Automower EPOS Plugin Kit - Robot grasmaaier HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Automower EPOS Plugin Kit HUSQVARNA in PDF-formaat.
Questions des utilisateurs sur Automower EPOS Plugin Kit HUSQVARNA
0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.
Poser une nouvelle question sur cet appareil
Download de handleiding voor uw Robot grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Automower EPOS Plugin Kit - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Automower EPOS Plugin Kit van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING Automower EPOS Plugin Kit HUSQVARNA
Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen worden gebruikt om te wijzen op belangrijke delen van de handleiding. WAARSCHUWING: Wordt gebruikt om te wijzen op de kans op ernstig of fataal letsel voor de gebruiker of omstanders wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. OPGELET: Wordt gebruikt indien er een risico bestaat op schade aan het product en andere eigendommen of aan de omgeving wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. Let op: Geven verdere informatie die nodig is in een bepaalde situatie.
55.2 Algemene veiligheidsinstructies
WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Volg de nationale voorschriften voor elektrische veiligheid.
- Het product mag alleen worden gebruikt met de voedingseenheid die is geleverd door Husqvarna.
- Het product mag uitsluitend worden gebruikt in combinatie met door de fabrikant aanbevolen apparatuur. Elk ander gebruik is onjuist. De instructies van de fabrikant over bediening/ onderhoud moeten nauwkeurig worden gevolgd.
- Het product mag uitsluitend worden bediend, onderhouden en gerepareerd door personen die volledig vertrouwd zijn met de speciale kenmerken van en veiligheidsregels voor het product. Lees de bedieningshandleiding zorgvuldig door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u het product gebruikt.
- Husqvarna staat niet garant voor volledige compatibiliteit tussen het product en andere typen draadloze systemen, zoals afstandsbedieningen, radio- zenders, ringleidingen, ondergrondse elektrische afrasteringen of dergelijke.
- Het is niet toegestaan het originele ontwerp van het product aan te passen. Alle wijzigingen zijn op eigen risico.
- De bedrijfstemperatuur is -20 °C tot 45 °C. De opslagtemperatuur is -20 °C tot 70 °C.
55.3 Veiligheidsinstructies voor
installatie WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Plaats de voeding niet op een plek waar er een risico bestaat dat deze nat kan worden. Zet de voeding niet op de grond.
- Kapsel de voeding niet in. Condenswater kan de voeding beschadigen en het risico op elektrische schokken vergroten.
- Risico van elektrische schok. Gebruik altijd een aardlekschakelaar (RCD) bij het aansluiten van de voeding op het stopcontact. Van toepassing voor USA/Canada. Als de voedingseenheid buiten is opgesteld: Risico van elektrische schok. Alleen aansluiten op een afgedekt GFCI-stopcontact (RCD), klasse A, dat voorzien is van een behuizing die waterdicht is, ongeacht of de kap van de aansluitstekker is geplaatst.
- Zorg ervoor dat de pluggen van de laagspanningskabel en de voedingseenheid schoon en droog zijn voordat u ze aansluit.
- Er bestaat een risico op vallende voorwerpen tijdens de installatie van het referentiestation. Dit kan leiden tot letsel. 1944 - 001 - 13.01.2023 Veiligheid - 153• De voedingskabel en verlengkabel moeten zich buiten het werkgebied bevinden om schade aan de kabels te voorkomen.
- Er bestaat een risico dat het referentiestation valt wanneer u het op een hoge positie installeert. Zorg ervoor dat u het referentiestation installeert op een stabiele positie.
55.4 Veiligheidsinstructies voor
onderhoud WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Haal de stekker van het product uit het stopcontact voordat u het product reinigt of er onderhoud aan uitvoert.
Om het risico op schade aan elektrische componenten in het referentiestation te verkleinen, raden we aan de voeding naar het referentiestation uit te schakelen als er gevaar voor onweer bestaat. Sluit de voeding weer aan als er geen gevaar voor onweer is. 56 Inleiding
Serienummer: Productnummer: Het serienummer staat op het productplaatje en op de productverpakking. Gebruik het serienummer om uw product te registreren op www.husqvarna.com.
Neem contact op met uw Husqvarna-dealer voor ondersteuning met betrekking tot het product.
56.1.2 Productbeschrijving
Let op: Husqvarna werkt het uiterlijk en de werking van producten regelmatig bij. Zie Steun op pagina 154
Deze set omvat een EPOS
-referentiestation en een EPOS
Plug-in die moeten worden geïnstalleerd op uw 320/430X/450X NERA robotmaaier. Het EPOS
-referentiestation ontvangt satellietsignalen en stuurt correctiegegevens naar de robotmaaier. De EPOS
Plug-in gebruikt satellietsignalen en de correctiegegevens van het referentiestation voor plaatsing.
-systeem bevat een robotmaaier, een laadstation en een referentiestation. De robotmaaier en het referentiestation ontvangen satellietsignalen voor positionering. Het referentiestation staat stil en stuurt correctiegegevens naar de robotmaaier om een nauwkeurige positie voor de maaier te verkrijgen. Het werkgebied wordt virtueel in een app gemaakt door het product te bedienen en waypoints toe te voegen om een kaart in een app te maken.
154 - Inleiding 1944 - 001 - 13.01.202356.1.4 Productoverzicht
4. Paalsteun klein, voor paalafmetingen 32-44 mm/
5. Paalsteun groot, voor paalafmetingen 44-55 mm/
Het uiterlijk kan verschillen voor verschillende markten. 1944 - 001 - 13.01.2023 Inleiding - 15556.1.5 Systeemoverzicht
4. Correctiegegevens
12. Robotmaaier met EPOS
56.1.6 Symbolen op het product
Deze symbolen staan op het product. Zorg ervoor dat u deze begrijpt. Dit product voldoet aan de geldende EU- richtlijnen. Dit product voldoet aan de geldende UK- richtlijnen. Het is niet toegestaan om het product als normaal huishoudelijk afval af te voeren. Houd u aan de nationale voorschriften en gebruik het lokale recyclingsysteem.
Robotmaaier niet meegeleverd.
156 - Inleiding 1944 - 001 - 13.01.2023Gebruik een losse voeding
met de specificaties die op het typeplaatje naast het symbool staan vermeld. Het chassis bevat onderdelen die gevoelig zijn voor elektrostatische ontlading (ESD). Het chassis mag uitsluitend worden geopend en verzegeld door een erkende onderhoudsmonteur. De garantie is niet van toepassing als de afdichting is gebroken. Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor bepaalde markten.
56.1.7 Symbolen in de app
Toont de sterkte van het radiosignaal dat het product van het referentiestation ontvangt. De status is EPOS bevestigd . Het product heeft een nauwkeurige positie en richting. Dit is nodig om het product automatisch te laten werken en voor de installatie van kaartobjecten. De status is EPOS-actie is noodzakelijk
Het product heeft een nauwkeurige positie, maar het is noodzakelijk om het product handmatig of automatisch te bedienen voor een nauwkeurige richting. De status is EPOS zoeken . Het product heeft geen nauwkeurige positie en zoekt naar de satellietsignalen en de correctiegegevens om een nauwkeurige positie te verkrijgen. 57 Installatie
57.1 Inleiding - installatie
WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u het product monteert. WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u het product installeert. OPGELET: Gebruik originele reserveonderdelen en origineel installatiemateriaal. Let op: Zie www.husqvarna.com voor meer informatie over de installatie.
57.2 Hoofdonderdelen voor de
installatie De installatie bevat de volgende onderdelen:
, dat het product oplaadt.
, die is aangesloten tussen het laadstation en een stopcontact van 100-240 V.
- Voeding, die is aangesloten tussen het referentiestation en een stopcontact van 100-240
- Referentiestation, dat satellietsignalen ontvangt en correctiegegevens naar de robotmaaier stuurt.
- Mobiel apparaat met de Automower
Connect-app om de installatie van het product uit te voeren en de instellingen te regelen.
57.3 Voorbereiden op installatie
OPGELET: Gaten met water in het gazon kunnen schade aan het product veroorzaken. OPGELET: Lees het hoofdstuk over installatie voordat u de installatie start.
Afzonderlijk verkrijgbaar.
Afzonderlijk verkrijgbaar.
Meegeleverd met het laadstation. 1944 - 001 - 13.01.2023 Installatie - 157• Maak een blauwdruk van het werkgebied en neem er alle obstakels in op. Dit maakt het makkelijker om te onderzoeken waar het laadstation, het referentiestation en de virtuele grenzen moeten worden geplaatst.
- Maak een markering op de blauwdruk waar het laadstation, het referentiestation, het onderhoudspunt, de transportpaden en de virtuele grenzen voor de werkgebieden en de te vermijden zones moeten worden geplaatst.
- Volg de instructies voor afstanden tussen belemmerende objecten.
- Vul de gaten in het gazon in om het vlak te maken.
- Maai het gras voordat u het product installeert. Zorg ervoor dat het gras maximaal 10 cm/4 inch is. Let op: De eerste weken na de installatie kan het geluidsniveau bij het maaien van het gras hoger zijn dan gewoonlijk. Het geluidsniveau wordt na verloop van tijd lager.
57.4 Onderzoeken waar het laadstation
moet worden geplaatst OPGELET: Als zich in de buurt een bliksemafleider bevindt, mag u het referentiestation niet hoger installeren dan de bliksemafleider. OPGELET: Installeer het referentiestation niet op een vlaggenmast. Bewegingen van het referentiestation beïnvloeden de correctiegegevens die met de juiste positie naar het product worden gestuurd.
- Installeer het referentiestation op een vast object dat niet kan bewegen of draaien.
- Installeer het referentiestation op een paal of een muur. De paal moet 32-55 een diameter van mm / 1.26-2.16 inch hebben om de opzetstukken op het referentiestation te kunnen plaatsen. Let op: Als het referentiestation aan een muur wordt gemonteerd, moet de bovenkant van het referentiestation zich boven de muur bevinden. Metalen objecten kunnen interferentie met het referentiestationsignaal veroorzaken.
- Zorg ervoor dat het referentiestation volledig zicht op de lucht heeft. Het is noodzakelijk dat er minstens 135 graden volledig zicht op de lucht is. We raden aan dat de lucht in alle richtingen volledig zicht heeft, meer 10° dan in elevatiehoek. 160° 10°10°
- Installeer het referentiestation op een minimumhoogte van 2 m / 6.5 ft.
- De maximale afstand tussen het referentiestation en het product is 500 m/ 1640 ft. bij een vrije zichtlijn. Objecten tussen het referentiestation en het product verkleinen de afstand.
57.5 Onderzoeken waar de voeding
moet worden geplaatst
- Plaats de voeding in een gebied met een dak en bescherming tegen de zon en de regen.
- Plaats de voeding in een gebied met een goede luchtstroom.
- Gebruik een aardlekschakelaar wanneer u de voeding aansluit op het stopcontact.
- Verleng de laagspanningskabel indien nodig. De laagspanningskabel kan worden verlengd tot 100 m / 328 ft.
57.6 Onderzoeken waar het laadstation
moet worden geplaatst
- U kunt het laadstation in het werkgebied of buiten het werkgebied plaatsen. Er is geen transportpad nodig als het laadstation in het werkgebied wordt geplaatst (A). Er is geen transportpad nodig als het product zich volledig in het werkgebied bevindt als het bij het koppelpunt van het laadstation is. Als het laadstation en het koppelpunt (B) zich niet in het werkgebied bevinden, moet u een transportpad (C) installeren.
- U kunt het laadstation in een Automower
- Installatie 1944 - 001 - 13.01.2023• Plaats het laadstation (A) waar het koppelpunt(B) onbelemmerd zicht op de hemel heeft. Hetkoppelpunt (B) van het laadstation is waarhet product stopt na achteruitrijden van hetlaadstation. De achteruitrijafstand kan wordeningesteld op 70-250 cm / 28-98 inch. Zorg ervoordat er minimaal 3 m (C) zit tussen objecten diehoger zijn dan 1 m / 3.3 rond het koppelpunt (B).
- Als het product niet mag werken in een deel vanhet koppelgebied, moet u een beschermende muuraanbrengen die minimaal 15 cm / 6 inch hoog is.Het koppelstation (A) is een cirkelvormig gebiedrond het laadstation, met een straal van 3 m / 9.8 ft.
Let op: Het product gebruikt het signaal vanhet laadstation om naar het laadstation te zoekenwanneer het zich in het koppelgebied bevindt.• Plaats het laadstation in de buurt van eenstopcontact.• Plaats het laadstation op een vlakke ondergrond.• De bodemplaat van het laadstation mag nietgebogen zijn. max. 5 cm / 2" max. 5 cm / 2"
- Als het werkgebied twee delen heeft die zijngescheiden door een steile helling,Husqvarnaraden wij aan het laadstation op het laagste deelte plaatsen. OPGELET: Installeer het laadstationniet op een plek waar zich metalenobjecten in de grond bevinden. Metalenobjecten kunnen interferentie met hetlaadstationsignaal veroorzaken.1944 - 001 - 13.01.2023 Installatie - 15957.7 Onderzoeken waar de voeding moet worden geplaatst OPGELET: Zorg ervoor dat de messen op het product niet de laagspanningskabel doorsnijden. OPGELET: Plaats de laagspanningskabel niet in een spoel of onder de plaat van het laadstation. De bobine veroorzaakt interferentie met het signaal van het laadstation.
- Plaats de voeding in een gebied met een dak en bescherming tegen de zon en de regen.
- Plaats de voeding in een gebied met een goede luchtstroom.
- Gebruik een aardlekschakelaar met een afschakelstroom van maximaal 30 mA wanneer u de voeding aansluit op het stopcontact. Laagspanningskabels van verschillende lengtes zijn verkrijgbaar als accessoires.
57.8 Onderzoeken waar de virtuele
grenzen moeten worden geïnstalleerd OPGELET: Als het werkgebied aan een waterpartij, helling, afgrond of openbare weg grenst, moet er een beschermende muur worden geplaatst. De muur moet minimaal 15 cm/6 inch hoog zijn. OPGELET: Laat het product niet werken op grind.
- Voor een zorgvuldige werking zonder geluid isoleert u alle obstakels zoals bomen, wortels en stenen.
- Maak een blauwdruk van het werkgebied voordat u de virtuele grenzen installeert.
57.9 Kaartobjecten installeren bij
gebouwen en bomen Wanneer het product in werking is, moet het onbelemmerd zicht op de hemel hebben om de satellietsignalen te kunnen gebruiken voor navigatie.
- Zorg ervoor dat het 90° gedeelte van de hemel onbelemmerd is. 90° Let op: Objecten van minder dan 1 m/3.3 ft. hoog belemmeren de werking van het product niet. Let op: Boomkruinen die minder dan 4 m/13 ft. in diameter zijn belemmeren de werking van het product niet. Als er in een gebied veel kleine bomen bij elkaar staan, als de diameter van hun kruinen bij elkaar minder is dan 4 m/ 13 ft is, belemmeren ze de werking van het product niet.
- Maak voor bomen met een boomkruin met een diameter van meer dan 4 m/ 13 ft. (A) een te vermijden zone (B) rond de bomen.
- Installeer voor L-vormige objecten hoger dan 1 m /
3.3 ft. de virtuele grens op een minimale afstand
- Als u virtuele grenzen wilt installeren in een gebiedmet een u-vormig object hoger dan 1 m / 3.3 ft,moet u ervoor zorgen dat de afstand (E) minimaal6 m / 20 ft.is. Als het object hoger is dan 3 m /10 ft., zorg er dan voor dat de afstand (E) tweekeer zo hoog is als het hoogste object. Installeerde virtuele grens op een minimale afstand (D) van1.5 m / 5 ft. van het object.
- Voor gebieden tussen objecten hoger dan 1 m /3.3 ft. moet de afstand (F) minimaal 4 m / 13 ft zijn.
Let op: Voor gebieden minder breed dan 4 m /13 ft. kan een transportpad worden gemaakt voorde robotmaaier om door te gaan zonder te snijden.
Een doorgang is een sectie met een virtuele grens aanelke kant die twee delen van het werkgebied verbindt.De doorgang moet minimaal 2 m / 6.5 ft. breed zijn vooreen goed maairesultaat.
57.9.2 De kaartobjecten op een helling
installeren Het product kan gebruikt worden op hellingen van50%. Zorg ervoor dat er geen steile hellingen in hetwerkgebied zijn. Te steile hellingen kunnen wordengeïsoleerd als te vermijden zones. De hellingsgraad (%)wordt berekend als hoogte per m. Voorbeeld: 10 cm/100cm = 10%. 10 cm/4"100 cm/40" 10%
- Voor hellingen steiler dan 50% binnen hetwerkgebied isoleert u de helling met een tevermijden zone.• Voor hellingen die steiler zijn dan 25% langs debuitenrand van het gazon. Voor de installatie vande virtuele grens bedient u het product met hetachterwiel op 5 cm/ 2 inch (A) van de rand.1944 - 001 - 13.01.2023Installatie - 161A
- Voor hellingen grenzend aan een openbare wegplaatst u een hek of een beschermende muurlangs de buitenrand van de helling.
57.10 Het product installeren
1. Installeer de EPOS
Connect-app op uwmobiele apparaat. Zie Automower
3. Koppel het product aan de Automower
installatie uitvoeren op pagina 162
4. Installeer het laadstation. Zie
5. Installeer het referentiestation. Zie
Het referentiestation installeren op pagina 164
6. Maak een kaart met werkgebieden, te vermijdenzones, transportpaden en onderhoudspunten. Zie
Installatie van de kaartobjecten op pagina 167
7. Gebruik de Automower
Connect-app ominstellingen voor het product te regelen. Zie Automower
Let op: Lees de bedieningshandleiding vande robotmaaier voor meer informatie over deinstellingen in de app.
57.10.1 Installatiegereedschappen
- Schroevendraaier, Torx 20.• Inbussleutel, 4 mm. Meegeleverd in de doos.• Inbussleutel, 8 mm. Meegeleverd in de doos.
57.10.2 De EPOS-plug-in installeren
1. Verwijder de bovenkap van de robotmaaier.2. Verwijder de 4 schroeven (Torx20) en deafdekplaat.3. Verwijder de afdichtingsplug van de koppeling.4. Sluit de kabel van de EPOS-plug-in aan op derobotmaaier.5. Installeer de EPOS-plug-in met 4 schroeven.6. Breng de bovenkap aan.
-installatie uitvoeren Als het product voor de eerste keer wordt ingeschakeldmet ON, moet u enkele basisinstellingen instellen - Installatie 1944 - 001 - 13.01.2023voordat u het product kunt gebruiken. U moet het product aan de Automower
Connect-app koppelen om objecten op de kaart te kunnen installeren, de instellingen te kunnen wijzigen en het product te kunnen bedienen. Gebruik de Automower
Connect-app op uw mobiele apparaat of op de -app.
1. Het product inschakelen met ON.
koppelingsprocedure- modus van het product is ingesteld op 3 minuten. As de koppelingsprocedure tussen het product en het mobiele apparaat niet binnen 3 minuten is voltooid, schakelt u het product uit met OFF en schakelt u het product vervolgens weer in met ON.
2. Meld u aan bij uw Husqvarna-account in de
op uw mobiele apparaat.
Connect-app en voeg uw product toe.
5. Voer de pincode van de fabriek in.
6. Volg de instructies voor de EPOS
Connect-app. Koppel het referentiestation en het laadstation af en installeer de kaartobjecten. Let op: U hoeft de Automower
Connect-app en het product slechts eenmaal te koppelen.
Connect is een gratis app voor uw mobiele apparaat. Gebruik de app voor de installatie, instellingen en bediening van uw product. U kunt ook meer informatie vinden over onder meer alarmen en statistieken in de Automower
Connect-app. De app biedt twee verbindingsmogelijkheden: Mobiele verbinding voor de lange afstand en een Bluetooth
verbinding voor de korte afstand.
- Dashboard dat de huidige status van het product en de laadstatus van de accu weergeeft. Let op: Als gevolg van regionale gespecificeerde mobiele systemen wordt een mobiele verbinding met Automower
Connect niet in alle landen ondersteund. De inbegrepen levenslange service van Automower
Connect is alleen geldig als er een externe leverancier van beschikbaar is in het toepassingsgebied.
57.10.5 Het laadstation installeren
Lees en begrijp de instructies over het laadstation. Zie Onderzoeken waar het laadstation moet worden geplaatst op pagina 158
OPGELET: Het is niet toegestaan om nieuwe gaten in de plaat van het laadstation te maken. OPGELET: Plaats uw voeten niet op de bodemplaat van het laadstation. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat de pluggen van de laagspanningskabel en de voedingseenheid schoon en droog zijn voordat u ze aansluit. Gebruik wanneer u de voeding aansluit altijd een stopcontact dat is aangesloten op een aardlekschakelaar (RCD).
57.10.5.1 Laadstation monteren
OPGELET: Het is niet toegestaan om nieuwe gaten in de plaat van het laadstation te maken. OPGELET: Plaats uw voeten niet op de bodemplaat van het laadstation. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat de pluggen van de laagspanningskabel en de voedingseenheid schoon en droog zijn voordat u ze aansluit. Gebruik bij het aansluiten van de voeding altijd een stopcontact dat is aangesloten op een aardlekschakelaar (RCD).
1. Lees en begrijp de instructies over het laadstation.
Zie Onderzoeken waar het laadstation moet worden geplaatst op pagina 158
2. Plaats het laadstation in het geselecteerde gebied.
Let op: Bevestig het laadstation pas aan de grond met de schroeven nadat de geleidingsdraad is geïnstalleerd.
3. Open de klep aan de voorkant van het laadstation.
4. Bevestig de bovenkant van het laadstation.
1944 - 001 - 13.01.2023 Installatie - 1635. Kantel de bovenkant van het laadstation.
6. Breng de doorvoertule met de kabels aan.
7. Sluit de kabel op het laadstation aan.
8. Sluit de laagspanningskabel aan op het
9. Sluit de klep aan de voorkant van het laadstation.
10. Zet de voeding op een minimale hoogte van 30
cm/12 inch. min 30 cm / 12”
11. Sluit de voedingskabel aan op een stopcontact van
100-240V. Let op: Het product kan in het laadstation worden geplaatst om op te laden terwijl u de begrenzingsdraad installeert.
12. Plaats de laagspanningskabel met staken in de
grond of graaf de kabel in.
13. Sluit de draden aan op het laadstation nadat
de installatie van de begrenzingsdraad en de geleidingsdraad is voltooid.
14. Bevestig het laadstation aan de grond
met de meegeleverde schroeven nadat de geleidingsdraad is geïnstalleerd.
57.10.5.2 Visuele controle van het laadstation uitvoeren
2. Als de led-indicator niet groen is, controleert u de
installatie. Zie Visuele controle van het laadstation uitvoeren op pagina 164
Visuele controle van het laadstation uitvoeren op pagina 164
57.10.6 Het referentiestation installeren
U kunt het referentiestation op een paal of een muur installeren. OPGELET: Bewegingen van het referentiestation beïnvloeden de correctiegegevens die met de juiste positie naar het product worden gestuurd. Het referentiestation moet stevig op de paal of muur worden geïnstalleerd. OPGELET: De items op de kaart veranderen van positie als u het referentiestation verplaatst. Pas de items op de kaart aan of voer de installatie opnieuw uit in de Automower
164 - Installatie 1944 - 001 - 13.01.202357.10.6.1 Het referentiestation installeren op een muur
Let op: Omdat muren kunnen verschillen, worden schroeven voor bevestiging aan de muur niet meegeleverd.
1. Houd de arm voor het referentiestation vast op
de muur waar u het wilt bevestigen. Breng 4 markeringen aan op de muur waar u 4 schroeven wilt bevestigen. Let op: Als het referentiestation aan een muur wordt gemonteerd, moet de bovenkant van het referentiestation zich boven de muur bevinden.
2. Boor 4 gaten in de muur voor de 4 schroeven.
3. Installeer het referentiestation met 4 schroeven
4. Trek de kabel op het referentiestation door de sleuf
in de arm en installeer het referentiestation op de arm.
5. Bevestig de connector aan de klemmen op de arm.
6. Draai de schroef (Torx 20) op de arm van het
referentiestation vast. T20 1944 - 001 - 13.01.2023 Installatie - 1657. Sluit de laagspanningskabel aan op het referentiestation en de voeding.
8. Bevestig de laagspanningskabel met kabelbinders
aan de muur vanaf het referentiestation naar de voeding. OPGELET: Indien de laagspanningskabel niet stevig is bevestigd met kabelbinders, kan deze bij harde wind beschadigd raken.
9. Plaats de voedingseenheid 30-200cm / 1-6.5 ft.
boven de grond. Zie Onderzoeken waar de voeding moet worden geplaatst op pagina 158
10. Sluit de voedingskabel aan op een stopcontact van
brandt. Eerst knippert de led-statusindicator gedurende enkele minuten groen. Zie Led- indicator op het referentiestation op pagina 175
57.10.6.2 Het referentiestation installeren op een paal
1. Bevestig de paal stevig aan een muur of dak of
op de grond. Zorg ervoor dat de paal niet kan bewegen of per ongeluk verplaatst kan worden.
2. Bevestig de steunbeugel en een van de
paalsteunen aan de arm met de 4 schroeven (4mm-inbussleutel). Let op: De paalsteunen zijn verkrijgbaar in 2 afmetingen, zodat ze passen op palen met verschillende afmetingen. Selecteer de juiste paalsteun voor uw installatie.
3. Plaats de arm boven op de paal.
Let op: Het referentiestation moet aan de bovenkant van de paal worden geïnstalleerd.
4. Bevestig het referentiestation op de paal met
behulp van de 2 schroeven (4 mm inbussleutel).
5. Trek de kabel op het referentiestation door de sleuf
in de arm en installeer het referentiestation op de arm.
- Installatie 1944 - 001 - 13.01.20236. Bevestig de connector aan de klemmen op de arm.
7. Draai de schroef (Torx 20) op de arm van het
referentiestation vast. T20
8. Sluit de laagspanningskabel aan op het
referentiestation en de voeding. Zie Onderzoeken waar de voeding moet worden geplaatst op pagina
aan de paal vanaf het referentiestation naar de voeding. OPGELET: Indien de laagspanningskabel niet stevig is bevestigd met kabelbinders, kan deze bij harde wind beschadigd raken.
10. Plaats de voedingseenheid 30-200cm / 1-6.5 ft.
boven de grond. Zie Onderzoeken waar de voeding moet worden geplaatst op pagina 160
11. Sluit de voedingskabel aan op een stopcontact van
brandt. Eerst knippert de led-statusindicator gedurende enkele minuten groen. Zie Led- indicator op het referentiestation op pagina 175
57.10.7 Installatie van de kaartobjecten
Lees en begrijp de instructies over waar u de kaartobjecten moet plaatsen. Zie Onderzoeken waar de virtuele grenzen moeten worden geïnstalleerd op pagina
Op de kaart kunt u de volgende objecten installeren in de app:
Voor een complete kaartinstallatie moet u een werkgebied en een laadstation op de kaart installeren. Een werkgebied wordt gespecificeerd door virtuele grenzen. Er kunnen maximaal werkgebieden en bijgebieden op een kaart worden geïnstalleerd. Er zijn twee soorten werkgebieden:
- Een werkgebied met daarin een laadstation of een werkgebied dat verbonden is met een transportpad waar het product automatisch werkt.
- Een bijgebied is een werkgebied zonder laadstation en zonder transportpad. Het product moet handmatig naar en van het werkgebied worden verplaatst. Een transportpad is een opgegeven pad tussen het koppelpunt vóór het laadstation en een werkgebied. Het product kan automatisch werken op dit pad, maar maait geen gras. Een transportpad kan tijdelijk worden in- en uitgeschakeld in de app. Er kunnen te vermijden zones worden gemaakt als er gebieden zijn waar het product niet mag werken. Een te vermijden zone wordt gespecificeerd door virtuele grenzen. Te vermijden zones kunnen tijdelijk worden in- en uitgeschakeld in de app. Een onderhoudspunt is een specifieke plaats waar het product kan worden geparkeerd. Dit kan bijvoorbeeld worden gebruikt als servicepunt waar onderhoud aan het product wordt uitgevoerd. Het onderhoudspunt is via een pad verbonden met het koppelpunt. Als u objecten op de kaart wilt plaatsen, bedient u het product met de appDrive-installatie om waypoints op de kaart toe te voegen. Zie Objecten op de kaart te plaatsen op pagina 168
57.10.7.1 Objecten op de kaart te plaatsen
De waypoints (A) zijn posities die de virtuele grenzen en paden (B) vormen. De lijnen zijn recht tussen de waypoints. Voeg een aantal waypoints toe om vloeiende bochten te maken. We raden aan om zo weinig mogelijk waypoints te gebruiken. Voor elk werkgebied en de bijbehorende te vermijden zones en transportpad is het totale maximumaantal waypoints 800. Husqvarna raadt aan maximaal 1000 waypoints toe te voegen voor de volledige installatie van de kaart. U kunt de posities van de waypoints aanpassen in de app, na de installatie van de kaart. U kunt de posities van de waypoints aanpassen in de app, na de installatie van de kaart.
OPGELET: Til het product niet op en verplaats het niet tussen de waypoints als u de kaartobjecten installeert. Gebruik appDrive voor een correcte installatie. Let op: De positie van het waypoint wanneer u een werkgebied of een te vermijden zone plaatst, bevindt zich in de linker voorhoek van het product.
168 - Installatie 1944 - 001 - 13.01.2023Let op: De positie van het waypoint bij de
installatie van een transportpad of een pad naar een onderhoudspunt bevindt zich in het midden van het product tussen de aandrijfwielen.
- Zorg ervoor dat u zich in de buurt van het product bevindt en met het product verbonden bent via de app door middel van Bluetooth
- Zorg ervoor dat de status EPOS
- Selecteer het object dat u wilt plaatsen en gebruik de knoppen in de appDrive-installatie om het product te bedienen.
- Gebruik de knop omhoog (A) om het product naar voren te verplaatsen.
- Gebruik de knop omlaag (A) om het product naar achteren te verplaatsen.
- Gebruik de knop met de pijl naar links (C) om het product naar links te draaien.
- Gebruik de knop met de pijl naar rechts (D) het product naar rechts te draaien.
- Gebruik de middelste knop (E) als joystick om het product in een willekeurige richting te bewegen en te draaien.
- Gebruik de knop waypoint (F) om een waypoint toe te voegen op de kaart.
- Gebruik de knop Ongedaan maken (G) om het laatste waypoint te verwijderen.
Let op: Loop 2-3 m / 6.5-9.8 ft. achter het product wanneer u het product gebruikt met appDrive. Een werkgebied maken Er zijn minimaal 3 waypoints nodig om een werkgebied te maken.
- Bedien het product rechtsom rond de grens van het werkgebied.
- Voeg waypoints toe op de kaart. Laat minimaal 3 cm / 1 inch tussen de waypoints en obstakels.
- Voeg een waypoint toe om het product het gras aan de rand tussen het gazon en het tegelpad te laten maaien. Zorg ervoor dat u de rand van het gazon en het tegelpad exact volgt wanneer u een waypoint toevoegt. Het product kan de rand exact volgen als de hoogte van het tegelpad maximaal 1 cm / 0.4 inch is ten opzichte van het gazon.
- Voeg het waypoint toe in de buitenste hoek om de virtuele grens om een hoek te plaatsen. 1944 - 001 - 13.01.2023 Installatie - 169• Stel geen waypoints in die een virtuele grens over zichzelf laten lopen in hetzelfde werkgebied.
- Sla het werkgebied op om het eerste en laatste waypoint automatisch te verbinden met een virtuele grens.
Een te vermijden zone maken Er zijn minimaal 3 waypoints nodig om een te vermijden zone te maken.
- Bedien het product linksom rond de grens van de te vermijden zone.
- Voeg waypoints toe op de kaart. Laat minimaal 3 cm / 1 inch tussen de waypoints en obstakels.
- Stel geen waypoints in die een virtuele grens over zichzelf laten lopen in dezelfde te vermijden zone.
- Sla de te vermijden zone op om het eerste en laatste waypoint automatisch te verbinden met een virtuele grens. Een transportpad maken
- Gebruik het product en voeg waypoints toe op de kaart om een transportpad aan te brengen. Begin in een werkgebied op minimum 1 m / 3.3 ft. van de virtuele grens.
- Breng geen transportpad aan over een te vermijden zone.
- Stel geen waypoints in die ervoor zorgen dat een transportpad over hetzelfde transportpad loopt.
- Gebruik het product en voeg waypoints toe om het transportpad met het koppelpunt te verbinden.
- Sla het transportpad op om het laatste waypoint automatisch te verbinden met het koppelpunt.
- Stel de doorrijbreedte (A) in voor het transportpad. De doorrijbreedte kan worden ingesteld op 2-5 m / 6.6-16.4 ft.
Een onderhoudspunt maken
- Gebruik het product en voeg waypoints toe op de kaart. Begin met het toevoegen van waypoints op de positie waar u het onderhoudspunt wilt installeren. Het eerste waypoint geeft het onderhoudspunt aan.
- Gebruik het product en voeg waypoints toe om een pad naar het laadstation te maken.
- Sla het onderhoudspunt op om het laatste waypoint automatisch te verbinden met het koppelpunt.
- Installatie 1944 - 001 - 13.01.2023• Stel de doorrijbreedte (A) in voor het onderhoudspunt. De doorrijbreedte kan worden ingesteld op 2-5 m / 6.6-16.4 ft.
Het laadstation opnieuw installeren op de kaart Installeer het laadstation opnieuw op de kaart als u het laadstation verplaatst of vervangt. U kunt deze ook opnieuw installeren als de robotmaaier niet kan koppelen of geen verbinding kan maken met het laadstation.
Laadstation opnieuw installeren en volg de instructies. Het referentiestation opnieuw installeren op de kaart Installeer het referentiestation opnieuw op de kaart als u het referentiestation verplaatst of vervangt.
Referentiestation opnieuw installeren
volg de instructies. 58 Onderhoud
58.1 Introductie - onderhoud
Controleer de installatie elk jaar.
1. Controleer of de paal stevig is bevestigd.
2. Controleer het aanhaalmoment van alle
schroeven. Schroef Gereedschap Aanhaalmoment (Nm) Bovenste op onderste helft van chassis Torx 20 1,8 Referentiestation naar arm Torx 20 1,8 Arm naar paal Inbussleutel, 4 mm 5-6 Arm, steunbeugel en paalsteun Inbussleutel, 4 mm 5-6
58.2 Product reinigen
WAARSCHUWING: Haal de stekker uit het stopcontact voordat u onderhouds- of reinigingswerkzaamheden uitvoert. OPGELET: Reinig het product niet met een hogedrukspuit. Gebruik geen oplosmiddelen voor reiniging. Reinig het product indien nodig met een vochtige doek. 59 Probleemoplossing
59.1 Introductie - problemen oplossen
U vindt alle meldingen over probleemoplossing in het menu Berichten in . Meer informatie vindt u op www.husqvarna.com. 1944 - 001 - 13.01.2023 Onderhoud - 17159.2 Foutmeldingen De foutmeldingen in de onderstaande tabel worden weergegeven in de Automower
Connect-app. Neem contact op met uw Husqvarna-vertegenwoordiger als dezelfde melding vaak wordt weergegeven. Melding Oorzaak Actie Geen lussignaal De voeding of de laagspanningskabel voor het laadstation is niet aangesloten. Als de led-indicator op het laadstation niet brandt, betekent dit dat er geen voeding is. Controleer de aansluiting op het stopcontact en de aardlekschakelaar. Controleer of de laagspanningskabel is aangesloten op het laadstation. De voeding of de laagspanningskabel voor het laadstation is beschadigd. Vervang de voeding of de laagspan- ningskabel.
ECO-modus is geactiveerd, en de led-indicator op het laadstation knippert groen. Het product is handmatig gestart in het werkgebied, maar de STOP-knop werd niet ingedrukt voordat het product van het laadstation werd verwijderd. Het signaal van het laadstation wordt uitge- schakeld en het product kan niet in het laadstation komen. Plaats het product in het laadstation. Start het product. Het product vindt het lussignaal van het laadstation niet. Plaats het product in het laadstation en maak een nieuw lussignaal. Het laadstation is niet correct geïnstal- leerd. Installeer het laadstation volgens de in- structies. Zie Laadstation monteren op pagina 163
Interferentie door metalen voorwerpen zoals hekwerk, wapeningsstaal of onder- grondse kabels in de buurt van het laad- station. Wijzig de positie van het laadstation. Buiten werkgebied Het werkgebied is te steil voor de virtuele grens. Controleer of de virtuele grens correct is aangebracht. Het transportpad of het pad naar het on- derhoudspunt loopt te veel af. Controleer of het transportpad correct is aangebracht. Zie Een transportpad ma- ken op pagina 170
Het product kan het juiste signaal laad- station niet vinden vanwege interferentie met een lussignaal van een andere pro- ductinstallatie in de buurt. Plaats het product in het laadstation en maak een nieuw lussignaal. Interferentie door metalen voorwerpen zoals hekwerk, wapeningsstaal of onder- grondse kabels in de buurt van het laad- station. Wijzig de positie van het laadstation.
172 - Probleemoplossing 1944 - 001 - 13.01.2023Melding Oorzaak Actie
Lege accu Het product kan het laadstation niet vin- den. Het product heeft geen nauwkeurige po- sitie en kan het laadstation niet vinden. Er is een obstakel waardoor het product het laadstation niet kan vinden. De accu is aan het einde van de levens- cyclus. Vervang de accu. De antenne van het laadstation is defect. Als de led-indicator op het laadstation rood knippert is de antenne van het laad- station defect. Neem contact op met uw erkende servicedealer. Kaartprobleem Er is geen gedefinieerd werkgebied. Maak een werkgebied in de Automower
Connect-app. Zie Een werkgebied ma- ken op pagina 169
Het kaartobjectbestand is onjuist. Controleer de kaart in de app. Pas de kaart aan en sla deze op. Verwijder de kaart en voer een nieuwe installatie uit. Zoeken naar positie Zwak satellietsignaal naar het referentie- station. Het satellietsignaal is tijdelijk zwak. Het product begint te maaien wanneer de sa- tellietsignalen goed zijn. Onderzoek de installatie van het referen- tiestation. Zwak satellietsignaal naar het product. Het satellietsignaal is tijdelijk zwak. Het product begint te maaien wanneer het satellietsignaal goed is. Controleer of er een object zit tussen het product en de lucht dat interferentie met het satellietsignaal kan veroorzaken. Verwijder het object of voer een nieuwe installatie uit om deze onderdelen niet op te nemen in het werkgebied. Zie Installa- tie van de kaartobjecten op pagina 167 Geen nauwkeurige positie van satellieten Zwak satellietsignaal naar het referentie- station. Onderzoek de installatie van het referen- tiestation. Zwak satellietsignaal naar het product. Controleer of er een object zit tussen het product en de lucht dat interferentie met het satellietsignaal kan veroorzaken. Verwijder het object of voer een nieuwe installatie uit om deze onderdelen niet op te nemen in het werkgebied. Zie Installa- tie op pagina 157 1944 - 001 - 13.01.2023 Probleemoplossing - 173Melding Oorzaak Actie Communicatieprobleem refe- rentiestation Het product is niet verbonden met het referentiestation. Koppel het product en het referentiestati- on. Het referentiestation is niet correct geïn- stalleerd. Onderzoek de installatie van het referen- tiestation. Het product ontvangt geen radiosignaal van het referentiestation in alle gebieden waar het product werkt. Test of het product radiosignaal van het referentiestation in alle delen van het werkgebied heeft. Als dit niet het geval is, voert u de installatie van het referen- tiestation of de installatie van de kaart opnieuw uit. Zie Objecten op de kaart te plaatsen op pagina 168
Stroomstoring. Zoek en verhelp de oorzaak van de stroomstoring van het referentiestation. Er is een fout opgetreden in het refe- rentiestation en de led-indicator knippert rood. Koppel de voeding naar het referentie- station los en sluit deze opnieuw aan om het referentiestation opnieuw te starten. Indien het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met uw erkende servicedealer. Er is een interferentie met een ander re- ferentiestation of andere radiosystemen in het gebied. Start het product opnieuw op. Indien het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met uw erkende servicedea- ler. Te veel waypoints Er zijn te veel waypoints in het huidige werkgebied. Voer een nieuwe installatie van het werk- gebied, de te vermijden zone en de transportpaden uit. Maak minder way- points. Verdeel het huidige werkgebied in meer werkgebieden. Bestemming niet bereikbaar Er is geen transportpad tussen het laad- station en het werkgebied of het onder- houdspunt. Maak een transportpad tussen het laad- station en het werkgebied of het onder- houdspunt. Het transportpad wordt geblokkeerd en het product kan niet naar het werkge- bied, het laadstation of het onderhouds- punt gaan. Zorg ervoor dat het transportpad niet ge- blokkeerd is of verwijder het transportpad en maak een nieuw transportpad. Meerdere referentiestations Er is meer dan één referentiestation in de buurt van het werkgebied. Dit kan interfe- rentie voor het product veroorzaken van een ander referentiestation. Neem contact op met uw erkende ser- vicedealer als hetzelfde probleem vaak voorkomt. EPOS-plug-in niet gevonden De EPOS
Plug-in is defect of niet cor- rect geïnstalleerd. Start het product opnieuw op. Zorg er- voor dat de EPOS
Plug-in correct is geïnstalleerden dat de kabel is aangeslo- ten. Indien het probleem zich blijft voor- doen, neem dan contact op met uw er- kende servicedealer. Werkgebied verknoeid Het laadstation of het referentiestation is verplaatst. Voer een nieuwe installatie van de kaart uit.
174 - Probleemoplossing 1944 - 001 - 13.01.202359.3 Led-indicator op het referentiestation
Licht Status Groen knipperend lampje Opstarten van het referentiestation. Dit kan enkele minuten duren. Groen licht brandt constant In bedrijf. Rood knipperend lampje Het referentiestation werkt niet vanwege een fout. Start het product opnieuw op. Indien het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met uw erkende servi- cedealer. Wit knipperend lampje Er is een firmware-update nodig. Neem contact op met uw plaatselijke Husqvarna vertegenwoordiger.
59.4 Led-indicator op het laadstation
Voor een volledig werkende installatie moet het indicatielampje in het laadstation constant groen branden of groen knipperen. Volg Problemen oplossen hieronder als het lampje een andere kleur heeft. Op www.husqvarna.com vindt u nog meer hulp. Spreek met uw Husqvarna-vertegenwoordiger bij u in de buurt als u nog steeds hulp nodig hebt. Licht Status Constant groen lampje Goede signalen. Groen knipperend lampje De signalen zijn goed en de ECO-modus is geactiveerd. Rood knipperend lampje Onderbreking in de antenne van het laadstation. Neem contact op met uw plaatselij- ke Husqvarna vertegenwoordiger. Constant rood licht Storing in de printplaat of onjuiste voeding in het laadstation. De storing moet wor- den verholpen door een erkende servicemonteur. Neem contact op met uw plaatse- lijke Husqvarna vertegenwoordiger. 60 Opbergen en afdanken
Als u het referentiestation binnen opbergt, moet u de arm op de paal of muur laten zitten zodat u het referentiestation weer in de oorspronkelijke positie kunt installeren. Als u het referentiestation in de winter buiten houdt, raden we u aan de voeding aangesloten te houden.
Neem de plaatselijk geldende wet- en regelgeving voor recycling in acht. 1944 - 001 - 13.01.2023 Opbergen en afdanken - 17561 Technische gegevens
61.1 Technische gegevens
Afmetingen referentiestation Lengte, max. lengte inclusief plaat voor montage op paal cm/inch 36/13,8 Breedte, cm/inch 19/7,5 Hoogte, cm/inch 36/13,8 Gewicht, referentiestation kg/lb 0,88/1,9 Gewicht, arm kg/lb 0,33/0,73 Productgegevens referentiestation Type voedingseenheid ADP-40KR, FW7313/28/D/XX/Y/1.3 Invoer voedingseenheid, V AC 100-240 Uitvoer voedingseenheid, V DC 28 Uitvoer voedingseenheid, A 1,3 Laagspanningskabel, lengte m/ft 20 / 66 IP-code referentiestation IPX5 IP-code voedingseenheid IP44 Stroomverbruik, W 2 Ondersteuning frequentiebanden Bluetooth
-uitgangsvermogen (voor service) 8 dBm SRD868 (Europa) 13 dBm SRD915 (Australië) 13 dBm SRD915 (Nieuw-Zeeland) 13 dBm We kunnen niet garanderen dat het product volledig compatibel is met andere typen draadloze systemen zoals afstandsbedieningen en radiozenders.
61.2 Geregistreerde handelsmerken
-woordmerk en de logo’s zijn geregistreerde handelsmerken die eigendom zijn van Bluetooth SIG, inc. en het gebruik van deze merken door Husqvarna vindt plaats onder licentie.
62.1 Garantievoorwaarden
-garantie dekt de werking van dit product gedurende een periode van 2 jaar vanaf de aankoopdatum. De garantie dekt ernstige materiaal- of productiefouten. Binnen de garantieperiode zullen wij kosteloos het product vervangen of repareren, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- Het product mag uitsluitend worden gebruikt overeenkomstig de instructies in deze bedieningshandleiding. Deze fabrieksgarantie heeft geen invloed op aanspraken op garantie van dealers/verkopers.
- Eindgebruikers of onbevoegde derden mogen geen pogingen doen om het product te repareren. Voorbeelden van defecten die niet onder de garantie vallen:
- Schade veroorzaakt door het weglekken van water door het gebruik van een hogedrukreiniger.
- Schade veroorzaakt door blikseminslag.
- Schade veroorzaakt door het gebruik van andere onderdelen dan originele reserveonderdelen en accessoires van Husqvarna.
- Schade die wordt veroorzaakt door wijzigingen die niet zijn toegestaan of geknoei met het product of de voeding ervan. Als uw Husqvarna-product een defect vertoont, neem dan contact op met de plaatselijke vertegenwoordiger van Husqvarna voor verdere instructies. Zorg ervoor dat u het betalingsbewijs en het serienummer van het product bij de hand hebt wanneer u contact opneemt met de plaatselijke vertegenwoordiger van Husqvarna. 63 Verklaring van overeenstemming Raadpleeg de bedieningshandleiding die is meegeleverd met de robotmaaier voor de Verklaring van conformiteit. 1944 - 001 - 13.01.2023 Garantie - 177Sommario 64 Sicurezza....................................................178 65 Introduzione................................................179 66 Installazione................................................182 67 Manutenzione.............................................196 68 Ricerca guasti.............................................197 69 Conservazione e smaltimento.................... 201 70 Dati tecnici..................................................202 71 Garanzia.....................................................203 72 Dichiarazione di conformità........................ 203 64 Sicurezza
SimpelGids