SRC 585 RG - Trekker STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SRC 585 RG STIGA in PDF-formaat.
| Producttype | Motoculteur |
| Merk | Stiga |
| Model | SRC 585 RG |
| Motorvermogen | 3,5 kW |
| Motortoerental | 3300 min⁻¹ |
| Startkoord | Lanceur |
| Netto gewicht | 62,5 kg |
| Werkbreedte | 82 cm |
| Werkdiepte | ≥ 10 cm (instelbaar via slede) |
| Werksnelheid | 0,1 - 0,3 m/s |
| Aandrijving | Riem en ketting |
| Freesrotatiesnelheid | 120 t/min |
| Gemeten geluidsvermogenniveau | 95,21 dB(A) |
| Gegarandeerd geluidsvermogenniveau | 97 dB(A) |
| Geluidsdrukniveau | 75,21 dB(A) |
| Hand-arm vibraties | < 2,5 m/s² |
| Motoroliecapaciteit | 0,6 L (SAE 15W-40 olie) |
| Afstand elektroden bougie | 0,70 - 0,80 mm |
| Stationair toerental | 1800 ± 100 t/min |
| Maximaal toerental onbelast | 3600 ± 50 t/min |
| Luchtfilteronderhoud | Elke 50 uur (of 10 uur in stoffige omgeving) |
| Motorolie verversen | Eerste keer na 20 uur, daarna elke 50 uur |
| Langdurige opslag | Tap het smeermiddel uit de versnellingsbak, breng anticorrosieolie aan |
Veelgestelde vragen - SRC 585 RG STIGA
Gebruikersvragen over SRC 585 RG STIGA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Trekker in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SRC 585 RG - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SRC 585 RG van het merk STIGA.
GEBRUIKSAANWIJZING SRC 585 RG STIGA
Let vooral op de volgende informatie:
Lees deze werk- en onderhoudshandleiding zorgvuldig door voordat u met de werkzaamheden begint en volg de handleiding tijdens het werk. Als u werkt in overeenstemming met de handleiding, zal de door ons bedrijf ontworpen frees veilig en betrouwbaar werken zonder de apparatuur te beschadigen en zonder ernstig persoonlijk letsel te veroorzaken. Het niet naleven van de handleiding kan leiden tot ernstige schade of letsel aan de apparatuur of aan uw persoon.
OPMERKING: Als er problemen zijn met de machine, of als u twijfels hebt over de werking, neem dan contact op met de plaatselijke dealer van het bedrijf.
1. VEILIGHEIDSNORMEN
1.1. TRAINING
a) Lees de gebruikershandleiding aandachtig door. Maak uzelf vertrouwd met de juiste manier om de machine te bedienen. Leer hoe u de machine kunt stoppen en hoe u de bedieningselementen snel kunt uitschakelen.
b) Het is ten strengste verboden om kinderen de machine te laten gebruiken! Volwassenen mogen de machine alleen gebruiken na zorgvuldige lezing van de handleiding!
c) Zorg ervoor dat er zich geen andere personen of dingen, vooral kinderen of dieren, met een potentieel veiligheidsrisico in het werkgebied bevinden.
1.2. VOORBEREIDING
a) Controleer het werkgebied grondig en verwijder alle vreemde voorwerpen.
b) Zet de hendel in neutraal voordat u de motor start.
c) Gebruik de machine niet zonder geschikte kleding. Als het werkgebied een gladde ondergrond heeft, draag dan antislipschoenen om uw stabiliteit te verbeteren.
d) Ga voorzichtig om met licht ontvlambare brandstof! Let op de volgende regels:
1) Gebruik een geschikte container om brandstof op te slaan.
2) Vul de tank nooit wanneer de motor draait of heet is.
3) Let altijd goed op bij het buitenshuis vullen van de tank. Probeer de tank nooit binnenshuis te vullen.
4) Draai voor het starten van de machine de tankdop vast en verwijder de brandstofresten.
e) Probeer nooit afstellingen uit te voeren terwijl de motor draait!
f) Voor elke handeling of werkzaamheden aan de machine, zoals voorbereiding en onderhoud, is het dragen van een veiligheidsbril verplicht.
1.3. BEDRIJF
a) Bij het starten van de motor moet de schakelhendel in neutraal staan. Benader/plaats handen en voeten niet onder de draaiende delen.
b) Let bij het bedienen/rijden over een geplaveide straat, stoep of snelweg op de verkeersomstandigheden om mogelijke gevaren te identificeren! Het is ten strengste verboden om mensen te vervoeren!
c) Als de machine vreemde voorwerpen raakt, stop dan onmiddellijk de motor en controleer zorgvuldig of de motorhakfrees beschadigd is. Als de machine beschadigd is, repareer deze dan voordat u het werk hervat.
d) Let altijd op de omgevingsomstandigheden om uitglijden of vallen te voorkomen.
e) Als de machine abnormaal trilt, stop dan onmiddellijk de motor! Identificeer de oorzaak: Abnormale trillingen duiden meestal op een storing.
f) Schakel altijd de motor uit voordat u de werkplek verlaat om tussen de messen vastzittende voorwerpen te repareren, af te stellen, te controleren of te verwijderen!
g) Als de machine onbeheerd wordt achtergelaten door de bediener, neem dan alle noodzakelijke preventieve maatregelen, zoals het loskoppelen van de aandrijfas, het neerlaten van de accessoires, het in neutraal zetten van de starchendel en het afzetten van de motor.
h) Alvorens de machine te reinigen, te repareren of te controleren, moet de bediener de motor uitschakelen en ervoor zorgen dat de bewegende delen stil staan.
i) Motoremissies zijn schadelijk. Gebruik de machine niet binnenshuis!
j) Gebruik de motorhakfrees nooit zonder geschikte beschermingsmiddelen, zonder omhulsels of andere beschermingsmiddelen!
k) Houd de machine tijdens het gebruik uit de buurt van kinderen of huisdieren.
I) Overbelast de machine niet met een te grote bewerkingsdiepte of een te hoge snelheid.
m) Gebruik de machine niet met hoge snelheid op een gladde weg. Wees voorzichtig bij het achteruit rijden!
n) Laat niemand in de buurt van de draaiende machine komen.
o) Alleen door de fabrikant goedgekeurde accessoires en uitrusting (zoals contragewicht) mogen gebruikt worden.
p) Gebruik de motorhakfrees nooit als het zicht beperkt is of de lichtomstandigheden onvoldoende zijn.
q) Wees voorzichtig bij het losmaken van harde grond, aangezien de messen vast kunnen komen te zitten in de grond, waardoor de machine naar voren geslingerd wordt. Mocht dit gebeuren, laat dan het stuur los en probeer de machine niet te besturen.
r) Gebruik de motorhakfrees nooit op steile hellingen.
s) Zorg ervoor dat u de machine niet kantelt wanneer u op hellend, bergopwaarts of bergafwaarts terrein rijdt.
1.4. REPARATIE, ONDERHOUD EN STALLING
a) Houd de machine, apparaten en toebehoren, inclusief de accu, in veilige werkomstandigheden. Koppel indien mogelijk de accu los voordat u de machine opbergt om te voorkomen dat deze bevriest en laad hem indien nodig gedeeltelijk op.
b) Controleer met vooraf bepaalde tussenpozen of de schroeven op de snijgereedschappen, motor, enz. voldoende zijn bevestigd om een veilige werking van de machine te garanderen.
c) Houd de machine binnen en altijd uit de buurt van vlammen. Laat de motor afkoelen voordat u de machine opbergt.
d) Als de motorhakfrees lange tijd stil blijft staan, is het belangrijk om de handleiding te bewaren.
e) Repareer de machine alleen als u over het juiste gereedschap en de juiste handleiding beschikt om de machine te demonteren, monteren en repareren.
2. VEILIGHEIDSSYMBOLEN
Als u geen aandacht besteed aan de volgende symbolen, kunt u ernstig letsel oplopen. Lees aandachtig de symbolen in de handleiding en de veiligheidsvoorschriften.
Als de symbolen losraken of onleesbaar zijn, neem dan contact op met uw dealer om ze te laten vervangen.

Lees de instructies voordat u de machine gebruikt
GEVAAR! De motoren stoten koolmonoxide uit.
GEVAAR! De brandstof is ontvlambaar en explosief.
LET OP!
GEVAAR! Op afstand houden van hete oppervlakken.
GEVAAR! Handen en voeten uit de buurt van draaiende onderdelen houden.
GEVAAR! Het werkgebied vrij houden van mensen, kinderen en dieren.
GEVAAR! Draaiende rotor. Altijd uit de buurt van de messen blijven
3. KORTE INTRODUCTIE TOT DE MOTORHAKFREES
3.1. BELANGRIJKSTE TECHNISCHE PARAMETERS
| Vermogen 3,5 kW | |
| Toeren motor 3300 min | -1 |
| Start Pull-start | |
| Netto/bruto gewicht 62.5 kg | |
| Breedte grondbewerking 82 cm | |
| Diepte grondbewerking ≥10 cm | |
| Werksnelheid 0,1~0,3 m/s | |
| Aandrijving Met riem en ketting | |
| Rotatiesnelheid 120 rpm | |
| Gemeten geluidsvermogenniveau | 95.21 dB (A) |
| Onzekerheid | 2.0 dB (A) |
| Gegarandeerd geluidsvermogenniveau | 97 dB (A) |
| Geluidsdrukniveau | 75.21 dB (A) |
| Onzekerheid | 1.46 dB (A) |
| Trillingen doorgegeven aan het hand < 2 | 5 m/s ^2 |
| Onzekerheid | 2.0 m/s |
3.2. DELEN EN BELANGRIJKSTE COMPONENTEN VAN DE MOTORHAKFREES

Afbeelding 1
- Benzinemotor
- Reductiekast
- Diepteslof
- Koppelingshendel, vooruit
-
Versnellingshendel
-
Bescherming riem
- Frees
- Staaf
- Hendel ontkoppeling
-
Systeem hoogteregeling
-
Hulpwiel
- Carter
- Hendel
- Versnellingshendel
4. WERKING VAN DE MOTORHAKFREES
Voordat elke motorhakfrees de fabriek verlaat, wordt deze eerst ingereden. De bediener moet wel alle mechanismen van de machine controleren en afstellen voor gebruik.
4.1. GEWONE CONTROLES
1. Controleer de olie van de motor

Let op!
De motor moet gevuld zijn met 0,6 liter motorolie. Als het oliepeil lager is wanneer de bediener de motor gebruikt, zal deze ernstig worden beschadigd.

Let op!
Gebruik schone, hoogwaardige olie voor viertaktmotoren. Het gebruik van onzuivere olie of een ander type motorolie zal de levensduur van de motor verkorten.
- Plaats de motor in een horizontale positie
- Draai de peilstok los en veeg hem schoon (zie Afb. 2).
- Steek de peilstok in de olievulopening (raak de schroefdraad niet)
- Trek de peilstok eruit om het oliepeil te controleren. Als het binnen de gemarkeerde straal van de staaf valt, is het goed.
- SAE15W -40 motorolie is een algemeen smeermiddel en is geschikt voor de meest voorkomende omgevingstemperaturen (Zie tabel 1).

Afbeelding 2 Tabel 1

bar
Hoeveelheld oil | Temperature (°C) | Aanswoven hoveelheld (°C) | Limit bruktare hoveelheld (°C) | |---|---|---| | 20W/40 | -10 | 35 | | 10W/30 | -15 | 30 | | 10W | 0 | 10 | | 20W | 10 | 0 | | 20 | 20 | 0 | | 30 | 25 | 0 | | 40 | 35 | 0 |-
Controleer het smeermiddel in de reductiekast
-
Plaats de motorhakfrees op een horizontaal oppervlak en verwijder de dop (zie Afb. 4).
- Het wordt aanbevolen om elke 50 uur geschikt smeermiddel aan de reductiekast toe te voegen.
- Het aanbevolen smeermiddel is vet op calciumbasis.

Probeer de motor niet te starten zonder het luchtfilter, anders verslijt de motor sneller.
4.2. AFSTELLINGEN VAN DE MOTORHAKFREES
- Afstelling van de hendels:
Opmerking: Voordat u de hoogte van het stuur afstelt, moet u de machine horizontaal op een vlakke ondergrond plaatsen om onbedoeld vallen te voorkomen.
- Draai de hendelafsteller los en selecteer het gat in de geschikte positie. Stel de dwarsstang van de hendels af op de hoogte van het middel van de bediener en draai vervolgens aan de afsteller om hem strakker te maken (zie Afb. 5).
- Afstelling van de diepte van de grondbewerking:
- Pas de grondbewerkingsdiepte aan door de slofdiepte aan te passen. Met name door de hendel omlaag te brengen neemt de grondbewerkingsdiepte toe, door de hendel omhoog te brengen neemt de grondbewerkingsdiepte af. (Zie Afb. 6).

Afbeelding 5 Afbeelding 6
- Afstelling en gebruik van de koppeling:
Opmerking: Verlaag het motortoerental voordat u de koppeling gebruikt.
- Door de koppeling in en uit te schakelen, kan de bediener het motorvermogen regelen.
- Wanneer de bediener de koppelingshendel ingedrukt houdt, wordt de koppeling ingeschakeld, wordt stroom naar de motor van de motorhakfrees overgebracht en beginnen de messen te draaien (Zie Afb. 7).

Afbeelding 7 Afbeelding 8
- Wanneer de bediener de koppelingshendel loslaat, wordt de koppeling uitgeschakeld, er wordt geen stroom naar de motor van de motorhakfrees overgebracht en stoppen de messen met draaien (Zie Afb. 8).
Opmerking: Voordat u de hoogte van het stuur afstelt, moet u de machine horizontaal op een vlakke ondergrond plaatsen om onbedoeld vallen te voorkomen.
- Controleer eerst de spanning van de koppelingskabel. Normaal gesproken moet de kabel een speling hebben van 4-8 mm; zo niet, draai dan de bevestigingsmoer los en stel de kabel af. Draai na de afstelling de borgmoer vast (Zie Afb. 9).
- Indien nodig kan de bediener de motor starten om te controleren of de koppeling goed in- en uitschakelt.

Afbeelding 9
-
Aanpassing riemspanning:
-
Als de riemspanning buiten de normale spanningslimieten ligt, moet deze worden afgesteld. Draai de 4 moeren van de motor los (Zie Afb. 10 en 11).
- Na het losdraaien van de vier motormoeren, als de riem te los zit, duwt u de motor naar voren; als de riem te strak is, duwt u de motor terug totdat de riemspanning binnen de normale limieten is. Draai tenslotte de moeren van de motor en de verbindingsplaat vast (Zie Afb. 12).

Afbeelding 10 Moeren motor

Afbeelding 11 Moeren motor
-
Afstelling van de versnellingskabel:
-
Normale snelheid: 1800±100 rpm; hoge snelheid: 3000±50 rpm. De snelheid kan worden aangepast met behulp van een toerenteller.
- Regelmodus en snelheidsregeling. Afstelling van de versnellingskabel

Afbeelding 12 Afbeelding 13

- Draai de gashendel op de hendel onbelast naar maximaal en controleer of de toerenteller een snelheid aangeeft tussen 3600 ± 50 rpm. Draai vervolgens de hendel naar stationair en controleer of de toerenteller een snelheid van 1800±100 rpm aangeeft.
- Als het door de toerenteller aangegeven toerental niet binnen de aangegeven limieten ligt, moet de motor worden afgesteld.
a) Controleer of de aansluitingen van de versnellingskabel los zitten of doorgesneden zijn. Zo ja, draai ze dan weer vast.
b) Draai de gashendel op de hendel naar maximaal onbelast en matig de snelheid door de moeren van het mechanisme van de versnelling van de motor de juiste stand te zetten.
c) Na vele uren werk kan de bediener de moeren van de versnellingskabel afstellen om de motor af te stellen.
6. Gebruik de achteruitversnellingshendel:

Let op!
Verlaag het motortoerental voordat u de hendel van de achteruitversnelling gebruikt.
- Door de achteruitversnellingshendel in en uit te schakelen, kan de bediener het motorvermogen regelen.
- Wanneer de bediener de koppelingshendel ingedrukt houdt, wordt de koppeling ingeschakeld, wordt stroom naar de motor van de motorhakfrees overgebracht en beginnen de messen te draaien (Zie Afb. 14).

Afbeelding 14 Afbeelding 15
- Wanneer de bediener de koppelingshendel loslaat, wordt de koppeling uitgeschakeld, er wordt geen stroom naar de motor van de motorhakfrees overgebracht en stoppen de messen met draaien (Zie Afb. 15).
Opmerking: Als u de achteruitversnellingshendel gebruikt, moet u veilig werken. Onjuiste afstelling van de koppelingskabel brengt normaal gebruik van het product in gevaar.
7. Afstelling van het hulpwiel:
- Stel het hulpwiel van de motorhakfrees in op de positie die wordt getoond in Afb. 15 wanneer u op de weg rijdt.
- Stel het hulpwiel van de motorhakfrees in op de positie die wordt getoond in Afb. 16 wanneer u op een veld rijdt.

Afbeelding 15 Afbeelding 16

Voordat u de motor start, moet de schakelhendel in de neutraalstand staan. De koppelingshendel moet losgelaten zijn.
- Zet de chokehendel op CLOSE (gesloten).

- Draai de gashendel iets naar volle snelheid.

- Zet de motorschakelaar op ON (open).

Trek lichtjes aan de startkabel totdat u weerstand voelt en trek deze vervolgens snel en krachtig naar buiten.
Laat de hendel niet plotseling los, deze kan terugveren en de motor raken en beschadigen. Om deze los te zetten, schuift u hem langzaam langs de startkabel.

-
Nadat de motor is opgewarmd, duwt u de chokehendel iets naar OPEN (open).
-
Gebruik de gashendel (of hendel van de vlinderklep) om het motortoerental op het gewenste niveau in te stellen.

- In een noodgeval kan de motor worden gestopt door de motorschakelaar direct op OFF te zetten.
-
Onder normale omstandigheden, stopt u de motor met de volgende stappen:
-
Duw de gashendel naar het minimum.
-
Zet de motorschakelaar op OFF.

- Stop de motor voor onderhoud.
- Om onbedoeld starten van de motor te voorkomen, zet u de motorschakelaar op OFF (stationair) en verwijdert u de bougiekabel.
- Inspectie en onderhoud van de motor mag alleen worden uitgevoerd door een geautoriseerde dealer, tenzij de gebruiker zelf over het voor inspectie en onderhoud geschikte gereedschap en materiaal beschikt en in staat is de motor te repareren en te onderhouden.
Opmerking: Om goede motorprestaties te behouden, moet deze regelmatig worden gecontroleerd en afgesteld. Regelmatig onderhoud garandeert een lange levensduur van het product. De volgende tabel beschrijft de vereiste onderhoudsintervallen en de te onderhouden componenten.
| Onderhoudscyclus Maandelijks.Voor werkelijke gebruiksuren, indien minder dan een maand. | Da-ge-lijks ge-bruik | Na de eerste maand/na 20 uren | Elk seizoen/ om de 50 uren | Om de 6 maand/om de 100 uren | Jaarlijks/om de 300 uren | |
| Component | ||||||
| Motorolie | Controle oliepeil | ● | ||||
| Verversing olie | ● | ● | ||||
| Smeermiddel in de reductiekast (aanwezig op sommige modellen) | Controle smeermiddel | ● | ||||
| Bijvoegen smeermiddel | ● | ● | ||||
| Luchtfilter | Controle | ● | ||||
| Reiniging | ● | |||||
| Bougie | Controle en reiniging | ● | ||||
| Vonkenvanger (optioneel) | Reiniging | ● | ||||
| Brandstoftank en filter | Reiniging ● | |||||
| Luchtklep | Controle/regeling | ● | ||||
| Leiding brandstof Controle Om de twee jaar (indien nodig vervangen) ● | ||||||
Opmerking:
- Verhoog de onderhoudsfrequentie als de machine in stoffige omstandigheden gebruikt wordt.
- De gebruiker kan de motor niet demonteren tenzij hij over het juiste gereedschap en mechanische reparatievaardigheden beschikt.
6.1. VERVERSING MOTOROLIE
Tap de motorolie af na het opwarmen van de motor om een snelle en volledige olieafvoer te garanderen.
- Draai de motoroliepeilstok en de olieaftapmoer los om de motorolie af te tappen.
- Schroef de olieaftapmoer weer vast en draai deze vast.
- Vul de motor met de voorgeschreven olie en controleer het oliepeil.
- Plaats de oliepeilstok terug.
- Het volume van de motorolie moet 0,6 lt zijn.

6.2. ONDERHOUD LUCHTFILTER
Een vuil luchtfilter blokkeert de doorgang van lucht naar de carburator. Om defecten aan de carburator te voorkomen, moet het luchtfilter regelmatig worden onderhouden. Als de motor in een stoffige omgeving moet werken, verhoog dan de onderhoudsfrequentie.

Let op! Gebruik nooit benzine of reinigingsmiddelen met een laag brandpunt om het luchtfilter te reinigen, aangezien dit brand kan veroorzaken.

Opmerking: Probeer nooit de motor te starten zonder het luchtfilter. Dit kan leiden tot snelle motorslijtage.
- Demonteer de vleugelmoer en het luchtfilterhuis en verwijder het filterelement.
- Gebruik een niet-brandbare reiniger of reiniger met een hoog vlampunt om het filterelement te reinigen en te laten drogen.
- Dompel het filterelement in de motorolie en veeg vervolgens de overtollige olie weg.
- Vervang het filterelement en het luchtfilterhuis.

6.3. ONDERHOUD VAN DE BOUGIE
Opmerking: Gebruik nooit een bougie met een onjuist warmtebereik. Om een normale start van de motor te garanderen, moet de afstand tussen de bougies geschikt en vrij van afzettingen zijn.
- Gebruik een speciale dopsleutel om de bougie los te maken


- Als de motor net is afgeslagen, is de knalpot erg heet. Blijf uit de buurt van hoge temperaturen om brandwonden te voorkomen.
- Controleer de bougie. Als deze versleten is of de isolatie gebarsten of beschadigd is, vervang ze dan; als er teveel koolstofafzettingen zijn, gebruik dan een staalborstel om ze schoon te maken.
- Gebruik een diktemeter om de elektrodenafstand van de bougie te meten: de juiste waarde moet tussen 0,70 en 0,80 mm liggen.
- Controleer of de bougiering in goede staat is. Gebruik uw hand om de bougie in te draaien om beschadiging van de schroefdraad te voorkomen.
- Nadat u de bougie er helemaal in heeft gedraaid, gebruikt u een speciale dopsleutel om de bougie en de onderste ring vast te draaien.
Opmerking: Als de bougie nieuw is, draait u de bougie nog een halve slag vast nadat u de ring stevig hebt ingedrukt.
Als de bougie gebruikt is, draait u deze 1/8-1/4 slag vast nadat u de ring stevig hebt ingedrukt. De bougie moet goed worden vastgedraaid, anders wordt hij warm en kan de motor beschadigd raken.

Let op!
Als de motor net is afgeslagen, is de knalpot erg heet. Werk niet aan de motor voordat deze is afgekoeld.
Opmerking: De vonkenvanger moet om de 100 uur worden onderhouden om efficiënt te kunnen werken.
- Draai twee 4 mm schroeven van de uitlaatpijp los en verwijder deze.
- Draai de vier schroeven van 5 mm van de knalpotbescherming los om de knalpotbescherming los te maken.
- Draai de 4 mm schroeven van de vonkenvanger los om deze van de knalpot te verwijderen.
- Gebruik een borstel om koolstofafzettingen te verwijderen van het goed gemaasde scherm van de vonkenvanger.
Opmerking: De vonkenvanger mag geen barsten of beschadigingen vertonen. Vervang anders de vonkenvanger.
6.4. AFSTELLING VAN DE CARBURATOR BIJ STATIONAIR TOERENTAL
- Start de motor om deze op te warmen naar de normale temperatuur.
- Wanneer de motor stationair draait, stelt u de buitenste gasklepschroef af om het normale stationaire toerental in te stellen.
Normaal stationair toerental 1800±150 rpm

7. ONDERHOUD VAN HET FILTER
Door slijtage door starten, gebruik van de koppeling en lastwisselingen kunnen de moeren van de motorhakfrees losraken. Componenten kunnen slijten door het lage vermogen van de benzinemotor, het hoge brandstofverbruik en andere storingen die het gebruik van de motorhakfrees in gevaar kunnen brengen. Om deze mogelijkheden te beperken is strikt en regelmatig onderhoud van de motorhakfrees noodzakelijk, zodat deze technisch in goede staat kan blijven en een langere levensduur heeft.
7.1. INLOPEN
- Raadpleeg de handleiding voor informatie over het inlopen van de benzinemotor.
- Een nieuwe of gebruikte motorhakfrees moet een uur onbelast draaien, daarna nog eens 9 uur, om uiteindelijk weer normaal te kunnen werken.
7.2. TECHNISCH ONDERHOUD VAN DE MOTORHAKFREES

Let op!
Vooraleer eender welke controle, reiniging of ingreep voor onderhoud/afstelling op de machine uit te voeren:
- Stop de machine en zet de motor stil.
- Verzeker u ervan dat alle bewegende delen stil staan.
-
Wacht tot de motor afgekoeld is.
-
Ploegenonderhoud (voor en na elke shift):
a) Luister en observer voor abnormale verschijnselen zoals lawaai, oververhitting, losse moeren, enz.
b) Controleer op olielekkage uit de benzinemotor.
c) Controleer of het oliepeil van de benzinemotor zich tussen de bovenste en onderste markeringen van de peilindicator bevindt.
d) Verwijder vuil, modder, gras en olievlekken op de machine of de accessoires onmiddellijk.
e) Houd registers bij van de landbouwactiviteiten.
- Onderhoud eerste niveau (om de 150 werkuren):
a) Voer elke onderhoudsstap voor elke ploeg uit.
b) Reinig de reductiekast en vervang het smeervet
- Onderhoud tweede niveau (om de 800 werkuren):
a) Voer elke onderhoudsstap uit voor 150 werkuren.
b) Controleer de tandwielen en lagers. Vervang deze indien ze erg versleten zijn.
c) Als een van de onderdelen of componenten van de motorhakfrees, zoals de frezen of moeren, beschadigd zijn, vervang deze dan!
- Reparaties en technische controles (elke 1500-2000 werkuren):
a) Laat de hele machine demonteren bij een plaatselijke dealer die geautoriseerd is voor reiniging en inspectie. Als een van de onderdelen of componenten erg versleten is, vervang of repareer ze dan.
- De reparatie en het onderhoud van de benzinemotor moet volgens de handleiding uitgevoerd worden.
7.3. TECHNISCHE ONDERHOUDSTABEL VAN DE MINI-MOTORHAKFREES
(HET ITEM GEMARKEERD MET √ MOET GESERVICED WORDEN)
| Type onderhoud\Bedrijfsinterval | Da- gelijks | Na 8 uur werken bij tussenbelasting | Na de eerste maand/na 20 uren | Na de derde maand/na 150 uren | Jaarlijks/om de 1.000 uur | Om de 2 jaar of 2.000 uren |
| Controle en aandraaien schroeven en moeren | √ | |||||
| Controle en toevoeging nieuwe motorolie | √ | |||||
| Reiniging en verversing motorolie | (Eerste keer) (Tweede keer) | √(derde keer en erna) | ||||
| Controle olielekkages | √ | |||||
| Reiniging vuil, gras en olievlekken | √ | |||||
| Probleemoplossing | √ | |||||
| Afstelling bedieningsonderdelen | √ | |||||
| Spanning riem (*) | √ | |||||
| Tandwielen en lagers (*) | √ | |||||
(*) Handelingen die door uw Verkoper of door een gespecialiseerd Centrum moeten uitgevoerd worden.
7.4. LANGDURIGE OPSLAG VAN DE MINI-MOTORHAKFREES
Als de mini-motorhakfrees lange tijd moet worden opgeslagen, neem dan de volgende maatregelen om roest en erosie te voorkomen.
- Sluit de benzinemotor af en berg hem op zoals aangegeven in de vereisten in de handleiding van de benzinemotor.
- Verwijder vuil en slijm van het oppervlak.
- Tap het vet uit de versnellingsbak af en vul deze met nieuw vet.
- Breng anticorrosieolie aan op de ongeverfde delen van het niet-aluminiumlegeringsoppervlak.
- Bewaar het product op een veilige, gesloten, goed geventileerde en droge plaats.
- Bewaar het gereedschap, het kwaliteitscertificaat en de gebruiksaanwijzing bij de machine.
7.5. TRASPORT
Het gebruik van een heftruck is voorzien om de machine te verplaatsen. De vorken moeten zo breed mogelijk worden ingesteld en
worden in de voorziene uitsparingen van de pallet ingebracht. Het gewicht van de machine staat aangegeven op het etiket met de markering. Met
behulp van de transferwielen (Fig. 1 part. 3) kunt u de motorhakfrees op een praktische, comfortabele manier in de positie voor gebruik brengen. Zet
de motor uit vooraleer de machine te vervoeren.
Als de motor niet kan worden gestart, controleer dan:
-
of de motorschakelaar op ON staat;
-
of er voldoende smeermiddel in de machine zit;
-
of de brandstofklep op ON staat;
-
of er brandstof in de tank is;
-
of de brandstof de carburator bereikt; om dit te controleren, kan de gebruiker de aftapmoer van de carburator losdraaien en de brandstofklep op ON draaien.

Let op!
Als er brandstof lekt, verwijder deze dan voorzichtig en laat drogen voordat u de bougie controleert of de motor start, aangezien gemorste brandstof en de dampen ervan brand kunnen veroorzaken.

- of de bougie de vonk genereert.
a) Verwijder de bouqiedop, verwijder stof en verwijder de bougie.
b) Monteer de bougiedop op de bougie.
c) Sluit de metalen behuizing van de bougie aan op de motorkop. Trek licht aan de starter om te controleren op vonken. Als dit gebeurt, plaatst u de bougie terug en start u de motor.
- Als de motor nog steeds niet start, laat deze dan repareren door een erkende dealer.