BL 40 VHR Professional - Afstandsmeter BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BL 40 VHR Professional BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Lasermeter |
| Merk | Bosch |
| Model | BL 40 VHR Professional |
| Maximale bereik | 40 m |
| Nauwkeurigheid | ±1,5 mm |
| Voeding | 2 AAA-batterijen |
| Afmetingen (L x B x H) | 120 x 60 x 30 mm |
| Gewicht | 150 g |
| Belangrijkste functies | Afstand, oppervlakte, volume, indirecte meting (Pythagoras), opslag van laatste waarden, achtergrondverlichting, automatische uitschakeling, ingebouwde waterpas |
| Lasersklasse | 2 (vermogen < 1 mW) |
| Onderhoud en reiniging | Reinig de lens met een zachte, niet-pluizende doek; geen oplosmiddelen of schurende middelen gebruiken |
| Veiligheid | Kijk niet rechtstreeks in de laserstraal; vermijd oogcontact |
| Onderdelen | Draagriem, reservebatterijen |
| Repareerbaarheid | Laat reparaties uitvoeren door een erkende Bosch-service |
| Gebruikstemperatuur | -10 °C tot +50 °C |
| Garantie | 2 jaar (onder voorbehoud van de algemene voorwaarden) |
Veelgestelde vragen - BL 40 VHR Professional BOSCH
Gebruikersvragen over BL 40 VHR Professional BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Afstandsmeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BL 40 VHR Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BL 40 VHR Professional van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING BL 40 VHR Professional BOSCH
| Zaaknummer 0 601 096 703 | |
| Lasertype 635 nm, <1 mW | |
| Laserklasse 2 | |
| Werkbereik1) | |
| zonder ontvanger | tot ca. 50 m |
| met ontvanger | tot ca. 100 m |
| Waterpasnauwkeurigheid1)2) | <±0,3 mm/m |
| Rotatiesnelheid 3 standen (70–680 min) | -1) |
| ∅ laserstraal bij het apparaat1) | ca. 5 mm |
| Batterijen 2 x 1,5 V LR20 (D) | |
| Gebruiksduur ca. 40 h | |
| Statiefaansluiting 1/4" horizontaal en verticaal met adapter 5/8" horizontaal en verticaal | |
| Afmetingen 150 mm x 120 mm x 140 mm | |
| Gewicht volgens | |
| EPTA-Procedure 01/2003 1 kg | |
| Isolatiesoort IP 54(stof- en spatwaterbescherming) | |
| Gebruikstemperatuur -5 ... +45 °C | |
| Bewaartemperatuur -20 ... +70 °C | |
1) bij 25 °C
2) langs de as
Let op het zaaknummer op het typeplaatje van het gereedschap. De handelsbenamingen van afzonderlijke gereedschappen kunnen afwijken.
Op het typeplaatje aan de onderzijde van het huis is het serienummer 15 van het apparaat aangebracht voor eenduidige identificatie.
Informatie over geluid
Meetwaarden vastgesteld volgens EN 60745.
Kenmerkend is dat het A-gewaardeerde geluidsdrukniveau van het apparaat lager is dan 70 dB(A).
Gebruik volgens bestemming
Het apparaat is bestemd voor het meten en controleren van nauwkeurig waterpas verlopende hoogtelijnen, verticale lijnen, vluchtlijnen en loodpunten.
1 609 929 E39 • (06.02) T
Nederlands-1






Onderdelen van het apparaat
Vouw de uitvouwbare pagina met de afbeelding van het apparaat open en laat deze pagina opengevouwen terwijl u de gebruiksaanwijzing leest.
De onderdelen van het apparaat zijn genummerd zoals op de afbeelding van het apparaat op de pagina met afbeeldingen.
1 Prismakapje
2 Loodstraal
3 Ring voor lijnfunctie
4 Functieschakelaar
5 Aan/uit-schakelaar
6 Libel (1)
7 Libel (2)
8 Instelwiel (1)
9 Loodinkeping
10 Instelwiel (2)
11 Greep/voet voor verticale positie
12 Libel (3)
13 Deksel van batterijvak
14 Schroef voor deksel van batterijvak
15 Serienummer
16 Statiefopname 1/4" (2x)
17 Hogecapaciteitontvanger met universele houder*
18 Meetlat BLM 260*
19 Plafondmeetplaat*
20 Meetplaat met voet*
21 Laserbril*
22 Bouwstatief BS 200/BS 280*
23 Statiefadapter 5/8"
24 Wandhouder
25 Opbergetui
* Afgebeeld en beschreven toebehoren wordt niet altijd standaard meegeleverd.

Voor uw veiligheid
Alle aanwijzingen moeten worden gelezen om zonder gevaren en veilig met het meetgereedschap te werken. Maak waarschuwingsplaatjes op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN GOED.


Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote afstand. Dit meetgereedschap brengt laserstralen van laserklasse 2 volgens EN 60825-1:1997 voort. Daardoor kunt u onbedoeld andere personen verblinden.
1 609 929 E39 • (06.02) T
Nederlands-2






- Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescherming tegen de laserstralen.
- Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstralen en vermindert de waarneming van kleuren.
■Laat het meetgereedschap alleen repareren door gekwalificeerd, vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
■Laat kinderen het lasermeetgereedschap niet zonder toezicht gebruiken. Anders zouden zij onbedoeld andere personen kunnen verblinden.
Bescherming van het apparaat
■Voorkom heftige schokken of vallen. Na sterke inwerkingen van buitenaf op het apparaat: voer altijd een nauwkeurigheidscontrole uit voordat u verder werkt (zie het gedeelte Waterpasnauwkeurigheid).
■Dompel het apparaat niet in water.
■Stel het gereedschap niet bloot aan buitengewone temperaturen of temperatuurschommelingen (laat het bijvoorbeeld niet in de auto liggen).
■Wanneer het gereedschap langdurig niet wordt gebruikt, moeten de batterijen worden verwijderd (gevaar voor zelfontlading en corrosie).
E Batterijen inzetten of vervangen
Draai de schroef voor de deksel van het batterijvak 14 los. Verwijder het deksel van het batterijvak 13. Leg de batterijen zo in de behuizing dat het mincontact de batterijspiraalveren aanraakt. Breng het deksel aan en draai de schroef stevig vast.
Met de meegeleverde 1,5 V minicellen (LR 20) is een gebruiksduur mogelijk van ca. 40 uur in de rotatiefunctie.
Extreme temperaturen en het gebruik van batterijen met een verschillende oplaadtoestand bekorten de gebruiksduur van het apparaat.
Vervang altijd alle batterijen tegelijk. Gebruik alleen batterijen van hetzelfde merk en met dezelfde capaciteit.
Ingebruikneming
■Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote afstand. Bij het inschakelen van de bouwlaser wordt de laser geactiveerd. Deze straalt naar boven en opzij.
In- en uitschakelen: Druk de aan/uit-schakelaar 5 in.
Wanneer de maximale bedrijfstemperatuur van 45 °C wordt overschreden, wordt de laserstraal automatisch uitgeschakeld om de laserdiode te beschermen. Na het afkoelen is het apparaat weer gereed voor gebruik en kan het opnieuw worden ingeschakeld.
Bouwlaser nivelleren en afstellen
A Horizontaal uitrichten en loodstraal afstellen
Schakel de bouwlaser in en nivelleer door het rechtsdraaien van het instelwiel (1) 8 de vloeistoflibel (1) 6 in tot deze afgesteld is. De libel (3) 12 wordt door rechtsdraaien van het instelwiel (2) 10 genivelleerd. Wanneer de vloeistoftabellen 6 en 12 zijn afgesteld, is het apparaat gereed voor gebruik.
B Verticaal afstellen
Schakel de bouwlaser in en nivelleer door omhoog- en omlaagdraaien van het weergegeven instelwiel (2) 10 de getoonde vloeistoflibel (2) 7 in tot deze afgesteld is.
Opmerking: bij werkzaamheden gedurende een lange periode dient u de stand van de libellen regelmatig te controleren.
Waterpasnauwkeurigheid
Invloeden op de nauwkeurigheid
De grootste invloed oefent de omgevingstemperatuur uit. Vooral vanaf de grond naar boven verlopende temperatuurverschillen kunnen de laserstraal doen afbuigen.
De afwijkingen zijn relevant vanaf een afstand van ca. 20 m en kunnen op 100 m zelfs het twee- tot viervoudige van de afwijking bij 20 m bedragen.
Gezien het optreden van temperatuurverschillen vlakbij de vloer dient er bij een afstand van 20 m of meer altijd met een statief te worden gewerkt. Het apparaat moet bovendien altijd in het midden van het werkoppervlak worden opgesteld.
Nauwkeurigheidscontrole van het apparaat
Behalve invloeden van buitenaf kunnen ook specifieke invloeden van het apparaat zelf tot afwijkingen leiden. Daarom regelmatig de nauwkeurigheid controleren.
Werkwijze
- Er is een vrij meettraject van 20 m nodig.
- Er moet een omslagmeting worden uitgevoerd op een stabiele ondergrond over beide assen X en Y (4 metingen).
- Zet het apparaat in horizontale stand op een stevige en vlakke ondergrond en schakel het in.
- Markeer na het nivelleren de laserpunt (midden van de punt) op een plaats, bijvoorbeeld een muur.
- Draai het apparaat vervolgens ca. 90° zonder het daarbij op te til- len, resp. in hoogte te veranderen.
- Draai nu het prismakapje 1 terug, nivelleer de libellen bij en markeer opnieuw. Herhaal deze handelingen in nog twee stappen van 90° . De hoogten van alle vier metingen zijn nu op hetzelfde punt op de muur overgedragen.



De maximale afwijking op 20 m mag ±6 mm bedragen. De hoogste en de diepste markering kunnen 12 mm uiteenliggen. Deze afwijking komt voort uit apparaat- en toepassingstoleranties bij de nauwkeurigheidscontrole. Wanneer de afwijkingen buiten deze toleranties liggen, moet het apparaat worden nagezien door de klantenservice van Bosch.

Bediening
© Rotatiefunctie
Schuif voor de keuze van de rotatiefunctie de ring voor de lijnfunctie 3 omlaag en druk op de functieschakelaar 4. De laser start met de grootste rotatiesnelheid. De rotatiesnelheid kan worden veranderd om de zichtbaarheid van de laserstraal te verbeteren. Wanneer u opnieuw op de functieschakelaar 4 drukt, verlaagt u de snelheid in 3 standen tot aan stilstand.
Tijdens werkzaamheden met de ontvanger 17 wordt de hoogste rotatiesnelheid geadviseerd.
Tijdens werkzaamheden zonder ontvanger 17 worden de laagste snelheid of de lijnfunctie geadviseerd.
Puntfunctie
Na het inschakelen stelt het apparaat een bij de straaluitgang haaks ge- deelde laserstraal ter beschikking.
In de horizontale stand zijn dus een permanente loodstraal en een 90° afgebogen, variabele horizontale straal zichtbaar.
In de verticale stand zijn een permanente uitlijnstraal en een variabele verticale straal zichtbaar.
Door eenvoudig draaien van het prismakapje 1 beweegt de straal handmatig naar de gewenste stand.
De puntfunctie is bijzonder geschikt voor werkzaamheden binnenshuis.
D Standaardlijn
Schuif voor de keuze van de lijnfunctie de ring voor de lijnfunctie 3 omhoog en druk op de functieschakelaar 4. De laser start met de grootste lijnlengte die afhankelijk van zichtbaarheid en werkbereik instelbaar is. Wanneer u opnieuw op de functieschakelaar 4 drukt, verkleint u de lengte L van de lijn in 3 standen tot aan stilstand.
Door eenvoudig draaien van het prismakapje 1 kunt u de lijn handmatig verschuiven.
Stel de gewenste lijnlengte voor de meting in.

Tips voor de werkzaamheden

Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote afstand.
Werkzaamheden met statief (toebehoren)
De bouwlaser heeft 1/4" statiefopnames 16 voor horizontale en verticale toepassingen. Voor de montage van de bouwlaser op een statief 22 met een schroefdraad van 5/8" moet de meegeleverde adapter 23 worden gebruikt.
Bij een statief 22 met millimeterschaalverdeling kan het hoogteverschil rechtstreeks worden ingesteld.

F Gebruik met muurhouder
Voor werkzaamheden boven de uittrekhoogte van statieven kan het apparaat worden gebruikt met een muurhouder 24. Bevestig de muurhouder 24 aan de muur.
De bouwlaser wordt van boven in de muurhouder geschoven en met de blokkeerhendel vastgezet.
Meetlat (toebehoren)
Voor werkzaamheden buitenshuis, het controleren van egaliteit of het aantekenen van verval wordt het gebruik van de meetlat 18 samen met de ontvanger 17 geadviseerd.
Op de meetlat 18 (toebehoren) is aan de bovenzijde een relatieve millimeterschaalverdeling (±50 cm) aangegeven.
De bijbehorende nulhoogte (90–210 cm) kan aan de onderzijde worden ingesteld. Daarmee kunnen afwijkingen van de gewenste hoogte rechtstreeks worden afgelezen.
Laserbril
De laserbril filtert het omgevingslicht. Daardoor schijnt het rode licht van de laser voor het oog helderder.

Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescherming tegen de laserstralen.
Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het verkeer.
De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstralen en vermindert de waarneming van kleuren.

Werkvoorbeelden
G Meterlijn of hoogtepunt overbrengen
Zet de bouwlaser op een stevige ondergrond of gebruik het statief 22. Stel de laserstraal af op de gewenste hoogte. Meet aan het referentiepunt het hoogteverschil tussen laserstraal en hoogtelijn met behulp van de meetlat (toebehoren).
Stel de gewenste bedrijfsfunctie in en breng de hoogtelijn over.
H Rechte hoek aantekenen
Wanneeur rechte hoeken worden aangetekend, moet de laserstraal parallel aan de referentielijn (tegelrand of muur) worden uitgericht. De rechte hoek wordt aangegeven door de omgekeerde variabele laserstraal.
1 Bodempunt op plafond overbrengen (loodpunt)
Voor het nauwkeurig uitrichten van de loodstraal (laser) boven het bodempunt bevinden zich loodinkepingen aan de onderste rand van het huis. Teken daarvoor twee haakse hulplijnen (draadkruis) door het bodempunt aan en richt het apparaat met de loodinkepingen uit.
J Verticale lijnen aantekenen
Stel de bouwlaser in verticale stand op, bijvoorbeeld voor een muur, en richt de laserpunt of laserlijn uit op de plaats waar de verticale lijn afgebeeld op aangetekend moet worden. Kies de lijn- of rotatiefunctie en beeld de verticale lijn af of teken deze aan.
K Verticaal vlak weergeven (tussenmuur, voegensnede)
Stel de bouwlaser in de verticale stand zo op dat de laserpunt nauwkeurig op de referentielijn valt, bijvoorbeeld de tussenmuur. Richt vervolgens de laserstraal parallel aan de referentiemuur uit. Kies de punt- of rotatiefunctie en teken de straalpunten aan.
Hellingen aantekenen
Het apparaat kan in willekeurige schuine standen worden opgesteld. Daardoor kunnen alle gewenste hellingshoeken tot stand worden gebracht.
Onderhoud en reiniging
Reinig de laseruitgang regelmatig met een wattenstaafje. Let op pluisjes.
■Houd het apparaat altijd schoon.
Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen scherpe reinigings- of oplosmiddelen.
Mocht het apparaat ondanks zeer zorgvuldige fabricage- en testmethoden toch defect raken, dient de reparatie door een erkende servicewerkplaats voor Bosch elektrisch gereedschap te worden uitgevoerd.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande zaaknummer overeenkomstig het typeplaatje van het apparaat.



Afvoer van afval
Meetgereedschappen, toebehoren en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden hergebruikt.
Alleen voor landen van de EU

Gooi meetgereedschappen niet bij het huisvuil!
Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG over elektrische en elektronische oude apparaten en de omzetting van de richtlijn in nationaal recht moeten niet meer bruikbare meetgereedschappen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.
Accu's en batterijen
Gooi accu's of batterijen niet bij het huisvuil en evenmin in het vuur of het water. Accu's en batterijen moeten worden ingezameld, gerecycled of op een voor het milieu verantwoorde wijze worden afgevoerd.
Alleen voor landen van de EU
Volgens richtlijn 91/157/EEG moeten defecte of versleten accu's en batterijen worden gerecycled.
Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u op: www.bosch-pt.com.
Nederland
© +31 (0)76/579 54 54 Fax. +31 (0)76/579 54 94
E-mail: Gereedschappen@nl.bosch.com
België, Luxemburg
📞....+32 (0)70/22 55 65 Fax....+32 (0)70/22 55 75
E-Mail: Outillage.Gereedschap@be.bosch.com
Conformiteitsverklaring
CE
Wij verklaren op eigen verantwoording dat dit product voldoet aan de be- palingen van de richtlijn 98/37/EG.
Wijzigingen voorbehouden
1 609 929 E39 • (06.02) T
Nederlands-8







Tekniske data
Bygningslaser BL 40 VHR
PROFESSIONAL