MULTI V ZRUN060GSS0 - Waterpomp LG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MULTI V ZRUN060GSS0 LG in PDF-formaat.

📄 403 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice LG MULTI V ZRUN060GSS0 - page 87
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : LG

Model : MULTI V ZRUN060GSS0

Categorie : Waterpomp

Download de handleiding voor uw Waterpomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MULTI V ZRUN060GSS0 - LG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MULTI V ZRUN060GSS0 van het merk LG.

GEBRUIKSAANWIJZING MULTI V ZRUN060GSS0 LG

  • je skutečná náplň chladiva v systému v kg, je přípustná m aximální náplň chladiva v systému v kg, vypočítáno podle níže uvedené rovnice nebo 15,964 kg. gHANDLEIDING VOOR DE EIGENAAR, INSTALLATIE EN SERVICE (VOOR R32) AIRCONDITIONER Lees deze handleiding aandachtig door voordat u het apparaat gebruikt en houd deze te allen tijde binnen handbereik. NEDERLANDS R32 koelmiddel www.lg.com Copyright © 2025 LG Electronics. Alle rechten voorbehoudenINHOUDSOPGAVE Deze handleiding kan afbeeldingen of inhoud bevatten die verschillen van het aangeschafte model. Deze handleiding is onderhevig aan herziening door de fabrikant. VEILIGHEIDSINSTRUCTIES LEES ALLE INSTRUCTIES VOORDAT U HET APPARAAT GEBRUIKT p. 3
  • Opmerkingen bij brandbaar koelmiddel p. 3
  • WAARSCHUWINGSINSTRUCTIES p. 3
  • Instructies voor gemeenschappelijk product p. 3
  • Instructies voor kanaalproduct p. 3
  • Instructies voor Multi V-product p. 4
  • Instructies voor Hydrokit-product p. 4

LET OP INSTRUCTIES................................................................................... 4

Instructies voor gemeenschappelijk product...................................................4 Instructies voor kanaalproduct ..........................................................................4 Instructies voor Multi V-product ........................................................................5 Veiligheidsinstructies voor het onderhoud

  • Minimaal benodigde vloeroppervlakte p. 9
  • Stroomdiagram p. 9
  • Hoe de maximale hoeveelheid koelmiddel berekenen p. 10
  • ETRS-Unit p. 10
  • Algemene installatie p. 11
  • Natuurlijke ventilatieconditie VEILIGHEIDSINSTRUCTIES NEDERLANDS VEILIGHEIDSINSTRUCTIES LEES ALLE INSTRUCTIES VOORDAT U HET APPARAAT GEBRUIKT. De volgende veiligheidsvoorschriften zijn bedoeld om onvoorziene risico's of schade door onveilig of verkeerd gebruik van het product te voorkomen. De richtlijnen zijn onderverdeeld in 'WAARSCHUWING' en ' LET OP ' zoals hieronder beschreven. Opmerkingen bij brandbaar koelmiddel Op units worden de volgende symbolen gebruikt. WAARSCHUWINGSINSTRUCTIES WAARSCHUWING p. 113
  • Volg om het risico op explosie, vuur, overlijden, elektrische schok, letsel of verbranding van personen tijdens het gebruik van dit product te verminderen de basisvoorzorgsmaatregelen, met inbegrip van de volgende, op: Instructies voor gemeenschappelijk product
  • Gebruik geen hulpmiddelen om het ontdooiproces te versnellen en gebruik geen andere schoonmaakmiddelen dan door de fabrikant voorgeschreven.
  • Het apparaat moet worden opgeslagen in een ruimte zonder continu werkende ontstekingsbronnen (bijv. open vuur, een werkend gastoestel of een werkend elektrisch verwarmingselement).
  • Het apparaat moet worden opgeslagen zodat mechanische schade wordt voorkomen en in een goed geventileerde ruimte zonder continu werkende ontstekingsbronnen (bijv. open vuur, een werkend gastoestel of een werkend elektrisch verwarmingselement) met een grootte zoals aangegeven.
  • Niet doorboren of verbranden.
  • Houd er rekening mee dat koudemiddelen geurloos kunnen zijn.
  • Houd ventilatieopeningen vrij van obstakels.
  • Leidingen die zijn aangesloten op een apparaat mogen geen potentiële ontstekingsbron hebben.
  • Het niet-bevestigde apparaat moet in een ruimte worden geplaatst waarbij de grootte van de ruimte aansluit op de gebruiksspecificaties.
  • Het niet-vaste apparaat moet worden opgeslagen in een ruimte zonder continu werkende open vlammen (bijvoorbeeld een werkend gastoestel) of andere potentiële ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld een werkend elektrisch verwarmingselement, hete oppervlakken).
  • Indien apparaten met A2L-koelmiddelen die via een luchtkanaalsysteem op een of meer ruimtes zijn aangesloten, worden geïnstalleerd in een ruimte met een oppervlakte van minder dan Amin, moet die ruimte vrij zijn van continu werkende open vlammen (bijvoorbeeld een werkend gastoestel) of andere potentiële ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld een werkend elektrisch verwarmingselement, hete oppervlakken). In dezelfde ruimte mag een inrichting worden geïnstalleerd die vlammen produceert, indien deze is voorzien van een doeltreffende vlamdover.
  • Deze unit is voor de veiligheid uitgerust met een lekdetectiesysteem. Lekdetectie is alleen effectief als de unit na installatie altijd onder stroom staat, behalve tijdens onderhoud.
  • Deze unit is uitgerust met elektrisch aangedreven veiligheidsmaatregelen. Veiligheidsmaatregelen zijn alleen effectief als de unit na installatie altijd onder stroom staat, behalve tijdens onderhoud.
  • De koelmiddelsensor heeft een levensduur van 10 jaar. Zodra de sensor een lek detecteert en activeert, kan deze niet opnieuw worden gebruikt en moet deze worden vervangen.
  • Het ventiel moet zo worden geplaatst dat deze gemakkelijk toegankelijk en te bedienen is, zonder dat personen worden blootgesteld aan ontsnappend koelmiddel. Het ventiel moet, waar mogelijk, buiten de bezette ruimte worden geplaatst, of anders in een geventileerde omsloten ruimte, en duidelijk herkenbaar zijn.
  • De koelmiddelsensoren van het koelmiddeldetectiesysteem mogen uitsluitend worden vervangen door koelmiddelsensoren die door de fabrikant van het apparaat zijn gespecificeerd.
  • Bij apparaten met een lekdetectiesysteem mogen de veiligheidsafsluiters pas weer opnieuw worden ingesteld nadat de ruimte is geventileerd, omdat het opnieuw instellen ertoe kan leiden dat er meer brandbaar koelmiddel in de ruimte vrijkomt. Instructies voor kanaalproduct
  • In verbindingskanalen mogen alleen door de fabrikant van het apparaat goedgekeurde of voor het koelmiddel geschikt verklaarde hulpinrichtingen worden geïnstalleerd.
  • Hulpapparaten die een potentiële ontstekingsbron kunnen zijn, mogen niet in het kanaal worden Dit symbool geeft aan dat dit apparaat een brandbaar koelmiddel gebruikt. Als het koelmiddel lekt en blootgesteld wordt aan een externe ontstekingsbron, treedt er brandgevaar op. Dit symbool geeft aan dat de handleiding aandachtig moet wordt gelezen. Dit symbool geeft aan dat onderhoudspersoneel met dit apparaat moet omgaan aan de hand van de installatiehandleiding. Dit symbool geeft aan dat informatie in de handleiding of installatiehandleiding beschikbaar is.4 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES geïnstalleerd. Voorbeelden van dergelijke potentiële ontstekingsbronnen zijn hete oppervlakken met een temperatuur van meer dan 700

en elektrische schakelapparatuur. Instructies voor Multi V-product

  • Beveiligingsinrichtingen, leidingen en appendages moeten zoveel mogelijk worden beschermd tegen schadelijke milieu-invloeden, bijvoorbeeld het gevaar dat water zich verzamelt en bevriest in ontlastingsbuizen of de ophoping van vuil en puin.
  • Magneetkleppen moeten op de juiste plaats in de leidingen worden aangebracht om hydraulische schokken te voorkomen.
  • Magneetventielen mogen niet blokkeren in vloeibaar koelmiddel, tenzij aan de lagedrukzijde van het koelsysteem een adequate ontlasting is aangebracht.
  • In het veld gemaakte koelmiddelverbindingen moeten op dichtheid worden getest. De testmethode moet een gevoeligheid hebben van 5 gram koelmiddel of beter bij een druk van ten minste 0,25 maal de maximaal toelaatbare druk. Er mag geen lek worden gedetecteerd.
  • Bekijk het onderstaande label op de buitenunit en noteer de hoeveelheid koelmiddel die erop aangegeven staat. Instructies voor Hydrokit-product
  • Beschermingsmiddelen, leidingen en appendages moeten zoveel mogelijk worden beschermd tegen schadelijke milieu-effecten.
  • De luchtafvoeropening van de ruimte moet gelijk zijn aan of zich onder het punt bevinden waar het koelmiddel vrijkomt.
  • Bij op de vloer gemonteerde eenheden moet het punt waar het koelmiddel vrijkomt zo laag mogelijk liggen.
  • De luchtafvoeropeningen moeten zich op voldoende afstand van de luchtinlaatopeningen bevinden om hercirculatie in de ruimte te voorkomen.
  • Volg om het risico op licht letsel aan personen, slechte werking of schade aan het product of eigendommen bij het gebruik van dit product te verlagen de algemene voorzorgsmaatregelen, met inbegrip van de volgende, op: Instructies voor gemeenschappelijk product
  • Iedere persoon die betrokken is bij het werken aan of het onderbreken van het koelcircuit moet in het bezit zijn van een geldig certificaat van een door de industrie officieel erkende beoordelingsinstantie, die de bevoegdheid verleent om koudemiddelen veilig te behandelen in overeenstemming met door de industrie erkende richtlijnen.
  • Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals word aanbevolen door de fabrikant van de apparatuur. Onderhoud en reparatie waarbij de ondersteuning van ander gekwalificeerd personeel nodig is moet worden uitgevoerd onder toezicht van de persoon die bevoegd is voor het gebruik van brandbare koelmiddelen.
  • De installatie van leidingen moet tot een minimum worden beperkt.
  • Leidingen moeten worden beschermd tegen fysieke schade.
  • Houd u aan de nationale gaswetgeving.
  • Mechanische koppelingen (mechanische koppelstukken of flare-koppelingen) moeten bereikbaar blijven voor onderhoud.
  • Het onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals aanbevolen door de fabrikant.
  • Het apparaat moet zo worden bewaard dat mechanische schade wordt voorkomen.
  • De fabrikant moet andere potentiële bronnen van continue werking vermelden waarvan bekend is dat zij ontsteking van het gebruikte koelmiddel kunnen veroorzaken.
  • Er moet een gesoldeerde, gelaste of mechanische verbinding worden aangebracht voordat de kranen worden geopend om ervoor te zorgen dat het koudemiddel tussen de delen van het koelsysteem kan stromen.
  • Wanneer mechanische koppelingen opnieuw worden gebruikt binnenshuis, moet de afdichting worden vernieuwd.
  • Wanneer flare-koppelingen opnieuw worden gebruikt binnenshuis, moet de flare opnieuw worden gemaakt.
  • Koudemiddelleidingen moeten worden beschermd of ingebouwd om schade te voorkomen.
  • Flexibele koudemiddelkoppelingen (bijvoorbeeld voor de leidingen tussen de binnenunit en de buitenunit) die tijdens normaal gebruik kunnen bewegen, moeten worden beschermd tegen mechanische schade.
  • Periodieke (meer dan een keer per jaar) reiniging met water van het stof of de zoutdeeltjes die op de warmtewisselaar zijn achtergebleven.
  • Demontage van de unit, behandeling van de koelolie en eventuele onderdelen moet worden uitgevoerd volgens lokale en nationale standaarden. Instructies voor kanaalproduct
  • De luchttoevoer en -afvoer, die via een luchtkanalensysteem verbonden zijn met één of meer kamers, moeten rechtstreeks naar de ruimte worden geleid.5 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES NEDERLANDS
  • Open ruimten zoals verlaagde plafonds mogen niet als luchtafvoerkanaal worden gebruikt. Instructies voor Multi V-product
  • De leidingen van de apparatuur in de leefruimte moeten zodanig zijn geïnstalleerd dat zij beschermd zijn tegen onopzettelijke schade tijdens het gebruik en het onderhoud.
  • Er moeten voorzorgsmaatregelen worden genomen om buitensporige trillingen of pulsaties van koelleidingen te voorkomen.
  • Er moeten voorzieningen worden getroffen voor het uitzetten en inkrimpen van lange leidingen.
  • Pijpleidingen in koelsystemen moeten zodanig worden ontworpen en geïnstalleerd dat de kans op beschadiging van het systeem door hydraulische schokken zo klein mogelijk is.
  • Stalen leidingen en onderdelen moeten tegen corrosie worden beschermd met een roestwerende coating voordat isolatie wordt aangebracht.
  • Flexibele leidingelementen moeten worden beschermd tegen mechanische schade, overmatige belasting door torsie of andere krachten. Zij moeten jaarlijks op mechanische schade worden gecontroleerd.
  • De inpandige apparatuur en leidingen moeten veilig zijn gemonteerd en zodanig zijn afgeschermd dat onopzettelijke breuk van de apparatuur door bijvoorbeeld het verplaatsen van meubilair of verbouwingswerkzaamheden niet mogelijk is. Veiligheidsinstructies voor het onderhoud Controles voor de ruimte
  • Voordat wordt begonnen met werkzaamheden aan systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten, zijn veiligheidscontroles nodig om ervoor te zorgen dat het risico van ontsteking tot een minimum wordt beperkt. Voor reparatie aan het koelsysteem moeten de volgende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen voordat werkzaamheden aan het systeem worden uitgevoerd. Werkprocedure
  • Werkzaamheden moeten uitgevoerd worden volgens een gecontroleerde procedure om het risico op de aanwezigheid van ontvlambaar gas of ontvlambare dampen tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden te voorkomen. Algemene werkruimte
  • Al het onderhoudspersoneel en anderen die in het nabijheid werkzaam zijn moeten geïnstrueerd worden over de aard van de uit te voeren werkzaamheden. Werken in afgesloten ruimtes moet voorkomen worden. Controleer op de aanwezigheid van koelmiddel.
  • Het gebied moet gecontroleerd worden met een geschikte detector voor koelmiddelen voor en tijdens de werkzaamheden, om er zeker van te zijn dat de monteur op de hoogte is van mogelijke ontvlambare atmosferen.
  • Zorg dat de gebruikte apparatuur voor lekkagedetectie geschikt is voor gebruik met ontvlambare koelmiddelen, d.w.z. niet-vonkend, afdoende afgesloten of intrinsiek veilig. Aanwezigheid van een brandblusser
  • Als er heet werk moet worden uitgevoerd aan de koelapparatuur of bijbehorende onderdelen, moet er geschikte brandblusapparatuur beschikbaar zijn. Zorg dat er een droog poeder- of CO2-brandblusser naast de laadruimte staat. Geen ontstekingsbronnen
  • Een persoon die werkzaamheden uitvoert aan een koelsysteem met leidingen mag ontstekingsbronnen niet zodanig gebruiken dat dit kan leiden tot brand- of explosiegevaar.
  • Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief aangestoken sigaretten, moeten op voldoende afstand worden gehouden van de installatie-, reparatie-, verwijderings- en afvoerlocatie, waarbij koelmiddel mogelijk in de omringende ruimte kan vrijkomen. Voordat het werk plaatsvindt, moet het gebied rond de apparatuur worden geïnspecteerd om er zeker van te zijn dat er geen ontvlambare gevaren of ontstekingsrisico's zijn. Er moeten borden met "Verboden te roken" worden opgehangen. Geventileerde ruimte
  • Zorg ervoor dat de ruimte zich in de open lucht bevindt of dat deze voldoende wordt geventileerd alvorens in te breken in het systeem of heet werk uit te voeren. Tijdens de duur van de werkzaamheden moet er voldoende ventilatie zijn. De ventilatie moet eventueel vrijkomend koelmiddel veilig afvoeren en bij voorkeur naar buiten afvoeren. Controles op de koelmiddelapparatuur
  • Waar elektrische componenten worden vervangen, moeten deze geschikt zijn voor het doel en voldoen aan de juiste specificatie. De onderhouds- en servicerichtlijnen van de fabrikant moeten te allen tijde worden opgevolgd.
  • Neem bij twijfel voor assistentie contact op met de technische afdeling van de fabrikant.
  • De volgende controles moeten toegepast worden op installaties met ontvlambare koelmiddelen: - De werkelijk aanwezige hoeveelheid koelmiddel moet in overeenstemming zijn met de grootte van de ruimte waarin de koelmiddelhoudende onderdelen worden geïnstalleerd. - De ventilatieonderdelen en uitlaatopeningen moeten naar behoren werken en mogen niet belemmerd worden. - Als een indirect koelcircuit wordt gebruikt, moet het tweede circuit worden gecontroleerd op aanwezigheid van koelmiddel. - De markering op de apparatuur moet zichtbaar en leesbaar blijven. Markeringen en labels die onleesbaar zijn, moeten worden gecorrigeerd. - Koelpijp of koelonderdelen moeten worden geïnstalleerd in een positie waar het onwaarschijnlijk is dat ze worden blootgesteld aan stoffen die corrosiebestendige onderdelen kunnen bevatten, tenzij deze onderdelen zijn vervaardigd uit materialen die inherent bestand zijn tegen corrosie6 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES of naar behoren beschermd zijn tegen zodanige corrosie. Controles op elektrische apparatuur
  • Reparaties en onderhoud aan elektrische componenten moeten tevens initiële veiligheidscontroles en procedures voor het inspecteren van componenten bevatten.
  • Als er een fout bestaat die de veiligheid in gevaar kan brengen, dan mag geen elektrische voeding aangesloten worden op het circuit tenzij de fout naar tevredenheid opgelost is.
  • Als de fout niet onmiddellijk opgelost kan worden, maar het is noodzakelijk om het gebruik voort te zetten, dan moet een afdoende tijdelijke oplossing gebruikt worden.
  • Dit moet aan de eigenaar van de apparatuur gerapporteerd worden zodat alle partijen op de hoogte zijn.
  • De initiële veiligheidscontroles zullen het volgende omvatten: - Condensators zijn ontladen: doe dit op een veilige manier om de kans op vonken te vermijden. - Geen onder spanning staande elektrische componenten en bekabeling zijn blootgesteld tijdens het laden, terugwinning of spoelen van het systeem. - Continuïteit van aardeverbinding. Reparaties aan afgedichte componenten
  • Tijdens reparaties aan afgesloten componenten moeten alle elektriciteit voedingen losgekoppeld worden aan de apparatuur voordat er gewerkt wordt aan het verwijderen van afgesloten deksels, etc.
  • Het is absoluut noodzakelijk om tidjens onderhoud te voorzien in voeding naar de apparatuur, en vervolgens een permanent lekkagedetectie te plaatsen op het belangrijkste punt om te waarschuwen voor een mogelijk gevaarlijke situatie.
  • Let vooral op het volgende om er zeker van te zijn dat door aan de elektrische componenten te werken, de behuizing niet op zo een manier gewijzigd wordt dat het beschermingsniveau negatief beïnvloed worden.
  • Dit is inclusief schade aan kabels, teveel aansluitingen, aansluitingen die niet zijn gemaakt volgens de originele specificaties, schade aan afsluitingen, onjuiste plaatsing van pakkingbussen, etc.
  • Zorg dat de apparatuur stevig vast zit.
  • Controleer of afdichtingen of afdichtingsmaterialen niet zodanig zijn aangetast dat ze niet langer het binnendringen van ontvlambare atmosferen kunnen voorkomen.
  • Vervangende onderdelen moeten voldoen aan de specificaties van de fabrikant. Reparaties aan intrinsiek veilige componenten
  • Pas geen permanente geleidende of capaciteit belastingen toe op het circuit zonder te garanderen dat hierdoor de toegestane spanning en stroom voor de apparatuur in gebruik overschreden wordt.
  • Intrinsiek veilige componenten zijn de enige types waaraan gewerkt kan worden terwijl er stroom staat in een ontvlambare atmosfeer.
  • De testapparatuur moet de juiste rating hebben.
  • Vervang componenten uitsluitend door onderdelen die door de fabrikant zijn gespecificeerd.
  • Andere onderdelen kunnen resulteren in de ontsteking van koelmiddel in de atmosfeer door een lekkage. OPMERKING
  • Het gebruik van siliconenkit kan de doeltreffendheid van sommige soorten lekdetectieapparatuur belemmeren.
  • Intrinsiek veilige componenten hoeven niet te worden geïsoleerd alvorens eraan te werken. Bekabeling
  • De bekabeling mag niet onderhevig zijn aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere nadelige milieueffecten.
  • De controle moet ook rekening houden met de effecten van veroudering of voortdurende trillingen van bronnen zoals compressoren of ventilatoren. Detectie van ontvlambare koelmiddelen
  • Er mogen in geen geval mogen potentiële ontstekingsbronnen worden gebruikt bij het zoeken of detecteren van koelmiddellekken.
  • Er mag geen halogenidebrander (of een andere detector met een open vlam) worden gebruikt.
  • De volgende methodes voor lekdetectie worden gezien als acceptabel voor alle koelmiddelsystemen. - Elektronische lekdetectoren kunnen worden gebruikt om koelmiddellekken te detecteren, maar in geval van ontvlambare koelmiddelen is de gevoeligheid mogelijk niet nauwkeurig of moet het apparaat mogelijk opnieuw gekalibreerd worden. (Detectieapparatuur moet worden gekalibreerd in een koelmiddelvrije ruimte). - Zorg dat de detector niet een mogelijke ontstekingsbron vormt en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel. - Apparatuur om lekken op te sporen moet ingesteld worden op een percentage van de onderste ontstekingsgrens (LFL, Lower flammable limit) van het koelmiddel en moet worden gekalibreerd volgens het gebruikte koelmiddel en het passende gaspercentage (maximaal 25%). - Apparatuur om lekken op te sporen zijn ook geschikt voor gebruik met de meeste koelmiddelen, maar het gebruik van chloorhoudende reinigingsmiddelen moet worden vermeden, omdat er een reactie kan optreden als chloor met het koelmiddel wordt gemengd en het OPMERKING
  • Voorbeelden van lekdetectievloeistoffen zijn - Bellenmethode7 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES NEDERLANDS - Fluorescerende methode middelen - Als er een lek wordt gedetecteerd, moeten alle open vlammen worden verwijderd/geblust. - Als er een koelmiddellek wordt gevonden dat moet worden gesoldeerd, moet al het koelmiddel uit het systeem worden verwijderd of (door middel van afsluitkleppen) uit het deel van het systeem waar zich het lek bevindt, worden geïsoleerd. Verwijdering van koelmiddel geschiedt volgens de verwijderings- en evacuatieprocedure. Verwijdering en evacuatie
  • Bij het inbreken in het koelmiddelcircuit om reparaties uit te voeren - of voor andere doeleinden - moeten conventionele procedures worden gebruikt. Voor ontvlambare koelmiddelen is het echter belangrijk dat de beste praktijken worden gevolgd, aangezien ontvlambaarheid een overweging is. De volgende procedure moet worden gevolgd: - Verwijder het koelmiddel; - Spoel het circuit met edelgas (optioneel voor A2L); - Evacueer (optioneel voor A2L); - Spoel met edelgas (optioneel voor A2L); - Open het circuit door te snijden of te solderen.
  • Het koelmiddel moet in de juiste terugwinningsciliners geplaatst worden.
  • Bij apparaten die andere ontvlambare koelmiddelen dan A2L-koelmiddelen bevatten, wordt het systeem doorgeblazen met zuurstofvrije stikstof om het apparaat veilig te maken voor ontvlambare koelmiddelen.
  • Dit proces moet een paar keer herhaald worden.
  • Perslucht of zuurstof mogen niet worden gebruikt voor het doorspoelen van koelsystemen.
  • Bij apparaten die andere ontvlambare koelmiddelen dan A2L-koelmiddelen bevatten, wordt het koelmiddel doorgeblazen door het vacuüm in het systeem te verbreken met zuurstofvrije stikstof en te blijven vullen tot de werkdruk is bereikt, vervolgens te ontluchten naar de atmosfeer en ten slotte het vacuüm op te heffen.
  • Dit proces moet herhaald worden totdat er geen koelmiddel meer in het systeem aanwezig is.
  • Als de uiteindelijke zuurstofvrije stikstoflading gebruikt wordt, dan moet het systeem ontlucht worden tot atmosferische druk zodat er gewerkt kan worden.
  • Deze handeling is van uitermate groot belang als er gesoldeerd gaat worden aan de leidingen.
  • Zorg dat de uitlaat voor de vacuümpomp niet te dicht bij de mogelijke ontstekingsbronnen en ontluchting beschikbaar is. Oplaadprocedures
  • Naast conventionele laadprocedures, moet er aan de volgende voorwaarden voldaan worden. - Zorg ervoor dat de verschillende koelmiddelen niet worden verontreinigd bij het bijvulllen van het apparaat. Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk worden gehouden om de hoeveelheid koelmiddel die erin zit te minimaliseren. - De cilinders moeten volgens de instructies in een geschikte positie worden gehouden. - Zorg dat het koelsysteem geaard is voordat u het systeem gaat laden met koelmiddel. - Label het systeem zodra het laden voltooid is (als dit nog niet klaar is). - Er moet met name op worden gelet dat er niet teveel koelmiddel wordt toegevoegd.
  • Voordat het systeem opnieuw wordt gevuld, wordt het onder druk getest met het juiste spoelgas.
  • Het systeem wordt op lekken getest voorafgaand aan de inbedrijfstelling en nadat koelmiddel is toegevoegd.
  • Een volgende lekkagetest moet worden uitgevoerd voordat u de site verlaat. Terugwinning
  • Bij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, voor onderhoud of buitenbedrijfstelling raden we aan om alle koelmiddel veilig te verwijderen.
  • Bij het overbrengen van koelmiddel naar de cilinders zorg dan dat er uitsluitend gebruik wordt gemaakt van geschikte terugwinningscilinders voor koelmiddel.
  • Zorg dat het correct aantal cilinders voor het bewaren van de totale hoeveelheid in het systeem beschikbaar is.
  • Alle te gebruiken cilinders zijn toegewezen voor het terug gewonnen koelmiddel en gelabeld voor dat koelmiddel (d.w.z. speciale cilinders voor het terugwinnen van koelmiddel).
  • Cilinders moeten compleet zijn met overdrukklep en bijbehorende afsluiters die in goede staat verkeren. Lege terugwinningscilinders worden geëvacueerd en indien mogelijk gekoeld voordat ze worden teruggewonnen.
  • De terugwinningsapparatuur moet in goede staat zijn, met instructies inzake de apparatuur in de buurt en moet geschikt zijn voor de terugwinning van ontvlambare koelmiddelen.
  • Daarnaast moet een geijkte weegschaal beschikbaar en in goede staat zijn.
  • Slangen moeten compleet zijn, met lekkagevrije koppelingen en in goede staat zijn.
  • Voordat u de terugwinningsmachine gaat gebruiken, controleert u of deze in geschikte staat is, goed onderhouden is, en dat aangesloten elektrische onderdelen afgesloten zijn om ontsteking in geval van vrijgave van het koelmiddel te voorkomen. Raadpleeg de fabrikant bij twijfel.
  • Het teruggewonnen koelmiddel moet geretourneerd worden aan de leverancier van het koelmiddel, in de juiste terugwinningscilinder, en met het relevante vervoerslabel voor afval.
  • Meng geen koelmiddelen in terugwinningsunits en vooral niet in cilinders. Als compressors of compressorolie verwijderd wordt, zorg dat deze geleegd zijn tot een acceptabel niveau om er zeker van te zijn dat er geen ontvlambaar koelmiddel bij het smeermiddel achter blijft.
  • Het leegproces moet uitgevoerd worden voorafgaand aan het retourneren van de compressor naar de leveranciers.8 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
  • Er mag alleen elektrische verwarming toegepast worden op de compressor behuizing om dit proces te versnellen.
  • De olie moet veilig uit het systeem geleegd worden. Etikettering
  • De apparatuur moet gelabeld worden als buiten gebruik en geleegd worden van koelmiddel.
  • Het label moet gedateerd en getekend zijn.
  • Zorg dat er labels op de apparatuur zijn die aangeven dat de apparatuur ontvlambaar koelmiddel bevat. Buitenbedrijfstelling
  • Voordat u met deze procedure begint, is het belangrijk dat de monteur geheel bekend is met de apparatuur en alle gegevens.
  • We raden aan om goede werkwijzen toe te passen totdat alle koelmiddelen veilig opgevangen zijn.
  • Voordat deze taak uitgevoerd wordt, moeten er monsters genomen worden van olie en koelmiddelen zodat een analyse uitgevoerd kan worden om te bepalen of hergebruik van het koelmiddel mogelijk is.
  • Het is van groot belang dat er elektrische voeding beschikbaar is voordat er aan de taak begonnen wordt. a) Zorg dat u bekend bent met de apparatuur en de werking. b) Isoleer het systeem elektrisch. c) Voordat u met de procedure start, zorg dat: - Mechanische verwerkingsapparatuur beschikbaar is, indien noodzakelijk, voor het hanteren van cilinders met koelmiddel. - Alle persoonlijke beschermingsapparatuur beschikbaar is, en correct gebruikt wordt; - Er wordt altijd toezicht gehouden door een bevoegd persoon op het terugwinningsproces; - Terugwinningsapparatuur en cilinders voldoen aan de juiste standaards. d) Pomp het koelmiddelsysteem omlaag, indien mogelijk. e) Als een vacuüm niet mogelijk is, zorg dan dat er een verdeelstuk is zodat het koelmiddel verwijderd kan worden uit de verschillende onderdelen van het systeem. f) Zorg dat de cilinder op de weegschaal geplaatst is voordat terugwinning uitgevoerd wordt. g) Start de terugwinningsmachine en gebruik volgens de instructies. h) Overvul de cilinders niet. (Volume hoeveelheid niet meer dan 80%)

i) Overschrijd de maximale werkdruk van de cilinder

niet, ook niet tijdelijk. j) Als de cilinders correct gevuld zijn, en het proces voltooid is, zorg dan dat de cilinders en de apparatuur meteen van de locatie verwijderd worden en dat alle isolatiekleppen van de apparatuur gesloten zijn. k) Opgevangen koelmiddel mag niet in een ander koelsysteem geplaatst worden tenzij het gereinigd en gecontroleerd is. Kwalificatie van werknemers De handleiding moet specifieke informatie bevatten over de vereiste kwalificatie van het werkpersoneel voor onderhouds-, service- en reparatiewerkzaamheden. Elke werkprocedure die van invloed is op de veiligheidsmiddelen mag alleen worden uitgevoerd door bevoegde personen. Voorbeelden van dergelijke werkprocedures zijn:

  • Het inbreken in het koelcircuit.
  • Het openen van verzegelde onderdelen.
  • Het openen van geventileerde behuizingen.
  • Voor installaties met in het veld aangebrachte mechanische verbindingen die in de leefruimte worden blootgesteld, moet volgens de instructies een sensor worden geplaatst.
  • Binnen 2 m horizontale afstand in het zicht van de unit en op een muur binnen de ruimte waarin de unit is geïnstalleerd; en - 100 mm boven de vloer wanneer h0 niet meer dan

mm van de vloer is; of - 300 mm boven de vloer wanneer h0 meer dan

mm van de vloer verwijderd is.9

Minimaal benodigde vloeroppervlakte Alle binnenunits moeten worden geïnstalleerd met een waarde van A of VA die groter is dan Amin Stroomdiagram *1 (ISO 5149-3:2014, clausule 5 )

  • Mc: Totale hoeveelheid koelmiddel in het systeem (kg)
  • A: Vloeroppervlak (Kamer is waar de binnenunit is geïnstalleerd of het kleinste kameroppervlak dat via een

anaalsysteem is aangesloten)

  • VA: Geventileerd vloeroppervlak (Som van het kameropper vlak dat is verbonden door natuurlijke ventilatie)
  • Amin: Minimaal vloeroppervlak (Getoond in tabel 1 of 2)
  • ETRS-eenheid: Koelsystemen met verbeterde dichtheid.

h0: Vrijgavehoogte. Referentiehoogte of hoogte van de laagste opening van de kanaalaansluiting op elke geconditioneerde ruimte.

Binnenunit 1: hinst=0, h0=h1, A=A1, VA=A1+A2 (als aan de natuurlijke ventilatievoorwaarden is voldaan)

Binnenunit 2: hinst=h2, h0=h2, A=A2, VA=A1+A2 (als aan de natuurlijke ventilatievoorwaarden is voldaan)

Natuurlijke ventilatieopening

tabel 2 Algemene installatie Niet-geleide eenheid en hinst

Nee De modelnaam van de buitenunit is ‘ZRU*’ en de modelnaam van de binnenunit is ‘ARN*’

Hoe de maximale hoeveelheid koelmiddel berekenen Bij de installatie van het apparaat moet voor de hoeveelheid extra koelmiddel rekening worden gehouden met de leidingdiameter, de lengte en de hoeveelheid koelmiddel die in de binnenunit kan worden geladen. Hoeveelheid extra koelmiddel (kg) = Totale leidinglengte (m): Ø 22,20 mm x 0,313 kg/m (R32) + Totale leidinglengte (m): Ø 19,05 mm x 0,235 kg/m (R32) + Totale leidinglengte (m): Ø 15,88 mm x 0,153 kg/m (R32) + Totale leidinglengte (m): Ø 12,70 mm x 0,103 kg/m (R32) + Totale leidinglengte (m): Ø 9,52 mm x 0,053 kg/m (R32) + Totale leidinglengte (m): Ø 6,35 mm x 0,019 kg/m (R32) + Aantal geïnstalleerde HR-units (2-, 3-, 4-poort) x 0,45 kg (R32) + Aantal geïnstalleerde Hr-units (6-, 8-poort) x 0,9 kg (R32) + Hoeveelheid extra koelmiddel voor binnenunit

Minimaal vloeroppervlak van laagste ondergrondse verdieping Minimaal vloeroppervlak van overige verdiepingen

Geen veiligheidsvoorziening vereist

Twee veiligheidsvoorzieningen

Kan niet geïnstalleerd worden

Geen veiligheidsapparaat vereist

Eén veiligheidsvoorziening

Twee veiligheidsvoorzieningen

1 Raadpleeg het blad met de naam Extra Koelmiddel tabel van de IDU. Dit bevindt zich in de buitenunit. ETRS-Unit Voor de installatie van de binnenunit kunnen enkele veiligheidsvoorzieningen nodig zijn, afhankelijk van de ruimte of het geventileerde vloeroppervlak (bij gebruik van natuurlijke ventilatie). De maximale belasting van het systeem is 15,964 kg x het aantal binnenunits in het systeem, maar niet meer dan 63,856 kg. Veiligheidsvoorzieningen zijn: LG-alarmkit (PLDCAA0S), LG-afsluitklep (PRHPZ0*0) en natuurlijke ventilatie. Raadpleeg de handleiding van de accessoires voor meer informatie over LG-accessoires (alarmkit, afsluitklep). Grafiek en tabel zijn gebaseerd op een kamerhoogte van 1,8 m. Indien hoger (maximaal 2,2 m) kan een kleiner minimum vloeroppervlak worden toegepast.11

OPLADEN VAN KOELMIDDEL

NEDERLANDS Algemene installatie Voor de installatie van de binnenunit kan een veiligheidsvoorziening nodig zijn, afhankelijk van de ruimte of het geventileerde vloeroppervlak (bij gebruik van natuurlijke ventilatie). Als Mc groter is dan 15,964 kg, moet natuurlijke ventilatie worden gebruikt. Grafiek en tabel zijn gebaseerd op de minimale installatiehoogte van binnenunits. Indien deze hoger is, kan een groter minimaal vloeroppervlak worden toegepast. h0 verschilt per modeltype.

  • Hydrokit (staand model), staand model (overige): 0,6
  • Kanaal: hoogte van de laagste opening van de kanaalaansluiting naar elke geconditioneerde ruimte

Amin(m2) Mc(kg) h0 = 0.6 mh0 = 1.3 mh0 = 1.8 mh0 = 2.2 m Natuurlijke ventilatieconditie Indien gebruik wordt gemaakt van natuurlijke ventilatie en aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan, kan "A" worden vervangen door "VA". Indien een ETRS-unit als veiligheidsvoorziening wordt gebruikt, kan "A" niet worden vervangen door "VA".

  • Voor de onderste opening: - Het is geen opening naar buiten - De opening kan niet worden afgesloten - De opening moet

Anvmin z ijn - De oppervlakte van openingen boven 300 mm vanaf de vloer telt niet mee bij het bepalen van Anvmin - Minstens 50% van Anvmin bevindt zich minder dan 200 mm boven de vloer - De onderkant van de onderste opening bevindt zich

100 mm van de vloer - De hoogte van de opening is

  • Voor de bovenste opening: - Het is geen opening naar buiten - De opening kan niet worden afgesloten - De opening moet

50% van Anvmin zijn - De bodem van de bovenste opening moet zich

1500 mm boven de vloer bevinden - De hoogte van de opening is

Kamer 1 Kamer 2 Niet geteld• Minimaal openingsoppervlak (Anv)Overschrijd het onderstaande nietLFL Is de onderste ontvlambaarheidsgrens in kg/m³;A Is de kamer in m²;M Is de molaire massa van het koelmiddel in kg/kmol;

Is de zwaartekrachtvers nelling van 9,81 m/s²; Is de gemiddelde molaire massa van lucht in kg/kmol. Is de minimale opening voor natuurlijke ventilatie in m². Voor ETRS-eenheid, Anv min = 0.013 m