BOSCH AKE 30 SET - Zaag

AKE 30 SET - Zaag BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis AKE 30 SET BOSCH in PDF-formaat.

📄 153 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice BOSCH AKE 30 SET - page 76
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BOSCH

Model : AKE 30 SET

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AKE 30 SET - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AKE 30 SET van het merk BOSCH.

GEBRUIKSAANWIJZING AKE 30 SET BOSCH

Con riserva di modifiche Smaltimento Servizio di assistenza ed assistenza clienti Dichiarazione di conformità F016 L70 506 - Titel.book Seite 75 Dienstag, 23. Oktober 2007 1:28 13 75 • F016 L70 506 • TMS • 19.10.07Nederlands - 76 Let op! Lees alle veiligheidsvoorschriften en aanwijzin- gen. Wanneer de volgende voorschriften niet in acht worden genomen, kan dit een elektrische schok, brand of ernstig let- sel tot gevolg hebben. Bewaar deze veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen goed voor later gebruik. Het hierna gebruikte begrip „elektrisch gereedschap” heeft betrekking op uw elektrische gereedschap voor gebruik op het stroomnet (met netsnoer). De gebruiker wordt geadviseerd, zich voor het eerste gebruik door een ervaren vakman te laten instrueren over de bedie- ning van de kettingzaag en het gebruik van beschermende uitrusting, aan de hand van praktische voorbeelden. Als eer- ste oefening dient het zagen van boomstammen op een zaag- bok of onderstel plaats te vinden. Verklaring van de pictogrammen: Lees de gebruiksaanwijzing. Bescherm de machine tegen regen. Trek de stekker altijd uit het stopcontact voor instel- lings- en onderhoudswerkzaamheden en altijd on- middellijk wanneer de stroomkabel beschadigd of doorgesneden wordt. Draag bij het gebruik van het elektrische gereed- schap altijd een gehoorbescherming en een veilig- heidsbril. De terugslagrem en de uitlooprem stoppen de zaagketting binnen korte tijd. Werkomgeving ■ Houd uw werkomgeving schoon en opgeruimd. Een rommelige of onverlichte werkomgeving kan tot ongeval- len leiden. ■ Werk met het gereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. Elektri- sche gereedschappen veroorzaken vonken die het stof of de dampen tot ontsteking kunnen brengen. ■ Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van het elektrische gereedschap uit de buurt. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het gereedschap verliezen. ■ Kinderen en jongeren, met uitzondering van jongeren in opleiding van 16 jaar en ouder onder toezicht, mo- gen de kettingzaag niet bedienen. Hetzelfde geldt voor personen die niet of onvoldoende vertrouwd zijn met de omgang met de kettingzaag. De gebruiksaanwijzing moet altijd binnen handbereik zijn. Personen die overver- moeid of niet lichamelijk belastbaar zijn, mogen de ketting- zaag niet bedienen. Elektrische veiligheid ■ De aansluitstekker van het gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekkers in combinatie met geaarde gereedschappen. Onveran- derde stekkers en passende stopcontacten beperken het risico van een elektrische schok. ■ Voorkom aanraking van het lichaam met geaarde op- pervlakken, bijvoorbeeld van buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard is. ■ Houd het gereedschap uit de buurt van regen en vocht. Het binnendringen van water in het elektrische ge- reedschap vergroot het risico van een elektrische schok. ■ Gebruik de kabel niet voor een verkeerd doel, om het gereedschap te dragen of op te hangen of om de stek- ker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende gereedschapdelen. Beschadigde of in de war geraakte kabels vergroten het risico van een elektrische schok. ■ Wanneer u buitenshuis met elektrisch gereedschap werkt, dient u alleen verlengkabels te gebruiken die voor gebruik buitenshuis zijn goedgekeurd. Het ge- bruik van een voor gebruik buitenshuis geschikte verleng- kabel beperkt het risico van een elektrische schok. ■ Als het gebruik van het gereedschap in een vochtige omgeving onvermijdelijk is, moet het gereedschap op een aardlekschakelaar worden aangesloten. Het ge- bruik van een aardlekschakelaar vermindert het gevaar van een elektrische schok. Veiligheid van personen ■ Wees alert, let goed op wat u doet en ga met verstand te werk bij het gebruik van het elektrische gereed- schap. Gebruik het gereedschap niet wanneer u moe bent of onder invloed staat van drugs, alcohol of me- dicijnen. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van het gereedschap kan tot ernstige verwondingen lei- den. ■ Draag persoonlijke beschermende uitrusting en altijd een veiligheidsbril. Het gebruik van beschermende uit- rusting, zoals een stofmasker, slipvaste schoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van de werkomgeving, vermindert het verwondingsgevaar. ■ Voorkom per ongeluk inschakelen. Controleer dat het elektrische gereedschap uitgeschakeld is voordat u de stekker in het stopcontact steekt. Wanneer u bij het dra- gen van het gereedschap uw vinger aan de schakelaar hebt of wanneer u het gereedschap ingeschakeld op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot ongevallen leiden. ■ Verwijder instelgereedschappen of schroefsleutels voordat u het gereedschap inschakelt. Een instelge- reedschap of sleutel in een draaiend deel van het gereed- schap kan tot verwondingen leiden. ■ Overschat uzelf niet. Zorg ervoor dat u stevig staat en steeds in evenwicht blijft. Daardoor kunt u het gereed- schap in onverwachte situaties beter onder controle hou- den. ■ Draag geschikte kleding. Draag geen loshangende kle- ding of sieraden. Houd haren, kleding en handschoe- nen uit de buurt van bewegende delen. Loshangende kleding, lange haren en sieraden kunnen door bewegende delen worden meegenomen. ■ Wanneer stofafzuigings- of stofopvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, dient u zich ervan te ver- zekeren dat deze zijn aangesloten en juist worden ge- bruikt. Het gebruik van deze voorzieningen beperkt het gevaar door stof. Zorgvuldige omgang met en zorgvuldig gebruik van elek- trische gereedschappen ■ Overbelast het gereedschap niet. Gebruik voor uw werk- zaamheden het daarvoor bestemde elektrische gereed- schap. Met het passende elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven capaciteitsbereik. Veiligheidsvoorschriften F016 L70 506 - Titel.book Seite 76 Dienstag, 23. Oktober 2007 1:28 13 76 • F016 L70 506 • TMS • 19.10.07Nederlands - 77 ■ Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd. ■ Trek de stekker uit het stopcontact voordat u het ge- reedschap instelt, toebehoren wisselt of het gereed- schap weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt on- bedoeld starten van het gereedschap. ■ Bewaar niet-gebruikte elektrische gereedschappen buiten bereik van kinderen. Laat het gereedschap niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn en deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektri- sche gereedschappen zijn gevaarlijk wanneer deze door onervaren personen worden gebruikt. ■ Verzorg het gereedschap zorgvuldig. Controleer of be- wegende delen van het gereedschap correct functio- neren en niet vastklemmen en of onderdelen zodanig gebroken of beschadigd zijn dat de werking van het gereedschap nadelig wordt beïnvloed. Laat deze be- schadigde onderdelen voor het gebruik repareren. Veel ongevallen hebben hun oorzaak in slecht onderhou- den elektrische gereedschappen. ■ Houd snijdende inzetgereedschappen scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijdende inzetgereed- schappen met scherpe snijkanten klemmen minder snel vast en zijn gemakkelijker te geleiden. ■ Gebruik elektrisch gereedschap, toebehoren, inzetge- reedschappen en dergelijke volgens deze aanwijzin- gen en zoals voor dit speciale gereedschapstype voor- geschreven. Let daarbij op de arbeidsomstandighe- den en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrische gereedschappen voor andere dan de voor- ziene toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden. Service ■ Laat het gereedschap alleen repareren door gekwalifi- ceerd en vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het gereedschap in stand blijft. Waarschuwingen voor kettingzagen: ■ Houd bij een lopende zaag alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting. Controleer voor het starten van de zaag dat de zaagketting niets aanraakt. Bij werk- zaamheden met een kettingzaag kan een moment van on- oplettendheid ertoe leiden dat kleding of lichaamsdelen door de zaagketting worden meegenomen. ■ Houd de kettingzaag met uw rechterhand aan de ach- terste handgreep en met uw linkerhand aan de voorste handgreep vast. Als u de kettingzaag anders vasthoudt, loopt u een hoger risico op verwondingen. Houd de ket- tingzaag daarom alleen zoals voorgeschreven vast. ■ Draag een veiligheidsbril en gehoorbescherming. Overige beschermende uitrusting voor hoofd, handen, benen en voeten wordt geadviseerd. Passende be- schermende kleding vermindert het verwondingsgevaar door rondvliegend spaanmateriaal en toevallig aanraken van de zaagketting. ■ Werk met de kettingzaag niet op een boom. Bij gebruik van een kettingzaag op een boom bestaat verwondingsge- vaar. ■ Let er altijd op dat u stevig staat en gebruik de ketting- zaag alleen als u op een stevige en vlakke ondergrond staat. Een gladde of instabiele ondergrond kan, in het bij- zonder bij het gebruik van een ladder, tot het verlies van de controle over uw evenwicht en de kettingzaag leiden. ■ Houd er bij het afzagen van een onder spanning staande tak rekening mee dat deze terugveert. Als de spanning in de houtvezels vrijkomt, kan de gespannen tak de bediener raken, of kan deze de bediener de controle over de kettingzaag doen verliezen. ■ Wees bijzonder voorzichtig bij het zagen van laag houtgewas en jonge bomen. Het dunne materiaal kan in de zaagketting blijven hangen en op u slaan of u uit het evenwicht brengen. ■ Draag de kettingzaag aan de voorste handgreep met stilstaande zaagketting en naar achteren wijzende ge- leidingsrail. Breng altijd de veiligheidsafscherming aan voordat u de kettingzaag vervoert of opbergt. Een zorgvuldige omgang met de kettingzaag vermindert de kans op per ongeluk aanraken van de lopende zaagket- ting. ■ Volg de aanwijzingen voor het smeren, de ketting- spanning en het wisselen van toebehoren op. Een on- juist gespannen of gesmeerde ketting kan breken of het te- rugslagrisico verhogen. ■ Houd handgrepen droog, schoon en vrij van olie en vet. Vettige grepen met olie zijn glad en leiden tot het ver- lies van de controle over de kettingzaag. ■ Zaag alleen hout. Gebruik de kettingzaag alleen voor werkzaamheden waarvoor deze bestemd is. Voor- beeld: Gebruik de kettingzaag niet voor het zagen van plastic, metselwerk of bouwmaterialen die niet van hout zijn. Het gebruik van de kettingzaag voor werkzaam- heden waarvoor deze niet bestemd is, kan tot gevaarlijke situaties leiden. Oorzaken en voorkoming van een terugslag: – Terugslag kan optreden als de punt van de geleidingsrail een voorwerp raakt of als het hout buigt en de zaagketting in de groef wordt vastgeklemd. – Een aanraking met de punt van de geleidingsrail kan in veel gevallen tot een onverwachte en naar achteren ge- richte actie leiden, waarbij de geleidingsrail omhoog en in de richting van de bediener wordt geslagen. – Het vastklemmen van de zaagketting aan de bovenkant van de geleidingsrail kan de geleidingrail snel in de richting van de bediener terugstoten. – Elk van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en u zich mogelijk ernstig verwondt. Vertrouw niet uitsluitend op de in de kettingzaag inge- bouwde veiligheidsvoorzieningen. Als gebruiker van een kettingzaag dient u verschillende maatregelen te treffen om zonder ongevallen en zonder verwondingen te kunnen werken. Een terugslag is het gevolg van het verkeerd gebruik of on- juiste gebruiksomstandigheden van het elektrische gereed- schap. Terugslag kan worden voorkomen door geschikte voorzorgsmaatregelen, zoals hieronder beschreven: ■ Houd de zaag met beide handen vast, waarbij duim en vinger de grepen van de kettingzaag omsluiten. Neem een zodanige lichaamshouding in en houd uw armen in een zodanige positie, dat u stand kunt houden ten opzichte van de terugslagkrachten. Als geschikte maat- regelen worden getroffen, kan de bediener de terugslag- krachten beheersen. Laat de kettingzaag nooit los. ■ Voorkom een abnormale lichaamshouding en zaag niet boven schouderhoogte. Daardoor wordt per onge- luk aanraken met punt van de kettinggeleider voorkomen en kan de kettingzaag in onverwachte situaties beter on- der controle worden gehouden. ■ Gebruik altijd de door de fabrikant voorgeschreven vervangende kettinggeleiders en zaagkettingen. Ver- keerde vervangende kettinggeleiders en zaagkettingen kunnen tot kettingbreuk en terugslag leiden. ■ Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant voor het slijpen en het onderhoud van de zaagketting. Te lage dieptebegrenzers verhogen de neiging tot terugslag. F016 L70 506 - Titel.book Seite 77 Dienstag, 23. Oktober 2007 1:28 13 77 • F016 L70 506 • TMS • 19.10.07Nederlands - 78 De machine is bestemd voor het vellen van bomen en het zagen van stammen, takken, houten balken, planken etc. en kan worden gebruikt voor schulpen (in de lengte van de houtnerf) en afkorten (dwars op de houtnerf). Deze machine is niet geschikt voor het zagen van minerale materialen. Dit handboek bevat voorschriften over de juiste mon- tage en het veilig gebruik van uw kettingzaag. Het is belangrijk dat u deze aanwijzingen zorgvuldig leest. Neem alle delen van de machine voorzichtig uit de verpakking en controleer deze op volledigheid: – Kettingzaag – Afscherming – Zaagketting – Zwaard – Kettingbescherming – Zaagkettinghechtolie (80 ml) – Gebruiksaanwijzing Neem contact op met uw leverancier wanneer onderdelen ontbreken of beschadigd zijn. 1 Achterste handgreep 2 Aan /uitschakelaar 3 Inschakelblokkering 4 Olietankdop 5 Activering van kettingrem (handbescherming) 6 Markering „Kettingrem vrij” 7 Voorste handgreep 8 Omkeerster 9 Kettingbescherming 10 Zaagketting 11 Zwaard 12 Klauwaanslag 13 Kettingspanring, rood 14 Spangreep 15 Afscherming 16 Kettingspannok 17 Bevestigingsbout 18 Zwaardgeleidingsbrug 19 Oliesproeier 20 Looprichting- en snijrichtingsymbool 21 Kettingwiel Technische gegevens Kettingzaag AKE 30-19 S AKE 35-19 S AKE 40-19 S Bestelnummer 3 600 H36 D.. 3 600 H36 E.. 3 600 H36 F.. Spannen van de ketting zonder hulpgereedschap (SDS) ● ● ● Opgenomen vermogen [W] 1900 1900 1900 Kettingsnelheid (bij onbelast lopen) [m/s] 12 12 12 Zwaardlengte [cm] 30 35 40 Omkeerster – ● ● Terugslagrem ● ● ● Aanlooprem ● ● ● Type zaagketting 3/8" - 90 3/8" - 90 3/8" - 90 Kettingschakeldikte [mm] 1,1 (0,043") 1,1 (0,043") 1,1 (0,043") Aantal kettingschakels 45 52 57 Inhoud olievoorraadreservoir [ml] 200 200 200 Automatische kettingsmering ● ● ● Klauwaanslag ● ● ● Gewicht zonder netsnoer, ca. ** [kg] 4,2 4,3 4,4 Veiligheidsklasse / II / II / II **gemeten met rail en ketting Opmerking: Let op het zaaknummer op het typeplaatje van het gereedschap. De handelsbenamingen van afzonderlijke ge- reedschappen kunnen afwijken. Inschakeling veroorzaakt een kortdurende spanningsdaling. Bij ongunstige voorwaarden van het stroomnet kunnen nade- lige gevolgen voor andere machines of apparaten optreden. Bij netimpedanties van minder dan 0.25 ohm treden waar- schijnlijk geen storingen op. Gebruik volgens bestemming Inleiding Meegeleverd Bestanddelen van de machine

F016 L70 506 - Titel.book Seite 78 Dienstag, 23. Oktober 2007 1:28 13 78 • F016 L70 506 • TMS • 19.10.07Nederlands - 79 22 Kettingvangbout 23 Netstekker** 24 Serienummer **verschilt per land In de gebruiksaanwijzing afgebeeld en beschreven toebehoren wordt niet altijd standaard meegeleverd. Elektrische veiligheid Uw machine is voor extra veiligheid geïsoleerd en heeft geen aarding nodig. De bedrijfsspanning be- draagt 230 V AC, 50 Hz (voor niet-EU-landen 220 V of 240 V, afhankelijk van de uitvoering). Gebruik al- leen goedgekeurde verlengkabels. Er mogen alleen verlengkabels van het type H07 RN-F of IEC (60245 IEC 66) worden gebruikt. Als u verlengkabels voor het gereedschap gebruikt, moeten dat kabels met de volgende aderdiameters zijn: – 1,0 mm

: maximale lengte 100 m Voor nog meer veiligheid wordt het gebruik van een foutstroomschakelaar (reststroomapparaat) met een afslagstroom van maximaal 30 mA geadvi- seerd. De foutstroomschakelaar moet voor elk ge- bruik worden gecontroleerd. Opmerking voor producten die niet in Groot-Brit- tannië worden verkocht: LET OP: Voor uw veilig- heid is het nodig dat de aan de machine aange- brachte stekker 23 zoals op de afbeelding weerge- geven met de verlengkabel 25 wordt verbonden. De stekker van de verlengkabel moet tegen spatwa- ter bestemd zijn en uit rubber bestaan of met rubber bekleed zijn. De verlengkabel moet met een trekontlasting wor- den gebruikt. De aansluitkabel moet regelmatig op beschadigin- gen worden gecontroleerd en mag alleen in een goede toestand worden gebruikt. Wanneer de aansluitkabel beschadigd is, mag deze alleen door een erkende Bosch-werkplaats worden gerepareerd. Sluit de kettingzaag pas na volledige mon- tage aan op het stroomnet. ■ Draag altijd werkhandschoenen bij de omgang met de zaagketting. Montage van zwaard en zaagketting

1. Pak alle delen voorzichtig uit.

2. Breng de twee pijlen op de kettingspanring 13

en de afscherming 15 met elkaar in overeen- stemming.

3. Leg de kettingzaag neer op een recht oppervlak.

Er mogen alleen zaagkettingen met een aandrijfschakeldikte (groefbreedte) van 1,1 mm worden gebruikt.

4. Leg de zaagketting 10 in de rondlopende sleuf

van het zwaard 11. Let op de juiste looprichting. Vergelijk de ketting met het looprichtingsym- bool 20. Controleer dat de kettingspannok 16 naar buiten wijst.

5. Leg de kettingschakels om het kettingwiel 21 en

plaats het zwaard 11 zo dat de voor en achter de bevestigingsbout 17 liggende zwaardgeleidings- bruggen 18 in het langgat van het zwaard 11 grij- pen. Voor uw veiligheid Let op! Schakel de kettingzaag uit en trek de stekker uit het stopcontact voor onderhouds- en reinigingswerkzaamheden en wanneer de kabel doorgesneden, beschadigd of in de war is. Voorzichtig! Raak de ronddraaiende ketting niet aan. Gebruik de kettingzaag in geen geval in de buurt van personen, kinderen of dieren en evenmin na het gebruik van alcohol, drugs of verdovende medicijnen. Montage en zaagketting spannen

6. Controleer of alle delen goed geplaatst zijn en

houd het zwaard met de ketting in deze stand.

7. Breng de afscherming nauwkeurig aan en contro-

leer dat de kettingvangbout 22 in de daarvoor voorziene geleidingssleuf van de afscherming 15 komt te liggen.

8. Draai de afscherming 15 met de spangreep 14

losjes vast. De zaagketting is nog niet gespannen. Het spannen van de zaagketting gebeurt zoals beschreven in punt 1 – 7 van „Spannen van de zaagketting”. Zaagketting spannen Controleer de kettingspanning voor het begin van de werkzaamheden, na de eerste keren zagen en tij- dens het zagen regelmatig elke 10 minuten. In het bijzonder bij nieuwe zaagkettingen moet in het begin met verslapping worden gerekend. De levensduur van de zaagketting is in grote mate af- hankelijk van voldoende smering en juiste spanning. Span de zaagketting niet wanneer deze zeer heet is, omdat de ketting na het afkoelen samentrekt en dan te strak op het zwaard ligt.

1. Leg de kettingzaag neer op een recht oppervlak.

2. Draai de spangreep 14 ca. 1 tot 3 slagen tegen

de wijzers van de klok in los om de zwaardvast- zetting los te maken.

3. Controleer of de kettingschakels goed in de gelei-

dingssleuf van het zwaard 11 en op het ketting- wiel 21 liggen.

4. Draai de rode kettingspanring 13 klikkend met de

wijzers van de klok mee tot de juiste ketting- spanning is bereikt. Het klikmechanisme voor- komt dat de kettingspanning losraakt. Wanneer de kettingspanring 13 slechts moeilijk kan wor- den gedraaid, moet de spangreep 14 verder te- gen de wijzers van de klok in worden losgedraaid. De spangreep 14 mag meedraaien wanneer de kettingspanring 13 wordt ingesteld.

5. De zaagketting 10 is correct gespannen wanneer

deze in het midden ca. 3 – 4 mm kan worden op- getild. Dit moet met één hand gebeuren door het omhoogtrekken van de zaagketting tegen het ei- gen gewicht van de machine.

6. Wanneer de zaagketting 10 te sterk is gespan-

nen, moet de kettingspanring 13 tegen de wijzers van de klok in los worden gedraaid.

7. Klem bij optimaal gespannen zaagketting 10 het

zwaard 11 met de spangreep 14 rechtsom- draaiend vast. Gebruik geen gereedschap. Belangrijk: De kettingzaag wordt niet met zaagkettinghechtolie gevuld geleverd. Het is belangrijk om de kettingzaag voor ge- bruik met olie te vullen. Het gebruik van de ket- tingzaag zonder zaagkettinghechtolie of bij een oliepeil onder de minimummarkering leidt tot be- schadiging van de kettingzaag.

F016 L70 506 - Titel.book Seite 80 Dienstag, 23. Oktober 2007 1:28 1380 • F016 L70 506 • TMS • 19.10.07Nederlands - 81 De levensduur en de snijcapaciteit van de ketting hangt af van de optimale smering. Daarom wordt tij- dens het gebruik de zaagketting door middel van de oliesproeier 19 automatisch met zaagkettinghecht- olie gesmeerd. Olietank vullen: – Plaats de kettingzaag met de olietankdop 4 naar boven op een geschikte ondergrond. – Maak met een doek de omgeving van de olie- tankdop 4 schoon, schroef de dop los en verwij- der deze. – Verwijder het filterinzetstuk niet voor het vullen. – Vul de olietank met biologisch afbreekbare Bosch-zaagkettinghechtolie. – Let erop dat er geen vuil in de olietank terecht- komt. Breng de olietankdop 4 weer aan en sluit af. Belangrijk: Om de luchtuitwisseling tus- sen olietank en omgeving mogelijk te ma- ken, zijn er tussen de zeef en de olie- tankdop vier kleine compensatiekanalen aanwe- zig. Hierdoor kan afhankelijk van de functie in geringe mate olie naar buiten komen. Let erop dat de zaag altijd horizontaal (olietankdop 4 naar boven) wordt neergezet. Gebruik uitsluitend de geadviseerde, biologisch afbreekbare hechtolie om beschadiging van de kettingzaag te voorkomen. Gebruik nooit gere- cyclede olie of oude olie. Bij gebruik van niet-toegelaten olie vervalt de garantie. Let op de netspanning! De spanning van de stroombron moet overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje. Met 230 V aangeduide machines kunnen ook worden gebruikt met een spanning van 220 V. In- en uitschakelen Houdt de kettingzaag vast zoals beschreven bij „Werkzaamheden met de kettingzaag”. Als u de machine wilt inschakelen, drukt u op de in- schakelblokkering 3, vervolgens drukt u de aan/uit- schakelaar 2 helemaal in en houdt u de schakelaar in deze stand vast. De inschakelblokkering 3 kunt u nu loslaten. Als u de machine wilt uitschakelen, laat u de aan/ uit-schakelaar 2 los. Na het zagen mag de kettingzaag niet worden ge- stopt door het bedienen van de voorste handbe- scherming (activeren van de terugslagrem). De kettingzaag is voorzien van twee beschermings- voorzieningen: De motorrem remt de ketting na het loslaten van de aan/uit-schakelaar 2 af. De kettingrem is een beschermingsmechanisme dat bij terugslag van de machine wordt geactiveerd door het naar voren duwen van handbescherming 5. De ketting stopt binnen korte tijd. Voer van tijd tot tijd een functietest uit. Duw de voor- ste handbescherming 5 naar voren (stand ➋) zodat de rode punt 28 onder de markering 6 zichtbaar wordt en schakel vervolgens de kettingzaag kort in. De ketting mag niet aanlopen. Als u de kettingrem weer wilt ontgrendelen, dient u de voorste handbe- scherming 5 terug te trekken (stand ➊), zodat de rode punt 28 onder de markering 6 wordt bedekt. (zie afbeelding ) Voor het zagen Voor de ingebruikneming en regelmatig tijdens het zagen moeten de volgende controles worden uitge- voerd: – Verkeert de kettingzaag in een functieveilige toe- stand? – Is de olietank gevuld? Controleer de oliepeil- aanduiding 26 voor de werkzaamheden en regel- matig tijdens de werkzaamheden. Vul olie bij wanneer het oliepeil de onderkant van het peil- glas bereikt heeft. De vulling is voldoende voor ca. 15 minuten, afhankelijk van de pauzes en de intensiteit van de werkzaamheden. – Is de ketting juist gespannen en scherp genoeg? Controleer de kettingspanning tijdens het zagen elke 10 minuten. In het bijzonder bij nieuwe zaag- kettingen moet met vergroting worden gerekend. De toestand van de zaagketting beïnvloedt de zaagcapaciteit in belangrijke mate. Alleen scherpe kettingen beschermen tegen overbelas- ting. – Is de kettingrem ontgrendeld en haar werking ge- waarborgd? – Draagt u de vereiste beschermende uitrusting? Gebruik een veiligheidsbril en gehoorbescher- ming. Overige beschermende uitrusting voor uw hoofd, handen, benen en voeten wordt aanbevo- len. Geschikte beschermende kleding vermindert het verwondingsgevaar van wegvliegend materi- aal en het onbedoeld aanraken van de zaagket- ting. Ingebruikneming Terugslagrem en kettingrem Werkzaamheden met de kettingzaag

F016 L70 506 - Titel.book Seite 81 Dienstag, 23. Oktober 2007 1:28 13 81 • F016 L70 506 • TMS • 19.10.07Nederlands - 82 Terugslag van de zaag Terugslag van de zaag is het plotseling omhoog- of terugslaan van de lopende kettingzaag, dat kan op- treden bij aanraking van de zwaardpunt met het zaagmateriaal of bij een vastklemmende ketting. Wanneer zaagterugslag optreedt, reageert de ma- chine op onoverzienbare wijze en kan deze ernstige verwondingen veroorzaken bij de bediener of bij per- sonen in de werkomgeving. Zijwaarts zagen, schuin zagen en in de lengte zagen moet met bijzondere voorzichtigheid gebeuren om- dat de klauwaanslag 12 hierbij niet kan worden toe- gepast. Ter voorkoming van zaagterugslag: – Zet de kettingzaag zo vlak mogelijk aan. – Werk nooit met een losse, verslapte of sterk ver- sleten zaagketting. – Scherp de zaagketting zoals voorgeschreven. – Zaag nooit boven schouderhoogte. – Zaag nooit met de punt van het zwaard. – Houd de kettingzaag altijd stevig met beide han- den vast. – Gebruik altijd een terugslagremmende Bosch-zaagketting. – Gebruik de klauwaanslag 12 als hefboom. – Let op de juiste kettingspanning. Algemene werkwijze Houd de kettingzaag altijd met beide handen vast. Houd uw linkerhand vast aan de voorste hand- greep en uw rechterhand aan de achterste hand- greep. Omsluit de grepen altijd met duim en vingers. Zaag nooit eenhandig. Geleid de stroomkabel altijd naar achteren en houd deze buiten het bereik van de zaagketting en het zaagmateriaal. Positioneer de stroomkabel zo, dat deze zich niet in grote of kleine takken kan vastgrijpen. Gebruik de kettingzaag alleen wanneer u stevig staat. Houd de kettingzaag iets rechts van het eigen lichaam. De ketting moet voor het contact met het hout op volle snelheid zijn. Gebruik daarbij de klauwaan- slag 12 voor het vastzetten van de kettingzaag op het hout. Gebruik de klauwaanslag tijdens het zagen als hefboom. Zet bij het zagen van dikke takken of stammen de klauwaanslag op een lager punt neer. Trek daarvoor de kettingzaag terug om de klauwaanslag los te ma- ken en deze opnieuw lager aan te zetten. Haal de zaag daarbij niet uit de inzaging. Druk bij het zagen niet met kracht op de zaagketting, maar zorg met de klauwaanslag 12 voor een lichte hefboomdruk. Gebruik de kettingzaag nooit met gestrekte ar- men. Probeer niet op moeilijk bereikbare plaatsen te zagen, of staand op een ladder. Zaag nooit boven schouderhoogte. De beste zaagresultaten worden bereikt wanneer de kettingsnelheid niet door overbelasting daalt. Voorzichtig aan het einde van de inzaging. Zodra de zaag loskomt, verandert de gewichtskracht onver- wacht. Er bestaat kans op ongevallen voor benen en voeten. Trek de zaag alleen met lopende zaagketting uit de inzaging. Boomstammen zagen Let op de volgende veiligheidsvoorschriften: Leg de stam neer zoals op de afbeelding weergegeven en ondersteun deze zo dat de inza- ging niet sluit en de zaagketting niet vastklemt. Stel korte houtstukken in en klem deze vast voor het zagen. Zaag alleen voorwerpen van hout. Voorkom het aanraken van stenen en spijkers, omdat deze om- hoog geslingerd kunnen worden, de zaagketting kunnen beschadigen of ernstige verwondingen bij de gebruiker of omstanders kunnen veroorzaken. Raak met de lopende zaag geen draadafrasteringen of de vloer aan. De zaag is niet geschikt voor het snoeien van dunne takken. Zagen in lengterichting dient met bijzondere zorgvul- digheid te gebeuren, omdat de klauwaanslag 12 dan niet kan worden gebruikt. Houd de zaag in een vlakke hoek om terugslag van de zaag te voorkomen. Bewerk bij zaagwerkzaamheden op een helling al- tijd stammen van bovenaf of opzij staand of liggend zaagmateriaal. Let wegens gevaar voor struikelen op boomstron- ken, takken, wortels en dergelijke. Zagen van hout onder spanning Bij het zagen van onder spanning staand hout en on- der spanning staande takken en bomen bestaat een verhoogde kans op ongevallen. Hier is uiterste voor- zichtigheid geboden. Zulke werkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door een vakman. Wanneer hout aan beide zijden wordt ondersteund, eerst van boven (Y) een derde gedeelte van de dia- meter door de stam zagen en vervolgens van onde- ren (Z) op dezelfde plaats de stam doorzagen om splinteren en vastklemmen van de zaag te voorko- men. Voorkom daarbij contact van de zaagketting met de grond. Wanneer hout slechts aan één zijde wordt ondersteund, eerst van onderen (Y) een derde van de diameter naar boven zagen en vervol- gens op dezelfde plaats van boven (Z) de stam doorzagen om splinteren en vastklemmen van de zaag te voorkomen.

F016 L70 506 - Titel.book Seite 82 Dienstag, 23. Oktober 2007 1:28 13 82 • F016 L70 506 • TMS • 19.10.07Nederlands - 83 Bomen vellen Draag altijd een helm om beschermd te zijn tegen vallende takken. Met de kettingzaag mogen alleen bomen worden geveld waarvan de stamdiameter kleiner is dan de lengte van het zwaard. ➊ Scherm de werkomgeving af. Let erop dat zich geen personen of dieren ophouden in de buurt waar de boom valt. Probeer nooit om een vastgeklemde zaag met een lopende motor vrij te krijgen. Gebruik hou- ten spieën om de zaagketting te bevrijden. Als u met twee of meer personen tegelijkertijd zaagt en velt, houd dan als afstand tussen de vellende en de zagende personen minstens de dubbele hoogte aan van de te vellen boom. Let er bij het vellen van bomen op, dat u andere personen niet blootstelt aan gevaar, u geen leidingen raakt en geen materiële schade veroorzaakt. Als een boom met een stroom- leiding in aanraking komt, breng dan direct de ener- giemaatschappij hiervan op de hoogte. Stel u als bediener van de kettingzaag, bij zaag- werkzaamheden op een helling, boven de te vellen boom op, omdat de boom na de val waarschijnlijk bergaf zal rollen of glijden. ➋ Voor het vellen dient een vluchtweg te worden ge- pland en wanneer nodig vrijgemaakt te worden. De vluchtweg dient van de te verwachten vallijn schuin naar achteren weg te leiden. ➌ Houd voor het vellen rekening met de natuurlijke helling van de boom, de plaats van grote takken en de windrichting, om de valrichting van de boom te kunnen beoordelen. Verwijder vuil, stenen, losse schors, spijkers, nieten en draad van de boom. Inkepingen zagen: Zaag haaks op de valrichting een kerf (X – W) met een diepte van 1/3 van de boomdiameter. Zaag eerst de onderste horizontale inkeping. Hierdoor voorkomt u het vastklemmen van de kettingzaag of van de geleidingsrails bij het za- gen van de tweede inkeping. Inkeping voor het vellen van de boom zagen: Zaag de inkeping (Y) voor het vellen van de boom minstens 50 mm boven de horizontale inkeping. Zaag de inkeping voor het vellen van de boom paral- lel aan de horizontale inkeping. Zaag de inkeping slechts zo diep in, dat er nog een verbindingsstuk (valrand) blijft staan, dat als scharnier kan werken. Het verbindingsstuk verhindert, dat de boom draait en in de verkeerde richting valt. Zaag het verbin- dingsstuk niet door. Als de inkeping voor het vellen van de boom in de buurt van het verbindingsstuk komt, moet de boom met vallen beginnen. Als het erop lijkt, dat de boom mogelijkerwijs niet in de gewenste richting valt of te- rugbuigt en de zaagketting vastklemt, onderbreekt u het zagen van de inkeping voor het vellen van de boom en gebruikt u een spie van hout, kunststof of aluminium om de inkeping te openen en om de boom in de gewenste valrichting te doen omslaan. Als de boom begint te vallen, verwijdert u de ketting- zaag uit de inkeping, schakelt u de zaag uit, legt u deze neer en verlaat u het gevarenbereik via de ge- plande vluchtroute. Let op naar beneden vallende takken en struikel niet. Door het indrijven van een spie (Z) in de zaaglijn moet de boom nu ten val worden gebracht. Let wanneer de boom begint te vallen op naar bene- den vallende takken en twijgen. Takken van de gevelde boom afzagen Laat grote, naar beneden gerichte takken eerst nog staan wanneer u takken van de gevelde boom afzaagt. Zaag kleine takken in één keer af, zoals op de afbeelding getoond. Zaag onder spanning staande takken van onderen naar boven om vast- klemmen van de zaag te voorkomen. Boomstam in stukken zagen Zorg ervoor dat u stevig staat en verdeel uw li- chaamsgewicht gelijkmatig over beide voeten wan- neer u de gevelde boomstam in stukken zaagt. Leg indien mogelijk takken, balken of spieën onder de stam om deze te steunen. Houd u aan de aanwijzin- gen om gemakkelijk te zagen. Als de boomstam over de hele lengte gelijkmatig op de grond ligt, zoals afgebeeld, zaagt u vanaf de bo- venkant. Als de boomstam aan één kant hoger ligt, zoals afgebeeld, zaagt u eerst een derde van de stamdia- meter vanaf de onderkant en vervolgens de rest vanaf de bovenkant. Als de boomstam aan twee kanten wordt onder- steund, zoals afgebeeld, zaagt u eerst twee derde van de stamdiameter vanaf de bovenkant en vervol- gens een derde vanaf de onderkant. Ga bij zaagwerkzaamheden op een helling, zo- als afgebeeld, altijd hoger dan de boomstam staan. Verminder de aandrukkracht wanneer de stam bijna is doorgezaagd en blijf de handgrepen van de ket- tingzaag stevig vasthouden, zodat u tijdens het mo- ment van doorzagen de controle over de machine behoudt. Let erop dat de zaagketting de grond niet raakt. Wacht na het doorzagen tot de zaagketting tot stilstand is gekomen, voordat u de kettingzaag ver- wijdert. Schakel de motor van de kettingzaag altijd uit voordat u naar een andere boom gaat. Trek altijd voor onderhoudswerkzaamhe- den de stekker uit het stopcontact. Opmerking: Voer de volgende onderhoudswerk- zaamheden regelmatig uit zodat u verzekerd bent van een lang en probleemloos gebruik.

Onderhoud en reiniging

F016 L70 506 - Titel.book Seite 83 Dienstag, 23. Oktober 2007 1:28 13 83 • F016 L70 506 • TMS • 19.10.07Nederlands - 84 Controleer de kettingzaag regelmatig op klaarblijke- lijke gebreken, zoals een losse, versleten of bescha- digde zaagketting, losse bevestiging of versleten of beschadigde onderdelen. Bij de demontage van de zaagketting moet erop worden gelet dat deze eerst met de kettingspan- ring 13 wordt ontspannen. Wanneer het ontspannen wordt nagelaten, kunnen defecten in de SDS-groep optreden. Controleer of de afschermingen en veiligheidsvoor- zieningen intact en correct gemonteerd zijn. Nood- zakelijke reparaties en onderhoudswerkzaamheden moeten voor het gebruik van de kettingzaag worden uitgevoerd. Wanneer de kettingzaag ondanks zorgvuldige pro- ductie- en testprocédés toch defect raakt, moet de reparatie door een erkende klantenservice voor Bosch elektrische gereedschappen worden uitge- voerd. Maak voor verzending van een kettingzaag altijd de olietank leeg. Neem daarvoor de zeef uit de tank en breng deze vervolgens weer aan. Vermeld bij vragen en bestellingen van vervan- gingsonderdelen altijd het bestelnummer van 10 cijfers van de machine. Controleer de zaagketting en het zwaard volgens het gedeelte „Zaagketting spannen”. De geleidingssleuf van het zwaard verslijt in de loop van de tijd. Draai bij het vervangen van de zaagket- ting het zwaard 180° om de slijtage over beide zijden te verdelen. Bij SDS-modellen moet de kettingspannok 16 op het zwaard omgemonteerd worden. Controleer het kettingwiel 21. Wanneer het wiel door de grote belasting versleten of beschadigd is, moet het door een klantenservicewerkplaats vervangen worden. De zaagketting kan bij elke erkende klantenservice- werkplaats voor Bosch elektrische gereedschappen op vakkundige wijze worden geslepen. Met de Bosch-kettingslijpvoorziening of de Dremel-Multi met slijptoebehoren 1453 kunt u de ketting ook zelf slijpen. Neem de bijgeleverde gebruiksaanwijzing voor het slijpen in acht. U kunt de werking van de automatische kettings- mering controleren door de zaag in te schakelen en deze met de punt vlakbij een stuk karton of papier op de vloer te houden. Let op, raak de vloer niet aan met de ketting. Neem een veiligheidsafstand van 20 cm in acht. Wanneer hierbij een toenemend oliespoor zichtbaar wordt, werkt de automatische smering correct. Wanneer ondanks een volle olie- tank geen oliespoor zichtbaar wordt, dient u het ge- deelte „Problemen oplossen” te lezen of contact op te nemen met de Bosch-klantenservice. Zaagketting en zwaard

Reinigen Kettingslijp- en reinigingsset .............F 016 800 262 Kettinghechtolie, 1 liter...................... 2 607 000 181 Overig toebehoren Handschoenen..................................2 607 000 134 Veiligheidsbril....................................F 016 800 178 SNR 19 Gehoorbescherming (Geluidsniveauvermindering 19 dB (A)).......................................... 2 607 990 042 SNR 24 Gehoorbescherming (Geluidsniveauvermindering 24 dB (A)).......................................... 2 607 990 043 Reinig het kunststofhuis van de kettingzaag met be- hulp van een zachte borstel en een schone doek. Gebruik geen water, oplosmiddel of polijstmiddel. Verwijder alle verontreinigingen, in het bijzonder van de ventilatieopeningen 27 van de motor. Demonteer na een gebruiksduur van 1 tot 3 uur de afscherming 15, het zwaard en de ketting en reinig deze met een borstel. Zaagketting en zwaard vervangen of keren Slijpen van de zaagketting

F016 L70 506 - Titel.book Seite 84 Dienstag, 23. Oktober 2007 1:28 13 84 • F016 L70 506 • TMS • 19.10.07Nederlands - 85 Verwijder met een borstel al het vastzittende materi- aal onder de afscherming 15, het kettingwiel 21 en de zwaardbevestiging. Reinig de oliesproeier 19 met een schone doek. Wanneer het kettingspanmechanisme moeilijk loopt, dient u in de afscherming 15 het deksel 29 te verwijderen en vervolgens de spangreep 14 en de kettingspanring 13 tegen elkaar in te draaien, zodat de aanslag binnenin het mechanisme losraakt en naar buiten kan vallen. Klop de afscherming 15 licht uit en reinig het mechanisme met een zachte borstel of perslucht wanneer het erg vuil is. Gebruik hier- voor in geen geval ander gereedschap. Wanneer de kettingzaag langdurig moet worden op- geborgen, moeten zaagketting en zwaard eerst wor- den gereinigd. Bewaar de kettingzaag op een veilige plaats droog en buiten bereik van kinderen. Voorkom lekkage door te controleren dat het ge- reedschap in horizontale positie wordt weggelegd (olievuldop 4 naar boven gericht). Als het gereedschap in de verkoopverpakking wordt bewaard, moet de olietank zonder rest worden leeg- gemaakt. De volgende tabel geeft een overzicht van storingsverschijnselen en geeft aan hoe u problemen kunt oplos- sen wanneer uw machine niet goed werkt. Neem contact op met uw servicewerkplaats wanneer u het pro- bleem niet zelf kunt verhelpen. Let op: Schakel de machine uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat u op zoek gaat naar de fout.

Problemen oplossen Symptoom Mogelijke oorzaak Oplossing De kettingzaag werkt niet Terugslagrem geactiveerd Geen stroom Stopcontact defect Stroomkabel beschadigd Zekering defect Trek de handbescherming 5 in stand ➊ zo terug dat de rode punt bedekt wordt Controleer de stroomvoorziening Controleer de stroombron en probeer eventueel een andere Controleer de kabel en probeer even- tueel een andere Vervang de zekering Kettingzaag werkt met onderbrekingen Stroomkabel beschadigd Extern los contact Intern los contact Aan/uit-schakelaar defect Controleer de kabel en probeer even- tueel een andere Breng de kettingzaag naar een Bosch-reparatiewerkplaats Breng de kettingzaag naar een Bosch-reparatiewerkplaats Breng de kettingzaag naar een Bosch-reparatiewerkplaats Zaagketting droog Geen olie in de olietank Ontluchting in olietankdop verstopt Olieafvoerkanaal verstopt Vul olie bij Reinig de olietankdop Maak het olieafvoerkanaal vrij Terugslagrem en ket- tingrem Probleem met schakelmechanisme vooraan in handbescherming Breng de kettingzaag naar een Bosch-reparatiewerkplaats Ketting of geleidingsral heet Geen olie in de olietank Ontluchting in olietankdop verstopt Olieafvoerkanaal verstopt Kettingspanning te hoog Ketting bot Vul olie bij Reinig de olietankdop Maak het olieafvoerkanaal vrij Stel de kettingspanning in Slijp de ketting of vervang deze Kettingzaag trekt, trilt of zaagt niet goed Kettingspanning te los Ketting bot Ketting versleten Zaagtanden wijzen in de verkeerde richting Stel de kettingspanning in Slijp de ketting of vervang deze Vervang de ketting Monteer de zaagketting opnieuw met de tanden in de juiste richting F016 L70 506 - Titel.book Seite 85 Dienstag, 23. Oktober 2007 1:28 13 85 • F016 L70 506 • TMS • 19.10.07Nederlands - 86 Elektrische gereedschappen, toebehoren en ver- pakkingen moeten op een voor het milieu verant- woorde wijze worden hergebruikt. Alleen voor landen van de EU: Gooi elektrische gereedschappen niet bij het huisvuil. Volgens de Europese richtlijn 2002/ 96/EG over elektrische en elektroni- sche oude apparaten en de omzetting van de richtlijn in nationaal recht moe- ten niet meer bruikbare elektrische gereedschappen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt. Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over ver- vangingsonderdelen. Explosietekeningen en infor- matie over vervangingsonderdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com De medewerkers van onze klantenservice advise- ren u graag bij vragen over de aankoop, het gebruik en de instelling van producten en toebehoren. Nederland Tel.: +31 (076) 579 54 54 Fax: +31 (076) 579 54 94 E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com België en Luxemburg Tel.: +32 (070) 22 55 65 Fax: +32 (070) 22 55 75 E-Mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com Meetwaarden vastgesteld volgens 2000/14/EG (1 m afstand) en DIN 50 144. Het A-gewogen geluidsdrukniveau van de machine bedraagt kenmerkend: geluidsdrukniveau 92 dB (A); geluidsvermogenniveau 103 dB (A). Draag oorbeschermers. De kenmerkende gewogen versnelling bedraagt 11 m/s

Wij verklaren op eigen verantwoording dat dit pro- duct voldoet aan de volgende normen en norma- tieve documenten: EN 60 745, volgens de bepalin- gen van de richtlijnen 98/37/EG en 2000/14/EG, 2004/108/EG. EG-bouwtypecontrole nr. 210888100.01 CE door genotificeerde testinstantie nr. 0344. 2000/14/EG: Het gegarandeerde geluidsvermogen- niveau L