51.6 Li SP comfort - Grasmaaier AL-KO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 51.6 Li SP comfort AL-KO in PDF-formaat.
| Merk | AL-KO |
| Model | 51.6 Li SP comfort |
| Producttype | Draadloze zelfrijdende grasmaaier |
| Voeding | Lithium-ion accu's (2x 18 V, 36 V) |
| Snijbreedte | 51 cm |
| Instelling maaihoogte | Centraal, 6 standen |
| Maaisysteem | Draaiend mes |
| Zelfrijdend | Ja, met koppelingshendel |
| Maaimodi | Opvangen, zijuitworp, mulchen (met accessoire) |
| Opvangbak | Met vulniveau-indicator |
| Stuur | In hoogte verstelbaar, opvouwbaar |
| Laadniveauweergave | 4 groene LED's op het dashboard |
| Veiligheidsvoorzieningen | Veiligheidsbeugel, startknop, deflectorklep |
| Accucompatibiliteit | AL-KO 18V/36V-serie (Bxxx Li, Cxxx Li) |
| Onderhoud | Regelmatig reinigen van het maaidek, controleren en vervangen van het mes |
| Garantie | Wettelijke garantie op fabricagefouten |
Veelgestelde vragen - 51.6 Li SP comfort AL-KO
Gebruikersvragen over 51.6 Li SP comfort AL-KO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 51.6 Li SP comfort - AL-KO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 51.6 Li SP comfort van het merk AL-KO.
GEBRUIKSAANWIJZING 51.6 Li SP comfort AL-KO
1 Veiligheidsinstructies 56
1.1 Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische machines 56
1.1.1 Veiligheid op de werkplek.... 56 1.1.2 Elektrische veiligheid 56 1.1.3 Veiligheid van personen 56 1.1.4 Gebruik en verzorging van de met accu aangedreven machine . 57 1.1.5 Service 57 1.2 Veiligheidsinstructies voor grasmaaier 57 1.3 Veiligheidsinstructies voor accu en oplader 58
2 Over deze gebruiksaanwijzing 58
2.1 Symbolen op de titelpagina 59 2.2 Verklaring van pictogrammen en signaalwoorden 59
3 Productomschrijving. 59
3.1 Beoogd gebruik 59 3.2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik .... 59 3.3 Overige risico's 59 3.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen 60
3.5 Symbolen op het apparaat 60
3.5.1 Veiligheidstekens 60 3.5.2 Bedieningstekens 60
3.6 Productoverzichten 61
3.6.1 Productoverzicht (01)* 61 3.6.2 Productoverzicht (02, 03) * 61 3.6.3 Productoverzicht (04)*** 62
4 Montage 62 5 Ingebruikname 63
5.1 Accu's opladen 63 5.2 Accu's plaatsen en verwijderen (05, 06) 63 5.3 Voeding in- en uitschakelen (05, 06). 63
6 Bediening. 63
6.1 Maaihoogte instellen 64 6.1.1 Maaihoogte instellen (07)* 64 6.1.2 Maaihoogte instellen (08)** 64
6.2 Maaien met de grasopvangbak (09, 10) 64 6.3 Maaiwerk starten en stoppen (11, 12) 64 6.4 Wielaandrijving in- en uitschakelen (13)** 65 6.5 Laadtoestand van de accu's controleren (14, 15) 65 6.6 Duwboom op lichaamlengte aanpassen 65
6.6.1 Duwboom aanpassen (16) 65 6.6.2 Duwboom aanpassen (17) 65 6.6.3 Duwboom aanpassen (18)*** 65
6.7 Duwboom in- en uitklappen 65
6.7.1 Duwboom in- en uitklappen (19)* 65 6.7.2 Duwboom in- en uitklappen (20)*** 66
6.8 Mulchen met het mulchinzetstuk (21, 22)**, *** 66 6.9 Maaien met zijdelingse uitwerper (23)*** 66 6.10 Maaien zonder grasopvangbak (24)** 66
7 Werkinstructies 67 8 Onderhoud en verzorging 67
8.1 Regelmatige onderhoudswerkzaamheden 67 8.2 Apparaat en maaiwerk reinigen 68 8.3 Messen controleren en vernieuwen 68 8.4 Reparatiewerkzaamheden 68
9 Hulp bij storingen 68
9.1 Apparaat- en bedieningsfouten verhelpen 68 9.2 Foutcodes en oplossing 70
10 Transport 70
10.1 Apparaat transporteren 70 10.2 Transport 70
11 Opslag 71
11.1 Accugrasmaaier opslaan 71 11.2 Accu en oplader opslaan 71
12 Verwijderen 72
13 Technische gegevens 73 14 Klantenservice/service centre 73 15 Informatie bij de conformiteitsverklaring 73 16 Garantie 73
1 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
1.1 Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische machines
WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidsinstructies, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens door waarmee de machine is uitgevoerd. Het niet naleven van de onderstaande instructies kan elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel veroorzaken.
Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen voor toekomstig gebruik.
De in de veiligheidsaanwijzingen gebruikte term "machine" heeft betrekking op machines met stroomvoeding (met voedingskabel) of met accu aangedreven machines (zonder voedingskabel).
1.1.1 Veiligheid op de werkplek
Zorg voor een schoon en goed verlicht werkbereik. Wanorde of een gebrek aan goede verlichting kunnen ongevallen veroorzaken. Werk met de machine niet in een explosiegevaarlijke omgeving waarin zich brandbare vloeistoffen, gassen of stof bevinden. Machines veroorzaken vonken die het stof of de dampen kunnen ontsteken. Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik uit de buurt van de machine. Bij afleiding kunt u de controle over de machine verliezen.
De aansluitstekker van de machine moet in de contactdoos passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekkers samen met geaarde machines. Ongemodificeerde stekkers en passende contactdozen verminderen het risico van elektrische schokken.
Vermijd lichaamscontact met geaarde oppervlakken zoals bij buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok wanneer uw lichaam is geaard. Gebruik de grasmaaier niet bij regen of nattigheid. Dat kan het risico op een elektrische schok vergroten. Gebruik de aansluitkabel niet om de machine te dragen, op te hangen of om de stekker uit de contactdoos te trekken. Houd het aansluitsnoer uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen of zich bewegende onderdelen van het apparaat. Bij beschadigde of in de knoop geraakte aansluitsnoeren is er een hoger risico op een elektrische schok. Wanneer u met een machine buiten werkt, dient u uitsluitend verlengkabels te gebruiken die ook geschikt zijn voor gebruik buitenshuis. Door het gebruik van een dergelijk, voor gebruik buitenshuis geschikt verlengsnoer, neemt het risico op een elektrische schok af. Als er niet voorkomen kan worden dat de machine in een vochtige omgeving wordt gebruikt, dient er een aardlekschakelaar te worden gebruikt. Het gebruik hiervan vermindert het risico op een elektrische schok.
Wees alert, let op wat u doet en ga verstandig met een machine aan het werk. Gebruik geen machine als u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of geneesmiddelen staat. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van de machine kan tot ernstig letsel leiden. Draag een persoonlijke beschermingsuitrusting en altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, slipvaste veiligheidsschoenen, veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van de toepassing van de machine, vermindert het gevaar voor letsel. Voorkom dat het apparaat onbedoeld in gebruik wordt genomen. Controleer of de machine is uitgeschakeld voordat u het op de voeding aansluit en/of de accu plaatst, hem optilt of draagt. Als u bij het dragen van de machine de vinger op de schakelaar heeft of de machine ingeschakeld
op de voeding aansluit, kan dit ongevallen veroorzaken.
Verwijder instelgereedschap of schroevendraaiers voordat u de machine inschakelt. Een gereedschap of sleutel die zich in een draaiend deel van de machine bevindt, kan letsel veroorzaken. Voorkom een abnormale lichaamshouding. Zorg ervoor dat u stevig staat en uw evenwicht kunt bewaren. Daardoor kunt u de machine in onverwachte situaties beter onder controle houden. Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haar en kleding weg van bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden of lange haren kunnen door bewegende onderdelen worden gegrepen. Als stofafzuig- en -opvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, moeten deze worden aangesloten en correct worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verkleinen. Laat u niet verleiden tot een vals gevoel van veiligheid en negeer de veiligheidsregels voor machines niet, zelfs niet wanneer u na veelvuldig gebruik vertrouwd bent met de machine. Onnadenkend handelen kan in een fractie van een seconde leiden tot ernstig letsel.
1.1.4 Gebruik en verzorging van de met accu aangedreven machine
Laad de accu's uitsluitend met opladers op die door de fabrikant worden aanbevolen. Door een oplader die voor een bepaald type accu's geschikt is, bestaat brandgevaar wanneer deze met andere accu's worden gebruikt. Gebruik alleen de hiervoor bedoelde accu's in de machines. Het gebruik van andere accu's kan tot verwondingen en brandgevaar leiden. Houd de ongebruikte accu uit de buurt van paperclips, muntgeld, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een overbrugging van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Kortsluiting tussen de accucontacten kan brandwonden of vuur veroorzaken. Bij verkeerd gebruik kan er vloeistof uit de accu lopen. Voorkom contact hiermee. Spoel direct af met water wanneer u er per
ongeluk mee in contact komt. Wanneer de vloeistof in de ogen komt, moet er een arts worden geraadpleegd. Lekkende accu-vloeistof kan huidirritaties of brandwonden veroorzaken.
Gebruik geen beschadigde of gewijzigde accu of geen beschadigde of gewijzigde machine. Beschadigde of gewijzigde accu's kunnen zich onvoorspelbaar gedragen en brand, explosie of letsel veroorzaken. Stel een accu of een machine niet bloot aan vuur of te hoge temperaturen. Brand of temperaturen van meer dan 130°C kunnen een explosie veroorzaken. Volg alle instructies voor het opladen op en laad de accu of de op een accu werkende machine nooit buiten het in de gebruiksaanwijzing aangegeven temperatuurbereik op. Verkeerd opladen of opladen buiten het toegestane temperatuurbereik kan de accu vernielen en het brandgevaar vergroten.
1.1.5 Service
Laat uw machine alleen door gekwalificeerd deskundig personeel repareren en alleen met originele reserveonderdelen. Zo worden de veiligheid van de machine gewaarborgd. Onderhoud beschadigde accu's in geen geval. Alle onderhoudswerkzaamheden aan de accu's moeten door de fabrikant of een geautoriseerde klantenservice worden uitgevoerd.
1.2 Veiligheidsinstructies voor grasmaaier
Gebruik de grasmaaier niet bij slechte weersomstandigheden, met name bij gevaar voor bliksem. Dat vermindert het gevaar om door de bliksem geraakt te worden. Controleer de omgeving waarin de grasmaaier gebruikt gaat worden nauwkeurig op wilde dieren. Wilde dieren kunnen tijdens de werkzaamheden door de grasmaaier gewond raken. Controleer de omgeving waarin de grasmaaier gebruikt gaat worden nauwkeurig en verwijder alle stenen, stokken, draden, botten en andere vreemde voorwerpen. Weggeslingerde voorwerpen kunnen ernstig letsel veroorzaken. Voer vóór het gebruik van de grasmaaier altijd een visuele controle uit om na te gaan dat messen en de messeneenheid niet versleten of beschadigd zijn. Versleten of beschadigde delen verhogen het risico voor letsel.
versleten of beschadigd zijn. Versleten of beschadigde delen verhogen het risico voor letsel.
- Controleer de grasvangbak regelmatig op slijtage of beschadiging. Een versleten of beschadigde grasvangbak kan het risico voor letsel verhogen. Laat alle veiligheidsvoorzieningen gemonteerd. Veiligheidsvoorzieningen moeten operationeel en volgens voorschrift gemonteerd zijn. Een veiligheidsvoorziening die los of beschadigd is of niet goed werkt, kan persoonlijk letsel veroorzaken. Houd alle ventilatiespleten vrij van verstoppingen. Verstopte ventilatiespleten kunnen oververhitting of brandgevaar veroorzaken. Draag bij het werk met de grasmaaier altijd slipvaste en beschermende schoenen. Bedien de grasmaaier niet met blote voeten of met open sandalen. Dat reduceert het gevaar voor letsel aan de voeten door aanraking met het bewegende mes. Draag bij het werk met de grasmaaier altijd een lange broek. Onbeschermde huid verhoogt het gevaar voor letsel door weggeslingerde voorwerpen.
- Gebruik de grasmaaier niet als het gras nat is. Loop gewoon en ren nooit. Dat reduceert het gevaar voor uitglijden en vallen, wat letsel kan veroorzaken.
- Gebruik de grasmaaier niet op erg steile hellingen. Dat reduceert het gevaar dat u de controle verliest, uitglijdt of valt, wat letsel kan veroorzaken. Let bij werkzaamheden aan hellingen altijd op een veilige stand, werk altijd dwars ten opzichte van de helling, nooit bergop of bergaf en wees altijd bijzonder voorzichtig bij richtingveranderingen. Dat reduceert het gevaar dat u de controle verliest, uitglijdt of valt, wat letsel kan veroorzaken. Wees bijzonder voorzichtig als u de grasmaaier achteruit beweegt of naar u toe trekt. Let altijd op uw omgeving. Dat reduceert het gevaar dat u tijdens het werk struikelt. Raak de messen en andere gevaarlijke bewegende delen niet aan zolang ze nog bewegen. Dat reduceert het gevaar voor letsel door bewegende delen. Zorg ervoor dat bij het verwijderen van ingeklemd materiaal of bij het reinigen van
de grasmaaier alle schakelaars op UIT staan en de accu is uitgenomen. Onverwachte werking van de grasmaaier kan ernstig letsel veroorzaken.
Laat het product voor het opbergen geheel afkoelen. Leeg de grasvangbak voordat u hem opbergt. Let er bij het instellen van het apparaat op dat de vingers niet tussen de beweegbare messen en de vaste componenten van de machine ingekneld raken.
1.3 Veiligheidsinstructies voor accu en oplader
- Verwijder vóór het opladen de accu uit het apparaat.
- Plaats de accu met de juiste polariteit in het apparaat. Verwijder de accu uit het apparaat als u het voor een langere periode opbergt. Maak geen kortsluiting tussen de aansluitklemmen van het apparaat.
Gebruiksaanwijzingen
Neem goed nota van de veiligheidsaanwijzingen voor de accu en de oplader in de aparte gebruiksaanwijzingen:
Gebruiksaanwijzing 443998: accu's Gebruiksaanwijzing 443999: opladers
2 OVER DEZE GEBRUIKSAANWIJZING
De Duitse versie is de originele gebruiksaanwijzing. Alle andere taalversies zijn vertalingen van de originele gebruiksaanwijzing. Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodat u erin het antwoord op uw vragen kort terugvinden wanneer u informatie over de machine nodig heeft. Draag de machine alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere personen over. Lees en neem de veiligheids- en waarschuwingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.
2.1 Symbolen op de titelpagina
Symbool Betekenis

Lees voor de ingebruikname deze gebruiksaanwijzing absoluut zorgvuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werken en een storingsvrij gebruik.

Gebruiksaanwijzing

Ga voorzichtig met Li-ion accu's om! Neem met name de aanwijzingen voor transport, opslag en afvalverwijdering in acht!

Dit product voldoet aan de van toepassing zijnde Europese richtlijnen en een conformiteitsbeoordelingsprocedure voor deze richtlijn is uitgevoerd.
2.2 Verklaring van pictogrammen en signaalwoorden
GEVAAR! Wijst op een direct gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt. WAARSCHUWING! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden. VOORZICHTIG! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan leiden. LET OP! Wijst op een situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot materiële schade kan leiden. OPMERKING: Speciale aanwijzingen voor meer duidelijkheid en een beter gebruik.
In deze documentatie worden meerdere apparaatmodellen beschreven. Identificeer uw model aan de hand van de productafbeeldingen en de beschrijving van de verschillende opties.
Alle accu's (Bxxx Li) en opladers (Cxxx Li) van het assortiment kunnen voor de gebruiker worden gebruikt.
LET OP! Gevaar voor schade aan apparaat en accu. Als het apparaat wordt gebruikt met ongeschikte accu's, kunnen apparaat en accu's beschadigd raken.
- Gebruik het apparaat alleen met de voorgeschreven accu's.
OPMERKING: In de gebruiksaanwijzingen voor de accu's en opladers van het assortiment ALKO 18V/36V vindt u verdere informatie. 1 BATTERY VOLTAGES
3.1 Beoogd gebruik
Dit apparaat voor particulier gebruik is bedoeld voor het maaien van gazons en mag uitsluitend bij droog gras worden gebruikt.
Elke andere of verder strekkende toepassing wordt beschouwd als niet overeenkomstig het gebruiksdoel. Er mag alleen met het apparaat gewerkt worden als het volledig gemonteerd is.
Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik. Ieder ander gebruik alsmede niet-toegestane verbouwingen of uitbreidingen worden voor misbruik aangezien en hebben de uitsluiting van de garantie en het verlies van de conformiteit en de weigering van iedere verantwoordelijkheid voor schade van de gebruiker of van derden van de fabrikant tot gevolg.
3.2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik
Het apparaat is noch bedoeld voor de commerciële toepassing in openbare parken en sportfaciliteiten, noch voor de toepassing in land- en bosbouw.
Het apparaat niet gebruiken bij regen of op nat gazon. Er mogen zich geen vreemde voorwerpen zoals bijv. stenen, stukken hout of flessen op het te maaien oppervlak bevinden. Aanwezige veiligheidsvoorzieningen mogen niet gedemonteerd of overbrugd worden, bijv. door de veiligheidsbeugel aan de greepbeugel vast te klemmen.
Ook bij doelmatig gebruik van het gereedschap blijft sprake van een zeker restrisico dat niet kan worden uitgesloten. Uit de aard en de bouwwijze van het apparaat kunnen, afhankelijk van het ge
bruik, de volgende potentiële gevaren worden afgeleid:
Wegslingeren van snijafval, grond en kleine stenen. Inademen van deeltjes van afgesneden gewasdeeltjes als er geen adembescherming wordt gedragen. Snijwonden als gevolg van het reiken naar het draaiende maaimes.
3.4 Veiligheids- en bewegingsvoorzieningen

WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel.
Defecte en buiten werking gestelde veiligheids- en beschermingsapparatuur kunnen ernstig letsel veroorzaken.
Laat defecte veiligheids- en beschermingsapparatuur repareren. De veiligheids- en beschermingsuitrusting nooit buiten werking stellen.
Veiligheidsbeugel
Het apparaat is voorzien van een veiligheidsbeugel. Laat in geval van gevaar eenvoudig de veiligheidsbeugel los. De motor en het maaiwerk vallen stil.
Start-knop (op de duwboom)
Om de motor door middel van de veiligheidsbeugel te kunnen inschakelen, moet eerst op de Start-knop worden gedrukt.
Klep
De klep beschermt bijv. tegen afgesneden gewasdeeltjes en stenen die eruit kunnen worden geslingerd.
3.5 Symbolen op het apparaat
Ben bijzonder voorzichtig bij het hanteren!

Lees vóór ingebruikname de gebruiksaanwijzing!

Gevaar door voorwerpen die eruit worden geslingerd!
Symbool Betekenis

Houd derden uit de buurt van de gevarenzone!

Gevaar voor letsel! Blijf met uw handen en voeten uit de buurt van het snijmechanisme!

Indien niet in gebruik of voor onderhouds- en reparatiewerkzaamheden: Zet het apparaat uit en verwijder de accu uit het apparaat!

Niet van toepassing, wordt uitsluitend gebruikt voor elektrische grasmaaiers. a)

Niet aan te steile hellingen maaien! a)

Gebruik het apparaat niet als het regent of berg dit niet in de buitenlucht op! a)

Snijmes blijft draaien, nadat het apparaat is uitgeschakeld. Maaimes pas aanraken als alle delen van het apparaat stilstaan! a)
Grasmaaier bij 36 V- werking met twee 18 V-accu's.

Om de grasmaaier te starten de starttoets indrukken. a)

Aanpak voor het starten van de grasmaaier (zie Hoofdstuk 6.3 "Maaiwerk starten en stoppen (11, 12), pagina 64) b)
Symbool Betekenis

Vulpeilweergave aan de grasopvangbak:
Vulpeilweergave is boven (GO): Werkzaamheden voortzetten. Vulpeilweergave is onder (STOP): Werkzaamheden staken en grasopvangbak legen.

Bedieningssymbool voor draaihandgreep aan de duwboom: c)
Slotje dicht: Duwboom op de getoonde stand vastzetten. Slotje open: Duwboom voor het verstellen loszetten.

Standaarden voor de hoogteverstelling van de duwboom (2 standen) c)
De derde stand is voor het omklappen van de duwboom.

Bij gevaar: Veiligheidsbeugel voor het stoppen van de grasmaaier meteen loslaten.
a) 34.6 Li comfort, 38.6 Li comfort, 43.6 Li comfort b) 46.6 Li SP comfort, 51.6 Li SP comfort
© 38.6 Li comfort, 43.6 Li comfort
3.6 Productoverzichten
3.6.1 Productoverzicht (01)*
*: 34.6 Li comfort
Nr. Onderdeel
| 1 Start-knop | |
| 2 Veiligungsbzeugel | |
| Duwboom: | |
| 3 | Greepvlak |
| 4 | Bovenste duwboom |
| 5 | Draaischarnier met snelspanner |
| 6 | Onderste duwboom |
| 7 | Draaischarnier met vergrendelings-knop |
| Aanduiding van de laadtoestand van de accu's: | |
| 8 | Leds |
Nr. Onderdeel
| 9 | Toets voor het opvragen van de laadtoestand |
| 10 Accuvakdeksel | |
| 11 Accuvak | |
| Centrale snijhoogteverstelling: | |
| 12 | Weergave van de maaihoogte (5 standen) |
| 13 | Ontgrendelingshendel |
| 14 Maaidek met snijmessen | |
| 15 Draaghandgreep | |
| 16 Keerklep | |
| Grasopvangbak: | |
| 17 | Behuizing van de grasopvangbak |
| 18 | Handgreep van de grasopvangbak |
| 19 | Vulpeilweergave van de grasop-vangbak |
| 20a) | Opladera) |
| 21a) | Accu's (2x)a) |
a) In de complete set
3.6.2 Productoverzicht (02, 03)**
**: 38.6 Li comfort, 43.6 Li comfort
Nr. Onderdeel
| 1 Start-knop | |
| 2 Veiligheidsbeugel | |
| Duwboom: | |
| 3 | Greepvlak |
| 4 | Bovenste duwboom |
| 5 | Draaischarnier met snelspanner |
| 6 | Onderste duwboom |
| 7 | 2-trapse hoogteverstelling: 38.6 Li comfort: Draaischarnier met snelspanner, 43.6 Li comfort: Veerbout met draai-handgreep De derde stand is voor het omklappen van de duwboom. |
Nr. Onderdeel
| Aanduiding van de laadtoestand van de accu's: | |
| 8 | Leds |
| 9 | Toets voor het opvragen van de laadtoestand |
| 10 Accuvakdeksel | |
| 11 Accuvak | |
| Centrale snijhoogteverstelling: | |
| 12 | Weergave van de maaihoogte (5 standen) |
| 13 | Ontgrendelingshendel |
| 14 Maaidek met snijmessen | |
| 15 Draaghandgreep | |
| 16 Keerklep | |
| Grasopvangbak: | |
| 17 | Behuizing van de grasopvangbak |
| 18 | Handgreep van de grasopvangbak |
| 19 | Vulpeilweergave van de grasop-vangbak |
| 20 Mulchwig | |
| 21a) | Opladera) |
| 22a) | Accu's (2x)a) |
a) In de complete set 3.6.3 Productoverzicht (04)*** **: 46.6 Li SP comfort, 51.6 Li SP comfort
Nr. Onderdeel
| Cockpit met: | |
| 1 | ■ Laadtoestand van de accu's |
| 2 | ■ Toets met dubbele functie: 1. Starttoets, 2. Opvragen van de laadtoestand |
| 3 | Veiligheidsbeugel |
| 4 | Schakelbeugel voor de wielaandrijving |
| Duwboom: | |
| 5 | ■ Greepvlak |
| 6 | ■ Duwboom |
Nr. Onderdeel
| 7 | ■ Veerbout met draaihandgreep (2 standen) De derde stand dient voor het om-klappen van de duwboom. |
| 8 | ■ Draaischarnier vamn de duwboom |
| Centrale snijhoogteverstelling: | |
| 9 | ■ Weergave van de maaihoogte (6 standen) |
| 10 | ■ Instelhendel |
| 11 Uitwerpklep aan de zijkant | |
| 12 Inzetstuk voor zichuitworp | |
| 13 Voorste draaghandgreep | |
| 14 Maaidek met snijmessen | |
| 15 Accuvak | |
| 16 Accuvakdeksel | |
| 17 Achterste draaghandgreep | |
| 18 Keerklep | |
| Grasopvangbak: | |
| 19 | ■ Behuizing van de grasopvangbak |
| 20 | ■ Handgreep van de grasopvangbak |
| 21 | ■ Vulpeilweergave van de grasop- vangbak |
| 22 Mulchwig | |
| 23 a) | Oplader a) |
| 24 a) | Accu's (2x)a) |
a) In de complete set
4 MONTAGE
WAARSCHUWING! Gevaren door onvol
ledige montage! De werking van een onvolledig apparaat kan ernstig letsel veroorzaken.
Gebruik het apparaat alleen als het volledig gemonteerd is! - Plaats de accu's pas in het apparaat als het volledig gemonteerd is!
Volg de voor uw model van toepassing zijnde montagestappen op de afbeeldingen:

Installatie
34.6 Li comfort

Installatie
38.6 Li comfort

Installatie
43.6 Li comfort

Installatie
De accu's zijn gedeeltelijk opgeladen. Laad de accu's voor het eerste gebruik volledig op. De accu's kunnen in elke laadtoestand worden opgeladen. Het onderbreken van het opladen leidt niet tot schade aan de accu.
OPMERKING: Zie voor meer informatie de afzonderlijke gebruiksaanwijzingen voor de accu's en voor de oplader.
5.2 Accu's plaatsen en verwijderen (05, 06)
De grasmaaier werkt alleen als beide accu's geplaatst zijn.
LET OP! Gevaar voor beschadiging van de accu's. Als de accu's na gebruik in het apparaat worden gelaten, kunnen ze beschadigd raken.
Trek de accu's direct na gebruik uit het apparaat en bewaar ze beschermd tegen vorst. Plaats de accu's pas vlak voor het werkbegin in het apparaat.
Accu's plaatsen
- Accuvakdeksel (05/1, 06/1) openklappen (05/a, 06/a).
- Accu's (05/2, 06/2) van bovenaf in de accuschacht (05/3, 06/3) schuiven totdat ze vastklikken (05/b, 06/b).
- Accuvakdeksel sluiten (05/c, 06/c).
Accu's uittrekken
- Ontgrendelingsknop (05/4, 06/4) op de accu indrukken en ingedrukt houden.
- Trek de accu eruit.
5.3 Voeding in- en uitschakelen (05, 06)
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel. Onbedoeld inschakelen kan leiden tot ernstig letsel.
Altijd vóór pauzes en onderhoudswerkzaamheden: Verwijder de accu's.
Voeding inschakelen
- Accuvakdeksel (05/1, 06/1) openklappen (05/a, 06/a).
- Plaats de accu's: zie Hoofdstuk 5.2 "Accu's plaatsen en verwijderen (05, 06)," pagina 63.
- Accuvakdeksel sluiten (05/c, 06/c).
- Schakel het apparaat in: zie Hoofdstuk 6.3 "Maaiwerk starten en stoppen (11, 12)", pagina 64.
Voeding uitschakelen
- Trek de accu's eruit: zie Hoofdstuk 5.2 "Accu's plaatsen en verwijderen (05, 06)", pagina 63.
- Verwijder onmiddellijk na gebruik de accu's uit het apparaat, laad ze op en berg ze vorstvrij op. Plaats de accu's pas weer direct voor het volgende gebruik in het apparaat.
6 BEDIENING
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel.
Defecte en buiten werking gestelde veiligheids- en beschermingsapparatuur kunnen ernstig letsel veroorzaken.
- Controleer voor het inschakelen alle veiligheids- en beschermingsvoorzieningen op aanwezigheid en functionaliteit!
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel bij abnormale bedrijfstoestanden. Stop de grasmaaier onmiddellijk. Verwijder de accu's. Controleer vervolgens of alle bewegende delen geheel stilstaan:
Na een botsing met een vreemd voorwerp: Controleer de grasmaaier op beschadigingen en repareer hem. Schakel pas daarna de grasmaaier weer in en stel hem in bedrijf. - Als de grasmaaier buitengewoon trilt: Controleer hem meteen op beschadigingen. Vervang of repareer beschadigde onderdelen. Zoek naar losgeraakte onderdelen en bevestig ze weer.
LET OP! Gevaar voor beschadiging van het apparaat. Als het snijmes blokkeert kan de motor overbelast raken.
Reinig het maaiwerk na ieder gebruik. Stel een grotere maaihoogte in. Hoog gras en dichte begroeiing kan het best trapsgewijs worden gemaaid.
6.1 Maaihoogte instellen
VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel.
Gevaar voor snijletsel bij het grijpen in het draaiende maaimechanisme.
Pas de maaihoogte alleen aan wanneer de motor is uitgeschakeld en het maaimechanisme stilstaat.
6.1.1 Maaihoogte instellen (07)*
- Ontgrendelingshendel (07/1) trekken (07/a).
- Grasmaaier aan de draaghandgreep (07/2) optillen of omlaag drukken (07/b). Hierbij de gewenste maaihoogte op de schaal (07/3) aflezen.
- Ontgrendelingshendel loslaten.
6.1.2 Maaihoogte instellen (08)
- Instelhendel (08/1) om te ontgrendelen naar buiten trekken (08/a) en vasthouden.
Voor laag gazon: Instelhendel in de richting van het voorwiel schuiven (08/b). Voor hoog gazon: Instelhendel in richting grasopvangbak schuiven (08/b). De gewenste maaihoogte op de schaal (08/3) aflezen.
- Instelhendel loslaten zodat hij op de gewenste stand wordt vergrendeld.
6.2 Maaien met de grasopvangbak (09, 10)
Het apparaat kan worden gebruikt met of zonder grasopvangbak.
Grasopvangbak vasthaken
- Zorg ervoor dat het apparaat uitgeschakeld is en het maaiwerk stilstaat.
- Til de keerklep (09/1) op (09/a).
- Grasopvangbak (09/2) in de houders hangen (09/b).
- Laat de keerklep los.
Vulniveau controleren
De vulpeilweergave (10/1) wordt door de luchtstroom tijdens het maaien naar boven geduwd (10/a). Als de grasopvangbak (10/2) vol is, ligt de vulpeilweergave tegen de grasopvangbak aan (10/b). De grasopvangbak moet worden geleegd.
De grasopvangbak loshaken en legen
VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel.
Gevaar voor snijletsel bij het grijpen in het draaiende maaimechanisme. Verwijder de grasopvangbak alleen als het maaiwerk stilstaat.
OPMERKING: Reinig bij het ledigen van de grasopvangbak ook de uitblaasopeningen van de vulniveau-indicator, zodat deze correct blijft werken.
- Zorg ervoor dat het apparaat is uitgeschakeld en het maaiwerk stilstaat.
- Klep (09/1) optillen.
- Grasopvangbak (09/2) uit de houders tillen en naar achteren toe wegnemen.
- Leeg de grasopvangbak.
- Uitblaasopeningen van de vulpeilweergave reinigen.
- Grasopvangbak ophangen (zie boven).
6.3 Maaiwerk starten en stoppen (11, 12)
Start het maaiwerk alleen op een vlakke ondergrond, niet in het hoge gras. De ondergrond moet vrij zijn van vreemde voorwerpen zoals bijvoorbeeld stenen. Til het apparaat voor het starten niet op of kantel het niet.
LET OP! Gevaar voor beschadiging van het apparaat. Door meerdere keren kort na elkaar in en uit te schakelen worden motor en maaiwerk beschadigd.
Schakel de motor alleen in als het maaimechanisme stilstaat.
OPMERKING: Toegestane bedieningspositie: u staat achter de grasmaaier en houdt met beide handen de duwboom vast.
Maaiwerk starten
- Indien nog niet gedaan: voeding inschakelen (zie hoofdstuk 5.3 "Voeding in- en uitschakelen (05, 06)", pagina 63).
- Starttoets (11/1, 12/1) indrukken en vasthouden (11/a, 12/a).
- Veiligheidsbeugel (11/2, 12/2) naar de duwboom (11/3, 12/3) toe trekken (11/b, 12/b). De motor en het maaimechanisme gaan draaien.
- Laat de Start-knop los en blijf de veiligheidsbeugel vasthouden.
OPMERKING: De veiligheidsbeugel wordt niet vastgezet. Houd hem gedurende het hele werk aan de duwboom vast.
Maaiwerk stoppen
- Laat de veiligheidsbeugel los. Deze gaat automatisch naar de beginstand.
- Wacht totdat het maaiwerk stilstaat.
- Voeding uitschakelen (zie Hoofdstuk 5.3 "Voeding in- en uitschakelen (05, 06)", pagina 63).
VOORZICHTIG! Gevaar voor snijwonden. Gevaar voor snijwonden als in het draaiende maaiwerk wordt gegrepen.
Wacht totdat het maaiwerk stilstaat. Vóór alle onderhouds- en servicewerkzaamheden: schakel het apparaat uit en wacht totdat het maaiwerk stilstaat. Verwijder de accu.
6.4 Wielaandrijving in- en uitschakelen (13)
OPMERKING: De wielaandrijving kan alleen bij een draaiende motor worden ingeschakeld.
Wielaandrijving inschakelen
- Apparaat inschakelen en motor starten (zie Hoofdstuk 6.3 "Maaiwerk starten en stoppen (11, 12)", pagina 64).
- Duw de schakelbeugel voor de wielaandrijving (13/1) tegen de duwboom (13/2) en houd deze vast (13/a). De schakelbeugel voor de wielaandrijving klikt zich vast.
Wielandrijving uitschakelen
- Schakelbeugel voor wielaandrijving loslaten. Deze gaat automatisch naar de nulstand.
6.5 Laadtoestand van de accu's controleren (14, 15)
- Toets (14/1, 15/1) kort indrukken.
De leds (14/2, 15/2) branden of knipperen afhankelijk van de laadtoestand:
Leds (groen) Laadtoestand
4 leds branden: accu volledig opgeladen. 3 leds branden: accu voor 75% opgeladen. 2 leds branden: accu voor 50% opgeladen. 1 led brandt: accu voor 25% opgeladen. 4 leds knipperen: accu leeg.
OPMERKING: De leds geven ook foutcodes aan (zie Hoofdstuk 9.2 "Foutcodes en oplossing", pagina 70).
6.6 Duwboom aanpassen aan lichaamslengte
6.6.1 Duwboom aanpassen (16)**
**: 38.6 Li comfort
- Aan beide kanten: Snelspanner (16/1) openen (16/a).
- Duwboom (16/2) naar stand 1 of 2 draaien (16/b). Opmerking: De derde stand is voor het omklappen van de duwboom.
- Aan beide kanten: Snelspanner sluiten (16/c).
6.6.2 Duwboom aanpassen (17)**
**: 43.6 Li comfort
- Aan beide kanten: Draaihandgreep (17/1) naar het open slot draaien (17/a).
- Duwboom (17/2) naar stand 1 of 2 draaien (17/b). Opmerking: De derde stand is voor het o klappen van de duwboom.
- Aan beide kanten: Draaihandgreep naar het gesloten slot draaien (17/c).
6.6.3 Duwboom aanpassen (18)***
***: 46.6 Li SP comfort, 51.6 Li SP comfort
- Aan beide kanten: Draaihandgreep (18/1) 90° draaien (18/a).
- Duwboom (18/2) naar een van de twee standen (18/3) draaien (18/b).
- Aan beide kanten: Draaihandgreep 90° terugdraaien (18/c).
6.7 Duwboom in- en uitklappen
Na het inklappen van de duwboom kunt u het apparaat opzij kantelen en daardoor het maaiwerk eenvoudig reinigen. Met een ingeklapte duwboom kan het apparaat plaatsbesparend opgeborgen worden.
VOORZICHTIG! Risico op beknelling. Vingers en andere lichaamsdelen kunnen tussen de losse delen van de geleiderail ingekneld raken.
Houd de losse delen van de geleiderail goed vast. Houd geen vingers of andere lichaamsdelen tussen de losse delen.
6.7.1 Duwboom in- en uitklappen (19)*, **
: 34.6 Li comfort *: 38.6 Li comfort, 43.6 Li comfort
Duwboom inklappen
- Aan beide kanten: Bevestiging (19/1) van de duwboom aan de behuizing zover losdraaien
(19/a) dat de duwboom naar voren gedraaid kan worden.
- Duwboom (19/2) geheel naar voren klappen (19/b).
- Aan beide kanten: Bovenste snelspanner (19/3) loszetten.
- Bovenste duwboom (19/4) omlaag klappen (19/c).
Duwboom uitklappen
Ga in de omgekeerde volgorde te werk.
6.7.2 Duwboom in- en uitklappen (20)***
***: 46.6 Li SP comfort, 51.6 Li SP comfort
Duwboom inklappen
- Aan beide kanten: Draaihandgreep (20/1) 90° draaien.
- Duwboom (20/2) geheel naar voren klappen (20/a).
Duwboom uitklappen
Ga in de omgekeerde volgorde te werk.
6.8 Mulchen met het mulchinzetstuk (21, 22)
Bij het mulchen wordt het maaigoed niet verzameld, maar blijft het op het gazon achter. De mulch beschermt de grond tegen uitdrogen en voorziet hem van voedingsstoffen. De beste resultaten worden bereikt met het regelmatig terugsnijden van ca. 2 cm. Alleen jong gras met zacht bladweefsel verrot snel.
Grashoogte voor het mulchen: max. 8 cm. Grashoogte na het mulchen: min. 4 cm.
OPMERKING: Pas de loopsnelheid aan het mulchen aan, loop niet te snel.
Mulchwig plaatsen (21)
VOORZICHTIG! Gevaar voor snijwonden.
Gevaar voor snijwonden als er in het draaiende maaiwerk wordt gegrepen.
Schakel het apparaat UIT voordat u de mulchwig plaatst of verwijdert.
LET OP! Gevaar voor beschadiging van het apparaat. Als het mulchinzetstuk niet vastklikt, kunnen het mulchinzetstuk en het maaiwerk worden beschadigd.
Let erop dat de vergrendeling vastklikt.
- Apparaat uitschakelen (zie hoofdstuk 5.3 "Voeding in- en uitschakelen (05, 06)", pagina 63).
- Grasopvangbak loshaken (zie hoofdstuk 6.2 "Maaien met de grasopvangbak (09, 10)", pagina 64).
- Til de keerklep (21/1) op (21/a).
- Schuif de mulchwig (21/2) in het uitwerpkanaal (21/3) (21/b) tot de vergrendeling vastklikt.
Mulchwig verwijderen (22)
- Schakel het apparaat uit.
- Til de keerklep (22/1) op (22/a).
- Vergrendeling (22/2) aan de mulchwig door stevig vastpakken van de handgreep (22/3) loszetten (22/b).
- Mulchwig uittrekken (22/c).
6.9 Maaien met zijdelingse uitwerper (23)***
VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel.
Gevaar voor snijletsel bij het grijpen in het draaiende maaiwerk.
- Bevestig of verwijder het inzetstuk voor zijdelingse uitworp alleen wanneer motor en maaiwerk gestopt zijn.
Zijdelingse uitwerper aanbrengen
- Apparaat uitschakelen en accu verwijderen.
- Grasopvangbak verwijderen.
- Afdekklep (23/1) voor de zijdelingse uitwerper opklappen en vasthouden (23/a).
- Inzetstuk zijdelingse uitwerper (23/2) inschuiven en met de nokken (23/3) boven onder de zijdelingse uitwerper vasthaken (23/b).
- Afdekklep langzaam sluiten. De afdekklep voorkomt dat de zijdelingse uitwerper eruit kan vallen.
- Accu plaatsen en apparaat weer inschakelen.
Zijdelingse uitwerper verwijderen
- Apparaat uitschakelen en accu verwijderen.
- Afdekklep voor de zijdelingse uitwerper opklappen en vasthouden.
- Zijdelingse uitwerper loshaken en uittrekken.
- Afdekklep sluiten.
- Accu plaatsen en apparaat weer inschakelen.
6.10 Maaien zonder grasopvangbak (24)***
***: 46.6 Li SP comfort, 51.6 Li SP comfort
Het apparaat kan zonder grasopvangbak worden gebruikt. Om te voorkomen dat de uitwerpschacht verstopt raakt, moet de stootklep iets gekanteld worden.
Om te voorkomen dat de stootklep verstopt raakt, moet deze iets gekanteld worden.
- Zorg ervoor dat het apparaat uitgeschakeld is en het maaiwerk stilstaat.
- Kleppensteun (24/2) omhoogzetten (24/b) tot hij vastklikt.
- Kleppensteun (24/2) omhoogzetten (24/b) tot hij vastklikt.
- 7 WERKINSTRUCTIES
7 WERKINSTRUCTIES
Volg de veiligheidsinstructies op!
OPMERKING: Neem de plaatselijke voorschriften in acht wanneer de grasmaaier gebruikt mag worden.
Let op voorwerpen in het gras en verwijder ze uit het werkgedeelte. Maai alleen bij goed zicht. Maai alleen met scherpe maaimessen. Manoeuvreer het apparaat uitsluitend met behulp van de duwboom. Beweeg het apparaat alleen stapvoets. Beweeg het apparaat altijd dwars ten opzichte van de helling. Gebruik de grasmaaier niet op of af de helling en niet aan hellingen van meer dan 10°. Wees bijzonder voorzichtig bij het wijzigen van de werkrichting.
Maai prestaties en gebruiksduur van de accu's
De maaiprestaties, d.w.z. het oppervlak dat kan worden gemaaid, hangt af van de eigenschappen van het gazon. Factoren als de lengte van het gras, de dichtheid van het gras, de gewenste maaihoogte en een vochtig gazon hebben invloed op de maaiprestatie. Een optimale bedrijfstijd wordt bereikt als er vaak wordt gemaaid en het gazon kort gehouden wordt. Vaak in- en uitschakelen van de grasmaaier tijdens het maaien vermindert de maaiprestaties evenzeer als niet volledig geladen accu's. Het inschakelen van de wielaandrijving a) vermindert de maaiprestaties of de levensduur van de accu's. Voor optimale maaiprestaties wordt aanbevolen het gazon vaak te maaien, een hoge maaihoogte in te stellen en het gras stapvoets te maaien.
OPMERKING: Om de draaitijd te verlengen kunnen er extra accu's worden verkregen.
a) 46.6 Li SP comfort, 51.6 Li SP comfort
Suggesties voor het maaien
Maaihoogte altijd 3-5 cm, niet meer dan de helft van de grashoogte maaien. Grasmaaier niet overbelasten! Als het motortoerental door lang, zwaar gras merkbaar lager wordt, de maaihoogte opvoeren en vaker maaien. Wind en zon kunnen het gazon na het maaien uitdrogen; maai daarom op de late middag.
8 ONDERHOUD EN VERZORGING
GEVAAR! Levensgevaar door ondeskundig onderhoud. Onderhoudswerkzaamheden door ongekwalificeerd personeel, het gebruik van niet toegestane reservedelen en het verwijderen of wijzigen van veiligheidsvoorzieningen kunnen tijdens het gebruik tot zeer ernstig letsel leiden of zelfs de dood veroorzaken.
Verwijder geen veiligheidsinrichtingen en stel deze nooit buiten werking. - Gebruik uitsluitend originele, toegelaten reservedelen. Zorg door regelmatig en deskundig onderhoud ervoor, dat het apparaat steeds in een functionele en schone staat verkeert.
WAARSCHUWING! Gevaar voor snijwonden. Gevaar voor snijletsel als gevolg van contact met scherpe en bewegende delen van het apparaat, zoals het snijblad.
Schakel voorafgaand aan onderhouds-, verzorgings- en reinigingswerkzaamheden altijd het apparaat uit. Neem de veiligheidssleutel uit en verwijder de accu's! Draag bij onderhouds-, verzorgings- en reinigingswerkzaamheden altijd veiligheidshandschoenen.
WAARSCHUWING! Gevaar voor persoonlijk letsel tijdens onderhoudswerkzaamheden. Verkeerd onderhoud kan ernstig letsel en schade aan de machine veroorzaken.
Reparaties aan de machine mogen uitsluitend door gespecialiseerde bedrijven worden uitgevoerd.
8.1 Regelmatige onderhoudswerkzaamheden
Zorg ervoor dat alle moeren, bouten en schroeven goed zijn vastgedraaid en dat het apparaat zich in een veilige werkpositie bevindt.
Controleer de grasvanger regelmatig op werking en slijtage.
8.2 Apparaat en maaidek reinigen
LET OP! Gevaar door water. Water in het apparaat leidt tot kortsluiting en vernieling van de elektrische onderdelen.
Spuit het apparaat niet met water af. Gebruik voor het reinigen uitsluitend een handveger of een borstel.
- Stop de motor.
- Verwijder de accu's.
- Haak de grasopvangbak los.
- Kantel het apparaat en reinig het maaidek.
8.3 Messen controleren en vernieuwen
WAARSCHUWING! Ernstig letsel door wegslingerende mesdelen. Een versleten, gebroken of beschadigd snijmes kan breken en delen ervan kunnen veranderen in gevaarlijke projectielen.
- Controleer het snijmes regelmatig op beschadigingen. Gebruik de grasmaaier niet als het snijmes versleten of beschadigd is. Laat botte of beschadigde snijmessen alleen door een servicepunt van de fabrikant of door een geautoriseerd gespecialiseerd bedrijf slijpen of vervangen. Houd er bij het onderhoud van het snijmes rekening mee dat het snijmes ook bewogen kan worden als de stroombron is uitgeschakeld. Wees voorzichtig bij het instellen van de machine om te voorkomen dat uw vingers tussen de beweegbare snijmessen en vaste componenten van de machine bekneld raken.
- Om trillingen te voorkomen, moeten het snijmes en de messchroef altijd samen worden vervangen. Bijgeslepen messen moeten uitgebalanceerd worden. Niet uitgebalanceerde messen veroorzaken hevige trillingen en beschadigen de grasmaaier.
8.4 Reparatiewerkzaamheden
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel bij reparatiewerkzaamheden. Ondeskundige reparaties kunnen ernstig letsel en schade aan het apparaat veroorzaken. Laat reparatiewerkzaamheden alleen uitvoeren door servicepunten van de fabrikant of door geautoriseerde gespecialiseerde bedrijven!
Ga in de volgende gevallen naar het servicepunt van de fabrikant:
Motor start niet meer. Apparaat is tegen een obstakel gereden. Maaimessen en/of motoras zijn/is verbogen. Apparaat trilt en draait onrustig. Accu is uitgelopen of beschadigd.
9 HULP BIJ STORINGEN
VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken. Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd beschermende handschoenen!
9.1 Apparaat- en bedieningsfouten verhelpen
OPMERKING Neem contact op met onze klantenservice bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen.
| Storing Oorzaak Maatregel | ||
| Motor draait nicht. Geen accu's of accu's zich nicht goed geplaatst. | Plaats de accu's goed. | |
| Accu's zich leeg. Laad de accu's op. | ||
| Maaiimes is geblokkeerd. 1. Maaimes en maaidek grondig reini-gen. Snijmes要去 soepel{kunnendraaien.2. Grasmaaier op laag gras starten. | ||
| Kabel of schakelaars zijn defect. | Gebruik het apparaat Niet! Ga waar een servicepunt van de fabrikant. | |
| Motorvermogen worden minder. | Accu's+zijn leeg. Laad de accu's op. | |
| Snijmes is bot. Maaimessen op een servicepunt van de fabrikant lately slijpen. | ||
| Te veel gras in de uitwerps- chacht of in het maaidek. | 1. Maaimes en maaidek grondig reinigen. 2. Grasmaaier op laag gras starten. | |
| Motor stoptijdens het maaien. | Snijmes is bot. Maaimessen op een servicepunt van de fabrikant lately slijpen. | |
| Motor is overbelast. Grasmaaier uitschakelen, op een vlakke ondergrond of op laag gras neerzetten en opnieuw starten. | ||
| Grasopvangbak vult nicht voldoende. | Gazon is vochtig. Gazon laten drogen. | |
| De grasopvangbak is verstopt. | Reinig het rooster van de grasopvangbak. | |
| Te veel gras in de uitwerps- chacht of in het maaidek. | Maaimes en maaidek grondig reinigen. Maaihoogte hoger instellen. | |
| Snijmes is bot. Maaimessen op een servicepunt van de fabrikant lately slijpen. | ||
| Gras valt UIT het maai-dek. | De grasopvangbak is vol. Leeg de grasopvangbak en de uitwerps- chacht. | |
| De gebruiksduur van de accu neemt duide- lijk af. | Maaihoogte is te laag. Maaihoogte hoger instellen. | |
| Gras is te hoog of te vochtig. | Laat het gras drogen. Maaihoogte hoger instellen. | |
| Maaisnelheid is te hoog. | Maaisnelheid verminderen. Uitwerpkanaal en maaidek reinigen. Snijmes要去eepel hunnen draai- en. | |
| De grasopvangbak is vol. Leeg de grasopvangbak en de uitwerps- chacht. | ||
| Levensduur van de accu's is afgelopen. | Vervang de accu's. Gebruik uitsluitend originele accessoires van de fabrikant. | |
| Accu's kunnen nicht worden opgeladen. | Accucontacten+zijn vuil. Reinig de accucontacten met een niedet metalen voorwerp en spuit ze met contactspray in. Let op: Maak geen kortsluiting bij de acucontacten met een metalen voorwerp! | |
| Accu's of oplader+zijn defect. | Bestel reserveonderdelen bij de fabrikant. | |
| Accu's zijn te heet. Laat de accu's afkoelen. | ||
9.2 Foutcodes en oplossing Fouten worden door verschillende knippersigna-
len van de 4 groene leds aangegeven:
| Foutcode Oorzaak Maatregel | ||
| 2x knipperen Apparaat is overbelast. | Maaihoogte hoger instellen. Langzamer rijden. Korte pauze inlassen. Gras trapsgewijs maaien. | |
| 4x knipperen Te hoge of te lage temperatuur bij: apparaat accu's besturingseenheid | Apparaat en accu's: 1. Uitschakelen. 2. Laten opwarmen of afkoelen. 3. Inschakelen en binnen het bedrijf-stemperatuurbereik gebruiken. | |
| 6x knipperen | Te weinig elektrische spanning resp. stroom Apparaat en accu's te warm | Laadtoestand van de accu's contro- leren. Indien te laag, opladen. Apparaat en accu's uitschakelen en af latent koelen. |
| 10x knipperen Andere fouten Naar het servicepunt van de fabrikant resp. dealer gaan. | ||
10 TRANSPORT
10.1 Apparaat transporteren
LET OP! Gevaar voor beschadiging van het maaiwerk. Bij de laagste maaihoogte kan het maaiwerk bij het rijden over trappen, randen of stoepranden beschadigd raken.
Zet de maaihoogte voor transport op de hoogste stand.
- Stop het maaiwerk en wacht tot het stilstaat.
- Stel de hoogste maaihoogte in.
Apparaat: tussen twee werkplekken vervoeren
Rijd het apparaat met de hoogste maaihoogte naar de werkplek. Voor eenvoudiger rijden de wielaandrijving a) bijschakelen. - Gebruik voor het dragen van het apparaat de draaghandgrepen (zie Hoofdstuk 3.6 "Productoverzichten", pagina 61).
Apparaat in een voertuig vervoeren
Verwijder de accu. Klap de duwboom in. Beveilig het apparaat in het voertuig tegen omvallen en verschuiven. Bescherm het apparaat tegen stoten door andere voorwerpen.
Plaats geen voorwerpen op het apparaat.
10.2 Transport
Voer vóór het begin van het vervoer de volgende maatregelen uit:
- Schakel het apparaat uit.
- Verwijder de accu uit het apparaat.
- Verpak de accu volgens de voorschriften (zie hieronder).
Accu "B160.6 Li" (art.-nr. 114128)
OPMERKING De nominale energie van de accu bedraagt meer dan 100 Wh! Neem daarom de hierna vermelde aanwijzingen voor het transport in acht!
De gemonteerde Li-ion accu is onderhevig aan de wet inzake gevaarlijke goederen, maar kan eenvoudig worden getransporteerd:
Door de privégebruiker kan de accu zonder bijkomende voorwaarden openbaar worden getransporteerd, voor zover ze individueel verpakt is en voor privé transportdoeleinden. - Commerciële gebruikers, die het transport in het kader van hun hoofdactiviteit uitvoeren (bijv. leveringen van en naar werven of demonstraties), kunnen ook van deze vereenvoudigde maatregel gebruik maken.
In beide hierboven vermelde gevallen moeten absolute voorzorgsmaatregelen worden genomen om te voorkomen dat de inhoud wordt gemorst. In andere gevallen moeten de voorschriften van de bepaling inzake gevaarlijke goederen absoluut in acht worden genomen! Bij het niet in acht nemen kunnen de afzender en eventueel ook de vervoerder boetes opgelegd krijgen.
Bijkomende instructies voor transport en verzending
Transporteer of verstuur lithium-ionen-accu's alleen in onbeschadigde hoedanigheid! - Gebruik voor het vervoer van de accu uitsluitend de originele doos of een geschikte doos voor gevaarlijke materialen (niet vereist bij accu's met minder dan 100 Wh nominale energie). - Plak open contacten af om kortsluiting te voorkomen. Zet de accu in de verpakking goed vast tegen wegglijden, om beschadigingen aan de accu te voorkomen. Zorg voor een correcte aanduiding en documentatie bij de zending tijdens het transport of verzending (bijv. door de koerierdienst of het transportbedrijf). Informeer vooraf of een transport met de gekozen dienstverlener mogelijk is en of de verzending kan worden uitgevoerd.
Wij bevelen aan om een specialist in gevaarlijke goederen bij de voorbereiding van de verzending te betrekken. Neem ook eventuele verdere nationale voorschriften in acht.
11 OPSLAG
Na elk gebruik het apparaat grondig reinigen en - indien beschikbaar - alle veiligheidsafdekkingen aanbrengen. Noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden uitvoeren. Apparaat op een droge, afsluitbare plaats en buiten het bereik van kinderen bewaren.
11.1 Accugrasmaier opslaan
VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel bij de opslag. Er is gevaar voor letsel door scherpe randen van het apparaat aan het opgeborgen apparaat.
Bewaar het apparaat op een plek die ontoegankelijk is voor kinderen en onbevoegde personen. Berg het apparaat alleen op nadat de accu is verwijderd.
- Schakel het apparaat UIT.
- Trek de accu eruit.
- Leeg de grasopvangbak en de uitwerpschacht.
- Reinig het apparaat grondig.
- Laat de motor en het hele apparaat afkoelen.
- Wrijf alle metalen delen ter bescherming tegen corrosie dun met olie of silicone in.
- Klap de duwboom in.
- Berg het apparaat op een droge, schone en tegen vorst beschermde plek op.
Dek het apparaat met een luchtdoorlatend zeil af om het tegen stof te beschermen. - Gebruik geen plastic folie om vochtophoping te voorkomen. - OPMERKING! Opslagtemperatuur van de grasmaaier: zie technische gegevens.
11.2 Accu en oplader opslaan
GEVAAR! Gevaar voor explosie en
brand! Wanneer een accu explodeert kunnen personen gedood of zwaargewond raken, ook als ze opgeslagen is in de buurt van vlammen en warmtebronnen.
Bewaar de accu op een koele en droge plaats, maar niet in de buurt van open vuur of warmtebronnen. OPMERKING De accu is bij het opladen dankzij de automatische herkenning van de accu-laadconditie tegen overladen beschermd en kan dan ook een tijdje, maar niet op lange termijn, in de oplader worden gelaten. OPMERKING Neem de meegeleverde gebruiksaanwijzingen van de accu en de oplader in acht. Bewaar de accu op een droge, vorstvrije plek bij een opslagtemperatuur van 0°C - 25°C en met een lading van ong. 40 - 60%
Bewaar de accu vanwege kans op kortsluiting niet in de buurt van metalen of zuurhoudende voorwerpen.
12 VERWIJDEREN
Alleen voor landen van de EU:
Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende elektrische en elektronische oude apparaten en de omzetting van de richtlijn in nationaal recht moeten niet meer bruikbare oplaadapparaten apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.
Bij een verkeerde afvoer kunnen afgedankte elektrische en elektronische apparaten vanwege de mogelijke aanwezigheid van gevaarlijke stoffen schadelijke uitwerkingen op het milieu en de gezondheid van mensen hebben.
Advies over de wetgeving inzake elektrische en elektronische apparaten

Oude elektrische en elektronische apparaten horen niet thuis bij het huishoudelijk afval, maar moeten gescheiden worden aangeboden of verwijderd!
- Gebruikte batterijen of accu's, die niet vast in het apparaat ingebouwd zijn, moeten voor de verwijdering worden gedemonteerd! De recycling ervan wordt door de batterijwetgeving beheerst.
- Bezitters of gebruikers van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk verplicht om apparaten na gebruik terug te geven. De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van zijn persoonlijke gegevens op het te verwijderen gebruikte apparaat!
Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat elektrische en elektronische apparaten niet via het huisvuil mogen worden verwijderd.
Elektrische en elektronische apparaten kunnen op de volgende verzamelpunten gratis worden afgegeven:
Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken) en verkooppunten van elektrische apparatuur (fysiek en online), voor zover handelaren verplicht zijn tot terugname of dit vrijwillig aanbieden.
Deze voorschriften zijn alleen van toepassing op apparaten die in landen van de Europese Unie geïnstalleerd en verkocht werden en die beantwoorden aan de Europese richtlijn 2012/19/EU.
In landen buiten de Europese Unie kunnen afwijkende voorschriften gelden voor het verwijderen van afgedankte elektrische en elektronische apparaten.
Aanwijzingen m.b.t. de batterijwetgeving (in Duitsland: BattG)

Gebruikte batterijen en accu's horen niet bij het gewone afval, maar moeten afzonderlijk worden afgevoerd!
Zie de gebruiksaanwijzing of montagehandleiding om tot een veilige verwijdering van batterijen of accu's uit het elektrische apparaat over te gaan en voor informatie over het type of het chemisch systeem. Eigenaars of gebruikers van batterijen en accu's zijn wettelijk verplicht om ze na gebruik terug te geven. De teruggave is beperkt tot de normale huishoudelijke hoeveelheden.
Afgedankte batterijen kunnen schadelijke stoffen of zware metalen bevatten die het milieu en de gezondheid schade kunnen toebrengen. Het hergebruiken van afgedankte batterijen en het opnieuw gebruiken van de grondstoffen draagt bij tot het behoud van deze belangrijke goederen.
Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent dat afgedankte batterijen en accu's niet via het huisvuil mogen worden verwijderd.
Wanneer ook de vermelding Hg, Cd of Pb onder de afvalemmer is aangebracht, betekent dit het volgende:
Hg: de batterij bevat meer dan 0,0005% kwik. Cd: batterij bevat meer dan 0,002% cadmium. Pb: batterij bevat meer dan 0,004% lood. Accu's en batterijen kunnen op de volgende inzamelpunten gratis worden afgegeven: openbare recycling- en inzamelpunten (bijv. milieuparken), verkooppunten van batterijen en accu's, inzamelpunten van het gemeenschappelijke recyclingsysteem voor afgedankte batterijen van apparaten, en een inzamelpunt van de fabrikant (indien hij geen lid is van het gemeenschappelijke recyclingsysteem).
Deze voorschriften gelden alleen voor accu's en batterijen die in de landen van de Europese Unie verkocht worden en die onder de Europese verordening (EU) 2023/1542 vallen. In landen buiten
de Europese Unie kunnen andere bepalingen voor de recycling van accu's en batterijen gelden.
Technische gegevens: zie tabel met technische gegevens aan het begin van deze gebruikshandleiding.
- Opmerkingen omtrent trillingsemissie- en geluidsemissiewaarden:
De vermelde trillingsemissie- en geluidsemissiewaarden zijn conform een genormeerde keuringsprocedure gemeten en kunnen ter vergelijking van een machine met een andere worden gebruikt. De vermelde trillingsemissie- en geluidsemissiewaarden kunnen ook voor een inleidende inschatting van de blootstelling (mate van blootstelling aan trillingen) worden gebruikt. De trillingsemissie- en geluidsemissiewaarden kunnen gedurende het daadwerkelijk gebruik van de machine afwijken van de vermelde waarden, afhankelijk van de manier waarop de machine wordt gebruikt. Leef de veiligheidsmaatregelen na zoals vermeld in het hoofdstuk veiligheid. Probeer altijd om de belasting door trillingen tot een minimum te beperken. Voorbeelden van maatregelen waarmee de trillingsbelasting kan worden
verminderd, zijn het dragen van handschoenen tijdens het gebruik van de machine en verkorting van de werkduur. Hierbij dient rekening te worden gehouden met alle elementen van de gebruikscyclus (bijvoorbeeld de tijden waarop de machine is uitgeschakeld en tijden waarop de machine wel is ingeschakeld, maar zonder belasting draait).
14 KLANTENSERVICE/SERVICE CENTRE
Voor vragen over garantie, reparatie of reserve-onderdelen kunt u contact opnemen met het dichtstbijzijnde AL-KO servicepunt. Deze vindt u op internet op het volgende adres: www.alko-garden.com/service-contacts
Meer informatie over reserveonderdelen vindt u op:
www.alko-garden.com/spareparts
15 INFORMATIE BIJ DE CONFORMITEITSVERKLARING
Wij verklaren hierbij onder onze eigen verantwoordelijkheid dat dit product, zoals het op de markt wordt gebracht, voldoet aan de eisen van de geharmoniseerde EU-richtlijnen, de EU-veiligheidsnormen en de productspecifieke normen. De conformiteitsverklaring is deel van de gebruikshandleiding en wordt met de machine meegeleverd.
16 GARANTIE
Eventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefouten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door levering van een vervangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft.
Onze garantie geldt alleen bij:
naleving van deze gebruikershandleiding - Deskundig gebruik Gebruik van originele reserveonderdelen
De garantie vervalt bij:
Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen Eigenhandig aangebrachte technische wijzigingen Gebruik voor andere doeleinden dan het gebruiksdoel
Van de garantie zijn uitgesloten:
lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxx (x) zijn aangeduid
De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is de datum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of de dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.