UniversalTemp - Temperatuurregelaar BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis UniversalTemp BOSCH in PDF-formaat.
| Merk | Bosch |
| Model | UniversalTemp |
| Producttype | Contactloze infraroodthermometer |
| Afmetingen (L × B × H) | 171 × 101 × 54 mm |
| Gewicht | 0,22 kg |
| Voeding | 2 batterijen LR6 (AA) 1,5 V |
| Levensduur | Ongeveer 9 u |
| Meetbereik | -30 °C tot +500 °C |
| Nauwkeurigheid (typisch) | ±1,8 °C (0 tot 100 °C) ; ±1,8 % (100 tot 500 °C) |
| Optische verhouding | 12:1 |
| Meeteenheid | °C / °F (schakelbaar) |
| Lasertype | Klasse 2, 650 nm, <1 mW |
| Emissiviteit | 3 instelbare niveaus: 0,95 / 0,85 / 0,75 |
| Hoofdfuncties | Enkelvoudige meting, continue meting, automatische uitschakeling |
| Bedrijfsomstandigheden | -5 °C tot +50 °C ; luchtvochtigheid max. 90% |
| Opslagtemperatuur | -20 °C tot +70 °C |
| Maximale gebruiks hoogte | 2 000 m |
| Vervuilingsgraad | 2 (volgens IEC 61010-1) |
| Onderhoud en reiniging | Zachte, droge doek; niet onderdompelen; lens voorzichtig reinigen |
| Veiligheid | Laser niet op ogen of personen richten; meet geen personen/dieren |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Reserveonderdelen beschikbaar op www.bosch-pt.com; reparatie door erkende klantenservice |
Veelgestelde vragen - UniversalTemp BOSCH
Gebruikersvragen over UniversalTemp BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Temperatuurregelaar in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding UniversalTemp - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. UniversalTemp van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING UniversalTemp BOSCH
Veiligheidsaanwijzingen

Alle aanwijzingen要去en gelezen en in acht genomen worden om gevaarloos en veilig met het meetgereedschap te werken. Wanner het meetgereedschap Niet volgens de beschikbare aanwijzingen gezruikt worden, hunnen de geintegreerde veiligheids-voorzieningen in het meetgereedschap belemmerd worden.
1 609 92A 4RK| (06.03.2019) Bosch Power Tools
Maak waarschuwingss stickers op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE AANWIJZINGEN ZORGVULDIG EN GEEF ZE BIJ HET DOORGEVEN VAN HET MEETGEREEDSCHAP MEE.
Voorzichtig - wanner andere dan de hier aangegeven bedienings- of afstelvoorzieningen gebrukt of andere methods uitgevoerd worden, kan dit resulteren in een gevaarlijke blootstelling aan straling.
Het meetgereedschap worden geleverd met een waarschuwingsplaatje (aange-duid op de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen).
Als de tekst van het waarschuwingsplaatje Niet in uw taal is, plak dan de meegeleverde sticker in uw eigenaal hierover Been, voordat u het gereedschap voor de eerste keer gebruikt.

Richt de laserstraal Niet op Personen of dieren en kijk nicht zich in de directe of gereflecteerde laserstraal. Daardoorkest u personen verblinden, ongevalten verooorzaken of het oog beschadigen.
Als laserstraling het oog raakt, dan moeten de ogen bewust gesloten worden en要去 het hoofd onmiddelijk uit de straal bewogen worden.
Breng geen wijzigingen aan de laserinrichting aan.
Gebruik de laserbril Niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het better herkennen van de laserstraal; deze beschermtECHTER Niet gegen de laserstraling.
Gebruik de laserbril Niet als zonnebril of in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-bescherming en verminder het waarnemen van kleuren.
Laat het meetgereedschap alleen repareren door gekwalificeerd geschoold personeel en alleen met originele verrangingsonderdelen. Daarmee worden gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
Laat kinderen het lasermeetgereedschap Niet zonder toezicht gebruiken. Zij zou den per ongeluk personen können verblinden.
Werk met het meetgereedschap Niet in een omgeving waar ontploffingsgevaar heerst en zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandhaar stof bevinden. In het meetgereedschap konnen vomken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.
Het meetgereedschap kan om technologische redenen geen honderd procenteiligeid garanderen. Invloeden van buitenaf (bijv. stof of damp in het meetbereik), temperatuurschommelingen (bijv. door elektrische ventilatorkachels) evenals aard entoestand van de meetoppervlakken (bijv. sterk reflecterende of transparante materiai-len) kunnen de meetresultaten verversen.
80 | Nederlands
Bescherm het meetgereedschap, vooral het gedeelte van de infraroodlens en la-ser, gegen vocht en sneeuw. De ontvangstlens zou+kunnen beslaan en zo meetresultaten kuren verversen.Verkeerde toestelinstellen gen evenals andere atmosferische invloedsfactoren kuren tot foute metingen leiden. Objecten zouden met een te hoge of te lage temperatuur kuren worden weergegeven, wat möglichk tot een ge-vaar bij aanraking kan leiden.
Correcte temperatuurmetingen zijn alleen möglichk, wanner de ingestelde emissiegraad en de emissiegraad van het object overeenstemmen. Objecten zouden met een te hoge of te lage temperatuur können worden weergegeven, wat maybek tot een gevaar bij aanrakingen kan leiden.
Haal de batterijen bij transport en opslag uit het meetgereedschap. Bij per ongeluk bedieren van de aan/uit-schakelaar zouden personen konnen worden verblind.
Beschrijving van product en werkinq
Neem goednota van de afbeeldingen in het voorste deel van de gebruiksaanwijzing.
Beoogd gebruik
Het meetgereedschap is bestemd voor de contactloze meting van oppervlaktetempoatuur.
Het meetgereedschap mag nicht voor de temperatuurmeting bij Personen en dieren of voor andere medische doeleinden gezruikt worden.
Het meetgereedschap is nicht geschickt voor de oppervlaktetemperatuurmeting van gassen of vloeistoffen.
Het meetgereedschap is nicht bestemd voor het meten van de temperatuur van levensmiddelen.
Hetmeetgereedschapisnietbestemdvoorbedrijfsmatigbebruik.
Het meetgereedschap is geschikt voor gebruik binnenshuis.
Afegebelede componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.
(1) Opening voor laserstraal
(2) Ontvangstens infraroodstraling
(3) Toets Meten
(4) Batterijvakdeksel
(5) Vergrendeling van het batterijvakdeksel
(6) Laser-waarschuwingsplaatje
(7) Serienummer
(8) Toets Mode
(9)Aan/uit-toets
(10) Display
(11) LaserbrilA)
A) Niet elk afgebeeld en beschreiben accessoire is standard bij de levering inbegren. Alle accessoires zijn te vinden in ons accessaireprogramma.
Aanduidingselementen
(a) Batterij-aanduiding
(b) Aanduiding ^ C
(c) Aanduiding ^ F
(d) Emissiegraad
(e) Actuele meetwaarde oppervaktetemperatuur
(f) Vorige meetwaarde oppervlaktetemperatuur
(g) Aanduiding < -30^
(h) Aanduiding >500^
(i) Aanduiding SCAN
(j) Foutwaarschuwing
Technische gegevens
| Oppervlaktetemperatuurmeter UniversalTemp | |
| Productnummer | 3 603 F83 100 |
| Meetbereik -30...+500 °C | |
| Maateenheid °C/°F | |
| Meetnauwkeurigheid (typisch)A) | |
| -30 °C ≤ t ≤ -10 °C ±(1,8 °C+0,1×|t| °C) | B) |
| -10 °C < t < 0 °C ±2,8 °C | C) |
| 0 °C ≤ t < 100 °C ±1,8 °C | C) |
| 100 °C ≤ t ≤ 500 °C ±1,8 % | C) |
Bosch Power Tools 1609 92A 4RK| (06.03.2019)
82|Nederlands
Oppervaktetemperatuurmeter UniversalTemp
Optiek (verhouding meetafstand :meetvlek) ^D)E) 12:1
Gebruikstemperatuur -5^ + 50^
Opslagtemperatuur -20^ + 70^
Max. gebruikshoogte boven referentiehoogte 2000m
Relatieve luchtvochtigheid max. 90%
Vervuilingsgraad volgens IEC 61010-1 2
Laserklasse 2
Lasertype 650 nm, <1 mW
Divergentie laserpunt 1,5 mrad
Batterijen 2 × 1,5 VLR6 (AA)
Gebruiksdur ca. 9 h
Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014 0,22 kg
Oppervlaktetemperatuurmeter UniversalTemp
Afmetingen (length × breedte × hoothe) 171× 101× 54mm
A) Dat geldt bij een omgevingstemperatuur van 21^ 25^ en een emissiegraad van O,95. Bij een omgevingstemperatuur van -5^ 21^ varieert de meetnauwkeurigheid met ± 0,1^× K of ± 0,1% × K (de grotere waarde moet worden genomen), waar bij geldt: K=|T-21], T=omgevingstemperatuur. Bij een omgevingstemperatuur van 25^ 50^ varieert de meetnauwkeurigheid met ± 0,1^× K of ± 0,1% × K (de grotere waarde moet worden genomen), waar bij geldt: K=|T-25], T=omgevingstemperatuur.
B) bij een meetafstand van 0,1 - 0,3m tot het oppervlak
C) bij een meetafstand van 0,75 - 1,25 m tot het oppervlak
D) heeft betrekking op infraroodmeting, zie grafiek:

E) Informatie volgens VDI/VDE 3511 blad 4.3 (verschijningsdatum juli 2005); geldt voor 90% van het meetsignaal.
Er können op alle gebieden buiten de weergegeven grootheden in de technische gegevens afwijkingen van de meetresultaten ontstaan.
F) Er ontstaat slechts een Niet geleidende verruiling, waar bijchalter soms een tijdelijke geleidhaarheid wort verwacht door bedauwing.
Montage
Batterijenplaatsen/vervangen
Voor het gebruik van het meetgereedschap wordt het gebruik van alkali-mangaanbatterijen aanbevolen.
Voor het openen van het batterijvakdeksel (4) drukt u op de vergrendeling (5) en klapt u het batterijvakdeksel open. Plaats de batterijen. Let hierbij op de juisteplaatsing van plus- en min-pool volgens de afbeelding aan de binnenkant van het batterijvakdeksel.
De batterij-aanduiding (a) geeft de laadtoestand van de batterijen aan:
84|Nederlands
Aanduiding Capaciteit

67%...100%

34%...66%

15 minuten...<33%

maximaal 15 minuten
Als de batterij-aanduiding (a) met een leeg batterijsymbol Knippert, dan要去en de batterijen worden verrangen.
Vervang alsijd alle batterijen tegelijk. Gebruik alleen batterijen van een fabrikant en met bezelfde capaciteit.
Haal de batterijen uit het meetgereedschap, wanner u dit langerearend nicht gebruikt. De batterijen konnen bij een langereperiode van opslag corroderen en zichzelf ontladen.
Gebruik
Ingebruikname
Beschem het meetgereedschap gegen vocht en fel zonlicht.
Stel het meetgereedschap Niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bijv. Niet gedurende langere tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grotere temperatuurschommelingen eerst op temperatuur komen, voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig beinvloed worden.
Let op een correcte acclimatising van het meetgereedschap. Bij sterke temperatuurschommelingen van de acclimatisingstijd tot 30 minutes bedragen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zich, wanner u eerst een meting in de koele kelderuitvoert en daarna waar de warme zolderGaat.
Vermijd heftige stoten of vallen van het meetgereedschap. Na sterke invloeden van buitenaf en bij opvalende zaken in de functionaliteit moet u het meetgereedschap bij een geauthoriseerde Bosch-klantenservice lately controleren.
Sluit of dek de ontvangstlens (2) en de laseropening (1) Niet af.
In-/uitschakelen
Voor het inschakelen van het meetgereedschap heeft u de volgende möglichkheden:
- Schakel het meetgereedschap met de aan/uit-toets (9) in. Na een korte startsequen-tie is het meetgereedschap gereed voor gebruik met de maateenheid die werk opgeslagen, toen het de LASTe keer werk uitgeschakeld. Er worden nog geen meting gestart. De laser is uitgeschakeld.
- Schakel het meetgereedschap met de toets Meten (3) in. Wanner u de toets Meten (3) kort indrukt, is het meetgereedschap na een korte startsequentie gereed om te meten. Wanner u de toets Meten (3) langer dan 3 s indrukt, worden na de startsequentie de laser ingeschakeld en het meetgereedschap begint direct met een meting met de maateenheid die werk opgeslagen, toen het de LASTe keer werk uitgeschakeld.
Laat het ingeschakelde meetgereedschap Niet onbeheerd anschter en schakel het meetgereedschap na gebruikuit. Andere Personen können door de laserstraal verblind worden.
Richt de laserstraal Niet op Personen of dieren en kijk zich nicht in de laserstraal, ook Niet vanaf een große afstand.
Voor het uitschakelen van het meetgereedschap drukt u op de aan/uit-toets (9).
Als ca. 1 minuten lang geen toets op het meetgereedschap wordt ingedrukt, dan schakelt het meetgereedschap automatisch uit om de batterijen te sparen.
Meetvoorbereiding
Maateenheid instellen
Voortingesteld is de maateenheid graden Celsius. U kurz wisselen:tussen de maateenheden graden Celsius en graden Fahrenheit, wanneer u langer dan 3 s op de toets
Mode (8) drukt.
Wanner het meetgereedschap is ingeschakeld en de maateenheid worden omgezet, dan worden de LASTMEETWAARDEN gewist. De maateenheid worden opgeslagen en verschijnt, wanner u het meetgereedschap weein schakelt.
Emissiegraad instellen
Voor het bepalen van de oppervlaktetemperatuur worden contactloos de natuurlijke infrarood-warmtestraling gemeten die het object waar het meetgereedschap op worden gericht, uitzendt. Voor een optimaal meetresultaat要去 de bij het meetgereedschap ingestelde emissiegraad (zie „Emissiegraad", Pagina 89) voor elke meting gecontroleerd en eventueel aan hetmeetobject aangepast worden.
86 | Nederlands
Wanner het meetgereedschap worden ingeschakeld, is algid de hoge emissiegraad Voor-ingesteld. Wanner de emissiegraad worden omgezet, dan worden de LASTemeetwaarden gewist.
Bij het meetgereedschap kan worden gekozen uit 3 emissiegraden. In de onderstaande babel vindt u bij elke emissiegraad vaak gebruekte materialen met soortgelijke emissiegraden die als voorbeeld konnen worden gekozen. Omdat de emissiegraad van een materiaal afhankelijk is van verschillende factoren en zodoende kan variieren, dienen de gevevens in het volgende overzicht als richtwaarden.

Hoge emissiegraad: beton (droog), baksteen (rood, ruw), zandsteen (ruw), marmer, pvc-vloer, kunststof (PE, PP, PVC), rubber, aluminium geanodiseerd (mat), structuurbehang, tapijt, laminaat, tegels (mat), parket (mat), lak (zwart, mat), radiatorlak, hout, glas

Gemiddelde emissiegraad: emaille, graniet, gietijzer, zand, chamotte

Lage emissiegraad: kurk, porselein (wit), lak (licht reflecterend)
De volgende emissiegraden worden gebruikt:
- hoge emissiegraad: 0,95
gemiddelde emissiegraad:0,85
lage emissiegraad:0,75
Voor het wijzigen van de instelling van de emissiegraad drukt u zo vaak op de toets Mode (8) tot in de aanduiding emissiegraad (d) de voor de volgende meting juiste emissiegraad is gekozen.
Correcte temperatuurmetingen zijn alleen möglichk, wanner de ingestelde emissiegraad en de emissiegraad van het object overeenstemmen. Objecten zouden met een te hoge of te lage temperatuur können worden weergegeven, wat mogelijk tot een gevaar bij aanrakingen kan leiden.
Meetvlak
Bij de contactloze meting van de oppervlaktetemperatuur worden de infraroodstraling van het meetvlak bepaald.
De laserdpunt markeert ongeveer het middelpunt van het meetvlak. Voor een optimaal meetresultaat lijnt u het meetgereedschap zodaniguit dat de laserstraal het meetvlak op dit punt loodrecht raakt.
Richt de laserstraal Niet op Personen of dieren en kijk zich nicht in de laserstraal, ook Niet vanaf een große afstand.
De groote van het meetvlak neemt toe met de afstand:tussen meetgereedschap en meet- object. Bij een afstand van 1 m is het meetvlak ca. 8,3 cm groot, voor zover de laserstraal verticaal op een plat meetvlak valt.
Bij een oppervlaktetemperatuur van -10^ tot +500^ ligt de optimale meetafstand tussen 0,75 m en 1,25 m. Onder -10^ ligt de optimale meetafstand tussen 10 cm en 30 cm.
Het aangegeven meetresultaat is de gemiddelde waarde van de gemeten temperaturen binnen het meetvlak.
Houd afstand tot zeer hare objecten. Er bestaat geaar voor verbranding.
Houd het meetgereedschap Niet direct op hete oppervlakken. Het meetgereed-schap kan door de hitte beschadigd worden.
Aanwijzingen m.b.t. de meetomstandigheden
Sterk reflecterende of glanzende oppervlakken (bijv. glanzende tegels, fronten van roestvrij staal of kookpannen) können de meting van de oppervlaktetemperatuur belemmeren. Plak indien nodig het meetvlak af met een donkere, matte plakband die goed warmtegeleidend is. Laat de plakband kort op het oppervlak op temperatuurkommen.
De meting door transparante materialen (bijv. glas of transparante kunststoffen) heen is vanwege het principe Niet möglichk.
De meetresultaten worden nauwkeuriger en betrouwbaarder naarmate de meetomstandigeden beter en stabieler zich.
De infrarood-temperatuurmeting wordt belemmerd door rook, stoom of stoffige lucht.
Zorg waarom voor de meting voor voldoende ventilatie in de ruimte, vooral wanner de lucht vuil of wasemig is. Meet bijv. in de badkamer Niet meteen na het douchen.
Laat de ruimte na het ventileren een tijdje op temperatuur komen tot deze waar de gebruikelijke temperatuur heeft bereikt.
Meetfunctions
Afzonderlijke meting
Door eenmalig kort indrukken van de toets Meten (3) schakelt u de laser in en activeert u een afzonderlijke meting.
88|Nederlandsl
De meetprocedure kan tot wel een halve seconde duren en wordt aangegeven door het oplichten van de aanduiding SCAN (i). Na aflsuiing van de meting wordt de laser automatisch uitgeschakeld, de aanduiding SCAN dooft en op het display verschijnen de resultaten van de LASTE en voorlaatste meting.
Continue meting
Houd voor continu meten de toets Meten (3) ingedrukt. De laser blijft ingeschakeld en de aanduiding SCAN verschijnt op het display. Richt de laser met een langzame beweging achtereenvolgens op alle oppervlakken waarvan u de temperatuur wilt meten.
De aanduiding op het display worden voortdurend bijgewerkt. Zodra u de toets Meten (3) loslaat, worden de meting onderbroken, de aanduiding SCAN dooft en de laser worden UITgeschakeld.
Op het display verzchijnen de resultaten van de staat en voorlaatste meting.
Fouten -oorzaken en verhelpen
Meetgereedschap nicht geacclimatiseerd
Het meetgereedschap werd blootgesteld aan sterke temperatuurschommelingen. Voor de aanpassing was onvoldoendeijd.
Omgevingstemperatuur buiten het gebruikstempoatuurbereik
De omgevingstemperatuur is voor het gebruik van het meetgereedschap te hoog of te laag.
Oppervaktetemperatuur buiten het meetbereik
De aanduiding knippert, wanner de oppervaktetemperatuur van het meetobject in het meetvlak te hoog (>500^, zie aanduiding (h)) of te laag (< - 30^, zie aanduiding (g) ) is. De temperatuur van dit object kan nicht gemeten worden. Richt de laser op een ander object en start een neue meting.
Internebout
Wanner het meetgereedschap een interne fout heeft, verschijnt Err op het display en het symbol (j) knippert. Voor een reset van de software verwijdert u de batterijen, wacht u enkele seconden en zet u de batterijen waar in.
Blijft de fout daarna bestaan, LAST metegetereedschap bij een Bosch klantenservice controlleren. Open het meetgereedschap Niet zichl.
Uitleg van begrippen
Emissiegraad
De emissiegraad van een object is afhankelijk van het materiaal en van de structuur van zich oppervlak. Dit bepaalt of een object (in vergelijkking met andere objcten vandezelfde temperatuur) veel of weinig infraroodwarmestraling uitzendt.
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Controller het meetgereedschap voor elk gebruik. Bij zichtbare beschadigingen of losse delen binnenin het meetgereedschap is de veilige werkung Niet meer gewaarborgd.
Bewaar en Transporteer het meetgereedschap alleen in een geschikte houder zoals de originele verpakking. Plak geen stickers in de buurt van de sensor op het meetgereedschap.
Houd het meetgereedschap.altijd schoon en droog om goed en veilig te werken.
Dompel het meetgereedschap Niet in water of andere vloeistoffen.
Verwijder vuil met een droge, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.
Tijdens het reinigen mag geen vloeistof in hetmeetgereedschap binnendringen.
Reinig de ontvangstlens (2) en de laseropening (1) Zoervoorzichtig:
let erop dat er geen pluizen op de ontvangstlens of de laseropening liggen. Probeer Niet met spitse voorwerpen vuil van de ontvangstlens te verwijderen en veeg Niet over de ontvangstlens (gevaar voorbekrassen). Indien nodig kutn u vuil voorzichtig met olievrije persluchtuitblazen.
Stuur het meetgereedschap voor reparatie in de originele verpakking op.
Klantenservice en gebruiksadvies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over verwangingsonderdelen. Opengewerkte tekeningen en informatatie over verwangingsonderdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com
Het Bosch-gebruiksadviesteam helpt ugraag bij vragen over once producten en accessoires.
Vermeld bij vragen en bestellingen van verrangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer volgens het typeplaatje van het product.
90 | Dansk
Nederland
Tel.: (076) 5795454
Fax: (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
België
Tel.: (02) 588 0589
Fax: (02) 588 0595
E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com
Afvalverwijdering
Meetgereedschappen, accessoires en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoordere manier te worden gerecycled.

Gooi meetgereedschappen en batterijen nicht bij het huisvuil!
Alleen voor landen van de EU:
Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU要去en Niet更是 bruikbare meetgereedschappen en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG要去en defecte of verbruike accu's/batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.