IO 351 - Industriële automatisering Grundfos - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis IO 351 Grundfos in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over IO 351 Grundfos
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Industriële automatisering in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding IO 351 - Grundfos en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. IO 351 van het merk Grundfos.
GEBRUIKSAANWIJZING IO 351 Grundfos
Installatie- en bedieningsinstructies 122
Polski (PL)
Maksimaalselt 2000 m.
Ümbritsev temperatuur
Vertaling van de oorspronkelijke Engelse versie
INHOUD
Pagina
- Algemene beschrijving 122
- Identificatie 124
2.1 Typesleutel 124 - Installatie 124
3.1 Lokatie 125
3.2 Beschermingsklasse 125
3.3 Klemmen 125
3.4 Montage 125
3.5 EMC-correcte installatie 125
3.6 Adrestoewijzing 126 - Opstarten 126
- Functies van signaallampjes 126
- Technische gegevens 126
- Elektrische gegevens 127
7.1 Digitale ingangen 127
7.2 Analoge ingangen 127
7.3 Ingangen voor PTC-sensor/thermische schakelaar 127
7.4 Digitale uitgangen (relaisuitgangen) 127
7.5 Analoge uitgangen 127
7.6 Aansluitgroepen 127 - Overzicht van ingangen en uitgangen 128
- GENIbus 130
- Service 130
- Onderhoud 130
- Vervangen van de IO 351 130
- Afmetingen 130
- Afvalverwijdering 130
Waarschuwing

Lees voor installatie deze installatie- en bedieningsinstructies door. De installatie en bediening dienen bovendien volgens de lokaal geldende voorschriften en regels plaats te vinden.

Waarschuwing
Als deze veiligheidsvoorschriften niet in acht worden genomen, kan dit resulteren in persoonlijk letsel.
1. Algemene beschrijving
De IO 351 is een module voor uitwisseling van digitale en analoge signalen tussen de CU 351 en het overige elektrische systeem via GENIbus. De IO 351 is verkrijgbaar in de uitvoeringen A en B.
De IO 351A wordt gebruikt voor één tot en met drie Grundfos pompen met constant toerental.
De IO 351B wordt gebruikt voor één tot en met zes Grundfos pompen met constant toerental en/of pompen die worden geregeld door externe frequentie-omvormers. De module kan ook worden gebruikt als een invoer/uitvoer-module voor communicatie met bewakingsapparatuur of andere externe apparatuur.

Waarschuwing
Als de IO 351 wordt gebruikt op een wijze die niet door de fabrikant is omschreven, dan kan dit afbreuk doen aan de beveiliging die wordt verschaft door de IO 351.

text_image
5 10 11 53 55 57 60 10 12 14 15 A A Y Y B B 9 30 32 34 35 2 L L N N ⊕ 76 76 77 79 81 7 1 4 3 8 1 6 TM03 1134 1105Afb. 1 IO 351A
Pos. Beschrijving
| 1 DIN vergrendellipje | |
| 2 | Signaallampjes en zender/ontvanger voor communicatie met de R100 |
| 3 | Aardingsverbinding met de kast |
| 4 | Kabelklem voor GENIbus kabels |
| 5 | Typeplaatje |
| 6 | Openingen voor bevestiging met schroeven |
| 7 | Klemmen voor spanningstoevoer |
| 8 | Klemmen voor relaisuitgang |
| 9 | Klemmen voor ingangen voor PTC-sensor of thermische schakelaar |
| 10 | Klemmen voor GENIbus |
| 11 | Klemmen voor digitale en analoge ingangen |

text_image
5 82 83 83 84 85 85 86 87 87 88 89 14 10 13 16 17 18 20 21 22 24 25 26 42 44 46 47 12 11 63 55 57 60 10 12 14 15 A A Y Y B B 36 38 40 41 9 30 32 34 35 2 L L N N 76 76 77 79 81 6 TM03 1128 1105Afb. 2 IO 351B
Pos. Beschrijving
| 1 Vergrendellipje voor DIN-rail | |
| 2 | Signaallampjes en zender/ontvanger voor communicatie met de R100 |
| 3 Aardingsverbinding met de kast | |
| 4 Kabelklem voor GENIbus kabels | |
| 5 Typeplaatje | |
| 6 Openingen voor bevestiging met schroeven | |
| 7 Klemmen voor spanningstoevoer | |
| 8 Klemmen voor relaisuitgang | |
| 9 | Klemmen voor ingangen voor PTC-sensor of thermische schakelaar |
| 10 Klemmen voor GENIbus | |
| 11 Klemmen voor digitale en analoge ingangen | |
| 12 | Klemmen voor ingangen voor PTC-sensor of thermische schakelaar |
| 13 | Klemmen voor digitale ingangen en analoge uitgangen |
| 14 | Klemmen voor relaisuitgang |
2. Identificatie
De uitvoering (A of B) staat vermeld op het typeplaatje aan de achterzijde. De uitvoering kan ook worden geïdentificeerd door het aantal aansluitblokken. De IO 351A heeft vijf aansluitblokken, de IO 351B heeft er acht, zie afb. 1 en 2.

text_image
1 Type IO 351A Serial No. 2 Product No. 96161720 - VO1 P.c. Un 100-240 Vac 50/60Hz - max. 9W 3 Made in Deca#ark OPEN TYPE PROCESS CONTROL EQUIPMENT GRUNDFOS XAfb. 3 Typeplaatje IO 351A

text_image
1 Type IO 351B Serial No. 2 Product No. 96161730 - VO1 P .c. U_N 100-240 Vac 50/60Hz - max. 9W 3 Made in Denmark OPEN TYPE PROCESS CONTROL EQUIPMENT GRUNDFOS XAfb. 4 Typeplaatje IO 351B
Pos. Beschrijving
| 1 Typeaanduiding | |
| 2 Product/versienummer | |
| 3 | Toelaatbare toevoerspanning, frequentie en maximaal energieverbruik |
| 4 | Productiecode (jaar, week) |
| 5 | Serienummer |
2.1 Typesleutel
Code Betekenis IO 3 5 1 B
| IO Invoer/uitvoer-eenheid | |
| 35 Reeks van regelaars | |
| 1 Modelnummer | |
| A Voor pompen met constant toerental | |
| B | Voor pompen met constant toerental en pompen die worden geregeld door externe frequentie-omzetters of als invoer/uitvoer-module |
3. Installatie
De IO 351 is alleen bedoeld voor fabrieksbedrading.
Voorafgaand aan de installatie, controleer dat:
- de uitvoering degene is die besteld is.
- de IO 351 geschikt is voor aansluiting op het elektriciteitsnet.
- de IO 351 niet beschadigd is tijdens transport.
Waarschuwing

Voordat u met het installeren van de IO 351 begint, dient u er zeker van te zijn dat de elektriciteitstoevoer is uitgeschakeld en niet per ongeluk kan worden ingeschakeld.
Het installeren dient te geschieden door personeel dat daartoe bevoegd is in overeenstemming met de lokale voorschriften.
Alle veiligheidsvoorschriften moeten worden nageleefd ter plaatse van de installatie.

Waarschuwing
De klemmen L en N, en ook 76-81 en 82-89 kunnen worden aangesloten op gevaarlijke contactspanning. Externe regelspanning van andere groepen kan optreden.

Waarschuwing
Alle draden naar eenheden buiten het regelpaneel dienen van het type H05VV-F te zijn in overeenstemming met CENELEC HD21 (ter voorkoming van letsel door aanraking van de draden).

Waarschuwing
In de installatie moet een stroomonderbreker opgenomen zijn om de netvoeding uit te schakelen. Deze dient zich dicht bij de IO 351 te bevinden en gemakkelijk toegankelijk te zijn voor de bediener. Deze dient als stroomonderbreker voor de IO 351 aangeduid te zijn. De stroomonderbreker dient overeenkomstig IEC 60947-1 en IEC 60947-3 te zijn.

Waarschuwing
De klemmen zijn alleen van elkaar gescheiden via basisisolatie. Sluit daarom geen PELV-circuit aan op een klem die zich naast een klem bevindt die met live spanning is verbonden.
PELV-circuits en live draden moeten van elkaar worden gescheiden met dubbele of versterkte isolatie.
3.1 Lokatie
De IO 351 is ontworpen voor installatie binnenshuis. Voor installatie buitenshuis dient de IO 351 in een geschikt paneel gemonteerd te zijn.
Om het uitwendige verontreinigingsniveau tot maximaal 2 te verlagen dient de IO 351 te worden geïnstalleerd in een beschermende ruimte met minimale IPX4 bescherming overeenkomstig IEC 60529. De kast moet van een vlamvertragend materiaal zijn gemaakt.
3.3 Klemmen
Alle klemmen zijn geschikt voor geleiders van 0,5 tot en met 2,5 mm ^2 of AWG 20-13.
3.4 Montage
De IO 351 is geschikt voor montage aan een 35 mm DIN-rail (EN 50022). Aanbevolen hoogte: 7,5 mm.
Voor module-afmetingen en minimale vrije ruimte boven en onder de module, zie 13. Afmetingen.
- Bevestig de IO 351 door de bovenzijde aan de DIN-rail te haken en de onderzijde tegen de rail te houden.
- Druk de vergrendellipjes (pos. 1) in de module zoals is weergegeven in afb. 5.
- Sluit de geleiders aan, zie 8. Overzicht van ingangen en uitgangen.
Als de modules verticaal gemonteerd worden is het raadzaan om onder de laagste module een eindstop op de rail aan te brengen.

TM03 1130 1105
Afb. 5 Monteren aan DIN-rail
3.5 EMC-correcte installatie
De IO 351 wordt doorgaans in een paneel gemonteerd dat ook een CU 351 en frequentie-omzetters, contactgevers en andere stroomapparatuur bevat. Om een storingsvrije werking te garanderen is het zeer belangrijk om de elektronische modules op een EMC-correcte wijze te installeren:
- Gebruik afgeschermde kabels voor GENIbus. Sluit de afscherming aan op de kabelklem van de module die zich voor de klemmen AA, YY en BB bevindt.

text_image
A A Y Y B BTM03 1655 2505
Afb. 6 Afscherming vastgezet met kabelklem
Isolerend plastic tape tussen afscherming en omhul- sel moet worden verwijderd voordat de kabel in de kabelklem wordt gemonteerd.
Signaalgeleiders voor digitale en analoge ingangen en uitgangen dienen te worden afgeschermd, d.w.z. laat de afscherming helemaal terechtkomen bij de IO 351 en verbind deze aan de massa met bijvoorbeeld een kabelklem.
Als alternatief kunnen de signaalgeleiders in het paneel niet worden afgeschermd indien het paneel is verdeeld in een gebied voor stroomvoorziening en een gebied met lage spanning. Niet-afgeschermde signaalgeleiders mogen niet in het gebied voor stroomvoorziening terechtkomen, maar alleen in leidingen in het gebied met lage spanning.
- Zorg dat de uiteinden van de afscherming niet gedraaid zijn, aangezien dat het afschermingseffect teniet zal doen bij hoge frequenties. Gebruik kabelklemmen.
- De moduleconstructie zorgt voor een goed elektrisch contact met de DIN-rail. De DIN-rail moet daarom een goede verbinding met de functionele aarding hebben. Als de module zonder een DIN-rail door middel van de vier bevestigingsopeningen (pos. 6) wordt gemonteerd, moet er een verbinding zijn met de functionele aarding door de armatuur (pos. 3). Zie afb. 1 of 2.
- Gebruik getande sluitringen en galvanisch geleidende montageplaten.
3.6 Adrestoewijzing
| Adres | |
| 1ste pompmodule 31 | |
| 2de pompmodule 32 | |
| 1ste invoer/uitvoer-module 41 | |
| 2de invoer/uitvoer-module 42 | |
- Richt de R100 naar de IO 351 en druk op [OK]. Zie afb. 7.
- Druk op [>] om bij het INSTALLATIE menu te komen.
- Druk op [v] om bij Nummer (adres) te komen.
- Stel het adres in met [+] en [-].
- Richt de R100 naar de IO 351 en druk op [OK].

text_image
Rood GroenTM03 1131 1105
Afb. 7 R100 en signaallampjes
4. Opstarten
Het opstarten dient te worden uitgevoerd door geautoriseerd personeel.

Waarschuwing
Lees de installatie- en bedieningsinstructies van het desbetreffende product voordat u inschakelt.
5. Functies van signaallampjes
Zie afb. 7.
Aanduiding Beschrijving
| Het groene signaallampje is uit. | De elektriciteitstoevoer is onderbroken. |
| Het groene signaallampje knippert langzaam (1 Hz). | De module is bedrijfsklaar, maar er is nog geen communicatie. |
| Het groene signaallampje brandt continu. | De elektriciteitstoevoer is ingeschakeld, en de module wordt opgestart. |
| Het groene signaallampje knippert snel (5 Hz). | De module is bedrijfsklaar, en er is communicatie tussen de IO 351 en de CU 351. |
| Het rode signaal-lampje knippert. | Er is communicatie tussen de IO 351 en de R100. |
Stootspanningen die typisch aanwezig zijn op de netvoeding zijn categorie 2.
Hoogte boven zeeniveau
Maximaal 2000 m.
Omgevingstemperatuur
- Tijdens bedrijf: 0 °C tot +50 °C.
(mag niet aan direct zonlicht worden blootgesteld).
• In opslag: -20 °C tot +60 °C.
• Tijdens transport: -20 °C tot +60 °C.
Relatieve luchtvochtigheid
Van 5 % tot 95 %.
Verontreinigingsgraad
Categorie 2.
Maximaal 10 A. Zowel standaardzekeringen als snelle en trage zekeringen zijn geschikt.
Kortsluitbeveiliging:
Maak gebruik van zekeringen die voldoen aan IEC 60127.
VS en Canada (voor beveiliging van aftakkingscircuit):
Gebruik een zekering volgens UL/CSA met 'non-time' vertraging (hoge capaciteit) die voldoet aan de UL248-reeks of een omgekeerde-tijd stroomonderbreker die voldoet aan UL489.
Zekeringstypen RK1, RKS, J en CC zijn aanvaardbaar.
Energieverbruik:
Maximaal 9 W.
7.1 Digitale ingangen
| Nullastspanning: 24 VDC |
| Ruststroom: 5 mA, DC |
| Frequentiebereik: 0-4 Hz |
| Ingangsstroom en -spanning: | 0-20 mA4-20 mA0-10 V |
| Tolerantie: | ± 3,3 % van de volle schaal |
| Herhalingsnauwkeurigheid: | ± 1 % van de volle schaal |
| Ingangsweerstand, stroom: < 250 Ω | |
| Ingangsweerstand, spanning: > 50 kΩ ± 10 % | |
| Toevoer naar sensor: | 24 V, maximaal 50 mA, beveiligd tegen kortsluiting |
7.3 Ingangen voor PTC-sensor/thermische schakelaar
Voor PTC-sensoren overeenkomstig DIN 44082. Thermische schakelaars kunnen ook worden aangesloten.
| Nullastspanning: 12 VDC ± 15 % |
| Ruststroom: 2,6 mA, DC |
7.4 Digitale uitgangen (relaisuitgangen)
| Normaal open contacten: C, NO |
| Maximale contactbelasting: 240 VAC, 2 A |
| Minimale contactbelasting: 5 VDC, 10 mA |
7.5 Analoge uitgangen
Alle uitgangen zijn beveiligd tegen kortsluiting.
| Uitgangssignaal: 0-10 V + 2/- 0 % | |
| Herhalingsnauwkeurigheid: | ± 5 % van de volle schaal |
| Maximale uitgangsstroom: 2 mA | |
7.6 Aansluitgroepen

text_image
5 3C 4B 4A 2 3B 3A 1 TM03 2110 3705Afb. 8 Aansluitgroepen
De klemmen van de groepen 3A, 3B en 3C zijn geïsoleerd van alle andere klemgroepen door middel van versterkte isolatie, 2224 VAC.
| Groep 1: Aansluiting van toevoerspanning | |
| Groep 2: Digitale uitgangen 1-3 | |
| Groep 3A, B, C: | Digitale ingangenAnaloge ingangen en uitgangen |
| Groep 4A, B: | Ingangen voor PTC-sensor of thermische schakelaar |
| Groep 5: Digitale uitgangen 4-7 | |
Alle regelklemmen in groep 3 zijn voorzien van PELV-spanning (extra lage veiligheidsspanning).
8. Overzicht van ingangen en uitgangen
DI: Digitale ingang
DO: Digitale uitgang
AO: Analoge uitgang
AI: Analoge ingang
NO: Normaal open contact
C: Gemeenschappelijk (Common)
Pos. Klem Aanduiding Gegevens Diagram
| 1 | L | Aansluiting van fasen-geleider | 1 x 100-240 VAC ± 10 %, 50/60 Hz | ![]() |
| L | ||||
| N | Aansluiting van neu-trale geleider | |||
| N | ||||
| PE | Aansluiting naar beschermende aarding | |||
| PE | ||||
| 2 | 76 DO 1, 2, 3, C | Relaiscontact, NO.Maximale belasting: 240 VAC, 2 AMinimale belasting: 5 VDC, 10 mA | ![]() | |
| 76 DO 1, 2, 3, C | ||||
| 77 DO 1, NO | ||||
| 79 DO 2, NO | ||||
| 81 DO 3, NO | ||||
| 3A | 53 + 24 V | Toevoer naar sensor. Maximaal 50 mA | ![]() | |
| 55 GND | ||||
| 57 AI 1 | Ingang voor analoog signaal, 0/4-20 mA of 0-10 V | |||
| 60 AI 2 | ||||
| Alle klemmen (behalve netklemmen) mogen alleen worden aangesloten op spanningen die 16 Vrms en 22,6 Vpiek of 35 VDC niet overschrijden. | ||||
| 3A | 10 DI 1 | Digitale ingang | ![]() | |
| 12 DI 2 | ||||
| 14 DI 3 | ||||
| 15 GND | ||||
| Alle klemmen (behalve netklemmen) mogen alleen worden aangesloten op spanningen die 16 Vrms en 22,6 Vpiek of 35 VDC niet overschrijden. | ||||
| 3C | A RS485 A | GENIbus (intern)(Bevestig de afscherming met een kabelklem.) | ![]() | |
| A RS485 A | ||||
| Y RS485 GND* | ||||
| Y RS485 GND* | ||||
| B RS485 B | ||||
| B RS485 B | ||||
| ± | Functionele aarding | |||
* GND is geïsoleerd van andere aardverbindingen.
| Pos. Klem Aanduiding Gegevens Diagram | |||
| 4A | 30 PTC 1 | Ingang voor PTC-sensor of thermische schakelaar | ![]() |
| 32 PTC 2 | |||
| 34 PTC 3 | |||
| 35 GND, PTC | |||
| Maak doorverbindingen wanneer geen PTC-sensor of thermische schakelaar aangesloten is. | |||
| Alle klemmen (behalve netklemmen) mogen alleen worden aangesloten op spanningen die 16 Vrms en 22,6 Vpiek of 35 VDC niet overschrijden. | |||
| 3B** | 16 DI 4 Digitale ingang | ![]() | |
| 17 GND | |||
| 18 AO 4 Analoge uitgang, 0-10 V | |||
| 20 DI 5 Digitale ingang | |||
| 21 GND | |||
| 22 AO 5 Analoge uitgang, 0-10 V | |||
| 24 DI 6 Digitale ingang | |||
| 25 GND | |||
| 26 AO 6 Analoge uitgang | |||
| 42 DI 7 | Digitale ingang44 DI 8 | ||
| 46 DI 9 | |||
| 47 GND | |||
| 4B** | 36 PTC 4 | Ingang voor PTC-sensor of thermische schakelaar | ![]() |
| 38 PTC 5 | |||
| 40 PTC 6 | |||
| 41 GND, PTC | |||
| Maak doorverbindingen wanneer geen PTC-sensor of thermische schakelaar aangesloten is. | |||
| Alle klemmen (behalve netklemmen) mogen alleen worden aangesloten op spanningen die 16 Vrms en 22,6 Vpiek of 35 VDC niet overschrijden. | |||
| 5** | 82 DO 4 NO | Relaiscontact | ![]() |
| 83 DO 4 C | |||
| 83 DO 4 C | |||
| 84 DO 5 NO | |||
| 85 DO 5 C | |||
| 85 DO 5 C | |||
| 86 DO 6 NO | |||
| 87 DO 6 C | |||
| 87 DO 6 C | |||
| 88 DO 7 NO | |||
| 89 DO 7 C | |||
** Alleen IO 351 B.
9. GENIbus
CU 351 en IO 351 en E-pompen communiceren door middel van GENIbus.
10. Service
De IO 351 kan niet worden geserviced. Als de module defect is, dient deze te worden vervangen. Zie 12. Vervangen van de IO 351.
11. Onderhoud
De IO 351 is onderhoudsvrij tijdens normaal gebruik en bedrijf. De IO 351 mag alleen worden gereinigd met een stofvrije doek.
12. Vervangen van de IO 351
- Schakel de elektriciteitstoevoer naar de IO 351 uit.
- Schakel de elektriciteitstoevoer naar componenten met externe toevoer uit.
- Markeer de afzonderlijke geleiders met de nummers van de overeenkomstige klemmen.
- Koppel alle geleiders af.
- Trek de vergrendellipjes los van de rail, zie afb.
- De module kan nu van de rail worden getild.
- Monteer de nieuwe IO 351, zie 3.4 Montage.

TM03 1133 1105
Afb. 9 Vergrendellipjes voor de rail
13. Afmetingen

text_image
91 77 91 161 84.4 144 132 137 10 mm 20 mm TM03 1129 1105Afb. 10 Maatweergave
14. Afvalverwijdering
Dit product, of onderdelen van dit product dienen op een milieuvriendelijke manier afgevoerd te worden:
- Breng het naar het gemeentelijke afvaldepot.
- Wanneer dit niet mogelijk is, neemt u dan contact op met uw Grundfos leverancier.

Het doorkruiste symbool van een afvalbak op een product betekent dat het gescheiden van het normale huishoudelijke afval moet worden verwerkt en afgevoerd. Als een product dat met dit symbool is gemarkeerd het einde van de
levensduur heeft bereikt, brengt u het naar een inza- melpunt dat hiertoe is aangewezen door de plaatse- lijke afvalverwerkingsautoriteiten. De gescheiden inzameling en recycling van dergelijke producten helpt het milieu en de menselijke gezondheid te beschermen.
3.2 Grad de protectie
Protectie la scurt-circuit:
NL: EU-conformiteitsverklaring
Wij, Grundfos, verklaren geheel onder eigen verantwoordelijkheid dat product IO351, waarop de onderstaande verklaring betrekking heeft, in overeenstemming is met de onderstaande Richtlijnen van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgeving van de EU-lidstaten.








