ALPINA ATR 26 J - Grasmaaier

ATR 26 J - Grasmaaier ALPINA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis ATR 26 J ALPINA in PDF-formaat.

📄 344 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice ALPINA ATR 26 J - page 214
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over ATR 26 J ALPINA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ATR 26 J - ALPINA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ATR 26 J van het merk ALPINA.

GEBRUIKSAANWIJZING ATR 26 J ALPINA

1.1 Hoe de handleiding lezen 1

  1. VEILIGHEIDSNORMEN DIE STRIKT OPGEVOLGD MOETEN WORDEN 1

2.1 VOORBEREIDING 1

2.2 VÓÓR HET GEBRUIK.... 2

3.3 BESCHRIJVING VAN DE VERKLARENDE SYMBOLEN (indien voorzien) 6

3.4 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN 6

  1. MONTAGE VAN DE MACHINE 6

4.1 VERVOLLEDIGING VAN DE MACHINE (Afb. 1)....6

4.2 MONTAGE VAN DE BESCHERMING (Afb. 2) ... 7

4.3 MONTAGE EN DEMONTAGE VAN DE DRAADHOUDER (Afb. 3)....7

4.4 BEVESTIGEN VAN DE STAAF (Afb. 4) ...... 7

  1. VOORBEREIDING VAN HET WERK....7

5.1 CONTROLE VAN DE MACHINE....7

5.2 BEREIDING VAN HET BRANDSTOFMENGSEL7

5.3 BIJVULLEN VAN BRANDSTOF 8

  1. GEBRUIK VAN DE MACHINE 8

6.1 OPSTARTEN VAN DE MACHINE 8

6.2 AFSTELLING VAN DE SNELHEID VAN DE SNIJ-INRICHTING (Afb. 5)....9

6.3 STOP VAN DE MACHINE (Afb. 5)....9

  1. WERKWIJZEN EN WERKTECHNIEKEN 9

7.1 GEBRUIKSWIJZEN VAN DE MACHINE...... 9

7.2 NA HET WERKEN....10

  1. GEWOON ONDERHOUD 10

8.1 BEWARING 10

8.2 REINIGING VAN DE MOTOR EN VAN DE GELUIDSDEMPER 10

8.3 OPSTARTGROEP 10

8.4 BEVESTIGINGEN....11

8.5 REINIGING VAN DE LUCHTFILTER (Afb. 11)....11

8.6 CONTROLE VAN DE BOUGIE (Afb. 12)......11

8.7 VERVANGING VAN DE DRAAD VAN DE KOP (Afb. 13 A/B)....11

8.8 SLIJPEN VAN DE DRAADSNIJDER (Afb. 14)....11

8.9 LANGDURIGE STILSTAND....11

  1. BUITENGEWOON ONDERHOUD .....11

9.1 AFSTELLING VAN HET MINIMUMTOERENTAL....11

9.2 REGELING VAN DE CARBURATOR....11

  1. STORINGEN....11

1. ALGEMEEN

1.1 HOE DE HANDLEIDING LEZEN

HOE DE HANDLEIDING LEZEN

In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten, gekenmerkt door diverse symbolen die de volgende betekenis hebben:

OPMERKING of

BELANGRIJK Verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of er schade veroorzaakt wordt.

LET OP! Gevaar van persoonlijk letsel of letsel aan anderen in geval van niet inacht-neming.

GEVAAR! Kans op ernstig persoon- lijk letsel of ernstig letsel aan anderen gevaar voor dodelijke ongelukken, in geva van niet inachtneming.

2. VEILIGHEIDSNORMEN DIE STRIKT OPGEVOLGD MOETEN WORDEN

2.1 VOORBEREIDING

LET OP! Lees deze aanwijzingen aan-dachtig alvorens de machine te gebruiken.

1) Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de motor snel af te zetten. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om ze in de toekomst te kunnen raadplegen.
2) Laat nooit toe dat de machine gebruikt wordt door kinderen of door personen die niet vertrouwd zijn met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zijn.
3) Gebruik de machine nooit als er personen, met name kinderen, of dieren in de buurt zijn
4) Gebruik de machine nooit indien de gebruiker vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoffen ingenomen heeft die negatieve invloed kunnen hebben zijn voor zijn reactievermogen en aandacht.

5) Denk eraan dat de persoon die de machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen overkomen. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de risico's, die het terrein waar hij op moet werken met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen met het oog op zijn eigen veiligheid en die van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen.
6) Indien men de machine aan derden wil geven of lenen, moet men zich ervan verzekeren dat de gebruiker de gebruiksaanwijzingen in dit handboek doorneemt.
7) Vooraleer de eerste keer te gaan maaien, moet men vertrouwd raken met de meest gepaste maaitechnieken door het draagstel te passen, de machine stevig vast te nemen en de handelingen uit te voeren.

2.2 VÓÓR HET GEBRUIK

1) Tijdens het werken moet gepaste kledij gedragen worden die de gebruiker niet hindert in zijn bewegingen.

  • Gebruik aanpassende beschermende kledij, trillingdempende handschoenen, beschermende bril, anti-stofmaskers, gehoorbeschermers en anti-snij schoenen met anti-slipzool.
  • Draag geen sjaals, hemden, kettingen of andere hangende of brede accessoires die in de machine verklemd kunnen geraken.
  • Lang haar wordt zorgvuldig bijeengebonden.
    2) Controleer grondig de hele werkzone en verwijder alles wat van door de machine weg zou kunnen uitgestoten worden of de snij-inrichting zou kunnen beschadigen (keien, takken, ijzerdraad, beenderen, enz.).
    3) Ga vóór het gebruik over op een algemene controle van de machine, en in het bijzonder:

  • De versnellingshendel en de veiligheidshendel moeten vrij kunnen bewegen, zonder ge-forceerd te worden, en bij het loslaten moeten ze automatisch en snel terug in de neutrale stand komen;

  • De versnellingshendel moet geblokkeerd blijven indien niet op de veiligheidshendel geduwd wordt;
  • De stopschakelaar van de motor moet makkelijk van de ene stand in de andere gebracht kunnen worden;
  • De elektrische kabels en in het bijzonder de kabel van de bougie moeten onbeschadigd zijn om te voorkomen dat vonken ontstaan; de kap moet correct op de bougie gemonteerd zijn;
  • De handgrepen en beschermingen van de machine moeten schoon, droog, en stevig be-

vestigd zijn op de machine;

  • Controleer de correcte positie van de handgrepen en het aanslagpunt van het draagstel, naast een correct evenwicht van de machine.
  • Controleer of de beschermingen geschikt zijn voor het gebruikte instrument en of ze correct gemonteerd zijn.
  • de snij-inrichting mag geen tekens van beschadiging vertonen. Controleer of de snij-inrichting niet versleten of beschadigd is. Vervang de beschadigde of versleten snij-inrichting om ervoor te zorgen dat het maaidek in balans blijft. Eventuele herstellingen moeten nabij een gespecialiseerd centrum uitgevoerd worden.

4) ▲ LET OP! : ▲ GEVAAR! Benzine is bijzonder brandbaar.

  • Bewaar de brandstof in gepaste recipienten die geschikt zijn voor dit gebruik;
  • Vul de brandstof, met een trechter, alleen buiten en rook niet tijdens deze werkzaamheden en wanneer u met de brandstof bezig bent;
  • Open de dop van het reservoir langzaam om de interne druk geleidelijk aan af te laten;
  • Giet de brandstof in het reservoir vóórdat u de motor aanzet: als de motor aanstaat of warm is mag u geen brandstof toevoegen of de dop van de benzinetank afdraaien;
  • Als u benzine gemorst hebt mag u de motor niet starten maar dient u de machine uit de buurt van de plek waar u de benzine gemorst hebt te brengen en voorkomen dat er brand ontstaat. U dient te wachten totdat de brandstof verdampt is en de benzinedampen opgelost zijn:
  • Draai de dop altijd weer goed op de tank van de machine en het benzinereservoir.
  • Reinig onmiddellijk elk spoor van benzine gemorst op de machine of op de grond;
  • Start de machine nooit op de plaats waar de brandstof bijgevuld werd; de motor moet steeds gestart worden op een afstand van minstens 3 meter van de plaats waar de brandstof bijgevuld werd.
  • Vermijd dat de brandstof in contact komt met de kledij en, mocht dit toch gebeuren, trek dan andere kledij aan vooraleer de motor te starten;
    5) Vervang defecte of beschadigde geluidsdempers.

1) Start de motor niet in gesloten ruimten waar zich gevaarlijke koolstofmonoxide kan ontwikkelen.
2) Werk enkel bij daglicht of met een goede kunstmatige verlichting en bij goede zichtbaar-

heid. Verwijder personen, kinderen en dieren uit de werkzone.

3) Neem tijdens het gebruik een vaste en stabiele positie aan en wees altijd voorzichtig.

4) Vermijd zoveel mogelijk te werken op een natte of glibberige grond, of in ieder geval op te oneffen of steile terreinen die de stabiliteit van de bediener tijdens het werken niet kunnen garanderen;

5) Zorg er voor dat U steeds een goed steunpunt hebt op hellende terreinen

6) Loop nooit, maar stap.

7) Verleen bijzondere aandacht aan de onregelmatigheden van het terrein en de aanwezigheid van eventuele hindernissen.

8) Werk op een helling dwars en nooit in de richting stijging/daling, let goed op bij de veranderingen van richting en blijf steeds onder de snijinrichting.

9) De machine mag niet gebruikt worden door personen die niet in staat zijn om het gereedschap stevig met beide handen vast het houden en/of om stevig in evenwicht te blijven staan op beide benen.

10) De machine dient niet door meer dan één persoon gebruikt te worden.

11) Tijdens het werk moet de machine altijd met beide handen vastgenomen worden, met de motor rechts van het lichaam en de snijgroep onder het niveau van de riem.

12) Let goed op het verkeer, wanneer de machine dicht bij de straat gebruikt wordt.

13) Gebruik de machine nooit wanneer de beschermingen beschadigd zijn of ontbreken.

14) Houd altijd de handen en voeten ver van de snij-inrichting, zowel wanneer de motor gestart wordt als tijdens het gebruik van de machine.

15) Let op het risico op letsels veroorzaakt door eender welke inrichting voor het snijden van de lengte van de draad. Na de nieuwe draad losgelaten te hebben, dient men de machine altijd weer in werkpositie te brengen vooraleer de motor te starten.

16) Let op eventueel materiaal dat door de beweging van de snij-inrichting wegspringt.

17) Let op: het snij-element blijft draaien ook nadat de motor werd uitgeschakeld.

18) Start de motor terwijl de machine stevig vastgehouden wordt:

- Controleer of andere personen zich op minstens 15 meter afstand van de actieradius van de machine bevinden, of op minstens 30 meter in geval van zwaardere werkzaamheden;

- Richt de geluidsdemper en dus de uitlaatgassen nooit naar ontvlambare materialen.

19) Wijzig de afstelling van de motor niet en laat het toerental van de motor niet buitengewoon hoog oplopen.

20) Overbelast de machine niet en gebruik geen

kleine machine om zware werken te verrichten; het gebruik van een machine met aangepaste afmetingen zal de risico's beperken en de kwaliteit van het werk verbeteren.

21) Controleer of het laagste toerental de snijinrichting niet in beweging brengt en of de motor na een plotse versnelling snel terugvalt tot het laagste toerental.

22) Zorg ervoor dat de machine tijdens het werk altijd vastgehaakt is aan het draagstel.

23) Schakel de motor uit:

- Telkens wanneer u de machine onbeheerd achterlaat;

- Alvorens brandstof bij te vullen;

- Tijdens verplaatsingen tussen werkzones.

24) Schakel de motor uit en koppel de bougie-kabel los:

- Vóórdat u de machine controleert, schoonmaakt of eraan werkt;

- Nadat er een vreemd voorwerp opgezogden te hebben. Controleer de machine op eventuele beschadigingen en voer de nodige reparaties uit alvorens de machine opnieuw te gebruiken;

- Indien de machine op abnormale wijze begint te trillen (meteen de oorzaken van de trillingen opsporen en hem laten nakijken door een Gespecialiseerd Servicecentrum);

- Wanneer de machine niet gebruikt wordt.

25) De machine niet op plaatsen en uren gebruiken die storend kunnen zijn.

26) Om brandgevaar te voorkomen, de machine niet met warme motor achterlaten op bladeren, droog gras, of ander ontvlambaar materiaal.

27) Monteer nooit metalen snij-elementen. Op deze machine mogen geen metalen of harde messen gebruikt worden.

28) LET OP! – In geval van breuken of ongevallen tijdens het werk, dient men de motor onmiddellijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevallen met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddellijk de meest geschikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheidsstructuur te richten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of letsels aan personen of dieren kunnen veroorzaken indien ze onopgemerkt blijven.

29) NET OP! Het niveau van het geluid en van de trillingen dat aangegeven is in deze handleiding, zijn de maximale waarden voor het gebruik van de machine. Het gebruik van een niet gebalanceerd maai-element en gebrekkig onderhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen. Bijgevolg is het noodzakelijk preventieve maatregelen te treffen om mogelijke schade ten gevolge van een hoog geluidsniveau en stress van trillingen te vermij-

den; zorg voor het onderhoud van de machine, draag gehoorbescherming, maak pauzes tijdens het werk.

30) De langdurige blootstelling aan trillingen kan neuro-vasculaire letsels en problemen veroorzaken (ook gekend onder de naam "fenomeen van Raynaud" of "witte hand"), vooral bij personen die circulatiestoornissen hebben. De symptomen kunnen betrekking hebben op de handen, de polsen en de vingers, met verlies van gevoeligheid, loomheid, jeuk, pijn, verkleuring of structurele wijzigingen van de huid. Deze effecten kunnen versterkt worden door een lage omgevingstemperatuur en/of een overdreven druk op de handgreep. Wanneer deze symptomen optreden, moet de machine minder lang gebruikt worden en is het noodzakelijk een arts te raadplegen.

2.4 ONDERHOUD EN OPSLAG

1) LET OP! – Verwijder de dop van de bougie en lees de desbetreffende aanwijzingen alvorens eender welke ingreep voor reiniging of onderhoud aan te vangen. Draag geschikte kleiding en werkhandschoenen voor alle handelingen die gevaarlijk kunnen zijn voor de handen.

2) IET OP! gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of beschadigd zijn. De defecte of beschadigde onderdelen moeten vervangen en niet gerepareerd worden. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen: het gebruik van niet originele en/of niet goed gemonteerde onderdelen beïnvloedt de veiligheid van de machine, kan ongelukken of persoonlijk letsel aanrichten en de fabrikant kan hiervoor niet aansprakelijk gesteld worden.

3) Alle onderhoudshandelingen en afstellingen die niet beschreven zijn in deze handleiding moeten uitgevoerd worden door uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat beschikt over de nodige kennis en uitrustingen om de werken correct uit te voeren, met respect voor het oorspronkelijk niveau van veiligheid van de machine. Handelingen die uitgevoerd werden in niet geschikte structuren of door onbekwa-me personen doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aansprakelijkheid van de Fabrikant vervallen.

4) Koppel na ieder gebruik de kabel van de bougie los en controleer of er geen beschadigingen zijn.

5) Laat bouten en schroeven vastgedraaid zitten om er zeker van te zijn dat de machine altijd op een veilige manier gebruiksklaar is. Als u regelmatig onderhoud aan de heggenschaar pleegt, zal de werking ervan veilig blijven en zal het prestatieniveau bewaard blijven.

6) Controleer regelmatig of de schroeven van de snij-inrichting correct vastgedraaid zijn.
7) Draag werkhandschoenen en pas de bescherming van de Snij-inrichting toe om het Toestel te hanteren, te demonteren of te hermonteren.
8) Tijdens de afstellingen van de machine, moet men erop letten dat de vingers niet tussen de snij-inrichting en de vaste delen van de machine verklemd geraken.
9) Raak de snij-inrichting niet aan totdat de kabel van de bougie losgekoppeld is en de snij-inrichting volledig stilstaat. Tijdens het werken aan de snij-inrichting, dient men erop te letten dat de snij-inrichting kan bewegen, ook al is de kabel van de bougie losgekoppeld.
10) Controleer de bescherming regelmatig op slijtage of beschadigingen. Vervang ze indien ze beschadigd is.
11) Vervang de labels met instructies en waarschuwingen, indien deze beschadigd zijn.
12) Berg de machine op in een plaats die niet toegankelijk is voor kinderen.
13) Zet de machine niet met benzine in de tank in een ruimte waar de benzinedampen met vlammen, vonken of een warmtebron in aanraking zouden kunnen komen.
14) Laat de motor eerst afkoelen alvorens de machine de machine in eender welke ruimte op te bergen.
15) Om het risico voor brand te beperken de machine en in het bijzonder de motor vrijhouden van grasresten, bladeren of overtollig vet; laat geen houders met snijafval in de ruimte achter.
16) Als u de tank moet ledigen, dient u dit in de open lucht te doen en wanneer de motor koud is.
17) Vooraleer de machine op te bergen, de sleutels of het gereedschap gebruikt voor het onderhoud wegnemen.

2.5 RESTRISICO'S

Ook al worden alle veiligheidsvoorschriften opgevolgd, kunnen er zich nog enkele risico's voordoen die men niet kan uitsluiten. Voor het type en de constructiewijze van de machine, zijn de mogelijke voorzienbare gevaren:

  • Letsels aan vingers en handen indien deze terecht kommen in de rotatie van de snij-inrichting
  • Letstels aan de voeten indien deze geraakt worden door de snij-inrichting
  • Letsels aan de ogen indien er geen beschermende bril gebruikt wordt (bescherming tegen stenen en aarde)
  • Letsels aan het gehoor, indien er geen oorbescherming gebruikt wordt

2.6 TRANSPORT EN VERPLAATSING

1) Telkens wanneer de machine verplaatst of vervoerd moet worden, is het noodzakelijk:
- De motor uit te schakelen, wachten tot de snijinrichting tot stilstand gekomen zijn en de bougiekap loskoppelen;
- De beschermingen aan te brengen op de snijinrichting;
- De machine alleen vast te nemen aan de handgrepen en de snij-inrichting in de richting tegenover de loop- of rijrichting te houden.
2) Wanneer de machine vervoerd wordt met een voertuig, moet het op dusdanige wijze geplaatst worden dat er voor niemand gevaar ontstaat en stevig geblokkeerd worden om te voorkomen dat de machine omvalt en beschadigd wordt of dat brandstof lekt.

2.7 MILIEUBESCHERMING

1) De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven. Wees geen storend element voor uw buren.
2) Volg nauwgezet de plaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, olie, benzine, filters, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op de omgeving; dit afval mag niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
3) Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdanking van het snijafval.
4) Wanneer de machine uit bedrijf gesteld wordt, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze naar een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldende locale normen.

3. LEER DE MACHINE KENNEN

OPMERKING – De afbeeldingen die overeenstemmen met de aanwijzingen bevinden zich op pag. ii van deze handleiding.

3.1 BESCHRIJVING VAN DE MACHINE EN GEBRUIKSGEBIED

Deze machine is een tuingereedschap, en met name een draagbare trimmer met thermische motor voor hobby gebruik.

De machine bestaat hoofdzakelijk uit een motor

die, door middel van een aandrijvingsas die in een buis steekt, een snij-inrichting aanschakelt bestaande uit een draadhouder.

De bediener kan de machine dragen met behulp van een draagstel en hij kan de hoofdzakelijke commando's aanschakelen terwijl hij steeds op veiligheidsafstand van de snij-inrichting blijft.

3.1.1 Voorzien gebruik

Deze machine is ontworpen en gebouwd voor:

- het maaien van gras en niet-houterige begroeiing, met behulp van een nylondraad (vb. boordjes van perken, beplantingen, muren, omheiningen of groene zones met een beperkte oppervlakte, om het werk van de maai-machine af te werken).

3.1.2 Type gebruiker

Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d.w.z. door niet professionele bedieners. Deze machine is bestemd voor een amateuriëel gebruik.

3.1.3 Onjuist gebruik

Eender welk ander gebruik, dat afwijkt van wat hierboven beschreven is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan personen en/of zaken.

De volgende situaties behoren tot het ongeschikt gebruik (bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend):

  • gebruik van de machine om te vegen;
  • heggen knippen of andere werkzaamheden waarbij de snij-inrichting niet op grondhoogte gebruikt wordt;
  • gebruik van de machine met de snij-inrichting boven de riemhoogte van de bediener;
  • gebruik van de machine voor het snijden van niet plantaardig materiaal;
  • gebruik van de machine door meer dan ййн persoon tegelijk;

3.2 IDENTIFICATIELABEL EN ONDERDELEN VAN DE MACHINE

  1. Geluidsniveau
  2. Conformiteitskenteken
  3. Bouwmaand/jaar
  4. Machinetype
  5. Serienummer
  6. Naam en adres van de fabrikant
  7. Aantal emissies
  8. Artikelcode

  9. Aandrijfeenheid
    12.Aandrijvingsbuis

  10. Uiteinde aandrijvingsbuis
  11. Draadhouder
  12. Bescherming van de snij-inrichting
  13. Voorste handgreep
  14. Achterste handgreep
  15. Bougie

  16. Stopschakelaar motor

  17. Versnellingsknop
  18. Vergrendeling versnelling
  19. Startknop
  20. Chokeknop (Starter)
  21. Knop voorinspuiting (Primer)
  22. Beperker van de gashendel (indien voorzien)
  23. Dop brandstofreservoir

Het voorbeeld van de verklaring van overeenstemming bevindt zich op de voorlaatste pagina van de handleiding.

3.3 BESCHRIJVING VAN DE VERKLARENDE SYMBOLEN (INDIEN VOORZIEN)

  1. Mengreservoir
  2. Standen stopschakelaar motor
    a = stop
    b = start
  3. Chokeknop (Starter)
  4. Knop voorinspuiting (Primer)
  5. Draairichting snij-inrichting

3.4 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

Uw machine moet voorzichtig gebruikt worden. Daarom zijn er op de machine pictogrammen aangebracht die u aan de belangrijkste veiligheidsvoorschriften herinneren. Hun betekenis is hieronder weergegeven. Verder wordt u aanbevolen de veiligheidsvoorschriften in het speciale hoofdstuk daarover in dit boekje zorgvuldig door te lezen. Vervang de beschadigde of onleesbare stickers.

  1. Let op! Gevaar. Indien deze machine niet correct gebruikt wordt, kan ze gevaarlijk zijn voor de bediener en voor anderen.
  2. Voordat u deze machine in gebruik neemt eerst de gebruiksaanwijzingen lezen.
  3. De persoon die deze machine dagelijks in normale omstandigheden gebruikt kan blootgesteld zijn aan een geluidsniveau van 85 dB (A) of hoger. Gebruik een gehoorbescherming en bril en draag een veiligheids-helm.

  4. Gevaar voor wegspringende delen! Hou personen of huisdieren minstens 15 meter uit de buurt tijdens het gebruik van de machine!

  5. Maximumsnelheid snij-inrichting. Gebruik alleen gepaste snij-inrichtingen.
  6. Gebruik geen messen met metalen of harde punten, of cirkelzagen.
  7. Op deze machine kan alleen een draadhouder gebruikt worden.
  8. Let op! Benzine is brandbaar. Laat de motor minstens 2 minuten afkoelen voor bij te tanken.
  9. Let op! Houd u op afstand van de hete oppervlakken.

OPMERKING De afbeeldingen die in de tekst vermeld worden, bevinden zich op de pagina's iii en daaropvolgende van deze handleiding.

4. MONTAGE VAN DE MACHINE

BELANGRIJK Een aantal onderdelen is bij levering van de machine gedemonteerd, en het brandstofreservoir is leeg.

LET OP! Draag altijd sterke werkhand- schoenen om de snij-inrichting te hanteren. Ga bijzonder voorzichtig te werk voor de montage van de onderdelen, om de veilig- heid en efficiëntie van de machine niet in het gedrang te brengen; neem bij twijfels contact op met uw Verkoper.

LET OP! De machine moet op een vlakke en solide ondergrond uitgepakt en gemonteerd worden, met voldoende bewegingsruimte voor de machine en de verpakkin en steeds met gebruik van geschikte we tuigen.

De verpakking moet volgens de plaatselijk geldende bepalingen worden afgevoerd.

4.1 VERVOLLEDIGING VAN DE MACHINE (AFB. 1)

  • Plaats het bovenste deel (1) van het voorste handvat en breng de onderste knop (2) aan met behulp van de schroeven (3), let erop de twee trillingwerende schelpen (4) op hun plaats te houden.
  • Vooraleer de schroeven (3) vast te draaien, wordt de handgreep correct gericht ten opzichte van de aandrijvingsbuis.
  • Draai de schroeven (3) stevig vast.

4.2 MONTAGE VAN DE BESCHERMING (AFB. 2)

  • Verwijder de beschermdop (1) van het uiteinde van de onderkant van de staaf (2).
  • Bevestig de bescherming (3) aan het support (4) door middel van de bijgeleverde schroeven en moeren (5).

4.3 MONTAGE EN DEMONTAGE VAN DE DRAADHOUDER (AFB. 3)

a) Montage

  • Blokkeer met een geschikte sleutel de draaiing van de as (1).
  • Monteer de draadhouder (2) door hem in wijzerzin los te draaien.

b) Demontage

  • Blokkeer met een geschikte sleutel de draaiing van de as (1).
  • Verwijder de draadhouder (2) door hem tegen de wijzer van de klok los te draaien.

4.4 BEVESTIGEN VAN DE STAAF (AFB. 4)

- Haal de stoppin (1) naar buiten en duw de onderkant van de staaf (2) tot men de klik van de stoppin hoort (1) in het gat (3) van de staaf. Deze handeling kan vergemakkelijkt worden door de onderkant (2) licht te draaien in beide richtingen; de volledige aanbrenging is zichtbaar wanneer de pin (1) volledig naar binnen is.

- Na de aanbrenging, kan de knop (4) stevig vastgedraaid worden.

5. VOORBEREIDING VAN HET WERK

5.1 CONTROLE VAN DE MACHINE

Alvorens de machine te gebruiken, is het noodzakelijk:

  • te controleren of er geen schroeven loszitten aan de machine of de snij-inrichting;
  • te controleren of de snij-inrichting niet beschadigd is;
  • te controleren of de luchtfilter schoon is;
  • controleer of de beschermingen goed vastzitten en efficiënt zijn;
  • te controleren of de handgrepen goed bevestigd zijn.

5.2 BEREIDING VAN HET BRANDSTOFMENGSEL

Deze machine is uitgerust met een tweetakt-motor waarvoor een mengsel van benzine en smeerolie gebruikt moet worden.

BELANGRIJK Het gebruik van alleen benzine beschadigd de motor en doet de garantie vervallen.

BELANGRIJK Gebruik alleen brandstof en smeermiddelen van goede kwaliteit, om de prestaties in stand te houden en borg te staan voor de levensduur van de mechanische componenten.

5.2.1 Eigenschappen van de benzine

Gebruik alleen loodvrije benzine (groen) met een octaangehalte van minstens 90 N.O.

BELANGRIJK Groene benzine zorgt altijd voor wat afzettingen in het recipiënt indien het langer dan 2 maanden bewaard wordt. Gebruik altijd verse benzine!

5.2.2 Eigenschappen van de olie

Gebruik alleen synthetische olie van uitstekende kwaliteit, specifiek voor tweetaktmotoren.

Bij uw Verkoper zijn oliën beschikbaar die speciaal bestudeerd werden voor dit type van motor en in staat zijn om voor een hoge bescherming te zorgen.

Het gebruik van deze oliën leidt tot een mengsel bij 2,5%, d.w.z. 1 deel olie voor 40 delen benzine.

5.2.3 Bereiding en bewaring van het mengsel

GEVAAR! De benzine en het mengsel zijn ontvlambaar!

  • Bewaar de benzine en het mengsel in speciale recipienten voor brandstof, op een veilige plaats, uit de buurt van warmtebronnen of naakte vlammen.
  • De recipienten moeten buiten het bere van kinderen bewaard worden.
  • Niet roken tijdens de bereiding van mengsel en de benzinedampen niet inade- men.

Voor de bereiding van het mengsel:

  • Doe ongeveer de helft van de benzine in een geschikte tank.
  • Voeg er alle olie aan toe, volgens de tabel.
  • Voeg de rest van de benzine toe.
  • Sluit de dop en schud krachtig.

BELANGRIJK Het mengsel is onderhevig aan veroudering. Bereid niet te veel mengsel, om af-zettingen te voorkomen.

BELANGRIJK Zorg ervoor dat de recipienten van de benzine en het mengsel goed van elkaar onderscheiden worden, om geen vergissing te begaan op het moment van het gebruik.

BELANGRIJK Reinig de recipiënten van de benzine en het mengsel periodiek, om eventuele afzettingen te verwijderen.

5.3 BIJVULLEN VAN BRANDSTOF

GEVAAR! Niet roken tijdens het bijvullen en de benzinedampen niet inademen.

▲ LET OP! Open de dop van de tank voorzichtig omdat er druk ontstaan kan zijn aan de binnenkant.

Vooraleer bij te vullen:

  • Schud de tank van het mengsel krachtig.
  • Plaats de machine effen en stabiel, met de vuldop van het reservoir naar boven.
  • Maak de dop van het reservoir en de zone rond de dop schoon om te voorkomen dat tijdens het bijvullen onzuiverheden terechtkomen in het mengsel.
  • Open de dop van het reservoir voorzichtig om de druk geleidelijk aan af te laten. Vul bij gebruik makend van een trechter en vul het reservoir niet tot aan de rand.

LET OP! De dop van het reservoir moet altijd stevig weer vastgedraaid worden.

▲ LET OP! Reinig onmiddellijk elk sp van mengsel dat eventueel gemorst werd op de machine of op de grond en start de motor pas wanneer de benzinedampen voleldig opgelost zijn.

6. GEBRUIK VAN DE MACHINE

6.1 OPSTARTEN VAN DE MACHINE

⚠ LET OP! De machine wordt gestart op een afstand van minstens 3 meter van de plaats waar de brandstof bijgevuld werd.

Alvorens de motor te starten:

- Zet de machine stabiel op de grond.

6.1.1 Start met koude motor

LET OP! Met start bij koude motor wordt bedoeld een start na minstens 5 minuten dat de motor uitgeschakeld is of na het bijvullen van brandstof.

Om de machine op te starten (Afb. 5):

  1. Breng de schakelaar (1) in de stand «I».
  2. Schakel de starter in door de hendel (4) in de stand "B" te draaien.
  3. Druk 3-4 keer op de knop van de voorinspuiting (primer) (5) om de brandstoftoevoer te bevorderen.
  4. Druk op de veiligheidshendel (3), schakel de bedienhendel van de versnelling (2) in en houd deze op zijn positie met behulp van de toets van de beperker (7); laat vervolgens de veiligheidshendel (3) los.
  5. Houd de machine stevig tegen de grond met een hand op de motor, om de controle ervan niet te verliezen tijdens het starten (Afb. 6).

BELANGRIJK Om vervormingen te voorkomen, dient de aandrijvingsbuis niet gebruikt te worden als steun voor de hand of de knie tijdens de start.

  1. Trek de startknop langzaam 10-15 cm aan tot u een zekere weerstand gewaarwordt. Trek er dan nog enkele keren aan tot de machine in gang schiet.

BELANGRIJK Om te voorkomen dat het touw breekt, wordt er niet over de gehele lengte aan getrokken. Laat het touw niet langs de rand van de opening van de touwgeleider schuren en laat de knop geleidelijk aan los, om te voorkomen dat het touw op ongecontroleerde wijze naar binnen schiet.

  1. Trek opnieuw aan de startknop tot de motor normaal in gang komt.

LET OP! De inschakeling van de machine met ingeschakelde starter veroorzaakt de beweging van de snij-inrichting, die alleen onderbroken kan worden door de uitschakeling van de starter.

  1. Zodra de motor gestart is, moet de starter uitgeschakeld worden door de hendel (2) in de stand «ON» te draaien.
  2. Schakel de beperker (7 – indien voorzien) uit door de versnellingsknop (2) even te activeren, om de motor weer naar het minimum toerental te brengen.
  3. Laat de motor minstens 1 minuut op het minimum-toerental draaien vooraleer de machine te gebruiken.

BELANGRIJK Indien de knop van het starttouw

herhaaldelijk bediend wordt met de starter ingeschakeld, kan de motor vastlopen en de start bemoeilijkt worden.

Indien de motor vastloopt, de bougie demon- teren en voorzichtig aan de knop van het start- touw trekken om de overtollige brandstof te ver- wijderen; vervolgens de elektrodes van de bou- gie afdrogen en de bougie weer monteren op de motor.

6.1.2 Start bij warme motor

Voor de start bij warme motor (onmiddellijk na de uitschakeling van de motor), volg de punten 1 - 5 - 6 - 7 van de vorige werkwijze.

6.2 AFSTELLING VAN DE SNELHEID VAN DE SNIJ-INRICHTING (AFB. 5)

De snelheid van de snij-inrichting kan geregeld worden met de versnellingsknop (2) op de achterste handgreep (6).

De versnelling kan alleen ingeschakeld worden wanneer gelijktijdig op de vergrendeling (3) geduwd wordt.

De beweging wordt van de motor overgedragen op aandrijfas, door middel van een koppeling met centrifugaalgewichten die de beweging van de as verhindert wanneer de motor op het minimaal toerental draait.

LET OP! De snij-inrichting mag niet wegen met de motor op het minimumtoerental. Als de snij-inrichting beweegt met de motor op zijn minimumtoerental, neem dan contact op met uw verkoper om de motor goed af te stellen.

De correcte werksnelheid wordt bekomen met de versnellingshendel (2) tegen de eindaanslag.

BELANGRIJK Gedurende de eerste 6-8 werk-uren van de machine, wordt vermeden de hoogste toerentallen te gebruiken.

6.3 STOP VAN DE MACHINE (AFB. 5)

Om de machine te stoppen, dient men:

- Laat de versnellingsknop los (2) en laat de motor enkele seconden draaien op het laagste toerental.

- Breng de schakelaar (1) in de stand «O».

▲ LET OP! Nadat de versnelling in de minimumstand gezet werd, moet enkele secon-

den gewacht worden vooraleer de snij-inrichting tot stilstand komt.

7. WERKWIJZEN EN WERKTECHNIEKEN

Uit respect voor de anderen en het milieu:

  • Wees geen storend element.
  • Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdanking van het snijafval.
  • Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdanking van olie, benzine, beschadigde onderdelen of om het even welk element dat niet milieuvriendelijk is.

LET OP! Draag tijdens het werk gepaste kledij. Uw Verkoper zal u alle nodige ir matie geven over de meest geschikte veilig-heidskledij, met het oog op een veilig gebruik van de machine.

7.1 GEBRUIKSWIJZEN VAN DE MACHINE

▲ LET OP! Tijdens het werk moet de machine altijd met beide handen vastgenomen worden, met de motor rechts van het lichaam en de snijgroep onder het niveau van de riem.

Vooraleer de eerste keer te gaan maaien, moet men vertrouwd raken met de meest gepaste maaitechnieken door het draagstel te passen, de machine stevig vast te nemen en de handelingen uit te voeren.

be- De draadhouder kan hoog gras en niet-houterige begroeiing verwijderen tegen omheiningen, muren, funderingen, trottoirs, rond bomen, enz. of een bepaalde zone van de ruin volledig schoon te maken.

▲ LET OP! Op deze machine mogen geen metalen of harde messen gebruikt worden.

LET OP! Gebruik ALLEEN nylondraad. Het gebruik van metalen draden, geplastificeerde metaaldraad of draad die niet geschikt is voor de kop, kan ernstige verwon dingen veroorzaken.

Tijdens het gebruik moet de motor stilgelegd worden en moet het gras dat zich rond de machine gewikkeld heeft regelmatig verwijderd worden, om oververhitting van de aandrijvingsbuis te voorkomen, te wijten aan gras dat zich opgehoopt heeft onder de bescherming.

Verwijder het gras met een schroevendraaien, om ervoor te zorgen dat de staaf correct afgekoeld wordt.

de plant ernstig kan beschadigen.

LET OP! Gebruik de machine niet om de vegen, door de draadhouder over te hellen. De kracht van de motor kan voor keitjes tot 15 meter ver werpen en schade of verwondingen veroorzaken.

a) Snijden in beweging (Maaien) (Afb. 7)

Ga met een correcte houding te werk, met een boogbeweging zoals bij traditioneel maaien, zonder de draadhouder over te hellen. Probeer de juiste maaihoogte eerst uit in een kleine zone, om een uniform maairesultaat te verkrijgen door de draadhouder op een constante afstand van het terrein te houden. Voor zwaarder werk, kan het handig zijn de draadhouder ongeveer 30° naar links te laten hellen.

▲ LET OP! Doe dit niet wanneer voorwerp kunnen wegspringen die personen of dieren kunnen verwonden of schade kunnen richten.

b) Precisiesnijden (Recht afsnijden)

Houd de machine lichtjes schuin zodat de onderkant van de draadhouder niet in aanraking komt met het terrein en de snijlijn zich op het gewenste punt bevindt, waarbij de snij-inrichting altijd ver van de gebruiker gehouden wordt.

c) Maaien vlakbij omheiningen / funderingen (Afb. 8)

Nader met de draadhouder langzaam de omheining, paaltjes, stenen, muren, enz. zonder kracht toe te passen.

Wanneer de draad een omvangrijke hindernis raakt kan hij breken of verslijten; wanneer hij blijft steken in een omheining, kan hij bruusk afknakken.

In elk geval kan het snijden rond trottoirs, funderingen, muren, enz. een overmatige slijtage van de draad veroorzaken.

d) Maaien rond bomen (Afb. 9)

Loop rond de boom van links naar rechts en nader de stam langzaam om er niet met de draad tegen te komen; hou de draadhouder een beetje naar voren.

Hou er rekening mee dat de nylondraad kleine heesters kan doorsnijden of beschadigen en dat het contact tussen de nylondraad en de stam van heesters of bomen met een zachte schors

e) Regeling van de draadlengte tijdens het penwerk (Afb. 11)

Deze machine is uitgerust met een kop Tap & Go.

Om nieuwe draad vrij te geven, klop de draadhouder tegen het terrein met de motor op maximale snelheid; de draad komt automatisch vrij en het mes snijdt de overtollige lengte weg.

7.2 NA HET WERKEN

Na het werken:

- Stop de machine zoals hiervoor beschreven is (zie 6.3).

8. GEWOON ONDERHOUD

Een correct onderhoud is fundamenteel om in de tijd de oorspronkelijke efficiëntie en gebruiksveiligheid van de machine in stand te houden.

LET OP! Tijdens het onderhoud:

  • Haal de kap van de bougie.
  • Wacht tot de motor voldoende afgekou is.
  • De olie, benzine of andere vervuilende materialen niet in het milieu gooien.

8.1 BEWARING

Na het werken, wordt de machine zorgvuldig vrijgemaakt van stof en vuil en dient men zich ervan te verzekeren dat er geen beschadigde onderdelen zijn en de defecte delen vervangen. De machine moet bewaard worden op een droge plaats, beschermd tegen de weersomstandigheden en met de bescherming correct gemonteerd.

8.2 REINIGING VAN DE MOTOR EN VAN DE GELUIDSDEMPER

Om brandgevaar te beperken, worden de vleugels van de cilinder regelmatig gereinigd met perslucht en wordt de zone van de geluidsdemper vrijgemaakt van zaagsel, takjes, bladeren of ander afval.

8.3 OPSTARTGROEP

Om oververhitting en schade aan de motor te

voorkomen, moeten de roosters voor de aanzuiging van de koellucht altijd schoon en vrij van zaagsel en vuil zijn.

Indien er zich tekens van slijtage voordoen op de startkabel, dient men de verkoper te contacteren voor vervanging ervan.

8.4 BEVESTIGINGEN

Controleer regelmatig of alle schroeven en moeren goed aangezet zijn en of de handgrepen stevig vastzitten.

8.5 REINIGING VAN DE LUCHTFILTER (AFB. 11)

BELANGRIJK Het is essentieel dat de luchtfilter gereinigd wordt, voor de goede werking en de levensduur van de machine. Werk nooit zonder filter of met een beschadigde filter, om geen onherroepelijke schade toe te brengen aan de motor.

De reiniging wordt om de 15 werkuren uitgevoerd.

Om de filter te reinigen:

  • Draai de knop (3) los, demonteer het deksel (1) en verwijder het filterelement (2).
  • Was het filterelement (2) met water en zeep. Gebruik geen benzine of andere oplosmiddelen.
  • Laat de filter drogen aan de lucht.
  • Hermonteer het filterelement (2) en het deksel (1), door de knop weer aan te draaien (3).

8.6 CONTROLE VAN DE BOUGIE (AFB. 12)

Periodiek wordt de bougie gedemonteerd en gereinigd, door eventuele restjes te verwijderen met een metalen borsteltje.

Controleer en herstel de correcte afstand tussen de elektrodes.

Hermonteer de bougie en draai hem stevig vast met de bijgeleverde sleutel.

De bougie moet ingeval van doorgebrande elektroden of een beschadigde isolatie, en ieder geval elke 100 werkuren, vervangen worden door een bougie met analoge karakteristieken.

8.7 VERVANGING VAN DE DRAAD VAN DE KOP (AFB. 13 A/B)

- Volg de volgorde die aangegeven is op de afbeelding.

8.8 SLIJPEN VAN DE DRAADSNIJDER (AFB. 14)

- Haal de draadsnijder (1) uit de bescherming

(2), door de schroeven (3) los te draaien.

  • Zet de draadsnijder vast in een bankschroef en vijl met behulp van een platte vijl. Zorg ervoor dat de originele snijhoek behouden blijft.
  • Hermonteer het mes op de bescherming.

8.9 LANGDURIGE STILSTAND

BELANGRIJK Indien men van plan is de machine langer dan 2 – -3 maanden niet te gebruiken, moeten een aantal voorzorgsmaatregelen getroffen worden om problemen te vermijden bij het hervatten van het werk of om permanente schade aan de motor te voorkomen.

Alvorens de machine op te bergen:

  • Ledig de brandstoftank.
  • Start de motor en laat hem op het laagste toerental draaien tot de stilstand, zodat alle in het reservoir overgebleven brandstof opgebruikt wordt.
  • Laat de motor afkoelen alvorens de machine op te bergen.

Wanneer de machine weer gestart wordt, dient men de machine voor te bereiden zoals aangegeven is in het hoofdstuk "2. Vòór het gebruik".

9. BUITENGEWOON ONDERHOUD

Deze ingrepen mogen enkel door uw Verkoper uitgevoerd worden.

Handelingen die uitgevoerd werden in niet geschikte structuren of door onbekwame personen doen de garantie vervallen.

9.1 AFSTELLING VAN HET MINIMUMTOERENTAL

LET OP! Als de snij-inrichting beweegt met de motor op zijn minimumtoerental, neem dan contact op met uw verkoper om de motor goed af te stellen.

9.2 REGELING VAN DE CARBURATOR

De carburator werd in de fabriek geregeld met het oog op de beste prestaties in alle omstandigheden, met een minimale uitstoot van schadelijke gassen, overeenkomstig de geldende normen.

In geval van schaarse prestaties, wendt u zich tot de Verkoper voor een controle van de brand-stoftoevoer en de motor.

10. STORINGEN

Wat te doen bij ...
Oorsprong van het probleemCorrectieve actie
1. De motor start niet of blijft niet draaien
De startprocedure is niet correctVolg de aanwijzingen (zie hoofdstuk 3)
De bougie is vuil of de afstand tussen de elektroden is niet gepastControleer de bougie (zie hoofdstuk 5)
Verstopte luchtfilter Reinig en/of vervang de filter (zie hoofdstuk 5)
Brandstofproblemen Contacteer uw Verkoper
2. De motor start maar heeft weinig vermogen
Verstopte luchtfilter Reinig en/of vervang de filter (zie hoofdstuk 5)
Brandstofproblemen Contacteer uw Verkoper
3. De motor werkt onregelmatig of heeft geen vermogen bij belasting
De bougie is vuil of de afstand tussen de elektroden is niet gepastControleer de bougie (zie hoofdstuk 5)
Brandstofproblemen Contacteer uw Verkoper
4. De motor maakt teveel rook
Verkeerde samenstelling van het mengselBereid het mengsel volgens de aanwijzingen (zie hoofdstuk 2)
Brandstofproblemen Contacteer uw Verkoper
5. De snij-inrichting beweegt met de motor op het minimumtoerental
Verkeerde afstelling van de carburatorContacteer uw Verkoper
6. De machine begint op abnormale wijze begint te trillen
Beschadiging of losgekomen delenSchakel de motor uit en koppel de kabel van de bougie los Controleer eventuele beschadigingen; Controleer of er delen losgekomen zijn en schroef ze weer vast. Voer de controles, vervangingen of herstellingen uit bij een Gespecialiseerd Centrum

INNHOLDSFORTEGNELSE

  1. GENERELT 1

NL • De inhoud en de afbeeldingen van deze gebruikshandleiding werden gerealiseerd voor rekening van ST. S.p.A. en zijn beschermd door het auteursrecht – Elke niet-geautoriseerde reproductie of wijziging, ook gedeeltelijke, van het document is verboden.

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : ALPINA

Model : ATR 26 J

Categorie : Grasmaaier