfsdruk. Controleer de bedrijfs-

druk en start de machine opnieuw bij optimale

Gebruik alleen het bij de materiaaldikte passen-

de zaagblad. Het zaagblad moet in zijn hoogste

stand minstens 10 % over het materiaal uitste-

ken. Alleen zo loopt het zaagblad niet schuin in het

materiaal en kunt u nauwkeurig zagen.

Te grote aandrukkracht vermindert de capaciteit aan-

zienlijk en verkort de levensduur van de zaagbladen.

Scherpe inzetgereedschappen zorgen voor een goe-

de zaagcapaciteit en ontzien de machine.

Gebruik voor het bewerken van kleine of dunne

werkstukken altijd een stabiele ondergrond of

een zaagtafel. Dunne werkstukken kunnen bij het za-

gen buigen of trillen en kunnen daardoor niet meer

worden gecontroleerd.

Instellen van de zaaghoek

De steunplaat 10 kan voor het veranderen van de

zaaghoek maximaal 45° worden versteld.

Draai de vastzetschroef 29 enkele slagen tegen de wij-

zers van de klok in los met de inbussleutel 3, die zich

in de steunplaat 10 bevindt. Duw de steunplaat 10 in

de richting van het zaagblad en draai de plaat naar

links of naar rechts, afhankelijk van de gewenste zaag-

Na de grofinstelling van de zaaghoek draait u de vast-

zetschroef 29 zo ver vast, dat de steunplaat 10 net

nog kan worden versteld. Stel de zaaghoek nauwkeu-

De graden 0°, 15°, 30° en 45° zijn met markeringen op

de zaaghoekschaalverdeling 28 aangegeven. Tussen-

standen zijn zonder meer mogelijk. Voor nauwkeurige

zaaghoeken dient u een hoekmaat 30 te gebruiken.

Draai de vastzetschroef 29 met de inbussleutel 3 vast.

De 0°-stand (zaagblad verticaal) stelt u in door de

steunplaat 10 naar achteren te trekken tot deze aan de

positioneernok 27 vasthaakt. Duw de steunplaat 10 in

de richting van de motor tegen de positioneernok 27

en draai de vastzetschroef 29 vast.

3 609 929 250 • (04.07) T Zagen tot aan opstaande randen

Voor het zagen tot aan opstaande randen kunt u de

steunplaat 10 naar achteren verplaatsen:

Draai de vastzetschroef 29 enkele slagen tegen de wij-

zers van de klok in volledig naar buiten met de inbus-

sleutel 3, die zich in de steunplaat 10 bevindt. Til de

steunplaat 10 omhoog en verplaats deze zodanig naar

achteren, dat u de vastzetschroef 29 in de achterste

schroefdraad 31 kunt indraaien. Draai de vastzet-

schroef 29 eerst een beetje aan, druk vervolgens de

steunplaat 10 in de richting van het zaagblad en draai

de vastzetschroef vast.

Zagen tot aan opstaande randen kan alleen met

een verticaal zaagblad (0°-stand). De parallelge-

leider met cirkelsnijder 34 kan daarbij niet wor-

Opmerking: U kunt de geleidingsgreep 2 verwijderen

om gemakkelijker te kunnen zagen op plaatsen met

Duw de oranjekleurige SDS-drukknop 1 over het vast-

klikpunt naar beneden en trek tegelijkertijd de gelei-

dingsgreep 2 naar boven weg.

Als u de handgreep weer wilt monteren: Duw de SDS-

drukknop 1 omhoog in de beginstand. Breng de hand-

greep 2 aan en druk deze omlaag, eventueel met een

lichte draaiing, tot de handgreep hoorbaar vastklikt.

Met de parallelgeleider met cirkelsnijder 34 kunt u pa-

rallel zagen tot een materiaaldikte van 30 mm (1,2").

Draai de vastzetschroef 33 los en duw de schaalver-

deling door de geleiding 32 in de steunplaat 10. Duw

de schaalverdeling zo ver door de geleiding als voor de

afstand van het parallel zagen vereist is. Maatgevend

is de schaalverdelingswaarde op de binnenzijde van

de steunplaat. Parallel zagen is mogelijk met een af-

stand van max. 20 cm. Draai de vastzetschroef 33 op

de gewenste schaalverdelingswaarde vast.

3 609 929 250 • (04.07) T Cirkelsnijder

Met de parallelgeleider 34 kunt u ronde uitsparingen

tot een materiaaldikte vann 30 mm (1,2") zagen.

Verwijder de vastzetschroef 33 en draai de parallelge-

leider om. Monteer de vastzetschroef aan de andere

zijde opnieuw. Duw de schaalverdeling door de gelei-

ding 32 van de steunplaat 10. Trek de centreerpunt 35

los en steek deze in de opening op de hoogte van het

zaagblad. Boor een gat in het midden van de te zagen

uitsparing om de centreerpunt 35 te fixeren en stel de

radius aan de binnenzijde van de steunplaat 10 in met

de vastzetschroef 33.

Opmerking: Gebruik voor nauwe bochten bij voor-

keur smalle zaagbladen.

Het antisplinterplaatje 36 voorkomt bij het zagen uit-

splinteren van het oppervlak.

Druk het antisplinterplaatje 36 van onderen in de

steunplaat 10. U kunt het antisplinterplaatje 36 voor de

volgende zaagbladtypen gebruiken: T 101 B,

T 101 D, T 244 D, T 301 CD, T 301 DL.

Koel- en smeermiddel

Als u metaal zaagt, dient u vanwege de optredende

verwarming langs de zaaglijn koel- resp. smeermiddel

6 ONDERHOUD EN SERVICE Onderhoud

Onderbreek de persluchttoevoer voordat u het

gereedschap instelt, toebehoren wisselt of bij

een langdurige onderbreking van de werkzaam-

heden. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbe-

doeld inschakelen van het gereedschap.

Mocht de machine ondanks zeer zorgvuldige fabrica-

ge- en testmethoden toch defect raken, dient de repa-

ratie door een erkende servicewerkplaats voor Bosch

elektrisch gereedschap te worden uitgevoerd.

Vermeld altijd bij vragen en bestellingen van vervan-

gingsonderdelen het uit tien cijfers bestaande bestel-

nummer volgens het typeplaatje van de machine.

Reinig regelmatig de zeef aan de

luchtingang van het gereed-

schap. Schroef daarvoor de

slangnippel 7 los en verwijder

stof- en vuildeeltje uit de zeef.

Monteer vervolgens de slangnip-

pel weer stevig vast.

Ter voorkoming van beschadigingen aan inwendige

ventieldelen van het gereedschap dient u bij het in- en

uitdraaien van de slangnippel 7 het uitstekende aan-

sluitstuk van de luchtingang 8 met een steeksleutel

(22 mm) tegen te houden.

3 609 929 250 • (04.07) T Water- en vuildeeltjes in de perslucht

veroorzaken roestvorming en leiden tot

slijtage van lamellen, ventielen etc. Om

dit te voorkomen, laat u enkele drup-

pels motorolie in de luchtingang 8 lo-

pen. Sluit het gereedschap weer aan

op de persluchtvoorziening en laat het 5 tot 10 secon-

den lopen terwijl u de naar buiten lopende olie met een

doek opzuigt. Voer deze handeling altijd uit als het

gereedschap gedurende lange tijd niet wordt ge-

Bij alle Bosch-persluchtgereedschappen die niet be-

horen tot de CLEAN-serie (een bijzonder type pers-

luchtmotor dat met olievrije perslucht werkt), dient de

doorstromende perslucht voortdurend te worden ver-

mengd met een olienevel. De daarvoor noodzakelijke

persluchtolienevelaar bevindt zich in de persluchtver-

zorgingseenheid, die in de leiding voor het gereed-

schap is opgenomen (meer informatie daarover is ver-

krijgbaar bij de fabrikant van de compressor).

Het steunwiel 12 dient u regelmatig met een druppel

olie te smeren en op slijtage te controleren. Als het

steunwiel 12 reeds slijtageverschijnselen vertoont,

dient u het te laten vervangen door een vakman of

door een erkende Bosch-klantenservice voor pers-

lucht- of elektrische gereedschappen.

Gebruik voor het rechtstreeks smeren van het gereed-

schap of voor toevoeging in de verzorgingseenheid

motorolie SAE 10 of SAE 20.

Na ca. 150 bedrijfsuren dient de transmissie voor het

eerst door een vakman te worden gereinigd, vervol-

gens elke 300 bedrijfsuren. Na elke reiniging moet

deze worden gesmeerd met speciaal transmissievet.

Speciaal transmissievet 225 ml . . . . . 3 605 430 009

De motorlamellen moeten regelmatig door een vak-

man worden gecontroleerd en indien nodig worden

Laat onderhouds- en reparatiewerkzaamheden

alleen uitvoeren door gekwalificeerd, vakbe-

kwaam personeel. Daarmee wordt gewaarborgd dat

de veiligheid van de machine in stand blijft.

De klantenservice van Bosch voert deze werkzaamhe-

den snel en correct uit.

Voer smeer- en reinigingsmiddelen op een voor

het milieu verantwoorde wijze af. Neem de wet-

telijke voorschriften in acht.

Voor alle decoupeerzagen zijn verschillende zaagbla-

Meer informatie over het volledige programma met

kwaliteitstoebehoren vindt u op het internet op

Robert Bosch GmbH is aansprakelijk voor de levering

volgens overeenkomst van deze machine in het kader

van de wettelijke of landspecifieke bepalingen. Neem

bij klachten over de machine contact op met de vol-

Machine, toebehoren en verpakking dienen op een

voor het milieu verantwoorde manier te worden herge-

De kunststof delen zijn gekenmerkt om ze per soort te

Als uw gereedschap niet meer kan worden gebruikt,

kunt u het afgeven bij een recyclingcentrum, bij uw le-

verancier of bij een erkende Bosch-klantenservice.

Wijzigingen voorbehoudenDansk–1

3 609 929 250 • (04.07) T