GKS 12V26 Professional - Zaag BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GKS 12V26 Professional BOSCH in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GKS 12V26 Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GKS 12V26 Professional van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING GKS 12V26 Professional BOSCH
-woordmerk evenals de beeldtekens (lo- go's) zijn gedeponeerde handelsmerken en eigendom van Bluetooth SIG, Inc. Elk gebruik van dit woordmerk/ deze beeldtekens door Robert Bosch Power Tools GmbH gebeurt onder licentie. Veiligheidsaanwijzingen voor oplaadapparaten u Dit oplaadapparaat is niet be- stemd voor gebruik door kinderen en personen met beperkte licha- melijke, zintuiglijke of geestelijke capaciteiten of gebrek aan erva- ring en kennis. Dit oplaadapparaat kan door kinderen vanaf 8 jaar evenals door personen met be- perkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis gebruikt worden, mits zij onder toezicht staan van een persoon die voor hun veiligheid verantwoordelijk is, of door deze in het veilige gebruik van het oplaadapparaat geïnstru- eerd werden en zij de hiermee ver- bonden gevaren begrijpen. Anders bestaat er gevaar voor foute bedie- ning en verwondingen. u Houd toezicht op kinderen bij ge- bruik, reiniging en onderhoud. Op deze manier wordt gewaarborgd dat kinderen niet met het oplaadappa- raat spelen. Houd het oplaadapparaat uit de buurt van regen of natheid. Het binnendringen van water in een elektrisch toe- stel verhoogt het risico van een elektrische schok. u Laad het meetgereedschap alleen met het meegele- verde oplaadapparaat. u Houd het oplaadapparaat schoon. Door vervuiling be- staat er gevaar voor een elektrische schok. u Controleer vóór elk gebruik oplaadapparaat, kabel en stekker. Gebruik het oplaadapparaat niet, als u be- schadigingen vaststelt. Open het oplaadapparaat niet zelf en laat het uitsluitend repareren door gekwalifi- ceerd geschoold personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Beschadigde oplaadappara- ten, kabels en stekkers verhogen het risico van een elek- trische schok. u Gebruik het oplaadapparaat niet op een licht ontvlam- bare ondergrond (bijv. papier, textiel enz.) of in een brandbare omgeving. Vanwege de bij het opladen optre- dende verwarming van het oplaadapparaat bestaat brandgevaar. u Bij beschadiging en verkeerd gebruik van de accu kun- nen er ook dampen vrijkomen. Zorg voor frisse lucht en raadpleeg bij klachten een arts. De dampen kunnen de luchtwegen irriteren. Beschrijving van product en werking Vouw de uitvouwbare pagina met de afbeelding van het meetgereedschap open en laat deze pagina opengevouwen terwijl u de gebruiksaanwijzing leest. Beoogd gebruik Het meetgereedschap is bestemd voor het meten van afstan- den, lengtes, hoogtes, afstanden, hellingen en voor het bere- kenen van oppervlaktes en volumes. De meetresultaten kunnen via Bluetooth® en USB-interface naar andere apparaten overgebracht worden. Het meetgereedschap is geschikt voor gebruik binnenshuis en buitenshuis. Afgebeelde componenten De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen. (1) Display (2) Meettoets [ ] (te gebruiken aan voor- of zijkant) (3) Softtoets [ ] (4) Plustoets[+]/keuze naar rechts(5) Zoomtoets (6) Opname draagriem (7) Ontgrendelknop meetpen (8) Meetpen (9) Toets Aan/Uit/Wissen [ ] (10) Cameratoets (11) Mintoets [−]/keuze naar links (12) Softtoets [ ] (13) Functietoets[Func] (14) Laser-waarschuwingsplaatje (15) Serienummer (16) Micro-USB-bus (17) 1/4"-statiefschroefdraad (18) Uitgang laserstraal (19) Camera (20) Ontvangstlens (21) Draagriem (22) Micro-USB-kabel (23) Oplaadapparaat
Niet elk afgebeeld en beschreven accessoire is standaard bij de levering inbegrepen. Alle accessoires zijn te vinden in ons accessoireprogramma. Aanduidingselementen (a) Resultaatregel (b) Doelaanduiding (dradenkruis) (c) Aanduiding hellingshoek (d) Datum/tijd (e) Referentievlak van de meting (f) Verbindingsstatus Bluetooth® niet geactiveerd Bluetooth® geactiveerd, verbinding tot stand gebracht (g) Accu-oplaadaanduiding (h) Meetwaarderegels (i) Instellingen (softtoets) (j) Gekozen meetfunctie (k) Intern geheugen (softtoets) (l) Geïntegreerde helpfunctie (softtoets) (m) Terug (softtoets) (n) Startscherm (softtoets) (o) Toestelinstellingen Technische gegevens Digitale laserafstandsme- ter GLM 120 C Productnummer 3 601 K72 F.. Meetbereik (typisch) 0,08–120 m
Kleinste aanduidingseen- heid 0,5 mm Indirecte afstandsmeting en libel Meetbereik 0°–360° (4x90°) Hellingmeting Meetbereik 0°–360° (4x90°) Meetnauwkeurigheid (ty- pisch) ±0,2° C)D)E) Kleinste aanduidingseen- heid 0,1° Algemeen Gebruikstemperatuur –10 °C ...+45°C
Opslagtemperatuur –20 °C ... +70 °C Toegestaan oplaadtempera- tuurbereik +5°C ... +40°C Relatieve luchtvochtigheid max. 90 % Max. gebruikshoogte boven referentiehoogte 2000 m Vervuilingsgraad volgens IEC61010-1
Laserklasse 2 Lasertype 650 nm, < 1 mW Diameter laserstraal (bij 25°C) ca. – op een afstand van 10m 9mm – op een afstand van 100m 90mm Automatische uitschakeling na ca. – Laser 20 s – Meetgereedschap (zon- der meting) 5 min
Oplaadtijd ca. 5,5 h
Accu-laadspanning 5,0 V Laadstroom 1000 mA Isolatieklasse / II A) Bij meting vanaf voorkant van het meetgereedschap, geldt voor een hoog reflectievermogen van het doel (bijv. een wit geverfde muur), zwakke achtergrondverlichting en een gebruikstempera- tuur van 25°C. Daarnaast moet met een afwijking van ±0,05mm/m gerekend worden. B) Bij meting vanaf voorkant van het meetgereedschap, geldt voor een hoog reflectievermogen van het doel (bijv. een wit geverfde muur) en sterke achtergrondverlichting. Daarnaast moet met een afwijking van ± 0,15 mm/m gerekend worden. C) Na kalibrering bij 0° en 90°. Extra hellingsfout van max. ±0,01°/ graad tot 45°. De meetnauwkeurigheid heeft betrekking op de drie oriëntaties van de kalibrering van de hellingmeting, zie af- beelding H D) Bij een gebruikstemperatuur van 25 °C. Oplaadtijd met 1A- USB-oplaadapparaat. Sneller opladen bij uitgeschakeld meetge- reedschap. E) Als referentievlak voor de hellingmeting dient de linkerkant van het meetgereedschap. F) In de functie permanente meting bedraagt de max. gebruikstem- peratuur +40 °C. G) alleen een niet geleidende vervuiling, waarbij soms een tijdelijke geleidbaarheid wordt verwacht door bedauwing H) De automatische uitschakeltijd is instelbaar (2, 5, 10minuten of nooit).
I) Bij Bluetooth®-Low-Energy-toestellen kan afhankelijk van model
en besturingssysteem het opbouwen van een verbinding niet mogelijk zijn. Bluetooth®-toestellen moeten het GATT-profiel on- dersteunen. Een lange looptijd van de accu wordt gerealiseerd door energiebespa- rende maatregelen, zoals het deactiveren van de Bluetooth®-functie, wanneer deze niet nodig is of het reduceren van de helderheid van het display enz. Het serienummer (15) op het typeplaatje dient voor een ondubbelzin- nige identificatie van uw meetgereedschap. Eerste ingebruikneming Accu opladen u Gebruik alleen de in de technische gegevens vermelde oplaadapparaten. Alleen deze oplaadapparaten zijn af- gestemd op de Li-Ion-accu die bij uw meetgereedschap moet worden gebruikt. u Het gebruik van oplaadapparaten van andere fabri- kanten kan tot defecten bij het meetgereedschap lei- den; dit meetgereedschap mag ook niet worden opge- laden met een hogere spanning (bijv. 12 V) van een oplaadapparaat in een motorvoertuig. Bij veronacht- zaming vervalt de garantie. u Let op de netspanning! De spanning van de stroombron moet overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje van het oplaadapparaat. Aanwijzing: De accu wordt gedeeltelijk geladen geleverd. Om het maximale vermogen van de accu te garanderen, dient u de accu vóór het eerste gebruik volledig op te laden. Aanwijzing: De micro-USB-bus (16) voor het aansluiten van de micro-USB-kabel (22) bevindt zich onder de afdekking van de meetpen (8). Om de afdekking te openen, drukt u op de ontgrendelknop (7). De Lithium-Ion-accu kan op elk moment worden opgeladen zonder de levensduur te verkorten. Een onderbreking van het opladen schaadt de accu niet. Als het onderste segment van de accu-oplaadaanduiding (g) knippert, dan kunnen nog maar enkele metingen uitgevoerd worden. Laad de accu op. Als het kader rond de segmenten van de accu-oplaadaandui- ding (g) knippert, dan zijn geen metingen meer mogelijk. Het meetgereedschap kan nog slechts korte tijd gebruikt worden (bijv. om gegevens in de meetwaardelijst te controleren). Laad de accu op. Verbind het meetgereedschap door middel van de meegele- verde micro-USB-kabel (22) met het oplaadapparaat (23). Steek het oplaadapparaat (23) in het stopcontact. Het opla- den begint. De accu-oplaadaanduiding (g) geeft de voortgang van het opladen aan. Tijdens het opladen knipperen de segmenten na elkaar. Als alle segmenten van de accu-oplaadaanduiding (g) te zien zijn, dan is de accu helemaal opgeladen. Als het oplaadapparaat langdurig niet wordt gebruikt, dient u de verbinding met het elektriciteitsnet te verbreken. Daarnaast kan de accu ook aan een USB-poort opgeladen worden. Sluit hiervoor het meetgereedschap met de micro- USB-kabel op een USB-poort aan. In de USB-modus (oplaad- modus, gegevensoverdracht) kan het opladen duidelijk lan- ger duren. Het meetgereedschap kan tijdens het opladen niet zelfstan- dig gebruikt worden. Bluetooth® wordt tijdens het opladen uitgeschakeld. Be- staande verbindingen met andere apparaten worden onder- broken. Hierbij kunnen gegevens verloren gaan. Aanwijzingen voor optimaal omgaan met de accu in het meetgereedschapBewaar het meetgereedschap uitsluitend in het toegestane temperatuurbereik, (zie „Technische gegevens“, Pagina87). Laat het meetgereedschap bijv. in de zomer niet in de auto liggen. Een duidelijk kortere gebruiksduur na het opladen duidt erop dat de accu versleten is en door de klantenservice van Bosch moet worden vervangen. Neem de aanwijzingen met betrekking tot afvalverwijdering in acht. Gebruik Ingebruikname u Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbe- heerd achter en schakel het meetgereedschap na ge- bruik uit. Andere personen kunnen door de laserstraal verblind worden. u Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht. u Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme tem- peraturen of temperatuurschommelingen. Laat het bijv. niet gedurende langere tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grotere temperatuurschommelin- gen eerst op temperatuur komen, voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschom- melingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereed- schap nadelig beïnvloed worden. u Vermijd krachtige stoten of vallen van het meetge- reedschap. Na sterke invloeden van buitenaf op het meetgereedschap, moet u altijd vóór het opnieuw gebrui- ken hiervan een nauwkeurigheidscontrole uitvoeren Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap. u Het meetgereedschap is met een radio-interface uit- gerust. Lokale gebruiksbeperkingen, bijv. in vliegtui- gen of ziekenhuizen, moeten in acht genomen wor- den. In-/uitschakelen Let er tijdens het werk op dat de ontvangstlens (20), de uit- gang laserstraal (18) en de camera (19) niet worden afge- sloten of afgedekt, omdat anders geen correcte metingen mogelijk zijn. – Voor het inschakelen van het meetgereedschap en van de laser drukt u kort op de meettoets (2) [ ] aan de voor- of zijkant. – Voor het inschakelen van het meetgereedschap zonder laser drukt u kort op de toets Aan/Uit/Wissen (9) [ ]. u Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote af- stand. Voor het uitschakelen van de laser drukt u kort op de toets Aan/Uit/Wissen (9) [ ]. Voor het uitschakelen van de camera drukt u op de camera- toets (10). Voor het uitschakelen van het meetgereedschap houdt u de toets Aan/Uit/Wissen (9) [ ] ingedrukt. Bij het uitschakelen van het meetgereedschap blijven de in het geheugen aanwezige waarden en toestelinstellingen be- houden. Camera Bij het inschakelen van het meetgereedschap is de camera (19) automatisch ingeschakeld. Om deze uit te schakelen drukt u op de cameratoets (10). Bij grotere afstanden (ca. > 5m) verschijnt bovendien een doelmarkering om het meetpunt te markeren. Optimalisatie van de zichtbaarheid van de laserpunt Bij het gebruik van het meetgereedschap, vooral buiten, bij invallend zonlicht maar ook bij lange afstanden in gebouwen, kan het gebeuren dat de laserpunt niet zichtbaar is. De zicht- baarheid van de laserpunt/het meetdoel kan daarnaast door het inschakelen van de camera worden verbeterd door: – het instellen van de helderheid van het display (toestelin- stellingen) – het gebruik van de zoomfunctie met de toets (5) Meetprocedure Na het inschakelen bevindt het meetgereedschap zich in de functie lengtemeting. Voor een andere meetfunctie drukt u op de toets (13)[Func]. Kies de gewenste meetfunctie met de toets(4)[+] of de toets(11)[–] (zie „Meetfuncties“, Pa- gina91). Activeer de meetfunctie met de toets(13)[Func] of met de meettoets(2) [ ]. Als referentievlak voor de meting is na het inschakelen de achterkant van het meetgereedschap gekozen. Voor het wis- selen van het referentievlak (zie „Referentievlak kiezen (zie afbeeldingA)“, Pagina89). Plaats het meetgereedschap op het gewenste startpunt van de meting (bijv. muur). Aanwijzing: Als het meetgereedschap met de toets Aan/Uit/ Wissen (9) [ ] werd ingeschakeld, druk dan kort op de meettoets (2) [ ] om de laser in te schakelen. Druk voor het activeren van de meting kort op de meettoets (2) [ ]. Daarna wordt de laserstraal uitgeschakeld. Voor nog een meting herhaalt u deze procedure. Bij een ingeschakelde permanente laserstraal en in de func- tie permanente meting begint de meting al na het eerste keer indrukken van de meettoets (2) [ ]. u Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote af- stand. Aanwijzing: De meetwaarde verschijnt normaal gezien bin- nen 0,5s en uiterlijk na ca. 4s. De duur van de meting hangt van de afstand, de lichtomstandigheden en de reflectie-ei- genschappen van het doeloppervlak af. Na de meting wordt de laserstraal automatisch uitgeschakeld. De ingeschakelde permanente laserstraal wordt na de meting niet uitgescha- keld (zie „Permanente laserstraal“, Pagina90). Referentievlak kiezen (zie afbeeldingA) Voor de meting kunt u uit vier verschillende referentievlak- ken kiezen: Nederlands | 89 Bosch Power Tools 1 609 92A 4F4 | (22.10.2018)90 | Nederlands 1 609 92A 4F4 | (22.10.2018) Bosch Power Tools – de achterkant van het meetgereedschap (bijv. als het te- gen een muur wordt gelegd) – de punt van de 180° uitgeklapte meetpen (8) (bijv. voor metingen vanuit hoeken) – de voorkant van het meetgereedschap (bijv. bij het meten vanaf de rand van een tafel) – het midden van de schroefdraad (17) (bijv. voor metin- gen met statief) Het 180° uit- en inklappen van de meetpen (8) wordt auto- matisch herkend en het desbetreffende referentievlak wordt voorgesteld. Bevestig de instelling met de meettoets (2) [
Kies met de softtoets (3) [ ] de instellingen van het meet- gereedschap. Kies met de toets(4)[+] of de toets (11)[–] het referentievlak en bevestig dit met de toets(13)[Func]. Telkens na het inschakelen van het meetgereedschap is de achterkant van het meetgereedschap automatisch als refe- rentievlak vooringesteld. Permanente laserstraal U kunt het meetgereedschap indien nodig naar permanente laserstraal omzetten. Kies hiervoor met de softtoets (3) [ ] de instellingen van het meetgereedschap. Kies met de toets(4)[+] of de toets(11)[–] de permanente laserstraal en bevestig met de toets(13)[Func]. u Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote af- stand. De laserstraal blijft in deze instelling ook tussen de metingen ingeschakeld. Voor de meting hoeft u de meettoets (2) [ ] slechts éénmaal kort in te drukken. De permanente laserstraal moet in de instellingen worden uitgeschakeld of wordt automatisch uitgeschakeld als u het meetgereedschap uitschakelt. Menu „Instellingen“ Om in het menu „Instellingen“ (i) te komen, drukt u kort op de softtoets(3) [ ] of houdt u de toets(13)[Func] inge- drukt. Kies met de toets(4)[+] of de toets(11)[−] de gewenste instelling en bevestig met de toets(13)[Func]. Kies de ge- wenste instelling. Om het menu „Instellingen“ te verlaten, drukt u op de toets Aan/Uit/Wissen (9) [ ] of op de softtoets (12) [ ]. Instellingen Bluetooth® Referentievlak Timerfunctie Permanente laserstraal Kalibrering hellingmeting Kalibrering doelaanduiding Intern geheugen (wissen en formatteren) Instellingen Toestelinstellingen Timerfunctie De timerfunctie helpt bijv. bij het meten op moeilijke toegan- kelijke plekken of wanneer bewegingen van het meetgereed- schap tijdens de meting moeten worden voorkomen. Kies in de instellingen de timerfunctie. Kies de gewenste tijd- spanne vanaf het activeren tot aan de meting en bevestig met de meettoets (2) [ ] of de toets (13)[Func]. Druk vervolgens op de meettoets (2) [ ] om de laserstraal in te schakelen en op het doel te richten. Druk opnieuw op de meettoets (2) [ ] om de meting te activeren. De meting vindt plaats na de gekozen tijdspanne. De meetwaarde ver- schijnt in de resultaatregel (a). In de statusbalk bovenaan verschijnt de tijdspanne vanaf het activeren tot aan de meting. Permanente meting evenals minimum-/maximummeting zijn bij een ingestelde timerfunctie niet mogelijk. De timer blijft ingesteld tot het uitschakelen van het meetge- reedschap of tot de timer in het menu „Instellingen“ wordt uitgeschakeld. Menu „Toestelinstellingen“ Kies het menu „Toestelinstellingen“ in het menu „Instellin- gen“. Kies met de toets(4)[+] of de toets(11)[−] de gewenste toestelinstelling en bevestig met de toets(13)[Func]. Kies de gewenste toestelinstelling. Om het menu „Toestelinstellingen“ (o) te verlaten, drukt u op de toets Aan/Uit/Wissen (9) [ ] of op de softtoets (12)
Toestelinstellingen Taal Tijd en datum ft/m Maateenheid Hoekeenheid TrackMyTools Toestelinfo Geluidssignalen Uitschakeltijd Dimmer Displayhelderheid Displayoriëntatie Taal instellen Kies in de toestelinstellingen „Taal“. Stel de gewenste taal in en bevestig met de toets(13)[Func].Datum en tijd instellen Kies in de toestelinstellingen „Tijd en datum“. Stel de datum en tijd overeenkomstig de instructies op het display in en be- vestig met de softtoets (12) [ ]. Maateenheid wisselen Kies in de toestelinstellingen „Maateenheid“. Basisinstelling is de maateenheid „m“ (meter). Stel de gewenste maateenheid in en bevestig met de toets(13)[Func]. Voor het verlaten van het menupunt drukt u op de toets Aan/ Uit/Wissen (9) [ ] of op de softtoets (3) [ ]. Na het uit- schakelen van het meetgereedschap blijft de gekozen toe- stelinstelling opgeslagen. Hoekeenheid wijzigen Kies in de toestelinstellingen „Hoekeenheid“. Basisinstelling is de hoekeenheid „°“ (graden). Stel de gewenste hoekeenheid in en bevestig met de toets(13)[Func]. Voor het verlaten van het menupunt drukt u op de toets Aan/ Uit/Wissen (9) [ ] of op de softtoets (3) [ ]. Na het uit- schakelen van het meetgereedschap blijft de gekozen toe- stelinstelling opgeslagen. TrackMyTools Kies in de toestelinstellingen „TrackMyTools“. Bevestig de in- stelling met de toets(13)[Func]. Een eerste activering is vereist. De gegevensoverdracht is al- leen met de betreffende app of het betreffende pc-program- ma mogelijk. TrackMyTools kan elk moment weer worden gedeactiveerd. Displayverlichting Kies in de toestelinstellingen „Dimmer“. De displayverlichting is permanent ingeschakeld. Als er niet op een toets wordt gedrukt, dan wordt de displayverlichting na ca. 30 seconden gedimd om de accu te sparen. U kunt de tijd tot het begin van het dimmen instellen (toe- stelinstellingen). U kunt de helderheid van het display in meerdere niveaus aan de omgevingsomstandigheden aanpassen (toestelinstel- lingen). Meetfuncties Aanwijzing: Geïntegreerde helpfunctie In het meetgereedschap is bij elke meetfunctie als hulp een animatie beschikbaar. Kies hiervoor de toets(13)[Func], de toetsen(4)[+] of (11)[−] en vervolgens de softtoets(3) [ ]. De animatie toont u de gedetailleerde werkwijze bij de gekozen meetfunctie. De animatie kan op elk moment met de (3) [ ] gestopt en weer gestart worden. U kunt vooruit en achteruit scrollen met de toetsen(4)[+] of (11)[−]. Lengtemeting Kies de lengtemeting . Druk voor het inschakelen van de laserstraal kort op de meettoets (2) [ ]. Druk voor het meten kort op de meettoets (2) [ ]. De meet- waarde verschijnt onderaan op het display.
Herhaal de hierboven genoemde stappen voor elke verdere meting. De laatste meetwaarde staat onderaan op het display, de voorlaatste meetwaarde erboven enz. Permanente meting Bij de permanente meting kan het meetgereedschap relatief ten opzichte van het doel worden verplaatst, waarbij de meetwaarde ongeveer elke 0,5 seconden wordt geactuali- seerd. U kunt zich bijv. van een muur tot op de gewenste af- stand verwijderen, de actuele afstand is altijd afleesbaar. Kies de permanente meting . Druk voor het inschakelen van de laserstraal kort op de meettoets (2) [ ]. Beweeg het meetgereedschap zo lang tot de gewenste af- stand onderaan op het display verschijnt.
Door kort op de meettoets (2) [ ] te drukken onderbreekt u de permanente meting. De actu- ele meetwaarde verschijnt onderaan op het display. De maximale en de minimale meet- waarde staan daarboven. Opnieuw indrukken van de meettoets (2) [ ] start de permanente meting opnieuw. De permanente meting schakelt na 5 min automatisch uit. Oppervlaktemeting Kies de oppervlaktemeting . Meet daarna breedte en lengte na elkaar zoals bij een lengte- meting. Tussen de beide metingen blijft de laserstraal inge- schakeld. De te meten afstand knippert in de aanduiding voor oppervlaktemeting (zie aanduidingselement (j)).
De eerste meetwaarde verschijnt bovenaan op het display. Na het afsluiten van de tweede meting wordt de oppervlakte automatisch berekend en weergegeven. Het eindresultaat staat onder- aan op het display, de afzonderlijke meetwaar- den erboven. Volumemeting Kies de volumemeting . Meet daarna breedte, lengte en diepte na elkaar zoals bij een lengtemeting. Tussen de drie metingen blijft de laserstraal ingeschakeld. De te meten afstand knippert in de aanduiding voor volumemeting (zie aanduidingselement (j)).
De eerste meetwaarde verschijnt bovenaan op het display. Na het afsluiten van de derde meting wordt het volume automatisch berekend en weergege- ven. Het eindresultaat staat onderaan op het display, de afzonderlijke meetwaarden erbo- ven. Nederlands | 91 Bosch Power Tools 1 609 92A 4F4 | (22.10.2018)92 | Nederlands 1 609 92A 4F4 | (22.10.2018) Bosch Power Tools Indirecte afstandsmeting Kies de indirecte afstandsmeting . Voor de indirecte af- standsmeting staan vier meetfuncties ter beschikking, waar- mee telkens verschillende afstanden kunnen worden be- paald. De indirecte afstandsmeting dient voor het bepalen van af- standen die niet rechtstreeks kunnen worden gemeten, om- dat een obstakel de laserstraal belemmert of omdat er geen doeloppervlak als reflector beschikbaar is. Deze meetmetho- de kan alleen in verticale richting worden toegepast. Elke af- wijking in horizontale richting leidt tot meetfouten. Aanwijzing: De indirecte afstandsmeting is altijd onnauw- keuriger dan de directe afstandsmeting. Meetfouten kunnen afhankelijk van de toepassing groter zijn dan bij de directe afstandsmeting. Voor de verbetering van de meetnauwkeu- righeid raden we het gebruik van een statief (accessoire) aan. Tussen de afzonderlijke metingen blijft de laserstraal in- geschakeld a) Indirecte hoogtemeting (zie afbeeldingB) Kies de indirecte hoogtemeting . Let erop dat het meetgereedschap zich op dezelfde hoogte als het onderste meetpunt bevindt. Kantel daarna het meet- gereedschap om het referentievlak en meet net als bij een lengtemeting de afstand „1“ (op het display weergegeven als rode lijn).
Na afsluiting van de meting verschijnt het re- sultaat voor de gezochte afstand „X“ in de re- sultaatregel (a). De meetwaarden voor de af- stand „1“ en de hoek „α“ staan in de meet- waarderegels (h). b) Dubbele indirecte hoogtemeting (zie afbeeldingC) Het meetgereedschap kan alle afstanden indirect meten die in het verticale vlak van het meetgereedschap liggen. Kies de dubbele indirecte hoogtemeting . Meet net als bij een leng- temeting de afstanden „1“ en „2“ in deze volgorde.
Na afsluiting van de meting verschijnt het re- sultaat voor de gezochte afstand „X“ in de re- sultaatregel (a). De meetwaarden voor de af- standen „1“, „2“ en de hoek „α“ staan in de meetwaarderegels (h). Let erop dat het referentievlak van de meting (bijv. achterkant van het meetgereedschap) bij alle afzon- derlijke metingen binnen een meetmethode op exact dezelf- de plek blijft. c) Indirecte lengtemeting (zie afbeeldingD) Kies de indirecte lengtemeting . Let erop dat het meetgereedschap zich op dezelfde hoogte als het gezochte meetpunt bevindt. Kantel daarna het meet- gereedschap om het referentievlak en meet net als bij een lengtemeting de afstand „1“.
Na afsluiting van de meting verschijnt het re- sultaat voor de gezochte afstand „X“ in de re- sultaatregel (a). De meetwaarden voor de af- stand „1“ en de hoek „α“ staan in de meet- waarderegels (h). d) Trapeziummeting (zie afbeeldingE) De trapeziummeting kan bijv. voor het bepalen van de lengte van een dakhelling worden gebruikt. Kies de trapeziummeting . Meet net als bij een lengtemeting de afstanden „1“, „2“ en „3“ in deze volgorde. Let erop dat de meting van de afstand „3“ exact op het eindpunt van de afstand „1“ begint en dat tussen de afstanden „1“ en „2“ evenals tussen „1“ en „3“ een rechte hoek bestaat.
Na afsluiting van de laatste meting verschijnt het resultaat voor de gezochte afstand „X“ in de resultaatregel (a). De afzonderlijke meet- waarden staan in de meetwaarderegels (h). Muuroppervlaktemeting (zie afbeeldingF) De muuroppervlaktemeting dient voor het bepalen van de som van een aantal oppervlakten met een gemeenschappe- lijke hoogte. In het weergegeven voorbeeld moet de totale oppervlakte van meerdere muren worden bepaald die de- zelfde ruimtehoogte H, maar verschillende lengtes L heb- ben. Kies de muuroppervlaktemeting . Meet de ruimtehoogte H net als bij een lengtemeting. De meetwaarde verschijnt in de bovenste meetwaarderegel. De laser blijft ingeschakeld.
Meet daarna de lengte L
van de eerste muur. De oppervlakte wordt automatisch berekend en verschijnt in de resultaatregel (a). De laat- ste lengtemeetwaarde staat in de onderste meetwaarderegel (h). De laser blijft ingescha- keld. Meet nu de lengte L
van de tweede muur. De in de meet- waarderegel (h) weergegeven afzonderlijke meetwaarde wordt bij de lengte L
opgeteld. De som van de beide lengtes (weergegeven in de middelste meetwaarderegel (h)) wordt vermenigvuldigd met de opgeslagen hoogte H. De totale op- pervlaktewaarde verschijnt in de resultaatregel (a). U kunt willekeurig veel verdere lengtes L
meten die automa- tisch opgeteld en met de hoogte H vermenigvuldigd worden. Voorwaarde voor een correcte berekening van de oppervlak- te is dat de eerste gemeten lengte (in het voorbeeld de ruim- tehoogte H) voor alle deelvlakken hetzelfde is. Uitzetfunctie (zie afbeeldingG) De uitzetfunctie meet herhalend een gedefinieerde lengte (afstand). Deze lengtes kunnen naar een oppervlak worden overgebracht om het bijv. mogelijk te maken materiaal in even lange stukken te snijden of staanderwanden in de dro- ge montagebouw op te richten. De instelbare minimale leng- te bedraagt 0,1 m, de maximale lengte bedraagt 50 m.Aanwijzing: In de uitzetfunctie wordt de afstand tot de mar- kering op het display weergegeven. De referentie is niet de rand van het meetgereedschap. Kies de uitzetfunctie . Stel de gewenste lengte met toets(4)[+] of toets(11)[–] in. Start de uitzetfunctie door op de meettoets (2) [ ] te druk- ken en loop langzaam weg van het startpunt. m0.483 0.500m 0.81x Het meetgereedschap meet permanent de af- stand tot het startpunt. Daarbij worden de ge- definieerde lengte en de actuele meetwaarde weergegeven. De onderste of bovenste pijl geeft de kleinste afstand tot de komende of laatste markering aan. Aanwijzing: Bij het permanent meten kunt u door indrukken en vasthouden van de meettoets (2) [ ] ook een gemeten waarde als gedefinieerde lengte vastleggen. m0.500 0.500m1x De linker factor geeft aan hoe vaak de gedefini- eerde lengte al werd bereikt. De groene pijlen aan de zijkant op het display geven het berei- ken van een lengte voor markeringsdoeleinden aan. Rode pijlen of een rode tekst geven de werkelijke waarde aan, wanneer de referentiewaarde buiten het display ligt. Hellingmeting/digitale waterpas Kies de hellingmeting/digitale waterpas . Het meetgereedschap schakelt automatisch tussen twee toestanden om. 1° 2° 3° De digitale waterpas dient voor de controle van de horizontale of verticale uitlijning van een object (bijv. wasmachine, koelkast enz.). Wanneer de helling 3° overschrijdt, brandt het bolletje op het display rood. Als referentievlak voor de digitale waterpas dient de onderkant van het meetgereedschap. 88.0° De hellingmeting dient voor het meten van een stijging of helling (bijv. van trappen, leuningen, bij het inpassen van meubels, bij het plaatsen van buizen enz.). Als referentievlak voor de hellingmeting dient de linkerkant van het meetgereedschap. Als de aanduiding tijdens de meting knippert, wordt het meetge- reedschap te sterk zijwaarts gekanteld. Geheugenfuncties De waarde of het eindresultaat van elke afgesloten meting wordt automatisch opgeslagen. Tip: Wanneer de camera is ingeschakeld, wordt automatisch de foto samen met het meetresultaat opgeslagen. De volgen- de informatie wordt op de foto weergegeven: – meetresultaat – afzonderlijke metingen (vereist voor het bepalen van het meetresultaat) – gebruikte meetfunctie – referentie – datum en tijd – hellingshoek (alleen bij ingeschakelde waterpas) Moet de foto voor documentatiedoeleinden worden gebruikt en per micro-USB-kabel worden overgedragen, dan raden we aan de zoomfunctie niet te activeren. Wanneer het meetgereedschap per micro-USB-kabel met een eindapparaat werd verbonden, wordt daarnaast een CSV-bestand met alle opgeslagen meetwaarden aange- maakt. Aanduiding geheugenwaarde Maximaal 50 waarden (meetwaarden of foto's met meet- waarden) kunnen worden opgevraagd. Kies de geheugenfunctie met de softtoets (12) [ ].
Bovenaan op het display verschijnt het num- mer van de geheugenwaarde, onderaan de bij- behorende geheugenwaarde en de bijbehoren- de meetfunctie Druk op de toets(4) [+] om vooruit door de opgeslagen waarden te bladeren. Druk op de toets(11)[–] om achteruit door de opgeslagen waarden te bladeren. Als er geen waarde in het geheugen beschikbaar is, dan ver- schijnt onderaan op het display „0.000“ en bovenaan „0“. De oudste waarde bevindt zich op positie 1 in het geheugen, de nieuwste waarde op positie 50 (bij 50 beschikbare ge- heugenwaarden). Bij het opslaan van nog een waarde wordt altijd de oudste waarde in het geheugen gewist. Geheugen wissen Om het geheugen te openen, drukt u op de softtoets (12) [ ]. Om de geheugeninhoud te wissen, drukt u vervolgens zo vaak als gewenst op de softtoets (3) [ ]. Om alle in het geheugen aanwezige waarden te wissen, kan ook de functie „ “ in het menu „Instellingen“ worden gebruikt. Bevestig vervolgens met de softtoets (12) [ ]. Geheugen formatteren Het USB-geheugen kan opnieuw geformatteerd worden (bijv. bij opslagproblemen). Kies hiervoor de functie „ “ in het menu „Instellingen“ en bevestig met de softtoets (12) [ ]. Bij het formatteren worden alle in het geheugen aan- wezige gegevens gewist. Het USB-geheugen mag niet met andere apparaten worden geformatteerd (bijv. externe pc). Waarden optellen/aftrekken Meetwaarden of eindresultaten kunnen opgeteld of afgetrok- ken worden. Waarden optellen Het volgende voorbeeld beschrijft het optellen van opper- vlaktes: Bepaal een oppervlakte conform het deel „Opper- vlaktemeting“ (zie „Oppervlaktemeting“, Pagina91).
Druk op de toets(4)[+]. De berekende opper- vlakte en het symbool„+“ verschijnen. Druk op de meettoets (2) [ ] om een verdere op- pervlaktemeting te starten. Bepaal de opper- vlakte conform het deel „Oppervlakteme- ting“ (zie „Oppervlaktemeting“, Pagina91). Zodra de tweede meting is afgesloten, verschijnt het resul- Nederlands | 93 Bosch Power Tools 1 609 92A 4F4 | (22.10.2018)94 | Nederlands 1 609 92A 4F4 | (22.10.2018) Bosch Power Tools taat van de tweede oppervlaktemeting onderaan op het dis- play. Om het eindresultaat weer te geven, drukt u opnieuw op de meettoets (2) [ ]. Aanwijzing: Bij een lengtemeting verschijnt het eindresul- taat direct. Waarden aftrekken Voor het aftrekken van waarden drukt u op de toets(11)[–]. De verdere werkwijze verloopt zoals bij „Waarden optellen“. Meetwaarden wissen Door het kort indrukken van de toets Aan/Uit/Wissen (9) [ ] kunt u in alle meetfuncties de laatst bepaalde meetwaarde wissen. Bluetooth ®-interface Gegevensoverdracht naar andere apparaten Het meetgereedschap is uitgerust met een Bluetooth®-mo- dule die draadloos de gegevensoverdracht naar bepaalde mobiele eindapparaten met Bluetooth®-interface mogelijk maakt (bijv. smartphone, tablet). Informatie over de noodzakelijke systeemeisen voor een Bluetooth®-verbinding, vindt u op de Bosch-internetpagina www.bosch-pt.com u Meer informatie vindt u op de Bosch productpagina. Bij de gegevensoverdracht met Bluetooth® kunnen vertragin- gen tussen mobiel eindapparaat en meetgereedschap optre- den. Dat kan aan de afstand van beide toestellen tot elkaar of aan het meetobject zelf liggen. Activering van de Bluetooth ®-interface voor de gegevensoverdracht op een mobiel eindapparaat De activering van de Bluetooth®-interface vindt plaats in de instellingen. Om het Bluetooth®-signaal te activeren, drukt u op de toets(4)[+]. Zorg ervoor dat de Bluetooth®-interface op uw mobiele eindapparaat geactiveerd is. Voor de uitbreiding van de functieomvang van het mobiele eindapparaat en voor de vereenvoudiging van de gegevens- verwerking staat de speciale Bosch-applicatie (app) „Measu- ring Master“ ter beschikking. Deze kunt u afhankelijk van eindapparaat in de desbetreffende stores downloaden: Na het starten van de Bosch-toepassing wordt de verbinding tussen mobiel eindapparaat en meetgereedschap tot stand gebracht. Als meerdere actieve meetgereedschappen wor- den gevonden, kies dan het passende meetgereedschap aan de hand van het serienummer. Het serienummer (15) vindt u op het typeplaatje van uw meetgereedschap. De verbindingsstatus evenals de actieve verbinding (f) ver- schijnt op het display (1) van het meetgereedschap. Deactivering van de Bluetooth ®-interface De deactivering van de Bluetooth®-verbinding vindt plaats in de instellingen. Om het Bluetooth®-signaal te deactiveren, drukt u op de toets(11)[–] of schakelt u het meetgereed- schap uit. USB-interface Gegevensoverdracht via USB-interface Via de micro-USB-aansluiting van het meetgereedschap kan de gegevensoverdracht naar bepaalde apparaten met USB- interface plaatsvinden (bijv. computer, notebook). Verbind het meetgereedschap via de micro-USB-kabel met uw computer of notebook. Het besturingssysteem op uw computer of notebook herkent automatisch het meetgereed- schap als schijfstation. Aanwijzing: Zodra het meetgereedschap via de micro-USB- kabel met een computer of notebook is verbonden, wordt de Li-Ion-accu opgeladen. Afhankelijk van de hoogte van de laadstroom varieert de oplaadtijd. Aanwijzingen voor werkzaamheden u Meer informatie vindt u op de Bosch productpagina.u Het meetgereedschap is met een radio-interface uit- gerust. Lokale gebruiksbeperkingen, bijv. in vliegtui- gen of ziekenhuizen, moeten in acht genomen wor- den. Algemene aanwijzingen De ontvangstlens (20), de uitgang voor de laserstraal (18) en de camera (19) mogen bij een meting niet zijn afgedekt. Het meetgereedschap mag tijdens een meting niet bewogen worden. Leg daarom het meetgereedschap het best tegen een vast aanslag- of steunvlak. Invloeden op het meetbereik Het meetbereik hangt van de lichtomstandigheden en de re- flectie-eigenschappen van het doeloppervlak af. Gebruik voor een betere zichtbaarheid van de laserstraal bij sterk omgevingslicht de geïntegreerde camera (19), de laserbril (26) (accessoire) en het laserrichtbord (25) (accessoire), of verduister het doeloppervlak. Invloeden op het meetresultaat Vanwege bepaalde eigenschappen van materialen kunnen bij metingen op sommige oppervlakken foute metingen niet worden uitgesloten. Daartoe behoren: – transparante oppervlakken (bijv. glas, water) – spiegelende oppervlakken (bijv. gepolijst metaal, glas) – poreuze oppervlakken (bijv. isolatiemateriaal) – gestructureerde oppervlakken (bijv. ruw pleisterwerk, na- tuursteen) Gebruik eventueel op deze oppervlakken het laserrichtbord (25) (accessoire). Foute metingen zijn bovendien mogelijk op doeloppervlak- ken waarop schuin wordt gericht. Ook kunnen luchtlagen met verschillende temperaturen of indirect ontvangen weerspiegelingen de meetwaarde beïn- vloeden.Nauwkeurigheidscontrole en kalibrering van de hellingmeting (zie afbeeldingH) Controleer regelmatig de nauwkeurigheid van de hellingme- ting. Dit gebeurt door een omslagmeting. Leg daarvoor het meetgereedschap op een tafel en meet de helling. Draai het meetgereedschap 180° en meet opnieuw de helling. Het ver- schil van de weergegeven waarde mag max. 0,3° bedragen. Bij grotere afwijkingen moet u het meetgereedschap op- nieuw kalibreren. Kies hiervoor in de instellingen. Volg de instructies op het display. Na sterke temperatuurveranderingen en na stoten raden we u een nauwkeurigheidscontrole aan en evt. een kalibrering van het meetgereedschap. Na een temperatuurverandering moet het meetgereedschap zich een tijdje aan de tempera- tuur aanpassen, voordat een kalibrering plaatsvindt. Nauwkeurigheidscontrole van de afstandsmeting U kunt de nauwkeurigheid van het meetgereedschap als volgt controleren: – Kies een duurzaam onveranderlijke meetafstand van ca. 3 tot 10meter, waarvan u de lengte precies kent (bijvoor- beeld kamerbreedte, deuropening). De meting moet on- der gunstige omstandigheden worden uitgevoerd, d.w.z. het meettraject moet in de binnenruimte liggen met een zwakke achtergrondverlichting en het doeloppervlak van de meting moet glad en goed reflecterend zijn (bijv. een wit geverfde muur). – Meet het traject 10 keer na elkaar. De afwijking van de afzonderlijke metingen van de gemiddel- de waarde mag maximaal ± 2 mm over het volledige meettra- ject bij gunstige voorwaarden bedragen. Noteer de metingen om op een later tijdstip de nauwkeurigheid te kunnen verge- lijken. Nauwkeurigheidscontrole en kalibrering van de doelaanduiding (dradenkruis) Controleer regelmatig de nauwkeurigheid van de uitlijning van de laser en de doelaanduiding. – Kies een licht, indien mogelijk zwak verlicht oppervlak (bijv. een witte muur) op min. 5 m afstand als doel. – Controleer of de laserpunt binnen de doelaanduiding op het display ligt. Als de laserpunt niet binnen de doelaanduiding ligt, moet u de doelaanduiding opnieuw kalibreren. Kies hiervoor in de instellingen. Volg de instructies op het display. Werken met het statief (accessoire) Het gebruik van een statief is vooral bij grotere afstanden noodzakelijk. Plaats het meetgereedschap met de 1/4"- schroefdraad (17) op de snelwisselplaat van het statief (27) of een gangbaar fotostatief. Schroef het met de vastzet- schroef van de snelwisselplaat vast. Stel het referentievlak voor metingen met statief in de instel- lingen in (referentievlak statief). Storingen – oorzaken en oplossingen Oorzaak Oplossing Temperatuurwaarschuwing knippert, meting niet moge- lijk Meetgereedschap bevindt zich buiten de gebruikstem- peratuur van –10 °C tot +45 °C (in de functie permanente meting tot +40 °C). Wachten tot het meetgereed- schap de gebruikstempera- tuur bereikt. Aanduiding „ERROR“ op het display Optellen of aftrekken van meetwaarden met verschil- lende maateenheden Alleen meetwaarden met de- zelfde maateenheden optel- len/aftrekken. Hoek tussen laserstraal en doel is te klein. Hoek tussen laserstraal en doel groter maken. Doeloppervlak reflecteert te sterk (bijv. spiegel) of te zwak (bijv. zwarte stof), of omgevingslicht is te sterk. Laserrichtbord (25) (acces- soire) gebruiken Uitgang laserstraal (18), ont- vangstlens (20) of camera (19) is beslagen (bijv. door snelle temperatuurverande- ring). Met een zachte doek uitgang laserstraal (18), ontvangst- lens (20) of camera (19) droog wrijven Berekende waarde is groter dan 1 999 999 of kleiner dan –999 999 m/m
Berekening verdelen in tus- senstappen. Aanduiding „CAL“ en aanduiding „ERROR“ op het dis- play De kalibrering van de helling- meting is niet in de correcte volgorde of in de correcte posities uitgevoerd. Herhaal de kalibrering vol- gens de instructies op het display en in de gebruiksaan- wijzing. De voor de kalibrering ge- bruikte vlakken waren niet nauwkeurig horizontaal of verticaal uitgelijnd. Herhaal de kalibrering op een horizontaal of verticaal vlak en controleer de vlakken eerst met een waterpas. Het meetgereedschap is bij het indrukken van de toets bewogen of gekanteld. Herhaal de kalibrering en houd het meetgereedschap tijdens het indrukken van de toets rustig op het vlak. Accu-oplaadaanduiding (g), temperatuurwaarschuwing en aanduiding „ERROR“ op het display Temperatuur van het meet- gereedschap buiten het toe- gestane oplaadtemperatuur- bereik. Wacht tot het oplaadtempe- ratuurbereik is bereikt. Accu-oplaadaanduiding (g) en aanduiding „ERROR“ op het display Acculaadspanning niet cor- rect. Controleer of de steekverbin- ding correct tot stand is ge- Nederlands | 95 Bosch Power Tools 1 609 92A 4F4 | (22.10.2018)96 | Nederlands 1 609 92A 4F4 | (22.10.2018) Bosch Power Tools Oorzaak Oplossing bracht en het oplaadappa- raat correct functioneert. Als het toestelsymbool knippert, is de accu defect en moet de- ze door de Bosch-klantenser- vice worden vervangen. Meetresultaat niet aannemelijk Doeloppervlak reflecteert niet duidelijk (bijv. water, glas). Doeloppervlak afdekken. Uitgang laserstraal (18) of ontvangstlens (20) of came- ra (19) is afgedekt. Uitgang laserstraal (18), ont- vangstlens (20) of camera (19) vrijhouden. Verkeerd referentievlak inge- steld. Referentievlak passend bij de meting kiezen. Obstakel in het verloop van de laserstraal. Laserpunt moet volledig op doeloppervlak liggen. Bluetooth® kan niet worden geactiveerd Accu is te zwak. Laad de accu van het meet- gereedschap op. Geen Bluetooth®-verbinding Storing van de Bluetooth®- verbinding Schakel Bluetooth® op het meetgereedschap en op het mobiele eindapparaat uit en weer in. Controleer de applicatie op uw mobiele eindapparaat. Controleer of Bluetooth® op uw meetgereedschap en mo- biele eindapparaat geacti- veerd is. Controleer uw mobiele eind- apparaat op overbelasting. Verkort de afstand tussen het meetgereedschap en uw mobiele eindapparaat. Vermijd obstakels (bijv. ge- wapend beton, metalen deu- ren) tussen het meetgereed- schap en uw mobiele eindap- paraat. Houd afstand tot elektromagnetische storings- bronnen (bijv. WiFi-zen- ders). Geen gegevensoverdracht via USB-interface mogelijk Micro-USB-kabel Controleer of de micro-USB- kabel correct en vast zit. Controleer de micro-USB-ka- bel op beschadigingen. Het meetgereedschap bewaakt het correct functioneren bij elke meting. Wordt een defect vastgesteld, dan toont het display alleen nog het hiernaast afgebeelde symbool. In dit geval of wanneer de fout niet met de bovengenoem- de maatregelen kan worden verholpen, dient u het meetge- reedschap via uw leverancier naar de klantenservice van Bosch te sturen. Onderhoud en service Onderhoud en reiniging Houd het meetgereedschap altijd schoon. Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloei- stoffen. Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen. Reinig vooral de ontvangstlens (20), de laseropening (18) en de camera (19) zeer voorzichtig: let erop dat er geen vuil op de ontvangstlens, de laseropening en de camera ligt. Rei- nig de ontvangstlens, de laseropening en de camera alleen met middelen die ook voor lenzen van fototoestellen ge- schikt zijn. Probeer niet met spitse voorwerpen vuil uit de ontvangstlens, de laseropening of de camera te verwijderen, en veeg niet over de ontvangstlens, laseropening en camera (gevaar voor krassen). Stuur het meetgereedschap voor reparatie in het opbergetui (24) op. Klantenservice en gebruiksadvies Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderde- len. Explosietekeningen en informatie over vervangingson- derdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com Het Bosch-gebruiksadviesteam helpt u graag bij vragen over onze producten en accessoires. Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderde- len altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer vol- gens het typeplaatje van het product. Nederland Tel.: (076) 579 54 54 Fax: (076) 579 54 94 E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com België Tel.: (02) 588 0589 Fax: (02) 588 0595 E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com Afvalverwijdering Meetgereedschappen, accessoires en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden gere- cycled. Gooi meetgereedschappen niet bij het huisvuil.Alleen voor landen van de EU: Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU moeten niet meer bruikbare meetgereedschappen en volgens de Europe- se richtlijn 2006/66/EG moeten defecte of verbruikte ac- cu’s/batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled. Accu's/batterijen: u Geïntegreerde accu's mogen alleen voor het afvoeren door geschoold personeel verwijderd worden. Door het openen van de behuizingsschaal kan het meetgereed- schap vernietigd worden. Zorg er vóór het wegnemen van de accu voor dat de accu he- lemaal ontladen is. Zorg er vóór het wegnemen van de accu voor dat de accu he- lemaal ontladen is. Verwijder het typeplaatje, open de meet- pen en verwijder alle schroeven aan de achterkant van de behuizing. Pak de behuizingsschaal weg, koppel alle kabels van de printplaat los en draai de schroeven los. Nu kunt u de printplaat verwijderen en de accu is zichtbaar. Draai beide schroeven los en pak de accu weg om deze vakkundig af te voeren. Ook bij volledige ontlading is nog een restlading in de accu aanwezig die bij kortsluiting vrij kan komen. Gooi accu’s of batterijen niet bij het huisvuil en evenmin in het vuur of het water. Accu’s en batterijen moeten, indien mogelijk leeg, worden ingezameld, gerecycled of op een voor het milieu verantwoorde wijze worden afgevoerd. Dansk Sikkerhedsinstrukser Samtlige anvisninger skal læses og overholdes for at kunne arbejde sikkert og uden risiko med måleværk- tøjet. Hvis måleværktøjet ikke anvendes i overensstemmelse med de foreliggende anvisninger, kan funktionen af de integrerede beskyt- telsesforanstaltninger i måleværktøjet blive forringet. Sørg for, at advarselsskilte aldrig gøres ukendelige på måleværktøjet. GEM ANVISNINGERNE, OG SØRG FOR AT LEVERE DEM MED, HVIS MÅLEVÆRKTØJET GIVES VI- DERE TIL ANDRE. u Forsigtig – hvis andre end de her angivne betjenings- eller justeringsanordninger benyttes, eller andre fremgangsmåder udføres, kan der opstå en farlig strå- lingseksposition. Måleværktøjet udleveres med et advarselsskilt (på bille- det af måleværktøjet på grafiksiden kendetegnet med nummer (14)). u Hvis teksten på advarselsskiltet ikke er på dit lande- sprog, skal du klæbe den medleverede etiket på dit sprog over den før første ibrugtagning. Ret ikke laserstrålen mod personer eller dyr, og kig aldrig ind i den direkte eller re- flekterede laserstråle. Det kan blænde perso- ner, forårsage ulykker eller beskadige øjnene. u Hvis du får laserstrålen i øjnene, skal du lukke dem med det samme og straks bevæge hovedet ud af strå- leområdet. u Foretag aldrig ændringer af laseranordningen.u Brug ikke laserbrillerne som beskyttelsesbriller. Med laserbrillerne kan man lettere få øje på laserstrålen, men de beskytter ikke mod laserstråling. u Brug ikke laserbrillerne som solbriller eller i trafikken. Laserbrillerne giver ikke fuldstændig UV-beskyttelse, og de nedsætter farveopfattelsen. u Sørg for, at reparationer på måleværktøjet kun ud- føres af kvalificerede fagfolk, og at der kun benyttes originale reservedele. Dermed sikres størst mulig sik- kerhed i forbindelse med måleværktøjet. u Lad ikke børn benytte måleværktøjet uden opsyn. De kan utilsigtet blænde personer. u Brug ikke måleværktøjet i eksplosionsfarlige omgivel- ser, hvor der findes brændbare væsker, gasser eller støv. I måleværktøj kan der dannes gnister,som kan an- tænde støvet eller dampene. u Brug ikke måleværktøjet med isat USB-kabel.u Brug ikke måleværktøjet som eksternt USB-drev.u Brug ikke måleværktøjet til at fotografere personer el- ler dyr, da laserstrålen kan være permanent aktiveret. Den tændte laserstråle kan blænde personer, forårsage ulykker eller beskadige øjnene. u Benyt ikke måleværktøjet, hvis skærmglasset har syn- lige skader (f.eks. revner i overfladen osv.). Der er risi- ko for at komme til skade. u Forsigtig! Ved anvendelse af måleværktøjet med Blu- etooth ® kan der opstå fejl i andre enheder og anlæg, fly og medicinsk udstyr (f.eks. pacemakere, høreap- parater). Samtidig kan det ikke fuldstændig udeluk- kes, at der kan ske skade på mennesker og dyr i nær- heden. Brug ikke måleværktøjet med Bluetooth® i nær- heden af medicinsk udstyr, tankstationer, kemiske an- læg, områder med eksplosionsfare og i sprængnings- områder. Brug ikke måleværktøjet med Bluetooth® i Dansk | 97 Bosch Power Tools 1 609 92A 4F4 | (22.10.2018)98 | Dansk 1 609 92A 4F4 | (22.10.2018) Bosch Power Tools fly. Undgå at bruge værktøjet i umiddelbar nærhed af kroppen i længere tid ad gangen. Bluetooth
Hierbij verklaar ik, Robert Bosch Power Tools GmbH, dat het type radioapparatuur GLM 120 C conform is met Richtlijn 2014/53/EU. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internet- adres: da Hermed erklærer Robert Bosch Power Tools GmbH, at radioudstyrstypen GLM 120 C er i overensstemmelse med di- rektiv 2014/53/EU. EU-overensstemmelseserklæringens fulde tekst kan findes på følgende internetadresse:
Notice-Facile