STIGA SBC 646 F - Grasmaaier

SBC 646 F - Grasmaaier STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SBC 646 F STIGA in PDF-formaat.

📄 553 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice STIGA SBC 646 F - page 337
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : STIGA

Model : SBC 646 F

Categorie : Grasmaaier

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SBC 646 F - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SBC 646 F van het merk STIGA.

GEBRUIKSAANWIJZING SBC 646 F STIGA

Met de hand draagbare bosmaaier met motor GEBRUIKERSHANDLEIDING LET OP: vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handleiding aandachtig te lezen.

NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing

[2] Motor [3] 2-takt luchtkoeling [4] Cilinderinhoud [5] Vermogen [6] Rotatiesnelheid van de motor zonder belasting [7] Maximale rotatiesnelheid van de motor (draadhouder) [8] Maximale rotatiesnelheid van de motor (mesen) [9] Maximale rotatiesnelheid van het werktuig (draadhouder) [10] Maximale rotatiesnelheid van het werktuig (mesen) [11] Vermogen brandstofreservoir [12] Mengeling (Benzine : Olie 2-takt) [13] Bougie [14] Snijbreedte (draadhouder) [15] Snijbreedte (mes met 3 punten, 4 punten en 8 punten) [16] Snijbreedte (zaagmes) [17] Bevestiging draadhouder [18] Diameter draadhouder (max) [19] Code snij-inrichting [20] Code snij-inrichting (mes met 8 punten) [21] Code snij-inrichting (zaagblad) [22] Code bescherming (draadhouder, mes met 3 punten, 4 punten en 8 punten) [23] Code bescherming (zaagmes) [24] Gewicht [25] Handvat vooraan, achteraan [26] Handgreep [27] Niveau geluidsdruk [28] Onzekerheid [29] Gemeten geluidsvermogenniveau [30] Gegarandeerd geluidsniveau [31] Trillingen overgedragen op de hand op de voorste handgreep [32] Trillingen overgedragen op de hand op de achterste handgreep [33] Trillingen doorgegeven aan het hand vanuit het rechterhandvat [34] Trillingen doorgegeven aan het hand vanuit het linkerhandvat

In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de veiligheid of de werking, op verschillende wijze gekenmerkt, volgens het volgende criterium: OPMERKING of BELANGRIJK verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of dat er schade veroorzaakt wordt. Het symbool wijst op een gevaar. Veronachtzaming van de waarschuwing leidt tot mogelijke persoonlijke letsels of letsels aan anderen en/of schade. De paragrafen die aangegeven zijn met een grijze stippen-boord wijzen op optionele kenmerken die niet aanwezig zijn op alle modellen die in deze handleiding beschreven zijn. Controleer of het kenmerk aanwezig is op het model in kwestie. De aanwijzingen “voor”, “achter”, “rechts” en “links” hebben betrekking op de werkpositie van de bediener.

De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzingen zijn genummerd 1, 2, 3 enz. De onderdelen die op de afbeeldingen zijn aangegeven, zijn gekentekend met de letters A, B, C enz. Een verwijzing naar het onderdeel C in afbeelding 2 wordt aangegeven met de tekst: “Zie Afb. 2.C” of eenvoudigweg “(Afb. 2.C)”. De afbeeldingen zijn indicatief. De eectieve delen kunnen wijzigen ten opzichte van wat aangegeven is.

De handleiding is onderverdeeld in hoofdstukken en paragrafen. De titel van de LET OP!: VOORALEER DE MACHINE TE GEBRUIKEN, DIENT MEN DEZE HANDLEIDING AANDACHTIG TE LEZEN. Bewaren voor toekomstige behoeften.

3.1 Beschrijving machine en beoogd gebruik ....... 5

3.4 Belangrijkste onderdelen ................................ 6

4. MONTAGE .............................................................. 7

4.1 Onderdelen voor de montage ......................... 7

4.2 Montage van de handgrepen ......................... 7

4.3 Keuze van de snij-inrichting en van de

specieke bescherming.................................. 7

4.4 Montage van de bescherming van de snij-

4.6 Montage van de exibele aandrijvingsbuis ..... 9

5.4 Handvat voor handmatige start .................... 10

6.1 Voorafgaande werkzaamheden .................... 10

6.5 Suggesties voor het gebruik ......................... 13

7.2 Bereiding van het mengsel ........................... 14

7.3 Bijvullen van brandstof ................................. 15

7.4 Reiniging van de machine en van de motor .. 15

7.5 Moeren en schroeven voor bevestiging ........ 15

8.5 Onderhoud van de snij-inrichting .................. 16

8.6 Bijslijpen van de draadsnijder ....................... 17

8.7 Regeling van het minimumtoerental ............. 17

paragraaf “2.1 Training” is een ondertitel van “2. Veiligheidsvoorschriften". De verwijzingen naar titels of paragrafen zijn aangegeven met de afkorting hfdst. of par. en het desbetreend nummer. Voorbeeld: “hfdst. 2” of “par. 2.1”.

Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de machine snel af te zetten. Het niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letsels veroorzaken.

  • Nationale wetgeving kan het gebruik van de machine beperken.
  • Laat nooit toe dat de machine gebruikt wordt door kinderen of door personen die niet vertrouwd zijn met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zijn.
  • Gebruik de machine nooit indien de gebruiker vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoen ingenomen heeft die een negatieve invloed kunnen hebben op zijn reactievermogen en aandacht.
  • Denk eraan dat de persoon die de machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen overkomen. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de risico’s, die het terrein waarop hij moet werken met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treen met het oog op zijn eigen veiligheid en die van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen.
  • Indien men de machine aan derden wil geven of lenen, moet men zich ervan verzekeren dat de gebruiker de gebruiksaanwijzingen in dit handboek doorneemt.

2.2 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

  • Gebruik aanpassende beschermende kledij met anti-snij beschermingen, trillingdempende handschoenen, beschermende bril, anti– stofmaskers, gehoorbeschermers en anti–snij schoenen met anti–slipzool.
  • Draag geen sjaal, hemd, halsketting, armbanden, kledij met losse delen, of met bandjes of dassen of andere hangende of wijde accessoires die vastgegrepen kunnen worden door de machine of voorwerpen en materiaal aanwezig op de werkplaats.
  • Lang haar wordt zorgvuldig bijeengebonden. Werkzone / Machine
  • Controleer grondig de hele werkzone en verwijder alles wat van door de machine weg zou kunnen uitgestoten worden of de snij-inrichting/draaiende organen zou kunnen beschadigen worden (keien, takken, ijzerdraad, beenderen, enz.). Benzinemotoren: brandstof GEVAAR! De benzine en het mengsel zijn uiterst ontvlambaar! – Bewaar de benzine en het mengsel in speciale houders die daarvoor gehomologeerd zijn, op een veilige plaats, uit de buurt van warmtebronnen of naakte vlammen. – De recipiënten moeten buiten het bereik van kinderen bewaard worden. – Zorg ervoor dat de houders vrij blijven van resten gras, bladeren of een overdreven hoeveelheid vet. – Rook niet tijdens de voorbereiding van het mengsel, tijdens het tanken of het bijvullen van brandstof of elke keer wanneer men met de brandstof werkt. – Gebruik een trechter om brandstof bij te vullen, en doe dit enkel in de open lucht. – Vermijd inademing van de dampen van de brandstof. – Als de motor aanstaat of warm is mag u geen brandstof toevoegen of de dop van de benzinetank afdraaien. – Open de dop van het reservoir langzaam om de interne druk geleidelijk aan af te laten. – Breng geen vlammen nabij de opening van het reservoir om de inhoud ervan te controleren. – Als u brandstof gemorst hebt, mag u de motor niet starten maar dient u de machine uit de buurt van de plek waar u de brandstof gemorst hebt te brengen en voorkomen dat er brand ontstaat. U dient te wachten totdat de brandstof verdampt is en de dampen opgelost zijn. – Draai de dop altijd weer goed op het brandstofreservoir en op de houder van de brandstof. – Reinig onmiddellijk elk spoor van brandstof dat op de machine of op de grond gelekt is. – Start de machine nooit op de plaats waar de brandstof bijgevuld werd; de motor moet steeds gestart worden op eenNL - 3 afstand van minstens 3 meter van de plaats waar de brandstof bijgevuld werd. – Zorg ervoor dat de brandstof niet in aanraking komt met de kledij en trek in ieder geval steeds nieuwe kleren aan vooraleer de motor op te starten.
  • Schakel de motor niet aan in gesloten ruimtes, waar er zich gevaarlijke koolstofmonoxidedampen kunnen vormen. De machine dient altijd in de open lucht of in een goed geventileerde ruimte gestart te worden! Denk er altijd aan dat de uitlaatgassen giftig zijn!
  • Richt, tijdens het opstarten van de machine, de geluidsdemper en dus de uitlaatgassen nooit naar ontvlambare materialen.
  • Gebruik de machine niet in omgevingen met gevaar op ontplong, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoen, gas of stof. Elektrische contacten of mechanische wrijvingen kunnen vonken veroorzaken die het stof of de dampen kunnen doen ontbranden.
  • Enkel bij daglicht of met goed kunstmatig licht en bij goede zichtbaarheid reinigen.
  • Verwijder personen, kinderen en dieren uit de werkzone. De kinderen moeten onder toezicht van een andere volwassene staan.
  • Controleer of andere personen zich op minstens 15 meter afstand van de actieradius van de machine bevinden, of op minstens 30 meter in geval van zwaardere werkzaamheden;
  • Vermijd zoveel mogelijk te werken op een natte of glibberige grond, of in ieder geval op te oneen of steile terreinen die de stabiliteit van de bediener tijdens het werken niet kunnen garanderen;
  • Let bijzonder goed op de onregelmatigheden van het terrein (drempels, geulen), op de hellingen, op verborgen gevaren en op de aanwezigheid van eventuele hindernissen die de zichtbaarheid zouden kunnen beperken.
  • Wees zeer voorzichtig nabij ravijnen, grachten of dijken.
  • Werk op een helling dwars en nooit in de richting stijging/daling, let goed op bij de veranderingen van richting, controleer uw steunpunt goed en blijf steeds onder de snij-inrichting.
  • Let goed op het verkeer, wanneer de machine dicht bij de straat gebruikt wordt. Gedrag
  • Tijdens het werk moet de machine altijd met beide handen vastgenomen worden, met de motor rechts van het lichaam en de snijgroep onder het niveau van de riem.
  • Neem tijdens het gebruik een vaste en stabiele positie aan en wees altijd voorzichtig.
  • Loop nooit, maar stap.
  • Zorg ervoor dat de machine tijdens het werk altijd vastgehaakt is aan het draagstel.
  • Houd altijd de handen en voeten ver van de snij-inrichting, zowel wanneer de motor gestart wordt als tijdens het gebruik van de machine.
  • Let op: het snij-element blijft gedurende enkele seconden na zijn afkoppeling of na uitschakeling van de motor draaien.
  • Let op eventueel materiaal dat door de beweging van de snij-inrichting wegspringt.
  • Let erop niet hard met de snij-inrichting tegen vreemde voorwerpen/hindernissen te stoten. Indien de snij-inrichting een hindernis/ voorwerp tegen komt, kan er zich een terugslag (kickback) voordoen. Dit kan een zeer snelle sprong in de tegenovergestelde richting veroorzaken, en de snij-inrichting naar boven en naar de bediener toe duwen. Door de terugslag kan men de controle over de machine verliezen, met mogelijk ernstige gevolgen. Om de terugslag te voorkomen, moet men de geschikte voorzorgsmaatregelen nemen, die hierna beschreven zijn: – Houd de machine stevig vast, met twee handen, en houd uw lichaam en armen in een positie die u toestaat te weerstaan aan de kracht van de tegenslag. – Steek de armen niet te hoog uit en maai niet boven het niveau van de riem. – Gebruik enkel de door de fabrikant aangegeven snij-inrichtingen. – Volg de aanwijzingen van de fabrikant met betrekking op het onderhoud van de snij-inrichting.
  • Let op het risico op letsels veroorzaakt door eender welke inrichting voor het snijden van de lengte van de draad.
  • Let op: het snij-element blijft draaien ook nadat de motor werd uitgeschakeld.
  • Raak de delen van de motor die zich tijdens het gebruik opwarmen, nooit aan. Risico op brandwonden.
  • Om brandgevaar te voorkomen, de machine niet met warme motor achterlaten op bladeren, droog gras, of ander ontvlambaar materiaal.

In geval van breuken of ongevallen tijdens het werk, dient men de motor onmiddellijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevallen met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddellijk de meest geschikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheidsstructuur te richten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schadeNL - 4 of letsels aan personen of dieren kunnen veroorzaken indien ze onopgemerkt blijven.

Het niveau van het geluid en van de trillingen dat aangegeven is in deze handleiding, zijn de maximale waarden voor het gebruik van de machine. Het gebruik van een niet gebalanceerd maai-element, een overdreven snelheid van de beweging en gebrekkig onderhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen. Bijgevolg is het noodzakelijk preventieve maatregelen te treen om mogelijke schade ten gevolge van een hoog geluidsniveau en stress van trillingen te vermijden; zorg voor het onderhoud van de machine, draag gehoorbescherming, maak pauzes tijdens het werk.

De langdurige blootstelling aan trillingen kan neuro-vasculaire letsels en problemen veroorzaken (ook gekend onder de naam “fenomeen van Raynaud” of “witte hand”), vooral bij personen die circulatiestoornissen hebben . De symptomen kunnen betrekking hebben op de handen, de polsen en de vingers, met verlies van gevoeligheid, loomheid, jeuk, pijn, verkleuring of structurele wijzigingen van de huid. Deze eecten kunnen versterkt worden door een lage omgevingstemperatuur en/ of een overdreven druk op de handgreep. Wanneer deze symptomen optreden, moet de machine minder lang gebruikt worden en is het noodzakelijk een arts te raadplegen. Beperkingen voor het gebruik

  • De machine mag niet gebruikt worden door personen die niet in staat zijn om het gereedschap stevig met beide handen vast het houden en/of om stevig in evenwicht te blijven staan op beide benen.
  • Gebruik de machine nooit indien de beschermingen beschadigd zijn, ontbreken of niet correct geplaatst zijn.
  • Wijzig de afstellingen van de motor niet, en overbelast hem niet. Indien de motor aan een te hoog toerental werkt, verhoogt het risico op persoonlijke letsels.
  • Overbelast de machine niet en gebruik geen kleine machine om zware werken te verrichten; het gebruik van een machine met aangepaste afmetingen zal de risico’s beperken en de kwaliteit van het werk verbeteren.

2.4 ONDERHOUD, STALLING EN VERVOER

Regelmatig onderhoud en een correcte stalling garanderen de veiligheid van de machine en het niveau van de performance. Gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of beschadigd zijn. De defecte of beschadigde onderdelen moeten vervangen en niet gerepareerd worden. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen: het gebruik van niet originele en/of niet goed gemonteerde onderdelen beïnvloedt de veiligheid van de machine, kan ongelukken of persoonlijk letsel aanrichten en de fabrikant kan hiervoor niet aansprakelijk gesteld worden. Onderhoud

  • Om het risico op brand te verminderen, moet men regelmatig controleren of er geen lekken van olie en/of brandstof zijn.
  • Tijdens de afstellingen van de machine, moet men erop letten dat de vingers niet tussen de snij-inrichting en de vaste delen van de machine verklemd geraken. Stalling
  • Zet de machine niet met brandstof in de tank in een ruimte waar de brandstofdampen met vlammen, vonken of een warmtebron in aanraking zouden kunnen komen.
  • Laat geen houders met restmateriaal in een gesloten ruimte, om het risico op brand te voorkomen.

2.5 BESCHERMING VAN DE OMGEVING

De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven.

  • Wees geen storend element voor uw buren. Gebruik de machine enkel op redelijke uren (niet 's ochtends vroeg of 's avonds laat wanneer dit andere personen zou kunnen storen).
  • Volg nauwgezet de plaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, olie, brandstof, lters, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op de omgeving; dit afval mag niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
  • Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdanking van het afval.
  • Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze naar een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldende plaatselijke normen.NL - 5

Deze machine is een tuingereedschap, en met name een draagbare bosmaaier/trimmer met thermische motor voor hobby gebruik. De machine bestaat hoofdzakelijk uit een motor die, door middel van een aandrijfas die zich in een buis bevindt en een hoekretour een snijinrichting aanschakelt die op verschillende wijzen gecongureerd kan worden om meerdere functies uit te voeren. De bediener kan de machine dragen met behulp van een draagstel en hij kan de hoofdzakelijke commando's aanschakelen terwijl hij steeds op veiligheidsafstand van de snij-inrichting blijft.

3.1.1 Voorzien gebruik

Deze machine is ontworpen en gebouwd voor:

  • het maaien van gras en niet-houtachtig groen, met behulp van een nylon draad in een draadhouder;
  • het maaien van hoog gras en het snoeien van dorre takken, takjes en houterige struiken met een diameter tot 2 cm, met behulp van metalen of plastic messen.
  • het maaien van houtige delen en het hakken van kleine bomen (enkel met zaagmes, indien toegestaan);
  • gebruik door een enkele bediener.

3.1.2 Onjuist gebruik

Eender welk ander gebruik, dat afwijkt van wat hierboven beschreven is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan personen en/of zaken. De volgende situaties behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend):

  • gebruik van de machine om te vegen;
  • heggen knippen of andere werkzaamheden waarbij de snij-inrichting niet op grondhoogte gebruikt wordt;
  • gebruik van de machine met de snij-inrichting boven de riemhoogte van de bediener;
  • gebruik van de machine voor het snijden van niet plantaardig materiaal;
  • het gebruik van andere snij-inrichtingen dan diegene die vermeld zijn in de tabel "Technische gegevens". Gevaar op ernstige wonden en kwetsuren;
  • gebruik van de machine door meer dan één persoon tegelijk. BELANGRIJK Het onjuist gebruik brengt verval van zowel de garantie als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of anderen oplopen.

3.2 VEILIGHEIDSSIGNALEN

Er zijn verschillende symbolen op de machine aanwezig (Afb. 2). Hun taak is de bediener te herinneren aan het gedrag dat hij moet aanhouden om de machine met de nodige aandacht en voorzichtigheid te gebruiken. Betekenis van de symbolen: LET OP! GEVAAR! Indien deze machine niet correct gebruikt wordt, kan ze gevaarlijk zijn voor de bediener en voor anderen. LET OP! Lees de gebruiksaanwijzingen voordat u deze machine in gebruik neemt. De persoon die deze machine dagelijks in normale omstandigheden gebruikt kan blootgesteld zijn aan een geluidsniveau van 85 dB (A) of hoger. Gebruik een gehoorbescherming en bril en draag een veiligheidshelm. Draag werkhandschoenen en veiligheidsschoeisel! GEVAAR VOOR WEGSPRINGENDE DELEN! Houd personen of huisdieren minstens 15 meter uit de buurt tijdens het gebruik van de machine! Maximumsnelheid snij-inrichting.NL - 6 Gebruik geen cirkelzagen. Gevaar: Het gebruik van een cirkelzaag met modellen die dit symbool niet dragen stelt de gebruiker bloot aan gevaren voor bijzonder ernstige letsels, die dodelijk kunnen zijn. LET OP! Benzine is brandbaar! Laat de motor minstens 2 minuten afkoelen voor bij te tanken. Let op de duwkracht van het mes. LET OP! - Houd u op afstand van de hete oppervlakken. BELANGRIJK De beschadigde of onleesbaar geworden labels moeten vervangen worden. Vraag nieuwe labels aan uw eigen geautoriseerd Dienstcentrum.

3.3 IDENTIFICATIELABEL PRODUCT

Het identicatielabel van het product geeft de volgende gegevens aan (Afb.: 1):

2. Conformiteitskenteken

3. Maand / jaar van fabricatie

6. Naam en adres van de fabrikant

Schrijf de identicatiegegevens van de machine in de vakjes op het label aan de achterkant van de omslag. BELANGRIJK Gebruik de identicatiegegevens die aangegeven zijn op het identicatielabel van het product bij ieder contact met de geautoriseerde werkplaats. BELANGRIJK Het voorbeeld van de verklaring van overeenstemming bevindt zich op de laatste pagina’s van de handleiding.

3.4 BELANGRIJKSTE ONDERDELEN

De machine bestaat uit de volgende hoofdonderdelen, met de volgende functies (Afb.1 ): A. Motor: deze geeft de beweging aan de snij-inrichting door middel van de aandrijvingsbuis en de hoekretour. B. Aandrijvingsbuis: hierin bevindt zich de aandrijvingsas die als functie heeft de draaibeweging door te geven aan de hoekretour.

1. Stiijve aandrijvingsbuis

2. Flexibele aandrijvingsbuis

C. Hoekretour: einddeel van de aandrijvingsbuis die de beweging aan de snij-inrichting geeft. D. Snij-inrichting: dit is het element dat de vegetatie snijdt

1. Draadhouder: Snij-inrichting

2. Mes met 3 punten, 4 punten en 8

punten: snij-inrichting met metalen schijf.

3. Zaagmes ( indien toegestaan): snij-

inrichting met cirkelvormige metalen schijf met periferische snijtanden. E. Bescherming van de snij-inrichting: dit is een beveiliging die voorkomt dat eventuele voorwerpen, die door de snij- inrichting meegenomen worden, ver van de machine weg kunnen schieten.

2. Zaagmes (indien toegestaan)

F. Voorste handgreep: met halfronde vorm, staat de bediening van de machine toe en voorzien van beenbescherming. G. Achterste handgreep: staat de bediening van de machine toe; op de handgreep bevinden zich de belangrijkste commando's voor inschakelen/uitschakelen/versnellen. H. Beenbescherming: dit is een beveiliging die ongewilde aanrakingen met de snij- inrichting tijdens het gebruik voorkomt.

I. Handgreep: handgreep in de vorm van

"horens” dwars en asymmetrisch op de staaf geplaatst; deze staat de bediening van de machine toe; op de rechterkant van deze handgreep bevinden zich de belangrijkste commando's voor inschakelen/uitschakelen/versnelling. J. Display: hier wordt informatie over de bediening en het onderhoud van de machine wordt weergegeven.NL - 7 K. : dit is waar het draagstel aan de machine bevestigd moet worden. L. Draagstel: kledij bestaande uit stoen gordels die over de schouders lopen en helpen het gewicht van de machine te dragen tijdens het werk.

M. Bladbescherming (voor het vervoer en de verplaatsing van de machine): beschermt tegen ongewilde aanraking van de snij-inrichting, wat ernstige letsels zou kunnen veroorzaken.

De in acht te nemen veiligheidsnormen zijn beschreven in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen. Om vervoers- en opslagredenen worden sommige onderdelen van de machine niet direct in de fabriek gemonteerd. Zij dienen na het uitpakken gemonteerd te worden aan de hand van de volgende instructies. De machine moet op een vlakke en solide ondergrond uitgepakt en gemonteerd worden, met voldoende bewegingsruimte voor de machine en de verpakking, en steeds met gebruik van geschikte werktuigen. Gebruik de machine niet vooraleer de aanwijzingen van de sectie "MONTAGE" teneinde gebracht te hebben.

4.1 ONDERDELEN VOOR DE MONTAGE

De verpakking bevat de onderdelen voor de montage.

1. Open de verpakking voorzichtig, let

erop geen onderdelen te verliezen.

2. Raadpleeg de documentatie in de doos,

inclusief deze gebruiksaanwijzingen.

3. Haal alle onderdelen die niet

gemonteerd zijn uit de doos.

4. Haal de bosmaaier uit de doos.

5. Voer de doos en de verpakkingen af

volgens de plaatselijke normen.

1. Monteer de kap (Afb. 3.A) door

de pin (Afb. 3.A.1) in een van de hiervoor voorziene openingen op de aandrijvingsbuis te steken.

2. Monteer de voorste handgreep met

beenbescherming (Afb. 3.B) met de schroeven (Afb. 3.C), en let erop de trillingswerende halve schalen op hun plaats te houden (Afb.3.D).

en verwijder de kap (Afb. 4.B).

2. Plaats de handgreep (Afb. 4.C), en let

comfortabele werkpositie en blokkeer hem met de kap (Afb. 4.B) en de knop (Afb. 4.A).

4. Bevestig de huls van de commando's

(Afb. 4.D) aan de daarvoor voorziene kabelklem (Afb. 4.E). OPMERKING Door de knop (Afb. 4.A) los te draaien, kan de handgreep verdraaid worden om minder plaats in te nemen bij het opbergen.

1. Plaats de handgreep (Afb. 5.A) in de zitting

in de aandrijvingsbuis (Afb. 5.B), en let erop dat de bedieningen rechts komen.

2. Schroef vast en neem vervolgens de knop

(Afb. 5.C) van de handgreep (Afb. 5.A).

Bij iedere snij-inrichting hoort een specieke bescherming, zoals hierna aangegeven in de tabel Technische Gegevens. Kies de snij-inrichting die het meest gepast is voor het werk dat u wilt uitvoeren, volgens deze aanwijzingen:NL - 8

  • De draadhouder kan hoog gras en niet- houterige begroeiing verwijderen tegen omheiningen, muren, funderingen, trottoirs, rond bomen, enz. of een bepaalde zone van de ruin volledig schoon te maken;
  • de messen met 3 punten, 4 punten en 8 punten is geschikt voor het maaien van kreupelhout en struikgewas tot een diameter van 2 cm;

staat toe houten delen te snijden en kleine bomen om te hakken. Elke keer wanneer men de snij-inrichting moet wisselen, moet men alle elementen van de inrichting demonteren.

Draag werkhandschoenen.

2. Plaats de bescherming (Afb. 6.C) ter hoogte

van de openingen in het plaatje (Afb. 6.B).

3. Bevestig de bescherming (Afb. 6.C) door de

schroeven stevig vast te draaien (Afb. 6.A). OPMERKING Op de bescherming van de snij-inrichting (Afb. 1.E) vindt men het volgende symbool: Dit geeft de draairichting van de snij-inrichting aan.

Deze bescherming mag niet gebruikt worden voor de andere snij-inrichtingen.

1. Verwijder de beschermingen die

eventueel voor de andere snij- inrichtingen gebruikt werden.

2. Plaats de bescherming (Afb. 7.B)

ter hoogte van de openingen in het plaatje (Afb. 7.A).

3. Bevestig de bescherming (Afb. 7.B) door

de schroeven stevig vast te draaien (Afb. 7.C) tegelijkertijd ingedrukt worden.

Draag werkhandschoenen.

4.5.1 Montage draadhouder

1. Monteer de interne ringmoer (Afb. 8.A) op

de as in de aangegeven richting, verzeker u ervan dat de groeven perfect overeenkomen met die van de hoekretour (Afb. 8.B).

2. Plaats de meegeleverde sleutel (Afb. 8.C)

in de opening op de hoekretour (Afb. 8.D) en laat de ringmoer zelf draaien door op de sleutel te duwen (Afb. 8.C) tot deze vastzit en de rotatie geblokkeerd is.

3. Monteer de draadhouder (Afb. 8.F) door

deze tegen de klok in te draaien.

4. Verwijder de sleutel (Afb. 8.C) om de

rotatie weer mogelijk te maken. Wanneer de draadhouder gebruikt wordt, moet de bescherming altijd gemonteerd zijn (Afb. 8.E), met draadsnijder (Afb. 24.A).

4.5.2 Demontage draadhouder

1. Plaats de meegeleverde sleutel (Afb. 8.C)

in de opening op de hoekretour (Afb. 8.D) en laat de ringmoer zelf draaien door op de sleutel te duwen (Afb. 8.C) tot deze vastzit en de rotatie geblokkeerd is.

2. Verwijder de draadhouder (Afb. 8.F)

door deze tegen de klok in te draaien.NL - 9

4.5.3 Montage mes met 3 punten, 4

punten, 8 punten en zaagmes (indien toegestaan) Plaatsing van de bescherming op het mes.

1. Monteer de interne ringmoer (Afb. 9.A,

Afb. 10.A) op de as in de aangegeven richting, verzeker u ervan dat de groeven perfect overeenkomen met die van de hoekretour (Afb. 9.B, Afb. 10.B).

2. Monteer het mes (Afb. 9.C, Afb. 10.C) en

de externe ringmoer (Afb. 9.D, Afb. 10.D) met het vlakke deel naar het mes gericht.

3. Plaats de meegeleverde sleutel (Afb. 9.E,

Afb. 10.E) in de daarvoor bestemde opening op de hoekretour, en laat het mes met de hand draaien (Afb. 9.C, Afb. 10.C) en uw op de sleutel (Afb. 9.E, Afb. 10.E) tot deze in de opening van de hoekretour zit (afb. 9.B, Afb. 10.B), en zo de rotatie blokkeert.

4. Monteer de kap (Afb. 9.F, Afb. 10.F) en

draai de moer vast (Afb. 9.G, Afb. 10.G) door deze stevig tegen de klok in vast te draaien (25 Nm).

5. Verwijder de sleutel (Afb. 9.E, Afb. 10.E)

om de rotatie weer mogelijk te maken.

4.5.4 Demontage mes met 3 punten,

4 punten, 8 punten en zaagmes (indien toegestaan) Plaatsing van de bescherming op het mes.

1. Plaats de meegeleverde sleutel (Afb. 9.E,

Afb. 10.E) in de daarvoor bestemde opening, en laat het mes met de hand draaien (Afb. 9.C, Afb. 10.C) en uw op de sleutel (Afb. 9.E, Afb. 10.E) tot deze in de opening van de hoekretour zit (afb. 9.B, Afb. 10.B), en zo de rotatie blokkeert.

2. Schroef de moer los (Afb. 9.G,

Afb. 10.G) met de klok mee en verwijder de kap (Afb. 9.F, Afb. 10.F).

3. Verwijder de externe ringmoer

(Afb. 9.D, Afb. 10.D), en verwijder het mes (Afb. 9.C, Afb. 10.C) en de interne ringmoer (Afb. 9.A, Afb. 10.A).

1. Verwijder de beschermingskapjes (Afb.

11.A) uit de uiteinden van de exibele aandrijvingsbuis (Afb. 11.B), en let erop dat deze onderling verschillend zijn.

2. Verwijder de beschermingsdop (Afb. 12.A)

uit de uitstekende buis (Afb. 12.B) op de achterste handgreep (Afb. 12.C) loslaten

3. Steek het uiteinde met de gleuf (Afb.12.D)

in de uitstekende buis (Afb. 12.B) op de achterste handgreep (Afb. 12.C) bevestig deze met de schroef (Afb. 12.E), en verzeker u ervan dat ze geblokkeerd blijft.

4. Druk op de pin (Afb.13.A) en steek

de slang (Afb.13.B) in de zitting van de aandrijfeenheid (Afb.13.C).

5. Laat de pin (Afb.13.A) los om het uiteinde

van de buis te blokkeren (Afb.13.B).

6. Verwijder de rubberen bescherming

(Afb.13.D) en laat de kabels erin lopen (Afb.13.E).

7. Open de beschermingsinrichting

van de versnellingskabel (Afb.13.F) met een schroevendraaier.

8. Verbind de kabels (Afb.13.G) en (Afb.13.H).

9. Sluit de draai-inrichting (Afb.13.F).

10. Verbind de connectoren

(Afb.13.I) en (Afb.13.L).

11. Herplaats de rubberen

Staat toe de motor te stoppen en te starten. De schakelaar heeft twee standen (Afb. 14.A): STOP - de motor stopt en kan niet opgestart worden. START - de motor kan opgestart en in dienst gezet worden.

5.2 HENDEL VERSNELLING

Staat toe de snelheid van de snij- inrichting te regelen. De inschakeling van de versnellingshendel (Afb. 14.B) kan enkel ingeschakeld worden indien tegelijkertijd de veiligheidsshendel van de versnelling ingedrukt wordt (Afb. 14.C) tegelijkertijd ingedrukt worden. De juiste werksnelheid wordt verkregen met de bedieningshendel van de versnelling (Afb. 14.B) aan het einde van de loop.NL - 10

5.3 VEILIGHEIDSHENDEL VERSNELLING

De veiligheidshendel van de 14staat toe de

over de bediening en het onderhoud

Onderhoud. geeft aan dat onderhoud niet vereist is. begint te

BELANGRIJK De in acht te nemen veiligheidsnormen zijn beschreven in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen. BELANGRIJK De machine wordt zonder benzine geleverd.

en stevig op het terrein.

voor het bijvullen van brandstof

6.1.1 Gebruik van het draagstel

  • Modellen met dubbele riem Het draagstel moet aangedaan worden alvorens de machine aan de daarvoor bestemde bevestiging vast te haken. De riem (Afb. 15.A) wordt gedragen met: – de steun (Afb. 15.A.1), de bevestigingshaak van de machine (Afb. 15.A.2) en de snelle ontkoppeling (Afb. 15.A.3) aan de rechterkant; – de snelle ontkoppeling aan de voorkant (Afb. 15.A.4); – de kruising van de riemen op de rug van de gebruiker (Afb. 15.A.6); – de riemen correct bevestigd (Afb. 15.A.5). De riemen moeten gespannen worden, om de last gelijk te spreiden over beide schouders. BELANGRIJK Maak de machine in geval van gevaar los met de snelle ontkoppeling (Afb. 15.A.3).
  • Rugzakmodellen De rugzak moet na de inschakeling van de machine aangedaan worden. De rugzak (Afb. 15.B) wordt gedragen met: – de schouderriemen op de schouders van de bediener (Afb. 15.B.1); – de riemen correct bevestigd (Afb. 15.B.2). – de bevestigingshaak van de machine rechts (Afb. 15.B.3); – de snelle ontkoppeling aan de voorkant (Afb. 15.B.4); De riemen moeten gespannen worden, om de last gelijk te spreiden over beide schouders. BELANGRIJK Maak het draagstel in geval van gevaar los met de snelle ontkoppeling (Afb. 15.B.4).

6.2 VEILIGHEIDSCONTROLES

Voer de volgende veiligheidscontroles uit en controleer of de resultaten overeenstemmen met wat aangegeven is in de tabellen. Voer steeds de veiligheidscontroles uit vooraleer de machine te gebruiken.

6.2.1 Algemene controle

Object Resultaat Handgrepen (Afb. 1.F, Afb. 1.G, Afb. 1.I) Gereinigd, afgedroogd, correct en stevig aan de machine bevestigd. Object Resultaat Bescherming van de snij-inrichting. (Afb. 1.E.1, Afb. 1.E.2) Geschikt voor de gebruikte snij-inrichting, correct en stevig aan de machine bevestigd, niet versleten of beschadigd. Aanslagpunt van het draagstel (Afb. 1.K) Correct geplaatst Snelle ontkoppeling (Afb. 15.A.3, Fig. 15.B.4) Werkzaam. Moet toestaan de machine snel vrij te maken in geval van gevaar. Schroeven op de machine en op de snij-inrichting Goed vastgedraaid (niet los) Snij-inrichting (Afb. 1.D.1, Afb 1.D.2, Afb. 1.D.3 ) Niet beschadigd of versleten Metalen mes (indien gemonteerd) (Afb. 1.D.2, Afb. 1.D.3) Goed geslepen Luchtlter (Afb. 24.C) Schoon Elektrische kabels en kabel bougie Integer om het ontstaan van vonken te vermijden. Dop bougie (Afb. 14.H) Integer en correct op de bougie gemonteerd

6.2.2 Test werking van de machine

Actie Resultaat De machine opstarten (par. 6.3) De snij-inrichting (Afb. 1.D.1, Afb 1.D.2, Afb. 1.D.3,) mag niet bewegen wanneer de motor aan het minimumtoerental draait. Gelijktijdig de bedieningshendel van de versnelling inschakelen (Afb. 14.B) en de veiligheidshendel van de versnelling (Afb. 14.C). De beweging van de hendels moet vrij zijn, zonder verklemmingen. De versnellingshendel loslaten (Afb. 14.B) en de veiligheidshendel van de versnelling (Afb. 14.C) De hendels moeten automatisch en snel weer naar de neutrale stand keren en de motor moet aan het minimumtoerental gaan draaien. De versnellingshendel indrukken (Afb. 14.B) de versnellingshendel blijft geblokkeerd (Afb. 14.B). Schakel de schakelaar voor start/stop van de motor aan (Afb. 14.A) De schakelaar moet makkelijk van de ene stand in de andere gebracht kunnen worden; Indien eender welke van deze resultaten verschilt van wat aangegeven is in de volgende tabel, mag de machine niet gebruikt worden! Breng de machine naar een dienstcentrum voor de nodige controles en herstelling.NL - 12

1. Zet de machine stabiel op de grond;

2. verwijder de bescherming van de snij-

inrichting (Afb. 1.M) (indien gebruikt);

3. zorg ervoor dat het mes (Afb. 1.D.2, Afb.

1.D.3) (indien gebruikt) niet in aanraking komt met het terrein of met andere voorwerpen.

6.3.1 Start met koude motor

Met start bij koude motor wordt bedoeld een start na minstens 5 minuten dat de motor uitgeschakeld is of na het bijvullen van brandstof. BELANGRIJK Om vervormingen te voorkomen, dient de aandrijvingsbuis niet gebruikt te worden als steun voor de hand of de knie tijdens de start. BELANGRIJK Om te voorkomen dat het touw breekt, wordt er niet over de gehele lengte aan getrokken. Laat het touw niet langs de rand van de opening van de touwgeleider schuren en laat de knop geleidelijk aan los, om te voorkomen dat het touw op ongecontroleerde wijze naar binnen schiet.

1. Controleer of de schakelaar (Afb. 14.A)

naar de stand «I» staat.

2. enkel voor modellen met choke:

Schakel de choke in, door de hendel naar stand «B» te brengen (Afb. 14.E).

3. Druk op de toets voor de voorinspuiting

(Afb. 14.F) om de carburator gemakkelijker in te schakelen. Verzeker u ervan dat de opening bedekt is door de vinger wanneer u op het commando drukt.

4. Houd de machine stevig tegen de grond met

een hand op de motor, om de controle ervan niet te verliezen tijdens het starten (afb. 16).

5. Trek de startknop langzaam 10-15

cm aan tot u een zekere weerstand gewaarwordt. Trek er dan nog enkele keren aan tot de machine in gang schiet.

6. enkel voor modellen met choke:

Schakel de choke in, door de hendel naar stand «A» te brengen (Afb. 14.E).

7. Trek opnieuw aan de startknop tot

versnelling kort in (Afb. 14.B) en breng de motor naar het minimumtoerental.

9. Laat de motor minstens 1 minuut

op het minimumtoerental draaien vooraleer de machine te gebruiken. BELANGRIJK Indien de knop van het starttouw herhaaldelijk bediend wordt, kan de motor vastlopen en de start bemoeilijkt worden. In geval van ooding van de motor (zie par. 14).

6.3.2 Start bij warme motor

Voor de start bij warme motor (onmiddellijk na de uitschakeling van de motor), volg de punten

1 - 2 - 3 - 4 - 6 - 7 van de vorige werkwijze.

OPMERKING Vooraleer de eerste keer te gaan maaien, moet men vertrouwd raken met de meest gepaste maaitechnieken door het draagstel te passen, de machine stevig vast te nemen en de handelingen uit te voeren. Doe als volgt om met de machine te werken:

  • maak de machine steeds vast aan het draagstel dat correct gedragen moet worden (zie par. 6.1.1);
  • De machine moet altijd stevig met beide handen vastgehouden worden, met de motor rechts van het lichaam en de snijgroep onder het niveau van de riem.

6.4.1 Werktechnieken

Gebruik ALLEEN nylondraad. Het gebruik van metalen draden, geplasticeerde metaaldraad of draad die niet geschikt is voor de kop, kan ernstige verwondingen veroorzaken. Gebruik de machine niet om de vegen, door de draadhouder over te hellen. De kracht van de motor kan voorwerpen of keitjes tot 15 meter ver werpen en schade of verwondingen veroorzaken. a. In beweging snijden (Maaien) Ga met een correcte houding te werk, met een boogbeweging zoals bij traditioneel maaien, zonder de draadhouder over te hellen (Afb. 17). Probeer de juiste maaihoogte eerst uit in een kleine zone, om een uniform maairesultaat te verkrijgen door de draadhouder op een constante afstand van het terrein te houden. Voor zwaarder werk, kan het handig zijn de draadhouder ongeveer 30° naar links te laten hellen.NL - 13 Doe dit niet wanneer voorwerp kunnen wegspringen die personen of dieren kunnen verwonden of schade kunnen aanrichten. b. Precisiesnijden (Recht afsnijden) Houd de machine lichtjes schuin zodat de onderkant van de draadhouder niet in aanraking komt met het terrein en de snijlijn zich op het gewenste punt bevindt, waarbij de snij-inrichting altijd ver van de gebruiker gehouden wordt. c. Maaien vlakbij omheiningen / funderingen Nader met de draadhouder langzaam de omheining, paaltjes, stenen, muren, enz. zonder kracht toe te passen (afb. 18). Wanneer de draad een omvangrijke hindernis raakt kan hij breken of verslijten; wanneer hij blijft steken in een omheining, kan hij bruusk afknakken. In elk geval kan het snijden rond trottoirs, funderingen, muren, enz. een overmatige slijtage van de draad veroorzaken. d. Maaien rond bomen Loop rond de boom van links naar rechts en nader de stam langzaam om er niet met de draad tegen te komen; houd de draadhouder een beetje naar voren (Afb. 19). Hou er rekening mee dat de nylondraad kleine heesters kan doorsnijden of beschadigen en dat het contact tussen de nylondraad en de stam van heesters of bomen met een zachte schors de plant ernstig kan beschadigen.

6.4.1.b Mes met 3 punten,

4 punten en 8 punten Begin te snijden bovenaan de begroeiing en ga met het mes naar beneden, op dusdanige wijze dat de taken in kleine stukken gesneden worden (afb. 20).

6.4.1.c Zaagmes (indien toegestaan)

Voor het gebruik van het zaagmes, waar toegestaan, moet de bescherming altijd gemonteerd zijn (hfdst. 4.4.2). Het mes moet altijd goed scherp zijn om het risico voor terugslag te beperken. Voor het vellen van kleine bomen, moet de valrichting van de boom voorzien worden, rekening houdend met de windrichting. Om een goed resultaat te bekomen bij het vellen van kleine bomen, is het noodzakelijk e snijden met een snelle beweging naar de tak of de stam die men wilt snijden en met de motor op het hoogste toerental. Gebruik best de rechterzone van het mes niet, omdat dit een hoog risico inhoudt voor terugslag of stilvallen van het mes, te wijten aan de draairichting (Afb. 21).

6.4.2 Afstelling van de lengte van de draad

van de draadhouder tijdens het werk Deze machine is uitgerust met een draadhouder met semi-automatische vrijgave van de draad. De lengte van de draad van de draadhouder moet afgesteld worden: – wanneer de draad verslijt en korter wordt; – wanneer men voelt dat de rotatie van de motor groter is dan normaal; – wanneer de werkzaamheid van het maaien vermindert. Om nieuwe draad vrij te geven:

  • de draadhouder tegen de grond kloppen (Afb. 22) cmet de versnellingshendel helemaal ingedrukt;
  • De draad wordt automatisch vrijgegeven en de draadhouder (Afb. 27.A) snijdt de niet benodigde lengte af.

6.5 SUGGESTIES VOOR HET GEBRUIK

Men raadt aan, tijdens het gebruik het gras dat zich rond de machine wikkelt, regelmatig te verwijderen, om de oververhitting van de motor te vermijden (Afb. 1.A), die te wijten zou zijn aan het gras dat onder de beveiliging van de snij-inrichting verklemd geraakt (Afb. 1.E.1, Afb. 1.E.2). Ga als volgt te werk: – de machine stopzetten (par. 6.6); – haal de kap van de bougie (Afb. 14.H); – stevige werkhandschoenen dragen; – het gras verwijderen met een schroevendraaier, om ervoor te zorgen dat de motor correct afgekoeld wordt. OPMERKING Gedurende de eerste 6-8 werkuren van de machine, wordt vermeden de hoogste toerentallen te gebruiken.

  • laat de versnellingshendel los (Afb. 14.B) en laat de motor gedurende enkele seconden aan het minimumtoerental draaien;
  • breng de schakelaar (Afb. 14.A) naar de stand «O»;
  • wachten tot de snij-inrichting stilvalt.NL - 14 Nadat de versnelling in de minimumstand gezet werd, moet enkele seconden gewacht worden vooraleer de snij-inrichting tot stilstand komt. BELANGRIJK De machine steeds stoppen tijdens verplaatsingen tussen werkzones. De motor kan onmiddellijk na het uitschakelen zeer warm zijn. Niet aanraken. Gevaar op brandwonden.
  • Plaats de mesbescherming wanneer de snij-inrichting stil staat.
  • Laat de motor eerst afkoelen vóór de machine in elke willekeurige ruimte op te bergen.
  • Reinig de machine (par. 7.4).
  • Controleer of er geen onderdelen los of beschadigd zijn. Vervang, indien nodig, de beschadigde delen en draai losgekomen schroeven en bouten aan. BELANGRIJK Stop de machine (par. 6.6), haal de kap van de bougie (Afb. 14.H) en monteer de bladbescherming elke keer wanneer de machine ongebruikt of onbewaakt achtergelaten wordt.

BELANGRIJK De in acht te nemen veiligheidsnormen zijn beschreven in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen. Vooraleer eender welke ingreep voor onderhoud aan te vangen

  • haal de kap van de bougie (Afb. 14.H);
  • breng de mesbescherming aan wanneer de snij-inrichtingstil staat (tenzij aan het mes zelf gewerkt moet worden);
  • laat de motor eerst afkoelen vóór de machine in elke willekeurige ruimte op te bergen.
  • draag geschikte kledij, werkhandschoenen en een beschermende bril;
  • lees de desbetreende instructies;
  • De frequenties en de soorten ingrepen zijn samengevat in de "Tabel Onderhoud" (zie hfdstk. 13). Het doel van de tabel is om uw machine een optimale conditie te laten behouden. Hierin staan de voornaamste ingrepen en de tijden waarop ze uitgevoerd moeten worden. Voer de desbetreende handeling uit in functie van de eerstkomende vervaldatum.
  • Het gebruik van niet originele wisselstukken en toebehoren kan negatieve gevolgen hebben op de werking en de veiligheid van de machine. De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid af in geval van schade of letsels veroorzaakt door die producten.
  • De originele wisselstukken worden geleverd door de geautoriseerde dienstcentra en wederverkopers. BELANGRIJK Alle werkzaamheden voor onderhoud en afstelling die niet in deze handleiding beschreven zijn, moeten uitgevoerd worden door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum.

7.2 BEREIDING VAN HET MENGSEL

Deze machine is uitgerust met een tweetaktmotor waarvoor een mengsel van benzine en smeerolie gebruikt moet worden. BELANGRIJK Het gebruik van alleen benzine beschadigd de motor en doet de garantie vervallen. BELANGRIJK Gebruik alleen brandstof en smeermiddelen van goede kwaliteit, om de prestaties in stand te houden en borg te staan voor de levensduur van de mechanische componenten.

7.2.1 Eigenschappen van de benzine

Gebruik alleen loodvrije benzine (groen) met een octaangehalte van minstens 90 N.O. BELANGRIJK Groene benzine zorgt altijd voor wat afzettingen in het recipiënt indien het langer dan 2 maanden bewaard wordt. Gebruik altijd verse benzine!

7.2.2 Eigenschappen van de olie

Gebruik alleen synthetische olie van uitstekende kwaliteit, speciek voor tweetaktmotoren. Bij uw Verkoper zijn oliën beschikbaar die speciaal bestudeerd werden voor dit type van motor en in staat zijn om voor een hoge bescherming te zorgen. Het gebruik van deze oliën leidt tot een mengsel bij 2,5%, d.w.z. 1 deel olie voor 40 delen benzine.NL - 15

7.2.3 Bereiding en bewaring

van het mengsel Voor de bereiding van het mengsel:

1. doe ongeveer de helft van de

benzine in een geschikte tank.

2. voeg er alle olie aan toe.

3. voeg de rest van de benzine toe.

4. sluit de dop en schud krachtig.

BELANGRIJK Het mengsel is onderhevig aan veroudering. Bereid niet te veel mengsel, om afzettingen te voorkomen. BELANGRIJK Zorg ervoor dat de recipiënten van de benzine en het mengsel goed van elkaar onderscheiden worden, om geen vergissing te begaan op het moment van het gebruik. BELANGRIJK Reinig de recipiënten van de benzine en het mengsel periodiek, om eventuele afzettingen te verwijderen.

7.3 BIJVULLEN VAN BRANDSTOF

Vooraleer bij te vullen:

1. schud de tank van het mengsel krachtig.

2. plaats de machine vlak en stabiel, met

de vuldop van het reservoir van het mengsel naar boven (Afb. 14.G). OPMERKING Op de dop van het reservoir van het mengsel (Afb. 14.G) vindt men het volgende symbool: Mengreservoir.

3. Maak de dop van het reservoir en de zone

rond de dop schoon om te voorkomen dat tijdens het bijvullen onzuiverheden terechtkomen in het mengsel.

4. Open de dop van het reservoir voorzichtig

om de druk geleidelijk aan af te laten.

5. Vul bij gebruik makend van een trechter

en vul het reservoir niet tot aan de rand.

Reinig de machine steeds na gebruik. Om het risico op brand tot een minimum te herleiden: – houd de machine, en in het bijzonder de motor vrij van resten gras, bladeren of teveel vet; – reinig de vleugels van de cilinder regelmatig met perslucht en maak de zone van de geluidsdemper vrij van zaagsel, takjes, bladeren of ander afval. Om oververhitting en schade aan de motor te voorkomen, moeten de roosters voor de aanzuiging van de koellucht altijd schoon en vrij van zaagsel en vuil zijn .

  • Houd de schroeven en moeren goed vastgedraaid, om er zeker van te zijn dat de machine altijd veilig werkt
  • Controleer regelmatig of de handgrepen stevig bevestigd zijn.

Smeren met vet op basis van lithium. de schroef verwijderen (Afb. 23.A) en het vet aanbrengen door de as handmatig te laten draaien tot het vet naar buiten komt; vervolgens de schroef hermonteren (Afb. 23.A).

8.2 SMERING VAN DE FLEXIBELE AS

Smeren met vet op basis van lithium.

1. Maak de buis los (Afb. 23.B)

van de kant van de motor;

2. verwijder de exibele as (Afb. 23.C);

3. breng vet aan door de as handmatig

te laten draaien tot het vet zich over de hele oppervlakte verdeeld heeft; hermonteer vervolgens alles (par. 4.6)

8.3 REINIGING VAN DE LUCHTFILTER

BELANGRIJK Het is essentieel dat de luchtlter gereinigd wordt, voor de goede werking en de levensduur van de machine. Werk nooit zonder lter of met een beschadigde lter, om geen onherroepelijke schade toe te brengen aan de motor. De reiniging wordt om de 15 werkuren uitgevoerd. Om de lter te reinigen:

1. draai de schroeven los (Afb. 24.B),

demonteer het deksel (Afb. 24.A) en verwijder het lterelement (Afb. 24.C);NL - 16

2. blaas met perslucht vanuit de binnenkant

om stof en afval te verwijderen (Afb. 25);

3. hermonteer het lterelement (Afb. 24.C)

en het deksel (Afb. 24.A), door de schroeven vast te draaien (Afb. 24.B).

Periodiek wordt de bougie gedemonteerd en gereinigd, door eventuele restjes te verwijderen met een metalen borsteltje (Afb. 26). Controleer en herstel de correcte afstand tussen de elektrodes (Afb. 26). Hermonteer de bougie en draai hem stevig vast met de bijgeleverde sleutel. De bougie moet ingeval van doorgebrande elektroden of een beschadigde isolatie, en ieder geval elke 100 werkuren, vervangen worden door een bougie met analoge karakteristieken.

8.5 ONDERHOUD VAN DE

SNIJ-INRICHTING Tijdens het werken aan de snij-inrichting, dient men erop te letten dat de snij- inrichting kan bewegen, ook al is de kabel van de bougie losgekoppeld. Op deze machine is het gebruik voorzien van snij-inrichtingen met de code die aangegeven is in de tabel Technische Gegevens. Gezien de ontwikkeling van het product, kunnen de snij-inrichtingen aangegeven in de Technische Gegevens in de loop van de tijd vervangen worden door andere, met soortgelijke eigenschappen voor wat betreft verwisselbaarheid en functionele veiligheid. Raak de snij-inrichting niet aan totdat de kabel van de bougie losgekoppeld is en de snij-inrichting volledig stilstaat. Draag werkhandschoenen.

8.5.1 Bijslijpen/uitbalanceren van het mes

Om veiligheidsredenen, raadt men aan het slijpen en uitbalanceren door een gespecialiseerd Centrum te laten uitvoeren, die over de geschikte bevoegdheid en werktuigen beschikt om deze handeling uit te voeren, zonder risico het mes te beschadigen en het gebruik ervan onveilig te maken. De messen met 3 punten, 4 punten en 8 punten kunnen aan weerszijden gebruikt worden. Wanneer een zijde van de punten versleten is, kan het mes omgedraaid worden om de andere zijde te gebruiken. Wanneer beide zijden van de punten versleten zijn, moet men deze laten bijslijpen. Het zaagmes is niet omkeerbaar en mag bijgevolg maar aan één zijde gebruikt worden.

8.5.2 Vervanging van het mes

Het blad dient nooit gerepareerd te worden, maar moet vervangen worden zodra eerste sporen van breuk vastgesteld worden of de vijllimiet overschreden is. Zie hfdst. 4.5.3, hfdst. 4.5.4 voor de verrichtingen voor de vervanging

8.5.3 Vervanging van de draad

  • Type I Volg de volgorde die aangegeven is op (Afb 28).NL - 17
  • Type II Knip de nieuwe draad op de aangegeven lengte af (Afb. 29.A).

1. Verdraai het knopje voor het opwikkelen

(Afb. 30.A) tot de verwijzing op het knopje (Afb. 30.B) overeenstemt met de verwijzing op de draadhouder (Afb. 30.C).

2. Steek een uiteinde van de draad

(Afb. 30.D) in een van de twee uitgangsopeningen en laat de draad er langs de andere kant uitkomen.

3. Lijn de draden de uit de twee

openingen komen gelijkmatig uit.

4. Verdraai het knopje voor het opwikkelen

(Afb. 31.A) in de richting van de pijltjes om de draad op te wikkelen, laat ongeveer 175 mm uit beide openingen steken (Afb. 31.B). Indien er oude draad in de draadhouder gebleven is of indien de draad in de draadhouder gebroken is, kan men deze als volgt verwijderen:

1. druk op de lipjes aan de zijkanten van de

draadhouder, op het aangegeven punt "PUSH" (Afb. 32.A), en haak het onderste deel van de draadhouder los (Afb. 32.B);

2. verwijder de draad die

binnenin gebleven is.

3. herplaats de spoel (Afb. 33.A) in zijn zitting;

4. hersluit de draadhouder door de lipjes

vast te haken (Afb. 33.B) in de daarvoor voorziene gleufjes (Afb. 33.C), en ze stevig aan te drukken tot u de “klik” hoort die het onderste deel van de draadhouder in zijn positie blokkeert (Afb. 33.D).

8.6 BIJSLIJPEN VAN DE DRAADSNIJDER

1. Verwijder de draadsnijder (Afb. 27.A)

van de bescherming (Afb. 27.B), door de schroef los te draaien (Afb. 27.C).

2. Bevestig de draadsnijder (Afb. 27.A) vast

in een bankschroef en vijl met behulp van een platte vijl. Zorg ervoor dat de originele snijhoek behouden blijft.

3. Hermonteer de draadsnijder (Afb. 27.A)

op de bescherming (Afb. 27.B) tegelijkertijd ingedrukt worden.

8.7 REGELING VAN HET

MINIMUMTOERENTAL Als de snij-inrichting beweegt met de motor op zijn minimumtoerental, neem dan contact op met uw verkoper om de motor goed af te stellen.

De carburator werd in de fabriek geregeld met het oog op de beste prestaties in alle omstandigheden, met een minimale uitstoot van schadelijke gassen, overeenkomstig de geldende normen. In geval van schaarse prestaties, wendt u zich tot de Verkoper voor een controle van de brandstoftoevoer en de motor.

BELANGRIJK De veiligheidsnormen die tijdens de berging in acht genomen moeten worden, zijn beschreven in par. 2,4. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen. Indien de machine langer dan 2-3 maanden opgeborgen moet blijven, moeten een aantal voorzorgsmaatregelen getroen worden om problemen te vermijden bij het hervatten van het werk of om permanente schade aan de motor te voorkomen. Alvorens de machine op te bergen:

1. Ledig het brandstofreservoir in

open lucht en bij koude motor.

2. Start de motor en laat hem op het

laagste toerental draaien tot de stilstand, zodat alle in het reservoir overgebleven brandstof opgebruikt wordt.

3. Laat de motor afkoelen.

4. Haal de kap van de bougie (Afb. 14.H).

5. Reinig de machine zorgvuldig.

6. Controleer of de machine geen schade

vertoont. Contacteer, indien nodig, het geautoriseerde dienstencentrum.

7. Berg de machine op:

– in een droge ruimte; – beschermd tegen slechte weersomstandigheden; – met de bescherming van het mes correct gemonteerd; – buiten bereik van kinderen; – na zich ervan verzekerd te hebben de sleutels of werktuigen die voor het onderhoud gebruikt werden, verwijderd te hebben. Wanneer de machine weer gestart wordt, dient men de machine voor te bereiden zoals aangegeven is in het hoofdstuk “6. Gebruik van de machine".NL - 18

10. HANTERING EN TRANSPORT

Wanneer men de machine hanteert of verplaatst, moet men: – Stop de machine. – Haal de kap van de bougie (Afb. 14.H). – Draag stevige werkhandschoenen. – Plaats de mesbescherming wanneer de snij-inrichting stil staat. – De machine alleen vast te nemen aan de handgrepen en de snij- inrichting in de richting tegenover de loop- of rijrichting te houden. Wanneer men de machine met een wagen vervoert, moet men: – de machine zo plaatsen dat ze geen gevaar veroorzaakt; – ze stevig aan het vervoersmiddel bevestigen met koorden of kettingen om te vermijden dat ze kantelt en zo eventueel beschadigd kan worden of dat er brandstof zou kunnen lekken.

11. ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN

Deze handleiding verstrekt alle gegevens die u nodig hebt om de machine te kunnen gebruiken en om er op de juiste manier eenvoudige onderhoudswerkzaamheden aan te kunnen verrichten, die de gebruiker zelf kan uitvoeren. Alle afstellingen en onderhoudshandelingen die niet beschreven zijn in deze handleiding moeten uitgevoerd worden door uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat beschikt over de nodige kennis en uitrustingen om de werken correct uit te voeren, met respect voor het oorspronkelijk niveau van veiligheid van de machine. Handelingen die in niet geschikte structuren of door onbekwame personen uitgevoerd werden, doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aansprakelijkheid van de Fabrikant vervallen.

  • Enkel de geautoriseerde dienstencentra mogen de herstellingen en onderhoudsingrepen in garantie uitvoeren.
  • De geautoriseerde dienstencentra gebruiken enkel originele wisselstukken. De originele wisselstukken en toebehoren werden speciaal voor de machines ontwikkeld.
  • Niet originele wisselstukken en toebehoren zijn niet goedgekeurd, het gebruik van niet originele wisselstukken en toebehoren leidt tot verval van de garantie.
  • Men raadt aan de machine eens per jaar aan een geautoriseerd dienstcentrum toe te vertrouwen voor het onderhoud, assistentie en controle van de veiligheidsinrichtingen.

De garantie dekt alle defecten van het materiaal en van de fabricatie. De gebruiker moet aandachtig de aanwijzingen volgen die in de bijgevoegde documentatie verschaft is. De garantie geldt niet voor schade te wijten aan:

  • Onvoldoende kennis van de vergezellende documentatie.
  • Onjuist of niet toegestaan gebruik en montage
  • Gebruik van niet originele wisselstukken.
  • Gebruik van toebehoren dat niet door de fabrikant verschaft of goedgekeurd werd. Deze garantie geldt bovendien niet voor:
  • De normale slijtage van verbruiksmateriaal zoals snij-inrichtingen, veiligheidsbouten.
  • Normale slijtage De aankoper is beschermd door de nationale wetten van zijn eigen land. De rechten van de koper die voorzien zijn in de nationale wetten van zijn eigen land, zijn op geen enkele wijze beperkt door deze garantie.NL - 19

Frequentie Ingreep MACHINE MOTOR Controle van alle bevestigingsn (zie hfstk. 7.5) Veiligheidscontroles / Controle van de commando's (zie hfst. 6.2) Algemene reiniging en controle (zie hfstk. 7.4) Smering van de hoekretour en van de exibele slang (zie hfstk. 8.1, 8.2) Controle/ bijvullen brandstofpeil (zie hfstk. 7.3) Algemene reiniging en controle (zie hfstk. 7.4) Reiniging van de luchtlter (Zie hfstk. 8.3) Vervanging van de luchtlter (zie hfstk. 8.3) Reiniging van de bougie (zie hfstk. 8.4) Vervanging van de bougie (zie hfstk. 8.4) Bevestiging schroeven knalpot ° Vervanging van de brandstolter * Reiniging aaatopening van de cilinder en vleugels van de cilinder * Voor eender welk gebruik

  • Handelingen die door uw Verkoper of door een gespecialiseerd Centrum moeten uitgevoerd worden.NL - 20

1. De motor start niet

of blijft niet draaien De startprocedure is niet correct. Volg de aanwijzingen (zie hoofdstuk 6.3) De bougie is vuil of de afstand tussen de elektroden is niet gepast Controleer de bougie (zie par. 8.4). Verstopte luchtlter Reinig en/of vervang de lter (zie par. 8.3). Brandstofproblemen Contacteer het geautoriseerde dienstcentrum.

2. De motor start maar

heeft weinig vermogen. Verstopte luchtlter Reinig en/of vervang de lter (zie par. 8.3). Brandstofproblemen Contacteer het geautoriseerde dienstcentrum.

onregelmatig of heeft geen vermogen bij belasting De bougie is vuil of de afstand tussen de elektroden is niet gepast Controleer de bougie (zie par. 8.4). Brandstofproblemen Contacteer het geautoriseerde dienstcentrum.

teveel rook Verkeerde samenstelling van het mengsel Bereid het mengsel volgens de aanwijzingen (zie par. 7.2) Brandstofproblemen Contacteer het geautoriseerde dienstcentrum.

5. Flooding motor De startknop werd meerdere malen

ingedrukt met de starter ingeschakeld. Demonteer de bougie (par. 26) en trek zachtjes aan de knop van de startkabel (Afb. 14.I) om het teveel aan brandstof te verwijderen, droog vervolgens de elektroden van de bougie af en hermonteer ze op de motor.

6. De snij-inrichting

beweegt met de motor op het minimumtoerental. Verkeerde afstelling van de carburatie Contacteer het geautoriseerde dienstcentrum.

7. De machine begint

op abnormale wijze begint te trillen Beschadiging of losgekomen delen Schakel de motor uit en koppel de kabel van de bougie los (Afb. 14.H). Controleer eventuele beschadigingen. Controleer of er delen losgekomen zijn en schroef ze weer vast. Voer de controles, vervangingen of herstellingen uit bij een geautoriseerd centrum.

op een vreemd voorwerp gestoten. Beschadiging of losgekomen delen Schakel de motor uit en koppel de kabel van de bougie los (Afb. 14.H). Controleer eventuele beschadigingen. Controleer of er delen losgekomen zijn en schroef ze weer vast. Voer de controles, vervangingen of herstellingen uit bij een geautoriseerd centrum. Mochten de problemen aanhouden na het toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper.NO - 1

EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Met de hand draagbare bosmaaier met motor / grasmaaier a) Type / Basismodel b) Maand / Bouwjaar c) Serienummer d) benzinemotor

3. Voldoet aan de specificaties van de

richtlijnen: e) Certificatie-instituut f) EG-onderzoek van het Type

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen

g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen j) Netto geïnstalleerd vermogen n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES (Traducción del Manual Original)

EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Met de hand draagbare bosmaaier met motor / grasmaaier a) Type / Basismodel b) Maand / Bouwjaar c) Serienummer d) benzinemotor

3. Voldoet aan de specificaties van de

richtlijnen: e) Certificatie-instituut f) EG-onderzoek van het Type

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen

g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen j) Netto geïnstalleerd vermogen n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES (Traducción del Manual Original)

EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Met de hand draagbare bosmaaier met motor / grasmaaier a) Type / Basismodel b) Maand / Bouwjaar c) Serienummer d) benzinemotor

3. Voldoet aan de specificaties van de

richtlijnen: e) Certificatie-instituut f) EG-onderzoek van het Type

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen

g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen j) Netto geïnstalleerd vermogen n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES (Traducción del Manual Original)

EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Met de hand draagbare bosmaaier met motor / grasmaaier a) Type / Basismodel b) Maand / Bouwjaar c) Serienummer d) benzinemotor

3. Voldoet aan de specificaties van de

richtlijnen: e) Certificatie-instituut f) EG-onderzoek van het Type

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen

g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen j) Netto geïnstalleerd vermogen n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum