M12 PL-0C - Meetinstrumenten MILWAUKEE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis M12 PL-0C MILWAUKEE in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over M12 PL-0C MILWAUKEE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Meetinstrumenten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding M12 PL-0C - MILWAUKEE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. M12 PL-0C van het merk MILWAUKEE.
GEBRUIKSAANWIJZING M12 PL-0C MILWAUKEE
1 Algemene aanwijzingen 2
1.1 Verdere veiligheids- en werkinstructies....2
1.2 Technische gegevens 2
1.3 Voorgeschreven gebruik van het systeem 2
1.4 Vereisten aan de radiofrequenties m.b.t. Europese installaties 2
1.5 EG-verklaring van overeenstemming....3
1.6 ONE-KEY™ 3
1.7 Accu's....3
1.8 Transport van lithium-ionen-accu's 3
1.9 Onderhoud 4
1.10 Symbolen 4
2 Overzicht....5
3 Accu plaatsen en verwijderen 6
4 ONE-KEY-accu vervangen 7
5 Inrichten 8
5.1 Aan-/uitschakelaar 8
5.2 Eerste inrichting 8
5.3 Instelsymbolen 8
5.4 Taal....8
5.5 Frequentie 9
5.6 Speakervolume 9
5.7 Achtergrondverlichting 9
5.8 Geluidsconfiguratie 10
5.9 Eenheden....10
5.10 Automatisch UIT....10
5.11 Zelftest-functie.... 11
5.12 Menupagina OVER 11
5.13 ONE-KEY 11
5.14 Accutemperatuur.... 11
6 Sonde opsporen....12
6.1 Navigatie in het menu van het DETECTIEAPPARAAT 12
6.2 Menupagina's Sonde opsporen 12
6.3 Sondesignaal 13
6.4 Bedrijfsmodus en frequentie van het DETECTIEAPPARAAT instellen 13
6.5 Sonde opsporen....14
7 Duwkabel en leiding opsporen 15
7.1 Passieve en actieve opsporing 15
7.2 Aardingsstok 15
7.3 Zendsignaal gebruiken....16
7.4 Menupagina KABEL TRACEREN 16
7.5 Duwkabel traceren....17
8 Passieve opsporing – Vermogens- en radiografische signalen 19
8.1 Wat betekent passieve opsporing? 19
8.2 Leiding- of radiografische signalen opsporen 19
9 Firmware-updates 21
1.1 Verdere veiligheids- en werkinstructies
Controleer het werkbereik altijd voordat u begint te werken. Het apparaat mag niet in contact komen met elektrische componenten, chemicaliën of bewegende onderdelen.
Vervang de accu niet als het oppervlak van het gereedschap nat is.
Gooi verbruikte accu's niet in het vuur of bij het huisvuil. Milwaukee biedt namelijk een milieuvriendelijke recyclingmethode aan voor uw oude accu's.
Bewaar accu's niet bij metalen voorwerpen (kortsluitingsgevaar!).
Laad accu's van het systeem M12 alléén met laadtoestellen van het systeem M12 laden. Laad geen accu's van andere systemen.
Onder extreme belasting of extreme temperaturen kan uit de accu accu-vloeistof vrijkomen. Spoel de huid na contact met accu-vloeistof direct met water en zeep. Spoel uw ogen bij oogcontact direct minstens 10 minuten grondig en raadpleeg onmiddellijk een arts.
Waarschuwing! Voorkom brand, persoonlijk letsel of materiële schade door kortsluiting en dompel het apparaat, de accu en het laadtoestel niet onder in vloeistoffen en waarborg dat geen vloeistoffen kunnen binnendringen. Corrosieve of geleidende vloeistoffen zoals zout water, bepaalde chemicaliën, bleekmiddelen of producten die bleekmiddelen bevatten, kunnen een kortsluiting veroorzaken.
Dit apparaat mag niet door personen gereinigd of bediend worden die over verminderde lichamelijke, sensorische of geestelijke vermogens resp. gebrekkige ervaring of kennis beschikken, tenzij ze door een wettelijk voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon werden geïnstrueerd in de veilige omgang met het apparaat. De hierboven genoemde personen mogen het apparaat alleen onder toezicht gebruiken. Dit apparaat hoort niet thuis in kinderhanden. Als het apparaat niet gebruikt wordt, moet het dan ook buiten de reikwijdte van kinderen worden bewaard.

WAARSCHUWING! Dit apparaat bevat een lithium-knoopcelbatterij. Een nieuwe of gebruikte batterij die wordt ingeslikt of anderszins in het lichaam terecht komt, kan ernstige inwendige verbrandingen veroorzaken en binnen minder dan 2 uur tot de dood leiden. Beveilig altijd het deksel van het batterijvakje.
Als het niet goed sluit, dient u het apparaat uit te schakelen, de batterij te verwijderen en deze buiten het bereik van kinderen te houden.
Wanneer u vermoedt dat een batterij is ingeslikt of in het lichaam is terechtgekomen, dient u onmiddellijk medische hulp in te roepen.
Aanbevolen omgevingstemperatuur tijdens het werken ...... -18 .... +50 °C
Aanbevolen accutypes M12B...
Aanbevolen laadtoestellen ....C12C, M12C4, M12-18...
1.3 Voorgeschreven gebruik van het systeem
Het DETECTIEAPPARAAT is bedoeld voor het opsporen van de sonde en de tracering van de duwkabel van het LEIDINGINSPECTIESYSTEEM van Milwaukee.
Dit apparaat uitsluitend gebruiken voor normaal gebruik, zoals aangegeven.
1.4 Vereisten aan de radiofrequenties m.b.t. Europese installaties
Opmerking: dit apparaat werd getest en houdt de grenswaarden van een ontvanger van categorie 3 overeenkomstig EN 300 440 V2.1.1 aan.
Deze grenswaarden moeten een redelijke bescherming tegen radiografische storingen in woongebouwen waarborgen.
Dit apparaat reageert op andere apparaten die radiogolven binnen het frequentiebereik van 2402 tot 2480 MHz uitstralen. Hierdoor kunnen storingen optreden bij het gebruik van de afstandsbediening. Het kan niet worden uitgesloten dat onder bepaalde omstandigheden storingen optreden. Om vast te kunnen stellen of dit apparaat
door de radiosignalen van andere apparaten gestoord wordt, schakelt u de andere apparaten even uit om te controleren of de storingen dan verdwijnen. Met de volgende maatregelen kunnen storingen worden verholpen:
- De storingsbron uitschakelen.
- De afstand naar de storingsbron verhogen.
- Een vakhandelaar of een gekwalifi ceerde radiotechnicus raadplegen.
1.5 EG-verklaring van overeenstemming
Hierbij verklaar ik, Techtronic Industries GmbH, dat het type radioapparatuur M12 PL overeenstemt met de richtlijn 2014/53/EU. De volledige tekst van de EG-verklaring van overeenstemming kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres: http://services.milwaukeetool.eu
1.6 ONE-KEY™
Lees de bijgeleverde snelstartgids of kijk op onze website onder www.milwaukeetool.com/one-key voor meer informatie over de ONE-KEY-functie van dit apparaat. U kunt de ONE-KEY app op uw smartphone downloaden via de App Store of Google Play.
In geval van elektrostatische ontladingen wordt de bluetooth-verbinding onderbroken. Breng in dat geval de verbinding handmatig weer tot stand.
Het apparaat voldoet aan de minimumeisen volgens EN 55014-2:2015 / EN 301489-1 V2.2.3 / EN 301489-17 V3.1.1.
ONE-KEY™-indicator
Blauw licht: draadloze verbinding is actief en kan via de ONE-KEY™-app worden ingesteld.
Blauw knipperlicht: apparaat communiceert met de ONE-KEY™-app.
Rood knipperlicht: apparaat werd om veiligheidsredenen geblokkeerd en kan door de bediener worden gedeblokkeerd via de ONE-KEY™-app.
1.7 Accu's
Langere tijd niet toegepaste accu's moeten vóór gebruik altijd worden bijgeladen.
Een temperatuur boven de 50 °C vermindert de capaciteit van de accu. Vermijd langdurige verwarming door zon of hitte.
Houd de aansluitcontacten aan het laadtoestel en de accu schoon.
Voor een optimale levensduur moet de accu na het gebruik volledig worden opgeladen.
Voor een zo lang mogelijke levensduur van de accu moet deze na het opladen uit het laadtoestel worden verwijderd.
Bij een langere opslag van de accu dan 30 dagen:
accu bij een temperatuur van minder dan 27 °C en droog bewaren.
accu bij een laadtoestand van ca. 30 % - 50 % bewaren.
accu om de 6 maanden opnieuw opladen.
1.8 Transport van lithium-ionen-accu's
Lithium-ionen-accu's vallen onder de wettelijke bepalingen inzake het transport van gevaarlijke goederen.
Voor het transport van deze accu's moeten de lokale, nationale en internationale voorschriften en bepalingen in acht worden genomen.
- Verbruikers mogen deze accu's zonder meer over de weg transporteren.
- Het commerciële transport van lithium-ionen-accu's door expeditiebedrijven is onderhevig aan de bepalingen inzake het transport van gevaarlijke goederen. De verzendingsvoorbereidingen en het transport mogen uitsluitend worden uitgevoerd door dienovereenkomstig opgeleide personen. Het complete proces moet deskundig worden begeleid.
Onderstaande punten moeten bij het transport van accu's in acht worden genomen:
- Waarborg ter vermijding van kortsluitingen dat de contacten beschermd en geïsoleerd zijn.
- Let op dat de accu niet in de verpakking kan verschuiven.
- Beschadigde of lekkende accu's mogen niet worden getransporteerd.
Neem voor meer informatie contact op met uw expeditiebedrijf.
1.9 Onderhoud
Gebruik alleen Milwaukee-toebehoren en -onderdelen. Onderdelen die niet vermeld worden, kunnen het best door de Milwaukee servicedienst vervanging worden (zie ook de brochure Garantie/klantenserviceadressen).
Zo nodig kan een explosietekening van het apparaat worden aangevraagd bij uw klantenservice of direct bij Techtronic Industries GmbH, Max-Eyth-Straße 10, 71364 Winnenden, Duitsland onder vermelding van het apparaattype en het zescijferige nummer op het typeplaatje.
1.10 Symbolen

Voor alle werkzaamheden aan het apparaat moet de accu worden verwijderd.

Lees de instructies zorgvuldig door voordat u het apparaat in gebruik neemt.

De accu mag niet in contact komen met corroderende of geleidende vloeistoff en.

Het apparaat mag niet in contact met spanningvoerende onderdelen. In het andere geval dreigt gevaar voor elektrische schokken.

Zorg dat knoopcelbatterijen niet worden ingeslikt!

Elektrische apparaten, batterijen en accu's mogen niet via het huisafval worden afgevoerd. Elektrische apparaten en accu's moeten gescheiden worden verzameld en voor een milieuvriendelijke afvoer worden afgegeven bij een recyclingbedrijf. Informeer bij uw gemeente of bij uw vakhandelaar naar recyclingbedrijven en inzamelpunten.
V Spanning

Gelijkstroom

CE-keurmerk

Oekraïens symbool van overeenstemming

Euro-Aziatisch symbool van overeenstemming

1 LCD
2 Accuschacht
3 Speaker
4 ONE-KEY-LED-indicator
5 Schacht van het detectieapparaat
6 Toets menu
7 Toets bedrijfsmodus
8 Pijltoets omhoog
9 Pijltoets omlaag
10 Toets AAN/UIT
11 Toets selectie bevestigen
12 Mini-USB-poort
13 ONE-KEY-batterijvakje
3 ACCU PLAATSEN EN VERWIJDEREN


Onder dit punt wordt de instelling van de functies en opties van het DETECTIEAPPARAAT beschreven.
5.1 Aan-/uitschakelaar
Druk op de toets AAN/UIT ①m het DETECTIEAPPARAAT in te schakelen. De toetsen branden als de stroomvoorziening is ingeschakeld.
Druk gedurende 2 seconden op de toets AAN/UIT bm het DETECTIEAPPARAAT uit te schakelen. Het DETECTIEAPPARAAT schakelt automatisch uit na afloop van de in het menu INSTELLINGEN aangegeven tijd. Vóór het uitschakelen klinkt een signaalgeluid gedurende 20 seconden.
5.2 Eerste inrichting
Alle instellingen blijven in het DETECTIEAPPARAAT opgeslagen totdat ze worden gewijzigd. De basisinstellingen betreffen FREQUENTIES, VOLUME, TIJDINSTELLINGEN VOOR DE ACHTERGRONDVERLICHTING, GELUIDSCONFIGURTATIE, MEETEENHEDEN, TIJDINSTELLINGEN VOOR DE AUTOMATISCHE UITSCHAKELING en TAAL.
5.3 Instelsymbolen
![]() | Toets indrukken |
![]() | Ga naar ... |
![]() | Toets MENU – Voor het oproepen van de menu-opties en om terug te keren naar de voorafgaande menupagina. |
![]() | Toets BEDRIJFSMODUS – Voor het omschakelen tussen de detectietypes en de betreffende frequenties. |
![]() | Pijltoetsen OMHOOG en OMLAAG – Voor het verticale navigeren in het menu en de vermindering of verhoging van de gevoeligheid tijdens de detectie. |
![]() | Toets SELECTIE BEVESTIGEN – Voor de bevestiging van de geselecteerde menu-optie. |
![]() | Toets AAN/UIT – Voor het in- en uitschakelen van het DETECTIEAPPARAAT. |
5.4 Taal
Het is zinvol om eerst de gewenste TAAL in te stellen, zodat alle menu's probleemloos gelezen en begrepen kunnen worden.

Onder dit menupunt kan de frequentie voor de bedrijfsmodi PASSIEF, ACTIEF of SONDE worden ingesteld.
-
INSTELLINGEN
-
FREQUENTIE.

text_image
S12 Hz INSTELLINGEN Frequentie Speakervolume Achtergrondverlichting 3 Geluidsconfiguratie Eenheden Meter Automatisch UIT 5 min Zelftest Taal Nederlands Over5.7 Achtergrondverlichting

text_image
1. INSTELLINGEN 2. ACHTERGRONDVERLICHTING. 3. ✓ 4. 512 Hz INSTELLINGEN
text_image
1. INSTELLINGEN 2. ACHTERGRONDVERLICHTING. 3. ✓ 4. ▼▲ → 512 Hz INSTELLINGEN Frequentie Speakervolume Achtergrondverlichting 3 Geluldsconfiguratie Eenheden Meter Automatisch UIT 5 mln Zelftest Taal Nederlands Over
5.8 Geluidsconfi guratie
FM – Frequentiemodulatie – De hoogte van het geluid verandert naargelang de signaalsterkte. AM – Amplitudemodulatie – Het volume van het geluid verandert naargelang de signaalsterkte. Werkelijk – Het geluid staat direct in samenhang het ontvangen signaal.

text_image
1. TELLINGEN 2. ELUIDSCONFIGURATIE. 3. ✓ 4. 512 Hz GELUIDSCONFIGU
text_image
GELUIDSCONFIGURATIE Geluid kabel traceren FM Geluid RF FM Geluid Passief FM
5.9 Eenheden

text_image
1. INSTELLINGEN 2. ENHEDEN. 3. ✓ 4. ▼▲ → 512 Hz INSTELLINGEN Frequentie Speakervolume Achtergrondverlichting 3 Geluidsconfiguratie Eenheden Meter Automatisch UIT 5 min Zelftest Taal Nederlands Over
5.11 Zelftest-functie
Met de ZELFTEST-functie wordt bevestigd dat het detectieapparaat binnen de voorgeschreven parameters functioneert.
De ZELFTEST moet op een plek worden uitgevoerd waar geen boven- of ondergrondse storingsbronnen voorhanden zijn.
- INSTELLINGEN
- SELFTEST.
- Beweeg het detectieapparaat tijdens de ZELFTEST niet.

text_image
OKÉ NIET OKÉ
Het testresultaat verschijnt als OKE of NIET OKE op het display.
5.12 Menupagina OVER
Op de menupagina OVER worden het serienummer van het detectieapparaat en informatie over de kalibratie van de software weergegeven. Als u om technische ondersteuning vraagt, wordt u eventueel naar de gegevens op deze menupagina gevraagd.
-
→ INSTELLINGEN
-
VER.

text_image
512 Hz OVER Softwarerevisie 1.00.001 Datum software 04/27/2020 TIjd software 14:28:20.45 Kallbratleversie 999 Datum kallbratle 04/27/2020 Serlenummer 103034508400 PCB-id 1- √
5.13 ONE-KEY
ONE-KEY-batterijvakje:
- Blokkeren
- Deblokkeren
- Vinden/LED knippert
5.14 Accutemperatuur
Wanneer de temperatuur stijgt tot 75 °C / 167 °F, verschijnt deze melding 5 seconden lang. Daarna schakelt het apparaat uit.

text_image
Overtemperatuur accu6.1 Navigatie in het menu van het DETECTIEAPPARAAT
Door herhaaldelijk indrukken van de toets jept u achtereenvolgend de geselecteerde bedrijfsmodi voor het opsporen en de betreff ende frequenties op.
Alternatief kunt u door voortdurend indrukken van de toets M het shortcut-menu oproepen. Gebruik de toetsen om de gewenste bedrijfsmodus en de frequentie te selecteren en druk vervolgens opnieuw op de toets M. De geselecteerde bedrijfsmodus en frequentie worden weergegeven.
Druk op een van de toetsen ≡ / √ om haar de voorafgaande menupagina terug te keren.
| FREQUENTIES | |
| (--) | 512 Hz |
| 640 Hz | |
| 33 kHz | |
| 000 | 33 kHz |
| 83 kHz | |
| 50 Hz | |
| 60 Hz | |
| RF | |
Het shortcut-menu.
6.2 Menupagina's Sonde opsporen

text_image
321 4 6 7 85 9 33kHz SONDE 25dB 1.31m 39.8 10 11 12 13 14 151 Dradenkruis
2 Versterkingsinstelling in dB
3 Sondesymbool
4 Actieve sondefrequentie
5 Sondeweergave
6 Weergave bedrijfsmodus sonde
7 Speakervolume
8 Acculaadtoestand
9 Diepte tot de sonde
10 Percentage balkweergave
11 Piekwaarde balkweergave
12 Piekwaarde schaal
13 Laatste piek
14 Richtingpijl sonde
15 Voorste en achterste nulpunt van de sonde
6.3 Sondesignaal
De sonde stuurt een opsporingssignaal met een hoge piek en twee nulpunten rechts en links van de piek (voorste of achterste nulpunt). Hoe dieper de sonde zich bevindt, des te groter is de afstand tussen deze twee nulpunten.
Op het display van het DETECTIEAPPARAAT worden de piek en de nulpunten als volgt weergegeven:

Terwijl de gebruiker de sonde vanuit een willekeurige richting nadert, ontvangt het detectieapparaat het voorste of achterste nulpunt. De nulpunten worden weergegeven door middel van een blauwe dubbele cirkel Ⓞ.
Achter de nulpunt verschijnt een pijl ← die in de richting van de sondepositie wijst.
Als de gebruiker de pijl ← volgt, bereikt hij het punt met het piek-opsporingssignaal waar het sondesymbool verschijnt.

Piek-opsporingssignaal
6.4 Bedrijfsmodus en frequentie van het DETECTIEAPPARAAT instellen
- OVER.
2.
- Waarborg dat de sondefrequentie overeenkomt met de frequentie die op de DRAADLOZE MONITOR of in de LEIDINGINSPECTIE-APP ingesteld werd.
6.5 Sonde opsporen
- Schakel de sonde van het LEIDINGINSPECTIESYSTEEM in via de DRAADLOZE MONITOR of de LEIDINGINSPECTIE-APP.
- Zet het detectieapparaat in de bedrijfsmodus Sonde Men stel het in op de frequentie van het LEIDINGINSPECTIESYSTEEM.
- Schuif de camerakop in de leiding en zet de teller op nul.
op nul.

- Schuif de sonde 3 tot 4 meter in de leiding.
- Draai ze langzaam in pijlrichting.

- De nulpuntcirkel verschijnt op het display en toont de positie van een nulsignaal. Ga in de richting van dit punt en richt het dradenkruis erop.

- Ga langzaam verder in pijlrichting totdat het sondesymbool verschijnt. Houd het DETECTIEAPPARAAT verticaal en ga verder in richting sonde totdat deze zich in het centrum van het dradenkruis bevindt. Het DETECTIEAPPARAAT bevindt zich nu exact boven de sonde.

7.1 Passieve en actieve opsporing
Actief Passief
| Defi nitie De actieve opsporing wordt in de regel gebruikt om een ondergrondse leiding te traceren en exact te lokaliseren.Voor de actieve opsporing is altijd een sonde of een zender vereist. | De passieve opsporing wordt gebruikt voor het lokaliseren van onbekende ondergrondse leidingen, zodat deze kunnen worden omzeild.Niet geschikt voor de identifi catie of tracering van specifi eke leidingen. |
| Bedrijfsmodi SondeKabel traceren 33 kHz en 83 kHz | Vermogenssignalen: 50/60 HzRadiografi sche signalen: 15 kHz–27 kHz |
| Bron LEIDINGINSPECTIESYSTEEMDRAADLOZE MONITORLEIDINGINSPECTIE-APPSondes | VERMOGENSSIGNALEN* – Zend- en distributienetwerkenRadiografi sche signalen* – Hoogfrequentie- en laagfrequentie-zendmasten (LF). |
| Toepassingsgebied Traceren, identifi ceren en exact lokaliseren van een ondergrondse leiding.Als een dieptemeting vereist is. | Zoeken naar onbekende ondergrondse leidingen als geen zendsignaal kan worden gebruikt.Kleine, lokale graafwerkzaamheden (bijv. plaatsen van een hekpaal).Laatste controle voor werkzaamheden. |
* Ondergrondse buizen en kabels fungeren als antennes die signalen terugkaatsen.
* Radiografische signalen leggen langere afstanden terug als beide uiteinden van de toevoerleiding geaard zijn.

Controleer het bereik nog een keer voordat u begint te graven en neem alle lokale, regionale en nationale voorschriften evenals de bedrijfsinterne werkveiligheidsvoorschriften in acht.
7.2 Aardingsstok
De aardingsstok moet worden gebruikt als de duwkabel wordt getraceerd via de functie KABEL TRACEREN. De SMART HUB moet worden geaard, zodat de stroomlus gesloten is en een goed lokalisatiesignaal wordt uitgezonden. Gebruik de bijgeleverde aardingskabel inclusief de aardingsstok voor de aarding van de SMART HUB.

7.3 Zendsignaal gebruiken
Met de DRAADLOZE MONITOR of de LEIDINGINSPECTIE-APP van Milwaukee:
- selecteer KABEL TRACEREN on druk op het navigatiewieltje.
Op het DETECTIEAPPARAAT:
- selecteer een frequentie van 33 kHz of 83 kHz voor KABEL TRACEREN.
| 33kHz FREQUENTIES | |
| ((-)) | 512 Hz |
| 640 Hz | |
| 33 kHz | |
| 000 | 33 kHz |
| 83 kHz | |
| 50 Hz | |
| 60 Hz | |
| "A" | RF |
| 63kHz | FREQUENTIES |
| (--) | 512 Hz |
| 640 Hz | |
| 33 kHz | |
| 000 | 33 kHz |
| 83 kHz | |
| 50 Hz | |
| 60 Hz | |
| *00A | RF |
7.4 Menupagina KABEL TRACEREN

text_image
21 3 4 65 33kHz KABEL TRACEREN 25dB 38.5 1.31m 7 8 91 Balkweergave (toont de signaalsterkte (5))
2 Versterkingsinstelling in dB
3 Actieve frequentie van de duwkabel
4 Actueel ingestelde bedrijfsmodus van het DETECTIEAPPARAAT
5 Signaalsterkte (toont de waarde van de balkweergave (1))
6 Diepte-info
7 Schaal voor de balkweergave
8 Richtingweergave
9 Laatste piek
Het DETECTIEAPPARAAT lokaliseert pieken op het signaal. De antenneconfiguratie levert een piek of een maximaal signaalantwoord als het apparaat zich direct boven de sonde of de duwkabel bevindt. Op het display van het DETECTIEAPPARAAT geven signaalsterkte (5) en balkweergave (1) maximale waarden (pieken) aan.
De laatste piek (9) wordt als referentiewaarde weergegeven, voordat de balkweergaven en de signaalsterkte zwakker worden.
De richtingweergave (8) wordt blauw als het apparaat exact in de richting van de duwkabel is uitgelijnd.
Signaalsterkte (5) en balkweergave (1) bereiken hun piekwaarden als het apparaat zicht exact boven de leiding bevindt.

text_image
24.00 18.5 1.200 38.5 1.200 24.00 18.5 1.2007.5 Duwkabel traceren
- Schakel het detectieapparaat in en druk op de toets om de bedrijfsmodus KABEL TRACEREN en de frequentie te selecteren die in de DRAADLOZE MONITOR of in de LEIDINGINSPECTIE-APP van Milwaukee zijn ingesteld.
Richtingweergave - Als een opsporingssignaal voorhanden is, lijnt de wijzer van de richtingweergave parallel aan de gelokaliseerde duwkabel uit. Op deze wijze weet de gebruiker, in welke richting de duwkabel verloopt.
- Uitlijning van de duwkabel herkennen – Als de wijzer van de richtingweergave parallel aan de schacht van het DETECTIEAPPARAAT is uitgelijnd, komt dit overeen met de richting waarin de duwkabel verloopt.
Als het detectieapparaat parallel aan de duwkabel is uitgelijnd, verandert de witte achtergrond van de richtingweergave in blauw.
Zwenk en draai het DETECTIEAPPARAAT om de eigen as en let daarbij op de richtingweergave. Als de schacht van het apparaat aan de duwkabel is uitgelijnd, knippert de richtingweergave en wordt deze vervolgens blauw.
Zwenk en draai het DETECTIEAPPARAAT om de eigen as en let daarbij op de richtingweergave.

flowchart
graph TD
A["Digital Display"] --> B["Speedometer"]
B --> C["Meter"]
C --> D["Measurement Display"]
D --> E["Signal Measurement"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#ffc,stroke:#333
-
Stel vervolgens met de toetsen de gevoeligheid in op ongeveer 50 %.
-
Houd het DETECTIEAPPARAAT verticaal en lijn het parallel uit aan de duwkabel. Beweeg het vervolgens naar rechts. Als de balkweergave oploopt, beweegt u in de richting van de duwkabel. Als de balkweergave afl oopt, beweegt u weg van de duwkabel.

Beweeg het detectieapparaat van rechts naar links en let op de maximale uitslag van de balkweergave.
- Beweeg in de richting van de duwkabel totdat u een maximaal signaal ontvangt. Eventueel moet de gevoeligheid iets worden verminderd, zodat de balkweergave binnen de schaal blijft. Dat is heel normaal. Houd het DETECTIEAPPARAAT indien mogelijk verticaal en voorkom trillingen omdat het meetresultaat hierdoor zou worden vervalst.

Als u zicht exact boven de duwkabel bevindt, bereikt de balkweergave de maximale uitslag (piek). De richtingweergave wordt blauw, terwijl de richting van de duwkabel door een witte wijzer wordt aangegeven.
- Beweeg het detectieapparaat van links naar rechts om de positie van het maximale signaal te bepalen. De weergave van de laatste piek helpt u daarbij.
8.1 Wat betekent passieve opsporing?
Passieve opsporing beschrijft de registratie van 'natuurlijke' signalen die door leidingen en kabels worden gereflecteerd. Deze kunnen meestal worden onderverdeeld in twee categorieën: vermogens- en radiografische signalen.
Bronnen van passieve opsporingssignalen:

Deze signalen hebben een frequentie van 50/60 Hz en worden door stroomkabels gegenereerd. Wanneer elektrische energie via het stroomnet wordt overgedragen, gaat een deel van de energie via de aarde terug naar de krachtcentrale. Deze zwerfstromen kunnen overspringen op leidingen en kabels en eveneens vermogenssignalen genereren. Om meetbare signalen te genereren moet echter een stroom vloeien. Zo zendt bijvoorbeeld een stroomvoerende kabel die niet wordt gebruikt, geen meetbaar signaal uit. Ook een goed uitgebalanceerde kabel, waar in de stroomvoerende en de neutrale leidingen dezelfde hoeveelheid stroom vloeit, genereert eventueel geen signaal. Dit komt in de praktijk heel zelden voor, zodat de meeste kabels een goed meetbaar signaal afgeven.
Radiografi sche signalen
Deze signalen ontstaan door laagfrequente radiozenders zoals deze voor de overdracht bij omroep en communicatie worden gebruikt. Als de signalen een lange leiding, zoals een buis of een kabel, kruisen, worden de signalen teruggekaatst. Deze teruggekaatste signalen worden in de RF-modus herkend.
8.2 Leiding- of radiografi sche signalen opsporen
- Schakel het DETECTIEAPPARAAT in en druk op de toets M om de bedrijfsmodus PASSIEF OF RF te selecteren.

text_image
00Hz PASSIEF 2540 38.5 1.25m-
Houd het DETECTIEAPPARAAT verticaal en op een zo groot mogelijke afstand van kabels en leidingen.
-
Stel de gevoeligheid met behulp van de toetsen 2009 in dat de balkweergave net begint te bewegen. Let op dat de richtingweergave in de bedrijfsmodi Vermogen of Radio niet beschikbaar is.
OPMERKING:
De luidspreker genereert geen luid, voordat de weergavewaarde niet minimaal 10 °% van het maximale meetbereik bedraagt.
- Houd het DETECTIEAPPARAAT verticaal en loop het gebied af dat u wilt controleren. Lijn daarbij de schacht altijd uit in looprichting (zie afbeelding).

text_image
00Hz PASSIEF 25dB 38.5 1.21m-
Loop het complete gebied in een raster af.
-
Beweeg het detectieapparaat langzaam van links naar rechts zodra de weergavewaarde begint op te lopen om zo de maximale uitslag te bepalen. Maak gebruik van de laatste piek om de juiste positie te bepalen.

Beweeg het detectieapparaat van rechts naar links en let op de maximale uitslag van de balkweergave.

- Draai het DETECTIEAPPARAAT om de eigen as om het maximale signaal te ontvangen. Het DETECTIEAPPARAAT bevindt zich nu exact boven de leiding, met de schacht dwars ten opzichte van de leiding.
- De richting kan ook worden bepaald door het detectieapparaat te draaien totdat het signaal het zwakst is. In dat geval verloopt de schacht parallel ten opzichte van de kabel/leiding.
- Ga door met het opsporen van de leiding totdat het exacte verloop in het doelbereik vast staat.
9 FIRMWARE-UPDATES
Open het menu INSTELLINGEN → OVER en noteer de actuele firmware-versie voordat u de systeemupdate uitvoert.
Kijk op onze website https://www.milwaukeetool.eu/ voor firmware-updates.

text_image
Milwaukee Nothing but HEAVY DUTY! M12 PL click → GB Original instructions click → D Originalbetriebsanleitung click → F Notice originals click → I Isruzoni original click → E Manual original click → P Manual original click → NL Consonorkeljive gehinkasvanljing click → DK Original brugsanvning click → N Original brugsanvning click → S Brüksamvning i original click → FIN Akuperasi objesi click → GR Tiparidrama obdyivir vyping click → TR Original tvkerni silnaki click → CZ Plavodini návodomí k použdani click → SK Právodný návod ne použ click → PL Instruknup originalna click → HU Erdeči hauznati utastás click → SLO Izovina navocila click → HR Originaine pogorska uputs click → LV Instruksjane originavstoda click → LT Originati instručja click → EST Alguodnere kassruadjehend click → RUS Operatanskiy opazionistvo na zacinyata aui click → BG Operat anis piustosostro za elektrastušna click → RO Instručjum de folstea originale click → MK Operatanskiy prapazniu za pažlata click → UKR Operatana inerpyutí z ostranyotajúf click → AR Kvědi skěděclick
ATC-468-M12PL-SheSera.no 1
12.10.2020 18:25:14






