AL-KO Easy 5.16 SP-D - Grasmaaier

Easy 5.16 SP-D - Grasmaaier AL-KO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Easy 5.16 SP-D AL-KO in PDF-formaat.

📄 500 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice AL-KO Easy 5.16 SP-D - page 46
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over Easy 5.16 SP-D AL-KO

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Easy 5.16 SP-D - AL-KO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Easy 5.16 SP-D van het merk AL-KO.

GEBRUIKSAANWIJZING Easy 5.16 SP-D AL-KO

1 Over deze gebruiksaanwijzing 45

1.1 Symbolen op de titelpagina ..... 46

1.2 Verklaring van pictogrammen en sig- naalwoorden 46

2 Productomschrijving.... 46

2.1 Beoogd gebruik.... 46

2.2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik .... 46

2.3 Overige risico's 46

2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen.... 47

2.5 Symbolen op het apparaat.... 47

2.5.1 Veiligheidssymbolen* 47

2.5.2 Bedieningssymbolen*...... 47

2.6 Productoverzichten.... 48

2.6.1 Productoverzicht (01)*...... 48

2.6.2 Productoverzicht (02)*...... 48

2.6.3 Productoverzicht (03)*...... 49

3 Veiligheidsinstructies.... 49

3.1 Veiligheidsinstructies voor grasmaai-er.... 49

3.1.1 Veiligheidsinstructies voor grasmaaier 49

3.1.2 Veiligheid van personen, dieren en eigendommen.... 50

3.1.3 Veiligheid van het apparaat..... 51

3.2 Belasting door trillingen 51

3.3 Geluidsbelasting 52

3.4 Brandstof en hulpvloeistoffen ..... 52

4 Montage 52

5 Ingebruikname 52

5.1 Visuele controle uitvoeren 53

5.2 Bedrijfsmiddelen 53

5.2.1 Benzine bijvullen (04)...... 53

5.2.2 Vullen met olie (05) 53

6 Bediening 54

6.1 Maaihoogte instellen (06) 54

6.2 Maaien met de grasopvangbak (07, 08)....54

6.3 Maaiwerk starten en stoppen (09–13) 54

6.4 Wielaandrijving in- en uitschakelen (14)* 55

6.5 Duwboom op lichaamslengte aan- passen (15, 16) .... 55

6.6 Duwboom in- en uitklappen.... 55

6.7 Mulchen met het mulchinzetstuk (17, 18)....56

6.8 Maaien met zijuitworp (19–22)*...... 56

6.9 Maaien zonder grasopvangbak (23) .. 56

7 Werkinstructies 56

8 Onderhoud en verzorging.... 57

8.1 Regelmatige onderhoudswerkzaam- heden 57

8.2 Apparaat en maaiwerk reinigen ..... 57

8.3 Messen controleren en vernieuwen ... 57

8.4 Luchtfilter reinigen of vervangen ..... 57

8.5 Bougies onderhouden 58

8.6 Reparatiewerkzaamheden 58

9 Hulp bij storingen.... 58

9.1 Apparaat- en bedieningsfouten ver- helpen .... 58

10 Transport 60

10.1 Apparaat transporteren 60

11 Opslag 60

11.1 Benzinegrasmaaier opbergen ..... 60

12 Verwijderen.... 61

13 Klantenservice/service centre.... 61

14 Informatie bij de conformiteitsverklaring... 61

15 Garantie.... 61

1 OVER DEZE GEBRUIKSAANWIJZING

De Duitse versie is de originele gebruiksaanwijzing. Alle andere taalversies zijn vertalingen van de originele gebruiksaanwijzing.

Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodat u erin het antwoord op uw vragen kunt terugvinden wanneer u informatie over de machine nodig heeft.

Draag de machine alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere personen over.
Lees en neem de veiligheids- en waarschuwingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.

1.1 Symbolen op de titelpagina

Symbool Betekenis

AL-KO Easy 5.16 SP-D - Symbool Betekenis - 1

Lees voor de ingebruikname deze gebruiksaanwijzing absoluut zorgvuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werken en een storingsvrij gebruik.

AL-KO Easy 5.16 SP-D - Symbool Betekenis - 2

Gebruiksaanwijzing

AL-KO Easy 5.16 SP-D - Symbool Betekenis - 3

Gebruik het benzineapparaat niet in de buurt van open vlammen of hittebronnen.

1.2 Verklaring van pictogrammen en signaalwoorden

⚠ GEVAAR! Wijst op een direct gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt.

⚠ WAARSCHUWING! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet verme- den wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden.

⚠️ VOORZICHTIG! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan leiden.

LET OP! Wijst op een situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot materiële schade kan leiden.

HOPMERKING Speciale aanwijzingen voor meer duidelijkheid en een beter gebruik.

Deze handleiding beschrijft verschillende modellen met de hand bediende AL-KO en solo by AL-KO benzinegrasmaaiers met verschillende uitvoeringen. De uitvoeringen van de afzonderlijke modellen staan in de technische gegevens.

Identificeer uw model aan de hand van de productafbeeldingen en de beschrijving van de verschillende opties.

2.1 Beoogd gebruik

Dit apparaat voor particulier gebruik is bedoeld voor het maaien van gazons en mag uitsluitend bij droog gras worden gebruikt.

Elke andere of verder strekkende toepassing wordt beschouwd als niet overeenkomstig het gebruiksdoel. Er mag alleen met het apparaat gewerkt worden als het volledig gemonteerd is.

Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik. Ieder ander gebruik alsmede niet-toege- stane verbouwingen of uitbreidingen worden voor misbruik aangezien en hebben de uitsluiting van de garantie en het verlies van de conformiteit en de weigering van iedere verantwoordelijkheid voor schade van de gebruiker of van derden van de fabrikant tot gevolg.

2.2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik

Het apparaat is noch bedoeld voor de commerciele toepassing in openbare parken en sportfacilitteiten, noch voor de toepassing in land- en bosbouw.

■ Het apparaat niet gebruiken bij regen of op nat gazon.
Er mogen zich geen vreemde voorwerpen zoals bijv. stenen, stukken hout of flessen op het te maaien oppervlak bevinden.
Aanwezige veiligheidsvoorzieningen mogen niet gedemonteerd of overbrugd worden, bijv. door de veiligheidsbeugel aan de greepbeugel vast te klemmen.

Ook bij doelmatig gebruik van het gereedschap blijft sprake van een zeker restrisico dat niet kan worden uitgesloten. Uit de aard en de bouwwijze van het apparaat kunnen, afhankelijk van het gebruik, de volgende potentiële gevaren worden afgeleid:

■ Wegslingeren van snijafval, grond en kleine stenen.
Inademen van deeltjes van afgesneden gewasdeeltjes als er geen adembescherming wordt gedragen.
■ Snijwonden als gevolg van het reiken naar het draaiende maaiimes.

2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen

AL-KO Easy 5.16 SP-D - Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen - 1

WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel.

Defecte en buiten werking gestelde veiligheids- en beschermingsapparatuur kunnen ernstig letsel veroorzaken.

■ Laat defecte veiligheids- en beschermingsapparatuur repareren.
■ De veiligheids- en beschermingsuitrusting nooit buiten werking stellen.

Veiligheidshandgreep / veiligheidsbeugel

Het apparaat is uitgerust met een veiligheids- handgreep / veiligheidsbeugel. In geval van ge- vaar de veiligheidshandgreep / veiligheidsbeugel gewoon loslaten. De motor en het maaiwerk val- len stil.

Startkoord

Om de motor met behulp van het startkoord in te kunnen schakelen moet vooraf de veiligheidshandgreep / veiligheidsbeugel ingedrukt worden.

Klep

De klep beschermt bijv. tegen afgesneden gewasdeeltjes en stenen die eruit kunnen worden geslingerd.

2.5 Symbolen op het apparaat

2.5.1 Veiligheidssymbolen\*

*afhankelijk van het model

Symbool Betekenis
AL-KO Easy 5.16 SP-D - Veiligheidssymbolen\* - 1

Wees bijzonder voorzichtig bij de hantering!

AL-KO Easy 5.16 SP-D - Veiligheidssymbolen\* - 2

Lees vóór ingebruikname de gebruiksaanwijzing!

AL-KO Easy 5.16 SP-D - Veiligheidssymbolen\* - 3

Gevaar door uitslingerende voor- werpen!

AL-KO Easy 5.16 SP-D - Veiligheidssymbolen\* - 4

Houd derden uit de buurt van de gevarenzone!

Symbool Betekenis
AL-KO Easy 5.16 SP-D - Veiligheidssymbolen\* - 5

Gevaar voor letsel! Blijf met uw handen en voeten uit de buurt van het maaiwerk!

AL-KO Easy 5.16 SP-D - Veiligheidssymbolen\* - 6

Gevaar voor handletsel door draai- ende snijmessen!

AL-KO Easy 5.16 SP-D - Veiligheidssymbolen\* - 7

Let op: brandgevaar! Benzine is brandbaar.

AL-KO Easy 5.16 SP-D - Veiligheidssymbolen\* - 8

Tijdens de werking geen benzine bijvullen.

AL-KO Easy 5.16 SP-D - Veiligheidssymbolen\* - 9

Niet in gesloten ruimten gebruiken!

AL-KO Easy 5.16 SP-D - Veiligheidssymbolen\* - 10

Oog- en gehoorbescherming dragen!

AL-KO Easy 5.16 SP-D - Veiligheidssymbolen\* - 11

Voorafgaand aan alle onderhouds-, verzorgings- en reinigingswerkzaamheden de bougiestekker lostrekken!

AL-KO Easy 5.16 SP-D - Veiligheidssymbolen\* - 12

Gevaar brandwonden door hete oppervlakken!

2.5.2 Bedieningssymbolen\*

*afhankelijk van het model

Symbool Betekenis
AL-KO Easy 5.16 SP-D - Bedieningssymbolen\* - 1

Bedieningssymbool voor draaihand- greep aan de duwboom:

Slotje dicht: Duwboom op de getoonde stand vastzetten.
Slotje open: Duwboom voor het verstellen loszetten.

Symbool Betekenis
AL-KO Easy 5.16 SP-D - Bedieningssymbolen\* - 2

Bij gevaar: Veiligheidsbeugel voor het stoppen van de grasmaaier meteen loslaten.

AL-KO Easy 5.16 SP-D - Bedieningssymbolen\* - 3

Bij gevaar: Schakelbeugel voor de wielaandrijving voor het stoppen van de grasmaaier meteen loslaten.

AL-KO Easy 5.16 SP-D - Bedieningssymbolen\* - 4

Standen voor de hoogteverstelling van de duwboom (7 standen).

AL-KO Easy 5.16 SP-D - Bedieningssymbolen\* - 5

Oliedop.

AL-KO Easy 5.16 SP-D - Bedieningssymbolen\* - 6

Tankdop.

AL-KO Easy 5.16 SP-D - Bedieningssymbolen\* - 7

Vulpeilweergave aan de grasop- vangbak:

Vulpeilweergave is boven (GO): Werkzaamheden voortzetten.

Vulpeilweergave is onder (STOP): Werkzaamheden staken en grasopvangbak legen.

2.6 Productoverzichten

2.6.1 Productoverzicht (01)\*

*: afhankelijk van het model, zie technische gegevens.

Nr. Onderdeel

1 Veiligheidsbeugel
2 Schakelbeugel voor de wielaandrijving
Duwboom:
3■ Greepvlak
4■ Bovenste duwboom
5■ Startkabelhouder
6■ Draaischarnier met snelspanner
7■ Onderste duwboom
8■ Veerbout met draaihandgreep (2 standen)De derde stand dient voor het om-klappen van de duwboom.
9■ Draaischarnier vamn de duwboom
Centrale snijhoogteverstelling:

Nr. Onderdeel

10■ Weergave van de maaihoogte (7 standen)
11■ Ontgrendelingshendel
12Maaidek met snijmessen
Motor:
13■ Oliedop voor olietank
14■ Luchtfilter
15■ Bougie
16■ Tankdop voor benzinetank
17■ Motorkap
18Draaghandgreep
19Brandstoftoevoerknop
20Starthandgreep
21Klep
Grasopvangbak:
22■ Behuizing van de grasopvangbak
23■ Handgreep van de grasopvangbak
24■ Vulpeilweergave van de grasopvangbak
15Mulchwig

2.6.2 Productoverzicht (02)\*

*: afhankelijk van het model, zie technische gegevens.

Nr. Onderdeel

1 Veiligheidsbeugel
Duwboom:
2■ Greepvlak
3■ Bovenste duwboom
4■ Startkabelhouder
5■ Draaischarnier met snelspanner
6■ Onderste duwboom
7■ Veerbout met draaihandgreep (2 standen)De derde stand dient voor het om-klappen van de duwboom.
8■ Draaischarnier vamn de duwboom

Nr. Onderdeel

Centrale snijhoogteverstelling:
9■ Weergave van de maaihoogte (7 standen)
10■ Ontgrendelingshendel
11Inzetstuk voor zijuitworp
12Uitwerpklep aan de zijkant
13Maaidek met snijmessen
Motor:
14■ Luchtfilter
15■ Bougie
16■ Tankdop voor benzinetank
17■ Motorkap
18■ Oliedop voor olietank
19Draaghandgreep
20Starthandgreep
21Klep
Grasopvangbak:
22■ Behuizing van de grasopvangbak
23■ Handgreep van de grasopvangbak
24■ Vulpeilweergave van de grasopvangbak
25Mulchwig

2.6.3 Productoverzicht (03)\*

*: afhankelijk van het model, zie technische gegevens.

Nr. Onderdeel

1 Veiligheidsbeugel
2 Schakelbeugel voor de wielaandrijving
Duwboom:
3■ Greepvlak
4■ Bovenste duwboom
5■ Startkabelhouder
6■ Draaischarnier met snelspanner
7■ Onderste duwboom

Nr. Onderdeel

8■ Veerbout met draaihandgreep (2 standen)De derde stand dient voor het om-klappen van de duwboom.
9■ Draaischarnier vamn de duwboom
Centrale snijhoogteverstelling:
10■ Weergave van de maaihoogte (7 standen)
11■ Ontgrendelingshendel
12Inzetstuk voor zijuitworp
13Uitwerpklep aan de zijkant
14Maaidek met snijmessen
Motor:
15■ Luchtfilter
16■ Bougie
17■ Tankdop voor benzinetank
18■ Motorkap
19■ Oliedop voor olietank
20Draaghandgreep
21Starthandgreep
22Klep
Grasopvangbak:
23■ Behuizing van de grasopvangbak
24■ Handgreep van de grasopvangbak
25■ Vulpeilweergave van de grasop- vangbak
26Mulchwig

3 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES

3.1 Veiligheidsinstructies voor grasmaaier

3.1.1 Veiligheidsinstructies voor grasmaaier

  • Gebruik de grasmaaier niet bij slechte weersomstandigheden, met name bij gevaar voor bliksem. Dat vermindert het gevaar om door de bliksem geraakt te worden.
  • Gebruik de grasmaaier enkel bij daglicht of bij zeer helder kunstlicht.
    ■ Controleer de omgeving waarin de grasmaaier gebruikt moet worden nauwkeurig

op wilde dieren. Wilde dieren kunnen tijdens de werking door de grasmaaier gewond raken.

  • Controleer de omgeving waarin de grasmaaier gebruikt moet worden nauwkeurig en verwijder alle stenen, stokken, draden, botten en andere vreemde voorwerpen. Weggeslingerde voorwerpen kunnen persoonlijk letsel veroorzaken.
    ■ Voer vóór het gebruik van de grasmaaier altijd een visuele controle uit om na te gaan dat messen en de meseenheid niet versleten of beschadigd zijn. Versleten of beschadigde delen verhogen het risico voor letsel.
  • Controleer de grasvangbak regelmatig op slijtage of beschadiging. Een versleten of beschadigde grasvangbak kan het risico voor letsel verhogen.
    Laat alle veiligheidsvoorzieningen gemonteerd. Veiligheidsvoorzieningen moeten operationeel en volgens voorschrift gemonteerd zijn. Een veiligheidsvoorziening die los of beschadigd is of niet goed werkt, kan persoonlijk letsel veroorzaken.
    Houd alle ventilatiespleten vrij van vervuilingen. Verstopte ventilatiespleten kunnen oververhitting of brandgevaar veroorzaken.
    Draag bij het werken met de grasmaaier altijd slipvaste en beschermende schoenen. Bedien de grasmaaier niet met blote voeten of met open sandalen. Dat reduceert het gevaar voor letsel aan de voeten door aanraking met het bewegende mes.
    Draag bij het werken met de grasmaaier altijd een lange broek. Onbeschermde huis verhoogt het gevaar voor letsel door wegge-slingerde voorwerpen.
  • Gebruik de grasmaaier niet als het gras nat is. Loop gewoon en ren nooit. Dat reduceert het gevaar voor uitglijden en vallen, wat letsel kan veroorzaken.
  • Gebruik de grasmaaier niet aan erg steile hellingen. Dat reduceert het gevaar dat u de controle verliest, uitglijdt of valt, wat letsel kan veroorzaken.
    Let bij werkzaamheden aan hellingen altijd op een veilige stand, werk altijd dwars ten opzichte van de helling, nooit bergop of bergaf en wees altijd bijzonder voorzichtig bij richtingveranderingen. Dat reduceert het gevaar dat u de controle verliest, uitglijdt of valt, wat letsel kan veroorzaken.

■ Wees bijzonder voorzichtig als u de grasmaaier achteruit beweegt of naar u toe trekt. Let altijd op uw omgeving. Dat reduceert het gevaar dat u tijdens de werking struikelt.
■ Raak de messen en andere gevaarlijke bewegende delen niet aan zolang ze nog bewegen. Dat reduceert het gevaar voor letsel door bewegende delen.
Zorg ervoor dat bij het verwijderen van ingeklemd materiaal of bij het reinigen van de grasmaaier de motor is uitgeschakeld en het maaiwerk stilstaat. Onverwachtse werking van de grasmaaier kan ernstig letsel veroorzaken.
■ Laat de grasmaaier voor het opbergen altijd afkoelen.
■ Leeg de grasopvangbak voor het opbergen.
- Let er bij het instellen van de grasmaaier op dat de vingers niet tussen de beweegbare messen en de vaste componenten van de machine ingekneld raken.

3.1.2 Veiligheid van personen, dieren en eigendommen

  • Gebruik de machine alleen voor werkzaamheden waarvoor het is bedoeld. Niet-reglementair gebruik kan letsel en materiële schade veroorzaken.
    Schakel het apparaat alleen in als er geen personen of dieren in het werkgebied aanwezig zijn.
    Houd een veiligheidsafstand aan tot personen en dieren of schakel het apparaat uit als personen of dieren naderen.
    ■ Houd de stroom van uitlaatgassen nooit gericht op personen of dieren, of op brandbare producten en voorwerpen.
    Grijp niet in het aanzuig- en luchtfilter als de motor draait. De draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken.
    Schakel het apparaat altijd uit wanneer u het niet nodig heeft, bijv. bij het verplaatsen naar een ander werkgebied, bij onderhouds- en verzorgingswerkzaamheden, bij het vullen van bedrijfsmiddelen.
    Schakel het apparaat bij een ongeval onmiddellijk uit om verder letsel en materiële schade te voorkomen.
  • Gebruik de machine nooit met versleten of defecte onderdelen. Versleten of defecte onderdelen kunnen ernstig letsel veroorzaken.

■ Bewaar het apparaat buiten het bereik van kinderen.

3.1.3 Veiligheid van het apparaat

■ Het apparaat alleen gebruiken onder de volgende omstandigheden:

■ Het apparaat is niet vervuild.
- Het apparaat vertoont geen beschadigingen.
Alle bedieningselementen werken.

- Het apparaat niet overbelasten. Het is voor lichte particuliere werkzaamheden bedoeld. Overbelasting leidt tot beschadiging van het apparaat.

- Het apparaat nooit gebruiken met versleten of defecte onderdelen. Defecte onderdelen altijd vervangen door oorspronkelijke reserveonderdelen van de fabrikant. Wanneer het apparaat met versleten of defecte onderdelen wordt gebruikt, kan tegenover de fabrikant geen aanspraak op garantie worden geemaakt.

■ Reparatiewerkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd in de vakhandel of op onze Servicevestigingen.

3.2 Belasting door trillingen

■ Gevaar door trillingen

De werkelijke trillingsemissiewaarde tijdens het gebruik van het apparaat kan afwijken van de door de fabrikant opgegeven waarde. Let voor of tijdens het gebruik op de volgen-de factoren die van invloed zijn:

Wordt het apparaat gebruikt voor het beoogde gebruik?
Wordt het materiaal op de juiste wijze gesneden of verwerkt?
■ Bevindt het apparaat zich in een goede staat van gebruik?
Is het snijblad goed scherp en is het juiste snijblad ingebouwd?
Zijn de handgrepen en, indien nodig, optionele trillingsdempende handgrepen gemonteerd en zijn deze vast verbonden met het apparaat?

- Gebruik het apparaat alleen met het toerental van de verbrandingsmotor dat nodig is voor de uit te voeren werkzaamheden. Gebruik het maximale toerental zo min mogelijk om geluid en trillingen te beperken.

■ Als gevolg van verkeerd gebruik en onderhoud kunnen de trillingen en het lawaai van

het apparaat toenemen. Dit leidt tot schade aan de gezondheid. Schakel in dit geval het apparaat onmiddellijk uit en laat het repare- ren door een geautoriseerde servicewerkplaats.

De mate van belasting als gevolg van trillingen is afhankelijk van de uit te voeren werkzaamheden of van de toepassing van het apparaat. Schat hem in en las voldoende pauzes in. Daardoor wordt de belasting door trillingen gedurende de volledige werktijd in belangrijke mate verminderd.

Door een langer gebruik van het apparaat wordt de bediener blootgesteld aan trillingen, waardoor problemen kunnen ontstaan met de bloedsomloop ('dode vingers'). Om dit risico te verminderen, handschoenen dragen en de handen warmhouden. Wanneer een symptoom van 'dode vingers' wordt waargenomen, onmiddellijk medische hulp inroepen. Tot deze symptomen behoren: Gevoelloosheid, verlies van gevoeligheid, tintelingen, jeuk, pijn, vermindering van de kracht, verandering van kleur of van de conditie van de huid. Meestal worden deze symptomen waargenomen aan vingers, handen of polsen. Bij lage temperaturen (ca. beneden 10 °C) neemt het gevaar toe.

Las langere pauzes in tijdens uw werkdag, zodat u kunt herstellen van het geluid en van de trillingen. Plan uw werk zodanig dat het gebruik van apparaten die sterke trillingen veroorzaken, wordt verspreid over meerdere dagen.

■ Wanneer u een onaangenaam gevoel of een verkleuring van de huid tijdens het gebruik van het apparaat waarneemt aan uw handen, onderbreekt u het werk onmiddellijk. Las voldoende pauzes in. Zonder voldoende pauzes kan een trillingensyndroom ontstaan aan handen en armen.

Minimaliseer het risico door uzelf zo min mogelijk bloot te stellen aan trillingen. Verzorg het apparaat volgens de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing.

Als het apparaat vaak wordt gebruikt, neemt u contact op met uw dealer om trillingsdempende accessoires (bijv. handgrepen) aan te schaffen.

Leg in een werkschema vast hoe de belasting door trillingen kan worden begrensd.

3.3 Geluidsbelasting

Een zekere geluidsbelasting door dit apparaat is onvermijdelijk. Plan luidruchtige werkzaamheden gedurende acceptabele en daarvoor geschikte tijden. Respecteer rusttijden en beperk de duur van het werk tot het minimum. Voor uw persoonlijke bescherming en ter bescherming van personen die zich in de buurt bevinden, moet geschikte gehoorbescherming worden gedragen.

3.4 Brandstof en hulpvloeistoffen

⚠ GEVAAR! Explosie- en brandgevaar. Bij het ontsnappen van een benzine-luchtmengsel ontstaat potentieel explosieve atmosfeer. Door een ondeskundige omgang met brandstoffen kunnen deze ontsteken, exploderen en ontbranden, wat tot zwaar letsel en zelfs sterfgevallen kan leiden.

■ Rook nooit, terwijl u met benzine werkt.
■ Werk uitsluitend in de buitenlucht met benzine en nooit in afgesloten ruimten.
■ Neem beslist altijd de volgende gedragsregels in acht.

- Benzine uitsluitend bewaren in daarvoor bestemde vaten.

■ Alleen brandstof bijvullen in de openlucht.

■ Niet roken tijdens het tanken.

- Gebruik voor het tanken een geschikte vultrechter of vulbuis om zo te voorkomen dat er brandstof wordt gemorst op de motor, de behuizing of op de ondergrond.

■ De tankdop niet openen terwijl de motor draait of nog heet is.

■ De tank of tankdop bij beschadiging vervangen.

■ Een beschadigde uitlaatdemper vervangen.

■ Wanneer er benzine is gemorst:

■ De motor niet starten.
■ Startpogingen voorkomen.
■ Reinig het apparaat.
■ Resterende brandstof laten verdampen.

⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor verbranding. Draaiende motoren worden tijdens het gebruik zeer heet!

■ Raak tijdens het gebruik nooit onderdelen van de motor aan, dit geldt vooral voor de uitlaat.
■ Laat de uitlaat, cilinder en koelribben afkoelen, voordat u deze aanraakt.

⚠ GEVAAR! Levensgevaar door vergifti- ging. De uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, dat voor een mens binnen enkele minuten dodelijk kan zijn.

■ Laat de motor nooit draaien in gesloten ruimten, maar altijd uitsluitend in de buitenlucht.
■ Adem geen uitlaatdampen in.
■ Schakel de motor uit wanneer u tijdens het gebruik van het apparaat misselijk, duizelig of onwel wordt. Raadpleeg onmiddellijk een arts.

4 MONTAGE

Montage: Zie montagehandleiding.

⚠ WAARSCHUWING! Gevaren door onvolledige montage! De werking van een onvolledig apparaat kan ernstig letsel veroorzaken.

  • Gebruik het apparaat alleen als het volledig is gemonteerd!
  • Controleer voor het inschakelen alle veiligheids- en beschermingsvoorzieningen op aanwezigheid en functionaliteit!

5 INGEBRUIKNAME

⚠ GEVAAR! Explosie- en brandgevaar. Bij het ontsnappen van een benzine-luchtmengsel ontstaat potentieel explosieve atmosfeer. Door een ondeskundige omgang met brandstoffen kunnen deze ontsteken, exploderen en ontbranden, wat tot zwaar letsel en zelfs sterfgevallen kan leiden.

■ Rook nooit, terwijl u met benzine werkt.
■ Werk uitsluitend in de buitenlucht met benzi-ne en nooit in afgesloten ruimten.
■ Neem beslist altijd de volgende gedragsregels in acht.

⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor persoonlijk letsel als gevolg van een defect apparaat.

Het gebruik van een defect apparaat kan ernstig letsel en schade aan het apparaat veroorzaken.

■ Apparaat alleen gebruiken als het niet defect of beschadigd is en er geen onderdelen ontbreken of loszitten.

LET OP! Gevaar voor beschadiging van de motor. Laag oliepeil kan motorschade veroorza-ken.

■ Vul met olie vóór de ingebruikname.
■ Controleer regelmatig het oliepeil.
■ Vul olie bij wanneer het oliepeil laag is.

5.1 Visuele controle uitvoeren

  1. Apparaat op beschadigingen en losse schroeven controleren. Defecte onderdelen van het apparaat vervangen en schroeven aandraaien.
  2. Bedrijfsmiddelen regelmatig voor de inbedrijfstelling controleren. Bedrijfsmiddelen bij een laag vulpeil bijvullen.
  3. Apparaat controleren op grove verontreinigingen. Verontreinigingen verwijderen.

5.2 Bedrijfsmiddelen

⚠ GEVAAR! Explosie- en brandgevaar. Bij het ontsnappen van een benzine-luchtmengsel ontstaat potentieel explosieve atmosfeer. Door een ondeskundige omgang met brandstoffen kunnen deze ontsteken, exploderen en ontbranden, wat tot zwaar letsel en zelfs sterfgevallen kan leiden.

■ Rook nooit, terwijl u met benzine werkt.
■ Werk uitsluitend in de buitenlucht met benzi-ne en nooit in afgesloten ruimten.

⚠ GEVAAR! Levensgevaar door vergifti- ging. De uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, dat voor een mens binnen enkele minuten dodelijk kan zijn.

■ Laat de motor nooit draaien in gesloten ruimten, maar altijd uitsluitend in de buitenlucht.
■ Adem geen uitlaatdampen in.
Schakel de motor uit wanneer u tijdens het gebruik misselijk, duizelig of onwel wordt. Raadpleeg onmiddellijk een arts.

i OPMERKING Doe afgewerkte motorolie milieuvriendelijk weg! Wij adviseren om afgewerkte olie in een gesloten reservoir bij een recycling-centrum of een klantenservice af te geven. Afgewerkte olie niet:

■ via het huisvuil verwijderen
■ in het riool of in een afvoer gieten
■ op de grond gooien

i OPMERKING Neem de meegeleverde gebruiksaanwijzing van de motor in acht!

Voor de inbedrijfstelling moet u het apparaat bij- tanken.

5.2.1 Benzine bijvullen (04)

  1. Tankdop (04/1) losdraaien en op een schone plek leggen.
  2. Vul de benzine met een trechter bij.

  3. Sluit de tankvulopening stevig af en reinig hem.

Aanbevelingen voor de brandstof:

  • Gebruik schone, nieuwe, loodvrije benzine met een octaangetal van minstens 86.
    De brandstof aanschaffen in hoeveelheden die binnen 30 dagen kunnen worden opgebruikt (zie onder Opslag).
  • Benzine met een ethanolgehalte tot 10 % of een MTBE-gehalte tot 15 % (antiklopmiddel) is acceptabel.
    ■ Benzine niet mengen met olie.

5.2.2 Vullen met olie (05)

  1. Oliepeilstok (05/1) losdraaien en vulhulp insteken.
  2. Vullen met olie.
  3. Vulstomp verwijderen en oliepeilstok weer indraaien.

Aanbevelingen voor de olie:

Motorolie speelt een doorslaggevende rol bij de prestaties en de levensduur van de motor. Gebruik motorolie die voldoet aan de eisen volgens API-serviceklasse SF of hoger (resp. gelijkwaardig).
■ Controleer het API-service-etiket op de olieverpakking om zeker te zijn dat hierop de letters SF of letters voor een hogere klasse (resp. gelijkwaardig) vermeld staan.
■ SAE 10W-30 wordt aanbevolen voor algemeen gebruik. Het aanbevolen bereik voor bedrijfstemperatuur bij deze motor is 0 °C tot 40 °C.

Oliepeilcontrole (05)

Het motoroliepeil controleren wanneer de motor is gestopt en horizontaal staat.

  1. Oliepeilstok (05/1) uit de vulopening draaien en schoonvegen.
  2. Oliepeilstok in de olievulopening steken totdat hij erop rust (niet vastdraaien) en weer verwijderen.
  3. Als het oliepeil in de buurt of onder het onderste merkteken op de olievuldop/-peilstok staat, vult u de aanbevolen olie tot aan het bovenste merkteken.
  4. Oliepeilstok weer vastdraaien.

6 BEDIENING

6.1 Maaihoogte instellen (06)

⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel.

Gevaar voor snijletsel bij het grijpen in het draai- ende maaimechanisme.

- Pas de maaihoogte alleen aan wanneer de motor is uitgeschakeld en het maaimechanisme stilstaat.

  1. Instelhendel (06/1) om te ontgrendelen naar buiten trekken (06/a) en vasthouden.

■ Voor laag gazon: Instelhendel in de richting van het voorwiel schuiven (06/b).
■ Voor hoog gazon: Instelhendel in richting grasopvangbak schuiven (06/b).
■ De gewenste maaihoogte op de schaal (06/2) aflezen.

  1. Instelhendel loslaten zodat hij op de gewens- te stand wordt vergrendeld.

6.2 Maaien met de grasopvangbak (07, 08)

Het apparaat kan worden gebruikt met of zonder grasopvangbak.

Grasopvangbak vasthaken

  1. Zorg ervoor dat het apparaat uitgeschakeld is en het maaiwerk stilstaat.
  2. Klep (07/1) optillen (07/a).
  3. Grasopvangbak (07/2) in de houders hangen (07/b).
  4. Klep loslaten.

Vulniveau controleren

De vulpeilweergave (08/1) wordt door de luchtstroom tijdens het maaien naar boven geduwd (08/a). Als de grasopvangbak (08/2) vol is, ligt de vulpeilweergave tegen de grasopvangbak aan (08/b). De grasopvangbak moet worden geleegd.

De grasopvangbak loshaken en legen

⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel.

Gevaar voor snijletsel bij het grijpen in het draai- ende maaimechanisme.

■ Verwijder de grasopvangbak alleen als het maaiwerk stilstaat.

i OPMERKING Reinig bij het legen van de grasopvangbak ook de uitblaasopeningen van de niveau-indicator, zodat deze correct blijft werken.

  1. Zorg ervoor dat het apparaat uitgeschakeld is en het maaiwerk stilstaat.
  2. Klep (07/1) optillen.

  3. Grasopvangbak (07/2) uit de houders tillen en naar achteren toe wegnemen.

  4. Leeg de grasopvangbak.
  5. Uitblaasopeningen van de vulpeilweergave reinigen.
  6. Grasopvangbak ophangen (zie boven).

6.3 Maaiwerk starten en stoppen (09–13)

Start het maaiwerk alleen op een vlakke ondergrond, niet in het hoge gras. De ondergrond moet vrij zijn van vreemde voorwerpen zoals bijv. ste- nen. Til het apparaat voor het starten niet op of kantel het niet.

LET OP! Gevaar voor beschadiging van het apparaat. Door meerdere keren kort na elkaar in- en uit te schakelen worden motor en maaiwerk beschadigd.

■ Schakel de motor alleen in als het maaimechanisme stilstaat.

H OPMERKING Toegestane bedieningspositie: U staat achter de grasmaaier en houdt met beide handen de duwboom vast.

i OPMERKING De veiligheidsbeugel wordt niet vastgezet. Houd hem gedurende het hele werk aan de duwboom vast.

Maaiwerk starten

  1. Indien nog niet gedaan: Bedrijfsmiddelen bijvullen: zie Hoofdstuk 5.2 "Bedrijfsmiddelen", pagina 53.
  2. Zorg ervoor dat de metalen lus in de bougiestekker stevig op de bougie zit.

Koude start

  1. Chokehendel bedienen.
  2. Als er een primer (09/1) aanwezig is, druk deze dan 3 keer in (09/a), met een tussenpoos van ongeveer 2 seconden. Bij lagere omgevingstemperaturen (< 10 °C) de primer 5 keer indrukken. ^a)

■ Starthendel (10/1) in de startkoordhouder (10/2) vasthangen.
■ Veiligheidsbeugel (11/1) met één hand naar bovenste duwboom trekken (11/a) en vasthouden. De veiligheidsbeugel klikt niet vast.
■ Trek met de andere hand de starchendel (12/1) eerst voorzichtig en langzaam uit, tot een weerstand voelbaar wordt. Trek de greep dan krachtig en snel omhoog

(12/a), tot u weer een weerstand voelt (ca. 1 armlengte).

Laat het startkoord weer in dfe start-koordhouder oprollen, echter zonder de starchendel los te laten.

■ Bovenstaande stappen meerdere keren herhalen totdat de motor start en blijft lo-pen.

■ Laat de motor een aantal minuten warmdraaien.

Warme start

Wanneer de motor nog op bedrijfstemperatuur is, d.w.z. kort nadat deze is uitgeschakeld, wordt een "warme start" uitgevoerd. Hierbij wordt de choke niet gebruikt.

  1. (Optioneel) Chokehendel bedienen en meteen weer terugzetten op RUN. Het automatische halfgas is ingesteld.

■ Starthendel (10/1) in de startkoordhouder (10/2) vasthangen.

■ Veiligheidsbeugel (11/1) met één hand naar bovenste duwboom trekken (11/a) en vasthouden. De veiligheidsbeugel klikt niet vast.

■ Trek met de andere hand de starchendel (12/1) eerst voorzichtig en langzaam uit, tot een weerstand voelbaar wordt. Trek de greep dan krachtig en snel omhoog (12/a), tot u weer een weerstand voelt (ca. 1 armlengte).

Laat het startkoord weer in dfe start-koordhouder oprollen, echter zonder de starchendel los te laten.

■ Bovenstaande stappen meerdere keren herhalen totdat de motor start en blijft lopen.

Motor stoppen

AL-KO Easy 5.16 SP-D - Motor stoppen - 1

VOORZICHTIG! Gevaar voor snijwonden.

Gevaar voor snijwonden als in het draaiende maaiwerk wordt gegrepen.

■ Wacht totdat het maaiwerk stilstaat.

Vóór alle onderhouds- en servicewerkzaamheden: schakel het apparaat uit en wacht totdat het maaiwerk stilstaat.

  1. Veiligheidsbeugel (13/1) loslaten (13/a).

■ Deze gaat automatisch naar de beginstand.

  1. Wacht tot het maaigereedschap tot stilstand is gekomen.

a) Alleen bij EASY 4.16 P-D.

6.4 Wielaandrijving in- en uitschakelen (14)\*

*: afhankelijk van het model, zie technische gegevens.

AL-KO Easy 5.16 SP-D - Wielaandrijving in- en uitschakelen (14)\* - 1

OPMERKING De wielaandrijving kan alleen een draaiende motor worden ingeschakeld.

Wielaandrijving inschakelen

  1. Maaiwerk starten: zie Hoofdstuk 6.3 "Maaiwerk starten en stoppen (9-13)", pagina 54.
  2. De schakelbeugel voor de wielaandrijving (14/1) tegen de duwboom (14/2) drukken (14/a) en vasthouden. De schakelbeugel voor de wielaandrijving klikt niet vast.

Wielaandrijving uitschakelen

  1. Schakelbeugel voor wielaandrijving loslaten. Deze gaat automatisch naar de nulstand.

6.5 Duwboom op lichaamslengte aanpassen (15, 16)

  1. Aan beide kanten: Draaihandgreep aan de onderste duwboom (15/1) 90° draaien (15/a) om de vergrendeling los te zetten.

  2. Duwboom (16/1) naar één van de standen (16/2) draaien (16/a).

Bij deze grasmaaier staan er drie hoogtes ter beschikking: Op de eerste positie is de afstand van de onderste duwboom t.o.v. de grond het grootst, op de derde het kleinst.

  1. Na het instellen van de gewenste hoogte de onderste duwboom met de draaihandgreep weer vastzetten.

  2. Aan beide kanten: Draaihandgreep (16/3) 90° terugdraaien (16/b) tot hij vastklikt.

6.6 Duwboom in- en uitklappen

Na het inklappen van de duwboom kunt u het apparaat opzij kantelen en daardoor het maaiwerk eenvoudig reinigen. Met een ingeklapte duwboom kan het apparaat plaatsbesparend opgeborgen worden.

AL-KO Easy 5.16 SP-D - Duwboom in- en uitklappen - 1

VOORZICHTIG! Risico op beknelling. Vin-

gers en andere lichaamsdelen kunnen tussen de losse delen van de geleiderail ingekneld raken.

■ Houd de losse delen van de geleiderail goed vast.

■ Houd geen vingers of andere lichaamsdelen tussen de losse delen.

  1. Zie montagehandleiding.

  2. Duwboom inklappen: Stappen voor het uitklappen in de omgekeerde volgorde uitvoeren.

6.7 Mulchen met het mulchinzetstuk (17, 18)

Bij het mulchen wordt het maaigoed niet verzameld maar blijft op het gazon achter. De mulch beschermt de grond tegen uitdrogen en voorziet hem van voedingsstoffen. De beste resultaten worden met het regelmatige terugsnijden van ca. 2 cm bereikt. Alleen jong gras met zacht bladweefsel verrot snel.

■ Grashoogte voor het mulchen: max. 8 cm
■ Grashoogte na het mulchen: min. 4 cm

HOPMERKING De snelheid aan het mulchen aanpassen, niet te snel stappen.

Mulchwig plaatsen (17, 18)

⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor snijwonden.

Gevaar voor snijwonden als in het draaiende maaiwerk wordt gegrepen.

■ Schakel het apparaat uit voordat u de mulchwig plaatst resp. verwijdert.

LET OP! Gevaar voor beschadiging van het apparaat. Als het mulchinzetstuk niet vastklikt, kunnen mulchinzetstuk en maaiwerk worden beschadigd.
■ Let erop dat de vergrendeling vastklikt.

  1. Maaiwerk stoppen (zie Hoofdstuk 6.3 "Maaiwerk starten en stoppen (09-13)", pagina 54).
  2. Grasopvangbak loshaken (zie Hoofdstuk 6.2 "Maaien met grasopvangbak (07, 08)", pagina 54).
  3. Klep (17/1) optillen (17/a).
  4. Mulchwig (18/1) in het uitwerpkanaal (17/2) schuiven (18/a) tot de vergrendeling vastklikt.

Mulchwig verwijderen (17, 18)

  1. Maaiwerk stoppen.
  2. Klep (17/1) optillen (17/a).
  3. Trek het mulchinzetstuk (18/1) uit het apparaat (18/b).

6.8 Maaien met zijuitworp (19–22)\*

*: afhankelijk van het model, zie technische gegevens.

⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel.

Gevaar voor snijletsel bij het grijpen in het draai- ende maaiwerk.

■ Bevestig of verwijder het inzetstuk voor zijdelingse uitworp alleen wanneer motor en maaiwerk gestopt zijn.

Zijdelingse uitwerper aanbrengen

  1. Zorg ervoor dat het apparaat uitgeschakeld is en het maaiwerk stilstaat.
  2. Grasopvangbak verwijderen.
  3. Uitworpklep aan de zijkant (19/1) openklappen (20/a) en vasthouden.
  4. Zijdelingse uitwerper (21/1) inschuiven (21/a) en met de nokken (21/2) boven onder de zij-uitworp vasthaken (19/b).
  5. Uitworpklep aan de zijkant langzaam sluiten (22/a). De uitworpklep aan de zijkant voorkomt dat de zijdelingse uitwerper eruit kan vallen.

Zijdelingse uitwerper verwijderen

  1. Zorg ervoor dat het apparaat uitgeschakeld is en het maaiwerk stilstaat.
  2. Uitworpklep aan de zijkant (19/1) openklappen (20/a) en vasthouden.
  3. Zijdelingse uitwerper (21/1) loshaken en uittrekken (21/b).
  4. Uitworpklep aan de zijkant sluiten (22/a).
  5. Apparaat weer inschakelen.

6.9 Maaien zonder grasopvangbak (23)

Het apparaat kan zonder grasopvangbak worden gebruikt. Om te voorkomen dat de uitwerpschacht niet verstopt raakt, moet de stootklep iets gekanteld worden.

  1. Zorg ervoor dat het apparaat uitgeschakeld is en het maaiwerk stilstaat.
  2. Stootklep (23/1) optillen (23/a).
  3. Kleppenstein (23/2) rechtop zetten (23/b) tot hij vastklikt.
  4. Stootklep loslaten.

7 WERKINSTRUCTIES

Volg de veiligheidsinstructies op!

OPMERKING Neem de plaatselijke voorschriften in acht, wanneer de grasmaaier gebruikt mag worden.

■ Let op voorwerpen in het gras en verwijder ze uit het werkgedeelte.
■ Maai alleen bij goede zicht.
■ Maai alleen met scherpe maaimessen.
■ Manoeuvreer het apparaat uitsluitend met behulp van de duwboom.
■ Beweeg het apparaat alleen stapvoets.
■ Beweeg het apparaat altijd dwars t.o.v. de helling. Gebruik de grasmaaier niet de helling

op of af en niet aan hellingen van meer dan 10°. Wees bijzonder voorzichtig bij het wijzigen van de werkrichting.

Maaiprestatie

De maaiprestaties, d.w.z. het oppervlak dat kan worden gemaaid, hangt af van de eigenschappen van het gazon. Factoren als de lengte van het gras, de dichtheid van het gras, de gewenste maaihoogte en een vochtig gazon hebben invloed op de maaiprestatie.
■ Voor een optimale maaiprestaties wordt aanbevolen het gazon vaak te maaien, een hoge maaihoogte in te stellen het gras stapvoets te maaien.

Suggesties voor het maaien

Maaihoogte altijd 3–5 cm, niet meer dan de helft van de grashoogte maaien.
Grasmaaier niet overbelasten! Als het motortoerental door lang, zwaar gras merkbaar lager wordt, de maaihoogte opvoeren en vaker maaien.
Wind en zon kunnen het gazon na het maaien uitdrogen; maai daarom op de late middag.
Tijdens sterke groeiperioden twee keer per week maaien, in perioden met weinig neerslag minder vaak.

8 ONDERHOUD EN VERZORGING

⚠ GEVAAR! Levensgevaar door ondeskundig onderhoud. Onderhoudswerkzaamheden door ongekwalificeerd personeel, het gebruik van niet toegestane reservedelen en het verwijderen of wijzigen van veiligheidsvoorzieningen kunnen tijdens het gebruik tot zeer ernstig letsel leiden of zelfs de dood veroorzaken.

■ Verwijder geen veiligheidsinrichtingen en stel deze nooit buiten werking.
- Gebruik uitsluitend originele, toegelaten reservedelen.
Zorg door regelmatig en deskundig onderhoud ervoor, dat het apparaat steeds in een functionele en schone staat verkeert.

⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor persoonlijk letsel tijdens onderhoudswerkzaamheden. Verkeerd onderhoud kan ernstig letsel en schade aan de machine veroorzaken.

■ Reparaties aan de machine alleen laten uitvoeren door gespecialiseerde bedrijven.

8.1 Regelmatige onderhoudswerkzaamheden

Zorg ervoor, dat alle moeren, bouten en schroeven stevig zijn aangedraaid en dat het apparaat zich in een veilige werktoestand bevindt.
■ Controleer apparaat en de grasopvangbak regelmatig op werking en slijtage.

8.2 Apparaat en maaiwerk reinigen

LET OP! Gevaar door water. Water in het apparaat leidt tot kortsluitingen en vernieling van de elektrische onderdelen.

■ Spuit het apparaat niet met water af.
- Gebruik voor het reinigen uitsluitend een handveger of en borstel.

  1. Stop de motor.
  2. Wacht totdat het maaiwerk stilstaat.
  3. Grasopvangbak loshaken.
  4. Apparaat kantelen en maaiwerk reinigen.

8.3 Messen controleren en vernieuwen

⚠ WAARSCHUWING! Ernstig letsel door wegslingerende mesdelen. Een versleten, gebroken of beschadigd snijmes kan breken en delen ervan kunnen veranderen in gevaarlijke projectielen.

■ Controleer het snijmes regelmatig op beschadigingen.
- Gebruik de grasmaaier niet als het snijmes versleten of beschadigd is.
Laat botte of beschadigde snijmessen alleen door een AL-KO service centre of door een geautoriseerd gespecialiseerd bedrijf slijpen of vernieuwen.
- Om trillingen te voorkomen, moeten het snijmes en de messchroef altijd samen worden vervangen.
- Bijgeslepen messen moeten uitgebalanceerd worden. Niet-uitgebalanceerde messen leiden tot hevige trillingen en beschadigen het apparaat.
■ Waarschuwing! Monteer het snijmes niet verkeerd om.

8.4 Luchtfilter reinigen of vervangen

Aanwijzingen in de gebruikershandleiding van de motorfabrikant opvolgen.

8.5 Bougies onderhouden

⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel aan het- te motoronderdelen - Bij het vervangen of reinigen van de bougies veiligheidshandschoenen dragen!

Aanwijzingen in de gebruikershandleiding van de motorfabrikant opvolgen.

8.6 Reparatiewerkzaamheden

⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel bij reparatiewerkzaamheden. Ondeskundige reparaties kunnen ernstig letsel en schade aan het apparaat veroorzaken.

Laat reparatiewerkzaamheden alleen uitvoeren door servicepunten van de fabrikant of door geautoriseerde gespecialiseerde bedrijven!

Ga in de volgende gevallen naar het servicepunt van de fabrikant:

■ Motor start niet meer.

■ Apparaat is tegen een obstakel gereden.
■ Maaimessen en/of motoras zijn/is verbogen.
■ Apparaat trilt en draait onrustig.

9 HULP BIJ STORINGEN

⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken.

Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd beschermende handschoenen!

9.1 Apparaat- en bedieningsfouten verhelpen

OPMERKING Neem contact op met onze klantenservice bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen.

Storing Oorzaak Maatregel
Motor draait niet. Vulpeilvan de bedrijfsmiddelen is laag.Vulpeil van de bedrijfsmiddelen controle-ren en indien nodig bijvullen.
Maaimes is geblokkeerd. 1. Maaiimes en maaidek grondig reini-gen. Snijmes moet soepel kunnen draaien.2. Grasmaaier op laag gras starten.
Kabels of schakelaars zijn de-fect.Apparaat niet gebruiken! Ga naar een servicepunt van de fabrikant.
Luchtfilterelement is vervuild. Luchtfilterelement reinigen.
Bougie zit los. Bougie vastdraaien.
Bougiekabel zit los of is niet met de bougie verbonden.Bougiekabel aan de bougie bevestigen.
Bougie-afstand is niet juist. Afstand tussen bougie en elektrodes aanpassen.
Bougie is defect. Nieuwe bougie met juiste afstand t.o.v. elektrodes installeren.
Carburateur is overstroomd. Luchtfilterelement verwijderen en conti-nu aan het startkoord trekken tot de car-burateur zich heeft gereinigd.
Ontstekingsmodule is defect. Neem contact op met de klantenservice.
Motor start moeilijk of schakelt weer uit.Vuil, water of te oude benzine in de tank.Brandstoftank legen en reinigen. Vervol-gens met schone, verse brandstof vul-len.
Storing Oorzaak Maatregel
Ventilatieopening in de tankdop is verstopt.Tankdop reinigen of vervangen.
Luchtfilterelement is vervuild. Luchtfilterelement reinigen.
Motor draait ongecontroleerd.Bougie-afstand is niet juist. Afstand tussen bougie en elektrodes aanpassen.
Bougie is defect. Nieuwe bougie met juiste afstand t.o.v. elektrodes installeren.
Luchtfilterelement is vervuild. Luchtfilterelement reinigen.
Slechte motorprestatie bij onbelast draaien.Luchtfilterelement is vervuild. Luchtfilterelement reinigen.
Ventilatiespleten in de motor-behuizing zijn geblokkeerd.Vervuilingen uit de spleten verwijderen.
Koelribben en luchtkanalen onder de behuizing van de motor-ventilator zijn geblokkeerd.Restanten van de koelribben en luchtka-nalen verwijderen.
Motorvermogen wordt minder.Vulpeil van de bedrijfsmiddelen is laag.Vulpeil van de bedrijfsmiddelen controle-ren en indien nodig bijvullen.
Snijmes is bot. Maaimessen op een servicepunt van de fabrikant laten slijpen.
Te veel gras in de uitwerps-chacht of in het maaidek.1. Maaimes en maaidek grondig reini-gen.2. Grasmaaier op laag gras starten.
Motor stopt tijdens het maaien.Snijmes is bot. Maaimessen op een servicepunt van de fabrikant laten slijpen.
Motor is overbelast. Grasmaaier uitschakelen, op een vlakke ondergrond of op laag gras neerzetten en opnieuw starten.
Motor motor blijft draaien bij hoge vermogens.Bougie-afstand is niet juist. Afstand tussen bougie en elektrodes aanpassen.
Motor is te warm. Luchtkoeling is geblokkeerd. Vervuilingen uit de ventilatiesleuven in de motorbehuizing, ventilatorbehuizing en luchtkanalen verwijderen.
Onjuiste bougie is gemonteerd. Originele bougie en koelribben aan de motor monteren.
Grasmaaier trilt buiten-gewoon sterk.Snijmes zit los. Snijmes vastdraaien.
Snijmes is niet uitgelijnd. Snijmes uitlijnen.
Grasopvangbak vult niet voldoende.Gazon is vochtig. Gazon laten drogen.
De grasopvangbak is verstopt. Reinig het rooster van de grasopvang-bak.
Storing Oorzaak Maatregel
Te veel gras in de uitwerps-chacht of in het maaidek.■ Maaimes en maaidek grondig reinigen.■ Maaihoogte hoger instellen.
Snijmes is bot. Maaimessen op een servicepunt van de fabrikant laten slijpen.
Gras valt uit het maai-dek.De grasopvangbak is vol. Leeg de grasopvangbak en de uitwerps-chacht.
Verbruik aan bedrijfs-middelen stijgt buiten-gewoon sterk.Maaihoogte is te laag. Maaihoogte hoger instellen.
Gras te hoog of te nat.■ Gras laten drogen.■ Maaihoogte hoger instellen.
Maaisnelheid is te hoog.■ Maaisnelheid verminderen.■ Uitwerpkanaal en maaidek reinigen. Snijmes moet soepel kunnen draaien.
De grasopvangbak is vol. Leeg de grasopvangbak en de uitwerps-chacht.

10 TRANSPORT

10.1 Apparaat transporteren

LET OP! Gevaar voor beschadiging van het maaiwerk. Bij de laagste maaihoogte kan het maaiwerk bij het rijden over trappen, randen of stoepranden beschadigd raken.

■ Zet de maaihoogte voor transport op de hoogste stand.

  1. Maaiwerk stoppen en wachten tot het stilstaat.
  2. Hoogste maaihoogte instellen.

Transporteren van het apparaat tussen twee werkplekken

Rijd het apparaat met de hoogste maaihoogte naar de werkplek.
■ Voor eenvoudiger rijden de wielaandrijving* bijschakelen.
- Gebruik de duwboom en de voorste draaghandgreep* om het apparaat te dragen.

* afhankelijk van het model, zie technische gegevens.

Apparaat in een voertuig transporteren

Klap de duwboom in.
■ Beveilig het apparaat in het voertuig tegen omvallen en verschuiven.

Bescherm het apparaat tegen stoten door andere voorwerpen.
■ Plaats geen voorwerpen op het apparaat.

11 OPSLAG

Na elk gebruik het apparaat grondig reinigen en – indien beschikbaar – alle veiligheidsafdekkingen aanbrengen.
Noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden uitvoeren.
■ Apparaat op een droge, afsluitbare plaats en buiten het bereik van kinderen bewaren.

11.1 Benzinegrasmaaier opbergen

⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel bij de opslag. Er is gevaar voor letsel door scherpe randen van het apparaat aan het opgeborgen apparaat.

Bewaar het apparaat op een plek die ontoe-gankelijk is voor kinderen en onbevoegde personen.

  1. Zorg ervoor dat het apparaat uitgeschakeld is en het maaiwerk stilstaat.
  2. Laat de motor en het apparaat afkoelen.
  3. Leeg de grasopvangbak en de uitwerpschacht.
  4. Reinig het apparaat grondig.
  5. Wrijf alle metalen delen ter bescherming te- gen corrosie dun met olie of silicone in.

  6. Klap de duwboom in.

  7. Berg het apparaat op een droge, schone en tegen vorst beschermde plek op.

■ Dek het apparaat met een luchtdoorlatend zeil af om het tegen stof te beschermen.
- Gebruik geen plasticfolie om vochtop-hoping te voorkomen.
■ OPMERKING! Opslagtemperatuur van de grasmaaier: zie technische gegevens.

12 VERWIJDEREN

AL-KO Easy 5.16 SP-D - VERWIJDEREN - 1

- Benzine en motorolie horen niet bij het gewone huisvuil of in de riolering, maar moeten afzonderlijk worden weggedaan!

■ Voordat de machine wordt afgedankt moeten de brandstof- en de motorolietank worden geleegd!
■ Verpakking, apparaat en toebehoren zijn vervaardigd van materialen die voor hergebruik

geschikt zijn. Verwijder deze daarom dien- overeenkomstig.

13 KLANTENSERVICE/SERVICE CENTRE

Voor vragen over garantie, reparatie of reserve-onderdelen kunt u contact opnemen met het dichtstbijzijnde AL-KO service centre. Deze vindt u op internet op het volgende adres: www.alko-garden.com/service-contacts

Verdere informatie over reserveonderdelen vindt u op: www.alko-garden.com/spareparts

14 INFORMATIE BIJ DE CONFORMITEITSVERKLARING

We verklaren hierbij onder onze eigen verant- woordelijkheid dat dit product, zoals het op de markt wordt gebracht, voldoet aan de eisen van de geharmoniseerde EU-richtlijnen, de EU-veiligheidsnormen en de productspecifieke normen. De conformiteitsverklaring is deel van de gebruikshandleiding en wordt met de machine mee- geleverd.

15 GARANTIE

Eventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefouten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door levering van een vervangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft.

Onze garantie geldt alleen bij:

■ naleving van deze gebruiksaanwijzing
■ Deskundig gebruik
■ Gebruik van originele reserveonderdelen

De garantie vervalt bij:

■ Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen
■ Eigenhandig aangebrachte technische wijzigingen
- Gebruik voor andere doeleinden dan het gebruiksdoel

Van de garantie zijn uitgesloten:

■ lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik
■ Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader (x) zijn aangeduid
■ Verbrandingsmotoren (hierop zijn de garantiebepalingen van toepassing van de betreffende motorfabrikant)

De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de datum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naar de dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.

TRADUCTION DE LA NOTICE D'UTILISATION ORIGINALE

Table des matières

Tank kun op i det fri.

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : AL-KO

Model : Easy 5.16 SP-D

Categorie : Grasmaaier