KM 100 100 R D - Veegmachine KARCHER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis KM 100 100 R D KARCHER in PDF-formaat.

📄 360 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice KARCHER KM 100 100 R D - page 55
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : KARCHER

Model : KM 100 100 R D

Categorie : Veegmachine

Download de handleiding voor uw Veegmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KM 100 100 R D - KARCHER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KM 100 100 R D van het merk KARCHER.

GEBRUIKSAANWIJZING KM 100 100 R D KARCHER

Lees vóór het eerste gebruik van uw apparaat deze originele gebruiksaanwijzing, ga navenant te werk en bewaar hem voor later gebruik of voor een latere eigenaar. Voor de eerste inbedrijfstelling de veiligheidsaanwijzingen nr. 5.956-250 beslist doorlezen! Inhoudsopgave Veiligheidsinstructies Functie Reglementair gebruik Zorg voor het milieu Elementen voor de bediening en de functies Voor de inbedrijfstelling Inbedrijfstelling Werking Stillegging Onderhoud Toebehoren Hulp bij storingen Technische gegevens CE-verklaring Garantie NL NL NL NL NL -

Veiligheidsinstructies

Algemene aanwijzingen Als u bij het uitpakken transportschade constateert, neem dan contact op met uw distributeur. – De op het apparaat aangebrachte waarschuwings- en aanwijzingsborden geven aanwijzingen voor gebruik zonder gevaar. – Naast de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzingen moeten de algemene veiligheidsvoorschriften en voorschriften ter vermijding van ongevallen van de wetgever in acht genomen worden. Rijfunctie Gevaar Verwondingsgevaar! Kantelgevaar bij de sterke hellingen. – In rijrichting alleen hellingen tot maximaal 18 % berijden. Kantelgevaar bij snel door de bochten rijden. – In bochten langzaam rijden. Kantelgevaar bij onstabiele ondergrond. – Het apparaat uitsluitend op bevestigde ondergrond bewegen. Kantelgevaar bij de zijwaartse hellingen. – Dwars op de rijrichting alleen hellingen tot maximaal 15% berijden. – De voor motorrijtuigen voorgeschreven maatregelen, regels en verordeningen dienen altijd te worden opgevolgd. – De bediener moet het apparaat doelmatig gebruiken. Hij moet bij het rijden rekening houden met de plaatselijke omstandigheden en bij het werken met dit apparaat goed letten op anderen, vooral op kinderen. – Het apparaat mag alleen door personen worden gebruikt die voor de omgang ermee zijn opgeleid of hun vaardigheden in het bedienen hebben aangetoond en uitdrukkelijk de opdracht hebben gekregen voor het gebruik. – Het apparaat mag niet worden gebruikt door kinderen of jongeren. – Het meenemen van begeleidende personen is niet toegestaan. – Zittend bediende apparatuur moet ook vanuit de stoel in beweging worden gezet. Î Om onbevoegd gebruik van het apparaat te voorkomen, dient men de contactsleutel te verwijderen. Î Het apparaat mag nooit onbeheerd worden achtergelaten zolang de motor nog draait. De bediener mag het apparaat pas verlaten, als de motor is uitgezet, het apparaat tegen onbedoelde bewegingen is beveiligd en de contactsleutel uit het contact is gehaald. Toebehoren en reserveonderdelen Gevaar Om risico 's te vermijden, mogen reparaties en het vervangen van onderdelen aan het apparaat alleen worden uitgevoerd door een erkende klantendienst. NL - 1

Er mogen uitsluitend toebehoren en reserveonderdelen gebruikt worden die door de fabrikant zijn vrijgegeven. Originele toebehoren en reserveonderdelen bieden de garantie van een veilig en storingsvrije werking van het apparaat. Een selectie van de meest frequent benodigde reserveonderdelen vindt u achteraan in de gebruiksaanwijzing. Verdere informatie over reserveonderdelen vindt u op www.kaercher.com bij Service. Symbolen op het toestel Geen brandende of gloeiende voorwerpen opvegen zoals bijvoorbeeld sigaretten, lucifers e.d. Gevaar van kneuzingen en schuurwonden door riemen, zijbezems, reservoirs, apparaatkap. Symbolen in de gebruiksaanwijzing Gevaar Voor een onmiddellijk dreigend gevaar dat leidt tot ernstige en zelfs dodelijke lichamelijke letsels. 몇 Waarschuwing Voor een mogelijks gevaarlijke situatie die zou kunnen leiden tot ernstige en zelfs dodelijke lichamelijke letsels. Voorzichtig Voor een mogelijks gevaarlijke situatie die kan leiden tot lichte lichamelijke letsels of materiële schade. Functie De veegmachine werkt volgens het overslagprincipe. – De zijbezems (3) reinigen hoeken en kanten van het veegoppervlak en transporteren het vuil in de baan van de veegrol. – De roterende veegrol (4) transporteert het vuil direct in de veeggoedcontainer (5). – Het in de container opgejaagde stof wordt via de stoffilter (2) gescheiden en de gefilterde schone lucht wordt door het zuigventiel (1) weggezogen.

Reglementair gebruik Gebruik deze veegmachine uitsluitend volgens de gegevens in deze gebruiksaanwijzing. Î Het apparaat met de werkinstallaties moet voor gebruik gecontroleerd worden op deugdelijkheid en bedrijfsveiligheid. Indien zij niet in goede staat verkeren, mag u de apparatuur niet gebruiken. – Deze veegmachine is bestemd voor het vegen van vervuilde oppervlakken binnen en buiten. – Het apparaat is niet toegestaan voor het openbare verkeer op de weg. – Het apparaat is niet geschikt voor het opzuigen van gezondheidsschadelijke stoffen. – Er mogen aan het apparaat geen wijzigingen worden aangebracht. – Nooit explosieve vloeistoffen, brandbare gassen of onverdunde zuren en oplosmiddelen opvegen/opzuigen! Daartoe behoren benzine, verfverdunner of stookolie die door verwerveling met de zuiglucht explosieve dampen of mengsels kunnen vormen, verder aceton, onverdunde zuren en oplosmiddelen omdat zij op het apparaat gebruikte materialen aantasten. – Geen brandbare of glimmende voorwerpen opvegen/opzuigen. – Het apparaat is alleen geschikt voor het/de in de gebruiksaanwijzing genoemde wegdek/ondergrond. – Er mag alleen gereden worden op de door de ondernemer of diens gemachtigde voor het machinegebruik vrijgegeven oppervlakken. – Het verblijf in de gevarenzone is verboden. Niet gebruiken in ruimtes met ontploffingsgevaar. – Over het algemeen geldt: Licht ontvlambare stoffen uit de buurt van het apparaat houden (explosie-/brandgevaar). Zorg voor het milieu Het verpakkingsmateriaal is herbruikbaar. Deponeer het verpakkingsmateriaal niet bij het huishoudelijk afval, maar bied het aan voor hergebruik. Onbruikbaar geworden apparaten bevatten waardevolle materialen die geschikt zijn voor hergebruik. Lever de apparaten daarom in bij een inzamelpunt voor herbruikbare materialen. Batterijen, olie en dergelijke stoffen mogen niet in het milieu belanden. Verwijder overbodig geworden apparatuur daarom via geschikte inzamelpunten. Aanwijzingen betreffende de inhoudsstoffen (REACH) Huidige informatie over de inhoudsstoffen vindt u onder: http://www.karcher.de/de/unternehmen/ umweltschutz/REACH.htm Geschikte ondergronden

Asfalt Industrievloer Estrik Beton Klinkers Tapijt NL - 2 Elementen voor de bediening en de functies

Contactslot Stoffilter Stuurwiel Stoel (met zitcontactschakelaar) Nat-/droogklep Apparaatkap Luchtfilterelement Oliepeilstok Veegrol Veeggoedreservoir (beide kanten) Pedaal grofvuilklep omhoog/omlaag Zijbezem Gaspedaal Frontpaneel Bedieningspaneel Î Steunstang uit de houder trekken.

Programmaschakelaar Filterreiniging Claxon Bedrijfsurenteller Kleurmarkering

Bedieningselementen voor het reinigingsproces zijn geel. Bedieningselementen voor het onderhoud en de service zijn lichtgrijs. Apparaatkap openen / sluiten Gevaar Knelgevaar bij het sluiten van de apparaatkap. Daarom de apparaatkap langzaam laten zakken. Î Apparaatkap openen aan de daartoe voorziene verzonken handgreep (naar boven trekken). NL - 3 Î Steunstang in de opname aan de zuigturbine steken. Î Om de apparaatkap te sluiten, steunstang uit de opname trekken en in de houder van de apparaatkap laten vastklikken.

Voor de inbedrijfstelling Afladen Gevaar Verwondings- en beschadigingsgevaar! Geen vorkheftruck gebruiken om het apparaat te lossen. Ga bij het afladen als volgt te werk: Î Kunststof pakband opensnijden en folie verwijderen. Î Spanbandbevestiging bij de aanslagpunten verwijderen. Î Vier gemarkeerde vloerplanken van de pallet zijn met schroeven bevestigd. Schroef deze planken er af. Î Leg de planken op de kant van de pallet. Plaats de planken zo, dat ze voor de wielen van het apparaat liggen. Bevestig de planken met de schroeven. Werking Veegmachine met zelfaandrijving bewegen Î Vrijloophefboom in de onderste opening steken. Rijaandrijving is gebruiksklaar. Î Apparaatkap sluiten. Het apparaat is rijklaar. Chauffeursstoel instellen Î Apparaatkap openen, steunstang aanbrengen. Inbedrijfstelling Algemene aanwijzingen Î Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Î Sleutel verwijderen. Tanken Apparaat voltanken Gevaar Explosiegevaar! – Uitsluitend de in de gebruiksaanwijzing aangegeven brandstof mag worden gebruikt. – Niet in gesloten ruimtes tanken. – Roken en open vuur is verboden. – Let erop dat er geen brandstof op hete oppervlakken komt. Î Motor uitzetten. Î Kap van apparaat openen/ en vastzetten Î De in de verpakking bijgevoegde balken voor ondersteuning van de helling gebruiken. Î Houten blokken voor het vastzetten van de wielen verwijderen en onder de helling schuiven. Î Vleugelmoeren van de stoelrails wat losdraaien. Î Zitplaats in de gewenste positie schuiven. Î Vleugelmoeren aanspannen. Instructie: Indien het verstelbereik niet volstaat, bestaat nog een andere verstelmogelijkheid. Î 4 schroeven op de plaat van de zitcontactschakelaar eruit draaien. Î Plaat verwijderen. Î Stoel naar voren klappen. Veegmachine zonder zelfaandrijving bewegen Î Brandstofinhoud aan de tankweergave controleren. Î Tankdop openen. Î Diesel tanken. Î Tank maximaal tot 1 cm onder de onderkant van de vulopening vullen. Î Overgelopen brandstof afvegen, trechter verwijderen en tankdop sluiten. Î Apparaatkap sluiten. Î 4 schroeven van de zitbevestiging losdraaien. Î Zitting verschuiven en vastschroeven. Î Plaat van de zitcontactschakelaar monteren. Programma's selecteren Gevaar Verwondingsgevaar! Voor het inleggen van de vrijloop moet het apparaat beveiligd worden tegen wegrollen. Î Kap van apparaat openen/ en vastzetten Î Vrijloophefboom in de bovenste opening steken. Rijaandrijving is zo buiten werking. Î Apparaatkap sluiten. Het apparaat kan verschoven worden. Instructie Beweeg de veegmachine zonder zelfaandrijving niet over lange afstanden en niet sneller dan 6 km/h.

NL - 4 Rijden Naar gebruiksplaats rijden. Vegen met veegrol Veegrol wordt neergelaten. Keerrol en zijbezem draaien. Vegen met zijbezems Veegrol en zijbezems worden neergelaten. Apparaat starten Instructie Het apparaat is voorzien van een zitcontactmat. Bij het verlaten van de bestuurdersstoel wordt het apparaat uitgeschakeld en treedt de handrem automatisch in werking. Achteruit rijden Gevaar Gevaar voor verwonding! Bij het achteruitrijden mogen derden niet in gevaar gebracht worden, eventueel aanwijzingen laten geven. Brandstofkraan openen Î Kap van apparaat openen/ en vastzetten Î Hefboom in de richting 'ON' schuiven. Î Apparaatkap sluiten. Apparaat starten Î Op de chauffeursstoel plaatsnemen. Î Rijpedaal NIET gebruiken. Î Programmaschakelaar op markering 1 (rijden) zetten. Î Gaspedaal "achteruit" langzaam indrukken. Tip Rijgedrag – Met de rijpedalen kan de rijsnelheid traploos geregeld worden. – Vermijd schokkerig gebruik van het pedaal, omdat de hydraulische installatie anders beschadigd kan raken. – Bij capaciteitsafname op hellingen het rijpedaal zachtjes terugnemen. Vegen met keerrol Î Programmaschakelaar op markering 2 zetten. Veegrol wordt neergelaten. Keerrol en zijbezem draaien. Vegen met opgeheven grofvuilklep Instructie: Voor het opvegen van grotere deeltjes tot een hoogte van 60 mm, bv. blikjes, moet de grofvuilklep kort opgeheven worden. Grofvuilklep opheffen: Î Pedaal grofvuilklep naar voren drukken en vastgedrukt houden. Î Voor het legen voet van het pedaal nemen. Instructie: Alleen bij volledig naar beneden gelaten grofvuilklep ist een optimaal reinigingsresultaat te bereiken. Vegen met zijbezems Î Programmaschakelaar op markering 3 zetten. Zijbezems evenals keerrol worden neergelaten. Instructie: Veegrol en zijbezems lopen automatisch aan. Droge bodem vegen Instructie: Tijdens het gebruik moet het veeggoedreservoir op gezette tijden geledigd worden. Instructie: Tijdens het gebruik moet de stoffilter op gezette tijden gereinigd worden. Remmen Î Rijpedaal loslaten, het apparaat remt zelf en blijft staan. Î Contactsleutel boven stand 1 uitdraaien. Î Is het apparaat gestart, dan contactsleutel loslaten. Tip De startmotor nooit langer dan 10 seconden gebruiken. Voor het opnieuw gebruiken van de startmotor minstens 10 seconden wachten. Apparaat verrijden Gevaar Valgevaar! Bij het rijden niet gaan rechtstaan. Vooruit rijden Î Gaspedaal "vooruit" langzaam indrukken. Over hindernissen heen rijden Over vaststaande hindernissen tot 50 mm heen rijden: Î Langzaam en voorzichtig in voorwaartse richting overheen rijden. Over vaststaande hindernissen boven 50 mm heen rijden: Î Er mag alleen over hindernissen heen gereden worden met een geschikte oprijdrempel. Veegbedrijf Gevaar Gevaar voor verwonding! Bij geopende grofvuilklep kan de veegwals stenen of split naar voren wegslingeren. Erop letten, dat geen mensen, dieren of voorwerpen in gevaar gebracht worden. Voorzichtig Geen pakbanden, draden of soortgelijk materiaal opvegen; dit kan leiden tot een beschadiging van het veegmechanisme. Voorzichtig Om een beschadiging van de vloer te vermijden de veegmachine niet ter plaatse gebruiken. Instructie: Om een optimaal reinigingsresultaat te krijgen, moet de rijsnelheid aan de omstandigheden aangepast worden. Instructie: Tijdens het gebruik moet het veeggoedreservoir op gezette tijden geledigd worden. Instructie: Bij oppervlaktereiniging alleen veegrol laten zakken. Instructie: Bij reiniging van zijranden ook de zijbezems laten zakken. NL - 5 Î Nat-/droogklep sluiten. Vezelachtig en droog keergoed (bv. droog gras, stro) opvegen Î Nat-/droogklep openen. Instructie: Op die manier wordt een verstopping van het filtersysteem vermeden. Vochtige of natte bodem vegen Î Nat-/droogklep openen. Instructie: De filter wordt zo tegen vochtigheid beschermd. Filterreiniging – Handmatige filterreiniging inschakelen. Î Toets filterreiniging indrukken De filter wordt gedurende 15 seconden gereinigd. Veeggoedcontainer legen Instructie: Wachten tot de filterreiniging beëindigd en het stof neergedaald is, vooraleer u het veeggoedreservoir opent of leegt. Î Veeggoedreservoir lichtjes optillen en uittrekken. Î Veeggoedcontainer legen. Î Veeggoedreservoir erin schuiven en laten vastklikken. Î Tegenoverliggend veeggoedreservoir leegmaken.

Apparaat uitschakelen Stillegging Î Programmaschakelaar op markering 1 (rijden) zetten. Zijbezems en veegrol worden opgeheven. Î Contactsleutel op '0' draaien en uittrekken. Instructie:Na het uitzetten van het apparaat wordt de stoffilter automatisch ca. 15 seconden lang gereinigd. In die tijd mag de apparaatkap niet geopend worden. Instructie: Het apparaat is uitgerust met een automatische parkeerrem die na het uitzetten van de motor en bij het verlaten van de stoel geactiveerd wordt. Als de veegmachine voor langere tijd niet gebruikt wordt, let dan op de volgende punten: Î Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Î Programmaschakelaar op markering 1 (rijden) zetten. Veegrol en zijbezems worden opgeheven om de borstels niet te beschadigen. Î Contactsleutel op '0' draaien en uittrekken. Î Veegmachine tegen wegrollen beveiligen. Î Veegmachine aan de binnen- en buitenkant reinigen. Î Apparaat op een beschutte en droge plaats neerzetten. Î Brandstoftank voltanken en brandstofkraan sluiten. Î Motorolie verversen Î Accu afklemmen. Î Accu elke 2 maanden opladen. Onderhoud Î Brandstofkraan sluiten. Transport Gevaar Gevaar voor letsels en beschadigingen! Houd bij het transport rekening met het gewicht van het apparaat. Î Contactsleutel op '0' draaien en uittrekken. Î Apparaat aan de wielen met spieën vastzetten. Î Apparaat met spankabels of koorden vastzetten. Î Bij het transport in voertuigen moet het apparaat conform de geldige richtlijnen beveiligd worden tegen verschuiven en kantelen. Instructie:Markeringen voor bevestigingspunten op het basisframe in de gaten houden (kettingsymbolen). Het apparaat mag voor het laden of lossen alleen op hellingen tot max. 18 % gebruikt worden. Î Brandstofkraan sluiten. Î Brandstoftank leegmaken. Opslag Gevaar Gevaar voor letsel en beschadiging! Het gewicht van het apparaat bij opbergen in acht nemen.

Algemene aanwijzingen Î Voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden van het apparaat, het vervangen van onderdelen of het ombouwen voor een andere functie moet het apparaat uitgeschakeld, de contactsleutel verwijderd en de batterijstekker uitgetrokken resp. de batterij afgeklemd worden. Î Bij werkzaamheden aan de elektrische installatie dient de accustekker te worden uitgetrokken of de klemmen van de accu te worden losgemaakt. – Reparaties mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerkplaatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betreffende veiligheidsvoorschriften vertrouwd zijn. – Mobiel commercieel geëxploiteerde apparatuur dient volgens VDE 0701 op veiligheid te worden gecontroleerd. – Gebruik uitsluitend de bij het apparaat geleverde of de in de gebruiksaanwijzing bepaalde veegrollen/zijbezems. De toepassing van andere veegrollen/ zijbezems kan negatieve gevolgen hebben voor de veiligheid. Reiniging Voorzichtig Beschadigingsgevaar! De reiniging van het apparaat mag niet met een waterslang of hogedrukstraal gebeuren (gevaar van kortsluiting of andere schade). Reiniging binnenkant apparaat Gevaar Verwondingsgevaar! Stofmasker en veiligheidsbril dragen. Î Apparaatkap openen, steunstang aanbrengen. Î Apparaat met een doek reinigen. Î Apparaat met perslucht uitblazen. Î Apparaatkap sluiten. NL - 6 Instructie:De stoffilter kan met water afgewassen worden. Vooraleer de filter opnieuw wordt aangebracht, moet hij volledig gedroogd zijn. Reiniging buitenkant apparaat Î Apparaat met een vochtige, in een mild zeepsopje gedrenkte doek reinigen. Instructie: Geen agressieve reinigingsmiddelen gebruiken. Onderhoudsintervallen Instructie: De bedrijfsurenteller geeft het tijdstip van de onderhoudsintervallen aan. Onderhoud door de klant Onderhoud dagelijks: Î Keerwals en zijborstel controleren op slijtage en in elkaar gewikkelde banden. Î Luchtdruk banden controleren. Î Werking van alle bedieningsonderdelen controleren. Onderhoud wekelijks: Î Bowdenkabels en bewegende delen op flexibiliteit controleren Î Afdichtlijsten in het veegbereik controleren op instelling en slijtage. Î Stoffilter controleren en indien nodig filterkast reinigen. Î Onderdruksysteem controleren. Onderhoud alle 100 bedrijfsuren: Î Zitcontactschakelaar op functionaliteit controleren. Î Spanning, slijtage en werking van de aandrijfriemen (V-snaar en rondprofielsnaar) controleren. Onderhoud na slijtage: Î Afdichtlijsten vervangen. Î Veegrol vervangen. Î Zijbezems vervangen. Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk Onderhoudswerkzaamheden. Instructie:Alle service- en onderhoudswerken bij onderhoud door de klant, dienen door een gekwalificeerde vakman uitgevoerd te worden. Indien nodig kan altijd een Kärcher-specialist geraadpleegd worden. Onderhoud door de klantenservice Onderhoud na 8 bedrijfsuren: Î Eerste inspectie uitvoeren. Onderhoud na 20 bedrijfsuren Onderhoud alle 100 bedrijfsuren Onderhoud alle 300 bedrijfsuren Onderhoud alle 500 bedrijfsuren Onderhoud alle 1000 bedrijfsuren Onderhoud alle 1500 bedrijfsuren Instructie: Om aanspraken op garantie te behouden, moeten tijdens de garantietijd alle service- en onderhoudswerken door de geautoriseerde Kärcher-klantendienst overeenkomstig het onderhoudsboekje gedaan worden. Onderhoudswerkzaamheden Voorbereiding: Î Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Î Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Algemene veiligheidsinstructies Gevaar Verwondingsgevaar! De motor van de filterreiniging heeft ca. 15 seconden naloop nodig na het uitzetten. Apparatkap gedurende die tijd niet openen. Gevaar Verwondingsgevaar! Voor alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden apparaat voldoende laten afkoelen. Bandenluchtdruk controleren Î Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Î Luchtdrukapparaat aansluiten op het bandventiel. Î Luchtdruk controleren en indien nodig druk bijstellen. Î De luchtdruk voor de achterbanden moet ingesteld worden op 6 bar. Band verwisselen Gevaar Verwondingsgevaar! Î Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Î Sleutel verwijderen. Î Bij reparatiewerkzaamheden op publieke wegen in het gevarenbereik van doorstromend verkeer waarschuwingskleding dragen. Î Ondergrond controleren op stabiliteit. Apparaat nog extra vastzetten met een blok achter de wielen; dit om wegrollen te vermijden. Banden controleren Î Bandenloopvlak controleren op voorwerpen die in het profiel terechtgekomen zijn. Î Voorwerpen verwijderen. Î Geschikt, in de handel gebruikelijk bandenreparatiemiddel gebruiken. Instructie:De aanbevelingen van de desbetreffende fabrikant opvolgen. Verderrijden is met inachtneming van de opgaven van de fabrikant van het product mogelijk. Vervanging van band of wiel zo spoedig mogelijk laten uitvoeren. Î Veeggoedreservoir aan de overeenkomstige kant lichtjes optillen en eruit trekken. Î Wielschroef losdraaien. Î Krik positioneren. Bevestigingspunt voor krik (achterwielen) Î Apparaat met de krik opheffen. Î Wielschroef verwijderen. Î Wiel wegnemen. Î Reservewiel plaatsen. Î Wielschroef indraaien. Î Apparaat met de krik laten zakken. Î Wielschroef aandraaien. Î Veeggoedreservoir erin schuiven en laten vastklikken. Instructie: Geschikte in de handel verkrijgbare krik gebruiken. Onderdruksysteem controleren – De inschakeling van het veegsysteem gebeurt met behulp van een onderdruksysteem. – Indien de zijbezem of de veegrol niet kan worden neergelaten, moeten de onderdrukdozen gecontroleerd worden op een reglementaire aansluiting van de slangleidingen, indien nodig moet de overeenkomstige slang aangesloten worden. – Indien de zijbezem of de veegrol nog steeds niet kan worden neergelaten, is het onderdruksysteem ondicht. In dat geval moet de klantendienst op de hoogte gebracht worden. Slangaansluiting naar de onderdrukdoos voor het omlaag brengen van de zijbezem Slangaansluitingen naar de onderdrukpomp en de onderdrukdoos (reservoir) Instructie:De onderdrukpomp draait alleen wanneer onderdruk in het systeem opgebouwd wordt. Indien de pomp altijd draait, moet de klantendienst op de hoogte gebracht worden. Zijbezem verwisselen Î Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Î Programmaschakelaar op markering 1 (rijden) zetten. Zijbezems worden omhoog gebracht. Î Sleutelschakelaar op '0' draaien en sleutel uittrekken. Î 3 bevestigingsschroeven aan de onderkant losdraaien. Î Versleten zijbezems verwijderen. Î Nieuwe zijbezem op meenemer steken en vastschroeven. Veegrol controleren Î Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Î Programmaschakelaar op markering 1 (rijden) zetten. Veegrol wordt omhoog gebracht. Î Sleutelschakelaar op '0' draaien en sleutel uittrekken. Î Apparaat met blok tegen wegrollen beveiligen. Î Veeggoedreservoir aan beide kanten lichtjes optillen en eruit trekken. Î Banden of snoeren van veegrol verwijderen. Veegrol verwisselen Het verwisselen is nodig, als door het verslijten van de borstels het veegresultaat zichtbaar minder wordt. Î Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Î Programmaschakelaar op markering 1 (rijden) zetten. Veegrol wordt omhoog gebracht. Î Sleutelschakelaar op '0' draaien en sleutel uittrekken. Î Apparaat met blok tegen wegrollen beveiligen. Î Veeggoedreservoir aan beide kanten lichtjes optillen en eruit trekken. Slangaansluitingen naar de onderdrukdoos voor het omlaag brengen van de veegrol NL - 7

Î Voorste bevestigingsschroef van de rechter zijpanelen losmaken. Î Achterste bevestigingsschroeven van de rechter zijpanelen losdraaien. Î Zijpaneel wegnemen. Î Schroeven losdraaien. Î Bevestigingsschroef van de bowdenkabel loszetten en bowdenkabel eruit halen. Î Schroef op het draaipunt van de veegrolcoulisse uitdraaien.

Î Veegrolcoulisse aftrekken. Î Veegrolafdekking wegnemen. Î Veegrol uitnemen. Inbouwplaats van de veegrol in de rijrichting Î Nieuwe veegrol in de veegrolkast schuiven en op de aandrijfpen steken. Instructie: Bij de inbouw van de nieuwe veegrol op de positie van de borstelset letten. Instructie: Bowdenkabel zodanig instellen dat de veegrol ca. 10 mm van de grond opgetild wordt. Î Veegrolafdekking aanbrengen. Î Veegrolcoulisse aanbrengen. Î Bowdenkabel eriin hangen. Î Bevestigingsschroeven aandraaien. Î Zijpaneel opschroeven. Î Veeggoedreservoir aan beide kanten erin schuiven en laten vastklikken. Keerspiegel van de keerrol controleren Î Programmaschakelaar op markering 1 (rijden) zetten. Veegrol en zijbezems worden opgeheven. Î Veegmachine op een egale en gladde bodem rijden die duidelijk met stof of krijt bedekt is. Î Programmaschakelaar op markering 2 zetten. Veegrol wordt neergelaten. Gaspedaal lichtjes induwen en keerrol kort laten draaien. Î Veegrol omhoog brengen. Î Pedaal voor het opheffen van de grofvuilklep bedienen en pedaal ingedrukt houden. Î Apparaat achterwaarts wegrijden. NL - 8 De vorm van de veegspiegel vormt een gelijkmatige rechthoek die tussen 50 -70 mm breed is. Instructie:Door het drijvende kogellager van de keerrol stelt de veegspiegel zich bij slijtage van de borstels automatisch bij. Bij te sterke slijtage moet de veegrol vervangen worden. Afdichtlijsten instellen en verwisselen Î Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Î Programmaschakelaar op markering 1 (rijden) zetten. Veegrol wordt omhoog gebracht. Î Sleutelschakelaar op '0' draaien en sleutel uittrekken. Î Apparaat met blok tegen wegrollen beveiligen. Î Veeggoedreservoir aan beide kanten lichtjes optillen en eruit trekken. Î Bevestigingsschroeven van de zijpanelen aan beide kanten losdraaien. Î Zijpanelen wegnemen. „ Voorste afdichtlijst Î Bevestigingsmoeren van de voorste afdichtlijst ietsje losdraaien, voor de vervanging afschroeven. Î Nieuwe afdichtlijsten vastschroeven en moeren nog niet helemaal vastschroeven. Î Afdichtlijst richten. Î Bodemafstand van de afdichtlijst zo instellen dat hij met een naloop van 35 40 mm naar achteren ligt. Î Moeren aandraaien. „ Achterste afdichtlijst Î Bodemafstand van de afdichtlijst zo instellen dat hij met een naloop van 5 - 10 mm naar achteren ligt. Î Bij slijtage verwisselen. Î Veegrol verwijderen. Î Bevestigingsmoeren van de achterste afdichtlijst afschroeven. Î Nieuwe afdichtlijst opschroeven. „ Zijdelingse afdichtlijsten Aandrijfriem controleren Î Greep van de filterhouder zo ver mogelijk uittrekken en laten vastklikken. Î Lamellenfilter wegnemen. Î Nieuwe filter plaatsen. Î Op aandrijfkant meenemer in sponning laten vallen. Î Greep van de filterreiniging opnieuw laten vastklikken. Instructie: Bij het aanbrengen van een nieuwe filter erop letten dat de lamellen onbeschadigd blijven. Î Aandrijfriem (V-snaar) van de zuigturbine op spanning, slijtage en beschadigingen controleren. Î V-riem van de keerrolaandrijving op spanning, slijtage en beschadiging controleren. Afdichtingsring controleren Filterkastdichting verwisselen Î Bevestigingsmoeren van de zijdelingse afdichtlijst ietsje losdraaien, voor de verwisselingen afschroeven. Î Nieuwe afdichtlijsten vastschroeven en moeren nog niet helemaal vastschroeven. Î Ondergrond met 1 - 2 mm sterkte onderschuiven om de bodemafstand instellen. Î Afdichtlijst richten. Î Moeren aandraaien. Î Zijpanelen opschroeven. Î Veeggoedreservoir aan beide kanten erin schuiven en laten vastklikken. Î Afdichtingsring op afzuiger regelmatig op juiste zit controleren. Zekeringen verwisselen Î Dichting van de filterkast uit de sponning in de apparaatkap nemen. Î Nieuwe dichting plaatsen. Î Schroeven aan beide kanten van het paneel losdraaien. Stoffilter verwisselen 몇 Waarschuwing Voor aanvangen van het verwisselen van de stoffilter veeggoedcontainer legen. Bij werkzaamheden aan de filterinstallatie stofmasker dragen. Veiligheidsvoorschriften over de omgang met fijne stoffen in acht nemen. Î Sleutelschakelaar op '0' draaien en sleutel uittrekken. Î Noodstopknop indrukken. Î Apparaatkap openen, steunstang aanbrengen. Î Defecte zekeringen vervangen. Î Frontpaneel weer aanbrengen. NL - 9

Toebehoren Zijbezems 6.905-986.0 Met standaardborstels voor binnen en buiten. Zijbezem, zacht 6.906-133.0 Voor fijn stof binnen, vochtvast. Î De zekering van de startmotor bevindt zich in de motorruimte. Instructie: Alleen zekeringen met dezelfde zekeringswaarde gebruiken. Î Filterelement eruit nemen en controleren. Î Gereinigde of nieuwe filterinzet in de aanzuigcontainer plaatsen. Î Vleugelmoer vastschroeven. Motoroliepeil controleren en olie bijvullen Waarschuwing De motor beschikt over een olietekortschakelaar. Bij een ontoereikend peil schakelt de motor zich uit en kan deze pas weer na het bijvullen van de motorolie opnieuw gestart worden. Gevaar Verbrandingsgevaar door hete oppervlakken! Î Motor laten afkoelen. Oliepeil hydraulisch systeem controleren en hydraulische olie bijvullen Waarschuwing De machine beschikt over twee hydraulische cyclussen: Cyclus veeghydrauliek Zijbezem, hard 6.906-065.0 Voor het verwijderen van vastzittend vuil buiten, vochtvast. Standaard keerrol 6.906-375.0 Slijtage- en vochtvast. Universele borstels voor binnen- en buitenreiniging. Keerrol, zacht 6.906-533.0 Met natuurborstels speciaal voor het opvegen van fijn stof op gladde vloeren binnen. Niet vochtvast, niet voor abrasieve oppervlakken. Keerrol, hard 6.906-532.0 Voor het verwijderen van vastzittend vuil buiten, vochtvast. Stoffilter Î Oliepeilstok eruit trekken en oliepeil controleren: Inhoud tenminste 1/3. Î Wanneer het oliepeil daaronder ligt, dan motorolie tot de onderkant van de vulopening bijvullen. Î Minstens 5 minuten wachten. Î Motoroliepeil opnieuw controleren. Motorolie verversen Gevaar Verbrandingsgevaar door hete oppervlakken! Î Oliepeilstok uittrekken. Î Motorolie met oliewisselpomp 6.491538 via de oliebijvulsteun uitzuigen. Î Nieuwe motorolie met schone oliewisselpomp 6.491-538 via de oliebijvulsteun bijvullen. Î Minstens 5 minuten wachten. Î Motoroliepeil opnieuw controleren. Luchtfilter reinigen en vervangen Î Oliepeil hydrauliek op het voorraadreservoir controleren. Het oliepeil moet zich tussen de "MIN“en „MAX“-markering bevinden. Î Wanneer het oliepeil te laag is, hydraulische olie via de vulleidingen boven op het reservoir bijvullen. Cyclus asaandrijving Voorzichtig Deze controle mag alleen gebeuren bij een koude motor. Î Oliepeil op het expansievat controleren. Î Indien nodig voorzichtig olie bijvullen. Î Vleugelmoeren van het aanzuigreservoir losmaken.

NL - 10 6.414-532.0 Hulp bij storingen Gevaar Vóór alle onderhoudswerken, motor afzetten en contactsleutel uittrekken. Gevaar voor letsels! Vóór alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden apparaat voldoende laten afkoelen. Storing Apparaat wil niet starten. Apparaat rijdt slechts langzaam Apparaat veegt niet goed Apparaat stoft Zijbezem draait niet Slecht vegen aan de randen Zijbezem- of veegrolaansluiting functioneert niet Onvoldoende zuigcapaciteit Keerrol draait niet Oplossing Op de chauffeursstoel plaatsnemen, stoelcontactschakelaar wordt geactiveerd Tankinhoud en oliepeil controleren, indien nodig olie en brandstof bijvullen. Zekeringen controleren. Accu controleren, indien nodig opladen. Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Veegrol en zijbezems controleren op slijtage, indien nodig verwisselen Werking van de grofvuilklep controleren Afdichtlijsten op slijtage controleren, indien nodig instellen of vervangen Riem van de veegaandrijving controleren. Onderdruksysteem op dichtheid controleren. Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Veeggoedcontainer legen Aandrijfriemen voor afzuiger controleren Afdichtingsring op afzuiger controleren Stoffilter controleren, reinigen of verwisselen Filterkastafdichting controleren Nat-/droogklep sluiten. Afdichtlijsten op slijtage controleren, indien nodig instellen of vervangen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Zekering controleren. Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Zijbezems vervangen Afdichtlijsten op slijtage controleren, indien nodig instellen of vervangen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Onderdruksysteem op dichtheid controleren. Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Filterkastafdichting controleren Afdichtingsring op afzuiger controleren Slangen aan de zuigturbine controleren op dichtheid. Lamellenfilter correct inbouwen, zie stoffilter vervangen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Banden of snoeren van veegrol verwijderen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen NL - 11

Technische gegevens KM 100/100 R D Apparaatgegevens Lengte x breedte x hoogte Leeggewicht Transportgewicht Toelaatbaar totaalgewicht Rijsnelheid Veegsnelheid Klimvermogen (max.) Veegrol-diameter Veegrol-breedte Zijbezem-diameter Werkbreedte zonder zijbezems Werkbreedte met 1 zijbezems Werkbreedte met 2 zijbezems (optie) Inhoud van de veeggoedcontainer Beveiligingsklasse beschermd tegen spatwater Motor Type Slagvolume Vermogen max. Soort brandstof Reservoirinhoud Beveiligingsklasse Accu Type Oliesoorten Motor Veeghydrauliek Asaandrijving Bandenuitrusting Grootte voor Luchtdruk voor Grootte achter Luchtdruk achter Rem Bedrijfsrem Handrem Filter- en zuigsysteem Filtervlak fijnstoffilter Gebruikscategorie filters voor stoffen die niet schadelijk zijn voor de gezondheid Nominale onderdruk zuigsysteem Nominale volumestroom zuigsysteem Omgevingsvoorwaarden Temperatuur Luchtvochtigheid, niet bedauwend Berekende waarden volgens EN 60335-2-72 Geluidsemissie Geluidsdrukniveau LpA Onzekerheid KpA Geluidskrachtniveau LWA + onveiligheid KWA Apparaattrillingen Hand-arm vibratiewaarde Zitplaats Onzekerheid K

m/s2 m/s2 m/s2 <2,5 0,7 0,2 CE-verklaring Garantie Hierbij verklaren wij dat de hierna vermelde machine door haar ontwerp en bouwwijze en in de door ons in de handel gebrachte uitvoering voldoet aan de betreffende fundamentele veiligheids- en gezondheidseisen, zoals vermeld in de desbetreffende EG-richtlijnen. Deze verklaring verliest haar geldigheid wanneer zonder overleg met ons veranderingen aan de machine worden aangebracht. In ieder land zijn de door ons bevoegde verkoopkantoor uitgegeven garantiebepalingen van toepassing. Eventuele storingen aan het apparaat verhelpen wij zonder kosten binnen de garantietermijn, mits een materiaal of fabrieksfout de oorzaak van deze storing is. Neem bij klachten binnen de garantietermijn contact op met uw leverancier of de dichtstbijzijnde klantenservicewerkplaats en neem uw aankoopbewijs mee. Product: Type: Type: Veegzuigmachine opstapmachine 1.280-xxx 1.511-xxx Van toepassing zijnde EG-richtlijnen 2006/42/EG (+2009/127/EG) 2004/108//EG 2000/14/EG Toegepaste geharmoniseerde normen EN 60335–1 EN 60335–2–72 EN 61000–6–2: 2005 EN 62233: 2008 Toegepaste landelijke normen CISPR 12 Toegepaste conformiteitsbeoordelingsprocedure 2000/14/EG: Bijlage V Geluidsvermogensniveau dB(A) KM 100/100 R D Gemeten: Gegaran101 deerd: De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de bedrijfsleiding. CEO Head of Approbation Gevolmachtigde voor de documentatie: S. Reiser Alfred Kärcher GmbH & Co. KG Alfred Kärcher-Str. 28 - 40 71364 Winnenden (Germany) Tel.: +49 7195 14-0 Fax: +49 7195 14-2212 Winnenden, 2010/07/14 NL - 13