Solo Energy Flex 4232 Li SP - Grasmaaier AL-KO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Solo Energy Flex 4232 Li SP AL-KO in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - Solo Energy Flex 4232 Li SP AL-KO
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Solo Energy Flex 4232 Li SP - AL-KO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Solo Energy Flex 4232 Li SP van het merk AL-KO.
GEBRUIKSAANWIJZING Solo Energy Flex 4232 Li SP AL-KO
Inhoudsopgave 1 Speciale veiligheidsinstructies ................. 43 2 Over deze gebruiksaanwijzing................. 43
3.2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik..... 44
3.3 Overige risico's................................... 44
3.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzie-
ningen ................................................ 44
3.5 Symbolen op het apparaat ................. 44
3.9.2 Grasmaaier met AL-KO Smart
3.9.5 Wifinaam en wachtwoord reset-
4.1 Veiligheidsinstructies voor grasmaai-
4.4 Veiligheidsinstructies voor accu en
6.2 Accu´s plaatsen en uittrekken (05) ..... 51
6.3 Voeding van het maaiwerk in- en uit-
7.2 Maaien met de grasopvangbak (08,
09) ...................................................... 52
7.3 Mulchen met het mulchinzetstuk (10,
11)* ..................................................... 52
7.4 Maaien met zijuitworp (12)* ................ 52
7.5 Duwboom aanpassen op de lichaam-
7.7 Wielaandrijving in- en uitschakelen
(15)*.................................................... 53
7.8 Wielaandrijving – snelheid wijzigen
9.1 Regelmatige onderhoudswerkzaam-
9.4 Bowdenkabel van de wielaandrijving
afstellen (17)....................................... 55
9.5 Reparatiewerkzaamheden.................. 55
495504_b 43 Speciale veiligheidsinstructies
13 Verwijderen.............................................. 58 14 Klantenservice/service centre.................. 59 15 Garantie ................................................... 60 1 SPECIALE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Dit apparaat kan door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of men- tale beperkingen of gebrek aan ervaring en ken- nis worden gebruikt, mits zij onder toezicht staan of voorgelicht zijn over het veilige gebruik van het apparaat, en de gevaren begrijpen die ervan uit kunnen gaan. Kinderen mogen niet met het ap- paraat spelen. Reiniging en onderhoud mogen niet door kinderen zonder toezicht uitgevoerd worden. Personen met zeer sterke en complexe beperkin- gen kunnen behoeften hebben die boven de hier beschreven aanwijzingen uit gaan.
2 OVER DEZE GEBRUIKSAANWIJZING
De Duitse versie is de originele gebruiksaan- wijzing. Alle andere taalversies zijn vertalin- gen van de originele gebruiksaanwijzing.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodat u erin het antwoord op uw vragen kunt terug- vinden wanneer u informatie over de machi- ne nodig heeft.
Draag de machine alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere personen over.
Lees en neem de veiligheids- en waarschu- wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.
2.1 Symbolen op de titelpagina
Symbool Betekenis Lees voor de ingebruikname deze gebruiksaanwijzing absoluut zorg- vuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werken en een storings- vrij gebruik. Symbool Betekenis Gebruiksaanwijzing
Ga voorzichtig met Li-Ion accu´s om! Neem met name de aanwijzin- gen voor transport, opslag en afval- verwijdering in acht!
2.2 Verklaring van pictogrammen en
signaalwoorden GEVAAR! Wijst op een direct gevaarlijke si- tuatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt. WAARSCHUWING! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet verme- den wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden. VOORZICHTIG! Wijst op een potentieel ge- vaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan lei- den. LET OP! Wijst op een situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot materiële schade kan leiden. OPMERKING Speciale aanwijzingen voor meer duidelijkheid en een beter gebruik. 3 PRODUCTOMSCHRIJVING Deze handleiding beschrijft verschillende model- len met de hand bediende accu grasmaaiers van het merk AL-KO en solo by AL-KO met verschil- lende uitvoeringen. De uitvoeringen van de af- zonderlijke modellen worden in de technische ge- gevens van de montagehandleiding vermeld. Het apparaat mag alleen met de in de technische gegevens vermelde lithium-ionen-accu´s en opla- ders worden gebruikt. Zie voor verdere informatie over de accu´s en opladers de aparte handleidin- gen:
Gebruikshandleiding 441633: Oplader C130 Li (C05-4230)NL 44 495504_b Productomschrijving LET OP! Gevaar voor schade aan apparaat en accu. Als het apparaat wordt gebruikt met on- geschikte accu's, kunnen apparaat en accu's be- schadigd raken.
Gebruik het apparaat alleen met de voorge- schreven accu's.
Dit apparaat is bedoeld voor het maaien van ga- zons en mag alleen op gedroogde gazons wor- den gebruikt. Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik. Ieder ander gebruik alsmede niet-toege- stane verbouwingen of uitbreidingen worden voor misbruik aangezien en hebben de uitsluiting van de garantie en het verlies van de conformiteit en de weigering van iedere verantwoordelijkheid voor schade van de gebruiker of van derden van de fabrikant tot gevolg.
3.2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik
Het apparaat is noch bedoeld voor de commerci- ele toepassing in openbare parken en sportfacili- teiten, noch voor de toepassing in land- en bos- bouw.
Het apparaat niet gebruiken bij regen of op nat gazon.
Veiligheidsvoorzieningen mogen niet worden gedemonteerd of overbrugd.
3.3 Overige risico's
Ook bij doelmatig gebruik van het gereedschap blijft sprake van een zeker restrisico dat niet kan worden uitgesloten. Uit de aard en de bouwwijze van het apparaat kunnen, afhankelijk van het ge- bruik, de volgende potentiële gevaren worden af- geleid:
Wegslingeren van snijafval, grond en kleine stenen.
Inademen van deeltjes van afgesneden ge- wasdeeltjes als er geen adembescherming wordt gedragen.
Snijwonden als gevolg van het reiken naar het draaiende maaimes.
beveiligingsvoorzieningen WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel. Defecte en buiten werking gestelde veiligheids- en beschermingsapparatuur kunnen ernstig letsel veroorzaken.
Laat defecte veiligheids- en beschermingsap- paratuur repareren.
De veiligheids- en beschermingsuitrusting nooit buiten werking stellen. Veiligheidssleutel Om het onbedoeld inschakelen te voorkomen is het apparaat van een veiligheidssleutel voorzien. Schakel vóór alle werkzaamheden het apparaat uit en verwijder altijd de veiligheidssleutel. Veiligheidshandgreep / veiligheidsbeugel Het apparaat is uitgerust met een veiligheids- handgreep / veiligheidsbeugel. In geval van ge- vaar de veiligheidshandgreep / veiligheidsbeugel gewoon loslaten. De motor en het maaimecha- nisme vallen stil. Start-knop Om de motor door middel van de veiligheids- handgreep / veiligheidsbeugel te kunnen inscha- kelen, moet eerst op de Start-knop worden ge- drukt. Klep De klep beschermt bijv. tegen maaigoed-deeltjes en stenen die eruit kunnen worden geslingerd.
3.5 Symbolen op het apparaat
3.5.1 Veiligheidstekens
Symbool Betekenis Vereist extra voorzichtigheid tijdens gebruik! Lees vóór ingebruikname de ge- bruiksaanwijzing! Gevaar voor letsel! Handen en voe- ten uit de buurt van het maaimecha- nisme houden!NL 495504_b 45 Productomschrijving Symbool Betekenis Niet van toepassing, wordt uitslui- tend gebruikt voor benzinegras- maaiers. Neem voorafgaand aan alle onder- houds- en reinigingswerkzaamhe- den de bougiedop los! Risico op wegslingeren van voor- werpen! Houd anderen uit de buurt van de gevarenzone! Niet van toepassing, wordt uitslui- tend gebruikt voor elektrische gras- maaiers. Schakel het apparaat voor onder- houds- en reparatiewerkzaamheden uit en haal de stekker uit het stop- contact! Niet van toepassing, wordt uitslui- tend gebruikt voor elektrische gras- maaiers. Bij een beschadigde stroomkabel bestaat gevaar voor elektrische schokken! Niet van toepassing, wordt uitslui- tend gebruikt voor elektrische gras- maaiers. Houd het netkabel uit de buurt van het snijwerk en rijd er niet over- heen! Verwijder de deactiveringsvoorzie- ning voor onderhoudswerkzaamhe- den!
3.5.2 Bedieningstekens
Symbool Betekenis Aanpak voor het starten van de mo- tor (zie Hoofdstuk 7.6 "Maaiwerk starten en stoppen (14)", pagi- na53) Symbool Betekenis Indien niet in gebruik: Haal de vei- ligheidssleutel uit het slot en verwij- der de accu uit het apparaat.
Nr. Onderdeel 1* Smart button* 2 Deksel van het accuvak 3 Sleutelschakelaar met veiligheidssleutel 4 Accuvak 1 en 2 Omklapbare geleideboom, bestaat uit:
Bovenste deel duwboom
Vleugelmoeren (2x) 8* "maxRun & smart-drive"-cockpit* 9* Versnellingshendel voor wielaandrijving* 10 Veiligheidsbeugel 11 Start-knop 12 Niveau-indicator 13 Grasopvangbak 14 Handgreep van de grasopvangbak 15 Centrale snijhoogteverstelling 16* Uitworpklep aan de zijkant* 17* Draaghandgreep voorkant* 18 Accu (1x of 2x) 19 Oplader
- afhankelijk van het model, zie montagehandlei- ding.NL 46 495504_b Productomschrijving
3.6.2 Productoverzicht (02) – solo by AL-KO
Nr. Onderdeel 1* Smart button* 2 Deksel van het accuvak 3 Sleutelschakelaar met veiligheidssleutel 4 Accuvak 1 en 2 In hoogte verstelbare en omklapbare duw- boom, bestaat uit:
Draaischarnieren voor snelverstel- ling* 8* "maxRun & smart-drive"-cockpit* 9* Versnellingshendel voor wielaandrijving* 10 Veiligheidsbeugel 11 Start-knop 12 Niveau-indicator 13 Grasopvangbak 14 Handgreep van de grasopvangbak 15 Centrale snijhoogteverstelling 16* Uitwerpklep aan de zijkant* 17* Draaghandgreep voorkant*
- afhankelijk van het model, zie montagehandlei- ding. ** afhankelijk van het model van staal of van alu- minium.
Bij de leveringsomvang horen de hier vermelde po- sities. Controleer of alle posities zijn inbegrepen: Nr. Onderdeel 1 gazonmaaier 2 Grasopvangbak (niet gemonteerd/ge- deeltelijk gemonteerd)* 3 Duwboom (niet gemonteerd/gedeeltelijk gemonteerd)* 4 Inzetstuk voor zijuitworp* 5 Mulchinzetstuk* 6 Boutenzakje Nr. Onderdeel 7 Accu* (1x of 2x)* 8 Acculader*
- afhankelijk van het model, zie montagehandlei- ding.
3.8 "AL-KO inTOUCH Smart Garden" app*
- afhankelijk van het model, zie montagehandlei- ding. De grasmaaier is uitgevoerd met een wifimodule. Dit maakt een comfortabele bediening, instelling en bewaking via een app vanaf een mobiel appa- raat (smartphone, tablet) mogelijk. OPMERKING Het mobiele apparaat heeft voor het gebruik van de app een internetverbin- ding nodig. De "AL-KO inTOUCH Smart Garden" app is voor Android-gebaseerde apparaten verkrijgbaar in de Google Play Store en voor iOS-gebaseerde ap- paraten in de Apple App Store: Na het installeren van de app moet u zich eerst aanmelden of registreren. Volg dan de handlei- ding stap voor stap. De app heeft een grote reeks functies als bijv. productregistratie, tuintips, plantenadviezen of push-berichten in geval van een fout. Verdere informatie over de "AL-KO inTOUCH Smart Garden" staat op: https://alko-garden.com/smart-connect/
3.9 Smart button (03)*
- afhankelijk van het model, zie montagehandlei- ding. Met de Smart button brengt u uw grasmaaier in de AL-KO Smart Cloud en naar de gevarieerde mogelijkheden van gardening: https://alko-garden.de/smart-gardening-mit-alko/ OPMERKING Aanwijzing bij wifi.
Om gebruik te kunnen maken van AL-KO Smart Gardening moet de grasmaaier binnen het bereik van uw wifinetwerk bevinden.
Houd de naam en het wachtwoord van uw wifi bij de hand.NL 495504_b 47 Productomschrijving
3.9.1 Weergave van de laadtoestand
De Smart button geeft al vanaf een afstand de laadtoestand van de accu´s aan. Smart button Betekenis Brandt groen. Accu´s opgeladen. Brandt rood. Accu´s leeg.
3.9.2 Grasmaaier met AL-KO Smart Cloud
verbinden OPMERKING Aanwijzing bij IT-veiligheid. Vanuit de AL-KO Smart Cloud krijgt de grasmaai- er automatisch de nieuwste softwareupdates om veiligheidsleemtes te vermijden. Hiervoor is een internetverbinding via wifi nodig.
Verbind de grasmaaier alleen via een bevei- ligd wifi met internet.
Leg een veilig wifiwachtwoord vast.
3seconden indrukken.
Smartphone met wifi van de grasmaaier verbinden.
Naam van de grasmaaier wijzigen (op- tie).
Naam en wachtwoord van uw wifi invoe- ren. De grasmaaier verbindt zich met de AL‑KO Smart Cloud. Smart button bij het instellen Nr. Smart button Betekenis Verbinding met de app: a. Pulseert blauw. Instellingsassistent ge- start, wacht op verbin- ding. b. Brandt continu blauw. Instellingsassistent met de app verbon- den. Verbinding met de AL-KO Smart Cloud via wifi van de gebruiker: Nr. Smart button Betekenis c. Brandt blauw, rechtsom draai- end. Verbindingspoging d. Knippert blauw. Verbonden. e. Wisselt tussen groen en blauw. Verbonden met AL-KO Smart Cloud. f. Wisselt tussen rood en blauw. Niet verbonden. Naam en wachtwoord van uw wifi niet correct in- gevoerd. Smart button tijdens de werking Smart button Betekenis Brandt blauw (lichter wordend). Verbonden met AL-KO Smart Cloud. Wifiont- vangst voldoende. Brandt blauw, draai- end. Verbinding met AL-KO Smart Cloud onder- broken. Wifiontvangst onderbroken.
3.9.3 Acties in "Smart Home" / "Smart
Garden" activeren (IFTTT) Met de Smart button kunt u tot 3 IFTTT-acties ac- tiveren (IFTTT: If This Then That). Op https://ift- tt.com/ moet u deze acties vooraf vastleggen (bijv. besturing van apparaten in "Smart Home" of "Smart Garden", inschakelen van de irrigatie, openen van de garagepoort). IFTTT-acties kun- nen afhankelijk van het abonnementmodel van de provider gratis of met kosten verbonden zijn. OPMERKING Gedetailleerde informatie bij IFTTT vindt u op: https://alko-garden.de/ifttt-de/
1. Smart button 1 keer, 2 keer of 3 keer kort
achter elkaar indrukken om de IFTTT-actie 1, 2 of 3 te activeren. Smart button Betekenis Knippert om beurten groen en blauw. IFTTT-actie is geacti- veerd. Knippert om beurten rood en blauw. IFTTT-actie kon niet ge- activeerd worden. Vanwege de toegang tot internet en tot "Smart Home" en "Smart Garden" functie moet het appa- raat veilig opgeborgen worden (zie Hoofdstuk
12.1 "Accugrasmaaier opslaan", pagina58).NL
48 495504_b Veiligheidsinstructies
3.9.4 Grasmaaier activeren*
- afhankelijk van het model, zie montagehandlei- ding. Als de grasmaaier 10 minuten niet wordt ge- bruikt, schakelt hij om naar energiebesparings- modus. De cockpit wordt uitgeschakeld. Om de grasmaaier te activeren: zie Hoofdstuk
- afhankelijk van het model, zie montagehandlei- ding.
- afhankelijk van het model, zie montagehandlei- ding. Toetsen Nr. Betekenis 1 Aan-/Uit-toets voor cockpit 2 "Eco-Mode"-toets 3 Min-toets: Snelheid van de wielaandrij- ving reduceren. 4 Plus-toets: Snelheid van de wielaan- drijving opvoeren. Weergaven Nr. Betekenis 5 Wifi verbindingsweergave 6 Laadtoestandsweergave van accu 1 7 Laadtoestandsweergave van accu 2 8 Foutweergave 9 Ingestelde snelheid van de wielaan- drijving (7 standen) 4 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
4.1 Veiligheidsinstructies voor grasmaaier
Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door. Maak uzelf vertrouwd met de bedieningsele- menten en het juiste gebruik van het appa- raat.
Laat kinderen of andere personen die de ge- bruiksaanwijzing niet kennen, de grasmaaier nooit gebruiken.
Kinderen dienen onder toezicht te staan zodat zij niet met het apparaat kunnen spelen.
Reiniging en onderhoud mogen niet door kinderen worden uitgevoerd.
De lokale voorschriften kunnen de mini- mumleeftijd van de bediener vastleggen.
Dit apparaat mag worden gebruikt door per- sonen met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens of met een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen voor een veilig gebruik van het apparaat en inzicht hebben in de daaruit voortvloeiende gevaren.
Ga nooit maaien terwijl er dieren of mensen, met name kinderen, in de nabijheid zijn.
Vergeet niet dat de gebruiker verantwoorde- lijk is voor ongelukken met andere personen of hun eigendommen.
Bedien het apparaat niet als u onder invloed bent van alcohol, drugs of geneesmiddelen.
Draag altijd stevige schoenen en een lange broek wanneer u het apparaat bedient. Ge- bruik het apparaat niet met blote voeten of in lichte sandalen. Vermijd het dragen van losse kleding of kleding met hangende veters of riemen.
Controleer het gebied waar het apparaat wordt gebruikt en verwijder alle voorwerpen die door het apparaat kunnen worden gegre- pen en weggeslingerd.
Controleer voor het gebruik van het apparaat altijd of de maaimessen, de bevestigingsbou- ten en het gehele maaimechanisme versleten of beschadigd zijn. Versleten of beschadigde messen en bevestigingsbouten mogen alleen in sets worden vervangen om onbalans te voorkomen. Versleten of beschadigde tekens moeten worden vervangen.NL 495504_b 49 Veiligheidsinstructies
Maai alleen bij daglicht of bij goed kunstlicht.
Vermijd – indien mogelijk – het gebruik van het apparaat op nat gras.
Zorg altijd voor een goede ligging op hellin- gen.
Verplaats het apparaat alleen op loopsnel- heid.
Maai dwars op de helling, nooit omhoog of omlaag.
Wees vooral voorzichtig wanneer u van rij- richting verandert op een helling.
Maai niet op te steile hellingen.
Wees vooral voorzichtig als u de grasmaaier draait of naar u toe trekt.
Stop het maaimes (de maaimessen) als de grasmaaier moet worden gekanteld voor transport over andere terreinen dan gras en als de grasmaaier van en naar het te maaien gebied wordt verplaatst.
Gebruik het apparaat nooit met beschadigde afschermingen of beschermroosters of zon- der gemonteerde afschermingen, bijv. keer- schotten en/of grasvangers. Beschadigde be- schermingsvoorzieningen en -afdekkingen moeten worden vervangen, ontbrekende be- schermingsvoorzieningen en -afdekkingen moeten goed worden aangebracht.
Start de motor voorzichtig en volgens de in- structies van de fabrikant. Zorg voor voldoen- de afstand tussen de voeten en het maaimes (de maaimessen).
Bij het starten van de motor mag de gras- maaier niet worden gekanteld, behalve als de grasmaaier tijdens het proces moet worden opgetild. Kantel hem in dit geval alleen voor zover dit absoluut noodzakelijk is en til alleen de van de gebruiker af gerichte kant op.
Start de motor niet wanneer u voor de uit- werpschacht staat.
Plaats nooit handen of voeten op of onder draaiende delen. Blijf altijd uit de buurt van de uitwerpopening.
Til het apparaat nooit op met een draaiende motor.
Zet de motor af en verwijder de veiligheids- sleutel. Overtuig uzelf ervan dat alle bewe- gende delen volledig tot stilstand zijn geko- men:
wanneer u de grasmaaier verlaat,
voordat u blokkades verwijdert of ver- stoppingen uit de uitwerpschacht verwij- dert,
voordat u de grasmaaier controleert, schoonmaakt of eraan werkt,
als een vreemd voorwerp is geraakt. Zoek naar schade aan de grasmaaier en voer de vereiste reparaties uit voordat u de grasmaaier opnieuw in gebruik neemt en ermee werkt.
Als de grasmaaier abnormaal begint te trillen, is een onmiddellijke controle vereist:
Voer de vereiste reparaties aan bescha- digde onderdelen uit.
Zorg ervoor dat alle moeren, bouten en schroeven stevig zijn aangedraaid.
Werk niet met het apparaat in slechte weers- omstandigheden, vooral niet bij regen of drei- gend onweer.
4.1.4 Onderhoud en opslag
Zorg ervoor, dat alle moeren, bouten en schroeven vast aangehaald zijn en dat het apparaat zich in een veilige werkpositie be- vindt.
Controleer de grasvanger regelmatig op slij- tage of verlies van functionaliteit.
Vervang om veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen.
Houd er rekening mee dat bij apparaten met meerdere maaimessen de draaiing van één maaimes tot draaiing van de andere maai- messen kan leiden.
Let er bij het afstellen van het apparaat op dat er geen vingers klem komen te zitten tus- sen bewegende maaimessen en vaste delen van het apparaat.
Laat de motor afkoelen voordat u het appa- raat opbergt.
Let er bij het onderhoud van de maaimessen op dat de maaimessen zelfs wanneer de stroom is uitgeschakeld kunnen worden be- wogen.
Vervang om veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen. Gebruik alleen ori- ginele reserveonderdelen en accessoires.
Gevaar door trillingen De werkelijke trillingsemissiewaarde tijdens het gebruik van het apparaat kan afwijkenNL 50 495504_b Montage van de door de fabrikant opgegeven waarde. Let voor of tijdens het gebruik op de volgen- de factoren die van invloed zijn:
Wordt het apparaat gebruikt voor het be- oogde gebruik?
Wordt het materiaal op de juiste wijze ge- sneden of verwerkt?
Bevindt het apparaat zich in een goede staat van gebruik?
Is het snijblad goed scherp en is het juis- te snijblad ingebouwd?
Zijn de handgrepen en, indien nodig, op- tionele trillingsdempende handgrepen ge- monteerd en zijn deze vast verbonden met het apparaat?
Gebruik het apparaat alleen met het motor- toerental dat nodig is voor de uit te voeren werkzaamheden. Gebruik het maximale toe- rental zo min mogelijk om geluid en trillingen te beperken.
Als gevolg van verkeerd gebruik en onder- houd kunnen de trillingen en het lawaai van het apparaat toenemen. Dit leidt tot schade aan de gezondheid. Schakel in dit geval het apparaat onmiddellijk uit en laat het repare- ren door een geautoriseerde servicewerk- plaats.
De mate van belasting als gevolg van trillin- gen is afhankelijk van de uit te voeren werk- zaamheden of van de toepassing van het ap- paraat. Schat hem in en las voldoende pau- zes in. Daardoor wordt de belasting door tril- lingen gedurende de volledige werktijd in be- langrijke mate verminderd.
Door een langer gebruik van het apparaat wordt de bediener blootgesteld aan trillingen, waardoor problemen kunnen ontstaan met de bloedsomloop (‘dode vingers’). Om dit risico te verminderen, handschoenen dragen en de handen warmhouden. Wanneer een symp- toom van ‘dode vingers’ wordt waargenomen, onmiddellijk medische hulp inroepen. Tot de- ze symptomen behoren: Gevoelloosheid, ver- lies van gevoeligheid, tintelingen, jeuk, pijn, vermindering van de kracht, verandering van kleur of van de conditie van de huid. Meestal worden deze symptomen waargenomen aan vingers, handen of polsen. Bij lage tempera- turen neemt het gevaar toe.
Las langere pauzes in tijdens uw werkdag, zodat u kunt herstellen van het geluid en van de trillingen. Plan uw werk zodanig dat het gebruik van apparaten die sterke trillingen veroorzaken, wordt verspreid over meerdere dagen.
Wanneer u een onaangenaam gevoel of een verkleuring van de huid tijdens het gebruik van het apparaat waarneemt aan uw handen, onderbreekt u het werk onmiddellijk. Las vol- doende pauzes in. Zonder voldoende pauzes kan een trillingensyndroom ontstaan aan handen en armen.
Minimaliseer het risico door uzelf zo min mo- gelijk bloot te stellen aan trillingen. Verzorg het apparaat volgens de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing.
Als het apparaat vaak wordt gebruikt, neemt u contact op met uw dealer om trillingsdem- pende accessoires (bijv. handgrepen) aan te schaffen.
Gebruik het apparaat niet bij temperaturen onder 10°C. Leg in een werkschema vast hoe de belasting door trillingen kan worden begrensd.
4.3 Geluidsbelasting
Een zekere geluidsbelasting door dit apparaat is onvermijdelijk. Plan luidruchtige werkzaamheden gedurende acceptabele en daarvoor geschikte tij- den. Respecteer rusttijden en beperk de duur van het werk tot het minimum. Voor uw persoonlijke bescherming en ter bescherming van personen die zich in de buurt bevinden, moet geschikte ge- hoorbescherming worden gedragen.
4.4 Veiligheidsinstructies voor accu en
oplader Neem de veiligheidsinstructies voor de accu en de oplader in de afzonderlijke handleiding in acht. Zie:
Gebruikshandleiding 441633: Oplader C130 Li (C05-4230) 5 MONTAGE Montage: Zie montagehandleiding. WAARSCHUWING! Gevaren door onvol- ledige montage! De werking van een onvolledig apparaat kan ernstig letsel veroorzaken.
Gebruik het apparaat alleen als het volledig gemonteerd is!
Plaats de accu´s pas in het apparaat als het volledig gemonteerd is!NL 495504_b 51 Ingebruikname 6 INGEBRUIKNAME
OPMERKING Neem de gedetailleerde ge- gevens uit de meegeleverde gebruiksaanwijzing van de accu en de oplader in acht.
6.2 Accu´s plaatsen en uittrekken (05)
Gebruik uw grasmaaier naar keuze met één of twee accu´s. Bij twee accu´s wordt de werkduur langer en dus het maaibare oppervlak aanzienlijk groter. U kunt accu´s met een verschillende laadtoe- stand plaatsen. Eerst wordt de vollere van de twee accu´s ontladen tot hij dezelfde laadtoe- stand heeft als de tweede accu. Daarna worden beide accu´s gelijkmatig ontladen. LET OP! Gevaar voor beschadiging van de accu´s. Als de accu´s na gebruik in het apparaat worden gelaten kunnen ze beschadigd raken.
Trek de accu´s direct na gebruik uit het appa- raat en bewaar ze beschermd tegen vorst.
Plaats de accu´s pas weer voor werkbegin in het apparaat. Accu plaatsen
1. Accuvakdeksel (05/1) openklappen (05/a).
2. Accu van bovenaf in een accuschacht (05/2)
schuiven totdat hij vastklikt.
1. Ontgrendelingsknop op de accu indrukken en
6.3 Voeding van het maaiwerk in- en
uitschakelen(06) Met de sleutelschakelaar schakelt u de voeding van de maaiwerkmotor in en uit. De sleutelscha- kelaar wordt bediend met de veiligheidssleutel. WAARSCHUWING! Risico op letsel. On- bedoeld inschakelen kan leiden tot ernstig letsel.
Altijd voor pauzes en onderhoudswerkzaam- heden: Om de stroom uit te schakelen, zet u de veiligheidssleutel in de stand Off en ver- wijdert u de veiligheidssleutel. Voeding inschakelen
3. Veiligheidssleutel naar de stand On (pos.I)
draaien (06/b). Daardoor wordt de maaiwerk- motor van bedrijfsspanning voorzien, begint echter nog niet te werken.
4. Accuvakdeksel dichtklappen.
5. Maaiwerk inschakelen: zie Hoofdstuk 7.6
"Maaiwerk starten en stoppen (14)", pagi- na53. Voeding uitschakelen
1. Veiligheidssleutel naar de stand Off (pos.0)
draaien (06/c) en uitnemen (06/d).
2. Trek de accu´s direct na gebruik uit het appa-
raat, laad ze op en bewaar ze beschermd te- gen vorst. Plaats de accu´s pas weer voor het volgende gebruik in het apparaat.
6.4 Cockpit in- en uitschakelen*
- afhankelijk van het model, zie montagehandlei- ding. Voorwaarde: Er is ten minste 1 accu geplaatst. OPMERKING De veiligheidssleutel hoeft voor de voeding van de cockpit en de wielaandrij- ving niet naar de stand On (pos. I) te worden ge- draaid. Om de cockpit in te schakelen zijn er de volgen- de mogelijkheden:
Aan/Uit-toets (04/1) op de cockpit indrukken.
De cockpit schakelt zich bij het starten van de maaiwerkmotor automatisch in (zie Hoofd- stuk 7.6 "Maaiwerk starten en stoppen (14)", pagina53). 7 BEDIENING WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel! Defecte en buiten werking gestelde veiligheids- en beschermingsapparatuur kunnen ernstig letsel veroorzaken.
Controleer voor het inschakelen alle veilig- heids- en beschermingsvoorzieningen op aanwezigheid en functionaliteit!
7.1 Maaihoogte instellen (07)
VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel. Gevaar voor snijletsel bij het grijpen in het draai- ende maaimechanisme.
Pas de maaihoogte alleen aan wanneer de motor is uitgeschakeld en het maaimechanis- me stilstaat.NL 52 495504_b Bediening
1. Hendel (07/1) om te ontgrendelen iets naar
buiten drukken (07/a) en vasthouden.
Duw voor laag gras de hendel in de rich- ting van het voorwiel (07/b).
Duw voor hoger gras de hendel in de richting van het achterwiel (07/b).
2. Hendel loslaten totdat hij in de gewenste
stand wordt vergrendeld.
7.2 Maaien met de grasopvangbak (08, 09)
Het apparaat kan worden gebruikt met of zonder grasopvangbak. Grasopvangbak ophangen
1. Controleren dat het apparaat uitgeschakeld is
en het maaiwerk gestopt is.
Vulniveau controleren De niveau-indicator (09/1) wordt door de lucht- stroom tijdens het maaien naar boven geduwd (09/a). Als de grasopvangbak (09/2) vol is, ligt de vulpeilweergave tegen de grasopvangbak aan (09/b). De grasopvangbak moet worden geleegd. De grasopvangbak loshaken en legen VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel. Gevaar voor snijletsel bij het grijpen in het draai- ende maaimechanisme.
Verwijder de grasopvangbak alleen als het maaiwerk stilstaat.
1. Controleren dat het apparaat uitgeschakeld is
en het maaiwerk gestopt is.
2. Klep (08/1) optillen.
3. Grasopvangbak (08/2) uit de houders tillen
en naar achteren toe wegnemen.
7.3 Mulchen met het mulchinzetstuk (10,
- afhankelijk van het model, zie montagehandlei- ding. Bij het mulchen wordt het gemaaid materiaal niet verzameld, maar blijft het versnipperd op het ga- zon achter. Het mulchmaaisel voedt de bodem en beschermt tegen uitdrogen. De beste resulta- ten worden geboekt wanneer regelmatig ong. 2 cm worden weggemaaid. Alleen jonge gras- scheuten met zacht bladweefsel rotten snel.
Grashoogte voor het mulchen: max. 8 cm
Grashoogte na het mulchen: max. 4cm OPMERKING De snelheid aan het mulchen aanpassen, niet te snel stappen. Mulchinzetstuk bevestigen VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel. Gevaar voor snijletsel bij het grijpen in het draai- ende maaimechanisme.
Schakel het apparaat uit en trek de veilig- heidssleutel uit het apparaat, voordat u het mulchinzetstuk plaatst resp. verwijdert.
1. Apparaat uitschakelen: Veiligheidssleutel
naar de stand Off (pos.0) draaien en uitne- men.
2. Grasopvangbak loshaken.
3. Til de stootklep (10/1) op en plaats het mul-
chinzetstuk (10/2) in het uitwerpkanaal (10/3) (10/a). Het geheel moet hoorbaar vastklik- ken. LET OP! Gevaar voor beschadiging van het apparaat. Als het mulchinzetstuk niet vastklikt, kunnen mulchinzetstuk en maaiwerk worden be- schadigd.
Let erop dat de vergrendeling vastklikt. Mulchinzetstuk verwijderen
1. Apparaat uitschakelen: Veiligheidssleutel
naar de stand Off (pos.0) draaien en uitne- men.
3. Maak de vergrendeling (11/1) van het mul-
chinzetstuk (11/a) los.
4. Trek het mulchinzetstuk (11/2) uit het appa-
7.4 Maaien met zijuitworp (12)*
- afhankelijk van het model, zie montagehandlei- ding. VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel. Gevaar voor snijletsel bij het grijpen in het draai- ende maaiwerk.
Bevestig of verwijder het inzetstuk voor zijde- lingse uitworp alleen wanneer motor en maai- werk gestopt zijn.NL 495504_b 53 Bediening Zijdelingse uitwerper aanbrengen
1. Apparaat uitschakelen: Veiligheidssleutel
naar de stand Off (pos.0) draaien en uitne- men.
2. Grasopvangbak en mulchinzetstuk vervan-
gen, zie Hoofdstuk 7.3 "Mulchen met het mulchinzetstuk (10, 11)*", pagina52.
3. Ontgrendelingshendel (12/1) uitworpklep aan
de zijkant indrukken.
4. Uitworpklep aan de zijkant (12/2) openklap-
pen (12/a) en vasthouden.
5. Zijdelingse uitwerper (12/3) inschuiven (12/
6. Uitworpklep aan de zijkant (12/2) langzaam
sluiten. De uitworpklep aan de zijkant voor- komt dat de zijdelingse uitwerper eruit kan vallen. Zijdelingse uitwerper verwijderen
1. Apparaat uitschakelen: Veiligheidssleutel
naar de stand Off (pos.0) draaien en uitne- men.
2. Uitworpklep aan de zijkant openklappen en
3. Zijdelingse uitwerper uittrekken en uit-
worpklep aan de zijkant sluiten.
4. Mulchinzetstuk verwijderen en grasopvang-
7.5 Duwboom aanpassen op de
lichaamslengte (13)*
- afhankelijk van het model, zie montagehandlei- ding.
1. De snelspanners (13/1) aan de draaischar-
nieren (13/2) wegklappen (13/a).
2. Duwboom (13/3) rond de draaischarnieren tot
de geweenste hoogte draaien (13/b).
Het maaiwerk alleen op effen ondergrond, niet in het hoge gras starten. De ondergrond moet vrij van vreemde voorwerpen zoals stenen zijn. Het apparaat niet optillen of kantelen om te starten. Maaiwerk starten
1. Indien nog niet gedaan: Voeding inschakelen
(zie Hoofdstuk 6.3 "Voeding van het maai- werk in- en uitschakelen(06)", pagina51).
2. Start-toets (14/1) indrukken en vasthouden.
3. Veiligheidsbeugel (14/2) naar de duwboom
(14/3) toe trekken (14/a). Het maaiwerk wordt gestart.
4. Start-toets loslaten en daarbij de veiligheids-
beugel verder vasthouden. OPMERKING De veiligheidsbeugel wordt niet vastgezet. Houd hem gedurende het hele werk aan de duwboom vast. Maaiwerk stoppen
1. Veiligheidsbeugel loslaten. Deze gaat auto-
matisch naar de beginstand.
2. Wacht totdat het maaiwerk stilstaat.
3. Voeding uitschakelen (zie Hoofdstuk 6.3
"Voeding van het maaiwerk in- en uitschake- len(06)", pagina51). VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel. Gevaar voor snijletsel bij het grijpen in het draai- ende maaimechanisme.
Vóór alle onderhouds- en reinigingswerk- zaamheden: schakel het apparaat uit en wacht totdat het maaimechanisme stilstaat. Verwijder de beveiligingssleutel en de accu's.
7.7 Wielaandrijving in- en uitschakelen (15)*
- afhankelijk van het model, zie montagehandlei- ding. U kunt de wielaandrijving inschakelen om de grasmaaier tussen twee werkgebieden of naar de opbergplaats te bewegen. Hiervoor hoeft het maaiwerk niet ingeschakeld te worden. OPMERKING De veiligheidssleutel hoeft voor de voeding van de cockpit en de wielaandrij- ving niet naar de stand On (pos. I) te worden ge- draaid. Wielaandrijving inschakelen
2. Versnellingshendel (15/1) tegen de duwboom
(15/2) aan drukken en vasthouden (15/a). De versnellingshendel wordt niet vastgezet. Wielaandrijving uitschakelen
1. Versnellingshendel loslaten. Deze gaat auto-
matisch naar de beginstand.
7.8 Wielaandrijving – snelheid wijzigen (16)*
- afhankelijk van het model, zie montagehandlei- ding. Via de cockpit kan de rijsnelheid van de gras- maaier trapsgewijs – in 7 standen – worden aan- gepast. De wielaandrijving moet hiervoor inge- schakeld zijn, zie Hoofdstuk 7.7 "Wielaandrijving in- en uitschakelen (15)*", pagina53.NL 54 495504_b Werkinstructies
1. Cockpit inschakelen (zie Hoofdstuk 6.4
3. Snelheid opvoeren: Plus-toets (16/2) indruk-
- afhankelijk van het model, zie montagehandlei- ding. In de Eco-Mode wordt het motortoerental geredu- ceerd. Daardoor wordt de bedrijfsduur van de ac- cu´s langer.
1. Cockpit inschakelen (zie Hoofdstuk 6.4
(16/3) indrukken. Toets brandt.
3. Eco-Mode uitschakelen: "Eco-Mode"-toets
opnieuw indrukken. Toets dooft. 8 WERKINSTRUCTIES Volg de veiligheidsinstructies op! OPMERKING Neem de plaatselijke voor- schriften in acht, wanneer de grasmaaier gebruikt mag worden.
Let op voorwerpen op het gras en verwijder ze uit het werkgedeelte.
Alleen bij goed zicht maaien.
Uitsluitend met scherp mes maaien.
Manoeuvreer het apparaat uitsluitend met behulp van de duwboom.
Beweeg het apparaat alleen stapvoets.
Beweeg het apparaat altijd dwars tegen een helling. Niet naar boven en naar beneden op de helling werken en evenmin op hellingen met een inclinatie van meer dan 10°. Grote zorgvuldigheid is geboden bij het veranderen van de rijrichting. Maaiprestaties en gebruiksduur van de accu
De maaiprestaties, d.w.z. het oppervlak dat kan worden gemaaid, hangt af van de eigen- schappen van het gazon. Factoren zoals de lengte van het gras, de dichtheid, de gekozen maaihoogte en een vochtig gazon beïnvloe- den de maaiwerking.
Vaak maaien en een kort gehouden gazon vergroot de autonomie van de accu.
Vaak in- en uitschakelen van de grasmaaier tijdens het maaien vermindert de maaipresta- ties evenzeer als een niet volledig geladen accu.
Het inschakelen van de wielaandrijving ver- mindert de maaiprestaties of de levensduur van de batterij.
Voor een optimale maaiprestaties wordt aan- bevolen het gazon vaak te maaien, een hoge maaihoogte in te stellen het gras stapvoets te maaien. OPMERKING Om de autonomie te vergro- ten kan een bijkomende accu worden aange- schaft. Tips bij het maaien
Houd een gelijkmatige maaihoogte aan tot 3–-5 cm, maai niet meer af dan de helft van de grashoogte.
Grasmaaier niet overbelasten! Als het motor- toerental in dichtbegroeid, hoog gras merk- baar daalt, vergroot dan de maaihoogte en maai vaker.
Wind en zon kunnen het gazon na het maai- en uitdrogen, daarom laat in de namiddag maaien.
9 ONDERHOUD EN VERZORGING
WAARSCHUWING! Gevaar voor snijlet- sel. Gevaar voor snijletsel als gevolg van contact met scherpe en bewegende delen van het appa- raat, zoals het snijblad.
Schakel voorafgaand aan onderhouds-, ver- zorgings- en reinigingswerkzaamheden altijd het apparaat uit. Verwijder de accu´s.
Draag bij onderhouds-, verzorgings- en reini- gingswerkzaamheden altijd veiligheidshand- schoenen.
onderhoudswerkzaamheden
Zorg ervoor, dat alle moeren, bouten en schroeven vast aangehaald zijn en dat het apparaat zich in een veilige werkpositie be- vindt.
Grasvanger regelmatig controleren op wer- king en slijtage.NL 495504_b 55 Onderhoud en verzorging
9.2 Apparaat en maaiwerk reinigen
LET OP! Gevaar door water. Water in het ap- paraat leidt tot kortsluitingen en vernieling van de elektrische onderdelen.
Spuit het apparaat niet met water af.
Gebruik voor het reinigen uitsluitend een handveger of en borstel.
2. Accu's verwijderen.
WAARSCHUWING! Ernstig letsel door wegslingerende mesdelen. Een versleten, ge- broken of beschadigd snijmes kan breken en de- len ervan kunnen veranderen in gevaarlijke pro- jectielen.
Controleer het snijmes regelmatig op bescha- digingen.
Gebruik de grasmaaier niet als het snijmes versleten of beschadigd is.
Laat botte of beschadigde snijmessen alleen door een AL-KO service centre of door een geautoriseerd gespecialiseerd bedrijf slijpen of vernieuwen.
Om trillingen te voorkomen, moeten het snij- mes en de messchroef altijd samen worden vervangen.
Opnieuw geslepen messen moeten uitgeba- lanceerd worden. Niet-uitgebalanceerde messen leiden tot hevige trillingen en be- schadigen het apparaat.
9.4 Bowdenkabel van de wielaandrijving
afstellen (17) De bowdenkabel van de wielaandrijving rekt na een tijdje uit. Als de wielaandrijving bij een draai- ende motor niet meer kan worden ingeschakeld, is de bowdenkabel te lang geworden en moet hij aangespannen worden. VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. Scherpe en draaiende onderdelen (bijv. mes) en een plots startende grasmaaier kunnen letsel ver- oorzaken.
Stel de bowdenkabel alleen af bij uitgescha- kelde motor en stilstaand maaiwerk.
1. Voeding uitschakelen en accu´s uittrekken
(zie Hoofdstuk 6.3 "Voeding van het maai- werk in- en uitschakelen(06)", pagina51).
2. Versteller (17/1) van de bowdenkabel (17/2)
in pijlrichting draaien, dit is linksom, tot de bowdenkabel strak getrokken is tussen de versnellingshendel (17/3) en de blokkering (17/4).
3. Toestand bowdenkabel controleren: apparaat
inschakelen, motor starten en proberen de wielaandrijving in te schakelen.
4. Als de wielaandrijving niet inschakelt: de hier-
boven vermelde stappen herhalen. Als het instellen van de bowdenkabel niet suc- cesvol is: Ga naar een servicepunt van de fabri- kant.
9.5 Reparatiewerkzaamheden
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel bij reparatiewerkzaamheden. Ondeskundige repa- raties kunnen ernstig letsel en schade aan het apparaat veroorzaken.
Laat reparatiewerkzaamheden alleen uitvoe- ren door servicepunten van de fabrikant of door geautoriseerde gespecialiseerde bedrij- ven! Ga in de volgende gevallen naar een servicepunt van de fabrikant:
Motor start niet meer.
Apparaat is tegen een obstakel aan gereden.
Mes en/of motoras zijn verbogen.
Apparaat trilt en draait onrustig.
Accu´s zijn leeggelopen of beschadigd.
9.6 USB-interface (18)
De USB-interface (18/1) is aan alle in deze hand- leiding beschreven grasmaaiers aanwezig, echter alleen voor de smarte grasmaaiers voor soft- wareupdates te gebruiken. Hij is niet geschikt om de accu´s op te laden. LET OP! Gevaar voor beschadiging van het apparaat. De accu´s van mobiele apparatuur (bijv. smartphones) worden vernield als ze op de USB-interface worden aangesloten.
Sluit geen mobiele apparaten met accu op deze interface aan.NL 56 495504_b Hulp bij storingen
10 HULP BIJ STORINGEN
VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. On- derdelen met scherpe randen en draaiende on- derdelen kunnen letsel veroorzaken.
Draag bij onderhouds- en reinigingswerk- zaamheden altijd beschermende handschoe- nen! OPMERKING Neem contact op met onze klantenservice bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen. Storing Oorzaak Maatregel Motor draait niet. Voeding aan de sleutelschake- laar is uitgeschakeld. Voeding aan de sleutelschakelaar inschake- len. Accu ontbreekt of is niet goed aangebracht. Accu correct plaatsen. Accu is leeg. Accu opladen. Maaimes is geblokkeerd.
Zet de grasmaaier op een gazon met laag gras in werking. Kabels of schakelaars zijn de- fect. Apparaat niet gebruiken! Ga naar een servi- cepunt van de fabrikant. Motorvermogen is onvoldoende. Accu is leeg. Accu opladen. Mes is bot. Snijmessen op een servicepunt van de fa- brikant laten slijpen. Te veel gras is in de uitworp.
Stootklep reinigen. Motor blokkeert tij- dens het maaien. Mes is bot. Snijmessen op een servicepunt van de fa- brikant laten slijpen. Motor is overbelast. Accugrasmaaier uitschakelen, op een vlak- ke ondergrond of laag gras plaatsen en op- nieuw starten. Grasopvangbak vult onvoldoende Gazon is vochtig. Gazon laten drogen. De grasopvangbak is verstopt. Reinig het rooster van de grasopvangbak. Er zit te veel gras in de uit- werpschacht of in de behui- zing.
Uitwerpkanaal / behuizing reinigen
Maaihoogte corrigeren Mes is bot. Snijmessen op een servicepunt van de fa- brikant laten slijpen. Het vermogen van de accu neemt dui- delijk af. Maaihoogte is te laag. Maaihoogte hoger instellen Gras te hoog of te nat. Omstandigheden verbeteren: laten drogen, maaihoogte hoger instellenNL 495504_b 57 Transport Storing Oorzaak Maatregel Maaisnelheid is te hoog.
Maaisnelheid verminderen
Uitwerpschacht / behuizing reinigen, het maaimes moet vrij draaibaar zijn. Maaien met een volle grasop- vangbak Leeg de grasopvangbak en de uitwerpscha- cht. Levensduur van de accu is af- gelopen. Accu vervangen. Gebruik alleen originele toebehoren van de fabrikant. Accu kan niet wor- den opgeladen. Accucontacten zijn vuil. Accucontacten met een niet-metalen voor- werp reinigen en met contactspray inspui- ten. Let op: De accucontacten niet met een me- talen voorwerp kortsluiten! Accu of oplader defect. Bestel reserveonderdelen bij de fabrikant. Accu is te warm. Laat de accu afkoelen. Cockpit is ingescha- keld maar motor draait niet. Voeding aan de sleutelschake- laar is uitgeschakeld. Voeding aan de sleutelschakelaar inschake- len. Foutweergave op de cockpit brandt. Accu niet correct geplaatst. Accu correct plaatsen. Foutmeldingen aan de Smart button Oorzaken en oplossing: zie Hoofdstuk 3.9 "Smart button (03)*", pagina46. 11 TRANSPORT
11.1 Apparaat transporteren
LET OP! Gevaar voor beschadiging van het maaiwerk. Bij de laagste maaihoogte kan het maaiwerk bij het rijden over trappen, randen of stoepranden beschadigd raken.
Zet de maaihoogte voor transport op de hoogste stand.
1. Maaiwerk stoppen en wachten tot het stil-
2. Hoogste maaihoogte instellen.
3. Sleutelschakelaar in de stand Off (pos.0)
draaien. Transporteren van het apparaat tussen twee werkplekken
Apparaat met hoogste maaihoogte naar het werkgedeelte rijden.
Voor eenvoudiger rijden de wielaandrijving* bijschakelen.
Gebruik de duwboom en de voorste draag- handgreep* om het apparaat te dragen.
- afhankelijk van het model, zie technische gege- vens. Apparaat in een voertuig transporteren
Apparaat in het voertuig tegen omvallen en verschuiven beveiligen.
Apparaat tegen stoten door andere voorwer- pen beschermen.
Plaats geen voorwerpen op het apparaat.
11.2 Accu´s transporteren
Voer voor het begin van het vervoer de volgende maatregelen uit:
1. Apparaat uitschakelen.
2. Accu´s verwijderen uit het apparaat.
3. Accu´s volgens voorschrift verpakken (zie
hierna). OPMERKING De nominale energie van de accu bedraagt meer dan 100 Wh! Neem daarom de hierna vermelde aanwijzingen voor het trans- port in acht!NL 58 495504_b Opslag De gemonteerde Li-ion accu is onderhevig aan de wet inzake gevaarlijke goederen, maar kan eenvoudig worden getransporteerd:
Door de privégebruiker kan de accu zonder bijkomende voorwaarden openbaar worden getransporteerd, voor zover ze individueel verpakt is en voor privé transportdoeleinden dient.
Commerciële gebruikers, die het transport in het kader van hun hoofdactiviteit uitvoeren (bijv. leveringen van en naar werven of de- monstraties), kunnen ook van deze vereen- voudigde maatregel gebruik maken. In beide hierboven vermelde gevallen moeten ab- soluut voorzorgsmaatregelen worden genomen om te voorkomen dat de inhoud wordt gemorst. In andere gevallen moeten de voorschriften van de bepaling inzake gevaarlijke goederen absoluut in acht worden genomen! Bij het niet in acht ne- men kunnen de afzender en eventueel ook de vervoerder boetes opgelegd krijgen. Bijkomende instructies voor transport en verzending
Transporteer of verstuur lithium-ionen-accu´s alleen in onbeschadigde hoedanigheid!
Gebruik voor het vervoer van de accu uitslui- tend de originele doos of een geschikte doos voor gevaarlijke materialen (niet vereist bij accu’s met minder dan 100 Wh nominale energie).
Zet de accu in de verpakking goed vast tegen wegglijden, om beschadigingen aan de accu te voorkomen.
Zorg voor een correcte aanduiding en docu- mentatie bij de zending tijdens het transport of verzending (bijv. door de koerierdienst of het transportbedrijf).
Informeer vooraf of een transport met de ge- kozen dienstverlener mogelijk is en of de ver- zending wordt weergegeven. Wij bevelen aan om een specialist in gevaarlijke goederen bij de voorbereiding van de verzending te betrekken. Neem ook eventuele verdere natio- nale voorschriften in acht. 12 OPSLAG Na elk gebruik het apparaat grondig reinigen en – indien beschikbaar – alle veiligheidsafdekkingen aanbrengen. Apparaat op een droge, afsluitbare plaats en buiten het bereik van kinderen bewa- ren.
12.1 Accugrasmaaier opslaan
VOORZICHTIG! Risico op letsel. Als kin- deren en onbevoegden tijdens de opslag toegang tot het apparaat hebben, is er gevaar op letsel.
Bewaar het apparaat op een plek die ontoe- gankelijk is voor kinderen en onbevoegde personen.
Berg het apparaat alleen op nadat de accu's verwijderd zijn. LET OP! Gevaar voor inbraak en verlies van persoonlijke gegevens. De grasmaaier heeft toegang tot internet en kann apparaten in "Smart Home" en "Smart Garden" besturen.
Bewaar het apparaat alleen zonder accu´s en goed beveiligd tegen de toegang door onbe- voegde personen.
1. Apparaat uitschakelen: Trek de veiligheids-
sleutel uit het apparaat.
3. Accu's verwijderen.
4. Motor laten afkoelen.
ming tegen corrosie dun met olie of silicone in.
7. Geleidestang inklappen.
8. Bewaar het apparaat op een droge, schone
en tegen vorst beschermde plek. Dek de ma- chine met een luchtdoorlatend zeil af om het tegen stof te beschermen. Gebruik geen plasticfolie om vochtophoping te voorkomen.
12.2 Accu en oplader opslaan
OPMERKING Neem de gedetailleerde ge- gevens uit de meegeleverde gebruiksaanwijzing van de accu en de oplader in acht. 13 VERWIJDEREN Advies over de wetgeving inzake elektrische en elektronische apparaten (ElektroG)
Oude elektrische en elektronische ap- paraten horen niet thuis bij het huis- houdelijke afval, maar moeten geschei- den worden aangeboden of verwijderd!NL 495504_b 59 Klantenservice/service centre
Gebruikte batterijen of accu’s, die niet vast in het apparaat ingebouwd zijn, moeten voor de verwijdering worden gedemonteerd! De recy- cling ervan wordt door de batterijwetgeving beheerst.
Bezitters of gebruikers van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk tot te- ruggave na gebruik verplicht.
De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van zijn persoonlijke gegevens op het te verwijderen gebruikte apparaat! Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat elektrische en elek- tronische gebruikte apparaten niet via het ge- woon afval mogen worden verwijderd. Elektrische en elektronische apparaten kunnen op de volgende verzamelpunten gratis worden af- gegeven:
Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)
Verkooppunten van elektrische apparatuur (vast en online), voor zover handelaren tot te- rugname verplicht zijn of deze vrijwillig aan- bieden. Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op apparaten die in landen van de Europese Unie geïnstalleerd en verkocht werden en die beant- woorden aan de Europese richtlijn 2012/19/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwij- kende voorschriften gelden voor het verwijderen van afgedankte elektrische en elektronische ap- paraten. Over de batterijwetgeving (in Duitsland: BattG)
Gebruikte batterijen en accu’s horen niet bij het gewone afval, maar moeten afzonderlijk worden weggedaan!
Zie de gebruikershandleiding om tot een veili- ge verwijdering van batterijen of accu’s uit het elektrische apparaat over te kunnen gaan en voor informatie over het type of het che- misch systeem.
Bezitters of gebruikers van batterijen en ac- cu’s zijn wettelijk tot teruggave na gebruik verplicht. De teruggave is beperkt tot de nor- male huishoudelijke hoeveelheden. Gebruikte batterijen kunnen schadelijke stoffen of zware metalen bevatten, die het milieu en de ge- zondheid schade kunnen toebrengen. Het herge- bruiken van gebruikte batterijen en het opnieuw gebruiken van de grondstoffen draagt bij tot het behoud van deze belangrijke goederen. Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat gebruikte batterijen en accu’s niet via het gewoon afval mogen wor- den verwijderd. Wanneer ook de vermelding Hg, Cd of Pb onder de afvalemmer is aangebracht, betekent dit het volgende:
Hg: de batterij bevat meer dan 0,0005% kwik
Pb: de batterij bevat meer dan 0,004% lood Accu’s en batterijen kunnen op de volgende ver- zamelpunten gratis worden afgegeven:
Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)
Verkooppunten van batterijen en accu’s
Een verzamelpunt van het gemeenschappe- lijke recycling systeem voor gebruikte appa- raten en batterijen
Een verzamelpunt van de fabrikant (indien hij geen lid is van het gemeenschappelijke recy- cling systeem) Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op accu’s en batterijen die in landen van de Europe- se Unie verkocht werden en die beantwoorden aan de Europese richtlijn 2006/66/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwijkende be- palingen voor de recycling van accu’s en batterij- en gelden. 14 KLANTENSERVICE/SERVICE CENTRE Voor vragen over garantie, reparatie of reserve- onderdelen kunt u contact opnemen met het dichtstbijzijnde AL-KOservice centre. Deze vindt u op internet op het volgende adres: www.al-ko.com/service-contactsNL 60 495504_b Garantie 15 GARANTIE Eventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefou- ten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door le- vering van een vervangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft. Onze garantie geldt alleen bij:
naleving van deze gebruikershandleiding
Gebruik van originele reserveonderdelen De garantie vervalt bij:
Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen
Eigenhandig aangebrachte technische wijzi- gingen
Gebruik voor andere doeleinden dan het ge- bruiksdoel Van de garantie zijn uitgesloten:
lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik
- Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx (x) zijn aangeduid De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de da- tum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naar de dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.FR 495504_b 61 Traduction de la notice d’utilisation originale TRADUCTION DE LA NOTICE D’UTILISATION ORIGINALE Table des matières 1 Consignes de sécurité spéciales p. 62
- 2 À propos de cette notice p. 62
Notice-Facile