KJ2200 - Hogedrukreiniger RIDGID - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KJ2200 RIDGID in PDF-formaat.
| Producttype | Hogedrukreiniger (hogedrukreiniger) |
| Merk | Ridgid |
| Model | KJ-2200 |
| Motor | Benzine, 6,5 pk |
| Nominale druk | 2200 PSI (150 bar) |
| Nominaal debiet | 2,4 GPM (9 l/min) |
| Compatibele leidingdiameter | 1 1/4" tot 6" (32 tot 152 mm) |
| Gewicht | 30 kg (65 lbs) |
| Watervoorziening | Koud water, max 60 °C |
| Werkwijze | Continue druk of pulsatie |
| Bedieningspedaal | Inbegrepen (FV-1) |
| Pomp | Triplex zuigerpomp |
| Veiligheidssysteem | Veiligheidsklep, thermische sonde |
| Spuitmonden inbegrepen | Ja (selectie op basis van diameter) |
| Pomponderhoud | Niet-detergente SAE 30W olie, ververs om de 500 uur |
| Transmissieonderhoud | SAE 90W olie (indien van toepassing) |
| Winteropslag | Antivries type RV of perslucht |
| Garantie | Levenslange garantie |
Veelgestelde vragen - KJ2200 RIDGID
Gebruikersvragen over KJ2200 RIDGID
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Hogedrukreiniger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KJ2200 - RIDGID en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KJ2200 van het merk RIDGID.
GEBRUIKSAANWIJZING KJ2200 RIDGID
Hogedruk rioolreiniger
KJ-2200/KJ-3100 rioolreinigingsmachines

Lees deze handleiding aandachtig alvorens dit toestel te gebruiken. Het niet begrijpen en naleven van de volledige inhoud van deze handleiding kan resulteren in elektrische schokken, brand en/of ernstige verwondingen.
KJ-2200/KJ-3100 rioolreinigingsmachines
| Noteer het serienummer hieronder en bewaar het serienummer van het product dat zich op het identifica-tieplaatje bevindt. | |
| Serienr. | |
Inhoud
Registratieformulier voor serienummer van machine....81
Veiligheidssymbolen 83
Algemene veiligheidsvoorschriften 83
Veiligheid op de werkplek....83
Elektrische veiligheid 83
Persoonlijke veiligheid 83
Gebruik en onderhoud van het gereedschap 84
Onderhoud 84
Veiligheidswaarschuwingen i.v.m. hogedrukrioolreinigers....84
Beschrijving, specificaties en standaarduitrusting....85
Beschrijving 85
Technische beschrijving 86
Pictogrammen 86
Standaarduitrusting 86
Montage van de machine....86
Motorolie 86
Pomp/tandwielolie 86
KJ-2200 transportwagentje....87
Inspectie vóór gebruik....87
Instellen van de machine en inrichten van de werkplek....89
Watertoevoer 90
Voorbereiden van de afvoerleiding....90
Voorbereiden van de slang....91
SLANGSELECTIETABEL 92
SPUITKOPSELECTIETABEL 92
Gebruiksaanwijzing 93
De afvoerleiding schoonspuiten 94
Gebruik van de pulsmodus....95
De hogedrukrioolreiniger gebruiken als gewone hogedrukreiniger 96
Bedienen van de hogedrukreiniger....97
Wasmiddelverstuiver 97
Onderhoudsinstructies 97
Reinigen 97
Motor....97
Pompsmering....97
Tandwielkastsmering 97
Pomp voorbereiden voor opslag bij koud weer 98
Hulpstukken 98
Opbergen van de machine 99
Onderhoud en reparatie 99
Afvalverwijdering....99
Oplossen van problemen....100
Levenslange garantie....Achterflap
*Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
Veiligheidssymbolen
In deze gebruiksaanwijzing en op het product worden veiligheidssymbolen en bepaalde woorden gebruikt om de aandacl te vestigen op belangrijke veiligheidsinformatie. In dit hoofdstuk worden die woorden en symbolen nader toegelicht.

Dit is het veiligheidsalarmsymbool. Het wordt gebruikt om uw aandacht te vestigen op potentiële risico's van lichamelijk letsel. Leef alle veiligheidsinstructies achter dit symbool na om mogelijke letsels of dodelijke ongevallen te voorkomen.
GEVAAR
GEVAAR verwijst naar een gevaarlijke situatie die, als ze niet wordt vermeden, zal resulteren in een ernstig of dode- lijk letsel.
WAARSCHUWING
WAARSCHUWING verwijst naar een gevaarlijke situatie die, als ze niet wordt vermeden, kan resulteren in een ernstig of dodelijk letsel.
VOORZICHTIG
VOORZICHTIG verwijst naar een gevaarlijke situatie die, als ze niet wordt vermeden, kan resulteren in een licht of matig letsel.
OPGELET
OPGELET verwijst naar informatie over eigendomsbescherming.

Dit symbool geeft aan dat u de handleiding aandachtig moet lezen voordat u de apparatuur gebruikt om het risico van let-sels te verkleinen. De handleiding bevat belangrijke informatie over de veilige en correcte bediening van het gereedschap.

Dit symbool geeft aan dat u altijd een veiligheidsbril moet dragen als u dit gereedschap gebruikt of bedient om het risico van oogletsels te verminderen.

Dit symbool wijst op het risico van het richten van een hogedrukwaterstraal op lichaamsdelen, met mogelijke huidpuncties en injectieletsels tot gevolg.

Dit symbool wijst op het risico van het rondzwiepen van de rioolreinigingsslang, met mogelijke slagletsels en injectieletsels tot gevolg.

Dit symbool wijst op het risico van het inademen van koolmonoxide wat misselijkheid, flauwvallen of de dood kan veroorzaken.

Dit symbool wijst op het risico van het ontbranden en ontploffen van benzine of andere bronnen, met brandwonden of andere lichamelijke letsels tot gevolg.
Algemene veiligheidsvoorschriften
WAARSCHUWING
Lees en begrijp alle instructies. Het niet naleven van een van de onderstaande instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig lichamelijk letsel.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES!
Veiligheid op de werkplek
- Zorg voor een schone en goed verlichte werkplek. Rommelige werkbanken en donkere omgevingen vragen om ongevallen.
- Gebruik elektrisch gereedschap niet in een explosieve omgeving, bijvoorbeeld in de aanwezigheid van brandbare vloeistoffen, gassen of stof Elektrisch gereedschap geeft vonken af die stof of dampen kunnen doen ontbranden.
- Houd omstanders, kinderen en bezoekers op afstand terwijl u met elektrische machines werkt. U kan de controle over het gereedschap verliezen als u wordt afgeleid.
Elektrische veiligheid
- Voorkom lichamelijk contact met geaarde oppervlakken, zoals leidingen, radiatoren, fornuizen en koelkasten. Het risico van elektrische schokken is groter als uw lichaam geaard is.
Persoonlijke veiligheid
- Wees alert, let op wat u doet en gebruik uw gezond verstand bij het gebruik van elektrisch gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of geneesmiddelen. Als u ook maar even niet oplet tijdens het gebruik van elektrisch gereedschap kan dit resulteren in ernstig lichamelijk letsel.
- Draag aangepaste kleding. Draag geen loszittende kledingstukken of sieraden. Bind lang haar bij elkaar. Houd uw haren, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende delen. Losse kledingstukken, juwelen of lang haar kunnen worden gegrepen door bewegende onderdelen.
- Reik niet te ver. Zorg dat u altijd stevig met beide voeten op de grond staat en dat u uw evenwicht bewaart. Wanneer u stevig staat en uw evenwicht bewaart, behoudt u meer controle in onverwachte situaties.
- Gebruik een veiligheidsuitrusting. Draag altijd een veiligheidsbril. Draag altijd een stofmasker, veiligheidsschoenen met antislipzolen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming als de omstandigheden dit vereisen om persoonlijk letsel te voorkomen.
Gebruik en onderhoud van het gereedschap
- Forceer de machine niet. Gebruik het juiste gereedschap voor uw werkzaamheden. Het juiste gereedschap werkt beter en veiliger als u het gebruikt aan het tempo waarvoor het is ontworpen.
- Gebruik het elektrisch gereedschap niet als u het niet in en uit kan schakelen met de schakelaar. Gereedschap dat niet met de schakelaar kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
- Bewaar machines die niet worden gebruikt buiten het bereik van kinderen en ongeschoolde personen. Gereedschap is gevaarlijk in de handen van ongeschoolde gebruikers.
- Onderhoud machines zorgvuldig. Houd snijwerktuigen scherp en schoon. Goed onderhouden gereedschap met scherpe snijranden zal minder gemakkelijk blokkeren en is gemakkelijker te bedienen.
- Controleer op verkeerd aangesloten en vastgelopen bewegende delen, defecte onderdelen en andere omstandigheden die gevolgen kunnen hebben voor de werking van het gereedschap. Als de machine beschadigd is, moet u ze laten repareren voordat u ze weer in gebruik neemt. Heel wat ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhouden gereedschap.
- Gebruik alleen hulpstukken die door de fabrikant voor uw model worden aanbevolen. Accessoires die geschikt zijn voor de ene machine kunnen gevaarlijk zijn wanneer ze op een andere machine worden gebruikt.
Onderhoud
- Het onderhoud van toestellen mag alleen uitgevoerd worden door bevoegd onderhoudspersoneel. Onderhoud uitgevoerd door onbevoegd personeel kan resulteren in een letselrisico.
- Gebruik uitsluitend originele en identieke reserveonderdelen bij het onderhouden van het toestel. Volg de instructies in het onderhoudshoofdstuk van deze handleiding. Gebruik van niet-erkende onderdelen of het niet naleven van de onderhoudsinstructies kan resulteren in een risico van elektrische schokken of letsels.
Veiligheidswaarschuwingen i.v.m. hogedrukrioolreinigers
⚠ WAARSCHUWING
Dit hoofdstuk bevat belangrijke veiligheidsinformatie die specifiek betrekking heeft op dit toestel.
Lees de voorzorgsmaatregelen aandachtig door alvorens u de ontstoppingsmachine gebruikt om het risico van elektrische schokken, brand of ander ernstig lichamelijk letsel te verminderen.
BEWAAR ALLE WAARSCHUWINGEN EN IN-STRUCTIES VOOR LATERE RAADPLEGING!
Bewaar deze handleiding bij de machine zodat de gebruiker ze bij de hand heeft.
- Gebruik de rioolreiniger nooit met het slanguit-einde buiten de afvoer. De slang kan rondzwiepen en slagletsels veroorzaken of de straal kan door de huid dringen en letsels veroorzaken.
- Water onder hoge druk kan onder de huid dringen en ernstige letsels veroorzaken die amputatie noodzakelijk kunnen maken. Spuit nooit in de richting van mensen of dieren.
- Gebruik de rioolreiniger niet met een hogere dan de voorgeschreven druk of met een inlaatwater-temperatuur van meer dan 140°F / 60°C. Dat verhoogt het risico van letsels, zoals brandwonden, en van schade aan het product.
- Eén persoon moet zowel het rioolreinigingsproces als de voetklep bedienen. Gebruik altijd de voetklep. Als de slang van de rioolreiniger uit de afvoer komt, moet de gebruiker in staat zijn de watertoevoer af te sluiten om het risico van een rondzwiepende slang te verkleinen, die slagletsels en hogedrukinjectieletsels zou kunnen veroorzaken.
- Gebruik altijd passende persoonlijke beschermingsmiddelen wanneer u met ontstoppingsapparatuur in afvoerleidingen werkt. De afvoerleiding kan chemicaliën, bacteriën en andere stoffen bevatten die mogelijk giftig of besmettelijk zijn, of brandwonden en andere problemen kunnen veroorzaken. Aangepaste persoonlijke beschermingsmiddelen omvatten altijd een veiligheidsbril en veiligheidshandschoenen, en soms uitrusting als latex of rubber handschoenen, een gelaatsscherm, een stofbril, beschermingskledij, een gasmasker en veiligheidsschoenen met stalen tip.
- Werk hygiënisch. Na het gebruik van afvoerontstoppingsapparatuur moet u uw handen en andere lichaamsdelen die in contact zijn gekomen met de inhoud van de afvoerkanalen grondig wassen met warm water en zeep. Eet of rook niet
terwijl u de afvoerontstoppingsapparatuur gebruikt of bedient. Dat helpt om contaminatie door toxisch of besmettelijk materiaal te voorkomen.
- Spuit nooit giftige of brandbare vloeistoffen. Dat verlaagt het risico van brandwonden, brand, ontploffingen of andere letsels.
- Benzine en zijn dampen zijn uiterst ontvlambaar en explosief. Zie de motorhandleiding voor voorzorgsmaatregelen ter verlaging van het risico van brandwonden, ontploffingen en ernstige lichamelijke letsels bij de behandeling en het gebruik van benzine.
- Motoren produceren koolmonoxide, een kleur-loos en geurloos giftig gas. Het inademen van koolmonoxide kan leiden tot misselijkheid, flauwvallen of de dood. Start en gebruik de motor niet in een gesloten ruimte, zelfs niet wanneer de deuren en vensters openstaan. Gebruik hem alleen buiten.
- Hete oppervlakken kunnen brandwonden en brand veroorzaken. Houd lichaamsdelen en brandbaar materiaal uit de buurt van hete oppervlakken.
- Lees en begrijp deze handleiding, de motorhandleiding en de waarschuwingen en instructies voor alle apparatuur die wordt gebruikt met deze machine alvorens ze te gebruiken. Als u zich niet houdt aan deze instructies kan dit leiden tot materiële schade en/of ernstig lichamelijk letsel.
De EG-conformiteitsverklaring (890-011-320.10) zal zo nodig als een afzonderlijk boekje bij deze gebruiksaanwijzing worden geleverd.
Als u vragen hebt over dit RIDGID® product:
- neem dan contact op met uw plaatselijke RIDGID®-distributeur.
- bezoek www.RIDGID.com of www.RIDGID.eu om uw plaatselijke RIDGID-contactpunt te vinden.
- neem contact op met RIDGID Technical Services Department op rttechservices@emerson.com, of in de V.S. en Canada call (800) 519-3456.
Beschrijving, specificaties en standaarduitrusting
Beschrijving
De RIDGID®-rioolreinigers met motoraandrijving zijn draagbare, hogedrukrioolreinigers ontworpen om vet, slib, bezinksel en wortels uit afvoerleidingen te verwijderen met een combinatie van waterdruk en stroming. Een uiterst soepele en lichte slang wordt door de afvoerleiding gestuwd door de achterwaarts gerichte waterstralen op de spuitkop, en wanneer ze wordt teruggetrokken schrobt ze de leiding en spoelt ze het losgekomen vuil weg. Met ingeschakelde impulsmodus geraakt de slang gemakkelijker door moeilijke bochten. Alle machines zijn uitgerust met een benzinemotor om de drievoudige plunjerpomp aan te drijven.

text_image
Handvat Motorschakelaar KJ-2200 Motorpomp Haspel Slang VoetklepFiguur 1 – KJ-2200 Hogedrukrioolreiniger

text_image
Handleidinghouder Handvatten Motor Haspel Pomp Voetklep SlangFiguur 2 – KJ-3100 Hogedrukrioolreiniger

Figuur 3 – Machineserienummer
Het serienummer van de machine staat op het frame. De laatste 4 cijfers geven de fabricagedatum (maand en jaartal) aan. (08 = maand, 10 = jaar).
Technische beschrijving
| Rioolreiniger-model | Motor PK | Druk PSI / bar |
| KJ-2200 | 6.5 / 6,5 | 2200 / 150 |
| KJ-3100 | 16 | 3000 / 205 |
| Debiet GPM / liter | Afvoerleiding-capaciteit inch / mm | Gewicht (zonder slanghaspel) lbs / kg |
| 2.4 / 9 | 114 -6 / 32 - 152 | 65 / 30 |
| 5.5 / 20 | 2 - 10 / 50 - 250 | 262 / 119 |
Pictogrammen

Drukmodus
Pulsmodus
Standaarduitrusting
Alle hogedrukrioolreinigers worden geleverd met
- gepaste spuitkoppen
- gereedschap om spuitkoppen te reinigen
• FV-1 voetklep - motorhandleiding
Zie de RIDGID-catalogus voor de specifieke apparatuur die wordt geleverd bij ieder catalogusnummer.
OPGELET De machine is bestemd voor het ontstoppen/schoonmaken van afvoerleidingen. Wanneer ze correct wordt gebruikt, veroorzaakt ze geen schade aan een afvoer die in goede staat verkeert en die correct werd ontworpen, vervaardigd en onderhouden. Wanneer de afvoer in gebrekkige toestand verkeert, of niet correct werd ontworpen, vervaardigd en onderhouden, is het afvoerontstoppingsproces mogelijk niet doeltreffend of kan het schade
aan de afvoer veroorzaken. De beste manier om de toestand van de afvoerleiding te bepalen is door ze visueel te inspecteren met een camera. Een verkeerd gebruik van deze hogedrukrioolreiniger kan de machine en de afvoer beschadigen. Deze machine verhelpt mogelijk niet alle verstoppingen.
Montage van de machine
WAARSCHUWING
Ter voorkoming van ernstige lichamelijke letsels en van machineschade tijdens het gebruik, moet u deze procedures voor een correcte montage naleven.
Motorolie
OPGELET De hogedrukrioolreiniger wordt geleverd zonder olie in de motor. Wanneer u de motor laat draaien zonder olie, zal hij vastlopen. Doe olie in de motor alvorens hem te gebruiken. Zie de bijgeleverde motorhandleiding voor specifieke informatie over het vullen van de motor met olie en het kiezen van de juiste olie.
Pomp/tandwielolie
Pomp: Vervang de plug in de bovenkant van de pomp door de peilstok/ontluchtingsplug. Het gebruiken van de hogedrukrioolreiniger met geïnstalleerde plug kan de pompdichtingen beschadigen. Controleer het oliepeil zoals beschreven in het hoofdstuk Onderhoudsin-structies.
Tandwielkast (alleen KJ-3100): Vervang de plug in de bovenkant van de pomp door de peilstok/ontluchtingsplug. Het gebruiken van de hogedrukrioolreiniger met geïnstalleerde plug kan de tandwielkastdichtingen beschadigen. Controleer het smeermiddelpeil zoals beschreven in het hoofdstuk Onderhoudsinstructies.

text_image
Buitenste groef BorgringFiguur 4 – Onderdelen van de KJ-2200
KJ-2200 transportwagentje
- Installeer de borgring in de binnenste groef op ieder uiteinde van de as. (Zie figuur 4.)
- Schuif een wiel over ieder uiteinde van de as.
- Installeer de borgring in de buitenste groef op ieder uiteinde van de as om het wiel tegen te houden.
- Gebruik de bijgeleverde slotschroeven en vleugelmoeren om het handvat te bevestigen aan het frame.
- Til het motor/pompgeheel op het wagentje, en breng de gaten in de basisplaat tegenover de pennen op de bovenkant van het wagentje. Gebruik de grendels op het wagentje om de motor/pomp vast te zetten. Vergewis u ervan dat het geheel stevig bevestigd is.
- Steek het handvat door de gaten in de achterste dwarsstang van het frame. (Zie figuur 5.)
- Steek een haarspeld door de gaten aan de onderkant van het handvat om te voorkomen dat het handvat kan worden losgetrokken.
- Schroef de T-knoppen in de achterste dwarsstang. Stel de handvatten af volgens uw eigen voorkeur en draai de knoppen aan om het handvat vast te zetten.

text_image
T-knoppen Haarspeld instekenFiguur 5 – KJ-3100 handvatgeheel
Inspectie vóór gebruik
WAARSCHUWING


Voor ieder gebruik moet u uw hogedrukrioolreiniger controlleren en eventuele problemen verhelpen om het risico van ernstig letsel door water onder hoge druk of een andere storing en beschadiging van de rioolreiniger te beperken.
Draag altijd een beschermbril, handschoenen en andere beschermingsuitrusting bij het inspecteren van uw rioolreiniger om uzelf te beschermen tegen chemicaliën en bacteriën op de apparatuur.
- Vergewis u ervan dat de motorschakelaar in de stand OFF staat.
- Veeg vet, olie en vuil van de machine af, ook van de hendels en bedieningselementen. Dat bevordert de inspectie en helpt voorkomen dat de machine of een bedieningselement uit uw handen zou schie- ten.
-
Inspecteer de hogedrukrioolreiniger en zijn accessoires op het volgende:
-
correcte montage en volledigheid.
- gebroken, versleten, ontbrekende, verkeerd uitgelijnde of losse onderdelen.
- aanwezigheid en leesbaarheid van de waarschu-wingslabels. (Zie figuur 6.)
- om het even welke andere toestand die de veilige en normale werking zou kunnen verhinderen.
Als u op problemen stuit, mag u de hogedrukrioolreiniger niet gebruiken tot de problemen verholpen zijn.

Figuur 6A – KJ-2200-waarschuwingslabels

Figuur 6B – KJ-2200-waarschuwingslabels

Figuur 6C - KJ-3100-waarschuwingslabels

Figuur 6D - KJ-3100-waarschuwingslabels
- Reinig de waterinlaatfilter/filterpakking. Schroef het deksel van de onderkant van de inlaatfilter voor reiniging. Vuil kan de waterstroom naar de pomp belemmeren en de prestatie van de machine negatief beïnvloeden.

-
Inspecteer de spuitkopopeningen op schade of verstopping. Verstoppingen kunnen worden verholpen met het gereedschap om spuitkoppen te reinigen. Wees voorzichtig dat u de spuitkopopeningen niet vergroot bij het reinigen. Beschadigde spuitkoppen of spuitkoppen met vergrote openingen kunnen de prestaties van de rioolreiniger aantasten en moeten worden vervangen.
-
Inspecteer de slangen, koppelstukken en fittings op slijtage en schade. Wanneer de buitenste mantel van de slang knikken, barsten, breuken, slijtage of andere schade vertoont, mag u de slang niet gebruiken. Beschadigde slangen kunnen barsten en via openingen in de slang kan water onder hoge druk naar buiten spuiten en ernstige lichamelijke letsels veroorzaken. Vervangslangen en -hulpstukken moeten minstens bestand zijn tegen de nominale druk van de hogedrukrioolreiniger.
-
Inspecteer en onderhoud de motor zoals beschreven in de motorhandleiding.
-
Controleer het motorbrandstofpeil. Voor de KJ-3100 ontgrendelt u de slanghaspel en kantelt u de slanghaspel naar voren tot ze op het frame rust, om bij de benzinetankdop van de motor te kunnen figuur 8. Vul indien nodig loodvrije benzine toe. Zie de motorhandleiding voor meer informatie. Wees voorzichtig bij het behandelen van benzine. Tank brandstof in een goed geventileerde omgeving. Doe de tank niet te vol en mors geen brandstof. Zorg ervoor dat u de tankdop weer stevig dichtdraait.

text_image
BrandstoftankdopFiguur 8 - KJ-3100 positie van brandstoftankdop
- Controleer het oliepeil in de pomp en tandwielkast (indien aanwezig) en vul indien nodig olie bij (zie hoofdstuk Onderhoudsinstructies).
Instellen van de machine en inrichten van de werkplek
WAARSCHUWING



Draag altijd een beschermbril, handschoenen en andere beschermingsuitrusting bij het instellen van uw rioolreiniger om uzelf te beschermen tegen chemicaliën en bacteriën op de apparatuur. Slipvrije schoenen met rubberen zolen kunnen uitglijden tegengaan, met name op een vochtige ondergrond.
Motoren produceren koolmonoxide, een kleurloos en geurloos giftig gas. Het inademen van koolmonoxide kan leiden tot misselijkheid, flauwvallen of de dood. Start en gebruik de motor niet in een gesloten ruimte, zelfs niet wanneer de deuren en vensters openstaan. Gebruik hem alleen buiten.
Volg voor de afstelling van de rioolreiniger en de inrichting van de werkplek de onderstaande procedures om het risico op letsel door water onder hoge druk, chemische brandwonden, infecties, koolmo-
noxidevergiftiging of andere oorzaken en beschadiging van de rioolreiniger te voorkomen.
-
Controleer het werkgebied op:
-
Geschikte verlichting.
- Brandbare vloeistoffen, dampen of stof die kunnen ontbranden. In aanwezigheid van deze stoffen mag u niet aan de slag gaan voordat de bronnen geïdentificeerd en afgesloten werden. De rioolreiniger is niet explosievast en kan vonken veroorzaken.
- Zorg voor een vrije, vlakke, stabiele droge plaats voor machine en gebruiker. Verwijder eventueel water uit het werkgebied. Hout of andere afdekkingen moeten mogelijk worden neergelegd.
- Een plaats om de rioolreiniger neer te zetten, die zich in een goed geventileerde zone in openlucht bevindt. Plaats de rioolreiniger nooit binnen, ook niet met de deuren en vensters open. De rioolreiniger kan worden geïnstalleerd op een plaats die een eind verwijderd is van de plaats van toepassing.
- Een geschikte watertoevoer.
-
Een onbelemmerd pad om de rioolreiniger naar de instelplaats te transporteren.
-
Inspecteer de te reinigen afvoer. Bepaal indien mogelijk het (de) toegangspunt(en) van de afvoerleiding, de afmeting(en) en de lengte(n) van de afvoer, de afstand tot hoofdleidingen, de aard van de verstopping, de aanwezigheid van afvoerreinigingsproducten of andere chemicaliën, enz. In geval van aanwezigheid van chemicaliën in de afvoerleiding is het belangrijk de specifieke veiligheidsvoorschriften te kennen in verband met werkzaamheden in de buurt van dergelijke chemicaliën. Contacteer de chemicaliënfabrikant voor de vereiste informatie.
Verwijder armaturen (watercloset, enz.) om de afvoerleiding bereikbaar te maken. Duw de slang niet door een armatuur. Dat kan de slang en de armatuur beschadigen.
-
Bepaal de juiste apparatuur voor uw werkzaamheden. Zie het hoofdstuk Technische gegevens voor informatie over deze rioolreinigers. Afvoerontstoppers en rioolreinigers voor andere toepassingen vindt u in de RIDGID-catalogus, online op www.RIDGID.com of www.RIDGID.eu.
-
Vergewis u ervan dat alle apparatuur grondig werd gecontroleerd.
-
Controleer de werkplek en bepaal of er eventuele afsluitingen nodig zijn om omstanders op afstand te houden. Omstanders kunnen de operator afleiden. Plaats verkeerskegels of andere versperringen om
chauffeurs te waarschuwen wanneer de werkzaam- heden in de buurt van verkeer uitgevoerd moeten worden.
-
Breng indien nodig afschermingen aan in het werkgebied. Het afvoerontstoppingsproces kan nogal smerig zijn.
-
Breng de rioolreiniger naar een goed geventileerde werkplek in open lucht via het ombelemmerde pad. Als de machine moet worden geheven, dient u de gepaste heftechnieken te gebruiken. Wees voorzichtig wanneer u de machine een trap op of af moet dragen, en houd rekening met mogelijk slipgevaar. Draag geschikt schoeisel met antislipzolen.
Watertoevoer
Vergewis u ervan dat het waterdebiet groot genoeg is voor de rioolreiniger. Leid een slang van het wateraf- tappunt naar de rioolreiniger. Gebruik een slang met een zo groot mogelijke diameter en een zo gering mogelijke lengte. Wij raden u aan een slang te gebruiken met minimale binnendiameter van ^3/4 " / 19 mm. Er moet een geschikte terugloopvoorziening worden gebruikt om al de plaatselijke wetten en verordeningen na te leven. Draai de watertoevoer open en meet de tijd die nodig is om een emmer van ongeveer 5 Gallon / 18,9 liter. Zie de onderstaande tabel voor de maximale emmervultijden voor elk type van rioolreiniger.
| Riool-reiniger | Nominale waarde GPM / liter | Maximum 5 Gallon / 18,9 liter emmervultijd |
| KJ-2200 2.4 / 9 125 seconden | ||
| KJ-3100 5.5 / 20 55 seconden | ||
Bij een ontoereikend waterdebiet kan de rioolreiniger de vereiste druk niet bereiken en kan de pomp beschadigd raken. Inspecteer het water in de emmer op vuil en deeltjes. Vuil en deeltjes in de watertoevoer kunnen overmatige pompslijtage veroorzaken, de spuitkopfilters verstoppen en de prestatie van de machine doen afnemen. Gebruik geen water van vijvers, meren of andere bronnen die verontreinigd kunnen zijn.
In geval van een ontoereikend debiet, kunnen er bijvoorbeeld meerdere toevoerslangen op de rioolreiniger worden aangesloten of kan er gebruik worden gemaakt van een tank.
Wanneer u een tank gebruikt, monteert u een T-stuk met kogelkraan aan de waterinlaat van de rioolreini- ger zoals getoond in figuur 9. Sluit een slang van ^3/_4 " / 19 mm met een maximale lengte van 6' / 1,8 m aan op de klep op de uitlaat van het T-stuk, en sluit de watertoevoer aan op de hoofdrichting van het T-stuk. Steek het andere slanguiteinde in de tank of sluit het aan op de tankuitlaat. De volledige lengte van de tankslang mag zich niet meer dan 5" / 12,7 cm boven de waterinlaat van de rioolreiniger bevinden, anders zal de rioolreiniger geen water uit de tank zuigen.

flowchart
graph TD
A["Slang naar tank"] --> B["△"]
B --> C["T-stuk"]
C --> D["Kogelkraan"]
D --> E["Water to water inlat filter"]
E --> F["Water naar de rioolreiniger"]
Figuur 9 – Watertoevoeraansluitingen bij gebruik van een tank
Vul de tank alvorens de rioolreiniger te starten. Doe de tankklep dicht om de rioolreiniger te starten. Zodra de rioolreiniger is gestart, doet u de tankklep weer open. Observeer het tankwaterpeil en indien nodig stopt u de rioolreiniger om de tank opnieuw te vullen. Zorg ervoor dat het waterpeil niet daalt tot onder het slang-uiteinde.
U kunt warm water gebruiken om de reinigingswerking te verbeteren. Gebruik nooit water dat warmer is dan 140°F / 60°C – dat kan ervoor zorgen dat de beveiliging tegen thermische overbelasting van de pomp wordt geactiveerd. Draag bij gebruik van warm water een gepaste beschermingsuitrusting om het risico van brandwonden te verkleinen.
Bij gebruik in koude weersomstandigheden, dient u maatregelen te treffen om te voorkomen dat het water kan bevriezen in de pomp. Dat kan de pomp beschadigen.
Zorg ervoor dat de inlaatklep op de rioolreiniger gesloten is en sluit de toevoerslang aan op de rioolreiniger.
Voorbereiden van de afvoerleiding
Wanneer u via een mangat, een rioolrooster of een andere grote doorgang werkt, gebruik dan een buis en hulpstukken om een geleiding te maken voor de rioolreinigingsslang van de afvoeropening naar de slanghaspel. Zo voorkomt u dat de rioolreinigingsslang kan
gaan rondzwiepen in de doorgang en dat ze beschadigd raakt.

Figuur 10 – De afvoeropening verlengen tot aan de slanghaspel
Voorbereiden van de slang
Ga zorgvuldig te werk bij het leiden van rioolreini- gingsslangen. Het leiden van slangen over ruwe op- pervlakken, scherpe randen, kruisende slangen, enz. kan de buitenmantel van de slang beschadigen, vooral wanneer de rioolreiniger wordt gebruikt is pulsmodus. Door de slang zo veel mogelijk op de haspel te laten, beperkt u het risico van schade tot het minimum.
-
Selecteer een geschikte slangmaat voor de schoon te maken afvoerleiding. Het verdient in het algemeen geen aanbeveling twee rioolreinigingsslangen aan elkaar te koppelen voor het schoonmaken van afvoerleidingen. De verbinding tussen de twee slangen is minder soepel en kan de doorgang door fittings bemoeilijken of verhinderen Zie de slangselectietabel.
-
Koppel de slanghaspel indien nodig los van het motor/pomp -geheel. Plaats de slanghaspel op een afstand van ten hoogste 3' / 90 cm van de afvoeropening. Gebruik geen te grote hoeveelheid slang buiten de afvoeropening om schade aan de slang te voorkomen. Wanneer de slanghaspel niet binnen een afstand van 3' / 90 cm van de afvoeropening kan worden geplaatst, verlengt u de afvoeropening in de richting van de slanghaspel met behulp van een buis en fittingen met vergelijkbare afmetingen.
-
Leid een slang van de rioolreiniger naar de IN-fitting op de voetklep. Gebruik PTFE-tape om de aansluiting te dichten. Positioneer de voetklep zo dat ze goed bereikbaar is. U moet de slang en de voetklep gelijktijdig kunnen bedienen.
-
Sluit de slang aan tussen de haspel en OUT-fitting op de voetklep.

Figuur 11 – Voetklepaansluiting
-
Markeer de rioolreinigingsslang dicht bij het uiteinde om te kunnen weten wanneer de spuitkop eraan komt bij het terugtrekken van de slang. Op die manier kunt u voorkomen dat de spuitkop onverwacht uit de afvoeropening tevoorschijn komt en ongecontroleerd begint rond te zwiepen. De afstand hangt af van de configuratie van de afvoeropening, maar moet minstens 4' / 1,2 m bedragen.
-
Verwijder de spuitkop van het uiteinde van de slang en steek het uiteinde van de slang in de afvoerleiding. Draai de toevoerklep open om de lucht en eventuele vuildeeltjes uit de rioolreiniger en de slangen te verwijderen. Laat het water minstens 2 minuten stromen.
-
Draai de inlaatklep weer dicht.
-
Selecteer een spuitkop. Gebruik spuitkoppen die specifiek bestemd zijn voor gebruik met de betreffende rioolreiniger. Het gebruik van verkeerde spuitkoppen kan een gebrekkige werking veroorzaken (te geringe bedrijfsdruk of te gering debiet) of kan de rioolreiniger beschadigen door te hoge drukwaarden. Vergewis u ervan dat spuitkopopeningen vrij en open zijn. Zie de spuitkopselectietabel.
Bij gebruik van de RR3000-spuitkop voor afvoer-leidingen groter dan 6" / 152 mm en maximaal 9" / 229 mm, moet het aanzetstuk worden gebruikt. Voor afvoerleidingen van 6" / 152 mm en kleiner hoeft er geen aanzetstuk te worden gebruikt. Draai
het aanzetstuk indien nodig stevig met de hand aan op de RR3000 – draai het niet té vast aan. Wanneer de RR3000-spuitkop zonder aanzetstuk wordt gebruikt in een leiding die groter is dan 6" / 152 mm en maximaal 9" / 229 mm, of in leidingen groter dan 9" / 229 mm bestaat de mogelijkheid dat de spuit-kop van richting verandert in de afvoerleiding, terug naar buiten komt en de gebruiker ernstig verwondt (figuur 12).
-
Draai de spuitkop stevig met de hand aan op het uiteinde van de slang - draai hem niet te vast aan. Door de spuitkop te vast aan te draaien, kan hij beschadigd raken en een gebrekkige werking veroorzaken.
-
Steek de slang met de erop bevestigde spuitkop in de afvoerleiding en open de inlaatklep. Vergewis u ervan dat het water vrij door de spuitkop stroomt en sluit de inlaatklep.

text_image
RIOGID AanzetstukFiguur 12 – RR3000 Spuitkop met aanzetstuk
SLANGSELECTIETABEL
| Toepassingen | Pijpmaat inch / mm | Spuitkop-maat inch / mm | Slangmaat (I.D.) inch / mm | Slangmaat (O.D.) inch / mm | |
| KJ-2200 | Badkamerafvoerleidingen, urinoirs en kleine leidingen | 1^1/_4 - 2/32 - 50 | ^1/_8/3,2 NPT | ^1/_8/3,2 | ^3/_16/4,8 |
| Keukengootstenen, wasmachines en rookkanalen, ontstop-pingsstukken en ventilatieopeningen. | 2 - 3 / 50 - 76 | ^1/_8/3,2 NPT | ^3/_16/4,8 | ^1/_4/6,4 | |
| Douche- en vloersifons, zijleidingen en vetvangputten. | 3 - 4 / 76 - 101 | ^1/_4/6,4 NPT | ^1/_4/6,4 | ^1/_2/13 | |
| Zij- en hoofdleidingen. | 4 - 6 / 101 - 152 | ^1/_4/6,4 NPT | ^1/_4/6,4 | ^1/_2/13 | |
| KJ-3100 | Rookkanalen, ontstoppingsstukken en ventilatieopeningen. 2 | - 3 / 50 - 76 | ^1/_8/3,2 NPT | ^3/_16/4,8 | ^1/_4/6,4 |
| Vloersifons, zijleidingen en vetvangputten. | 3 - 4 / 76 - 101 | ^1/_4/6,4 NPT | ^3/_8/9,5 | ^5/_8/16 | |
| Zij- en hoofdleidingen | 4 - 10 / 101 - 250 | ^1/_4/6,4 NPT | ^3/_8/9,5 | ^5/_8/16 | |
SPUITKOPSELECTIETABEL
| KJ-2200 | Draadmaat, inch / mm | ^1/_8 / 3,2 NPT | ^1/_4 / 6,4 NPT |
| Slangmaat (binnendiameter), inch / mm | ^1/_8 & ^3/_16 / 3,2 & 4,8 | ^1/_4 / 6,4 | |
| Slangmaat (buitendiameter), inch / mm | ^3/_16 & ^1/_4 / 4,8 & 6,4 | ^1/_2 / 13 | |
| Heeft drie achterwaartse stuwstralen voor een optimale voortstuwing bij het reinigen van lange stukken leiding. Gebruik deze spuitkop voor de meeste toepassingen. | H-61 H-71 | ||
| Maakt gebruik van drie achterwaarts gerichte stuwstralen plus één voorwaarts gerichte straal om door vet- en slibverstoppingen te dringen. De voorwaarts gerichte straal spuit een gaatje waar de spuitkop vervolgens door kan. Ze is ook heel doeltreffend voor het verwijderen van ijsverstoppingen. | H-62 H-72 | ||
| Gebruik de granaatspuitkop om moeilijke bochten in een leiding te nemen. Deze spuitkop heeft drie achterwaarts gerichte stuwstralen. | H-64 | ||
| Gebruik de roterende spuitkop om vet en soortgelijke verstoppingen uit de afvoer te verwijderen. | H-65 H-75 | ||
| KJ-3100 | Draadmaat, inch / mm | ^1/_8 / 3,2 NPT | ^1/_4 / 6,4 NPT |
| Slangmaat (binnendiameter), inch / mm | ^3/_16 / 4,8 | ^3/_8 / 9,5 | |
| Slangmaat (buitendiameter), inch / mm | ^1/_4 / 6,4 | ^5/_8 / 16 | |
| Heeft vier (4) achterwaarts gerichte stuwstralen voor een optimale voortstuwing bij het reinigen van lange stukken leiding. Gebruik deze spuitkop voor de meeste toepassingen. | H-101 H-111 | ||
| Maakt gebruik van drie achterwaarts gerichte stuwstralen plus één voorwaarts gerichte straal om door vet- en slibverstoppingen te dringen. De voorwaarts gerichte straal spuit een gaatje waar de spuitkop vervolgens door kan. Ze is ook heel doeltreffend voor het verwijderen van ijsverstoppingen. | H-102 H-112 | ||
| Gebruik de granaatsputkop om moeilijke bochten in een leiding te nemen. Deze spuitkop heeft vier (4) achterwaarts gerichte stuwstralen. | H-104 | ||
| Gebruik de roterende spuitkop om vet en soortgelijke verstoppingen te helpen verwijderen uit de afvoer. | H-105 H-115 | ||
| Om wortels en soortgelijke verstoppingen te verwijderen. OPMERKING! Gebruik aanzetstuk om de RR3000 te stabiliseren bij het schoonmaken van afvoer-leidingen met een diameter van 8'' / 200 mm. | RR3000 |
Gebruiksaanwijzing
WAARSCHUWING



Draag altijd een beschermbril om uw ogen te beschermen tegen vuil en andere vreemde elementen. Draag altijd persoonlijke beschermingsmiddelen die zijn aangepast aan de werkomgeving.
Gebruik de rioolreinger nooit met het slanguiteinde buiten de afvoer. De slang kan zwiepen en slaglet-sels veroorzaken of de straal kan in de huid dringen en letsels veroorzaken.
Water onder hoge druk kan onder de huid dringen en ernstige letsels veroorzaken die amputatie noodzakelijk kunnen maken. Spuit nooit in de richting van mensen of dieren.
Gebruik de rioolreiniger niet met een hogere dan de voorgeschreven druk of met een inlaatwater-temperatuur van meer dan 140°F / 60°C. Dat verhoogt het risico van letsels, zoals brandwonden, en van schade aan het product.
Eén persoon moet zowel het rioolreinigingsproces als de voetklep bedienen. Gebruik altijd de voetklep. Als de slang van de rioolreiniger uit de afvoer komt, moet de gebruiker in staat zijn de watertoevoer af te sluiten om het risico van een zwiepende slang te verkleinen, die slagletsels en hogedrukinjectieletsels zou kunnen veroorzaken.
Gebruik altijd passende persoonlijke beschermingsmiddelen wanneer u met ontstoppingsapparatuur in afvoerleidingen werkt. De afvoerleiding kan chemicaliën, bacteriën en andere stoffen bevatten die mogelijk giftig of besmettelijk zijn, of brandwonden en andere problemen kunnen veroorzaken. Aangepaste persoonlijke beschermingsmiddelen omvatten altijd een veiligheidsbril en veiligheidshandschoenen, en soms uitrusting als latex of rubber handschoenen, een gelaatsscherm, een stofbril, beschermingskledij, een gasmasker en veiligheidsschoenen met stalen tip.
Volg de bedieningsinstructies om het risico op let- sel door rondzwiepende slangen, injectie van vloei- stof onder druk, koolmonoxidevergiftiging of an- dere oorzaken te beperken.
- Vergewis u ervan dat de machine en de werkplek naar behoren werden ingericht en dat de werkplek vrij is van omstaanders en andere afleidingen. Wanneer de rioolreiniger zich op een grote afstand van de gebruiksplaats bevindt, moet er een andere persoon bij de rioolreiniger blijven staan.
- Steek de slang met de eraan bevestigde spuitkop minstens een meter in de afvoerleiding zodat het uiteinde van de slang niet terug naar buiten komt en rondzwiept wanneer de machine wordt gestart.
- Vergewis u ervan dat de pulsbedieningshendel linksom is gedraaid en in de stand "Pressure" (druk) staat (figuur 16).
- Open de inlaatklep. Start de motor nooit zonder eerst de watertoevoer aan te zetten. Dat kan de pomp beschadigen.
- Druk op de voetklep om de druk te verminderen en de motor te laten starten. Vergewis u ervan dat het water vrij door de spuitkop stroomt. Start de motor
volgens de instructies in de motorhandleiding. Laat de motor warmdraaien.

text_image
Drukmeter Ontluchtingsklep Thermische overbelasting PulsbedieningshendelFiguur 13 – Bedieningselementen en meters
- Draai aan de ontluchtingsklep terwijl u de drukmeter observeert om de druk eventueel bij te regelen (rechtsom om de druk te verhogen, linksom om de druk te verlagen). Overschrijd de nominale druk van de gebruikte machine niet. Forceer de ontluchtingsklep niet en gebruik geen sleutels of ander gereedschap om eraan te draaien. Dat zal de ontluchtingsklep beschadigen.
Rioolreiniger Nominale drukwaarde, PSI / bar
KJ-2200 2200 / 150
KJ-3100 3000 / 205
Wanneer de rioolreiniger de nominale druk niet kan genereren of onregelmatig werkt, doet u het volgende:
- ga na of de motorgasklep correct is afgesteld.
- vergewis u ervan dat de inlaatklep helemaal open staat en dat alle andere kleppen in hettoevoersysteem helemaal open staan.
- draai de ontluchtingsklep rechtsom om de druk te verhogen. Niet forceren.
- vergewis u ervan dat de pulsbedieningshendel in de stand "Pressure" (druk) staat.
- beweeg de pulsbedieningshendel verschillende keren tussen de stand "Pressure" (druk) en de stand "Pulse" terwijl de machine werkt om eventuele opgesloten lucht in het systeem te laten ontsnappen.
-
inspecteer het systeem op lekken. Wees voorzichtig tijdens de inspectie om letsels te voorkomen. Wanneer u lekken aantreft, dient u de machine uit te schakelen alvorens de lekken te dichten.
-
schakel de rioolreiniger uit. Controleer de inlaatfilter/filterpakking op vuildeeltjes.
- vergewis u ervan dat het waterdebiet naar de rioolreiniger voldoende groot is.
- zet de rioolreiniger en de inlaatklep af. Verwijder de spuitkop en reinig de openingen met het gereedschap om spuitkoppen te reinigen.
-
laat de rioolreiniger draaien zonder spuitkop op de slang om eventuele lucht en vuildeeltjes uit het systeem te verwijderen. Schakel de rioolreiniger uit alvorens de spuitkop te verwijderen of te installeren.
-
Stel de benodigde apparatuur correct op.
-
zorg ervoor dat u de AAN/UIT-werking van de voetklep kunt bedienen. Druk de voetklep nog niet in.
- zorg ervoor dat u stevig op uw benen staat en dat u niet te ver hoeft te reiken.
- u moet te allen tijdeéén hand op de rioolreini-gingsslang kunnen houden om de slang te con-troleren en te ondersteunen.
- u moet altijd bij de haspel kunnen om de slang op te kunnen wikkelen.
In deze werkhouding kunt u de controle over de rioolreinigingsslang te allen tijde behouden.

Figuur 14 – Correcte werkhouding
De afvoerleiding schoonspuiten
Bij het schoonspuiten van een afvoerleiding wordt de slang normaal over de volledige lengte van de leiding in de leiding gevoed om vervolgens langzaam te worden teruggetrokken. Het water wordt met hoge druk
tegen de leidingwanden gespoten waardoor de afzetting tegen de wanden loskomt.
Ontgrendel de borgpen op de slanghaspel. Steek minstens een meter slang in de afvoerleiding, houd de slang met één hand vast en druk de voetklep in. De slang wordt in de leiding getrokken door de achterwaarts gerichte stralen van de spuitkop. Voed de slang zo ver als nodig in de afvoerleiding. Als de slang stopt, betekent dat dat ze een of andere belemmering is tegengekomen.
Als de spuitkop niet voorbij een belemmering geraakt, zoals een richtingsverandering (sifon, bocht, enz.) of een verstopping, doet u het volgende:
- duw de slang met korte, krachtige stoten in de leiding.
- draai de slang een kwart- tot een halve slag om de richting van de slang te oriënteren t.o.v. de richtingsverandering (als de slang gedraaid is, moet u ze, eenmaal de obstructie voorbij, weer terugdraaien om knikken te voorkomen) Zie figuur 15.
- gebruik de pulsmodus. (zie volgend hoofdstuk).
- gebruik een sifonslang of een slang met een kleinere diameter.

Figuur 15 – De slang ronddraaien
Eenmaal de obstructie voorbij neemt u best even de tijd om dat gedeelte van de leiding schoon te maken alvorens verder te gaan. Laat de spuitkop tot een eindje voorbij de obstructie gaan en trek hem vervolgens terug door de zone van de obstructie. Doe dat verschillende keren en ga vervolgens verder door de afvoerleiding.
Houd het afvoerwaterniveau in het oog. Als het water te hoog komt, moet u de machine mogelijk even stoppen om het water te laten weglopen alvorens verder te gaan. Wanneer de leiding vol water is, is de rioolreiniger minder doeltreffend dan wanneer de leiding leeg is. Laat de rioolreiniger niet te lang werken met gesloten voetklep (OFF). Wanneer de voetklep gesloten is (OFF), hercirculeert het water in de pomp waardoor het water wordt opgewarmd. Dat kan ervoor zorgen dat de thermische overbelasting van de pomp wordt geactiveerd.
Wanneer de spuitkop eenmaal ver genoeg in de leiding zit, trekt u de slang langzaam (1' / 30 cm per minuut voor sterk verstopte leidingen) terug door de leiding. Gebruik één hand om de slang te bedienen en de andere om de slang op de haspel te wikkelen. Let op wanneer de spuitkop de afvoeropening nadert, om te voorkomen dat de spuitkop tevoorschijn komt terwijl er nog water uit spuit. Daardoor zou de slang kunnen gaan rondzwiepen en slagletsels veroorzaken of letsels door onder hoge druk geïnjecteerde vloeistof. Bewaar steeds de controle over de slang. Kijk uit voor de markering op de slang die aangeeft dat de spuitkop bijna naar buiten komt. Laat de voetklep los om de waterstroom af te sluiten.
Zet de motor af volgens de instructies in de motorhandleiding, en druk de voetklep in om de systeemdruk af te laten. Laat het systeem nooit onder druk staan. Indien nodig verwisselt u de spuitkop en gaat u verder met het reinigen van de leiding volgens de hoger beschreven procedure. Het is raadzaam de veer verschillende keren in de verstopte afvoerleiding te voeren om ze helemaal schoon te maken.
Eenmaal klaar schakelt u de machine uit, verwijdert u de spuitkop en opent u de inlaatklep om de pomp en de slang uit te spoelen. Wanneer u de rioolreiniger in koude weersomstandigheden gebruikt, dient u het water onmiddellijk uit het systeem te verwijderen om schade door bevriezing te voorkomen. Kijk in Opbergen van de machine voor informatie over vorstbescherming.
Gebruik van de pulsmodus
Wanneer bewegen met de slang niet volstaat om door een richtingsverandering of obstructie te geraken, moet u de pulsmodus gebruiken. De pulsmodus ver-
oorzaakt een uitgesproken variatie in de waterdruk waardoor de slang begint te trillen en gemakkelijker voorwaarts beweegt.
- Draai de pulsbedieningshendel rechtsom in de stand "Pulse". In pulsmodus geeft de drukmeter minder dan de maximale druk aan. Dat is normaal.

- Duw de slang indien nodig met korte, krachtige stoten in de afvoer draai met de slang om de spuitkop door de obstructie te helpen.
- Eenmaal de obstructie voorbij draait u de pulsbedieningshendel weer linksom in de stand "Pressure" (druk). Laat de rioolreiniger niet langer in pulsmodus staan dan nodig is om door een obstructie geraken. Overmatig gebruik van de pulsmodus kan vroegtijdige slijtage veroorzaken aan de slangen en het systeem.
De hogedrukrioolreiniger gebruiken als gewone hogedrukreiniger
De RIDGID-hogedrukrioolreinigers kunnen ook worden gebruikt als gewone hogedrukreinigers door ze uit te rusten met de hogedrukspuitlans. Het gebruik als gewone hogedrukreiniger is vergelijkbaar met het gebruik als rioolreiniger. Gebruik daarom de instructies voor de rioolreiniger aangevuld met de volgende instructies.
- Zoek een geschikte werkplek.
- Vergewis u ervan dat alle apparatuur grondig werd gecontroleerd.
- Verbind de spuitlans met de spuitlansslang. Gebruik altijd een slang met een nominale drukwaarde die
minstens even hoog is als de nominale drukwaarde van de rioolreiniger. Gebruik een draadafdichtings- middel om lekken te voorkomen.
- Sluit de slang aan op de uitlaat van de rioolreiniger. Zorg ervoor dat de uiteinden van de slang degelijk verbonden zijn zodat ze niet kunnen loskomen onder druk.
- Sluit de rioolreiniger aan op een geschikte watertoevoer, zoals eerder in deze handleiding beschreven.
- Open de inlaatklep en haal de trekker van de spuit-lans over om het water te laten stromen en de lucht uit het systeem te verwijderen. Start de motor nooit zonder eerst de watertoevoer aan te zetten. Dat kan de pomp beschadigen.
- Vergewis u ervan dat de pulsbedieningshendel linksom is gedraaid en in de stand "Pressure" (druk) staat (figuur 16).
- Regelen van de spuitlanssproeikop – Door aan de sproeikop te draaien, kan de straal worden gewijzigd van een fijne straal tot een brede, waaierachtige straal. De druk kan worden geregeld door de sproeikop voorwaarts (lage druk) en achterwaarts (hoge druk) te trekken. Zorg ervoor dat de sproeikop in de hogedrukstand (naar achteren) staat wanneer u begint te werken.

text_image
Lage druk Hoge druk Straal-instelling VergrendelingFiguur 17 – Instellen van de spuitlanssproeikop
- Spuitlansvergrendeling – de spuitlans heeft een vergrendeling op de achterkant van de trekker. Kantel de vergrendeling neerwaarts om te trekker te blokkeren wanneer de spuitlans niet wordt gebruikt.
- Richt de spuitlans in een veilige richting, haal de trekker over om de druk te verminderen en het starten van de motor mogelijk te maken. Start de motor volgens de instructies in de motorhandleiding. Laat de motor warmdraaien. Laat de trekker los zodra de motor start.
- Richt de spuitlans naar een veilige richting en haal de trekker over. Draai aan de ontluchtingsklep terwijl u de drukmeter observeert om de druk naar wens in te stellen. Overschrijd de nominale druk van de machine niet. Laat de spuitlanstrekker los.
Bedienen van de hogedrukreiniger
- Wanneer u de machine gebruikt als een gewone hogedrukreiniger, dient u uw beide handen te gebruiken om de spuitlans vast te houden en te richten, voor een optimale controle. Richt de waterstraal nooit op mensen. Vloeistof onder hoge druk kan onder de huid dringen en ernstige letsels veroorzaken die amputatie noodzakelijk kunnen maken. Richt de waterstraal nooit op elektrische apparatuur of bedrading om het risico van elektrische schokken te verkleinen.
- Regel het waterdebiet met de trekker. Wees voorzichtig bij het gebruiken van de hogedrukreiniger. Wanneer u de sproeikop te dicht bij een oppervlak houdt, kan het oppervlak beschadigd worden. Test een kleine, onopvallende zone om na te gaan of de instelling van de machine het gewenste resultaat oplevert.
- Laat de rioolreiniger niet te lang werken met losgelaten trekker. Wanneer de trekker niet is ingedrukt, hercirculeert het water in de pomp waardoor het water wordt opgewarmd. Dat kan ervoor zorgen dat de thermische overbelasting van de pomp wordt geactiveerd.
- Eenmaal de reinigingsklus geklaard, laat u de trekker los en schakelt u de motor uit zoals beschreven in de motorhandleiding. Haal de trekker opnieuw over om de druk af te laten. Laat het systeem nooit onder druk staan.
Wasmiddelverstuiver
- Bevestig de wasmiddelverstuiver indien nodig aan de uitlaat. Verwijder de uitlaatslang en bevestig de wasmiddelverstuiver zo dat de pijl op het onderdeel in de richting van de waterstroom wijst. Gebruik een draadafdichtingsmiddel om lekken te voorkomen. Breng de uitlaatslang opnieuw aan.
- Bevestig de sifonslang aan de wasmiddelverstuiver. Leg het zeefuiteinde van de slang in het wasrecipient. Gebruik uitsluitend wasmiddelen die bestemd zijn voor gebruik met hogedrukreinigers. Volg alle wasmiddelinstructies. Spuit niet met brandbare vloeistoffen of giftige chemicaliën. Andere wasmiddelen, oplosmiddelen, reinigingsmiddelen, enz. kunnen de rioolreiniger beschadigen of ernstige lichamelijke letsels veroorzaken.
- Tijdens het hogedrukreinigen worden wasmiddelen alleen afgegeven wanneer de spuitlanssproeikop in de lagedrukstand staat. Trek de sproeikop voorwaarts in de lagedrukstand om wasmiddel te krijgen.
- Tijdens de bediening kan de hoeveelheid afgegeven wasmiddel worden geregeld door te draaien aan de huls van de wasmiddelverstuiver. Linksom voor een
kleine hoeveelheid wasmiddel en rechtsom voor een groteren hoeveelheid wasmiddel.
- Zodra u klaar bent met het spuiten van wasmiddel verwijdert u het slanguiteinde met zeef uit het wasmiddel, legt u het in een emmer zuiver water en spoelt u het wasmiddel uit het systeem.
Onderhoudsinstructies
WAARSCHUWING
Vóór het aanvangen van onderhoudwerkzaamheden, moet de schakelaar in de stand OFF staan en moeten de bougiekabels worden losgekoppeld om onbedoeld starten te voorkomen. Druk op de voetklep of haal de spuitlanstrekker over om eventuele druk uit het systeem te verwijderen.
Draag altijd een veiligheidsbril en handschoenen bij het uitvoeren van onderhoudswerk om u te beschermen tegen afvoerchemicaliën en bacteriën.
Reinigen
De slang moet indien nodig worden gereinigd met warm zeepwater en/of ontsmettingsmiddelen. Zorg ervoor dat er geen water in de motor of andere elektrische onderdelen terechtkomt. Niet reinigen met water onder druk. Reinig de machine met een vochtige doek.
Motor
Onderhoud de motor zoals beschreven in de bij de machine geleverde motorhandleiding.
Pompsmering
Controleer het pompoliepeil vóór gebruik. Plaats de rioolreiniger op een vlakke ondergrond. Verwijder eventueel vuil en vuildeeltjes rond de peilstokopening en verwijder de peilstok – controleer het oliepeil. Voeg indien nodig SAE 30W niet-zuiverende olie bij. Niet te veel bijvullen. Breng de peilstok weer aan.
Ververs de olie in de pomp na de eerste 50 bedrijfsuren en daarna om de 500 bedrijfsuren. Met de pomp op bedrijfstemperatuur verwijdert u plug in de onderkant van de pomp en laat u de olie weglopen in een geschikte recipiënt. Breng de plug opnieuw aan. Giet ongeveer 32 oz / 0,9 kg SAE 30W niet-zuiverende olie in de pomp met gebruikmaking van de controleprocedure.
Tandwielkastsmering
Controleer het oliepeil in de tandwielkast vóór gebruik. Plaats de rioolreiniger op een vlakke ondergrond. Verwijder eventueel vuil en vuildeeltjes rond de peilstok-opening en verwijder de peilstok – controleer het oliepeil. Voeg indien nodig SAE 90W tandwielolie bij. Niet te veel bijvullen. Breng de peilstok weer aan.
Ververs de olie in de tandwielkast om de 500 bedrijfsuren. Met de pomp op bedrijfstemperatuur verwijdert u de plug in de onderkant van de tandwielkast en laat u de olie weglopen in een geschikt recipiënt. Breng de plug opnieuw aan. Giet ongeveer 8 oz / 0,2 kg SAE 90W tandwielolie in de tandwielkast met gebruikmaking van de controleprocedure.
Pomp voorbereiden voor opslag bij koud weer
OPGELET Wanneer de rioolreiniger zal worden opgeslagen onder omstandigheden waarbij de temperatuur lager is dan of gelijk aan 32°F / 0°C, moet de rioolreiniger naar behoren worden voorbereid. Wanneer er water bevriest in de pomp kan dat de pomp beschadi-gen.
Er zijn twee methoden om de rioolreiniger voor te bereiden voor opslag bij koude weersomstandheden. De eerste bestaat erin alle kleppen van het systeem te openen en al het eventuele water met perslucht uit het systeem te verwijderen. Die methode kan ook worden gebruikt om het water uit de slangen te verwijderen.
Voor de tweede methode wordt gebruik gemaakt van RV antivries (niet-ethyleenglycol). Gebruik geen ethyleenglycol als antivriesmiddel in de rioolreinigerpomp. Ethyleenglycol mag niet worden gebruikt in afvoersystemen.
- Sluit een stuk slang van 3' / 90 cm aan op de inlaatklep en draai de inlaatklep open.
- Leg het andere uiteinde van de slang in een recipient met RV antivries.
- Verwijder de spuitkop van het uiteinde van de slang.
- Start de rioolreiniger en laat hem werken tot er antivries uit het uiteinde van de slang komt.
Hulpstukken
WAARSCHUWING
Om het gevaar voor een ernstig letsel te beperken, mag u enkel de hulpstukken gebruiken die specifiek zijn ontworpen en aanbevolen voor de RIDGID-hogedrukrioolreinigers (zie lijst hierna). Andere hulpstukken, die geschikt zijn voor andere apparatuur, kunnen gevaarlijk zijn als ze op de RIDGID-hogedrukrioolreinigers worden gebruikt.
KJ-2200 rioolreinigerspuitkoppen en -slangen
| Catalogusnr. | Modelnr. | Beschrijving | Slang I.D. inch / mm | Slang O.D. inch / mm |
| 64772 H-61 | Spuitkop achter | 18 "/ 3,2 mm NPT | ||
| 64777 H-62 | Spuitkop voor en achter Past op 14 "/ 6,4 mm slang | |||
| 64782 H-64 | Granaatspuitkop | |||
| 82842 H-65 | Rotterende turbospuitkop 2200 | |||
| 64787 H-71 | Spuitkop achter | 14 "/ 6,4 mm NPT | ||
| 64792 H-72 | Spuitkop voor en achter Past op 12 "/ 13 mm slang | |||
| 82852 H-75 | Rotterende turbospuitkop 2200 | |||
| 47592 | H-1425 | ^1/_4 " x 25' / 6,4 mm x 7,6 m | ^3/_16 / 4,8 | ^1/_4 / 6,4 |
| 47597 | H-1435 | ^1/_4 " x 35' / 6,4 mm x 10,7 m | ^3/_16 / 4,8 | ^1/_4 / 6,4 |
| 47602 | H-1450 | ^1/_4 " x 50' / 6,4 mm x 15,2 m ^1/_4 " x 6,4 mm sifonslang | ^3/_16 / 4,8 | ^1/_4 / 6,4 |
| 49272 | H-1475 | ^1/_4 " x 75' / 6,4 mm x 22,9 m Oranje | ^3/_16 / 4,8 | ^1/_4 / 6,4 |
| 49277 | H-1400 | ^1/_4 " x 100' / 6,4 mm x 30,5 m | ^3/_16 / 4,8 | ^1/_4 / 6,4 |
| 64732 | H-1415 | ^1/_4 " x 150' / 6,4 mm x 45,7 m | ^3/_16 / 4,8 | ^1/_4 / 6,4 |
| 50002 | HL-1 | Soepele slanggeleider, ^1/_4 " / 6,4 mm | ^1/_8 / 3,2 | ^3/_16 / 4,8 |
| 50007 | HL-2 | Soepele slanggeleider, ^1/_2 " / 13 mm | ^1/_8 / 3,2 | ^3/_16 / 4,8 |
| 47607 | H-1250 | ^1/_2 " x 50' / 13 mm x 15,2 m | ^1/_4 / 6,4 | ^1/_2 / 13 |
| 47612 | H-1275 | ^1/_2 " x 75' / 13 mm x 22,9 m | ^1/_4 / 6,4 | ^1/_2 / 13 |
| 47617 | H-1200 | ^1/_2 " x 100' / 13 mm x 30,5 m | ^1/_4 / 6,4 | ^1/_2 / 13 |
| 51587 | H-1211 | ^1/_2 " x 110' / 13 mm x 33,5 m ^1/_2 " / 13 mm spoelslang | ^1/_4 / 6,4 | ^1/_2 / 13 |
| 49487 | H-1215 | ^1/_2 " x 150' / 13 mm x 45,7 m Zwart | ^1/_4 / 6,4 | ^1/_2 / 13 |
| 51597 | H-1220 | ^1/_2 " x 200' / 13 mm x 61 m | ^1/_4 / 6,4 | ^1/_2 / 13 |
KJ-2200 rioolreinigerhulpstukken
| Catalogusnr. | Modelnr. | Beschrijving |
| 62882 | H-5 | Minislanghaspel (zonder slang) |
| 64737 | H-30 | H-30 wagentje met slanghaspel |
| 62877 | H-30 WH | H-30 wagentje met slanghaspel en 110' / 33,5 m x ^1 / ^2 / 13 mm spoelslang |
| 64077 | HP-22 Hogedrukspuitlans, KJ-2200 | |
| 64767 | HW-22 | Spuitlans, KJ-2200 |
| 51572 | H-1235 Spuitlansslang ^1/_2 " / 13 mm x 35' / 10,7 m | |
| 48157 | FV-1 | Voetklep |
| 66732 | HF-4 | Slang met snelkoppeling |
| 48367 | H-25 | Winterkit |
| 47542 | H-21 | Gereedschap om spuitkoppen te reinigen |
| 67187 | H-32 | Jet Vac |
KJ-3100 rioolreinigerspuitkoppen en -slangen
| Catalogusnr. | Modelnr. | Beschrijving | Slang I.D. inch / mm | Slang O.D. inch / mm |
| 38698 H-101 Spuitkop achter | 18'' / 3,2 mm NPT | |||
| 38713 H-102 Spuitkop voor en achter | Past op 14'' /6,4 mm slang | |||
| 38703 H-104 Granaatspuitkop | ||||
| 38723 H-105 18'' / 3,2 mm NPT roterende turbospuitkop | ||||
| 38693 H-111 Spuitkop achter | 14'' / 6,4 mm NPT | |||
| 38708 H-112 Spuitkop voor en achter | Past op 38'' /9,5 mm slang | |||
| 38718 H-115S 14'' / 6,4 mm NPT roterende turbospuitkop | ||||
| 16713 RR3000 Root Ranger 3000 | ||||
| 47592 H-1425 14'' / 6,4 mm x 25' / 7,6 m sifonslang | ^3/_16 / 4,8 | 14 / 6,4 | ||
| 47597 H-1435 14'' / 6,4 mm x 35' / 10,7 m sifonslang | 14'' / 6,4 mm sifonslang | ^3/_16 / 4,8 | 14 / 6,4 | |
| 47602 H-1450 14'' / 6,4 mm x 50' / 15,2 m sifonslang | Oranje | ^3/_16 / 4,8 | 14 / 6,4 | |
| 49272 H-1475 14'' / 6,4 mm x 75' / 22,9 m sifonslang | ^3/_16 / 4,8 | 14 / 6,4 | ||
| 49277 H-1400 14'' / 6,4 mm x 100' / 30,5 m sifonslang | ^3/_16 / 4,8 | 14 / 6,4 | ||
| 64732 H-1415 14'' / 6,4 mm x 150' / 45,7 m sifonslang | ^3/_16 / 4,8 | 14 / 6,4 | ||
| 64827 H-3835 38'' / 9,5 mm BiD x 35' / 10,7 m wasslang | 38 / 9,5 | 58'' / 16 | ||
| 64832 H-3850 38'' / 9,5 mm BiD x 50' / 15,2 m spoelslang | 38 / 9,5 | 58'' / 16 | ||
| 64837 H-3810 38'' / 9,5 mm BiD x 100' / 30,5 m spoelslang | 38'' / 9,5 mm spoelslang | 38 / 9,5 | 58'' / 16 | |
| 64842 H-3815 38'' / 9,5 mm BiD x 150' / 45,7 m spoelslang | Zwart | 38 / 9,5 | 58'' / 16 | |
| 64847 H-3820 38'' / 9,5 mm BiD x 200' / 61 m spoelslang | 38 / 9,5 | 58'' / 16 | ||
| 64852 H-3825 38'' / 9,5 mm BiD x 250' / 76,2 m spoelslang | 38 / 9,5 | 58'' / 16 | ||
| 64857 H-3830 38'' / 9,5 mm BiD x 300' / 91,4 m spoelslang | 38 / 9,5 | 58'' / 16 | ||
KJ-3100 rioolreinigerhulpstukken
| Catalogusnr. | Modelnr. Beschrijving |
| 62882 H-5 Minislanghaspel | |
| 64862 H-38 Slanghaspel (past bij KJ-3100) | |
| 64902 H-38 WH | Slanghaspel met 200' / 61 m x ^3/8 " / 9,5 mm BiD slang (past bij KJ-3100) |
| 64797 HW-30 Spuitlans, KJ-3100 | |
| 48367 H-25 Winterkit | |
| 48157 FV-1 Voetklep | |
| 66732 HF-4 Slang met snelkoppeling (haspel aan voetklep) | |
| 47542 H-21 Gereedschap om spuitkoppen te reinigen | |
| 67187 H-32 Jet Vac | |
Opbergen van de machine
⚠ WAARSCHUWING Berg de rioolreiniger op in een goed geventileerde ruimte die goed is afgeschermd van regen en sneeuw. Bewaar de machine in een afgesloten ruimte die ontoegankelijk is voor kinderen en mensen die niet vertrouwd zijn met rioolreinigers. Deze machine kan ernstige letsels veroorzaken in de handen van ongeschoolde gebruikers. Zie het hoofdstuk Onderhoud voor informatie over opslag in koude weersomstandigheden. Zie de motorhandleiding voor specifieke informatie over het opbergen van motoren.
Onderhoud en reparatie
WAARSCHUWING
Gebrekkig onderhoud of een onjuiste herstelling kan de machine gevaarlijk maken om mee te werken.
In het hoofdstuk "Onderhoudsinstructies" worden de meeste onderhoudsbehoeften van deze machine behandeld. Eventuele problemen die niet in dat hoofdstuk worden behandeld, mogen uitsluitend worden opgelost door een erkende RIDGID-onderhoudstechnicus.
De machine moet naar een erkend zelfstandig service-centrum van RIDGID worden gebracht of teruggestuurd naar de fabriek.
Wanneer u informatie wenst over het dichtstbijzijnde onafhankelijke servicecentrum van RIDGID of wanneer u vragen hebt over onderhoud of reparatie:
- neem contact op met een RIDGID-distributeur in de buurt.
- bezoek de websites www.RIDGID.com of www.RIDGID.eu om uw lokale RIDGID-contactpunt te vinden.
- neem contact op met het RIDGID Technical Services Department op rttechservices@emerson.com, of in de V.S. en Canada op het nummer (800) 519-3456.
Afvalverwijdering
Bepaalde delen van de hogedrukrioolreiniger bevatten waardevolle materialen en kunnen worden gerecycleerd. Een bedrijf dat gespecialiseerd is in recyclage vindt u ongetwijfeld ook bij u in de buurt. Verwijder de onderdelen in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving. Neem contact op met de plaatselijke afvalverwijderingsinstantie voor nadere informatie.

In EG-landen: bied elektrische apparatuur niet bij het huishoudelijk afval aan!
Conform de Europese Richtlijn 2002/96/EG be- treffende afgedankte elektrische en elektroni- sche apparatuur en de ratificatie daarvan op
landelijk niveau, moet elektrische apparatuur die niet meer bruikbaar is afzonderlijk worden ingezameld en op milieu-vriendelijke wijze worden afgevoerd.
Oplossen van problemen
| PROBLEEM OORZA AK OPLOSSING | ||
| Rioolreiniger draait maar genereert weinig of geen druk. | Ongeschikte watertoevoer. | Controleer of de watertoevoerkraan op ON staat. |
| Controleer of de waterinlaatklep van de rioolreiniger op ON staat. | ||
| Controleer of de watertoevoerslang vrij is en geen knikken vertoont of wordt platgedrukt. | ||
| Rioolreiniger stelt zich niet in op de maximale bedrijfsdruk bij het starten. | Er zit lucht in het systeem. Verwijder de spuitkop | van de slang en laat de ri-oolreiniger werken om lucht/vuil uit het systeem te verwijderen. |
| Spuitkopopeningen zijn verstopt Verwijder de spuitkop en reinig de openingen met het gereedschap om spuitkoppen te reinigen. | ||
| Drukmeter van rioolreiniger schommelt tussen 500 en bedrijfsdruk. | Spuitkopopeningen zijn verstopt. | Verwijder spuitkop. Gebruik gereedschap om spuit-koppen te reinigen om de openingen vrij te maken: selecteer de juiste draadmaat en duw de draad he-lemaal door iedere opening om het vuil te verwijde-ren. |
| Er zit vuil of lucht in het systeem. | Verwijder spuitkop en steek spoelslang in afvoer-leiding. Laat rioolreiniger draaien om lucht of vuil weg te spoelen. | |
Stasatrice
idropneumatica
Macchine stasatrici idropneumatiche KJ-2200/3100

Dit instrument voldoet aan de Elektromagnetische-com patibiliteitsrichtlijn van de Europese Raad, die gebaseerd is op de volgende normen: EN 61326-1:2006, EN 61326-2-1:2006.