GEBRUIKSAANWIJZING PFS 5000 E BOSCH
nl Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
da Original brugsanvisning
sv Bruksanvisping Original
Veiligheidsaanwijzingen
Algemene veiligheidsaanwijzingen voor elektrische gereedschappen
WAARSCHU-WING
Lees alle waarschuwingen, veiligheidsaanwijzingen, afbeeldingen en specificaties die bij dit elektri-
sche gereedschap worden geleverd. Als de hieronder vermelde aanwijzingen niet worden opgevolgd, kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Bewaar alle waarschuwingen en voorschriften voor toekomstig gebruik.
Het in de waarschuwingen gebruikte begrip elektrisch gereedschap heeft betrekking op elektrische gereedschappen voor gebruik op het stroomnet (met netsnoer) en op elektrische gereedschappen voor gebruik met een accu (zonder netsnoer).
Veiligheid van de werkomgeving
Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Een rommelige of onverlichte werkomgeving kan tot ongevalen leiden.
▶ Werk met het elektrische gereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. Elektrische gereedschappen veroorzaken vonken die het stof of de dampen tot ontsteking kunnen brengen.
Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van het elektrische gereedschap uit de buurt. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het gereedschap verliezen.
Elektrische veiligheid
De aansluitstekker van het elektrische gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekkers in combinatie met geaarde elektrische gereedschappen. Onveranderde stekkers en passende stopcontacten beperken het risico van een elektrische schok.
▶ Voorkom aanraking van het lichaam met geaarde oppervlakken, bijvoorbeeld van buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard is.
Houd het gereedschap uit de buurt van regen en vocht. Het binnendringen van water in het elektrische gereedschap vergroot het risico van een elektrische schok.
- Gebruik de kabel niet voor een verkeerd doel, om het elektrische gereedschap te dragen of op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen of bewegende delen. Beschadigde of in de war geraakte kabels vergroten het risico van een elektrische schok.
Wanneer u buitenshuis met elektrisch gereedschap werkt, dient u alleen verlengkabels te gebruiken die voor gebruik buitenshuis zijn goedgekeurd. Het gebruik van een voor gebruik buitenshuis geschikte verlengkabel beperkt het risico van een elektrische schok.
Als het gebruik van het elektrische gereedschap in een vochtige omgeving onvermijdelijk is, dient u een aardlekschakelaar te gebruiken. Het gebruik van een aardlekschakelaar vermindert het risico van een elektrische schok.
Veiligheid van personen
▶ Wees alert, let goed op wat u doet en ga met verstand te werk bij het gebruik van het elektrische gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap, wanneer u moe bent of onder invloed staat van drugs, alcohol of medicijnen. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van het elektrische gereedschap kan tot ernstige verwondingen leiden.
Draag persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, slipvaste werkschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van de aard en het gebruik van het elektrische gereedschap, vermindert het risico van verwondingen.
▶ Voorkom per ongeluk inschakelen. Controleer dat het elektrische gereedschap uitgeschakeld is, voordat u de stekker in het stopcontact steekt of de accu aansluit en voordat u het gereedschap oppakt of draagt. Wanneer u bij het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger aan de schakelaar hebt of wanneer u het gereedschap ingeschakeld op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot ongevallen leiden.
▶ Verwijder instelgereedschappen of schroefsleutels, voordat u het elektrische gereedschap inschakelt. Een instelgereedschap of sleutel in een draaiend deel van het gereedschap kan tot verwondingen leiden.
▶ Voorkom een onevenwichtige lichaamshouding. Zorg ervoor dat u stevig staat en steeds in evenwicht blijft. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden.
▶ Draag geschikte kleding. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loshangende kleding, lange haren en sieraden kunnen door bewegende delen worden meegenomen.
▶ Wanneer stofafzuigings- of stofopvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, dient u zich ervan te verzekeren dat deze zijn aangesloten en juist worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging beperkt het gevaar door stof.
Ondanks het feit dat u eventueel heel goed vertrouwd bent met het gebruik van gereedschappen, moet u ervoor zorgen dat u niet nonchalant wordt en veiligheidsvoorschriften voor het gereedschap gaat negeren. Een onoplettende handeling kan binnen een fractie van een seconde ernstig letsel veroorzaken.
Zorgvuldige omgang met en zorgvuldig gebruik van elektrische gereedschappen
Overbelast het elektrische gereedschap niet. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bestemde elektrische gereedschap. Met het passende elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven capaciteitsbereik.
- Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
▶ Trek de stekker uit het stopcontact en/of neem de accu (indien uitneembaar) uit het elektrische gereedschap, voordat u het elektrische gereedschap instelt, accessoires wisselt of het elektrische gereedschap opbergt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld starten van het elektrische gereedschap.
Bewaar niet-gebruikte elektrische gereedschappen buiten bereik van kinderen. Laat het gereedschap niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn en deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk wanneer deze door onervaren personen worden gebruikt.
Pleeg onderhoud aan elektrische gereedschappen en accessoires. Controleer of bewegende delen van het gereedschap correct functioneren en niet vastklemmen en of onderdelen zodanig gebroken of beschadigd zijn dat de werking van het elektrische gereedschap nadelig wordt beïnvloed. Laat deze beschadigde onderdelen vóór gebruik repareren. Veel ongevallen hebben hun oorzaak in slecht onderhouden elektrische gereedschappen.
Houd snijdende inzetgereedschappen scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijdende inzetgereedschappen met scherpe snijkanten klemmen minder snel vast en zijn gemakkelijker te geleiden.
- Gebruik elektrisch gereedschap, accessoires, inzetgereedschappen en dergelijke volgens deze aanwijzingen. Let daarbij op de arbeidsomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektri-
74 | Nederlands
sche gereedschappen voor andere dan de voorziene toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden.
Houd handgrepen en greepvlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Gladde handgrepen en greepvlakken verhinderen dat het gereedschap in onverwachte situaties veilig kan worden gehanteerd en bediend.
Service
Laat het elektrische gereedschap alleen repareren door gekwalificeerd en vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het gereedschap in stand blijft.
Veiligheidsaanwijzingen voor fijnspuitsystemen
Houd uw werkgebied schoon, goed verlicht en vrij van blikken verf of oplosmiddel, doeken en andere brandbare materialen. Er bestaat het gevaar van zelfontbranding. Houd werkende brandblussers of blusapparatuur op elk moment bij de hand.
Zorg voor een goede ventilatie in het spuitgebied en voor voldoende frisse lucht in de gehele ruimte. Verdampende brandbare oplosmiddelen creëren een explosieve atmosfeer.
Spuit en reinig niet met materialen waarvan het vlampunt onder 55°C ligt. Gebruik materialen op basis van water, hoogkokende koolwaterstoffen of dergelijke materialen. Laagkokende verdampende oplosmiddelen zorgen voor een omgeving met ontploffingsgevaar.
Spuit niet in de buurt van ontstekingsbronnen zoals vonken door statische elektriciteit, open vuur, ontstekingsvlammen, hete voorwerpen, motoren, sigaretten en vonken door het insteken of lostrekken van stek-
kers van stroomkabels of de bediening van schakelaars. Dergelijke vonkenbronnen kunnen tot een ontsteking van de omgeving leiden.
Spuit geen materialen waarvan niet bekend is of deze een gevaar vormen. Onbekende materialen kunnen gevaarlijke omstandigheden creëren.
▶ Spuit geen kokend water. Spuit alleen warm water (max. 55 °C) zonder chemische toevoegingen.
Draag aanvullende persoonlijke beschermingsmiddelen zoals de juiste handschoenen en gezichts- of stofmasker bij het spuiten of hanteren van chemicaliën. Het dragen van beschermingsmiddelen overeenkomstig de heersende omstandigheden vermindert de blootstelling aan schadelijke stoffen.



Let op eventuele gevaren van het spuitmateriaal. Neem goed nota van de markeringen op de verpakking of de informatie van de fabrikant van het spuitmateriaal, inclusief het dringende verzoek tot het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. De aanwijzingen van de fabrikant moeten worden opgevolgd om het risico van brand en letsel door giftige of kankerverwekkende stoffen enz. te beperken.
Houd de stekker van het netsnoer en de drukschakelaar van het spuitsysteem vrij van verf en andere vloeistoffen. Houd de kabel nooit ter ondersteuning vast aan de stekker. Gebeurt dit niet, dan kan dit een elektrische schok tot gevolg hebben.
Houd toezicht op kinderen. Daarmee wordt gewaarborgd dat kinderen niet met het fijnspuitsysteem spelen.
Symbolen

De sticker voor de bediening van het fijnspuitsysteem bevindt zich op de basiseenheid. Het juiste begrip van de symbolen helpt u het fijnspuitsysteem sneller en veiliger te gebruiken.
Symbolen en hun betekenis Uitvoerige beschrij-
ALLPaint



ving
(zie „Beoogd gebruik“, Pagina 75)
Symbolen en hun betekenis Uitvoerige beschrij-
ving
Het fijnspuitsysteem is zowel geschikt voor la-zuurverf en lak als voor muurverf.
Toepassing „hout/la-zuurverf“:
spuiten van lazuurverf
en grondverf
Toepassing „hout/lak“:
spuiten van oplosmid-
delhoudende en met
water verdunbare lak-
verf, blanke lak en oliën
Toepassing „muur“:
spuiten van dispersie-
en latexverf

Stap 1:
juiste spuitkop kiezen

Voor de toepassing „hout/lazuurverf“ de grijze spuitkop (11) kiezen

Voor de toepassing „hout/lak“ de zwarte spuitkop (12) kiezen

Voor de toepassing „muur“ de witte spuit-kop (10) kiezen
(zie „Spuitkop wisselen (zie afbeeldingen B1-B2)“, Pagina 76)

Stap 2:
hoeveelheid spuitmateriaal instellen

Voor de toepassing „hout/lazuurverf“ stand 1, 2 of 3 met het instel-wiel (4) instellen

Voor de toepassing „hout/lak“ stand 1, 2 of 3 met het instelwiel (4) instellen

Voor de toepassing „muur“ stand 4 of 5 met het instelwiel (4) instellen
(zie „Hoeveelheid spuit-
materiaal instellen (zie
afbeelding J)“, Pagi-
na 78)

Stap 3:
luchtvolume instellen

Toepassing „hout/la-zuurverf“ bij de luchtvolumeregeling (25) instellen

Toepassing „hout/lak“ bij de luchtvolumerege- ling (25) instellen

Toepassing „muur“ bij de luchtvolumeregeling (25) instellen
(zie „Luchtvolume in- stellen (zie afbeelding D)“, Pagina 79)
Beschrijving van product en werking

Lees alle veiligheidsaanwijzingen en instructies. Het niet naleven van de veiligheidsaanwijzingen en instructies kan elektrische schokken, brand en/of zware verwondingen veroorzaken.
Neem goed nota van de afbeeldingen in het voorste deel van de gebruiksaanwijzing.
Beoogd gebruik
Het elektrische gereedschap is bestemd voor het spuiten van alle gangbare soorten verf: dispersie- en latexverf (muurverf), oplosmiddelhoudende en waterverdunbare (aanbevolen) lakverf, beits (lazuurverf), grondverf, impregneringen, blanke lak (ALLPaint), oliën en water.
Het elektrische gereedschap is niet geschikt voor het verwerken van logen, beitsen, zuurhoudende coatingmateria- len, desinfectiemiddelen, gewasbeschermingsmiddelen en gevelverf.
Afgebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het elektrische gereedschap op de pagina met afbeeldingen.
(2) Luchtkap
(3) Wartelmoer
(4) Instelwiel voor hoeveelheid spuitmateriaal
(5) Bedieningsschakelaar
(6) Sluitring
(7) Reservoir voor spuitmateriaal
(8) Reservereservoir voor spuitmateriaal
(9) Slangaansluiting (spuitpistool)
(10) Spuitkop (wit: voor toepassing „muur“)
(11) Spuitkop (grijs: voor toepassing „hout/lazuurverf“)
(12) Spuitkop (zwart: voor toepassing „hout/lak“)
(13) Vulzeef
(14) Overgietemmer ^a)
(15) Sproeiernaald
(16) Reservoirafdichting
(17) Stijgbuis
(18) Ontluchtingsopening
(19) Verfkanaal
(20) Luchtslang
(21) Bajonetsluiting
76 | Nederlands
(22) Basiseenheid
(23) Draaggreep
(24) Bevestigingsbeugel
(25) Aan/uit-toets met luchtvolumeregeling
(26) Slangaansluiting (basiseenheid)
(27) Accessoirevak
(28) Reinigingsborstel
(29) Luchtfilterafdekking
(30) Luchtfilter
a) Niet elk afgebeeld en beschreven accessoire is standaard bij de levering inbegrepen. Alle accessoires zijn te vinden in ons accessoireprogramma.
Technische gegevens
| Fijnspuitsysteem PFS 5000 E |
| Productnummer | 3 603 B07 2.. |
| Nominaal opgenomen vermogen | W 1200 |
| Spuitcapaciteit ml/min 500 | |
| Benodigde tijd voor aanbren-gen van 3 m2 verf | min 1 |
| Inhoud van reservoir voor spuitmateriaal | ml 1.000 |
| Luchtslanglengte m 4 | |
| Gewicht volgens | kg 4,9 |
| EPTA-Procedure 01:2014 | |
| Isolatieklasse | ☐/II |
De gegevens gelden voor een nominale spanning [U] van 230 V. Bij afwijkende spanningen en in landspecifieke uitvoeringen kunnen deze gegevens variëren.
Geluidsemissiewaarden vastgesteld conform EN 62841-1.
Het A-gewogen geluidsniveau van het elektrische gereedschap bedraagt typisch: 84 dB(A); geluidsvermogenniveau 95 dB(A). Onzekerheid K = 3 dB.
Totale trillingswaarden a_h (vectorsom van drie richtingen) en onzekerheid K bepaald volgens EN 62841-1: a_h<2,5 m/s^2, K=1,5 m/s^2
Het in deze gebruiksaanwijzing vermelde trillingsniveau en de geluidsemissiewaarde zijn gemeten met een genormeerde meetmethode en kunnen worden gebruikt om elektrische gereedschappen met elkaar te vergelijken. Ze zijn ook geschikt voor een voorlopige inschatting van de trillings- en geluidsemissie.
Het aangegeven trillingsniveau en de aangegeven geluidsemissiewaarde representeren de voornaamste toepassingen van het elektrische gereedschap. Wanneer het elektrische gereedschap echter wordt gebruikt voor andere toepassingen, met afwijkende inzetgereedschappen of onvoldoende onderhoud, dan kunnen het trillingsniveau en de geluidsemissiewaarde afwijken. Dit kan de trillings- en ge-
luidsemissie gedurende de gehele arbeidsperiode duidelijk verhogen.
Voor een nauwkeurige schatting van de trillings- en geluidsemissies moet ook rekening worden gehouden met de tijden waarin het gereedschap uitgeschakeld is, of waarin het gereedschap wel loopt, maar niet werkelijk wordt gebruikt. Dit kan de trillings- en geluidsemissies gedurende de gehele arbeidsperiode duidelijk verminderen.
Leg aanvullende veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de gebruiker tegen het effect van trillingen vast, zoals: onderhoud van elektrische gereedschappen en inzetgereedschappen, warm houden van de handen, organisatie van het arbeidsproces.
Montage
▶ Trek vóór werkzaamheden aan het elektrische gereedschap altijd de stekker uit het stopcontact.
Zorg ervoor dat spuitpistool en basiseenheid volledig en met alle afdichtelementen gemonteerd zijn. Alleen hierdoor zijn de werking en de veiligheid van het fijnspuitsysteem gegarandeerd.
Luchtslang aansluiten (zie afbeeldingen A1-A3)
- Open de bevestigingsbeugel (24) en rol de luchtslang (20) helemaal van de basiseenheid (22).
Aansluiting van de basiseenheid:
- Steek een bajonetsluiting (21) van de luchtslang volgens de pijlmarkeringen stevig in de uitsparingen van de aan-sluiting (26) van de basiseenheid.
- Draai de bajonetsluiting een kwartslag rechtsom.
Aansluiting op het spuitpistool:
- Steek de tweede bajonetsluiting (21) van de luchtslang volgens de pijlmarkeringen stevig in de uitsparingen van de aansluiting (9) van het spuitpistool.
- Draai de bajonetsluiting een kwartslag rechtsom.
Aanwijzing: Verwijder vóór het vullen met spuitmateriaal de luchtslang (20) (kwartslag van de bajonetsluiting (21) linksom; bajonetsluiting (21) uit de aansluiting (9) trekken).
Spuitkop wisselen (zie afbeeldingen B1-B2)
Het fijnspuitsysteem wordt met drie spuitkoppen geleverd:
| Spuitkop |
| (10) (11) (12) |
| Kleur | wit grijs zwart |
| Toestand bij levering | gemonteerd in het accessoirevak (27) onder de bevestigingsbeugel (24) |
| Toepassing | „Muur“, „Hout/lazuur-verf“ | „Hout/lak“ |
Aanwijzing: Controleer vóór het kiezen van de spuitkop het spuitmateriaal door dit om te roeren. Dunner vloeibaar materiaal (bijv. houtverf) kan beter met de grijze spuitkop (11) of de zwarte spuitkop (12) gespoten worden, dikker vloeibaar
materiaal (bijv. muurverf) kan beter met de witte spuitkop (10) gespoten worden.
- Voor het wisselen van de spuitkop schroeft u de wartelmoer (3) eraf.
- Trek de luchtkap (2) eraf.
- Schroef de gemonteerde spuitkop eraf.
- Open de bevestigingsbeugel (24) en neem de gewenste spuitkop uit het accessoirevak (27).
- Schroef de gewenste spuitkop in de schroefdraad in het spuitpistool.
- Steek de luchtkap (2) op de spuitkop en draai deze met de wartelmoer (3) vast.
Gebruik
▶ Trek vóór werkzaamheden aan het elektrische gereedschap altijd de stekker uit het stopcontact.
Voorbereiding van de werkzaamheden
- Spuitwerkzaamheden langs de rand van oppervlakte-water of in de directe omgeving daarvan zijn niet toe-gestaan.
Let er bij aankoop van verf, lak en spuitmiddelen op dat deze niet schadelijk voor het milieu zijn.
Spuitoppervlak voorbereiden
Het spuitoppervlak moet schoon, droog en vetvrij zijn.
- Ruw gladde oppervlakken op en verwijder vervolgens het schuurstof.
Tijdens het gebruik kunnen alle niet afgedekte oppervlakken door de spuitnevel vervuild worden. Bereid daarom de omgeving van het spuitoppervlak zorgvuldig voor:
- Dek vloeren, interieurvoorwerpen, deuren, ramen en deur- en raamkozijnen enz. zorgvuldig af. Voor het afdekking van de vloeren wordt bijv. schildersvlies aangeraden.
- Zet het afdekmateriaal vast. Onvoldoende vastgezet afdekmateriaal kan door de krachtige luchtstroom losraken of weggeblazen worden.
Plak stopcontacten en schakelaars zorgvuldig af. Niet afgedekte stopcontacten en schakelaars kunnen tot kort-sluiting leiden en verhogen het risico van een elektrische schok.
Spuitmateriaal voorbereiden
Let er bij het verdunnen op dat spuitmateriaal en verdunningsmiddel bij elkaar passen. Bij gebruik van een verkeerd verdunningsmiddel kunnen klonters ontstaan die het spuitpistool verstoppen.
Let er bij het verdunnen van het spuitmateriaal op dat het vlampunt van het mengsel na de verdunning weer boven 55°C ligt. Het verdunnen van bijv. oplosmiddel-houdende lak verlaagt het vlampunt.
Let op de informatie van de verffabrikant m.b.t. spuitbaarheid, bijv. in het blad met toelichtingen of technische specificaties. Let erop dat u geen verf spuit die volgens informatie van de fabrikant daarvoor niet geschikt is.
- Roer het spuitmateriaal goed door.
Het gebruik van spuitmateriaal op kamertemperatuur resulteert in een beter spuitbeeld.
- Verdun eventueel het spuitmateriaal.
Als er bij het proefspuiten geen goed spuitbeeld ontstaat, voer een verdunning dan in stappen van 5 % uit tot een optimaal spuitbeeld is bereikt.
Spuitmateriaal Geadviseerde
verdunning
Houtbeschermingsmiddelen, oliën, beit- 0 % sen (lazuurverf), impregneringen, water
Met oplosmiddel of water verdunbare 0–5 % (aanbevolen) lakverf, grondverf, roest-werende grondverf, radiatorlak, verfbeits
Dispersieverf en latexverf (muurverf) ten minste 5 %
Verdunningstabel
Spuitmateri- Verdunningsmiddel [ml] voor verdunning
| aal [ml] | 5 % 10 % 15 % |
| 300 15 30 45 | |
| 400 20 40 60 | |
| 500 25 50 75 | |
| 600 30 60 90 | |
| 700 35 70 105 | |
| 800 40 80 120 | |
Vullen met spuitmateriaal (zie afbeeldingen C1-C2)
Aanwijzing: Verwijder vóór het vullen met spuitmateriaal de luchtslang (20) (kwartslag van de bajonetsluiting (21) linksom; bajonetsluiting (21) uit de aansluiting (9) trekken).
- Doe eventueel bij gebruik van grote verpakkingen het spuitmateriaal in een kleinere overgietemmer (14) (bijv. 10 l muurverf in een lege emmer van 2,5 of 5,0 l).
- Houd met een hand het spuitpistool vast en draai met de andere hand het reservoir (7) in de richting van het openen-symbool.
- Trek het spuitpistool van het reservoir (7) af.
- Als u reeds aangebroken spuitmateriaal gebruikt, leg dan de grondig gereinigde vulzeef (13) op het reservoir (7) om bij het vullen eventuele verfklonters tegen te houden.
- Giet het spuitmateriaal maximaal tot aan de 1000-markering in het reservoir (7).
- Plaats het spuitpistool op het reservoir (7). Draai het reservoir (7) in de richting van het sluiten-symbool tot de sluitring (6) hoorbaar vastklikt.
- Spuit bij wijze van proef op een testoppervlak.
Wanneer u een optimaal spuitbeeld krijgt, kunt u beginnen met spuiten.
of
Wanneer het spuitresultaat niet bevredigend is of er geen verf naar buiten komt: (zie „Verhelpen van storingen“, Pagina 81)


78 | Nederlands
Ingebruikname
Let op de netspanning! De spanning van de stroombron moet overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje van het elektrische gereedschap.
▶ Let erop dat de basiseenheid tijdens het gebruik geen stof of ander vuil kan aanzuigen.
▶ Let erop dat u nooit op de basiseenheid spuit.
▶ Onderbreek de spuitbewerking, wanneer er tijdens het spuiten vloeistof op andere plaatsen dan de daarvoor bestemde spuitkop naar buiten komt en breng het spuitpistool weer in een correcte toestand. Er bestaat gevaar voor elektrische schokken.
▶ Spuit niet op uzelf, andere personen of dieren.
Inschakelen (zie afbeelding D)
- Controleer of de juiste spuitkop gemonteerd is. (zie „Spuitkop wisselen (zie afbeeldingen B1-B2)“, Pagina 76)
- Steek de netstekker in het stopcontact.
- Neem het spuitpistool in uw hand en richt het op het spuitoppervlak.
- Druk voor inschakelen op de aan/uit-toets (25).
- Zet voor het regelen van het luchtvolume de aan/uit-toets (25) op de gewenste toepassing (zie „Luchtvolume instellen (zie afbeelding D)“, Pagina 79).
- Druk op de bedieningsschakelaar (5) op het spuitpistool.
Aanwijzing: Wanneer de basiseenheid ingeschakeld is, stroomt er bij de luchtkap (2) altijd lucht naar buiten.
Uitschakelen
- Laat de bedieningsschakelaar (5) los en druk voor uitschakelen op de aan/uit-toets (25).
- Trek de netstekker uit het stopcontact.
Aanwijzingen voor werkzaamheden
Spuiten (zie afbeeldingen E-H)
Aanwijzing: Let op de windrichting, wanneer u het elektrische gereedschap buiten gebruikt.
- Spuit eerst bij wijze van proef en stel het spuitbeeld en de hoeveelheid spuitmateriaal naargelang het gebruikte spuitmateriaal in.
Instellingen zie volgende paragrafen.
- Houd het spuitpistool absoluut op een gelijkmatige afstand van 20–25 cm verticaal t.o.v. het spuitobject.
- Begin met spuiten buiten het spuitoppervlak.
- Beweeg het spuitpistool afhankelijk van spuitbeeld-instelling gelijkmatig horizontaal of verticaal.
Er ontstaat een gelijkmatige oppervlaktekwaliteit, wanneer de banen elkaar 4-5 cm overlappen.
- Bij spuitwerkzaamheden op liggende objecten of bij bovenhandse spuitwerkzaamheden dient u het spuitpistool iets schuin te houden en zich naar achteren van het bespoten vlak weg te bewegen.
Gevaar voor struikelen! Let op mogelijke obstakels.
- Voorkom onderbrekingen binnen het spuitoppervlak.
Een gelijkmatige beweging van het spuitpistool leidt tot een gelijkmatige kwaliteit van het oppervlak.
Een ongelijkmatige afstand en spuithoek leiden tot een sterke verfnevelvorming en daarmee tot een ongelijkmatig oppervlak.
- Beëindig het spuiten buiten het spuitoppervlak.
Spuit het reservoir voor het spuitmateriaal nooit helemaal leeg. Wanneer de stijgbuis niet meer in het spuitmateriaal is gedompeld, breekt de spuitstraal af en er ontstaat een ongelijkmatig oppervlak.
- Controleer na pauzes of nieuw vullen van het reservoir (7) de spuitkop (10)/(11)/(12) en de luchtkap (2) en reinig deze indien nodig.
- Wanneer het spuitmateriaal zich bij de luchtkap (2) of de spuitkop afzet, reinigt u de onderdelen met de meegeleverde reinigingsborstel (28) of met een gangbare afwasborstel.
Spuitbeeld instellen (zie afbeelding I)
▶ Bedien de bedieningsschakelaar (5) nooit, terwijl u de luchtkap (2) verstelt.
- Draai de luchtkap (2) in de gewenste positie.
Luchtkap Spuitstraal Toepassing


Horizontale vlak-
straal voor vertica-
le werkrichting


Verticale vlakstraal
voor horizontale
werkrichting


Rondstraal voor hoeken, randen en moeilijk bereikbare plaatsen
Hoeveelheid spuitmateriaal instellen (zie afbeelding J) (PAINTVolume)
- Draai het instelwiel (4) om de gewenste hoeveelheid spuitmateriaal in te stellen:
standen 1/2/3: toepassing „hout/lazuurverf/lak“,
standen 4/5: toepassing „muur“.
- Begin met proefspuiten op stand 1 en verhoog de hoeveelheid spuitmateriaal tot het gewenste spuitbeeld is bereikt. Als er geen bevredigend spuitbeeld wordt bereikt, verdun dan het spuitmateriaal in stappen van 5 % (zie „Spuitmateriaal voorbereiden“, Pagina 77).
Aanwijzing: De intensiteit van het aanbrengen van de verf is sterk afhankelijk van de bewegingssnelheid.
Hoeveelheid Instelling spuitmateriaal
Te veel spuitma-
teriaal op het
spuitoppervlak De hoeveelheid spuitmateri-
aal moet worden vermin-
derd.
- Stel een stand lager in.

Te weinig spuit-
materiaal op het De hoeveelheid spuitmateri-
aal moet worden vergroot.
spuitoppervlak – Stel een stand hoger in.

Luchtvolume instellen (zie afbeelding D)
(AIRVolume)
- Stel door het draaien van de luchtvolumeregeling (25) de juiste toepassing in om het juiste luchtvolume en de druk voor het gebruikte spuitmateriaal in te stellen. Begin bij Minimum/Toepassing „hout/lazuurverf”.
Toepassingen instellen
dunvloeibaar spuitmateriaal dikvloeibaar spuitmateriaal




Toepassing „hout/lazuurverf“
Toepassing "hout/lak"
Toepassing „muur“
Binnen een toepassing kunnen het luchtvolume en de druk traploos geregeld worden.
het luchtvolume moet worden verminderd.
- Draai de luchtvolumeregeling (25) naar links.
Te grove verstuiving:
het luchtvolume moet worden verhoogd.
- Draai de luchtvolumeregeling (25) naar rechts.
Bevochtigen van behang
Voor het eenvoudiger verwijderen van oud behang kunt u het behang met warm water (max. 55°C) inspuiten. Gebruik hiervoor de grijze spuitkop (11).
Pauzes en transport (zie afbeeldingen K-L)
Voor een eenvoudig transport van het fijnspuitsysteem is op de basiseenheid een draaggreep (23) aangebracht.
Aan de onderkant van de basiseenheid (22) zijn wielen aangebracht. Tijdens het werken kunt u de basiseenheid aan de luchtslang (20) achter u aan trekken.
Tijdens pauzes kan het spuitpistool (1) op een vlakke ondergrond worden neergezet. Er kan geen spuitmateriaal lekken.
Plaats het met spuitmateriaal gevulde spuitpistool altijd rechtop op een vlakke ondergrond. Uit een liggend spuitpistool kan spuitmateriaal lekken.
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
▶ Trek vóór werkzaamheden aan het elektrische gereedschap altijd de stekker uit het stopcontact.
Houd het elektrische gereedschap en de ventilatieopeningen altijd schoon om goed en veilig te werken.
Wanneer een vervanging van de aansluitkabel noodzakelijk is, dan moet dit door Bosch of een geautoriseerde klantenservice voor elektrische gereedschappen van Bosch worden uitgevoerd om veiligheidsrisico's te vermijden.
▶ Reinig de verschillende onderdelen van het fijnspuitsysteem direct na elk gebruik grondig, vooral alle onderdelen die met verf in aanraking komen. Een deskundige reiniging is een voorwaarde voor het perfecte en veilige gebruik van het spuitpistool. Bij geen of verkeerde reiniging kan geen garantie worden verleend.
Reiniging na gebruik van verf op waterbasis (zie afbeelding M)
Reinig het spuitpistool en het reservoir voor het spuitmateriaal altijd met warm water.
Reinig de spuitkop- en luchtopeningen van het spuitpistool nooit met scherpe voorwerpen.
- Schakel de basiseenheid (22) uit en verwijder de luchtslang (20) van het spuitpistool (1).
- Maak het reservoir (7) van het spuitpistool (1) los. Houd het reservoir (7) onder de stijgbuis (17) en druk op de bedieningsschakelaar (5) van het spuitpistool, zodat het spuitmateriaal terug kan lopen in het reservoir.
- Maak het reservoir (7) helemaal leeg.
Het spuitmateriaal kan voor verdere toepassingen in een luchtdicht afgesloten verfreservoir worden bewaard. Gebruik hiervoor bijv. het reservereservoir (8) met deksel of het originele spuitmateriaalreservoir.
- Reinig het reservoir (7).
- Demonteer de stijgbuis (17) met reservoirafdichting (16) en spoel deze goed af.
Bevestig de stijgbuis (17) met reservoirafdichting (16) weer op het spuitpistool.
- Vul het reservoir (7) met warm water en bevestig het weer aan het spuitpistool (1).
- Sluit de luchtslang (20) weer op het spuitpistool (1) aan.
- Spuit zolang tot alleen nog schoon water naar buiten komt. Eventueel vult u het reservoir opnieuw met warm water.
- Verwijder de luchtslang (20) zowel van de basiseenheid (22) als van het spuitpistool (1).
- Reinig de basiseenheid eventueel met een bevochtigde doek en verwijder daarna de basiseenheid (22) en de luchtslang (20) uit de directe reinigingsomgeving.
80 | Nederlands
- Demonteer de wartelmoer (3), de luchtkap (2), de gebruikte spuitkop (10)/(11)/(12) en de stijgbuis (17) met de reservoirafdichting (16).
- Reinig in een emmer met warm water alle met verf in aanraking komende onderdelen met de reinigingsborstel (28) of een gewone afwasborstel. Reinig ook het verfkanaal (19) van het spuitpistool (1).
- Controleer of de stijgbuis (17) met de reservoirafdichting (16) vrij van spuitmateriaal en onbeschadigd is.
- Reinig de ontluchtingsopening (18) met de reinigingsborstel (28).
- Reinig indien nodig de vulzeef (13) grondig met warm water.
- Reinig de buitenkant van het reservoir (7) en het spuitpistool (1) met een bevochtigde doek.
- Laat vóór de montage alle onderdelen grondig drogen.
- Monteer het fijnspuitsysteem weer in omgekeerde volgorde.
Schuif de reservoirafdichting (16) weer naar boven in de groef van de stijgbuis (17).
Zorg ervoor dat de reservoirafdichting rondom precies in de stijgbuisgroef is geplaatst, om het spuitpistool correct af te dichten.
Let erop dat u de stijgbuis (17) weer tot aan de aanslag op het verfkanaal (19) schuift.
Reiniging na gebruik van verf op oplosmiddelbasis (zie afbeelding M)
Reinig het spuitpistool en het reservoir voor het spuitmateriaal altijd met het juiste verdunningsmiddel voor het gebruikte spuitmateriaal.
Reinig de spuitkop- en luchtopeningen van het spuitpistool nooit met scherpe voorwerpen.
Draag bij reinigingswerkzaamheden met oplosmiddelen en verf op oplosmiddelbasis geschikte handschoenen.
- Schakel de basiseenheid (22) uit en verwijder de luchtslang (20) van het spuitpistool (1).
- Reinig de basiseenheid eventueel met een met verdunningsmiddel bevochtigde doek en verwijder daarna de basiseenheid (22) en de luchtslang (20) uit de directe reinigingsomgeving.
- Maak het reservoir (7) van het spuitpistool (1) los. Houd het reservoir (7) onder de stijgbuis (17) en druk op de bedieningsschakelaar (5) van het spuitpistool, zodat het spuitmateriaal terug kan lopen in het reservoir.
- Maak het reservoir (7) helemaal leeg.
Het spuitmateriaal kan voor verdere toepassingen in een luchtdicht afgesloten verfreservoir worden bewaard. Gebruik hiervoor bijv. het reservereservoir (8) met deksel of het originele spuitmateriaalreservoir.
- Reinig het reservoir (7).
- Demonteer de stijgbuis (17) met reservoirafdichting (16) en spoel deze goed af.
Bevestig de stijgbuis (17) met reservoirafdichting (16) weer op het spuitpistool.
- Vul het reservoir (7) voor de helft met oplosmiddel en bevestig het weer aan het spuitpistool (1).
- Schud het spuitpistool meermaals.
Let er daarbij op dat u het verdunningsmiddel niet spuit.
Er bestaat explosiegevaar.
- Maak het reservoir (7) van het spuitpistool (1)los en maak dit helemaal leeg in een afsluitbaar blik.
- Demonteer de wartelmoer (3), de luchtkap (2), de gebruikte spuitkop (10)/(11)/(12) en de stijgbuis (17) met de reservoirafdichting (16).
- Reinig in een emmer met verdunningsmiddel alle met verf in aanraking komende onderdelen met de reinigingsborstel (28) of een gewone afwasborstel. Reinig ook het verfkanaal (19) van het spuitpistool (1).
- Controleer of de stijgbuis (17) met de
reservoirafdichting (16) vrij van spuitmateriaal en onbe-
schadigd is.
Reinig indien nodig de reservoirafdichting (16) nogmaals
met verdunningsmiddel.
- Reinig de ontluchtingsopening (18) met de reinigingsborstel (28).
- Reinig indien nodig de vulzeef (13) grondig met verdunningsmiddel.
- Reinig de buitenkant van het reservoir (7) en het spuitpistool (1) met een doek die met verdunningsmiddel is bevochtigd.
- Laat vóór de montage alle onderdelen grondig drogen.
- Monteer het fijnspuitsysteem weer in omgekeerde volgorde.
Schuif de reservoirafdichting (16) weer naar boven in de groef van de stijgbuis (17).
Zorg ervoor dat de reservoirafdichting rondom precies in de stijgbuisgroef is geplaatst, om het spuitpistool correct af te dichten.
Let erop dat u de stijgbuis (17) weer tot aan de aanslag op het verfkanaal (19) schuift.
Luchtfilter reinigen (zie afbeelding N)
De luchtfilter (30) moet af en toe worden gereinigd. Is de luchtfilter sterk vervuild, dan moet hij worden vervangen.
- Open de luchtfilterafdekking (29).
- Verwijder de luchtfilter (30).
- Lichte vervuiling:
Klop de luchtfilter (30) uit. of
Sterke vervuiling:
Reinig de luchtfilter (30) onder stromend water en laat deze vervolgens goed drogen om schimmelvorming te vermijden.
of
Vervang de luchtfilter (30).
- Breng de luchtfilter weer aan.
- Sluit de luchtfilterafdekking (29) weer.
- Gebruik het fijnspuitsysteem nooit zonder luchtfilter. Vuildeeltjes kunnen in de motorruimte komen en deze beschadigen.
Materiaal afvoeren
Verontreinigd verdunningsmiddel, spuitmateriaalresten en evt. verdunningsmiddelresten moeten vakkundig en ecologisch verantwoord worden afgevoerd. Neem de aanwijzingen van de fabrikant voor het afvoeren van afval en de plaatselijke voorschriften voor het afvoeren van klein chemisch afval in acht.
Chemicaliën die schadelijk zijn voor het milieu, mogen niet in de bodem, het grondwater of in oppervlaktewater terechtkomen. Giet chemicaliën die schadelijk zijn voor het milieu, niet in de riolering!
Opbergen
- Voordat u het fijnspuitsysteem opbergt, reinigt u het fijnspuitsysteem grondig en laat u alle onderdelen vóór de montage zorgvuldig drogen.
Verhelpen van storingen
| Probleem Oorzaak Verhelpen |
| Spuitmateriaal dekt niet goed | Hoeveelheid spuitmateriaal te gering | Instelwiel (4) richting stand 5 draaien |
| Afstand tot spuitoppervlak te groot Spuitafstand verkleinen |
| Te weinig spuitmateriaal op spuitoppervlak, niet vaak genoeg over spuitoppervlak gespoten | Vaker over het spuitoppervlak spuiten |
| Spuitmateriaal te dik Spuitmateriaal opnieuw verdunnen en proef-spuiten |
| Spuitmateriaal loopt na het aanbrengen uit | Te veel spuitmateriaal aangebracht | Instelwiel (4) richting stand 1 draaien |
| Afstand tot spuitoppervlak te gering Spuitafstand vergroten |
| Spuitmateriaal te dun Origineel spuitmateriaal toevoegen |
| Te vaak over dezelfde plaats gespoten Verf verwijderen en bij tweede spuitpoging niet zo vaak op één plaats spuiten |
| Te grove verstuiving Hoeveelheid spuitmateriaal te groot | Instelwiel (4) richting stand 1 draaien |
| Luchtvolumeregeling (25) naar rechts draaien |
| Witte spuitkop (10) gemonteerd (te grote spuitkopdiameter) |
| Sproeiernaald (15) vuil |
| Spuitmateriaal te dik Spuitmateriaal opnieuw verdunnen en proef-spuiten |
| Luchtfilter (30) sterk vervuild |
| Te sterke verfnevel Te veel spuitmateriaal aangebracht | Instelwiel (4) richting stand 1 draaien |
| Te groot luchtvolume |
| Luchtvolumeregeling (25) naar links draaien |
| Afstand tot spuitoppervlak te groot Spuitafstand verkleinen |
| Spuitstraal pulseert Te weinig spuitmateriaal in reservoir Spuitmateriaal bijvullen |
| Ontluchtingsopening (18) bij de stijgbuis (17) verstopt |
| Stijgbuis (17) zit los |
| Stijgbuis tot aan de aanslag op het verfkanaal (19) schuiven |
| Reservoirafdichting (16) niet of niet correct in groef van de stijgbuis (17) geplaatst |
| Spuitkop (10)/(11)/(12) zit los |
| Luchtfilter (30) sterk vervuild |
| Spuitmateriaal te dik Spuitmateriaal opnieuw verdunnen en proef-spuiten |
| Spuitmateriaal druppelt bij de spuitkop na | Afzetting van spuitmateriaal op de spuitkop (10)/(11)/(12), de sproeiernaald (15) en de luchtkap (2) | Spuitkop, sproeiernaald en luchtkap reinigen |
| Spuitkop (10)/(11)/(12) zit los | Spuitkop vastdraaien |
82 | Dansk
Probleem Oorzaak Verhelpen
| Uit de spuitkop komt geen spuitmateriaal | Basiseenheid is uitgeschakeld | Aan/uit-toets (25) indrukken |
| Geen drukopbouw in het reservoir (7), omdat reservoir niet helemaal gesloten is | Reservoir (7) in de richting van het sluiten-symbool draaien tot de sluitring (6) hoorbaar vast-klikt |
| Stijgbuis (17) zit los | Stijgbuis tot aan de aanslag op het verfkanaal (19) schuiven |
| Sproeiernaald (15) verstopt | Sproeiernaald reinigen |
| Stijgbuis (17) verstopt | Stijgbuis reinigen |
| Ontluchtingsopening (18) bij de stijgbuis (17) verstopt | Stijgbuis en ontluchtingsopening reinigen |
| Reservoirafdichting (16) ontbreekt of is be-schadigd | (Nieuwe) reservoirafdichting over de stijgbuis in de groef schuiven |
| Spuitmateriaal te dik Spuitmateriaal opnieuw verdunnen en proef-spuiten |
| Spuitmateriaal vervuild (verfklonters) Spuitpistool helemaal leegmaken en reinigen;spuitmateriaal bij het vullen door vulzeef (13) gieten |
Klantenservice en gebruiksadvies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com
Het Bosch-gebruiksadviesteam helpt u graag bij vragen over onze producten en accessoires.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderde-
len altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer vol-
gens het typeplaatje van het product.
Nederland
Tel.: (076) 579 54 54
Fax: (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
Meer serviceadressen vindt u onder:
Spuitpistool, elektrische eenheid, accessoires en verpakkingen moeten op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.

Gooi elektrische gereedschappen niet bij het huisvuil!
Alleen voor landen van de EU:
Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende elektrische en elektronische oude apparaten en de omzetting van de richtlijn in nationaal recht moeten niet meer bruikbare elektrische gereedschappen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.
Bij een verkeerde afvoer kunnen afgedankte elektrische en elektronische apparaten vanwege de mogelijke aanwezig-
heid van gevaarlijke stoffen schadelijke uitwerkingen op het milieu en de gezondheid van mensen hebben.
Dansk
(13) lepildišanas siets
(14) lepildišanas trauks ^a)
(15) Sprauslas adata
(16) Tvertnes blive
(17) Stāvcaurule