SCHEPPACH CSE2600 - Zaag

CSE2600 - Zaag SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis CSE2600 SCHEPPACH in PDF-formaat.

📄 436 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 11 vragen ⚙️ Specs
Notice SCHEPPACH CSE2600 - page 77
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Type productElektrische kettingzaag
MerkScheppach
ModelCSE2600
Motorvermogen2400 W
Nominale spanning230-240 V ~ 50 Hz
Lengte van het zwaard45,5 cm (18 inch)
Snijlengte44 cm
Gewicht (met ketting en zwaard)5,5 kg
Gewicht (zonder ketting en zwaard)4,3 kg
Capaciteit oliereservoir0,2 liter
Kettingspoed3/8"
Dikte aandrijfschakels1,27 mm
Kettings soort3/8,050x62DL
Aantal tanden van het tandwiel7 x 9,525 mm
Maximale snijsnelheid15 m/s
KettingremJa (traagheid)
Vingerbescherming voorJa (activeert de kettingrem)
Vingerbescherming achterJa
KlauwaanslagJa
SDS-systeem voor kettingspanningJa (gereedschapsloos)
Geluidsdrukniveau (LpA)96,5 dB(A)
Gegarandeerd geluidsvermogensniveau (LWA)107 dB(A)
Trillingen voorste handgreep6,02 m/s²
Trillingen achterste handgreep6,55 m/s²
BeschermingsklasseII (dubbele isolatie)
Type smeermiddelBiologisch afbreekbare kettingolie

Veelgestelde vragen - CSE2600 SCHEPPACH

Hoe span ik de ketting van de Scheppach CSE2600 kettingzaag?
Koppel het apparaat los. Draai de SDS-moer (5) met de klok mee totdat de ketting ongeveer 5 mm in het midden van het zwaard kan worden opgetild. Niet te strak spannen. Een nieuwe ketting moet na 5 minuten inlopen opnieuw worden gespannen.
Welke olie moet ik gebruiken voor de ketting?
Gebruik een biologisch afbreekbare speciale kettingzaagolie. Gebruik nooit gebruikte olie. Het reservoir heeft een capaciteit van 0,2 liter.
Hoe bedien en ontgrendel ik de kettingrem?
Bij terugslag wordt de voorste bescherming (3) naar voren geduwd en stopt de ketting binnen 0,15 s. Om te ontgrendelen, schakelt u de zaag uit en brengt u de voorste bescherming terug in verticale positie totdat deze vastklikt.
Wat zijn de essentiële veiligheidsmaatregelen?
Draag altijd veiligheidsbril, helm, gehoorbescherming, handschoenen en veiligheidsschoenen. Houd de kettingzaag met beide handen vast. Vermijd contact met de punt van het zwaard om terugslag te voorkomen. Zaag alleen hout.
Hoe start ik de kettingzaag?
Zorg ervoor dat de kettingrem is ontgrendeld. Druk op de veiligheidsvergrendeling (11) en houd deze ingedrukt, druk vervolgens op de aan/uit-schakelaar (13). Laat de vergrendeling los na het starten.
Wanneer moet ik de ketting of het zwaard vervangen?
Vervang de ketting als deze bot, beschadigd of als de tanden te versleten zijn. Draai het zwaard bij elke slijpbeurt. Vervang het zwaard als de groef versleten is of als het vervormd is.
Hoe voorkom ik terugslag tijdens gebruik?
Houd de zaag stevig met beide handen vast, zaag niet boven schouderhoogte, vermijd contact van de punt van het zwaard met een object en gebruik altijd een goed geslepen en correct gespannen ketting.
Kan ik de kettingzaag in de regen gebruiken?
Nee. Gebruik de kettingzaag nooit in de regen of bij vochtige omstandigheden. Het apparaat is klasse II, maar water verhoogt het risico op elektrische schokken.
Hoe onderhoud ik het smeersysteem?
Controleer voor elk gebruik het oliepeil (kijkvenster). Als er na het starten geen olie zichtbaar is, reinig dan de olieopening of neem contact op met de klantenservice. Gebruik alleen geschikte olie.
Wat moet ik doen als de ketting vastloopt in het hout?
Schakel de kettingzaag uit, trek de stekker uit het stopcontact en steek dan een houten of plastic wig in de snede om de ketting vrij te maken. Forceer nooit door aan het apparaat te trekken.

Gebruikersvragen over CSE2600 SCHEPPACH

1 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Hoe bestel ik een geleiderail (sværd) voor de Scheppach CSE2600 kettingzaag?
Veelgestelde Vragen - 29/04/2026
Antwoord Notice-Facile

Om een geleiderail (in het Deens sværd genoemd) voor uw Scheppach CSE2600 kettingzaag te bestellen, moet u de exacte specificaties kennen: het model is van type AP18-62-507P met een lengte van 45,5 cm. Dit onderdeel wordt beschouwd als een verbruiksartikel dat aan bijzondere slijtage onderhevig is en valt daarom niet onder de garantie.

De meest betrouwbare manier is om rechtstreeks contact op te nemen met het Scheppach servicecentrum, dat de originele onderdelen voor uw model distribueert. U heeft verschillende contactmogelijkheden:

  • Scheppach klantenservice: Bekijk het serviceformulier op https://www.scheppach.com/de/service
  • Telefoon: +800 4002 4002 (Gratis service-hotline in Frankrijk en Duitsland)
  • E-mail: service@scheppach.com
  • Postadres: Scheppach GmbH, Günzburger Str. 69, 89335 Ichenhausen, Duitsland

Bovendien kunt u contact opnemen met uw lokale dealer of gespecialiseerde websites voor vervangingsonderdelen voor elektrisch gereedschap (zoals PCDT, Spareka of Fixpart) bekijken die vaak dit model van geleiderail aanbieden. Zorg ervoor dat u altijd de exacte compatibiliteit controleert met de referenties AP18-62-507P en de lengte 45,5 cm voordat u bestelt.

Bij het plaatsen van uw bestelling, vergeet niet dat u ook een compatibele ketting nodig heeft (type 3/8", 050, 62 schakels) en een beschermhoes voor de geleiderail (hoes) als u er nog geen heeft. De Scheppach service kan u adviseren over alle onderdelen die samen moeten worden vervangen om de veiligheid en optimale werking van uw apparaat te waarborgen.

Reageer (wees de eerste)

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CSE2600 - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CSE2600 van het merk SCHEPPACH.

GEBRUIKSAANWIJZING CSE2600 SCHEPPACH

Verklaring van de symbolen op het product

SCHEPPACH CSE2600 - 1Let op! Bij het niet in acht nemen, bestaat levensgevaar, gevaar voor letsel of beschadiging aan het werktuig.
SCHEPPACH CSE2600 - 2Lees voorafgaand aan de ingebruikname de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften!
SCHEPPACH CSE2600 - 3 SCHEPPACH CSE2600 - 4Draag altijd een veiligheidsbril, gehoorbescherming en een veiligheidshelm.
SCHEPPACH CSE2600 - 5Draag altijd veiligheidshandschoenen bij het gebruik van het product.
SCHEPPACH CSE2600 - 6Draag altijd snijbestendige veiligheidsschoenen met een antislipzool , als u het product gebruikt.
SCHEPPACH CSE2600 - 7Het is belangrijk beschermende kleding te dragen voor voeten, benen, handen en onderarmen.
SCHEPPACH CSE2600 - 8WAARSCHUWING! Gevaar voor terugslag. Pas op voor de terugslag van de kettingzaag en voorkom contact met het uiteinde van het zaagblad.
SCHEPPACH CSE2600 - 9Bedien de kettingzaag altijd met beide handen tegelijk.
SCHEPPACH CSE2600 - 10Werk niet met maar één hand aan de kettingzaag.
SCHEPPACH CSE2600 - 11Gegarandeerd geluidsvermogensniveau van het product
SCHEPPACH CSE2600 - 12SCHEPPACH CSE2600 - 13Als het netsnoer beschadigd of gescheurd is, moet deze direct van de stroomvoorziening worden losgekoppeld.Het product mag niet bij regen of in vochtige omgevingen worden gebruikt.
SCHEPPACH CSE2600 - 14Beschermingsklasse II (dubbel geïsoleerd)
SCHEPPACH CSE2600 - 15Aan/uit-schakelaar
SCHEPPACH CSE2600 - 16looprichting
SCHEPPACH CSE2600 - 17kettingspanning
SCHEPPACH CSE2600 - 18Montagerichting van de zaagketting
SCHEPPACH CSE2600 - 19Kettingrem AAN/UIT
SCHEPPACH CSE2600 - 20Vulopening voor kettingolie
SCHEPPACH CSE2600 - 21Gewicht
SCHEPPACH CSE2600 - 22Lengte kettingzwaard
SCHEPPACH CSE2600 - 23Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen.
SCHEPPACH CSE2600 - 24Het product voldoet aan de geldende Servische richtlijnen.
GEVAARSignaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezige, gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft.
WAARSCHUWINGSignaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot de dood of ernstige verwondingen kan leiden.
VOORZICHTIGSignaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot geringe of matige verwondingen kan leiden.
LET OPSignaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben.
AANWIJZINGSignaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben.

SCHEPPACH CSE2600 - 25

LET OP!

Lees deze gebruikshandleiding voorafgaand aan het eerste gebruik grondig door en volg altijd de veiligheidsvoorschriften!

Het wordt aanbevolen een professionele veiligheidscursus „Motorkettingzaag cursus“ te volgen met een landspecifieke opleidingsnorm over het gebruik, het onderhoud van de kettingzaag en een EHBO-cursus. Als u de kettingzaag gedurende langere tijd niet gebruikt en om te oefenen, dient u voor aanvang altijd een aantal eenvoudige zaagsnedes in veilig ondersteund hout te maken om weer vertrouwd te raken met de kettingzaag.

Bewaar de gebruikshandleiding zorgvuldig!

Aanwijzing:

Houd er rekening mee dat sommige nationale voorschriften, bijv. inzake gezondheid en veiligheid op het werk, milieu, het gebruik van de kettingzaag kunnen beperken.

Inhoudsopgave: Pagina:

  1. Inleiding 81
  2. Technische gegevens (afb. 1 - 4) 81
  3. Levering omvat....81
  4. Beoogd gebruik 81
  5. Veiligheidsvoorschriften 82
  6. Technische gegevens....85
  7. Uitpakken....86
  8. Montage en bediening....86
  9. Ingebruikname....87
  10. Aanwijzingen voor het werk....87
  11. Transport 91
  12. Onderhoud 91
  13. Opslag 92
  14. Elektrische aansluiting 92
  15. Afvalverwijdering en recyclage 92
  16. Foutenherstel....93
  17. Conformiteitsverklaring 431

1. Inleiding

Fabrikant:

Scheppach GmbH

Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat.

Advies:

  • Volgens de van toepassing zijnde wet voor productaansprakelijkheid is de producent van dit apparaat niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door of door middel van dit apparaat in geval van:
  • Onjuist gebruik,
  • Niet-naleving van de gebruiksinstructies,
  • Reparaties door derden, niet-erkende getrainde werklui,
  • Installatie en vervanging van niet-originele reserveonderdelen,
  • Ongepast gebruik, falen van het elektronisch systeem ten gevolge van niet-naleving van de elektrische specificaties en de VDE 0100, DIN 57113 / VDE 0113 voorschriften.

Aanbevelingen:

Lees de volledige handleiding voor de montage en besturing van het apparaat.

Deze handleiding is bedoeld om het gebruik van het apparaat gemakkelijker te maken voor u en om vertrouwd te geraken met het gebruik van het apparaat. De handleiding bevat belangrijke nota's over hoe veilig, goed en economisch gebruik te maken van uw apparaat, en over hoe u gevaar kan vermijden, reparatiekosten kann besparen, downtime kan verminderen en de betrouwbaarheid en levensduur van uw apparaat kan vergroten.

Bovenop de veiligheidsvoorschriften in deze handleiding, moet u ook voldoen aan de geldende voorschriften van uw land in verband met het gebruik van het apparaat.

Plaats de gebruiksaanwijzing in een doorzichtig plastic map om deze te beschermen tegen vuil en vocht, en bewaar ze in de nabijheid van het apparaat. De instructies moeten gelezen en nauw gevolgd worden door iedereen vooraleer het apparaat te gebruiken. Enkel getrainde personen die op de hoogte gebracht zijn van de mogelijke gevaren en risico's mogen het apparaat gebruiken. De vereiste minimumleeftijd moet worden voldaan.

Als aanvulling op de veiligheidsvoorschriften in deze handleiding en de speciale voorschriften van uw land, moeten ook de algemeen erkende technische regels voor het gebruik van houtverwerkende apparaten in acht genomen worden.

Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding en de veiligheidsvoorschriften.

  1. Handgreep achter
  2. Handgreep voor
  3. Zaagketting
  4. Borgmoer / SDS-systeem
  5. Tandwielafdekking
  6. Zwaard (geleidingsrail)
  7. Achterste handbescherming
  8. Stroomkabel
  9. Klauwaanslag
  10. Inschakelblokkering
  11. Trekontlasting
  12. Aan-/uit-schakelaar
  13. Afsluitdop olietank
  14. Oliepeilindicator
  15. Tandwiel
  16. Boutgeleider
  17. Bedienings Indicator

  18. Voorste handbescherming / kettingrem

3. Levering omvat

• Elektrische kettingzaag
- Gebruiksaanwijzing
- Ketting
• Zwaard (kettinggeleider)
- Beschermhoes voor zwaard

4. Beoogd gebruik

De kettingzaag mag uitsluitend worden gebruikt om hout in de buitenlucht mee te zagen. Voor andere doeleinden mag de kettingzaag niet worden gebruikt. Gebruik de kettingzaag niet voor werkzaamheden waarvoor deze niet geschikt is. Voorbeeld: Gebruik de kettingzaag niet voor het zagen van metaal, kunststof, metselwerk of bouwmaterialen die niet van hout zijn.

Het product mag uitsluitend voor het beoogde doel worden gebruikt. Elk ander of verdergaand gebruik is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel.

Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshandleiding maken deel uit van het beoogd gebruik.

Personen die het product gebruiken of onderhoud aan het product verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren.

Bovendien moeten de van kracht zijnde voorschriften ter voorkoming van ongevallen strikt worden nageleefd.

Andere algemene arbo-, gezondheids- en veiligheidsvoorschriften moeten in acht worden genomen. De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan het product worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade.

Let erop dat onze producten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het product in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden worden ingezet.

5. Veiligheidsvoorschriften

Algemene veiligheidsinstructies voor elektrisch gereedschap

⚠ WAARSCHUWING Lees alle veiligheidsvoorschriften, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens, waarmee dit elektrisch apparaat is voorzien. Nalatigheden bij het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken.

Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwijzingen voor toekomstig gebruik.

Het in de veiligheidsvoorschriften gebruikte begrip „Elektrisch gereedschap“ is van toepassing op netgevoed elektrisch gereedschap (met netsnoer) en op accugevoed elektrisch gereedschap (zonder netsnoer).

1. Veiligheid op de werkplek

a. Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Rommel of slecht verlichte werkplaatsen kunnen leiden tot ongevallen.

b.Werk met het elektrisch gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving, waarin zich brandbare vloeistoffen, gas of stof bevinden. Elektrisch apparaat produceert vonken, waardoor stof of dampen kunnen ontbranden.

c. Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik uit de buurt van het elektrische gereedschap. Bij afbuiging kunt u de controle over het elektrische apparaat verliezen.

2. Elektrische veiligheid

a. De aansluitstekker van het elektrische gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele wijze worden gewijzigd. Gebruik geen adapterstekker samen met geaard elektrisch gereedschap. Ongewijzigde stekkers en passende stopcontacten verminderen het risico op elektrische schok.

b. Let op dat u geen fysiek contact maakt met geaarde onderdelen zoals bijv. buizen, radiatoren, elektrische haarden, koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is.

c. Houd elektrisch gereedschap uit de buurt van regen of vocht. Het indringen van water in een elektrisch apparaat vergroot het risico op een elektrische schok.

d. Gebruik het netsnoer niet om het elektrische gereedschap te dragen, aan op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het netsnoer uit de buurt van hitte, scherpe randen of bewegende delen. Beschadigde of opgewikkelde snoeren verhogen het risico op een elektrische schok.

e. Als u met een elektrisch gereedschap in de open lucht werkt, gebruik dan alleen een verlengsnoer dat ook geschikt is voor gebruik buitenshuis. De toepassing van een voor buitenshuis gebruik geschikt verlengsnoer vermindert het risico op een elektrische schok.

f. Als het gebruik van het elektrische gereedschap in een vochtige omgeving niet kan worden vermeden, gebruik dan een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico op een elektrische schok.

3. Veiligheid van personen

a. Wees altijd voorzichtig, let op waar u mee bezig bent en ga verstandig te werk bij werkzaamheden met elektrisch gereedschap. Maak geen gebruik van elektrisch gereedschap als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten. Een moment van onachtzaamheid bij gebruik van het elektrische gereedschap kan leiden tot ernstig letsel

b. Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en ook altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, antislip-veiligheidsschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, al naar gelang het soort gereedschap en de toepassing ervan, verkleint het risico op verwondingen.

c. Vermijd ingebruikname zonder toezicht. Controleer of het elektrisch gereedschap is uitgeschakeld voordat u het op de stroomvoorziening en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of draagt. Als u tijdens het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schakelaar hebt of het reeds ingeschakelde elektrische apparaat op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot letsel en ongevallen leiden.

d. Verwijder instelgereedschap of de moersleutel, voordat u het elektrische gereedschap inschakelt. Een gereedschap of sleutel dat/die zich in een draaiend onderdeel van het elektrische gereedschap bevindt, kan verwondingen veroorzaken.

e. Voorkom een onnatuurlijke lichamshouding. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden.

f. Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kle- ding of sieraden. Houd haren, kleding en hand- schoenen uit de buurt van bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden of lange haren kun- nen worden vastgegrepen door bewegende delen.

g. Als stofafzuig- en -opvanginrichtingen kunnen worden gemonteerd, moeten deze worden aangesloten en juist worden toegepast. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verminderen.

h. Voorkom een vals gevoel van zekerheid en houd u altijd aan de veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten, ook als u ervaren bent met het elektrisch apparaat. Achteloos handelen kan in een fractie van een seconde tot ernstige verwondingen leiden.

  1. Gebruik en behandeling van het elektrische gereedschap

a. Zorg dat het elektrische gereedschap niet overbelast raakt. Gebruik voor de werkzaamheden het daarvoor bedoelde elektrische gereedschap. Met het juiste elektrische apparaat werkt u beter en veiliger in het aangegeven vermogensbereik.

b. Gebruik geen elektrisch apparaat, waarvan de schakelaar defect is. Een elektrisch gereedschap, dat niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet gerepareerd worden.

c. Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de uitneembare accu voordat u de apparaatinstellingen wijzigt, inzetstukken vervangt of het elektrische apparaat weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt dat het elektrische gereedschap per ongeluk wordt gestart.

d. Bewaar niet-gebruikte elektrische apparaten buiten bereik van kinderen. Laat het elektrisch apparaat niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische apparaten zijn gevaarlijk als ze door onervaren personen worden gebruikt.

e. Voer zorgvuldig onderhoud uit aan elektrische apparaten en inzetstukken. Controleer of bewegende delen probleemloos functioneren en niet klemmen, of onderdelen gebroken of beschadigd zijn, waardoor de functie van het elektrische gereedschap wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het elektrische apparaat eerst repareren. Veel ongevallen ontstaan door slecht onderhouden elektrische apparaten.

f. Houd snijgereedschap scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden klemt minder snel vast en is makkelijker te gebruiken.

g. Gebruik elektrische apparaten, inzetstuk, inzetstukken etc. overeenkomstig deze aanwijzingen. Houd daarbij rekening met de omstandigheden waarin gewerkt wordt en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere toepassingen dan het voorgeschreven gebruik kan leiden tot gevaarlijke situaties.

h. Houd grepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als grepen en greepoppervlakken glad zijn, kan het elektrisch gereedschap in onvoorziene situaties niet veilig bediend en onder controle gehouden worden.

  1. Service

a. Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwalificeerd deskundig personeel repareren met uitsluitend originele reserveonderdelen. Hiermee wordt de veiligheid van het elektrische gereedschap gewaarborgd.

⚠ WAARSCHUWING! Dit elektrisch apparaat gene-reert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat het elektrische apparaat wordt gebruikt.

Trilling

⚠ WAARSCHUWING! Het witte vinger syndroom is een vaatziekte waarbij kleine bloedvaten in de vingers en tenen acuut verkrampen. Symptomen zijn onder andere: Ongevoeligheid, verlies van gevoeligheid, tintelingen, jeuk, pijn, verlies van kracht, verandering van kleur of conditie van de huid. De desbetreffende lichaamsdelen worden dan niet meer voldoende van bloed voorzien waardoor ze een bleke kleur krijgen. Het frequente gebruik van trillende apparaten kan zenuwbeschadigingen veroorzaken bij personen met een verminderde doorbloeding (bijv. rokers, diabetici). Als u ongewone beperkingen bespeurt, stopt u direct de werkzaamheden en raadpleegt u een arts. Voor langdurige en regelmatige gebruikers is het daarom aan te bevelen de conditie van handen en vingers goed in de gaten te houden. Neem de volgende aanwijzingen in acht om de risico's te beperken:

  • Houd uw lichaam warm, vooral uw handen, met name bij koel weer.
  • Las regelmatig pauzes in en beweeg hierbij de handen om de doorbloeding te bevorderen.

  • Beperk het gebruik van gereedschap met hoge trillingen per dag en verdeel het over meerdere dagen. Maak een werkschema dat de blootstelling aan trillingen beperkt.

  • Houd de trillingen van het apparaat zo laag mogelijk door regelmatig onderhoud en vaste onderdelen op het apparaat. Vervang versleten componenten onmiddellijk.
  • Wissel regelmatig van werkpositie.
  • Als de machine vaak wordt gebruikt, moet u contact opnemen met uw leverancier en eventueel antitrilingsaccessoires (grepen) aanschaffen.

Veiligheidsvoorzieningen voor kettingzagen

  • De voorste handbescherming beschermt de linkerhand van de gebruiker als deze van de voorste handgreep wegglijdt terwijl de kettingzaag loopt.
  • De achterste handbescherming beschermt de rechterhand tegen contact met een gevallen of gebroken zaagketting.
  • De kettingrem is een veiligheidsfunctie om letsel te beperken als gevolg van terugslagen, doordat een draaiende zaagketting in milliseconden kan worden gestopt. Deze wordt door de voorste handbescherming bij terugslag geactiveerd.
  • De inschakelblokkering voorkomt een onvoorziene ac- celeratie van de motor. De gashendel kan alleen wor- den ingedrukt, als de inschakelblokkering is ingedrukt.
  • De klauwaanslag ondersteunt de kettingzaag op het hout tijdens het werk. Werk nooit zonder klauwaanslag, de kettingzaag kan de bediener naar voren trekken. Gebruik de klauwaanslag voor het zagen van boomstammen of dikke takken. Het gebruik van de klauwaanslag verhoogt de arbeidsveiligheid, vermindert de persoonlijke belasting tijdens het werk en vermindert ook de trillingen. Bij gebruik van de kettingzaag moet de klauwaanslag altijd op de boomstam worden aangebracht. Druk met de achterste handgreep de klauwaanslag tegen de boomstam. Om te snijden duwt u de voorste handgreep naar de snijlijn. Het is mogelijk dat de klauwaanslag moet worden verplaatst voor verder snijden.

Algemene veiligheidsvoorschriften voor kettingzagen

a) Houd u bij een draaiende zaag alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting. Contro-leer voor het starten van de zaag of de zaag-ketting niets raakt. Tijdens werkzaamheden met een kettingzaag kan een moment onoplettendheid er toe leiden dat bekleding of lichaamsdelen door de zaagketting worden vastgegrepen.
b) Houd de kettingzaag altijd vast met uw rechterhand op de achterste greep en uw linkerhand op de voorste handgreep. Het vasthouden van de kettingzaag in een omgekeerde werkpositie verhoogt het risico op letsel en mag nooit worden toegepast.

c) Houd de kettingzaag alleen aan de geïsoleerde handgrepen vast, omdat de zaagketting of de eigen netkabel in aanraking kan komen met verborgen stroomleidingen. Als de zaagketting in contact komt met een onder spanning staande kabel, kunnen de metalen onderdelen van het apparaat onder spanning komen te staan en elektrische schokken veroorzaken.
d) Draag oogbescherming. Overige beschermende uitrusting voor gehoor, hoofd, handen, benen en voeten wordt geadviseerd. De juiste beschermende kleding vermindert het gevaar voor letsel door rondvliegende spaanders en onvoorzien contact met de zaagketting.
e) Werk met de kettingzaag niet in een boom, een ladder of op een dak of een onstabiele standplaats. Bij gebruik op een dergelijke wijze bestaat ernstig gevaar voor letsel.
f) Neem altijd een stevige stabiele stand in en gebruik de kettingzaag uitsluitend als u op een stevige, veilige en vlakke grond staat. Een gladde of een onstabiele ondergrond kan leiden tot evenwichtsverlies of verlies van de controle over de kettingzaag.
g) Let er tijdens het zagen op dat een onder spanning staande tak, zal terugveren. Als de spanning in de houtvezels vrijkomt, kan de onder spanning staande tak de gebruiker raken en/of de controle over de kettingzaag laten verliezen.
h) Wees met name voorzichtig bij het zagen van kreupelhout en jonge boompjes. Het dunne materiaal kan in de zaagketting verstrikt raken en op u slaan of u uit evenwicht brengen.
i) Draag de kettingzaag aan de voorste greep in uitgeschakelde toestand, de zaagketting van het lichaam afgekeerd. Bij het transport of de opslag van de kettingzaag altijd de beschermende afdekking eroverheen trekken. Zorgvuldige omgang met de kettingzaag beperkt de waarschijnlijkheid op een onvoorzien aanraken met de draaiende zaagketting.
j) Neem de aanwijzingen inzake het smeren, de kettingspanning en het verwisselen van geleidebladen in acht. Een ondeskundig gespannen of gesmeerde ketting kan breken of meer kans op terugslag opleveren.
k) Alleen hout zagen. Gebruik de kettingzaag niet voor werkzaamheden waarvoor deze niet geschikt is. Voorbeeld: Gebruik de kettingzaag niet voor het zagen van metaal, kunststof, metselwerk of bouwmaterialen die niet van hout zijn. Het gebruik van de kettingzaag voor andere toepassingen dan het beoogde gebruik kan leiden tot gevaarlijke situaties.
I) Probeer geen boom te kappen, voordat u duidelijk begrip hebt van risico's en de preventie hiervan. De gebruiker of andere personen kunnen door een vallende boom ernstig letsel oplopen.

Oorzaken en vermijding van terugslag Opgepast terugslag!

  • Terugslag kan zich voordoen wanneer het uiteinde van de geleiderail een voorwerp raakt of wanneer het hout kromt en de kettingzaag in de snede vastklemt.
  • Een aanraking met het uiteinde van de rail kan in sommige gevallen tot een onverwachte, achterwaarts gerichte reactie leiden, waarbij de geleiderail opwaarts en in de richting van de met de bediening belaste persoon geslagen wordt.
  • Het vastzitten van de kettingzaag aan de bovenkant van de geleiderail kan de rail fel in de richting van de operator terugstoten.
  • Iedere van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en u zich mogelijkerwijs ernstig verwondt. Vertrouw niet uitsluitend op de in de kettingzaag ingebouwde veiligheidsvoorzieningen.
  • Als gebruiker van een kettingzaag dient u verschillende maatregelen te treffen om vrij van gevaar voor ongevallen en verwondingen te kunnen werken.

Een terugslag is het gevolg van een verkeerd of ontbrekend gebruik van het elektrische gereedschap. De terugslag kan door gepaste voorzorgsmaatregelen, zoals hierna beschreven, verkommen worden:

  • Houd de zaag met beide handen vast, waarbij duim en vinger de handgrepen van de kettingzaag omsluiten (afb. L). Breng uw lichaam en armen in een positie, waarin u tegen de terugslagkrachten bestand kunt zijn.
  • Als er gepaste maatregelen getroffen worden, kan de met de bediening belaste persoon de terugslagkrachten meester zijn. Noot de kettingzaag loslaten.
  • Vermijd een abnormale lichaamshouding en zaag niet boven schouderhoogte.
  • Daardoor wordt een onopzettelijk contact met het uiteinde van de rail vermeden en een betere controle van de kettingzaag in onverwachte situaties mogelijk gemaakt.
  • Gebruik steeds door de fabrikant voorgeschreven reserverails en zaagkettingen.
  • Verkeerde reserverails en zaagkettingen kunnen tot een scheur van de ketting en/of tot een terugslag leiden.
  • Houd u aan de aanwijzingen vanwege de fabrikant voor het scherpen en het onderhouden van de zaagketting.
  • Te lage dieptebeperkers verhogen de neiging om terug te keren.

Aanvullende veiligheidsinstructies

  • Wanneer de netaansluitleiding van dit apparaat beschadigd raakt, moet zij worden vervangen door een speciale aansluitleiding, die verkrijgbaar is bij de fabrikant of bij uw klantenservice.
  • Gebruik een aardlekschakelaar met een uitschakelstroom van 30 mA of minder.

  • Volg zorgvuldig de onderhouds-, controle- en service-instructies in deze gebruiksaanwijzing op.

  • Beschadigde beschermingsvoorzieningen en onderdelen moeten vakkundig door ons service-center worden gerepareerd of vervangen, tenzij anders vermeld in de gebruiksaanwijzing.
  • Voordat u met de elektrokettingzaag begint te werken, maak u goed vertrouwd met alle bediendelen. Oefen de omgang met de zaag (rondhout op een zaagblok op maat snijden) en laat u zich functie, werking, zaagtechnieken en personenbeschermingsuitrusting door een ervaren gebruiker of deskundige uitleggen.
Snijgegevens kettingzaag
Snijlengte 44 cm
Zwaardlengte 45,5 cm
Olietankcapaciteit0,2 l
Type olie Slijtvaste olie
Zaagkettingafdeling 3/8"
Schakel de linkdikte 1,27 mm
Zaagketting type 3/8,050x62DL
Tandhoogte van de aandrijving 7 x 9,525
Tandwielaandrijving tandwiel 3/8"
Kettingremen
Gids bar typeAP18-62-507P
Aandrijving
Motor230-240 V ~ / 50 Hz
Maximaal nominaal nettovermogen2400 W
Snijsnelheid max.15 m/s
Gewicht5,5 kg
Gewicht zonder ketting en zwaard4,3 kg

Technische wijzigingen voorbehouden!

Informatie over de geluidsontwikkeling volgens de relevante normen gemeten:
Geluidsdruk L_pA 96,5 dB
Meetonzekerheid K_PA 3 dB
Geluidsvermogen L_WA 104,5 dB
Meetonzekerheid K_WA 2,36 dB
Gegarandeerd geluidsvermogensniveau L_WA 107 dB

Draag gehoorbescherming.

De blootstelling aan lawaai kan gehoorverlies veroorzaken.
Vibratie A_hv (handgreep voor)6,02 m/s ^2
Vibratie A_hv (handgreep achter)6,55 m/s ^2
Meetonzekerheid K_PA 1,5 m/s ^2
  • De opgegeven totale trillingswaarde en de opgegeven geluidsemissiewaarde zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kunnen worden gebruikt om elektrische apparaten met elkaar te vergelijken.
  • De opgegeven totale trillingswaarde en de opgegeven geluidsemissiewaarde kunnen ook worden gebruikt als eerste indicatie van de belasting.

Waarschuwing:

  • Afhankelijk van de manier, waarop het elektrische gereedschap gebruikt wordt, kan de trilingemissiewaarde tijdens het effectieve gebruik van het elektrische gereedschap van de aangegeven waarde verschillen.
  • De noodzaak bestaat, veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de operator vast te leggen, die op een inschatting van de blootstelling in de effectieve gebruiksomstandigheden gebaseerd zijn (hierbij moet er met alle aandelen van de bedrijfscyclus rekening gehouden worden, zo bijvoorbeeld met tijden, tijdens dewelke het elektrische gereedschap uitgeschakeld is, en tijden, tijdens dewelke het weliswaar ingeschakeld is, maar zonder belasting functioneert).

7. Uitpakken

  • Open de verpakking en haal het apparaat er voorzichtig uit.
  • Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
  • Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
  • Controleer het apparaat en de hulpstukken op transportschade.
  • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.

⚠ LET OP!

Het apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met kunststof zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!

8. Montage en bediening

Waarschuwing!

Draag altijd een veiligheidsbril, oorkappen, veiligheidshandschoenen en stevige werkkleding! De kettingzaag alleen gebruiken met goedgekeurde verlengkabels (met rubberen ommanteling), de voorgeschreven sterkte en met voor het buitenbereik goedgekeurde aansluitingen, die bij de stekker van de zaag passen.

De kettingzaag is voorzien van een onderspannings- schakelaar. Het werkt alleen als u de inschakelver- grendeling (11) en de aan / uit-schakelaar (13) tegelijk- kertijd met één hand indrukt.

Wanneer de kettingzaag niet draait, moet de kettingrem met de voorste handbescherming (3) worden vrijgegeven.

Montage

Geleidingsrail en ketting aanbrengen (afb. 1, 2, 3).

Waarschuwing: wanneer de zaag reeds is aangesloten aan de stroomverzorging: altijd eerst het apparaat loskoppelen van het stroomnet. Bij alle werkzaamheden met/aan de zaag beschermhandschoenen dragen.

Belangrijke opmerking: De voorste handbescherming (3) moet altijd in de bovenste (verticale) positie zijn (afb. 5).

Het zaagblad en de zaagketting worden apart geleverd, dus niet gemonteerd. Draai bij de montage eerst de borgmoer / het SDS-systeem (5) los en verwijder vervolgens de kettingwieldeksel (6). De geleidepen (17) moet in het midden van de geleider zitten.

Pas indien nodig de kettingspanning aan met de borgmoer / SDS-systeem (5) (afb. 3).

Waarschuwing! Om letsel door de scherpe randen te voorkomen, moeten bij de montage, het spannen en controleren van de ketting altijd beschermhandschoenen gedragen worden!

Voor de montage van de geleidingsrail met de zaagketting de snijrichting van de tanden controleren! De looprichting wordt aangegeven door een pijl op het kettingwieldeksel (6). Om de richting van het snijden vast te leggen kan het nodig zijn de zaagketting (4) om te draaien.

Houd de geleidingsrail (7) verticaal met de punt naar boven en breng de zaagketting (4) aan; begin aan het uiteinde van de geleidingsrail. Aansluitend wordt de geleidingsrail met de zaagketting als volgt gemonteerd:

  • De geleidingsrail met de zaagketting aan het tandwiel (16) en boutgeleider (17) aanbrengen.
  • De zaagketting om het tandwiel (16) geleiden en controleren of zij correct ligt (zie afb. 3).
  • Monteer de kettingwieldeksel (6) er bovenop en zet deze voorzichtig vast met de borgmoer (5).
    Nu moet de zaagketting nog juist worden gespannen.

Zaagketting spannen

Waarschuwing!

Bij alle werkzaamheden aan de kettingzaag het apparaat altijd van tevoren loskoppelen van het stroomnet! Bij alle werkzaamheden aan de ketting altijd beschermhandschoenen dragen!

  • De zaagketting (4) moet per se in de geleidingsrail (7) liggen!
  • Draai de borgmoer / het SDS-systeem (5) rechtsom (afb. 3) totdat de zaagketting goed gespannen is.
  • De ketting mag niet te strak zijn gespannen. Bij koud weer moet het mogelijk zijn, de ketting in het midden van de geleidingsrail ongeveer 5 mm op te tillen.
  • Bij warm weer breidt de ketting zich uit en zit dan soepeler. Hier bestaat dan het gevaar dat de ketting van de geleidingsrail afloopt.
  • Daarom moetzijindiennodigoptijdwordenvastgezet. Wanneer een verwarmde zaagketting werd vastgezet, moet zij aan het einde van het werk weer los worden gemaakt. Anders zou de kettingspanning bij het afkoelen en het daarmee verbonden inkrimpen van de zaagketting te groot worden.
  • Een nieuwe zaagketting moet ongeveer 5 minuten inlopen. Hier is de smering van de ketting bijzonders belangrijk.
  • Na het inlopen moet de kettingspanning worden gecontroleerd en indien nodig worden bijgesteld.

9. Ingebruikname

⚠ Let op!

Het apparaat moet voor de ingebruikname volledig zijn gemonteerd!

De spanning en de aard van de stroomverzorging moeten overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje. Voor aanvang van de werkzaamheden moet altijd de goede en veilige werking van de kettingzaag worden gecontroleerd.

Controleer ook of de ketting goed gesmeerd wordt, en of het oliepeil voldoende hoog is (zie afb. 4). Wanneer het oliepeil ongeveer 5 mm boven de onderste markering ligt, moet olie worden bijgevuld. Wanneer het oliepeil hoger is, kunt u beginnen te werken.

  • De kettingzaag aanzetten en boven de grond houden. De kettingzaag mag de grond niet raken. Om veiligheidsredenen moet hier een minimale afstand van 20 cm in acht worden genomen. Wanneer u toenemende oliesporen ontdekt, betekent dit dat het smeersysteem voor de ketting goed werkt. Wanneer u geen tekenen van olie kunt vaststellen, reinig eerst de olie-uitlaat (afb. 2, C) en de olieleiding. Raadpleeg indien nodig een gespecialiseerd bedrijf. (Lees voordat u dit doet de relevante instructies in het hoofdstuk „Kettingsmeermiddel bijvullen“).
  • Controleer ook indien nodig de kettingspanning en de speling (zie paragraaf „Zaagketting spannen“).
  • Controleer de goede werking van de kettingrem (zie ook paragraaf „Kettingrem vrijgeven“).

Aanzetten

  • De kettingrem (3) losmaken, de inschakelblokkering (11) drukken en de aan-/uit-schakelaar (13) drukken.
  • De onderste klauw van de klauwaanslag (afb. 2, J) op het hout zetten. De kettingzaag aan de achterste handgreep (1) tillen en in het hout zagen. De kettingzaag iets naar achteren bewegen en dan de klauwaanslag iets dieper aanzetten.
  • Wees voorzichtig met gespleten hout, omdat stukken hout af kunnen breken.

Let op!

Na het inschakelen draait de kettingzaag onmiddellijk op volle snelheid.

Uitzetten

  • Voor het uitzetten moet de aan-/uit-schakelaar (13) aan de achterste handgreep worden losgemaakt.
  • Bij het uitschakelen met de aan-/uit-schakelaar stopt de kettingzaag binnen 1 seconde, met hevige vonk-vorming. Dit is echter heel normaal, en het doet geen afbreuk aan de goede werking van de kettingzaag.
  • Na het werk met de kettingzaag: altijd de zaagketting en het zwaard reinigen en de kettingbescherming weer aanbrengen.
  • Bij het bedienen van de kettingrem wordt de kettingzaag onmiddellijk gedeactiveerd.

Verklaring van de bedienings indicator (18) (afb. 2):

Groene LED:

De groene LED brandt wanneer het apparaat in gebruik is.

10. Aanwijzingen voor het werk

Vervoer van de kettingzaag

Voordat de kettingzaag mag worden vervoerd, altijd de stekker uit het stopcontact trekken en de kettingbescherming over de rail en ketting aanbrengen. Wanneer met de kettingzaag meerdere sneden dienen te worden uitgevoerd, moet de zaag tussen de sneden worden uitgeschakeld.

Verlengkabel

Er mogen alleen verlengkabels worden gebruikt die voor buitenshuis gebruik zijn ontworpen. De ka- beldoorsnede (max. lengte van de verlengkabel: 75 m) moet minstens 2,5 mm² bedragen.

De verlengkabel moet voor de veiligheid in een lus eindigen die door de trekontlasting aan de behuizing wordt gevoerd (afb. M).

Verlengkabels van meer dan 30 m lengte hebben een nadelig effect op het vermogen van de kettingzaag.

Smeren van de ketting

Ter bescherming tegen overmatige slijtage moe- ten zaagketting en geleidingsrail tijdens het gebruik gelijkmatig worden gesmeerd. De smering gebeurt automatisch. Nooit zonder kettingsmering werken. Wanneer de ketting droog loopt, wordt de gehele snij- voorziening binnen korte tijd sterk beschadigd. Daarom voor elk werkbegin de kettingsmering en het oliepeil controleren (afb. 4). De zaag niet in gebruik nemen wanneer het oliepeil onder de markering "Min." ligt.

  • Min.: Wanneer het oliepeil op de display (15) nog maar 5 mm boven de onderste markering ligt, moet olie worden bijgevuld.
  • Max.: Met olie aanvullen tot de hoogste stand op de display (15) bereikt is.

Kettingsmeermiddel

De houdbaarheid van zaagketting en geleidings-rail wordt grotendeels ook bepaald door de kwaliteit van het gebruikte smeermiddel. Geen afgewerkte olie gebruiken! Alleen milieuvriendelijk smeermiddel gebruiken. Het kettingsmeermiddel mag alleen in opbergboxen worden bewaard die aan de relevante voorschriften voldoen.

Zwaard

Het zwaard (7) wordt bijzonders op de punt (neus) en beneden zwaar belast. Om een eenzijdige slijtage te vermijden, draai de geleidingsrail om wanneer u de ketting slijpt.

Tandwiel

Het tandwiel (16) wordt bijzonders hoog belast. Wanneer u aan de tanden diepe slijtagesporen vindt, moet het tandwiel worden vervangen. Een versleten tandwiel verkort de houdbaarheid van de zaagketting. Het vervangen van het tandwiel moet bij de vakhandel of door een gespecialiseerd bedrijf worden uitgevoerd.

Kettingbescherming

De kettingbescherming moet onmiddellijk na het einde van het werk en bij vervoer over de ketting en geleidingsrail worden aangebracht.

Kettingrem

Bij een terugslag van de zaag wordt de kettingrem in werking gesteld (3) over de voorste handbescherming (3). De voorste handbescherming (3) wordt met de handrug naar voren gedrukt. Daardoor wordt door de kettingrem de kettingzaag, ofwel de motor binnen 0,15 sec. tot stilstand gebracht. (afb. 5, H).

Kettingrem vrijgeven (afb. 5)

Om de zaag weer gebruiksklaar te maken, moet de blokkering van de zaagketting weer worden losge- maakt. Daarvoor eerst de kettingzaag uitschakelen. Dan de voorste handbescherming (3) in zijn verticale uitgangspositie terugklappen, totdat hij vastklikt (afb. 5, I). Daarmee is de kettingrem weer volledig functioneel.

Bescherming van de kettingzaag

De kettingzaag mag niet bij regen of onder vochtige omstandigheden worden gebruikt.

Waarschuwing: Wanneer het verlengkabel beschadigd is, onmiddellijk de stekker uit het stopcontact trekken. Er mag niet worden gewerkt met een beschadigde kabel.

  • Controleer de kettingzaag op schade. Voor hergebruik van het apparaat de beschermvoorzieningen of eventuele licht beschadigde onderdelen zorgvuldig op hun perfecte en doelmatige functie controleren.
  • Controleer de beweegbare onderdelen op goede werking.
  • Alle onderdelen moeten juist zijn gemonteerd en aan alle voorwaarden voldoen, om de perfecte werking van de kettingzaag te garanderen.
  • Beschadigde veiligheidsvoorzieningen en -onderdelen moeten door een gespecialiseerd bedrijf volgens de voorschriften worden gerepareerd of vervangen; tenzij andersluidende bepalingen kunnen worden gevonden in deze gebruiksaanwijzing.

Informatie voor praktisch gebruik

Terugslag

U voorkomt zaagongelukken wanneer u niet met de punt van de geleidingsrail zaagt, omdat de zaag dan plotseling omhoog en terug kan slaan.

Bij het werken met de zaag altijd de complete beschermuitrusting en stevige werkkleding dragen.

Een terugslag is een opwaartse en/of achterwaartse beweging van de geleidingsrail, die optreden kan wanneer de zaagketting op het punt van het zwaard op een obstakel (voorwerp) stuit.

Beveilig uw werkstuk altijd goed. Gebruik spanvoorzieningen om het werkstuk vast te houden. Dit vergemakkelijkt de veilige bediening van de kettingzaag met beide handen.

Een terugslag veroorzaakt een ongecontroleerd gedrag van de zaag, dit gevaar bestaat bijzonders bij een soepele of stompe zaagketting. Een onvoldoende geslepen ketting verhoogt het terugslaggevaar. Nooit boven schouderhoogte zagen.

Tips voor praktisch gebruik van de zaag Belangrijke instructies

  • Gebruik het apparaat uitsluitend voor het zagen van hout. Bewerk geen metaal, plastic, muurwerk, bouwmateriaal dat niet uit hout bestaat enz.
  • Zet de motor af wanneer de zaag in contact komt met een vreemd voorwerp. Controleer de zaag en repareer ze indien nodig.
  • Bescherm de ketting tegen vuil en zand. Zelfs kleine hoeveelheden vuil kunnen de ketting snel afstompen en het risico op een terugslagreactie verhogen.
  • Begin ter oefening met het zagen van kleinere boomstammen, om een gevoel voor uw apparaat te krijgen, voordat u moeilijkere taken aanpakt.
  • Druk de behuizing van de kettingzaag tegen de boomstam, wanneer u met het zagen begint.
  • Laat de zaag voor u werken. Oefen slechts lichte druk naar beneden uit.
  • Om na de uittreding van de ketting uit het hout niet de controle over het apparaat te verliezen, dient u aan het einde van de snede geen druk op de zaag uit te oefenen.

Bomen kappen – alleen met dienovereenkomstige opleiding

Let op!: Let op gebroken of afgestorven takken die tijdens het zagen naar beneden vallen en ernstig letsel kunnen veroorzaken. Zaag niet in de buurt van gebouwen of stroomleidingen, als u niet weet in welke richting de gekapte boom valt. Werk niet s' nachts, omdat u dan slechter ziet, of bij regen, sneeuw of storm, omdat de richting van de val van de boom onvoorspelbaar is.

  • Plan uw werk met de kettingzaag vooruit.
  • De werkomgeving om de boom dient vrij te zijn, zo- dat u een veilige stand heeft.
  • Bij zaagwerkzaamheden op een helling dient de machinevoerder zich altijd op het hoger gelegen niveau van de werkomgeving op te houden, omdat de boom na het kappen vermoedelijk naar beneden rolt ofwel glijdt.
  • Let op afgebroken of dode takken die naar beneden vallen en zwaar letsel veroorzaken kunnen.

De volgende voorwaarden kunnen de richting van de val van een boom beïnvloeden:

  • Windrichting en -snelheid.
  • Neiging van de boom. De neiging is op grond van oneffen of hellend terrein niet altijd herkenbaar. Bepaal de neiging van de boom met behulp van een lood of een waterpas.
  • Takkengroei (en dus gewicht) aan slechts één kant.
  • Omringende bomen of obstakels.

Wordt door twee of meer personen tegelijk bijgesneden en gekapt, dan dient de afstand tussen de kappende en bijsnijdende personen minstens de dubbele hoogte van de te kappen boom bedragen.

Bij het kappen van bomen is erop te letten dat andere personen niet worden blootgesteld aan gevaar, geen verzorgingsleidingen getroffen en geen materiele schade veroorzaakt worden. Wanneer een boom in contact komt met een verzorgingsleiding, dan is het verzorgingsbedrijf onmiddellijk in te lichten.

Let op vernielde en verrotte boomdelen. Wanneer de stam verrot is, kan hij plotseling breken en op u vallen. Zorg ervoor dat voldoende plaats voor de vallende boom voorhanden is. Houd een afstand van 2 1/2 boomlengten tot de volgende persoon ofwel andere objecten. Motorlawaai kan boven waarschuwroepen uitkomen.

Verwijder vuil, stenen, losse schors, spijkers, nieten en draad van de zaagplek.

Houd een vluchtweg vrij (afb. A)

Voor het kappen dient een vluchtweg te worden gepland en indien nodig vrijgemaakt.

De vluchtweg dient vanuit de verwachte vallijn schuin naar achteren weg te voeren (afb. A).

Positie 1: Vluchtweg

Positie 2: Richting van de val van de boom

Kappen van grote bomen – alleen met dienovereenkomstige opleiding (vanaf 15 cm doorsnede)

Voor het kappen van grote bomen gebruikt men de ondersnijmethode. Daarbij wordt zijdelings een wig uit de boom gesneden, overeenkomstig de gewenste richting van de val. Nadat de valsnede aan de andere kant van de boom werd verricht, valt de boom in de richting van de wig.

Let op: Wanneer de boom grote steunwortels vertoont, dienen deze te worden verwijderd, voordat de kerf ingesneden wordt. Indien de zaag voor de verwijdering van de steunwortels gebruikt wordt, dient de zaagketting niet de grond te raken, zodat de ketting niet stomp wordt.

Ondersnede en kappen van de boom (afb. B - C)

  • Zaag loodrecht op de richting van de val een kerf met een diepte van 1/3 van de boomdoorsnede. Eerst de onderste horizontale kerfsnede (afb. B, pos. 1) doorvoeren. Daardoor wordt het inklemmen van de zaagketting of geleidingsrail bij het zetten van de tweede kerfsnede (afb. B, pos. 2) verme- den. Verwijder nu de uitgesneden wig.
  • Aansluitend kunt u op de tegenoverliggende boomkant de valsnede (afb. B, pos. 3) uitvoeren. Zet daarvoor ongeveer 5 cm boven het midden van de kerf aan. De valsnede parallel met de horizontale kerfsnede uitvoeren. De valsnede (pos. 3) maar zo diep inzagen, dat nog een verbindingsstuk (pos. 4) (valrand) staan blijft die als scharnier kan fungeren. Het verbindingsstuk voorkomt dat de boom draait en in de verkeerde richting valt. Zaag het verbindingsstuk niet door.

Let op: Bij het naderen van de valsnede naar het verbindingsstuk dient de boom beginnen te vallen. Wanneer blijkt dat de boom mogelijk niet in de gewenste richting valt of terughelt en de zaagketting vastklemt, de valsnede onderbreken en voor de opening van de snede en voor het vellen van de boom in de gewenste vallijn wiggen uit hout, kunststof of aluminium gebruiken.

Wanneer de boom begint te vallen, de kettingzaag uit de snede halen, uitschakelen, afleggen en de gevarenzone via de geplande vluchtweg verlaten. Op vallende takken letten en niet struikelen.

  • Let op signalen die aantonen dat de boom begint te vallen: krakende geluiden, een groter wordende valsnede of bewegingen in de bovenste takken.
  • Snijd geen deels gekapte bomen met uw zaag, om letsel te vermijden. Let bijzonders op deels gekapte bomen die niet gesteund zijn. Wanneer een boom niet helemaal valt, leg de zaag neer en gebruik een lier, een takel of een tractor als hulp.

Zagen van een gekapte boom (stamsplitsing)

De term "stamsplitsing" duidt op het splitsen van een gekapte boom in stammen met de telkens gewenste lengte.

Let op!: Ga niet op de stam staan die u net snijdt. De stam zou kunnen wegrollen en u verliest uw stand en de controle over het apparaat. Voer de zaagwerkzaamheden nooit op hellende grond uit. Let op uw veilige stand en de gelijkmatige verdeling van uw lichaamsgewicht op beide voeten. Indien mogelijk dient de stam door takken, balken of wiggen ondersteund en gesteund te worden.

Belangrijke instructies

  • Zaag altijd maar één stam of tak.
  • Wees voorzichtig bij het snijden van gesplinterd hout. U zou door scherpe stukjes hout kunnen worden getroffen.
  • Snijd kleine stammen of takken op een zaagblok. Bij het snijden van stammen mag geen andere persoon de stam vasthouden. Beveilig de stam ook niet met uw been of voet.
  • Gebruik de zaag niet voor plekken, waarin stammen, wortels en andere boomdelen met elkaar zijn verbonden. Trek de stammen naar een vrije plek en neem daarbij het eerst de vrijgelegde stammen.

Verschillende sneden voor stamsplitsing (afb. D)

Let op! Indien de zaag in een stam ingeklemd wordt, trek ze niet met geweld eruit. U kunt de controle over het apparaat verliezen en daarbij ernstig gewond raken en/of de zaag beschadigen. Houd de zaag stil en drijf een wig van plastic of hout in de snede, totdat de zaag zich er gemakkelijk uit laat trekken. Zet de zaag weer aan en zet de snede voorzichtig weer aan. Start de zaag nooit wanneer ze is ingeklemd in een stam.

Bovensnede (afb. E, Pos. 1)

Zet voor de bovensnede aan de bovenkant van de stam aan en houd daarbij de zaag tegen de stam. Oefen bij de bovensnede slechts lichte druk uit naar beneden.

Ondersnede (afb. E, Pos. 2)

Zet voor de ondersnede aan de onderkant van de stam aan en houd daarbij de bovenkant van de zaag tegen de stam. Oefen bij de ondersnede slechts lichte spanning uit naar boven. Houd de zaag goed vast om het apparaat te kunnen controleren. De zaag drukt naar achteren (uw kant op).

△ Let op!: Houd de zaag voor een ondersnede nooit verkeerd om. In deze positie heeft u geen controle over het apparaat. Voer de eerste snede altijd uit op de compressiekant van de stam.

De compressiekant van een stam is daar waar zich de druk van het stamgewicht concentreert.

Stamsplitsing zonder steunen (afb. F)

  • Wanneer de gehele lengte van de boomstam gelijkmatig ligt, wordt van bovenaf gezaagd (pos. 1).
  • Let erop niet in de grond te zagen.

Stamsplitsing eenzijdig liggend (afb. G)

  • Wanneer de boomstam op één einde ligt, de eerste snede (pos. 1) van onderen zagen (1/3 van de stamdoorsnede), om splinteren te vermijden.
  • De tweede snede van boven (2/3 doorsnede) op hoogte van de eerste snede, om inklemmen te vermijden.

Stamsplitsing tweezijdig liggend (afb. H)

  • Wanneer de boomstam op beide einden ligt, de eerste snede (pos. 1) van bovenaf zagen (1/3 van de stamdoorsnede), om splinteren te vermijden.
  • De tweede snede van beneden (2/3 doorsnede) op hoogte van de eerste snede, om inklemmen te vermijden.

Snoeien en aftoppen

Let op! Kijk altijd uit en bescherm uzelf tegen terugslag. De draaiende ketting op de punt van de geleidingsrail bij het snoeien of het aftoppen van takken nooit met andere takken of objecten in contact laten komen. Een dergelijk contact kan ernstig letsel veroorzaken.

Let op! Stap voor het snoeien of aftoppen nooit in de boom. Ga niet op ladders, voetstukken enz. staan. U zou uw evenwicht en de controle over het apparaat kunnen verliezen.

Belangrijke instructies

  • Werk langzaam en houd de zaag met beide handen vast. Let op een veilig staande positie en evenwicht.
  • Let op terugschietende boomdelen. Wees bij het snijden van kleine boomdelen extreem voorzichtig. Buigzaam materiaal kan in de zaagketting vastraken en u tegemoet schieten of u uit het evenwicht brengen.

  • Let op terugschietende boomdelen. Dit geldt bijzonders voor gebogen of belaste takken. Vermijd met de tak of zaag in contact te komen, wanneer de spanning van het hout nageeft.

  • Houd uw werkomgeving vrij. Ruim de weg vrij van takken om niet over ze te struikelen.

Snoeien (afb. J)

  • Snoeien betekent het afscheiden van de takken van de gekapte boom.
  • Laat de grotere takken onder de gekapte boom liggen en gebruik ze als steun, terwijl u doorwerkt.
  • Begin aan de voet van de gekapte boom en werk naar de punt toe. Verwijder kleinere boomdelen met een snede in de groeirichting (pijlen afb. J).
  • Let daarbij op, de boom altijd tussen u en de zaag te laten.
  • Verwijder grotere, steunende takken met de methods in paragraaf "Stamsplitsing zonder steu-nen".
  • Takken die onder spanning staan, altijd van beneden naar boven zagen om vastklemmen van de zaag te voorkomen.
  • Verwijder kleine vrijhangende boomdelen altijd met een bovensnede. Door een ondersnede zouden ze in de zaag kunnen vallen ofwel deze inklemmen.

Aftoppen (afb. I)

Let op!: Top alleen takken af onder ofwel gelijk aan schouderhoogte. Snijd nooit takken boven schouderhoogte. Laat zulke werkzaamheden over aan een deskundige.

  • Snijd bij de eerste snede (pos. 1) 1/3 in het onderste takdeel.
  • Snijd dan met de tweede snede (pos. 2) helemaal door de tak heen. De derde snede (pos. 3) is een bovensnede, waarmee u de tak tot op 2,5 tot 5 cm van de stam scheidt.

Zagen op de helling (afb. K)

Bij zaagwerkzaamheden op de helling steeds boven de boomstam staan (afb. K). Om op het moment van het „doorzagen“ de volle controle te behouden, tegen het einde van de snede de aanligdruk verlagen, zonder de vaste greep aan de handgrepen van de kettingzaag los te maken.

Let op! De zaagketting mag de grond niet raken.

Na voltooiing van de snede de stilstand van de zaag-ketting afwachten, voordat men de kettingzaag daar verwijdert. De motor van de kettingzaag altijd afzet- ten voordat men van boom tot boom wisselt.

11. Transport

- Om het product te transporteren koppel het eerst los van het stopcontact en zet het vervolgens op de bestemde plaats.

  • Om beschadigingen en letsel te vermijden, moet het product tijdens het transport in voertuigen worden beveiligd tegen omvallen en wegglijden.
  • Gebruik steeds de beschermkap van het geleideblad voor transport.
  • Schakel de kettingzaag vóór elk transport uit, ook bij korte afstanden. Beveilig de machine tegen omvallen tijdens transport (ook in voertuigen) om brandstofverlies, schade of letsel te voorkomen.
  • Draag het apparaat alleen aan de voorste handgreep. Het geleideblad wijst daarbij naar achteren, weg van uw lichaam.

12. Onderhoud

Waarschuwing! Voor alle werkzaamheden aan de kettingzaag moet het apparaat van tevoren altijd worden losgekoppeld van de stroomverzorging!

  • De ventilatiesleuven op de motorbehuizing altijd schoon en vrij houden. Alleen de in deze gebruiksaanwijzing beschreven onderhoudswerkzaamheden mogen zelf worden uitgevoerd. Alle andere onderhoudstaken moeten door onze klantenservice worden doorgevoerd.
  • De zaag mag op geen enkele manier worden aangepast, omdat dan de veiligheid van het apparaat niet meer gewaarborgd is.
  • Wanneer de kettingzaag ondanks zorgvuldige verzorging en onderhoud toch eenmaal niet goed werkt, laat deze a.u.b. door een gespecialiseerd bedrijf repareren.

Kettingsmeerolie bijvullen

De afsluitdop van de olietank (14) voor het openen reinigen, zodat geen vuil in de tank kan komen. Bij het werken met de zaag de inhoud van de olietank met behulp van de oliepeilindicator (15) controleren. De afsluitdop (14) daarna weer goed sluiten en eventueel gemorste olie afvegen.

Zaagketting slijpen

Uw zaagketting wordt bij de vakhandel snel en vak-kundig bijgeslepen. U verkrijgt bij de vakhandel ook voorzieningen voor het slijpen van de ketting, waarmee u zelf uw zaagketting slijpen kunt. Let a.u.b. op de betreffende gebruiksaanwijzing. Onderhoud uw apparatuur met zorg. Houd uw gereedschap scherp en schoon, om goed en veilig te kunnen werken. Leef de onderhoudsvoorschriften en de instructies voor het vervangen van gereedschap na.

Service-informatie

U moet er rekening mee houden dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan een slijtage door gebruik of een natuurlijke slijtage, resp. dat de volgende delen nodig zijn als verbruiksmaterialen. Slijtstukken*: Zaagketting, Geleidingsrail, Kettingsmeerolie, Koolborstels, Klauwaanslag

* niet verplicht bij de leveringsomvang begrepen!

Neem in het geval van reserveonderdelen en accessoires contact op met ons servicecentrum. Scan hiervoor de QR code op de voorpagina.

13. Opslag

  • Bevestig de kettingbescherming vóór elk vervoer en elke opslag.
  • Sla het apparaat op een droge plek op buiten het bereik van kinderen.
  • Wanneer het apparaat niet wordt gebruikt, sla het zodanig op, dat het niet door onbevoegde personen kan worden gestart.

WAARSCHUWING!

Bewaar het apparaat niet onbeschermd buiten of in een vochtige omgeving.

14. Elektrische aansluiting

De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aangesloten. De aansluiting voldoet aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften. Als het snoer moet worden vervangen, dan moet dit door de fabrikant of zijn vertegenwoordiger worden gedaan om veiligheidsrisico's te voorkomen. De netaansluiting van de klant en het gebruikte verlengsnoer moeten eveneens aan deze voorschriften voldoen.

  • Het product beantwoordt aan de eisen van EN 61000-3-11 en is onderworpen aan speciale aansluitvoorwaarden. Dat will zeggen dat het gebruik op willekeurige vrij te kiezen aansluitpunten niet toegestaan is.
  • Het product kan bij ongunstige netomstandigheden leiden tot tijdelijke spanningsschommelingen.
  • Het product is uitsluitend voorzien om op aansluit-punten te werken die
    a) een maximaal toegestane netimpedantie „Z“ (Zmax. = 0,294 Ω) niet overschrijden of
    b) die een permanente stroombelastbaarheid van het net van minstens 100 A per fase hebben.
  • U dient er zich als gebruiker van te vergewissen, indien nodig in overleg met uw energievoorzieningmaatschappij, dat uw aansluitpunt waarop u uw product wilt gebruiken, één van de beide genoemde eisen a) of b) vervult.

Belangrijke aanwijzingen

Bij overbelasting van de motor schakelt deze vanzelf uit. Na een afkoeltijd (deze tijd is verschillend) kan de motor weer worden ingeschakeld.

Defecte elektrische aansluitkabel

Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de isolatie op.

Mogelijke oorzaken zijn:

  • Versleten plekken, als aansluitkabels door vensterof deuropeningen worden geleid.
  • Knikken door een onvakkundige bevestiging of geleiding van de aansluitkabel.
  • Snijplekken omdat over de aansluitkabel is ger den.
  • Beschadigde isolatie omdat de stekker uit het stopcontact is getrokken.
  • Scheuren door veroudering van de isolatie.

Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is beschadigd. Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade.

Let erop dat bij het controleren de aansluitka - bel niet op het elektriciteitsnet is aangesloten. Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitsluitend aansluitkabels met de aanduiding H05VV-F. Op de aansluitkabel moet de type-aanduiding vermeld staan.

Wisselstroommotor

  • De netspanning moet 230-240 VAC zijn.
  • Uitbreidingskabels tot 25 m lengte moeten een dwarsdoorsnede hebben van 1,5 vierkante millimeter, meer dan 25 vierkante meter, minstens 2,5 vierkante millimeter.

Aansluittype Y

Als het netsnoer moet worden vervangen, moet dit door de fabrikant of zijn vertegenwoordiger worden gedaan om veiligheidsrisico's te voorkomen.

Aansluitingen en reparaties van de elektrische uitrusting mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitgevoerd.

Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:

  • Stroomtype van de motor
  • Gegevens van het typeplaatje van de machine
  • Gegevens van het typeplaatje van de motor

15. Afvalverwijdering en recyclage

Aanwijzingen op de verpakking

SCHEPPACH CSE2600 - Aanwijzingen op de verpakking - 1

SCHEPPACH CSE2600 - Aanwijzingen op de verpakking - 2

SCHEPPACH CSE2600 - Aanwijzingen op de verpakking - 3

De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieuvriendelijk afvoeren.

Aanwijzingen betreffende de wetgeving Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)

SCHEPPACH CSE2600 - Aanwijzingen betreffende de wetgeving Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) - 1

Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur behoort niet bij het huishoudelijke afval, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!

  • Oude batterijen of accu's die niet vast in het afge-dankte apparatuur zijn geïntegreerd, moeten vóór het afvoeren op niet-destructieve wijze worden verwijderd! Het afvoeren hiervan is geregeld in de wetgeving inzake batterijen.
  • Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elektronische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu's in te leveren.
  • De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voeren afgedankte apparaat!
  • Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
  • Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd:
  • Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven)
  • Verkooppunten van elektrische apparaten (stationair en online), voor zover dealers verplicht zijn ze terug te nemen of dit vrijwillig aanbieden.
  • Tot drie afgedankte elektronische apparaten per apparaattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis naar de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw apparaat van de fabrikant te hoeven kopen, of naar een ander erkend inzamelpunt in je omgeving worden gebracht.

  • Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaarden van de fabrikanten en distributeurs verzoeken wij u contact op te nemen met de betreffende klantenservice.

  • Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikaat aan een particulier huishouden, kan de fabrikant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elektrische apparaat. Neem hiertoe contact op met de klantenservice van de fabrikant.
  • Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden geinstalleerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Europese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.

Informatie over het afvoeren van versleten apparatuur kunt u opvragen bij uw gemeente.

Brandstoffen en oliën

  • Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brandstoftank en het motorreservoir worden geleegd!
  • Brandstof en motorolie horen niet bij het huishoudelijke afval of in het riool, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
  • Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd.

16. Foutenherstel

Storing Mogelijke oorzaak Oplossing
Motor loopt nietGeen stroomStopcontact, kabels en stekkers van de stroomverzorging controlerenKabel beschadigd: moet door een gespecialiseerd bedrijf ge-repareerd worden. Provisorische reparatie (isolatieband enz.) is streng verboden.Schakelaar beschadigd: moet door een gespecialiseerd bedrijf gerepareerd worden.
Kettingrem Zie paragraaf "Kettingrem" en "Kettingrem vrijgeven".
Koolborstels versletenKoolborstels door een gespecialiseerd bedrijf laten vervangen.
Ketting beweegt zich nietKettingremKettingrem controleren en indien nodig vrijgeven.
Onvoldoende snijvermogenKetting stompKettingspanningKetting ligt niet goed in de geleidingKetting slijpenKetting juist spannenKetting juist aanbrengen
Zagen moeilijkKetting springt van het zwaardKettingspanningKetting juist spannen
Zaagketting draait heetKettingsmeringOliepeil controleren en indien nodig olie bijvullen.

Merknad om emballasjen

SCHEPPACH CSE2600 - Merknad om emballasjen - 1

SCHEPPACH CSE2600 - Merknad om emballasjen - 2

SCHEPPACH CSE2600 - Merknad om emballasjen - 3

Emballasjemateriale kan resirkuleres. Vennligst kast emballasje på en miljøvennlig måte.

Henvisninger til elektro- og elektronikkenhetslov (ElektroG)

SCHEPPACH CSE2600 - Henvisninger til elektro- og elektronikkenhetslov (ElektroG) - 1

Zichtbare gebreken moeten binnen de 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, zo niet verliest de verkoper elke aanspraak op grond van deze gebreken. Onze machines worden geleverd met een garantie voor de duur van de wettelijke garantietermijn. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat de koper de machine ontvangt. De garantie houdt in dat wij elk onderdeel van de machine dat binnen de garantietermijn aantoonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van ma-

teriaal- of productiefouten, kosteloos vervangen. De garantie vervalt echter bij verkeerd gebruik of verkeerde behandeling van de machine. Voor onderdelen die wij niet zelf produceren, geven wij enkel de garantie die wij zelf krijgen van de oorspronkelijke leverancier. De kosten voor de montage van nieuwe onderdelen vallen ten laste van de koper. Eisen tot het aanbrengen van veranderingen of het toestaan van een korting en overige schadeloosstellingsclaims zijn uitgesloten.

Garantía ES

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SCHEPPACH

Model : CSE2600

Categorie : Zaag