Kärcher KM 130/300 R I LPG - Veegmachine

KM 130/300 R I LPG - Veegmachine Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis KM 130/300 R I LPG Kärcher in PDF-formaat.

📄 472 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice Kärcher KM 130/300 R I LPG - page 99
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over KM 130/300 R I LPG Kärcher

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Veegmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KM 130/300 R I LPG - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KM 130/300 R I LPG van het merk Kärcher.

GEBRUIKSAANWIJZING KM 130/300 R I LPG Kärcher

Algemene instructies....99

Veiligheidsinstructies 99

Milieubescherming.... 101

Reglementair gebruik.... 102

Toebehoren en reserveonderdelen.... 102

Leveringsomvang 102

Beschrijving apparaat 102

Functie 103

Vooringebruikneming.... 103

Inbedrijfstelling.... 104

Werking.... 104

Vervoer 106

Opslag 106

Verzorging en onderhoud 106

Hulp bij storingen 111

Garantie 112

EU-conformiteitsverklaring.... 112

Algemene instructies

Kärcher KM 130/300 R I LPG - Algemene instructies - 1

Lees voor het eerste gebruik van het toestel deze originele gebruiksaanwijzing en volg de instructies erin

op. Bewaar de originele gebruiksaanwijzing voor later gebruik of voor de volgende eigenaar.

Veiligheidsinstructies

Gevarenniveaus

⚠ GEVAAR

- Aanwijzing voor direct dreigend gevaar dat tot zware of dodelijke verwondingen leidt.

⚠ WAARSCHUWING

- Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot zware of dodelijke verwondingen kan leiden.

⚠VOORZICHTIG

- Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot lichte verwondingen kan leiden.

LET OP

- Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot materiële schade kan leiden.

Symbolen op de machine

Kärcher KM 130/300 R I LPG - Symbolen op de machine - 1

LET OP

Gevaar voor brandwonden

Laat hete voertuigonderdelen afkoelen voordat ueraan gaat werken.

Kärcher KM 130/300 R I LPG - LET OP - 1

GEVAAR

Brandgevaar

Veeg geen brandende of gloeiende voorwerpen, zoals bijv. sigaretten, lucifers of dergelijke.

Kärcher KM 130/300 R I LPG - GEVAAR - 1

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar van letsels

Risico op beknelling en afknelling door bewegende voertuigonderdelen.

Kärcher KM 130/300 R I LPG - ⚠ WAARSCHUWING - 1

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar van letsels

Snijwonden en kneuzingen door bewegende voertuigonderdelen aan de binnenzijde.

Steek uw handen niet in openingen van het apparaat.

Kärcher KM 130/300 R I LPG - ⚠ WAARSCHUWING - 1

Werkzaamheden aan het voertuig altijd met geschikte handschoenen uitvoeren.

Kärcher KM 130/300 R I LPG - ⚠ WAARSCHUWING - 2

Reinig het onderdeel niet met spatwater.

Kärcher KM 130/300 R I LPG - ⚠ WAARSCHUWING - 3

Pas op voor roterende borstels.

Kärcher KM 130/300 R I LPG - ⚠ WAARSCHUWING - 4

In de rijrichting alleen opgaande of neergaande hellingen tot 18% nemen.

Kärcher KM 130/300 R I LPG - ⚠ WAARSCHUWING - 5

Maximale helling van de ondergrond bij ritten met op- getild vuilreservoir.

Kärcher KM 130/300 R I LPG - ⚠ WAARSCHUWING - 6

Ervoor zorgen dat het afnameventiel correct georiënteerd is.

Kärcher KM 130/300 R I LPG - ⚠ WAARSCHUWING - 7

Opnamepunt voor krik

Kärcher KM 130/300 R I LPG - ⚠ WAARSCHUWING - 8

Bevestigingspunt

Veiligheidsinstructies m.b.t. de bediening

△ WAARSCHUWING • Gebruik het apparaat alleen volgens de voorschriften. Houd rekening met de plaatselijke omstandigheden en let bij het uitvoeren van werkzaamheden met het apparaat op andere personen en met name kinderen. • Controleer het apparaat met de werkrichtingen op correcte toestand en op de bedrijfsveiligheid. Is de toestand niet perfect, dan mag u het apparaat niet gebruiken. • Let in gevarenzones (bijv. tankstations) op de desbetreffende veiligheidsvoorschriften. Gebruik het apparaat nooit in explosieve ruimtes. • Dit apparaat mag niet worden gebruikt door personen met een fysieke, sensorische of verstandelijke beperking of een gebrek aan ervaring en/of kennis. • Alleen personen die in de omgang met het apparaat zijn geïnstrueerd of hebben bewezen dat ze het apparaat correct bedienen en uitdrukkelijk de opdracht hebben dit apparaat te gebruiken, mogen het apparaat gebruiken. LET OP • De bediener moet voor het begin van het werk controleren of alle veiligheidsinrichtingen correct zijn aangebracht en functioneren. • De bediener van het apparaat is voor ongevallen met andere personen of hun eigendom verantwoordelijk. WAARSCHUWING • Zorg voor nauw aansluitende kleding en stevige schoenen van de bediener. Los gedragen kleding vermijden. • Houd toezicht op kinderen om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen. • Kinderen en jongeren mogen het apparaat niet gebruiken. LET OP • Controleer de directe omgeving alvorens te beginnen met rijden (bijv. kinderen). Zorg voor voldoende zicht! GEVAAR • Laat het apparaat in geen geval onbeheerd achter zolang het niet beveiligd is tegen onbedoelde bewegingen. Trek altijd de parkeerrem aan voordat u het apparaat achterlaat. LET OP • Trek de contactsleutel of KIK (Kärcher Intelligent Key) eruit om het onbevoegd gebruik van het apparaat te verhinderen. VOOR-ZICHTIG • Gebruik het apparaat niet in zones waarin de mogelijkheid bestaat door vallende voorwerpen te worden geraakt. WAARSCHUWING • Kijk bij apparaten met Blue Spot verlichting niet rechtstreeks in de lichtbron.

Veiligheidsinstructies voor het rijden

Instructie • De lijst met aanwijzingen m.b.t. het kantelgevaar maakt geen aanspraak op volledigheid. GEVAAR • Kantelgevaar bij te grote hellingen! Neem bij het rijden op hellingen de maximaal toegestane waarden in de technische gegevens in acht.

- Kantelgevaar bij te grote zijdelingse helling! Neem bij het rijden dwars op de rijrichting de maximaal toegestane waarden in de technische gegevens in acht. - Kantelgevaar bij instabiele ondergrond! Gebruik het apparaat uitsluitend op verharde ondergrond.

⚠ WAARSCHUWING • Gevaar voor ongevallen door niet aangepaste snelheid. Rijd langzaam in bochten.

Veiligheidsinstructies voor het transport

⚠️ VOORZICHTIG ● Rekening houden met het transportgewicht van het voertuig om ongelukken tijdens het transport te voorkomen. ● Om de machine te vervoeren, de accu loskoppelen en de machine stevig vastmaken.

Veiligheidsvoorschriften accu's

De voorschriften voor het voorkomen van ongevallen zoals DIN VDE 0510, VDE 0105 T.1 in acht nemen.

Let bij de omgang met accu's absoluut op de volgende waarschu-wingsinstructies:

Kärcher KM 130/300 R I LPG - Veiligheidsvoorschriften accu's - 1Aanwijzingen op de accu, in de gebruiksaanwijzing en in de voertuiggebruiksaanwijzing naleven!
Kärcher KM 130/300 R I LPG - Veiligheidsvoorschriften accu's - 2Veiligheidsbril dragen!
Kärcher KM 130/300 R I LPG - Veiligheidsvoorschriften accu's - 3Kinderen uit de buurt houden van zuren en accu's!
Kärcher KM 130/300 R I LPG - Veiligheidsvoorschriften accu's - 4Explosiegevaar!
Kärcher KM 130/300 R I LPG - Veiligheidsvoorschriften accu's - 5Vuur, vonken, open licht en roken verboden!
Kärcher KM 130/300 R I LPG - Veiligheidsvoorschriften accu's - 6Gevaar van brandwonden!
Kärcher KM 130/300 R I LPG - Veiligheidsvoorschriften accu's - 7Eerste hulp!
Kärcher KM 130/300 R I LPG - Veiligheidsvoorschriften accu's - 8Waarschuwingstekst!
Kärcher KM 130/300 R I LPG - Veiligheidsvoorschriften accu's - 9Verwijdering!
Kärcher KM 130/300 R I LPG - Veiligheidsvoorschriften accu's - 10Accu niet in vuilnisbak gooien!

⚠ GEVAAR

Brand- en explosiegevaar!

Geen werktuig e.d. op de batterij leggen. Gevaar van kortsluiting en explosie.

Roken en open vuur absoluut vermijden.

Ruimtes waarin accu's opgeladen worden, dienen goed geventi- leerd te zijn, omdat bij het opladen zeer explosief gas ontstaat.

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar van brandwonden!

Pas bij ondichte accu's op voor lekkend zwavelzuur.

⚠ WAARSCHUWING

Vergiftigingsgevaar!

Wonden nooit in contact met lood laten komen. Na werkzaamheden aan batterijen altijd de handen wassen.

Veiligheidsaanwijzingen voor veegmachines met hoge leegsysteem

GEVAAR • Gevaar voor letsel op veegmachines met hoge leegsysteem! Beveilig voor alle werkzaamheden de geheven vuilcontainer. Breng de beveiliging alleen van buiten de gevarenzone aan.

Veiligheidsinstructies voor veegmachine met verbrandingsmotor

LET OP • De uitlaatgasopening mag niet worden afgesloten. VOORZICHTIG • In het gebied van de uitlaatgasopening reiken. (Gevaar van brandwonden) De aandrijfmotor niet aanraken tijdens de werking. (Gevaar van brandwonden) Het inademen van uitlaatgassen absoluut vermijden. De motor heeft een nalooptijd van 3 -4 seconden na het uitschakelen. Tijdens deze tijd geen bewegende onderdelen aanraken.

Veiligheidsinstructies voor voertuigen op vloeibaar gas

Naast de informatie in deze gebruiksaanwijzing moeten de plaatselijk geldende voorschriften, bepalingen en richtlijnen worden nageleefd bij de omgang met motorvoertuigen die op vloeibaar gas lopen en bij de omgang met en de opslag van de gebruikte gasflessen.

Veiligheidsrichtlijnen voor motorvoertuigen op vloeibaar gas

Vloeibare gassen (drijfgassen) zijn butaan en propaan of butaan/propaan-mengsels. Ze worden geleverd in speciale flessen. De werkdruk van deze gassen is afhankelijk van de buitentemperatuur.

Alleen vloeibaar-gasflessen gebruiken die met aandrijfgas zijn gevuld conform de kwaliteitseisen van DIN 51622. Het gebruik van huishoud- en campinggas is over het algemeen verboden. De vloeibaar-gasmengsels kunnen verschillen naargelang van de gasmotor. De goedgekeurde vloeibaar-gasmengsels zijn terug te vinden in de Technische Gegevens.

⚠ GEVAAR

Explosiegevaar

Vloeibaar gas niet behandelen zoals benzine. Benzine verdampt langzaam, vloeibaar gas wordt onmiddellijk gasvormig. Het risico van vergassing en ontbranding is daarom groter bij vloeibaar gas dan bij benzine.

Verplichtingen van management en werknemers

- Alle personen die moeten omgaan met vloeibaar gas zijn verplicht om de nodige kennis te verwerven over de eigenschappen van vloeibaar gas om het gebruik veilig te kunnen uitvoeren. Deze gedrukte tekst moet altijd bij de veegmachine aanwezig zijn.

Onderhoud door de expert

  • Drijfgassystemen moeten regelmatig, maar ten minste eenmaal per jaar, door een deskundige worden gecontroleerd om er zeker van te zijn dat ze goed functioneren en lekdicht zijn (in overeenstemming met DGUV-principe 310-004).
  • De controle moet schriftelijk worden gecertificeerd. De basis voor het testen is DGUV 110-010 "Gebruik van vloeibaar gas".
  • Relevante lokale normen en richtlijnen voor het testen van voertuigen waarvan de motor op vloeibaar gas loopt, gelden als algemene voorschriften voor het testen.

Inbedrijfstelling / Werking

  • Er mag maar uit één fles tegelijk gas worden getapt. Als er tegelijkertijd uit meerdere flessen gas wordt gehaald, kan het vloeibare gas van de ene fles naar de andere overgaan. Hierdoor wordt de overmatig gevulde fles blootgesteld aan een ontoelaatbare drukverhoging wanneer het flesventiel later wordt gesloten.
  • Bij de inbouw van de volledig gevulde fles moet de inbouwpositie van de gasaansluiting in acht worden genomen, meer informatie vindt u in het hoofdstuk "Gasfles inbouwen".

Bij het wisselen van gasfles voorzichtig te werk gaan. Tijdens installatie en demontage moet het gasuitlaatstuk van het flesventiel worden afgedicht met een afsluitmoer die met een moersleutel wordt vastgedraaid.

  • Lekkende gasflessen mogen niet opnieuw worden gebruikt. Ze moeten onmiddellijk worden geledigd door ze in openlucht af te blazen, waarbij alle voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen, en vervolgens als lek worden gekenmerkt. Bij het afleveren of ophalen van beschadigde gasflessen moet de uittlener of zijn vertegenwoordiger (pompbediende of vergelijkbaar) onmiddellijk schriftelijk op de hoogte worden gesteld van de bestaande schade.
  • Voordat de gasfles wordt aangesloten, moet worden gecontroleerd of het aansluitstuk in goede staat is.
  • Nadat de fles is aangesloten, moet deze met een schuimmiddel worden gecontroleerd op lekkage.
  • De ventielen moeten langzaam worden geopend. Het openen en sluiten mag niet worden uitgevoerd met behulp van slaggereedschap.
  • Blus branden met vloeibaar gas alleen vanaf een veilige afstand en onder dekking.

- Gebruik alleen droge-kooldioxideblussers of kooldioxide-gasblussers.

- Gebruik veel water om de gascontainer te koelen.

  • De hele installatie van vloeibaar gas moet voortdurend worden gecontroleerd om ervoor te zorgen dat deze in een veilige bedrijfstoestand verkeert, vooral met betrekking tot lekkages. Het gebruik van het voertuig met een lekkend gassysteem is verboden.
  • Het flesventiel moet worden gesloten voordat de buis- of slangverbinding wordt losgemaakt. De verbindingsmoer op de fles moet langzaam en eerst slechts licht worden losgedraaid, anders ontsnapt het gas dat nog in de leiding zit spontaan.
  • Als het gas uit een grote container wordt getankt, moeten de relevante voorschriften worden opgevraagd bij de betreffende groothandelaar in vloeibaar gas.

ΔGEVAAR

Gevaar van letsels

Vloeibaar gas in vloeibare vorm veroorzaakt vrieswonden op blo-te huid.

  • Na het verwijderen moet de afsluitmoer stevig op de schroefdraad van de fles worden geschroefd.
  • Zeepwater, nekal of andere schuimmiddelen gebruiken om te testen op lekken. Het is verboden de vloeibaar-gasinstallatie te onderzoeken met een open vlam.
  • Bij het vervangen van individuele systeemonderdelen moeten de installatie-instructies van de fabrikant in acht worden genomen. De fles- en hoofdafsluitventielen moeten daarbij gesloten zijn.
  • De toestand van het elektrische systeem van de vloeibaargasmotorvoertuigen moet voortdurend worden gecontroleerd. Vonken kunnen explosies veroorzaken als er lekken zijn in de gasvoerende delen van het systeem.
  • Na een langdurige stilstand van een motorvoertuig op vloeibaar gas moet de parkeerplaats grondig worden geventileerd voordat het voertuig of de elektrische systemen ervan worden ingeschakeld.
  • Ongevallen in verband met gasflessen of het vloeibaar-gassysteem moeten onmiddellijk worden gemeld aan de beroepsvereniging en de verantwoordelijke arbeidsinspectie.

Beschadigde onderdelen moeten worden bewaard totdat het onderzoek is afgerond.

In de afstel- en opslagruimten, alsook in de reparatiewerkplaatsen

  • Flessen voor drijfgas of vloeibaar gas moeten worden opgeslagen volgens de voorschriften TRF 2021 (Technische regels voor vloeibaar gas, zie DA voor DGUV Regel 110-010).
  • Gasflessen moeten rechtop worden bewaard. Het hanteren van open vuur en roken op de installatieplaats van containers

en tijdens reparaties is niet toegestaan. Flessen die buiten worden opgesteld, moeten beveiligd zijn tegen toegang. Lege flessen moeten altijd worden afgesloten.

  • De fles- en hoofdafsluitventielen moeten onmiddellijk na het uitschakelen van het voertuig worden gesloten.
  • De bepalingen van TRGS 510, de lokaal geldende garagevoorschriften en de lokaal geldende bouwvoorschriften zijn van toepassing op de locatie en toestand van de parkeerplaatsen voor vloeibaar-gasmotorvoertuigen.
  • De gasflessen moeten worden opgeslagen in speciale ruimten die gescheiden zijn van de parkeerruimten (zie DA bij DGUV-regel 110-010).
  • De elektrische handlampen die in de ruimten worden gebruikt, moeten zijn voorzien van een gesloten, afgedichte kap en een stevige beschermkooi.
  • Bij het werken in reparatiewerkplaatsen moeten de fles- en hoofdafsluitventielen gesloten zijn en moeten de drijfgasflessen beschermd zijn tegen de effecten van hitte.
  • Vóór de werkonderbrekingen en vóór sluitingstijd moet een verantwoordelijke persoon controleren of alle ventielen, vooral de flesventielen, gesloten zijn. Brandwerkzaamheden, vooral las- en snijwerkzaamheden, mogen niet worden uitgevoerd in de buurt van drijfgasflessen. Drijfgasflessen, zelfs als ze leeg zijn, mogen niet worden opgeslagen in de werkplaatsen.
  • De afstel- en opslagruimten en de reparatiewerkplaatsen moeten goed geventileerd zijn. Er moet worden opgemerkt dat vloeibare gassen zwaarder zijn dan lucht. Ze hopen zich op tegen de vloer, in werkputten en andere lager gelegen delen in de vloer en kunnen daar explosieve gas-luchtmengsels vormen.

Veiligheidsinstructies voor veegmachines met beschermdak

⚠VOORZICHTIG

Controleer het beschermdak elke dag op beschadigingen om zeker te zijn van de beschermende functie.

Bij beschadiging van het beschermdak, ook van afzonderlijke elementen ervan, dient het complete beschermdak te worden vervangen.

Het is niet toegestaan het beschermdak te wijzigen of andere dan de door Kärcher goedgekeurde elementen, onderdelen en bouw-groepen aan te brengen, want zulks kan onder bepaalde omstandigheden nadelige gevolgen hebben voor de functie van het beschermdak.

Onderhoud

⚠ WAARSCHUWING ● Klem vóór werkzaamheden aan de elektrische installatie de batterij af. ● Vóór reiniging, onderhoud, het vervangen van onderdelen en het overschakelen op een andere functie, moet u het apparaat uitschakelen en de contacts-leutel eruit trekken.
⚠️ VOORZICHTIG ● Laat reparaties alleen uitvoeren door erkende klantenservices of experts voor dit gebied die bekend zijn met alle relevante veiligheidsvoorschriften.

LET OP • Houd u volgens de plaatselijk geldende voorschriften aan de veiligheidscontrole voor verplaatsbare, commercieel gebruikte apparaten (bijv. in Duitsland: VDE 0701). • Kortsluitingen of andere schade. Reinig het apparaat niet met een slang of een hogedrukstraal. • Voer werkzaamheden aan het apparaat altijd met geschikte handschoenen uit.

Milieubescherming

Kärcher KM 130/300 R I LPG - Milieubescherming - 1

De verpakkingsmaterialen zijn herbruikbaar. Verwijder verpakkingen op een milieuvriendelijke manier.

Kärcher KM 130/300 R I LPG - Milieubescherming - 2

Elektrische en elektronische apparaten bevatten waardevolle recyclebare materialen en vaak bestanddelen zoals batterijen, accu's of olie, die bij onjuiste omgang of verkeerd

afvalverwijdering een potentieel gevaar voor de gezondheid van de mens en voor het milieu kunnen vormen. Voor een correcte werking van het apparaat zijn deze bestanddelen echter noodza-

kelijk. Voer apparaten met dit symbool niet samen met het huisvuil af.

Instructies betreffende ingrediënten (REACH)

Actuele informatie over ingrediënten vindt u op:

De veegmachine is bedoeld voor het reinigen van vloeroppervlakken voor commercieel gebruik en bijvoorbeeld voor de volgende toepassingsgebieden:

  • Parkeerplaatsen
    • Productie-installaties
    • Logistieke omgevingen
    Hotel
  • Detailhandel
  • Opslagruimten
  • Voetpaden

Deze veegmachine is ontworpen voor het vegen van vuile oppervlakken buiten en binnen op plaatsen waar voldoende ventilatie heerst.

Het gebruik van de machine op een hoogte van meer dan 1200 meter boven zeeniveau is niet voorzien.

Het apparaat met de werkvoorzieningen moet voor gebruik worden gecontroleerd op reglementaire toestand en bedrijfsveiligheid. Als de toestand niet perfect is, dan is het gebruik niet toegestaan.

Gebruik de veegmachine uitsluitend overeenkomstig de gegevens in deze gebruiksaanwijzing.

Aan het apparaat mogen geen veranderingen worden aangebracht.

Het apparaat is uitsluitend geschikt voor de in de gebruiksaanwijzing aangegeven ondergronden.

Alleen de door de ondernemer of diens gevolmachtigde voor het gebruik van de machine vrijgegeven oppervlakken mogen worden bereden.

Over het algemeen geldt: Licht ontvlambare stoffen uit de buurt van het apparaat houden (explosie-/brandgevaar).

Voorzienbaar foutief gebruik

  • Nooit explosieve vloeistoffen, brandbare gassen of onverdunde zuren en oplosmiddelen opvegen of opzuigen! Hiertoe behoren benzine, verfverdunners of stookolie, die explosieve dampen of mengsels kunnen vormen wanneer ze met de zuiglucht worden opgewerveld, evenals aceton, onverdunde zuren en oplosmiddelen, omdat deze de aan het apparaat gebruikte materialen aantasten.
  • Nooit reactief metaalstof (bijv. aluminium, magnesium, zink) opvegen of opzuigen. Deze vormen in verbinding met sterk alkalische of zure reinigingsmiddelen explosieve gassen.
  • Geen brandende of gloeiende voorwerpen opvegen of opzui-gen.
  • Het apparaat niet geschikt om stoffen op te vegen die gevaarlijk zijn voor de gezondheid.
  • De machine mag niet in gesloten ruimtes worden gebruikt.
  • Het verblijf in de gevarenzone is verboden. Het gebruik in explosiegevaarlijke ruimten is verboden.
  • Het meenemen van begeleidende personen is niet toegestaan.
  • Het duwen/trekken of transporteren van voorwerpen met dit apparaat is niet toegestaan.

Geschikte oppervlakten voor het vegen

  • Asfalt
  • Industrievloeren
  • Estrik
  • Beton
  • Straatstenen

Toebehoren en reserveonderdelen

Gebruik alleen origineel toebehoren en originele reserveonderdelen. Deze garanderen een veilige en storingsvrije werking van het apparaat. Informatie over toebehoren en reserveonderdelen vindt u onder www.kaercher.com.

Leveringsomvang

De leveringsomvang van het apparaat is op de verpakking afgebeeld. Controleer de inhoud bij het uitpakken op volledigheid. Bij ontbrekend toebehoren of bij transportschade neemt u contact op met uw distributeur.

Beschrijving apparaat

Afbeelding apparaat

Afbeelding B

Veegmachine

Positie 1

① Stoel (met stoelcontactschakelaar)
②Stuurwiel
③ Cycloonafscheider
④Greep met vergrendeling
⑤Apparaatkap
⑥Werkverlichting
⑦Zijbezem (rechts)
⑧Voorwiel
⑨Toegang veegwals
⑩Sjorpunt
⑪ Typeplaatje
⑫Zwaailicht
⑬ Apparaatkap (rechts)
⑭Afdekking (rechts)
⑮Achterpaneel
16 Achterwiel
⑰Afdekking (links)
18 Motorkap

Bedieningsveld

Positie 2

①Controle-elementen en display
②Parkeerrem
③Bedieningshendel veegwals optillen / neerlaten
④Controlelampje voor klep van vuilreservoir
⑤Bedieningshendel reservoirklep openen / sluiten
⑥Controlelampje vuilreservoir volledig omlaag
⑦Bedieningshendel vuilreservoir optillen / neerlaten
⑧ Sleutelschakelaar (contactslot)
⑨Bedieningshendel zijbezem optillen / neerlaten
⑩Rijrichtingsschakelaar
⑪ Schakelaar zwaailicht
⑫Schakelaar werkverlichting
⑬Schakelaar claxon
⑭ Schakelaar blazer / filterreiniging

Pedalen

Positie 3

①Rempedaal
②Rijpedaal

Controle-elementen en display

Positie 4

① Waarschuwingslampje oliedruk
②Controlelampje brandstofreserve
③ Waarschuwingslampje accu
④Controlelampje werkverlichting
⑤Controlelampje knipperlicht (functie alleen met conversie voor verkeer op de weg)
⑥Controlelampje filterreiniging
⑦Controlelampje parkeren

⑧Zonder functie

⑨ Waarschuwingslampje koelwatertemperatuur

⑩Controlelampje blazer

⑪Knop voor laag motortoerental

⑫Knop voor hoog motortoerental

⑬Display

Optionele uitrusting

Comfortcabine (gesloten) 2.853-201.7
Beschermcabine (open) met voorruit en ruiten-wisser2.851-269.7
Beschermcabine 2.851-267.7
Beschermdak 2.852-595.7
Lekvrije banden (non-marking) 4.515-328.0
Banden (met lucht gevuld) 4.515-332.0
blauwe schijnwerper (voorkant) 2.853-202.0
blauwe schijnwerper (voor en achter) 2.853-203.0
Achterlicht 2.853-204.0
Standaard verlichtingsset 2.853-205.0
Verlichtingsset voor verkeer op de weg2.853-207.0
Toelatingsset voor verkeer op de weg2.853-208.0
Veiligheidsgordel6.981-140.0
Tweede zijbezem (links)2.851-273.0
Snelheidsregeling voor zijborstel (rechts)2.853-507.0
Afdekking voor zijborstel2.851-286.0
Watersproeisysteem voor zijborstels2.853-214.0
Rubberen schokdemper2.852-620.0
Rambescherming zijbezem (rechts)2.853-211.0
Rambescherming zijbezems (aan beide zijden)2.853-210.0
Aanbouwset stofzuiger voor natte/droge be-standdelen NT 22/1 Bp2.852-814.0
Aanbouwset stofzuiger voor natte/droge be-standdelen NT 22/1 Bp (cabine)2.853-161.0
Aanbouwset voor het vegen van licht afval2.853-212.0

Bedieningshendel

Afbeelding X

① Bedieningshendel vuilreservoir
② Bedieningshendel reservoirklep
③Bedieningshendel veegwals
④Bedieningshendel zijbezems

Instructie

De hendels moeten zo lang in de gewenste positie worden gehouden totdat de respectieve mechanische beweging is voltooid.

Bedieningshendel vuilreservoir

Naar achter:Vuilreservoir optillen
Naar vorenVuilreservoir neerlaten

Bedieningshendel veegwals

Naar achter:Veegwals optillen
Naar vorenVeegwals neerlaten

Bedieningshendel reservoirklep

Naar achter:Reservoirklep sluiten
Naar vorenReservoirklep openen

Bedieningshendel zijbezems

Naar achter:Zijbezem heffen
Naar vorenZijbezems neerlaten

Display

Afbeelding C

①Motortoerental in 1/min
②Spanning van de batterij in V
③Bedrijfsuren van de machine

Functie

De veegmachine werkt volgens het stofferprincipe.

  1. De roterende zijbezem reinigt hoeken en randen van het veegoppervlak en transporteert het veeggoed in de baan van de veegwals.
  2. De roterende veegwals transporteert het veeggoed direct in het vuilreservoir.
  3. Het opgewaaide stof in het vuilreservoir wordt via een stoffilter gescheiden en de zuigventilator zuigt de gefilterde lucht af.
  4. De reiniging van het stoffilter gebeurt automatisch tijdens het gebruik en kan ook worden gestart met de schakelaar "Filter-reiniging".

Vooringebruikneming

Aanwijzingen voor het afladen

⚠ GEVAAR

Risico op ongevallen bij het afladen van de machine

Gebruik bij het afladen van de machine een geschikte oprijplank. Gebruik geen vorkheftruck voor het afladen/verladen van de machine.

Neem het gewicht van de machine in acht bij het afladen/verla- den.

Afbeelding A

  1. Gebruik de bijgeleverde planken om een oprijplank te bouwen volgens de tekening.
  2. Verpakkingsbanden van kunststof lossnijden en verpakkingsfolie verwijderen.
  3. De spanbandbevestiging bij de bevestigingspunten verwijderen.
  4. De gemarkeerde vloerplanken en het vierkante hout op de pallet losschroeven.
  5. De planken op de kant van de pallet leggen en zodanig uitlijnen dat ze onder de wielen van de machine liggen. De planken vastschroeven.
  6. Plaats het vierkante hout als ondersteuning onder de planken.
  7. Verwijder de houten blokken die de wielen op hun plaats houden.
  8. Parkeerrem loszetten.
  9. De machine voorzichtig van de pallet rijden via de gemaakte oprijplank, zie De veegmachine met eigen aandrijving bewegen (het apparaat is klaar voor gebruik) of van de pallet schuiven, zie Veegmachine bewegen zonder eigen aandrijving

Parkeerrem vergrendelen / ontgrendelen

Vergrendelen

  1. Het rempedaal ingetrapt houden en aan de remhendel trekken.

Ontgrendelen

  1. Het rempedaal ingetrapt houden en de remhendel ontgrendelen.

Veegmachine bewegen zonder eigen aandrijving

Afbeelding J

①Vrijloopschroef

Afbeelding I

①Vrijloopsleutel

  1. De vrijloopschroef losdraaien om het apparaat te verschuiven. a De motorkap openen. b De vrijloopschroef losdraaien met de vrijloopsleutel.
  2. De parkeerrem ontgrendelen.
  3. De machine verschuiven.

Instructie

De veegmachine niet over lange afstanden en niet sneller dan 10 km/u zonder eigen aandrijving bewegen.

Instructie

De vrijloopschroef weer vastschroeven na het verschuiven.

De veegmachine met eigen aandrijving bewegen (het apparaat is klaar voor gebruik)

1 De vrijloopschroef van het apparaat weer vastschroeven na het verschuiven.

a Parkeerrem bedienen.

b De vrijloopschroef vastschroeven met de vrijloopsleutel.

c De afdekking en de motorkap sluiten.

Inbedrijfstelling

Veiligheidsinstructies inbedrijfstelling

Voor de inbedrijfstelling de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van de motor lezen en in het bijzonder de veiligheidsinstructies in acht nemen.

Gasfles monteren/vervangen

GEVAAR

Gevaar van letsels

Bij de omgang met gasflessen bestaat een risico op letsel en dood.

Neem de veiligheidsrichtlijnen voor vloeibaar-gasmotorvoertui- gen in acht.

IJsvorming en schuimende gele aanslag op de gasfles duiden op lekkage.

De flessen mogen alleen door getraind personeel worden vervangen.

Drijfgasflessen mogen niet worden vervangen in gesloten ruimten of in ondergrondse ruimten.

Rook niet en gebruik geen open vuur tijdens de flessenwissel.

Sluit bij de flessenwissel het afsluitventiel van de vloeibaar-gas-fles goed af en plaats onmiddellijk de beschermkap op de lege fles.

Er moeten verwisselbare flessen met typegoedkeuring en een inhoud van 11 kg worden gebruikt.

LET OP

Materièle schade

Het gebruik van een onjuist gasmengsel kan leiden tot defect van de motor.

Vloeibaar-gasmengsels van propaan en butaan zijn toegestaan. Het propaangehalte moet ten minste 90% zijn.

Afbeelding D

①Beugelsluiting

②Gasafnameventiel

③Beschermkap

④Gasslang met wartelmoer

  1. De apparaatkap rechts openen.
  2. De toegang tot de gasfles openen.
  3. Het gasafnameventiel sluiten door het rechtsom te draaien.
  4. De gasslang losschroeven door deze rechtsom te draaien (sleutelmaat 30 mm).
  5. De beschermkap op het aansluitventiel van de gasfles schroeven.
  6. De beugelsluiting openen.
  7. De gasfles vervangen.

a Installatiepositie: Aansluiting (ringopening) moet naar beneden wijzen.

  1. De beschermkap van het aansluitventiel van de gasfles afschroeven.
  2. De beugelsluiting sluiten.
  3. De gasslang op het aansluitventiel van de gasfles schroeven door deze linksom te draaien (sleutelmaat 30 mm).
  4. Het gasafnameventiel openen door het linksom te draaien.
  5. De apparaatkap en de toegang tot de gasfles sluiten.

Werking

Werkzaamheden vóór het begin van de werking

Instructie

Voor de procedures van de genoemde werkzaamheden, zie Onderhoudswerkzaamheden

  1. Het motoroliepeil controleren.

  2. Het vulniveau in het expansievat van de koelvloeistof controleren.

  3. De veegwals en de zijbezems controleren op erin verstrikte linten.
  4. De wielassen controleren op erin verstrikte linten.
  5. De cycloonafscheider en het luchtfilter controleren en indien nodig reinigen.
  6. De werking van alle bedieningselementen testen.
  7. De machine controleren op schade.
  8. Het stoffilter reinigen.

Bestuurdersstoel instellen

⚠ GEVAAR

Gevaar voor ongevallen

Stel de bestuurdersstoel alleen bij een stilstaand apparaat in.

Afbeelding S

①Gewichtsinstelling
②Hoogteverstelling van de armleuning
③Hoekverstelling van de rugleuning
④Verstelhendel stoelpositie

  1. De vering van de stoel aan het lichaamsgewicht aanpassen door aan de verstelling te draaien.
  2. De hoogte van de armleuning aanpassen door aan het mechanisme onder de armleuning te draaien.
  3. De hoek van de rugleuning aanpassen door aan de verstelling te draaien.
  4. Door een druk op de verstelhendel het vergrendelingsmechanisme ontgrendelen en de stoelpositie aanpassen aan de lichaamslengte.

Machine starten

Instructie

Om de machine te starten, moet de motorkap gesloten zijn en moet de bestuurder op de bestuurdersstoel zitten.

Instructie

De veegmachine wordt 3 seconden na het verlaten van de stoel uitgeschakeld.

Afbeelding E

  1. Het gasafnameventiel openen door het linksom te draaien.
  2. Plaats nemen op de bestuurdersstoel.

De stoelcontactschakelaar wordt bediend.

  1. De rijrichtingschakelaar in de middenpositie zetten.
  2. Contactsleutel in het contactslot steken.

Instructie

Laat de contactsleutel nooit langer dan 10 seconden in stand "II" staan. Voor een nieuwe startpoging, minstens 10 seconden wachten.
5. Motor starten

a Het rempedaal ingedrukt houden.
b De contactsleutel naar de stand "l" draaien en deze 3 seconden in die stand houden.
c De contactsleutel naar de stand "II" draaien.

De motor start.

Machine rijden

⚠ GEVAAR

Verwondingsgevaar door abrupt stoppen!

De machine komt abrupt tot stilstand zodra de bestuurdersstoel niet meer bezet is.

Sta tijdens het rijden niet op van de bestuurdersstoel.

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar voor ongevallen bij achteruitrijden!

Er is een verhoogd risico op ongevallen bij achteruitrijden.

Voordat u achteruit rijdt, moet u controleren dat u niemand in ge- vaar brengt, let vooral op kinderen. Laat u indien nodig bijstaan door een andere persoon.

Let bij het achteruitrijden op de gehele omgeving.

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar voor ongevallen bij rijden met opgetild vuilreservoir!

Bij het rijden met het vuilreservoir omhoog is er een verhoogd risico op ongevallen door een verandering in het zwaartepunt van de machine.

Rijd niet met het vuilreservoir omhoog.

LET OP

Beschadigingsgevaar van de aandrijving!

Schokkerige bediening van het rijpedaal kan de aandrijving beschadigen.

Bedien het rijpedaal altijd langzaam en voorzichtig.

Breng de machine tot stilstand voordat u van vooruit naar achter- uit of vice versa schakelt.

LET OP

Beschadigingsgevaar

Rijden over obstakels kan schade aan de machine veroorzaken. Vaste obstakels tot 70 mm hoog langzaam en voorzichtig overrijden. Vaste hindernissen van meer dan 70 mm hoogte mogen alleen met een geschikte oprijplank worden overreden.

  1. Het motortoerental verhogen door op de knoppen "hoog motortoerental" te drukken.
  2. De rijrichtingschakelaar in de stand "Vooruitrijden" of "Achteruitrijden" zetten.
  3. De voet van het rempedaal nemen.
  4. Het rijpedaal voorzichtig intrappen en de rijsnelheid traploos regelen.
    Bedien het rijpedaal niet met schokken.
  5. Bepaal de rijrichting met het stuurwiel.
  6. Het rijpedaal loslaten om de snelheid te verminderen. Het rempedaal kan worden ingetrapt om het remeffect te vergroten.

Veegbedrijf

Vegen met veegwals en zijbezems

⚠ GEVAAR

Verwondingsgevaar door abrupt stoppen!

De machine komt abrupt tot stilstand zodra de bestuurdersstoel niet meer bezet is.

Sta tijdens het rijden niet op van de bestuurdersstoel.

LET OP

Beschadigingsgevaar door het opvegen van linten en touwtjes!

Als lange, flexibele voorwerpen zoals linten of touwtjes worden opgeveegd, kunnen deze het veegmechanisme beschadigen.
Rij niet met de machine of de zijbezem over lange, flexibele voorwerpen zoals linten of touwtjes en veeg dergelijke voorwerpen niet op.

Instructie

Voor een optimaal reinigingsresultaat moet de rijsnelheid aangepast zijn aan de omstandigheden.

Instructie

Tijdens het vegen wordt het stoffilter om de 10 minuten automatisch gereinigd. In de tussentijd kan de reiniging handmatig worden gestart.

Instructie

Bij het vegen van droge vloeren de blazer inschakelen.

Bij het vegen van natte en vochtige vloeren de blazer uitschakelen om te voorkomen dat het stoffilter nat wordt.

  1. Om te vegen, de klep van het vuilreservoir openen.

  2. De veegwals neerlaten.

- Om zijranden te vegen, ook de zijbezem neerlaten.

Risico op letsel door omkantelen van de machine

Bij het ledigen op hellingen of zachte ondergrond kan de machine omkantelen door de verschuiving van het zwaartepunt, en zo personen verwonden.

Ledig het vuilreservoir alleen als de machine op een vlakke, stevige ondergrond staat.

△WAARSCHUWING

Risico op letsel door schokken en pletten

Bij het optillen of neerlaten van het vuilreservoir kunnen mensen gewond raken doordat ze tussen het vuilreservoir en de container worden geduwd of geplet.

Zorg ervoor dat zich bij het ledigen geen personen in het zwenkbereik van het vuilreservoir bevinden.

⚠ WAARSCHUWING

Risico op letsel door bewegende delen van de machine

Het mechanisme van het vuilreservoir kan lichaamsdelen pletten of afrukken, vooral vingers.

Raak geen bewegende delen aan tijdens het ledigen.

⚠ WAARSCHUWING

Verwondingsgevaar door het neerlaten van het vuilreservoir!

Het opgetilde vuilreservoir kan abrupt worden neergelaten en ernstig letsel veroorzaken door beknelling en beklemming. Stap niet onder het onbeveiligde vuilreservoir.

Zet het opgetilde vuilreservoir goed vast met de meegeleverde veiligheidsbeugel voordat u onder het vuilreservoir stapt.

LET OP

Gevaar voor letsel door rondvliegend veeggoed

De veegwals die tijdens het ledigen draait, kan veeggoed weg- slingeren, wat letsels kan veroorzaken.

Zorg ervoor dat er zich geen personen voor het voertuig bevinden wanneer het vuilreservoir omhoog staat.

Instructie

Met het ledigen op hoog niveau van de machine kan het vuilreservoir worden geledigd in bijv. een afvalcontainer (voor de maximale loshoogte zie hoofdstuk Technische gegevens).

  1. De machine voor de losplaats positioneren.

LET OP

Zorgen voor voldoende vrije ruimte achter en boven het vuilreservoir.

Optillen:

  1. De bedieningshendel "Zijbezems omhoog / omlaag" op "Omhoog" zetten en in die stand houden totdat de zijbezems volledig omhoog staan.

  2. De bedieningshendel "Veegwals omhoog/omlaag" op "Omhoog" zetten en in die stand houden totdat de veegwals volledig omhoog staat. De veegwals gaat omhoog.

  3. De bedieningshendel "Reservoirklep openen / sluiten" op "sluiten" zetten.

Het controlelampje brandt rood.

Ledigen:

  1. De bedieningshendel "Vuilreservoir omhoog / omlaag" op "Omhoog" zetten en in die stand houden totdat de gewenste hoogte is bereikt.

Het controlelampje brandt rood.

  1. Langzaam tegen het reservoir rijden.

  2. De parkeerrem vergrendelen.

  3. De bedieningshendel "Reservoirklep openen / sluiten" op "openen" zetten.

Het vuilreservoir wordt geleegd.

Het controlelampje brandt groen.

  1. De bedieningshendel "Reservoirklep openen / sluiten" op "sluiten" zetten.

De reservoirklep wordt gesloten.

Het controlelampje brandt rood.

  1. De parkeerrem ontgrendelen.

Neerlaten:

  1. De machine ca. 2 m weg van de losplaats weg rijden.

LET OP

Zorgen voor voldoende vrije ruimte achter en onder het vuilreservoir.

  1. De bedieningshendel "Vuilreservoir omhoog / omlaag" op "omlaag" zetten en in die stand houden totdat het vuilreservoir de eindpositie heeft bereikt.
    Het controlelampje brandt groen.

Machine uitschakelen

  1. De machine horizontaal parkeren.
  2. De veegwals en de zijbezem optillen.
  3. De reservoirklep sluiten.
  4. Het rempedaal ingetrapt houden en de parkeerrem vergrendelen.
  5. De sleutelschakelaar op "0" zetten en de sleutel eruit trekken.
  6. Gasafnameventiel sluiten door het rechtsom te draaien.

Afbeelding F

Vervoer

LET OP

Transportschade

Rekening houden met het leeggewicht (transportgewicht) van de machine bij transport op aanhangwagens of voertuigen.

Bij het transport in voertuigen het apparaat conform de plaatselijk geldende richtlijnen borgen tegen wegglijden en omkantelen.

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar door lekkend gas

Bij het transporteren van de machine kunnen door schokken en abrupte bewegingen verbindingen van gasvoerende onderdelen losraken waardoor gas kan ontsnappen.

Vóór ieder vervoer controleren of het gasafnameventiel op de gasfles gesloten is.

Het volgende in acht nemen bij het transporteren van de machine:

  • De contactsleutel op de stand "0" draaien en uittrekken.
  • De parkeerrem vergrendelen.
  • De machine vastzetten aan de sjorpunten (4x) met spanriemen, touwen of kettingen.
  • De machine bij de wielen borgen met wiggen.
    • De accu loskoppelen.

Opslag

Het volgende in acht nemen bij het opslaan van de machine:

  • De veegmachine parkeren op een vlakke ondergrond in een droge, vorstvrije omgeving. Met een dekzeil beschermen tegen stof.
  • De veegmachine en de zijbezems optillen zodat de borstels niet beschadigd raken.
  • De reservoirklep sluiten.
  • De contactsleutel op de stand "0" draaien en de sleutel uittrekken.
  • De parkeerrem vergrendelen.
  • De veegmachine borgen tegen wegrollen.
  • Het gasafnameventiel van de gasfles sluiten.
  • De machine, met name de vloeibaar-gasflessen en de verbindingen ervan regelmatig laten controleren door een gekwalificeerd persoon in overeenstemming met de nationale voorschriften.

Als de veegmachine langere tijd niet wordt gebruikt, daarenboven letten op het volgende:

• De motorolie verversen
- De gasfles verwijderen en rechtop bewaren in een geschikte ruimte.
- Als er kans op vorst is, het koelwater aftappen of controleren of het voldoende antivries bevat.
- De binnen- en buitenkant van de veegmachine reinigen.
• De accu loskoppelen
- De accu opladen en ongeveer elke 2 maanden bijladen.

Verzorging en onderhoud

⚠ WAARSCHUWING

Levens-, letsel- en beschadigingsgevaar!

Bij verzorging en onderhoud van de machine bestaat levensgevaar, letsel- en beschadigingsgevaar als de veiligheidsinstructies niet in acht worden genomen!

Neem alle veiligheidsinstructies voor verzorging en onderhoud in acht die in het hoofdstuk Veiligheidsinstructies aan het begin van deze gebruiksaanwijzing staan.

Reiniging van het apparaat

LET OP

Kortsluitingen of andere schade. Reinig het apparaat niet met een slang of een hogedrukstraal.

LET OP

Ondeskundige reiniging

Beschadigingsgevaar.

Gebruik geen schurende of agressieve reinigingsmiddelen.

⚠ GEVAAR

Gezondheidsrisico door stof

Voor inwendige reiniging met perslucht.

Draag een stofmasker en een veiligheidsbril.

Binnenkant van de machine reinigen

  1. De machine uitschakelen, zie Machine uitschakelen
  2. De machine reinigen met een doek
  3. De machine uitblazen met perslucht.

Buitenkant van de machine reinigen

  1. De machine uitschakelen, zie Machine uitschakelen.
  2. Maak de buitenkant van de machine schoon met een doek die met een mild zeepsop werd bevochtigd.

Onderhoudsintervallen

Instructie

Om tegemoet te komen aan de garantie-eisen, moeten tijdens de garantielooptijd alle service- en onderhoudswerkzaamheden door een geautoriseerde service conform de inspectiechecklist (ICL) worden uitgevoerd.

  • De bedrijfsurenteller geeft het tijdstip van de onderhoudsintervallen aan.
  • De intervallen voor service- en onderhoudswerkzaamheden door de klant/exploitant staan vermeld in hoofdstuk Onderhoud door de klant. De werkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een gekwalificeerde expert. Raadpleeg indien nodig een Kärcher-vakhandelaar of -service.
  • Overige onderhoudswerkzaamheden dienen door de erkende service te worden uitgevoerd overeenkomstig de inspectie-checklist. Neem tijdig contact op met de service.

Onderhoud door de klant

Instructie

De volgende onderhoudswerken moeten worden uitgevoerd door een gekwalificeerde vakman, raadpleeg indien nodig een Kärcher-vakhandelaar of servicedienst.

Werkzaamheden aan het hydraulisch systeem mogen alleen door de erkende servicedienst worden uitgevoerd.

Dagelijks:

  1. Het motoroliepeil controleren.
  2. Het vulniveau in het expansievat van de koelvloeistof controleren.
  3. De cycloonafscheider controleren en indien nodig reinigen.
  4. De luchtfilter controleren en indien nodig reinigen.
  5. De wielassen verifiëren op erin verstrikte linten.
  6. De veegwals en de zijbezems controleren op slijtage en erin verstrikte linten.
  7. Werking van alle bedieningselementen controleren.
  8. De machine onderzoeken op schade.

Wekelijks:

⚠ WAARSCHUWING

Verwondingsgevaar door het neerlaten van het vuilreservoir!

Het opgetilde vuilreservoir kan abrupt worden neergelaten en ernstig letsel veroorzaken door beknelling en beklemming.

Stap niet onder het onbeveiligde vuilreservoir.

Zet het opgetilde vuilreservoir goed vast met de meegeleverde veiligheidsbeugel voordat u onder het vuilreservoir stapt.

  1. Controleer of alle bewegende delen soepel bewegen, smeer ze indien nodig of laat ze repareren.

Instructie

Voor alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden waarbij het vuilreservoir is opgetild, de veiligheidsbeugel inbouwen.

  1. Het gasleidingsysteem controleren op lekkage.

  2. De afdichtlijsten op de veegwalskast controleren op juiste afstelling en slijtage, de afstelling indien nodig corrigeren en versleten afdichtlijsten vervangen.

  3. De afdichtlijsten op de reservoirklep van het vuilreservoir controleren op beschadiging en indien nodig vervangen.
  4. De veegwals controleren op slijtage en beschadiging, en indien nodig vervangen.
  5. De zijbezem of zijbezems controleren op slijtage en beschadiging, en indien nodig vervangen.
  6. Het stoffilter controleren op verontreiniging en beschadiging, indien nodig vervangen en de stoffilterkast reinigen.
  7. Het hydraulisch systeem controleren op lekken en indien nodig laten repareren.
  8. De hydraulische-oliekoeler reinigen.
  9. Het hydraulische-oliepeil controleren.
  10. De waterkoeler reinigen.
  11. Het niveau van de remvloeistof controleren.
  12. Het mechanisme van de reservoirklep controleren en indien nodig smeren.

Naar gelang van slijtage:

  1. Versleten afdichtlijsten vervangen.
    23.Versleten veegwals vervangen.
  2. Versleten zijbezems vervangen.

Onderhoud door de klantenservice

Instructie

Om tegemoet te komen aan garantie-eisen moeten tijdens de garantielooptijd alle service- en onderhoudswerkzaamheden door een geautoriseerde Kärcher-klantenservice conform de inspectiechecklist worden uitgevoerd.

  • Eerste inspectie na 50 bedrijfsuren
  • Onderhoud na 250 / 500 / 1000 / 1500 / 2000 bedrijfsuren

Onderhoudswerkzaamheden

Voorbereiding

  1. De veegmachine op een vlakke ondergrond parkeren.
  2. De contactsleutel op de stand "0" draaien en sleutel uittrekken.
  3. De parkeerrem vergrendelen.
  4. Het gasafnameventiel sluiten door het rechtsom te draaien.

Veiligheidsinstructies voor onderhoud

Instructie

Afgewerkte olie en vloeistoffen zoals diesel en motorolie die tijdens onderhoudswerkzaamheden vrijkomen, belasten het milieu. Laat gebruikte olie alleen afvoeren door een gespecialiseerd bedrijf en verwijder lekkende vloeistoffen op een milieuvriendelijke manier.

Instructie

Voordat u werkzaamheden gaat uitvoeren onder het opgeheven vuilreservoir moet het vuilreservoir worden beveiligd tegen vallen, zie Vuilreservoir borgen.

Vuilreservoir borgen

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar van beknelling

Een vallend vuilreservoir kan kneuzingen en botbreuken veroorzaken.

Voordat er werkzaamheden onder het opgeheven vuilreservoir worden uitgevoerd, moet dit worden beveiligd.

De beveiliging alleen van buiten de gevarenzone uitvoeren.

Afbeelding W

①Houder
②Veiligheidsstang
1. De veiligheidsstang omhoog klappen en in de houder plaatsen.

De gasfleshouder verwijderen

⚠ GEVAAR

Gevaar van letsels

Bij de omgang met gasflessen bestaat een risico op letsel en dood.

Neem de veiligheidsrichtlijnen voor vloeibaar-gasmotorvoertui- gen in acht.

IJsvorming en schuimende gele aanslag op de gasfles duiden op lekkage.

De gasfles mag alleen door opgeleid personeel worden verwijderd.

Drijfgasflessen mogen niet worden verwijderd in gesloten ruimten of in ondergrondse ruimten.

Rook niet en gebruik geen open licht wanneer u de gasfles verwijdert.

Sluit bij het verwijderen van de gasfles het afsluitventiel van de vloeibaar-gasfles goed af en plaats onmiddellijk de beschermkap op de fles.

Afbeelding D

①Beugelsluiting
②Gasafnameventiel
③Beschermkap
④Gasslang met wartelmoer

  1. De apparaatkap rechts openen.
  2. De toegang tot de gasfles openen.
  3. Het gasafnameventiel sluiten door het rechtsom te draaien.
  4. De gasslang losschroeven door deze rechtsom te draaien (sleutelmaat 30 mm).
  5. De beschermkap op het aansluitventiel van de gasfles schroeven.
  6. De beugelsluiting openen.
  7. De gasfles uitnemen.

Afbeelding N

①Schroef
②Gasfleshouder
8. De schroef eruit draaien.

Afbeelding M

①Schroef

  1. De schroeven in het voetgedeelte eruit schroeven.

  2. De gasfleshouder uitnemen.

De accu is nu toegankelijk.

  1. De inbouw gebeurt in de omgekeerde volgorde.
    a Inbouwpositie van de gasfles: Aansluiting (ringopening) moet naar beneden wijzen.

Accu inbouwen en aansluiten

De machine is standaard uitgerust met een onderhoudsvrije accu.

  1. De gasfleshouder uitbouwen, zie De gasfleshouder verwijderen.

Afbeelding G

①Pluspool
②Poolafdekking
③Minpool

  1. De accu in de accuhouder plaatsen.
  2. De houder aan de accubodem vastschroeven
  3. De poolklem (kabel met rode poolafdekking) aansluiten op de pluspool.
  4. De poolklem (kabel met zwarte poolafdekking) aansluiten op de minpool.
  5. De poolafdekkingen aanbrengen.
  6. De accupolen en de poolklemmen controleren op voldoende bescherming door poolbeschermingsvet.
  7. De accuafdekking aanbrengen.

Accu verwijderen

  1. De gasfleshouder uitbouwen, zie De gasfleshouder verwijderen.
  2. De accuafdekking verwijderen.
  3. De poolafdekkingen verwijderen van de minpool en de plus- pool.
  4. De poolklem loskoppelen van de negatieve pool.
  5. De poolklem loskoppelen van de positieve pool.
  6. De houders verwijderen van de accubodem.
  7. De accu uit de accuhouder nemen.
  8. Defecte accu's conform de geldende bepalingen afvoeren.

Accu laden

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar van letsels

Veiligheidsvoorschriften bij de omgang met accu's in acht ne- men.

De gebruiksaanwijzing van de fabrikant van het oplaadapparaat in acht nemen.

⚠VOORZICHTIG

Beschadigingsgevaar

Onjuist opladen kan de accu onbruikbaar maken.

Accu alleen met een geschikt oplaadapparaat opladen.

  1. Alle celdoppen eruit schroeven (alleen bij onderhoudsarme accu).
  2. De pluskabel van het oplaadapparaat verbinden met de pluspool van de accu.

  3. De minkabel van het oplaadapparaat verbinden met de minpool van de accu.

  4. De netstekker in het stopcontact steken en het oplaadapparaat inschakelen. a De accu met een zo klein mogelijke laadstroom laden.

  5. Wanneer de accu opgeladen is, eerst het oplaadapparaat van het stroomnet afkoppelen en pas daarna van de accu loskoppelen.

  6. De celdoppen erin schroeven. (alleen bij onderhoudsarme accu)

Remvloeistofpeil controleren en bijvullen

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar van beknelling

Een vallend vuilreservoir kan kneuzingen en botbreuken veroorzaken.

Voordat er werkzaamheden onder het opgeheven vuilreservoir worden uitgevoerd, moet dit worden beveiligd.

De beveiliging alleen van buiten de gevarenzone uitvoeren.

Afbeelding H

①Veiligheidsstang
②Afsluitdeksel
③Remvloeistofreservoir

  1. Het vuilreservoir omhoog brengen en met de veiligheidsstang borgen.

  2. Controleren of er voldoende remvloeistof in het remvloeistofreservoir zit.

Instructie

Het vloeistofniveau moet tussen MIN en MAX liggen.

  1. Indien nodig DOT-remvloeistof bijvullen, zie Technische gegevens.

Motoroliepeil controleren en olie bijvullen

⚠VOORZICHTIG

Gevaar voor brandwonden

Hete motordelen kunnen brandwonden veroorzaken.

De motor laten afkoelen voordat u de werkzaamheden uitvoert.

Afbeelding R

①Olievuldop
②Oliepeilstok

  1. De oliepeilstok eruit trekken.
  2. De peilstok afvegen met een doek en hem in de opening voor de peilstok steken.
  3. De oliepeilstok eruit trekken.
  4. Het oliepeil aan de oliepeilstok aflezen.

a Het oliepeil moet tussen de "MIN"- en "MAX"-markering liggen.

b Ligt het oliepeil onder de "MIN"-markering, dan motorolie bijvullen.

  1. De peilstok in de opening voor de peilstok steken.
  2. De olievuldop verwijderen.
  3. De motorolie in de olievulopening vullen.

a Oliesoort zie Technische Gegevens.

b Motor niet boven "MAX"-markering vullen.

  1. De olievulopening afsluiten met de olievuldop.
  2. Vijf minuten wachten.
    10.Motoroliepeil opnieuw controleren.

Motorolie en motoroliefilter vervangen

⚠VOORZICHTIG

Gevaar voor brandwonden

Hete motorolie kan brandwonden veroorzaken.

De motor laten afkoelen voordat u de werkzaamheden uitvoert.

Afbeelding Z

①Olieaftapplug

  1. Een opvangbak voor minstens 6 liter motorolie klaarzetten.
  2. De olievuldop verwijderen.
  3. De opvangbak onder de olieaftapplug positioneren.
  4. De olieaftapplug eruit draaien.
  5. Wachten tot er geen olie meer uittreedt.

Afbeelding Y

①Oliefilter

  1. Het oliefilter eruit schroeven.
  2. De opname en afdichtvlakken op de motor reinigen.
  3. De afdichting van het nieuwe oliefilter voor het inbouwen licht met olie insmeren.
  4. Het nieuwe oliefilter inschroeven en handvast aanhalen.
  5. De olieaftapplug inclusief een nieuwe afdichting erin schroeven. (Aanhaalmoment: 25 Nm)
  6. De motorolie in de olievulopening vullen. (Vulhoeveelheid en soort, zie Technische Gegevens.)
  7. De olievulopening afsluiten met de olievuldop.
    13.De motor ca. 10 seconden laten draaien.
  8. Het motoroliepeil controleren.

Peil hydraulische olie controleren en hydraulische olie bijvullen

Afbeelding L

①Afsluitdop en olievulopening
②Oliekijkglas

Instructie

Tijdens deze werkzaamheden mag het vuilreservoir niet omhoog staan.

  1. Het peil van de hydraulische olie controleren via het oliekijk- glas.

a Het oliepeil moet tussen de "MIN"- en "MAX"-markering liggen.
b Ligt het oliepeil onder de "MIN"-markering, dan hydraulische olie bijvullen.

  1. De olievuldop verwijderen van de olievulopening.

  2. De omgeving rond de vulopening reinigen.

  3. Hydraulische olie bijvullen. (Oliesoort zie Technische Gegevens)
  4. De olievulopening afsluiten met de afsluitdop.

Hydraulisch systeem controleren

Instructie

Contact opnemen met de klantenservice als er lekken worden gedetecteerd in het hydraulische systeem.

  1. De parkeerrem vergrendelen.
  2. De motor starten.
  3. Alle hydraulische slangen en aansluitingen controleren op lekken.

Koelvloeistofpeil controleren

Afbeelding O

① Expansievat koelvloeistof

Instructie

De motor moet koud zijn voor een correcte indicatie van het vulniveau.

  1. Het vulniveau aflezen op het expansievat van de koelvloeistof. a Het vulniveau moet tussen de markeringen MIN en MAX liggen.

Water/hydraulische-oliekoeler controleren en reinigen

⚠VOORZICHTIG

Gevaar voor brandwonden

Hete motordelen kunnen brandwonden veroorzaken.

De motor laten afkoelen voordat u de werkzaamheden uitvoert.

  1. Het koelvloeistofpeil van de koeler wordt gecontroleerd op het expansievat van de koelvloeistof. Zie Koelvloeistofpeil controleren
  2. Koelribben reinigen. Verontreinigingen verwijderen met een zachte borstel, perslucht of water onder lage druk.
  3. Koelerslangen en aansluitingen controleren op lekken.
  4. Ventilator reinigen.

Veegwals controleren op erin verstrikte linten

  1. De motor starten.
  2. Het vuilreservoir tot aan de eindpositie optillen.
  3. De motor afzetten.
  4. De parkeerrem vergrendelen.

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar van beknelling

Een vallend vuilreservoir kan kneuzingen en botbreuken veroorzaken.

Voordat er werkzaamheden onder het opgeheven vuilreservoir worden uitgevoerd, moet dit worden beveiligd.

De beveiliging alleen van buiten de gevarenzone uitvoeren.

  1. Het vuilreservoir borgen met de veiligheidsstang.

  2. De veegwals controleren op erop opgerolde linten en touwen, en deze verwijderen.

  3. De veiligheidsstang inklappen.

  4. De motor starten.

  5. Het vuilreservoir neerlaten tot de eindpositie.

  6. De motor afzetten.

Veegwals controleren op slijtage

  1. De deur naar de veegwals afsluiten.
  2. De deur naar buiten zwenken.
  3. De mate van slijtage van de veegwals aflezen op de schaal-verdeling.
  4. Als de slijtagegraad aan het einde van de rode zone is, moet er een nieuwe veegwals worden geïnstalleerd.

Afbeelding AC

Veegwals vervangen

Afbeelding AB

①Deur
②Greepschroef
③Veegwalshouder
④Veegwals

  1. De deur afsluiten.
  2. De deur naar buiten zwenken.
  3. De greepschroef lossen.
  4. De veegwalshouder naar buiten zwenken.
  5. De veegwals eruit trekken.
  6. De nieuwe veegwals inbouwen.

a De veegwals in de juiste montagepositie in de tegenoverliggende veegwalshouder voeren.

Afbeelding AG

Installatiepositie van de veegwals in de rijrichting (bovenaanzicht)

Instructie

De groeven op de veegwals moeten op de nokken van de tegen-overliggende veegwalshouder worden geplaatst.

b De naar buiten gezwenkte veegwalshouder terugzwenken.

c De greepschroef vastdraaien.

  1. De deur terugzwenken.
  2. De deur afsluiten.

Instructie

Na het installeren van de nieuwe veegwals moet het veegspoor opnieuw worden afgesteld.

Veegspoor van de veegwals controleren en instellen

  1. De blazer uitschakelen.
  2. Met de veegmachine op een vlak en glad vloeroppervlak rijden dat herkenbaar bedekt is met stof of krijt.
  3. De veegwals neerlaten en ongeveer 10 seconden ter plaatse laten draaien.
  4. De reservoirklep sluiten.
  5. Veegwals optillen.
  6. De machine achteruit wegrijden.
  7. Het veegspoor controleren.

Afbeelding AD

Het veegspoor moet een gelijkmatige rechthoek zijn met een breedte van a = 60 - 65 mm.

Afbeelding AE

①Veegspoorhendel
② Schaal
8. De hendel voor het veegspoor in een van de 4 standen zetten, afhankelijk van de mate van slijtage van de veegwals.

Het veegspoor van de zijbezem controleren en afstellen

  1. De zijbezem optillen.
  2. Met de veegmachine op een vlak en glad vloeroppervlak rijden dat herkenbaar bedekt is met stof of krijt.
  3. De veegwals en de zijbezem neerlaten en ongeveer 10 seconden ter plaatse laten lopen.
  4. De veegwals en de zijbezem optillen.
  5. De machine achteruit wegrijden.
  6. Het veegspoor controleren.

Afbeelding AF

Het veegspoor moet een breedte hebben van a = 40 - 50 mm en een maanvormige deelcirkel tussen 11 en 4 uur.

Afbeelding AH

①Hoekverstelling
②Lengteverstelling
7. Het veegspoor corrigeren met behulp van de hoek- en lengteverstelling.
8. Het veegspoor controleren.

Zijafdichtingen afstellen

Afbeelding AI

①Deur

②Afdichting

③Schroef (8x)

④Montageplaat

  1. Deur afsluiten.

  2. Deur naar buiten zwenken.

  3. De montageplaat lossen door de acht bevestigingsschroeven los te draaien.

  4. De afdichting zo uitlijnen dat er een afstand van 1 - 3 mm ten opzichte van de vloer is.

  5. De acht schroeven aanhalen.

  6. De deur aan de tegenoverliggende zijde openen.

Afbeelding AJ

①Montageplaat

②Vleugelmoer (4x)

③Afdichting

  1. De montageplaat lossen door de vier vleugelmoeren los te draaien.

  2. Lijn de afdichting zo uit dat er een opening van 1 - 3 mm ten opzichte van de vloer is.

  3. De vier vleugelmoeren vastdraaien.

Stoffilter handmatig reinigen

  1. Op de knop "Stoffilter reinigen" drukken.

Het stoffilter wordt gereinigd.

Stoffilter vervangen (zakfilter)

Het vuilreservoir is geledigd. Zie Vuilreservoir ledigen.

⚠VOORZICHTIG

Gezondheidsrisico vanwege fijn stof

Het inademen van fijn stof kan leiden tot aandoeningen van de luchtwegen.

Draag geschikte mond- en neusbescherming bij het vervangen van het stoffilter.

Afbeelding AK

① Apparaatkap

②Hefstang

③Filterafdekking

④Zakfilter

  1. De apparaatkap openen.

  2. De filterafdekking openen.

  3. De twee hefstangen van de filterafdekking lossen.

  4. De twee klemplaatjes op de hefstangen in het midden van het zakfilter steken, zoals afgebeeld.

Afbeelding AL

①Greepschroef

②Hefstang

  1. In ingevoerde stand, de twee hefstangen vastschroeven met de twee greepschroeven.

  2. Met twee personen het zakfilter eruit tillen.

  3. De twee hefstangen demonteren van het oude zakfilter en op het nieuwe zakfilter bevestigen.

  4. Met twee personen het nieuwe zakfilter plaatsen.

  5. De twee hefstangen demonteren van het nieuwe zakfilter.

  6. De twee hijsstangen aan de binnenkant van het deksel monteren.

  7. De filterafdekking dichtklappen en met de sluitingen vergrendelen.

12.De apparaatkap sluiten.

Stoffilter vervangen (vlak harmonicafilter)

Het vuilreservoir is geledigd. Zie Vuilreservoir ledigen.

⚠VOORZICHTIG

Gezondheidsrisico vanwege fijn stof

Het inademen van fijn stof kan leiden tot aandoeningen van de luchtwegen.

Draag geschikte mond- en neusbescherming bij het vervangen van het stoffilter.

Afbeelding AM

① Apparaatkap

②Filterafdekking

③Reinigingsinrichting

  1. De apparaatkap openen.

  2. De filterafdekking openen.

Afbeelding AN

①Reinigingsinrichting

②Vlak harmonicafilter

  1. De reinigingsinrichting omhoog klappen.

  2. De twee vlakke harmonicafilters eruit halen.

  3. De nieuwe vlakke harmonicafilters plaatsen.

  4. De reinigingsinrichting omlaag klappen.

  5. Het filterdeksel dichtklappen en met de sluitingen vergrendelen.

  6. De apparaatkap sluiten.

Stofffilter vervangen (rond filter)

Het vuilreservoir is geledigd. Zie Vuilreservoir ledigen.

⚠VOORZICHTIG

Gezondheidsrisico vanwege fijn stof

Het inademen van fijn stof kan leiden tot aandoeningen van de luchtwegen.

Draag geschikte mond- en neusbescherming bij het vervangen van het stoffilter.

Afbeelding AO

① Apparaatkap

②Filterafdekking

  1. De apparaatkap openen.

  2. De filterafdekking openen.

Afbeelding AP

①Rond filter

②Vergrendeling

  1. De vergrendeling lossen.

a De vergrendeling er volledig uittrekken.

b Met de klok mee draaien tot de vergrendeling vastklikt.

  1. Het filter verwijderen.

Instructie

Bij het plaatsen van het filter ervoor zorgen dat de gaten aan de voorkant van het filter op de bouten van de filterhouder zitten.

  1. Een nieuw filter plaatsen en de vergrendeling sluiten.

  2. Het filterdeksel dichtklappen en met de sluitingen vergrendelen.

  3. De apparaatkap sluiten.

V-riemspanning controleren

Afbeelding AR

Instructie

Als de V-riem niet kan worden ingedrukt zoals beschreven, moet de spanning van de V-riem worden aangepast door een erkende klantendienst.

  1. De V-riem tussen de riemschijven met de duim indrukken.

De V-riem moet tussen 7 en 9 mm kunnen worden ingedrukt.

Cycloonafscheider reinigen

Afbeelding AS

①Vleugelmoer

②Cycloonafscheider

  1. De vleugelmoer afschroeven en het deksel verwijderen.

  2. De binnenkant van de cycloonafscheider reinigen.

  3. Het deksel plaatsen en de vleugelmoer vastdraaien.

Zekeringen vervangen

De hoofdzekering (FU13), de alternatorzekering (FU14) en de zekering van het vermogensrelais (FU15) bevinden zich in de motorruimte.

Afbeelding V

①Hoofdzekering (FU13)

②Motorzekering (FU14)

③Zekering van het vermogensrelais (FU15)

De zekeringhouders bevinden zich onder het stuurwiel.

Afbeelding U

  1. Het deksel van de zekeringhouder verwijderen.
  2. De zekeringen controleren en defecte zekeringen vervangen.

Overzicht van de zekeringen

FU 01 Startmotor 15 A
FU 02 Magneetspoel 25 A
FU 03 Brandstofpomp 10 A
FU 04 Multifunctionele indicatie 10 A
FU 05 Trilsysteem en blazer 25 A
FU 06 Zwaailicht, claxon, Bluespot 15 A
FU 07 Knipperlicht (optioneel) 10 A
FU 08 Knipperlicht (optioneel) 10 A
FU 09 Verlichting links (optioneel) 7,5 A
FU 10 Werkverlichting 10 A
FU 11 Verlichting rechts (optioneel) 7,5 A
FU 12 Bestuurderscabine (optioneel), sto-fonderdrukking (optioneel)15 A
FU 13 Hoofdzekering 60 A
FU 14 Motor 60 A

Hulp bij storingen

Kleinere storingen kunt u met behulp van het volgende overzicht zelf verhelpen.

Bij alle niet vermelde storingen met de klantenservice (service) contact opnemen!

⚠ GEVAAR

Gevaar voor ongevallen en letsel door onbedoelde beweging van het voertuig

Schakel voor alle verzorgings- en onderhoudswerkzaamheden het voertuig uit en trek de contactsleutel eruit.

GEVAAR

Gevaar voor elektrische schokken

Koppel de accu bij werkzaamheden aan elektrische componenten los.

Reparatiewerkzaamheden en werkzaamheden aan elektrische componenten mogen alleen door de geautoriseerde klantenservice worden uitgevoerd.

FoutRemedie
Motor start nietOp de bestuurdersplaats plaatsnemen (stoelcontactschakelaar wordt geactiveerd)Startaccu controleren/ladenGasfles leeg, gasfles vervangenGasafnameventiel gesloten, ventiel openen door linksom te draaienGasventiel bevroren, de beschrijving voor het vervangen van de gasfles volgen.Kärcher-klantenservice informeren
Motor loopt onregelmatigLuchtfilter reinigen of filterpatroon vervangenBrandstofleidingen, aansluitingen en verbindingen controleren, en repareren indien nodig.Kärcher-klantenservice informeren
Koelvloeistof bijvullenDe radiator spoelenV-riem opspannenKärcher-klantenservice informeren
Motor draait, het voertuig beweegt echter slechts langzaam of helemaal nietParkeerrem lossenHoog motortoerental instellenWielen controleren op erin verstrikte linten en touwenDe vrijloopschroef controlerenKärcher-klantenservice informeren
Fluitend geluid in het hydraulisch systeemHydraulische olie bijvullenKärcher-klantenservice informeren
Veegwals / zijbezem draait nietDe motortoerentalverstelling instellen op het bedrijfstoerentalVeegwals/zijbezems controleren op erin verstrikte linten en touwen.Kärcher-klantenservice informeren
Weinig of geen zuigkracht in het borstelgebiedStoffilter controleren, reinigen of vervangen.Kärcher-klantenservice informeren
Machine stoot stof uitZijafdichtingen afstellenBlazer inschakelenStoffilter controleren, reinigen of vervangen.Filterafdichtingen vervangenReservoirklep van vuilreservoir openen.Kärcher-klantenservice informeren
Veeggoed blijft liggenVuilreservoir leegmakenStofffilter controleren, reinigen of vervangen.Veegwals vervangenVeegspoor instellenDe afdichtstrip van het vuilreservoir vervangenVerstopping van de veegwals verhelpenReservoirklep van vuilreservoir openenKärcher-klantenservice informeren
Fout Remedie
Vuilreservoir kan niet om-hoog/omlaag worden ge-brachtZekeringen controlerenKärcher-klantenservice informeren
Reservoirklep van vuilreser-voir kan niet worden geopendKärcher-klantenservice informeren
Bedrijfsstoringen van hy-draulisch bewegende delenKärcher-klantenservice informeren

Garantie

In elk land gelden de garantievoorwaarden die door onze verantwoordelijke verkoopmaatschappij zijn uitgegeven. Mogelijke storingen aan uw apparaat verhelpen we binnen de garantieperiode gratis, voor zover een materiaal- of fabricagefout de oorzaak is. Als u gebruik wilt maken van de garantie, neemt u met uw aankoopbon contact op met uw distributeur of de dichtstbijzijnde geautoriseerde klantenservice.

(adres zie achterzijde)

Meer informatie over de garantie (indien beschikbaar) vindt u in het servicegedeelte van uw lokale Kärcher-website onder "Downloads".

EU-conformiteitsverklaring

Hierbij verklaren wij dat het hieronder genoemde product voldoet aan de desbetreffende bepalingen van de vermelde richtlijnen en verordeningen. Bij een niet door ons goedgekeurde wijziging van het product verliest deze verklaring zijn geldigheid.

Product: Veeg-/zuigmachine zittend bediende apparatuur Type: 1.186-xxx

Richtlijnen en verordeningen

2006/42/EG (+2009/127/EG)

2000/14/EG

2014/30/EU

2014/53/EU (TCU)

Toegepaste geharmoniseerde normen

EN 60335-1

EN 60335-2-72

EN 62233: 2008

EN 55012: 2007 + A1: 2009

EN 61000-6-2: 2005

TCU

EN 300 328 V2.2.2

EN 300 330 V2.1.1

EN 300 440 V2.1.1

EN 301 511 V12.5.1

Toegepaste conformiteitswaarderingsprocedure

2000/14/EG: Bijlage V

Geluidsvermogensniveau dB(A)

KM 170/600 R D

Gemeten: 100

Gegarandeerd: 103

KM 100/65 R Bp

Gemeten: 85

Gegarandeerd: 88

KM 105/180 R Bp

Gemeten: 87

Gegarandeerd: 90

KM 120/250 R D, KM 120/250 R BAT,

KM 120/250 R LPG

Gemeten: D: 97 BAT: 88 LPG: 101

Gegarandeerd: D: 99 BAT: 90 LPG: 104

KM 130/300 R D, KM 130/300 R LPG,

KM 130/300 R Bp (Bp Pack),

KM 130/300 R I D, KM 130/300 R I LPG,

Gegarandeerd: D: 98 LPG: 101 Bp: 93

Gegarandeerd: D: 102 LPG: 99

KM 150/500 R Bp

Gemeten: 94

Gegarandeerd: 96

Naam en adres

Gevolmachtigde voor de documentatie:

S. Reiser

Alfred Kärcher SE & Co. KG

Alfred-Kärcher-Str. 28 - 40

De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie.

KM 130/300 R I LPG
Gegevens capaciteit apparaat
Rijsnelheid, vooruit km/h 10
Rijsnelheid, achteruit km/h 10
Klimvermogen (max.) % 18
Zijdelingse helling (max.) % 10
Werkbreedte zonder zijbezem mm 1000
Werkbreedte met 1 zijbezem mm 1300
Werkbreedte met 2 zijbezem mm 1550
Draaicirkel m 2,8
Beschermingsgraad IPX 3
Theoretische oppervlaktecapaciteit
Oppervlaktecapaciteit zonder zijbezem m ^2/h 10000
Oppervlaktecapaciteit met 1 zijbezem m^2/h 13000
Oppervlaktecapaciteit met 2 zijbezem m^2/h 15500
Accu
AccucapaciteitAh60
AccuspanningV12
Omgevingsvoorwaarden
Omgevingstemperatuur°C-5 ... +40
Luchtvochtigheid, niet condenserend% 0 ... 90
Afmetingen en gewichten
Lengtemm 2040
Breedtemm 1330
Hoogtemm 1430
Leeggewichtkg920
Toegestaan totaal gewichtkg1530
Max. toegestane asbelasting voorkg902
Max. toegestane asbelasting achterkg628
Breedte veegwalsmm 1000
Diameter veegwalsmm 300
Diameter zijbezemmm 600
Vuilreservoir
Volume vuilreservoirl300
Ontlaadhoogte (max.)mm 1400
Filter en zuigsysteem
FiltersysteemZakfilter
Filteroppervlak stoffilter m^2 7,8
GebruikscategorieU
Nominaal debiet zuigsysteeml/s222
Blazer- en veegwalsmotor (elektrisch)
MotortypeGelijkstroommotor met permanente magneet
Verbrandingsmotor
MotortypeKubota WG 972-E4
Type3-cilinder viertakt gasmotor
Cilinderinhoud cm^3 962
Co2-emissie in overeenstemming met de meetmethode van EU-verorde-ning 2016/1628 (niveau V)g/kWh1018,2
KoeltypeWaterkoeling
MotorrendementkW/PS17,5 / 23.5
Inhoud brandstoftankl11 kg / 20 l (Ruilfles)
Bedrijfsstoffen
BrandstoftypeLPG
Hoeveelheid motoroliel3,7
Type motorolie bij buitentemperaturen boven 25 °CSAE 30, SAE 10W-30, SAE 15W-40
Type motorolie bij buitentemperaturen onder 0 °CSAE 20, SAE 10W-30, SAE 10W-40
Type motorolie bij buitentemperaturen onder 0 °CSAE 10W, SAE 10W-30, SAE 10W-40

Hoeveelheid olie | 3,5

Soort hydraulische olie HV 46

Hoeveelheid hydraulische olie I 26,5

Bandenuitrusting

Adapterplaat, voor mm 15-4.5x8

Adapterplaat, achter 15-4.5x8

Rem

Remvloeistof Ate DOT SL - US FMVSS DOT4

Berekende waarden conform EN 60335-2-72

Hand-arm-vibratiewaarde m/s ^2 1,5
Vibratiewaarde hand-arm, onzekerheid K m/s ^2 0,2
Vibratiewaarde stoelm/s ^2 0,8
Vibratiewaarde zetel, onzekerheid Km/s ^2 0,2
Geluidsdrukniveau L _pA dB(A)80
Onzekerheid K _pA dB(A)3
Geluidsvermogensniveau L _WA + onzekerheid L _WA dB(A)101

Technische wijzigingen voorbehouden.

İçindekiler

Piemērotie saskaņotie standarti

EN 60335-1

EN 60335-2-72

EN 62233: 2008

EN 55012: 2007 + A1: 2009

EN 61000-6-2: 2005

TCU

EN 300 328 V2.2.2

EN 300 330 V2.1.1

EN 300 440 V2.1.1

EN 301 511 V12.5.1

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Kärcher

Model : KM 130/300 R I LPG

Categorie : Veegmachine