STIGA G 600 - Grasmaaier

G 600 - Grasmaaier STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis G 600 STIGA in PDF-formaat.

📄 999 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice STIGA G 600 - page 265

Questions des utilisateurs sur G 600 STIGA

0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.

Poser une nouvelle question sur cet appareil

Email reste prive : sert seulement a vous prevenir si quelqu un repond a votre question.

Aucune question pour l instant. Soyez le premier a en poser une.

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding G 600 - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. G 600 van het merk STIGA.

GEBRUIKSAANWIJZING G 600 STIGA

n) Zur Verfassung der technischen Unterlagen befugte Person: o) Ort und Datum NL ( Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing) EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Robotmaaier a) Type / Basismodel c) Serienummer d) Motor: accu

3. Voldoet aan de specificaties van de

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde

n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES ( Traducción del Manual Original) Declaración de Conformidad CE (Directiva Máquinas 2006/42/CE, Anexo II, parte A)

n) Zur Verfassung der technischen Unterlagen befugte Person: o) Ort und Datum NL ( Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing) EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Robotmaaier a) Type / Basismodel c) Serienummer d) Motor: accu

3. Voldoet aan de specificaties van de

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde

n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES ( Traducción del Manual Original) Declaración de Conformidad CE (Directiva Máquinas 2006/42/CE, Anexo II, parte A)

n) Zur Verfassung der technischen Unterlagen befugte Person: o) Ort und Datum NL ( Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing) EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Robotmaaier a) Type / Basismodel c) Serienummer d) Motor: accu

3. Voldoet aan de specificaties van de

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde

n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES ( Traducción del Manual Original) Declaración de Conformidad CE (Directiva Máquinas 2006/42/CE, Anexo II, parte A)

n) Zur Verfassung der technischen Unterlagen befugte Person: o) Ort und Datum NL ( Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing) EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Robotmaaier a) Type / Basismodel c) Serienummer d) Motor: accu

3. Voldoet aan de specificaties van de

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde

n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES ( Traducción del Manual Original) Declaración de Conformidad CE (Directiva Máquinas 2006/42/CE, Anexo II, parte A)

01/2023NL Gebruiksaanwijzing G 300 G 600 G 1200ii INHOUDSOPGAVE

1.1. MODELLEN Deze handleiding verwijst naar de modellen G 300, G 600, G 1200.2 NL

IP-classicatie van het laadstation

Bij het ontwerp van de apparatuur is bijzondere aandacht besteed aan de aspecten die risico's kunnen opleveren voor de veiligheid en gezondheid van mensen. Het doel van deze informatie is om gebruikers te sensibiliseren om elk risico te voorkomen en om gedrag te vermijden dat niet voldoet aan de aangegeven vereisten. GEVAAR: Voordat u de robotmaaier gebruikt, moet u alle informatie in dit document kennen. GEVAAR: Dezerobotmaaierisnietbedoeldvoorgebruikdoorkinderenenmensenmet verminderde fysieke, sensorische of mentale vermogens of gebrek aan ervaring en kennis. ELEKTRISCH GEVAAR: Schakeldestroomtoevoeruitenactiveerdeveiligheidsvoorzieningvoordatu afstellingen of onderhoud uitvoert. ELEKTRISCH GEVAAR: Gebruik de robotmaaier niet met een beschadigd netsnoer van de transformator. Eenbeschadigdekabelkancontactmetdedelenonderspanningveroorzaken.De kabelmoetwordenvervangendoordefabrikantofzijnassistentiedienstofdooreen persoonmetvoldoendekwalicatiesomelkrisicotevoorkomen. ELEKTRISCH GEVAAR: Gebruikalleendeacculaderenvoedingdiedoordefabrikantzijngeleverd.Het gebruik van een ongeschikte oplader en voeding kan elektrische schokken en of oververhittingveroorzaken. WAARSCHUWING: Alservloeistofuitdeacculekt,moetendebetreendeonderdelenwordengewassen metwater/neutralisator. Vermijd elk direct contact met accuvloeistof. In geval van aanraking met de ogen, dient men een geneesheer te raadplegen. WAARSCHUWING: Tijdensdewerkingvanderobotmaaierdientmenzichervanteverzekerendaterin dewerkzonegeenpersonen,envooralgeenkinderenen/ofhuisdierenaanwezigzijn. Programmeer anders de activiteit van de robotmaaier tijdens de uren dat er geen menseninditgebiedzijn. WAARSCHUWING: Het operationele gebied moet worden begrensd door een niet-overschrijdbare afrastering. Maakdeafrasteringgeschiktofhoudtoezichtopderobotmaaiertijdenshetgebruik. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.4 NL

WAARSCHUWING: Brenggeenwijzigingenaan,knoeiniet,omzeildegeïnstalleerde veiligheidsvoorzieningennietenverwijderzeniet. LET OP: Controleer of er geen speelgoed, gereedschap, takken, kleding of andere voorwerpen ophetgazonzijndiedeapparatuurkunnenbeschadigen. VERBOD: Ganietopdegrasmaaierzitten. VERBOD: Til de robotmaaier nooit op om het mes te inspecteren of om het te verplaatsen als hij in werking is. Plaats uw handen en voeten niet onder de apparatuur. VERBOD: Gebruik de robotmaaier niet als er een sproeier draait. VERBOD: Was de robotmaaier niet met waterstralen onder hoge druk en dompel hem niet geheel of gedeeltelijk onder in water. VERBOD: Gebruikderobotmaaiernietalsdezenietvolledigintactisinalzijnonderdelen. Vervangbijbeschadigingdebetreendeonderdelen. VERBOD: Het is absoluut verboden de robotmaaier op te laden of te gebruiken in explosieve of ontvlambare omgevingen. VERPLICHTING: Controleerderobotmaaierregelmatigvisueelomuervanteverzekerendatde messenenhetsnijmechanismenietversletenofbeschadigdzijn.Zorgervoordatde robotmaaier in goede staat verkeert. VERPLICHTING: Leesdehelehandleidingaandachtig,vooralalleveiligheidsinformatie,enzorg ervoordatudezevolledigbegrijpt.Volgdeinstructiesvoorbediening,onderhouden reparatie strikt op. VERPLICHTING: Operatorsdieonderhoudenreparatiesuitvoeren,moetenvolledigopdehoogtezijn vandespeciekekenmerkenendeveiligheidsnormenvanderobotmaaier. HANDSCHOENEN VEREIST: GebruikdepersoonlijkebeschermingsmiddelendievoorzienzijndoordeFabrikant en,inhetbijzonderwanneermenaanhetsnijmechanismewerkt,dientmen beschermende handschoenen te dragen.5NL

2.2. VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VERPLICHTING: Voorgebruikzorgvuldiglezenenbewarenvoortoekomstiggebruik.

2.2.1. VEILIGE WERKWIJZEN

Opleiding a. Lees de instructies aandachtig, ken de commando's en gebruik de machine correct. b. Sta nooit toe dat kinderen, mensen met verminderde fysieke, sensorische of mentale vermogens, of zonder ervaring en kennis, of mensen die niet bekend zijn met deze instructies, de machine gebruiken. Lokale voorschriften kunnen de leeftijd van de bediener beperken. c. De bediener of gebruiker moet verantwoordelijk worden gehouden voor ongevallen of gevaren waarbij apparatuur van derden of apparatuur van derden is betrokken. Voorbereiding a. Zorg ervoor dat de automatische afrastering correct is geïnstalleerd zoals aangegeven. b. Inspecteer regelmatig het gebied waar de machine wordt gebruikt en verwijder stenen, stokken, kabels en andere vreemde voorwerpen die de werking ervan kunnen belemmeren. c. Voer regelmatig een visuele inspectie uit van de messen, van de bouten van de messen en van het maaielement om te controleren of ze niet versleten of beschadigd zijn. Vervang versleten of bescha- digde messen en bouten per paar om de balans van de machine te behouden. d. Waarschuwingsborden moeten rond het werkgebied van de machine worden geplaatst als deze in openbare ruimtes wordt gebruikt of open is voor het publiek. De borden moeten de volgende tekst hebben: “Let op! Automatische grasmaaier! Houd u op afstand van de machine! Houd toezicht op de kinderen!”.

Algemene informatie a. Gebruik de machine niet met defecte afschermingen of veiligheidsvoorzieningen die niet aanwezig zijn, bijvoorbeeld zonder beveiligingen. b. Steek uw handen of voeten nooit nabij of onder de draaiende delen. Blijf steeds op afstand van de aaatopening. c. Raak de bewegende delen van de machine niet aan voordat ze volledig tot stilstand gekomen zijn. d. Draag altijd stevige schoenen en een lange broek wanneer u de machine bedient. e. Hef de robotmaaier niet op en vervoer hem niet terwijl de motor in werking is. f. Verwijder het uitschakelapparaat van het apparaat: - Voordat u een obstructie verwijdert; - Voordat u de machine controleert, reinigt of eraan werkt. g. Laat de machine niet onbeheerd achter in de buurt van huisdieren, kinderen of andere mensen. Onderhoud en opslag a. Draai alle moeren, bouten en schroeven stevig vast om de machine veilig te bedienen. b. Controleer de robotmaaier regelmatig op slijtage of beschadiging. c. Om veiligheidsredenen is het noodzakelijk om versleten of beschadigde onderdelen te vervangen. d. Zorg ervoor dat de messen alleen worden vervangen door geschikte reserveonderdelen. e. Zorg ervoor dat de accu’s opgeladen worden met de juiste oplader die door de fabrikant aanbevolen wordt. Onjuist gebruik kan elektrische schokken, oververhitting of lekkage van bijtende vloeistof uit de accu veroorzaken. f. In geval van elektrolytlekkage, wassen met water / neutralisatiemiddel en medische hulp inroepen in geval van contact met ogen, enz. g. Onderhoud van de machine moet worden uitgevoerd in overeenstemming met de instructies van de fabrikant.6 NL

Accu/acculader LET OP: Lithium-ionaccu'skunnenexploderenofbrandveroorzakenalszeworden gedemonteerd, worden blootgesteld aan water, vuur of hoge temperaturen of ingevalvankortsluiting.Gavoorzichtigommetdeaccu,demonteerzenieten vermijd elke vorm van onjuiste elektrische of mechanische belasting. Stel de accunietblootaandirectzonlicht. OPMERKING: Het wordt aanbevolen om alleen en uitsluitend originele producten van de fabrikant te gebruiken. Niet-originele of niet geschikte producten kunnen schade aan de robotmaaier of gevaar voor mensen, dieren en dingen veroorzaken. a. De accu mag alleen door de dealer of een servicecentrum worden geïnstalleerd en/of verwijderd uit de robotmaaier. b. Bewaar de ongebruikte accu op een veilige plaats uit de buurt van warmtebronnen of voorwerpen die kortsluiting kunnen veroorzaken (haringen, schroeven, verschillende soorten metalen voorwerpen). c. Gebruik de acculader uit de buurt van brandbare oppervlakken of stoen en bij voorkeur op droge plaatsen. d. Vervoer de accu en acculader in hun originele verpakking. Bescherming van de omgeving OPMERKING: De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven. a. Gooi de verpakking en beschadigde onderdelen weg zoals vereist door de plaatselijke voorschriften in het land van gebruik. b. Gooi elektrische apparatuur (robotmaaier, accu, voedingen, enz.) weg volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU en in overeenstemming met de nationale normen. Neem voor meer gedetailleerde infor- matie over het weggooien contact op met de bevoegde autoriteit voor de verwijdering van huishoudelijk afval of met uw dealer. c. Gescheiden inzameling van producten en verpakkingen wordt aanbevolen.7NL

VERPLICHTING: Schakel de robotmaaier altijd in veilige omstandigheden uit voordat u reinigings-, transport-ofonderhoudswerkzaamhedenuitvoert. Vereisten en verplichtingen:

2. Maak de veiligheidssleutel (C) los om de robotmaaier in veilige omstandigheden uit te schakelen.

3. Sluit de beschermkap (B).

4. De robotmaaier is veilig gestopt of uitgeschakeld.

Deze handleiding maakt integraal deel uit van de apparatuur en is bedoeld om de informatie te verstrekken die nodig is voor het gebruik ervan. Bewaar deze handleiding gedurende de gehele levensduur van de apparatuur, zodat deze altijd beschikbaar is indien nodig. De ontvanger van de handleiding is de gebruiker van de apparatuur, die de informatie erin zorgvuldig moet lezen en deze strikt moet toepassen om de veiligheid van mensen te beschermen en schade te voorkomen. De informatie is geschreven in de oorspronkelijke taal van de fabrikant (Italiaans) en vertaald in andere talen voor wettelijke en/of commerciële vereisten. De volgende symbolen zijn gebruikt om teksten van aanzienlijk belang te markeren. GEVAAR \ WAARSCHUWING \ LET OP: Depictogrammenineendriehoekmeteengeleachtergrondeneenzwartelijngeven een gevaar \ waarschuwing \ aandachtspunt aan. VERBOD: De pictogrammen in een doorgestreepte cirkel met een witte achtergrond en een rode streep geven een verbod aan. VERPLICHTING: De pictogrammen in een cirkel met een blauwe achtergrond geven een verplichting aan. OPMERKING: De teksten in dit formulier geven technische informatie aan die van bijzonder belang is en die niet over het hoofd mag worden gezien.

3.1.2. INSTRUCTIES VOOR HET LEZEN VANAF EEN SMARTPHONE

Voor een betere leesbaarheid van de gebruikershandleiding is het raadzaam om de smartphone horizontaal te houden, zoals weergegeven in de afbeelding.

De robotmaaier (A) is ontworpen en gebouwd om automatisch het gras van tuinen op eender welk uur van de dag en van de nacht te maaien. Afhankelijk van de verschillende kenmerken van het te maaien oppervlak, kan de robotmaaier geprogrammeerd worden om te werken op verschillende gebieden afgebakend door de perimeterdraad. Tijdens de werking, maait de robotmaaier het gras van de zone binnen de zone afgebakend door de perimeterdraad (B). Als de robotmaaier de perimeterdraad (B) detecteert of een obstakel (C) tegenkomt, verandert hij willekeurig van pad. Op basis van het random werkprincipe, maait de robotmaaier het aangegeven grasveld automatisch en volledig. Eender welk ander gebruik kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan personen en/of zaken. Onder oneigenlijk gebruik vallen (als voorbeeld, maar niet uitsluitend): het vervoeren van mensen, kinderen of dieren op de machine; zich door de machine laten trekken; de machine gebruiken om lasten te trekken of te duwen; de machine gebruiken voor het maaien van niet-grasaardige vegetatie.

(A) Robotmaaier (B) Laadstation (C) Starter Kit (D) Accu (binnenin de robotmaaier) (E) Voeding laadstation (C1) Handleiding (C2) Schroeven voor bevestiging aan het laadstation (C3) Blister met mesjes en borgschroeven (C4) Connectoren voor het laadstation (C5) Label App Lock (C6) Koppeling voor perimeterdraad (C7) Contactsleutel

  • Installatieset (Optie voor G 600 en G 1200) (F) Perimeterdraad (G) Borgpennen voor perimeterdraad (H) Koppeling voor perimeterdraad (I) Connectoren voor het laadstation Zie Hfdst. 9 “Toebehoren” 3.3. UITPAKKEN Hieronder staan alle stappen voor het correct uitpakken:

1. Open de doos van de robotmaaier;

2. Haal de doos "Starter Kit" uit;

3. Haal de bovenste doos uit;

4. Haal de grasmaaier uit;

5. Haal het laadstation uit.

LET OP: Zorg ervoor dat u al het verpakkingsmateriaal van de robotmaaier verwijdert voordatudezegebruikt. LET OP: Omletselofschadetevoorkomen,moetuvoorzichtigzijnbijhetuitpakkenvan de robotmaaier en contact met de snijmessen of andere gevaarlijke elementen vermijden.

Hierna volgen alle symbolen op de robotmaaier: LET OP: Leesdegebruiksaanwijzingenvoordatumetdebedieningvanhetproductbegint. LET OP: Gevaar voor projecties van voorwerpen tegen het lichaam. Houd tijdens het gebruik een veilige afstand tot de machine.

LET OP: Steek uw handen en voeten niet in de holte van de snij-inrichting. Verwijderhetuitschakelmechanismevoordatuaandemachinegaatwerkenofdeze optilt. LET OP: Steek uw handen en voeten niet in de holte van de snij-inrichting. Klim niet op de machine. VERBOD: Gebruikgeenhogedrukreinigersopdemachineomdezeschoontemakenofte wassen. VERBOD: Zorg ervoor dat er geen mensen (vooral kinderen, ouderen of gehandicapten) en huisdiereninhetwerkgebiedzijnalsdemachineinwerkingis. Houd kinderen, huisdieren en andere personen op veilige afstand wanneer de robotmaaier in werking is.13NL

3.5. ALGEMENE INSTRUCTIES VOOR HET LEZEN VAN DE HANDLEIDING De criteria die zijn gevolgd bij het opstellen van dit document worden hieronder beschreven.

1. Titel van het onderwerp (A)

2. Vereisten en uitrusting voor het uitvoeren van de procedure (B)

3. Beschrijving van de procedure (C)

4. Beschrijvende afbeeldingen van de procedure (D)

Hierna volgen alle symbolen op de accu: LET OP: Leesdegebruiksaanwijzingenvoordatumetdebedieningvanhetproductbegint. Gooi de accu niet bij het normale huisvuil. Deponeerdeaccubijdedaartoeerkendeinzamelingscentra. Gooideaccunietinvuurenstelzenietblootaanwarmtebronnen. Dompeldeaccunietonderinwaterenstelzenietblootaanvocht. 11IT 2. SICUREZZA 2.3. ISTRUZIONI DI SICUREZZA PER IL FUNZIONAMENTORequisiti e attrezzatura:• Consolle di comando• Chiave di sicurezzaProcedura:1. -mette il funzionamento del Robot. di protezione (C) della consolle di comando (D). Robot.

WAARSCHUWING: Brenggeenwijzigingenaan,knoeiniet,omzeildegeïnstalleerde veiligheidsvoorzieningennietenverwijderzeniet. OPMERKING: Neem voor meer informatie over de installatie van het product contact op met een STIGA wederverkoper.

4.2. ONDERDELEN VOOR DE INSTALLATIE

(A) Laadstation (B) Voedingseenheid (C) Perimeterdraad (aanwezig in de basisset) (D) Bevestigingsharingen perimeterdraad (aanwezig in de basisset) (E) Bevestigingsschroeven laadstation (F) Koppeling voor perimeterdraad (aanwezig in de basisset) (G) Connectoren voor laadstation (aanwezig in de installatieset) Zie Hfdst. 9 “Toebehoren”

4.3. CONTROLE VAN DE VEREISTEN VOOR DE INSTALLATIE Hieronder ziet u hoe u de noodzakelijke vereisten kunt controleren en de tuin kunt voorbereiden voordat u doorgaat met de installatie.

4.3.1. CONTROLE VAN DE TUIN:

  • Voer een inspectie uit van het hele gebied voor een juiste detectie van de toestand van de tuin, obstakels en uit te sluiten gebieden.
  • Controleer of het te maaien gazon gelijkmatig is, vrij van gaten, stenen of andere obstakels en voer indien nodig de nodige herstelwerkzaamheden uit. OPMERKING: Egaliseer de grond zodat er geen plassen ontstaan als gevolg van regen. OPMERKING: Bij de eerste installatie moet de aanvankelijke hoogte van het gras binnen het werkbereik van de robotmaaier liggen: 20-60mm. Bereid indien nodig de tuin voor met een traditionele grasmaaier.

4.3.2. CONTROLES VOOR DE INSTALLATIE VAN HET LAADSTATION EN DE VOEDINGSEENHEID

ELEKTRISCH GEVAAR: Om de elektrische verbinding uit te voeren,moeternabijdezonevan installatieeenstekkervoorzienzijn. Verzekeruervandatdeverbinding aan het voedingsnet overeenstemt met de geldende wetten van het Land van gebruik. ELEKTRISCH GEVAAR: Sluit de voeding niet aan op een stopcontact als de stekker of de kabelbeschadigdzijn. Sluit een beschadigde kabel niet aanenraakdezenietaanvoordat dezeislosgekoppeldvande voeding. Een beschadigde kabel kan contact met de delen onder spanningveroorzaken. ELEKTRISCH GEVAAR: Het geleverde circuit moet worden beschermd door een dierentiaalschakelaar(RCD)met een activeringsstroom van maximaal 30 mA. Procedure:

1. Bereid een vlak gebied aan de rand van het gazon voor om het laadstation (A) te plaatsen, bij voorkeur

in het grootste deel van de tuin en in de buurt van een stopcontact.

2. Zorg ervoor dat er voldoende ruimte is om het laadstation op een recht stuk van de perimeterdraad (B)

te installeren, zodat de afstand van de basis tot eventuele bochten minimaal X = 200 cm is, de grond moet perfect vlak en compact zijn om vervorming van het oppervlak van het laadstation te voorkomen.

LET OP: Overmatigeafstandtussentweeoplaadbasissenkanstoringveroorzaken(Zie Par. 4.7.14)

4. Bereid het installatiegebied van de stroomvoorziening (B) voor zodat het beschermd is tegen

zonnestralen en zodat het onder geen enkele weersomstandigheden in water kan worden ondergedompeld. OPMERKING: Het verdient de voorkeur en wordt aanbevolen om de voedingseenheid (B) in een afgesloten compartiment te installeren, beschermd tegen weersinvloeden, op een plaats die niet gemakkelijk toegankelijk is voor onbevoegde personen zoals kinderen (X > 160 cm). LET OP: De voedingskabel (C), de voedingseenheid, de verlengkabel en alle andere elektrische kabels die niet bij het product horen, moeten buiten het maaigebied blijvenomzeuitdebuurtvangevaarlijkebewegendedelentehoudenenom schadeaandekabelstevoorkomenwaardoorzeincontactkunnenkomenmet onder spanning staande onderdelen.

3. Zorg ervoor dat het gebied dat wordt gekozen voor de installatie van het laadstation (D), ten minste

400 cm verwijderd is van het laadstation (E) van een tweede robotmaaier.

4. INSTALLATIE4.3.3. BELANGRIJKSTE CONTROLES VOOR DE INSTALLATIE VAN DE PERIMETERDRAAD

1. Controleer of de maximale helling van het werkgebied kleiner is dan of gelijk is aan 45% (E) en

respecteer de regels die in de onderstaande afbeeldingen worden weergegeven: a) als de helling ≤ 20% is, kan de perimeterdraad erop geïnstalleerd worden zoals weergegeven in de afbeelding; b) als de helling> 20% en ≤ 45% is, moet de installatie het hellende gebied omvatten met inachtneming van de afstand aangegeven in de guur;c) indien de helling> 20% is en het hellende gebied geen deel uitmaakt van het te maaien deel van de tuin, moet de afstand aangegeven in de afbeelding gerespecteerd worden;d) als de helling> 45% is, moet het hellende gebied uitgesloten worden met inachtneming van de afstand aangegeven in de guur.0÷20%

LET OP: De robot kan oppervlakken maaien met een maximale helling van 45%. Als de instructies niet worden opgevolgd, kan de robot uitglijden en de werkzoneverlaten LET OP: Dezonesmetniettoegestanehellingenkunnennietgemaaidworden.Plaats daaromdeperimeterdraadvóórdehelling,ensluitdatdeelvandegazonuit.

2. Controleer het volledige werkoppervlak: evalueer de obstakels en gebieden die moeten worden

uitgesloten van het werkgebied (F), die afgebakend moeten worden met de perimeterdraad (G). FG19NL

3. Als er een obstakel is, bijvoorbeeld een gracht (D), een muur of een lage muur (E), leg de

perimeterdraad (F) dan minstens X3 = 35 cm van het obstakel. 4.4. CRITERIA VOOR DE INSTALLATIE VAN DE GRENSKABEL

4.4.1. PLAATSING VAN DE PERIMETERDRAADProcedure:

1. Als er een bevloering of pad (A) op hetzelfde niveau als het gazon is, leg de perimeterdraad (B) dan

op X1 = 5 cm van de rand van de bevloering.

2. In de buurt van een vlak bloembed, een metalen mangat, een douchevlak of elektrische kabels,

moet de perimeterdraad (C) minstens X2 = 30 cm verwijderd worden.

5. Als er een overloopzwembad of vijver (I) is, onbeschermde openbare wegen (L), plaats de

perimeterdraad (F) dan minstens X5 = 90 cm.

4. Als er een haag is (G) of een plant met uitstekende wortels (H), leg de perimeterdraad (F) dan

WAARSCHUWING: Het operationele gebied moet worden begrensd door een niet-overschrijdbare afrastering.Maakdeafrasteringgeschiktofhoudtoezichtopderobotmaaier tijdens het gebruik.

1. Als de minimale doorgang tussen twee verschillende sectie van de perimeterdraad X ≥ 70 cm is, kan

het obstakel afgebakend worden zoals weergegeven in de afbeelding (Q), waarbij de secties van de naar buiten gerichte en retourkabels elkaar overlappen zonder ze te kruisen (R).

2. Om het obstakel af te bakenen (S):

  • Plaats de perimeterdraad tot aan het obstakel en ga eromheen;
  • Breng de kabel terug langs het vorige pad en overlap hem onder dezelfde spijker, zonder kruisingen (R) te maken.

6. Als er een zwembad (M) of een weg (N) is aan het einde van een helling (O), leg de perimeterdraad

(P) dan minstens X6 = 150 cm. LET OP: Als de helling groter is dan 45%, moet het hellende gebied worden uitgesloten van het maaigebied (Zie Par. 4.3).

OPMERKING: Om de robotmaaier correct te laten werken, moet de minimumlengte van de bovenliggende perimeterdraad (R) X = 70 cm zijn.

Als de minimale doorgang tussen twee verschillende secties van de perimeterdraad X <70 cm is, kan het obstakel afgebakend worden door de twee secties van de uitgaande en retourkabel op afstand te houden met een hoogte Y ≥30 cm zoals aangegeven in de afbeelding (T), of, als het obstakel sterk genoeg is, kan het onbeschermd gelaten worden zoals weergegeven in afbeelding (U).

4. In het algemeen is het raadzaam om obstakels af te bakenen, maar als er lokale obstakels zijn die

bestand zijn tegen schokken, bijvoorbeeld bomen zonder uitstekende wortels (V) of palen (Z), is het mogelijk deze niet af te bakenen.

1. In het geval van gangen moet de afstand tussen twee verschillende secties van de perimeterdraad Z

2. In geval van passage tussen twee verschillende kabeldelen Z <70 cm, moet het gebied (A) worden

beschouwd als "Gesloten gebied" en kan het niet automatisch door de robotmaaier bereikt worden. OPMERKING: Voor het programmeren van de robotmaaier met betrekking tot de conguratie van de tuin met "Gesloten gebied", zie de procedure in Par. 4.7.5 “Closed Area”.

4.5. IDENTIFICATIE VAN DE ONDERDELEN

ELEKTRISCH GEVAAR: Gebruik alleen de acculader en voeding die door de fabrikant zijngeleverd.Oneigengebruik kan elektrische schokken en of oververhittingveroorzaken. WAARSCHUWING: Het geleverde circuit moet worden beschermd door een dierentiaalschakelaar(RCD) met een activeringsstroom van maximaal 30 mA. ELEKTRISCH GEVAAR: Om de elektrische verbinding uit te voeren, moet er nabij dezonevaninstallatieeen stekkervoorzienzijn.Verzeker u ervan dat de verbinding aan het voedingsnet overeenstemt met de geldende wetten van het Land van gebruik. ELEKTRISCH GEVAAR: Sluit de voeding pas aan aan het einde van alle installatiewerkzaamheden. Schakel indien nodig tijdens de installatie de algemene stroomtoevoer uit.

WAARSCHUWING: Gevaar voor snijwonden aan de handen. WAARSCHUWING: Gevaar voor stof in de ogen. Vereisten en Verplichtingen:

  • Laag gras langs het hele traject • Hamer
  • Perimeterdraad • Handschoenen
  • Bevestigingsharingen • Bril
  • Koppelingen voor perimeterdraad • Schaar voor elektriciens
  • Tang HANDSCHOENEN VEREIST: Gebruik beschermende handschoenen om snijgevaar aan de handen te voorkomen.

VERPLICHT EEN BRIL TE

GEBRUIKEN: Gebruik een beschermende bril om het gevaar voor stof in de ogen te voorkomen. Procedure:

1. Plaats de perimeterdraad (A) vanaf het installatiegebied van het laadstation.

2. Plaats de kabel langs het hele pad, zet hem vast met de daarvoor bestemde haringen (B) op een

afstand van ongeveer 100 cm van elkaar, en respecteer de installatievereisten (zie Par. 4.3 en Par. 4.4).

3. Laat 2 m kabel over om deze in de laatste fase van de aansluiting op maat te knippen.

OPMERKING: Pas op dat de kabel (A) niet in de knoop raakt in niet-rechte stukken. Plaats de kabel zo dat er een regelmatige bocht ontstaat met een straal van ongeveer 20 cm OPMERKING: De perimeterdraad die voor de installatie wordt gebruikt, moet een lengte hebben van minstens 40 m. Als de kabellengte minder is, is het noodzakelijk om de weerstand te installeren voor kleine perimeters. (Zie Par. 4.5.4. en Hfdst. 9 “Toebehoren”). LET OP: Zorg ervoor dat de draad langs het hele pad contact maakt met de grond om te voorkomendatderobotmaaierdezebeschadigt. R=20 cm

WAARSCHUWING: Gevaar voor snijwonden aan de handen. WAARSCHUWING: Gevaar voor stof in de ogen. Vereisten en Verplichtingen:

  • Koppeling voor perimeterdraad • Handschoenen
  • Schaar voor elektriciens • Bril
  • Tang HANDSCHOENEN VEREIST: Gebruik beschermende handschoenen om snijgevaar aan de handen te voorkomen.

VERPLICHT EEN BRIL TE

GEBRUIKEN: Gebruik een beschermende bril om het gevaar voor stof in de ogen te voorkomen. Tijdens de installatie van de kabel of in geval van accidentele breuk, kan het nodig zijn om verbindingen uit te voeren. Procedure:

1. Koppel het laadstation los van de voeding.

2. Leid de perimeterdraad volgens positie (A).

3. Steek de uiteinden van de kabel in de verbinding volgens positie (B).

4. Druk de knop aan de bovenkant van de koppeling volledig in met een tang volgens positie (C).

5. De perimeterdraad is correct geïnstalleerd op de verbinding (D).

VERBOD: Gebruik geen isoleerband of andere types van juncties die geen correcte isolatiegaranderen(aansluitstrook,klemmen,enz.).Hetvochtvanhetterrein veroorzaaktoxidatieenonderbrekingvandeperimeterdraad.

PLAATSING DOOR INGRAVEN

(ALLEEN UITVOERBAAR DOOR DE GEAUTORISEERDE VERKOPER) Richt u tot een STIGA-dealer om de perimeterdraad te laten installeren met een specieke draadlegmachine, zonder gebruik te maken van haringen.

WAARSCHUWING: Gevaar voor snijwonden aan de handen. WAARSCHUWING: Gevaar voor stof in de ogen. ELEKTRISCH GEVAAR: Sluit de voeding pas aan aan het einde van alleinstallatiewerkzaamheden.Schakel indien nodig tijdens de installatie de algemene stroomtoevoer uit. Vereisten en Verplichtingen:

  • Schroevendraaier • Hamer
  • Schaar voor elektriciens • Handschoenen
  • Bril HANDSCHOENEN VEREIST: Gebruik beschermende handschoenen om snijgevaar aan de handen te voorkomen.

VERPLICHT EEN BRIL TE

GEBRUIKEN: Gebruik een beschermende bril om het gevaar voor stof in de ogen te voorkomen. Het laadstation kan worden geïnstalleerd:

  • bij installatie in lijn met de perimeterdraad zodat de robot er toegang toe heeft door met de klok mee langs de perimeterdraad te rijden. Procedure:

1. Controleer de installatievereisten zoals aangegeven in Par. 4.3.

2. Bereid indien nodig de grond voor zodat het oppervlak van het laadstation (A) gelijk is met het

gazon (B), de grond moet perfect vlak en compact zijn om vervorming van het oppervlak van het laadstation te voorkomen.

3. Verwijder het deksel (C).

4. Plaats het laadstation:

  • in lijn met de perimeterdraad (D2) zodat de robot er toegang toe heeft door met de klok mee langs de perimeterdraad te rijden.

5. Steek de twee uiteinden van de kabel in de daarvoor bestemde doorgangen (E2).

6. Snijd de uiteinden van de kabels op maat.

7. Breng de zelfborende connectoren aan op de kabel (F), (G), (H).

8. Verbind de connectoren met de klemmen (I).

9. Bevestig het laadstation (L) op de grond met de borgschroeven (M).

10. Herplaats het deksel (C).

11. Sluit de connector van de voedingseenheid aan op het laadstation en steek vervolgens de stekker

van de voedingseenheid in het stopcontact.

12. Controleer of wanneer de robotmaaier niet in het laadstation staat, het indicatielampje op het

laadstation (N) vast brandt (zie Par. 5.4). LET OP: De voedingskabel, de voedingseenheid, de verlengkabel en alle andere elektrische kabels die niet bij het product horen, moeten buiten het maaigebied blijvenomzeuitdebuurtvangevaarlijkebewegendedelentehoudenenom schadeaandekabelstevoorkomenwaardoorzeincontactkunnenkomenmet onder spanning staande onderdelen. OPMERKING: Indien nodig kunt u de kabel die het laadstation van stroom voorziet, verlengen met verlengkabels. Het is toegestaan om maximaal twee verlengkabels van 5 meter te gebruiken (zie Hfdst. 9 “Toebehoren”).

4.5.4. INSTALLATIE VAN DE WEERSTAND VOOR KLEINE PERIMETERS

Vereisten en verplichtingen: De perimeterdraad die voor de installatie van de robotmaaier wordt gebruikt, moet een lengte hebben van minstens 40 meter. Als de kabellengte korter is, moet de weerstand worden geïnstalleerd (zie Hfdst. 9 “Toebehoren”) na de perimeterdraad. Procedure: Na het correct plaatsen en bevestigen van het laadstation (zie par. 4.5.3), gaat u verder als volgt:

1. Verwijder het deksel (C).

2. Snijd de uiteinden van de kabels op maat.

3. Breng de zelfborende connectoren aan op de kabel (F), (G), (H). (Zie par. 4.5.3).

4. Verbind de weerstand (O) aan de klem (I) van het laadstation.

5. Sluit de respectieve perimeterdraad aan op de weerstand (O).

6. Sluit de andere perimeterdraad rechtstreeks aan op de andere klem van het laadstation.

OPMERKING: De accu's moeten bij de eerste keer opladen minimaal 2 uur opgeladen blijven.

Vereisten en Verplichtingen: De automatische werking van de robotmaaier vereist een reeks instellingen die kunnen worden gemaakt via een mobiel apparaat (smartphone), iOS of Android met de geïnstalleerde "STIGA.GO" -app. De iOS-app kan worden gedownload via iOS App Store. De Android-app kan worden gedownload via Google Play Store. Vanuit de App kan men de volgende functies instellen. Controleer de beschikbare functies voor uw model in de tabel:

  • De robotmaaier starten, stoppen en forceren om terug te keren naar het laadstation.
  • De werkmodus selecteren in een afgesloten gebied dat niet autonoom kan worden bereikt door de robotmaaier.
  • Selecteer de modus Geplande taak/Enkele maaicyclus.
  • Programmeer de Werkuren voor de dagen van de week.
  • Stel de werkstartpunten in om de hele tuin gelijkmatig te bewerken.
  • Stel de dagen van de week in om de randen bij te snijden.
  • Schakel een energiezuinige eco-modus in.
  • Schakel de gevoeligheid van de regensensor in en stel deze in.
  • Stel verschillende gebruikers in staat om de robotmaaier te gebruiken via de app.
  • Kies en neem contact op met uw plaatselijke dealer. OPMERKING: De afbeeldingen die in dit gedeelte worden weergegeven, zijn louter indicatief en kunnen in de loop van de tijd afwijken van die van de App van het product. G 300 G 600 G 1200 Border Cut Go-To Cut Points

Bij de eerste toegang tot de app kunt u:

1. Toegang verkrijgen tot de informatiepagina's over verkopers en producten van STIGA;

2. De eerste registratie uitvoeren;

3. De Login uitvoeren voor reeds geregistreerde gebruikers.

4.7.2. REGISTRATIE(SIGNUP)

Het gedeelte "Sign Up" maakt de gebruikersregistratie mogelijk en geeft toegang tot alle app-functies.

1. De gebruiker kan inloggen via zijn Google-, Facebook- en Apple-accounts, of een nieuw account

aanmaken door de verplichte velden in te vullen.

2. De registratieprocedure vereist een e-mailvericatie.

4.7.3. KOPPELING(PAIRING)

In het gedeelte “Pairing" kunt u uw mobiele apparaat via een Bluetooth-verbinding met de robotmaaier koppelen.

1. Druk op de knop “toevoegen” om naar de bluetooth-koppelingspagina's te gaan.

2. Volg de begeleidde procedure om het product te koppelen.

3. Zodra de koppeling is voltooid, wordt de hoofdpagina van het product weergegeven.

4. Druk op knop “pagina product” voor toegang tot de productpagina.

5. Druk op de knop “opties” om toegang te krijgen tot de menupagina van waaruit u de robotmaaier een

andere naam kunt geven, loskoppelen en aansluiten, of de gebruikershandleiding kunt downloaden. OPMERKING: als de robotmaaier niet door het mobiele apparaat gedetecteerd wordt, controleer dan of de robotmaaier aan is en in de nabijheid van het mobiele apparaat is. Controleer of de robotmaaier niet al aan een andere gebruiker is gekoppeld.

In het gedeelte "Device Page" kunt u de status van de robotmaaier controleren, deze in bedrijf zetten of de robotmaaier dwingen terug te keren naar het laadstation.

1. Druk op de knop “start” om de robotmaaier te starten.

2. Druk op de knop “stop” om de robotmaaier te stoppen.

3. Druk op de knop “terugkeer naar basis” om de terugkeer naar de basis van de robotmaaier te forceren.

4. Druk op de knop “gesloten gebied” om de robotmaaier te laten werken in een gebied dat niet zelfstandig

door de robotmaaier bereikt kan worden. (Zie Par. 4.7.5).

4.7.5. AFGESLOTENGEBIED(CLOSEDAREA)

OPMERKING: Controleer de beschikbaarheid van deze functie in de STIGA.GO-app. In het gedeelte “Closed Area" kunt u de robotmaaier starten in een afgesloten gebied dat normaal gesproken uitgesloten is van het werkgebied omdat het niet bereikbaar is, maar wel begrensd wordt door de perimeterdraad. (Zie Par. 4.4.3).

1. Druk op de hiervoor bestemde knop om de modus "Afgesloten gebied" te selecteren.

2. Plaats de robotmaaier in het afgesloten gebied en volg de begeleide procedure.

OPMERKING: De gebruiker kan ervoor kiezen om de robotmaaier de hele levensduur van de accu of een kortere, handmatig ingestelde tijd te laten werken.

4.7.6. INSTELLINGEN(SETTINGS)

Het gedeelte "Settings" geeft toegang tot het instellingenscherm van de robotmaaier.

1. Druk op de knop “instellingen” voor toegang tot de modus Settings.

2. Selecteer de in te stellen functie.

4.7.7. ENKELEMAAIBEURT/GEPLANDMAAIEN(SPOTCUT/SCHEDULED)

Met de keuzeschakelaar "Spot Cut/Scheduled" kunt u het geplande werkprogramma activeren of deactiveren. Het aantal wekelijks te programmeren uren wordt door de app voorgesteld op basis van de grootte van de tuin.

1. Indien ingesteld op "Scheduled", werkt de robotmaaier volgens het geplande werkprogramma.

2. Indien ingesteld op "Spot Cut", voert de robotmaaier één enkele maaibeurt uit.

4.7.8. MAAISESSIES(MOWINGSESSIONS)

In het gedeelte "Mowing sessions" kunt u de werkuren en dagen van de robotmaaier programmeren. Het aantal wekelijks te programmeren uren wordt door de app voorgesteld op basis van de grootte van de tuin.

1. Druk op keuzeschakelaar “enkele maaibeurt/gepland maaien” om het menu met de instellingen van de

werkuren te openen en selecteer een dag van de week.

2. Druk op knop “maaitijd toevoegen” om een nieuw werkprogramma toe te voegen.

3. Geef de begin- en eindtijd in en bevestig.

4. De gebruiker kan dezelfde werktijden op meerdere dagen van de week toepassen.

5. De werktijd wordt weergegeven binnen de dag van de week waarop deze geprogrammeerd is. Door op

elke werktijd te drukken is het mogelijk deze te kopiëren of te verwijderen. OPMERKING: De interne klok van de robotmaaier wordt automatisch gesynchroniseerd met de tijd op het mobiele apparaat wanneer de robot via bluetooth met de app verbonden is.33NL

OPMERKING: Controleer de beschikbaarheid van deze functie in de STIGA.GO-app. In het gedeelte "Go-To-Cut Points" kunt u een of meer startpunten instellen voor het werk van de robotmaaier om de dekking in de verschillende delen van de tuin te verbeteren (zie Par. 4.4). Het aantal startpunten dat kan worden ingesteld, is afhankelijk van het model robotmaaier. De startpunten van het werk worden bepaald door de volgende parameters:

  • Afstand van het startpunt tot het laadstation gemeten langs de perimeterdraad.
  • Richting om het werkpunt te bereiken (met de klok mee of tegen de klok in).
  • Frequentie van het bereiken van het werkpunt uitgedrukt in % van de totale wekelijks geprogrammeerde werktijd..

4.7.10. DERANDBIJSNIJDEN(BORDERCUT)

In het gedeelte "Border cut" kunt u het bijsnijden van de rand in de tuin op een bepaalde dag programmeren.

1. Kies de dagen waarop de randen bijgesneden moeten worden.

6. Druk op de daarvoor bestemde knop (A) om de functie in te schakelen.

OPMERKING: Het bijsnijden van de rand kan alleen geactiveerd worden voor de dagen van de week waarop de robotmaaier geprogrammeerd is om te werken.

OPMERKING: Controleer de beschikbaarheid van deze functie in de STIGA.GO-app. Met de functie "Eco-modus" kunt u een modus voor laag energieverbruik instellen waarbij de werktijd van de robotmaaier percentueel verminderd wordt ten opzichte van de programmering die door de gebruiker uitgevoerd wordt. OPMERKING: Het is aan te raden deze functie te gebruiken in de periodes van het jaar waarin het gras minder snel groeit.

4.7.12. REGENSENSOR(RAINSENSOR)(INFUNCTIEVANHETMODEL)

Met de functie "Rain sensor" kunt u de regensensor op de robotmaaier in- of uitschakelen.

1. Druk op de daarvoor bestemde knop (A) om de functie in te schakelen.

2. Kies uit de drie beschikbare gevoeligheidsniveaus van de regensensor.

4.7.13. VERGRENDELINGTOETSENBORD(APPLOCK)

Om te voorkomen dat de robotmaaier door kinderen of onbevoegden wordt gebruikt, kan de bediening van het toetsenbord vergrendeld worden. Op deze manier kan de robotmaaier alleen via de App te bediend worden. Procedure:

1. Activeer of deactiveer de functie Vergrendeling Toetsenbord/App Lock via het menu "instellingen"

van de app. OPMERKING: Als de functie actief is, blijft de vergrendeling van het toetsenbord actief, ook wanneer de robotmaaier uitgeschakeld is.34 NL

OPMERKING: Controleer de beschikbaarheid van deze functie in de STIGA.GO-app. De hoofdgebruiker die de eerste registratie van het product heeft uitgevoerd, kan andere gebruikers uitnodigen om de robotmaaier te beheren via de procedure die toegankelijk is via de hiervoor bestemde knop. OPMERKING: De toegevoegde gebruikers kunnen altijd worden bekeken en beheerd vanuit het hiervoor bestemde menu. OPMERKING: De uitgenodigde gebruiker moet de app op zijn mobiele apparaat downloaden en zich registreren.

4.7.15. WEDERVERKOPERS(DEALER)

Het gedeelte “Dealer” stelt u in staat het referentie-servicecentrum te kiezen.

1. Door op de knop “dealer” te drukken, komt u op pagina waar u, via een lijst, uw referentie-dealer kunt

Het gedeelte “Messages” staat toe meldingen\informatie weer te geven.

1. Door op knop “meldingen” te drukken, gaat u naar pagina waar u alle meldingen\informatie van

STIGA kunt bekijken die bedoeld zijn voor de gebruiker.

4.7.17. PROFIEL(PROFILE)

Het gedeelte "Prole" geeft u toegang tot het gebruikersproel van waaruit de gebruiker de accountgegevens en het wachtwoord kan wijzigen.35NL

  • Installatie uitgevoerd volgens de instructies (Zie Hfdst. 4)
  • Programmering van de robotmaaier uitgevoerd volgens de instructies (Zie Par. 4.7 voor de automatische werking)
  • Gevoed laadstation • Aanvankelijke hoogte van het gras in het werkbereik van de robotmaaier: 20-60 mm

1. Controleer of de zwevende kap (A) correct gemonteerd is. Indien de kap ontbreekt, kan de robotmaaier

2. Controleer of de veiligheidssleutel (E) geplaatst is. Indien uitgeschakeld, start de robotmaaier niet.

3. Controleer of de stopknop "

STOP" (B) niet actief is. Als deze knop wordt ingedrukt, wordt de robot- maaier gestopt en wordt de beschermkap (C) van de bedieningsconsole (D) geopend.

4. Controleer of de robotmaaier correct op de grond is geplaatst. In geval van overmatig kantelen (≥ 45%)

OPMERKING: deze modus garandeert mogelijk geen voldoende dekking van de tuin, zowel in termen van benodigde tijd als in termen van gelijkmatigheid van het maairesultaat, vooral als de tuin een onregelmatige vorm heeft. Om een maximale eciëntie van de robotmaaier te bereiken, wordt aanbevolen de programmering uit te voeren (zie Par. 4.7). OPMERKING: als na het indrukken van de "BEVESTIGING"-knop (G), de "MODUS SELECTIE"-knop (F) wordt ingedrukt, zullen de pictogrammen die betrekking hebben op de geselecteerde functies opnieuw beginnen te knipperen en om bevestiging van de zojuist geselecteerde functie vragen. Druk op de knop “BEVESTIGEN” (G). De pictogrammen gaan weer vast branden. OPMERKING: als het deksel (B) wordt geopend, zowel tijdens het werk als met de robot in de basis, knipperen de pictogrammen met betrekking tot de geselecteerde functies om aan te geven dat het nodig is om de actie te bevestigen voordat het deksel gesloten wordt. Als het deksel wordt gesloten zonder op de "BEVESTIGING"-knop (G) te drukken, zal de robot geen enkele actie uitvoeren tot een nieuw commando van de gebruiker.

5.2. HANDMATIGE WERKING VAN DE ROBOTMAAIER

De robotmaaier kan worden gebruikt zonder de programmering uit te voeren die wordt beschreven in Par. 4.7. In deze modus voert de robotmaaier een werkcyclus uit, keert terug naar het laadstation en blijft daar tot de volgende handmatige start. Procedure:

1. Plaats de robotmaaier op het laadstation of in ieder geval binnen de perimeter van de installatie.

2. Druk op de “STOP” -knop (A) om de kap (B) te openen en toegang te krijgen tot de

4. Druk op de knop “SELECTIE MODUS” (F), tot enkel het pictogram (L) knippert.

5. Druk op de knop “BEVESTIGEN” (G). Het pictogram (L) gaat vast branden om de actie te

7. De robotmaaier begint te werken.

5.3. BESCHRIJVING VAN DE COMMANDO'S OP DE ROBOTMAAIER Lijst met commando's, indicatoren en hun functie:

  • Knop “STOP” (A): wordt gebruikt voor de veiligheidsstop van de robotmaaier.
  • “VEILIGHEIDSSLEUTEL” (D): wordt gebruikt voor het veilig uitschakelen van de robotmaaier.
  • Knop “ON/OFF” (E): dient om de robotmaaier in- en uit te schakelen.
  • De knop “SELECTIE MODUS” (F) wordt gebruikt om de bedrijfsmodus van de robotmaaier te selecteren en om de terugkeer naar het laadstation te forceren.
  • De knop “BEVESTIGEN” (G): wordt gebruikt om de ingestelde bedrijfsmodus te bevestigen.
  • Het verlicht pictogram “GEPLAND PROGRAMMA” (I): wordt gebruikt om de instelling van het geplande programma te bekijken.
  • Het verlicht pictogram “ENKELE WERKCYCLUS” (L): wordt gebruikt om de instelling van de enkele werkcyclus weer te geven.
  • Het verlicht pictogram “TERUGKEER NAAR BASIS” (H): wordt gebruikt om de instelling van de geforceerde terugkeer van de robotmaaier naar het laadstation weer te geven.
  • De knop “BLUETOOTH” (M): wordt gebruikt om de bluetooth-status weer te geven.
  • Het verlicht pictogram “ALARM” (N): dient voor de weergave van de alarmstatussen.
  • Het verlicht pictogram “ACCU” (O): dient voor de weergave van de laadstatus van de accu.

5.3.1. VEILIGSTOPPEN-STOP-KNOP

De "STOP" -knop (A) is een commando dat de robotmaaier in veilige omstandigheden stopt, ongeacht zijn werkingsconditie. Procedure:

1. Druk op de “STOP”-knot (A) terwijl de robotmaaier in beweging of reeds gestopt is.

2. Wanneer de "STOP" -knop (A) wordt ingedrukt, stopt de robotmaaier en gaat de kap (B) open, zodat

u toegang hebt tot de andere opdrachten van de robot.

Door de veiligheidssleutel (D) uit te schakelen, kan de robotmaaier veilig worden uitgeschakeld. VERPLICHTING: Verwijderaltijddeveiligheidssleutelvoordatuwerkzaamhedenvoorde instelling van de maaihoogte, de reiniging, het transport en het onderhoud uitvoert Procedure:

1. Druk op de "STOP" -knop (A) om de kap (B) te openen en toegang te krijgen tot de bedieningsconsole (C).

2. Verwijder de veiligheidssleutel (D) en bewaar deze op een veilige plaats.

3. Na het uitvoeren van de onderhoudswerkzaamheden, steekt u de veiligheidssleutel in om de robot

De knop “AAN/UIT” (E): dient om de robotmaaier handmatig in- en uit te schakelen. Procedure:

1. Druk op de "STOP" -knop (A) om de kap (B) te openen en toegang te krijgen tot de bedieningsconsole (C).

2. Druk gedurende 5 seconden op de “ON/OFF” -knop (E) om de robotmaaier in- of uit te schakelen.

OPMERKING: Om de robotmaaier in te schakelen, moet de veiligheidssleutel (D) ingestoken zijn. OPMERKING: Als u de veiligheidssleutel (D) verwijdert, wordt de robotmaaier uitgeschakeld, zelfs als deze niet eerder uitgeschakeld werd met de "ON/OFF" -knop. OPMERKING: Bij actieve alarmen reset een dubbele druk op de “ON/OFF”-knop de alarmen.

NAAROPLAADBASIS-KNOPSELECTIEMODUS Met de knop “SELECTIE MODUS" kunt u het via de app ingestelde werkschema activeren of deactiveren en de gedwongen terugkeer naar het laadstation selecteren. De robotmaaier gedraagt zich volgens de hieronder beschreven mogelijke selecties. SELECTIES TOETSENBORD EN WERKING VAN DE ROBOT GEPLAND PROGRAMMA De robotmaaier werkt volgens de via de app ingestelde programmering.

TERUGKEER NAAR BASIS + GEPLAND PROGRAMMA

De robotmaaier keert terug naar het laadstation. De robotmaaier hervat het werk vanaf de volgende ingestelde starttijd.

ENKELE WERKCYCLUS + GEPLAND PROGRAMMA

De robotmaaier voert een enkele gedwongen werkcyclus uit en keert terug naar het laadstation als hij klaar is. De robotmaaier hervat het werk vanaf de volgende ingestelde starttijd. ENKELE WERKCYCLUS De robotmaaier voert een enkele gedwongen werkcyclus uit en keert terug naar het laadstation. De robotmaaier blijft in de basis tot een handmatige actie van de gebruiker.

TERUGKEER NAAR BASIS + ENKELE WERKCYCLUS

De robotmaaier keert terug naar het laadstation. De robotmaaier blijft in de basis tot een handmatige actie van de gebruiker.40 NL

1. Druk op de “STOP” -knop (A) om de kap (B) te openen en toegang te krijgen tot de bedieningsconsole (C).

2. Druk op de knop “SELECTIE MODUS" (F), totdat de pictogrammen die betrekking hebben op de functies die

u wilt activeren, knipperen. De pictogrammen die betrekking hebben op de geselecteerde functies knipperen.

3. Druk op de knop “BEVESTIGEN” (G). De pictogrammen die betrekking hebben op de geselecteerde functies

lichten continu op om de actie te bevestigen.

4. Sluit de kap (B).

5. De robotmaaier begint te werken volgens de modus die is ingesteld.

OPMERKING: als na het indrukken van de "BEVESTIGING"-knop (G), de "MODUS SELECTIE"-knop (F) wordt ingedrukt, beginnen de pictogrammen die betrekking hebben op de geselecteerde functies opnieuw te knipperen en om bevestiging van de zojuist geselecteerde functie vragen. Druk op de knop “BEVESTIGEN” (G). De pictogrammen gaan weer vast branden. OPMERKING: als het deksel (B) wordt geopend, zowel tijdens het werk als met de robot in de basis, knipperen de pictogrammen met betrekking tot de geselecteerde functies om aan te geven dat het nodig is om de actie te bevestigen voordat het deksel gesloten wordt. Als het deksel wordt gesloten zonder op de "BEVESTIGING"-knop (G) te drukken, zal de robot geen enkele actie uitvoeren tot een nieuw commando van de gebruiker. OPMERKING: Als de batterij van de robot bijna leeg is, knippert het accupictogram rood om aan te geven dat het niet mogelijk is om de geselecteerde actie uit te voeren. OPMERKING: De robotmaaier start pas als de kap gesloten is (B). OPMERKING: De robotmaaier bereikt het laadstation met de snij-inrichting uitgeschakeld. OPMERKING: de robotmaaier kan gebruikt worden in de modus "ENKELE WERKCYCLUS", ook zonder de werktijden via de app te programmeren. Deze modus garandeert mogelijk geen voldoende dekking van de tuin, zowel in termen van benodigde tijd als in termen van gelijkmatigheid van het maairesultaat, vooral als de tuin een onregelmatige vorm heeft. Om een maximale eciëntie van de robotmaaier te bereiken, wordt aanbevolen de programmering uit te voeren (zie Par. 4.7).

Het verlichtte pictogram “ALARM” (N) duidt op een storing in de werking. Procedure:

1. Druk op de "STOP" -knop (A) om de kap (B) te openen en toegang te krijgen tot de

bedieningsconsole (C).

2. Controleer de alarmstatus met behulp van het rode verlichtte pictogram (N):

3. Nadat de storing is verholpen, drukt u tweemaal snel achter elkaar op de "ON/OFF"-knop (E) om het

alarm te resetten. Het verlicht pictogram (N) gaat uit en de robotmaaier kan opnieuw worden gestart. Als het pictogram (N) niet uitgaat, verwijder dan de veiligheidssleutel (D), wacht een paar seconden en schakel de robotmaaier vervolgens weer in met de "ON/OFF"-knop (E). Raadpleeg een Service- centrum indien het probleem aanhoudt. OPMERKING: De details van de afwijkingen zijn in te zien via de App.

5.3.5. WEERGAVEVANDEBLUETOOTH-STATUS-KNOPBLUETOOTH

De robotmaaier beheert automatisch de Bluetooth-verbinding met externe mobiele apparaten. De Bluetooth-verbinding is altijd beschikbaar wanneer de robotmaaier ingeschakeld is. Er kan slechts één mobiel apparaat tegelijk via Bluetooth met de robotmaaier verbonden worden. De robotmaaier verbreekt automatisch de verbinding met het apparaat wanneer de app gesloten wordt. De knop "BLUETOOTH" (M) wordt door het servicecentrum alleen gebruikt voor diagnostische activiteiten. OPMERKING: Voor het koppelen van het apparaat met de robotmaaier via Bluetooth, zie de Par. 4.7.3 “Pairing”.

Het verlichtte pictogram “ACCU” (O) staat toe de laadstatus van de accu weer te geven. Procedure:

1. Druk op de "STOP" -knop (A) om de kap (B) te openen en toegang te krijgen tot de bedieningsconsole (C).

2. Controleer de laadstatus van de accu met behulp van het verlichtte pictogram (O):

- Blauw pictogram: de accu is vol (laadniveau >40%). - Rood pictogram: de accu is bijna leeg (laadniveau 15-40%). - Knipperend rood pictogram: de accu is bijna leeg (laadniveau <15%).

3. Als de robotmaaier aan het opladen is, knippert het verlichtte pictogram blauw (O).

OPMERKING: als bij het indrukken van een commando het accupictogram (O) snel rood knippert, kan de actie niet worden uitgevoerd en moet de accu handmatig worden opgeladen (zie hfdst. 5.5).

De oplaadbasis is voorzien van een indicatielampje (N) dat als volgt oplicht:

  • Licht uit: het laadstation krijgt geen stroom of de robot bevindt zich in het laadstation.
  • Indicator met vast licht: de perimeterdraad is correct aangesloten op het laadstation en het perimetersignaal wordt correct verzonden.
  • Langzaam knipperend licht: de perimeterdraad is niet aangesloten of is onderbroken (de controle van de perimeterdraad is niet continu, maar wordt uitgevoerd wanneer de robot het laadstation verlaat of wanneer het basisstation van stroom voorzien wordt;
  • Snel knipperend licht: de perimeterdraad is te kort (zie Par. 4.5.4) of er een storing is in het laadstation .
  • Licht met snelle dubbele of drievoudige knippering: het laadstation heeft een kortsluiting op de laadcontacten gedetecteerd. (Zie Hfdst. 7). 5.5. ACCU OPLADEN Met de procedure "ACCU OPLADEN" kunt u de robotmaaier handmatig opladen. Vereisten en verplichtingen:
  • Laadbasis aangesloten op het elektrisch net. Procedure:

1. Plaats de robotmaaier op het laadstation (R).

2. Laat de robotmaaier op het laadstation lopen tot de oplaadconnector (S) vastzit.

3. Druk op de "STOP" -knop (A) om de kap (B) te openen en toegang te krijgen tot de bedieningsconsole (C).

4. Schakel de robotmaaier in met de “ON/OFF”-knop (E).

5. Het verlichtte pictogram "ACCU" (O) knippert blauw, de robotmaaier wordt opgeladen.

6. Sluit de kap (B).

7. Laat de robotmaaier minstens de tijd opladen die wordt weergegeven in Par. 4.6.

OPMERKING: Het opladen van de batterij vóór de winterstalling moet worden uitgevoerd zoals aangegeven in Par. 6.4.

5.6. AFSTELLING MAAIHOOGTE De procedure “AFSTELLING MAAIHOOGTE” beschrijft hoe de afstelling van de maaimessen uitgevoerd moet worden.

  • De lengte X van het gras dat door de robotmaaier gemaaid wordt, mag niet langer zijn dan 10 mm.
  • Het werkbereik van de robotmaaier is 20-60 mm (maaihoogte).
  • De beginhoogte van het gras Y mag daarom maximaal 70 mm zijn. Bereid de tuin bij de eerste installatie of aan het begin van het maaiseizoen, indien nodig, voor met een traditionele grasmaaier om de oorspronkelijke hoogte van het gras op een geschikte waarde te brengen. OPMERKING: Als u het gras meer dan 10 mm wilt maaien, past u de maaihoogte zo aan dat het deel van het gemaaide gras 10 mm is. Verlaag de maaihoogte pas verder nadat de tuin gelijkmatig is gemaaid. Procedure:

1. Druk op de "STOP" -knop (A) om de kap (B) te openen en toegang te krijgen tot de bedieningsconsole (C).

2. Schakel de contactsleutel uit (D).

3. Gebruik de hoogteverstelling (P) om de gewenste maaihoogte te selecteren, zodat het gemaaide gras

deel niet meer dan 1 cm is.

4. Schakel de contactsleutel in (D).

OPMERKING: Op de knop zit een schaalverdeling van 1 tot 10 (Q) die als referentie kan worden gebruikt.

6.1. GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen. WAARSCHUWING: Brenggeenwijzigingen aan,knoeiniet,omzeil degeïnstalleerde veiligheidsvoorzieningennieten verwijderzeniet. Voor een betere werking en een langere levensduur, moet u het product regelmatig schoonmaken en versleten onderdelen vervangen. Voer de interventies uit met de frequentie aangegeven in de tabel.

FREQUENTIE ONDERDEEL TYPE INGREEP REFERENTIE

Wekelijks Mes Reinig en controleer de werkzaamheid van het mes. (Zie Par. 6.2) Als het mes geplooid is omwille van een stoot of indien het versleten is, dient men dit te vervangen. (Zie Par. 6.3) Oplaadcontacten Reinig en verwijder eventuele oxidatie. (Zie Par. 6.2) Maandelijks Robotmaaier Voer de reiniging uit. (Zie Par. 6.2) Laadstation en voedingskabels Controleer op slijtage of veroudering en vervang ze indien nodig. (Neem contact op met een geautoriseerd servicecentrum) Aan het einde van het maaiseizoen of om de zes maanden als de robotmaaier niet wordt gebruikt Accu Laad de accu op alvorens het op te bergen. (Zie Par. 6.4) Jaarlijks of aan het einde van het maaiseizoen Robotmaaier Voer de controle uit bij een erkend servicecentrum. (Zie Par. 6.1) Er moet jaarlijks een onderhoudscontrole uitgevoerd worden bij een erkend servicecentrum om de robotmaaier in goede staat te houden. De controle omvat o.a.:

  • interne en externe reiniging van de robotmaaier;
  • algemene controle van de status van de robotmaaier;
  • vervanging van versleten onderdelen;
  • de controle van de status van de accu;
  • de controle van de aanhaalmomenten;
  • de vericatie en mogelijke vervanging van de bots- en hefkinematica en hun beschermende balgen;
  • de controle en, indien nodig, vervanging van de rubberen balgen die de mesmotor beschermen om de beschermingsspecicaties tegen waterinltratie te behouden;
  • de vervanging van de afdichtingspakkingen van de carrosserieën en het accucompartiment om

specicaties van bescherming tegen waterinltratie te behouden. LET OP: defecten als gevolg van het niet uitvoeren van de jaarlijkse controle worden niet onder de garantie erkend.46 NL

6.2. REINIGING PRODUCT WAARSCHUWING: Gevaar voor snijwonden aan de handen. WAARSCHUWING: Gevaar voor stof in de ogen. Vereisten en Verplichtingen:

  • Water HANDSCHOENEN VEREIST: Gebruik beschermende handschoenen om snijgevaar aan de handen te voorkomen.

VERPLICHT EEN BRIL TE

GEBRUIKEN: Gebruik een beschermende bril om het gevaar voor stof in de ogen te voorkomen. Procedure:

1. Druk op de "STOP" -knop (A) om de robotmaaier te stoppen en open de beschermkap (B).

2. De contactsleutel uitschakelen (C).

3. Verwijder de zwevende kap (D) om de reiniging te vergemakkelijken.

4. Reinig alle externe oppervlakken van de robotmaaier met een spons die is bevochtigd met lauw water

en neutrale zeep. LET OP: Teveelwaterkaninltratiesveroorzakendiedeelektrischeonderdelenkunnen beschadigen. LET OP: Brenggeenwijzigingenaan,knoeiniet,omzeildegeïnstalleerde veiligheidsvoorzieningennietenverwijderzeniet. VERBOD: Gebruik geen waterstralen onder druk.

VERBOD: Om onherstelbare schade aan de elektrische en elektronische componenten te voorkomen, mag u de robotmaaier niet geheel of gedeeltelijk in water onderdompelen. VERBOD: Was de interne delen van de robotmaaier niet om de elektrische en elektronische onderdelen niet te beschadigen. VERBOD: Gebruikgeenoplosmiddelenofbenzineomdegeverfdeoppervlaktesende plastieken onderdelen niet te beschadigen.

5. Verwijder modder en vuil van de aangedreven wielen (F).

6. Reinig de onderkant (E) van de robotmaaier (maaimes, voor- en achterwielen). Gebruik een geschikte

borstel om afzettingen en/of vuil te verwijderen die de goede werking van de robotmaaier in het gedrang kunnen brengen. Maak de reiniging af met een vochtige spons.

7. Plaats het zwevende deksel (D) weer op zijn plaats en zorg ervoor dat het correct aan de steunen is

9. Reinig het laadstation (H) en de contactconnector (I) van opgehoopte resten.

6.3. VERVANGING SNIJMESSEN WAARSCHUWING: Gevaar voor snijwonden aan de handen. Vereisten en Verplichtingen:

  • Contactsleutel • Sleutel
  • Snijmessen • Handschoenen HANDSCHOENEN VEREIST: Gebruik beschermende handschoenen om snijgevaar aan de handen te voorkomen. Procedure:

1. Druk op de "STOP" -knop (A) om de robotmaaier te stoppen en open de beschermkap (B).

2. De contactsleutel uitschakelen (C).

3. Draai de robotmaaier ondersteboven en zorg ervoor dat u de zwevende kap niet beschadigt.

6. Draai de borgschroeven aan (E).

1. Laad de accu op volgens de wizard in de app, toegankelijk via de pagina "Instellingen".

2. Reinig de robotmaaier (Zie Par. 6.2).

3. Bewaar de robotmaaier op een droge en vorstvrije plaats en zorg ervoor dat deze is uitgeschakeld.

4. De accu moet elke 6 maanden worden opgeladen, en in ieder geval vóór de winteropslag.

OPMERKING: De wizard registreert het succesvol opladen van de accu in de cloud en moet als voltooid worden beschouwd als de datum van de voltooide heroplading voor de winteropslag wordt bijgewerkt. OPMERKING: De registratie van het opladen via de in-app-procedure is vereist om de accugarantie te laten gelden. OPMERKING: De accu moet elke 6 maanden worden opgeladen, en in ieder geval vóór de winteropslag. 6.5. VERVANGING ACCU De vervanging van de accu is de exclusieve verantwoordelijkheid van het STIGA TECHNISCH SERVCIEPERSONEEL. Neem contact op met een servicecentrum of uw dealer als de accu vervangen moet worden.50 NL

WAARSCHUWING: Stop de robotmaaier en berg hem veilig op (Zie Par. 5.3.2). Hieronder vindt u een lijst met eventuele afwijkingen die tijdens de werkfase kunnen optreden.

PROBLEEM OORZAKEN OPLOSSINGEN

Abnormale trillingen. De robotmaaier maakt veel lawaai. Beschadigde schijf of maaimessen Vervang beschadigde componenten (Zie Par. 6.3). Snij-inrichting geblokkeerd door resten (banden, koorden, stukken plastiek, enz.). Schakel de robotmaaier veilig uit (Zie Par. 2.3). Zet het snijmes vrij. De robotmaaier werd opgestart met onvoorziene hindernissen (gevallen takken, vergeten voorwerpen, enz.). Schakel de robotmaaier veilig uit (Zie Par. 2.3). Verwijder de hindernissen en start de robotmaaier opnieuw (Zie Par. 5.3.9). Elektrische motor defect Vervang de motor, neem contact op met het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum. Te hoog gras. Verhoog de maaihoogte (Zie Par. 5.6). Maai de zone vooraf met een normale grasmaaier (Zie Par. 5.6). De robotmaaier plaatst zich niet correct in het laadstation. Onjuiste positie van de perimeterdraad. Controleer de verbinding van het laadstation (Zie Par. 4.5.3). Bodem ingezakt nabij het laadstation. Herstel de correcte positie van het laadstation. (Zie Par. 4.5.3). De robotmaaier gedraagt zich abnormaal rond hindernissen rond de perimeter. Perimeterdraad verkeerd gelegd. Verplaats de perimeterdraad correct (met de klok mee) (Zie Par. 4.5.1). De robotmaaier werkt op verkeerde tijdstippen. Werkuren verkeerd ingesteld. Stel de werkuren van de robot opnieuw in (Zie Par. 4.7.8). De werkzone wordt niet volledig gemaaid. Onvoldoende werkuren. Verleng de werkuren (Zie Par. 4.7.8). Snij-inrichting met afzettingen en/of resten. Schakel de robotmaaier veilig uit (Zie Par. 2.3). Reinig de snij-inrichting. Draaiende snij-inrichtingen geblokkeerd door afzettingen of resten. Schakel de robotmaaier veilig uit (Zie Par. 2.3). Vervang de snijmessen. Te grote werkzone ten opzichte van de eectieve capaciteit van de robotmaaier. Reduceer de werkzone (zie Technische Gegevens Par. 1.2). De accu's zijn aan het einde van hun levensduur Vervang de accu's met originele wisselstukken (Zie Par. 6.5). De accu's worden niet volledig opgeladen. Reinig en verwijder eventuele oxidatie van de contactpunten (Zie Par. 6.2). Herlaad de accu's. Delen van de tuin niet helemaal gemaaid. Foutieve Cut Point programmering. Programmeer de secundaire Cut Points (Zie Par. 4.7.9).51NL

Het lampje van het laadstation gaat niet branden als de robotmaaier zich buiten het laadstation bevindt. Er is geen stroomvoorziening of er is een storing in het laadstation. Controleer de correcte verbinding aan het stopcontact van de voedingseenheid. Controleer de integriteit van de voedingskabel. Het lampje van het laadstation gaat aan en knippert langzaam. De perimeterdraad is niet aangesloten of onderbroken Controleer de installatie en herstel de breuk (Zie Par. 4.5.2) Het lampje van het laadstation gaat aan en knippert snel. De perimeterdraad is te kort of er is een storing in het laadstation. Controleer of de lengte van de perimeterdraad groter is dan aangegeven in Par. 4.5.1. Installeer indien nodig de weerstand (zie Par. 4.5.4). Raadpleeg het Servicecentrum indien het probleem aanhoudt. Het lampje van het laadstation gaat aan en knippert snel dubbel of drievoudig. Het laadstation heeft een kortsluiting op de laadcontacten gedetecteerd. Koppel het laadstation los van het elektriciteitsnet, verhelp eventuele kortsluitingen en reinig de laadcontacten van de basis en van de robot. Verbind het laadstation weer aan het electriciteitsnet. Raadpleeg het Servicecentrum indien het probleem aanhoudt. Het waarschuwingspictogram is aan op het toetsenbord. Dit wijst op afwijkingen/storingen. Raadpleeg de app voor meer info of neem contact op met een servicecentrum.

In de App verschijnt "Geen signaal" wanneer de robotmaaier zich binnen de perimeter bevindt en de zender- LED in het laadstation brandt. Probleem van signaalontvangst van de robotmaaier. Neem contact op met een erkend servicecentrum. Op de App verschijnt “Buiten Perimeter”. Te grote helling van het terrein Baken het gebied met een te grote helling af (Zie Par. 4.3). Perimeterdraad verkeerd gelegd. Controleer of de kabel correct is geïnstalleerd (overmatige diepte, nabijheid van metalen voorwerpen, afstand tussen de kabel die twee elementen begrenst, enz.). (Zie Par. 4.5.1). Perimeterdraad voor afbakening interne zones (perken, struiken, enz.) verkeerd geplaatst. Verplaats de perimeterdraad correct (ga om het obstakel heen in dezelfde richting als de perimeter.) (Zie Par. 4.5.1). Voeding oververhit. Gebruik geschikte oplossingen om de temperatuur van de voedingseenheid te verminderen (verlucht of wijzig de zone van installatie, enz.) (Zie Par. 4.3).52 NL

Op de App verschijnt "Robot Opgetild" De robotmaaier is opgetild. Controleer of de robotmaaier niet geblokkeerd of verstopt is door een voorwerp. Reinig en verwijder eventuele grasresten onder het chassis die de sensoren kunnen verstoppen (Zie Par. 6.2). Op de App verschijnt “Fout Wiel”. Geaccidenteerd terrein of terrein met hindernissen die de beweging verhinderen. Controleer of het gazon dat gemaaid moet worden gelijkvormig is en zonder gaten, stenen of andere hindernissen. Voer anders de nodige saneringswerkzaamheden uit (zie Par. 4.3). Een of beide motoren die de aandrijving van de wielen inschakelen defect Vervang de motor, neem contact op met het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum. Op de App verschijnt “Hoog gras” of “Maaifout”. Maaischijf geblokkeerd of beschadigd. Stop de robotmaaier in veilige omstandigheden (Zie Par. 2.3). Ontgrendel de maaischijf van voorwerpen die dit kunnen doen blokkeren of vervang de maaischijf door een nieuw (Zie Par. 6.3). Draaiende snij-inrichtingen versleten of geblokkeerd door afzettingen of resten. Stop de robotmaaier in veilige omstandigheden (Zie Par. 2.3). Zet de snijmessen vrij en reinig of vervang ze (Zie Par. 6.3). De robotmaaier werd opgestart met onvoorziene hindernissen (gevallen takken, vergeten voorwerpen, enz.). Stop de robotmaaier in veilige omstandigheden (Zie Par. 2.3). Verwijder de hindernissen en start de robotmaaier opnieuw. Elektrische motor defect Vervang de motor, neem contact op met het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum. Te hoog gras. Verhoog de maaihoogte (Zie Par. 5.6). Voer een maaibeurt van de perimeter uit. Op de App verschijnt “Kantelen" De robotmaaier bevindt zich op een helling die hoger is dan de toegestane limieten. Sluit de zone met de helling die de limieten overschrijdt uit, door ze af te bakenen (Zie Par. 4.3)53NL

8.1. TRANSPORT Procedure: OPMERKING: Voor transport over lange afstanden raden we aan de originele verpakking te gebruiken.

1. Druk op de "STOP" -knop (A) om de robotmaaier te stoppen en open de beschermkap (B).

2. De contactsleutel uitschakelen (C).

3. Reinig de robotmaaier zoals aangegeven in Par. 6.2 “REINIGING PRODUCT”.

4. Til de robotmaaier op aan het handvat (D) en draag hem, waarbij u ervoor zorgt dat het maaimes uit

de buurt van het lichaam blijft.

5. Plaats de robotmaaier terug in de originele verpakking.

8.2. OPSLAG De robotmaaier moet na het reinigen en opladen van de accu voor de winter, op een droge en vorstvrije plaats horizontaal worden opgeslagen (zie hfdst. 6). Koppel het laadstation los van het elektriciteitsnet tijdens lange periodes van inactiviteit. 8.3. LOZING LET OP: Neem contact op met een erkend servicecentrum om de accu uit de robotmaaier te verwijderen. Procedure:

1. Verwijder de verpakking van het product op milieubewuste wijze in de daarvoor bestemde verzamel-

houders of bij de daarvoor bestemde geautoriseerde opvangcentra.

2. Voer de robotmaaier af in overeenstemming met de lokale wettelijke vereisten.

3. Richt u tot de erkende faciliteiten voor recycling en verwijdering, aangezien de robotmaaier is geclas-

siceerd als AEEA (afgedankte elektrische en elektronische apparatuur).

4. Verwijder de oude of uitgeputte accu’s op milieubewuste wijze in de verzamelhouders of bij de daarvoor

bestemde geautoriseerde opvangcentra.

N. Artikel Beschrijving Specicaties 1127-0009-01 Snijmessen 12 st 1127-0011-01 Deksel van het laadstation Voor extra bescherming tegen regen en zonnestraling 1127-0010-01 Verlengkabel voor de voeding. Verlengkabel van de verbinding tussen de voedingseenheid en het laadstation - L = 5 m 1127-0020-01 Verlengkabel voor de voeding. Verlengkabel van de verbinding tussen de voedingseenheid en het laadstation - L = 15 m 1127-0012-01 Kleine installatiekit Perimeterdraad Ø 2,7 mm - L=150 m + 200 bevestigingsnagels + 5 connectoren voor kabel + 5 connectoren van de kabel van het laadstation 1127-0013-01 Middelmatige installatiekit Perimeterdraad Ø 2,7 mm - L=300 m + 400 bevestigingsnagels + 5 connectoren voor kabel + 5 connectoren van de kabel van het laadstation 1127-0000-01 Kabelspoel 150 m Perimeterdraad Ø 2,7 mm - L=150 m 1127-0001-01 Kabelspoel 300 m Perimeterdraad Ø 2,7 mm - L=300 m 1127-0002-01 Kabelspoel 500 m Perimeterdraad Ø 3,4 mm - L=500 m 1127-0006-01 Bevestigingsnagels (100 st) Nagels om de perimeterdraad te bevestigen - 100 st 1127-0008-01 Bevestigingsschroeven voor laadstation 8 st 1127-0004-01 Connectoren voor kabel Verbindingen voor de reparatie van de perimeterdraad - 5 st 1127-0005-01 Connectoren van de kabel van het laadstation Connectoren om de perimeterdraad aan het laadstation te verbinden - 5 st 122063053/0 Weerstand voor kleine perimeters Weerstand voor installaties met minder dan 40 m perimeterdraad55NL

10.1. GARANTIEDEKKING De garantiedekking is enkel bestemd voor de consumenten, d.w.z. niet professionele bedieners. De garantie dekt alle kwaliteits- en fabricagefouten die tijdens de garantieperiode door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum vastgesteld worden. De toepassing van de garantie is beperkt tot de herstelling of vervanging van het defect geachte onderdeel. Men raadt aan de machine eens per jaar aan een geautoriseerd dienstencentrum toe te vertrouwen voor het onderhoud, assistentie en controle van de veiligheidsinrichtingen. De toepassing van de garantie is ondergeschikt aan een regelmatig onderhoud van de machine. De garantie geldt niet voor schade te wijten aan:

  • Onvoldoende kennis van de vergezellende documentatie (Gebruiksaanwijzing).
  • Professioneel gebruik.
  • Achteloosheid, nalatigheid.
  • Externe oorzaak (bliksem, stoten, aanwezigheid van vreemde voorwerpen in de machine) of incident.
  • Onjuist of niet door de fabrikant toegestaan gebruik en montage.
  • Wijziging van de machine.
  • Gebruik van niet originele wisselstukken (aanpasbare stukken).
  • Gebruik van toebehoren dat niet door de fabrikant verschaft of goedgekeurd werd (bv. snij- inrichtingen). Deze garantie geldt bovendien niet voor:
  • De handelingen voor onderhoud (beschreven in de gebruiksaanwijzing).
  • De normale slijtage van verbruiksmateriaal zoals snij-inrichtingen en wielen.
  • Esthetische slijtage van de machine wegens het gebruik.
  • De steunen van de snij-inrichtingen.
  • Schade als gevolg van een installatie die niet in overeenstemming is met de gebruikershandleiding.
  • Mogelijke corrosie of schade aan de perimeterdraad
  • Schade veroorzaakt door waterinltratie door het gebruik van een hogedrukreiniger of door onderdompeling in water, bijvoorbeeld wanneer er plassen water ontstaan door hevige regen.
  • Schade veroorzaakt door onjuiste opslag of oneigenlijk gebruik van de accu.
  • Schade veroorzaakt door het gebruik van niet-originele accu's.
  • Eventuele extra kosten die mogelijk verband houden met de reparatie onder garantie, zoals bijvoorbeeld de overdracht aan de gebruiker, het transport van de machine naar de dealer, de verhuur van apparatuur of het bellen naar externe bedrijven voor alle onderhoudswerkzaamheden aan de tuin tijdens de stop van de machine. De gebruiker is beschermd door de nationale wetten van zijn eigen land. De gebruiker van de koper die voorzien zijn in de nationale wetten van zijn eigen land, zijn op geen enkele wijze beperkt door deze garantie.56 NL 11.EG-OVEREENSTEMMINGSVERKLARING

n) Zur Verfassung der technischen Unterlagen befugte Person: o) Ort und Datum NL ( Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing) EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Robotmaaier a) Type / Basismodel c) Serienummer d) Motor: accu

3. Voldoet aan de specificaties van de

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde

n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES ( Traducción del Manual Original) Declaración de Conformidad CE (Directiva Máquinas 2006/42/CE, Anexo II, parte A)

n) Zur Verfassung der technischen Unterlagen befugte Person: o) Ort und Datum NL ( Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing) EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Robotmaaier a) Type / Basismodel c) Serienummer d) Motor: accu

3. Voldoet aan de specificaties van de

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde

n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES ( Traducción del Manual Original) Declaración de Conformidad CE (Directiva Máquinas 2006/42/CE, Anexo II, parte A)

n) Zur Verfassung der technischen Unterlagen befugte Person: o) Ort und Datum NL ( Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing) EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Robotmaaier a) Type / Basismodel c) Serienummer d) Motor: accu

3. Voldoet aan de specificaties van de

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde

n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES ( Traducción del Manual Original) Declaración de Conformidad CE (Directiva Máquinas 2006/42/CE, Anexo II, parte A)

n) Zur Verfassung der technischen Unterlagen befugte Person: o) Ort und Datum NL ( Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing) EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Robotmaaier a) Type / Basismodel c) Serienummer d) Motor: accu

3. Voldoet aan de specificaties van de

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde

n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES ( Traducción del Manual Original) Declaración de Conformidad CE (Directiva Máquinas 2006/42/CE, Anexo II, parte A)

n) Zur Verfassung der technischen Unterlagen befugte Person: o) Ort und Datum NL ( Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing) EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Robotmaaier a) Type / Basismodel c) Serienummer d) Motor: accu

3. Voldoet aan de specificaties van de

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde

n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES ( Traducción del Manual Original) Declaración de Conformidad CE (Directiva Máquinas 2006/42/CE, Anexo II, parte A)

n) Zur Verfassung der technischen Unterlagen befugte Person: o) Ort und Datum NL ( Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing) EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Robotmaaier a) Type / Basismodel c) Serienummer d) Motor: accu

3. Voldoet aan de specificaties van de

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde

n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES ( Traducción del Manual Original) Declaración de Conformidad CE (Directiva Máquinas 2006/42/CE, Anexo II, parte A)

n) Zur Verfassung der technischen Unterlagen befugte Person: o) Ort und Datum NL ( Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing) EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Robotmaaier a) Type / Basismodel c) Serienummer d) Motor: accu

3. Voldoet aan de specificaties van de

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde

n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES ( Traducción del Manual Original) Declaración de Conformidad CE (Directiva Máquinas 2006/42/CE, Anexo II, parte A)

n) Zur Verfassung der technischen Unterlagen befugte Person: o) Ort und Datum NL ( Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing) EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Robotmaaier a) Type / Basismodel c) Serienummer d) Motor: accu

3. Voldoet aan de specificaties van de

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde

n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES ( Traducción del Manual Original) Declaración de Conformidad CE (Directiva Máquinas 2006/42/CE, Anexo II, parte A)

  • Płaski teren • Zwarty teren

n) Zur Verfassung der technischen Unterlagen befugte Person: o) Ort und Datum NL ( Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing) EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Robotmaaier a) Type / Basismodel c) Serienummer d) Motor: accu

3. Voldoet aan de specificaties van de

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde

n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES ( Traducción del Manual Original) Declaración de Conformidad CE (Directiva Máquinas 2006/42/CE, Anexo II, parte A)

n) Zur Verfassung der technischen Unterlagen befugte Person: o) Ort und Datum NL ( Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing) EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Robotmaaier a) Type / Basismodel c) Serienummer d) Motor: accu

3. Voldoet aan de specificaties van de

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde

n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES ( Traducción del Manual Original) Declaración de Conformidad CE (Directiva Máquinas 2006/42/CE, Anexo II, parte A)

n) Zur Verfassung der technischen Unterlagen befugte Person: o) Ort und Datum NL ( Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing) EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Robotmaaier a) Type / Basismodel c) Serienummer d) Motor: accu

3. Voldoet aan de specificaties van de

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde

n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES ( Traducción del Manual Original) Declaración de Conformidad CE (Directiva Máquinas 2006/42/CE, Anexo II, parte A)

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : STIGA

Model : G 600

Categorie : Grasmaaier