SCHEPPACH SGM4200 - Tuinversnipperaar

SGM4200 - Tuinversnipperaar SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SGM4200 SCHEPPACH in PDF-formaat.

📄 164 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice SCHEPPACH SGM4200 - page 95
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over SGM4200 SCHEPPACH

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Tuinversnipperaar in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SGM4200 - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SGM4200 van het merk SCHEPPACH.

GEBRUIKSAANWIJZING SGM4200 SCHEPPACH

  1. Verklaring van de symbolen op het product....95
  2. Inleiding....97
  3. Beoogd gebruik....97
  4. Productbeschrijving (afb. 1 - 20) 97
  5. Leveringsomvang 98
  6. Uitpakken 98
  7. Technische gegevens....98
  8. Algemene veiligheidsvoorschriften 99
  9. Montage 103
  10. Voor de ingebruikname.... 104
  11. Bedrijf.... 105
  12. Werkinstructies 107
  13. Onderhoud.... 107
  14. Reiniging.... 111
  15. Opslag.... 112
  16. Transport.... 112
  17. Reparatie & bestellen van reserveonderdelen.... 113
  18. Afvalverwerking en hergebruik.... 113
  19. Verhelpen van storingen.... 114
  20. Conformiteitsverklaring.... 161

1. Verklaring van de symbolen op het product

Het gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico's. De veiligheidssymbolen en de bijbehorende uitleg moeten goed worden begrepen. De waarschuwingen zelf voorkomen geen risico's en kunnen de juiste maatregelen betreffende ongevallenpreventie niet vervangen.

SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 1Let op! Het niet in acht nemen van de op het product aangebrachte veiligheidstekens en waarschuwingen alsook het niet in acht nemen van de veiligheids- en bedieningsaanwijzingen kan tot ernstig of zelfs dodelijk letsel leiden.SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 2Controleer het oliepeil.
SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 3Waarschuwing - Lees de handleiding door om het risico op letsel te verminderen.SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 4Gevaar! Roterende messen.Houd handen en voeten buiten de openingen tijdens de machine loopt.
SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 5Draag gehoorbescherming.Het effect van lawaai kan gehoorverlies zijn.SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 6
SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 7Draag een veiligheidsbril. Splin- ters, spaanders en stof die uit het apparaat komen, kunnen het zicht belemmeren.SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 8Haal altijd de bougiestekker eruit, voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren.
SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 9Draag stevige schoenen!SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 10Wegslingerende objecten en roterende onderdelen kunnen ernstig letsel veroorzaken.
SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 11Draag hiervoor veiligheidshandschoenen!SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 12Belangrijk. De uitlaatgassen zijn giftig, gebruik de motor daarom niet in niet-geventileerde bereiken.
SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 13Zorg ervoor dat andere personen voldoende veiligheidsafstand aanhouden.SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 14Bescherm het product tegen regen en laat het bij regen niet buiten staan!
SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 15Lees voorafgaand aan de ingebruikname de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften!SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 16Let op gevaar voor letsel! Grijp of klim tijdens het gebruik niet in de toevoertrechter of het uitwerpkanaal.
SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 17 SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 18SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 19Let op hete oppervlakken - gevaar voor brandwonden.Het is verboden om beschermingsinrichtingen en veiligheidsvoorzieningen te verwijderen of te wijzigen.Belangrijk. De uitlaatgassen zijn giftig, gebruik de motor daarom niet in niet-geventileerde bereiken.SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 20 SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 21SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 22LET OP! Bedrijfsmiddelen zijn brandgevaarlijk en explosief.Open vuur verboden! Tank niet bij draaiende motor!Wees uiterst voorzichtig bij de omgang met smeermiddelen!
SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 23Gewicht in kgSCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 24Reinig en vervang het luchtfilter volgens het aangegeven onderhoudsinterval.
SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 25Choke gesloten Brandstofkraan openSCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 26Draairichting van de freesschijf
SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 27Tankinhoud Diameter van de freesschijf*SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 28
SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 29Vullen met olie vóór ingebruikname!SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 30Freesdiepte max.
SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 31Snelheidsinstelling Haas = snel, MAX Schildpad = langzaam, MINSCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 32Freeshoogte max.
SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 33Blokkeerrem aangetrokken Blokkeerrem geopendSCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 34Gegarandeerd geluidsvermogensniveau van het product
SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 35Gevaar voor vergiftiging! Gebruik het product alleen buitenshuis en nooit in gesloten of slecht geventileerde ruimten.SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 36Bedrijfsmiddelen zijn brandgevaarlijk en explosief - gevaar voor brandwonden. Niet bij een hete of draaiende motor tanken.
SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 37Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen Let op!In deze gebruikshandleiding hebben wij punten, die uw veiligheid betreffen, van dit teken voorzien.
SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de symbolen op het product - 38Het product voldoet aan de geldende Servische richtlijnen.

2. Inleiding

Fabrikant:

Scheppach GmbH

De fabrikant van dit product is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit product of door dit product ontstaan bij:

• Ondeskundige behandeling
- Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
- Reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen
- Inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderdelen
- Gebruik dat niet conform de voorschriften is

Let op:

De gebruikshandleiding maakt deel uit van dit product. Deze bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het product veilig, vakkundig en economisch werkt, hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het product verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het product geldende voorschriften van uw land in acht nemen.

Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met alle bedienings- en veiligheidsinstructies. Gebruik het product uitsluitend als beschreven en voor de aangegeven toepassingen. Bewaar de gebruikshandleiding daarom goed, en verstrek alle documentatie als het product wordt doorgegeven aan derden.

3. Beoogd gebruik

De benzine boomstronkfrees mag alleen door één persoon worden bediend en is uitsluitend bedoeld voor het frezen van boomstronken en hun wortels tot 235 mm onder het aardoppervlak in aarde of soortgelijke bodems. Daarbij mag een motorhelling van 20° niet worden overschreden.

Het product mag uitsluitend worden gebruikt waarvoor het bedoeld is. Elk ander of verdergaand gebruik is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel.

Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshandleiding maken deel uit van het beoogd gebruik.

Personen die het product gebruiken of onderhoud aan het product verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren.

De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan het product worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade.

Het product mag uitsluitend met de originele onderde- len en originele accessoires van de fabrikant worden gebruikt.

De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant alsook de in de technische gegevens aan- gegeven afmetingen moeten in acht worden genomen.

Het gebruik van de benzine boomstronkfrees is niet zonder risico:

  • bij gebrek aan fysieke en mentale geschiktheid
  • zonder kennis van de gebruiksaanwijzing
  • op hellingen met een hellingshoek van meer dan 20°
    • op natte of gladde ondergrond
  • bij sneeuw, sneeuwval en bevroren grond
  • na het invallen van de duisternis
  • in een explosiegevaarlijke omgeving en in binnenruimtes, garages of schuren
  • na eigenmachtige bouwkundige wijzigingen of aanpassingen aan het product
  • na het verwijderen van veiligheidsmarkeringen op het product
  • na het verwijderen of omzeilen van veiligheidsvoorzieningen
  • bij beschadigde kabels of freesmessen

Let erop dat onze producten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het product in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden worden ingezet.

De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die het gevolg is van oneigenlijk gebruik of onjuiste bediening.

4. Productbeschrijving (afb. 1 - 20)

  1. Handgreep
  2. Noodstopbeugel
  3. Bovenste stuurstang
  4. Blokkeerrem

  5. Onderste stuurstang

  6. Uitlaatsysteem
  7. Brandstoftank
    7a. Tankdop
    7b. Brandstofffilterelement
  8. Riemafdekking
    8a. V-snaar
    8b. stelschroef
    8c. Contramoer
  9. Freesgereedschapafdekking
    9a. borgpen
    9b. Freesmes
    9c. Freeswiel
    9d. smeernippel
  10. Zijdelingse beschermmatten
  11. Motorlietank
    11a. Olievuldop met oliepeilstok
  12. Onderstel
    12a. Wiel met remschijf
    12b. Wiel
    12c. Wielas
  13. Beschermmat achter
  14. Hefgrepen
    14a.Hefgreep boven
    14b. Hefgreep onder
    14c. Hefgreep achter
  15. Luchtfilterdeksel
    15a. Vleugelschroef
    15b. Luchtfilter
  16. Vergrendelhendel
    16a. Bevestigingsschroef
  17. Gashendel
  18. Motor
    18a.Aan/uit-schakelaar
    18b.Motorbevestigingsschroef
  19. Brandstofkraan
  20. Choke-hendel
  21. Startmotor met trekkabel
  22. Bougiestekker
    22a. Bougie

5. Leveringsomvang

Pos. Aantal Aanduiding

A 1x Bovenste bevestiging
B 1x Onderste bevestiging
C 1x Machinebehuizing (wielas, 3zijdelingse beschermattenvoorgemonteerd)
12 a 1x Wiel met remschijf
12b 1x Wiel
13 1x Beschermmat achter
16 1x Vergrendelingshendel bovenste stuurstang M16
16 a 1x Bevestigingsschroef M16x360
D 1x Bougiesleutel
E 1x Gebruiksaanwijzing

6. Uitpakken

⚠ WAARSCHUWING

Het product en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!

  • Open de verpakking en haal het product er voorzichtig uit.
  • Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
  • Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
  • Controleer het product en de hulpstukken op transportschade. Bij klachten moet direct contact worden opgenomen met de expediteur. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
  • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
  • Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het product aan de hand van de gebruikshandleiding.
  • Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserve-onderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
  • Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het product aan.
aandrijving 1-cilinder 4-takt OHV
benzinemotor
Cilinderinhoud 420 ccm3
Motorvermogen9,0 kW
Motortoerental3600 min-1
BrandstoftypeLoodvrij, min. 95 ROZ (RON), max. 10% bio-ethanol (E10)
Tankinhoud - benzine 6,5 l
Aanbevolen motorolie SAE 30 / 10W30
Tankinhoud - motorolie 1,1 l
Type bougie F7RTC
Max. helling 11 %
Starter Startmotor mettrekkabel
CO2-uitstoot 777,93 g/kWh
Type banden145/70-6
Bandenspanning1,66 bar
Riemspanning30-40 N (1-1,5 cm)
smeervetLithiumvet
Freesgereedschap
Aantal freestanden9
Max. freesdiepte (onder de grond)235 mm
Max. freeshoogte (boven de grond)600 mm
∅ freesschijf300 mm
Afmetingen
Gewicht (volledig gemonteerd en zonder brandstof)106 kg

Technische wijzigingen voorbehouden!

Geluid en trilling

△ Waarschuwing: Lawaai kan ernstige gezondheidsklachten tot gevolg hebben. Als het geluid van de machine hoger is dan 85 dB, dient u geschikte gehoorbescherming te dragen.

Geluidswaarden

Gemeten geluidsvermogensniveau L_WA 101,0 dB
Gewaarborgd geluidsvermogensniveau L_WA 103 dB
Onzekerheid K_WA 2,14 dB
Geluidsdrukniveau L_pA 89,6 dB
Onzekerheid K_pA 3 dB

Trillingseigenschappen

Vibratie ah6,4 m/s2
Onzekerheid Kh1,5 m/s2

Beperk de geluidsproductie en trilling tot een min- nimum!

  • Gebruik alleen optimale producten.
  • Onderhoud en reinig het product regelmatig.
  • Pas uw werkwijze aan het product aan.
    • Zorg dat het product niet overbelast raakt.
  • Laat het product eventueel controleren.
  • Schakel het product uit als deze niet in bedrijf is.
    • Draag handschoenen.

⚠ WAARSCHUWING

Bij langdurige werkzaamheden kunnen door de trillingen stoornissen in de doorbloeding in de handen van de gebruiker optreden (witte vinger syndroom).

Het witte vinger syndroom is een vaatziekte waarbij kleine bloedvaten in de vingers en tenen acuut verkrampen. De desbetreffende lichaamsdelen worden dan niet meer voldoende van bloed voorzien waardoor ze een bleke kleur krijgen. Het frequente gebruik van trillende producten kan zenuwbeschadigingen veroorzaken bij personen met een verminderde doorbloeding (bijv. rokers, diabetici). Als u ongewone beperkingen bespeurt, stopt u direct de werkzaamheden en raadpleegt u een arts.

Neem de volgende aanwijzingen in acht om de risico's te beperken:

  • Houd uw lichaam en met name uw handen bij koud weer warm.
  • Las regelmatig pauzes in en beweeg hierbij de handen om de doorbloeding te bevorderen.
  • Houd de trillingen van het product zo laag mogelijk door regelmatig onderhoud aan vaste onderdelen op het product.

8. Algemene veiligheidsvoorschriften

⚠ WAARSCHUWING Lees alle veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens, waar dit product van is voorzien.

Nalatigheden bij het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken.

8.1 Verklaring van de signaalwoorden in de gebruikershandleiding

SCHEPPACH SGM4200 - Verklaring van de signaalwoorden in de gebruikershandleiding - 1

GEVAAR

Signaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezige, gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft.

SCHEPPACH SGM4200 - GEVAAR - 1

WAARSCHUWING

Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot de dood of ernstige verwondingen kan leiden.

SCHEPPACH SGM4200 - WAARSCHUWING - 1

VOORZICHTIG

Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot geringe of matige verwondingen kan leiden.

LET OP

Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben.

Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwijzingen voor toekomstig gebruik.

⚠ WAARSCHUWING

Voordat u met het product gaat werken, moet u zich vertrouwd maken met alle bedieningsonderdelen. De gebruikshandleiding en de aanduidingen op het product moeten zijn gelezen en worden begrepen.

  • Ervaar hoe en voor welke doeleinden het product kan worden gebruikt.
  • Zorg dat u bekend bent met de potentiële gevaren van het product.
  • Informeer uzelf over hoe het product wordt bediend en correct wordt gebruikt.
  • Zorg ervoor dat u het product onmiddellijk kunt stoppen in geval van nood.

  • Probeer het product niet te gebruiken voordat u volledig begrijpt hoe de motor correct wordt bediend en onderhouden en hoe u ongevallen en/of materiële schade kunt voorkomen.

  • Als er zich tijdens het gebruik een ongeluk of storing voordoet, schakelt u het product onmiddellijk uit. Behandel verwondingen op de juiste manier of zoek medische hulp.

Wie mogen het product niet gebruiken:

  • Het product mag alleen bediend worden door personen die vertrouwd zijn met het gebruik ervan.
  • Kinderen en jongeren onder de 18 jaar mogen niet met dit product werken.
  • Personen die onder invloed zijn van alcohol, drugs, medicijnen, moe of ziek zijn.

8.2 Veiligheid op de werkplek

  1. Start de motor nooit in gesloten ruimtes en laat hem daar ook niet draaien. De uitlaatgassen zijn gevaarlijk en bevatten koolmonoxide, een geurloos en giftig gas. Dit product uitsluitend in een goed geventileerde buitenruimte gebruiken.
  2. Controleer voor elke start of er zich geen personen of dieren in de gevarenzone (≥ 15 m) bevinden.
  3. Gebruik het product alleen als u vrij zicht op het werkgebied heeft en er voldoende licht is. Gebruik het product nooit bij onvoldoende zicht (bijvoorbeeld in de schemering of bij mist).
  4. Gebruik het product nooit op een gladde, onstabiele of hellende ondergrond.

8.3 Veiligheid van personen

  1. Laat het product niet gebruiken door kinderen of andere personen die de gebruikshandleiding niet kennen.
  2. Indien u het product aan andere personen mocht overhandigen, overhandig dan tevens deze gebruikshandleiding.
  3. Draag passende kleding. Draag een lange broek, laarzen en handschoenen. Draag geen losse kleding, korte broeken of sieraden van welke aard dan ook. Bind lang haar tot op schouderlengte samen. Houd haar, kleding en handschoenen altijd uit de buurt van bewegende onderdelen. Losse kleding, sieraden of lang haar kan vast komen te zitten in bewegende delen.
  4. Draag persoonlijke beschermingsmiddelen om persoonlijk letsel te beperken. Dit zijn onder andere:
  5. veiligheidsbril,

  6. Gehoorbescherming,

  7. veiligheidsschoenen,
  8. Snijbestendige kleding
  9. werkhandschoenen

  10. Controleer het product voordat u het start. Veiligheidsvoorzieningen moeten zich op de daarvoor bestemde plaats bevinden en in perfecte staat verkeren. Zorg ervoor dat alle moeren, bouten enz. vastzitten.

  11. Gebruik het product in geen geval als het gerepareerd moet worden of niet in perfecte staat verkeert.

  12. Vervang beschadigde, ontbrekende of niet-functionerende onderdelen voor gebruik van het product.

  13. Controleer het brandstofsysteem op lekken. Het product moet altijd in een veilige bedrijfstoestand verkeren.

  14. Breng nooit ongeoorloofde wijzigingen aan de veiligheidsvoorzieningen aan. Controleer regelmatig of deze correct functioneren.

  15. Het product mag niet worden gebruikt als deze niet met de motorschakelaar kan worden in- of uitgeschakeld. Producten die op brandstof werken en niet via de motorschakelaar kunnen worden aangestuurd, zijn gevaarlijk en moeten worden vervangen.

  16. Controleer voor het starten regelmatig of sleutels of moersleutels uit het product zijn verwijderd. Als een moersleutel of sleutel op een draaiend onderdeel achterblijft, kan er lichamelijk letsel ontstaan.

  17. Blijf alert tijdens het gebruik van het product en gebruik uw gezond verstand.

  18. Gebruik de machine niet op blote voeten, met sandalen of soortgelijke lichte schoenen. Draag veiligheidsschoenen die uw voeten beschermen en uw grip op gladde oppervlakken verbeteren.

  19. Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Zo heeft u in onverwachte situaties meer controle over het product.

  20. Voorkom onbedoeld starten. Controleer of de motor voor het transport van het product of bij onderhouds- resp. instandhoudingswerkzaamheden aan het product of deze is uitgeschakeld.

  21. Het transport van het product of onderhouds- resp. instandhoudingswerkzaamheden aan het product bij een draaiende motor kan tot ongevallen leiden.

  22. Houd handen en voeten uit de buurt van bewegen- de machinedelen.

8.4 Veiligheid bij het omgaan met brandstoffen ⚠ WAARSCHUWING

Brandstof is zeer ontvlambaar. Ontsnappende gassen zijn explosief. Brandstoftanks kunnen exploderen bij verhitting:

  1. Bewaar brandstof alleen in daarvoor bedoelde containers (jerrycans).

  2. Vul de tank uitsluitend bij in de buitenlucht en rook niet tijdens het tanken.

  3. Brandstof moet voor het starten de motor worden bijgevuld. Open de tankdop niet terwijl de motor loopt of onmiddellijk na het uitschakelen van het product en vul geen brandstof bij.

  4. Indien er brandstof is overgelopen mag er in geen geval gepoogd worden om de motor te starten. In plaats daarvan moet het product uit de buurt van met brandstof vervuilde oppervlakken worden gehouden. Elke ontstekingspoging moet worden vermeden totdat de brandstofdampen zijn verdampt.

  5. Vanwege veiligheidsredenen moeten brandstof-tank en tankdeksel bij beschadiging worden vervangen.

  6. Brandstof mag nooit in de buurt van ontstekings-bronnen worden bewaard. Gebruik altijd een gecontroleerde container. Houd brandstof uit de buurt van kinderen.

  7. Vervang defecte geluiddempers.

  8. Voor gebruik moet door een visuele controle altijd worden gecontroleerd of het mes en de bevestigingsbouten versleten of beschadigd zijn. Om eventueel onbalans te vermijden, moeten versleten of beschadigde messen en bevestigingsbouten altijd per set worden vervangen.

  9. Zet de motor altijd uit en laat deze afkoelen voor- dat u de tank bijvult. Verwijder nooit het deksel van de tank en voeg geen brandstof toe als de motor draait of heet is. Gebruik het product niet als het brandstofsysteem lekt.

  10. Gebruik alleen de brandstof die in de technische gegevens wordt vermeld.

  11. Vul de tank niet te vol. Vul brandstof bij tot ongeveer 1,5 cm onder de vulopening, zodat er ruimte is voor uitzetting van de brandstof als gevolg van de warmte die door de motor wordt gegenereerd.

  12. Plaats het deksel van de tank en de container weer goed en veeg gemorste brandstof op. Gebruik het product in geen geval als het deksel van de brandstoftank niet is aangebracht.

  13. Bewaar de brandstof op een koele, goed geventileerde plaats die beschermd is tegen vonken, open vuur of andere ontstekingsbronnen.

  14. Bewaar de brandstof of het product nooit met een met brandstof gevulde tank in een gebouw waar rookgassen in contact kunnen komen met ontstekingsvonken, open vuur of andere ontstekingsbronnen zoals boilers, kachels, drogers en dergelijke. Laat de motor afkoelen, voordat u het product in gesloten ruimtes plaatst.

8.5 Veiligheidsaanwijzingen voor gebruik en onderhoud van het product

  1. Controleer voordat u begint met werken of er geen spijkers, metaal, draden of dergelijke in de boomstronk zitten en of er geen stenen of soortgelijke voorwerpen op de grond liggen. Het is mogelijk dat deze tijdens het frezen vast komen te zitten of weggeslingerd worden.

  2. Start het product pas als u zich in de buurt van de boomstronk bevindt.

  3. Til het product nooit op terwijl de motor draait.

  4. Bedien het product niet met geweld.

  5. Gebruik het product alleen met beide handen aan de daarvoor bestemde handgrepen.

  6. Gebruik het juiste product voor uw toepassing. Het juiste product zal de taak beter en veiliger uitvoeren.

  7. Wijzig de instellingen van de toerentalregelaar niet en laat de motor niet overtoeren. De toerentalregelaar regelt de maximale veilige bedrijfssnelheid van de motor.

  8. Vermijd contact met hete brandstof, olie, rookgassen en hete oppervlakken. Raak de motor of de geluiddemper niet aan. Deze onderdelen worden tijdens het gebruik extreem heet. Ze worden ook korte tijd heet als het product is uitgeschakeld. Laat de motor afkoelen voordat u onderhoud uitvoert of aanpassingen aanbrengt.

  9. Vermijd plotselinge bewegingen, kantelen of blokkeren van het gereedschap.

  10. Het product is uitgerust met een noodstopbeugel. Stop onmiddellijk met het gebruik bij verwondingen, brand of technische storingen.

  11. Als het product ongebruikelijke geluiden maakt of ongewoon trilt, schakel dan onmiddellijk de motor uit, koppel de ontstekingskabel los en zoek de oorzaak. Ongewone geluiden of trillingen zijn doorgaans een waarschuwingsteken.

  12. Gebruik alleen door de fabrikant goedgekeurde reserveonderdelen en accessoires. Het niet in acht nemen van deze voorschriften, kan tot lichamelijk letsel leiden.

  13. Onderhoud het product. Controleer of bewegende onderdelen verkeerd zijn uitgelijnd of geblokkeerd. Controleer of er onderdelen zijn gebroken of dat er andere omstandigheden zijn die de werking van het product kunnen beïnvloeden. Laat het product repareren voordat u het opnieuw gebruikt als het beschadigd is. Een groot aantal ongevallen wordt veroorzaakt door onvoldoende onderhouden apparatuur.

  14. Verwijder gras, bladeren, overtollig vet of opgehoopt koolstof uit de motor en de geluiddemper om het risico op brand te verminderen.

  15. Houd snijgereedschap scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden komt minder snel vast te zitten en is eenvoudiger te bedienen.

  16. Giet of spuit in geen geval water of andere vloeistoffen op het product. Handgrepen moeten droog, schoon en vrij van resten zijn. Reinig het product na elk gebruik.

  17. Neem de wetten en voorschriften voor de juiste verwijdering van brandstof, olie en dergelijke in acht om het milieu te beschermen.

  18. Bewaar het product wanneer het niet in gebruik is buiten het bereik van kinderen en sta personen die niet bekend zijn met het product of deze instructies in geen geval toe om het product te bedienen. Het product is gevaarlijk in de handen van niet-geïnstrueerde gebruikers.

8.6 Veiligheidsinstructies voor onderhoud en reparaties

  1. Schakel de motor uit voordat u het product reinigt, repareert, inspecteert of aanpast. Zorg ervoor dat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen.

  2. Koppel de ontstekingskabel los en plaats de kabel uit de buurt van de bougie om onbedoeld starten te voorkomen.

  3. Gebruik uitsluitend door de fabrikant aanbevolen accessoires en reserveonderdelen. Hiermee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het product behouden blijft.

  4. Mocht het product ondanks onze kwaliteitscontroles en uw zorg toch defect raken, laat reparaties die buiten uw kwalificaties en technische mogelijkheden vallen dan alleen uitvoeren door een erken-de gespecialiseerde werkplaats.

8.7 Restgevaar en voorzorgsmaatregelen

Het niet naleven van de ergonomische basisprin- cipes

Nalatig gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM's)

Nalatig gebruik of het weglaten van persoonlijke beschermingsmiddelen kan ernstige verwondingen tot gevolg hebben.

• Voorgeschreven beschermende uitrusting dragen.

Menselijk gedrag, incorrect gedrag

- Blijf altijd geconcentreerd tijdens alle werkzaamheden.

- Houd er bij het eerste contact met de boomstronk rekening mee dat er een aanzienlijke terugslag kan optreden.

- Neem regelmatig pauzes tijdens het werk. Bij langdurig continu werken met het product kunnen de trillingen letsel veroorzaken.

Restgevaar

- kan nooit worden uitgesloten

Gevaar door lawaai

Gehoorschade

Langere werkzaamheden met het product zonder gehoorbescherming kan leiden tot gehoorschade.

- Altijd gehoorbescherming dragen.

Gedrag bij noodgevallen

Bij een eventueel ongeval moet u direct de noodzakelijke EHBO-maatregelen nemen en zo snel mogelijk hulp vragen aan een gekwalificeerde arts.

8.8 Restrisico's

Het product is vervaardigd volgens de stand van de techniek en de erkende veiligheidstechnische regels. Toch kan tijdens de werkzaamheden sprake zijn van enkele restrisico's. Bovendien kunnen er ondanks alle getroffen voorzieningen verborgen restrisico's bestaan.

- Restrisico's kunnen worden geminimaliseerd als de "veiligheidsvoorschriften" en het "gebruik conform de voorschriften", alsook de gebruikshandleiding in acht worden genomen.

- Gebruik het inzetstuk dat in deze gebruikshandleiding wordt aanbevolen. U verkrijgt dan optimale prestaties met uw product.

- Houd uw handen buiten de werkomgeving, wanneer het product in bedrijf is.

9. Montage

VOORZICHTIG

Gevaar voor letsel door roterend freesgereedschap Voer werkzaamheden aan het product alleen uit als het freesgereedschap is uitgeschakeld en stilstaat!

LET OP

Vanwege het zware gewicht van het product raden wij aan om het door minstens drie personen te laten monteren.

  • Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
  • Zorg ervoor dat de veiligheidsbeugels en kabels niet worden beschadigd door beknelling, trekken of dergelijke.

Benodigd gereedschap:

• Steeksleutel SW 13 mm
• Steeksleutel SW 18 mm
• Steeksleutel SW 19 mm

9.1 Wielen monteren (afb. 3)

LET OP

Risico op materiële schade

Volg de exacte stappen voor een goed functionerend product.

  1. Verwijder het voorgemonteerde montagemateriaal van de wielas (12c).
  2. Bevestig het wiel (12a) zoals afgebeeld op de wielas (12c). Gebruik hiervoor het in de eerste stap verwijderde montagemateriaal.
  3. Herhaal de procedure met het tweede wiel (12b).

9.2 Onderste beugel monteren (afb. 4)

  1. Verwijder het voorgemonteerde montagemateriaal van het machinehuis (C).
  2. Bevestig de onderste beugel (B) zoals afgebeeld aan het machinehuis (C). Gebruik hiervoor het eerder verwijderde montagemateriaal.

9.3 Bovenste beugel en vergrendelingshendel monteren (afb. 5)

  1. Verbind de bovenste beugel (A) zoals afgebeeld met de onderste beugel (B) die aan het machine-huis (C) is bevestigd.
  2. Breng de bovenste beugel (A) in de gewenste positie en houd deze vast.
  3. Vraag een tweede persoon om de bevestigings- schroef (16a) en de vergrendelingshendel (16) in

de daarvoor bestemde gaten te steken.

  1. Nu kan de tweede persoon de gewenste positie met de vergrendelingshendel (16) vastzetten.

9.4 Bowdenkabel van de blokkeerrem vastzetten (afb. 6)

  • Stel met behulp van de contramoer (4a) de bowden-kabel van de parkeerrem (4) zo af dat deze begint te trekken wanneer de blokkeerrem (4) wordt vastgezet.
  • De blokkeerrem (4) moet bij volledig aandraaien een voelbare weerstand hebben.
  • De bout (12d) aan het wiel (12a) moet bij het vastdraaien zichtbaar van de remschijf worden verwijderd.

9.5 Bevestig de beschermmat aan de achterzijde (afb. 7)

  1. Verwijder het voorgemonteerde montagemateriaal van het machinehuis (C).
  2. Bevestig de rubberen mat aan de achterzijde (13) zoals afgebeeld op het machinehuis (C). Gebruik hiervoor het eerder verwijderde montagemateriaal.

10. Voor de ingebruikname

LET OP

Voordat u het product in gebruik neemt, dient u het volledig te monteren en de borgbout te verwijderen!

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar voor de gezondheid!

Bij het inademen van brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden.

  • Adem brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen niet in.
  • Gebruik het product alleen in de open lucht.

LET OP

Productbeschadiging!

Als het product zonder of met te weinig motorolie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade leiden.

- Vul voor de ingebruikname brandstof en motorolie in. Het product wordt geleverd zonder motorolie.

LET OP

Milieuschade!

Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden.

  • Olie uitsluitend vullen/aftappen op vlakke, stevige ondergronden.
  • Gebruik een vulpijp of trechter.
  • Vang afgetapte olie in een geschikte container op .
  • Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.
  • Verwijder olie conform de lokale voorschriften.

LET OP

Risico op materiële schade!

Indien incorrect opgeslagen of niet afgetapte brandstoffen worden gebruikt, kan de carburateur verstoppen of de werking van de motor beïnvloeden.

- Voer brandstof wat u niet nodig heeft, in een luchtdichte tank en bewaar deze in een donkere, koele ruimte.

Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.

Benodigd gereedschap:

  • Trechter*
  • Lap/doek*
    * = niet altijd meegeleverd!

10.1 Motorolie bijvullen (afb. 8)

LET OP

Het product wordt geleverd zonder motorolie. Voor ingebruikname daarom altijd olie bijvullen. Gebruik hiervoor het in de technische gegevens vermelde type motorolie.

Controleer regelmatig voor elke ingebruikname het oliepeil. Een te laag oliepeil kan de motor beschadigen.

  1. Schroef de olievuldop met oliepeilstok (11a) los.

  2. Vul het motoroliereservoir (11) met behulp van een trechter. Let op de max. vulhoeveelheid (zie de technische gegevens). Vul de motorolie voorzichtig bij tot aan de onderkant van de vulpijp.

  3. Veeg de olievuldop met de oliepeilstok (11a) met een schone, pluisvrije doek schoon.

  4. Schroef de olievuldop met oliepeilstok (11a) weer tot de aanslag in de vulpijp.

  5. Schroef de olievuldop met oliepeilstok (11a) eruit en lees in horizontale positie het oliepeil af. Het oliepeil moet zich tussen L (Low) en H (High) bevinden.

  6. Als het oliepeil te laag is, herhaalt u de werkwijze.

  7. Schroef vervolgens het olievuldop met oliepeilstok (11a) weer vast.

10.2 Brandstof bijvullen (afb. 9)

GEVAAR

Brand- en explosiegevaar

Brandstof kan zich bij het vullen ontsteken en eventueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.

  • Schakel de motor uit en laat deze afkoelen.
  • Houd uit de buurt van hitte, vlammen en vonken.
  • Vul brandstof alleen in de open lucht bij.
  • Draag veiligheidshandschoenen.
    • Vermijd huid- en oogcontact.
  • Start het product met een afstand van min. 3 m tot de vullocatie van de brandstof.
  • Let op voor ondichte plekken. Start de motor niet als er brandstof uitloopt.
  • Veeg gemorste brandstof onmiddellijk op en wacht tot de brandstofdampen zijn verdwenen.

LET OP

Het product wordt geleverd zonder brandstof. Voor ingebruikname daarom altijd brandstof bijvullen. Gebruik hiervoor de in de technische gegevens vermelde brandstof.

  1. Reinig de omgeving van het vulgedeelte. Verontreinigingen in de brandstoftank (7) veroorzaken bedrijfsstoringen.
  2. Open voorzichtig de tankdop (7a) zodat eventuele overdruk kan ontsnappen.
  3. Vul de brandstoftank (7) met behulp van een trechter (niet meegeleverd) met brandstof. Let op de in de technische gegevens vermelde maximale vulhoeveelheid. Vul de brandstof voorzichtig tot aan de onderkant van de vulpijp.
  4. Sluit de tankdop (7a) weer. Controleer of de tankdop goed is afgesloten.
  5. Reinig de tankdop (7a) en de omgeving.

11. Bedrijf

LET OP

Het product voor de ingebruikstelling in ieder ge- val volledig monteren!

LET OP

Bij het gebruik van producten moeten enkele veiligheidsmaatregelen in acht genomen worden, om letsel en schade te voorkomen. Lees daarom deze gebruikshandleiding / veiligheidsvoorschriften zorgvuldig door. Indien u het product aan andere personen mocht overhandigen, overhandig dan tevens deze gebruikshandleiding /veiligheidsvoorschriften. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften.

11.1 Controle voor gebruik (afb. 1) ⚠ WAARSCHUWING

Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig voor elk gebruik. Defecte veiligheidsvoorzieningen kunnen leiden tot ernstige letsels.

  • Controleer of alle veiligheidsafdekkingen (8, 9, 10, 13) zijn aangebracht en of alle schroeven, moeren en pennen zijn aangedraaid.
  • Controleer of de borgpen is verwijderd.
  • Controleer alle zijdes van de motor op olie of brand-stoflekken.
  • Controleer het motoroliepeil.
  • Controleer het brandstofpeil – de brandstoftank moet minstens halfvol zijn.
  • Controleer de conditie van het luchtfilter.
  • Controleer de conditie van de brandstofleidingen.
  • Controleer of de bougiestekker aan de bougie is bevestigd.
  • Let op tekenen van schade.

11.2 Snelheden instellen (afb. 1)

Met behulp van de gashendel (17) kan de motor op het gewenste toerental worden ingesteld. Er zijn

- Positie: MIN-schildpad

- Positie: MAX-haas

11.3 Motor starten bij koude motor (afb. 1, 10) Aanwijzing:

Bij hoge buitentemperaturen kan het voorkomen dat ook bij een koude motor zonder choke moet worden gestart!

  1. Controleer voor elke start het brandstof- en motoroliepeil. Controleer of de bougiestekker (22) op de bougie (22a) is aangesloten.
  2. Zet de chokehendel (20) naar links op CHOKE.
  3. Open de brandstofkraan (19) door de hendel op ON te zetten.
  4. Zet de gashendel (17) op "half gas" (= middenstand tussen MIN-schildpad en MAX-haas).
  5. Zet de aan/uit-schakelaar (18a) in de stand ON. (afb. 10)
  6. Trek de noodstopbeugel (2) aan de handgreep (1) en houd deze vast.
  7. Trek het starterkoord (21) langzaam uit tot de eerste weerstand.

  8. Trek nu het starterkoord (21) snel aan tot de motor start. Als de motor niet start, herhaalt u de werkwijze .

  9. Laat de motor kort warmlopen. Open vervolgens langzaam de chokehendel (20) om over te schakelen naar "normaal bedrijf".
  10. Stel met de gashendel (17) het voor u geschikte toerental in.

11.4 De motor starten bij een warme motor (afb. 1, 10)

(Het product stond minder dan 15 – 20 minuten stil.)

  1. Controleer voor elke start het brandstof- en motoroliepeil. Controleer of de bougiestekker (22) op de bougie (22a) is aangesloten.
  2. Controleer of de chokehendel (20) op ON staat.
  3. Open de brandstofkraan (19) door de hendel op ON te zetten.
  4. Zet de gashendel (17) op "half gas" (= middenstand tussen MIN-schildpad en MAX-haas).
  5. Zet de aan/uit-schakelaar (18a) in de stand ON. (afb. 10)
  6. Trek de noodstopbeugel (2) aan de handgreep (1) en houd deze vast.
  7. Trek het starterkoord (21) langzaam uit tot de eerste weerstand.
  8. Trek nu het starterkoord (21) snel aan tot de motor start. Als het product na 6 trekbewegingen nog steeds niet start, herhaal dan de procedure zoals beschreven in 11.3.
  9. Stel met de gashendel (17) het voor u geschikte toerental in.

11.5 Motor uitschakelen (afb. 1, 10)

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar voor letsel

Na het uitschakelen van de motor draait het mes nog enkele seconden door. Als u de roterende delen aanraakt, kunnen snijwonden het gevolg zijn.

  • Wacht tot de stilstand van het freesgereedschap.
  • Rem het freesgereedschap niet met de hand af.
  • Draag veiligheidshandschoenen.
  • Houd het freesgereedschap uit de buurt van uw voeten.

LET OP

Laat het product kort draaien (ongeveer 30 secon- den) voordat u het uitschakelt, zodat de motor kan afkoelen.

  1. Stel de snelheid met de gashendel (17) in op MIN-schildpad.

  2. Laat de noodstopbeugel (2) los.

  3. Draai de aan/uit-schakelaar (18a) naar OFF. (afb. 10)
  4. Wacht tot het freesgereedschap volledig tot stilstand is gekomen.
  5. Verwijder de bougiestekker (22) uit de bougie (22a) om ongewenst starten van de motor te voorkomen.
  6. Zet de blokkeerrem (4) vast. Trek hiervoor de hendel naar achteren.
  7. Sluit de brandstofkraan (19) door de hendel op OFF te zetten.

11.6 Noodstop (afb. 1, 10)

WAARSCHUWING

Levensgevaar door ongecontroleerd opnieuw in- schakelen

Ongecontroleerd opnieuw inschakelen kan leiden tot ernstig letsel of de dood.

  • Controleer voordat u het apparaat opnieuw inschakelt of de oorzaak van de noodstop is verholpen.
  • Controleer of alle veiligheidsvoorzieningen correct zijn gemonteerd en goed functioneren.
  • Neem het product pas weer in gebruik als er geen gevaar voor personen bestaat.

De noodstopbeugel (2) voorkomt dat het product start als de beugel niet wordt ingedrukt. Deze kan ook in de volgende situaties dienen als noodstop:

  • bij een draaiende motor
  • bij een vastgelopen of niet-functionerende gashendel (17)
  • bij gevaar

Ga in geval van nood als volgt te werk:

  1. Laat de noodstopbeugel (2) los. De motor wordt onmiddellijk gestopt.
  2. Zet de blokkeerrem (4) vast. Trek hiervoor de hendel naar achteren.
  3. Verhelp de oorzaak van de noodstop voordat u het apparaat opnieuw inschakelt. Waar nodig dient u een arts en de brandweer te waarschuwen en eerste hulp te verlenen.
  4. Schakel de aan/uit-schakelaar (18a, afb. 10) uit en beveilig het product tegen opnieuw inschakelen.

11.7 Automatische uitschakelmechanisme voor olie (afb. 10)

Aanwijzing:

Het automatische uitschakelmechanisme voor olie wordt geactiveerd als er te weinig motorolie aanwezig is .

  1. Als het oliepeil te laag is, vul dan olie bij zoals beschreven in 10.1.

  2. Bedien de aan/uit-schakelaar (18a) zoals beschreven in 11.5.

12. Werkinstructies

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar voor letsel door draaiende onderdelen

- Houd handen, voeten en kleding uit de buurt van bewegende productonderdelen zoals (aandrijfriemen, freesgereedschap enz.).

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar voor letsel en schade door rondvliegende onderdelen

Losse voorwerpen kunnen in de machine terechtkomen en in alle richtingen uit de machine vliegen. Ze kunnen ook tegen andere voorwerpen stuiteren en personen verwonden of schade aanrichten.

- Verwijder stenen, wortels, draden enz. uit de werkruimte.

- Zorg ervoor dat omstanders voldoende afstand houden.

- Werk met de grootste voorzichtigheid.

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar voor brandwonden door hete oppervlakken

- Draag veiligheidskleding en veiligheidshandschoenen wanneer u in de buurt van hete bouwen motoronderdelen werkt.

⚠️ VOORZICHTIG

Gevaar voor snijwonden door scherpe randen en puntige hoeken van het freesgereedschap

- Wees altijd voorzichtig bij het werken in de buurt van scherpe randen en puntige hoeken.

- Draag veiligheidshandschoenen.

12.1 Positie van de gebruiker (afb. 11)

  1. Ga tijdens het werken achter het product staan. (F, afb. 11)

  2. Zorg ervoor dat u altijd bij de handgreep (1) en de noodstopbeugel (2) kunt, aangezien de noodstopbeugel (2) tijdens het hele freesproces ingedrukt moet worden gehouden.

  3. Zorg voor een veilige en vlakke ondergrond en voldoende afstand tot personen en obstakels. Houd onbevoegden op afstand.

12.2 Boomstronk verwijderen (afb. 6, 12-13)

  1. Verplaats de boomstronkfrees voorzichtig naar de beoogde werkplek.

  2. Neem de vereisten voor de positie van de gebruiker in acht zoals beschreven in 12.1.

  3. Controleer de machine volgens de aanwijzingen in 11.1 van de gebruiksaanwijzing. Zorg ervoor dat alle veiligheidsrelevante onderdelen correct functioneren en dat er geen zichtbare schade is.

  4. Start de motor volgens de instructies onder 11.3 resp. 11.4.

  5. Trek de blokkeerrem (4) aan en ga vervolgens op vol gas om het optimale werktoerental te bereiken.

  6. Begin nu met het frezen. Kantel het product op het onderstel (12), zodat het complete freesgereedschap met freesschijf (9c) en freestanden (9b) van het oppervlak van de boomstronk wordt getild. (afb. 12)

  7. Beweeg de frees van links naar rechts totdat de gewenste diepte is bereikt. Zorg daarbij voor een gelijkmatige beweging en vermijd te veel materiaalafname in één werkgang. (afb. 13)

  8. Het kan voorkomen dat er tijdens het werk over- tollig materiaal ophoopt. Schakel de machine altijd uit voordat u het materiaal verwijdert om letsel te voorkomen. Verwijder vervolgens het materiaal zorgvuldig voordat u verdergaat met het werk.

  9. Na voltooiing van de freeswerkzaamheden schakelt u de boomstronkfrees uit zoals beschreven in 11.5 en laat u deze volledig afkoelen. Vervolgens dient de boomstronkfrees grondig te worden gereinigd om vuil, spaanders en resten te verwijderen. Pas daarna mag de machine veilig en droog worden opgeborgen.

13. Onderhoud

⚠ WAARSCHUWING

Indien de gebruiker onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet uitvoeren, dient hij over de nodige vakkennis te beschikken.

Als het product voor onderhoud, inspectie of opslag wordt stilgezet, schakelt u de motor uit, trekt u de bougiestekker van de bougie en controleert u of alle roterende onderdelen tot stilstand zijn gekomen .

Beveilig het product tegen onbedoeld inschakelen voordat u onderhouds- en/of instandhoudingswerkzaamheden uitvoert:

- Schakel voor alle reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor uit.

  • Laat de motor afkoelen.
  • Verwijder de bougiestekker (22) van de bougie (22a).
  • Regelmatig, zorgvuldig onderhoud is noodzakelijk om het veiligheidsniveau en het vermogen van het product ongewijzigd te garanderen.
  • Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven zijn vastgedraaid om er zeker van te zijn dat het product zich in een veilige werktoestand bevindt.
  • Controleer het product regelmatig op slijtage of verlies van functionaliteit.
  • Vervang vanwege veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen.
  • Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.
  • Controleer de veilige bevestiging van de wielen (6).
  • Werkzaamheden die in deze gebruikshandleiding niet zijn beschreven, mogen alleen worden uitgevoerd door een gespecialiseerde werkplaats.

13.1 Olie verversen (afb. 1, 14)

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar voor de gezondheid!

Bij het inademen van brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden.

  • Adem brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen niet in.
  • Gebruik het product alleen in de open lucht.

LET OP

Productbeschadiging!

Als het product zonder of met te weinig motorolie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade leiden.

- Vul voor de ingebruikname brandstof en olie in. Het product wordt geleverd zonder motorolie.

LET OP

Milieuschade!

Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden.

  • Olie uitsluitend vullen/aftappen op vlakke, stevige ondergronden.
  • Gebruik een vulpijp of trechter.
  • Vang afgetapte olie in een geschikte container op.
  • Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.
  • Verwijder olie conform de lokale voorschriften.

Vervang de motorolie na 100 bedrijfsuren.

Het verversen van de motorolie moet bij een bedrijfswarme motor worden uitgevoerd.

  1. Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
  2. Verwijder de bougiestekker (22) uit de bougie (22a). (afb. 1)
  3. Draai de oliepeilstok (11a) los.
  4. Pomp nu met een oliepomp de oude olie uit de motorolietank (11) via de opening van de olievuldop (11a).
  5. Vul nieuwe motorolie bij (type en hoeveelheid zie technische gegevens).
  6. Veeg de oliepeilstok (11a) met een schone, pluisvrije doek schoon.
  7. Schroef de oliepeilstok (11a) weer tot aan de aanslag in de vulpijp.
  8. Schroef de oliepeilstok (11a) eruit en lees in horizontale stand het oliepeil af. Het oliepeil moet zich tussen L (Low) en H (High) bevinden.
  9. Als het oliepeil te laag is, voegt u olie toe zoals beschreven in paragraaf 9.1.
  10. Voer de afgewerkte olie op correcte wijze af.

Verbruikte olie moet conform de geldende voorschriften worden verwijderd.

13.2 Oliepeil controleren (afb. 1, 14)

AANWIJZING!

Productbeschadiging

Als het product zonder of met te weinig motorolie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade leiden.

  • Vul voor de ingebruikname benzine en olie in. Het product wordt geleverd zonder motorolie.
  • Gebruik alleen de brandstof die in de technische gegevens wordt vermeld.
  • Gebruik uitsluitend de in de technische gegevens aangegeven motorolie.

AANWIJZING!

Milieuschade!

Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden.

  • Olie uitsluitend vullen/aftappen op vlakke, stevige ondergronden.
  • Gebruik een vulpijp of trechter.
  • Vang afgetapte olie in een geschikte container op .
  • Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.
  • Verwijder olie conform de lokale voorschriften.

  • Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.

  • Verwijder de bougiestekker (22) uit de bougie (22a). (afb. 1)
  • Schroef de olievuldop met oliepeilstok (11a) los.
  • Veeg de olievuldop met de oliepeilstok (11a) met een schone, pluisvrije doek schoon.
  • Schroef de olievuldop met oliepeilstok (11a) weer tot de aanslag in de vulpijp.
  • Schroef de olievuldop met oliepeilstok (11a) eruit en lees in horizontale positie het oliepeil af. Het oliepeil moet zich tussen L (Low) en H (High) op de olievuldop met oliepeilstok(11a) bevinden.
  • Als het oliepeil te laag is, voegt u olie toe zoals beschreven in paragraaf 9.1.
  • Schroef vervolgens de olievuldop met oliepeilstok (23) weer vast.

13.3 Tap de benzine af met een afzuigpomp voor benzine\* (afb. 1, 9)

Bij opslag voor langere tijd moet de benzine worden afgetapt.

  1. Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
  2. Verwijder de bougiestekker (22) uit de bougie (22a). (afb. 1)
  3. Houd een opvangbak onder de slang van de afzuigpomp voor benzine.
  4. Schroef de tankdop (7a) los en haal deze van de opening af.
  5. Verwijder het brandstofffilterelement (7b).
  6. Schuif de slang van de afzuigpomp van de benzine in de brandstoftank (7) en tap de benzine met behulp van de afzuigpomp voor benzine volledig af.
  7. Plaats het brandstofffilterelement (7b) terug
  8. Schroef de tankdop (7a) er weer op.

*niet persé meegeleverd

13.4 Controleer en vervang de V-snaar

Verwijder de riemafdekking (8) om toegang te krijgen tot de V-snaar (8a). Gebruik het product nooit zonder de riemafdekking (8).

Als de riemafdekking (8) niet is aangebracht, kan uw hand tussen de V-snaar en de koppeling bekneld raken, waardoor u ernstig letsel kunt oplopen.

13.4.1 Span de V-snaar (afb. 1, 15, 16)

De V-snaar (8a) moet in goede staat zijn om een optimale krachtoverbrenging van de motor naar de excenter-as te garanderen.

Controleer de toestand van de V-snaar.

  1. Zet de motor (18) uit en laat hem afkoelen. (afb. 1)
  2. Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
  3. Verwijder de bougiestekker (22) uit de bougie (22a).
  4. Ondersteun het onderstel (12) bijvoorbeeld met houten blokken en zet het vast zodat het niet kan wegrollen.
  5. Maak het wiel met de remschijf (12a) los en verwijder het.
  6. Verwijder de V-snaarafdekking (8) door de vier zeskantbouten met een steeksleutel SW 10 mm los te draaien. (afb. 15)
  7. Controleer nu de riemspanning (duimdruk). Als de V-snaar (8a) meer dan 10-15 mm meegeeft (duimdruk), moet u deze spannen.
  8. Draai daartoe de vier motorbevestigingsschroeven (18b) op de motor iets los en duw de motor naar voren in de richting van het hefgreep (14c). (Afb. 15, 16)
  9. Draai nu de borgmoer (8c) los.
  10. Span de V-snaar (8a) aan met de stelmoer (8b) als de V-snaar (8a) meer dan 10-15 mm meegeeft (duimdruk). Draai daartoe de stelschroef (8b) rechtsom. Zorg ervoor dat de motor en de poelie in een rechte hoek blijven staan.
  11. Draai na het spannen de vier motorbevestigingsbouten (18b) en de borgmoer (8c) weer vast.
  12. Breng de riemafdekking (8) weer aan en zet deze vast met vier zeskantbouten.
  13. Monteer het wiel met de remschijf (12a). Let bij de montage op de juiste volgorde van de te monteren bevestigingsonderdelen.
  14. Verwijder alle onderdelen die u nodig had om het chassis te ondersteunen.

13.4.2 V-snaar vervangen (afb. 1, 15, 16)

Als de V-snaar (8a) is gescheurd, versleten of glad is, moet deze worden vervangen.

  1. Zet de motor (18) uit en laat hem afkoelen. (afb. 1)
  2. Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
  3. Verwijder de bougiestekker (22) uit de bougie (22a).
  4. Ondersteun het onderstel (12) bijvoorbeeld met houten blokken en zet het vast zodat het niet kan wegrollen.
  5. Maak het wiel met de remschijf (12a) los en verwijder het.
  6. Verwijder de V-snaarafdekking (8) door de vier zeskantbouten met een steeksleutel SW 10 mm los te draaien. (afb. 15)

  7. Draai vervolgens de vier motorbevestigings- schroeven (18b) op de motor iets los. (afb. 16)

  8. Om de voorspanning van de V-snaar (8a) los te maken, opent u de borgmoeren (8c) en draait u de beide stelschroeven (8b) linksom.
  9. Duw de motor in de richting van de hefgrepen (14c). (afb. 15)
  10. Trek de versleten V-snaar (8a) van de poelies en monteer op de juiste wijze de nieuwe V-snaren.
  11. Span de V-snaar (8a) aan met de stelmoer (8b) als de V-snaar (8a) meer dan 10-15 mm meegeeft (duimdruk). Draai daartoe de stelschroef (8b) rechtsom. Zorg ervoor dat de motor en de poelie in een rechte hoek blijven staan. (afb. 16)
  12. Draai na het spannen de vier motorbevestigingsbouten (18b) en de borgmoer (8c) weer vast.
  13. Breng de riemafdekking (8) weer aan en zet deze vast met vier zeskantbouten.
  14. Monteer het wiel met de remschijf (12a). Let bij de montage op de juiste volgorde van de te monteren bevestigingsonderdelen.
  15. Verwijder alle onderdelen die u nodig had om het chassis te ondersteunen.

13.5 Onderhoud van de bougie (22a) (afb. 17, 18)

Controleer de bougie (22a) voor de eerste keer na 20 bedrijfsuren op verontreiniging en reinig deze eventueel met een koperdraadborstel. Daarna de bougie (22a) elke 50 bedrijfsuren onderhouden.

  1. Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
  2. Verwijder de bougiestekker (22) uit de bougie (22a).
  3. Verwijder de bougie (22a) met de bougiesleutel (D)
  4. Verwijder eventueel vuil van de basis van de bougie (22a).
  5. Controleer de bougie visueel (22a). Verwijder evt. aangekoekte resten met een koperen staalborstel.
  6. Controleer de elektrodeafstand van de bougie. Stel de elektrodenafstand met een voelermaat in op 0,6-0,7 mm.
  7. Breng de bougie (22a) weer aan en let erop dat u deze niet te vast draait.
  8. Plaats de bougiestekker (22) op de bougie (22a).

LET OP

Let op dat uw vingers niet beklemd raken tussen de snaar en de poelie bij het verwijderen of monteren van de V-snaar (8a).

13.6 Smeer de smeernippels (afb. 17-19)

  1. Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
  2. Verwijder de bougiestekker (22) uit de bougie (22a).
  3. Zet de freesschijf (9c) vast met behulp van de borgpen (9a).
  4. Verwijder de beschermkappen van de smeernippels (9d) aan beide zijden.
  5. Reinig de smeernippels (9d) aan beide zijden met een pluisvrije doek.
  6. Smeer de lagers aan beide zijden via de smeernippels (9d) met 1-2 pompbewegingen.
  7. Reinig de smeernippels (9d) aan beide zijden met een pluisvrije doek om overtollig vet te verwijderen.
  8. Plaats de beschermkappen van de smeernippels (9d) aan beide zijden terug.

13.7 Vervang het freesgereedschap (afb. 19)

  1. Plaats het product op een vlakke en stabiele ondergrond.
  2. Zet het product vast zodat het niet kan wegrollen en onbedoeld kan starten.
  3. Plaats de borgpen (9a) om het gereedschap vast te zetten.
  4. Draai de beide moeren (SW16 mm) los en verwijder vervolgens de beide bouten (SW16 mm).
  5. Vervang de freestand (9b).
  6. Monteer nu de beide bouten (SW16 mm) weer en zet deze vast met de beide moeren (SW16 mm).

13.8 Onderhoudsschema

Handeling:Voor elk gebruikelke 25 be-drijfsurenElke 50 be-drijfsurenJaarlijks of om de 100 bedrijfsuren
Bougie vervangen X
Motorolie verversen X
Oliepeil controleren X
Bouten (freesschijf) vastdraaien/controlerenX
Freesgereedschap controleren op beschadiging en slijtageX
Luchtfilter controleren X
Remsysteem controleren x
bandenspanning X
Smeernippels smeren X
Noodstopbeugel controlerenX
Controleer de riemspanningX
Brandstofhoeveelheid controlerenX

14. Reiniging

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar voor letsel door opstartende machine

  • Schakel altijd de motor uit en trek de bougiestekker eruit voordat u instellingen aan het product uitvoert.
  • Laat het product afkoelen

- Zorg dat de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiesleuven en de motorbehuizing zo stof- en vuilvrij mogelijk zijn. Wrijf het product met een schone doek af en blaas deze met perslucht bij lage druk uit.

- Wij adviseren u, om het product direct na elk gebruik te reinigen.

- Maak het product regelmatig schoon met een vochtige doek en een beetje zachte zeep. Gebruik geen reinigingsmiddelen of oplosmiddelen; deze kunnen de kunststofonderdelen van het product aantasten. Let op dat er geen water in het product binnendringt.

⚠ WAARSCHUWING

Gebruik nooit een hogedrukreiniger om het product te reinigen.

Gebruik van een hogedrukreiniger leidt tot een kortere levensduur en een verminderde onderhoudsvriendelijkheid.

⚠ WAARSCHUWING

Onjuist onderhoud of onjuiste reiniging kan letsel veroorzaken

⚠ WAARSCHUWING

Tijdens reinigings-, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden kan het product onverwacht starten en letsel en brandwonden veroorzaken.

  • Schakel het product uit.
  • Verwijder de bougiestekker (22) uit de bougie (22a)
  • Laat het product afkoelen.

14.1 Reinigen van de V-snaar (8a) (afb. 1, 15)

  1. Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
  2. Verwijder de bougiestekker (22) uit de bougie (22a).
  3. Ondersteun het onderstel (12) bijvoorbeeld met houten blokken en zet het vast zodat het niet kan wegrollen.

  4. Maak het wiel met de remschijf (12a) los en verwijder het.

  5. Verwijder de V-snaarafdekking (8) door de vier zeskantbouten met een steeksleutel SW 10 mm los te draaien.

  6. Reinig de elementen van de aandrijving en de beide V-snaren (8a) een tot tweemaal per jaar met een borstel of perslucht.

  7. Breng de riemafdekking (8) weer aan en zet deze vast met vier zeskantbouten.

  8. Monteer het wiel met de remschijf (12a). Let bij de montage op de juiste volgorde van de te monteren bevestigingsonderdelen.
  9. Verwijder alle onderdelen die u nodig had om het chassis te ondersteunen.

14.2 Reinigen van het brandstofffilterelement (7b) (afb. 9)

Aanwijzing: Bij het brandstofffilterelement (7b) gaat het om een filterbeker, die zich direct onder de tankdop (7a) bevindt en alle gevulde brandstof filtert.

  1. Schroef de tankdop (7a) erop.
  2. Verwijder het brandstofffilterelement (7b). Reinig deze niet in ontvlambaar oplosmiddel of een oplosmiddel met een hoog vlampunt.

  3. Plaats het brandstofffilterelement (7b) terug.

  4. Schroef de tankdop (7) er weer op.

14.3 Luchtfilter reinigen (afb. 20)

  1. Verwijder de vleugelschroef (15a) van de luchtfilterkap (15).
  2. Til de luchtfilterkap (15) eraf.
  3. Verwijder het luchtfilter (15b) en klop het voorzichtig uit om stof en vuil te verwijderen.
  4. Monteer alle onderdelen in omgekeerde volgorde.
    Aanwijzing: Als het luchtfilter sterk vervuild of beschadigd is, moet het worden vervangen.

15. Opslag

15.1 Voorbereiding voor de opslag ⚠ WAARSCHUWING

Verwijder de brandstof niet in gesloten ruimtes, in de buurt van vuur of bij het roken.

Gasdampen kunnen explosies of brand veroorzaken. Indien het product gedurende een periode van meer dan 30 dagen niet wordt gebruikt, dienen de volgende maatregelen te worden genomen om het voor opslag voor te bereiden.

  • Reinig en controleer het product op schade .
  • Leeg de brandstoftank met een afzuigpomp voor brandstof.
  • Start de motor en laat de motor net zo lang lopen, totdat de resterende brandstof is verbruikt.
  • Bewaar de brandstof in reservoirs, die speciaal hiervoor zijn bestemd.
    • Ververs de olie na elk seizoen.
  • Verwijder de voedingsstekker van de bougie.

- Bewaar het product op een goed geventileerde plaats of locatie.

15.2 Product opslaan

  • Bewaar het product en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen ontoegankelijke plaats.
  • De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30°C.
  • Bewaar het product in de originele verpakking.
  • Dek het product af om het te beschermen tegen stof of vocht.
  • Bewaar de gebruikshandleiding bij het product.

16. Transport

⚠ WAARSCHUWING

Levensgevaar bij het heffen en transporteren

Vallende lasten of delen daarvan kunnen dodelijk zijn .

  • Gebruik alleen hef- en transportmiddelen en bevestigings-, vasthoud- en veiligheidsvoorzieningen die in perfecte staat verkeren om het product op te tillen.
  • Zorg ervoor dat de lading goed vastzit voordat u gaat rijden.
  • Verblijf nooit onder een opgeheven lading.
  • Draag een veiligheidshelm.

16.1 Voorbereiden voor transport (afb. 1)

  1. Plaats het product op een vlak oppervlak.
  2. Sluit de brandstofkraan (19).
  3. Plaats de borgpen (9a).
  4. Leeg de brandstoftank (7) met een afzuigpomp voor benzine (niet standaard meegeleverd).

Waarschuwing: Verwijder de benzine niet in gesloten ruimtes, in de buurt van vuur of bij het roken. Gasdampen kunnen explosies of brand veroorza-ken.

  1. Verwijder de bougiestekker (22) uit de bougie (22a).

  2. Reinig het product.

16.2 Product transporteren (afb. 1)

  • Het product kan op een transportwagen of aanhanger worden vervoerd.
  • Het product is voorzien van hefgrepen (14a, 14b, 14c) die zowel voor het heffen van de machine als voor het vastzetten kunnen worden gebruikt.
  • Vanwege het gewicht mag het product alleen met geschikte apparatuur of door meerdere personen samen worden opgetild.

17. Reparatie & bestellen van reserve-onderdelen

Na reparatie of onderhoud controleren of alle veiligheidstechnische delen zijn bevestigd en in optimale toestand zijn. Delen, waarbij er gevaar voor verwonding voor andere personen en kinderen bestaat, ontoegankelijk bewaren.

Let op: Conform de wetgeving voor productgaranties wordt er geen garantie geboden voor schade die ontstaan is door incorrecte reparaties of door het niet gebruiken van originele reserveonderdelen.

Draag hiertoe een klantenservice of een geautoriseerde specialist op. Overeenkomstig geldt dit ook voor accessoires.

Reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij ons servicecentrum. Scan hiertoe de QR-code op de titelpagina.

Aansluitingen en reparaties

Aansluitingen en reparaties aan de elektrische apparatuur mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitgevoerd.

Geef bij vragen de volgende gegevens door:

  • Stroomtype van de motor
  • Gegevens van het typeplaatje van de machine
  • Gegevens van het typeplaatje van de motor

Belangrijke aanwijzing bij reparatie:

Houd er bij retourlevering van het product voor reparatie rekening mee dat het om veiligheidsredenen vrij van olie en brandstof naar het servicestation moet worden gestuurd.

17.1 Bestelling van reserveonderdelen

Bij het bestellen van reserveonderdelen moeten de volgende gegevens worden vermeld:

  • Modelaanduiding
  • Artikelnummer
  • Gegevens op het typeplaatje

17.2 Service-informatie

Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt.

Slijtageonderdelen*: Wielen, V-snaren, bougie, luchtfilter, beschermmatten, freestanden

* niet persé meegeleverd!

18. Afvalverwerking en hergebruik

Aanwijzingen op de verpakking

SCHEPPACH SGM4200 - Aanwijzingen op de verpakking - 1

SCHEPPACH SGM4200 - Aanwijzingen op de verpakking - 2

De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieu-vriendelijk afvoeren.

Informatie over het afvoeren van het versleten product kunt u inwinnen bij uw gemeente.

Brandstoffen en oliën

- Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brandstoftank en het motorreservoir worden ge-leegd!

- Brandstof en motorolie horen niet bij het huishoudelijke afval of in het riool, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!

- Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd.

19. Verhelpen van storingen

De volgende tabel toont storingssymptomen en beschrijft hoe u deze op kunt lossen, als uw product niet goed werkt. Als u het probleem hiermee niet kunt vinden en oplossen, neem dan contact op met uw service-werkplaats.

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar voor letsel en levensgevaar bij draaiende motor door hete oppervlakken en draaiende onderdelen

- Schakel het product uit voordat u begint met het verhelpen van storingen.

- Verwijder de bougiestekker uit de bougie om ongewenst starten van de motor te voorkomen.

Storing Mogelijke oorzaak Oplossing
Motor start nietGeen brandstofBrandstoftank vullen
Trekstarter defectTrekstartreep repareren of vervangen
Geen motorolie Motorolie bijvullen
Geen ontstekingsvonk Bougie reinigen of vervangen
Motor koud en choke op RUN gezetMotor koud en choke op CHOKE zetten
Brandstofkraan op OFF gezet Brandstofkraan op ON zetten
Motor wordt te heetTe weinig motorolie Motorolie bijvullen
Luchtfilter vervuild Reinig of vervang het luchtfilter
Carburateur verkeerd afgesteldReparatie laten uitvoeren door een geautoriseerde service-werkplaats
Het vermogen is verminderdFreesgereedschap is bot Vervang het freesgereedschap
V-snaar versleten Vervang de V-snaar
V-snaar is verschoven Span de V-snaar
Overmatige trillingenBouten/moeren zijn losSchakel de motor onmiddellijk uit! Controleer of de bouten/moeren goed vastzitten en draai ze indien nodig aan
Beweegbare onderdelen zijn beschadigdSchakel de motor onmiddellijk uit! Reparatie laten uitvoeren door een geautoriseerde service-werkplaats
Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SCHEPPACH

Model : SGM4200

Categorie : Tuinversnipperaar