SCHEPPACH VS1000 - Trilplaat

VS1000 - Trilplaat SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis VS1000 SCHEPPACH in PDF-formaat.

📄 440 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice SCHEPPACH VS1000 - page 81
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
SKIP

Veelgestelde vragen - VS1000 SCHEPPACH

Gebruikersvragen over VS1000 SCHEPPACH

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Trilplaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VS1000 - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VS1000 van het merk SCHEPPACH.

GEBRUIKSAANWIJZING VS1000 SCHEPPACH

Verklaring van de symbolen op het product

Het gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico's. De veiligheidssymbolen en de bijbehorende uitleg要去en goed worden begrepen. De waarschuingen zich voorkomen geen risico's en+kunnen de juiste maatregelen betreffende ongevallenpreventie Niet verrangen.

Lees voorafgaand aan de ingebruikname de gezruikshandelieiding en de veiligheidsvoorschriften!Sjorpunt dient voor beveiliging van de machineijdens het transport.
Draag een veiligheidsbril!Het is verboden om beschermingsinrichtingen en veiligheidsvoorzieningen te verwijderen of te wijzigelen.
Draag gehoorbescherming!Grijp Niet in de draaiende onderdelen. Als u verstrekt raakt in de draaiende snaar kutu verwondingen aan uw hand oplopen. Plaats.altijd de riembescherming.
Draag werkhandsschoenen.Een open vlam of roken in de nabijheid van het apparaat is streng verboden!
Draag veiligheidsschoenen.Heet oppervlak! Aanraking kan brandwondenveroorzaken. Voeruitsluitend instandhoudings-, onderhouds- en reinigingswerkzaamheden uittonneer de motor is afgekoeld.
Stel het apparaat Niet bloot aan regen.Waarschuwing voor hete delen. Zorg ervoor dat andere personen voldoende veiligheidsafstand aanhouden. Houd onbeveegde personen uit de buurt van het apparaat.
Hijspunt,waaraan de machine veilig bevestigd kan worden, bijv. om deze op een transportvoertuig te laden.Bij het starten van de motor kunnen vonken ontstaan. Deze kunnen ontsteken in de nabijheid van brandbare gassen.
Gevaar voor vergiftigting! Gebruik het apparaat allen buitenschuis en nooit in gesloten of slecht geventileerde ruimten.- Choke gesloten - Benzinekraan open
Belangrijk: Schakel eerst de motor uit voordat de brandstof worden bijgevuld. Vul Niet bij als de motor stationair draait.Toerentalhendel
Schakel voor alle reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor uit en trek de bougiestekker uit de bougie. Wees uiterst voorzichtig bij de omgang met brandstoffen en smeermiddelen!Controle van het oliepeil.
108dB LWAGegarandeerd geluidsvermogensniveau van het apparaat.Gevaar!Signaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezigee, gevaarlijke situation die, indien deze nicht worden vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gezolgd heeft.
ON / OFF Aan/uit-schakelaar WAARSCHUWING!Signaalwoord voor aanduiding van een möglichke gevaarlijke situation die, indien deze nicht worden vermeden, tot de dood of ernstige verwondingen kan leiden.
CEHet product voldoet aan de geldende EU-bepalingen.VOORZICTHIG!Signaalwoord voor aanduiding van een möglichke gevaarlijke situation die, indien deze nicht worden vermeden, tot geringe of matige verwondingen kan leiden.
ΔΔHet product voldoet aan de geldende Servische richtlijnen.AANWIJZINGSignaalwoord voor aanduiding van een möglichke gevaarlijke situation die, indien deze nicht worden vermeden, materièle schade aan de machine of eigendommen tot gezolg kan hebben.
In deze gebruikshandleiding hebben wij punten, die uw veiligheid betreffen, van dit teken voorzien.

Inhoudsopgave: Pagina:

  1. Inleiding 81
  2. Apparaatbeschrijving (afb. 1). 81
  3. Inhoud van de levering (afb. 2) 81
  4. Beoogdgebruik 81
  5. Algemene veiligheidsvoorschriften 82
  6. Technische gegevens 85
  7. Uitpakken 85
  8. Montage 86
  9. Voor de ingebruikname 86
  10. Ingebruikname 88
  11. Reiniging en onderhoud 89
  12. Transport en optillen van de machine 92
    13.Opslag 93
  13. Afvalverwerking en hergebruik 93
    15.Verhelpen van storingen 94
  14. Conformiteitsverklaring 435

1. Inleiding

FABRIKANT:

Scheppach GmbH

Wij wensen u veel plezier en succes bij het werkemet uw nieuwe apparaat.

AANWIJZING:

De fabrikant van dit product is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid Niet aansprakelijk voor schade die aan dit product of door dit product ontstaan bij:

  • oneskundige behandeling,
  • Het Niet in acht nemen van de gebruiksaanwijzing,
  • reparations door derden, nicht geauthoriseerdevakmensen.
  • inbouw en verwanging van nicht-originele reserve-onderdelen,
  • Dat nicht conform de voorschriften is.

Let op:

De gebruikshandleiding maakt deel uit van dit product. Deze bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het product veilig, vakkundig en economisch werkt, hoe u gezaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart,uitvaltijden vermindert en de betrouwhaarheid en levensduur van het product verhoegt. Aanvullend op deveiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werkking van het product geldende voorschriften van uw land in acht nemen.

Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met alle bedienings- en veiligheidsinstructies. Gebruik het product uitsluitend als beschrenen en voor de aangegeven toepassingen. Bewaar de gebruikshandleiding waarom goed, en verstrek alle documentatione als het product worden doorgegeven aan derden.

2. Apparaatbeschrijving (afb. 1)

  1. Transportbeugel
  2. Veiligheidsframe
  3. Luchtfilter
    3a. Papierfilter
    3b. Schuimfilter
    3c. Luchtfilter-behuizingsdeksel
  4. Tankdop
    4a. Brandstofffilterelement
  5. Brandstoftank
  6. Gashendel
  7. chokehendel
  8. Ontluchtingslang
  9. Brandstofkraan op motor
  10. Motor

  11. Startmotor met trekkabel

  12. Olieaftapplug
  13. Oliepeilstok
  14. Olieaftapschroef stampvoet
  15. Geleidebeugel
  16. Aan/uit-schakelaar
  17. Stamperonderdeel
  18. stampvoet
  19. Brandstofkraan op brandstoffank
  20. aandrijving
  21. Adapterplaten (2x)
  22. Bougiestekker
    22a. Bougie
  23. Uitlaat
  24. Transportrol

3. Inhoud van de levering (afb. 2)

Trilstamper (A)
- 4 x inbusschroeven M10x25 (B)
- 1 x slangklem (C)
- 2 x inbusschroeven (D)
- 1 x transportinrichting (E)
- 2 x kabelbinder (F)
- 1 x bougiesleutel (G)
- 1 x veiligheidsframe (2)
- 1 x brandstoftank (5)
- 2xadapterplaten (21)
- 1 x gebruiksaaanwijzig

4. Beoogdgebruik

De machine voldoet aan de geldende EG-machinerichtlijn.

De machine is een motorisch aangedreten gereedschap en geschikt voor het verdachten van losse grond, klonten aarde en kiezels om waar bij een vaste en stabiele basis voor funderingen, onderbeton en overige ondergrundverstevigingen te vormen.

De machine isECHTERNiet geschikt voor het verdachten van grond met een hoog leemgehalte.

De machine mag uitsluitend voor het voorgeschreven doel worden gezruikt. Elk ander of verdergaand gebruik is Niet volgens de voorschriften. Deze machine mag alleen bediend worden door Personen, dieaarvoor opgeleid, geinstrueerd en bevoegd zich.

De gebruiker/bediener en Niet de fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel.

Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshandleiding makeen deel uit van het beoogd gebruik.

Personen die de machine bedieren of die onderhoud aan de machine verrachten, moeten hiermeebekend zich en op de hoogte zich van de möglichke gezaren.

De fabrikant is Niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan de machine worden aangebracht en de hieruit voortvloeije schade.

De machine mag uitsluitend met de originele onder-delen en originele accessoires van de fabrikant worden gebruikt.

Let erop dat once apparaten volgens het beoogd gebruik Niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijkke of industrièle toepassenen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanner het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijkke of industrièle onderemingen of bij soortgelijke werkzaamheden worden ingezet.

5. Algemene veiligheidsvoorschriften

In deze gelebruikshandleiding hebben wij punten die uwveiligkeit betreffen van dit teken voorzien:

Bovendien bevat de gebruikshandleiding andere belangrijke tekstgedeeltes die met hetwoord "LET OP!" worden weergegeben.

Let op!

Bij het gebruik van apparaten要去en enkele veiligheidsmaatregelen in acht genomen worden, om letsel en schade te voorkomen. Lees waarom deze gebruikshandleiding /veiligheidsvoorschriften zorgvuldig door. Indien u het apparaat aan andere personen mocht overhandigen, overhandig dan tevens deze gebruikshandleiding /veiligheidsvoorschriften. Wij hunnen Niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade,veroorzaakt door Niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften.

GEVAAR

Bij het Niet in acht nemen van deze aanwijzing bestaat het gevaar op zeer ernstig of dodelijk letsel.

WAARSCHUWING

Bij het Niet in acht nemen van deze aanwijzing bestaat het gevaar op ernstig of dodelijk letsel.

VOORZICHTIG

Bij het Niet in acht nemen van deze aanwijzing bestaat er gevaar voor Licht tot gemiddeld ernstige verwonding.

AANWIJZING!

Bij het Niet in acht nemen van deze aanwijzing bestaat het gevaar op een beschadiging van de motor of van andere zaken of goederen.

Leer uw machine kennen.
- Lees de gebruikhandleiding zorgvuldig door en zorg ervoor dat u de inhoud en alle etiketten die op de machine zijn aangebracht, begrijpt.

  • Maak uzelf vertrouwd met het toepassingsgebied, de beperkingen van de machine en eventuele spe-ciale bronnen van gevaar.
  • Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met alle bedie-ningselementen en hun functie.
  • Zorg ervoor dat u weet hoe u de machine kurz stoppen en de bedieningselementen snel kurz uitschakelen.
  • Probeer de machine Niet te gebruiken zonder de exacte bedienings- en onderhoudsvereisten van de motor te kennen en hoe ongelukken met persoonlijk letsel en/of materiele schade+kennen worden voorkomen.
  • Houd andere Personen, met name kinderen uit de buurt van het werkbereik.

Werkomgeving

  • Start of gebruik de machine nooit in een gesloten of slecht geventileerde ruimte. De uitlaatgassen zijn gevaarlijk,ondat ze het reukloze en dodelijkke gas koolmonoxide bevatten. Gebruik de machine uitsluitend in goed geventileerde buitenruimtes.
  • Gebruik de machine nooit bij slecht zicht of slechte lichtomstandigheden.
  • Zorg ervoor dat de wanden van een greppel stabel bijn en Niet instorten vanwege de trillingen. Voorzichtig, val- of kantelgevaar!
  • Zorg ervoor dat het te stampen bereik geen elektrokabels, gas- of waterleidingen bevat, die door de trillingen beschadigd können rake.
  • Wees voorzichtig als u in de buurt van onbeschemde boringen of bouwputten werkt.
  • Werken met het apparaat nooit bij regen, onweeren in het bijzonder Niet bij risico op blikkseminslag.
  • Neem bij slechte weersomstandigheden, op oneffen terreinen of hellingen een veilige stabiele stand in.
  • Gebruik de machine alleen op bouwplaatsen, waar de bedrijsomstandigheden van de bouwplaats een correct machinegebruik toestaan. Neem in het specifiek het volgende in acht:

  • de stabiliteitsomstandigheden;

  • de grondeigenschappen en -draagkracht;
  • de bredede van de rijweg;
  • de hoogte-breedteverhouding van te overrijden hindernissen en randen (bijv. in verband met trommelbreedte; stoephoogte; greppeldiepte);
  • de kiephoek van de machine en de bedrijfsomstandigheden op de bouwplaats, die een negatif effect op de stabiliteit hebben (bijv. stoephoogte, dynamische effecten).

  • Let bij het gebruik op dergelijkte terreinen op specifieke gezaren bijv.:

  • neem de lokale voorschriften voor het bedrijf inRCT,

  • houd afstand tot bovengrondse elektrische leidingen,
  • let bij gebruik in tunnels op dampen en stofvorming,
  • let in het bijzonder op gevaar bij werkzaamheden in verruilde omgevingen.

Persoonlijkke verilgheid

  • Gebruik de machine Niet als u drugs, alcohol of medicijnen hebt gebruikt die uw vermogen om de machine correct te bedieren, beinvloeden.
  • Draag passende kleding. Draag een lange broek en handschoenen. Draag veiligheidsschoenen met stalen neuzen, stalen zolen en slipbestendig profiel.
  • Draagijdens de werkzaamheden gehoorbescherming en een veiligheidsbril. Gebruik bij stofproducrende werkzaamheden een ademhalingsbescherming.
  • Draag geen losse kleding, korte broeken of siera-den van welke aard dan ook; draag langhaar in een knot of staart zodate het Niet langer is dan schouder-lenge. Houd uwaar, kleding en handschoenenuit de buurt van bewegende delen. Losse kleding, sieraden of langhaar kan vast kome te zitten in bewegende delen.
  • Laat de veiligheidsafdekkingen op hunplaats en werkend.
  • Zorg ervoor dat alle moeren, boute ntc. goed vastzitten.
  • Gebruik de machine nooit als darüber moet worden gerepareerd of in slechte mechanische staat verkeert. Vervang beschadigde, ontbrekende of defecte onderdelen voor gebruik.
  • De bedieningspersoon要去 ten minste 18aaroud zich. Stagiaires要去 ten minste 16aar zijn, en mogen darüberuitsluitend ondertoezicht met de machine werken.
  • Alle bedieningspersonen要去en voldoende opgeleid zich in het gebruik, de instelling en de bediening van de machine.
  • Controller de machine op brandstoflekkage.
  • Houd ze functioneel. Gebruik de machine nicht als de motor Niet met de bijbehorende schakelaar kan worden in- enuitgeschakeld.
  • Een op benzine aangedreven machine die nicht via de motorschakelaar kan worden bediend, is gevaarlijk en要去 worden verrangen.
  • Voordat u de machine start, dient u er een gewoonte van te makeen om eerst te controleren of de schroevendraier en de moersleutel Niet in de buurt van de machine zich. Een schroevendraier of sleutel die nog op een draaiend machineonderdeel zit, kan persoonlijk letsel veroorzaken.
  • Wees alert, let op uw handelingen en gebruik uw gezond verstand bij het werk den met de machine. Overdrijf Niet.
  • Gebruik de machine Niet als u op blote voeten loopt of als u sandalen of soortgelijke lichte schoenen draagt. Draag werksochoenen die uw voeten beschemen en uw stabiliteit op gladde oppervlakken verbeteren.
  • Zorg te allenincidente voor een goede stabiliteit en evenwicht. Hierdoor(Intu de machine beter controeren in onverwachtete situatuies.

  • Vermijd een onbedoelde start. Zorg ervoor dat de motorschakelaar is uitgeschakeld voordat u de machine vervoert of onderhoudswerkzaamheden aan de machine uitvoert. Transport- of onderhoudswerkzaamheden aan de machine konnen leiden tot ongelukken als de schakelaar is ingeschakeld.

  • Op verschillendeplaatsen van de machine bestaat er beknellingsgevaar door bewegende of draaiende modules. Houd handen en voeten uit de buurt van deplaat. Werk geconcentreerd en zorg ervoor dat u altiijd stevig staat. Draag verilgheidsschoenen!
  • Zorg ervoor dat de machine en de operator beiden stabiel staan bij het opstellen op een effen ondergrond en dat de machineijdens het gebruik Niet Kantelt, weglijdt of valt.

Veiligheid bij de omgang met benzine

  • Benzine is zeer ontvlambaar en de gassen ervan kunnen exploderen als ze ontsteken.
  • Neem veiligheidsmaatregelen bij de omgang met benzine om het risico op ernstige verwonding te verminderen.
  • Gebruik een geschikte benzine jerrycan bij het vullen of aftappen van de brandstoftank.
  • Voer deze werkzaamheden uit in schone, goed geventileerde buitenruimtes.
  • Niet roken. Laat geen vonken, vuur of andere vuurhaarden in de buurt komen bij het tanken van benzine of bij het gebruik van de machine.
    Vul de brandstoffank nooit binnenshuis. Houd geaarde, elektrisch geleidende objecten, zoals gereedschappen,uit de buurt van vrijstaande elektrische onderdelen en leidingen om vonden of vlambogen te voorkomen. Hierdoor konnen benzinegassen gaan ontsteken.
  • Zet de motor altijd stil en-Laat hem afkoelen voordatu de brandstoftank vult. Verwijder de tankdop en vul de brandstoftank nooit als de motor draait of als de motor heet is.
  • Gebruik de machine nicht als u op de hoogte bent vanlekken in het benzinesystem. Maak de tankdop langzaam los om eventuele druk in de brandstoffank te ontlasten. Vul de brandstoffank nooit te vol (de benzine mag nooit boven het aangegeven maximale vulpeil komt). Sluit de brandstoffank goed af met de tankdop en veeg gemorste benzine op.
  • Gebruik de machine nooit als de tankdop nicht goed is vastgeschroefd. Vermijd ontstekingsbronnen in de buurt van gemorste benzine. Als er benzine worden gemorst,要去 u Niet proberen de machine te starten. Verwijder de machine uit het gedeelte waar gemorst is en voorkom vorming van ontstekingsbronnen totdat de benzinegassen zijn verdampt.
  • Bewaar benzine in special voor dit doel gemaakte jerrycans.
  • Bewaar benzine in een koele, goedGeVentileerde ruimte,uit de buurt van vonden en vlammen of andere ontstekingsbronnen.

Bewaar benzine of de machine met een volle brandstoftank nooit in een gebouw waar benzinedampen in contact kuren komet vonken,open vuur of andere ontstekingsbronnen, zoals boilers,kachels, wasdrogers en dergelijkke.
- Laat de motor afkoelen voordat u de machine in een gesloten ruimte opstaat.

Gebruik en onderhoud van de machine

  • Til of draag de machine nooit als de motor draait.
  • Gebruik geen geweld met de machine.
  • Gebruik de juiste machine voor uw toepassing. De juiste machine zal het werk waarvooor hij is ontworpen beter en veiliger uitvoeren.
  • Verander de instelling van de toerenalregelaar van de motor Niet en LAST de motor Niet oververhitten. De toerenregelaar regelt het maximale toerenal van de motor met maximale veiligheid.
  • Laat de motor Niet op hoge snelheid draaien als uiet verdicht.
  • Houd handen of voeten uit de buurt van draaiende delen.
  • Vermijd contact met hete benzine, olie, uitlaatgassen en hete oppervlakken. Raak de motor of de uitlaatdemper Niet aan. Deze onderdelen worden bijzonder warm tijdens het gebruik. Ze zich nog steeds warm, zelfs korte tijd nadat de machine isuitgeschakeld.
  • Laat de motor afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden of instellingen goatsuitvoeren.
  • Als de machine ongewone geluiden of trillingen gaat make, schakelt u de motor directuit, koppelt u de bougiekabel los en zoekt u maar de oorzaak. Ongebruikelijkke geluiden of trillingen zijn meestal een teken van storing.
  • Gebruik alleen door de fabrikant goedgekeurde hulpstukken en accessoires. Bij het Niet in acht nemen, kan dit leiden tot letsel.
  • Voer onderhoud aan de machine uit. Controller je op onjuiste uitlijing of aver stopping van bewegende delen, schade aan onderdelen en andere omstandigheden die van invloed hunnen op de werking van de machine. Laat de machine eerst repareren voordat u de machine verder gebruikt als u schade ontdek. Veel ongevallen hun het gevolg van slecht onderhonden apparatuur.
  • Houd de motor en de uitlaatdemper vrij van gras, bladeren, overmatige smering of koolestafzetting om het risico op brand te verminderen.
    Maak de machine nooit vochtig of nat met water of een andere vloeistof.
  • Houd de handgrepen droog, schoon en vrij vankleine onderdelen.
  • Reinig de machine na elk gebruik.
  • Neem de geldende richtlijnen voor afvalverwijdering voor benzine, olie etc. in acht om het milieu te beschemen.

  • Houd de uitgeschakelde machine buiten het bereik van kinderen en sta Niet toe dat Personen, die nicht vertrouwd zijn met de machine ofDeze handleiding hebben gelezen, de machine gebruiken. De machine is gevaarlijk in handen van ongetrainde gebruikers.

  • Zorg ervoor dat de machine Niet kantelt, weglijkdt, rolt of valt als deze Niet in gebruik is.

Service

  • Schakel voor reinigings-, reparatie-, inspectie- of afstelwerkzaamheden de motor uit en zorg ervoor dat alle bewegende delen stilstaan.
  • Zorg er.altijd voor dat de motorschakelaar in de stand "OFF" staat. Maak de bougiekabel los en houd deze uit de buurt van de bougie om te voorkomen dat deze per ongeluk start.
  • Laat uw machine onderhonden door gekwalificeerd personeel. Gebruik alleen originele reserveonder-delen. Hiermee worden gewaarborgd dat de machine veilig blijft.

Aanvullende veiligheidsvoorschriften

  • Houd handen, vingers en voeten uit de buurt van de grondplaat om letsel te voorkomen.
  • Houd de handgreep van de machine met beiden handen stevig vast.
  • Blij aftijd achter de machine als u deze gebruikt; loop of sta nooit voor de machine als de motor draait.
  • Plaats nooit gereedschap of andere voorwerpen onder de machine. Als de machine gegen een vreemd voorwerp aanloopt, stop dan de motor, trek de bougiekabel los en controllerer de machine op schade; repareer de schade voordat u de machine opnieuw opstart en gebruikt.
    Overbelast de machine Niet door te diep of te snel te verdichten.
  • Gebruik de machine Niet met hoge snelheden op harde of gladde oppervlakken.
  • Wees met name voorzichtig bij het gebruik van de machine op of bij het oversteken van grindbedden, paden of wegen.
  • Kijkuit voorverborgengevaren ofverkeer.Vervoergeenmensen.
  • Verlaat nooit de werkplek en LAST de machine nooit onbeheerd awhile als de motor draait.
  • Stop de machine altijd als het werk worden onderbroken of als u van de ene plaats waar de andere loopt.
  • Blij uit de buurt van greppelranden en vermijd handelingen die de machine können去做vallen. Ga voorzichtig in een rechte lijn waar voren en terug om te voorkomen dat de machine op de operator valt.
  • Plaats de machine altijd op een stevige en vlakke ondergrond en schakel de machine uit.
  • Beperk de werkelijk aan de machine en neem regelmatig pauzes om de trilbelasting te verminderen en uw hand teLATEN rusten. Verminder de snugheid en de kracht waarmee u herhalende bewegingenuitvoert.

Restrisico's

De machine is gebouwd volgens de stand van de techniek en de erkende verilgheidstechnische regels. Toch kanijdens de werkzaamheden spreke zichn van enkele restrisico's.

  • Bovendien kann er ondanks alle getroffen voorzieningen verborgen restrisico's bestaan.
  • Restrisico's kennen worden geminalisiererd als de "veiligheidsvoorschriften" en het "gebruik conform de voorschriften", alsok de gebruikshandleiding in acht worden genom.
  • Voorkom het onvoorzien opstarten van de machine.
  • Gebruik het gereedschap dat in deze gebruiskandleiding worden aanbevolen. U verkrijgt dan optimaile prestaties met uw machine.
  • Houd uw handen buiten de werkomgeving, wanner de machine in bedrijf is.

Stamplaat L x B. 345 x 285 mm

Slag van de stampplaat. 40-66 mm

Aantal slagen 450 - 650 /min

Centrifugaal kracht. 10 kN

Motor-type 1 cylinder/4 takt

Max. motorvermogen 4,1 kW

Cylinderinhoud 196 ccm

Toerental max. 3600/min

Brandstof. Super E10 benzine

Brandstoftankinhoud 2,8 liter

Hoeveelheid motorolie 0,6 liter

Motorolie. .SAE 10W-30/SAE 10W-40

Stampsystem smering .SAE 10W-30

Inhoud voor olie in het stampsystemeem 0,8 liter

CO.-uittstoot 811,46 g/kWh

Bougie .F7RTC

Elektrodenafstand 0,7-0,8mm

Gewicht 78 kg

Technische wijzigingen voorbehonden!

Geluid en trilling

De geluidswaarden zijn bepaald volgens EN ISO 3744.

De totale trillingswaarden (vectorsom van drie richtingen) worden bepaald overeenkomstig EN 500-4.

Lawaai kan ernstige gezondheidsklachten tot gevolg hebben. Als het geluid van de machine hoger is dan 85 dB, dient u geschikte gehoorbescheming te dragen.

Geluidswaarden

Geluidsvermogensniveau LwA 108 dB

Geluidsdrukniveau L87,45 dB

Onzekerheid Kwa/pA. 3 dB

Trillingseigenschappen

Trillingrechterhandgreepa 30,61 m/s2

Trilling linker handgreep a 29,37 m/s²

De aangegeven geluidswaarden zijn volgens een genormeerde testmethode gemeten en+kunnen gebruikt worden om verschillende gereedschappen met elkaar te vergelijkken.

Bovendien zich deze waarden geschikt om belastingen voor de gebruiker, die door geluid ontstaan, te voren in te konnen schatten.

Waarschuwing! Afhankelijk van de manier waar op u de machine gebruikt,+kennen de daadwerkelijkke waarden van de aangegeven waarden afwijken.

Neem maatregelen om uzelf gegen geluidshinder te beschermen.

Houd waar bij rekening met het complete werkproces, dus ook tiijden, waarin het gereedschap onbelast draait of uitgeschakeld is.

Passende maatregelen omvatten onder andere het regelmatig onderhonden en verzorgen van het gereedschap en van de inzetstukken, regelmatige pauzes evenals een goede planning van de werkprocessen.

Waarschuwing!

Bij langdurige werkzaamheden können door de trillingen stoornissen in de doorbloeding in de handen van de gebruiker optreden (witte vinger syndroom).

Raynaud-syndroom (dove vingers) is een vaatziekte, waar bijkleine bloedvaten in de vingers en tenen acuut verkrampen. De desbeteffende lichaamsdelen worden dan nicht meer voldoende van blood voorzien waardoor ze een bleke kleur krijgen. Het Frequente gebruik van trillende apparaten kan zenuwbeschadigingen verroorzaken bij personen met een verminderde doorbloeding (bjv. rokers, diabetici).

Als u ongewone beperkingen bespeurt, stopt u direct de werkzaamheden en raadpleegt u een arts.

Neem de volgende aanwijzingen in alot om de risico's te beperken:

  • Houd uw lichaam en met name uw handen bij koud weer warm.
  • Las regelmatig pauzes in en beweeg hierbij de handen om de doorbloeding te bevorderen.
  • Zorg voor zo min möglichke trillingen van de machine door regelmatig onderhoud en stevig bevestigde delen op het apparaat.

7. Uitpakken

  1. Open de verpakking en haal het apparaat er voorzichtiguit.
  2. Verwijder het verpakkingsmaterialieaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen. Verwijder de transportbeveiligingen met een steeksleutel SW 10 mm (niet meegeleverd).
  3. Controller of de inhoud van de levering volledig is.

  4. Controller het apparaat en de hulpstukken op transportschade. Bij klachten要去 direct contact worden opgenomen met de expediteur. Reclamacies op een later tijdstep worden Niet erkend.

  5. Bewaar de verpakking indien möglichk tot na het verstrijken van de garantietijd.
  6. Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het apparaat aan de hand van de gebruikshandleiding.
  7. Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserveonderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
  8. Geef bij bestellingen once artikelnummers alsook type en bouwjaar van het apparaat aan.

GEVAAR

Het apparaat en de verpakkingsmaterialen zich geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen nicht met plastic zakken, folies enkleine onderdelen spe-len! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!

8. Montage

WAARSCHUWING!

Gevaar voor letsel en materiele schade!

Het gebruik van Incorrecte reserveonderdelen en toebehoren kan tot verwondingen en beschadigingen leiden. Deze können loskomen en worden weggeslingerd. Bovendien können deze de prestaties van de machine verminderen.

  • Gebruik uitsluitend reserveonderdelen en accessoires van de fabrikant. Originele onderdelen of originele accessoires zijn verkrijgbaar bij uw leverancier.
  • Bij het Niet in zich nemen kuren de prestaties van de machine verminderen en kuren onderdelen evt. loskommen.
  • Bij het Niet in acht nemen vervalt de garantie van de fabrikant.

AANWIZING!

Door het hoge machinegewicht adviseren wij de montage uit te voeren met ten minste twee Personen.

Bij de levering zich er enkele delen gedemonteerd. Voor de montage heb je nodig:

  • Steeksleutel SW 13 mm (montage brandstoftank)
  • Punttang (montage brandstoftank)
  • Steeksleutel SW 16 mm (montage veiligheidsframe en adapterplaten)
  • Steeksleutel SW 8 mm (montage gashendel)
  • Steeksleutel SW 10 mm (montage gashendel)
    Het montagegereedschap is nicht bij de levering inbegren.

8.1 Veiligheidsframe (2) monteren (afb. 3)

  1. Verwijder verzolgens aan beiden zijden de vier inbusschroeven M10x25 (B), de veerring en vulplaten van de adapterplaten (21).
  2. Monteer het veiligheidsframe (2) met vier inbus-schroeven M10x25 (B), de veerringen en vulpla-ten aan beiden zijden van de adapterplaten (21).
  3. Draai de inbusschroeven (B) goed aan met een steeksleutel SW16.

8.2 Brandstoftank (5) monteren (afb. 4, 5)

  1. Monteer de brandstoffank (5) met twee inbusschroeven (D), twee vulplaten M8 en twee borgtandmoeren M8 op de houserplaat van het verigheidsframe (2).
  2. Draai de inbusschroeven (D) goed aan met een steeksleutel SW13.
  3. Steek de benzineslang op de brandstofkraan op brandstoffank (19). Borg de benzineslang met de slangklem (C) om weglijk den te voorkomen. Gebruik hiervoen een punttang.

8.3 Gashendel (6) monteren (afb. 2, 6)

  1. Monteer de gashendel (6) met de bevestigingsbeugel, twee inbusschroeven M6x30 en twee zelfborgende moeren M6 aan het veriligheidsframe (2).
  2. Draai de inbusschroeven en moeren goed vast met een steeksleutel SW10 en een steeksleutel SW8.
  3. Bevestig de gaskabel met de meegeleverde kabelbinders (F) op het verilgheidsframe (2).

9. Voor de ingebruikname

LET OPI!

Het is belangrijk dat de machine volledig worden gezemonteerd voordat deze in gebruik worden genomen!

WAARSCHUWING!

Gevaar voor de gezondheid!

Bij het inademen van benzine-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zichs tot de dood leiden.

  • Adem benzine-/smeeroliedampen en uitlaatgasseniet in.
  • Gebruik de machine alleen in de open lucht.

AANWIJZING!

Als de machine zonder of met te weinig motor- of transmissieolie worden gebrukt, kan dit tot motorschade leiden.

  • Vul voor de ingebruikname benzine en olie in. De machine worden zonder motor- of transmissieolie geleverd.

AANWIJZING!

Mileuschade!

Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden.

  • Olie uitsluitend vullen/aftappen op vlakke, stevige ondergronden.
  • Gebruik een vulpijp of trechter.
  • Vang afgetapte olie in een geschikte container op.
  • Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.
  • Verwijder olie conform de lokale voorschriften.

AANWIJZING!

Risico op materièle schade!

Indien incorrect opgeslagen of nicht afgetapte brandstoffen worden gebruikt, kan de carburateur verstoppen of de werking van de motor beinvloeden.

  • Voer brandstof wat u niet nodig heeft, in een lucht-dichte tank en bewaar deze in een donkere, koele ruimte.

9.1 Benzine bijvullen (afb. 8)

Let op!

De machine worden geleverd zonder benzine. Voor ingebruikname waarom alkijd benzine bijvullen. Gebruik hiervoor Super E10 benzine.

GEVAAR!

Brand-enexplosiegevaar!

Brandstof kan zich bij het vullen ontsteken en eventueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zichs de dood.

  • Schakel de motor uit en LAST deze afkoelen.
  • Houd uit de buurt van hitte, vlammen en vonden.
  • Vul brandstof alleen in de open lucht bij. Tank dem machine nicht vol verwijl deze op het transportvoertuig staat.
    Draag veiligheidshandschoenen.
  • Vermijd huid-en oogcontact.
  • Start de machine met een afstand van minimaal 3 m tot de vullocatie van de brandstof.

Aanwijzing: Gebruik een brandstofffilter (4a). Bij het brandstofffilterelement (4a) gaat het om een filterbeker, die zich direct onder de tankdop (4) bevindt en alle gezulde brandstof filtert.

  1. Reinig de omgeving van het vulgedeelte. Verontreinigingen in de brandstoftank (5) veroorzaken bedrijfsstoringen.
  2. Open voorzichtig de tankdop (4) zodateventuele overdruk kan ontsnappen.
  3. Vul de brandstoffank (5) met behulp van een trechter (niet meegeleverd) met benzine (Super E10). Brandstofffilter element (4a) gebruiken. Let op de max. vulcapaciteit van 2,8 liter. Vul voorzichtig de benzine bij tot aan de onderkant van de vulpijp.

  4. Sluit de tankdop (4) weer. Controller of detankdop (4) goed sluit.

  5. Reinig de tankdop (4) en de omgeving.
  6. Controller de brandstoffank (5) en de brandstoffleidingen op lekkages.
  7. Neem minimaal drie meter van de plek waar u brandstof hebt bijgevuld voordat u de motor (10) start.
  8. Gebruik geen reeds gebruekte en verontreinigde benzine. Laat geen vuil en water in de brandstof-tank (5)kommen.

9.2 Motorolie bijvullen (afb. 8, 9)

Letop!

De machine worden geleverd zonder motorolie. Voor ingebruikname waarom aktijd olie bijvullen. Gebruik multipurpose olie (SAE 10W-30 of SAE 10W-40 (afhankelijk van de bedrijfstemperatuur).

Aanwijzing: Controller regelmatig voor elke ingebruikname het oliepeil. Een te laag oliepeil kan de motor beschadigen.

  1. Plaats de machine op een vlakke, rechte ondergrond.
  2. Schroef de oliepeilstok (13) los.
  3. Vul de tank met motorolie met behulp van een trechter (niet meegeleverd). Let op de max. vulhoeveelheid van 600ml . Vul de olie voorzichtig bij tot aan de onderkant van de vulpijp.
  4. Veeg de oliepeilstok (13) met een schone, pleas-vrije doek schoon.
  5. Voer de oliepeilstok (13) waar in en controller het oliepeil zonder de oliepeilstok (13) waar vast te schroeven.
  6. Het oliepeil moet binnen de middelste markings op de oliepeilstok (13) staan.
  7. Als het oliepeil te laag is, voeg dan de aanbevolen hoeveelheid olie toe (max. 600 ml).
  8. Schroef de oliepeilstok (13) cervolgens weer vast.

9.3 Smering van het stampsystemeem (afb. 10)

Smeerolie wordt door de trilbeweging van de machine in het gehele stampsystem verdoeffd. Tijdens het bedrivf van de machine gaat de olie door de boorgaten in de zuigers van de bodem maar de machine waar het carter.

Het oliepeil in het stampsysteme moet altijd op het juiste peil worden gehonden om een efectief stamp-bedrijf te garanderen.

Opmerking: Als de machine in horizontale positie getransporteerd of al gebruikt is, moet deze 15 minuten lang rechttop staan, voordat het oliepeil gecontroleerd kan worden. Daardoor kan de olie zakken en een betere meetwaarde leveren.

  1. Plaats de machine op een vlikke, rechte ondergrond. Kantel de machine zo dat deze in een rechte hoek tot de grond staat.

  2. Verwijder verontreinigingen in het bereik van het kijkglas van de olieaftapplug van de spampvoet (14).

  3. Controller het oliepeil door het kijkglas van de olieaftapplug van de spampvoet (14). De stampsysteemsmering is in orde, als het oliepeilglas ongeveer 1/2 - 3/4 vol aangeeft.
  4. Als er geen olie zichtaar is,要去 olie worden bijgevuld.
  5. Kantel de machine waar voren, totdat deze op de transportrol (24) ligt.
  6. Verwijder de olieaftapplug van de stampvoet (14) met een steeksleutel SW24 mm en een palsleutel (niet meegeleverd).
  7. Vul de olie bij met behulp van een trechter (niet bij de levering inbegren). Let op de max. vulhoeveelheid van 800 ml. Gebruik multipurpose olie (SAE 10W-30 of SAE 10W-40 (afhankelijk van de bedrijfstemperatuur).
  8. Schroef de olieaftapplug van de stampvoet (14) weer in. Draai de olieaftapplug van de stampvoet (14) goed aan met een aanhaalmoment van 9 Nm (6 ft-lbs.).
  9. Zet de machine wee rechtop.

AANWIJZING: Het stampsystemeietn overvullen met olie. Een te hoog oliepeil kan tot een hydraulische blokkering in het stampsysteme Ieiden. Dit kan tot een foufief bedrijf leiden en schade aan de koppeling van de motor, het stampsysteme en de spampvoet Ieiden.

9.4 Stampvoet (18) (afb. 1)

Bij een neue machine要去en voor elke ingebruikname of na het inbouwen van een neue stampvoet (18) alle bevestigingsmoeren met een steeksleutel SW19 (niet meegeleverd) worden aangehaald. Bij gebruik van een momentsleutel (niet meegeleverd) bedraagt het aanhaalmoment 86 Nm.

10.Ingebruikname

LET OP!

Lees zorgvuldig de veiligheidsaanwijzingen door.

10.1 Voorbereiding

Zet de machine rechtop op een vaste, vlakke ondergrond om een correcte smering van de motor (10) te garanderen.

Controle voor gebruik

  • Controller alle zijdes van de motor op olie of brandstoflekken.
  • Controller het motoroliepeil.
  • Controller het brandstofpeil - de brandstoffank要去 minstens halfvol
  • Controller de conditie van het luchtfilter.
  • Controller de conditie van de brandstofleidingen.
  • Let op tekenen van schade.

  • Controller of alle veiligheidsafdekkingen zijn aangebracht en of alle schroeven, moeren en pennen zichaangedraaid.

  • Controller de externe schroefverbindingen op goede bevestiging.
  • Controller of de machine op een vaste, vlakke en stabiele ondergrund staat om omkanten te voorkomen. Gevaar voor verwondingen en kantelen!
  • Controller de standplaats. Start de machine nicht op harde oppervlakken zoals asfalt of beton. Vermijd opstellocaties met uitsparingen of gaten (zoals bijv. plassen). Bij gladde, natte oppervlakken staat gevaar voor uitgijden!

10.2 Aan/uit-schakelaar (16) (afb. 11)

De aan/uit-schakelaar (16) activeert of deactiveert het ontstekingssysteme. De aan/uit-schakelaar (16) moet in de stand ON staan om de motor (10) te lately draaien.

De motor (10) stopt wanneer de aan/uit-schakelaar (16) in de OFF-stand worden gezet.

10.3 Gashendel (6) (afb. 1, 6, 14)

De gashendel (6) regelt de snelheid van de motor (10). Als de hendel in de getoonde richting worden bewogen, loopt de motor (10) sneller of langzamer.

Snel =

SCHEPPACH VS1000 - Gashendel (6) (afb. 1, 6, 14) - 1

De machine is ontworpen voor een toerental van 4000 omw/min. Bij optimaal toerental slaat de voet met een snugheid van 680 slagen per minuut. Een verhoging van de smoorsnelheid tot boven het af fabriek ingestelde toerental, verhoegt het aanlal slagen Niet en kan de machine beschadigen.

LET OPI!

Open de choke-hendel (7) bij het starten van de motor (10) alleen als de gashendel (6) op stationair staat.

Anders kan de machine in bewegingkommen.

De machine uit de stationaire positie langzaam maar de volgaspositie brengen.

10.4 Motor (10) starten (afb. 11 - 14)

10.4.1 Koude start

  1. Zet de brandstofkraan op brandstoffank (19) op ON.
  2. Zet de brandstofkraan op de motor (9) voor het openen maar rechts.
  3. Sluit de choke-hendel (7) en schuif.Deze hiervoor aanr links.
  4. Open de gashendel (6)licht, door deze iets maar links te drukken.
  5. Draai de aan/uit-schakelaar (16) aan ON.
  6. Treklicht aan de trekstarter (11) totdat een werkstand te merken is en LAST deze weeer oprollen.

  7. Trek krachtig aan de trekstarter (11) en LAST deze waar LAST deze langzaam oprollen. Laat de trekstarter (11) NIET terugschieten. Trek, indien vereist, meerere keren aan de trekstarter (11), totdat de motor (10) start.

  8. Laat de motor (10) enkele seconden warmdraaien.
  9. Zet de gashendel (6) op stationair.
  10. Zet, zodra de motor (10) draait, de choke-hendel (7) langzaam maar rechts.
  11. Schuif de gashendel (6) voor bedrijf langzaam aan links.
  12. De machine begint te werken.

10.4.2 Warme start (afb. 11-14)

  1. Zet de brandstofkraan op brandstoftank (19) op ON.
  2. Zet de brandstofkraan op de motor (9) voor het openen maar rechts.
  3. Open de choke-hendel (7) en schuif deze hiervoor maar rechts.
  4. Schuif de gashendel (6) in de stationaire positie waar rechts.
  5. Draai de aan/uit-schakelaar (16)aar ON.
  6. Trek krachtig aan de trekstarter (11) en LAST deze waar LAST deze langzaam oprollen. Laat de trekstarter (11) Niet terugschieten. Trek, indien vereist, meerere keren aan de trekstarter (11), totdat de motor (10) start.
  7. De motor (10) start.
  8. Schuif de gashendel (6) voor bedrijf langzaam aan links.
  9. De machine begint te werken.

10.5 Motor (10) uitschakelen (afb. 13, 14)

Letop!

Als u de motor (10) in noodgevallen moet stoppen, draait u de aan-/uit-schakelaar (16) maar positie OFF.

Gebruik onder normale omstandigheden het volgen-de proces:

  1. Schuif de gashendel (6) in de stationaire positie waar rechts.
  2. Draai de aan/uit-schakelaar (16)aar OFF.
  3. Zet de brandstofkraan op brandstoffank (19) voor het sluiten op OFF.
  4. Zet de brandstofkraan op de motor (9) voor het sluiten maar links.

VOORZICTHIG!

Gebruik nooit de choke-hendel (7) om de motor (10)uit te zetten. Dit kan leiden tot ontstekingsfouten of motorschade.

VOORZICTHIG!

Tijdens het bedrivf mag de machine Niet opgetild of\ aar een andere standplaats worden gebracht. U kunt\ de controle over de machine verliezen. Neem hoofd · stuk 13 in acht.

10.6 Geleiden van de trilstamper (afb. 1)

  • Voor een optimale verdichting en geringe stampvoetslijtage要去 de stampvoet (18)vlak op de grond liggen, zowel aan de voor- als aan de achterkant.
  • De stampvoet (18)要去 altijd in parallelle richting tot de grond staan, om een extreme slijtage van deplaat te vermijden.
  • Houd de machine met beiden handen aan de geleidebeugel (15) vast.
    Ga hinter de machine staan, loop langzaam en stuur de machine in de gewenste richting verwijl deze vooruit beweegt.
  • Geleid de machine zo dat u nied tussen de machine en vaste obstakels ingeklemd kan raken.
  • Ga bij werkzaamheden op hellingen algijd bergafwaarts. De operator mag nooit in de valrichting staan.
  • Als de machine op oneffen terrein of bij het verdachten van los materiaal worden gebruikt, moet u veiligheidsschoenen dragen.
  • Houd de machine schoon en droog.
  • Schakel ook bij korte arbeitsonderbrekingen dem machine UIT.
  • Open bij werkzaamheden de gashendel (6) volledig om een max. vermogen te bereiken.
  • Laat bij het verdachten in geen geval de geleidebeugel (15) los.
  • Laat de machine zichelfaar voren verplaatsen. De machine is zo ontworpen, dat deze bij het stampen zich fearn voren beweegt. Om dit proces te versnellen,trekt u de geleidebeugel (15)licht terug, zodat het achefterste deel van de voet de grond eerst aanraakt.
  • Oefen geen druk op de machine UIT. Probeer de machine Niet met spierkracht waar voren te bewegen.
  • Als de machine Kantelt, zet u de motor (10) directuit (aan-/uit-schakelaar (16) op OFF zetten). Stel de machine weer op, resp. leg deze op zichkant, zodat de motor (10) maar boven wijst. (zie transportpositie afb. 10).

Aanwijzing: Om schade aan de motor te vermijden, mag de machine Niet verder draaien als deze op de zijkant ligt.

LETOP!

Gebruik de machine Niet op beton of harde resp. vast verdichte grondoppervlakken. In dergelijkke gevallen begint de machine te stuiteren in plaats van te trillen, waardoor schade aan de stampvoet (18) en de motor (10) kan ontstaan.

11. Reiniging en onderhoud

LET OPI!

Schakel voor het uitvoeren van reinigingswerkzaamheden algtd de motor (10)uit en verwijder de bougiestekker (22).

Na elk gebruik moeten de cilinderkoelribben worden gereinigd, alsook vuil en stenen, die zich op de machine—hebben verzameld, worden verwijderd.

LETOPI!

Gebruik geen elektrische hagedrukreiniger om de machine te reinigen. Water kan in dichte bereiken van de machine indringen en de spillen, zuigers, lagers of de motor (10) beschadigen. Hagedrukreinigers verkorten de bedrijfsduur en tasten de bruikbaarheid aan.

LET OPI!

Schakel voor het uitvoeren van onderhoudswerkzaam-heden algijd de motor (10)uit en verwijder de bougiestekker (22).

11.1 Onderhoudsschema

Neem deze machine- en motoronderhoudstabellen in acht:

Onderhoudsschema
Controle voor instandhoudingInterval
Losse schroevenVoor de ingebruikname
Controle op beschadigingVoor de ingebruikname
Brandstoffank op dichtheid controllerenVoor de ingebruikname
Machine reinigenNa de ingebruikname
Koelribben controllerenNa 25 bedrijfsuren
Bougie controllerenNa 25 bedrijfsuren
Motorolie verversenNa 50 bedrijfsuren
Luchtfilter controllerenNa 100 bedrijfsuren
Motorolie verversenNa 100 bedrijfsuren
Bougie vervangenNa 100 bedrijfsuren
Bezinkbak reinigenNa 100 bedrijfsuren
Olie in het stampsystemeerversenNa 300 bedrijfsuren
Brandstofffilter reinigenNa 300 bedrijfsuren

11.2 Motorolie verversen (afb. 15)

AANWIJZING!

Mileuschade!

Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden.

  • Olie uitsluitend vullen/aftappen op vlakke, stevige ondergronden.
  • Gebruik een vulpijp of trechter.
  • Vang afgetapte olie in een geschikte container op.
  • Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doeck conform de lokale voorschriften.
  • Verwijder olie conform de lokale voorschriften.

Het verversen van de motorolie moet bij een bedrijfswarme en uitgeschakelde motor (10) worden uitgevoerd.

  1. Plaats de machine op een vlakke, rechte ondergrond.
  2. Houd een geschikte opvangbak (niet meegeleverd) onder de olieaftapplug (12).
  3. Gebruik een steeksleutel SW 10 mm (niet meegeleverd) op de olieaftaplug (12) te openen en de motorolie af te tappen.
  4. Nadat u de motorolie volledig hebt afgetapt, schroeft u de olieaftapplug (12) wee terug.
  5. Draai nu de oliepeilstok (13) linksomuit.
  6. Vul verse motorolie bij en controller het oliepeil (zie 10.2).
  7. Draai cervolgens de oliepeilstok (13) er met de klok mee wee in.

11.3 Onderhoud van het luchtfilter (3) (afb. 16) GEVAAR!

Brand-enexplosiegevaar!

Brandstof kan bij een Incorrecte reiniging ontsteken en eventueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.

  • Reinig het luchtfilter uitsluitend door het uit te klopen of uit te blazen met perslucht.

  • Reinig het luchtfilter nooit met benzine of brandbare oplosmiddelen.

AANWIJZING!

Risico op materiele schade!

Het bedrijf van de motor zonder ingezet filtrelement kan tot motorschade leiden.

  • Laat de motor nooit zonder ingezet luchtfilterelement draieren.

Een verruild luchtfilter vermindert het motorvermogen als gevolg van onvoldoende luchttoevoer maar de carburateur. Regelmatige controle is dus essentieel. Het luchtfilter要去 elke 100 bedrijfsuren worden gecontroleerd en indien nodig worden gereinigd.

  1. Verwijder het luchtfilter-behuizingsdeksel (3c).
  2. Haal het luchtfilterelement eruit en controllerer dit op beschadigingen.
  3. Vervang elk beschadigd element. Veeg vuil aan de binnenkant van het filterhuis weg met een schone, vochtige doeK. Zorg ervoor dat er geen vuil in de opening komt.
  4. Neem het schuimfilter (3b) van het papierfilter (3a) af. Controleer het op beschadiging en verrang het indien nodig. Reinig het schuimfilter (3b) met milde zeepoplossing.
  5. Blaas het papierfilter (3a) van binnenaar buitenuit met perslucht. Wrijf geen vuil van het papierfilter (3a).Dit kan tot schade leiden.
  6. Plaats het schuimfilter (3b) op het papierfilter (3a).
  7. Sluit het luchtfilter-behuizingsdeksel (3c).

Laat de motor (10) nooit zicher of met een beschadigd luchtfilterelement draaien. Er kan dan vuil in de motor (10) terechtkomen, waardoor ernstige schade aan de motor kan ontstaan. Voor hieruit voortvloeijeende schade kan de fabrikant Niet aansprakelijk worden gesteld, het risico hiervoort ligt volledig bij de gebruiker.

11.4 Bougie (22a) reinigen/ervangen (afb. 17, 18)

LET OP: Vervang de bougie alleen als de motor koud is!

Controleer de bougie (22a) voor de eerste koer na 25 bedrijsuren op verontreiniging en reinig deze eventu-eel met een koperdraadborstel.

De bougie (22a) daarna elke 100 bedrijfsuren of indien nodig verrangen.

  1. Trek de bougiestekker (22) los en verwijder het eventuele vuil rond de bougie.
  2. Draai de bougie (22a) er met de meegeleverde bougiesleutel (G)uit en controllerer.Deze.
  3. Controller de isolator. Vervang de bougie (22a) bij beschadigingen zoals bijv. scheuren of houtsplinters.
  4. Reinig de bougie-elektroden met een staalborstel.
  5. Controller de elektrodenafstand en stel deze af met een voelermaat (niet meegeverd). Om de motor (10) effcient te lately draaien, moet de bougie (22a) de juiste elektrodenafstand (0,7 - 0,8mm) hebben.
  6. Schroef de bougie (22a) er met de hand waar in en draai deze ongeveer 1/4 slag vast met de bougiesleutel (G).
  7. Plaats de bougiestekker (22) op de bougie (22a).

LET OPI!

Een losse bougie kan oververhit raken en zo de motor beschadigen. Als de bougie te strak worden aangehaald, kan het schroefdraad in de cilinderkop worden beschadigd.

11.5 Smering van het stampsystem (afb. 10)

Controleer het oliepeil voor elke ingebruikname.

Zie 10.3 Smering van het stampsystemeem.

11.6 Olie van het stampsysteme verversen (afb. 10)

  1. Plaats de machine op een vlakke, rechte ondergrond. Kantel de machine zo dat deze in een rechte hoek tot de grond staat.
  2. Kantel de machine waar acheer, totdat deze op geleidebeugel (15) ligt.
  3. Plaats een geschichte opvangbak (niet meegeleverd) onder de machine.
  4. Verwijder de olieaftapplug van de stampvoet (14) met een steeksleutel SW24 mm en een palsleutel (niet meegeleverd).
  5. Tap de olie in de opvangbak af.
  6. Zet de machine waarrechtop en kantel de machi-ne totdat deze op de transportrol (24) ligt.

  7. Vul de olie bij met behulp van een trechter (niet bij de levering inbegren). Let op de max. vulhoeveelheid van 800 ml.

  8. Schroef de olieaftapplug van de stampvoet (14) weer in. Draai de olieaftapplug van de stampvoet (14) goed aan met een aanhaalmoment van 9 Nm (6 ft-Ibs.).
  9. Zet de machine wee rechtop.

11.7 Tap de benzine af met een afzuigpomp voor benzine (afb. 19)

Bij opslag voor langereijd要去 de benzine worden afgetapt.

WAARSCHUWING!

Gevaar voor de gezondheid!

Bij het inademen van benzine-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zichs tot de dood leiden.

  • Adem benzine-/smeeroliedampen en uitlaatgassen nicht in.
  • Tap brandstof alleen af in de open lucht.

  • Sluit de brandstofkraan op brandstoftank (19).

  • Houd een opvangbak onder de slang van de af-zuigpomp voor benzine (niet meegeleverd).
  • Open voorzichtig de tankdop (4) zodat eventuele overdruk kan ontsnappen. Open het tankdeksel (4).
  • Verwijder het brandstofffilterelement (4a).
  • Schuif de slang van de afzuigpomp van de benzine in de brandstoftank (5) en tap de benzine met behulp van de afzuigpomp voor benzine volledig af.
  • Plaats het brandstofffilterelement (4a) terug.
  • Schroef de tankdop (4) er weeer op.
  • Om ervoor te zorgen dat er geen benzine in de carburateur anschterblift, moet de resterende benzineuit de carburateur worden afgetapt.

11.8 Brandstofffilterelement (4a) reinigen (afb. 19)

Aanwijzing: Bij het brandstofffilterelement (4a) gaat het om een filterbeker, die zich direct onder de tankdop (4) bevindt en alle bevulde brandstof filtert.

  1. Schroef de tankdop (4) er op.
  2. Verwijder het brandstofffilterelement (4a). Reinig deze Niet in ontvlambaar oplosmiddel of een oplosmiddel met een hoog vlampunt.
  3. Plaats het brandstofffilterelement (4a) terug.
  4. Schroef de tankdop (4) er wee op.

Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:

  • Gegevens van het typeplaatje van de machine
  • Gegevens van het typeplaatje van de motor

Belangrijke aanwijzing bij reparatie:

Houd er bij retourlevering van de machine voor reparatie rekening mee dat de machine om veiligheidsreden vrij van olie en brandstof maar het servicestation要去 worden gestuurd.

Reserveonderdelen/accessoires

Bougie F7RTC - Artikelnr.: 3904601090 / ET-pos. 16
Luchtfilterelement - Artikelnr.: 3908301358 / ET-pos. 127

Transportrol - Artikelnr: 3908301101 / ET-pos. 90

Service-informatie

Let op dat bij de machine de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal worden gebruikt.

Slijtageonderdelen*: Bougie, luchtfilterelement, transportrol

*niet persé meegeleverd!

Reserveonderdelen en accessoires waarverkrijngbaar bij ons servicecentrum. Scan hiertoe de QR-code op de titelpagina.

12. Transport en optillen van de machine

WAARSCHUWING!

Gevaar voor letsel!

Het ongewenst en onverwacht starten van de machine kan leiden tot letsel.

  1. Schakel voor het laden de motor (10)uit en verwijder, nadat de motor (10) is afgekoeld, de bougiestekker (22) van de bougie (22a).
  2. Sluit de brandstofkraan op de motor (9) en de brandstofkraan op de brandstoftank (19). Tank de machine Niet vol verwijl deze op het transportvoertuig staat.
  3. De machine kan door+zijn eigengewicht ernstige verwondingen door beknellingveroorzaken.

WAARSCHUWING!

Gevaar voor beknelling!

De geleidebeugel mag nicht worden gebrukt om de machine op te tillen.

  • Alleen de transportbeugel mag voor het optillen van het product worden gezruikt.
  • De transportbeugel moet regelmatig op slijtage, beschadiging of onjuist gebruik worden gecontroleerd. Een beschadigde transportbeugel moet direct worden verrangen.

Let op! De machine kan vallen en schade of letselveroorzaken als deutsche nicht conform de voorschriftenwordt opgetild.

Let op! Het sjorpuntClient voor beveiliging van de machine tijdens het transport.

Let op! De transportbeugel (1) dient voor het ber-gen of wegslepen van een vastgelopen machine. Als het wegslepen met een sleepkabel Niet möglich is, gebruikt u een sleepstang. Let er absolut op dat de sleepstang geen zichtbare defecten vertoond, zodat deze bestand is gegen de ontstane krachten. In tegenstelling tot riemen, kabels of kettingen kan een sleepstang zowel trek- en drukkrachten opnemen en verder leiden.

12.1 Transport

Deze machine kan in een voertuig of via de transportinrichting (E) worden getransporteerd, afhankelijk van de voorwaarden van de opstellingslocatie en de af te leggen afstand.

Laat de motor (10) afkoelen voordat u deze vervoert of laadt om brandwonden en brandgevaar te voorkomen. Leeg de brandstoftank (5) volledig (zie hoofdstuk 12.7).

12.1.1 Transportinrichting (E) (afb. 20)

De transportvoorziening vereenvoudigt het gebruik van korte trajecten. Gebruik de transportinrichting (E) alleen op een vlikke en vaste ondergrund en voor korte afstanden. Verwijder de transportinrichting (E) voor het volgende gebruik.

  1. Schakel voor het transporteren de motor (10)uit (zie hoofdstuk 11.5.).
  2. Kantel de machine Lichtaar voren en schuif de transportinrichting (E)onder de houder.
  3. Houd de transportinrichting (E) met de voet vast.
  4. Kantel de machine waar achefteren op de as.
  5. Rol met behulp van de geleidebeugel (15) maar wens vooruit ofchteruit.
  6. Ga bij het neerzetten in omgekeerde volgorde te werk.
  7. Zet de machine voorzichtig neer en verwijder de transportinrichting (E).

12.1.2 Transport in een voertuig (afb. 1, 10, 20)

Transporteer de machine indien möglichkt alktdrecht op. Indien er geen mogelijkheid bestaat om de machine staande te transporteren, dan uitsluitend in de stand zoals in afb. 11 worden weergegeven.

Daar bij mag het luchtfilter (3) Niet omlaag wijzen. Er kan olie in de cilinder, in de brandkamer of in het luchtfilter (3)terechtkommen. Hierdoor kuren er startproblemen ontstaan.

  1. Hijs de machine in een voertuig. Let hierbij op dat de machine te zwaar is om het zonder mechanisch hulpmiddel (oftewel een hefinrichting) te hijsen.
  2. Of gekruik de transportinrichting (E) en een laad-perron om de machine in het voertuig te laden.

  3. Beveilig de machine op het transportvoertuig tegen rollen, wegelijkden of omvallen en sjor de machine extra vast. Beveilig de machine cervolgens met een spanband op het sjorpunt.

LETOP!

Na een transport in horizontale positie要去 de machine waarrechtop worden gezet om de olie aan der motor (10) te laten teruglopen. Deze werkwijze kan enigeijd duren tot het normale oliepeil weehersteld is.

12.2 Optillen van de machine / transport met he-finrichting (afb. 1)

Garandeer voor het optillen dat de hefinrichting (kraan of takel) geschikt is om het machinegewicht zonder gevaar te dragen. Zie typeplaatje voor het gewicht van de hefinrichting.

Controleer of het laadperron over voldoende draagvermogen beschikt en stabel is.

  1. Bevestig het hijsharnas aan de centrale ophangen, d.w.z. de transportbeugel (1).
  2. Hijs de machine iets op en controllerer of alle ver-bindingen conform de voorschriften zich bevestigd.
  3. U kunt de machine nu maar wens via de hefinrichting hijsen.

LETOP!

De machine is zwaar en mag Niet door een persoon worden opgetild. Til de machine met minimaal twee Personen op.

13. Opslag

GEVAAR!

Brand- en explosiegevaar!

Bij het opstaan van de machine in de buurt van mogelijke ontstekingsbronnen, kan er een brand of explosie ontstaan. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.

  • Verwijder möglichke ontstekingsbronnen, zoals bijv. ovens, heewaterboilers met gas, gasdrogers, etc.

AANWIJZING!

Risico op materiele schade!

Als de machine Niet correct worden opgeslagen, kan dit tot motorschade leiden.

-Bewaar de machine beschermd gegen vuil, stof en vocht.

13.1 Opslag bij langere bedrijfsonderbrekingen:

Als de machine langer dan 30 Tage nicht gebrukt zal worden, volg dan de onderstaande stappen om deze klaar te makeen voor opslag.

  1. Leeg de brandstoffank (5) volledig (zie hoofdstuk 12.7). Opgeslagen benzine die ethanol of MTBE bevat za binnen 30 dagen schraal worden.

Schraile benzine heeft een hoog rubbergehalte en kan daardoor de carburateur verstoppen en de brandstoffevoer beperken.

  1. Laat de olie uit de motor (10) lopen, verwijl deze nog warm is. Vul met/Newe olie. (Zie hoofdstuk 12.2.)
  2. Gebruik schone doeken om de machine te reinigen. Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen of reinigingsmiddelen op oliebasis bij het reinigen van de plastic onderdelen. Chemische stoffen können kunststoffen beschadigen.
  3. Bewaar de machine rechtsop in een schoon endroog gebouw met goede ventilatie.

Bewaar de machine en de accessoires op een donkere, droge en vorstvrijne plaats en voor kinderen ontogankelijkke plaats op. De optimale opslagtemperatuur ligtussen 5 en 30^

Bewaar de machine in de originele verpakking.

Dek de machine af om het te beschemmen gegen stof of vocht.

14. Afvalverwerking en hergebruik

Aanwijzingen op de verpakking

SCHEPPACH VS1000 - Aanwijzingen op de verpakking - 1

SCHEPPACH VS1000 - Aanwijzingen op de verpakking - 2

SCHEPPACH VS1000 - Aanwijzingen op de verpakking - 3

De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieuvriendelijk afvoeren.

Informatie over het afvoeren van versleten appar-. ratuur kut u opvragen bij uw gemeente.

Brandstoffen en oliën

  • Voor het afvoeren van het apparaat要去en de brandstoffank en het motorreservoir worden geleegd!
  • Brandstof en motorolie horen nicht bij het huishoudelijke afval of in het riool, maar要去en worden ingezameld resp. geschienen worden afgevoerd!
  • Lege olie- en brandstoffanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd.

15. Verhelpen van storingen

De volgende tabel toont storingssymptomen en beschrijft hoe u deze op kurz losen, als uw machine Niet goed werkt. Als u het probleem hiermee nicht kurz vinden en oplossen, neem dan contact op met uw service-werkplaats.

Storing Mogelijk oorzaak Oplossing
Onzuiver verdictingsbeeld.Stampvoet (18) versleten.Stampvoet (18) verrangen. Geauthoriserde werkplaats contacteren.
Olieverlies op de motor (10).Versleten afdichtingen, radiaalafdichtringen.Geauthoriserde werkplaats contacteren.
Vloeropppervlak is te hard.Een verdichting van het vloeropppervlak is nicht möglich.
Grond is te nat, de stampvoet (18) blijft hangen.Droogtijd toestaan.
Dikte vuillaag op de stampvoet (18).Stampvoet (18) en stampvoetonderdeel (17) reinigen.
De motor (10) draait maar de machine loopt onregelmatig.Gebroken delen in het stampsystem.Geauthoriserde werkplaats contacteren.Gebroken of een s
Motortoerental is te hoog ingesteld.
De motor (10) kan nicht gestart worden.Geen brandstof in de brandstoffank (5).Benzine (Super E10) tanken.
Brandstofkraan op de motor (9) en de brandstoffkraan op de brandstoffank (19) gesloten.Brandstofkraan op de motor (9) en de brandstoffkraan op de brandstoffank (19) openen.
Luchtfilter (3) verruild. Luchtfilter (3) reinigen.
Aan/uit-schakelaar (16) staat op "OFF". Aan/uitschakelaar (16) op "ON" zetten.
Trekstarter (11) defect. Trekstarter (11) repareren.
Geen motorolie. Motorolie bijvullen.
Bougie (22a) verruild. Bougie (22a) reinigen.
De motor (10) draait maar de machine beweegt zich.Centrifugaalkoppeling defect.Koppeling verrangen. Geauthoriserde werkplaats contacteren.
Verdichtingsdruk te laag.Geauthoriserde werkplaats contacteren.
Uitlaatopening verstopt.
De motor (10) worden te heet.De koelluchtstroom worden gehinderd.Verwijder alle vremeinde deeltjes uith het frame, de ventilator, de luchtinlaten en koelribben.
Bougie (22a) defect. Bougie (22a) verrangen.

Tampimisplaat P x L. 345 x 285 mm

Tampimisplaadi tokak. 40-66 mm

Löogiarv 450-650/min

Tsentrifugaaljoud. 10 kN

Mootori koostevis 1-silindrine/4-taktiline

Mootori max voimsus. 4,1 kW

Toomacht 196 ccm

Pördearv max. 3600/min

Kutus Super E10 bensiin

Merknad om emballasjen

SCHEPPACH VS1000 - Merknad om emballasjen - 1

SCHEPPACH VS1000 - Merknad om emballasjen - 2

SCHEPPACH VS1000 - Merknad om emballasjen - 3

Emballasjemateriale kan resirkuleres. Vennligst kast emballasje pa en miljovennlig mate.

Zichbare gebreken要去en binnen de 8 dagenaontvangst van de goederen worden gemeld, zo net verzleist de verkoper elke aanspraak op grond van deze gebreken. Onze machines worden geleverd met een garantie voor de duur van de wettelijke garantietermijn. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat de koper de machine ontvangt. De garantie houdt in dit wij elkonderdeel van de machine dat binnen de garantietermijn aantoonhaar onbruikhaar wordt als gevolg van ma

teriaal- of productiefouten, kosteloos verrangen. De garantie vervaltECHTER bij verkeerd gebruik of verkeerde behandeling van de machine. Voor onderden die wij Niet zelf producersen, given wij enkel de garantie die wijzfuiRigen van de oorspronkelijke leverancier. De Kosten voor de montage van niewue onderden vallen ten laste van de koper. Eisen tol het aanbringen van veranderingen of het toestaan van een korting en overige schadeloosstellingsclaims zij uitgesloten.

Garantia ES

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SCHEPPACH

Model : VS1000

Categorie : Trilplaat