SCHEPPACH HCP5000 - Hogedrukreiniger

HCP5000 - Hogedrukreiniger SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis HCP5000 SCHEPPACH in PDF-formaat.

📄 460 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice SCHEPPACH HCP5000 - page 81
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over HCP5000 SCHEPPACH

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Hogedrukreiniger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HCP5000 - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HCP5000 van het merk SCHEPPACH.

GEBRUIKSAANWIJZING HCP5000 SCHEPPACH

  1. Verklaring van de symbolen op het apparaat.... 81
  2. Inleiding....83
  3. Apparaatbeschrijving (afb. 1-14)......83
  4. Meegeleverd 83
  5. Beoogd gebruik....84
  6. Veiligheidsvoorschriften 84
  7. Technische gegevens....88
  8. Uitpakken 89
  9. Opbouw....89
  10. Voor de ingebruikname....90
  11. Bediening....91
  12. Transport....93
  13. Reiniging 93
  14. Onderhoud....94
  15. Opslag....95
  16. Afvalverwerking en hergebruik....96
  17. Verhelpen van storingen....96
  18. Conformiteitsverklaring....453

1. Verklaring van de symbolen op het apparaat

Het gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico's. De veiligheidssymbolen en de bijbehorende uitleg moeten goed worden begrepen. De waarschuwingen zelf voorkomen geen risico's en kunnen de juiste maatregelen betreffende ongevallenpreventie niet vervangen.

SCHEPPACH HCP5000 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 1Dit symbool moet op mogelijke gevaren wijzen. Neem alle veiligheidsvoorschriften in acht, die na dit symbool worden vermeld om mogelijk letsel of de dood te voorkomen.
SCHEPPACH HCP5000 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 2Als de aanwijzingen in deze handleiding niet worden gelezen en in acht worden genomen, bestaat gevaar op letsel, dood of materiële schade.
SCHEPPACH HCP5000 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 3Draaiende motoren stoten koolmonoxide uit, een geurloos, kleurloos, giftig gas. Het inademen van koolmonoxide kan misselijkheid, flauwvallen of de dood ver-oorzaken. NIET in gesloten ruimtes laten draaien, zelfs als de ramen en deuren open zijn.
SCHEPPACH HCP5000 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 4Benzine en bijbehorende dampen zijn ontvlambaar en explosief. Schakel de motor uit en laat deze ten minste 2 minuten afkoelen voordat u gaat bijvullen.
SCHEPPACH HCP5000 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 5Vuur, open vlammen en roken verboden!
SCHEPPACH HCP5000 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 6Let op: Gevaar voor uitglijden op vochtige oppervlakken.
SCHEPPACH HCP5000 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 7Let op: Heet oppervlak. Gevaar voor brandwonden!
SCHEPPACH HCP5000 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 8Veiligheidsschoenen dragen!
SCHEPPACH HCP5000 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 9Gevaar voor oogletsel. Waterstraal kan voorwerpen aandrijven. Draag altijd een veiligheidsbril met zijbescherming.
SCHEPPACH HCP5000 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 10Gevaar op een elektrische schok! Spuit nooit water op elektrische stroombronnen.
SCHEPPACH HCP5000 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 11SCHEPPACH HCP5000 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 12Weergave van het geluidsvermogensniveau L_WA in dBActiveer de "Choke" positie (alleen bij koude motor).Activeer de "Run"-positie wanneer de motor voldoende warm is.
SCHEPPACH HCP5000 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 13Levering van de motor zonder olie: (10W30)Vul de motor met de exacte hoeveelheid olie overeenkomstig de inhoud van de levering.Controleer altijd eerst het motoroliepeil voordat u start.Lees voor gebruik de gebruikshandleiding.
SCHEPPACH HCP5000 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 14Vul de tank met verse, schone benzine. Olie en brandstof mogen niet worden vermengd.Gebruik geen brandstof met een ethanolgehalte van meer dan 10%.
SCHEPPACH HCP5000 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 15Olie bijvullen / Oliepeil controlerenHet apparaat niet in gebruik nemen, als er geen olie in de olietank zichtbaar is.
SCHEPPACH HCP5000 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 16Hogedrukstralen kunnen gevaarlijk zijn bij onachtzaam gebruik. De straal mag niet op personen, dieren, actieve elektrische apparatuur of het apparaat zelf wor-den gericht.
SCHEPPACH HCP5000 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 17Waarschuwing: Het apparaat is niet geschikt voor aansluiting op het drinkwa-ternet.
SCHEPPACH HCP5000 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 18Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen.
SCHEPPACH HCP5000 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 19Het product voldoet aan de geldende Servische richtlijnen.

2. Inleiding

Fabrikant:

Scheppach GmbH

Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat.

Aanwijzing:

De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:

  • ondeskundige behandeling,
  • Het niet in acht nemen van de gebruiksaanwijzing,
  • reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen,
  • inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderdelen,
  • Dat niet conform de voorschriften is.

Let op:

De gebruikshandleiding maakt deel uit van dit product. Deze bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het product veilig, vakkundig en economisch werkt, hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het product verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het product geldende voorschriften van uw land in acht nemen.

Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met alle bedienings- en veiligheidsinstructies. Gebruik het product uitsluitend als beschreven en voor de aangegeven toepassingen. Bewaar de gebruikshandleiding daarom goed, en verstrek alle documentatie als het product wordt doorgegeven aan derden.

3. Apparaatbeschrijving (afb. 1-14)

  1. Beugelgreep
  2. Hogedrukslang
  3. Mondstukken (rood, groen, wit, zwart)
  4. Transporthouder
  5. Bevestigingsplug
    5.1 Huls
  6. Stergreep-schroeven
    6.1 Bouten stergreepbouten

  7. Buisframe

  8. Tankdop, incl. filterelement
  9. Brandstoftank
  10. Carburateur
  11. Aan/uit-schakelaar
  12. Olie-inlaat
    12.1 Oliepeilstok
  13. Wiel
  14. Rubbervoet
  15. Reinigingsmiddelentank
  16. Tankdop van de reinigingsmiddelentank
  17. spuitlans
  18. Startmotor met trekkabel
  19. benzinekraan
  20. chokehendel
  21. Luchtfilter
  22. Geluiddemper
  23. Handspuitpistool
  24. Trekkerblokkering
  25. Trekker
  26. Spuitpistoolhouder
  27. Slanghouder
  28. Waterafvoer
  29. Watertoevoer
  30. Hogedrukpomp
  31. Bougies / Bougiestekker
  32. As
  33. Borgclip
  34. Reinigingsnaald sproeier
  35. Bougiesleutel
  36. Vulslang met trechter
  37. Snelkoppeling
  38. Adapter voor slangaansluiting
  39. Olieaftapplug
  40. Inlaatfilter
  41. Benzineaftapplug

4. Meegeleverd

  • Wielen (13)
    • As (32)
    • Borgclip (33)
  • Hogedrukslang (2)
    • Handspuitpistool (23)
  • Spuitlans (17)
    • Hogedrukmondstukken (rood, geel, groen, wit) (3)
    • Lagedrukmondstuk / reinigingsmondstuk (zwart) (3)
    • Transporthouder (4)
    • Vulslang met trechter (36)
    • Reinigingsnaald sproeier (34)
  • Bougiesleutel (35)

• Snelkoppelaansluiting (37)
- Adapter voor slangaansluiting (38)
- Montagemateriaal
- Schroevendraaier
- Gebruiksaanwijzing

5. Beoogdgebruik

Dit apparaat is bedoeld voor het reinigen van: machines, voertuigen, gebouwen, gereedschappen, gevels, terrassen, tuingereedschap, enz.

  • voor het reinigen met lagedrukstraal en reinigingsmiddel (bijv. voor het reinigen van machines, voertuigen, gebouwen, gereedschappen)
    • voor het reinigen met hogedrukstraal zonder reini-gingsmiddel (bijv. voor het reinigen van gevels, terrassen, tuingereedschap)

De machine mag uitsluitend worden gebruikt voor het doel waarvoor het is bestemd. Elk ander of verdergaand gebruik is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel.

Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshandleiding maken deel uit van het beoogd gebruik.

Personen die de machine bedienen of die onderhoud aan de machine verrichten, moeten met deze gebruikshandleiding bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren.

De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan de machine worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade.

Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet.

6. Veiligheidsvoorschriften

6.1 Gevaarniveaus

LET OP

Geeft een mogelijk gevaarlijke situatie aan die tot materiële schade kan leiden.

⚠️ VOORZICHTIG

Geeft een mogelijk gevaarlijke situatie aan die tot licht letsel kan leiden.

⚠ WAARSCHUWING

Geeft een mogelijk gevaarlijke situatie aan die tot ernstig of dodelijk letsel kan leiden.

GEVAAR

Geeft een direct dreigend gevaar dat tot ernstig of do- delijk letsel kan leiden.

6.2 Algemene veiligheidsvoorschriften

BELANGRIJK!

Lees deze veiligheidsvoorschriften voordat u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt en handel hiernaar. Bewaar deze veiligheidsvoorschriften voor later gebruik of voor nieuwe eigenaren.

  • Lees voor de ingebruikname de gebruikshandleiding van uw apparaat en neem hierbij met name de veiligheidsvoorschriften in acht.
  • De op het apparaat aangebrachte waarschuwingsen instructiebordjes geven belangrijke aanwijzingen voor een veilig gebruik.
  • Naast de aanwijzingen in de gebruikshandleiding moeten de algemene veiligheids- en ongevallenpreventievoorschriften van de wetgever in acht worden genomen.
  • Neem de betreffende nationale voorschriften van de wetgever voor vloeistofstralers in acht.
  • Neem de betreffende nationale voorschriften van de wetgever op het gebied van ongevallenpreventie in acht. Vloeistofstralers moeten regelmatig worden gecontroleerd en de resultaten van de controle moeten schriftelijk worden vastgelegd.

De machines mogen niet door kinderen worden gebruikt. Kinderen moeten onder toezicht staan om ervoor te zorgen dat zij niet met het apparaat spelen.

De machine kan door personen met beperkte fysieke, sensorische of mentale vaardigheden of personen met onvoldoende ervaring en/of onvoldoende kennis worden gebruikt, als er toezicht wordt gehouden of als er aanwijzingen zijn gegeven betreffende het veilig gebruik van het apparaat en zij de hiermee verbonden gevaren begrijpen.

⚠ WAARSCHUWING

Deze machine is ontwikkeld om de door de fabrikant geleverde of aanbevolen reinigingsmiddelen te gebruiken. Het gebruik van overige reinigingsmiddelen of chemicaliën kan de veiligheid van de machine in gevaar brengen.

⚠ WAARSCHUWING

Hogedrukstralen kunnen gevaarlijk zijn bij onachtzaam gebruik. De straal mag niet op personen, huisdieren, actieve elektrische apparatuur of de machine zelf worden gericht.

⚠ WAARSCHUWING

Gebruik deze machine niet binnen het bereik van andere personen, tenzij zijn beschermende kleding dragen.

⚠ WAARSCHUWING

Richt de straal niet op uzelf of op anderen om kleding of schoeisel schoon te maken.

⚠ WAARSCHUWING

Explosiegevaar: Gebruik geen brandbare vloeistoffen om te spuiten.

⚠ WAARSCHUWING

Hogedrukreinigers mogen niet door kinderen of door niet-geïnstrueerde personen worden gebruikt.

⚠ WAARSCHUWING

Hogedrukslangen, armaturen en koppelingen zijn belangrijk voor de veiligheid van machines. Gebruik uitsluitend door de fabrikant aanbevolen hogedrukslangen, armaturen en koppelingen.

⚠ WAARSCHUWING

Gebruik voor de veiligheid van de machine uitsluitend originele reserveonderdelen van de fabrikant of door de fabrikant goedgekeurde reserveonderdelen.

⚠ WAARSCHUWING

Water dat door de terugslagklep is gestroomd, wordt als ondrinkbaar beschouwd.

⚠ WAARSCHUWING

Gebruik de machine niet als een netsnoer of belangrijke onderdelen van de machine beschadigd zijn, zoals bijv. veiligheidsvoorzieningen, hogedrukslangen, spuitpistolen.

⚠ WAARSCHUWING

Machines die worden aangedreven door een verbrandingsmotor mogen niet binnenshuis worden gebruikt zonder adequate ventilatiesystemen die zijn goedgekeurd door de bevoegde nationale instanties voor gezondheid en veiligheid op het werk.

⚠ WAARSCHUWING

Zorg ervoor dat er geen uitlaatgassen in de buurt van luchtinlaten zijn.

6.3 Wateraansluiting

GEVAAR

  • De hogedrukslang mag niet beschadigd worden. Een beschadigde hogedrukslang moet onmiddel- lijk worden vervangen. Alleen de door de fabrikant aanbevolen slangen en verbindingen mogen wor- den gebruikt. Voor het bestelnummer verwijzen wij u naar de gebruikshandleiding.
  • De schroefverbinding van alle aansluitslangen moet goed dicht zijn.

LET OP

- Neem de voorschriften van uw waterleidingbedrijf in acht.

6.4 Bedrijf

⚠ GEVAAR

  • Het apparaat inclusief de werkuitrusting moet voor gebruik worden gecontroleerd op een goede staat en bedrijfsveiligheid. Gebruik het apparaat niet als een netsnoer of belangrijke onderdelen van het apparaat beschadigd zijn, zoals bijv. veiligheidsvoorzieningen, hogedrukslangen, handspuitpistolen.
  • Spuit nooit met oplosmiddelhoudende vloeistoffen of onverdunde zuren en oplosmiddelen! Dit zijn bijv. benzine, verfverdunner of stookolie. De spuitnevel is licht ontvlambaar, explosief en giftig. Gebruik geen aceton, onverdunde zuren en oplosmiddelen, omdat deze de in het apparaat gebruikte materialen kunnen beschadigen.
  • Bij gebruik van het apparaat in explosiegevaarlijke omgevingen (bijv. tankstations) moeten de desbetreffende veiligheidsvoorschriften in acht worden genomen. Gebruik op plaatsen met ontploffingsgevaar is verboden.
  • Alle onder spanning staande delen in de werkomgeving moeten tegen waterstralen worden beschermd.
  • De trekker van het handspuitpistool mag tijdens het gebruik niet worden geblokkeerd.

LET OP

  • Gebruik geen aceton, onverdunde zuren of oplosmiddelen, omdat deze de in het apparaat gebruikte materialen kunnen aantasten.
  • Het apparaat moet op een vlakke en stabiele ondergrond staan.
  • Gebruik het apparaat niet bij temperaturen onder de 5 °C.

⚠ WAARSCHUWING

  • Bij het gebruik van reinigingsmiddelen moet het veiligheidsinformatieblad van de fabrikant van het reinigingsmiddel in acht worden genomen, in het bijzonder de aanwijzingen over persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Uitsluitend de door de fabrikant van de apparatuur goedgekeurde reinigingsmiddelen mogen worden gebruikt. Dit apparaat is ontworpen voor gebruik met door de fabrikant geleverde of aanbevolen reinigingsmiddelen. Het gebruik van reinigingsmiddelen of chemicaliën kan de veiligheid van het apparaat in gevaar brengen.
  • Bewaar reinigingsmiddelen buiten het bereik van kinderen.
  • Open het deksel niet tijdens het gebruik.
  • Schakel het apparaat uit met de hoofdschakelaar / apparaatschakelaar tijdens langere bedrijfsonderbrekingen.

⚠ WAARSCHUWING

  • Asbesthoudende materialen en andere materialen, die stoffen bevatten die schadelijk zijn voor de gezondheid, mogen niet worden afgespoten.
  • Voorafgaand aan de reiniging moet een risicobeoordeling van de te reinigen oppervlakken worden uitgevoerd om de veiligheids- en gezondheidseisen vast te stellen. Er moeten passende voorzorgsmaatregelen worden getroffen.
  • Bij korte spuitlansen bestaat gevaar voor letsel, omdat een hand onvoorzien in contact kan komen met de hogedrukstraal. Als de gebruikte spuitlans korter is dan 75 cm, mag er geen puntsproeier of rotormondstuk worden gebruikt.

LET OP

- Banden/bandventielen van voertuigen mogen alleen worden gereinigd met een minimale spuitafstand van 30 cm. Anders kan de band of het ventiel van het voertuig beschadigd raken door de hogedrukstraal. Het eerste teken van schade is verkleuring

van de band. Beschadigde autobanden vormen een bron van gevaar.

⚠️ VOORZICHTIG

  • Als in de gebruikshandleiding van het apparaat (technische gegevens) een geluidsdrukniveau van meer dan 80 dB wordt aangegeven, moet gehoorbescherming worden gedragen.
  • Ter bescherming tegen terugspuitend water of vuil geschikte veiligheidskleding en veiligheidsbril dragen.
  • De aanbevolen reinigingsmiddelen mogen niet onverdund worden gebruikt. De producten zijn veilig te gebruiken, omdat ze geen milieubelastende stoffen bevatten. Als de reinigingsmiddelen in contact komen met de ogen, onmiddellijk spoelen met veel water en bij inslikken onmiddellijk medisch advies inwinnen.
  • Laat de slangen na het gebruik van heet water afkoelen of gebruik het apparaat kortstondig in de koudwaterstand.

6.4.1 Bij apparaten met een hand-armtrillingswaarde >2,5 m/s² (zie technische gegevens)

⚠ GEVAAR

  • Langdurig gebruik van het apparaat kan leiden tot problemen met de bloedsomloop in de handen als gevolg van trillingen. Het is niet mogelijk om een algemeen geldige gebruiksduur vast te stellen, omdat dit afhankelijk is van verschillende factoren:
  • Persoonlijke aanleg voor een slechte bloedcirculatie (vaak koude vingers, tintelingen van de vingers).
  • Lage omgevingstemperatuur. Draag warme handschoenen om de handen te beschermen.
  • Stevige grip belemmert de bloedcirculatie.
  • Continu bedrijf is slechter dan het bedrijf dat wordt onderbroken door pauzes.
  • Bij regelmatig en langdurig gebruik van het apparaat en bij herhaald optreden van dergelijke symptomen (bijv. tintelingen van de vingers, koude vingers) adviseren wij een medisch onderzoek.

6.5 Bediening

⚠ WAARSCHUWING

- Voor machines die op benzine of olie werken, is het belangrijk om voor voldoende ventilatie te zorgen en ervoor te zorgen dat de uitlaatgassen goed worden afgevoerd.

GEVAAR

  • Het bedieningspersoneel moet het apparaat gebruiken zoals beoogd. Het personeel moet rekening houden met de lokale omstandigheden en tijdens het werken met het apparaat rekening houden met derden, met name kinderen.
  • Laat het apparaat nooit onbeheerd achter terwijl het in bedrijf is.
  • Het apparaat mag uitsluitend worden gebruikt door personen die over het gebruik ervan zijn geïinstrueerd of die hebben aangetoond dat zij in staat zijn het apparaat te bedienen en uitdrukkelijk met het gebruik zijn belast. Het apparaat mag niet door kinderen of niet-geïinstrueerde personen worden gebruikt.
  • Draag tijdens het gebruik van het apparaat altijd geschikte handschoenen.
  • De waterstraal die uit de spuitlans komt, creëert een terugstootkracht. Door de schuine spuitlans werkt de kracht omhoog. Houd pistool en spuitlans stevig vast.
  • Bij gebruik van schuin geplaatste spuitapparatuur kunnen de terugstootkrachten en torsiekrachten veranderen.

⚠ WAARSCHUWING

- Tijdens het gebruik van hogedrukreinigers kunnen aerosolen worden gevormd. Inademing van aerosolen kan schade aan de gezondheid veroorzaken. Ademhalingsapparaten van klasse FFP2 of hoger zijn geschikt voor bescherming tegen waterige aerosolen.

6.6 Transport

GEVAAR

- Bij het transport van het apparaat moet de motor worden uitgeschakeld, de bougiestekker worden verwijderd en het apparaat stevig worden bevestigd.

6.7 Onderhoud

GEVAAR

  • Voor het reinigen en onderhouden van het apparaat en het vervangen van onderdelen moet het apparaat worden uitgeschakeld.
  • Voorafgaand aan de werkzaamheden aan het apparaat of de accessoires moet het hogedruksysteem eerst drukloos worden gemaakt.
  • De bougiestekker moet worden verwijderd!
  • Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd door erkende servicecentra of door specialisten op dit gebied die bekend zijn met alle relevante veiligheidsvoorschriften.

6.8 Accessoires en reserveonderdelen

GEVAAR

  • Om gevaar te voorkomen, mogen reparaties en het inbouwen van reserveonderdelen alleen worden uitgevoerd door een geautoriseerde klantendienst.
  • Er mogen uitsluitend door de fabrikant goedgekeurde accessoires en reserveonderdelen worden gebruikt. Uitsluitend het gebruik van originele accessoires en originele reserveonderdelen garanderen een veilige en probleemloze werking van het apparaat.

6.9 Warmwater- en benzinemotorapparaten

GEVAAR

  • Alleen de in de gebruikshandleiding vermelde brandstof mag worden gebruikt. Bij ongeschikte brandstoffen bestaat explosiegevaar.
  • Tijdens het tanken van apparaten met benzinemoto-ren moet u ervoor zorgen dat er geen brandstof op hete oppervlakken terechtkomt.
  • Neem altijd de speciale veiligheidsvoorschriften in de gebruikshandleiding van apparaten met benzine-motoren in acht.
  • Als het apparaat in ruimtes wordt gebruikt, moet voor voldoende ventilatie en afvoer van uitlaatgassen worden gezorgd. (Gevaar voor vergiftiging)
  • De uitlaatopening mag niet gesloten zijn.

⚠ WAARSCHUWING

- Gevaar voor brandwonden! Buig niet voorover boven de uitlaatopening en raak deze niet aan.

6.10 Omgang met brandstof

GEVAAR

  • Gebruik de hogedrukreiniger niet als er brandstof is gemorst, maar verplaats het apparaat naar een andere plaats en voorkom vonkvorming.
  • Brandstof niet in de nabijheid van open vuur, of apparaten zoals fornuizen, boilers, waterkokers enz. bewaren, morsen of gebruiken die een waakvlam hebben of vonken genereren.
  • Licht ontvlambare voorwerpen en substanties uit de buurt van de geluiddemper houden (ten minste 2 m).
  • Gebruik de motor niet zonder geluiddemper en zorg dat de motor regelmatig wordt gecontroleerd, gereinigd en zo nodig wordt vervangen.
  • Gebruik de motor niet op terreinen met bos, struiken of gras gebruiken zonder dat de uitlaat is voorzien van een vonkenvanger.
  • Laat de motor, behalve tijdens afstelwerkzaamheden, niet draaien als het luchtfilter is verwijderd of zonder deksel over de aanzuigsteunen.

  • Geen aanpassingen aanbrengen aan de veren van de besturing, de stangen van de besturing of andere onderdelen die het motortoerental kunnen verhogen.

  • Gevaar voor brandwonden! Raak geen hete geluiddempers, cilinders of koelribben aan.
  • Plaats uw handen of voeten nooit in de buurt van bewegende of roterende onderdelen.
  • Gevaar voor vergiftiging! Het apparaat mag niet in gesloten ruimtes worden gebruikt.
  • Gebruik geen ongeschikte brandstoffen, omdat deze gevaarlijk kunnen zijn.

6.11 Veiligheidsvoorzieningen

Veiligheidsvoorzieningen zijn bedoeld om de gebruiker te beschermen en mogen niet buiten werking worden gesteld of worden gewijzigd.

6.11.1 Overdrukklep

  • Wanneer het handspuitpistool gesloten is, gaat de overdrukklep open en brengt de hogedrukpomp het water terug naar de aanzuigzijde van de pomp. Dit voorkomt dat de toegestane werkdruk wordt overschreden.
  • De overdrukklep is af fabriek ingesteld en verzegeld. Instellingen kunnen uitsluitend door de klantenservice worden uitgevoerd.
  • De thermische klep beschermt de hogedrukpomp tegen ontoelaatbare verwarming in de circulatiemodus wanneer het handspuitpistool gesloten is.
  • De thermische klep opent bij overschrijding van de watertemperatuur van 55 - 60 °C en voert het hete water af naar buiten.

6.12 Restrisico's

⚠️ VOORZICHTIG

Ondanks het gebruik volgens de voorschriften kunnen niet voor de hand liggende restrisico's niet volledig worden uitgesloten.

  • Verwondingen veroorzaakt door uitglijden op afvalwater.
  • Verwondingen of materiële schade door de hoge-drukwaterstraal.
Cilinderinhoud 212 cm3
Nominaal vermogen bij 4,3 (5,9) kW (PS)
Nominaal toerental 3600 min-1
Brandstoftank 3,6 l
Brandstof Benzine, loodvrij
Hoeveelheid olie - Motor 0,6 l
Olietype - Motor SAE10W30
Bougie F7RTC
Gewicht25,5 kg
CO2-uitstoot933,51 g/kWh
Wateraansluiting
Slangdiameter 12 mm
Toevoertemperatuur max. 40 °C
Toevoerdruk max. 0,5 (5) MPa (bar)
Pomp
Werkdruk 22,1 (221) MPa (bar)
Max. werkdruk 24,1 (241) MPa (bar)
max. opbrengst9,5 l/min
Openingstemperatuur thermische klep55 - 60 °C
IngangsaansluitingG 3/4 (EU)
UitgangsaansluitingM22x1,5
ReinigingsmiddelenGebruik uitsluitend reinigingsmiddelen die zijn goedgekeurd voor hogedrukreinigers.

Geluidsemissie

Meetwaarde voor het geluid bepaald volgens EN 60335-2-79. Het met A-geclassificeerde geluidsniveau is typisch:

Geluidsdrukniveau L _pA 90 dB

Onzekerheid K_pA 3 dB

Geluidsvermogensniveau L _WA ...... 105 dB

Onzekerheid K_WA 3 dB

Draag gehoorbescherming om gehoorschade te voorkomen!

Trillingswaarden (vectorsom van drie richtingen), bepaald volgens EN 60335-2-79:

Greep handspuitpistool

Trillingswaarde.... 1,62 m/s ^2

Midden van handspuitpistool

Trillingswaarde....2,27 m/s²

Onzekerheid K 0,85 m/s²

Aanwijzing:

Het in deze handleiding gespecificeerde trillingsniveau is gemeten volgens een in EN 60335-2-79 genormeerde meetprocedure en kan worden gebruikt voor het vergelijken van apparaten. De opgegeven trillingsemissiewaarde kan ook worden gebruikt voor een inleidende indicatie van de blootstelling.

⚠ WAARSCHUWING

  • Het trillingsniveau zal variëren afhankelijk van het gebruik en kan in sommige gevallen de in deze aanwijzingen vermelde waarde overschrijden. De trillingsbelasting kan onderschat worden als het apparaat regelmatig op deze manier wordt gebruikt. Voor een nauwkeurige schatting van de trillingsbelasting gedurende een bepaalde werkperiode moet ook rekening worden gehouden met de tijden waarop het apparaat is uitgeschakeld of draait, maar niet daadwerkelijk in gebruik is.
  • Dit kan de trillingsbelasting over de volledige werkperiode aanzienlijk verlagen.

8. Uitpakken

  • Open de verpakking en haal het apparaat er voorzichtig uit.
  • Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
  • Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
  • Controleer het apparaat en de hulpstukken op transportschade. Bij klachten moet direct contact worden opgenomen met de expediteur. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
  • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
  • Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het apparaat aan de hand van de gebruikshandleiding.
  • Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserveonderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
  • Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het apparaat aan.

⚠ GEVAAR

Het apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!

⚠ WAARSCHUWING

  • Let bij het uitpakken, transporteren en de opslag op het hoge eigen gewicht van de machine. Deze werkzaamheden moeten door twee personen worden uitgevoerd.
  • Zorg ervoor dat het apparaat tijdens het uitpakken, de montage en opslag, tijdens het gebruik, het testen, het onderhoud en bij stilstand op een vlakke ondergrond staat.

9. Opbouw

9.1 Montage van de beugelgreep (afb. 3)

  1. Klap de beugelgreep (1) op het basisframe van het apparaat.
  2. Haal de stergreepbout (6) aan met de beschikbare bouten (6.1).

9.2 Eenheid voor variabel mondstuk monteren (afb. 1)

  1. Breng de eenheid voor de variabele mondstukken dusdanig in positie, zodat de hiertoe bestemde boringen zijn uitgelijnd.
  2. Bevestig de eenheid nu met vier hulzen (5.1) op de bevestigingspluggen (5).
  3. Druk hiertoe eerst de hulzen in de hiervoor bestemde boringen en borg deze aansluitend met de bevestigingspluggen (5).

9.3 Transporthouder op de beugelgreep fixeren (afb. 4)

  1. Schuif de transporthouder (4) van bovenaf in de reeds voorgemonteerde opname op het buisframe.

9.4 Wielen monteren (afb. 5)

  1. Schuif de as (32) van buitenaf door het wiel (13).
  2. Breng de as (32) met het wiel (13) van buitenaf in het buisframe (7) en borg deze met de borgclip (33).
  3. Herhaal deze werkwijze aan de tegenoverliggen- de zijde.

9.5 Handspuitpistool, spuitlans monteren (afb. 6, 7, 8, 9)

GEVAAR

  • Gevaar voor letsel! Het apparaat, de toevoerleidingen, de hogedrukslang en de aansluitingen moeten in perfecte staat zijn. Als de toestand niet perfect is, mag het apparaat niet worden gebruikt.
  • Fixering met de hand aanhalen! Een te losse verbinding kan leiden tot het losraken van de verbinding en dus tot verwondingen.

  • Sluit de spuitlans (17) aan op het handspuitpistool (23).

  • Draai de schroefverbinding van de spuitlans (17) met de hand vast.
  • Monteer de hogedrukslang (2) op het handspuit-pistool (23).
  • Bevestig de hogedrukslang (2) op de wateruitloop (28) door de bevestiging te draaien.

10. Voor de ingebruikname

LET OP

Het apparaat moet voor de ingebruikname volledig zijn gemonteerd!

10.1 Motorolie bijvullen/controleren (afb.10) LET OP

  • Voor de eerste ingebruikname moet er motorolie worden bijgevuld!
  • Controleer het oliepeil voor elke ingebruikname.
  • Het apparaat niet in gebruik nemen als er geen olie zichtbaar is op de oliepeilstok (12,1).
  • Vul de motorolie niet te vol. Een te hoog oliepeil kan tot motorschade leiden.
  • Vul indien nodig olie bij. Gebruik alleen motorolie (SAE10W30).

  • Plaats het apparaat op een vlakke, stabiele ondergrond en verwijder eventueel vuil rondom de olie-inlaat (12) / olietankdop met oliepeilstok (12,1).

  • Open het olietankdop met de oliepeilstok (12,1) door deze linksom te draaien en weg te nemen.
  • Vul het systeem naar behoefte bij met max. 400 ml viertaktmotorolie (SAE10W30).
  • Controleer het oliepeil aan de hand van de markeringen op de oliepeilstok.
  • Plaats het olietankdop met de oliepeilstok (12,1) terug en sluit deze door rechtsom te draaien.

10.2 Brandstof bijvullen (afb. 11)

GEVAAR

Brand- en explosiegevaar!

  • Gebruik loodvrije normale benzine met max. 10% aandeel bio-ethanol.
  • Tank het apparaat nooit in gesloten ruimtes, met draaiende of hete motor.
  • Niet roken tijdens het tanken.
  • Gebruik geen tweetaktmengsel.
  • Niet tanken in de buurt van open vuur of vonken.
  • Mors geen brandstof. Gebruik een trechter.
    • Veeg gemorste brandstof weg.
  • Sluit de jerrycan en tank na het tanken overeenkomstig de voorschriften.

  • Open de tankdop (8) door deze linksom te draaien en weg te nemen.

  • Plaats een trechter (36) in de opening van de brandstoftank (9).
  • Vul de brandstoftank (9) met brandstof tot maximaal 3-4 cm onder de bovenrand.
  • Plaats de tankdop (8) terug en sluit de brandstof-tank (9) door deze rechtsom te draaien.

10.3 Aansluiting van de watertoevoer (extern) op de pomp (afb. 12)

⚠ WAARSCHUWING

- Gebruik de hogedrukreiniger niet zonder of met een beschadigd inlaatfilter. Deeltjes in de hogedrukstraal kunnen verwondingen veroorzaken.

LET OP

  • Tussen de inlaat van de hogedrukreiniger en een afsluitvoorziening, zoals een Y-afsluitkoppeling of een andere geschikte afsluiter, moet de lengte van de vrije tuinslang minstens 3 m bedragen.
  • Gebruik de hogedrukreiniger niet zonder watertoevoer. Als de hogedrukreiniger zonder water wordt gebruikt, zal de hogedrukreiniger beschadigd raken.

  • Voordat de tuinslang (NIET meegeleverd) op de watertoevoer (29) wordt aangesloten, moet het inlaatfilter worden gecontroleerd. Reinig een verontreinigde inlaatfilter, vervang een beschadigd inlaatfilter (40, afb. 2).

  • Om alle verontreinigingen te verwijderen, laat u gedurende 30 seconden water door de tuinslang lopen. Doe de watertoevoer weer dicht. Belangrijk: Gebruik geen stilstaand water voor de watertoevoer. Gebruik alleen water tot max. 40 °C.

  • Monteer de slangaansluitadapter (38) op de watertoevoer (29).

  • De tuinslang (GEEN leveringsomvang) kan worden voorzien van de meegeleverde snelkoppeling (37).
  • Sluit de tuinslang (NIET meegeleverd) aan op de watertoevoer (29). De slang mag niet langer zijn dan 15 meter.
  • Controleer of de slang goed vastzit.

10.4 Zelfaanzuiging uit open tanks/reservoirs en natuurlijk grondwater

GEVAAR

  • Nooit water uit een drinkwaterreservoir aanzuigen.
  • Nooit oplosmiddelhoudende vloeistoffen als lakverdunning, benzine of olie aanzuigen. Spuitnevel van oplosmiddelen is licht ontvlambaar, explosief en giftig.

Gebruik hiertoe de zelfaanzuig-accessoire (niet mee-geleverd) bestaande uit:

  • Aanzuigfilter
    • 3 m versterkte zuigslang

Met deze accessoire kan het apparaat water 0,5 m hoog boven de waterspiegel aanzuigen. Dit kan ca. 1 minuut duren.

  1. Dompel de 3 m zuigslang volledig onder water om de lucht uit de slang te drijven.
  2. Sluit de zuigslang op het apparaat aan en controleer of het aanzuigfilter onder water blijft.
  3. Laat het apparaat met weggenomen handspuitpistool draaien, tot er uit de hogedrukslang gelijkmatig water stroomt.
  4. Als na 1 minuut nog geen water uitstroomt, schakelt u het apparaat uit en controleert u alle aansluitingen. Als het water stroomt, het apparaat uitschakelen en om te werken op het handspuitpistool en de spuitlans aansluiten.

Het is belangrijk dat slang en koppelingen van goede kwaliteit zijn, goed zijn aangesloten en de afdichtingen onbeschadigd en recht zijn geplaatst. Lekkende aan-sluitingen kunnen het aanzuigen belemmeren.

11. Bediening

Controleer het apparaat om er zeker van te zijn dat alle onderstaande stappen zijn uitgevoerd:

  1. Lees de volledige gebruikshandleiding goed door voordat u het apparaat in gebruik neemt en zorg dat u de handleiding in acht neemt.

  2. Controleer of de beugelgreep (1) goed vastzit.

  3. Controleer of de olie tot het voorgeschreven niveau in de olie-inlaat van de motor is bijgevuld.
  4. Vul de brandstoftank (9) bij met het voorgeschreven type benzine.
  5. Slangaansluitingen op goede bevestiging controleren.
  6. Controleer of de hogedrukslang (2) geen knikken, scheuren of andere beschadigingen vertoont.
  7. Zorg voor een geschikte wateraansluiting met voldoende doorstroming.
  8. Controleer of het apparaat recht staat.
  9. Schakel de watertoevoer in.

LET OP

  • Schakel de pomp niet in als de watertoevoer niet is aangesloten of ingeschakeld.
  • Kies het gewenste mondstuk (3) en steek deze in de spuitlans (17).

11.1 Motor starten

LET OP

- Bij de eerste inbedrijfstelling moet het oliepeil (SAE10W30) en de brandstof (benzine, normaal, loodvrij) worden bijgevuld.

  1. Controleer het brandstofniveau en de motorolie, vul indien nodig bij.
  2. Zorg voor voldoende ventilatie van het apparaat.
  3. Zorg ervoor dat de bougie / bougiestekker (31) goed zijn bevestigd.

⚠️ VOORZICHTIG

- Bij het starten met de trekkabel van de startmotor (18) kan plotselinge terugslag verwondingen aan de hand veroorzaken.

11.1.1 Koude start (afb. 13)

  1. Zet de chokehendel (20) in de stand "Choke".
  2. Zet de aan/uit-schakelaar (11) in de stand "I/ON".
  3. Open de benzinekraan (19).
  4. Start de motor met de trekkabelstarter van de startmotor (18). Trek hiervoor hard aan de greep. Als de motor niet start, trek dan opnieuw aan de greep.
  5. Na het starten van de motor laat u de machine enkele seconden draaien en zet u de chokehendel (20) op "Run".

11.1.2 Warme start (afb. 13)

  1. Zet de chokehendel (20) in de stand "Run".

  2. Zet de aan/uit-schakelaar (11) in de stand "I/ON".

  3. Start de motor met de trekkabelstarter van de startmotor (18). Trek hiervoor hard aan de greep.

11.1.3 Na het starten van de motor (afb. 1)

  1. De trekkerblokkering (24) van het handspuitpistool (23) indrukken.
  2. Houd het handspuitpistool in een veilige richting en druk de trekker (25) in. Hiermee wordt het pompsysteem van lucht en verontreinigingen ontdaan.

11.2 Motor uitschakelen (afb. 13)

  1. Laat het apparaat kortstondig zonder belasting werken, voordat u het uitschakelt, zodat het apparaat kan "afkoelen".
  2. Zet de aan/uit-schakelaar (11) in de stand "0/OFF".
  3. Sluit de benzinekraan (19).

11.2.1 Na het uitschakelen van de motor

  1. Sluit de watertoevoer.
  2. Druk de trekker (25) zo lang in tot het apparaat drukloos is.

11.3 Instellen van de werkdruk en de toevoerhoeveelheid

Bij dit apparaat zijn werkdruk en toevoerhoeveelheid standaard ingesteld en kunnen niet worden versteld.

11.4 Mondstuk vervangen (afb. 7)

⚠ GEVAAR

  1. Schakel het apparaat uit voordat u het mondstuk verwisselt en druk de trekker (25) in tot het apparaat drukloos is.

11.4.1 Gebruik van de sproeiers (afb. 7)

Met behulp van de snelsluiting op de spuitlans (17) kan tussen vijf mondstukken (3) worden gewisseld.

Ga als volgt te werk om de mondstukken (3) te vervangen:

  1. Trek de ring van de snelkoppeling terug en trek het mondstuk (3) eraf.
  2. Selecteer het gewenste mondstuk (3):
  3. Zachte straal: 40° (wit) of 25° (groen)
  4. Harde straal: 0° (rood)
  5. Reinigingsmiddel: zwart

  6. Trek de ring naar achteren, plaats het geselecteerde mondstuk (3) en laat de ring los. Trek aan het mondstuk (3) om te controleren of deze goed vastzit.

  7. Het beste reinigingsresultaat wordt bereikt als het mondstuk (3) op een afstand van 20 tot 60 cm van het te reinigen oppervlak wordt gehouden. Als de afstand te klein is, kan het gespoten oppervlak beschadigd raken.

  8. Houd bij het reinigen van autobanden een afstand van ten minste 30 cm aan.

11.5 Gebruik met reinigingsmiddelen

⚠ WAARSCHUWING

  1. Schakel het apparaat uit voordat u afstellings- of onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren.

LET OP

Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen het apparaat en het te reinigen object beschadigen.

  • Gebruik alleen aanbevolen reinigingsmiddelen die geschikt zijn voor hogedrukreinigers. Dit apparaat is bedoeld voor gebruik met door de fabrikant aanbevolen reinigingsmiddelen. Het gebruik van andere reinigingsmiddelen of chemicaliën kan de veiligheid van de machine in gevaar brengen.
  • Aanbevolen reinigingsmiddelen zijn voornamelijk reinigingsmiddelen die geschikt zijn voor gebruik met hogedrukreinigers. Deze zijn onder andere verkrijgbaar in de doe-het-zelf- en autoaccessoiremarkten.

LET OP

Reinigingsmiddelen kunnen schadelijk zijn voor het milieu.

- Neem de aanwijzingen van de fabrikant in acht bij het gebruik en de afvoer van het reinigingsmiddel en het afvalwater.

Ga als volgt te werk om met reinigingsmiddelen te werken:

  1. Bereid de reinigingsmiddeloplossing voor volgens de aanwijzingen van de fabrikant.
  2. Neem de aanwijzingen betreffende het gebruik van de mondstukken (3) in acht (zie 11.4.1).
  3. Controleer of het mondstuk (3) voor reinigingsmiddel (zwart) is gebruikt.
  4. Open de tankdop van de reinigingsmiddelentank (16).
  5. Vul de reinigingsmiddelentank (15) met reinigingsmiddel.

LET OP

- Reinigingsmiddel mag niet met de hogedrukmondstukken (3) (wit, groen of rood) worden gebruikt.

  1. Controleer of de tuinslang ook is aangesloten op de watertoevoer (29) (zie 10.3).
  2. Controleer of de hogedrukslang (2) is aangesloten op het handspuitpistool (23) en de waterafvoer (28) (zie 9.7).
  3. Plaats het mondstuk (3) voor het reinigingsmiddel (zwart) op de spuitlans (10) (zie 11.4.1).
  4. Start vervolgens de motor (zie 11.1).

11.5.1 Aanbevolen reinigingsmethode

  1. Vuil losmaken: Spuit het reinigingsmiddel zuinig op en laat gedurende 1 - 5 minuten inwerken, maar laat het niet indrogen.
  2. Vuil verwijderen: Spoel het opgeloste vuil weg met een hogedrukstraal.

11.5.2 Na gebruik met reinigingsmiddel

  1. Reinig na gebruik met reinigingsmiddel de reinigingsmiddelentank (15) en de aangesloten slangen.

LET OP

Laat het reinigingsmiddel niet in de reinigingsmiddelentank (15) achter!

- Leeg de reinigingsmiddelentank (15) na gebruik.

Voor het reinigen van de reinigingsmiddeltank (15) en de hogedrukpomp (30) gaat u als volgt te werk:

  1. Druk de trekker (25) van het handspuitpistool (23) zo lang in tot de reinigingsmiddelentank (15) leeg is.
  2. Vul de reinigingsmiddelentank (15) met schoon water.
  3. Steek het mondstuk (3) voor het reinigingsmiddel (zwart) in de spuitlans (17).
  4. Neem de hogedrukreiniger in bedrijf zoals beschreven in hoofdstuk 10.
  5. Spoel de hogedrukreiniger enkele minuten uit met schoon water.

11.6 Bedrijf onderbreken

- Laat de trekker (25) van het handspuitpistool (23) los.

Aanwijzing:

Wanneer de trekker (25) van het handspuitpistool (23) wordt losgelaten, blijft de motor stationair draaien.

  1. Schakel de motor bij langere onderbrekingen (enkele minuten) uit (zie 11.2).
  2. Druk de trekker (25) zo lang in tot het apparaat drukloos is.

  3. Beveilig het handpistool (23) tegen onvoorzien openen met de trekkerblokkering (24).

11.7 Beëindiging van de werkzaamheden

  1. Schakel de motor aan het einde van de werkzaamheden uit (zie 11.2).
  2. Sluit de watertoevoer naar de hogedrukreiniger.
  3. Druk de trekker (25) zo lang in tot het apparaat drukloos is.
  4. Beveilig het handpistool (23) tegen onvoorzien openen met de trekkerblokkering (24).
  5. Schroef de watertoevoerslang van het apparaat.

12. Transport

⚠️ VOORZICHTIG

Gevaar voor letsel en materiële schade!

- Let op het gewicht van het apparaat tijdens het transport.

12.1 Voorbereiding voor het transport

Aanwijzing:

Voer benzine op een milieuvriendelijke manier af!

  1. Leeg de brandstoftank (9) met een benzine-aanzuigpomp (niet meegeleverd).
  2. Om ervoor te zorgen dat er geen benzine in de carburateur achterblijft, moet de resterende benzine uit de carburateur worden afgetapt. Plaats daartoe een geschikt vat (niet meegeleverd) onder de carburateur en open de benzineaftapplug (41). (afb. 16)
  3. Tap de motorolie van de warme motor af (zoals beschreven).
  4. Verwijder de bougiestekker (31) uit de bougie.
  5. Wikkel de hogedrukslang (2) op en hang deze in de slanghouder (27).
  6. Steek de spuitlans (17) in de transporthouder (4) en hang het handspuitpistool (23) in de transporthouder (4).
  7. Schuif het apparaat op de beugelgreep (1).
  8. Bij het transport in voertuigen moet het apparaat volgens de geldende richtlijnen tegen wegrollen, wegglijden en kantelen met bijvoorbeeld sjorban- den worden geborgd.

13. Reiniging

⚠ GEVAAR

Gevaar voor letsel door onvoorzien inschakelen van het apparaat.

- Voordat u aan het apparaat gaat werken, zet u de motorschakelaar op "0/Off" en verwijdert u de bougiestekker.

Gevaar voor brandwonden

- Raak geen hete geluiddempers, cilinders of koelribben aan.

⚠ WAARSCHUWING

  • Schakel het apparaat uit voordat u afstellings- of onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren.
    • Verwijder de bougiestekker (31).

LET OP

  • Schakel het apparaat onmiddellijk uit en neem contact op met uw klantendienst:
  • Bij ongewone trillingen of geluiden.
  • Als de motor overbelast lijkt te zijn of een verkeerde bougie heeft.
  • Houd afschermingen, ventilatieroosters en motorbehuizingen zo stof- en vuilvrij mogelijk. Wrijf het apparaat met een droge doek na of blaas het uit met perslucht bij lage druk.
  • Wij adviseren om het apparaat direct na elk gebruik te reinigen.
  • Reinig het apparaat regelmatig met een vochtige doek en wat zachte zeep. Gebruik geen chemische reinigingsmiddelen of oplosmiddelen. Deze kunnen de kunststofonderdelen van het apparaat aantasten. Zorg ervoor dat er geen water in het apparaat komt.

13.1 Mondstukreiniging

Als bij het indrukken van de trekker (24) een pulserend gevoel optreedt, kan het mondstuk (3) vuil of verstopt zijn en moet deze onmiddellijk worden gereinigd.

  1. Om het mondstuk (3) te reinigen, schakelt u de motor uit en stopt u de watertoevoer.
  2. Maak het apparaat drukloos (zie 11.6).
  3. Verwijder het mondstuk (3) van de spuitlans (17). Zorg ervoor dat het mondstuk (3) in een veilige richting van u af wijst.
  4. Gebruik de reinigingsnaald sproeier (34) of een kleine paperclip om het vuil uit het mondstuk (3) te verwijderen.
  5. Spoel het mondstuk (3) door met schoon water.
  6. Monteer het mondstuk (3) weer op de spuitlans (17).
  7. Start de watertoevoer en start het apparaat.

13.2 Water aftappen

LET OP

Risico op materiële schade!

- Bevriezend water in het apparaat kan delen van het apparaat verstoren.

Bewaar het apparaat in de winter bij voorkeur in een verwarmde ruimte.

Als het apparaat in een onverwarmde ruimte is opgeslagen, gaat u als volgt te werk:

  1. Schroef de watertoevoerslang en de hoge- drukslang (2) los.
  2. Laat het apparaat maximaal 1 minuut draaien tot- dat de pomp en de leidingen leeg zijn.

14. Onderhoud

⚠ WAARSCHUWING

  • Schakel het apparaat uit voordat u afstellings- of onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren.
    • Verwijder de bougiestekker (31).

⚠ GEVAAR

Gevaar voor letsel door onvoorzien inschakelen van het apparaat.

- Voordat u aan het apparaat gaat werken, zet u de motor-schakelaar op "0/Off" en verwijdert u de bougiestekker.

Gevaar voor brandwonden

- Raak geen hete geluiddempers, cilinders of koelribben aan.

14.1 Onderhoudsintervallen

Voor de ingebruikname:

  1. Controleer het oliepeil op de olietankdop met een oliepeilstok (12,1).
  2. In het geval van melkachtige olie (water in olie), dient u direct contact op te nemen met de klan-tenservice.
  3. Controleer de hogedrukslang (2) op beschadigingen (kans op barsten). Vervang een beschadigde hogedrukslang (2) onmiddellijk.

Elke 25 bedrijfsuren:

  1. Controleer het oliepeil op de olietankdop met een oliepeilstok (12,1).
  2. In het geval van melkachtige olie (water in olie), dient u direct contact op te nemen met de klantenservice.

Elke 50 bedrijfsuren:

  1. Controleer het oliepeil op de olietankdop met een oliepeilstok (12,1).

  2. In het geval van melkachtige olie (water in olie), dient u direct contact op te nemen met de klantenservice.

  3. Reinig het luchtfilter.
  4. Controleer de bevestigingselementen tussen motor en frame op scheuren en laat gescheurde bevestigingselementen door de klantenservice vervangen.

14.2 Onderhoudswerkzaamheden

14.2.1 Motorolie verversen (afb. 10/14)

Aanwijzing:

Voer afgewerkte olie op een milieuvriendelijke manier af!

Het verversen van de motorolie moet bij een bedrijfswarme motor worden uitgevoerd.

  1. Zet een opvangbak voor ca. 1 liter olie klaar.
  2. Apparaat op een geschikte ondergrond plaatsen.
  3. Olieaftapschroef (39) openen (afb. 14).
  4. Tap de motorolie af in de opvangbak die was klaargezet.
  5. Om het aftappen van de motorolie te versnellen, kunt u de olietankdop met de oliepeilstok (12,1) openen.
  6. Nadat de verbruikte olie is afgetapt, sluit u de olie-aftapschroef (39) en zet u het apparaat weer op een stabiele ondergrond.
  7. Vul de motorolie bij tot aan de bovenste markering van de oliepeilstok (12,1).

Zie de technische gegevens voor het type olie en de vulhoeveelheid.

LET OP

- Om het oliepeil te controleren, het oliepeil niet met de oliepeilstok (12,1) in de olietankdop van de olietank schroeven, maar slechts tot aan de schroefdraad insteken.

14.2.2 Luchtfilter (afb. 1)

Luchtfilter (21) regelmatig reinigen, zo nodig vervangen.

  1. Verwijder het deksel van het luchtfilter (21). Trek hierbij voorzichtig aan de randen van het luchtfilter (21).
  2. Verwiider het vuile filterelement.
  3. Sla het vuile filterelement uit of blaas het uit met perslucht bij lage druk.
  4. Plaats het filterelement en het deksel van het luchtfilter (21) weer terug.

14.2.3 Bougie (afb. 14)

Controleer de bougie / bougiestekker (31) na 20 bedrijfsuren voor het eerst op verontreiniging en reinig deze indien nodig met een koperen draadborstel. Daarna de bougie elke 50 bedrijfsuren onderhouden.

  1. Verwijder de bougiestekker (31) uit de bougie door deze te draaien.
  2. Verwijder de bougie met de meegeleverde bougiesleutel (35).
  3. De assemblage volgt in omgekeerde volgorde.

14.3 Service-informatie

Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt.

Slijtageonderdelen*: Bougies, hogedrukslang, spuitlans, mondstukken, luchtfilter

* niet persé meegeleverd!

Reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij ons servicecentrum. Scan hiertoe de QR-code op de titelpagina.

15. Opslag

⚠️ VOORZICHTIG

Gevaar voor letsel en materiële schade!

- Let op het gewicht van het apparaat tijdens het transport.

Bewaar het apparaat en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen ontoegankelijke plaats. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30 °C.

Dek het apparaat af om het te beschermen tegen stof of vocht.

Bewaar de gebruikshandleiding bij het apparaat.

15.1 Voorbereiding voor de opslag

Aanwijzing:

Voer benzine op een milieuvriendelijke manier af!

  1. Leeg de brandstoftank (9) met een benzine-aanzuigpomp (niet meegeleverd).
  2. Om ervoor te zorgen dat er geen benzine in de carburateur achterblijft, moet de resterende benzine uit de carburateur worden afgetapt. Plaats daartoe een geschikt vat (niet meegeleverd) onder de carburateur en open de benzineaftapplug (41). (afb. 16)

  3. Ververs de olie na elk seizoen. Verwijder daartoe de oude motorolie uit de warme motor en vul nieuwe olie bij.

  4. Verwijder de bougie. Vul ca. 20 ml olie in de cilinder met een oliekan (niet meegeleverd). Trek langzaam aan het trekkabel van de startmotor (18), zo dat de olie de binnenkant van de cilinder bedekt. Schroef de bougie weer terug vast.
  5. Open de stergreepbouten (6) en klap het apparaat in (afb. 15).
  6. Bewaar het apparaat op een goed geventileerde plaats of plaats.

16. Afvalverwerking en hergebruik

SCHEPPACH HCP5000 - Afvalverwerking en hergebruik - 1

De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieu-vriendelijk afvoeren.

Informatie over het afvoeren van versleten apparatuur kunt u opvragen bij uw gemeente.

Brandstoffen en oliën

  • Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brandstoftank en het motorreservoir worden geleegd!
  • Brandstof en motorolie horen niet bij het huishoudelijke afval of in het riool, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
  • Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd.

17. Verhelpen van storingen

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar voor letsel door onvoorzien inschakelen van het apparaat!

- Vóór werkzaamheden aan het apparaat de aan-/uitschakelaar (11) in de stand "Off" zetten en de bougiestekker (31) verwijderen.

⚠ WAARSCHUWING

Gevaar voor brandwonden!

- Raak geen hete geluiddempers, cilinders of koelribben aan.

LET OP

- Als de storing niet kan worden verholpen, moet het apparaat door de klantenservice worden gecontroleerd.

Belangrijke aanwijzing bij reparatie:

Als het apparaat voor reparatie geretourneerd wordt, moet het apparaat vanwege veiligheidsredenen vrij van olie en benzine geretourneerd worden aan het servicestation.

Storing Mogelijke oorzaak Oplossing
Motor kan niet worden gestart Automatische olie-uitschakeling start automatischControleer het oliepeil, vul de motorolie bij
Bougie verroest Reinig of vervang de bougie
Geen brandstof Brandstof bijvullen
Bougiestekker is losgekoppeldSteek de bougiestekker in de bougie
Bougiestekker is beschadigdNeem contact op met de klantenservice
Ontsteking werkt nietNeem contact op met de klantenservice
Motor is moeilijk te starten Verbruiktebrandstof of water in brandstofBrandstof aftappen en met nieuwe brandstof vullen
Bougies produceren geen ont-stekingsvonkenNeem contact op met de klantenservice
Carburateur verkeerd afgesteldNeem contact op met de klantenservice
Motor heeft te weinig vermogen en trilt te veelVerontreinigde luchtfilter Luchtfilter reinigen
Motor gaat uit tijdens bedrijfGeen brandstofBrandstof bijvullen
Motor verliest vermogen tijdens be-drijfMotortoerental is te laag De trekker voorzichtiger bedienen. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de klantenservice
Apparaat bouwt geen druk opNominaal motortoerental te laagNominaal toerental van de motor contro-leren; contact opnemen met de klanten-dienst
Lagedrukmondstuk gemonteerdMontage van de hogedrukmondstuk
Mondstuk verstopt / uitgewas-senMondstuk reinigen / vervangen
Aanzuigfilter verstopt Aanzuigfilter reinigen
Lucht in het systeem Apparaat onluchten (zie "Voor de inge-bruikname")
Watertoevoerhoeveelheid te laagWatertoevoerhoeveelheid controleren
Toevoerleiding naar hogedruk-pomp lekt of is geblokkeerdControleer alle toevoerleidingen naar de hogedrukpomp. Neem contact op met de klantenservice
Pomp is defect Neem contact op met de klantenservice
Apparaat lekt, er druppelt water uit de bodem van het apparaatDe hogedrukpomp lektMax. 3 druppels/minuut zijn toegestaan. Als er een ernstig lek is, laat het appa-raat dan controleren door de klantenser-vice
Reinigingsmiddel wordt niet opge-zogenHogedrukmondstuk gemonteerdLagedrukmondstuk monteren
Lekkende of verstopte reini-gingsmiddelenslangControleer of reinig de reinigingsmidde-lenslang

Zichtbare gebreken moeten binnen de 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, zo niet verliest de verkoper elke aanspraak op grond van deze gebreken. Onze machines worden geleverd met een garantie voor de duur van de wettelijke garantietermijn. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat de koper de machine ontvangt. De garantie houdt in dat wij elk onderdeel van de machine dat binnen de garantietermijn aantoonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van materiaal- of productiefouten, kosteloos vervangen. De garantie vervalt echter bij verkeerd gebruik of verkeerde behandeling van de machine. Voor onderdelen die wij niet zelf produceren, geven wij enkel de garantie die wij zelf krijgen van de oorspronkelijke leverancier. De kosten voor de montage van nieuwe onderdelen vallen ten laste van de koper. Eisen tot het aanbrengen van veranderingen of het toestaan van een korting en overige schadeloosstellingsclaims zijn uitgesloten.

Garantía ES

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SCHEPPACH

Model : HCP5000

Categorie : Hogedrukreiniger