DP55 - Boor SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DP55 SCHEPPACH in PDF-formaat.
| Producttype | Kolomboormachine voor werkbank |
| Merk | Scheppach |
| Model | DP55 |
| Nominaal vermogen (S1) | 710 W |
| Maximaal vermogen (S2 5 min) | 900 W |
| Voedingsspanning | 220-240 V ~ 50 Hz |
| Onbelaste snelheid | 500 - 2600 min⁻¹ |
| Spankracht van de boorkop | 1,5 - 13 mm |
| Maximale boordiepte | 70 mm |
| Afmetingen van de basisplaat | 320 x 305 mm |
| Afstand boorkop / plaat | 280 mm |
| Gewicht | 8,3 kg |
| Beschermingsklasse | II (dubbele isolatie) |
| Laserklasse | 2 (golflengte 650 nm, < 1 mW) |
| Geluidsdrukniveau | 89,6 dB(A) (onzekerheid 3 dB) |
| Geluidsvermogensniveau | 102,6 dB(A) (onzekerheid 3 dB) |
| Elektronische snelheidsregeling | Ja, met toetsen + en - |
| Kruislijnlaser | Ja, met speciale schakelaar |
| Digitale weergave | Ja (snelheid, aan/uit) |
| Diepteaanslag | Ja, verstelbaar met blokkeerhendel |
| Snelspaninrichting | Ja, voor werkstuk |
| Parallel aanslag | Ja, verstelbaar |
| Bewerkbare materialen | Metaal, hout, kunststof, tegels |
| Onderhoud | Regelmatig reinigen, smeren van bewegende delen, controle van koolborstels |
| Garantie | Wettelijk, defecte onderdelen gratis vervangen |
Veelgestelde vragen - DP55 SCHEPPACH
Gebruikersvragen over DP55 SCHEPPACH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Boor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DP55 - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DP55 van het merk SCHEPPACH.
GEBRUIKSAANWIJZING DP55 SCHEPPACH
Verklaring van de symbolen op het apparaat
Het gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico's. De veiligheidssymbolen en de bijbehorende uitleg moeten goed worden begrepen. De waarschuwingen zelf voorkomen geen risico's en kunnen de juiste maatregelen betreffende ongevallenpreventie niet vervangen.
![]() | Waarschuwing! Bij het niet in acht nemen, bestaat levensgevaar, gevaar voor letsel of beschadiging aan het werktuig! |
![]() | Lees voorafgaand aan de inbedrijfstelling de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften! |
![]() | Draag een veiligheidsbril! |
![]() | Draag gehoorbescherming! |
![]() | Bescherm de luchtwegen bij stofontwikkeling! |
![]() | Draag lang haar niet los. Gebruik een haarnetje. |
![]() | Draag geen handschoenen. |
![]() | Beschermingsklasse II (dubbel geïsoleerd) |
![]() ![]() | Let op! Laserstraling |
![]() | Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen. |
![]() | Het product voldoet aan de geldende Servische richtlijnen. |
Inhoudsopgave:
Pagina:
-
Inleiding....62
-
Apparaatbeschrijving(afb. 1-6, 11, 12)....62
-
Meegeleverd....62
-
Beoogd gebruik....63
-
Veiligheidsvoorschriften 63
-
Technische gegevens.... 66
-
Voor de ingebruikname.... 66
-
Montage 67
-
Bediening....67
-
Transport....69
-
Reiniging en onderhoud 69
-
Opslag....70
-
Elektrische aansluiting....70
-
Afvalverwerking en hergebruik....71
-
Verhelpen van storingen....72
-
Conformiteitsverklaring.... 313
1. Inleiding
Fabrikant:
Scheppach GmbH
Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat.
Aanwijzing:
De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:
- ondeskundige behandeling,
- veronachtzaming van de instructies voor de bedie- ning,
- reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen
- inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderdelen
- Niet-beoogd gebruik
- uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht nemen van de elektrische voorschriften en VDE-voorschriften 0100, DIN 57113 / VDE0113.
Let op:
Lees voor de montage en voor de inbedrijfstelling de complete tekst van de gebruikshandleiding door.
De gebruiksaanwijzing is bedoeld om het gemakkelijker te maken, uw apparaat te leren kennen en de beoogde toepassingsmogelijkheden van het apparaat te benutten.
De gebruikshandleiding bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het apparaat veilig, vakkundig en economisch werkt en hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het apparaat verhoogt.
Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het apparaat geldende voorschriften van uw land in acht nemen.
Bewaar de gebruikshandleiding bij het product in een plastic hoes, beschermd tegen vuil en vocht. De gebruikshandleiding moet door elke bediener van de machine voor aanvang van de werkzaamheden worden gelezen en zorgvuldig worden nageleefd.
Aan het apparaat mogen alleen personen werken, die voor het gebruik van het apparaat geïnstrueerd en over de daarmee verbonden gevaren geïnformeerd zijn. De vereiste minimumleeftijd moet aangehouden worden.
Naast de in deze gebruikshandleiding opgenomen veiligheidsvoorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van machines van hetzelfde type.
Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften.
2. Apparaatbeschrijving(afb. 1-6, 11, 12)
- Grondplaat
- Snelspanner
- Kolom
- Tandheugel hoogteverstelling
- Klemhendel hoogteverstelling
- Klemhendel diepteaanslag
- Diepteaanslag
- Handgreep
- Display
- Uit-schakelaar
- Aan-schakelaar
- Bedieningseenheid
12.1 Knop toerental verhogen
12.2 Knop toerental verminderen
12.3 Aan/uit-schakelaar kruislijnlaser
12.4 Aan/uit-schakelaar eenheid - Bboorkopbescherming
- Boorkop
- Vleugelschroeven voor parallelaanslag
- Parallelaanslag
- Snelspanschroef
- Aanwijzer
- Borgschroef
- Schaalverdeling
- Revisieklep
3. Meegeleverd
- 1 Boormachine
• 1 Snelspanner (2)
• 1 Grondplaat (1)
• 1 Parallelaanslag (16)
• 1 Handgreep (8)
• 1 afstandhuls (K)
• 1 Boorkopbescherming (13)
• 2 schroeven 3,0 x 12 (C)
• 1 Klemhendel (6)
• 1 Inbussleutel, 4 mm (L)
• 1 boorkopsleutel (G)
• 1 Gebruikshandleiding
• 1 montagemateriaal (N)
• 1 moer (J)
• 1 inbusschroef (B)
4. Beoogd gebruik
De kolomboormachine is ontworpen voor het boren in metaal, hout, kunststof en tegels.
Spanbereik boorkop: 1,5 - 13 mm.
Het apparaat is bedoeld voor gebruik door doe-het-zelvers. Het is niet ontworpen voor continu commercieel gebruik. Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen jonger dan 16 jaar. Jongeren vanaf 16 jaar mogen het apparaat alleen onder toezicht gebruiken. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die het gevolg is van oneigenlijk gebruik of onjuiste bediening.
Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet.
5. Veiligheidsvoorschriften
Algemene veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten
⚠ WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidsvoorschriften, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens die bij deze elektrische machine zijn meegeleverd. Nalatigheden bij het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken.
Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwijzingen voor toekomstig gebruik.
Het in de veiligheidsvoorschriften gebruikte begrip "Elektrisch gereedschap" is van toepassing op netgevoed elektrisch gereedschap (met netsnoer) of op accugevoed elektrisch gereedschap (zonder netsnoer).
1. Veiligheid op de werkplek
a) Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Rommel of slecht verlichte werkplaatsen kunnen leiden tot ongevallen.
b) Werk met het elektrisch gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving, waarin zich brandbare vloeistoffen, gas of stof bevinden.
Elektrisch gereedschap kan vonken veroorzaken, die het stof of de dampen kunnen ontsteken.
c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik uit de buurt van het elektrische gereedschap. Bij afbuiging kunt u de controle over het elektrische apparaat verliezen.
2. Elektrische veiligheid
a) De aansluitstekker van het elektrische gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele wijze worden gewijzigd. Gebruik geen adapterstekker samen met geaard elektrisch gereedschap. Ongewijzigde stekkers en passende stopcontacten verminderen het risico op elektrische schok.
b) Let op dat uw lichaam geen contact maakt met geaarde onderdelen zoals bijv. buizen, radiatoren, elektrische haarden, koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is.
c) Houd elektrisch gereedschap uit de buurt van regen of vocht. Het indringen van water in een elektrisch apparaat vergroot het risico op een elektrische schok.
d) Gebruik de kabel niet om het elektrisch gereedschap te dragen, aan op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van hitte, scherpe randen of bewegende apparaatdelen. Beschadigde of opgewikkelde kabels verhogen het risico op een elektrische schok.
e) Als u met een elektrisch gereedschap in de open lucht werkt, gebruik dan alleen een verlengsnoer dat ook geschikt is voor gebruikt buiten. Het gebruik van een voor buiten geschikt verlengsnoer vermindert het risico op een elektrische schok.
f) Als het gebruik van het elektrische gereedschap in een vochtige omgeving niet kan worden vermeden, gebruik dan een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico op een elektrische schok.
3. Veiligheid van personen
a) Wees altijd voorzichtig, let op waar u mee bezig bent en ga verstandig te werk bij werkzaamheden met elektrisch gereedschap.
Maak geen gebruik van elektrisch gereedschap als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten. Een moment van onachtzaamheid bij gebruik van het elektrisch gereedschap kan leiden tot ernstig letsel.
b) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en ook altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, antislip-veiligheidsschoenen, een helm of gehoorbescherming, al naar gelang het soort gereedschap en de toepassing ervan, verkleint het risico op verwondingen.
c) Vermijd ingebruikname zonder toezicht. Controleer of het elektrisch gereedschap is uitgeschakeld voordat u het op de stroomvoorziening en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of draagt. Als u tijdens het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schakelaar hebt of het reeds ingeschakelde elektrische apparaat op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot letsel en ongevallen leiden.
d) Verwijder instelgereedschap of de moersleutel, voordat u het elektrische gereedschap inschakelt. Een gereedschap of sleutel dat/die zich in een draaiend onderdeel bevindt, kan verwondingen veroorzaken.
e) Voorkom een onnatuurlijke lichamshouding. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haren, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden of lange haren kunnen worden vastgegrepen door bewegen-de delen.
g) Als er stof- en opvangrichtingen gemonteerd kunnen worden, moet u controleren of deze aangesloten zijn en correct worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verminderen.
h) Voorkom een vals gevoel van zekerheid en houd u altijd aan de veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten, ook als u ervaren bent met het elektrisch apparaat. Achteloos handelen kan in een fractie van een seconde tot ernstige verwondingen leiden.
- Gebruik en behandeling van het elektrisch gereedschap
a) Zorg dat het apparaat niet overbelast raakt. Gebruik voor de werkzaamheden het daarvoor bedoelde elektrische gereedschap. Met het juiste elektrisch gereedschap werkt u beter en veiliger in het aangegeven vermogensbereik.
b) Gebruik geen elektrisch gereedschap, waarvan de schakelaar defect is. Een elektrisch gereedschap, dat niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet gerepareerd worden.
c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de uitneembare accu voordat u de apparaatinstellingen wijzigt, inzetstukken vervangt of het elektrische apparaat weglegt. Deze voorzorgsmaatregelen voorkomen dat het elektrische gereedschap onbedoeld start.
d) Bewaar ongebruikt elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen. Laat het elektrisch apparaat niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk als deze door onervaren personen worden gebruikt.
e) Voer zorgvuldig onderhoud uit aan elektrische apparaten en inzetstukken. Controleer of bewegende delen probleemloos functioneren en niet klemmen, of onderdelen gebroken of beschadigd zijn, waardoor de functie van het elektrische gereedschap wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het elektrische apparaat eerst repareren. Veel ongevallen ontstaan door slecht onderhouden elektrisch gereedschap.
f) Houd snijgereedschap scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden komt minder snel vast te zitten en is makkelijker te gebruiken.
g) Gebruik elektrische apparaten, accessoires en inzetstukken, etc. overeenkomstig deze aanwijzingen. Houd daarbij rekening met de omstandigheden waarin gewerkt wordt en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere toepassingen dan het voorgeschreven gebruik kan leiden tot gevaarlijke situaties.
h) Houd grepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als grepen en greepoppervlakken glad zijn, kan het elektrisch gereedschap in onvoorziene situaties niet veilig bediend en onder controle gehouden worden.
5. Service
a) Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwalificeerd deskundig personeel repareren met uitsluitend originele reserve-onderdelen. Hiermee blijft veilig gebruik van het elektrisch gereedschap gewaarborgd.
Veiligheidsvoorschriften voor boormachines
a) De boormachine moet vastgezet worden. Een onjuist bevestigde boormachine kan bewegen of kantelen en dit kan verwondingen veroorzaken.
b) Het werkstuk moet met de werkstuksteun worden vastgeklemd of bevestigd. Boor niet in werkstukken die te klein zijn om veilig vast te klemmen. Als u het werkstuk met de hand vasthoudt, kan dat tot verwondingen leiden.
c) Draag geen handschoenen. Handschoenen kunnen door draaiende delen of boorspaanders worden vastgegrepen, wat tot verwondingen kan leiden.
d) Houd uw handen buiten het boorbereik als het elektrisch gereedschap in bedrijf is. Contact met draaiende delen of boorspaanders kan verwondingen veroorzaken.
e) Het boorgereedschap moet draaien voordat u het naar het werkstuk brengt. Anders kan de boor in het werkstuk vastlopen en kunnen onverwachte bewegingen van het werkstuk verwondingen veroorzaken.
f) Als de boor vastloopt, moet u de boor niet verder naar beneden duwen en het elektrisch gereedschap uitschakelen. Bepaal de oorzaak van het vastlopen en verhelp dit probleem. Het vastlopen kan tot een onverwachte beweging van het werkstuk en tot verwondingen leiden.
g) Voorkom lange boorspaanders door de neerwaartse druk regelmatig te onderbreken. Scherpe metaalspaanders kunnen vast komen te zitten en verwondingen veroorzaken.
h) Verwijder nooit boorspaanders uit het boorbereik als het elektrisch gereedschap in bedrijf is. Om spaanders te verwijderen, beweegt u het boorgereedschap van het werkstuk af, schakelt u het elektrisch gereedschap uit en wacht u tot het boorgereedschap is gestopt. Gebruik hulpmiddelen zoals een borstel of haak om de spaanders te verwijderen. Contact met draaiende delen of boorspaanders kan verwondingen veroorzaken.
i) Het toegestane toerental van inzetstukken met een nominaal toerental moet minstens zo hoog zijn als het maximale toerental dat op het elektrisch gereedschap staat vermeld. Accessoires die sneller draaien dan toegestaan, kunnen afbreken en weggeslingerd worden.

Let op: Laserstralingling Niet in de laserstraal kijken Laserklasse 2

Bescherm uzelf en uw omgeving door het nemen van de juiste voorzorgsmaatregelen ten behoeve van ongevallenpreventie!
- Niet direct in de laserstraal kijken zonder oogbescherming.
- Nooit direct in de straalbundel kijken.
- Richt de laserstraal nooit op reflecterende oppervlakken en personen of dieren. Ook een laserstraal met een laag vermogen kan oogletsel veroorzaken.
- Let op! Als andere dan de hier aangegeven handelswijzen worden toegepast, kan dit tot een gevaarlijke stralingsexplosie leiden.
- Lasermodule nooit openen. Dit kan tot onverwachte blootstelling aan straling leiden.
- De laser mag niet door laser van een ander type worden vervangen.
- Reparaties aan de laser mogen uitsluitend door de fabrikant van de laser of een bevoegde dealer worden uitgevoerd.
- Aanduiding en aanbrenglocatie van het waarschuwingsetiket, zie afbeelding 8 en 9
⚠ WAARSCHUWING! Dit elektrisch apparaat gene-reert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te be-perken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat de machine wordt gebruikt.
Restrisico's
Ook als u dit elektrisch apparaat conform de voorschriften gebruikt, blijven er altijd restrisico's bestaan.
De volgende gevaren kunnen in relatie tot de constructie en de uitvoering van dit elektrisch apparaat optreden:
- Longschade, als geen geschikt stofmasker wordt gedragen.
- Gehoorschade, als de voorgeschreven gehoorbescherming niet wordt gedragen.
- Lichamelijk letsel door trillingen van hand en arm als het apparaat gedurende langere tijd wordt gebruikt of niet conform de voorschriften wordt bediend en onderhouden.
| Nominaal vermogen S1 710 Watt | |
| Bedrijfsmodus S2 5min* 900W | |
| Stationair toerental n _o | 500 - 2600 min ^-1 |
| Spanbereik boorkop 1,5 - 13 mm. | |
| Boorslag max. 70 mm | |
| Afmetingen grondplaat 320 x 305 mm | |
| Afstand boorkop tot bodemplaat | 280 mm |
| Gewicht ca. | 8,3 kg |
| beschermingsklasse | II / ☐ |
| Laserklasse | 2 |
| Aslengte laser | 650 nm |
| Vermogen laser | < 1 mW |
Technische wijzigingen voorbehouden!
* Na een ononderbroken bedrijfsduur van 5 minuten volgt een pauze totdat de temperatuur van het apparaat minder dan 2 K (°C) van de omgevingstemperatuur afwijkt.
Het werkstuk moet minimaal een hoogte van 3 mm en een breedte van 45 mm hebben. Zorg ervoor dat het werkstuk altijd met de kleminrichting is geborgd.
Geluid
De geluidswaarden zijn overeenkomstig EN 62841 bepaald.
| Geluidsdrukniveau L_pA | 89,6 dB |
| Onzekerheid K_pA | 3 dB |
| Geluidsvermogensniveau L_WA | 102,6 dB |
| Onzekerheid K_WA | 3 dB |
Draag gehoorbescherming.
Het effect van lawaai kan gehoorverlies zijn.
De opgegeven geluidsemissiewaarden zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kunnen worden gebruikt om elektrische apparaten met elkaar te vergelijken.
De aangegeven geluidsemissiewaarden kunnen ook worden gebruikt als eerste indicatie van de belasting.
Waarschuwing:
- De geluidsemissies kunnen van de opgegeven waarde afwijken wanneer de machine daadwerkelijk wordt gebruikt. Dit is afhankelijk van de wijze waarop het elektrisch apparaat wordt gebruikt en de aard van het werkstuk dat wordt bewerkt.
- Probeer om de belasting zo gering mogelijk te houden. Zo kan bijvoorbeeld de werktijd worden beperkt. Hierbij moeten alle aspecten van de bedrijfscyclus in aanmerking worden genomen (zoals de tijd dat de machine uitgeschakeld is en de tijd dat deze ingeschakeld is, maar onbelast draait).
7. Voor de ingebruikname
- Open de verpakking en haal het apparaat er voorzichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het apparaat en de hulpstukken op transportschade.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
LET OP
Het apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
Controleer vóór het aansluiten of de specificaties op het typeplaatje overeenkomen met de gegevens van het stroomnet.
- Controleer het apparaat op transportschade. Meld eventuele schade direct bij het transportbedrijf dat het elektrisch apparaat heeft bezorgd.
- Lange snoeren (verlengsnoeren) moeten worden vermeden.
- Gebruik het elektrisch apparaat niet in een vochtige of natte ruimte.
- Het elektrisch apparaat mag alleen in daartoe geschikte (goed geventileerde) ruimtes worden gebruikt.
8. Montage
⚠ Let op!
Het product voor de ingebruikstelling in ieder geval volledig monteren!
△Controleer vóór het aansluiten van het apparaat of de specificaties op het typeplaatje overeenkomen met de gegevens van het stroomnet.
⚠ Waarschuwing! Trek altijd de voedingsstekker eruit voordat u instellingen aan het apparaat uitvoert.
8.1 Grondplaat en kolom monteren (afb. 2)
- Schuif de snelspanner (2) over de kolom (3).
- Plaats de kolom (3) zo in de grondplaat (1) dat de geleidingspen aan het onderste uiteinde van de kolom (3) in de groef van de grondplaat (1) vastklikt.
- Draai de voorgemonteerde bevestigingsschroeven (A) aan de achterkant van de grondplaat (1) vast met de inbussleutel (L).
8.2 Parallelaanslag monteren (afb. 3)
- Schuif de parallelaanslag (16) in de groeven van de grondplaat (1).
- Zorg ervoor dat de schuifblokken onder de vleugelschroeven voor de parallelaanslag (15) op de groeven zijn uitgelijnd.
- Verplaats de parallelaanslag (16) naar de gewenste positie en draai de vleugelschroeven voor de parallelaanslag (15) vast.
8.3 Montage boorkopbescherming (afb. 2)
- Plaats de boorkopbescherming (13) in de daarvoor aanwezige boorgaten in het frame.
- Borg de boorkopbescherming (13) door de schroeven (C) handvast aan te halen.
8.4 Montage handgreep (afb. 2)
- Verwijder de voorgemonteerde bevestigings- schroef (B).
- Schuif de afstandhuls (K) en de handgreep (8) op de opname (D), zoals weergegeven in afb. 2.
- Haal de bevestigingsschroef (B) aan.
8.5 Montage klemhendel diepteaanslag (afb. 2)
Monteer de klemhendel diepteaanslag (6), zoals weergegeven in Afb. 2.
8.6 Montage op een werkoppervlak (afb. 3)
Bevestig het apparaat op het werkoppervlak door de grondplaat (1) op het werkoppervlak vast te schroeven.
9. Bediening
9.1 Bediening van het display (afb. 4)
• Display in-/uitschakelen:
Druk op de knop (12.4) (2-3 sec.) totdat het display (9) in- of uitschakelt.
- Instellen van het toerental:
- Druk op de knop um het toerental te verhogen (12.1).
- Druk op de knop om het toerental te verminderen (12.2).
• Kruislijnlaser in/uitschakelen:
Door op de knop (12.3) te drukken, kunt u de kruislijnlaser in- en uitschakelen.
9.2 Hoogteverstelling (afb. 1)
U kunt de positie van de machinekop aanpassen aan de hoogte van het werkstuk of de lengte van het gereedschap.
- Houd de handgreep (8) vast.
- Open de klemhendel voor de hoogteverstelling (5).
- Bepaal de positie van de machinekop met de handgreep (8).
- Zet de machinekop op deze positie vast met de klemhendel voor de hoogteverstelling (5).
Let op! In de laagste positie van de machinekop moet u erop letten dat deze niet voorbij het uiteinde van de markering wordt verplaatst.
Borg de machinekop in deze positie met de klemhendel hoogteverstelling (5). Als dit niet wordt gedaan, kan de geleiding beschadigd raken.
9.3 Boordiepte instellen (afb. 1, 11)
Met de diepteaanslag (7) kunt u de boordiepte bepalen.
- Open de klemhendel voor de diepteaanslag (6).
-
Voer een proefboring uit. Zodra de gewenste diepte is bereikt, haalt u de klemhendel diepteaanslag (6) weer aan.
-
De diepteaanslag (7) is nu op de gewenste boordiepte vergrendeld.
-
Controleer aansluitend de positie van de diepteaanslag. Indien nodig, de aanwijzer (18) met een kruiskopschroevendraaier losdraaien, op de 0°-positie van de schaalverdeling (20) zetten en de borgschroef (19) weer vastdraaien.
9.4 Gereedschap vastklemmen/losmaken(afb. 4, 7) Voorzichtig! Zorg ervoor dat de boorkopsleutel niet vast komt te zitten. Gevaar voor letsel door het wegslingeren van de boorkopsleutel.
9.4.1 Vastklemmen
- Klap de boorkopbescherming (13) naar boven.
- Plaats de boorkopsleutel (G).
- Draai de boorkopsleutel (G) tegen de klok in om de spanhuls (E) te openen.
- Plaats het inzetstuk (F).
- Houd het inzetstuk (F) vast.
- Draai de boorkopsleutel (G) met de klok mee om de spanhuls (E) te sluiten en het inzetstuk te borgen.
- Controleer het inzetstuk (F) op vaste zitting.
- Haal de boorkopsleutel (G) er weer af.
9.4.2 Losmaken
- Klap de boorkopbescherming (13) naar boven.
- Plaats de boorkopsleutel (G).
- Draai de boorkopsleutel (G) tegen de klok in, totdat het inzetstuk (F) kan worden verwijderd.
- Haal de boorkopsleutel (G) er weer af.
9.5 Werkstuk uitlijnen
- Schakel de kruislijnlaser via de aan/uit-schakelaar (12.3) in.
- Het snijpunt van beide laserlijnen geeft exact het boormiddelpunt weer.
- Lijn uw markering op het werkstuk uit op het la- serkruis.
9.6 Werkstuk vastklemmen (afb. 6)
Het te bewerken werkstuk moet veilig kunnen worden vastgeklemd. Bewerk geen werkstukken die niet kunnen worden vastgeklemd.
De uitsparing van de snelspanner moet gecentreerd ten opzichte van het boorgat zijn uitgelijnd. Anders kan de boor of boorvoering door de snelspanner worden geblokkeerd.
- Positioneer het werkstuk met behulp van de kruislijnlaser.
- Draai de snelspanschroef (17) los.
- Laat de snelspanner (2) op het werkstuk rusten.
- Draai de snelspanschroef (17) rechtsom om het werkstuk vast te klemmen.
- Om de snelspanner (2) te ontgrendelen, draait u de snelspanschroef (17) linksom.
9.7 Grotere werkstukken vastklemmen (afb. 6)
Gebruik voor grotere werkstukken de parallelaanslag (16):
- Draai de vleugelschroeven van de parallelaanslag (15) los en plaats de parallelaanslag (16) in de groeven van de grondplaat.
- Draai de vleugelschroeven van de parallelaanslag (15) vast.
- Lijn uw werkstuk uit op de parallelaanslag (16) en klem het vast met de snelspanner (2).
Waarschuwing! Bij werkstukken die breder of langer zijn dan het tafelblad, moet u voor voldoende ondersteuning zorgen, bijvoorbeeld met onderstellen of zaagbokken.
Werkstukken die langer of breder zijn dan de grondplaat van de kolomboormachine, kunnen omkantelen als ze niet stevig worden ondersteund. Als het werkstuk kantelt, kan het de boorkopbescherming of het snijgereedschap beschadigd raken.
9.8 Toerental instellen (afb. 4)
Het juiste toerental moet afhankelijk van het te bewerken werkstuk en de gereedschapsdiameter worden ingesteld.
Met de elektronische toerenregeling kunt u het toerental instellen:
Stel het toerental in met behulp van de toerenregelaar (12.1/12.2).
Het actuele toerental kan op het display (9) worden afgelezen.

line
| θ | Steel | Wood | | --- | ----- | ---- | | 1 | 2500 | 2500 | | 2 | 2400 | 2450 | | 3 | 2200 | 2300 | | 4 | 2000 | 2100 | | 5 | 1800 | 1900 | | 6 | 1600 | 1700 | | 7 | 1400 | 1500 | | 8 | 1200 | 1300 | | 9 | 1000 | 1100 | | 10 | 800 | 900 | | 11 | 600 | 700 | | 12 | 500 | 550 | | 13 | 450 | 450 |9.9 In-/uitschakelen (afb. 1)
△ Zorg ervoor dat de boorkopbescherming (13) naar beneden is geklapt voordat u het apparaat inschakelt.
Inschakelen: Druk op de Aan-schakelaar (11) om het apparaat in te schakelen.
Uitschakelen: Druk op de Uit-schakelaar (10) om het apparaat uit te schakelen.
△ Let op: Het tijdens het boorproces ingestelde toerental wordt opgeslagen en blijft ingesteld, tot deze wordt gewijzigd of het elektrisch apparaat van de stroomvoorziening wordt losgekoppeld. Na het opnieuw aansluiten op de stroomvoorziening, draait het elektrisch gereedschap met een vooraf ingesteld toerental van 1500 min ^-1 .
9.10 Boren (afb. 1)
- Lijn het werkstuk uit en klem het vast, zoals onder punt 9.5 beschreven.
- Start het apparaat en stel het toerental in, zoals onder punt 9.7 beschreven.
- Voor het boren beweegt u de handgreep (8) met gelijkmatige aanvoer, totdat de gewenste boordiepte is bereikt. Bij het boren van metalen moet u de beweging van het handwiel kortstondig onderbreken, zodat de spanen kunnen afbreken.
- Als u de boordiepte hebt bereikt, brengt u de handgreep (8) weer terug naar de uitgangspositie.
- Schakel het apparaat uit.
10. Transport
Houd het elektrisch gereedschap vast bij de grondplaat (1) om het te transporteren.
11. Reiniging en onderhoud
⚠ Waarschuwing! Trek altijd de stekker uit het stopcontact voordat u instellings-, instandhoudings- of reparatiewerkzaamheden uitvoert!
11. 1 Algemene onderhoudsvoorschriften
Veeg van tijd tot tijd met een doek de spaanders en het stof van de machine. Olie om de levensduur van het apparaat te verlengen eenmaal per maand de draaiende delen. De motor niet oliën.
Gebruik voor de reiniging van de kunststof geen bijtende middelen.
⚠ Werkzaamheden die niet in deze gebruikshandleiding worden beschreven, door een gespecialiseerde werkplaats laten uitvoeren. Gebruik uitsluitend originele onderdelen.
Laat het apparaat altijd afkoelen voordat onderhouds- of reinigingswerkzaamheden worden uitgevoerd.
⚠ Er bestaat gevaar voor brandwonden!
Controleer het apparaat voor elk gebruik op zichtbare defecten, zoals losse, versleten of beschadigde onderdelen, of loszittende bouten of andere onderdelen. Vervang beschadigde onderdelen.
11.2 Reiniging
Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen. Chemische stoffen kunnen de kunststof onderdelen van het apparaat aantasten. Reinig het apparaat nooit onder stromend water.
- Reinig het apparaat grondig na elk gebruik.
- Reinig de ventilatieopeningen en het oppervlak van het apparaat met een zachte borstel, een kwast of een doek.
- Verwijder spaanders, stof en vuil zo nodig met een stofzuiger.
- Smeer bewegende delen regelmatig.
11.3 Onderhoud
Inspectie van de koolborstels (afb. 10)
Controleer de borstels van de koolborstels bij een nieuwe machine na de eerste 50 bedrijfsuren, of wanneer er nieuwe borstels gemonteerd zijn. Controleer na de eerste controle om de 10 bedrijfsuren.
Wanneer de koolstof tot een lengte van 6 mm versleten is of de veer of shuntdraad verbrand of beschadigd is, moet u beide borstels vervangen. Wanneer de borstels na het demonteren als inzetbaar beschouwd worden, kunt u ze weer inbouwen.
Voor het onderhoud van de koolborstels, draait u de vier kruiskopschroeven (M) van de revisiekap (zoals in afbeelding 10 weergegeven) linksom los en tilt u de revisiekap omhoog.
Verwijder vervolgens de koolborstels.
Plaats de koolborstels in omgekeerde volgorde terug.
11.4 Vervangen van de boorkop (afb. 4/10)
⚠ Waarschuwing! Netstekker loskoppelen!
Benodigd gereedschap (niet bij de levering inbegrepen): 1x steeksleutel 27 mm
- Verwijder het inzetstuk, zoals beschreven onder 9.3.2.
- Haal de spanhuls (E) vast aan, door de boorkops-leutel met de klok mee te draaien.
- Houd de boorkop met een hand vast, terwijl u met de steeksleutel (27 mm) de moer (H) met de klok mee naar onderen beweegt.
- Zodra de boorkop van de as is losgehaald, kan deze worden verwijderd.
- Zet de nieuwe boorkop in omgekeerde volgorde vast.
De boorkop mag alleen worden vervangen door een boorkop die door de fabrikant is goedgekeurd.
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt. Slijtageonderdelen*: Koolborstels, boor
* niet persé in de leveringsomvang opgenomen!
Neem in het geval van reserveonderdelen en accessoires contact op met ons servicecentrum. Scan hiervoor de QR code op de voorpagina
12. Opslag
Bewaar het apparaat en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen ontoegankelijke plaats. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30 °C.
Bewaar het elektrisch apparaat in de originele verpakking.
Dek het elektrisch apparaat af ter bescherming tegen stof en vocht.
Bewaar de gebruikshandleiding bij het elektrische apparaat.
13. Elektrische aansluiting
De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aangesloten. De aansluiting voldoet aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften. De netaansluiting van de klant en het gebruikte verlengsnoer moeten eveneens aan deze voorschriften voldoen.
13.1 Algemene instructies
Bij overbelasting van de motor schakelt deze zelfstandig uit. Na een afkoeltijd (deze tijd is verschillend) kan de motor weer worden ingeschakeld.
13.2 Defecte elektrische aansluitkabel
Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de isolatie op.
Mogelijke oorzaken zijn:
- Versleten plekken, als aansluitkabels door venster-of deuropeningen worden geleid.
- Knikken door een onvakkundige bevestiging of geleiding van de aansluitkabel.
- Snijplekken omdat over de aansluitkabel is gereden.
- Beschadigde isolatie omdat de stekker uit het stopcontact is getrokken.
- Scheuren door veroudering van de isolatie.
Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is beschadigd.
Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren de aansluitkabel niet op het elektriciteitsnet is aangesloten.
Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitsluitend netsnoeren met de aanduiding "H05VV-F".
Op de aansluitkabel moet de typeaanduiding vermeld staan.
Als het snoer moet worden vervangen, dan moet dit door de fabrikant of zijn vertegenwoordiger worden gedaan om veiligheidsrisico's te voorkomen.
13.3 Wisselstroommotor
- De netspanning moet 220 - 240 V\~ 50Hz zijn.
- Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een doorsnede hebben van 1,5 vierkante millimeter.
Aansluitingen en reparaties van de elektrische uitrusting mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitgevoerd.
Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:
• Stroomtype van de motor
- Gegevens van het typeplaatje van de motor
Aansluittype X
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd is, moet dit worden vervangen door een speciaal uitgevoerd netsnoer, dat verkrijgbaar is bij de fabrikant of diens klantenservice.
14. Afvalverwerking en hergebruik
Aanwijzingen op de verpakking


De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieu-vriendelijk afvoeren.
Aanwijzingen betreffende de wetgeving Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)

Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur behoort niet bij het huishoudelijke afval, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Oude batterijen of accu's die niet vast in het afge-dankte apparatuur zijn geïntegreerd, moeten vóór het afvoeren op niet-destructieve wijze worden ver-wijderd! Het afvoeren hiervan is geregeld in de wet-geving inzake batterijen.
- Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elektronische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu's in te leveren.
- De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voeren afgedankte apparaat!
- Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
- Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd:
- Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven)
- Verkooppunten van elektrische apparaten (stationair en online), voor zover dealers verplicht zijn ze terug te nemen of dit vrijwillig aanbieden.
- Tot drie afgedankte elektronische apparaten per apparaattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis naar de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw apparaat van de fabrikant te hoeven kopen, of naar een ander erkend inzamelpunt in je omgeving worden gebracht.
- Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaarden van de fabrikanten en distributeurs verzoeken wij u contact op te nemen met de betreffende klantenservice.
- Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikaat aan een particulier huishouden, kan de fabrikant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elektrische apparaat. Neem hiertoe contact op met de klantenservice van de fabrikant.
- Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden ge-installeerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Europese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.
15. Verhelpen van storingen
| Storing Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| Apparaat start niet | Motor, kabel of stekker defect, huiszekering wordt geactiveerd | Stopcontact, netsnoer, leiding en stekker controleren en zo nodig door een elektricien laten repareren. Huiszekering controleren |
| Aan/uit-schakelaar (11/10) defect Reparatie door klantenservice | ||
| Motor defect Reparatie door klantenservice | ||
| Krachtige trillingen | Grondplaat (1) niet vastgezet Machine op werkbank o.i.d. bevestigen | |
| Gereedschap niet gecentreerd vast-geklemd | Gereedschap in boorkop (14) controleren | |
| Motor raakt snel oververhit | Overbelasting van de motor, ontoereikende koeling van de motor. | Voorkom overbelasting van de motor tijdens het boren, verwijder stof van de motor om een optimale koeling van de motor te garanderen. |
| De motor maakt te veel lawaai | Wikkelingen beschadigd, motor defect. | Controle door klantenservice |
Inšpekcia kefiek (obr. 10)
Bestillingsnummer: 390 6814 001
11.5 Serviceinformation
Bestillingsnummer: 390 6814 001
Merknad om emballasjen



Emballasjemateriale kan resirkuleres. Vennligst kast emballasje på en miljøvennlig måte.
Henvisninger til elektro- og elektronikkenhetslov (ElektroG)

Zichtbare gebreken moeten binnen de 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, zo niet verliest de verkoper elke aanspraak op grond van deze gebreken. Onze machines worden geleverd met een garantie voor de duur van de wettelijke garantietermijn. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat de koper de machine ontvangt. De garantie houdt in dat wij elk onderdeel van de machine dat binnen de garantietermijn aantoonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van materiaal- of productiefouten, kosteloos vervangen. De garantie vervalt echter bij verkeerd gebruik of verkeerde behandeling van de machine. Voor onderdelen die wij niet zelf produceren, geven wij enkel de garantie die wij zelf krijgen van de oorspronkelijke leverancier. De kosten voor de montage van nieuwe onderdelen vallen ten laste van de koper. Eisen tot het aanbrengen van veranderingen of het toestaan van een korting en overige schadeloosstellingsclaims zijn uitgesloten.











