KM 100120 R G - Stofzuiger Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KM 100120 R G Kärcher in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Stofzuiger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KM 100120 R G - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KM 100120 R G van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING KM 100120 R G Kärcher
- dB(A) 95 95 KM 100/120 R G KM 100/120 R G 2SB110 Nederlands Inhoud Algemene instructies Lees voor het eerste gebruik van het toestel deze ori- ginele gebruiksaanwijzing en volg de instructies erin op. Bewaar de originele gebruiksaanwijzing voor later gebruik of voor de volgende eigenaar. Levering controleren Meld bij de overdracht van het voertuig gebreken en transport- schade meteen aan uw dealer of verkoopvestiging. Milieubescherming De verpakkingsmaterialen zijn herbruikbaar. Verwijder ver- pakkingen op een milieuvriendelijke manier. Elektrische en elektronische apparaten bevatten waardevol- le recyclebare materialen en vaak bestanddelen zoals batte- rijen, accu's of olie, die bij onjuiste omgang of verkeerd afvalverwijdering een potentieel gevaar voor de gezondheid van de mens en voor het milieu kunnen vormen. Voor een correcte werking van het apparaat zijn deze bestanddelen echter noodza- kelijk. Voer apparaten met dit symbool niet samen met het huis- vuil af. Instructies betreffende ingrediënten (REACH) Actuele informatie over ingrediënten vindt u op: www.kaer- cher.de/REACH Afvalverwijdering van het uitgediende voertuig Uitgediende voertuigen bevatten waardevolle recyclebare mate- rialen. Voor de afvoer van uw voertuig raden we de samenwer- king met een gespecialiseerd afvalverwijderingsbedrijf aan. Garantie In elk land gelden de garantievoorwaarden die door onze verant- woordelijke verkoopmaatschappij zijn uitgegeven. Mogelijke sto- ringen aan uw apparaat verhelpen we binnen de garantieperiode gratis, voor zover een materiaal- of fabricagefout de oorzaak is. Als u gebruik wilt maken van de garantie, neemt u met uw aan- koopbon contact op met uw distributeur of de dichtstbijzijnde ge- autoriseerde klantenservice. (adres zie achterzijde) Meer informatie over de garantie (indien beschikbaar) vindt u in het servicegedeelte van uw lokale Kärcher-website onder "Down- loads". Toebehoren en reserveonderdelen Gebruik alleen origineel toebehoren en originele reserveonder- delen. Deze garanderen een veilige en storingsvrije werking van het apparaat. Informatie over toebehoren en reserveonderdelen vindt u onder www.kaercher.com. Gevarenniveaus GEVAAR ● Aanwijzing voor direct dreigend gevaar dat tot zware of dodelij- ke verwondingen leidt. 몇 WAARSCHUWING ● Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot zware of dodelijke verwondingen kan leiden. 몇 VOORZICHTIG ● Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot lichte verwondingen kan leiden. LET OP ● Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot materi- ële schade kan leiden. Symbolen op de machine Algemene instructies p. 110
- Reglementair gebruik p. 111
- Functie p. 111
- Veiligheidsinstructies p. 111
- Beschrijving apparaat p. 112
- Vooringebruikneming p. 114
- Inbedrijfstelling p. 115
- Werking p. 116
- Transport p. 117
- Opslag p. 118
- Verzorging en onderhoud p. 118
- Hulp bij storingen p. 123
- Toebehoren/reserveonderdelen p. 125
- Technische gegevens p. 126
- EU-conformiteitsverklaring GEVAAR Verbrandingsgevaar door hete oppervlakken Laat het voertuig afkoelen voordat u eraan werkt. GEVAAR Brandgevaar Veeg geen brandende of gloeiende voorwerpen, zo- als bijv. sigaretten, lucifers of dergelijke. GEVAAR Gevaar voor ongevallen door kantelen Gebruik hoge lediging alleen op een vlakke onder- grond. 몇 WAARSCHUWING Gevaar voor letsel Gevaar voor beknelling en afknelling aan riemen, zij- bezems, vuilreservoir, kap. 몇 WAARSCHUWING Gevaar voor letsel Snijwonden en kneuzingen door bewegende voertui- gonderdelen aan de binnenzijde. Steek uw handen niet in openingen van het apparaat. GEVAAR Gevaar voor ongevallen door ondeskundige be- handeling Lees voor het eerste gebruik van het apparaat de ge- bruiksaanwijzing en de veiligheidsinstructies. Parkeerrem Bandenspanning Opnamepunt voor krik Vastsjorpunt Max. belasting van het opbergvak 20 kg Max. belasting 150 kg Stand ON: apparaat rijbaar met eigen aandrijving Stand OFF: apparaat verplaatsbaarNederlands 111 Reglementair gebruik Gebruik de veegmachine om op commerciële wijze vloeren te rei- nigen. Gebruik de veegmachine voor de volgende beoogde toepas- singsgebieden: 1 Parkeerplaatsen 2 Voetpaden 3 Productiefaciliteiten 4 Logistieke gebieden 5 Hotels 6 Retail 7 Opslagruimten Gebruik de veegmachine uitsluitend overeenkomstig de gege- vens in deze gebruiksaanwijzing. Elk ander gebruik geldt als niet reglementair. De fabrikant is niet aansprakelijk voor hieruit voort- vloeiende schade; alleen de gebruiker draagt het risico. De veegmachine is op de openbare weg alleen bruikbaar met de StVZO-aanbouwset. Aan de veegmachine mogen geen veranderingen worden uitge- voerd. Alleen de door de onderneming of diens gevolmachtigde vrijge- geven oppervlakken mogen worden bereden en gereinigd. Gebruik in explosieve ruimtes is verboden. Te voorzien fout gebruik Nooit explosieve vloeistoffen, gassen, onverdunde zuren en op- losmiddelen vegen op opzuigen (bijv. benzine, verfverdunner, stookolie), ze vormen in combinatie met de zuiglucht explosieve dampen of mengsels. Nooit aceton, onverdunde zuur- en oplosmiddelen vegen of op- zuigen, omdat ze de aan het apparaat gebruikte materialen aan- tasten en beschadigen. Nooit reactief metaalstof (bijv. aluminium, magnesium, zink) ve- gen of opzuigen, ze vormen in combinatie met sterk alkalische of zure reinigingsmiddelen explosieve gassen. Geen brandende of gloeiende voorwerpen vegen of opzuigen, er bestaat brandgevaar. Geen stoffen vegen die gevaarlijk zijn voor de gezondheid. Het verblijf in gevarenzones is verboden. Het gebruik in explosie- ve ruimtes is verboden. Het meenemen van begeleidende personen is verboden. Het duwen/trekken of transporteren van voorwerpen is met dit apparaat niet toegestaan. Geschikte oppervlakten voor het vegen ● Asfalt ● Industrievloeren ● Estrik ● Beton ● Straatstenen Functie De veegmachine werkt volgens het overwerpprincipe. p. 127
1. De roterende zijbezem reinigt hoeken en randen van het veeg-
oppervlak en transporteert het veeggoed in de baan van de veegwals.
2. De roterende veegwals transporteert het veeggoed direct in
3. Het opgewaaide stof in het vuilreservoir wordt via een stoffilter
gescheiden en de zuigventilator zuigt de gefilterde zuivere lucht af.
4. Reiniging van het stoffilter gebeurt automatisch.
Veiligheidsinstructies Veiligheidsinrichtingen Veiligheidsinrichtingen dienen voor de bescherming van de ge- bruiker en mogen niet buiten werking worden gesteld en de func- ties ervan mogen niet worden omzeild. Neem de veiligheidsinstructies in de hoofdstukken in acht! Motorkap / bekleding rechts De motorkap en de rechter bekleding beschikken over een veilig- heidsvoorziening. Bij het openen van de kap of de bekleding wordt de draaiende verbrandingsmotor uitgeschakeld. De motor kan alleen worden gestart, als beide gesloten zijn. Vuilreservoir leegmaken Tijdens het legen van het vuilreservoir wordt de veegwals auto- matisch geblokkeerd. Tweehandbediening vuilreservoir Om ingrepen in het ledigingsmechanisme en in het zwenkbereik van het vuilreservoir te voorkomen, is het optillen, neerlaten en ledigen van het vuilreservoir alleen mogelijk met tweehandbedie- ning. Veiligheidsbeugel vuilreservoir Het is alleen toegestaan om onder het vuilreservoir te staan als dit volledig is opgetild en met de meegeleverde, professioneel bevestigde veiligheidsbeugel tegen neerlaten is beveiligd. Stoelcontactschakelaar Een stoelcontactschakelaar zorgt ervoor dat de machine alleen kan worden gestart als de bestuurder op de bestuurdersstoel zit. Veiligheidsinstructies m.b.t. de bediening 몇 WAARSCHUWING ● Gebruik het apparaat alleen volgens de voorschriften. Houd rekening met de plaatselijke omstandighe- den en let bij het uitvoeren van werkzaamheden met het apparaat op andere personen en met name kinderen. ● Controleer het ap- paraat met de werkrichtingen op correcte toestand en op de be- drijfsveiligheid. Is de toestand niet perfect, dan mag u het apparaat niet gebruiken. ● Let in gevarenzones (bijv. tankstati- ons) op de desbetreffende veiligheidsvoorschriften. Gebruik het apparaat nooit in explosieve ruimtes. ● Dit apparaat mag niet worden gebruikt door personen met een fysieke, sensorische of verstandelijke beperking of een gebrek aan ervaring en/of ken- nis. ● Alleen personen die in de omgang met het apparaat zijn geïnstrueerd of hebben bewezen dat ze het apparaat correct be- dienen en uitdrukkelijk de opdracht hebben dit apparaat te ge- bruiken, mogen het apparaat gebruiken.LET OP ● De bediener moet voor het begin van het werk controleren of alle veiligheids- inrichtingen correct zijn aangebracht en functioneren. ● De be- diener van het apparaat is voor ongevallen met andere personen of hun eigendom verantwoordelijk.WAARSCHUWING ● Zorg voor nauw aansluitende kleding en stevige schoenen van de be- diener. Los gedragen kleding vermijden. ● Houd toezicht op kin- deren om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen. ● Kinderen en jongeren mogen het apparaat niet gebruiken.LET OP ● Controleer de directe omgeving alvorens te beginnen met rijden (bijv. kinderen). Zorg voor voldoende zicht!GEVAAR ● Laat het apparaat in geen geval onbeheerd achter zolang het niet beveiligd is tegen onbedoelde bewegingen. Trek altijd de Vulopening hydraulische olietank Pedaal grofvuilklep Klep voor nat vegen Maak het stoffilter los, bevestig112 Nederlands parkeerrem aan voordat u het apparaat achterlaat.LET OP ● Trek de contactsleutel of KIK (Kärcher Intelligent Key) eruit om het onbevoegd gebruik van het apparaat te verhinderen.VOOR- ZICHTIG ● Gebruik het apparaat niet in zones waarin de moge- lijkheid bestaat door vallende voorwerpen te worden geraakt.WAARSCHUWING ● Kijk bij apparaten met Blue Spot verlichting niet rechtstreeks in de lichtbron. Veiligheidsinstructies voor het rijden Instructie ● De lijst met aanwijzingen m.b.t. het kantelgevaar maakt geen aanspraak op volledigheid.GEVAAR ● Kantelgevaar bij te grote hellingen! Neem bij het rijden op hellingen de maxi- maal toegestane waarden in de technische gegevens in acht. ● Kantelgevaar bij te grote zijdelingse helling! Neem bij het rijden dwars op de rijrichting de maximaal toegestane waarden in de technische gegevens in acht. ● Kantelgevaar bij instabiele onder- grond! Gebruik het apparaat uitsluitend op verharde ondergrond. 몇 WAARSCHUWING ● Gevaar voor ongevallen door niet aan- gepaste snelheid. Rijd langzaam in bochten. Veiligheidsinstructies voor verbrandingsmotoren GEVAAR ● Neem de speciale veiligheidsinstructies in de ge- bruiksaanwijzing van de motorfabrikant in acht. ● Gebruik in ex- plosieve ruimtes is verboden. ● Risico op vergiftiging: Uitlaatgassen niet inademen. ● Sluit de uitlaatopeningen in geen geval. ● Buig niet over de uitlaatgasopening, en raak deze niet aan. ● Houd rekening met de nalooptijd van de motor bij het af- zetten (3-4 seconden). Blijf gedurende deze tijd uit de buurt van het aandrijfbereik. Onderhoud 몇 WAARSCHUWING ● Klem vóór werkzaamheden aan de elektrische installatie de batterij af. ● Vóór reiniging, onderhoud, het vervangen van onderdelen en het overschakelen op een an- dere functie, moet u het apparaat uitschakelen en de contacts- leutel eruit trekken. 몇 VOORZICHTIG ● Laat reparaties alleen uitvoeren door er- kende klantenservices of experts voor dit gebied die bekend zijn met alle relevante veiligheidsvoorschriften. LET OP ● Houd u volgens de plaatselijk geldende voorschriften aan de veiligheidscontrole voor verplaatsbare, commercieel ge- bruikte apparaten (bijv. in Duitsland: VDE 0701). ● Kortsluitingen of andere schade. Reinig het apparaat niet met een slang of een hogedrukstraal. ● Voer werkzaamheden aan het apparaat altijd met geschikte handschoenen uit. Beschrijving apparaat Afbeelding apparaat 1 Bekleding rechts (draaibaar) 2 Veiligheidsbeugel vuilreservoir 3 Bestuurdersstoel (met stoelcontactschakelaar) 4 Zwaailicht 5 Motorkap (draaibaar) 6 Toets vuilreservoir optillen/legen 7 Houder voor "Hombase System" 8 Rem loslaten 9 Parkeerrem 10 Achterwiel 11 Veegwals met afdichtlijsten 12 Zijbesem links* 13 Voorwiel 14 Pedaal grofvuilklep heffen/neerlaten 15 Zijbezem rechts 16 Gaspedaal vooruit / achteruit 17 Stoelverstelhendel 18 Bedieningselementen** 19 Stuurwiel
- Alleen KM 100/120 R G 2SB ** wordt in een later hoofdstuk uitvoeriger beschreven Optioneel Niet afgebeeld zijn de volgende uitrustingen die bij bestelling af fabriek reeds ingebouwd zijn of door de service achteraf gemon- teerd kunnen worden. 1 Comfortstoel 2 Werklamp 3StVZO-kit 4 Blue Spot 5 Bestuurdersdak 6 Zijbezem links 7 Watersproeisysteem 8 FleetmanagementmoduleNederlands 113 Bedieningselementen 1 Stuurwiel 2 Schakelaar werklicht (optie) 3 Schakelaar rondomkenlicht (optie) 4 Claxon 5 Sleutelschakelaar 6 Gaspedaal "Vooruit" 7 Gaspedaal "Achteruit" 8 Chokehendel 9 Knop hoge leging 10 Knop stoffilterreiniging 11 Schakelaar watersproeisysteem (optie) 12 Programmakeuzeschakelaar* 13 Bedrijfsurenteller
- wordt in een later hoofdstuk meer in detail beschreven Programmakeuzeschakelaar Instructie De functies zijn alleen bij ingeschakelde sleutelschakelaar geac- tiveerd. 1 Rijden – In deze positie kan de motor worden gestart – Veegmachine kan naar de plaats van gebruik worden gere- den – Veegwals en zijbezem worden geheven en uitgeschakeld 2 Vegen met veegwals – Veegwals wordt neergelaten en ingeschakeld 3 Vegen met veegwals, rechter en linker zijbezem – Veegwals, rechter en linker zijbezem (optioneel) worden neergelaten en ingeschakeld Panelen 몇 WAARSCHUWING Storing door open bekledingen Open de bekledingen alleen als de sleutelschakelaar op <0> staat en de sleutel is uitgetrokken. Het openen tijdens het bedrijf is verboden. Motorkap openen / sluiten Voor bepaalde werkzaamheden moet de motorkap worden ge- opend: 1 Brandstof tanken 2 Peil hydraulische olie controleren/bijvullen 3 Filter hydraulische olie vervangen (alleen door geautoriseerde klantenservice) 4 Veegwals controleren/vervangen 5 Accu loskoppelen ● Motorkap om te openen voor aan de verzonken handgreep vasthouden, dan opzij wegzwenken. Bekleding rechts openen/sluiten Voor bepaalde werkzaamheden moet de bekleding rechts wor- den geopend: 1 Vrijloop openen/sluiten 2 Brandstofkraan openen 3 Motoroliepeil controleren/bijvullen 4 Olieverversing motor 5 Bougie controleren/vervangen 6 Luchtfilter reinigen/vervangen ● Om de bekleding te openen, pakt u de verzonken handgreep vast, ontgrendelt u deze naar boven en draait hem dan opzij. Opbergvak De maximaal toegestane belasting van het opbergvak is 20 kg. 1 Zorg ervoor dat de lading stevig is bevestigd. Batterijen / oplaadapparaten LET OP Gebruik alleen de door de fabrikant aanbevolen batterijen en oplaadapparaten Vervang de batterijen alleen door batterijen van hetzelfde type! Verwijder de batterij voordat u het voertuig afvoert en voer het voertuig af met inachtneming van de landspecifieke en plaatselij- ke voorschriften.114 Nederlands Symbolen waarschuwingsinstructies Neem bij de omgang met accu’s volgende waarschuwingsin- structies in acht: Veiligheidsinstructies voor loodbatterijen GEVAAR Brand- en explosiegevaar! Leg geen gereedschap of dergelijke op de accu. Kortsluiting en explosiegevaar. Rook en open vuur moet worden voorkomen. Ruimtes waarin accu's worden opgeladen, moeten goed worden geventileerd, aangezien bij het opladen zeer explosief gas ont- staat. GEVAAR Verbrandingsgevaar Pas bij ondichte accu´s op voor lekkend zwavelzuur. GEVAAR Gevaar voor letsel! Breng wonden nooit in contact met lood. Na het werken met accu's altijd handen wassen. 몇 WAARSCHUWING Milieugevaar door ondeskundige verwijdering van de batte- rij Voer defecte of opgebruikte batterijen op een veilige manier af (neem eventueel contact op met een afvalverwijderingsfirma of met de Kärcher-service). Maatregelen voor onbedoeld vrijkomen van zwavelzuur. Bij reglementair gebruik en wanneer de gebruiksaanwijzing wordt opgevolgd vormen loodbatterijen geen gevaar. Houd er echter rekening mee dat loodbatterijen zwavelzuur be- vatten dat ernstig letsel kan veroorzaken.
1. Gemorst zwavelzuur of zwavelzuur dat uit een lekkende bat-
terij treedt met absorptiemiddel opvangen, bijv. zand. Niet in de riolering, de bodem of de wateren laten terechtkomen.
2. Zuur neutraliseren met kalk/natriumcarbonaat en volgens de
plaatselijke voorschriften afvoeren.
3. Neem contact op met een afvalverwerkingsbedrijf voor de af-
voer van defecte batterijen.
4. Zuurspatten in het oog of op de huid met veel helder water uit-
5. Daarna onmiddellijk een arts raadplegen.
6. Vervuilde kleding met water uitwassen.
7. Kleding vervangen.
Vooringebruikneming Aanwijzingen voor het afladen GEVAAR Gevaar voor ongevallen bij het afladen van het apparaat Gebruik bij het afladen van het apparaat een geschikte helling. Gebruik geen vorkheftruck voor het afladen/verladen van het ap- paraat. Neem het gewicht van het apparaat bij het afladen/verladen in acht. Zie ook het hoofdstuk "Technische gegevens". Afbeelding: afrijplaat
1. Sluit de accu aan en laad deze op, indien nodig.
2. Gebruik de bijgeleverde planken om een oprijplank te bouwen
volgens de tekening.
3. Verpakkingsbanden van kunststof lossnijden en verpakkings-
4. De spanbandbevestiging bij de bevestigingspunten verwijde-
5. De drie getoonde vloerplanken en het vierkante hout op de
pallet losschroeven.
6. De planken op de kant van de pallet leggen en zodanig uitlij-
nen dat ze onder de wielen van het apparaat liggen. De plan- ken vastschroeven.
7. Plaats het vierkante hout als ondersteuning onder de planken.
8. Verwijder de houten blokken die de wielen op hun plaats hou-
10.Rijd het apparaat voorzichtig van de pallet via de oprijplaat (zie hoofdstuk "Apparaat verplaatsen met eigen aandrijving") of schuif het van de pallet (zie hoofdstuk "Apparaat verplaat- sen zonder eigen aandrijving"). Aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de accu en op de accu alsook in deze gebruiksaanwijzing in acht nemen. Oogbescherming dragen. Kinderen uit de buurt van zuur en accu houden. Explosiegevaar Vuur, vonken, open licht en roken verboden. Verbrandingsgevaar Eerste hulp Waarschuwing Afvalverwijdering Accu niet in de vuilnisbak gooien.Nederlands 115 Vrijloophendel openen/sluiten GEVAAR Gevaar voor ongevallen door ontbrekende remwerking Beveilig het apparaat tegen het wegrollen vooraleer u de vrijloop- hendel bedient. 몇 VOORZICHTIG Risico op beschadiging van de hydrostatische rijaandrijving Duw het apparaat langzaam en alleen over een korte afstand. Sleep het apparaat in geen geval weg. 1 Vrijloophendel, rood 2 Positie vrijloop gesloten – Apparaat is klaar om te rijden 3 Positie vrijloop geopend – Apparaat kan worden verschoven Apparaat zonder eigen aandrijving bewegen (apparaat kan worden verplaatst) 1 Open de vrijloophendel om het apparaat te verplaatsen. a Zwenk de rechter bekleding naar buiten. b Trek de vrijloophendel naar u toe (openen). c Parkeerrem loszetten. d Verplaats het apparaat. Apparaat met eigen aandrijving verplaatsen (apparaat is klaar om te rijden) 1 Sluit de vrijloophendel na verplaatsen van het apparaat. a Parkeerrem bedienen. b Duw de vrijloophendel weg van u (sluiten). c Sluit de rechter bekleding. Zijbezem monteren Instructie De zijbezem(s) is (zijn) bij levering met een kabelbinder aan de bestuurdersstoel bevestigd.
1. Zijbezems vóór de inbedrijfstelling aan het apparaat bevesti-
gen. Zie hoofdstuk "Zijbezems vervangen". Inbedrijfstelling Veiligheidscontrole voor de start LET OP Verbrandingsgevaar door hete oppervlakken Blijf uit de buurt van de hete motor, uitlaat, spruitstuk en hydrau- lische aandrijfmotor. Laat het apparaat voor de veiligheidscontrole afkoelen. Instructie Ontbrekende informatie staat in het hoofdstuk "Verzorging en on- derhoud | Onderhoudswerkzaamheden".
1. Controleer de veiligheidsfunctie van de motorkap / bekleding
rechts. a De verbrandingsmotor mag niet starten, als de motorkap open is. b De verbrandingsmotor mag niet starten, als de bekleding open is.
2. Stoelcontactschakelaar op werking controleren.
a Bij draaiende verbrandingsmotor moet het apparaat worden uitgeschakeld, als de bestuurder opstaat van de bestuur- dersstoel.
6. Veegwals en zijbezems op vreemde voorwerpen en ingewik-
kelde banden controleren.
7. Controleer het rijpedaal op ongehinderd bewegen en functio-
nele betrouwbaarheid (alleen als het apparaat stilstaat).
Tanken GEVAAR Explosiegevaar door overstromende brandstof Let er bij het tanken op dat er op de hete oppervlakken geen brandstof terechtkomt. GEVAAR Explosiegevaar door roken en open vuur Houd u tijdens het tanken aan het strikte rookverbod en aan het verbod op open vuur. 몇 WAARSCHUWING Gezondheidsrisico door inademen van dampen Tank niet in afgesloten ruimten. LET OP Beschadigingsgevaar door verkeerde brandstof Vul uitsluitend geschikte brandstof bij, zoals aangegeven in de technische gegevens. 1 Brandstoftank 2 Tankslot 3 Tankindicatie
1. Schakel het apparaat uit (motor afzetten).
2. Motorkap naar buiten zwenken.
5. Veeg gemorste brandstof weg en sluit de tankafsluiting.116 Nederlands
Bestuurdersstoel instellen GEVAAR Gevaar voor ongevallen Stel de bestuurdersstoel alleen bij een stilstaand apparaat in. 1 Bestuurdersstoel 2 Stoelverstelhendel
1. Trek de stoelverstelhendel naar rechts en zet de bestuurders-
stoel in de gewenste positie.
2. Laat de stoelverstelhendel los.
3. Controleer of de bestuurdersstoel goed vastzit door deze naar
voren en naar achteren te bewegen. Brandstofkraan openen/sluiten 1 Brandstofkraan 1 Draai de brandstofkraan zo ver mogelijk in de overeenkomsti- ge richting om deze te openen of te sluiten. Parkeerrem bedienen/loszetten 1 Vergrendeling parkeerrem 2 Parkeerrem Parkeerrem bedienen:
2. Druk op ontgrendeling, de parkeerrem wordt losgezet.
Werking Apparaat (motor) starten Instructie Om de motor te starten moet de motorkap gesloten zijn en moet de bestuurder op de bestuurdersstoel plaatsnemen.
1. Brandstofkraan openen.
2. Op de bestuurdersstoel plaats nemen (stoelcontactschake-
4. Steek de sleutel in het contactslot en draai deze in de stand "I
Met apparaat rijden LET OP Risico op letsel bij achteruitrijden Bij achteruitrijden mag er geen gevaar voor derden ontstaan. Eventueel laten instrueren. 몇 WAARSCHUWING Gevaar voor ongevallen Rijd nooit met geheven vuilcontainer. LET OP Risico op beschadiging van de aandrijving! Zorg er voor elke rit voor dat de vrijloophendel gesloten is. Trap het rijpedaal altijd voorzichtig en langzaam in. Schakel niet plotseling van achteruit naar vooruit rijden of omgekeerd. 1 Stuurwiel 2 Vooruitrijden 3 Achteruitrijden 4 Parkeerrem 5 Grofvuilklep
1. Rijpedaal voorzichtig intrappen.
a Regel de rijsnelheid continu met het rijpedaal. b Vermijd schokkerige bediening van het pedaal. c Pas de rijsnelheid aan de betreffende omstandigheden aan.
2. Voertuig met het stuurwiel sturen.
3. Laat het rijpedaal los, het apparaat remt automatisch en stopt.
a Trek in geval van nood ook de parkeerrem aan. Veegbedrijf Instructies voor het vegen GEVAAR Verwondingsgevaar door abrupt stoppen Sta tijdens rij- of reinigingswerkzaamheden niet van de bestuur- dersstoel op (stoelcontactschakelaar brengt het apparaat abrupt tot stilstand). 몇 WAARSCHUWING Verwondingsgevaar door stenen of grind Let bij een geopende grofvuilklep op personen, dieren of voor- werpen in de omgeving (rondvliegen stenen of grind zijn gevaar- lijk).Nederlands 117 몇 VOORZICHTIG Beschadigingsgevaar door pakbanden of dergelijke Veeg geen pakbanden, koorden of dergelijke (beschadiging van het veegmechanisme). Voorwerpen of losse hindernissen mogen niet worden overreden of geduwd.
1. Pas voor een optimaal reinigingsresultaat de rijsnelheid aan
de omstandigheden aan.
2. Vegen is alleen toegestaan met ingeschoven vuilreservoir.
a Als de programmakeuzeschakelaar op "Rijden" staat, wordt de reservoirklep automatisch gesloten. b Als u de programmakeuzeschakelaar op “Vegen” zet, gaat de reservoirklep automatisch open en is het vuilreservoir klaar om vuil op te nemen.
3. Maak het vuilreservoir regelmatig leeg.
a Als er voornamelijk steentjes werd opgeveegd (hoog ge- wicht), leeg het vuilreservoir dan eerder.
4. Zet voor het reinigen van oppervlakken de programmakeu-
zeschakelaar op “Vegen met veegwals”.
5. Gebruik voor het reinigen van de zijranden ook de zijbezem,
zet hiervoor de programmakeuzeschakelaar op “Vegen met veegwals en zijbezem”.
6. Vaste hindernissen tot 6 cm hoogte kunnen langzaam en
voorzichtig worden overreden.
7. Over vaste hindernissen hoger dan 6 cm alleen met een ge-
schikte overbrugging rijden. Vegen met veegwals en zijbezems
1. Voor reinigingswerkzaamheden de rijrichting vooruit kiezen.
2. Voor oppervlaktereiniging: Laat de veegwals neer door de pro-
grammakeuzeschakelaar op “Vegen met veegwals” te zetten.
3. Voor natte of vochtige oppervlakken: Open de natte veegklep.
4. Om dichtbij de rand te reinigen, ook de rechter zijbezem neer-
laten. Hiervoor programmakeuzeschakelaar op “Vegen met veegwals en zijbezem” zetten.
5. Voor het opnemen van grotere voorwerpen (50 mm): Druk kort
op het pedaal van de grofvuilklep.
6. Af en toe de stoffilters reinigen.
a Het stoffilter wordt regelmatig automatisch gereinigd. b Druk in stoffige omgevingen ook op de schakelaar van de fil- terreiniging. Vuilreservoir leegmaken Door de hoge lediging van het apparaat kan het veeggoed in het vuilreservoir direct in een afvalcontainer worden geleegd (voor de maximale loshoogte zie hoofdstuk "Technische gegevens"). 몇 WAARSCHUWING Letselgevaar door vallende voorwerpen! Bij het optillen en neerlaten van het vuilreservoir bestaat er letsel- gevaar door voorwerpen die van het neerlegvlak vallen. Alvorens het vuilreservoir op te tillen, verwijdert u alle voorwer- pen die niet stevig vastzitten van het neerlegvlak. 몇 WAARSCHUWING Letselgevaar door kantelen van de machine bij het legen van het vuilreservoir! Leeg het vuilreservoir alleen op een stevige, vlakke ondergrond. Houd een veilige afstand bij het legen op glooiingen en hellingen. 몇 WAARSCHUWING Letselgevaar wanneer er zich iemand in het zwenkbereik van het vuilreservoir bevindt! Zorg ervoor dat er zich tijdens het ledigen geen personen of die- ren in het zwenkbereik van het vuilreservoir ophouden. 몇 WAARSCHUWING Letselgevaar door knellen en afscheuren van lichaamsdelen wanneer in het mechanisme van het vuilreservoir wordt ge- grepen! Grijp niet in het bewegingsgebied of aan de onderdelen van het ledigingsmechanisme van het vuilreservoir. 몇 WAARSCHUWING Verwondingsgevaar door het neerlaten van het vuilreser- voir! Het opgetilde vuilreservoir kan abrupt worden neergelaten en ernstig letsel veroorzaken door beknelling en beklemming. Stap niet onder het onbeveiligde vuilreservoir. Zet het opgetilde vuilreservoir goed vast met de meegeleverde veiligheidsbeugel voordat u onder het vuilreservoir stapt. 1 Toets hoge ontlading 2 Schakelaar vuilreservoir optillen/laten zakken 3 Schakelaar reservoirklep openen / sluiten
1. Zet de programmakeuzeschakelaar in de stand "Rijden" (het
vuilreservoir kan alleen in deze stand worden opgetild).
2. Plaats het apparaat ongeveer juist.
a Wacht na het plaatsen van het apparaat nog ten minste 1 minuut, zodat het stof kan bezinken alvorens het leeg te ma- ken.
3. Houd de toets voor hoge ontlading op het bedieningsveld in-
4. Druk op de schakelaar van het vuilreservoir en til het vuilreser-
voir op. a Om in een afvalcontainer te legen, tilt u het vuilreservoir vol- ledig op en rijdt u langzaam naar de verzamelcontainer. b Voor een vrije lediging tilt u het vuilreservoir ongeveer tot het midden op totdat de reservoirklep kan worden geopend (als de ledigingshoogte te laag is, wordt de werking van de re- servoirklep geblokkeerd).
5. Parkeerrem bedienen.
6. Druk op de schakelaar van de reservoirklep en maak het vuil-
9. Rijd weg van het ledigingspunt.
10.Laat het vuilreservoir helemaal zakken. Apparaat uitschakelen Na het uitschakelen van het apparaat wordt het stoffilter automa- tisch gereinigd. 1 Apparaat op een vlakke ondergrond neerzetten. 2 Draai de programmakeuzeschakelaar in stand "Rijden". 3 Parkeerrem bedienen. 4 Neem de sleutel uit de sleutelschakelaar. 5 Brandstofkraan sluiten. Transport GEVAAR Gevaar voor ongevallen bij het laden Sluit de vrijloophendel bij het laden van het apparaat altijd. Alleen dan zijn rijaandrijving en parkeerrem bedrijfsklaar. Het apparaat moet bij stijgingen of hellingen altijd met eigen aandrijving wor- den bewogen. Laad en los apparaten alleen op effen oppervlakken.118 Nederlands Gevaar voor letsel en beschadiging Neem het lege gewicht in acht (transportgewicht) van het appa- raat bij transport op aanhangers of andere voertuigen. Het apparaat volgens de geldende richtlijnen tegen het wegglij- den en kantelen beveiligen. 1 Brandstofkraan sluiten. 2 Borg de veegmachine aan de wielen met wiggen. 3 Borg de veegmachine met spanbanden of touwen. Neem de markeringen voor bevestigingsbereiken op het ba- sisframe in acht (kettingsymbolen). ● De bevestigingspunten links en rechts zijn openingen (ca. Ø 30 mm) in het frame tussen het achterwiel en het vuilreser- voir. ● Aan de voorzijde bevindt zich het bevestigingsbereik tussen voetensteun en de voortoren. 4 Minpool van de accu afklemmen. 5 Sleutel verwijderen. Opslag 몇 VOORZICHTIG Gevaar voor letsel en beschadiging Neem voor opslag het gewicht van het apparaat in acht. Neem bovendien de instructies in de handleiding van de motor in acht. 1 Parkeer de veegmachine op een vlakke ondergrond in een droge, vorstvrije omgeving. Met een zeildoek tegen stof be- schermen. 2 Beveilig de veegmachine tegen wegrollen (parkeerrem). 3 Brandstofkraan sluiten. 4 Sleutel verwijderen. 5 Koppel de minpool los van de accu, als de veegmachine lan- ger dan 4 weken niet wordt gebruikt. 6 Accu ca. elke 2 maanden laden. Als de veegmachine langdurig niet worden gebruikt: 1 Tap de brandstof uit de tank volledig af. 2 Ververs de motorolie. 3 Draai de bougie eruit en vul 5 ml verse motorolie in de bougie- boring. Draai de motor meerdere keren door zonder de bougie (niet starten). Schroef de bougie vast. Verzorging en onderhoud LET OP Neem de veiligheidsinstructies voor verzorging en het on- derhoud aan het begin van deze handleiding in acht. Reiniging van het apparaat LET OP Kortsluitingen of andere schade. Reinig het apparaat niet met een slang of een hogedrukstraal. LET OP Ondeskundige reiniging Beschadigingsgevaar. Gebruik geen schurende of agressieve reinigingsmiddelen. GEVAAR Gezondheidsrisico door stof Voor inwendige reiniging met perslucht. Draag een stofmasker en een veiligheidsbril. Binnenzijde van het apparaat reinigen 1 Open de bekledingen. 2 Apparaat met perslucht schoonblazen. 3 Apparaat met een vochtige doek in mild zeepsop gedrenkte doek reinigen. 4 Bekledingen sluiten. Apparaat buitenzijde reinigen 1 Apparaat met een vochtige doek in mild zeepsop gedrenkte doek reinigen. Onderhoudsintervallen Instructie Om te voldoen aan de eisen voor aanspraak op garantie, moeten tijdens de garantielooptijd alle service- en onderhoudswerkzaam- heden door de geautoriseerde klantenservice conform de inspec- tiechecklist (ICL) worden uitgevoerd. ● De bedrijfsurenteller geeft de tijd van de onderhoudsinterval- len aan. ● De intervallen voor service- en onderhoudswerkzaamheden door de klant / exploitant zijn vermeld in het hoofdstuk "Onder- houd door de klant". De werkzaamheden moeten worden uit- gevoerd door een gekwalificeerde specialist. Indien nodig kan altijd een beroep worden gedaan op een Kärcher-vakhandel. ● Verdere onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitge- voerd door de geautoriseerde klantenservice in overeenstem- ming met de inspectiechecklist. Neem contact op met de klantenservice. Onderhoud door de klant Instructie Alle service- en onderhoudswerkzaamheden moeten door een gekwalificeerd expert worden uitgevoerd, indien nodig kan altijd een beroep worden gedaan op een Kärcher-vakhandel. Werkzaamheden aan de hydraulica mogen alleen door de erken- de klantenservice worden uitgevoerd. Instructie Beschrijvingen zie hoofdstuk "Onderhoudswerkzaamheden". ● Dagelijks 1 zie hoofdstuk "Veiligheidscontrole voor het starten". ● Wekelijks 몇 WAARSCHUWING Verwondingsgevaar door het neerlaten van het vuilreser- voir! Het opgetilde vuilreservoir kan abrupt worden neergelaten en ernstig letsel veroorzaken door beknelling en beklemming. Stap niet onder het onbeveiligde vuilreservoir. Zet het opgetilde vuilreservoir goed vast met de meegeleverde veiligheidsbeugel voordat u onder het vuilreservoir stapt. 1 Bewegende delen op lichtlopendheid controleren. Instructie Voor alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden waarbij het vuilreservoir is opgetild, de veiligheidsbeugel inbouwen, zie hoofdstuk Veiligheidshendel vuilreservoir in-/uitbouwen. 2 Afdichtlijsten in het veegbereik op instelling en slijtage contro- leren. 3 Afdichtlijsten op de reservoirklep vuilreservoir controleren (3x) 4 Veegwals en zijbezems op slijtage controleren. 5 Stoffilter controleren en eventueel filterkast reinigen. 6 Luchtfilter controleren. 7 Brandstof- en hydraulisch systeem controleren op lekken. 8 Spanning, slijtage en werking van riemen controleren. ● Onderhoud om de 50 bedrijfsuren 1 Het luchtfilter reinigen (vaker bij gebruik in een stoffige omge- ving).Nederlands 119 ● Onderhoud om de 100 bedrijfsuren 1 De motorolie verversen (eerste verversing na 20 bedrijfsuren). 2 Bougie controleren en reinigen. 3 Luchtfilter reinigen. 4 Restbeker reinigen. ● Onderhoud om de 300 bedrijfsuren 1 Het luchtfilter vervangen. 2 Het brandstoffilter reinigen. 3 De bougie vervangen. ● Onderhoud na slijtage 1 Afdichtlijsten vervangen. 2 veegwals vervangen. 3 Zijbezems vervangen. Onderhoud door de klantenservice Instructie Om tegemoet te komen aan garantie-eisen moeten tijdens de ga- rantielooptijd alle service- en onderhoudswerkzaamheden door de geautoriseerde Kärcher-klantenservice conform de inspectie- checklist worden uitgevoerd. ● Eerste inspectie na 20 bedrijfsuren ● Onderhoud om de 100 bedrijfsuren ● Onderhoud om de 300 bedrijfsuren Onderhoudswerkzaamheden Motoroliepeil controleren/bijvullen Controleer het oliepeil terwijl het apparaat horizontaal gepar- keerd staat. LET OP Gevaar voor verbranding Raak geen hete oppervlakken, zoals uitlaat of motor aan. 1 Oliepeilstok 2 Olievulopening 3 bovenste oliepeil (MAX) 4 laagste oliepeil (MIN)
1. Apparaat op een vlakke ondergrond neerzetten.
2. Motor laten afkoelen.
a Controleer het motoroliepeil niet eerder dan 5 minuten na- dat de motor is afgezet.
3. Open de rechter bekleding.
4. Draai de peilstok los en lees het oliepeil af.
a Als het oliepeil lager is dan MIN, moet motorolie worden bij- gevuld. Voor oliesoorten, zie hoofdstuk "Technische gegevens". b Vul niet te veel bij, alleen tot MAX.
5. Als het oliepeil correct is, de peilstok erin draaien.
6. Bekleding sluiten.
Olie verversen De olieverversing uitvoeren als de motor warm is, zodat de olie beter vloeit.
1. De motor afzetten.
2. Het apparaat op een vlakke ondergrond neerzetten.
3. Zorg voor een geschikte opvangbak voor de afgewerkte olie.
4. Open de rechter bekleding (zwenken).
1 Oliepeilstok / olievulopening 2 Aftapslang 3 Aftapslanghouder 4 Slangklem 5 Sluitstuk
5. De oliepeilstok eruit draaien.
6. De aftapslang uit de houder nemen.
7. Open de slangklem op de aftapslang en trek het sluitstuk eruit.
8. De olie volledig in de opvangbak aftappen.
9. Steek het sluitstuk erin, en draai het vast met een slangklem.
10.De nieuwe motorolie (zie “Technische gegevens”) tot de on- derrand van de olievulopening bijvullen. 11.De oliepeilstok plaatsen en vastdraaien. 12.Bekleding sluiten. 13.De oude olie milieuvriendelijk afvoeren. Luchtfilter controleren
1. De vleugelmoeren losschroeven.
1 Vleugelmoer 2 Deksel 3 Luchtfilter 4 Bevestiging
2. De deksel verwijderen.
3. Het luchtfilter op vervuiling controleren, indien nodig reinigen.
4. Schuif de deksel in de houder, en bevestig hem dan.
a Let op de juiste positie in de houder.
5. De vleugelmoeren aanbrengen en vastdraaien.120 Nederlands
Luchtfilter reinigen
1. De vleugelmoeren van de deksel losschroeven.
1 Afdichting 2 Vleugelmoer deksel 3 Deksel 4 Vleugelmoer luchtfilter 5 Papierfilterinzetstuk 6 Schuimfilterinzetstuk 7 Luchtfilterbehuizing
2. De deksel verwijderen.
3. De vleugelmoeren van het luchtfilter losschroeven.
4. Het luchtfilterinzetstuk verwijderen.
5. Het schuimfilterinzetstuk van het papierfilterinzetstuk verwij-
7. Beschadigde luchtfilterinzetstukken vervangen.
8. Bij verder gebruik luchtfilterinzetstukken reinigen.
9. Het papierfilterinzetstuk enkele keren op een hard oppervlak
uitkloppen of van binnen met perslucht schoonblazen (maxi- maal 0,2 MPa). 10.Het schuimfilterinzetstuk: a In warme loopoplossing reinigen. b Met helder water spoelen. c Of met niet-ontvlambaar oplosmiddel reinigen. d Laten drogen. e In schone motorolie dompelen. f Overtollige olie eruit drukken. 11.De binnenzijde van de deksel en de luchtfilterbehuizing met een vochtige doek schoonvegen. Voorkom dat vuil de motor binnendringt. 12.Het schuimfilterinzetstuk op het papierfilterinzetstuk plaatsen. 13.Het luchtfilterinzetstuk in de luchtfilterbehuizing plaatsen. 14.Ervoor zorgen dat de afdichting tussen luchtfilterbehuizing en motor is aangebracht. 15.De vleugelmoeren van het luchtfilter aanbrengen en vast- draaien. 16.De deksel aanbrengen. 17.De vleugelmoeren van de deksel aanbrengen en vastdraaien. Restbeker reinigen
2. De restbeker eraf schroeven.
3. De O-ring verwijderen.
4. De restbeker in niet-ontvlambaar oplosmiddel reinigen.
5. De restbeker grondig afdrogen.
6. De O-ring in de behuizing plaatsen.
7. De restbeker erin draaien en vastdraaien.
8. De brandstofkraan in stand ON zwenken.
9. De restbeker op dichte bevestiging controleren.
2. De omgeving van de bougie reinigen zodat geen vuil in de mo-
tor dringt als de bougie wordt verwijderd.
3. De bougie met een 13/16” bougiesleutel eruit schroeven.
1 Bougiesleutel 2 0,7...0,8 mm 3 Afdichting 4 Bougie
4. Een bougie met versleten elektrode of gebroken isolator ver-
5. De elekrodestafstand van de bougie controleren. Instelwaarde
6. De afdichting van de bougie op beschadiging controleren.
LET OP Beschadigingsgevaar Een losse bougie kan oververhitten en de motor beschadigen. Een te vast aangedraaide bougie beschadigt het schroefdraad in de motor.
4Nederlands 121 Neem de volgende aanwijzingen voor het vastdraaien van de bougie in acht.
7. De bougie er voorzichtig met de hand indraaien. Het schroef-
draad niet kantelen.
8. De bougie er met de bougiesleutel helemaal indraaien en als
volgt vastdraaien. a Een gebruikte bougie 1/8...1/4 omdraaiing vastdraaien. b Een nieuwe bougie 1/2 omdraaiing vastdraaien.
9. De bougiestekker erop steken.
Peil hydraulische olie controleren en hydraulische olie bijvullen LET OP Gevaar voor beschadiging van het hydraulische systeem Zorg bij het bijvullen voor de grootst mogelijke reinheid. Werkzaamheden aan het hydraulische systeem mogen alleen worden uitgevoerd door de geautoriseerde klantenservice. Afbeelding zonder motorkap 1 Hydraulische olietank 2 Ontluchtingsdeksel / vulopening 3 Filter hydraulische olie
1. Apparaat uitzetten.
2. Open de motorkap.
3. Vulpeil hydraulische olie bij koude motor controleren.
a Het peil van de hydraulische olie moet tussen de bovenste “MAX” en de onderste markering “MIN” liggen.
4. Indien nodig hydraulische olie bijvullen.
a Verwijder de ontluchtingsdeksel. b Hydraulische olie bijvullen. Hydraulische oliesoorten: zie hoofdstuk "Technische gege- vens". c Bevestig de ontluchtingsdeksel.
5. Sluit de motorkap.
Achterwiel vervangen 몇 WAARSCHUWING Gevaar voor letsel Parkeer de auto alleen op een stabiele ondergrond. Ondergrond op stabiliteit controleren. Beveilig het apparaat bo- vendien met een wielkeg tegen wegrollen. Geschikte gewone krik gebruiken. 1 Achterwiel 2 Wielmoer (4x) 3 Symbool opnamepunt
1. Apparaat op effen ondergrond plaatsen.
a Ondergrond op stabiliteit controleren. b Apparaat tegen het wegrollen beveiligen. c Open de zijbekleding resp. de motorkap.
2. Plaats de krik op de gemarkeerde montagepunten onder het
3. Wielmoeren met geschikt gereedschap ca. 1 omwenteling los-
4. Apparaat met de krik optillen.
5. Draai de wielmoeren los en verwijder ze.
6. Wiel verwijderen.
7. Laat het defecte wiel in een gespecialiseerde werkplaats repa-
8. Wiel positioneren, wielmoeren er zover mogelijk indraaien en
9. Laat het apparaat weer neer met de krik.
10.Zijbekleding resp. motorkap sluiten 11.Draai de wielmoeren met het vereiste moment (56 Nm) vast. Voorwiel vervangen
1. Neem voor de verwijdering van het voorwiel contact op met de
klantenservice. Zijbezem vervangen Dankzij de zwevende montage van de zijbezem past het veegpa- troon zich automatisch aan, als de borstelharen versleten zijn. Vervang de zijbezem als deze te versleten is (lengte borstelharen ongeveer 10 cm). 1 Zijbezem 2 Schroeven
1. Apparaat uitzetten.
2. 3 schroeven aan de onderkant uitschroeven.
3. Zijbezem verwijderen.
4. Indien nodig opname reinigen.
5. Nieuwe zijbezem op meenemer steken en met schroeven be-
vestigen.122 Nederlands Veegwals vervangen/controleren Veegwals demonteren Door de vlottende lagering van de veegwals wordt bij slijtage van de borstels de veegspiegel automatisch bijgesteld. Bij te sterke slijtage (reinigingsresultaat niet bevredigend) vervangen. 1 Kartelschroef, links 2 Lagerplaat 3 Afdekplaat 4 Kartelschroef, rechts
1. Apparaat uitzetten.
3. Linker kartelschroef uitschroeven.
4. Lagerplaat uittrekken.
5. Rechter kartelschroef uitschroeven.
6. Afdekplaat aftrekken.
7. Veegwals uittrekken.
Veegwals inbouwen 1 Veegwals 2 Veegwalsopname 3 Uitlijning van de borstelharen naar voren in de rijrichting
1. Veegwals op slijtage en ingewikkelde banden controleren.
2. Indien nodig: nieuwe veegwals inbouwen.
3. Zorg er bij de installatie voor dat de borstelharen correct zijn
uitgelijnd (veegwalsopnames zijn identiek).
4. Afdekplaat en lagerplaat in omgekeerde volgorde monteren.
Afdichtlijsten vervangen / instellen Instructie De naloop van de voorste en achterste afdichtlijst definieert het omleggen van de afdichtlip naar achteren bij het vooruitrijden. De zijdelingse afdichtlijsten moeten bij juiste instelling een af- stand tot de grond hebben. 1 Bevestiging 2 Zijdelingse afdichtlijst 3 Voorste afdichtlijst 4 Achterste afdichtlijst
1. Bevestiging van de afdichtlijsten losmaken.
2. Afdichtlijst door verschuiven in de langgaten instellen.
a Waarden zie in de tabel.
3. Kloppen de instellingen, dan de afdichtlijsten bevestigen.
Stoffilter controleren/vervangen GEVAAR Gezondheidsrisico door stof Draag een stofmasker en veiligheidsbril bij werkzaamheden aan de filterinstallatie. Neem de veiligheidsvoorschriften bij de omgang met fijn stof in acht. 1 Afdekking 2 Greep 3 Hendel stoffilter 4 Stoffilter (ronde filter)
1. Apparaat uitzetten.
2. Wacht ten minste 1 minuut zodat het stof kan neerdalen.
3. Draai de afdekking naar boven aan de verzonken greep.
4. Beweeg de hendel van het stoffilter naar rechts.
5. Stoffilter naar boven toe verwijderen.
6. Indien nodig: Stoffilter reinigen (uitzuigen of voorzichtig afklop-
pen) of nieuwe stoffilter plaatsen. Veiligheidshendel vuilreservoir in-/uitbouwen Inbouwen:
1. Parkeer de machine op een stevige, horizontale ondergrond.
2. Til het vuilreservoir volledig op, zie hoofdstuk Vuilreservoir
3. Schakel de machine uit, zie hoofdstuk Apparaat uitschakelen.
Afdichtlijsten Instelwaarden Zijdelingse afdichtlijsten Afstand tot de grond 0 - 1 mm Voorste afdichtlijst Naloop 10-15 mm Achterste afdichtlijst Naloop 5-10 mmNederlands 123
4. Open de rechter bekleding, zie hoofdstuk Bekleding rechts
5. Verwijder de veiligheidsbeugel.
a Trek de splitpennen uit de bouten. b Trek de bouten eruit en verwijder de veiligheidsbeugel van de balk.
6. Plaats de veiligheidsbeugel tussen de rechterbalk en de rech-
ter hefarm zoals afgebeeld.
7. Plaats de bouten.
a Plaats de bouten in de boringen. b Steek de splitpennen in de boringen van de bouten totdat de splitpennen vastklikken. LET OP Beschadigingsgevaar! Het optillen of neerlaten van het vuilreservoir met gemonteerde veiligheidsbeugel veroorzaakt schade aan de machine en de vei- ligheidsbeugel! Om te voorkomen dat het vuilreservoir hydrau- lisch wordt opgetild of neergelaten, is het niet mogelijk om de rechterbekleding te sluiten wanneer de veiligheidsbeugel is inge- bouwd. Dit activeert de veiligheidsschakeling. Sluit de rechterbekleding voorzichtig! Uitbouwen:
8. De uitbouw gebeurt in de omgekeerde volgorde.
Hulp bij storingen Kleinere storingen kunt u met behulp van het volgende overzicht zelf verhelpen. Bij alle niet vermelde storingen met de klantenservice (service) contact opnemen! GEVAAR Gevaar voor ongevallen en letsel door onbedoelde bewe- ging van het voertuig Schakel voor alle verzorgings- en onderhoudswerkzaamheden het voertuig uit en trek de contactsleutel eruit. GEVAAR Gevaar voor elektrische schokken Koppel de accu bij werkzaamheden aan elektrische componen- ten los. Reparatiewerkzaamheden en werkzaamheden aan elektrische componenten mogen alleen door de geautoriseerde klantenser- vice worden uitgevoerd. Zekeringen van het apparaat Als een functie uitvalt, kunt u de zekeringen van het apparaat controleren alvorens contact op te nemen met de klantenservice. 몇 WAARSCHUWING Beschadigingsgevaar door verkeerde behandeling De besturing of apparaatcomponenten kunnen beschadigd raken door verkeerd geplaatste zekeringen! Vervang de zekeringen van het apparaat alleen door zekeringen van hetzelfde type (mespatroon) en met dezelfde waarde (A). De zekeringen van het apparaat bevinden zich op de elektroni- sche besturing van het voertuig. De besturing bevindt zich onder de voorste afdekking van de stuurkolom:
1. Zet het apparaat uit en zet het vast om wegrollen te voorko-
3. Draai de vijf schroeven van de voorste afdekking los.
4. Afdekking verwijderen.
5. Identificeer de defecte zekering van het apparaat aan de hand
6. Vervang de defecte zekering van het apparaat.
7. Plaats de afdekking terug.
8. Sluit de minpool van de accu weer aan.124 Nederlands
Apparaatzekeringen (overzicht) A: Zekeringen op de elektronische besturing B: Zekeringen in de kabelboom (zekeringhouder) Apparaatzekering Waarde (A) Benaming F100H 7,5 Sleutelschakelaar F102H 7,5 Werklamp F103H 7,5 Waterpomp F104H 3 Led F105H 7,5 Werklamp F106H 3 Blue Spot F107H 1 Teller F109H 5 Filter motor F110H 7,5 Hoorn F111H 10 Hefmotoren F112H 5 Motor Start F113H 1 Zwaailicht F114H 1 Lediging positiesen- sor F200H 30 Hoofdzekering F201H 3 K1 hoofdkraan F205H 3 K4 veegmachines F207H 3 K6 klep openen F209H 3 K3 klep sluiten F212H 3 K5 optillen F213H 3 K2 laten zakken Apparaatzekering Waarde (A) Benaming F1 (M9) 7,5 Hefmotor F2 (M8) 7,5 Hefmotor F3 (M11) 7,5 Hefmotor Fout Remedie De motor start niet Starter controleren/laden. Sleutelschakelaar in stand "I - ON". Programmakeuzeschakelaar in de stand "Rijden" Bij koude buitentemperaturen: Chokehendel bedienen. Op de bestuurdersplaats plaats nemen (stoelcontactschakelaar wordt geactiveerd). Sluit de motorkap en de bekleding volledig. Controleer het motoroliepeil, vul motorolie bij indien nodig. Brandstof tanken. Brandstofkraan openen. Controleer de bougie. Motor loopt onregelmatig Vulpeil van de brandstoftank controleren. Stand van de chokehendel controleren. Controleer aansluitingen en leidingen van het brandstofsysteem. Controleer / reinig / vervang bougie. Luchtfilter reinigen/vervangen. Motor draait, maar apparaat rijdt niet of slechts langzaam Parkeerrem loszetten. Stand van de vrijloophendel controleren. Controleer / vul het vulpeil van de hydrauliekolietank bij. Bij vriestemperaturen en koude hydraulische olie: Laat het apparaat minstens 3 minuten warm draaien. Motor schakelt niet uit (pro- grammakeuzeschakelaar en sleutelschakelaar in stand OFF) Benzinemotor: a Open de motorkap (pas op voor de draaiende V-snaar). b Brandstofkraan sluiten. Stof bij het vegen/onvoldoen- de zuigcapaciteit Vuilreservoir leegmaken. Stoffilter controleren/reinigen/vervangen. a Correcte plaatsing van de stoffilter controleren. b Stoffilter bij lichte verontreinigingen reinigen. c Stoffilter bij beschadiging of sterke verontreiniging vervangen. Afdichtlijsten in het veegbereik op slijtage controleren. Stel deze opnieuw af of vervang hem indien nodig. Controleer / vervang de afdichtingen van de filterkast. Afdichtstrips op vuilreservoir controleren / vervangen.Nederlands 125 Toebehoren/reserveonderdelen Hierna (bij wijze van uittreksel) een overzicht van de slijtageon- derdelen of optionele verkrijgbaar toebehoren. Reinigingsresultaat niet be- vredigend Veegwals en zijbezems op slijtage controleren, indien nodig vervangen. Afdichtlijsten op slijtage controleren, indien nodig instellen/vervangen. Werking van de grofvuilklep controleren. Klep voor nat vegen sluiten. Vulniveau van de hydraulische olietank controleren. Hydraulisch systeem op dichtheid controleren. Veegwals/zijbezems draaien niet Zet de programmakeuzeschakelaar op het gewenste programma “Vegen”. Vulniveau van de hydraulische olietank controleren. Hydraulisch systeem op dichtheid controleren. Veegwals/zijbezems op ingewikkelde banden controleren. Contact opnemen met de klantenservice. Legen vuilreservoir functio- neert niet Schroef afschuifbeveiliging van het vuilreservoir (links en rechts) is afgebroken, vervang de kapotte schroef. Contact opnemen met de klantenservice. De rechterbekleding kan niet worden gesloten Het vuilreservoir is beveiligd door de veiligheidsbeugel. De veiligheidsbeugel verwijderen, zie hoofdstuk Veiligheidshendel vuilreservoir in-/uitbouwen. Fout Remedie Toebehoren Beschrijving Bestelnr. Zijbezem, stan- daard Voor binnen- en buitenopper- vlakken 6.905-986.0 Zijbezem, zacht Voor fijn stof, op binnen- en buitenoppervlakken Bestand tegen natheid 6.906-133.0 Zijbezem, hard Voor het verwijderen van ste- vig aanplakkend vuil, buiten Bestand tegen natheid 6.906-065.0 Onkruidborstel Zijbezems voor het verwijde- ren van onkruid 6.906-065.0 Veegwals, stan- daard Voor binnen- en buitenopper- vlakken Slijtvast en bestand tegen nat- heid 6.905-095.0 Veegwals, zacht Voor fijn stof, op binnen- en buitenoppervlakken Bestand tegen natheid 6.905-190.0 Veegwals, hard Voor het verwijderen van ste- vig aanplakkend vuil, buiten Bestand tegen natheid 6.905-191.0 Stoffilter (ronde fil- ter) 6.414-532.0 Afdichtlijst, zijkant links en rechts 5.365-078.0 Afdichtlijst, achter 5.365-053.0 Afdichtlijst, voor 5.294-000.0 Aanbouwset zijbe- zem, links Moet door de klantenservice worden gemonteerd 2.852-912.7 Voorwiel Als vervanging 6.435-120.0 Achterwiel Als vervanging 6.435-291.0 Home Base toe- behoren Beschrijving Bestelnr. Adapter Voor de bevestiging aan de Home Base rail (apparaat) 5.035-488.0 Dubbele haak Alleen in combinatie met adap- ter bruikbaar 6.980-077.0 Reservoir reini- gingsmiddel Alleen in combinatie met adap- ter bruikbaar 4.070-006.0 Set tang voor grof vuil Tang voor grof vuil inclusief bevestiging aan het apparaat 4.035-524.0126 Nederlands Technische gegevens KM 100/120 R G KM 100/120 R G 2SB Gegevens capaciteit apparaat Rijsnelheid (max.) km/h 7 7 Werksnelheid (max.) km/h 7 7 Klimvermogen (max.) % 18 18 Werkbreedte zonder zijbezem mm 730 730 Werkbreedte met 1 zijbezem mm 1000 1000 Werkbreedte met 2 zijbezem mm 1280 Theoretische oppervlaktecapaciteit Oppervlaktecapaciteit zonder zijbezem m
/h 5110 5110 Oppervlaktecapaciteit met 1 zijbezem m
/h 7000 7000 Oppervlaktecapaciteit met 2 zijbezem m
/h 8960 Accu Accutype onderhoudsvrij onderhoudsvrij Accuspanning V 12 12 Omgevingsvoorwaarden Omgevingstemperatuur °C -5...+40 -5...+40 Luchtvochtigheid, niet condenserend % 0...90 0...90 Afmetingen en gewichten Lengte mm 1660 1660 Breedte mm 1110 1140 Hoogte mm 1355 1355 Leeggewicht (transportgewicht) kg 570 570 Toegestaan totaal gewicht kg 944 944 Breedte veegwals mm 730 730 Diameter veegwals mm 285 285 Diameter zijbezem mm 410 410 Vuilreservoir Volume vuilreservoir l (kg) 120 120 Ontlaadhoogte (max.) mm 1520 1520 Filter en zuigsysteem Filteroppervlak m
Co2-emissie in overeenstemming met de meetmethode van EU-ver- ordening 2016/1628 (niveau V) g/kWh 762 762 Koeltype Luchtgekoeld Luchtgekoeld Motorrendement kW/PS 6,3 / 8,4 6,3 / 8,4 Bougietype BPR6ES (NGK) BPR6ES (NGK) Inhoud brandstoftank l 5,3 5,3 Motortoerental 1/min 3600 3600 Gebruiksduur bij volle tank h ca. 3,5 ca. 3,5 Bedrijfsstoffen Brandstoftype Benzin bleifrei (min. 91 Oktan) Benzin bleifrei (min. 91 Oktan) Type motorolie API SJ API SJ Hoeveelheid motorolie l 1,1 1,1 Type olie SAE 10W30 SAE 10W30 Soort hydraulische olie Shell Tellos S 3 V 68 Shell Tellos S 3 V 68 Bandenuitrusting Adapterplaat, voor ø 300 mm ø 300 mm Adapterplaat, achter 4.00-8 6PR 4.00-8 6PR Bandenspanning MPa (bar) 0,6 (6) 0,6 (6)Türkçe 127 Technische wijzigingen voorbehouden. EU-conformiteitsverklaring Hiermee verklaren wij dat de hierna vermelde machine op basis van het ontwerp en type en in de door ons op de markt gebrachte uitvoering voldoet aan de relevante veiligheids- en gezondheids- vereisten van de EU-richtlijnen. Bij een niet door ons goedge- keurde wijziging van de machine verliest deze verklaring zijn geldigheid. Product: Veeg-/zuigmachine Type: 1.280-xxx.0 Relevante EU-richtlijnen 2006/42/EG (+2009/127/EG) 2014/30/EU 2000/14/EG 2014/53/EU (TCU) Toegepaste geharmoniseerde normen EN 60335-1 EN 60335-2-72 EN 55012: 2007 + A1: 2009 EN 62233: 2008 TCU EN 301 511 V12.5.1 EN 300 440 V2.1.1 EN 300 328 V2.2.2 EN 300 330 V2.1.1 Toegepaste nationale normen
1,9 1,9 Vibratiewaarde stoel m/s
Notice-Facile