HUSQVARNA CL400i - Robot grasmaaier

CL400i - Robot grasmaaier HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis CL400i HUSQVARNA in PDF-formaat.

📄 444 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice HUSQVARNA CL400i - page 259

Gebruikersvragen over CL400i HUSQVARNA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Robot grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CL400i - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CL400i van het merk HUSQVARNA.

GEBRUIKSAANWIJZING CL400i HUSQVARNA

9. Veiligheidssleutel

Symbolen op het product (Fig. 2) WAARSCHUWING (Fig. 3) Waarschuwing: Draaiende delen. Houd handen en voeten uit de buurt. (Fig. 4) Kijk uit voor weggeslingerde en afgeketste voorwerpen. (Fig. 5) Lees de instructies. (Fig. 6) Houd personen en dieren op veilige afstand van het werkgebied. (Fig. 7) Gevaar voor oogletsel bij omstanders. (Fig. 8) Stel het product niet bloot aan regen. (Fig. 9) Draag een veiligheidsbril. (Fig. 10) Stand-by-modus (zwarte knop). (Fig. 10) De motor starten en stoppen (rode knop). (Fig. 11) Het product of de verpakking ervan is geen huishoudelijk afval. Lever het in bij een recyclepunt voor elektrische en elektronische apparatuur. (Fig. 12) Het product voldoet aan de geldende EG- richtlijnen. (Fig. 13) Dit product voldoet aan de geldende VK- regelgeving. (Fig. 14) Geluidsemissies naar het omgevingslabel volgens de richtlijnen en voorschriften van de EU en het VK en de wetgeving van Nieuw-Zuid-Wales "Protection of the Environment Operations (Noise Control) Regulation 2017". Het gegarandeerde geluidsvermogensniveau van het product staat vermeld in Technische gegevens op pagina 272 en op het label. (Fig. 15) Het product is druppeldicht. Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor bepaalde markten. Schade aan het product We zijn niet verantwoordelijk voor schade aan ons product als:

  • het product niet goed is gerepareerd.
  • het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant. 1698 - 004 - 04.12.2023 259• het product een accessoire bevat dat niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
  • het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit. Veiligheid Veiligheidsdefinities Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen worden gebruikt om te wijzen op belangrijke delen van de handleiding. WAARSCHUWING: Wordt gebruikt om te wijzen op de kans op ernstig of fataal letsel voor de gebruiker of omstanders wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. OPGELET: Wordt gebruikt indien er een risico bestaat op schade aan het product en andere eigendommen of aan de omgeving wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. Let op: Geven verdere informatie die nodig is in een bepaalde situatie. Algemene productveiligheidswaarschuwingen WAARSCHUWING: Lees alle veiligheidswaarschuwingen, instructies, illustraties en specificaties die worden meegeleverd met dit product. Het niet opvolgen van ieder van de onderstaande instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies voor later gebruik. De term "product" in de waarschuwingen verwijst zowel naar producten die op het lichtnet (met snoer) werken als producten die met een accu (snoerloos) werken. Veiligheid van het werkgebied
  • Zorg ervoor dat de werkplek schoon en goed verlicht is. In rommelige of donkere gebieden gebeuren eerder ongelukken.
  • Gebruik het product niet in een explosiegevaarlijke omgeving, bijv. in de buurt van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. Het product creëert vonken waardoor het stof of de dampen kunnen ontbranden.
  • Houd kinderen en omstanders op afstand wanneer u het product gebruikt. U kunt de controle over het apparaat verliezen als u afgeleid wordt. Elektrische veiligheid
  • Productstekkers moeten geschikt zijn voor het betreffende stopcontact. Wijzig nooit de stekker. Gebruik nooit een adapterstekker in combinatie met geaarde producten. Ongewijzigde stekkers en overeenkomende stopcontacten verkleinen het risico op elektrische schokken.
  • Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken, zoals buizen, radiatoren, fornuizen en koelkasten. Er is een verhoogd risico op elektrische schokken als uw lichaam geaard is.
  • Stel de producten niet bloot aan regen of natte omstandigheden. Water dat in een product binnendringt, verhoogt het risico op elektrische schokken.
  • Gebruik de kabel niet voor oneigenlijke doeleinden. Gebruik de kabel nooit om het product te dragen, te trekken of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van warmte, olie, scherpe randen en bewegende onderdelen. Beschadigde of in de knoop geraakte kabels verhogen het risico op elektrische schokken.
  • Gebruik een verlengkabel die geschikt is voor gebruik buitenshuis wanneer u buiten werkt met een product. Het gebruik van een kabel die geschikt is voor gebruik buitenshuis, vermindert het risico op elektrische schokken.
  • Als gebruik van een product in een vochtige omgeving onvermijdelijk is, gebruik dan een netvoeding met aardlekschakelaar (RCD). Gebruik van een RCD vermindert het risico op elektrische schokken. Persoonlijke veiligheid
  • Wees altijd alert, kijk wat u doet en gebruik uw gezonde verstand wanneer u het product gebruikt. Gebruik het product niet als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicijnen. Eén moment van onoplettendheid tijdens het gebruik van producten kan ernstig lichamelijk letsel tot gevolg hebben.
  • Maak altijd gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd oogbescherming. Beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, veiligheidsschoenen met antislipprofiel, een veiligheidshelm of gehoorbescherming in relevante werkomstandigheden beperken letsel.
  • Voorkom een onbedoelde start. Zorg ervoor dat de schakelaar in de stand OFF staat voordat u het product aansluit op een spanningsbron en/of accupack, oppakt of draagt. Het dragen van producten met uw vinger op de schakelaar of het onder spanning zetten van producten waarvan de

1698 - 004 - 04.12.2023schakelaar op aan staat, kan makkelijk leiden tot ongelukken.

  • Verwijder eventuele (instel)sleutels voordat u het product inschakelt. Een sleutel die is bevestigd aan een draaiend onderdeel van het product kan persoonlijk letsel tot gevolg hebben.
  • Voorkom overstrekken. Zorg dat u te allen tijde stevig en in balans staat. Hierdoor hebt u een betere controle over het product in onverwachte situaties.
  • Draag geschikte kleding. Draag geen losse kleding of sieraden. Houd uw haar en kleding uit de buurt van bewegende onderdelen. Losse kleding, sieraden of lang haar kunnen verstrikt raken in bewegende onderdelen.
  • Als de mogelijkheid bestaat voor het opvangen van stof moet u ervoor zorgen dat deze is aangesloten en op de juiste wijze wordt gebruikt. Het gebruik van stofopvang kan stofgerelateerde gevaren beperken.
  • Laat de vertrouwdheid met de door u gebruikte producten door het frequente gebruik ervan niet toe leiden dat u de veiligheidsprincipes negeert. Een onzorgvuldige handeling kan binnen een fractie van een seconde leiden tot ernstig letsel. Gebruik en onderhoud van het product
  • Forceer het product niet. Gebruik het juiste product voor de toepassing. Het juiste product voert de werkzaamheden waarvoor het is ontworpen beter en veiliger uit.
  • Gebruik het product niet als de On/Off-schakelaar niet werkt. Producten die niet bediend kunnen worden met de schakelaar zijn gevaarlijk en moeten gerepareerd worden.
  • Haal de stekker uit het stopcontact en/of verwijder het accupack, indien verwijderbaar, van het product voordat u aanpassingen maakt, accessoires verwisselt of producten opbergt. Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verlagen het risico op het onbedoeld starten van het product.
  • Berg producten die u niet nodig hebt op buiten het bereik van kinderen en laat personen die onbekend zijn met het product of deze instructies niet werken met het product. Producten zijn gevaarlijk in handen van ongetrainde gebruikers.
  • Onderhoud de producten en de accessoires. Controleer het apparaat op verkeerde uitlijning of bevestiging van bewegende onderdelen, breuk van onderdelen en andere condities die de werking van het product negatief kunnen beïnvloeden. Als het product is beschadigd, moet u het laten repareren voordat u het gebruikt. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhouden producten.
  • Houd snijgereedschappen scherp en schoon. Goed onderhouden snijgereedschappen met scherpe snijranden zullen minder gauw vastlopen en zijn eenvoudiger onder controle te houden.
  • Gebruik het product, de accessoires, gereedschapsbits en dergelijke in overeenstemming met deze instructies en houd hierbij rekening met de werkomstandigheden en het type klus dat moet worden uitgevoerd. Als u het product voor andere toepassingen gebruikt dan waarvoor het is bedoeld, kan er een gevaarlijke situatie ontstaan.
  • Houd de handgrepen en grijpoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als handgrepen en grijpoppervlakken glad zijn, kan dit ervoor zorgen dat het product in onverwachte situaties niet veilig kan worden gehanteerd en bediend. Service
  • Laat uw product onderhouden door een gekwalificeerde onderhoudsmonteur met gebruikmaking van uitsluitend identieke vervangende onderdelen. Hierdoor blijft de veiligheid van het product gehandhaafd.
  • Voer nooit onderhoud uit aan beschadigde accupacks. Onderhoud aan accupacks mag alleen worden uitgevoerd door de fabrikant of geautoriseerde dienstverleners. Gebruik en onderhoud van gereedschap met accu
  • Laad het gereedschap alleen op met de lader die door de fabrikant is gespecificeerd. Een lader die voor een bepaald type accu geschikt is, kan een risico op brand creëren als de lader met een andere accu wordt gebruikt.
  • Gebruik producten enkel met de specifiek hiervoor bedoelde accupacks. Als er andere accupacks worden gebruikt, bestaat er risico op letsel en brand.
  • Als het accupack niet gebruikt wordt, houd hem dan uit de buurt van andere metalen voorwerpen, zoals paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een verbinding tussen de twee klemmen kunnen maken. Als er kortsluiting tussen de accuaansluitingen ontstaat, kunnen er brandwonden of brand ontstaan.
  • Als het accupack verkeerd wordt gebruikt, kan er vloeistof uit de accu komen; zorg dat u deze niet aanraakt. Als u per ongeluk in contact komt met de vloeistof, afspoelen met water. Als er vloeistof in de ogen komt dient u medische hulp in te roepen. Vloeistof die uit accu's loopt, kan irritatie of brandwonden veroorzaken.
  • Gebruik geen accupack of product dat beschadigd of gewijzigd is. Beschadigde of aangepaste accu's kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen, wat kan leiden tot brand, explosies of letsel.
  • Stel het accupack of product niet bloot aan vuur of hoge temperaturen. Blootstelling aan vuur of temperaturen hoger dan 130 °C kan een explosie veroorzaken.
  • Volg alle oplaadinstructies op en laad de accu of het product niet op bij temperaturen die buiten het in de instructies gespecificeerde bereik vallen. Door onjuist opladen of opladen bij temperaturen die buiten het gespecificeerde bereik liggen, kan de accu beschadigd raken en neemt het risico op brand toe. 1698 - 004 - 04.12.2023 261Algemene veiligheidsinstructies WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Dit product is gevaarlijk als het verkeerd wordt gebruikt, of als u niet voorzichtig bent. Letsel of overlijden kunnen het gevolg zijn als u de veiligheidsvoorschriften negeert.
  • Dit product produceert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met een medisch implantaat aan om contact op te nemen met hun arts en de fabrikant van het medische implantaat alvorens dit product te gaan gebruiken.
  • Wees altijd voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Als u niet zeker weet hoe u het product moet bedienen in een bepaalde situatie, stop dan en informeer bij uw Husqvarna dealer voordat u verdergaat.
  • Denk erom dat de bediener of gebruiker verantwoordelijk is voor ongelukken of beschadigingen aan eigendommen.
  • Houd het product schoon. Zorg ervoor dat u de aanduidingen en stickers duidelijk kunt lezen.
  • Laat kinderen of mensen die niet bekend zijn met deze gebruiksaanwijzing het apparaat niet gebruiken. Er kunnen plaatselijke regels zijn met betrekking tot de minimumleeftijd voor het bedienen van dit apparaat.
  • Houd personen met een lichamelijke of geestelijke beperking die het product gebruiken, altijd in de gaten. Er moet te allen tijde een verantwoordelijke volwassene aanwezig zijn.
  • Gebruik het product nooit als u moe of ziek bent, of onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen verkeert. Dit heeft een negatief effect op uw visie, alertheid, coördinatie en oordeel.
  • Gebruik het product niet als het beschadigd is of niet correct werkt.
  • Wijzig dit product niet of gebruik het niet als het door anderen kan zijn gewijzigd. Werkveiligheid WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Gebruik het product om de begrenzingsdraad en geleidingsdraad voor robotmaaiers in de grond te plaatsen. Gebruik het product niet voor andere taken.
  • Maak altijd gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Zie Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 263
  • Zorg ervoor dat u weet hoe u de motor in een noodsituatie snel kunt stoppen.
  • Gebruik het product niet in regen of natte omstandigheden. Het risico van een elektrische schok neemt toe als water het product binnendringt.
  • Gebruik dit product alleen als de boor en alle afdekkingen correct zijn bevestigd. Een verkeerd bevestigde boor kan losraken en letsel veroorzaken.
  • Verwijder objecten zoals takken, twijgen en stenen uit het werkgebied voordat u het product gaat gebruiken.
  • Objecten die tegen de kabelleguitrusting aankomen, kunnen worden uitgeworpen en schade veroorzaken aan personen en objecten. Houd omstanders en dieren op veilige afstand van het product.
  • Gebruik het product nooit in slechte weersomstandigheden zoals mist, regen, sterke wind, hevige kou of als er gevaar is voor blikseminslag. Het gebruik van dit product bij slecht weer of op vochtige of natte plaatsen is vermoeiend. Slecht weer kan leiden tot gevaarlijke situaties zoals gladde ondergronden.
  • Kijk uit voor personen, objecten en situaties die een veilig gebruik van het product kunnen verhinderen.
  • Kijk uit voor obstakels zoals wortels, stenen, takjes, kuilen en greppels. Obstakels kunnen moeilijk te zien zijn door hoog gras.
  • Gebruik het product niet op een helling van meer dan 15°.
  • Ga uiterst behoedzaam te werk wanneer u van richting verandert op hellingen. Gebruik het product dwars over het oppervlak van hellingen. Ga niet van boven naar beneden.
  • Wees voorzichtig wanneer u in de buurt komt van onoverzichtelijke bochten en voorwerpen die uw zicht kunnen belemmeren.
  • Zorg ervoor dat de boor geen voorwerpen raakt, zoals stenen en wortels. Hierdoor kan de boor beschadigd raken en de motoras verbuigen. Een gebogen motoras veroorzaakt zware trillingen en een zeer groot risico dat de boor losraakt.
  • Stop het product onmiddellijk als de boor een voorwerp raakt of als zich trillingen voordoen. Stop de motor, trek de veiligheidssleutel omhoog en verwijder de accu. Wacht tot de bewegende delen stoppen. Controleer het product op schade. Zet loszittende delen vast. Repareer en vervang beschadigde onderdelen. Laat reparatie aan de gazonmaaier uitvoeren door een erkende servicewerkplaats.
  • Bevestig de boorbedrijfhendel niet permanent aan de handgreep wanneer de motor wordt gestart.
  • Plaats het product op een stabiele, vlakke ondergrond en start het.
  • Blijf altijd achter het product wanneer u het gebruikt.

1698 - 004 - 04.12.2023• Zorg dat alle wielen op de grond blijven en houd 2 handen op de handgreep tijdens de bediening van het product.

  • Houd uw handen en voeten uit de buurt van de roterende boor.
  • Til het product niet op als u de motor start of tijdens het bedrijf van het product.
  • Wees voorzichtig wanneer u het product naar achteren trekt.
  • Til het product niet op terwijl de motor draait. Als u het product moet optillen, zet dan eerst de motor uit, trek de veiligheidssleutel omhoog en verwijder de accu.
  • Loop niet achteruit wanneer u het product bedient.
  • Laat de boorbedrijfhendel los om de boor te stoppen als het product moet worden opgetild voor transport.
  • Loop niet hard met het product wanneer de motor is ingeschakeld. Loop altijd rustig wanneer u het product bedient.
  • Zet de motor uit voordat u de kabellegdiepte wijzigt. Voer geen afstellingen uit terwijl de motor draait.
  • Houd altijd toezicht op het product wanneer de motor is gestart. Schakel de motor uit en zorg ervoor dat de boor niet draait.
  • De trillingen in het product tijdens het bedrijf kunnen anders zijn dan de opgegeven trillingswaarde in Technische gegevens op pagina 272 . Het verschil wordt veroorzaakt door variaties in productgebruik. Als u het product regelmatig of gedurende langere tijd gebruikt, moet u regelmatig onderbrekingen inlassen om letsel door trillingen te voorkomen. Veiligheidsinstructies voor bediening Lees de volgende instructies voordat u het product gebruikt.
  • Zorg ervoor dat de kabel op de kabelgeleiding niet beschadigd is.
  • Zorg ervoor dat de buis in de invoerrib niet beschadigd is. Vervang de buis als deze is versleten of beschadigd. (Fig. 16)
  • Controleer of de rand rond het gat niet scherp of beschadigd is. Vervang de kabelgeleider als deze beschadigd is.
  • Controleer of alle schroeven goed vastgedraaid zijn.
  • Zorg ervoor dat alle hendels in de neutrale stand staan. Persoonlijke beschermingsuitrusting WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Persoonlijke beschermingsuitrusting kunnen niet alle risico’s uitsluiten maar kunnen de ernst van eventueel letsel helpen beperken. Vraag uw dealer u te helpen bij het kiezen van de juiste beschermingsmiddelen.
  • Gebruik zware antisliplaarzen of -schoenen. Draag geen open schoenen en loop niet op blote voeten.
  • Draag een lange broek van stevige stof.
  • Draag zo nodig beschermende handschoenen, bijvoorbeeld bij het monteren, inspecteren of reinigen van de kabelleguitrusting.
  • Wij adviseren om gehoorbescherming te dragen. Veiligheidsvoorzieningen op het product WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Gebruik geen producten met veiligheidsvoorzieningen die beschadigd zijn of niet correct werken.
  • Verwijder geen veiligheidsvoorzieningen en voer er geen veranderingen aan uit.
  • Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig op een juiste werking. Als de veiligheidsvoorzieningen beschadigd zijn of niet goed werken, neem dan contact op met uw Husqvarna-servicewerkplaats. Veiligheidssleutel De veiligheidssleutel bevindt zich onder het accudeksel. De veiligheidssleutel zorgt voor verbinding met de accu die de motor van voeding voorziet. De veiligheidssleutel controleren De veiligheidssleutel zorgt voor verbinding met de accu die de motor van voeding voorziet.
  • Start en stop de motor. Als de veiligheidssleutel naar behoren werkt, kan de motor alleen worden gestart wanneer de sleutel in de veiligheidsvergrendeling zit. Boorbedrijfhendel De boorbedrijfhendel stopt de boor. Wanneer de boorbedrijfhendel wordt losgelaten, stopt de boor. Voor een inspectie van de boorbedrijfhendel start u de motor en laat u de boorbedrijfhendel los. Als de boor niet binnen 3 seconden stopt, neem dan contact op met een erkende Husqvarna-servicewerkplaats. (Fig. 17) Veiligheid bij accu's WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Gebruik uitsluitend oplaadbare batterijen van Husqvarna als voedingsbron voor gerelateerde producten van Husqvarna. Gebruik de accu niet als 1698 - 004 - 04.12.2023 263voedingsbron voor andere apparaten, om letsel te voorkomen.
  • Gebruik geen niet-oplaadbare accu's.
  • Risico van elektrische schok. Breng de accuklemmen niet in contact met sleutels, munten, schroeven of ander metaal. Dit kan kortsluiting van de accu veroorzaken.
  • Plaats geen voorwerpen in de luchtspleten van de accu.
  • Bescherm de accu tegen direct zonlicht, warmte of open vuur. De accu kan exploderen en brandwonden en/of chemische brandwonden veroorzaken.
  • Bescherm de accu tegen regen en vocht.
  • Houd de accu uit de buurt van magnetrons en hoge druk.
  • Probeer de accu niet te demonteren of te slopen.
  • Als er een accu lekt, zorg er dan voor dat de vloeistof niet in aanraking komt met uw huid of ogen. Als u in aanraking bent gekomen met de vloeistof, reinig het oppervlak dan met een ruime hoeveelheid water en raadpleeg een arts.
  • Gebruik de accu in het product enkel bij omgevingstemperaturen tussen 5 en 40 °C.
  • Gebruik de acculader enkel bij omgevingstemperaturen tussen 5 en 40 °C.
  • De accu wordt niet opgeladen als de temperatuur van de accu hoger is dan 50 °C.
  • Reinig de accu of acculader nooit met water. Raadpleeg Accu en acculader reinigen op pagina
  • Gebruik geen beschadigde accu.
  • Sla accu's op uit de buurt van metalen voorwerpen, bijvoorbeeld spijkers, munten en sieraden. Veiligheidsvoorschriften voor acculader WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Gebruik de QC-acculaders uitsluitend om vervangende accu's van Husqvarna op te laden.
  • Gevaar voor elektrische schokken en kortsluiting. Plaats geen voorwerpen in de luchtspleten van de lader. Probeer de acculader niet te demonteren. Verbind de laadcontacten niet met metalen objecten. Gebruik een goedgekeurde wandcontactdoos.
  • Dit product produceert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of fataal letsel te beperken, raden we personen met een medisch implantaat aan om contact op te nemen met hun arts en de fabrikant van het medische implantaat voordat ze dit product gaan bedienen.
  • Controleer regelmatig of de voedingskabel van de acculader niet beschadigd of gescheurd is.
  • Til de acculader niet op aan de voedingskabel. Trek aan de stekker om de acculader uit de wandcontactdoos te halen. Trek niet aan de voedingskabel.
  • Houd de voedingskabel en de verlengsnoeren uit de buurt van water, olie en scherpe randen. Let op dat de kabel niet bekneld raakt tussen deuren, hekken e.d. Anders kan de lader onder spanning komen te staan.
  • Reinig de acculader nooit met water.
  • De acculader kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en ouder en andere personen die ondanks hun fysieke, sensorische of geestelijke handicap of gebrek aan ervaring en kennis onder toezicht of instructie van een verantwoordelijke persoon in staat zijn veilig gebruik te maken van de acculader en op de hoogte zijn van alle gevaren. Kinderen mogen niet spelen met de acculader. Kinderen mogen het apparaat niet zonder toezicht reinigen of onderhouden.
  • Laad niet-oplaadbare accu's niet op in de acculader.
  • Gebruik de acculader niet in de buurt van brandbare materialen of materialen die corrosie kunnen veroorzaken. Dek de acculader niet af. Haal de stekker van de acculader uit de wandcontactdoos bij rookontwikkeling of brand.
  • Gebruik geen beschadigde acculader.
  • De accu mag alleen binnenshuis worden opgeladen op een plek met voldoende ventilatie en zonder direct zonlicht. Laad de accu niet op in vochtige omstandigheden. Veiligheidsinstructies voor onderhoud WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Verwijder de veiligheidssleutel voordat u onderhoud aan het product uitvoert.
  • Voer de onderhoudswerkzaamheden naar behoren uit om de levensduur van het product te verlengen en het risico op ongevallen te verlagen. Laat professionele reparaties uitvoeren door een erkende servicewerkplaats. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde servicewerkplaats voor meer informatie.
  • Voer alleen onderhoudswerkzaamheden uit zoals beschreven in deze bedieningshandleiding.
  • Draag handschoenen voor zwaar gebruik wanneer u de kabelleguitrusting aanraakt.
  • Houd het product schoon voor optimale prestaties en veiligheid.
  • Laat het product regelmatig controleren door uw servicewerkplaats en laat noodzakelijke aanpassingen en reparaties uitvoeren.
  • Vervang beschadigde, versleten of defecte onderdelen.

1698 - 004 - 04.12.2023• Volg de instructies voor het vervangen vanaccessoires. Gebruik alleen accessoires van defabrikant.• Houd het product, de accu en de acculader,wanneer deze niet in gebruik zijn, apart in eendroge, afgesloten locatie binnenshuis. Zorg datkinderen en niet-geautoriseerde personen geentoegang hebben tot het product, de accu of deacculader. Montage Inleiding WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen enbegrepen voordat u het apparaat monteert. De boor installeren

1. Plaats de boor (A) in de boorkop (B) en installeer delange schroef (C). (Fig. 18)

Let op: Een inbussleutel van 6 mm is nodig om de boor te installeren.2. Monteer de boorkop op de as (D) met de korteschroef (E).3. Draai de schroeven vast. De kabel installeren De kabel heeft een kabelopwindmechanisme metkoppeling dat verwijderd kan worden.1. Plaats de kabel op het kabelopwindmechanisme.Gebruik de knop om het kabelopwindmechanismerechtsom te draaien. Let op: De kabel moet rechtsom op het kabelopwindmechanisme worden geïnstalleerd,zodat deze soepel wordt afgewikkeld tijdens bedrijf.(Fig. 19)2. Duw de kabel in de buis in de invoerrib (A) tot dekabel ca. 5 cm uit de onderkant (B) komt. (Fig. 20) Het kabelopwindmechanisme installeren en verwijderen 1. Draai de knop (A) los. (Fig. 21)2. Verwijder de houder (B).3. Verwijder het kabelopwindmechanisme (C).4. Installeer het kabelopwindmechanisme (D). Gebruikde adapter indien nodig. (Fig. 22)5. Monteer de houder (E) en draai de knop (F) vast. Werking Inleiding WAARSCHUWING: Voordat u het product gaat gebruiken, dient u hethoofdstuk over veiligheid te lezen en hebbenbegrepen. Husqvarna Fleet Services

Husqvarna Fleet Services is een cloudoplossing diede gebruiker een overzicht geeft van alle verbondenproducten. Op dit product kan een Husqvarna FleetServices -sensor worden geïnstalleerd. De HusqvarnaFleet Services -sensor verzamelt gegevens over hetproduct en maakt verbinding met het HusqvarnaFleet Services -systeem mogelijk. Het Husqvarna FleetServices -systeem meldt gegevens zoals gebruikstijd,onderhoudsintervallen en locatie van het product.Voor meer informatie over Husqvarna Fleet Services

download de Husqvarna Fleet Services -app of neemcontact op met uw Husqvarna-vertegenwoordiger. De sensor (accessoire) voorbereiden 1. Gebruik de sensorsleutel om het deksel van desensor te openen. (Fig. 23)2. Verwijder de sensor.3. Bevestig de accu op de sensor. De led van desensor gaat branden. (Fig. 24)4. Download de Husqvarna Fleet Services -app.5. Meld u aan bij de Husqvarna Fleet Services -app.6. Koppel het product. Zie De app en het product koppelen op pagina 265 De app en het product koppelen

1. Meld u aan bij de Husqvarna Fleet Services

-app.2. Selecteer uw product in de app.3. Scan de code achter de sensor met uw mobieleapparaat om de sensor in de app te installeren. Let op: U hoeft de app en het product slechts eenmaal te koppelen. De sensor monteren

1. Zorg ervoor dat de sensor goed is verbonden met deHusqvarna Fleet Services

-app. Zie De app en het product koppelen op pagina 265

2. Boor 2 gaten door de markeringen in de sleuf van debehuizing. (Fig. 25)1698 - 004 - 04.12.2023 265Let op: Zorg ervoor dat de gaten dezelfde afmeting hebben als de klinknagels die bij de sensor zijn geleverd.

3. Gebruik een tang om de buitenste gaten in de

sensorsleuf te verwijderen. (Fig. 26)

4. Boor 2 gaten door de markeringen in de sensorsleuf.

5. Lijn de sensorsleuf uit met de sleuf in de behuizing.

6. Bevestig de sensorsleuf met de klinknagels.

7. Breng de sensor aan in de sensorsleuf. Lijn de witte

markering op de sensor uit met de markering op de sensorsleuf. (Fig. 29)

8. Sluit het deksel van de sensor en vergrendel

het met de sensorsleutel. Zorg ervoor dat de bovenkant van de "H" van Husqvarna niet richting de veiligheidssleutel wijst. (Fig. 30) Accu WAARSCHUWING: Voordat u het product gebruikt, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen. Zorg er ook voor dat u de bedieningshandleiding bij de accu en de acculader hebt gelezen en begrepen. Houd de accu en de acculader in de correcte omgevingstemperaturen. Omgevingstemperatuur Accu gebruiken 5 °C – 40 °C Accu laden 5 °C – 40 °C Accustatus Het display geeft de resterende accucapaciteit aan en geeft aan of er problemen zijn met de accu. De accucapaciteit wordt gedurende 5 seconden nadat het product is uitgeschakeld, weergegeven na het indrukken van de accu-indicatorknop. Het waarschuwingssymbool op de accu gaat branden als er een fout is opgetreden. Zie Accu op pagina 270

(Fig. 31) LED-lampjes Accustatus Alle leds branden Volledig opgeladen (75‐ 100%) Led 1, led 2, led 3 bran- den De accu is 50%‐75% op- geladen Led 1, led 2 branden De accu is 25%‐50% op- geladen LED-lampjes Accustatus Led 1 brandt De accu is 0%‐25% opge- laden. LED 1 knippert De accu is leeg. Laad de accu op. De accu opladen Laad de accu voor het eerste gebruik op. De accu is slechts 30% opgeladen wanneer deze aan de klant wordt geleverd. Let op: De acculader moet worden aangesloten op de spanning en frequentie die overeenkomen met de specificaties op het productplaatje. De accu wordt niet opgeladen als de accutemperatuur hoger is dan 50°C. De acculader verlaagt de temperatuur van de accu voordat deze begint te laden.

1. Sluit een uiteinde van de voedingskabel voor de

acculader aan op de aansluiting van de acculader.

2. Sluit het andere uiteinde van de voedingskabel van

de acculader aan op een geaarde wandcontactdoos. De LED op de acculader licht eenmaal groen op. (Fig. 32)

3. Plaats de accu in de acculader. Het groene lampje

op de lader gaat branden wanneer de accu correct is aangesloten op de acculader. (Fig. 33)

4. Wanneer alle LED's op de accu branden, is de accu

volledig opgeladen. Laad de accu max. 24 uur op.

5. Om de acculader uit de wandcontactdoos los te

koppelen, dient u aan de stekker, niet aan de kabel te trekken.

6. Haal de accu uit de acculader.

Acculaadstatus Een Li-ionaccu van Husqvarna kan worden opgeladen en gebruikt bij alle laadniveaus. De accu wordt niet beschadigd. Een volledig opgeladen accu zal geen lading verliezen, zelfs niet wanneer de accu in de lader blijft staan. LED-display Laadstatus LED 1 knippert 0%-25% Led 1 brandt, led 2 knip- pert 25%-50% Led 1 en led 2 branden, led 3 knippert 50%-75% Led 1, led 2 en led 3 bran- den, led 4 knippert 75%-100% Led 1, led 2, led 3, led 4 branden Volledig opgeladen 266 1698 - 004 - 04.12.2023Voordat u het product gebruikt

1. Besproei in de zomer of bij droge grond de grond de

dag voor de werkzaamheden.

2. Zorg ervoor dat dieren zich op minimaal 20 meter

van het product bevinden.

3. Plaats de kabel op het kabelopwindmechanisme. Zie

De kabel installeren op pagina 265

4. De kabellegdiepte afstellen. Zie

De kabellegdiepte afstellen op pagina 267

5. Sluit het uiteinde van de kabel op een kram aan.

1. Kantel de handgreep naar de zijkant. Raadpleeg

2. Open het accudeksel.

3. Plaats een opgeladen accu in accusleuf 1 onder het

accudeksel. Plaats een tweede opgeladen accu in accusleuf 2 voor een langere bedrijfstijd.

4. Koppel de veiligheidssleutel los van de houder van

de veiligheidssleutel.

6. Blijf achter het product.

7. Druk op de stand-by-knop (A) op het

bedieningspaneel. Het stand-by-lampje (B) wordt ingeschakeld. (Fig. 35)

8. Druk op de start/stop-knop (C) totdat deze ingedrukt

blijft. De motor wordt gestart. OPGELET: Gebruik het product niet als het waarschuwingslampje (D) rood knippert.

9. Duw de boorbedrijfhendel in de richting van de

handgreep om de boor in te schakelen. (Fig. 36) De aandrijving op de wielen gebruiken

  • Trek de aandrijfregelhendel (A) in de richting van de handgreep om de aandrijving op de wielen in te schakelen. (Fig. 37)
  • Laat de aandrijfregelhendel los om de aandrijving op de wielen uit te schakelen. De kabellegdiepte afstellen

1. Draai de knop (A) los. (Fig. 38)

2. Stel het steunwiel (B) af op de noodzakelijke

kabellegdiepte en draai de knop vast. Let op: De getallen (C) aan de zijkant van de steunwielbuis laten de kabellegdiepte in cm zien. De kabellegdiepte kan worden aangepast tussen 1-6 cm. De hoogte van het stuur aanpassen De hoogte van de handgreep is in 5 posities verstelbaar.

1. Draai de hendel (A) linksom om deze los te maken

en de knop (B) te verwijderen. (Fig. 39)

2. Pas de hoogte van de handgreep aan en installeer

de knop in het gat van de dichtstbijzijnde positie.

3. Draai de hendel rechtsom om deze vast te draaien.

De handgreep kantelen U kunt de handgreep kantelen om te voorkomen dat u wordt geraakt door voorwerpen tijdens gebruik. De handgreep kan in 4 posities aan de rechterkant en 4 posities aan de linkerkant worden gekanteld.

1. Trek de kantelhendel van de handgreep (A) in

de richting van de handgreep en houd deze vast. De kantelhendel van de handgreep bevindt zich linksonder op de handgreep. (Fig. 40)

2. Kantel de handgreep naar 1 van de 4 posities aan

de linker- of rechterkant en laat de kantelhendel van de handgreep los. Zorg ervoor dat de pen die de handgreeppositie vergrendelt zich in 1 van de sleuven bevindt. (Fig. 41) De zwenkfunctie van de invoerrib vergrendelen Om de nauwkeurigheid van de richting te verhogen als u de kabel in lange rechte delen plaatst, kunt u de zwenkfunctie van de invoerrib vergrendelen.

  • Zorg ervoor dat de invoerrib in dezelfde richting als het product staat en haal de hendel aan (A). (Fig. 42) De kabelgeleider afstellen Het product is afgesteld voor kabels van 4 mm. Als de kabel een grotere diameter heeft, moet de kabelgeleider worden afgesteld.

De spoorbreedte afstellen De positie van de wielen kan voor verschillende spoorbreedtes worden aangepast. Er zijn 4 aanpassingsgaten in de as aan de linkerkant en 4 aanpassingsgaten in de as aan de rechterkant. De spoorbreedte kan worden afgesteld op 250, 270, 290 of 310 mm vanaf het midden van de boor. (Fig. 44)

1. Trek de pen (A) eruit.

2. Pas de wielen aan de noodzakelijke spoorbreedte

aan. 1698 - 004 - 04.12.2023 2673. Plaats de pen in een van de 4 gaten (B) in de as.

4. Vergrendel de veiligheidsveer.

De werkzaamheden starten Nadat de kabel en boor zijn gemonteerd, moet de gebruiker de kabel op de grond bevestigen.

1. Zet een staak in de grond.

2. Bevestig het gedeelte van de kabel vanaf de

onderkant van het kabelgeleider op de kram. De 2-kabelgeleider gebruiken Als het product zich niet aan de buitenkant van het werkgebied bevindt, moet u 2 kabels tegelijk aansluiten.

1. Plaats 1 kabel langs de gehele omtrek. Zie

afbeelding (A) en (B). (Fig. 45) (Fig. 46)

2. Als u op het punt bent dat in afbeelding (C) wordt

weergegeven, moet u het steunwiel in de hoogste positie plaatsen om de invoerrib vanuit de grond te verwijderen. Bevestig de kabel met een kram en ga boven de grond door met de kabel tot u bij het volgende punt bent. (Fig. 47)

3. Bevestig de kabel met een kram op het punt dat

wordt aangegeven in afbeelding (D). (Fig. 48)

4. Plaats de invoerrib in de correcte kabellegdiepte en

ga door met het leggen van de kabel om het eiland te maken. Zie afbeelding (E). (Fig. 49)

5. Wanneer u het punt bereikt dat wordt aangegeven in

afbeelding (F), verwijdert u de kram en reinigt u de invoerrib. Zie De invoerrib reinigen op pagina 269

7. Schuif de twee kabels tegelijkertijd tot het punt dat

wordt aangegeven in afbeelding (G). Bevestig de 2 kabels aan een kram en haak de tweede kabel los van de kabelgeleider. (Fig. 52)

8. Ga door met het schuiven van de omtrekkabel naar

het punt dat wordt aangegeven in afbeelding (H). (Fig. 53) Product stoppen Het product stopt automatisch als het 3 minuten niet wordt bediend.

1. Laat de aandrijfhendel (A) los om de aandrijving op

de wielen uit te schakelen. (Fig. 37)

3. Druk op de start/stop-knop op het bedieningspaneel.

4. Druk op de stand-by-knop op het bedieningspaneel.

5. Open het accudeksel.

6. Verwijder de veiligheidssleutel uit de

veiligheidsvergrendeling en plaats de sleutel in de houder voor de veiligheidssleutel.

7. Gebruik de schraper om de invoerrib schoon te

maken. Zie De invoerrib reinigen op pagina 269

8. Reinig en smeer de boorkop na elk gebruik. Zie

boorkop reinigen en smeren op pagina 269

Onderhoud Inleiding WAARSCHUWING: Voordat u onderhoud gaat uitvoeren, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen. Voor alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan het product is speciale training nodig. Wij garanderen de beschikbaarheid van professionele reparaties en onderhoud. Zie www.husqvarna.com voor meer gedetailleerde informatie. Onderhoudsschema De onderhoudsintervallen worden berekend op basis van het dagelijks gebruik van het product. De intervallen veranderen als het product niet dagelijks wordt gebruikt. Voor onderhoud dat is gemarkeerd met *, zie Veiligheidsvoorzieningen op het product op pagina 263

Elk ge- bruik Maande- lijks Elk sei- zoen Voer een algemene inspectie uit. X Controleer of de veiligheidsvoorzieningen op het product in orde zijn *. X Inspecteer de boor en de invoerrib. X Inspecteer de boorbedrijfhendel *. X Controleer of de start/stop-knop correct werkt en niet defect is. X 268 1698 - 004 - 04.12.2023Elk ge- bruik Maande- lijks Elk sei- zoen Controleer de accu op beschadigingen. X Controleer het laadniveau van de accu. X Controleer of de ontgrendelknoppen op de accu naar behoren werken en de accu in het product wordt vergrendeld.

Reinig de luchtinlaten op de motor. Zorg ervoor dat er geen gras of vuil op de luchtinlaten zit.

Smeer ongelakte onderdelen. X Smeer onderdelen waar de zinklaag versleten is. X Reinig en smeer de boorkop. X Reinig de invoerrib. X Controleer de acculader op beschadiging en zorg dat deze naar behoren werkt. X Controleer de verbindingen tussen de accu en het product. Controleer ook de verbinding tussen de accu en de acculader.

  • Gebruik de schraper om grond te verwijderen en de invoerrib schoon te maken. (Fig. 54) De invoerrib vervangen

1. Kantel het product naar voren en plaats het

langzaam op de grond.

3. Monteer de nieuwe invoerrib in omgekeerde

volgorde van verwijderen. De boor vervangen

1. Verwijder gras en vuil van het product.

OPGELET: Zorg ervoor dat vuil of andere ongewenste materialen niet in de boor komen tijdens het installatieproces. Let op: Reinig en smeer de behuizing van de boor altijd na gebruik.

2. Verwijder de korte schroef (A) en de boorkop (B) uit

de as (C). (Fig. 56) Let op: Een inbussleutel van 6 mm is nodig om de boor te vervangen.

3. Verwijder de lange schroef (D) en de boor (E) uit de

4. Plaats een nieuwe boor in de boorkop en installeer

De boorkop reinigen en smeren Reinig de boorkop volledig na elk gebruik.

1. Kantel het product naar voren en plaats het

langzaam op de grond.

2. Verwijder gras, vuil en ander ongewenst materiaal

met een zachte borstel.

3. Gebruik perslucht om de kleinere gras- en vuildelen

7. Gebruik perslucht voor het reinigen van het product.

Zorg ervoor dat al het vuil, gras en ander ongewenst materiaal verwijderd zijn.

8. Verwijder indien nodig vuil vet met een geschikt

9. Reinig alle onderdelen met een geschikt oplosmiddel

en smeer elk onderdeel.

10. Breng waterafstotend vet aan op de as. (Fig. 59)

Accu en acculader reinigen WAARSCHUWING: Reinig de accu of acculader nooit met water. 1698 - 004 - 04.12.2023 269WAARSCHUWING: Gebruik nooit chemische middelen om de accu te reinigen.

  • Zorg ervoor dat de accu en de acculader schoon en droog zijn voordat u de accu in de acculader plaatst.
  • Reinig de accupolen met perslucht of gebruik een zachte en droge doek.
  • Reinig de oppervlakken van de accu en de acculader met een zachte en droge doek. Probleemoplossing Probleemoplossing Als u in deze richtlijnen geen oplossing voor uw probleem kunt vinden, neem dan contact op met uw Husqvarna-servicewerkplaats. Probleem Oorzaak De motor start niet. De accu is niet opgeladen. De accu is niet correct geïnstalleerd. De accu is defect. Het bedieningspaneel is defect. De boor draait niet. De riem is versleten. De riem is uit de poelies gekomen. De hendel plaatst onvoldoende spanning op de riem. De boor blijft draaien als de boorbe- drijfhendel is losgelaten. De draad van de boorbedrijfhendel is versleten of beschadigd. Het product werkt niet correct. De boor is versleten of beschadigd. De boor is niet correct geïnstalleerd. Het product beweegt niet wanneer de aandrijfhendel is ingeschakeld. De draad van de aandrijfhendel is versleten of beschadigd. De aandrijfriemen van de transmissie zijn versleten. De ketting is kapot of heeft onvoldoende spanning. De koppelingsplaten in het transmissiehuis zijn versleten. De boorkop kan niet worden verwij- derd. Er zit ongewenst materiaal in de eenheid. Er is roestvorming in het systeem. De isolatie van de kabel in de grond is beschadigd. Het kabeluitlaatgat op de invoerrib is beschadigd. De buis met de kabel die deel uitmaakt van de invoerrib is vuil. Accu LED op de accu Oorzaak Oplossing De groene led knippert. De accuspanning is laag. Laad de accu op. Zie De accu opladen op pagina

270 1698 - 004 - 04.12.2023LED op de accu Oorzaak Oplossing De fout-led knippert. De accu is zwak. Laad de accu op. Zie Accu op pagina 270

De temperatuur in de werkomgeving is te hoog of te laag. Gebruik de accu bij temperaturen tussen -10 °C en 40 °C. Overspanning. Controleer of de netspanning overeenkomt met de spanning die is aangegeven op het typeplaatje op het product. Haal de accu uit de acculader. Wacht 5 seconden en probeer de accu opnieuw op te laden. Indien het probleem zich blijft voordoen, neem dan con- tact op met een erkende servicewerkplaats. De fout-led brandt. Het celverschil is te groot (1 V). Neem contact op met een erkende servicewerk- plaats. Acculader LED op de acculader Oorzaak Oplossing De fout-led knippert. De temperatuur in de werkomge- ving is te hoog of te laag. Gebruik de acculader bij temperaturen tussen 5 °C en 40 °C. De fout-led brandt. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. Bedieningspaneel Foutcode (aantal keer knipperen) Mogelijke fouten Mogelijke procedure 5 Het motortoerental daalt te veel en de motor stopt. Reinig de boorkop en verlaag de kabelleg- diepte. Zie De boorkop reinigen en smeren op pagina 269

De kabellegdiepte afstellen op pagina 267 . Indien de fout zich blijft voor- doen, neemt u contact op met uw erkende servicewerkplaats. 8 De accu is zwak. Laad de accu op. Zie De accu opladen op pagina 266

9 Accufout of geen signaal van de accu. Plaats de accu correct in het product en con- troleer de accuconnector. Zie Accu op pagi- na 270 als de fout-led op de accu knippert. 10 De motorregeling is te warm. Stop de motor en wacht tot hij is afgekoeld. Andere fouten Als er andere fouten optreden, verwijdert u de veiligheidssleutel en de accu en neemt u contact op met een erkende servicewerkplaats. 1698 - 004 - 04.12.2023 271Vervoer, opslag en verwerking Inleiding WAARSCHUWING: Voorkom onbedoeld starten tijdens transport door de veiligheidssleutel omhoog te trekken, de accu te verwijderen en ten minste 5 seconden te wachten. Transport

  • De wettelijke vereisten voor gevaarlijke stoffen zijn van toepassing voor de Li-ion-accu's die in het product zitten.
  • Voor commercieel transport moet aan speciale vereisten voor de verpakking en labels worden voldaan.
  • Zorg dat u de regels voor gevaarlijke materialen in acht neemt bij het voorbereiden van het product voor transport. Er kunnen lokale voorschriften van toepassing zijn.
  • Verwijder voor transport altijd de accu.
  • Plaats tape op de accuconnectors en zorg ervoor dat de accu niet kan bewegen tijdens transport.
  • Zet het product vast tijdens transport. Opslag
  • Laat het product voor opslag afkoelen.
  • Verwijder voor opslag altijd de accu.
  • Om ongevallen te voorkomen, dient u ervoor te zorgen dat de accu tijdens opslag niet op het product is aangesloten.
  • Bewaar de acculader in een afgesloten en droge ruimte.
  • Bewaar de accu en de acculader op een droge, vocht- en vorstvrije plaats.
  • Koppel de accu tijdens opslag los van de accu.
  • Bewaar de accu niet op plaatsen waar statische elektriciteit aanwezig is. Bewaar de accu niet in een metalen doos.
  • Bewaar het product in omgevingstemperaturen tussen -10 °C en 40 °C.
  • Bewaar de accu in omgevingstemperaturen tussen 5 °C en 25 °C en nooit in direct zonlicht.
  • Bewaar de acculader in omgevingstemperaturen tussen 5 °C en 45 °C en nooit in direct zonlicht.
  • Zorg ervoor dat de accu tussen de 30% en 50% is opgeladen alvorens langdurige opslag.
  • Bewaar het product, de accu en de acculader in een afgesloten ruimte, buiten bereik van kinderen en onbevoegden.
  • Voer de onderhoudsprocedures uit die in deze bedieningshandleiding staan beschreven. Zie Onderhoudsschema op pagina 268
  • Voer een volledige servicebeurt uit voordat u het product voor langere tijd opslaat. Afvoeren Symbolen op het product of op de verpakking van het product geven aan dat dit product niet beschouwd kan worden als huishoudelijk afval. Het moet worden ingeleverd bij een geschikt inzamelstation voor het terugwinnen van elektrische en elektronische apparatuur. Als u ervoor zorgt dat dit product goed wordt verwerkt, helpt u mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en mensen door verkeerd afvalbeheer van dit product tegen te gaan. Neem voor meer informatie over het recyclen van dit product contact op met de gemeente, het afvalverwerkingsbedrijf of de winkel waar u het product hebt gekocht. (Fig. 60) Technische gegevens Boormotor Motortype BLDC (borstelloos) 36 V Motortoerental – nominaal, tpm 3000/min Motortoerental – hoge belasting, tpm 3300/min Uitgangsvermogen motor – maximaal, kW 1.8 Uitgangsvermogen motor – nominaal, kW 1.2 Transmissie Mechanische tandwielkast met oliebadtand- wielen Koppeling Riemtype, met poelie 272 1698 - 004 - 04.12.2023Gewicht Gewicht zonder accu, kg 39 Gewicht inclusief 2 x BLi300, kg 43 Accu Type accu Husqvarna Accuserie Gebruiksduur accu Gebruiksduur van accu in minuten

dB (A) 84 Geluidsvermogensniveau, gegarandeerd L

Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, dB (A) 66 Trillingsniveau

Spanning, V Gewicht, lb/kg BLi300 Husqvarna Lithium-ion 9.4 36 4,1/1,9 Goedgekeurde laders voor de gespecificeerde accu's, BLi Merk Ingangsspanning,

Onbelast gebruik, gemeten met standaardmodus geactiveerd en 1 Husqvarna 9,4Ah-accu (Bli300).

Geluidsemissie naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L

De gerapporteerde gegevens voor het geluidsdrukniveau vertonen een typische statistische spreiding (stan- daardafwijking) van 1,2 dB (A).

De gerapporteerde gegevens voor een trillingsniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaard- afwijking) van 0,2 m/s

. Trillingsnorm EN 1032+A1:2009. 1698 - 004 - 04.12.2023 273Verklaring van overeenstemming EU-verklaring van overeenstemming Wij, Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna, Zweden, tel: +46-36-146500, verklaren onder onze alleenverantwoordelijkheid dat het product: Beschrijving Kabellegger Merk Husqvarna Type / model CL400i Identificatie Serienummers vanaf 2022 en verder volledig voldoet aan de volgende EU-richtlijnen en -regelgeving: Verordening Beschrijving 2006/42/EG "betreffende machines" 2014/30/EU "betreffende elektromagnetische compatibiliteit" 2011/65/EU "inzake beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektro- nische apparatuur" en dat de volgende normen en/of technische specificaties zijn toegepast: EN ISO 12100:2010,

11202:2010, EN 1032:2009, EN 55014-1:2017, EN 55014-2:2015, EN 63000:2018. Voor informatie over geluidsemissies, zie Technische gegevens op pagina 272

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : HUSQVARNA

Model : CL400i

Categorie : Robot grasmaaier