GEBRUIKSAANWIJZING GKS 55 BOSCH
Veiligheidsvoorschriften
Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrische gereedschappen
WAARSCHUWING
Lees alle veiligheidswaarschuwingen en alle voorschriften.
Als de waarschuwingen en voorschriften niet worden opgevolgd, kan dit een elektrische schok, brand of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Bewaar alle waarschuwingen en voorschriften voor toekomstig gebruik.
Het in de waarschuwingen gebruikte begrip "elektrisch gereedschap" heeft betrekking op elektrische gereedschappen voor gebruik op het stroomnet (met netsnoer) en op elektrische gereedschappen voor gebruik met een accu (zonder netsnoer).
Veiligheid van de werkplek
Houd uw werkplek schoon en goed verlicht. Een rommelige of onverlichte werkplek kan tot ongelukken leiden. Werk met het elektrische gereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. Elektrische gereedschappen veroorzaken vonken die het stof of de dampen tot ontsteking kunnen brengen. Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van het elektrische gereedschap uit de buurt. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het gereedschap verliezen.
De aansluitstekker van het elektrische gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekkers in combinatie met geaarde elektrische gereedschappen. Onveranderde stekkers en passende stopcontacten beperken het risico van een elektrische schok. Voorkom aanraking van het lichaam met geaarde oppervlakken, bijvoorbeeld van buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard is. Houd het gereedschap uit de buurt van regen en vocht. Het binnendringen van water in het elektrische gereedschap vergroot het risico van een elektrische schok. Gebruik de kabel niet voor een verkeerd doel, om het elektrische gereedschap te dragen of op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende gereedschapdelen. Beschadigde of in de war geraakte kabels vergroten het risico van een elektrische schok. Wanneer u buitenhuis met elektrisch gereedschap werkt, dient u alleen verlengkabels te gebruiken die voor gebruik buitenhuis zijn goedgekeurd. Het gebruik van een voor gebruik buitenhuis geschikte verlengkabel beperkt het risico van een elektrische schok. Als het gebruik van het elektrische gereedschap in een vochtige omgeving onvermijdelijk is, dient u een aardlekschakelaar te gebruiken. Het gebruik van een aardlekschakelaar vermindert het risico van een elektrische schok.


Veiligheid van personen
Wees alert, let goed op wat u doet en ga met verstand te werk bij het gebruik van het elektrische gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed staat van drugs, alcohol of medicijnen. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van het elektrische gereedschap kan tot ernstige verwondingen leiden. Draag persoonlijke beschermende uitrusting. Draag altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermende uitrusting zoals een stofmasker, slipvaste werkschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van de aard en het gebruik van het elektrische gereedschap, vermindert het risico van verwondingen. Voorkom per ongeluk inschakelen. Controleer dat het elektrische gereedschap uitgeschakeld is voordat u de stekker in het stopcontact steekt of de accu aansluit en voordat u het gereedschap oppakt of draagt. Wanneer u bij het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger aan de schakelaar hebt of wanneer u het gereedschap ingeschakeld op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot ongelukken leiden. Verwijder instelgereedschappen of schroefsleutels voordat u het elektrische gereedschap inschakelt. Een instelgereedschap of sleutel in een draaiend deel van het gereedschap kan tot verwondingen leiden. Voorkom een onevenwichtige lichaamshouding. Zorg ervoor dat u stevig staat en steeds in evenwicht blijft. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden. Draag geschikte kleding. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd haren, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende delen. Loshangende kleding, lange haren en sieraden kunnen door bewegende delen worden meegenomen. Wanneer stofafzuigings- of stofopvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, dient u zich ervan te verzekeren dat deze zijn aangesloten en juist worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging beperkt het gevaar door stof.
Zorgvuldige omgang met en zorgvuldig gebruik van elektrische gereedschappen
Overbelast het gereedschap niet. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bestemde elektrische gereedschap. Met het passende elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven capaciteitsbereik. Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd. Trek de stekker uit het stopcontact of neem de accu uit het elektrische gereedschap voordat u het gereedschap instelt, toebehoren wisselt of het gereedschap weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld starten van het elektrische gereedschap.
Bewaar niet-gebruikte elektrische gereedschappen buiten bereik van kinderen. Laat het gereedschap niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn en deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk wanneer deze door onervaren personen worden gebruikt. Verzorg het elektrische gereedschap zorgvuldig. Controleer of bewegende delen van het gereedschap correct functioneren en niet vastklemmen en of onderdelen zodanig gebroken of beschadigd zijn dat de werking van het elektrische gereedschap nadelig wordt beïnvloed. Laat deze beschadigde onderdelen voor het gebruik repareren. Veel ongevallen hebben hun oorzaak in slecht onderhouden elektrische gereedschappen. Houd snijdende inzetgereedschappen scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijdende inzetgereedschappen met scherpe snijkanten klemmen minder snel vast en zijn gemakkelijk te geleiden. Gebruik elektrisch gereedschap, toebehoren, inzetgereedschappen en dergelijke volgens deze aanwijzingen. Let daarbij op de arbeidsomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrische gereedschappen voor andere dan de voorziene toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden.
Service
Laat het elektrische gereedschap alleen repareren door gekwalificeerd en vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het gereedschap in stand blijft.
Veiligheidsvoorschriften voor cirkelzagen
Zaagmethode
GEVAAR: Houd uw handen uit de buurt van de zaagomgeving en het zaagblad. Houd met uw andere hand de extra handgreep of het motorhuis vast. Als u de zaagmachine met beide handen vasthoudt, kunnen uw handen niet door het zaagblad verwond worden. Grijp niet onder het werkstuk. De beschermkap kan u onder het werkstuk niet tegen het zaagblad beschermen. Pas de zaagdiepte aan de dikte van het werkstuk aan. Er dient minder dan een volledige tandhoogte onder het werkstuk zichtbaar te zijn. Houdt het te zagen werkstuk nooit in uw hand of op uw been vast. Zet het werkstuk in een stabiele opname vast. Het is belangrijk om het werkstuk goed te bevestigen, om het gevaar van contact met het lichaam, vastklemmen van het zaagblad of verlies van de controle te minimaliseren. Raak het elektrische gereedschap alleen aan de geïsoleerde greepvlakken aan als u werkzaamheden uitvoert waarbij het inzetgereedschap verborgen stroomleidingen of de eigen stroomkabel kan raken. Contact met een spanningvoerende leiding zet ook de metalen delen van het elektrische gereedschap onder spanning en leidt tot een elektrische schok.
Gebruik bij het schulpen altijd een aanslag of een rechte randgeleiding. Dit verbetert de zaagnauwkeurigheid en verkleint de mogelijkheid dat het zaagblad vastklemt. - Gebruik altijd zaagbladen met de juiste maat en vorm (ruitvormig of rond) van het opnameboorgat. Zaagbladen die niet bij de montagedelen van de zaagmachine passen, lopen niet rond en leiden tot het verliezen van de controle. Gebruik nooit beschadigde of verkeerde onderlegringen of schroeven voor het zaagblad. De onderlegringen en schroeven voor het zaagblad zijn speciaal geconstrueerd voor deze zaagmachine, voor optimaal vermogen en optimale bedrijfszekerheid. Terugslag - Oorzaken en bijbehorende veiligheidsvoorschriften
Een terugslag is de plotselinge reactie als gevolg van een vasthakend, vastklemmend of verkeerd gericht zaagblad, die ertoe leidt dat een ongecontroleerde zaagmachine uit het werkstuk omhoogkomt en in de richting van de bedienende persoon beweegt.
- Als het zaagblad in de zich sluitende zaaggroef vasthaakt of vastklemt, wordt het geblokkeerd en slaat de motorkracht de zaagmachine in de richting van de bedienende persoon terug.
- Als het zaagblad in de zaaggroef wordt gedraaid of verkeerd wordt gericht, kunnen de tanden van de achterste zaagbladrand in het oppervlak van het werkstuk vasthaken, waardoor het zaagblad uit de zaaggroef beweegt en de zaagmachine terugspringt in de richting van de bedienende persoon.
Een terugslag is het gevolg van verkeerd gebruik of onjuiste gebruiksomstandigheden van de zaagmachine. Terugslag kan worden voorkomen door geschikte voorzorgsmaatregelen, zoals hieronder beschreven.
Houd de zaagmachine met beide handen vast en breng uw armen in een stand waarin u de terugslagkrachten kunt opvangen. Blijf altijd opzij van het zaagblad en breng het zaagblad nooit op een lijn met uw lichaam. Bij een terugslag kan de zaagmachine naar achteren springen. De bedienende persoon kan de terugslagkrachten door geschikte voorzorgsmaatregelen beheersen. Als het zaagblad vastklemt of als u de werkzaamheden onderbreekt, schakelt u de zaagmachine uit en houdt u deze rustig in het werkstuk totdat het zaagblad tot stilstand is gekomen. Probeer nooit om de zaagmachine uit het werkstuk te verwijderen of de machine achteruit te trekken zolang het zaagblad beweegt. Anders kan er een terugslag optreden. Stel de oorzaak van het vastklemmen van het zaagblad vast en maak deze ongedaan. Als u een zaagmachine die in het werkstuk steekt weer wilt starten, centreert u het zaagblad in de zaaggroef en controleert u of de zaagtanden niet in het werkstuk zijn vastgehaakt. Als het zaagblad vastklemt, kan het uit het werkstuk bewegen en een terugslag veroorzaken wanneer de zaagmachine opnieuw wordt gestart.
Ondersteun grote platen om het risico van een terugslag door een vastklemmend zaagblad te verminderen. Grote platen kunnen onder hun eigen gewicht doorbuigen. Platen moeten aan beide zijden worden ondersteund, zowel in de buurt van de zaagopening als aan de rand. Gebruik geen stompe of beschadigde zaagbladen. Zaagbladen met stompe of verkeerd gerichte tanden veroorzaken door een te nauwe zaagopening een verhoogde wrijving, vastklemmen van het zaagblad of terugslag. Draai voor het begin van de zaagwerkzaamheden de instellingen voor de zaagdiepte en de zaaghoek vast. Als de instellingen tijdens het zagen veranderen, kan het zaagblad vastklemmen en kan er een terugslag optreden. Wees bijzonder voorzichtig bij zaagwerkzaamheden in bestaande muren of andere plaatsen zonder voldoende zicht. Het invallende zaagblad kan bij zaagwerkzaamheden in niet-zichtbare voorwerpen blokkeren en een terugslag veroorzaken.
Functie van onderste beschermkap
Controleer voor elk gebruik of de onderste beschermkap correct sluit. Gebruik de zaagmachine niet als de onderste beschermkap niet vrij kan bewegen en niet onmiddellijk sluit. Klem of bind de onderste beschermkap nooit in de geopende stand vast. Als de zaagmachine op de vloer valt, kan de onderste beschermkap verbogen worden. Open de beschermkap met de terugtrekhendel en controleer dat de kap vrij beweegt en dat deze bij alle zaaghoeken en zaagdiepten het zaagblad of andere delen niet aanraakt. Controleer de functie van de veer voor de onderste beschermkap. Als de onderste beschermkap en de veer niet correct werken, laat u de zaagmachine repareren voordat u deze gebruikt. Beschadigde delen, plakkende aanslag of ophoping van spanen laten de onderste beschermkap vertraagd werken. Open de onderste beschermkap met de hand alleen bij bijzondere snedes, zoals "inval- en haakse snedes". Open de onderste beschermkap met de terugtrekhendel en laat deze los zodra het zaagblad in het werkstuk valt. Bij alle andere zaagwerkzaamheden moet de onderste beschermkap automatisch werken. Leg de zaagmachine niet op de werkbank of op de vloer zonder dat de onderste beschermkap het zaagblad bedekt. Een onbeschermd uitstekend zaagblad beweegt de zaagmachine tegen de zaagrichting en zaagt wat er in de weg komt. Let op de uitlooptijd van de zaagmachine.
Grijp niet met uw handen in de spaanafvoer. U kunt zich aan ronddraaiende delen verwonden. Werk met de zaagmachine niet boven uw hoofd. Zo heeft u geen voldoende controle over het elektrische gereedschap. Gebruik een geschikt detectieapparaat om verborgen stroom-, gas- of waterleidingen op te sporen of raadpleeg het plaatselijke energie- of waterleidingbedrijf. Contact met elektrische leidingen kan tot brand of een elektrische schok leiden. Beschadiging van een gasleiding
kan tot een explosie leiden. Breuk van een waterleiding veroorzaakt materiële schade en kan een elektrische schok veroorzaken. - Gebruik het elektrische gereedschap niet stationair. Het is niet geconstrueerd voor gebruik met een zaagtafel. - Gebruik geen zaagbladen van HSS-staal. Dergelijke zaagbladen kunnen gemakkelijk breken. Zaag geen ijzermetaal. Gloeiende spanen kunnen de stofafzuiging doen ontbranden. Houd het elektrische gereedschap tijdens de werkzaamheden stevig met beide handen vast en zorg ervoor dat u stevig staat. Het elektrische gereedschap wordt met twee handen veiliger geleid. Zet het werkstuk vast. Een met spanvoorzieningen of een bankschroef vastgehouden werkstuk wordt beter vastgehouden dan u met uw hand kunt doen. Wacht tot het elektrische gereedschap tot stilstand is gekomen voordat u het neerlegt. Het ingezette gereedschap kan vasthaken en dit kan tot het verlies van de controle over het elektrische gereedschap leiden.
Product- en vermogensbeschrijving

Lees alle veiligheidswaarschuwingen en alle voorschriften. Als de waarschuwingen en voorschriften niet worden opgevolgd, kan dit een elektrische schok, brand of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Gebruik volgens bestemming
Het elektrische gereedschap is bestemd voor het met een vaste steun en een recht verlopende zaaglijn schulpen, afkorten en verstekzagen in hout. Met geschikte zaagbladen kunnen ook dunne non-ferrometalen worden gezaagd, bijvoorbeeld profielen.
Het bewerken van ijzermetaal is niet toegestaan.
Afgebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het elektrische gereedschap op de pagina met afbeeldingen.
1 Stelwiel vooraf instelbaar toerental (GKS 55+ GCE)
2 Aan/uit-schakelaar
3 Inschakelblokkering voor aan/uit-schakelaar
4 Inbussleutel
5 Blokkeerknop uitgaande as
6 Schaalverdeling verstekhoek
7 Vleugelschroef voor parallelgeleider
8 Vleugelschroef voor vooraf instelbare verstekhoek
9 Zaagmarkering 45°
10 Zaagmarkering 0°
11 Parallelgeleider
12 Pendelbeschermkap
13 Verstelhendel voor pendelbeschermkap
14 Voetplaat
15 Vleugelschroef voor vooraf instelbare verstekhoek (GKS 55 + G / GKS 55 + GCE)
16 Spanafvoer
17 Beschermkap
18 Handgreep (geïsoleerd greepvlak)
19 Extra handgreep (geïsoleerd greepvlak)
20 Spanschroef met ring
21 Spanflens
22 Cirkelzaagblad
23 Opnameflens
24 Uitgaande as
25 Bevestigingsschroef voor afzuigadapter*
26 Afzuigadapter
27 Spanhendel voor vooraf instelbare zaagdiepte
28 Zaagdiepteschaalverdeling
29 Paar lijmklemmen
30 Geleidingsrail
31 Afzuigslang*
32 Verbindingsstuk*
- Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren worden standaard meegeleverd. Het volledige toebehoren vindt u in ons toebehorenprogramma.
In de handel verkrijgbaar (niet meegeleverd)
Technische gegevens
| Cirkelzaag | GKS 165 | GKS 55+G | GKS 55+GCE |
| Productnummer | 3601 F76 1.. 3601 F82 0.. 3601 F82 1.. |
| Opgenomen vermogen | W 1100 1200 1350 | | | |
| Onbelast toerental | min-1 | 4900 4900 2100-4700 |
| Max. zaagdiepte met zaagbladdia-meter 165 mm | | | | | |
| - bij verstekhoek 0° | mm | 66 | 63 | 63 |
| - bij verstekhoek 45° | mm | 47 | 47,5 | 47,5 |
| Blokkering uitgaande as | | ● | ● | ● | |
| Vooraf insteelaar toerental | | - | | -● | |
| De gevevens gelden voor nominale spanningen [U] 230 V. Bij afwijkende spanningen en bij per land verschillende UITvoeringen kannen deze gevevens afwieten. |

| Nederlandis | 57 |
| Cirkelzaag | GKS 165 | GKS 55+ G | GKS 55+ GCE |
| Constant-electronic | -- ● | | |
| Aanloopstroombegrenzing | -- ● | | |
| Snelstop | - ● | ● | |
| Afmetingen voetplaat | mm 235 x 138 x 8 | 252 x 194 x 8,5 | 252 x 194 x 8,5 |
| Zaagbladdiameter | mm 165 165 165 | | |
| Opnameboorgat | mm 20 20 20 | | |
| Gewicht volgens EPTA-Procedure01/2003 | kg 3,6 3,8 3,8 | | |
| Isolatieklasse | ☐ / II | ☐ / II | ☐ / II |
| De gevevens gelden voor nominale spanningen [U] 230 V. Bij afwijkende spanningen en bij per land verzillende uitvoeringen könnenDEXEgeveensafwijken. |
Informatie over geluid en trillingen
| Geluidsemissiewaarden vastge-steld volgens EN 60745-2-5. | GKS 165 GKS 55+ G GKS 55+ GCE |
| 3 601 F76 1.. 3 601 F82 0.. 3 601 F82 1.. |
| Het A-gewogen geluidsniveau van het gereedschap bedraagt kenmer-kend |
| Geluidsdrukniveau | dB(A) | 89 | 89 | 86 |
| Geluidsvermogenniveau | dB(A) | 100 | 100 | 97 |
| Onzekerheid K | dB | 3 | 3 | 3 |
| Draag een gehoorbescherming. |
| Totale trillingswaarden \( a_h \)(vector-som van drie richtingen) en onzekerheid K vastgesteld conform EN 60745: |
| Zagen van hout: |
| \( a_h \) | \( m/s^2 \) | 4,0 | 4,0 | < 2,5 |
| K | \( m/s^2 \) | 1,5 | 1,5 | 1,5 |
| Zagen van metaal: |
| \( a_h \) | \( m/s^2 \) | < 2,5 | < 2,5 | < 2,5 |
| K | \( m/s^2 \) | 1,5 | 1,5 | 1,5 |
Het in deze gebruiksaanwijzing vermelde trillingsniveau is gemeten met een volgens EN 60745 genormeerde meetmethode en kan worden gebruikt om elektrische gereedschappen met elkaar te vergelijken. Het is ook geschikt voor een voorlopige inschatting van de trillingsbelasting.
Het aangegeven trillingsniveau representeert de voornaamste toepassingen van het elektrische gereedschap. Als daarentegen het elektrische gereedschap wordt gebruikt voor andere toepassingen, met verschillende accessoires, met afwijkende inzetgereedschappen of onvoldoende onderhoud, kan het trillingsniveau afwijken. Dit kan de trillingsbelasting gedurende de gehele arbeidsperiode duidelijk verhogen.
Voor een nauwkeurige schatting van de trillingsbelasting moet ook rekening worden gehouden met de tijd waarin het gereedschap uitgeschakeld is, of waarin het gereedschap wel loopt, maar niet werkelijk wordt gebruikt. Dit kan de trillingsbelasting gedurende de gehele arbeidsperiode duidelijk verminderen.
Leg aanvullende veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de bediener tegen het effect van trillingen vast, zoals: onderhoud van elektrische gereedschappen en inzetgereedschappen, warm houden van de handen, organisatie van het arbeidsproces.

Wij verklaren op onze verantwoordelijkheid dat het onder "Technische gegevens" beschreven product aan alle desbetreffende bepalingen van de richtlijnen 2011/65/EU, 2014/30/EU, 2006/42/EG inclusief de wijzigingen ervan voldoet en met de volgende normen overeenstemt: EN 60745-1, EN 60745-2-5.
Technisch dossier (2006/42/EG) bij: Robert Bosch GmbH, PT/ETM9,
70764 Leinfelden-Echterdingen, GERMANY


58|Nederlands
Henk Becker
▸ Trek altijd voor werkzaamheden aan het elektrische gereedschap de stekker uit het stopcontact. Draag werkhandschoenen bij de montage van het zaagblad. Bij het aanraken van het zaagblad bestaat verwondingsgevaar. - Gebruik alleen zaagbladen die voldoen aan de in deze gebruiksaanwijzing aangegeven eisen. ▸ Gebruik in geen geval slijpschijven als inzetgereedschap.
Zaagblad kiezen
Een overzicht van geadviseerde zaagbladen vindt u aan het einde van deze gebruiksaanwijzing.
Zaagblad demonteren (zie afbeelding A)
Leg het elektrische gereedschap voor het wisselen van toebehoren bij voorkeur op de voorzijde van het motorhuis.
Druk op de asblokkearknop 5 en houd deze ingedrukt.
Bedien de asblokkearknop 5 alleen als de uitgaande as stilstaat. Anders kan het elektrische gereedschap beschadigd raken. Draai met de inbussleutel 4 de spanschroef 20 in draairichting naar buiten. Draai de pendelbeschermkap 12 terug en houd deze vast. - Neem de spanflens 21 en het zaagblad 22 van de uitgaande as 24.
Zaagblad monteren (zie afbeelding A)
Leg het elektrische gereedschap voor het wisselen van toebehoren bij voorkeur op de voorzijde van het motorhuis.
- Reinig het zaagblad 22 en alle te monteren spandelen. Draai de pendelbeschermkap 12 terug en houd deze vast. Zet het zaagblad 22 op de opnameflens 23. De zaagrichting van de tanden (pijlrichting op het zaagblad) en de draairichtingspijl op de beschermkap 17 moeten overeenkomen. Breng de spanflens 21 aan en draai de spanschroef 20 in draairichting ● in. Let op de juiste inbouwpositie van opnameflens 23 en spanflens 21. Druk op de asblokkeerknop 5 en houd deze ingedrukt. Draai met de inbussleutel 4 de spanschroef 20 in draairichting ② vast. Het aandraaimoment moet 6-9 Nm bedragen, dat komt overeen met handvast plus een 1/2 omwenteling.
Afzuiging van stof en spanen
▸ Trek altijd voor werkzaamheden aan het elektrische gereedschap de stekker uit het stopcontact. Stof van materialen zoals loodhoudende verf, enkele houtsoorten, mineralen en metaal kunnen schadelijk voor de gezondheid zijn. Aanraking of inademing van stof kan leiden tot allergische reacties en/of ziekten van de ademwegen van de gebruiker of personen die zich in de omgeving bevinden.
Bepaalde soorten stof, bijvoorbeeld van eiken- en beukenhout, gelden als kankerverwekkend, in het bijzonder in combinatie met toevoegingsstoffen voor houtbehandeling (chromaat en houtbeschermingsmiddelen). Asbesthoudend materiaal mag alleen door bepaalde vakmensen worden bewerkt.
- Gebruik indien mogelijk een voor het materiaal geschikte stofafzuiging. Zorg voor een goede ventilatie van de werkplek. Er wordt geadviseerd om een ademmasker met filterklasse P2 te dragen.
Neem de in uw land geldende voorschriften voor de te bewerken materialen in acht. Voorkom ophoping van stof op de werkplek. Stof kan gemakkelijk ontbranden.
Afzuigadapter monteren (zie afbeelding B)
- Steek de afzuigadapter 26 op de spaanafvoer 16 tot deze vastklikt. Borg de afzuigadapter 26 bovendien met de schroef 25. Aan de afzuigadapter 26 kan een afzuigslang met een diameter van 35 mm worden aangesloten. De afzuigadapter mag niet zonder aangesloten externe afzuiging gemonteerd zijn. Het afzuigkanaal kan anders verstopt raken. Aan de afzuigadapter mag geen stofzak worden aangesloten. Het afzuigsysteem kan anders verstopt raken.
Reinig de afzuigadapter 26 regelmatig om een optimale afzuiging te waarborgen.
Externe afzuiging
Verbind de afzuigslang 31 met een stofzuiger (toebehoren). Een overzicht van aansluitingen op verschillende stofzuigers vindt u aan het einde van deze gebruiksaanwijzing.
Het elektrische gereedschap kan rechtstreeks worden aangesloten op het stopcontact van een Bosch-allroundzuiger met afstandsbediening. Deze worden bij het inschakelen van het elektrische gereedschap automatisch gestart.
De stofzuiger moet geschikt zijn voor het te bewerken materiaal.
Gebruik bij het afzuigen van voor de gezondheid bijzonder gevaarlijk, kankerverwekkend of droog stof een speciale zuiger.
Gebruik
Functies
Trek altijd voor werkzaamheden aan het elektrische gereedschap de stekker uit het stopcontact.
Nederlands|59
Zaagdiepte instellen (zie afbeelding C)
Pas de zaagdiepte aan de dikte van het werkstuk aan.
Er dient minder dan een volledige tandhoogte onder het werkstuk zichtbaar te zijn.
Maak de spanhendel 27 los. Voor een kleinere zaagdiepte trekt u de zaag van de voetplaat 14 weg, voor een grotere zaagdiepte duwt u de zaag naar de voetplaat 14 toe. Stel de gewenste maat op de zaagdiepteschaalverdeling in. Draai de spanhendel 27 weer vast. - Als u na het losdraaien van de spanhendel 27 de zaagdiepte van de zaag niet volledig kunt verstellen, trekt u de spanhendel 27 van de zaag weg en draait u deze omlaag. Laat de spanhendel 27 weer los. Herhaal deze handeling tot de gewenste zaagdiepte instelbaar is. - Als u na het vastdraaien van de spanhendel 27 de zaagdiepte onvoldoende vast kunt instellen, trekt u de spanhendel 27 van de zaag weg en draait u deze omhoog. Laat de spanhendel 27 weer los. Herhaal deze handeling tot de zaagdiepte vast is ingesteld.
Verstekhoek instellen (GKS 55+ G/GKS 55+ GCE)
Leg het elektrische gereedschap bij voorkeur op de voorzijde van de beschermkap 17.
Draai de vleugelschroeven 8 en 15 los. Draai de zaag opzij. Stel de gewenste maat op de schaalverdeling 6 in. Draai de vleugelschroeven 8 en 15 weer vast.
Opmerking: Bij het verstellen is de zaagdiepte kleiner dan de op de zaagdiepteschaalverdeling 28 aangegeven waarde.
Verstekhoek instellen (GKS 165)
Leg het elektrische gereedschap bij voorkeur op de voorzijde van de beschermkap 17. Draai de vleugelschroef 8 los. Draai de zaag opzij. Stel de gewenste maat op de schaalverdeling 6 in. Draai de vleugelschroef 8 weer vast.
Opmerking: Bij het verstekzagen is de zaagdiepte kleiner dan de op de zaagdiepteschaalverdeling 28 aangegeven waarde.
Zaagmarkeringen


De zaagmarkering 0° 10 geeft de stand van het zaagblad bij haaks zagen aan. De zaagmarkering 45° 9 geeft de stand van het zaagblad bij het zagen onder een hoek van 45° aan.
Zet de cirkelzaag zoals in de afbeelding aangegeven tegen het werkstuk om maatzuiver te zagen. U kunt het best eerst proefzagen.
Ingebruikneming
Let op de netspanning! De spanning van de stroombron moet overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje van het elektrische gereedschap. Met 230 V aangeduide elektrische gereedschappen kunnen ook met 220 V worden gebruikt.
In- en uitschakelen
- Als u het elektrische gereedschap wilt inschakelen, bedient u eerst de inschakelblokkering 3 en drukt u vervolgens de aan/uit-schakelaar 2 in en houdt u deze ingedrukt.
- Als u het elektrische gereedschap wilt uitschakelen, laat u de aan/uit-schakelaar 2 los.
Opmerking: Om veiligheidsredenen kan de aan/uit-schakelaar 2 van de machine niet worden vergrendeld, maar moet deze tijdens het gebruik voortdurend ingedrukt blijven.
Vooraf instelbaar toerental (GKS 55+ GCE)
Met het stelwiel voor het vooraf instellen van het toerental 1 kunt u het benodigde toerental vooraf instellen, ook terwijl de machine loopt.
Het vereiste toerental is afhankelijk van het gebruikte zaagblad en het te bewerken materiaal (zie het zaagbladenoverzicht aan het einde van deze gebruiksaanwijzing).
Een geïntegreerde snelstop verkort het uitlopen van het zaagblad na het uitschakelen van het elektrische gereedschap.
Aanloopstroombegrenzing (GKS 55+ GCE)
De elektronische aanloopstroombegrenzing begrenst het vermogen bij het inschakelen van het elektrische gereedschap en maakt het gebruik met een zekering van 16 A mogelijk.
Constant-elektronica (GKS 55 GCE)
De constant-elektronica houdt het toerental bij onbelast en belast lopen vrijwel constant en waarborgt een gelijkmatige arbeidscapaciteit.
Tips voor de werkzaamheden
Bescherm de zaagbladen tegen schokken en stoten.
Geleid het elektrische gereedschap gelijkmatig en licht duwend in de zaagrichting. Te sterk duwen vermindert de levensduur van de inzetgereedschappen aanzienlijk en kan het elektrische gereedschap schaden.
De zaagcapaciteit en de zaagkwaliteit zijn in belangrijke mate afhankelijk van de toestand en de tandvorm van het zaagblad. Gebruik daarom alleen scherpe en voor het te bewerken materiaal geschikte zaagbladen.
Hout zagen
De juiste keuze van het zaagblad is afhankelijk van de houtsoort en houtkwaliteit en van de vraag of er moet worden geschulpt of afgekort.
Bij het in de lengte zagen van vurenhout ontstaan lange, spiraalvormige spanen.
Beuken- en eikenhoutstof is bijzonder gevaarlijk voor de gezondheid. Werk daarom alleen met stofafzuiging.


Opmerking: Gebruik een voor non-ferrometaal geschikt, scherp zaagblad. Dit staat garant voor zuiver zagen en voorkomt vastklemmen van het zaagblad.
Geleid het elektrische gereedschap ingeschakeld naar het werkstuk en zaag het voorzichtig aan. Werk vervolgens met weinig voorwaartse kracht en zonder onderbreking verder. Begin bij profielen altijd te zagen aan de smalle zijde, bij U-profielen nooit aan de open zijde. Ondersteun lange profielen om het vastklemmen van het zaagblad en een terugslag van het elektrische gereedschap te voorkomen.
Zagen met parallelgeleider (zie afbeelding D)
Met de parallelgeleider 11 kunt u nauwkeurig zagen langs een werkstukrand en stroken op dezelfde maat zagen.
Draai de vleugelschroef 7 los en schuif de schaalverdeling van de parallelgeleider 11 door de geleiding in de voetplaat 14. Stel de gewenste zaagbreedte als schaalverdelingswaarde bij de desbetreffende zaagmarkering 10 of 9 in, zie het gedeelte „Zaagmarkeringen". Draai de vleugelschroef 7 weer vast.
Zagen met hulpgeleider (zie afbeelding E)
Voor het bewerken van grote werkstukken of het zagen van rechte randen kunt u een plank of een plint als hulpgeleider op het werkstuk bevestigen en de cirkelzaag met de voetplaat langs de hulpgeleider bewegen.
Zagen met geleidingsrail (GKS 55+ G/GKS 55+ GCE) (zie afbeelding F)
Met de geleidingsrail 30 kunt u in een rechte lijn zagen.
De rubber rand langs de geleidingsrail dient als antisplinterbeveiliging, die bij het zagen van houtmaterialen uitsplinteren van het oppervlak voorkomt. Het zaagblad moet daarvoor met de tanden vlak tegen de rubber rand liggen.
Voordat er voor de eerste keer wordt gezaagd, moet de rubber rand met de geleidingsrail 30 worden aangepast aan de gebruikte cirkelzaag. Leg daarvoor de geleidingsrail 30 met de volledige lengte op een werkstuk. Stel een zaagdiepte van ca. 9 mm en een haakse verstekhoek in. Schakel de cirkelzaag in en geleid deze gelijkmatig en licht duwend in de zaagrichting.
Met het verbindingsstuk 32 kunnen twee geleidingsrails worden gecombineerd. Het spannen gebeurt door middel van de vier bouten in het verbindingsstuk.
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Trek altijd voor werkzaamheden aan het elektrische gereedschap de stekker uit het stopcontact. Houd het elektrische gereedschap en de ventilatieopeningen altijd schoon om goed en veilig te werken.
De pendelbeschermkap moet altijd vrij kunnen bewegen en vanzelf kunnen sluiten. Houd daarom de omgeving rond de pendelbeschermkap altijd schoon. Verwijder stof en spanen door uitblazen met perslucht of met een kwast.
Zaagbladen zonder bekledingslaag kunnen door middel van een dunne laag zuurvrije olie worden beschermd tegen roest-aanslag. Verwijder de olie weer voor het zagen, omdat het hout anders vlekken krijgt.
Hars- of lijmresten op het zaagblad schaden de zaagkwaliteit. Reinig daarom zaagbladen meteen na het gebruik.
Als de aansluitkabel moet worden vervangen, moeten deze werkzaamheden door Bosch of een erkende klantenservice voor Bosch elektrische gereedschappen worden uitgevoerd om veiligheidsrisico's te voorkomen.
Klantenservice en gebruiksadviezen
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op:
Het Bosch-team voor gebruiksadviezen helpt u graag bij vragen over deze producten en toebehoren.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer volgens het typeplaatje van het elektrische gereedschap.
Nederland
Tel.: (076) 5795454
Fax: (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
België
Tel.: (02) 588 0589
Fax: (02) 5880595
E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com
Afvalverwijdering
Elektrische gereedschappen, toebehoren en verpakkingen moeten op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.
Gooi elektrische gereedschappen niet bij het huisvuil.
Alleen voor landen van de EU:

Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU over elektrische en elektronische oude apparaten en de omzetting van de richtlijn in nationaal recht moeten niet meer bruikbare elektrische gereedschappen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.
Wijzigingen voorbehouden.

Dansk