SCHEPPACH PGS420SE - Tuinversnipperaar

PGS420SE - Tuinversnipperaar SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PGS420SE SCHEPPACH in PDF-formaat.

📄 684 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice SCHEPPACH PGS420SE - page 123
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over PGS420SE SCHEPPACH

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Tuinversnipperaar in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PGS420SE - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PGS420SE van het merk SCHEPPACH.

GEBRUIKSAANWIJZING PGS420SE SCHEPPACH

Verklaring van de symbolen op het product

Het gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico's. De veiligheidssymbolen en de bijbehorende uitleg moeten goed worden begrepen. De waarschuwingen zelf voorkomen geen risico's en kunnen de juiste maatregelen betreffende ongevallenpreventie niet vervangen.

SCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 1Lees voorafgaand aan de ingebruikname de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften! Draag veiligheidshandschoenen!SCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 2Gevaar! Roterende messen. Houd handen en voeten buiten de openingen tijdens de machine loopt.
SCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 3SCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 4
SCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 5Draag een veiligheidsbril en gehoorbescherming Stevig schoeisel dragen!SCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 6Let op gevaar voor letsel! Grijp of klim tijdens het gebruik niet in de vultrechter of het uitwerpkanaal. Beveiligings- en veiligheidsvoorzieningen mogen niet worden verwijderd of gemanipuleerd.
SCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 7SCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 8
SCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 9Het product is niet toegelaten voor gebruik op de openbare weg. Belangrijk. De uitlaatgassen zijn giftig, gebruik de motor daarom niet in niet-geventileerde bereiken.SCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 10Zorg ervoor dat andere personen voldoende veiligheidsafstand aanhouden. Houd niet-betrokken personen uit de buurt van het product. Weggeslingerde voorwerpen en draaiende onderdelen kunnen ernstig letsel veroorzaken.
SCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 11SCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 12
SCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 13Let op hete oppervlakken - gevaar voor brandwonden! Open vuur of roken in de nabijheid van het product is streng verboden!SCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 14Haal altijd de bougiestekker eruit, voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren. Let op! Rondvliegende voorwerpen kunnen verwondingen veroorzaken.
SCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 15SCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 16
SCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 17
SCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 18SCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 19Let op! Het niet in acht nemen van de op het product aangebrachte veiligheidstekens en waarschuwingen alsook het niet in acht nemen van de veiligheids- en bedieningsaanwijzingen kan tot ernstig of zelfs dodelijk letsel leiden. Voor het tanken de motor uitzetten.NOODSTOP-schakelaarSCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 20SCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 21Luchtfilter conform de voorschriften reinigenSnelheidsinstellingHaas = snelSchildpad = langzaam
SCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 22Tankinhoud Maximale houtdiameter 120 | SCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 23
SCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 24Gegarandeerd geluidsvermogensniveauSCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 25Controle van het oliepeil
SCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 26Choke gesloten Benzinekraan openenSCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 27Olie bijvullen
SCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 28MotorSCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 29Het product voldoet aan de geldende Servische richtlijnen.
SCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 30Voor ingebruikname de gebruikshandleiding en en de veiligheidsvoorschriften lezen en in acht nemen!SCHEPPACH PGS420SE - Verklaring van de symbolen op het product - 31Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen.

Verklaring van de signaalwoorden in de gebruikershandleiding

AANWIJZINGSignaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben.
⚠ GEVAARSignaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezige, gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft.
⚠ WAARSCHUWINGSignaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot de dood of ernstige verwondingen kan leiden.
⚠ VOORZICHTIGSignaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot geringe of matige verwondingen kan leiden.
⚠ LET OP!In deze gebruikshandleiding hebben wij punten, die uw veiligheid betreffen, van dit teken voorzien.

Inhoudsopgave:

Pagina:

  1. Inleiding.... 123
  2. Productbeschrijving (afb. 1 - 27) 123
  3. Leveringsomvang (deels voorgemonteerd).... 124
  4. Beoogd gebruik.... 124
  5. Veiligheidsvoorschriften 125
  6. Technische gegevens....128
  7. Uitpakken 129
  8. Montage 129
  9. Voor de ingebruikname.... 131
  10. Bedrijf.... 132
  11. Reiniging en onderhoud 135
  12. Transport.... 136
  13. Onderhoud.... 136
  14. Opslag.... 142
  15. Reparatie & bestellen van reserveonderdelen.... 143
  16. Afvalverwerking en hergebruik.... 143
  17. Verhelpen van storingen.... 145
  18. Conformiteitsverklaring....676

1. Inleiding

Fabrikant:

Scheppach GmbH

De fabrikant van dit product is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit product of door dit product ontstaan bij:

• Ondeskundige behandeling
- Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
- Reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen
- Inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderdelen
- Gebruik dat niet conform de voorschriften is

Let op:

De gebruiksaanwijzing maakt deel uit van het product en bevat belangrijke aanwijzingen voor een veilig, vakkundig en economisch gebruik. Neem bovendien de geldende nationale voorschriften in acht. Lees alle bedienings- en veiligheidsaanwijzingen zorgvuldig door voordat u het product in gebruik neemt en gebruik het product uitsluitend zoals beschreven. Bewaar de handleiding en verstrek deze wanneer u het product doorgeeft.

2. Productbeschrijving (afb. 1 - 27)

  1. Bovenstuk vultrechter
  2. Vultrechter
  3. Luchtfilterdeksel
  4. Bedieningselement (afhankelijk van het model)
  5. Motor
    5a. Motoraansluitkabel
  6. Accu (afhankelijk van het model)
    6a. Accuhouder
    6b. Accuhouder
    6c. Accubevestigingsplaat
    6d. Accubevestigingsrubber
  7. Wielen
  8. Voetbevestiging
  9. Standaard
  10. Kogelopname (afhankelijk van het model)
  11. Dissel (afhankelijk van het model)
  12. Uitwerpkanaal
    12a. Rubberen afdichting

  13. Draaikrans

  14. Draaikrans snelspanner
  15. Brandstoftank
  16. Tankdop
  17. Uitwerpafschermplaat
  18. Uitwerpafschermplaat snelsluiting
  19. Uitlaatsysteem
  20. V-snaarkap
  21. Wielas
  22. NOODSTOP-schakelaar
    22a. Veiligheidskabel
  23. Oliepeilstok
  24. Brandstofffilterelement
  25. Olieaftapschroef
  26. smeernippel
  27. Uitlaatbeschermingsrooster
  28. Vleugelschroef
  29. Luchtfilter
  30. Startmotor met trekkabel
  31. benzinekraan
  32. Choke-hendel
  33. Gashendel
  34. V-snaar
  35. Bougiestekker
  36. Bougie
  37. Handgreep (veiligheidsbeugel)
    38a. Veiligheidsbeugel
    A. Bougiesleutel
    B. Zeskantbout M4 (SW 8)
    Ba. Zelfborgende moer M4 (SW 8)
    Bb. Volgring M4
    Bc. Veerring M4
    C. Zeskantbout M6 (SW 10)
    Ca. Zelfborgende moer M6 (SW 10)
    Cb. Volgring M6
    Cc. Veerring M6
    D. Zeskantbout M8 (SW 13)
    Da. Zelfborgende moer M8 (SW 13)
    Db. Volgring M8
    Dc. Veerring M8
    E. Zeskantbout M10 (SW 16)
    Ea. Zelfborgende moer M10 (SW 17)
    Eb. Volgring M10
    Ec. Veerring M10
    F. Zeskantbout M12 (SW 18)
    Fa. Zelfborgende moer M12 (SW 18)
    Fb. Volgring M12
    Fc. Veerring M12
    G. Zeskantbout M14 (SW 21)
    Ga. Zelfborgende moer M14 (SW 21)

  38. Aan/uit-schakelaar (afhankelijk van het model)

Gb. Volgring M14

Gc. Afstandmof

H. Passchroef met kraag M8 (inbus 4 mm)

I. Montagesleutel

J. T-greepsleutel

K. borgpen

L. Ontstekingsleutel (afhankelijk van het model)

3. Leveringsomvang (deels voorge-monteerd)

Pos.AantalAanduiding
11xBovenstuk vultrechter
21xVultrechter
51xMotor
72xWiel
91xStandaard
111xDissel
121xUitwerpkanaal
12 a1xRubberen afdichting
212xWielas
381xHandgreep (veiligheidsbeugel)
38 a1xVeiligheidsbeugel
A1xBougiesleutel
I1xMontagesleutel
J1xT-greepsleutel
L2xContactsleutel

4. Beoogd gebruik

⚠ WAARSCHUWING

Belangrijke veiligheidsinstructie – Niet toegestaan op de openbare weg!

Dit product is uitsluitend bedoeld voor bedrijfsmatig gebruik op privéterrein, landbouw- of bosbouwgrond en bouwplaatsen.

De hakselaar is niet goedgekeurd volgens de Duitse verkeersregels (StVZO) en mag niet op openbare wegen, paden of pleinen worden verplaatst of gebruikt.

Het transport mag alleen plaatsvinden met geschikte, goedgekeurde voertuigen en transportmiddelen. Het gebruik van het geïntegreerde aanhangsysteem is uitsluitend toegestaan op niet-openbare terreinen.

De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, boetes of ongevallen die het gevolg zijn van overtreding van deze bepalingen.

Aanwijzing: Voor elke ingebruikname moeten de plaatselijk geldende veiligheids- en ongevallenpreventievoorschriften in acht worden genomen. Alleen opgeleid personeel mag het product bedienen of verplaatsen.

Het product is geschikt voor particulier gebruik in de tuin of hobbytuin. Als product voor de particuliere tuin of hobbytuin zijn machines waarvan het jaarlijks gebruik in principe niet meer is dan 50 uur en voorna-melijk voor het onderhoud van hakselen van organisch huishoudelijk afval en tuinafval wordt gebruikt, echter niet in openbare installaties, parken, sportvelden, als- ook in de land- en bosbouw.

Het product mag uitsluitend worden gebruikt waarvoor het bedoeld is. Elk ander of verdergaand- is niet volgens de voorschriften. Voor hieruit ontstane schade of verwondingen, van welke soort dan ook, is de gebruiker en niet de fabrikant aansprakelijk.

Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshandleiding maken deel uit van het beoogd gebruik.

Personen, die het product bedienen of onderhoud aan het product verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren.

De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan het product worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade.

Het product mag uitsluitend met de originele onderde- len en originele accessoires van de fabrikant worden gebruikt.

De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant alsook de in de technische gegevens aan- gegeven afmetingen moeten in acht worden genomen. Tot het beoogde gebruik betreffende het verkleinen behoort ook:

- Alle soorten takken met een maximum doorsnede van 120 mm (afhankelijk van de houtsoort en versheid),

- Heggen en bomen,

- struiken en heesters,

- verdroging, vochtig tuinafval dat al enkele dagen is opgeslagen, afgewisseld met takken.

Let erop dat onze producten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het product in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden worden ingezet. De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan het product worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade.

5. Veiligheidsvoorschriften

SCHEPPACH PGS420SE - Veiligheidsvoorschriften - 1

WAARSCHUWING

Lees alle veiligheidsvoorschriften, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens die bij dit elektrische gereedschap zijn meegeleverd.

Nalatigheden bij het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken.

Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwijzingen voor toekomstig gebruik.

SCHEPPACH PGS420SE - WAARSCHUWING - 1

WAARSCHUWING

De elektrische ontsteking van het product gene-reert een laag elektromagnetisch veld. Als u een pacemaker of een soortgelijk implantaat draagt, raadpleeg dan uw arts voordat u het product ge-bruikt om gezondheidsrisico's te voorkomen.

Wie mogen het product niet gebruiken:

  • Het product mag alleen bediend worden door personen die vertrouwd zijn met het gebruik ervan.
  • Kinderen en andere personen, die niet bekend zijn met de gebruikshandleiding (plaatselijke voorschriften kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker bepalen)
  • Personen die onder invloed zijn van alcohol, drugs, medicijnen, moe of ziek zijn.

LET OP

Controleer voor het starten van de motor altijd of de vultrechter leeg is en de messen niet geblokkeerd zijn!

LET OP

Het is verboden om tijdens het starten en gebruik in de gevarenzone van de hakselaar te verblijven.

  • Haksel nooit wanneer er personen, kinderen of dieren in de buurt zijn.
  • Laat de verbrandingsmotor niet in gesloten ruimtes lopen, waarin zich gevaarlijke koolmonoxide kan vormen.
  • Draag gehoorbescherming en een veiligheidsbril zolang u het apparaat gebruikt.
  • Draag geen los hangende kleding of kleding met hangende banden of koorden.
  • Gebruik de machine alleen buiten (d.w.z. niet tegen een muur of een ander onbuigzaam voorwerp) en op een stevige, vlakke ondergrond.
  • Gebruik de machine niet op een met grind verharde ondergrond, waarop uitgeworpen materiaal letsel kan veroorzaken.
  • Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven zijn vastgedraaid om er zeker van te zijn dat het product zich in een veilige werktoestand bevindt.
  • Voor ingebruikname moeten alle afdekkingen en veiligheidsvoorzieningen conform de voorschriften zijn gemonteerd. Beschadigde of onleesbare stickers moeten worden vervangen. Waarschuwing!

5.1 Omgaan met brandstoffen

SCHEPPACH PGS420SE - Omgaan met brandstoffen - 1

GEVAAR

Brand- en explosiegevaar!

Brandstof kan zich bij het vullen ontsteken en eventu-eel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.

  • Bewaar brandstof alleen in daarvoor bedoelde containers (jerrycans).
  • De sluitkappen van het tankreservoir moeten altijd correct opgeschroefd en aangehaald worden.
  • Brandstof moet voor het starten de motor worden bijgevuld. Open de tankdop niet terwijl de motor loopt of onmiddellijk na het uitschakelen van het product en vul geen brandstof bij.
  • Schakel voor het tanken de verbrandingsmotor uit en laat deze afkoelen.
  • Vul de tank uitsluitend bij in de buitenlucht en rook niet tijdens het tanken.
  • Bewaar nooit het product met brandstof in de tank binnen een gebouw. Ontstane brandstofdampen kunnen met open vuur en vonken in aanraking komen en zich ontsteken.
  • Product en brandstoftank niet in de buurt van verwarmingen, warmtestralers, lasproducten of andere warmtebronnen neerzetten.

  • Indien brandstof is overstroomd, de verbrandingsmotor pas starten, nadat de met brandstof vervuilde vlakken zijn gereinigd. Elke ontstekingspoging moet worden vermeden totdat de brandstofdampen zijn verdampt (droogvegen).

  • Controleer vanwege veiligheidsredenen de brandstofleiding, brandstoftank, tankdop en aansluitingen regelmatig op beschadigingen, veroudering (breekbaarheid), op correcte bevestiging en ondichte plaatsen en vervang deze indien nodig.

5.2 Gebruik

  • Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven zijn vastgedraaid om er zeker van te zijn dat het product zich in een veilige werktoestand bevindt.
  • Bewaar het product nooit met benzine in de tank binnen in een gebouw, omdat mogelijke benzinedampen in aanraking kunnen komen met open vuur of vonken.
  • Laat de motor afkoelen, voordat u het product in gesloten ruimtes plaatst.
  • Om brandgevaar te vermijden, dient u de motor, uitlaatinstallatie en het bereik rond de benzinetank vrij het houden van gras, bladeren en uittredend vet (olie).
  • Controleer het product op slijtage of verlies van functionaliteit.
  • Vervang vanwege veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen.
  • Als de benzinetank moet worden geleegd, moet dit in de buitenlucht gebeuren.
  • Laat de verbrandingsmotor niet in gesloten ruimtes lopen, waarin zich gevaarlijke koolmonoxide kan vormen.
  • Haksel alleen bij daglicht of bij een goede kunstmatige verlichting.
  • Het gebruik van het product bij onweer is verboden - gevaar op blikseminslag!
  • Let altijd op een goede positie op hellingen.
  • Bij werkzaamheden aan de machine moeten alle veiligheidsinrichtingen en afdekkingen zijn gemonteerd.
  • Gebruik het product nooit met beschadigde veiligheidsvoorzieningen of beschermroosters of zonder gemonteerde veiligheidsvoorzieningen, zoals stootplaten en/of uitwerpafschermplaat.
  • Verander nooit de regelinstellingen van de motor en zorg ervoor dat deze niet te zwaar wordt belast.
  • Start de motor voorzichtig, overeenkomstig de aanwijzingen van de fabrikant.
  • Bij het starten van de motor mag het product niet worden gekanteld.

  • Start de motor niet indien u voor het uitwerpkanaal staat.

  • Breng handen of voeten nooit tegen of over de draaiende delen. Blijf altijd uit de buurt van de uitwerpkanaal.
  • Steek nooit uw handen in de vul- of uitwerpopening. In het product bevinden zich bewegende onderdelen, waardoor u in de machine kunt worden getrokken.
  • Til of verplaats het product nooit terwijl de motor draait.
  • Onderhoudswerkzaamheden en het verhelpen van storingen uitsluitend bij uitgeschakelde motor uitvoeren.
  • Zet de motor uit en controleer of alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen en de contact-sleutel, indien voorhanden, is geactiveerd:
  • Voordat u blokkades verwijdert of verstoppingen in het uitwerpkanaal oplost.
  • Voordat u het product controleert, reinigt of er werkzaamheden aan uitvoert.
  • Indien het product bij het starten ongewoon sterk trilt, moet deze direct worden onderzocht.
  • Indien u zich van het product verwijdert.
  • Voor het bijtanken.
  • Sluit de benzinekraan na het hakselen.
  • Het gebruik van het product met overmatige snelheid kan het risico op ongevallen verhogen.
  • Wees voorzichtig bij instelwerkzaamheden aan het product en voorkom het inklemmen van vingers tussen de bewegende messen en stijve productdelen.
  • Vermijd plaatsen waarbij de wielen niet meer grijpen of het hakselen niet stabiel is.
  • Let in de buurt van straten op het wegverkeer.
  • De gebruiker moet voldoende zijn geschoold in het toepassen, instellen en bedienen van de machine (inclusief verboden handelingen).
  • Controleer het product regelmatig en zorg ervoor dat alle startvergrendelingen en drukknoppen goed werken voor elk gebruik.
  • Let op: onjuist onderhoud, het gebruik van niet-conforme reserveonderdelen of het verwijderen of wijzigen van veiligheidsvoorzieningen kan schade aan het product en lichamelijk letsel van de persoon die ermee werkt tot gevolg hebben.
  • Wanneer de noodstop-schakelaar of de veiligheidsbeugel wordt ingedrukt, moet het product onmiddellijk uitschakelen en mag het niet starten. Indien dit niet gebeurt zoals beschreven, mag u het product in geen geval in gebruik nemen en dient u contact op te nemen met onze klantenservice.

  • Let erop dat de veiligheidssystemen of inrichtingen van het product niet gemanipuleerd of gedeactiveerd mogen worden. Verwijder nooit delen die voor de veiligheid dienen.

  • Let op dat de gebruiker geen verzegelde instellingen voor motortoerentalregeling mag wijzigen of manipuleren.
  • Gebruik alleen messen en accessoires die door de fabrikant worden aanbevolen. Bij gebruik van andere inzetstukken en accessoires bestaat gevaar voor verwonding.
  • Houd het product altijd in een goede bedrijfstoestand.
  • Het is noodzakelijk om voldoende pauzes te nemen om lawaai en trillingen te verminderen.
  • De beschermende kleding en alle gebruikte accessoires moeten voldoen aan de richtlijn "Persoonlijke beschermingsmiddelen".
  • Draag uitsluitend gesloten, passende kleding en veiligheidshandschoenen met korte, gesloten, goed sluitende manchetten.

LET OP: Gebruik uitsluitend super E5 benzine als brandstof.

⚠ Omgang met benzine

⚠ Levensgevaar! Benzine is giftig en zeer ontvlambaar.

  • Bewaar benzine alleen in daarvoor bedoelde en gecontroleerde containers (jerrycans). De sluitkappen van de brandstoftank moeten altijd correct opgeschroefd en aangehaald worden. Defecte sluitingen moeten vanwege veiligheidsredenen worden vervangen.
  • Houd benzine uit de buurt van vonken, open vuur, waakvlammen, warmtebronnen en andere ontstekingsbronnen. Niet roken!
  • Vul de tank uitsluitend bij in de buitenlucht en rook niet tijdens het tanken.
  • Schakel voor het tanken de verbrandingsmotor uit en laat deze afkoelen.
  • Benzine moet voor het starten de verbrandingsmotor worden bijgevuld. Als de verbrandingsmotor loopt of bij een heet product mag de benzinetank niet geopend worden of er benzine worden bijgevuld.
  • Open de tankdop voorzichtig en langzaam. Drukcompensatie afwachten en pas daarna de tankdop volledig afnemen.
  • Gebruik voor het tanken een geschikte trechter of een invoerbuis, zodat er geen brandstof op de verbrandingsmotor en behuizing resp. het gazon kan terechtkomen.

Vul de benzinetank niet te vol!

  • Om de brandstof ruimte tot uitzetting te bieden, ben-zinetank nooit tot boven de onderkant van de vulpijp vullen. Extra gegevens in de gebruikshandleiding van de verbrandingsmotor in acht nemen.
  • Indien benzine is overstroomd, de verbrandingsmotor pas starten, nadat de met benzine vervuilde vlakken zijn gereinigd. Elke ontstekingspoging moet worden vermeden totdat de benzinedampen zijn verdampt (droogvegen).
    • Veeg gemorste brandstof direct weg.
  • Als benzine op kleding is terechtgekomen, moet deze worden vervangen.
  • De tankdop moet na elke keer tanken correct opgeschroefd en aangehaald worden. Het product mag zonder opgeschroefde originele tankdop niet in gebruik worden genomen.
  • Controleer vanwege veiligheidsredenen de brandstofleiding, brandstoftank, tankdop en aansluitingen regelmatig op beschadigingen, veroudering (breekbaarheid), op correcte bevestiging en ondichte plaatsen en vervang deze indien nodig.
  • Leeg de benzinetank alleen in de open lucht.
  • Gebruik nooit drinkflessen of gelijksoortig voor het verwijderen of opslaan van bedrijfsmiddelen, zoals bijv. brandstof. Personen, in het specifiek kinderen, kunnen verleid worden daaruit te drinken.
  • Gebruik het product alleen buitenshuis en nooit in gesloten of slecht geventileerde ruimten.
  • Bewaar nooit het product met benzine in de benzine-tank binnen een gebouw. Ontstane benzinedampen kunnen met open vuur en vonken in aanraking komen en zich ontsteken.
  • Product en brandstoftank niet in de buurt van verwarmingen, warmtestralers, lasapparaten of andere warmtebronnen neerzetten.

Explosiegevaar!

Als tijdens het gebruik een defect aan de brandstof-tank, de tankdop of aan brandstofgeleidende delen (brandstofleidingen) wordt vastgesteld, moet direct de verbrandingsmotor worden uitgeschakeld. Vervolgens moet contact met een leverancier worden opgenomen.

Veiligheid accu

  • Om vonkvorming door kortsluiting te vermijden, moet altijd eerst de minkabel (−) op de accu losgemaakt en als laatst weer aangesloten worden.
  • Rook nooit bij werkzaamheden aan de accu. Houd vonken, open vuur en andere warmtebronnen altijd uit de buurt van de accu.

  • Bij het gebruik van startkabels is speciale voorzichtigheid geboden. Neem desbetreffende aanwijzingen in acht, om schade aan het product te voorkomen (in het specifiek starter maximaal 10 seconden bedienen).

  • Accu nooit openen en niet laten vallen.
  • Accu altijd in een gesloten ruimte met goede ventilatie, droog en tegen weer beschermd opladen.
  • Sluit de aansluitingen van de accu niet kort.
  • Vervormde of defecte (lekkende) accu's mogen niet worden gebruikt en moeten vervangen evenals op milieuvriendelijke wijze verwijderd worden. Neen de landspecifieke voorschriften in acht.
  • Bij defecte accu's kan er vloeistof uittreden. Contact vermijden! Spoel de vloeistof bij toevallig contact af met water. Als de vloeistof in de ogen terechtkomt, moet u direct een arts consulteren. Uittredende accuvloeistof kan leiden tot huidirritaties, verbrandingen en irritaties.
  • Onderzoek regelmatig door visuele controle de aan-sluitkabels aan de accu op beschadigingen. Laat beschadigde kabels door een specialist vervangen.
  • De zekeringen mogen nooit worden overbrugd. Plaats nooit een zekering met een andere dan de voorgeschreven belastbaarheid (Ampère).

5.3 Restrisico's

Het product is vervaardigd volgens de stand van de techniek en de erkende veiligheidstechnische regels. Toch kan tijdens de werkzaamheden sprake zijn van enkele restrisico's.

  • Restrisico's kunnen worden geminimaliseerd als de "veiligheidsvoorschriften" en het "gebruik conform de voorschriften", alsook de gebruikshandleiding in acht worden genomen.
  • Gebruik het product zoals in deze gebruikshandleiding wordt aanbevolen. U verkrijgt dan optimale prestaties met uw product.
  • Vermijd onvoorziene ingebruikname van het product.
  • Houd uw handen buiten de werkomgeving, wanneer het product in bedrijf is.
  • Volg de in de gebruikshandleiding voorgeschreven onderhouds- en veiligheidsvoorschriften op.
  • Bovendien kunnen er ondanks alle getroffen voorzieningen verborgen restrisico's bestaan.
Afmetingen L x B x H 2200 x 700 x 1110 mm
Invoerhoogte 1050 mm
Invoeropening max. 460 x 380 mm
Wiel ∅ 360 mm
Gewicht volledig gemonteerd en zonder brandstof142 kg
Takdikte max. ∅ 120 mm
Aantal messen 3
Mes 150 x 55 x 5 mm
Motortype 4-takt, 1 cilinder, luchtgekoeld
Cilinderinhoud 420 cm3
Werktoerental 3600 min-1
Vermogen 9 kW / 12,2 PS
Brandstof Loodvrij, min. 95 ROZ (RON), max. 10% bio-ethanol (E10)
Tankinhoud6,5 l
MotorolieSAE 10W-30
Tankinhoud/Olie1,1 l
CO2-uitstoot777,93 g/kWh
BougieF7RTC
bandenspanning0,7 bar
Accutype (afhankelijk van het model)Loodzuur-accu
Accu nominale spanning (afhankelijk van het model)12 V
Accuvermogen (afhankelijk van het model)18 Ah

Technische wijzigingen voorbehouden!

Geluid en trilling

⚠ WAARSCHUWING

Lawaai kan ernstige gezondheidsklachten tot gevolg hebben. Als het geluid van de machine hoger is dan 85 dB, draag dan geschikte gehoorbescherming voor u en personen in de omgeving.

Informatie over de geluidsproductie gemeten volgens de relevante normen

Geluidswaarden

Gemeten geluidsvermogensniveau L_WA 109,3 dB
Onzekerheid K_WA 2,66 dB
Geluidsdrukniveau L_pA 99,2 dB
Onzekerheid K_pA 3 dB

Draag gehoorbescherming.

Het effect van lawaai kan gehoorverlies zijn.

7. Uitpakken

⚠ WAARSCHUWING

Het product en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!

  • Open de verpakking en haal het product er voorzichtig uit.
  • Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen.
  • Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
  • Controleer het product en de hulpstukken op transportschade. Bij klachten moet direct contact worden opgenomen met de expediteur. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
  • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
  • Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het product aan de hand van de gebruikshandleiding.
  • Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserveonderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
  • Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het product aan.

8. Montage

LET OP

Het product voor de ingebruikstelling in ieder geval volledig monteren!

LET OP

Vanwege het zware gewicht van het product raden wij aan om het door minstens drie personen te laten monteren.

Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.

Zorg ervoor dat de veiligheidsschakelaars en kabels niet worden beschadigd door beknelling, trekken of dergelijke.

Benodigd gereedschap

  • 1x onderlegger*
  • 1x houtblok *
  • 1x 4 mm inbus*
  • 1x steeksleutel/ratelsleutel SW 8 *
  • 1x steeksleutel/ratelsleutel SW 10 *
  • 1x steeksleutel/ratelsleutel SW 13 *
  • 1x steeksleutel/ratelsleutel SW 16 *
  • 1x steeksleutel/ratelsleutel SW 18 *
  • 1x steeksleutel/ratelsleutel SW 21 *

* = niet altijd meegeleverd!

8.1 Montage van de wielen (7) en wielas (21) (afb. 4)

  1. Om schade aan het product te vermijden, legt u tijdens de montage een onderlegger op de grond.

  2. Neem samen met twee andere personen het product voorzichtig van de pallet.

  3. Kantel de hakseleenheid een beetje naar voren.

  4. Monteer eerst de wielas (21) zoals op afb. 4 weergegeven. Let daarbij op de juiste plaatsing van de wielas (21).

  5. Monteer nu de wielen (7) door eerst de zelfborgende moer (Ga), de volgringen (Gb) en de afstandsbus (Gc) op de wielas (21) te demonteren. Plaats nu de wielen (7) op de wielas (21). Plaats vervolgens de afstandsbus (Gc) en de volgring (Gb) op de wielas (21) en zet deze vast met de zelfborgende moer (Ga). Deze zijn bij levering al op de wielas (21) bevestigd. Gebruik voor de montage van de zelfborgende moeren (Ga) een steeksleutel/ratelsleutel SW 21 *.

AANWIJZING! Let bij de montage op de hierboven genoemde volgorde. Bij niet-naleving bestaat het risico op beschadiging van het lager in het wiel.

8.2 Montage van de dissel (11) en de standaard (9) (afb. 5) (afhankelijk van het model)

  1. Verwijder eerst de vooraf gemonteerde zeskantbouten (E) inclusief volgringen (Eb), veerringen (Ec) en de zelfborgende moeren (Ea) in de dissel (11). Gebruik voor de demontage een steeksleutel/ratelsleutel SW 16.

  2. Verbind de dissel (11) met de voetbevestiging (8) door de dissel (11) in de uitsparing van de voetbevestiging (8) te schuiven totdat de montagegaten op één lijn liggen.

  3. Bevestig de dissel (11) met de voetbevestiging (8) met twee zeskantschroeven (E), volgringen (Eb), veerringen (Ec) en zelfborgende moeren (Ea). Gebruik voor de montage een steeksleutel/ratelsleutel SW 16.

  4. Klap de standaard (9) uit en zet deze vast met de borgpen (K). Plaats het product nu op de standaard (9).

8.3 Montage van de dissel (11) incl. de standaard op de motor (5) (afb. 6) (afhankelijk van het model)

  1. Ondersteun het uitwerpkanaal (12) met een houten blok om de motor (5) op de gewenste werkhoogte van de dissel (11) te brengen.
  2. Verwijder de voorgemonteerde zeskantbouten (E) inclusief volgringen (Eb), veerringen (Ec) en de zelfborgende moeren (Ea) van de motor (5). Gebruik voor de demontage een steeksleutel/ratelsleutel SW 16
  3. Til nu de dissel (11) met uitgeklapt en vastgezet standaard (9) op naar de daarvoor bestemde plaats (onder het uitwerpkanaal (12)).
  4. Bevestig de dissel (11) op de motor (5) met twee zeskantschroeven (E), volgringen (Eb), veerringen (Ec) en zelfborgende moeren (Ea). Gebruik voor de montage een steeksleutel/ratelsleutel SW 16.

8.4 Montage van de vultrechter (2) en het bovenstuk vultrechter (1) (afb. 7-9)

  1. Verwijder eerst alle voorgemonteerde zeskantschroeven (D), inclusief volgringen (Db), veerringen (Dc) en de zelfborgende moeren (Da) aan de invoer van de motor (5) en het bovenste deel van de vultrechter (1). Gebruik voor de demontage een steeksleutel/ratelsleutel SW 13.
  2. Plaats de vultrechter (2) boven het scharnier op de vulopening van de motor (5) en breng deze samen.
  3. Bevestig de vultrechter (2) met twee volgringen (Db), twee veerringen (Dc) en twee zelfborgende moeren (Da) aan de versnipperaar. Gebruik voor de montage van de zelfborgende moeren (Da) een steeksleutel/ratelsleutel SW 13.
  4. Plaats nu het bovenste deel van de vultrechter (1) op de vultrechter (2) en bevestig dit met de eerder gedemonteerde zeskantschroeven (D), veerringen (Dc), volgringen (Db) en de zelfborgende moeren (Da).
  5. Om de noodstopschakelaar (22) te activeren, verbindt u de veiligheidskabel (22a) van de noodstopschakelaar (22) met de motorkabel (5a) aan de onderkant van de vultrechter (2) en aan de bovenkant van de vultrechter (1) (afb. 9).

8.5 Montage van het uitwerpkanaal (12) (afb. 10)

  1. Verwijder eerst alle voorgemonteerde zeskantbouten (D), inclusief volgringen (Db) en veerringen (Dc) aan de uitwerpzijde van de motor (5). Gebruik voor de demontage een steeksleutel/ratelsleutel SW 13.
  2. Plaats het uitwerpkanaal (12) met de rubberen afdichting (12a) boven de hakseleenheid en zorg ervoor dat de montagegaten overeenkomen.
  3. Bevestig de uitwerpkanaal (12) met de zeskantbouten (D), veerringen (Dc) en volgringen (Db) aan de versnipperaar. Gebruik voor de montage van de zeskantbouten (D) een steeksleutel/ratelsleutel SW 13.

8.6 Montage van de veiligheidsbeugel (38/38a) (afb. 13)

  1. Verwijder eerst alle voorgemonteerde zeskantbouten (B), inclusief volgringen (Bb), veerringen (Bc) en zelfborgende moeren (Ba) op de veiligheidsbeugel (38a). Gebruik voor de demontage een steeksleutel/ratelsleutel SW 8
  2. Plaats de uiteinden van de handgreep (38) in de bussen van de veiligheidsbeugel (38a).
  3. Monteer nu alle zeskantbouten (B) die u aan het begin hebt gedemonteerd, inclusief volgringen (Bb), veerringen (Bc) en zelfborgende moeren (Ba) op de veiligheidsbeugel (38a). Gebruik voor de montage een steeksleutel/ratelsleutel SW 8

8.7 Montage van de veiligheidsbeugel (38a) met het ontgrendelingsmechanisme (afb. 14, 15)

  1. Lijn het gat in het scharnier van de veiligheidsbeugel (38a) uit met het scharnier in het ontgrendelingsmechanisme.
  2. Monteer de verbinding met de pasbout met kraag M8 (H), de sluitring (Db), de veerring (Dc) en de zelfborgende moer (Da). Gebruik een 4 mm inbussleutel en een steeksleutel SW 13.

8.8 Monteer de veiligheidsbeugel (38a) op de vultrechter (2) (afb. 16)

  1. Lijn een uiteinde van de veiligheidsbeugel (38a) uit met de montagesteun van de vultrechter (2).
  2. Monteer de verbinding met de pasbout met kraag M8 (H), de volgringen (Db), de veerring (Dc) en de zelfborgende moer (Da). Gebruik een 4 mm inbus-sleutel en een steeksleutel SW 13.
  3. Herhaal deze werkwijze aan de andere zijde.

LET OP

Gevaar op kortsluiting!

- Om kortsluiting te vermijden, maakt u altijd eerst de minkabel (-) van de accu los en sluit u deze als laatste weer aan.

- Let er bij het aansluiten/loskoppelen van de accu (6) op, dat de polen (+/-) elkaar en/of het frame niet aanraken.

9. Voor de ingebruikname

LET OP

Het product voor de ingebruikstelling in ieder geval volledig monteren!

SCHEPPACH PGS420SE - LET OP - 1

WAARSCHUWING

Controleer voor elke inbedrijfstelling of alle veiligheidsvoorzieningen correct functioneren.

SCHEPPACH PGS420SE - WAARSCHUWING - 1

WAARSCHUWING

Gevaar voor de gezondheid!

Bij het inademen van brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden.

- Adem brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen niet in.

- Gebruik het product alleen in de open lucht.

LET OP

Productbeschadiging!

Als het product zonder of met te weinig motor- of transmissieolie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade leiden.

- Vul voor de ingebruikname brandstof en olie in. Het product wordt zonder motor- of transmissie-olie geleverd.

LET OP

Milieuschade!

Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden.

- Olie uitsluitend vullen/aftappen op vlakke, stevige ondergronden.

- Gebruik een vulpijp of trechter.

- Vang afgetapte olie in een geschikte container op .

- Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.

- Verwijder olie conform de lokale voorschriften.

LET OP

Risico op materiële schade!

Indien incorrect opgeslagen of niet afgetapte brand- stoffen worden gebruikt, kan de carburateur verstop- pen of de werking van de motor beïnvloeden.

- Voer brandstof wat u niet nodig heeft, in een luchtdichte tank en bewaar deze in een donkere, koele ruimte.

Plaats het product op een vlak, recht oppervlak. Benodigd gereedschap:

- Trechter*

- Lap/doek*

* = niet altijd meegeleverd!

9.1 Olie bijvullen (afb. 14)

LET OP

Het product wordt geleverd zonder motorolie. Voor ingebruikname daarom altijd olie bijvullen. Gebruik hiertoe SAE 10W-30 olie.

Controleer regelmatig voor elke ingebruikname het oliepeil. Een te laag oliepeil kan de motor beschadigen.

  1. Schroef de oliepeilstok (23) los.

  2. Vul het motoriereservoir met behulp van een trechter. Let op de max. vulhoeveelheid (zie de technische gegevens). Vul de motorolie voorzichtig bij tot aan de onderkant van de vulpijp.

  3. Veeg de oliepeilstok (23) met een schone, pluisvrije doek schoon.

  4. Schroef de oliepeilstok (23) weer tot aan de aanslag in de vulpijp.

  5. Schroef de oliepeilstok (23) eruit en lees in horizontale positie het oliepeil af. Het oliepeil moet zich in het midden van de oliepeilstok (23) bevinden.

  6. Als het oliepeil te laag is, herhaalt u de werkwijze.

  7. Schroef de oliepeilstok (23) vervolgens weer vast.

9.2 Aansluiten van de accu (afhankelijk van het model)

  1. Verwijder eerst de afdekking van de beide aansluitingen

  2. Sluit eerst de rode kabel aan op de pluspool (+).

Zorg ervoor dat de pool schoon is en dat de klem goed vastzit. Draai de schroefverbinding vast.

  1. Sluit vervolgens de zwarte kabel aan op de min- pool (-) en draai deze ook vast.

  2. Let op de volgorde!

9.3 Brandstof bijvullen (afb. 26)

  1. Schroef de tankdop (16) er op.
  2. Vul met behulp van een geschikte trechter benzine in de brandstoftank (15). Let op de max. vulhoeveelheid (zie de technische gegevens).

  3. Let op dat de brandstoftank (15) niet te vol wordt gevuld en dat er geen brandstof wordt gemorst. Gemorste brandstof direct opvegen en wachten tot de benzinedampen zijn vervlogen (vanwege ontstekingsgevaar!).

  4. Schroef de tankdop (16) er weer op.

10. Bedrijf

LET OP

Let op!

Bij het gebruik van producten moeten enkele veiligheidsmaatregelen in acht genomen worden, om letsel en schade te voorkomen. Lees daarom deze gebruikshandleiding / veiligheidsvoorschriften zorgvuldig door.

Indien u het product aan andere personen mocht overhandigen, overhandig dan tevens deze gebruikshandleiding /veiligheidsvoorschriften. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften.

LET OP

Het product voor de ingebruikstelling in ieder geval volledig monteren!

LET OP

Controleer voor het starten van de motor altijd of de vultrechter leeg is en de messen niet geblokkeerd zijn!

LET OP

Controleer voor het hakselen altijd of de noodstopbeugel en de noodstopschakelaar correct uitschakelen.

LET OP

Het is verboden om tijdens het starten en gebruik in de gevarenzone van de hakselaar te verblijven.

⚠ WAARSCHUWING

Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig voor elk gebruik. Defecte veiligheidsvoorzieningen kunnen leiden tot ernstige letsels!

Werkinstructies

Voor goede werkresultaten zijn goed geslepen messen vereist.

Let op:

Stompe messen verminderen het snijvermogen en beinvloeden de werkprocedure! Duidelijke tekenen van botte messen zijn een verminderde aanzet, afnemende prestaties en een slecht snijpatroon.

Toevoer van de silage

Schakel altijd eerst de motor uit!

- Draag uitsluitend gesloten, passende kleding en veiligheidshandschoenen met korte, gesloten, goed sluitende manchetten.

- Ga bij het toevoeren van de silage altijd zijdelings van de vultrechter staan (afb. 23).

- Zet een gebied van minimaal 3 m breed en 12 m lang aan de zijkant van de uitworp af. Controleer voor het starten de directe omgeving. Let vooral op kinderen, andere personen en dieren (afb. 23).

- Zorg ervoor dat u stevig en stabiel staat. Leun niet voorover.

- Sta bij het invoeren van silage op hetzelfde niveau als het product.

- Houd voldoende afstand tot het uitwerpgebied om niet geraakt te worden door de silage of weggeslingerde delen.

- Let bij het verzamelen van het snijmateriaal op ste- nen en aarde.

- Aarde veroorzaakt snelle slijtage van de messen en moet daarom uit het te versnipperen materiaal worden verwijderd.

- Vreemde voorwerpen (zoals spijkers, draad, touwen of klimhulpmiddelen) moeten uit het te hakselen materiaal worden verwijderd.

- Harde voorwerpen, zoals stenen, glas, metalen onderdelen en dergelijke, mogen niet in het product worden geworpen.

- Gooi geen wortels met aarde in het product.

  • Hout, zoals snoeiafval, vereist goed geslepen messen en moet apart worden versnipperd om een zo lang mogelijke levensduur van de messen te bereiken.
  • Het mesmechanisme trekt de silage grotendeels zelfstandig aan.
  • Voer takken met het dikke uiteinde naar voren in en plaats ze zo mogelijk op het neerwaarts draaiende deel van de messchijf (terugslag).
  • Verwijder zijscheuten bij sterk vertakte takken.
  • Vers gesneden hout vereist minder kracht, zodat stukken met een grotere doorsnede kunnen worden versnipperd.
  • Het is aan te raden om aan het einde droog materiaal te verwerken. Het vocht in het product wordt opgezogen en de behuizing wordt gereinigd.
  • Schakel de motor onmiddellijk uit als het snijmechanisme blokkeert, om overbelasting van de motor te voorkomen. Verhelp de storing voordat u de motor opnieuw start.
  • Laat het gehakselde materiaal in de buurt van de uit-werpopening niet te hoog opstapelen. Dit kan ertoe leiden dat reeds gehakseld materiaal het uitwerpkanaal verstopt. Hierdoor kan het materiaal terugstro-men door de vulopening.

Aanwijzing: Verwijder na afloop van het werk de afval-resten uit het product.

LET OP

Verwijder de bougiestekker en de contactsleutel! Voor herstart na werkonderbrekingen moet de hakse- leenheid vrij zijn van hakselresten.

Snelheden

Met behulp van de gashendel (33) kan de motor op het gewenste toerental worden ingesteld.

  • Positie MIN - "Schildpad"
  • Positie MAX - "Haas"

Aanwijzing:

De motor (5) kan, afhankelijk van het model, worden gestart met de elektrische startknop of de startkoord-starter (30).

10.1 Product in-/uitschakelen

LET OP

  • Trek het starterkoord er altijd recht uit.
  • Houd de greep van het starterkoord vast tot de starterkoord weer opwikkelt.

  • Laat het starterkoord niet terugschieten. Dit kan tot schade leiden.

  • Trek de startkoordstarter niet over de gehele lengte uit. Zo voorkomt u dat het starterkoord scheurt.
  • Bij koel weer kan het noodzakelijk zijn om het startproces meerdere te herhalen

10.1.1 Start de motor (5) met de trekkoordstarter (30) (afhankelijk van het model)

LET OP

Laat nooit het starterkoord (30) terugschieten. Dit kan tot schade leiden.

  1. Zet de chokehendel (32) en de benzinekraan (31) op de motor op "ON".
  2. Zet de gashendel (33) in het midden.
  3. Steek de contactsleutel (L) in het contactslot.
  4. Draai de contactsleutel (L) naar de middelste stand "Aan-schakelaar".
  5. Trek nu enkele keren langzaam aan de trekstarter (30) zodat de brandstof vanuit de brandstoftank (15) naar de motor (5) kan stromen.
  6. Start de motor (5) door snel aan de trekstarter (30) te trekken. Als de motor (5) niet start, herhaalt u de werkwijze.
  7. Laat de motor (5) gedurende enkele seconden opwarmen.
  8. Draai de chokehendel (32) langzaam naar de stand "OFF".
  9. Stel de gewenste snelheid in met de gashendel (33).
  10. Als de motor (5) ook na meerdere pogingen niet aanspringt, dient u hoofdstuk "Verhelpen van storingen" te raadplegen.
  11. De choke hoeft doorgaans bij het opnieuw starten van een warme motor niet te worden gebruikt.

10.1.2 Start de motor (5) met de elektrische starter (afhankelijk van het model)

  1. Zet de chokehendel (32) en de benzinekraan (31) op de motor (5) op "ON".
  2. Zet de gashendel (33) in het midden.
  3. Steek de contactsleutel (L) in het contactslot.
  4. Draai de contactsleutel (L) naar de rechterstand "E-starter" en houd deze in deze stand totdat het product start.
  5. Laat de motor (5) gedurende enkele seconden opwarmen.
  6. Draai de chokehendel (32) langzaam naar de stand "OFF".

  7. Stel de gewenste snelheid in met de gashendel (33).

  8. Als de motor (5) ook na meerdere pogingen niet start, start u het product zoals beschreven in paragraaf 10.1.1.
  9. De choke hoeft doorgaans bij het opnieuw starten van een warme motor niet te worden gebruikt.

10.1.3 Bij een koude motor starten met een trekkoordstarter (zonder E-start)

Aanwijzing:

Bij hoge buitentemperaturen kan het voorkomen dat ook bij een koude motor zonder choke moet worden gestart!

  1. Controleer voor elke start het brandstof- en motoroliepeil en zorg ervoor dat de bougiestekker (35) is aangesloten op de bougie (36).
  2. Zet de aan/uit-schakelaar (37) in de stand "ON".
  3. Zet de gashendel (33) op "half gas" (= middelste stand tussen "snel" en "langzaam").
  4. Zet de chokehendel (32) in de stand "gesloten".
  5. Open de benzinekraan (31).
  6. Trek het starterkoord (30) langzaam uit tot de eerste weerstand.
  7. Trek nu het starterkoord (30) snel aan tot de motor start. Als de motor niet start, herhaalt u de werkwijze.
  8. Laat de motor kort warmlopen. Open vervolgens langzaam de chokehendel (32) om over te schakelen naar "normaal bedrijf".
  9. Stel met de gashendel (33) het voor u geschikte toerental in.

10.1.4 Bij warme motor starten met trekstarter

(Het product stond minder dan 15–20 minuten stil.)

  1. Controleer voor elke start het brandstof- en motoroliepeil en zorg ervoor dat de bougiestekker (35) is aangesloten op de bougie (36).
  2. Zet de aan/uit-schakelaar (37) in de stand "ON".
  3. Zet de gashendel (33) op "half gas" (= middelste stand tussen "snel" en "langzaam").
  4. Open de benzinekraan (31).
  5. Trek het starterkoord (30) langzaam uit tot de eerste weerstand.
  6. Trek nu het starterkoord (30) snel aan tot de motor start. Als het product na 6 trekbewegingen nog steeds niet start, herhaal dan de procedure zoals beschreven in 10.1.3.
  7. Stel met de gashendel (33) het voor u geschikte toerental in.

10.1.5 Motor uitzetten

Laat het product korte tijd draaien (ongeveer 30 se- conden) voordat u het uitschakelt, zodat de motor kan afkoelen.

  1. Stel de snelheid met de gashendel (33) in op MIN-"schildpad".
  2. Draai de aan/uit-schakelaar (37) naar "OFF".
  3. Sluit de benzinekraan (31).

10.2 Automatisch uitschakelmechanisme voor olie Aanwijzing:

Het automatische uitschakelmechanisme voor olie wordt geactiveerd als er te weinig motorolie aanwezig is .

  1. Als het oliepeil te laag is, vul dan olie bij zoals beschreven in 9.1.
  2. Start de motor (5) zoals onder 10.1 beschreven.

Werkinstructies

LET OP

Houd bij het hakselen voldoende afstand tot het product, omdat lange takken bij het intrekken kunnen wegslaan. Er bestaat gevaar voor letsel.

  • Zorg ervoor dat de opvangbak correct is bevestigd.
  • Houd de takken bij het toevoeren in het product vast, tot deze automatisch naar binnen worden getrokken.
  • Verwijder voor het hakselen de wortels van aanhangende aardresten en stenen.
  • Haksel geen zacht, vochtig materiaal zoals keukenafval, maar composteer deze direct.
  • Wissel het hakselen van enkele dagen opgeslagen tuinafval af met nieuw materiaal om verstoppen te voorkomen.
  • Laat de hakselaar de ingevoerde silage eerst helemaal in kleine stukjes hakselen, voordat u nieuwe silage invoert.
  • Gebruik niet uw handen om er nieuwe silage in te schuiven, gebruik daarvoor alleen speciale stampers of andere silage.
  • Schakel de hakselaar na het werk uit en koppel hem los van het elektriciteitsnet.
  • Til ten slotte een paar takken op om deze ter ondersteuning van het reinigen te gebruiken.
  • Schakel het product uit als alle silage door de hak- selaar is gevoerd. Anders kunnen de messen blok- keren wanneer u opnieuw start.

11. Reiniging en onderhoud

⚠ WAARSCHUWING

Laat reparatie- en onderhoudswerkzaamheden, die niet in deze gebruikshandleiding beschreven staan, uitvoeren door onze gespecialiseerde werkplaats. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.

⚠ WAARSCHUWING

Onjuist onderhoud of onjuiste reiniging kan letsel veroorzaken!

⚠ WAARSCHUWING

Tijdens reinigings-, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden kan het product onverwacht starten en letsel en brandwonden veroorzaken.

  • Schakel het product uit.
  • Verwijder de bougiestekker van de bougie.
  • Laat het product afkoelen.

⚠ WAARSCHUWING

Voer regelmatig/dagelijks en vóór gebruik een visuele en functionele controle/onderhoud uit om ervoor te zorgen dat het product in goede staat verkeert.

  • Onjuist onderhoud, het gebruik van niet-conforme reserveonderdelen of het verwijderen of wijzigen van veiligheidsvoorzieningen kan ernstige materiële schade of lichamelijk letsel tot gevolg hebben.
  • Als de gebruiker deze werkzaamheden niet zelf kan uitvoeren, moet een gespecialiseerde dealer worden geraadpleegd.

11.1 Reiniging

Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.

⚠ WAARSCHUWING

Gebruik nooit een hogedrukreiniger om het product te reinigen.

Gebruik van een hogedrukreiniger leidt tot een kortere levensduur en een verminderde onderhoudsvriendelijkheid.

⚠ WAARSCHUWING

Voer regelmatig/dagelijks en vóór gebruik een visuele en functionele controle/onderhoud uit om ervoor te zorgen dat het product in goede staat verkeert.

  • Onjuist onderhoud, het gebruik van niet-conforme reserveonderdelen of het verwijderen of wijzigen van veiligheidsvoorzieningen kan ernstige materiële schade of lichamelijk letsel tot gevolg hebben.
  • Als de gebruiker deze werkzaamheden niet zelf kan uitvoeren, moet een gespecialiseerde dealer worden geraadpleegd.

  • Zorg dat de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiesleuven en de motorbehuizing zo stof- en vuilvrij mogelijk zijn. Wrijf het product met een schone doek af en blaas deze met perslucht bij lage druk uit. Wij adviseren u, om het product direct na elk gebruik te reinigen.

  • Leeg de opvangbak na elk gebruik.
  • Maak het product regelmatig schoon met een vochtige doek* en een beetje zachte zeep. Gebruik geen reinigingsmiddelen of oplosmiddelen; deze kunnen de kunststofonderdelen van het product aantasten. Zorg ervoor dat er geen water in het product kan komen.

11.1.1 Reiniging van de V-snaren (34) (afb. 20)

  1. Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
  2. Verwijder de contactsleutel (L) (33) uit het contact-slot (34) (afhankelijk van het model).
  3. Verwijder de bougiestekker (35) uit de bougie (36).
  4. Verwijder de V-snaarafdekking (20) door de vier zeskantbouten los te schroeven met een steeks-leutel/ratelsleutel SW 8.
  5. Reinig de elementen van de aandrijving en de V-snaren (34) een tot tweemaal per jaar met een borstel of perslucht.
  6. Breng de V-snaarafdekking (20) weer aan en zet deze vast met vier zeskantbouten (B).

11.1.2 Verwijderen van blokkades en hakselresten Schakel de machine uit om storingen te verhelpen of vastgeklemde stukken hout te verwijderen.

  1. Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
  2. Verwijder de contactsleutel (L) uit het contactslot (afhankelijk van het model).
  3. Verwijder de bougiestekker (35) uit de bougie (36).
  4. Koppel de veiligheidsschakelaaraansluitkabel los.

  5. Demonteer de vultrechter (2) en het uitwerpkanaal (12) en verwijder de rubberen afdichting uitwerpkanaal (12a). Gebruik voor het demonteren van de zeskantbouten (D) en voor de zelfborgende moeren (Da) een steeksleutel/ratelsleutel SW 13.

  6. Bij hardnekkige storingen verwijdert u zoals beschreven in punt 11.1.1 de V-snaarafdekking (20) en draait u vervolgens met behulp van de daarvoor bestemde ratelsleutel langzaam aan de messenas om de storing te verhelpen.

  7. Reinig de binnenkant van het product en de messchijf met perslucht om restanten van het haksel te verwijderen.

  8. Monteer de vultrechter (2) en het uitwerpkanaal (12), de rubberen afdichting van het uitwerpkanaal (12a) en de V-snaarafdekking (20) opnieuw.

12. Transport

⚠ WAARSCHUWING

Belangrijke veiligheidsinstructie – Niet toegestaan op de openbare weg!

Dit product is uitsluitend bedoeld voor bedrijfsmatig gebruik op privéterrein, landbouw- of bosbouwgrond en bouwplaatsen.

De hakselaar is niet goedgekeurd volgens de Duitse verkeersregels (StVZO) en mag niet op openbare wegen, paden of pleinen worden verplaatst of gebruikt.

Het transport mag alleen plaatsvinden met geschikte, goedgekeurde voertuigen en transportmiddelen. Het gebruik van het geïntegreerde aanhangsysteem is uit-sluitend toegestaan op niet-openbare terreinen.

De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, boetes of ongevallen die het gevolg zijn van overtreding van deze bepalingen.

12.1 Voorbereiding voor het transport

  1. Leeg de brandstoftank (15) met een afzuigpomp voor benzine.

Waarschuwing: Verwijder de benzine niet in gesloten ruimtes, in de buurt van vuur of bij het roken. Gasdampen kunnen explosies of brand veroorza-ken.

  1. De contactsleutel (L) moet altijd uit het contactslot verwijderd en veilig bewaard worden, om het onbevoegde en incorrecte gebruik door kinderen en andere personen te verhinderen (afhankelijk van het model).

  2. Verwijder de bougiestekker (35) uit de bougie (36).

  3. Reinig het product.

12.2 Transport zonder voertuig (afhankelijk van het model)

⚠ Let op: Wanneer het product wordt vervoerd, moet de motor worden uitgeschakeld en de bougiestekker worden verwijderd.

  1. Om het product te verplaatsen, pakt u de kogelhouder (10) vast en kantelt u het product naar achteren.

  2. U kunt het product nu vervoeren.

12.3 Transport met een voertuig (afhankelijk van het model)

⚠ LET OP

Het product is niet toegelaten voor gebruik op de openbare weg en is dus niet bestemd voor gebruik in het openbaar verkeer. Het product mag alleen op afgesloten terrein dat omheind is, aan een voertuig worden gekoppeld en verplaatst.

Om het product met een voertuig te verplaatsen, dient u de standaard (9) in te klappen.

  1. Maak de borgpen van de borgbout (K) los en trek deze eruit.

  2. Klap de standaard (9) omhoog.

  3. Om de standaard (9) te beveiligen, plaatst u de borgpen (K) in de vergrendeling. Hiermee voorkomt u dat deze naar beneden valt. Zet de borgpen (K) vast.

  4. Hang de kogelhouder (10) aan de trekhaak van een geschikt voertuig.

Aanwijzing: Zorg ervoor dat de vergrendeling van de kogelhouder (10) vergrendelt.

13. Onderhoud

⚠ WAARSCHUWING

Indien de gebruiker onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet uitvoeren, moet hij over de nodige vakkennis beschikken.

Wanneer het product buiten gebruik wordt gesteld voor onderhoud, inspectie of opslag, schakel dan de motor uit, trek de bougiestekker van de bougie, verwijder de contactsleutel uit het contactslot en controleer of dat alle draaiende onderdelen tot stilstand zijn gekomen.

⚠ LET OP

Brand- en explosiegevaar!

Bij het opslaan van het product in de buurt van mogelijke ontstekingsbronnen kan er een brand of explosie ontstaan. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood

- Verwijder mogelijke ontstekingsbronnen, zoals bijv. ovens, heetwaterboilers met gas, gasdrogers, etc...

LET OP

Alle beschermings- en veiligheidsvoorzieningen moeten direct worden teruggeplaatst nadat de reparatie- of onderhoudswerkzaamheden zijn voltooid.

Beveilig het product tegen onbedoeld inschakelen voordat u onderhouds- en/of instandhoudingswerkzaamheden uitvoert:

- Schakel voor alle reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor uit.

- Laat de motor afkoelen.

- Trek de bougiestekker van de bougie. Trek bovendien de contactsleutel (L) uit het contactslot (afhankelijk van het model).

  • Regelmatig, zorgvuldig onderhoud is noodzakelijk om het veiligheidsniveau en het vermogen van het product ongewijzigd te garanderen.
  • Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven zijn vastgedraaid om er zeker van te zijn dat het product zich in een veilige werktoestand bevindt.
  • Controleer het product regelmatig op slijtage of verlies van functionaliteit.
  • Vervang vanwege veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen.
  • Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.
  • Controleer de veilige bevestiging van de wielen.
  • Werkzaamheden die in deze gebruikshandleiding niet zijn beschreven, mogen alleen worden uitgevoerd door een gespecialiseerde werkplaats.

Benodigd gereedschap

  • Steeksleutel SW 13 *
  • Steeksleutel/ratelsleutel SW 16 *
  • Steeksleutel/ratelsleutel SW 17 *
  • Voelermaat *
  • Koperdraadborstel *
  • Vetpers *

* = niet altijd meegeleverd!

13.1 Mes vervangen

⚠ LET OP

Draag bij het hanteren van de messen veiligheids- handschoenen!

Gebruik bij elke meswissel nieuwe mesbouten en moeren.

De messen moeten worden vervangen zodra ze bot zijn of na 30 uur.

  1. Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
  2. Verwijder de contactsleutel (L) uit het contactslot (afhankelijk van het model).
  3. Verwijder de bougiestekker (35) uit de bougie (36).
  4. Koppel de veiligheidsschakelaaraansluitkabel (22a) en de motoraansluitkabel (5a) los.
  5. Verwijder de zeskantbouten (D) van de vultrechter (2) en het uitwerpkanaal (12). Verwijder de rubberen afdichting (12a). Gebruik voor het demonteren van de zeskantbouten (D) en voor de zelfborgende moeren (Da) een steeksleutel/ratelsleutel SW 13.
  6. Verwijder nu de V-snaarafdekking (20) en draai vervolgens de messenas zodanig dat de mesbouten gemakkelijk toegankelijk zijn.
  7. Draai met een ratelsleutel met verlengstuk SW 13 de mesbouten van het mes los en verwijder het mes voorzichtig.
  8. Plaats het nieuwe mes en zet het vast met de mesbouten. Aanwijzing: Verwijder verharde vuil-resten van de messen en het messteunvlak op de meshouder. De messen moeten bij de montage exact op hun plaats liggen.
  9. Draai de messchijf om het tweede mes te vervangen. Ga hiervoor te werk zoals hierboven beschreven onder punt 7.
  10. Wanneer u beide messen hebt vervangen, controleert u de afstand tussen het mes en het tegenmes en stelt u deze indien nodig bij. Deze moet normaal gesproken 1 - 1,2 mm bedragen. Hiervoor is een steeksleutel/ratelsleutel SW 13 nodig. Om het tegenmes te verschuiven, draait u de middelste zeskantbout aan de onderkant van de motor vast (afstand wordt kleiner) of los (afstand wordt groter).
  11. Monteer de vultrechter (2) zoals beschreven in paragraaf 8.3, evenals de V-snaarafdekking.

Aanwijzing:

Indien na het vervangen van het mes een van de volgende punten zich voordoet, neem dan contact op met een erkende dealer, die het tegenmes op beschadigin-

gen controleert en indien nodig vervangt:

  • Onbevredigend snijresultaat.
    • Het product trilt overmatig.
  • Het product maakt ongebruikelijke geluiden.
  • Het tegenmes is beschadigd.

13.2 Instellen van het tegenmes

⚠ LET OP

Draag bij het hanteren van de messen veiligheids- handschoenen!

  1. Verwijder ook de contactsleutel (L) uit het contact-slot (afhankelijk van het model).
  2. Verwijder de bougiestekker (35) uit de bougie (36).
  3. Koppel de veiligheidsschakelaaraansluitkabel (22a) en de motoraansluitkabel (5a) los.
  4. Demonteer de vultrechter (2) en het uitwerpkanaal (12) en verwijder de rubberen afdichting (12a) van het uitwerpkanaal (12). Gebruik voor het demonteren van de zeskantbouten (D) en voor de zelfborgende moeren (Da) een steeksleutel/ratelsleutel SW 13.
  5. Draai de tegenmesbouten van het tegenmes los (onderkant motor drie zeskantbouten SW 16).
  6. Stel de tolerantieafstand in.

Aanwijzing: De tolerantieafstand van 1 - 1,2 mm moet worden ingesteld met behulp van een voelermaat aan de bovenkant van het mes en het tegenmes.

  1. Draai de tegenmesschroeven aan de onderkant vast. Controleer de tolerantieafstand nogmaals met behulp van een voelermaat op het mes en het tegenmes.

  2. Monteer de vultrechter (2) zoals beschreven in paragraaf 8.3.

13.3 Beschadigde messen

  • Indien het mes, ondanks alle voorzichtigheid, in contact is gekomen met een obstakel, schakel dan onmiddellijk de motor (5) uit en trek de bougiestekker (35) van de bougie (36) af.
  • Koppel de veiligheidsschakelaar-uitschakelkabel (22a) en de motoraansluitkabel (5a) los, en demon- teer de vultrechter (2) om de messen op beschad- gingen te controleren.
  • Beschadigde of verbogen messen moeten worden vervangen.
  • Een verbogen mes nooit rechtbuigen.
  • Nooit met verbogen of sterk versleten messen werken, want dit veroorzaakt trillingen en kan tot meer beschadigingen aan het product leiden.

⚠ LET OP

Bij het werken met een beschadigd mes bestaat er gevaar voor persoonlijk letsel.

13.4 Messen naslijpen

Om mogelijke onbalans te vermijden, moet het slijpen worden uitgevoerd door een geautoriseerde werkplaats.

Aanwijzing: Het tegenmes kan niet worden bijgeslepen, omdat anders de afstand tussen het mes en het tegenmes niet meer kan worden aangehouden.

13.5 Controleer het oliepeil (afb. 17)

⚠ LET OP

Gevaar voor de gezondheid!

Bij het inademen van benzine-/smeeroliedampen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden.

  • Adem benzine-/smeeroliedampen niet in.
  • Gebruik het product alleen in de open lucht.

AANWIJZING!

Productbeschadiging

Als het product zonder of met te weinig motor- of transmissieolie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade leiden.

  • Vul voor de ingebruikname benzine en olie in. Het product wordt zonder motor- of transmissie-olie geleverd.
  • Gebruik uitsluitend loodvrije benzine met minimaal ROZ/RON 95 octaan en een maximaal bio-ethanolgehalte van 10%. (E10)
  • Gebruik uitsluitend motorolie SAE 10W-30.

AANWIJZING!

Milieuschade!

Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden.

  • Olie uitsluitend vullen/aftappen op vlakke, stevige ondergronden.
  • Gebruik een vulpijp of trechter.
  • Vang afgetapte olie in een geschikte container op .
  • Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.
  • Verwijder olie conform de lokale voorschriften.

  • Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.

  • Verwijder de contactsleutel (L) uit het contactslot (afhankelijk van het model).
  • Verwijder de bougiestekker (35) uit de bougie (36).
  • Schroef de olievuldop met oliepeilstok (23) los.
  • Veeg de olievuldop met de oliepeilstok (23) met een schone, pluisvrije doek schoon.
  • Schroef de olievuldop met oliepeilstok (23) weer tot de aanslag in de vulpijp.
  • Schroef de olievuldop met oliepeilstok (23) eruit en lees in horizontale positie het oliepeil af. Het oliepeil moet zich tussen L (Low) en H (High) op de olievuldop met oliepeilstok(23) bevinden.
  • Als het oliepeil te laag is, voegt u olie toe zoals beschreven in paragraaf 9.1.
  • Schroef vervolgens de olievuldop met oliepeilstok (23) weer vast.

13.6 Olieverversing (afb. 19)

⚠ LET OP

Gevaar voor de gezondheid!

Bij het inademen van brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden.

  • Adem brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen niet in.
  • Gebruik het product alleen in de open lucht.

⚠ LET OP

Productbeschadiging!

Als het product zonder of met te weinig motorolie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade leiden.

- Vul voor de ingebruikname brandstof en olie in. Het product wordt geleverd zonder motorolie.

⚠ LET OP

Milieuschade!

Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden.

  • Olie uitsluitend vullen/aftappen op vlakke, stevige ondergronden.
  • Gebruik een vulpijp of trechter.
  • Vang afgetapte olie in een geschikte container op .
  • Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.
  • Verwijder olie conform de lokale voorschriften.

Motorolie na een bedrijfstijd van de eerste 50 bedrijfsuren verversen.

Het verversen van de motorolie moet bij een bedrijfswarme motor (5) worden uitgevoerd.

  1. Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
  2. Verwijder de contactsleutel (L) uit het contactslot (afhankelijk van het model).
  3. Verwijder de bougiestekker (35) uit de bougie (36).
  4. Schroef de oliepeilstok (23) los.
  5. Zet een geschikte opvangbak klaar.
  6. Open de olieaftapplug (25). Gebruik een steeks-leutel SW 12.

  7. Tap de olie in een opvangbak af.

  8. Sluit de olieaftapschroef (23) weer zodra de olie is afgetapt. Gebruik een steeksleutel SW 12.

  9. Vul nieuwe motorolie SAE 10W-30 bij (ca. 6,5 l).

  10. Veeg de oliepeilstok (23) met een schone, pluisvrije doek schoon.

  11. Schroef de oliepeilstok (23) weer tot aan de aanslag in de vulpijp.

  12. Schroef de oliepeilstok (23) eruit en lees in horizontale positie het oliepeil af. Het oliepeil moet zich tussen L (Low) en H (High) bevinden.

  13. Als het oliepeil te laag is, voegt u olie toe zoals beschreven in paragraaf 9.1.

  14. Voer de afgewerkte olie op correcte wijze af.

Verbruikte olie moet conform de geldende voorschriften worden verwijderd.

13.7 Benzine met de afzuigpomp voor benzine aftappen

Bij opslag voor langere tijd moet de benzine worden afgetapt.

  1. Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
  2. Verwijder de contactsleutel (L) uit het contactslot (afhankelijk van het model)
  3. Verwijder de bougiestekker (35) uit de bougie (36).

  4. Houd een opvangbak onder de slang van de afzuigpomp voor benzine.

  5. Schroef de tankdop (16) los en haal deze van de opening af.

  6. Verwijder het brandstofffilterelement (24).

  7. Schuif de slang van de afzuigpomp van de benzine in de brandstoftank (15) en tap de benzine met behulp van de afzuigpomp voor benzine volledig af .

  8. Plaats het brandstofffilterelement (24) weer terug.

  9. Schroef de tankdop (16) er weer op.

13.8 Brandstofffilterelement (24) reinigen (afb. 18)

Aanwijzing: Bij het brandstofffilterelement (24) gaat het om een filterbeker, die zich direct onder de tankdop (16) bevindt en alle gevulde brandstof filtert.

  1. Schroef de tankdop (16) er op.
  2. Verwijder het brandstofffilterelement (24). Reinig deze niet in ontvlambaar oplosmiddel of een oplosmiddel met een hoog vlampunt.
  3. Plaats het brandstofffilterelement (24) weer terug.
  4. Schroef de tankdop (26) er weer op.

13.9 V-snaar (34) spannen (afb. 20)

Aanwijzing: Na vijf bedrijfsuren moet de V-snaar (34) opnieuw worden aangespannen.

  1. Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
  2. Verwijder de contactsleutel (L) uit het contactslot (afhankelijk van het model). Verwijder de bougiestekker (35) uit de bougie (36).
  3. Verwijder de V-snaarafdekking (20) door de vier zeskantbouten (B) met een steeksleutel SW 10 te demonteren.
  4. Controleer de V-snaren (34) door er met uw duim op te drukken. Indien deze meer dan 10-15 mm meegeeft, moeten de V-snaren (34) opnieuw worden aangespannen.

  5. Om de V-snaren (34) te spannen, maakt u de riemspanschroeven en contramoeren aan beide zijden van de motor (5) los met een steeksleutel/ratelsleutel met verlengstuk SW 13.

  6. Draai de vier verbindingsschroeven tussen de motor en de hakseleenheid (5) los met een steeksleutel/ratelsleutel met verlengstuk SW 13.

  7. Span de V-snaren (34) aan met behulp van de twee riemspanschroeven.

  8. Controleer de V-snaren (34) door er met uw duim op te drukken. Als de V-snaren (34) meer dan 10-15 mm doorbuigen, moeten de V-snaren (34) opnieuw worden aangespannen.

  9. Zet de twee riemspanschroeven vast met een contramoer.

  10. Breng de V-snaarafdekking (20) weer aan en zet deze vast met vier zeskantbouten.

13.10 V-snaren (34) vervangen (afb. 20)

Aanwijzing: Als de V-snaren (34) gescheurd, versleten of glad zijn, moeten ze worden vervangen.

  1. Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
  2. Verwijder de contactsleutel (L) uit het contactslot (afhankelijk van het model).
  3. Verwijder de bougiestekker (35) uit de bougie (36).
  4. Verwijder de V-snaarafdekking (20) door de vier

zeskantbouten (B) met een steeksleutel SW 10 te demonteren.

  1. Om de V-snaren (34) te vervangen, draait u de riemspanschroeven en borgmoeren aan beide zijden van de motor (5) los met een steeksleutel / ratelsleutel met verlengstuk SW 13.
  2. Draai de vier verbindingsschroeven tussen de motor en de hakseleenheid (5) los met een steeksleutel/ratelsleutel met verlengstuk SW 13.
  3. Verwijder de oude V-snaren (34).
  4. Span de V-snaren (34) correct aan. (Let op de looprichting!)
  5. Span de V-snaar (34) zoals beschreven in paragraaf 13.9.

13.11 Onderhoud van het luchtfilter (29) (afb. 23)

⚠ Gevaar

Brand- en explosiegevaar!

Brandstof kan bij een incorrecte reiniging ontsteken en eventueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.

  • Reinig het luchtfilter. uitsluitend door uitkloppen.
  • Reinig het luchtfilter nooit met benzine of brandbare oplosmiddelen.

LET OP

Risico op materiële schade!

Het bedrijf van de motor zonder of met een beschadigd filterelement kan tot motorschade leiden.

- Laat de motor nooit zonder of met een beschadigd luchtfilterelement draaien. Dan komen er verontreinigingen in de motor terecht, die de motor ernstig kunnen beschadigen.

LET OP

Vervuilde luchtfilters verminderen het motorvermogen door een te geringe luchttoevoer naar de carburateur. Regelmatige controle is daarom absoluut noodzakelijk.

Vervuilde luchtfilters (29) verminderen het motorvermogen door een te geringe luchttoevoer naar de carburateur. Regelmatige controle is daarom absoluut noodzakelijk.

Het luchtfilter (29) moet elke 25 bedrijfsuren worden gecontroleerd en indien nodig worden gereinigd. Bij een zeer stoffige lucht moet het luchtfilter (29) vaker worden gecontroleerd.

  1. Verwijder de luchtfilterafdekking (3) door de vleugelschroef (28) te openen.
  2. Verwijder het luchtfilter (29).
  3. Reinig het luchtfilter (29) uitsluitend door uitkloppen.
  4. Vervang een defecte luchtfilter (29) door een nieuwe.
  5. Plaats het luchtfilter (29) terug en monteer de luchtfilterkap (3) met de vleugelschroef (28).

13.12 Onderhoud van de bougie (36) (afb. 25)

Controleer de bougie (36) voor de eerste keer na 20 bedrijfsuren op verontreiniging en reinig deze eventueel met een koperdraadborstel. Daarna de bougie (36) elke 50 bedrijfsuren onderhouden.

  1. Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
  2. Verwijder de contactsleutel (L) uit het contactslot (afhankelijk van het model).
  3. Verwijder de bougiestekker (35) uit de bougie (36).
  4. Verwijder de bougie (36) met de bougiesleutel (A).
  5. Verwijder het vuil van het voetstuk van de bougie (36).
  6. Controleer de bougie (36) visueel. Verwijder evt. aangekoekte resten met een koperen staalborstel.
  7. Controleer de elektrodeafstand van de bougie. Stel de elektrodenafstand met een voelermaat in op 0,6-0,7 mm.

  8. Breng de bougie (36) weer aan en let erop dat u deze niet te vast draait.

  9. Plaats de bougiestekker (35) op de bougie (36).

13.13 Lagers smeren (afb. 22)

Aanwijzing: De lagers aan beide zijden van de hak- seleenheid moeten regelmatig worden gesmeerd met een vetspuit.

  1. Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
  2. Verwijder de contactsleutel (L) uit het contactslot (afhankelijk van het model).
  3. Verwijder de bougiestekker (35) uit de bougie (36).
  4. Verwijder de V-snaarafdekking (20) door de vier zeskantbouten te demonteren met een steeksleutel/ratelsleutel SW 10.
  5. Verwijder de beschermkappen van de smeernippels aan beide zijden.
  6. Reinig de smeernippels aan beide zijden met een pluisvrije doek.
  7. Smeer de lagers aan beide zijden via de smeernippels met 1-2 pompbewegingen.
  8. Reinig de smeernippels aan beide zijden met een pluisvrije doek om overtolliq vet te verwijderen.
  9. Plaats de beschermkappen van de smeernippels aan beide zijden terug.

Breng de V-snaarafdekking (20) weer aan en zet deze vast met vier zeskantbouten.

Onderhoudsschema

Handeling:Voor elk gebruikna 5 be-drijfsurenelke 25 be-drijfsurenelke 50 be-drijfsurenJaarlijks of om de 100 bedrijfsuren
Tanken en oliepeil controleren x
Olie verversen x x x
Benzine verversen x
Benzinevultrechter reinigen / vervangen x
Luchtfilter (29) reinigenx x
Luchtfilter (29) vervangenx
Bougie (36) en bougiestekker (35) controlerenxx
Bougie (36) vervangenx
Bougie (36) reinigenx
Product controleren op beschadigingen en werkingx
V-snaar (34) controlerenx
V-snaar (34) opnieuw aanspannenx
Mes/tegenmes (5) controleren x
Lagers smeren x
Bandenspanning controleren x
Uitlaatsysteem (27) controleren x x
Draai alle bouten vast x
Controleer de werking van de NOODSTOPx
Smeer de messenrolx

14. Opslag

⚠ WAARSCHUWING

Brand- en explosiegevaar!

Bij het opslaan van het product in de buurt van mogelijke ontstekingsbronnen kan er een brand of explosie ontstaan. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood

- Verwijder mogelijke ontstekingsbronnen, zoals bijv. ovens, heetwaterboilers met gas, gasdrogers, etc...

AANWIJZING!

Risico op materiële schade!

Als het product niet correct wordt opgeslagen, kan dit tot motorschade leiden.

- Bewaar het product beschermd tegen vuil, stof en vocht.

Benodigd gereedschap

- Afzuigpomp voor benzine *

- Olievulfles *

- Steeksleutel/ratelsleutel SW 13 *

- Steeksleutel/ratelsleutel SW 16 *

- Autolader voor de accu *

* = niet altijd meegeleverd!

14.1 Voorbereiding voor de opslag

Indien het product gedurende een periode van meer dan 30 dagen niet wordt gebruikt, dienen de volgende maatregelen te worden genomen om het voor opslag voor te bereiden.

⚠ WAARSCHUWING

Verwijder de benzine niet in gesloten ruimtes, in de buurt van vuur of bij het roken. Gasdampen kunnen explosies of brand veroorzaken.

  1. Leeg de brandstoftank (15) met een afzuigpomp voor benzine.

  2. Start de motor (5) en laat hem net zo lang lopen totdat de resterende benzine is verbruikt.

  3. Ververs de olie na elk seizoen. Verwijder daartoe de oude motorolie uit de warme motor en vul nieuwe olie bij.

  4. Verwijder de bougiestekker (35) uit de bougie (36).

  5. Vul met een oliekan ca. 20 ml olie in de cilinder.

  6. Trek langzaam aan het starterkoord (30), zodat de olie de cilinder aan de binnenkant beschermt.

  7. Reinig het gehele product om de lakverf te beschermen.

  8. Bewaar het product op een goed geventileerde plaats of locatie.

  9. Bewaar het product en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen ontoegankelijke plaats. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30°C.

  10. Bewaar het gereedschap in de originele verpakking. Dek het gereedschap af om het te beschermen tegen stof of vocht. Bewaar de gebruikshandleiding bij het gereedschap.

14.2 Demonteren van de accu (6), (afhankelijk van het model)

  1. Koppel de accu (6) los.

  2. Maak hiervoor de zwarte kabel los van de minpool (-) en de rode kabel van de pluspool (+).

  3. Om de accuhouderplaat (6c) te verwijderen, draait u de beide zeskantbouten (D) los met een steeks-leutel SW 13.

  4. Verwijder de accu (6) uit de accuhouder (6b).

  5. Schroef de accuhouderplaat (6c) weer vast met beide zeskantbouten.

Zorg ervoor dat de accu (6) beveiligd is tegen ongeoor-loofd gebruik (bijvoorbeeld door kinderen).

Laad de accu (6) tijdens de winter 1-2 keer op, om te garanderen dat de volledige laadcapaciteit behouden blijft. Incorrecte opslag kan de accu (6) beschadigen en is uitgesloten van de garantie.

14.3 Laad de accu (6) op met een accu-oplader voor auto's (afhankelijk van het model)

⚠ Gevaar

Gevaar door onjuist opladen van de accu!

Bij een te hoge laadspanning bestaat er explosiegevaar voor de accu (6).

Verwijder bij werkzaamheden aan de accu (6) altijd de contactsleutel (L) uit het contactslot.

- De laadstroom van de oplader mag niet hoger zijn dan 5 A en de laadspanning mag max. 14,4 V zijn.

  1. Verwijder de accu (6) zoals in hoofdstuk 14.2 beschreven.

  2. Sluit de accu (6) aan op een daarvoor bestemde accu-oplader voor auto's. Verbind eerst de rode kabel met de pluspool (+) en de zwarte kabel met de minpool (-) van de oplader.

  3. Laad de accu (6) minimaal 5 uur op.

LET OP

Gevaar op kortsluiting!

  • Om kortsluiting te vermijden, maakt u altijd eerst de minkabel (-) van de accu (6) los en sluit u deze als laatste weer aan.
  • Let er bij het aansluiten/loskoppelen van de accu (6) op, dat de polen (+/-) elkaar en/of het frame niet aanraken.
  • Let op de juiste volgorde!

15. Reparatie & bestellen van reserve-onderdelen

Na reparatie of onderhoud controleren of alle veiligheidstechnische delen zijn bevestigd en in optimale toestand zijn. Delen, waarbij er gevaar voor verwonding voor andere personen en kinderen bestaat, on-toegankelijk bewaren.

Let op: Conform de wetgeving voor productgaranties wordt er geen garantie geboden voor schade die ontstaan is door incorrecte reparaties of door het niet gebruiken van originele reserveonderdelen.

Draag hiertoe een klantenservice of een geautoriseerde specialist op. Overeenkomstig geldt dit ook voor accessoires.

Aansluitingen en reparaties

Aansluitingen en reparaties aan de elektrische apparatuur mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitgevoerd.

Geef bij vragen de volgende gegevens door:

• Stroomtype van de motor
- Gegevens van het typeplaatje van de machine
- Gegevens van het typeplaatje van de motor

Belangrijke aanwijzing bij reparatie:

Houd er bij retourlevering van het product voor reparatie rekening mee dat het om veiligheidsredenen vrij van olie en brandstof naar het servicestation moet worden gestuurd.

Neem in het geval van reserveonderdelen en accessoires contact op met ons servicecentrum. Scan hiervoor de QR code op de voorpagina.

15.1 Bestelling van reserveonderdelen

Bij het bestellen van reserveonderdelen moeten de volgende gegevens worden vermeld:

  • Modelaanduiding
  • Artikelnummer
  • Gegevens op het typeplaatje

15.2 Service-informatie

Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt.

Slijtageonderdelen*: V-snaar, motorolie, bougie, luchtfilter, wielen, steunwiel, rubberen lip, mes, accu

* niet persé meegeleverd!

16. Afvalverwerking en hergebruik

Aanwijzingen op de verpakking

SCHEPPACH PGS420SE - Aanwijzingen op de verpakking - 1

SCHEPPACH PGS420SE - Aanwijzingen op de verpakking - 2

SCHEPPACH PGS420SE - Aanwijzingen op de verpakking - 3

De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieu-vriendelijk afvoeren.

Aanwijzingen betreffende de wetgeving Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)

SCHEPPACH PGS420SE - Aanwijzingen op de verpakking - 4

Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur behoort niet bij het huishoudelijke afval, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!

- Oude batterijen of accu's die niet vast in het afge-dankte apparatuur zijn geïntegreerd, moeten vóór het afvoeren op niet-destructieve wijze worden ver-wijderd! Het afvoeren hiervan is geregeld in de wet-geving inzake batterijen.

- Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elektronische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu's in te leveren.

- De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voeren afgedankte apparaat!

- Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.

- Oude elektrische en elektronische apparaten kunnen gratis worden ingeleverd bij de volgende instanties:

- Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven).

- Verkooppunten van elektrische apparaten (stationair en online), voor zover dealers verplicht zijn ze terug te nemen of dit vrijwillig aanbieden.

- Tot drie afgedankte elektronische apparaten per producttype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis naar de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw apparaat van de fabrikant te hoeven kopen, of naar een ander erkend verzamelpunt in je omgeving worden gebracht.

- Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaarden van de fabrikanten en distributeurs verzoeken wij u contact op te nemen met de betreffende klantenservice.

- Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikant aan een particulier huishouden, kan de fabrikant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elektrische apparaat. Neem hiertoe contact op met de klantenservice van de fabrikant.

- Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden ge-installeerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Eu-

ropese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.

Aanwijzingen voor de wetgeving op batterijen (het Duitse BattG)

SCHEPPACH PGS420SE - Aanwijzingen voor de wetgeving op batterijen (het Duitse BattG) - 1

Oude batterijen en accu's behoren niet bij het huishoudelijke afval, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!

- Voor het veilig verwijderen van batterijen of accu's uit het elektrische apparaat en voor informatie over het type resp. het chemische systeem dient u de overige gegevens in de bedienings- en montagehandleiding in acht te nemen.

- Eigenaars resp. gebruikers van batterijen en accu's zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu's in te leveren. Het inleveren beperkt zich tot teruggave van huishoudelijke hoeveelheden.

- Oude batterijen kunnen schadelijke stoffen of zware metalen bevatten die schadelijk kunnen zijn voor het milieu en de gezondheid. Het recyclen van oude batterijen en het gebruik van de hierin opgenomen ressources levert u een bijdrage om deze twee belangrijke goederen te beschermen.

- Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte batterijen en accu's niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.

- Als er onder het vuilnisbaksymbool ook de tekens Hg, Cd of Pb staan, betekent dit het volgende:

- Hg: Accu bevat meer dan 0,0005% kwikzilver

- Cd: Accu bevat meer dan 0,002% cadmium

- Pb: Accu bevat meer dan 0,004% lood

- Accu's en batterijen kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd:

- Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven)

- Verkooppunten van batterijen en accu's

- Verzamelpunten van het gezamenlijke inzamelsysteem voor elektronica-oude batterijen van een apparaat

- Verzamelpunten van de fabrikant (indien geen deelnemer van het gezamenlijke inzamelsysteem)

- Deze uitspraken zijn alleen geldig voor accu's en batterijen die in de landen van de Europese Unie worden verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2023/1542/EG vallen. In landen buiten de Europese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van accu's en batterijen.

Informatie over het afvoeren van het versleten product kunt u inwinnen bij uw gemeente.

Brandstoffen en oliën

- Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brandstoftank en het motorolie-reservoir worden leeggemaakt!

- Brandstof en motorolie horen niet bij het huishoudelijke afval of in het riool, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!

- Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd.

17. Verhelpen van storingen

De volgende tabel toont storingssymptomen en beschrijft hoe u deze op kunt lossen, als uw product niet goed werkt. Als u het probleem hiermee niet kunt vinden en oplossen, neem dan contact op met uw service-werkplaats.

Storing Mogelijke oorzaak Oplossing
De motor (5) start niet.De bougiestekker (35) is losgekoppeld. De bougiestekker (35) juist op de bougie (36) aansluiten.
De brandstof is op of oud. Vul nieuwe brandstof bij.
De gashendel (33) bevindt zich niet in de juiste startpositie.De gashendel (33) in de startpositie zetten.
Chokehendel (32) niet in de stand "ON". Voor een koude start moet de choke-hendel (32) op "ON" staan.
Verstopte brandstofleiding. De brandstofleiding reinigen.
Vervuilde bougie (36). Reinigen, afstand instellen of vervangen.
Te veel brandstof binnen de verbrandingskamer.Wacht enkele minuten tot opnieuw wordt gestart. Geen startbrandstof inspuiten.
De motor (5) hapert.De bougiestekker (35) zit los. De bougiestekker (35) juist op de bougie (36) aansluiten.
De choke-hendel (32) staat op "ON". De choke-hendel (32) op "OFF" zetten.
De brandstofleiding is geblokkeerd of de brandstof is oud.De brandstofleiding reinigen. Brandstoftank (15) vullen met nieuwe brandstof.
Het luchtfilter (29) is verstopt. Luchtfilter (29) reinigen of vervangen.
In de brandstofinstallatie bevindt zich water of vuil.Leeg de brandstoftank (15). Vul nieuwe brandstof bij.
Het luchtfilter (29) is vervuild. Luchtfilter (29) reinigen of vervangen.
De carburateur is niet juist ingesteld. Zie de handleiding van de motor.
De motor (5) is oververhit.Het oliepeil in de motor (5) is laag.De motor (5) vullen met de juiste brandstof.
Het luchtfilter (29) is vervuild. Luchtfilter (29) reinigen of vervangen.
De carburateur is niet juist ingesteld. Zie de handleiding van de motor.
Vermogen wordt minder, geringere snijcapaciteit.Mes is stomp of verbruikt.Messen naslijpen of volledig vervangen.
Sterke trillingen / geluiden.Mesbouten / tegenmesschroeven los.Mesbouten / tegenmesschroeven aanhalen.
Messen / tegenmessen beschadigd.Messen / tegenmessen vervangen.
Product inwendig beschadigd.Klantenservice raadplegen.

Merknad om emballasjen

SCHEPPACH PGS420SE - Merknad om emballasjen - 1

SCHEPPACH PGS420SE - Merknad om emballasjen - 2

Emballasjemateriale kan resirkuleres. Vennligst kast emballasje på en miljøvennlig måte.

Henvisninger til elektro- og elektronikkenhetslov (ElektroG)

SCHEPPACH PGS420SE - Henvisninger til elektro- og elektronikkenhetslov (ElektroG) - 1

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SCHEPPACH

Model : PGS420SE

Categorie : Tuinversnipperaar