GEBRUIKSAANWIJZING RoboCut XL600 SCHEPPACH
Verklaring van de symbolen op het product
Het gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico's. De veiligheidssymbolen en de bijbehorende uitleg moeten goed worden begrepen. De waarschuwingen voorkomen geen risico's en kunnen de juiste maatregelen betreffende ongevallenpreventie niet verrangen.
| Lees voorafgaand aan de ingebruikname de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften! |
| Waarschuwing! Schakel het product uit voordat u het oppakt of eraan werkt. |
| Gevaar door wegslingerende onderdelen tijdens het gebruik. Houd een veilige afstand tot het product wanner het in werkig is. |
| Houd uw handen en voeten uit de buurt van de roterende messen. Ga Niet op het product zitten of staan. |
| Beschem de accu gegenitte en vuur. |
| Beschem de accu gegen water en vocht. |
| T2A | Productgarantie |
| Beschermingsklasse II |
| L-Hon L-Hon | Batterijen en accu's mogen nicht bij het huisvuil. |
| "POWER ON/OFF" toets (aan/uit-toets) |
| START | Start toets / Selectie toets (omhoog) |
| HOME | Home-toets (terug waar oplaadstation) / - Selectie toets (omlaag) |
| OK | OK-toets |
| Instelling PIN-code |
| Datum/tijd instelling |
| WiFi (W-lan) |
| * | Bluetooth |
| CE | Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen. |
| ΔΔ | Het product voldoet aan de geldende Servische richtlijnen. |
Inhoudsopgave:
- Inleiding 81
- Productbeschrijving 81
- Leveringsomvang 81
- Beoogd gebruik 81
- Veiligheidsvoorschriften 82
- Technische gegevens 84
- Uitpakken 85
- Montage/Voor ingebruikname 85
- Inbedrijfstelling / Instellingen 88
- Reiniging 91
- Transport 91
- Opslag/wintertijd 92
- Onderhoud / Update 92
- Afvalverwerking en hergebruik 93 15. Problemen oplossen / foutcodes 94
- Conformiteitsverklaring 436
1. Inleiding
Fabrikant:
Scheppach GmbH
Günzburgerstraße 69
D-89335 Ichenhausen
Geachte klant,
Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe product.
Aanwijzing:
De fabrikant van dit product is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit product of door dit product ontstaan bij:
- ondeskundige behandeling
- Niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
- Reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen
- Inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderdelen. Niet-beoogd gebruik.
- Uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht nemen van de elektrische voorschriften en VDE-voorschriften 0100, DIN 57113 / VDE 0113.
Let op:
Lees voor de montage en voor de ingebruikname de complete tekst van de gebruikshandleiding door.
De gebruikshandleiding is bedoeld om het gemakkelijker te maken uw product te leren kennen en de beoogde toepassingsmogelijkheden te benutten.
De gebruikshandleiding bevat belangrijke aanwijzingen hoe u met het product veilig, vakkundig en economisch werkt en hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het product verhoogt.
Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het product geldende voorschriften van uw land in acht nemen.
Bewaar de gebruikshandleiding in een plastic hoes, beschermd tegen vuil en vocht, bij het product. De gebruikshandleiding moet door elke operator voor aanvang van de werkzaamheden worden gelezen en zorgvuldig worden nageleefd.
Aan het product mogen alleen personen werken die voor het gebruik van het product geïnstrueerd zijn en over de daarmee verbonden gevaren geïnformeerd zijn. De vereiste minimumleeftijd moet in acht worden genomen.
Naast de in deze gebruikshandleiding opgenomen veiligheidsvoorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van producten van hetzelfde type.
Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften.
2. Productbeschrijving
- Robotmaaier
- Draaiknop snijhoogteverstelling
- Display met bedieningspaneel
- Stoptoets
- Vooras
- Bladschijf
- Mes
- Bevestigingsschroef mes
- Achterwiel
- Oplaadstation
- Begrenzingsdraad
- Draadpen
- Bevestigingsring voor oplaadstation
- Voedingsadapter met kabel en stekker
3. Leveringsomvang
- 1x robotmaaier
- 1x oplaadstation
- 9x messen (3x geïnstalleerd; 6x vervangingsmessen)
- 6x bout voor mes
- 1x begrenzingsdraad (130 meter) 180xdraadpennen
- 6x bevestigingspin
- 1x voedingsadapter
- 1x gebruikshandleiding
4. Beoogd gebruik
De machine is ontworpen voor het automatisch maaien van gazons.
De machine mag uitsluitend voor het voorgeschreven doel worden gebruikt. Elk ander of verdergaand gebruik is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel.
Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshandleiding maken deel uit van het beoogd gebruik.
Personen die de machine bedienen of die onderhoud aan de machine verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan de machine worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade.
De machine mag uitsluitend met de originele onderdelen en originele accessoires van de fabrikant worden gebruikt.
De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant alsook de in de technische gegevens aangegeven afmetingen moeten in acht worden genomen.
Let erop dat onze producten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het product in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet.
5. Veiligheidsvoorschriften
Algemene veiligheidsvoorschriften
- De gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallen en gevaren die aan andere personen of hun eigendom worden toegebracht.
- Kinderen, personen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of gebrek aan ervaring en kennis, of personen die niet bekend zijn met de handleidingen voor het bedienen van de machine, mogen de machine niet gebruiken; plaatselijke voorschriften kunnen de leeftijd van de gebruiker beperken.
- Sluit de voedingsadapter nooit aan op een stopcontact als de stekker of de kabel beschadigd is.
- Versleten of beschadigde kabels verhogen het risico van elektrische schokken.
- Laad de accu's alleen op in het meegeleverde oplaadstation. Verkeerd gebruik kan leiden tot elektrische schokken, oververhitting of lekkage van bijtende vloeistof uit de accu. Spoelen met water/neutralisatiemiddel in geval van lekkage van elektrolyten. Bij contact met de ogen onmiddellijk een arts raadplegen.
- Gebruik alleen de originele, door de fabrikant aanbevolen, accu. De veiligheid van het product kan alleen worden gegarandeerd wanneer originele accu's worden gebruikt. Gebruik geen niet-oplaadbare accu's.
- Het product moet van het stroomnet worden losgekoppeld als u de accu verwijdert.
Veiligheidsvoorschriften Bediening
- Het product mag alleen worden gebruikt met de door de fabrikant aanbevolen onderdelen. Andere vormen van gebruik zijn niet toegestaan. De aanwijzingen van de fabrikant inzake gebruik/onderhoud moeten strikt worden opgevolgd.
- Bij gebruik van het product in openbare ruimten moeten rond de werkomgeving waarschuwingsborden worden geplaatst.
Op deze borden moet de volgende tekst staan: "Waarschuwing! Robotmaaier! Houd afstand van het product! Kinderen moeten onder toezicht staan!"
- Schakel het product UIT als er zich mensen, vooral kinderen, of dieren in de werkomgeving bevinden. Aanbevolen wordt om het product zo te programmeren dat het werkt op tijden dat er geen activiteit in de omgeving is, bijvoorbeeld 's nachts. Let op dat sommige dieren, zoals egels, nachtdieren zijn. U kunt mogelijk gewond raken door het product.
- Kinderen mogen tijdens de werking niet in de werkomgeving komen.
- Het is kinderen verboden met het product te spelen, zowel buiten als tijdens het gebruik.
- Draag het product altijd als het is uitgeschakeld. Niet met uitgestrekte armen, maar altijd tegen het lichaam aan. Zorg dat je stevig staat.
- Laat het apparaat niet draaien tijdens het transport. Loop voorzichtig en zorg er altijd voor dat je stevig staat.
- Draag altijd stevig schoeisel en een lange broek wanneer u het product gebruikt.
- Gebruik het apparaat niet bij slechte weersomstandigheden, vooral niet bij onweer. Er bestaat gevaar voor blikseminslag.
- Gebruik een aardlekschakelaar met een afschakelstroom van 30 mA of minder. Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico op een elektrische schok.
- LET OP: De verlengkabel en het netsnoer moeten zich buiten de werkomgeving bevinden, zodat ze niet worden beschadigd.
- Het product mag alleen worden bediend, onderhouden en gerepareerd door personen die volledig bekend zijn met de eigenschappen ervan en de veiligheidsvoorschriften die bij het gebruik in acht moeten worden genomen. Lees de gebruikshandleiding zorgvuldig en maak uzelf vertrouwd met de inhoud voordat u het product gebruikt.
- Het is niet toegestaan het oorspronkelijke ontwerp van het product te wijzigen. Alle wijzigingen in dit verband vinden plaats op eigen risico van de gebruiker. Zorg ervoor dat er geen vreemde voorwerpen zoals stenen, takken, gereedschap of speelgoed op het gazon liggen. De messen kunnen beschadigd raken als ze in botsing komen met vreemde voorwerpen. Schakel het product altijd uit met de POWER ON/OFF-toets (aan/uit-toets) voordat u een verstopping verwijdert. Controleer het product op schade voordat u het weer in gebruik neemt.
- Als het product abnormaal begint te trillen, schakel het dan altijd uit met de hoofdschakelaar of de POWER ON/OFF-toets (aan/uit-toets) en controleer het op schade voordat u het opnieuw gebruikt.
- Start het product volgens de instructies. Wanneer het product is ingeschakeld, moet u ervoor zorgen dat uw handen en voeten niet in de buurt van de draaiende bladen komen. Houd uw handen en voeten uit de buurt van de onderzijde van het product.
- Raak nooit bewegende gevaarlijke componenten, zoals de bladschijf, aan voordat ze volledig tot stilstand zijn gekomen.
- Til het product niet op en draag het niet als het ingeschakeld is.
- Laat het product niet bedienen door iemand die niet weet hoe het werkt en zich gedraagt.
- Het product mag niet in botsing komen met personen of andere levende wezens. Indien een persoon of ander levend wezen in het traject van het product komt, moet het onmiddellijk worden gestopt.
- Plaats geen voorwerpen op de behuizing of het oplaadstation van het product.
- Laat nooit personen op de robot zitten. Til de robot nooit op om het zaagblad te inspecteren en draag hem nooit tijdens het gebruik. Plaats tijdens het gebruik geen handen of voeten onder de robot.
- Het product mag niet worden gebruikt met een beschadigde beschermkap, bladschijf of behuizing. Bovendien mag het niet worden gebruikt met beschadigde messen, schroeven, moeren of kabels. Sluit geen beschadigde kabels aan en raak ze niet aan voordat ze zijn losgekoppeld van de voeding.
- Gebruik het product niet als de POWER ON/OFF-toets (aan/uit-toets) en de STOP-toets niet werken.
- Schakel het product altijd uit met de ON/OFF-toets (aan/uit-toets) als het niet wordt gebruikt. Het product start alleen als de POWER ON/OFF-toets (aan/uit-toets) is ingeschakeld en de juiste PIN-code is ingevoerd.
- Als het netsnoer tijdens het gebruik beschadigd raakt, druk dan op de "STOP-toets" om de robot te stoppen en haal het netsnoer uit het stopcontact.
- Scheppach garandeert geen volledige compatibiliteit tussen het product en andere draadloze systemen zoals afstandsbedieningen, zenders, ondergrondse elektrische afrasteringen van veehouderijen en dergelijke.
- Metalen voorwerpen in de grond (bijv. gewapend beton of anti-mollennetten) kunnen de maaier doen stoppen. De metalen voorwerpen kunnen het lussignaal verstoren, waardoor de maaier kan stoppen.
- De bedrijfs- en opslagtemperatuur is 5 - 50°C. Het temperatuurbereik voor het opladen is 5 - 45°C. Bij te hoge temperaturen kan het product schade oplopen.
- Gebruik of laad de robot nooit op in een explosieve en/of ontvlambare omgeving.
- Gebruik de robot niet als er een strooier actief is. In dat geval moet u de robot en de strooier zo programmeren dat ze niet tegelijkertijd werken.
- Was de robot niet met hogedrukwaterstralen en dompel hem niet geheel of gedeeltelijk onder in water, want hij is niet waterdicht.
- Gebruik uitsluitend de door de fabrikant geleverde oplader en voedingsadapter. Onjuist gebruik kan leiden tot elektrische schokken, oververhitting of lekkage van corrosieve vloeistoffen uit de accu.
- Plaats de voedingsadapter niet op een hoogte waar deze kan worden ondergedompeld. Plaats de voedingsadapter niet op de grond.
- Bedek de voedingsadapter niet. Condensatie kan de voedingsadapter beschadigen en het risico van elektrische schokken vergroten.
- Als er vloeistof lekt, was de accu dan met water / neutralisator.
Bij oogcontact een arts raadplegen.
Als de maaier ondersteboven staat, moet de hoofdschakelaar altijd uit staan. Bij alle werkzaamheden aan het onderstel van de maaier, bijv. bij het reinigen of verrangen van de messen, moet de hoofdschakelaar worden uitgeschakeld.
Veiligheidsvoorschriften Accu en oplader
Accu en oplader
Lees de aanwijzingen voor het opladen. Zorg ervoor dat uw oplader overeenkomt met uw plaatselijke stroomvoorziening. Controleer of de aansluiting tussen de oplader en het accupack overeenkomt met de juiste modellen. Een langere levensduur en betere prestaties kunnen worden bereikt als de accu wordt opgeladen bij een luchttemperatuur tussen 18°C en 25°C. Laad de accu niet op bij een luchttemperatuur onder 5°C of boven 40°C. Deze aanwijzingen zijn belangrijk, omdat dit ernstige schade aan de accu kan voorkomen.
WAARSCHUWING:
Lithium-ion accu's kunnen exploderen of brand veroorzaken als ze worden gedemonteerd, kortgesloten of blootgesteld aan water, vuur of hoge temperaturen. Ga voorzichtig te werk, open de accu niet en stel deze niet bloot aan elektrische/mechanische spanning. Bewaar de accu's niet in direct zonlicht.
- De accu niet uit elkaar halen, openen of klein maken.
- Een accu niet kortsluiten. Bewaar accu's niet lukraak in een doos of lade waar ze elkaar kunnen kortsluiten of kortgesloten kunnen worden door geleidende materialen.
- Wanneer de accu niet in gebruik is, houd deze dan uit de buurt van andere metalen voorwerpen zoals paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die van de ene pool naar de andere kunnen gaan. Kortsluiting van de accupolen kan brandwonden of brand veroorzaken.
- Stel de accu niet bloot aan hitte of vuur. Vermijd opslag in direct zonlicht.
- Stel de accu niet bloot aan mechanische schokken.
- Laat de vloeistof bij een lekkende accu niet in contact komen met de huid of de ogen. Indien toch contact met de huid of ogen is geweest, moet het getroffen gebied met veel water worden uitgespoeld en dient u medisch advies in te winnen.
- Zoek onmiddellijk medische hulp als een cel of accu wordt ingeslikt.
- Houd de accu schoon en droog.
- De accu presteert het best bij normale kamertemperatuur (20°C ± 5°C).
- Houd bij het weggooien van accu's de accu's van verschillende elektrochemische systemen gescheiden van elkaar.
- Laad het product alleen op met de door de fabrikant gespecificeerde oplader. Gebruik geen andere lader dan de oplader die specifiek bedoeld is voor gebruik met het product. Een oplader die geschikt is voor een bepaald type accu kan brandgevaar opleveren wanneer deze met een andere accu wordt gebruikt.
- Gebruik geen accu's die niet bedoeld zijn voor gebruik met het product.
- Bewaar de accu buiten het bereik van kinderen.
- Bewaar de originele productbeschrijving voor later gebruik.
- Gooi het product op de juiste wijze weg.
- Houd de oplader schoon. Verontreinigingen kunnen een elektrische schok veroorzaken.
- Controleer voor elk gebruik de oplader, de kabel en de stekker. Gebruik de oplader niet als u schade vaststelt. Open de oplader niet zelf en laat het alleen door bevoegd en vakkundig personeel en alleen met originele reserveonderdelen repareren. Beschadigde laders, kabels en stekkers verhogen het risico op een elektrische schok.
- Controleer altijd of de netspanning overeenkomt met de spanning die op het typeplaatje van de oplader is aangegeven.
- Gebruik de oplader nooit als de kabel, de stekker of het product beschadigd is door invloeden van buitenaf. Breng de oplader naar de dichtstbijzijnde werkplaats voor reparatie.
- Open de oplader in geen geval. Breng de oplader naar de dichtstbijzijnde werkplaats voor reparatie.
LET OP!
Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld wanneer het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten.
Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat de machine wordt gebruikt.
Restrisico's
De machine is gebouwd volgens de stand van de techniek en de erkende veiligheidstechnische regels. Toch kunnen tijdens de werkzaamheden enkele restrisico's optreden.
- Gevaar voor de gezondheid, veroorzaakt door elektriciteit bij gebruik van onjuiste snoeren.
- Voordat u instel- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert, laat u de startknop los en trekt u de voedingsstekker uit het stopcontact.
- Bovendien kunnen er ondanks alle getroffen voorzieningen verborgen restrisico's bestaan.
- Restrisico's kunnen worden geminimaliseerd als de "veiligheidsvoorschriften" en het "gebruik conform de voorschriften", alsook de gebruikshandleiding in acht worden genomen.
- Voorkom dat u de machine onbedoeld inschakelt: als u de stekker in het stopcontact steekt, mag de startknop niet worden ingedrukt. Gebruik het gereedschap dat in deze gebruikshandleiding wordt aanbevolen. U verkrijgt dan optimale prestaties met uw machine.
- Houd uw handen buiten de werkomgeving wanneer de machine in bedrijf is.
Laadtijd ca. 120 min
Voedingsadapter NT1.1-RC-20Li
| Spanning (ingang) 100-240 V~ |
| Frequentie 50-60 Hz |
| Opnamevermogen 28 W |
| Spanning (uitgang) 20 V |
| Laadstroom 1,1 A |
Technische wijzigingen voorbehouden!
BELANGRIJK:
De oplader is alleen geschikt voor het opladen van het producttype RoboCut XL600.
Geluid & Trilling
Waarschuwing: Lawaai kan ernstige gezondheidsklachten tot gevolg hebben. Als het geluid van de machine hoger is dan 85 dB, dient u geschikte gehoorbescherming te dragen.
Geluidsemissies
| Geluidsvermogensniveau LWA | 50 dB |
| Onzekerheid KWA | 4,09 dB |
| Gegarandeerd geluidsvermogensniveau LWA | 55 dB |
| Geluidsdruknavalue LPA | 44 dB |
| Onzekerheid KPA | 3 dB |
De geluidsemissieverklaring voldoet aan de norm EN ISO 3744.
7. Uitpakken
- Open de verpakking en haal het product er voorzichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het product en de hulpstukken op transportschade. Bij klachten dient direct contact te worden opgenomen met de expediteur. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het product aan de hand van de gebruikshandleiding. - Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserveonderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier. - Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het product aan.
LET OP
Het apparaat en verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
8. Montage / Voor ingebruikname
LET OP!
Het product voor de ingebruikname in ieder geval volledig monteren!
LET OP!
Als u van plan bent een verticuteermachine in de werkomgeving te gebruiken, is het verplicht de begrenzingsdraad (11) in te graven.
LET OP!
Gebruik geen trimmer in de buurt van de begrenzingsdraad (11). Wees voorzichtig bij het knippen van randen waar de begrenzingsdraad (11) zich bevindt.
8.1 Opstellen / juiste positie van het oplaadstation (10)
LET OP
Bevestig het oplaadstation (10) pas met een hamer (niet meegeleverd) en de bevestigingspennen (13) nadat u de hele werkomgeving heeft afgebakend. (Afb. 16).
AANWIJZING:
Maak geen nieuwe gaten in het oplaadstation.
AANWIJZING:
Ga niet met uw voeten op het oplaadstation staan.
LET OP
De verlengkabel en het netsnoer moeten zich buiten de werkomgeving bevinden, zodat ze niet worden beschadigd.
- Het oplaadstation (10) kan bij een schuur, een tuinhuisje of het huis worden geplaatst.
- Het oplaadstation (10) moet op een vlakke ondergrond worden opgesteld.
AANWIJZING:
Plaats het oplaadstation (10) niet op een hellend of oneffen oppervlak, anders zal het verbuigen en wordt de werking belemmerd of kan er een defect optreden. - Het oplaadstation (10) moet zodanig worden opgesteld/gepositioneerd dat er voor en achter het oplaadstation (10) ten minste een meter ruimte is, zonder obstakels en dergelijke. (Afbeelding 3)
8.2 Begrenzingsdraad (11) aansluiten aan het oplaadstation (10)
AANWIJZING:
De begrenzingsdraad (11) moet naar het oplaadstation (10) worden gelegd, ten minste een meter lang, recht, zonder hoeken en obstakels. Dit zorgt voor een goede toegang tot het oplaadstation (10) (afbeelding 3).
- De begrenzingsdraad (11) moet op ten minste 30 cm afstand van grenzen, zoals de huismuur, worden gelegd. Afbeelding 3
- Strip ongeveer 10 mm isolatie van een kant van de begrenzingsdraad (11) (afbeelding 4).
- Breng de geïsoleerde begrenzingsdraad (11) in de rode kabelklem "OUT", aan de rechterzijde van het oplaadstation (10). Steek aansluitend de begrenzingsdraad (11) door de sleuf onder het oplaadstation (10) (afbeelding 5).
- Leg vervolgens de begrenzingsdraad (11) zoals beschreven in punt 8.3 "Begrenzingsdraad (11) leggen".
AANWIJZING:
De begrenzingsdraad (11) moet ten minste 100 cm recht voor het oplaadstation (10) worden gelegd. - Na het leggen van de begrenzingsdraad (11) de overtollige draad inkorten. - Om het tweede uiteinde van de begrenzingsdraad (11) aan te sluiten, stript u ongeveer 10 mm isolatie van het uiteinde en steekt u het in de zwarte kabelklem "IN".
8.3 Begrenzingsdraad (11) leggen (afb. 1/2)
De begrenzingsdraad (11) moet als een lus rond de werkomgeving worden gelegd. Wanneer de robotmaaier (1) nadert, detecteren sensoren in het product de begrenzingsdraad (11). De maaier verandert onder een willekeurige hoek van richting wanneer hij de begrenzingsdraad (11) bereikt.
Als de maaier wil terugkeren naar het oplaadstation (10), zoekt/rijdt hij tot aan de begrenzingsdraad (11) en draait dan gedefinieerd naar links.
Vervolgens gaat het langs de begrenzingsdraad (11) terug naar het oplaadstation (10).
8.3.1 Algemene aanwijzingen/Installatiemethoden
LET OP:
Om schade aan het product te voorkomen, moet er een obstakel van min. 15 cm hoogte zijn tussen de begrenzingsdraad (11) en wateren/hellingen/struiken en/of openbare wegen.
LET OP:
De maaier mag niet worden gebruikt op grind/stenen.
AANWIJZING:
Bepaal en maak een schets van de werkomgeving voordat u begint met het leggen van de begrenzingsdraad (11).
AANWIJZING:
De maximaal toegestane lengte van de begrenzingsdraad (11) is 300 m.
- De afstand van de begrenzingsdraad (11) tot de buitenrand moet 30 cm bedragen (afbeelding 6).
- Een afstand van 8 cm tussen de begrenzingsdraad (11) is voldoende indien alle onderstaande punten van toepassing zijn (afbeelding 7):
- over het begrenzingsvlak kan worden gereden (bijv. voetpad, oprit of iets dergelijks). - het begrenzingsvlak ligt op hetzelfde niveau als het maaioppervlak. - er geen uitstekende of scherpe delen op het begrenzingsvlak zijn die in contact kunnen komen met de maaier of de messen en deze kunnen beschadigen. - er geen planten op het begrenzingsvlak zijn die niet gemaaid mogen worden.
- De begrenzingsdraad (11) kan worden ingegraven, of worden vastgezet met de bijgeleverde draadpennen (12).
- Bij het leggen van de begrenzingsdraad (11) moet de hoek in de hoeken altijd > 90° zijn (zie afbeelding 8+9).
- De robotmaaier (1) vindt gebieden/doorgangen met vernauwingen / een breedte van ≥ 0,8 m (afbeelding 10).
- De minimale breedte van het maaigebied is 0,8 m (afbeelding 10).
- De maximaal mogelijke helling is 35% (20°).
LET OP
Om ongevallen en/of schade aan personen of het product te voorkomen, is het verboden het product op steil terrein te gebruiken.
In afbeelding 11 kunt u zien, hoe u de helling bepaalt.
AANWIJZING:
Zie punt 8.3.3 voor de afbakening van hellingen/struiken.
LET OP!
Als u van plan bent een verticuteermachine in de werkomgeving te gebruiken, is het verplicht de begrenzingsdraad (11) in te graven.
8.3.1.1 Ingraven van de begrenzingsdraad (11)
Maak bij het ingraven van de begrenzingsdraad (11) een smalle groef in de grasmat met behulp van een spade of iets dergelijks. Plaats vervolgens de draad in de groef en dek deze af met aarde.
BELANGRIJK:
Voor een probleemloze werking mag de begrenzingsdraad (11) met max. 3 cm aarde worden bedekt. - Nadat de begrenzingsdraad (11) met aarde is bedekt, is het voldoende de losse aarde met uw lichaamsgewicht te verdichten.
8.3.1.2 Bevestig de begrenzingsdraad (11) met draadpennen (12)
AANWIJZING:
De afstand tussen de draadpennen (12) mag niet meer dan 80 cm bedragen (afbeelding 12).
- Plaats de begrenzingsdraad (11) op de grasmat op een afstand van 30 cm of 8 cm van de buitenrand (afbeelding 6/7).
- Bevestig de begrenzingsdraad (11) ten minste om de 80 cm met een draadpen (12) (afbeelding 12).
- Sla de draadpennen (12) in de grond met een hamer (niet meegeleverd) (afbeelding 13).
- Bij ongelijke of bochtige omstandigheden moet de afstand tussen de draadpennen (12) dienovereenkomstig worden verkleind.
8.3.2 Legtypes voor obstakels (eilanden) (afb. 14)
AANWIJZING:
Voor grote en zware voorwerpen die hieronder als voorbeeld worden genoemd, is een "eilandinstallatie" niet noodzakelijkerwijs vereist:
- Boom - Verhoogd bed - Grote/zware plantenbakken - Kas - Tuinhuisje
Om kwetsbare/kleine voorwerpen tegen beschadiging te beschermen, legt u de begrenzingsdraad (11) als volgt:
- Breng de begrenzingsdraad (11) langs de buitenrand aan tot u het punt bereikt met de kortste afstand (van ten minste 0,8 m) tussen de buitenrand en het obstakel.
Leg de begrenzingsdraad (11) als "toevoerlijn" langs de kortste weg naar het obstakel. Leg de begrenzingsdraad (11) op een afstand van 30 cm of 8 cm (zie punt 8.3.1) rond het obstakel. - Leg de kabel langs de "toevoerlijn" terug naar de buitenrand.
LET OP!
De begrenzingsdraad (11) mag NIET kruisen. De maximale afstand tussen de begrenzingsdraden is 5 mm. - Leg de kabel verder langs de buitenrand.
8.3.3 Afbakening van struiken/hellingen > 35% (afb. 15)
- De grens met struiken/hellingen > 35% moet ten minste 40 cm bedragen, zoals aangegeven in afbeelding 15.
- Als u deze afstand niet aanhoudt, bestaat het risico dat de robotmaaier (1) uit het afgebakende gebied rijdt. Daardoor is dan geen functie meer mogelijk, waardoor de robot geen oriëntatie meer heeft.
AANWIJZING
Wanneer u de werkomgeving volledig heeft afgebakend, sluit u de begrenzingsdraad (11) aan op het oplaadstation (10) zoals beschreven in punt 8.2.
LET OP
Bevestig het oplaadstation (10) pas met een hamer (niet meegeleverd) en de bevestigingspennen (13) nadat u de hele werkomgeving heeft afgebakend.
8.4 Aansluiting van het oplaadstation (10) (afb. 16)
- Sluit de 2-polige stekker aan op het oplaadstation (10) zoals aangegeven in afbeelding 16 en schroef deze vast.
- Steek vervolgens de voedingsstekker in het stopcontact.
LET OP
Zorg ervoor dat de begrenzingsdraad (11) correct is gelegd en dat de voeding (14) correct is aangesloten op het oplaadstation (10) voordat u de stekker op het stroomnet aansluit.
Als het oplaadstation (10) is aangesloten op het stroomnet, brandt een LED op het achterste gedeelte van het oplaadstation (10). (zie afbeelding 17).
8.4.1 Beschrijving van de LED-status (afb. 17)
| LED-sta-tus | Betekenis Maatregel |
| brandt Niet | Geen stroom-voorziening | Zorg ervoor dat het netsnoor goed is aangesloten op de oplader en dat de oplader is aan-gesloten op een geschikte stroom-voorziening |
| brandt groen | De begrenzings-draad is correct aangesloten.De robot is volle-dig opgeladen. | - |
| knippert groen | De robot worden opgeladen | - |
| knippert rood | De begrenzings-draad is besch-adg of nicht goed aangesloten. | Controller, of de beiden uitein-den van de begren-zingsdraad+zijn aangeslotenende kabelklem goed vast zit Controller, of de begrenzings-draad Niet gebro-ken is. |
8.5 Voor de ingebruikname
- Stel de snijhoogte in op de maximale snijhoogte (60 mm) met behulp van de snijhoogteverstelling (2) zoals getoond in afbeelding 18.
- Plaats de maaier in de werkomgeving en start hem (zoals beschreven in punt 9).
- Observeer de maaier over een langere periode.
- Als hij zonder problemen terugkeert naar het oplaadstation (10), is de installatie voltooid.
TIP:
Voor de eerste inbedrijfstelling:
Plaats de maaier, direct na het oplaadstation (10), in een hoek van 90° ten opzichte van de begrenzingsdraad (11) en geef het commando om terug te keren naar het oplaadstation (10) via de "HOME"-toets (zie punt 9).
De maaier rijdt nu terug naar het oplaadstation (10) langs de volledige begrenzingsdraad (11) (afbeelding 2).
Zo kunt u direct voor de eerste inbedrijfstelling probleemgebieden opsporen en zo nodig corrigeren.
Dezelfde procedure wordt aanbevolen voor kritieke plaatsen, zoals struiken/openingen/bloembedden etc.
Ga te werk zoals hierboven beschreven en start de maaier (zie punt 9) met de toets "START".
In geval van een probleem kunt u de maaier stoppen door op de STOP-toets (4) op het product te drukken.
9. Inbedrijfstelling / Instellingen
LET OP!
Voor een optimale werking moet voor de eerste inbedrijfstelling een software-update worden uitgevoerd. (zie 13.3 Software-update)
AANWIJZING
Voor een lange levensduur mag de robotmaaier (1) alleen worden gebruikt bij een buitentemperatuur van 5 - 40°C
LET OP!
Het product voor de ingebruikname in ieder geval volledig monteren!
Elektrische aansluiting
De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aangesloten. De aansluiting voldoet aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften.
De netaansluiting van de klant en het gebruikte verlengsnoer moeten eveneens aan deze voorschriften voldoen.
Defecte elektrische aansluitkabel
Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de isolatie op.
Mogelijke oorzaken zijn:
- Drukpunten, als aansluitkabels door venster- of deuropeningen worden geleid.
- Knikken door een onvakkundige bevestiging of geleiding van het netsnoer.
- Snijplekken doordat over het netsnoer is gereden.
- Beschadigde isolatie doordat de stekker uit de wandcontactdoos is getrokken.
- Scheuren door veroudering van de isolatie.
Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is beschadigd.
Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren het netsnoer niet op het stroomnet is aangesloten.
Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen.
Gebruik uitsluitend snoeren met dezelfde aanduiding.
Op de aansluitkabel moet de type-aanduiding vermeld staan.
9.1 Snelle inbedrijfstelling (afb. 19/20)
Na het installeren van de begrenzingsdraad (11) kunt u de robotmaaier (1) gebruiken.
Maaihoogte instellen
- Draai de snijhoogteverstelling (2) met de klok mee om de snijhoogte traploos te verhogen: tussen 20 - 60 mm.
- Draai de snijhoogteverstelling (2) tegen de klok in om de snijhoogte traploos te verlagen: tussen 20 - 60 mm.
AANWIJZING
De pijl op de snijhoogteverstelling (2) wijst naar de getallen buiten de knop. Hier kunt u de momenteel ingestelde snijhoogte in stappen van 5 mm aflezen.
Robotmaaier stilzetten/stoppen:
- Om de robotmaaier te stoppen, drukt u op de Stoptoets (4).
- De robotmaaier stopt onmiddellijk en de bladschijf (6) stopt.
LET OP
De robotmaaier is niet uitgeschakeld, hij is alleen stilgezet. Gebruik altijd de "POWER ON/OFF-toets" (aan/uit-toets) om de robotmaaier uit te schakelen.
Robotmaaier inschakelen:
- De robotmaaier kan vervolgens opnieuw worden gestart zoals hieronder beschreven.
AANWIJZING
Voordat de robotmaaier (1) begint te maaien, klinkt een geluidssignaal (vier piepjes), waarna de bladschijf (6) begint te draaien.
- Druk op de "POWER ON/OFF"-toets (aan/uit-toets) in totdat de robotmaaier (1) inschakelt.
- Voor het eerste gebruik voert u de standaard PIN-code "0000" in door vier keer op "OK" te drukken wanneer het cijfer "0" knippert. (De PIN-code kan worden gewijzigd zoals beschreven in punt 9.2.1).
- Na bevestiging van het vierde cijfer met de "OK-toets" is de robotmaaier klaar voor gebruik. Het woord "IdLE" verschijnt op het display.
AANWIJZING
De robotmaaier (1) schakelt na 30 seconden automatisch uit als er geen invoer plaatsvindt.
LET OP
Als de PIN-code 10 keer verkeerd wordt ingevoerd, verschijnt "LOCK" op het display. Het apparaat is nu 10 minuten vergrendeld voordat u de pincode opnieuw kunt invoeren.
- Druk op de toets "START" en vervolgens op de toets "OK" om het maaien te starten.
- Als u op de toets "HOME" en vervolgens op de toets "OK" drukt, keert de robotmaaier (1) terug naar het oplaadstation (10) met uitgeschakelde maaifunctie. De robotmaaier (1) werkt te laag worden. De robotmaaier keert automatisch terug naar het oplaadstation (10). De messchijf is in deze toestand gedexeerd.
AANWIJZING
Nadat de accu volledig is opgeladen, start de robotmaaier weer. Als alternatief blijft de robotmaaier in het oplaadstation (10) volgens het ingestelde maaischema. (Standaard maait de robot van maandag tot vrijdag van 09:00 - 15:00 uur.)
9.2 Instellingen
AANWIJZING
Om het product in te stellen moet de robotmaaier (1) ingeschakeld zijn. Schakel de robotmaaier (1) in door op de toets ("POWER ON-/OFF"-toets) (aan/uittoets) te drukken en te houden totdat "PIN" op het display verschijnt.
9.2.1 PIN-code wijzigen (afb. 21)
- Houd de toetsen "START" en "HOME" tegelijkertijd gedurende minstens 3 seconden ingedrukt.
- Het symbool en "PIN" knipperen.
- Voer nu de oude PIN-code als volgt in (fabrieksinstelling "0000").
- Het eerste cijfer licht op ("0---").
- Gebruik de toetsen "START" en "HOME" om het gewenste cijfer te selecteren.
- Bevestig het cijfer met de "OK"-toets.
- Het volgende cijfer licht op (bijv. "10--"). Ga te werk zoals hierboven beschreven voor de nummers 2-4.
- Nadat u de "oude" PIN-code hebt ingevoerd en het vierde cijfer met de "OK"-toets hebt bevestigd, verschijnt "Pin2", nu kunt u de nieuwe PIN-code invoeren.
- Het eerste cijfer knippert ("0---").
- Gebruik de toetsen "START" en "HOME" om het gewenste cijfer te selecteren.
- Bevestig het cijfer met de "OK"-toets.
- Het volgende cijfer knippert (bijv. "10--"). Ga te werk zoals hierboven beschreven voor de nummers 2-4.
- Na bevestiging van het vierde cijfer met de toets "OK" worden de nieuwe PIN-code opgeslagen. Het woord "IdLE" verschijnt op het display.
9.2.2 Datum/tijd instellen/wijzigen (afb. 22)
AANWIJZING
Datum en tijd zijn noodzakelijke instellingen zodat de robotmaaier (1) kan maaien volgens het ingestelde maaischema.
- De datum/tijd worden ingesteld in de volgorde jaar datum-tijd.
- Houd de toets "START" ten minste 5 seconden ingedrukt.
- Het symbool en een nummer (bijv. 2020) op het display lichten op.
- Gebruik de toetsen "START", "HOME" en "OK" om het jaar in te stellen, analoog aan de PIN-instelling.
- Vervolgens licht het volgende getal op (maand.dag bijv. 08.25 voor 25 augustus).
- Gebruik de toetsen "START", "HOME" en "OK" om de juiste maand en dag in te stellen.
- Ten slotte worden de tijd weergegeven (bijv. 13:25).
- Stel de huidige tijd in zoals hierboven beschreven.
- Na bevestiging van het vierde cijfer met de toets "OK" worden datum en tijd opgeslagen. Het woord "IdLE" verschijnt op het display.
9.2.3 Verander de starttijd (afb. 23)
De in de fabriek ingestelde starttijd van 09:00 uur kan te allen tijde worden gewijzigd.
- Houd de toetsen "START" en "OK" tegelijkertijd gedurende ten minste 3 seconden ingedrukt.
- Het display toont de ingestelde starttijd, bijv. 13:25, waarbij het eerste cijfer knippert.
- Gebruik de toetsen "START" en "HOME" om het gewenste cijfer te selecteren en bevestig met de toets "OK". Ga te werk zoals hierboven beschreven voor de nummers 2-4.
- Na bevestiging van het vierde cijfer met de toets "OK" worden de nieuwe starttijd opgeslagen. Het woord "IdLE" verschijnt op het display.
9.2.4 Maaitijd/dag wijzigen (afb. 24)
De in de fabriek ingestelde maaitijd van 6 uur per dag kan op elk moment worden gewijzigd.
- Houd de toets "OK" ten minste 3 seconden ingedrukt.
- Het display toont de ingestelde maaitijd, bijv. 06 H, waarbij het eerste cijfer knippert.
- Gebruik de toetsen "START" en "HOME" om het gewenste cijfer te selecteren en bevestig met de toets "OK".
- Na bevestiging van het tweede cijfer met de "OK"-toets worden de maaitijd of dag opgeslagen. Het woord "IdLE" verschijnt op het display.
9.3 Kanten maaien
De standaardinstelling is dat de robotmaaier (1) elke dinsdag en vrijdag de kanten maait.
Dit betekent dat de robotmaaier (1) de eerste keer dat hij overdag maait eenmaal langs de begrenzingsdraad (11) rijdt.
LET OP
In deze modus is de bladschijf (6) actief.
De tijden voor het maaien van kanten kunnen alleen via de app worden ingesteld.
9.4 App-besturing
De robotmaaier RoboCut XL600 kan worden bediend via een app. De app is beschikbaar in de respectievelijke app stores voor Android en iOS.

Het gebruik van de app valt onder de term "gebruik" zoals gedefinieerd in deze gebruikshandleiding. Neem daarom ook de daarvoor geldende veiligheidsvoorschriften in acht.
De robotmaaier heeft twee verschillende werkwijzen. In de originele leveringstoestand werkt de robot offline. Hierbij staan de standaard maaifuncties van de robot ter beschikking.
Wilt u daarnaast gebruik maken van extra diensten (maaitijden, software-update, sensorinstellingen etc.), staat er een aanvullende app ter beschikking, die niet door de Scheppach Groep beschikbaar wordt gesteld. Voordat u deze app aan uw robotmaaier kunt koppelen, dient u uw contactgegevens in te voeren. Hier is een e-mailadres voldoende. De fabrikant van de app heeft hiertoe een privacybeleid en gebruiksovereenkomst beschikbaar gesteld, die het gebruik van de app resp. uw persoonsgerelateerde gegevens regelt.
Wij wijzen erop dat de Scheppach Groep, bij het gebruik van de app, geen persoonsgerelateerde gegevens opslaat en ook geen verdere informatie verwerkt. Dit wordt uitsluitend uitgevoerd door de fabrikant van de app.
9.4.1 Registratie
Om de app te gebruiken is registratie via e-mail noodzakelijk. U kunt zich ook registreren en inloggen via Facebook, met uw Apple ID of met Google.
Houd het serienummer van uw robotmaaier gereed voor registratie. U vindt dit op het typeplaatje van het apparaat.

9.4.2 Communicatie/gegevensoverdracht
De app communiceert met de robotmaaier via Bluetooth of WiFi.
AANWIJZING
Afhankelijk van uw contract met uw mobiele telefoonprovider of internetprovider brengt de gegevensoverdracht van de app naar het internet kosten met zich mee die voor uw rekening zijn.
9.4.3 Functies van de app
- Het maaischema inzien en bewerken, maaizones instellen, maaien starten, apparaat naar oplaadstation sturen
- Instellingen
- Updates / uitlezen (loggegevens)
9.4.3.1 Het maaischema inzien en bewerken
Met deze functie kunt u per dag instellen wanneer de robotmaaier moet beginnen met maaien en hoe lang de maaiduur moet zijn.
Er is een starttijd per dag (later maximaal twee starttijden) beschikbaar.
In deze functie kunt u ook de dagen instellen waarop de graskanten moeten worden gemaaid.
△ LET OP
Het wijzigen van het maaischema, het starten van een maaibeurt, het automatisch in- en uitschakelen, het terugsturen van de robotmaaier en het wijzigen van de datum en tijd kunnen leiden tot activiteiten die door andere personen niet worden verwacht. Betrokken personen moeten daarom altijd vooraf worden geïnformeerd over mogelijke activiteiten van de robotmaaier.
9.4.3.2 Maaizones instellen
Met deze functie kunt u handmatig vier verschillende maaizones in % instellen. Standaard is de functie ingesteld op "AutoMultizone". Hier begint de maaier ongedefinieerd na elk laadproces op elk willekeurig punt langs de begrenzingsdraad.
Dit betekent:
Na het eerste laadproces rijdt de robotmaaier langs de begrenzingsdraad volgens het ingestelde %-nummer voor zone 1 en begint te maaien.
Na het tweede laadproces doet hij hetzelfde volgens het ingestelde %-nummer voor zone 2, etc.
Voorbeeld:
U hebt 200 m begrenzingsdraad geïnstalleerd en een waarde van 25% gegeven voor zone 1.
Na het laadproces rijdt de robotmaaier 50 m langs de begrenzingsdraad en begint vanaf daar te maaien.
AANWIJZING
Met deze functie kunt u de robotmaaier bijvoorbeeld laten maaien in moeilijk bereikbare doorgangen om daar een perfect maaibeeld te garanderen.
9.5 Standaardinstelling van de regensensor wijzigen
Houd de "HOME"-toets gedurende 3 seconden ingedrukt, dan wordt "Rain" op het display weergegeven.
Druk op "OK" om de instellingsinterface te openen.
Vervolgens wordt "ON" of "OFF" weergegeven. U kunt de instellingen wijzigen door te drukken op de "START"- en "HOME"-toets en met de "OK"-toets te bevestigen.
10. Reiniging
LET OP
Schakel het product uit met de toets voordat u het schoonmaakt.
LET OP
Trek veiligheidshandschoenen aan alvorens de mesdraaischijf te reinigen.
Wij adviseren u om het product direct na elk gebruik te reinigen.
Maak het product regelmatig schoon met een vochtige doek en een beetje zachte zeep. Gebruik geen reinigingsmiddelen of oplosmiddelen; deze kunnen de kunststofonderdelen van het product aantasten. Zorg ervoor dat er geen water in het product kan komen.
11. Transport
- Druk op de toets ("POWER ON/OFF"-toets) (aan/uit-toets) om de robotmaaier uit te schakelen (1).
- Draag veiligheidshandschoenen bij het transport van de robotmaaier (1).
- Draag de robotmaaier (1) veilig, met beide handen.
Voorkom dat de robotmaaier (1) van grotere hoogte op de grond valt, om schade te voorkomen.
Als dit toch gebeurt, moet hij onmiddellijk naar een gespecialiseerde werkplaats worden gebracht voor inspectie.
De robotmaaier (1) mag pas daarna weer worden gebruikt.
12. Opslag/wintertijd
U zult langer plezier hebben van uw maaier als u hem goed overwintert.
Hoewel dit geen probleem is, raden wij u aan uw maaier tijdens de winter in een gesloten ruimte, bijvoorbeeld in de garage, op te bergen.
Voordat u de maaier opbergt:
- Reinig hem grondig (zie punt 10).
- Laad de accu volledig op.
- Schakel het product uit.
- Verwijder de accu (zie punt 13.2).
Bewaar het product en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije plaats, en buiten het bereik van kinderen. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 40 °C.
Bewaar de robotmaaier (1) in de originele verpakking.
Dek de robotmaaier (1) af om hem te beschermen tegen stof en vocht.
Bewaar de gebruikshandleiding bij de robotmaaier (1).
13. Onderhoud / Update
LET OP
Trek bij alle onderhoudswerkzaamheden altijd de voedingsstekker uit het stopcontact.
Aansluitingen en reparaties
Aansluitingen en reparaties aan de elektrische apparatuur mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitgevoerd.
Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:
- Stroomtype van de motor
- Gegevens van het typeplaatje van de machine
13.1 Mes (7) vervangen (afb. 25)
LET OP
Schakel de maaier uit voordat u begint te werken.
AANWIJZING
De messen (7) moeten na ongeveer 8 weken worden vervangen. (2 sets van elk 3 messen worden meegeleverd.)
Gebruik alleen originele messen van de fabrikant. (art.nr. 7913001601)
LET OP
Doe veiligheidshandschoenen aan alvorens de messen te verrangen (7).
LET OP
Alle messen (7) moeten altijd tegelijkertijd worden vervangen. Het ruilen van losse messen (7) is niet toegestaan.
Als de kruiskopschroeven (8) beschadigd zijn of niet meer kunnen worden vastgedraaid, moeten ook deze worden vervangen.
Bij de vervangingsmessen zijn nieuwe schroeven inbegrepen.
- Om de messen (7) te vervangen, plaatst u de robotmaaier (1) op een werkbank met de onderkant naar boven. (Wij raden een zachte basis aan om schade aan de behuizing te voorkomen).
- Draai de kruiskopschroef (8) los met een kruiskopschroevendraaier (niet meegeleverd).
- Verwijder het oude mes (7).
- Plaats het nieuwe mes (7) en zet dit vast met een nieuwe bout (8).
- Controleer of het mes (7) beweegbaar is. Is dit niet het geval, draai dan de bout (8) iets los.
- Voer deze handeling uit bij alle drie messen (7).
13.2 De accu installeren/demonteren (afb. 26/27)
LET OP
Schakel de maaier uit voordat u begint te werken.
- Om de accu te installeren/verwijderen, plaatst u de robotmaaier (1) op een werkbank met de onderkant naar boven. (Wij raden een zachte basis aan om schade aan de behuizing te voorkomen).
- Verwijder de schroeven van het accudeksel en verwijder het deksel (afbeelding 26/27).
- Verwijder de behuizing van de accu. Trek de accu er voorzichtig uit.
AANWIJZING: Trek niet aan de kabels.
Maak de vergrendeling los en koppel de stekkers los. - Plaats de accu (eventueel een nieuwe originele accu). - Plaats de accu in omgekeerde volgorde (afbeelding 26/27).
13.3 Software-update (afb. 28)
AANWIJZING: De robot moet verbonden zijn met de wifi om een (automatische) software-update via de app uit te voeren.
Verbind uw robot met uw wifi.
De software kan worden bijgewerkt zodra een nieuwe versie beschikbaar is. (De laatste softwareversie vindt u op onze homepage.)
De software kan worden geïnstalleerd via USB of de app.
De software voor USB-transmissie kan worden gedownload van onze homepage www.scheppach.com.
13.3.1 Software-update via USB
- Kijk voor de laatste softwareversie op onze homepage. Download dit naar een lege, FAT32 geformatteerde schijf.
- Verwijder het accudeksel zoals beschreven in punt 13.2.
- Steek de gegevensdrager in het USB-station (afbeelding 28).
- Schakel de maaier in door op de toets "POWER ON/OFF" (aan/uit-toets) te drukken.
- De update start automatisch.
- Wacht tot "OK" op het display verschijnt en verwijder aansluitend de gegevensdrager.
- Plaats het accudeksel terug zoals beschreven in punt 13.2.
AANWIJZING
De gebruikshandleiding die bij uw robotmaaier (1) wordt geleverd, is gebaseerd op de softwareversie ten tijde van de productie van de maaier.
Sommige nieuwe of gewijzigde kenmerken en functies staan mogelijk niet in de gebruikshandleiding.
U vindt de laatste versie van de software in de app of op www.scheppach.com.
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal worden gebruikt.
Slijtageonderdelen*: Mes (7), schroeven (8), begrenzingsdraad (11), draadpennen (12).
*niet persé meegeleverd!
Artikelnummer(s) voor slijtdelen:
| Pos. | 7 | Messen | 7913001601 |
| Pos. | 8 | Bouten | 3913001001 |
Pos. 11 Begrenzingsdraad 7913001702
Pos. 12 Draadpennen 7913001701
Reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij ons servicecentrum. Scan hiertoe de QR-code op de titelpagina.
14. Afvalverwerking en hergebruik
Aanwijzingen op de verpakking


De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieuvriendelijk afvoeren.
Aanwijzingen betreffende de wetgeving Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)

Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur behoort niet bij het huishoudelijk afval, maar moet worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Oude batterijen of accu's die niet vast in het afgedankte apparaat zijn geïntegreerd, moeten voor het afvoeren op niet-destructieve wijze worden verwijderd! Het afvoeren hiervan is geregeld in de wetgeving inzake batterijen.
- Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elektronische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu's in te leveren.
- De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voeren afgedankte apparaat!
- Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
- Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd:
- Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven).
- Verkooppunten van elektrische apparaten (stationair en online), voor zover dealers verplicht zijn ze terug te nemen of dit vrijwillig aanbieden.
- Tot drie afgedankte elektronische apparaten per apparaattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis bij de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw apparaat van de fabrikant te hoeven kopen, of naar een ander erkend verzamelpunt in uw omgeving worden gebracht.
- Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaarden van de fabrikanten en distributeurs verzoeken wij u contact op te nemen met de betreffende klantenservice.
- Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikant aan een particulier huishouden, kan de fabrikant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elektrische apparaat. Neem hiertoe contact op met de klantenservice van de fabrikant.
- Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden geïnstalleerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Europese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.
Aanwijzingen voor de lithium-ionen accu's

Accu voor het afvoeren van het apparaat demonteren!
- Gooi de accu niet bij het huishoudelijk afval, in open vuur (explosiegevaar) of in water. Beschadigde accu's kunnen het milieu en uw gezondheid schaden, als er giftige dampen of vloeistoffen gaan lekken. Defecte of verbruikte accu's moeten overeenkomstig richtlijn 2006/66/EG worden gerecycled.
- Lever het apparaat en de oplader in bij een afvalverwerkingsstation. De gebruikte kunststof- en metalen onderdelen kunnen per type gescheiden worden en zo worden gerecycled.
- Voer accu's in ontladen toestand af. Wij adviseren de polen af te plakken met tape om ze te beschermen tegen kortsluiting. Open de accu niet.
- Gooi uw accu's weg volgens de lokale voorschriften. Lever accu's in bij een afvalverwerkingsstation voor verbruikte accu's, waar ze milieuvriendelijk kunnen worden gerecycled. Neem hiertoe contact op met het plaatselijke afvalverwerkingsstation.
15. Problemen oplossen / foutcodes
De volgende tabel toont storingssymptomen en beschrijft hoe u deze kunt oplossen, als uw machine niet goed werkt. Als u het probleem hiermee niet kunt vinden en oplossen, neem dan contact op met uw service-werkplaats.
15.1 Storingstabel
| Storing Mogelijk oorzaak Oplossing |
| De maaier start nicht | Maaier of oplaadstation nicht aangesloten op het stroomnet | • Sluit de voedingsadapter aan op een geschikte stroombron
• Neem, zo nodig, contact op met eenvakman |
| Ledlampje op oplaadstation brandt nicht |
| Ledlampje op oplaadstation knippert rood | Begrenzingsdraad is nicht aangesloten of doorgeknipt/gebrozen | • Begrenzingsdraad aansluiten/repareren |
| De maaier maait nicht goed | Messen zichن versleten | • Messen verwisselen |
| De maaier start op ongebruikelijke/verkeerde tjden | Datum/tijd verkeerd ingesteld • Stel de juste datum enarend in | |
| De maaier blijft steken Ongeschicht terrein/obstakel | | • Het terrein/obstakel aanpassen aan de eisen van de robotmaaier
• Pas de positie van de begrenzingsdraad overeenkomstig aan |
15.2 Foutcodes
| Foutcode | Betekenis | Oplossing |
| ---- | Regensensorvertraging | - |
| E1 | Maaier buiten de werkomgeving | 1. Controller of de maaier zich in de werkomgeving bevindt.
2. Zorg ervoor dat het oplaadstation goed is aangesloten op de oplader en controller of de oplader is aangesloten op een geschikte stroomvoorziening.
3. Controller of de begrenzingsdraden correct zijn vastgeklemd en verrang ze indien nodig. |
| E2 | Wielmotor geblokkeerd | 1. Schakel de maaier uit. Verplaats de maaier maar een plek die vrij is van obstakels. Druk op de toets "START" en verzolgens op de toets "OK".
2. Als de foulmeling nog steeds worden weergegeven, schakelt u het product uit. Draai de maaier ondersteboven en controller of de wielen worden gehinder.
3. Verwijder de voorwerpen die het[wiel/de wielenblokkeren, draai de maaier.
4. Druk op de toets "START" en verzolgens op de toets "OK". |
| E3 Messchijf geblokkeerd | 1. Schakel de maaier uit.
2. Draai de maaier ondersteboven en controller wat het draaien van het mes verhindert.
3. Verwijder de voorwerpen en draai de maaier.
4. Plaats de maaier in een gebied met kort gras.
5. Druk op de toets "START" enervolgens op de toets "OK". |
| E4 | Obstakel-sensor-trigger nicht hersteld |
| E5 De maaier werd opgetild | 1. Schakel de maaier uit.
2. Verplaats de maaier� aan plek die vrij is van obstakels. Druk op de toets "START" enervolgens op de toets "OK".
3. Als de foulmeling nog steeds worden weergegeven, schakelt u het product uit. Draai de maaier ondersteboven en controller of er iets is dat de beweging van de Vooras verhindert.
4. Verwijder alle hindernissen, draai de maaier om en schakel hem in. Druk op de toets "START" enervolgens op de toets "OK". |
| E6 | Overrol sensor werd geactiveerd |
| E7 | Hellingssensoren werden geactiveerd |
| E8 | Aandokken/opladen mislukt |
| E9 De robotmaier zit vast | 1. Verplaats de robotmaier� aan plek die vrij is van obstakels.
2. Als de foult blijft optreden, dient u contact op te nemen met uw dealer. |
| E10 Bescherming van de accu | 1. Als de temperatuur te hoog is, dient u te wachten tot de temperatuur is afgekoeld. Als de temperatuur te laag is, dient u te wachten tot de temperatuur hoger is dan 5 graden Celsius.
2. Als de foulmeling nog steeds worden weergegeven, verrangt u de accu. Start de maaier opnieuw. Druk op "START" enervolgens op "OK".
3. Als de foult blijft optreden, dient u contact op te nemen met uw dealer. |
| E11 Geen begrenzungssignaal | 1. Wanner de maaier in de werkomgeving staat, controleur u de LED-indicator van het oplaadstation. Als hij roed oplicht, controller dan of de begrenzingskabels goed+zijn aangesloten op de klemmen van het oplaadstation. Blijft het probleem bestaan, controller dan of de begrenzingskabels+zijn doorgeknipt. |
| E13 | Laadstroom te hoog of te laag |
| EE Fout onbekend | 1. Aandockbereik controlleren.
2. Als de foult blijft optreden, dient u contact op te nemen met uw dealer. |
| BP | Accu-temperatuurbeveiliging |
| 1. Schakel de maaier uit.
2. Verplaats de maaier� aan plek in uw gazon op een vlakte ondergrund.
3. Controleer de temperatuur van de accu.
4. Laat de accu affkoelen als de temperatuur te hoog is.
5. Als de temperatuur te laag is, wacht dan tot de temperatuur hoger is dan 5 °C.
6. Start de maaier optieuw.
7. Vervang de accu als de foult nog steeds optreedit.
8. Neem contact op met uw leverancier als de foult nog steeds opttreedit. |
| LOCK (vergrendelen) | Robotmaier vergrendel (PIN te vaak verkeerd ingevoerd) |
Opmerking over de verpakking


Verpakkingsmateriaal kan worden gerecycled. Gooi de verpakking op een milieuvriendelijke manier weg.
Verwijzingen naar de elektro- en elektronicaapparatenwet (ElektroG)

Bediening (via app)
Zichtbare gebreken moeten binnen 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, anders verliest de verkoper elke aanspraak op grond van deze gebreken. Onze machines worden geleverd met een garantie voor de duur van de wettelijke garantietermijn. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat de koper de machine ontvangt. De garantie houdt in dat wij elk onderdeel van de machine dat binnen de garantietermijn aantoonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van materiaal- of productiefouten, kosteloos vervangen.
De garantie vervalt bij verkeerd gebruik of verkeerde behandeling van de machine. Voor onderdelen die wij niet zelf produceren, geven wij enkel de garantie die wij krijgen van de oorspronkelijke leverancier. De kosten voor de montage van nieuwe onderdelen vallen ten laste van de koper. Eisen tot het aanbrengen van veranderingen of het toestaan van een korting en overige schadeloosstellingsclaims zijn uitgesloten.
Garantie ES