KJ2200 - Hogedrukreiniger RIDGID - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KJ2200 RIDGID in PDF-formaat.
Questions des utilisateurs sur KJ2200 RIDGID
0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.
Poser une nouvelle question sur cet appareil
Download de handleiding voor uw Hogedrukreiniger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KJ2200 - RIDGID en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KJ2200 van het merk RIDGID.
GEBRUIKSAANWIJZING KJ2200 RIDGID
Veiligheidssymbolen In deze gebruiksaanwijzing en op het product worden veiligheidssymbolen en bepaalde woorden gebruikt om de aandacht te vestigen op belangrijke veiligheidsinformatie. In dit hoofdstuk worden die woorden en symbolen nader toegelicht. Dit is het veiligheidsalarmsymbool. Het wordt gebruikt om uw aandacht te vestigen op potentiële risico's van lichamelijk let- sel. Leef alle veiligheidsinstructies achter dit symbool na om mogelijke letsels of dodelijke ongevallen te voorkomen. GEVAAR GEVAAR verwijst naar een gevaarlijke situatie die, als ze niet wordt vermeden, zal resulteren in een ernstig of dode- lijk letsel. WAARSCHUWINGWAARSCHUWING verwijst naar een gevaarlijke situatie die, als ze niet wordt vermeden, kan resulteren in een ernstig of dodelijk letsel. VOORZICHTIGVOORZICHTIG verwijst naar een gevaarlijke situatie die, als ze niet wordt vermeden, kan resulteren in een licht of matig letsel.OPGELETOPGELET verwijst naar informatie over eigendomsbescherming. Dit symbool geeft aan dat u de handleiding aandachtig moet lezen voordat u de apparatuur gebruikt om het risico van let- sels te verkleinen. De handleiding bevat belangrijke informatie over de veilige en correcte bediening van het gereedschap. Dit symbool geeft aan dat u altijd een veiligheidsbril moet dragen als u dit gereedschap gebruikt of bedient om het risico van oogletsels te verminderen. Dit symbool wijst op het risico van het richten van een hogedrukwaterstraal op lichaamsdelen, met mogelijke huidpuncties en injectieletsels tot gevolg. Dit symbool wijst op het risico van het rondzwiepen van de rioolreinigingsslang, met mogelijke slagletsels en injectieletsels tot gevolg. Dit symbool wijst op het risico van het inademen van koolmonoxide wat misselijkheid, flauwvallen of de dood kan veroor- zaken.Dit symbool wijst op het risico van het ontbranden en ontploffen van benzine of andere bronnen, met brandwonden of andere lichamelijke letsels tot gevolg. Algemene veiligheidsvoorschriften WAARSCHUWING Lees en begrijp alle instructies. Het niet naleven van een van de onderstaande instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig licha-melijk letsel. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES! Veiligheid op de werkplek
- Zorg voor een schone en goed verlichte werk- plek. Rommelige werkbanken en donkere omge- vingen vragen om ongevallen.
- Gebruik elektrisch gereedschap niet in een ex- plosieve omgeving, bijvoorbeeld in de aanwe-zigheid van brandbare vloeistoffen, gassen of stof Elektrisch gereedschap geeft vonken af die stof of dampen kunnen doen ontbranden.
- Houd omstanders, kinderen en bezoekers op af- stand terwijl u met elektrische machines werkt. U kan de controle over het gereedschap verliezen als u wordt afgeleid. Elektrische veiligheid
- Voorkom lichamelijk contact met geaarde op- pervlakken, zoals leidingen, radiatoren, fornui-zen en koelkasten. Het risico van elektrische schok-ken is groter als uw lichaam geaard is. Persoonlijke veiligheid
- Wees alert, let op wat u doet en gebruik uw ge- zond verstand bij het gebruik van elektrisch ge-reedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of geneesmiddelen. Als u ook maar even niet oplet tijdens het gebruik van elektrisch gereed-schap kan dit resulteren in ernstig lichamelijk letsel.
- Draag aangepaste kleding. Draag geen loszit- tende kledingstukken of sieraden. Bind lang haar bij elkaar. Houd uw haren, kleding en hand-schoenen uit de buurt van bewegende delen. Losse kledingstukken, juwelen of lang haar kunnen worden gegrepen door bewegende onderdelen. • Reik niet te ver. Zorg dat u altijd stevig met beide voeten op de grond staat en dat u uw evenwicht bewaart. Wanneer u stevig staat en uw evenwicht bewaart, behoudt u meer controle in onverwachte situaties.KJ-2200/KJ-3100 rioolreinigingsmachines
- Gebruik een veiligheidsuitrusting. Draag altijd een veiligheidsbril. Draag altijd een stofmasker, veiligheidsschoenen met antislipzolen, een veilig- heidshelm of gehoorbescherming als de omstan- digheden dit vereisen om persoonlijk letsel te voor-komen. Gebruik en onderhoud van het gereedschap
- Forceer de machine niet. Gebruik het juiste ge- reedschap voor uw werkzaamheden. Het juiste gereedschap werkt beter en veiliger als u het ge-bruikt aan het tempo waarvoor het is ontworpen.
- Gebruik het elektrisch gereedschap niet als u het niet in en uit kan schakelen met de schake-laar. Gereedschap dat niet met de schakelaar kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
- Bewaar machines die niet worden gebruikt bui- ten het bereik van kinderen en ongeschoolde personen. Gereedschap is gevaarlijk in de handen van ongeschoolde gebruikers.
- Onderhoud machines zorgvuldig. Houd snij- werktuigen scherp en schoon. Goed onderhou- den gereedschap met scherpe snijranden zal min-der gemakkelijk blokkeren en is gemakkelijker te bedienen.
- Controleer op verkeerd aangesloten en vastge- lopen bewegende delen, defecte onderdelen en andere omstandigheden die gevolgen kunnen hebben voor de werking van het gereedschap. Als de machine beschadigd is, moet u ze laten re-pareren voordat u ze weer in gebruik neemt. Heel wat ongevallen worden veroorzaakt door slecht on-derhouden gereedschap.
- Gebruik alleen hulpstukken die door de fabri- kant voor uw model worden aanbevolen. Acces-soires die geschikt zijn voor de ene machine kunnen gevaarlijk zijn wanneer ze op een andere machine worden gebruikt. Onderhoud
- Het onderhoud van toestellen mag alleen uitge- voerd worden door bevoegd onderhoudsperso-neel. Onderhoud uitgevoerd door onbevoegd per-soneel kan resulteren in een letselrisico.
- Gebruik uitsluitend originele en identieke re- serveonderdelen bij het onderhouden van het toestel. Volg de instructies in het onderhouds- hoofdstuk van deze handleiding. Gebruik van niet-erkende onderdelen of het niet naleven van de onderhoudsinstructies kan resulteren in een risico van elektrische schokken of letsels. Veiligheidswaarschuwingen i.v.m. hogedrukrioolreinigers WAARSCHUWING Dit hoofdstuk bevat belangrijke veiligheidsinfor- matie die specifiek betrekking heeft op dit toestel.Lees de voorzorgsmaatregelen aandachtig door al-vorens u de ontstoppingsmachine gebruikt om het risico van elektrische schokken, brand of ander ern-stig lichamelijk letsel te verminderen.
BEWAAR ALLE WAARSCHUWINGEN EN IN-
STRUCTIES VOOR LATERE RAADPLEGING! Bewaar deze handleiding bij de machine zodat de ge-bruiker ze bij de hand heeft.
- Gebruik de rioolreiniger nooit met het slanguit- einde buiten de afvoer. De slang kan rondzwiepen en slagletsels veroorzaken of de straal kan door de huid dringen en letsels veroorzaken.
- Water onder hoge druk kan onder de huid drin- gen en ernstige letsels veroorzaken die amputa-tie noodzakelijk kunnen maken. Spuit nooit in de richting van mensen of dieren. • Gebruik de rioolreiniger niet met een hogere dan de voorgeschreven druk of met een inlaatwater-temperatuur van meer dan 140°F / 60°C. Dat ver-hoogt het risico van letsels, zoals brandwonden, en van schade aan het product.
- Eén persoon moet zowel het rioolreinigingspro- ces als de voetklep bedienen. Gebruik altijd de voetklep. Als de slang van de rioolreiniger uit de afvoer komt, moet de gebruiker in staat zijn de wa-tertoevoer af te sluiten om het risico van een rond-zwiepende slang te verkleinen, die slagletsels en hogedrukinjectieletsels zou kunnen veroorzaken.
- Gebruik altijd passende persoonlijke bescher- mingsmiddelen wanneer u met ontstoppingsap-paratuur in afvoerleidingen werkt. De afvoerlei-ding kan chemicaliën, bacteriën en andere stoffen bevatten die mogelijk giftig of besmettelijk zijn, of brandwonden en andere problemen kunnen ver- oorzaken. Aangepaste persoonlijke beschermings-middelen omvatten altijd een veiligheidsbril en vei-ligheidshandschoenen, en soms uitrusting als latex of rubber handschoenen, een gelaatsscherm, een stofbril, beschermingskledij, een gasmasker en vei-ligheidsschoenen met stalen tip.
- Werk hygiënisch. Na het gebruik van afvoeront- stoppingsapparatuur moet u uw handen en an-dere lichaamsdelen die in contact zijn gekomen met de inhoud van de afvoerkanalen grondig wassen met warm water en zeep. Eet of rook nietKJ-2200/KJ-3100 rioolreinigingsmachines
terwijl u de afvoerontstoppingsapparatuur gebruikt of bedient. Dat helpt om contaminatie door toxisch of besmettelijk materiaal te voorkomen.
- Spuit nooit giftige of brandbare vloeistoffen. Dat verlaagt het risico van brandwonden, brand, ont- ploffingen of andere letsels.
- Benzine en zijn dampen zijn uiterst ontvlambaar en explosief. Zie de motorhandleiding voor voor- zorgsmaatregelen ter verlaging van het risico van brandwonden, ontploffingen en ernstige lichamelijke letsels bij de behandeling en het gebruik van benzine.
- Motoren produceren koolmonoxide, een kleur- loos en geurloos giftig gas. Het inademen van koolmonoxide kan leiden tot misselijkheid, flauwvallen of de dood. Start en gebruik de motor niet in een gesloten ruimte, zelfs niet wanneer de deuren en vensters openstaan. Gebruik hem alleen buiten.
- Hete oppervlakken kunnen brandwonden en brand veroorzaken. Houd lichaamsdelen en brand- baar materiaal uit de buurt van hete oppervlakken.
- Lees en begrijp deze handleiding, de motor- handleiding en de waarschuwingen en instruc- ties voor alle apparatuur die wordt gebruikt met deze machine alvorens ze te gebruiken. Als u zich niet houdt aan deze instructies kan dit leiden tot materiële schade en/of ernstig lichamelijk letsel. De EG-conformiteitsverklaring (890-011-320.10) zal zo nodig als een afzonderlijk boekje bij deze gebruiksaan- wijzing worden geleverd. Als u vragen hebt over dit RIDGID® product: – neem dan contact op met uw plaatselijke RIDGID®- distributeur. – bezoek www.RIDGID.com of www.RIDGID.eu om uw plaatselijke RIDGID-contactpunt te vinden. – neem contact op met RIDGID Technical Services Department op rtctechservices@emerson.com, of in de V.S. en Canada call (800) 519-3456. Beschrijving, specificaties en standaarduitrusting Beschrijving De RIDGID®-rioolreinigers met motoraandrijving zijn draagbare, hogedrukrioolreinigers ontworpen om vet, slib, bezinksel en wortels uit afvoerleidingen te verwijde- ren met een combinatie van waterdruk en stroming. Een uiterst soepele en lichte slang wordt door de afvoerlei- ding gestuwd door de achterwaarts gerichte waterstra- len op de spuitkop, en wanneer ze wordt teruggetrokken schrobt ze de leiding en spoelt ze het losgekomen vuil weg. Met ingeschakelde impulsmodus geraakt de slang gemakkelijker door moeilijke bochten. Alle machines zijn uitgerust met een benzinemotor om de drievoudige plunjerpomp aan te drijven. Figuur 1 – KJ-2200 HogedrukrioolreinigerHandvatMotorpompVoetklepHaspelMotorschakelaarSlang VoetklepFiguur 2 – KJ-3100 HogedrukrioolreinigerHandvattenHaspelMotorHandleidinghouderSlang PompKJ-2200/KJ-3100 rioolreinigingsmachines
Figuur 3 – MachineserienummerDatumcode Het serienummer van de machine staat op het frame. De laatste 4 cijfers geven de fabricagedatum (maand en jaartal) aan. (08 = maand, 10 = jaar). Technische beschrijving Rioolreiniger- modelMotor Druk PSI / barKJ-2200KJ-31006.5 / 6,5 2200 / 1503000 / 205Debiet GPM / literAfvoerleiding-capaciteitinch / mmGewicht (zonder slanghaspel)lbs / kg2.4 / 95.5 / 20
- 6 / 32 - 1522 - 10 / 50 - 25065 / 30262 / 119 Pictogrammen Drukmodus Pulsmodus Standaarduitrusting Alle hogedrukrioolreinigers worden geleverd met
- gepastespuitkoppen• gereedschapomspuitkoppentereinigen• FV-1voetklep• motorhandleiding Zie de RIDGID-catalogus voor de specifieke apparatuur die wordt geleverd bij ieder catalogusnummer. OPGELET De machine is bestemd voor het ontstoppen/ schoonmaken van afvoerleidingen. Wanneer ze correct wordt gebruikt, veroorzaakt ze geen schade aan een afvoer die in goede staat verkeert en die correct werd ontwor- pen, vervaardigd en onderhouden. Wanneer de afvoer in gebrekkige toestand verkeert, of niet correct werd ontwor- pen, vervaardigd en onderhouden, is het afvoerontstop- pingsproces mogelijk niet doeltreffend of kan het schade aan de afvoer veroorzaken. De beste manier om de toe- stand van de afvoerleiding te bepalen is door ze visueel te inspecteren met een camera. Een verkeerd gebruik van deze hogedrukrioolreiniger kan de machine en de afvoer beschadigen. Deze machine verhelpt mogelijk niet alle ver- stoppingen. Montage van de machine WAARSCHUWING Ter voorkoming van ernstige lichamelijke letsels en van machineschade tijdens het gebruik, moet u deze procedures voor een correcte montage naleven. Motorolie OPGELET De hogedrukrioolreiniger wordt geleverd zonder olie in de motor. Wanneer u de motor laat draaien zonder olie, zal hij vastlopen. Doe olie in de motor alvo- rens hem te gebruiken. Zie de bijgeleverde motorhand- leiding voor specifieke informatie over het vullen van de motor met olie en het kiezen van de juiste olie. Pomp/tandwielolie Pomp: Vervang de plug in de bovenkant van de pomp door de peilstok/ontluchtingsplug. Het gebruiken van de hogedrukrioolreiniger met geïnstalleerde plug kan de pompdichtingen beschadigen. Controleer het olie- peil zoals beschreven in het hoofdstuk Onderhoudsin- structies. Tandwielkast (alleen KJ-3100): Vervang de plug in de bovenkant van de pomp door de peilstok/ontluch- tingsplug. Het gebruiken van de hogedrukrioolreiniger met geïnstalleerde plug kan de tandwielkastdichtingen beschadigen. Controleer het smeermiddelpeil zoals beschreven in het hoofdstuk Onderhoudsinstructies. Figuur 4 – Onderdelen van de KJ-2200BorgringBuitenste groefKJ-2200/KJ-3100 rioolreinigingsmachines
1. Installeer de borgring in de binnenste groef op ieder
uiteinde van de as. (Zie figuur 4.)
2. Schuif een wiel over ieder uiteinde van de as.
3. Installeer de borgring in de buitenste groef op ieder
uiteinde van de as om het wiel tegen te houden.
4. Gebruik de bijgeleverde slotschroeven en vleugelmoe-
ren om het handvat te bevestigen aan het frame.
5. Til het motor/pompgeheel op het wagentje, en
breng de gaten in de basisplaat tegenover de pen- nen op de bovenkant van het wagentje. Gebruik de grendels op het wagentje om de motor/pomp vast te zetten. Vergewis u ervan dat het geheel stevig be- vestigd is. KJ-3100 handvatgeheel
1. Steek het handvat door de gaten in de achterste
dwarsstang van het frame. (Zie figuur 5.)
2. Steek een haarspeld door de gaten aan de onder-
kant van het handvat om te voorkomen dat het handvat kan worden losgetrokken.
3. Schroef de T-knoppen in de achterste dwarsstang.
Stel de handvatten af volgens uw eigen voorkeur en draai de knoppen aan om het handvat vast te zet- ten. Figuur 5 – KJ-3100 handvatgeheelT-knoppenHaarspeld insteken Inspectie vóór gebruik WAARSCHUWING Voor ieder gebruik moet u uw hogedrukrioolreini-ger controleren en eventuele problemen verhelpen om het risico van ernstig letsel door water onder hoge druk of een andere storing en beschadiging van de rioolreiniger te beperken.Draag altijd een beschermbril, handschoenen en andere beschermingsuitrusting bij het inspecteren van uw rioolreiniger om uzelf te beschermen tegen chemicaliën en bacteriën op de apparatuur.
2. Veeg vet, olie en vuil van de machine af, ook van de
hendels en bedieningselementen. Dat bevordert de inspectie en helpt voorkomen dat de machine of een bedieningselement uit uw handen zou schie- ten.
3. Inspecteer de hogedrukrioolreiniger en zijn acces-
soires op het volgende:
- correctemontageenvolledigheid. • gebroken,versleten,ontbrekende,verkeerduitge-lijnde of losse onderdelen. • aanwezigheidenleesbaarheidvandewaarschu-wingslabels. (Zie figuur 6.) • omhetevenwelkeanderetoestanddiedeveiligeen normale werking zou kunnen verhinderen. Als u op problemen stuit, mag u de hogedrukrioolreini- ger niet gebruiken tot de problemen verholpen zijn. Figuur 6A – KJ-2200-waarschuwingslabelsKJ-2200/KJ-3100 rioolreinigingsmachines
4. Reinig de waterinlaatfilter/filterpakking. Schroef het
deksel van de onderkant van de inlaatfilter voor rei- niging. Vuil kan de waterstroom naar de pomp be- lemmeren en de prestatie van de machine negatief beïnvloeden. Figuur 7 – Inlaatfilter/filterpakking Filter
5. Inspecteer de spuitkopopeningen op schade of ver-
stopping. Verstoppingen kunnen worden verholpen met het gereedschap om spuitkoppen te reinigen. Wees voorzichtig dat u de spuitkopopeningen niet vergroot bij het reinigen. Beschadigde spuitkoppen of spuitkoppen met vergrote openingen kunnen de prestaties van de rioolreiniger aantasten en moeten worden vervangen.
6. Inspecteer de slangen, koppelstukken en fittings op
slijtage en schade. Wanneer de buitenste mantel van de slang knikken, barsten, breuken, slijtage of ande- re schade vertoont, mag u de slang niet gebruiken. Beschadigde slangen kunnen barsten en via ope- ningen in de slang kan water onder hoge druk naar buiten spuiten en ernstige lichamelijke letsels ver- oorzaken. Vervangslangen en -hulpstukken moeten minstens bestand zijn tegen de nominale druk van de hogedrukrioolreiniger.
7. Inspecteer en onderhoud de motor zoals beschre-
ven in de motorhandleiding.
8. Controleer het motorbrandstofpeil. Voor de KJ-3100
ontgrendelt u de slanghaspel en kantelt u de slang- haspel naar voren tot ze op het frame rust, om bij de benzinetankdop van de motor te kunnen figuur 8. Vul indien nodig loodvrije benzine toe. Zie de motor- handleiding voor meer informatie. Wees voorzichtig bij het behandelen van benzine. Tank brandstof in een goed geventileerde omgeving. Doe de tank niet te vol en mors geen brandstof. Zorg ervoor dat u de tankdop weer stevig dichtdraait.KJ-2200/KJ-3100 rioolreinigingsmachines
Figuur 8 – KJ-3100 positie van brandstoftankdop Brandstoftankdop
9. Controleer het oliepeil in de pomp en tandwielkast
(indien aanwezig) en vul indien nodig olie bij (zie hoofdstuk Onderhoudsinstructies). Instellen van de machine en inrichten van de werkplek WAARSCHUWING Draag altijd een beschermbril, handschoenen en andere beschermingsuitrusting bij het instellen van uw rioolreiniger om uzelf te beschermen tegen che- micaliën en bacteriën op de apparatuur. Slipvrije schoenen met rubberen zolen kunnen uitglijden te-gengaan, met name op een vochtige ondergrond.Motoren produceren koolmonoxide, een kleurloos en geurloos giftig gas. Het inademen van koolmo-noxide kan leiden tot misselijkheid, flauwvallen of de dood. Start en gebruik de motor niet in een ge-sloten ruimte, zelfs niet wanneer de deuren en ven-sters openstaan. Gebruik hem alleen buiten. Volg voor de afstelling van de rioolreiniger en de inrichting van de werkplek de onderstaande proce-dures om het risico op letsel door water onder hoge druk, chemische brandwonden, infecties, koolmo-noxidevergiftiging of andere oorzaken en bescha-diging van de rioolreiniger te voorkomen.
1. Controleer het werkgebied op:
- Geschikteverlichting.
- Brandbarevloeistoen,dampenofstofdiekun- nen ontbranden. In aanwezigheid van deze stof- fen mag u niet aan de slag gaan voordat de bron- nen geïdentificeerd en afgesloten werden. De rioolreiniger is niet explosievast en kan vonken veroorzaken.
- Zorgvooreenvrije,vlakke,stabieledrogeplaats voor machine en gebruiker. Verwijder eventueel
ater uit het werkgebied. Hout of andere afdek- kingen moeten mogelijk worden neergelegd.
- Eenplaatsomderioolreinigerneertezetten,die zich in een goed geventileerde zone in open lucht bevindt. Plaats de rioolreiniger nooit binnen, ook niet met de deuren en vensters open. De rioolrei- niger kan worden geïnstalleerd op een plaats die een eind verwijderd is van de plaats van toepas- sing.
- Eengeschiktewatertoevoer.
- Eenonbelemmerdpad omderioolreinigernaar de instelplaats te transporteren.
2. Inspecteer de te reinigen afvoer. Bepaal indien mo-
gelijk het (de) toegangspunt(en) van de afvoerlei- ding, de afmeting(en) en de lengte(n) van de afvoer, de afstand tot hoofdleidingen, de aard van de ver- stopping, de aanwezigheid van afvoerreinigings- producten of andere chemicaliën, enz. In geval van aanwezigheid van chemicaliën in de afvoerleiding is het belangrijk de specifieke veiligheidsvoorschrif- ten te kennen in verband met werkzaamheden in de buurt van dergelijke chemicaliën. Contacteer de chemicaliënfabrikant voor de vereiste informatie. Verwijder armaturen (watercloset, enz.) om de af- voerleiding bereikbaar te maken. Duw de slang niet door een armatuur. Dat kan de slang en de armatuur beschadigen.
3. Bepaal de juiste apparatuur voor uw werkzaamhe-
den. Zie het hoofdstuk Technische gegevens voor in- formatie over deze rioolreinigers. Afvoerontstoppers en rioolreinigers voor andere toepassingen vindt u in de RIDGID-catalogus, online op www.RIDGID.com of www.RIDGID.eu.
4. Vergewis u ervan dat alle apparatuur grondig werd
afsluitingen nodig zijn om omstanders op afstand te houden. Omstanders kunnen de operator afleiden. Plaats verkeerskegels of andere versperringen omKJ-2200/KJ-3100 rioolreinigingsmachines
chauffeurs te waarschuwen wanneer de werkzaam- heden in de buurt van verkeer uitgevoerd moeten worden.
6. Breng indien nodig afschermingen aan in het werk-
gebied. Het afvoerontstoppingsproces kan nogal smerig zijn.
7. Breng de rioolreiniger naar een goed geventileerde
werkplek in open lucht via het ombelemmerde pad. Als de machine moet worden geheven, dient u de gepaste heftechnieken te gebruiken. Wees voorzich- tig wanneer u de machine een trap op of af moet dragen, en houd rekening met mogelijk slipgevaar. Draag geschikt schoeisel met antislipzolen. Watertoevoer Vergewis u ervan dat het waterdebiet groot genoeg is voor de rioolreiniger. Leid een slang van het wateraf- tappunt naar de rioolreiniger. Gebruik een slang met een zo groot mogelijke diameter en een zo gering mogelijke lengte. Wij raden u aan een slang te gebrui- ken met minimale binnendiameter van
” / 19 mm. Er moet een geschikte terugloopvoorziening worden ge- bruikt om al de plaatselijke wetten en verordeningen na te leven. Draai de watertoevoer open en meet de tijd die nodig is om een emmer van ongeveer 5 Gallon / 18,9 liter. Zie de onderstaande tabel voor de maximale emmervultijden voor elk type van rioolreiniger. Riool- reiniger Nominale waarde GPM / liter Maximum 5 Gallon / 18,9 liter emmervultijd KJ-2200 2.4 / 9 125 seconden KJ-3100 5.5 / 20 55 seconden Bij een ontoereikend waterdebiet kan de rioolreiniger de vereiste druk niet bereiken en kan de pomp bescha- digd raken. Inspecteer het water in de emmer op vuil en deeltjes. Vuil en deeltjes in de watertoevoer kunnen overmatige pompslijtage veroorzaken, de spuitkopfil- ters verstoppen en de prestatie van de machine doen afnemen. Gebruik geen water van vijvers, meren of an- dere bronnen die verontreinigd kunnen zijn. In geval van een ontoereikend debiet, kunnen er bij- voorbeeld meerdere toevoerslangen op de rioolreini- ger worden aangesloten of kan er gebruik worden ge- maakt van een tank. Wanneer u een tank gebruikt, monteert u een T-stuk met kogelkraan aan de waterinlaat van de rioolreini- ger zoals getoond in figuur 9. Sluit een slang van
19 mm met een maximale lengte van 6’ / 1,8 m aan op de klep op de uitlaat van het T-stuk, en sluit de water- toevoer aan op de hoofdrichting van het T-stuk. Steek het andere slanguiteinde in de tank of sluit het aan op de tankuitlaat. De volledige lengte van de tankslang mag zich niet meer dan 5” / 12,7 cm boven de waterin- laat van de rioolreiniger bevinden, anders zal de riool- reiniger geen water uit de tank zuigen. Figuur 9 – Watertoevoeraansluitingen bij gebruik van een tank Water naar de rioolreiniger Inlaatfilter T-stuk Kogelkraan Slang naar tank Watertoevoer In Vul de tank alvorens de rioolreiniger te starten. Doe de tankklep dicht om de rioolreiniger te starten. Zodra de rioolreiniger is gestart, doet u de tankklep weer open. Observeer het tankwaterpeil en indien nodig stopt u de rioolreiniger om de tank opnieuw te vullen. Zorg ervoor dat het waterpeil niet daalt tot onder het slang- uiteinde. U kunt warm water gebruiken om de reinigingswer- king te verbeteren. Gebruik nooit water dat warmer is dan 140°F / 60°C – dat kan ervoor zorgen dat de be- veiliging tegen thermische overbelasting van de pomp wordt geactiveerd. Draag bij gebruik van warm water een gepaste beschermingsuitrusting om het risico van brandwonden te verkleinen. Bij gebruik in koude weersomstandigheden, dient u maatregelen te treffen om te voorkomen dat het water kan bevriezen in de pomp. Dat kan de pomp bescha- digen. Zorg ervoor dat de inlaatklep op de rioolreiniger geslo- ten is en sluit de toevoerslang aan op de rioolreiniger. Voorbereiden van de afvoerleiding Wanneer u via een mangat, een rioolrooster of een an- dere grote doorgang werkt, gebruik dan een buis en hulpstukken om een geleiding te maken voor de riool- reinigingsslang van de afvoeropening naar de slang- haspel. Zo voorkomt u dat de rioolreinigingsslang kanKJ-2200/KJ-3100 rioolreinigingsmachines
gaan rondzwiepen in de doorgang en dat ze bescha- digd raakt. Figuur 10 – De afvoeropening verlengen tot aan de slang- haspel Voorbereiden van de slang Ga zorgvuldig te werk bij het leiden van rioolreini- gingsslangen. Het leiden van slangen over ruwe op- pervlakken, scherpe randen, kruisende slangen, enz. kan de buitenmantel van de slang beschadigen, vooral wanneer de rioolreiniger wordt gebruikt is pulsmodus. Door de slang zo veel mogelijk op de haspel te laten, beperkt u het risico van schade tot het minimum.
1. Selecteer een geschikte slangmaat voor de schoon
te maken afvoerleiding. Het verdient in het alge- meen geen aanbeveling twee rioolreinigingsslan- gen aan elkaar te koppelen voor het schoonma- ken van afvoerleidingen. De verbinding tussen de twee slangen is minder soepel en kan de doorgang door fittings bemoeilijken of verhinderen Zie de slangselectietabel.
2. Koppel de slanghaspel indien nodig los van het
motor/pomp -geheel. Plaats de slanghaspel op een afstand van ten hoogste 3’ / 90 cm van de afvoer- opening. Gebruik geen te grote hoeveelheid slang buiten de afvoeropening om schade aan de slang te voorkomen. Wanneer de slanghaspel niet binnen een afstand van 3’ / 90 cm van de afvoeropening kan worden geplaatst, verlengt u de afvoeropening in de richting van de slanghaspel met behulp van een buis en fittingen met vergelijkbare afmetingen.
Leid een slang van de rioolreiniger naar de IN-fitting op de voetklep. Gebruik PTFE-tape om de aanslui- ting te dichten. Positioneer de voetklep zo dat ze goed bereikbaar is. U moet de slang en de voetklep gelijktijdig kunnen bedienen.
4. Sluit de slang aan tussen de haspel en OUT-fitting
op de voetklep. Figuur 11 – Voetklepaansluiting In-fitting Uit-fitting
5. Markeer de rioolreinigingsslang dicht bij het uitein-
de om te kunnen weten wanneer de spuitkop eraan komt bij het terugtrekken van de slang. Op die ma- nier kunt u voorkomen dat de spuitkop onverwacht uit de afvoeropening tevoorschijn komt en onge- controleerd begint rond te zwiepen. De afstand hangt af van de configuratie van de afvoeropening, maar moet minstens 4’ / 1,2 m bedragen.
6. Verwijder de spuitkop van het uiteinde van de slang
en steek het uiteinde van de slang in de afvoerlei- ding. Draai de toevoerklep open om de lucht en eventuele vuildeeltjes uit de rioolreiniger en de slangen te verwijderen. Laat het water minstens 2 minuten stromen.
7. Draai de inlaatklep weer dicht.
8. Selecteer een spuitkop. Gebruik spuitkoppen die
specifiek bestemd zijn voor gebruik met de betref- fende rioolreiniger. Het gebruik van verkeerde spuit- koppen kan een gebrekkige werking veroorzaken (te geringe bedrijfsdruk of te gering debiet) of kan de rioolreiniger beschadigen door te hoge druk- waarden. Vergewis u ervan dat spuitkopopeningen vrij en open zijn. Zie de spuitkopselectietabel. Bij gebruik van de RR3000-spuitkop voor afvoer- leidingen groter dan 6” / 152 mm en maximaal 9” / 229 mm, moet het aanzetstuk worden gebruikt. Voor afvoerleidingen van 6” / 152 mm en kleiner hoeft er geen aanzetstuk te worden gebruikt. DraaiKJ-2200/KJ-3100 rioolreinigingsmachines
het aanzetstuk indien nodig stevig met de hand aan op de RR3000 – draai het niet té vast aan. Wanneer de RR3000-spuitkop zonder aanzetstuk wordt ge- bruikt in een leiding die groter is dan 6” / 152 mm en maximaal 9” / 229 mm, of in leidingen groter dan 9” / 229 mm bestaat de mogelijkheid dat de spuit- kop van richting verandert in de afvoerleiding, terug naar buiten komt en de gebruiker ernstig verwondt (figuur 12).
9. Draai de spuitkop stevig met de hand aan op het
uiteinde van de slang – draai hem niet te vast aan. Door de spuitkop te vast aan te draaien, kan hij be- schadigd raken en een gebrekkige werking veroor- zaken.
10. Steek de slang met de erop bevestigde spuitkop in
de afvoerleiding en open de inlaatklep. Vergewis u ervan dat het water vrij door de spuitkop stroomt en sluit de inlaatklep. Figuur 12 – RR3000 Spuitkop met aanzetstuk Aanzetstuk Toepassingen Pijpmaat inch / mm Spuitkop- maat inch / mm Slangmaat (I.D.) inch / mm Slangmaat (O.D.) inch / mm KJ-2200 Badkamerafvoerleidingen, urinoirs en kleine leidingen
/ 6,4 Douche- en vloersifons, zijleidingen en vetvangputten.
/ 13 Zij- en hoofdleidingen.
/ 6,4 Vloersifons, zijleidingen en vetvangputten.
/ 16 Zij- en hoofdleidingen
/ 13 Heeft drie achterwaartse stuwstralen voor een optimale voortstuwing bij het reinigen van lange stukken leiding. Gebruik deze spuitkop voor de meeste toepassingen. H-61 H-71 Maakt gebruik van drie achterwaarts gerichte stuwstralen plus één voorwaarts gerichte straal om door vet- en slibverstoppingen te dringen. De voorwaarts gerichte straal spuit een gaatje waar de spuitkop vervolgens door kan. Ze is ook heel doeltreffend voor het verwijderen van ijsverstoppingen. H-62 H-72 Gebruik de granaatspuitkop om moeilijke bochten in een leiding te nemen. Deze spuitkop heeft drie achterwaarts gerichte stuwstralen. H-64 Gebruik de roterende spuitkop om vet en soortgelijke verstoppingen uit de afvoer te verwijde- ren. H-65 H-75 SPUITKOPSELECTIETABELKJ-2200/KJ-3100 rioolreinigingsmachines
Gebruik altijd passende persoonlijke beschermings- middelen wanneer u met ontstoppingsapparatuur in afvoerleidingen werkt. De afvoerleiding kan chemi- caliën, bacteriën en andere stoffen bevatten die mo- gelijk giftig of besmettelijk zijn, of brandwonden en andere problemen kunnen veroorzaken. Aangepas- te persoonlijke beschermingsmiddelen omvatten al- tijd een veiligheidsbril en veiligheidshandschoenen, en soms uitrusting als latex of rubber handschoe- nen, een gelaatsscherm, een stofbril, beschermings- kledij, een gasmasker en veiligheidsschoenen met stalen tip. Volg de bedieningsinstructies om het risico op let- sel door rondzwiepende slangen, injectie van vloei- stof onder druk, koolmonoxidevergiftiging of an- dere oorzaken te beperken.
1. Vergewis u ervan dat de machine en de werkplek
naar behoren werden ingericht en dat de werkplek vrij is van omstaanders en andere afleidingen. Wan- neer de rioolreiniger zich op een grote afstand van de gebruiksplaats bevindt, moet er een andere per- soon bij de rioolreiniger blijven staan.
2. Steek de slang met de eraan bevestigde spuitkop
minstens een meter in de afvoerleiding zodat het uiteinde van de slang niet terug naar buiten komt en rondzwiept wanneer de machine wordt gestart.
3. Vergewis u ervan dat de pulsbedieningshendel links-
om is gedraaid en in de stand “Pressure” (druk) staat (figuur 16).
4. Open de inlaatklep. Start de motor nooit zonder
eerst de watertoevoer aan te zetten. Dat kan de pomp beschadigen.
5. Druk op de voetklep om de druk te verminderen en
de motor te laten starten. Vergewis u ervan dat het water vrij door de spuitkop stroomt. Start de motor Gebruiksaanwijzing WAARSCHUWING Draag altijd een beschermbril om uw ogen te be- schermen tegen vuil en andere vreemde elemen- ten. Draag altijd persoonlijke beschermingsmidde- len die zijn aangepast aan de werkomgeving. Gebruik de rioolreinger nooit met het slanguiteinde buiten de afvoer. De slang kan zwiepen en slaglet- sels veroorzaken of de straal kan in de huid dringen en letsels veroorzaken. Water onder hoge druk kan onder de huid drin- gen en ernstige letsels veroorzaken die amputatie noodzakelijk kunnen maken. Spuit nooit in de rich- ting van mensen of dieren. Gebruik de rioolreiniger niet met een hogere dan de voorgeschreven druk of met een inlaatwater- temperatuur van meer dan 140°F / 60°C. Dat ver- hoogt het risico van letsels, zoals brandwonden, en van schade aan het product. Eén persoon moet zowel het rioolreinigingsproces als de voetklep bedienen. Gebruik altijd de voet- klep. Als de slang van de rioolreiniger uit de afvoer komt, moet de gebruiker in staat zijn de watertoe- voer af te sluiten om het risico van een zwiepende slang te verkleinen, die slagletsels en hogedrukin- jectieletsels zou kunnen veroorzaken. KJ-3100 Draadmaat, inch / mm
/ 16Heeft vier (4) achterwaarts gerichte stuwstralen voor een optimale voortstuwing bij het reinigen van lange stukken leiding. Gebruik deze spuitkop voor de meeste toepassingen.H-101 H-111Maakt gebruik van drie achterwaarts gerichte stuwstralen plus één voorwaarts gerichte straal om door vet- en slibverstoppingen te dringen. De voorwaarts gerichte straal spuit een gaatje waar de spuitkop vervolgens door kan. Ze is ook heel doeltreffend voor het verwijderen van ijsverstoppingen.H-102 H-112Gebruik de granaatspuitkop om moeilijke bochten in een leiding te nemen. Deze spuitkop heeft vier (4) achterwaarts gerichte stuwstralen.H-104Gebruik de roterende spuitkop om vet en soortgelijke verstoppingen te helpen verwijderen uit de afvoer.H-105 H-115Om wortels en soortgelijke verstoppingen te verwijderen. OPMERKING! Gebruik aanzetstuk om de RR3000 te stabiliseren bij het schoonmaken van afvoer-leidingen met een diameter van 8” / 200 mm.RR3000KJ-2200/KJ-3100 rioolreinigingsmachines
volgens de instructies in de motorhandleiding. Laat de motor warmdraaien. Figuur 13 – Bedieningselementen en meters OntluchtingsklepDrukmeterThermische overbelastingPulsbedieningshendel
6. Draai aan de ontluchtingsklep terwijl u de drukme-
ter observeert om de druk eventueel bij te regelen (rechtsom om de druk te verhogen, linksom om de druk te verlagen). Overschrijd de nominale druk van de gebruikte machine niet. Forceer de ontluchtings- klep niet en gebruik geen sleutels of ander gereed- schap om eraan te draaien. Dat zal de ontluchtings- klep beschadigen. Rioolreiniger Nominale drukwaarde, PSI / bar KJ-2200 2200 / 150 KJ-3100 3000 / 205 Wanneer de rioolreiniger de nominale druk niet kan genereren of onregelmatig werkt, doet u het vol- gende:
- ganaofdemotorgasklepcorrectisafgesteld.
- vergewisuervandatdeinlaatklephelemaalopen staat en dat alle andere kleppen in het toevoersys- teem helemaal open staan.
- draaideontluchtingskleprechtsomomdedrukte verhogen. Niet forceren.
- vergewisu ervandatdepulsbedieningshendelin de stand “Pressure” (druk) staat.
- beweeg de pulsbedieningshendel verschillende keren tussen de stand “Pressure” (druk) en de stand “Pulse” terwijl de machine werkt om even- tuele opgesloten lucht in het systeem te laten ontsnappen.
- inspecteerhetsysteemoplekken.Weesvoorzich- tig tijdens de inspectie om letsels te voorkomen. Wanneer u lekken aantreft, dient u de machine uit te schakelen alvorens de lekken te dichten.
- schakelderioolreinigeruit.Controleerdeinlaatl- ter/filterpakking op vuildeeltjes.
- vergewisuervandathetwaterdebietnaarderi- oolreiniger voldoende groot is.
- zetderioolreinigerendeinlaatklepaf.Verwijder de spuitkop en reinig de openingen met het ge- reedschap om spuitkoppen te r einigen.
- laatde rioolreinigerdraaienzonderspuitkopop de slang om eventuele lucht en vuildeeltjes uit het sy steem te verwijderen. Schakel de rioolreini- ger uit alvorens de spuitkop te verwijderen of te installeren.
7. Stel de benodigde apparatuur correct op.
- zorg ervoor dat u de AAN/UIT-werking van de voetklep kunt bedienen. Druk de voetklep nog niet in.
- zorgervoordatustevigopuwbenenstaatendat u niet te ver hoeft te reiken.
- u moet teallen tijde éénhand op de rioolreini- gingsslang kunnen houden om de slang te con- troleren en te ondersteunen.
- umoetaltijdbijdehaspelkunnenomdeslangop te kunnen wikkelen. In deze werkhouding kunt u de controle over de ri- oolreinigingsslang te allen tijde behouden. Figuur 14 – Correcte werkhouding De afvoerleiding schoonspuiten Bij het schoonspuiten van een afvoerleiding wordt de slang normaal over de volledige lengte van de leiding in de leiding gevoed om vervolgens langzaam te wor- den teruggetrokken. Het water wordt met hoge drukKJ-2200/KJ-3100 rioolreinigingsmachines
tegen de leidingwanden gespoten waardoor de afzet- ting tegen de wanden loskomt. Ontgrendel de borgpen op de slanghaspel. Steek min- stens een meter slang in de afvoerleiding, houd de slang met één hand vast en druk de voetklep in. De slang wordt in de leiding getrokken door de achter- waarts gerichte stralen van de spuitkop. Voed de slang zo ver als nodig in de afvoerleiding. Als de slang stopt, betekent dat dat ze een of andere belemmering is te- gengekomen. Als de spuitkop niet voorbij een belemmering geraakt, zoals een richtingsverandering (sifon, bocht, enz.) of een verstopping, doet u het volgende:
- duwdeslangmetkorte,krachtigestotenindelei- ding.
- draaideslangeenkwart-toteenhalveslagomde richting van de slang te oriënteren t.o.v. de rich- tingsverandering (als de slang gedraaid is, moet u ze, eenmaal de obstructie voorbij, weer terug- draaien om knikken te voorkomen) Zie figuur 15.
- gebruikdepulsmodus. (zie volgend hoofd- stuk).
- gebruikeensifonslangofeenslangmeteenklei- nere diameter. Figuur 15 – De slang ronddraaien Eenmaal de obstructie voorbij neemt u best even de tijd om dat gedeelte van de leiding schoon te maken alvorens verder te gaan. Laat de spuitkop tot een eind- je voorbij de obstructie gaan en trek hem vervolgens terug door de zone van de obstructie. Doe dat verschil- lende keren en ga vervolgens verder door de afvoer- leiding. Houd het afvoerwaterniveau in het oog. Als het water te hoog komt, moet u de machine mogelijk even stop- pen om het water te laten weglopen alvorens verder te gaan. Wanneer de leiding vol water is, is de rioolreini- ger minder doeltreffend dan wanneer de leiding leeg is. Laat de rioolreiniger niet te lang werken met ge- sloten voetklep (OFF). Wanneer de voetklep gesloten is (OFF), hercirculeert het water in de pomp waardoor het water wordt opgewarmd. Dat kan ervoor zorgen dat de thermische overbelasting van de pomp wordt geactiveerd. Wanneer de spuitkop eenmaal ver genoeg in de lei- ding zit, trekt u de slang langzaam (1’ / 30 cm per mi- nuut voor sterk verstopte leidingen) terug door de lei- ding. Gebruik één hand om de slang te bedienen en de andere om de slang op de haspel te wikkelen. Let op wanneer de spuitkop de afvoeropening nadert, om te voorkomen dat de spuitkop tevoorschijn komt terwijl er nog water uit spuit. Daardoor zou de slang kunnen gaan rondzwiepen en slagletsels veroorzaken of letsels door onder hoge druk geïnjecteerde vloeistof. Bewaar steeds de controle over de slang. Kijk uit voor de mar- kering op de slang die aangeeft dat de spuitkop bijna naar buiten komt. Laat de voetklep los om de water- stroom af te sluiten. Zet de motor af volgens de instructies in de motorhand- leiding, en druk de voetklep in om de systeemdruk af te laten. Laat het systeem nooit onder druk staan. Indien nodig verwisselt u de spuitkop en gaat u verder met het reinigen van de leiding volgens de hoger beschre- ven procedure. Het is raadzaam de veer verschillende keren in de verstopte afvoerleiding te voeren om ze helemaal schoon te maken. Eenmaal klaar schakelt u de machine uit, verwijdert u de spuitkop en opent u de inlaatklep om de pomp en de slang uit te spoelen. Wanneer u de rioolreiniger in koude weersomstandigheden gebruikt, dient u het water onmiddellijk uit het systeem te verwijderen om schade door bevriezing te voorkomen. Kijk in Opber- gen van de machine voor informatie over vorstbescher- ming. Gebruik van de pulsmodus Wanneer bewegen met de slang niet volstaat om door een richtingsverandering of obstructie te geraken, moet u de pulsmodus gebruiken. De pulsmodus ver-KJ-2200/KJ-3100 rioolreinigingsmachines
oorzaakt een uitgesproken variatie in de waterdruk waardoor de slang begint te trillen en gemakkelijker voorwaarts beweegt.
1. Draai de pulsbedieningshendel rechtsom in de stand
“Pulse”. In pulsmodus geeft de drukmeter minder dan de maximale druk aan. Dat is normaal. Figuur 16 – Stand van pulsbedieningshendel DRUK PULS
2. Duw de slang indien nodig met korte, krachtige sto-
ten in de afvoer draai met de slang om de spuitkop door de obstructie te helpen.
3. Eenmaal de obstructie voorbij draait u de pulsbe-
dieningshendel weer linksom in de stand “Pressure” (druk). Laat de rioolreiniger niet langer in pulsmodus staan dan nodig is om door een obstructie geraken. Overmatig gebruik van de pulsmodus kan vroegtij- dige slijtage veroorzaken aan de slangen en het sys- teem. De hogedrukrioolreiniger gebruiken als gewone hogedrukreiniger De RIDGID-hogedrukrioolreinigers kunnen ook wor- den gebruikt als gewone hogedrukreinigers door ze uit te rusten met de hogedrukspuitlans. Het gebruik als gewone hogedrukreiniger is vergelijkbaar met het gebruik als rioolreiniger. Gebruik daarom de instruc- ties voor de rioolreiniger aangevuld met de volgende instructies.
1. Zoek een geschikte werkplek.
2. Vergewis u ervan dat alle apparatuur grondig werd
3. Verbind de spuitlans met de spuitlansslang. Gebruik
altijd een slang met een nominale drukwaarde die minstens even hoog is als de nominale drukwaarde van de rioolreiniger. Gebruik een draadafdichtings- middel om lekken te voorkomen.
4. Sluit de slang aan op de uitlaat van de rioolreiniger.
Zorg ervoor dat de uiteinden van de slang degelijk verbonden zijn zodat ze niet kunnen loskomen on- der druk.
5. Sluit de rioolreiniger aan op een geschikte watertoe-
voer, zoals eerder in deze handleiding beschreven.
6. Open de inlaatklep en haal de trekker van de spuit-
lans over om het water te laten stromen en de lucht uit het systeem te verwijderen. Start de motor nooit zonder eerst de watertoevoer aan te zetten. Dat kan de pomp beschadigen.
7. Vergewis u ervan dat de pulsbedieningshendel links-
om is gedraaid en in de stand “Pressure” (druk) staat (figuur 16).
8. Regelen van de spuitlanssproeikop – Door aan de
sproeikop te draaien, kan de straal worden gewij- zigd van een fijne straal tot een brede, waaierach- tige straal. De druk kan worden geregeld door de sproeikop voorwaarts (lage druk) en achterwaarts (hoge druk) te trekken. Zorg ervoor dat de sproei- kop in de hogedrukstand (naar achteren) staat wan- neer u begint te werken. Figuur 17 – Instellen van de spuitlanssproeikop Straal- instelling Lage druk Hoge druk Vergrendeling
9. Spuitlansvergrendeling – de spuitlans heeft een ver-
grendeling op de achterkant van de trekker. Kantel de vergrendeling neerwaarts om te trekker te blok- keren wanneer de spuitlans niet wordt gebruikt.
10. Richt de spuitlans in een veilige richting, haal de trek-
ker over om de druk te verminderen en het starten van de motor mogelijk te maken. Start de motor vol- gens de instructies in de motorhandleiding. Laat de motor warmdraaien. Laat de trekker los zodra de mo- tor start.
11. Richt de spuitlans naar een veilige richting en haal
de trekker over. Draai aan de ontluchtingsklep ter- wijl u de drukmeter observeert om de druk naar wens in te stellen. Overschrijd de nominale druk van de machine niet. Laat de spuitlanstrekker los.KJ-2200/KJ-3100 rioolreinigingsmachines
1. Wanneer u de machine gebruikt als een gewone
hogedrukreiniger, dient u uw beide handen te ge- bruiken om de spuitlans vast te houden en te rich- ten, voor een optimale controle. Richt de waterstraal nooit op mensen. Vloeistof onder hoge druk kan on- der de huid dringen en ernstige letsels veroorzaken die amputatie noodzakelijk kunnen maken. Richt de waterstraal nooit op elektrische apparatuur of be- drading om het risico van elektrische schokken te verkleinen.
2. Regel het waterdebiet met de trekker. Wees voor-
zichtig bij het gebruiken van de hogedrukreiniger. Wanneer u de sproeikop te dicht bij een oppervlak houdt, kan het oppervlak beschadigd worden. Test een kleine, onopvallende zone om na te gaan of de instelling van de machine het gewenste resultaat oplevert.
3. Laat de rioolreiniger niet te lang werken met losge-
laten trekker. Wanneer de trekker niet is ingedrukt, hercirculeert het water in de pomp waardoor het water wordt opgewarmd. Dat kan ervoor zorgen dat de thermische overbelasting van de pomp wordt geactiveerd.
4. Eenmaal de reinigingsklus geklaard, laat u de trek-
ker los en schakelt u de motor uit zoals beschreven in de motorhandleiding. Haal de trekker opnieuw over om de druk af te laten. Laat het systeem nooit onder druk staan. Wasmiddelverstuiver
1. Bevestig de wasmiddelverstuiver indien nodig aan
de uitlaat. Verwijder de uitlaatslang en bevestig de wasmiddelverstuiver zo dat de pijl op het onderdeel in de richting van de waterstroom wijst. Gebruik een draadafdichtingsmiddel om lekken te voorkomen. Breng de uitlaatslang opnieuw aan.
2. Bevestig de sifonslang aan de wasmiddelverstuiver.
Leg het zeefuiteinde van de slang in het wasrecipi- ent. Gebruik uitsluitend wasmiddelen die bestemd zijn voor gebruik met hogedrukreinigers. Volg alle wasmiddelinstructies. Spuit niet met brandbare vloeistoffen of giftige chemicaliën. Andere wasmid- delen, oplosmiddelen, reinigingsmiddelen, enz. kunnen de rioolreiniger beschadigen of ernstige li- chamelijke letsels veroorzaken.
3. Tijdens het hogedrukreinigen worden wasmiddelen
alleen afgegeven wanneer de spuitlanssproeikop in de lagedrukstand staat. Trek de sproeikop voorwaarts in de lagedrukstand om wasmiddel te krijgen.
4. Tijdens de bediening kan de hoeveelheid afgegeven
wasmiddel worden geregeld door te draaien aan de huls van de wasmiddelverstuiver. Linksom voor een kleine hoeveelheid wasmiddel en rechtsom voor een groteren hoeveelheid wasmiddel.
5. Zodra u klaar bent met het spuiten van wasmid-
del verwijdert u het slanguiteinde met zeef uit het wasmiddel, legt u het in een emmer zuiver water en spoelt u het wasmiddel uit het systeem. Onderhoudsinstructies WAARSCHUWING Vóór het aanvangen van onderhoudwerkzaamhe-den, moet de schakelaar in de stand OFF staan en moeten de bougiekabels worden losgekoppeld om onbedoeld starten te voorkomen. Druk op de voet-klep of haal de spuitlanstrekker over om eventuele druk uit het systeem te verwijderen. Draag altijd een veiligheidsbril en handschoenen bij het uitvoeren van onderhoudswerk om u te be-schermen tegen afvoerchemicaliën en bacteriën. Reinigen De slang moet indien nodig worden gereinigd met warm zeepwater en/of ontsmettingsmiddelen. Zorg er- voor dat er geen water in de motor of andere elektrische onderdelen terechtkomt. Niet reinigen met water onder druk. Reinig de machine met een vochtige doek. Motor Onderhoud de motor zoals beschreven in de bij de ma- chine geleverde motorhandleiding. Pompsmering Controleer het pompoliepeil vóór gebruik. Plaats de ri- oolreiniger op een vlakke ondergrond. Verwijder even- tueel vuil en vuildeeltjes rond de peilstokopening en verwijder de peilstok – controleer het oliepeil. Voeg indien nodig SAE 30W niet-zuiverende olie bij. Niet te veel bijvullen. Breng de peilstok weer aan. Ververs de olie in de pomp na de eerste 50 bedrijfsuren en daarna om de 500 bedrijfsuren. Met de pomp op be- drijfstemperatuur verwijdert u plug in de onderkant van de pomp en laat u de olie weglopen in een geschikte recipiënt. Breng de plug opnieuw aan. Giet ongeveer 32 oz / 0,9 kg SAE 30W niet-zuiverende olie in de pomp met gebruikmaking van de controleprocedure. Tandwielkastsmering Controleer het oliepeil in de tandwielkast vóór gebruik. Plaats de rioolreiniger op een vlakke ondergrond. Ver- wijder eventueel vuil en vuildeeltjes rond de peilstok- opening en verwijder de peilstok – controleer het olie- peil. Voeg indien nodig SAE 90W tandwielolie bij. Niet te veel bijvullen. Breng de peilstok weer aan.KJ-2200/KJ-3100 rioolreinigingsmachines
Ververs de olie in de tandwielkast om de 500 bedrijfsu- ren. Met de pomp op bedrijfstemperatuur verwijdert u de plug in de onderkant van de tandwielkast en laat u de olie weglopen in een geschikt recipiënt. Breng de plug opnieuw aan. Giet ongeveer 8 oz / 0,2 kg SAE 90W tandwielolie in de tandwielkast met gebruikmaking van de controleprocedure. Pomp voorbereiden voor opslag bij koud weer OPGELET Wanneer de rioolreiniger zal worden opge- slagen onder omstandigheden waarbij de tempera- tuur lager is dan of gelijk aan 32°F / 0°C, moet de riool- reiniger naar behoren worden voorbereid. Wanneer er water bevriest in de pomp kan dat de pomp beschadi- gen. Er zijn twee methoden om de rioolreiniger voor te be- reiden voor opslag bij koude weersomstandheden. De eerste bestaat erin alle kleppen van het systeem te openen en al het eventuele water met perslucht uit het systeem te verwijderen. Die methode kan ook worden gebruikt om het water uit de slangen te verwijderen. Voor de tweede methode wordt gebruik gemaakt van RV antivries (niet-ethyleenglycol). Gebruik geen ethy- leenglycol als antivriesmiddel in de rioolreinigerpomp. Ethyleenglycol mag niet worden gebruikt in afvoersys- temen.
1. Sluit een stuk slang van 3’ / 90 cm aan op de inlaat-
klep en draai de inlaatklep open.
2. Leg het andere uiteinde van de slang in een recipi-
ent met RV antivries.
3. Verwijder de spuitkop van het uiteinde van de
4. Start de rioolreiniger en laat hem werken tot er anti-
vries uit het uiteinde van de slang komt. Hulpstukken WAARSCHUWING Om het gevaar voor een ernstig letsel te beperken, mag u enkel de hulpstukken gebruiken die speci-fiek zijn ontworpen en aanbevolen voor de RIDGID-hogedrukrioolreinigers (zie lijst hierna). Andere hulpstukken, die geschikt zijn voor andere appa- ratuur, kunnen gevaarlijk zijn als ze op de RIDGID-hogedrukrioolreinigers worden gebruikt.Catalo-gusnr.Mo-delnr. BeschrijvingSlang I.D. inch / mmSlang O.D. inch / mm64772 H-61 Spuitkop achter
“/ 3,2 mm NPT 64777 H-62Spuitkop voor en achterPast op
“/ 6,4 mm NPT 64792 H-72Spuitkop voor en achterPast op
/ 13KJ-2200 rioolreinigerspuitkoppen en -slangenCatalo-gusnr.Modelnr. Beschrijving62882 H-5 Minislanghaspel (zonder slang)64737 H-30 H-30 wagentje met slanghaspel62877 H-30 WHH-30 wagentje met slanghaspel en 110’ / 33,5 m x
” / 3,2 mm NPT 38713 H-102Spuitkop voor en achterPast op
” / 6,4 mm NPT 38708 H-112Spuitkop voor en achterPast op
” / 16KJ-3100 rioolreinigerspuitkoppen en -slangenCatalo-gusnr.Modelnr. Beschrijving62882 H-5 Minislanghaspel64862 H-38 Slanghaspel (past bij KJ-3100)64902 H-38 WHSlanghaspel met 200’ / 61 m x
” / 9,5 mm BiD slang (past bij KJ-3100)64797 HW-30 Spuitlans, KJ-310048367 H-25 Winterkit48157 FV-1 Voetklep66732 HF-4 Slang met snelkoppeling (haspel aan voetklep)47542 H-21 Gereedschap om spuitkoppen te reinigen67187 H-32 Jet VacKJ-3100 rioolreinigerhulpstukken Opbergen van de machine WAARSCHUWING Berg de rioolreiniger op in een goed geventileerde ruimte die goed is afgeschermd van regen en sneeuw. Bewaar de machine in een af- gesloten ruimte die ontoegankelijk is voor kinderen en mensen die niet vertrouwd zijn met rioolreinigers. Deze machine kan ernstige letsels veroorzaken in de handen van ongeschoolde gebruikers. Zie het hoofd- stuk Onderhoud voor informatie over opslag in koude weersomstandigheden. Zie de motorhandleiding voor specifieke informatie over het opbergen van motoren. Onderhoud en reparatie WAARSCHUWING Gebrekkig onderhoud of een onjuiste herstelling kan de machine gevaarlijk maken om mee te wer- ken. In het hoofdstuk “Onderhoudsinstructies” worden de meeste onderhoudsbehoeften van deze machine be- handeld. Eventuele problemen die niet in dat hoofd- stuk worden behandeld, mogen uitsluitend worden opgelost door een erkende RIDGID-onderhoudstech- nicus. De machine moet naar een erkend zelfstandig service- centrum van RIDGID worden gebracht of teruggestuurd naar de fabriek. Wanneer u informatie wenst over het dichtstbijzijnde onafhankelijke servicecentrum van RIDGID of wanneer u vragen hebt over onderhoud of reparatie:
- neemcontactopmeteenRIDGID-distributeurinde buurt.
- neemcontactopmethetRIDGIDTechnicalServices Department op rtctechservices@emerson.com, of in de V.S. en Canada op het nummer (800) 519-3456. Afvalverwijdering Bepaalde delen van de hogedrukrioolreiniger bevat- ten waardevolle materialen en kunnen worden gere- cycleerd. Een bedrijf dat gespecialiseerd is in recyclage vindt u ongetwijfeld ook bij u in de buurt. Verwijder de onderdelen in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving. Neem contact op met de plaatse- lijke afvalverwijderingsinstantie voor nadere informa- tie.KJ-2200/KJ-3100 rioolreinigingsmachines
In EG-landen: bied elektrische apparatuur niet bij het huishoudelijk afval aan! Conform de Europese Richtlijn 2002/96/EG be- treffende afgedankte elektrische en elektroni- sche apparatuur en de ratificatie daarvan op landelijk niveau, moet elektrische apparatuur die niet meer bruikbaar is afzonderlijk worden ingezameld en op milieu- vriendelijke wijze worden afgevoerd. Oplossen van problemen
PROBLEEM OORZAAK OPLOSSING
Rioolreiniger draait maar genereert weinig of geen druk. Ongeschikte watertoevoer. Controleer of de watertoevoerkraan op ON staat. Controleer of de waterinlaatklep van de rioolrei- niger op ON staat. Controleer of de watertoevoerslang vrij is en geen knikken vertoont of wordt platgedrukt. Rioolreiniger stelt zich niet in op de maximale bedrijfsdruk bij het starten. Er zit lucht in het systeem. Verwijder de spuitkop van de slang en laat de ri- oolreiniger werken om lucht/vuil uit het systeem te verwijderen. Spuitkopopeningen zijn verstopt Verwijder de spuitkop en reinig de openingen met het gereedschap om spuitkoppen te reinigen. Drukmeter van rioolrei- niger schommelt tussen 500 en bedrijfsdruk. Spuitkopopeningen zijn verstopt. Verwijder spuitkop. Gebruik gereedschap om spuit- koppen te reinigen om de openingen vrij te maken: selecteer de juiste draadmaat en duw de draad he- lemaal door iedere opening om het vuil te verwijde- ren. Er zit vuil of lucht in het systeem. Verwijder spuitkop en steek spoelslang in afvoer- leiding. Laat rioolreiniger draaien om lucht of vuil weg te spoelen.Stasatrice idropneumatica Macchine stasatrici idropneumatiche KJ-2200/3100 Macchine stasatrici idropneumatiche KJ-2200/3100 Annotare il numero di serie in basso e conservare il numero di serie del prodotto che si trova sulla targhetta.N. Serie ATTENZIONE! Leggere attentamente il pre- sente Manuale dell’Operatore prima di utilizzare questo at- trezzo. La mancata osservanza delle istruzioni contenute nel presente manuale può com- portare il rischio di elettro- shock, incendi e/o gravi lesio- ni personali. KJ-3100KJ-2200Macchine stasatrici idropneumatiche KJ-2200/3100
SimpelGids