RYOBI RLM46160S - Grasmaaier

RLM46160S - Grasmaaier RYOBI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis RLM46160S RYOBI in PDF-formaat.

📄 356 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice RYOBI RLM46160S - page 69
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : RYOBI

Model : RLM46160S

Categorie : Grasmaaier

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RLM46160S - RYOBI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RLM46160S van het merk RYOBI.

GEBRUIKSAANWIJZING RLM46160S RYOBI

Veiligheid, prestaties en betrouwbaarheid kregen topprioriteit in het ontwerp van uw benzine-aangedreven grasmaaimachine. VOORGESCHREVEN GEBRUIK Deze grasmaaier op benzine is alleen bedoeld voor gebruik buiten. Dit product is geschikt voor huishoudelijk grasmaaien. Het maaiblad moet ongeveer parallel draaien met de grond waarover het wordt gereden. Alle vier de wielen moeten bij het maaien contact maken met de grond. Het apparaat is een maaier die is ontworpen voor besturing te voet en over handbediening beschikt, of die door de gebruiker via de geïntegreerde aandrijving moet worden geleid. Het product mag nooit worden gebruikt met de wielen van de grond. Er mag niet aan worden getrokken of tevens mag er niet op worden gereden. Deze mag niet worden gebruikt om iets anders dan huishoudelijke gazons te maaien. Gebruik niet voor andere doeleinden. ALGEMENE VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN WAARSCHUWING Wanneer u het product gebruikt, moeten de veiligheidsregels worden opgevolgd. Voor uw eigen veiligheid en deze van omstanders, dient u deze instructies te lezen voor u het product gebruikt. Bewaar de instructies voor later gebruik. PERSOONLIJKE VEILIGHEID ■ Het product kan handen en voeten amputeren en voorwerpen omgooien. Wanneer u deze voorschriften niet opvolgt, kan dit leiden tot ernstige verwondingen of de dood. ■ Wees vertrouwd met de bedieningen en het correct gebruik van het product. ■ Controleer voor elk gebruik of alle bedieningsknoppen en veiligheidsinrichtingen goed functioneren. Gebruik het product niet als de 'uit'-schakelaar de motor niet stopt. ■ Laat kinderen of mensen met verminderde fysieke, zintuigelijke of mentale vermogens of mensen die niet met deze instructies vertrouwd zijn, het product niet bedienen, reinigen of onderhouden. De plaatselijke wetgeving kan beperkingen opleggen i.v.m. de leeftijd van de bediener. Kinderen moeten onder toezicht staan om ervoor te zorgen dat ze niet met het product spelen. ■ Blijf alert en kijk naar wat u doet en gebruik uw gezond verstand wanneer u de machine gebruikt. Bedien de grasmaaier niet wanneer u moe bent of onder de invloed bent van drugs, alcohol of medicatie. Een ogenblik van onoplettendheid tijdens het gebruik van het product kan leiden tot ernstige persoonlijke letsels. ■ Draag een zware, lange broek, lange mouwen en stevig anti-slip-schoeisel. Draag geen korte broek en sandalen en ga nooit op blote voeten. Draag geen loszittende kledij of kledij met loshangende snoeren of touwen. ■ Draag altijd een veiligheidsbril met zijdelingse bescherming. ■ Draag altijd gehoorbescherming en een veiligheidsbril terwijl u de machine gebruikt. Gebruik een stofmasker indien de bediening van het toestel veel stof veroorzaakt. ■ Het gebruik van gehoorbescherming vermindert de mogelijkheid om waarschuwingen (verbaal of alarmen) te horen. De gebruiker moet extra aandacht hebben voor wat er op de werkplaats gebeurt. ■ Het gebruik van gelijksoortige apparaten in de nabijheid verhoogt het risico van letsel en de mogelijkheid dat er andere mensen in uw werkgebied komen. ■ Zorg altijd dat u stevig op de grond staat, in het bijzonder op hellingen. Bewaar steeds een stevige houvast en goed evenwicht. Overrek u niet. Rek u niet uit, waardoor u uw evenwicht kunt verliezen. ■ Gebruik het product langs een helling, nooit op een neer. Wees uiterst voorzichtig wanneer u op een helling van richting verandert. ■ Gebruik het product niet in de buurt van afstelplaatsen, dijken, zeer steile hellingen of bermen. Een slechte houvast kan ertoe leiden dat u uitglijdt en valt. ■ Plan uw maaipatroon om te voorkomen dat materiaal in de richting van de weg, openbare voetpaden, omstanders; etc. wordt gegooid. Vermijd ook dat afval tegen een muur of hindernis terechtkomt, wat ervoor kan zorgen dat het materiaal naar de bediener wordt teruggeslingerd. WERKOMGEVING ■ Gebruik het product nooit terwijl mensen, in het bijzonder kinderen, of huisdieren zich in een straal van 15 meter van de machine bevinden omwille van het gevaar voor voorwerpen die door contact met het maaiblad worden weggeworpen. ■ Voorwerpen die door het snijblad van de grasmaaier worden geraakt, kunnen ernstige verwondingen veroorzaken. Inspecteer de plaats waar de machine zal worden gebruikt grondig en verwijder alle stenen, stokken, metaal, draad, beenderen, speelgoed en andere vreemde voorwerpen. Onthoud dat een draad of kabel in de messen verstrikt kan raken. ■ Gebruik het product uitsluitend bij daglicht of goede kunstmatige verlichting. De gebruiker heeft een duidelijk overzicht nodig van het werkgebied om mogelijke gevaren te identificeren. ■ Gebruik de machine niet in explosieve atmosferen, zoals in de aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. Het werktuig kan vonken veroorzaken die stof of gassen kunnen ontsteken. ■ Gebruik de machine niet in vochtig gras of in de regen.Nederlands

■ Gebruik het product niet als er gevaar is voor bliksem. ■ Hou er rekening mee dat de bediener of gebruiker verantwoordelijk is voor ongevallen of gevaren t.o.v. anderen of hun eigendom. ■ Tragische ongevallen kunnen gebeuren indien de bediener niet alert is op de aanwezigheid van kinderen. Kinderen worden door het toestel en de maaiactiviteiten vaak aangetrokken. Neem nooit aan dat kinderen zullen blijven waar u ze laatst zag. ■ Houd kinderen uit het maaigebied en onder toezicht van een andere verantwoordelijke volwassene dan de gebruiker; wees alert en zet het apparaat uit als een kind het gebied betreedt. ■ Wees extra voorzichtig bij het naderen van blinde hoeken, struiken, bomen of andere voorwerpen die uw zicht kunnen blokkeren, zoals overhangende takken en struiken. ■ Houd de werkplek schoon. Vervuilde of donkere plekken nodigen uit tot ongevallen. VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN GRASMAAIMA- CHINE ■ Voor u de machine gebruikt, moet u deze altijd visueel inspecteren om zeker te zijn dat maaibladen, maaibladbouten en het maaimechanisme niet zijn versleten of beschadigd. ■ Vervang versleten of beschadigde maaibladen en moeren in paren om het evenwicht te bewaren. ■ Gebruik de maaier nooit als de controle op aanwezigheid van de bestuurder bij loslaten de motor niet stopzet. ■ Gebruik het product niet zonder de volledige grasvanger of de bewaker van de zelfsluitende ontlading opening plaats. ■ Het maaiblad op het product is scherp. Wees voorzichtig en draag zware handschoenen wanneer u de veiligheidsbout installeert, vervangt, reinigt of controleert. ■ Breng het product naar een geautoriseerd onderhoudscentrum om beschadigde of onleesbare etiketten te vervangen. ■ Controleer regelmatig of alle moeren, bouten en vijzen goed zijn vastgemaakt om zeker te zijn dat het toestel veilig kan worden gebruikt. ■ Controleer de grasvanger regelmatig op slijtage, gaten of defecten. Dit kan ertoe leiden dat voorwerpen in de richting van de bediener worden geworpen. ■ Vervang versleten of beschadigde onderdelen voor u het product gebruikt. ■ Start de motor voorzichtig terwijl de gebruiker achter het handvat staat in de veilige zone. Start het product nooit als: ● alle vier de wielen zich niet op de bodem bevinden ● de afvoergoot voor gras is blootgesteld en wordt niet beschermd door de grasbak en het deksel van de afvoergoot voor gras ● handen en voeten van iedereen die zich binnen het maaibereik bevindt, niet duidelijk zichtbaar zijn. ■ Forceer het product niet. Deze zal beter en veiliger werken aan de snelheid waarvoor ze werd ontworpen. ■ Het apparaat niet overbelasten. Het maaien van lang, dik gras kan ertoe leiden dat de motorsnelheid daalt of de stroom wordt uitgeschakeld. Stel bij het maaien in lang, dik gras bij uw eerste snede een hoge maaihoogte in om de belasting te verminderen. ■ Stop het maaiblad wanneer u een grintoppervlak oversteekt. ■ Trek het product niet achteruit tenzij absoluut nodig. Als u de machine achteruit moet wegsturen van een muur of obstructie, kijk dan eerst naar beneden en achter u om te voorkomen dat u struikelt en de machine over uw voeten trekt. ■ Leg de motor stil en laat het maaiblad stilvallen als de grasmaaimachine moet worden gekanteld voor transport wanneer u andere oppervlakken dan gras oversteekt en wanneer u de machine van en naar de plaats die moet worden gemaaid, transporteert. ■ Gebruik de machine nooit wanneer beschermers of schilden defect zijn of zonder dat de veiligheidsvoorzieningen, bijvoorbeeld deflectoren en/ of grasverzamelzakken, zijn geïnstalleerd. ■ Kantel de grasmaaimachine niet wanneer u de motor start of terwijl de motor draait. Dit legt het maaiblad bloot en verhoogt de kans dat voorwerpen worden weggeworpen. ■ Start de motor voorzichtig aan de hand van de instructies en hou uw handen en voeten uit de buurt van het maaigebied. Steek uw handen of voeten niet in de buurt van of onder ronddraaiende onderdelen. Hou de uitlaatopening altijd vrij. Start het product niet wanneer u voor de uitlaatopening staat. ■ Hef het product nooit op of draag het nooit terwijl de motor draait. ■ Wanneer de grasmaaier niet wordt gebruikt, wordt hij best in een goed geventileerde, droge, afgesloten ruimte bewaard – buiten het bereik van kinderen. ■ Volg de instructies van de fabrikant inzake goed gebruik en installatie van toebehoren. Gebruik alleen toebehoren die door de fabrikant werden goedgekeurd. ■ Gebruik de motor niet in een kleine ruimte waar zich gevaarlijke koolmonoxidedampen kunnen verzamelen. ■ Wijzig de motorinstellingen niet en overbelast de motor niet. ■ Stop de maaier en wacht tot de maaibladen volledig tot stilstand zijn gekomen. Laat het product afkoelen en koppel dan de bougiekabel los. ● wanneer u het product onbeheerd achter laat (ook bij het verwijderen van het grasafval) ● alvorens een blokkade te verwijderen of de afvoergoot te ontstoppen ● voor u het product controleert, reinigt of aan het product werkt. ● voor u de grasopvangbak verwijdert of het dekselNederlands

van de grasopvangbak verwijdert ● vóór het tanken ■ Als het product abnormaal begint te trillen, controleer dan onmiddellijk of: ● op schade controleert, in het bijzonder de handvatten ● vervang of repareer alle beschadigde onderdelen ● controleer op losse onderdelen en maak vast ■ Als de machine een vreemd voorwerp raakt, volgt u deze stappen: ● Stop het product en koppel de bougiekabel los. ● Inspecteer de maaier en grasvanger grondig op eventuele schade. ● Herstel alle schade vooraleer u herstart en de grasmaaier verder gebruikt. ■ Vermijd gaten, sporen, oneffenheden, stenen of andere verborgen voorwerpen. Een oneven terrein kan ervoor zorgen dat u wegglijdt en valt. ■ Laat de motor afkoelen voor u de machine opbergt. ■ Om het brandgevaar te verminderen, houdt u de motor, knaldemper en brandstofopslag vrij van gras, bladeren of overdreven vet. ■ Als de brandstoftank wordt gedraineerd, moet dit buitenshuis gebeuren. ■ Maak de bougiekabel los voordat u het product afstelt, vervoert of opslaat. Deze preventieve veiligheidsmaatregelen verkleinen het risico dat het product incidenteel opstart. ■ Het product is heel luidruchtig en kan leiden tot permanente gehoordschade als de instructies ter beperking van de blootstelling, geluiddemping en het dragen van gehoorbescherming niet worden nageleefd. ONDERHOUD ■ Het onderhoud van het toestel mag enkel door erkend onderhoudspersoneel worden uitgevoerd. Service of onderhoud dat door niet-erkend personeel wordt uitgevoerd kan leiden tot verwondingen bij de bediener of schade aan het product. ■ Gebruik uitsluitend originele vervangonderdelen wanneer u onderhoudswerken aan de machine uitvoert. Het gebruik van niet-erkende onderdelen kan het risico op ernstige verwondingen bij de gebruiker of schade aan het product veroorzaken. OPMERKING: Voer uitsluitend de taken uit die in deze gebruiksaanwijzing worden opgelijst. Voor andere reparaties mag het product uitsluitend door een erkend servicecentrum worden gerepareerd. Bewaar deze gebruiksaanwijzing voor toekomstige referentie. Raadpleeg ze regelmatig en gebruik ze om anderen die dit product mogelijks gebruiken, te instrueren. Als u het apparaat uitleent, geef er dan ook de bijbehorende gebruikershandleiding bij. VERKLARING Zie afbeelding 1-13.

11. Bedieneraanwezigheidscontrole

MONTAGE UITPAKKEN Dit product vereist montage. ■ Inspecteer het product nauwkeurig om zeker te zijn dat er geen defect is opgetreden of het geen schade heeft opgelopen tijdens het verzenden. ■ Als er onderdelen beschadigd zijn of ontbreken, neem dan contact op met uw RYOBI onderhoudscentrum voor hulp. VERPAKKINGSLIJST Grasmaaier Draadgeleiding Grasvanger Mulching plug Gebruiksaanwijzing Sluitring Afbeeldingenblad Moer Kabelgeleiding WAARSCHUWING Als er onderdelen zijn beschadigd of ontbreken, gebruik dan het toestel niet vooraleer de onderdelen werden vervangen. Gebruik van dit product met beschadigde of ontbrekende onderdelen kan leiden tot ernstige letsels. WAARSCHUWING Probeer het toestel niet aan te passen of toebehoren te creëren waarvan het gebruik in combinatie met dit toestel niet is aangewezen. Een dergelijke aanpassing of wijziging wordt als misbruik beschouwd en kan leiden tot gevaarlijke situaties die ernstige verwondingen kunnen veroorzaken.Nederlands

WAARSCHUWING De grasmaaier veiligheidssystemen of functies worden niet geknoeid of uitgeschakeld. WAARSCHUWING Maak nooit een accessoire vast of stel het nooit af terwijl het product draait. Als u de motor niet stillegt, kan dit tot ernstige verwondingen leiden. WAARSCHUWING Koppel altijd de bougiekabel los als u onderdelen monteert. WAARSCHUWING Gebruik de maaier nooit wanneer de aangepaste veiligheidsvoorzieningen niet zijn geïnstalleerd en niet werken. Bedien de grasmaaier nooit met beschadigde veiligheidsvoorzieningen. Wanneer u het toestel met beschadigde of ontbrekende onderdelen gebruikt, kan dit mogelijks ernstige letsels veroorzaken. INSTALLATIE Zie afbeelding 2 - 5. ■ Stel de meshoogte in op de hoogste stand. ■ Plaats de handvaten in de juiste gebruiksstand. Steek de bouten door de gaten in de bovenste en onderste handvatten en draai de handvatknoppen vast om de handvatten op de juiste plaats vast te zetten. ■ Installeer de grasvanger of de versnipperstop.

MULCHING PLUG INSTALLEREN

Zie afbeelding 4. OPMERKING: Installeer de grasopvangbak niet wanneer u het mulchhulpstuk gebruikt. ■ Hef de achterste uitlaatdeur op en houd deze vast. ■ Houd het mulchhulpstuk vast bij de handgreep en steek de rechterzijde van het hulpstuk in de achterzijde van de behuizing, zoals getoond op het afbeeldingsblad. ■ Duw het mulchhulpstuk naar voren en dan naar beneden totdat het op zijn plaats vergrendelt. Controleer dat het mulchhulpstuk stevig vastzit in de achterzijde van de behuizing. ■ Laat de achterste uitlaatdeur naar beneden.

HET MULCHHULPSTUK VERWIJDEREN

■ Hef de achterste uitlaatdeur op en houd deze vast. ■ Pak het mulchhulpstuk bij de handgreep vast, duw hem omhoog en trek hem dan langzaam uit de behuizing. GRASOPVANGBAK INSTALLEREN Zie afbeelding 5. ■ Hef de achterste uitlaatklep op. ■ Til de grasopvangbak aan het handvat op en plaats deze onder de achterklep zodat de haken op het opvangbakkader in de gleuven van de handvathouder zitten. ■ Ontgrendel de achterste deur. Wanneer de haken correct op de grasopvangbak zijn geïnstalleerd, zullen ze veilig in de gleuven van de handvathouders rusten. ■ Controleer of de achterdeur volledig is aangegrepen op de grasvanger. Controleer of er geen gat zit tussen de achterdeur en de grasvanger. BEDIENING

BRANDSTOF EN BIJTANKEN

WAARSCHUWING De motor voor het tanken altijd uitschakelen en 5 minuten laten afkoelen. Verwijder de dop van de brandstoftank nooit en voeg geen benzine aan de machine toe terwijl de motor draait of warm is. Zorg voor een afstand van minimaal 9 meter (30 ft) tot de brandstofl ocatie voordat u de motor start. Niet roken. Wanneer u deze waarschuwing niet in acht neemt, kan dit leiden tot ernstige letsels. WAARSCHUWING Behandel brandstof altijd voorzichtig; ze is uiterst ontvlambaar. ■ Gebruik verse brandstof. ■ Bewaar benzine in containers die speciaal zijn ontworpen voor dit doeleinde. ■ Altijd bijtanken in de openlucht. Gebruik geen brandstofdampen inademen. Rook niet en blijf uit de buurt van open vuur en vonken bij het vullen van de brandstoftank of bij het omgaan met brandstof. ■ Vermijd dat olie of brandstof in contact komen met uw huid. ■ Houd benzine en olie weg van de ogen. Als benzine of olie met de ogen in contact komt, wast u deze onmiddellijk met schoon water uit. Als de irritatie nog steeds aanhoudt, raadpleeg dan onmiddellijk een arts. ■ Maak gemorste brandstof onmiddellijk schoon. ■ Vul de brandstof bij tot het aanbevolen niveau.

Zie afbeelding 6.Nederlands

WAARSCHUWING Vul niet overvol. Vul de brandstoftank tot 25 mm onder de bovenkant van de brandstof hals. Na het vullen met brandstof mag u de grasmaaimachine nooit meer dan 25 graden kantelen aangezien dit kan leiden tot brandstofl ekken, brandgevaar, etc. OPMERKING: Gebruik altijd loodvrije benzine van 91 octaan of hoger. ■ Maak het gebied rond de brandstofdop schoon om vervuiling te voorkomen. ■ Draai de brandstofdop voorzichtig los. Leg de dop op een schoon oppervlak neer. ■ Giet voorzichtig brandstof in de tank. Voorkom dat u morst. ■ Reinig en inspecteer de pakking, plaats alle brandstof- en reservoirdoppen vielig terug. ■ Veeg eventueel gemorste brandstof weg. Ga op 9 m (30 voet) afstand van de brandstofvulplaats staan voor u de motor start. OPMERKING: Tijdens en na het eerste gebruik van een nieuwe motor kan er rook worden uitgeblazen. Dit is normaal.

MOTOROLIE TOEVOEGEN/CONTROLEREN

Zie afbeelding 6. De motorolie heeft een belangrijke invloed op de motorprestaties en de levensduur. Voor algemeen gebruik in alle temperaturen, raden wij het gebruik aan van SAE 10W-30. Gebruik altijd een 4-takt motor olie die voldoet aan of overtreft de eisen van API classifi catie SJ. OPMERKING: Niet-detergente of 2-takt motorolie zal de motor beschadigen en mag niet worden gebruikt. Motorolie toevoegen: ■ Zorg ervoor dat de grasmaaimachine op een effen oppervlak staat en dat het gebied rond de oliedop/ peilstok schoon is. ■ Verwijder de dop en het zegel van de oliefles. ■ Schroef de oliedop/peilstok los en haal deze weg. ■ Voeg de olie langzaam toe. Vul tot aan de "Vol" lijn op de peilstok. Vul niet overvol. OPMERKING: Wanneer u het oliepeil controleert, plaatst u de peilstok in de olievulopening maar schroeft u deze niet vast. ■ Plaats de oliedop/pleilstok terug en maak vast. Motorolie controleren: ■ Zorg ervoor dat de grasmaaimachine op een effen oppervlak staat en dat het gebied rond de oliedop/ peilstok schoon is. ■ Verwijder de oliedop/peilstok. Schoonvegen en opnieuw in de olievulopening steken maar niet vastschroeven. ■ Verwijder de oliedop/peilstok opnieuw en controleer het oliepeil. Indien nodig olie bijvullen. BRANDSTOFTANK VULLEN Zie afbeelding 6. WAARSCHUWING Start of laat de motor nooit draaien in een gesloten of slecht geventileerde ruimte; het inademen van uitlaatgassen kan dodelijk zijn. Controles voor gebruik ■ Zorg ervoor dat er genoeg olie in de tank zit door het olieniveau te controleren met behulp van de peilstok. ■ Zorg ervoor dat er genoeg gewone loodvrije benzine in de benzinetank zit.

■ Druk 3 keer hard op de knijppeer OPMERKING: Deze stap is normaal gezien niet nodig wanneer u een motor start die al enkele minuten heeft gedraaid. ■ Druk de bedieningsaanwezigheidscontrolehendel naar beneden tegen het handvat. ■ Trek aan de trekstarter tot de motor loopt. Trek niet meer dan 4 keer aan de startkoord. Laat de trekstarter langzaam los zodat de koord niet terugslaat. OPMERKING: Het kan nodig zijn om de toevoerstappen te herhalen bij koelere temperaturen. Bij warmer weer kan teveel brandstoftoevoer ervoor zorgen dat de motor verzuipt en dat de motor niet start. Als je de motor verzuipt, wacht u enkele minuten voor u probeert te starten en herhaalt u de toevoerstappen niet.

Laat de bedieneraanwezigheidscontrolehendel los en laat de motor volledig stilvallen. PRODUCT AANDRIJVEN. Zie afbeelding 6. ■ Om zelf te rijden: Druk de bedieneraanwezigheidscontrole naar beneden terwijl u de aandrijfcontrolehendel in de richting van het handvat trekt. Laat de aandrijfcontrolehendel los om de wielaandrijving te stoppen. ■ Handmatig voortbewegen: Druk de bedieneraanwezigheidscontrole naar beneden. Koppel de aandrijfcontrolehendel niet. SNIJBLADHOOGTE INSTELLEN Zie afbeelding 7. Wanneer de grasmaaier wordt verscheept, zijn de wielen op een lage maaipositie ingesteld. Vooraleer u de maaier voor het eerst gebruikt, stelt u de maaipositie af volgens de hoogte die voor uw gazon het best geschikt is. Het gemiddelde gazon moet tussen de 38 mm en 50 mmNederlands

tijdens koude en tussen de 50 mm en 76 mm tijdens warme maanden bedragen. Maaibladhoogte afstellen ■ Stop de maaier en wacht tot de maaibladen volledig tot stilstand zijn gekomen. ■ Om de snijbladhoogte te verhogen, neemt u de hoogteafstellingshendel en beweegt u die naar de achterkant van de grasmaaier. ■ Om de snijbladhoogte te verminderen, neemt u de hoogteafstellingshendel en beweegt u die naar de voorkant van de grasmaaier. DE LENGTE VAN HET HANDVAT INSTELLEN. Zie afbeelding 8. ■ De hoogte van het handvat kan eenvoudig naar de voorkeur van de gebruiker worden afgesteld. ■ Draai de handvatknoppen in het midden los en verwijder ze. ■ Verwijder bouten en ringen. ■ Plaats de bouten en ringen weer terug op een hogere of lagere stand. ■ Draai de knoppen weer aan. MAAITIPS ■ Zorg ervoor dat het gazon vrij is van stenen, stokken, draden en andere voorwerpen die de grasmaaimachinebladen of de motor kunnen beschadigen. Zulke voorwerpen kunnen per ongeluk door de grasmaaier in gelijk welke richting worden opgeworpen en ernstige verwondingen bij de bediener en anderen veroorzaken. ■ Voor de beste resultaten maait u altijd een derde of minder van de totale hoogte van het gras ■ Wanneer u lang gras maait, stapt u best trager om efficiënter maaien toe te laten en ervoor te zorgen dat het afval goed wegraakt. ■ Maai geen nat gras. Dit plakt aan de onderkant van het dek en voorkomt zo de juiste opslag of afvoer van het maaisel. ■ Nieuw of dik gras kan ertoe leiden dat er een smaller maaipad vereist is. ■ Als de brandstoftank leeg is en voor u deze hervult, kantelt u de maaier op de linkerzijde met de brandstofdop in de hoogste stand. Dit voorkomt dat brandstof wordt gemorst. Verwijder de bougiekabel om ongewild starten te voorkomen. Het maaiblad is scherp, vermijd contact. ■ Controleer het maaiblad en de onderkant van het dek op schade of opgestapeld afval. Reinig indien nodig. Controleer de veiligheid van de maaibladbout.

BEDIENING OP HELLINGEN

Zie afbeelding 9. ■ Hellingen zijn een belangrijke factor verbonden met wegglijden en vallen, wat kan leiden tot ernstige letsels. Werken op hellingen veronderstelt bijzondere voorzichtigheid. Indien u zich op een helling ongemakkelijk voelt, maai deze dan niet. Probeer voor uw eigen veiligheid geen hellingen te maaien van meer dan 15 graden. ■ Maai dwars langs hellingen, nooit op en neer. Wees uiterst voorzichtig wanneer u op een helling van richting verandert. ■ Kijk uit voor gaten, sporen, stenen, verborgen voorwerpen of obstakels die ervoor kunnen zorgen dat u struikelt of wegglijdt. Lang gras kan hindernissen verbergen. Verwijder alle voorwerpen, zoals stenen, takken, enz. waarover u kunt vallen of die door het snijblad kunnen worden weggeslingerd. ■ Wees altijd zeker de manier waarop u staat. Wegglijden of vallen kan ernstige letsels veroorzaken. ■ Maai niet in de buurt van afgronden, grachten of oevers; u kunt uw evenwicht of vaste ondergrond verliezen. GRASVANGER LEEGMAKEN Zie afbeelding 10. ■ Stop de maaier en wacht tot de maaibladen volledig tot stilstand zijn gekomen. ■ Hef de achterste uitlaatklep op. ■ Neem de grasvanger aan het handvat vast en hef hem op om van de maaier te verwijderen. ■ Verwijder het grasafval. ■ Hef de achterste uitlaatdeur op en plaats de grasvanger terug. WAARSCHUWING Wees uiterst voorzichtig wanneer u de machine optilt of opheft voor onderhoud, reiniging, opslag of transport. Het maaiblad is scherm; zelf als de motor is uitgeschakeld, kunnen de maaibladen nog steeds draaien. Houd alle lichaamsdelen weg van het maaiblad terwijl het is blootgesteld. ONDERHOUD WAARSCHUWING Controleer na loslaten van de controle op aanwezigheid van de bestuurder of het mes binnen 3 seconden stopt. Als het product na 3 seconden niet stopt, breng het dan naar een erkend servicecentrum.Nederlands

WAARSCHUWING Als het product niet goed wordt onderhouden, kan de levensduur van het product worden verlaagd, en ingebouwde veiligheidsvoorzieningen mogelijk niet correct functioneren, waardoor de kans op ernstig letsel toeneemt. Houd het apparaat in goede staat. WAARSCHUWING Stop het product en wacht totdat het mes volledig tot stilstand is gekomen voordat u onderhoud uitvoert. Laat het product afkoelen en koppel dan de bougiekabel los van de bougie. Wanneer u deze waarschuwing niet in acht neemt, kan dit leiden tot ernstige letsels. WAARSCHUWING Gebruik uitsluitend originele vervangonderdelen wanneer u onderhoudswerken aan de machine uitvoert. Het gebruik van enige andere onderdelen kan gevaarlijk zijn of schade aan het toestel veroorzaken. ALGEMEEN ONDERHOUD U kunt de afstellingen en reparaties die in deze gebruiksaanwijzing worden vermeld, uitvoeren. Voor andere herstellingen of advies, vraagt u hulp in een geautoriseerd onderhoudscentrum. ■ Vermijd het gebruik van oplosmiddelen wanneer u kunststof onderdelen schoonmaakt. De meeste soorten plastic zijn gevoelig voor schade, veroorzaakt door verschillende soorten commerciële oplosmiddelen en kunnen door hun gebruik worden beschadigd. Gebruik schone doeken om vuil, stof, olie, vet, etc. te verwijderen. ■ Controleer regelmatig of alle moeren en bouten nog goed vast zitten om het veilig gebruik van de grasmaaier te verzekeren. ■ Verwijder alle verzamelde gras en bladeren op of rond de motor en het motordeksel. Wrijf de grasmaaier regelmatig met een droog doek schoon. Gebruik geen water. ■ Controleer de grasvanger regelmatig op slijtage en sleet. WAARSCHUWING Laat op geen elk moment remvloeistoffen, benzine, producten op petroleumbasis, penetrerende oliën, etc. in contact komen met kunststof onderdelen. Chemicaliën kunnen kunststof beschadigen, verzwakken of vernietigen, wat kan leiden tot ernstige letsels. VONKENVANGER ■ Het product is uitgerust met een vonkenvanger (die zich binnenin de uitlaat bevindt). OPMERKING: Wij raden u aan de vonkenvanger uitsluitend te laten reinigen bij een bevoegd onderhoudscentrum. SMERING Alle lagers in dit toestel werden met voldoende smeermiddel van hoge kwaliteit gesmeerd, wat zou moeten volstaan voor de volledige levensduur van het toestel onder normale gebruiksomstandigheden. Aanvullende smering is dus niet nodig. WAARSCHUWING Bescherm altijd uw handen door veiligheidshandschoenen te dragen en/of de snijranden van het snijblad met doeken en ander materiaal in te pakken wanneer u onderhoudswerken aan het snijblad uitvoert. Het foutief manipuleren van het maaiblad kan leiden tot ernstige verwondingen. SNIJBLAD VERVANGEN Zie afbeelding 11. WAARSCHUWING Bescherm altijd uw handen door veiligheidshandschoenen te dragen en/of de snijranden van het snijblad met doeken en ander materiaal in te pakken wanneer u onderhoudswerken aan het snijblad uitvoert. Het foutief manipuleren van het maaiblad kan leiden tot ernstige verwondingen. Wees voorzichtig bij het vervangen van het maaiermes. Zorg dat uw vingers niet bekneld raken tussen het bewegende mes en de vaste onderdelen van het apparaat. Voor beste resultaten moet het maaiblad scherp worden gehouden. Vervang een gebogen of beschadigd maaiblad onmiddellijk. WAARSCHUWING Gebruik uitsluitend vervangmaaibladen die door de fabrikant van uw grasmaaimachine zijn goedgekeurd. Het gebruik van een niet door de fabrikant van uw grasmaaimachine goedgekeurd maaiblad is gevaarlijk en kan leiden tot ernstige verwondingen, schade aan uw grasmaaimachine en het vervallen van uw garantie. WAARSCHUWING Draineer de brandstof eerst uit de grasmaaimachine voor u de ze kantelt om het maaiblad te vervangen. ■ Stop de motor en ontkoppel de bougiekabel. Laat hetNederlands

maaiblad volledig tot stilstand komen. ■ Zet het apparaat op zijn kant (carburateur naar boven). ■ Stop een blok hout tussen het snijblad en de behuizing van de grasmaaier om te voorkomen dat het snijblad draait. ● Installeren: Zie afbeelding 11a. ● Verwijderen: Zie afbeelding 11b. ■ Gebruik een 9/16"-sleutel of -mof (niet meegeleverd), om, gezien vanaf de onderkant van de maaier, de bout tegen de klok in los te draaien. ■ Verwijder de maaibladbout, vergrendel de sluitring, platte sluitring en het maaiblad. ■ Plaats een nieuw snijblad op de as. Zorg ervoor dat het met de gebogen uiteinden naar de bovenkant van de maaierbehuizing wordt bevestigd en niet naar de grond toe. ■ Vervang de platte sluitring, vergrendel de sluitring en de maaibladbout op de schacht. Draai de bout met de vinger vast door deze tegen de richting van de wijzers van de klok te draaien, gezien vanaf de onderkant van de grasmaaimachine. OPMERKING: Zorg ervoor dat alle onderdelen in precies dezelfde volgorde worden teruggeplaatst als waarin ze werden verwijderd. ■ Koppel de maaibladbout naar beneden met behup van een momentsleutel (niet meegeleverd) om te verzekeren dat de bout stevig vastzit. ■ Het aangewezen koppel voor de maaibladbout is 48-55 Nm (35-40 ft.lb.). OPMERKING: Slijp de maaibladen niet; vervang door een nieuw exemplaar. Maaibladen moeten goed gebalanceerd zijn om schade en verwondingen te voorkomen.

HET LUCHTFILTER REINIGEN

Zie afbeelding 13. De maaier heeft een luchtfi lter van schuim, die niet gewassen kan worden. Houd de luchtfi lter schoon voor een goed vermogen en lange levensduur ■ Product stoppen Zorg ervoor dat alle bewegende delen volledig tot stilstand zijn gekomen. Laat de motor afkoelen. Ontkoppel de bougiekabel. ■ Verwijder het luchtfilterdeksel door de knipsluiting met de duim in te drukken terwijl u het deksel voorzichtig naar u toe trekt. ■ Verwijder de luchtfiltereenheid voor inspectie. ■ Het meeste vuil kan van de luchtfiltereenheid verwijderd worden door de eenheid voorzichtig tegen een hard oppervlak te tikken of door licht over het oppervlak te vegen. OPMERKING: Een vuile luchtfiltereenheid belemmert de luchtstroom en kan de motor beschadigen. De levensduur van de luchtfiltereenheid hangt af van de omgeving waarin de maaier gebruikt wordt. De eenheid dient regelmatig gecontroleerd en gereinigd te worden en moet vervangen worden wanneer hij vuil is. ■ Plaats de gereinigde of nieuwe luchtfiltereenheid in de luchtfilterhouder. ■ Vervang en maak het luchtfilterdeksel vast. OPMERKING: Voor de beste resultaten dient het fi lter jaarlijks vervangen te worden, of vaker indien nodig. BRANDSTOFDOP WAARSCHUWING Een lekkende brandstofdop betekent een brandgevaar en moet onmiddellijk worden vervangen. Een verstopte brandstopdop veroorzaakt slechte motorprestaties. Als de presaties verbeteren wanneer de brandstofdop los wordt gemaakt, controleert u of de klep misschien defect of verstopt is. Plaats indien nodig de brandstofdop terug.

VERVERS HET MOTORSMEERMIDDEL

Zie afbeelding 14. ■ Product stoppen Zorg ervoor dat alle bewegende delen volledig tot stilstand zijn gekomen. Laat de motor afkoelen. Ontkoppel de bougiekabel. ■ Zorg ervoor dat de brandstoftank volledig leeg is voor u de eenheid kantelt. Anders lekt de brandstof. ■ De motorolie moet elke 20 bedrijfsuren worden vervangen. Vervang de olie wanneer de motorolie nog warm, maar niet heet is. Dit laat toe dat de olie snel en volledig wordt gedraineerd. ■ Verwijder de olievuldop/peilstok. ■ Kantel de maaier opzij en laat de olie van de olievulopening in een goedgekeurde container draineren. ■ Zet de maaier recht en vul opnieuw met olie en volg daarbij de voorschriften in het deel Olie toevoegen/ controleren. OPMERKING: Gebruikte olie moet op een goedgekeurde afvoerplaats worden weggegooid. Raadpleeg uw plaatselijk olieverkoooppunt voor meer informatie. BOUGIEONDERHOUD Zie afbeelding 12. De bougie moet correct zijn gevormd en vrij van afzetting om te verzekeren dat de motor goed werkt. Controleer: ■ Product stoppen Zorg ervoor dat alle bewegende delen volledig tot stilstand zijn gekomen. Laat de motor afkoelen. Ontkoppel de bougiekabel. ■ Verwijder de bougiesteker ■ Reiig alle vuil rond de voet van de bougie. ■ Verwijder de bougie met behulp van een 20,5 mm bougiesleutel (niet meegeleverd) ■ Controleer de bougie op schade en reinig met eenNederlands

stalen borstel voor u hem terugplaatst. Als de isoleerder stuk of gebarsten is, moet de bougie worden vervangen. OPMERKING: De aanbevolen bougiemodellen zijn TORCH F7RTC en NGK BPR6ES. ■ Bougieopening meten. De correcte opening ligt tussen de 0,71 mm - 0,79 mm. Om de opening te verbreden, buigt u indien nodig voorzichtig de (bovenste) aardelektrode. Om de opening te verkleinen, tikt u de aardelektrode op een hard oppervlak. ■ Plaats de bougie op zijn plaats; draad ze met de hand om slingerdraden te voorkomen. ■ Span met behulp van een sleutel aan om de sluitring aan te drukken. Als de bougie nieuw is, drukt u de sluitring met 1/2 draai overeenkomstig aan. Als u een oude bougie opnieuw gebruikt, drukt u deze met 1/8 of 1/4 draai aan voor correcte sluitringcompressie. OPMERKING: Een niet correct aangespannen bougie wordt heel warm en kan de motor beschadigen. ■ Bougiesteker terugplaatsen ONDERHOUD WIELAANDRIJVING Zie afbeelding 15. Om ervoor te zorgen dat de wielen vlot draaien, moet het wielstel voor het opbergen worden gereinigd. ■ Verwijder de velg. ■ Verwijder de moer en het wiel en leg aan de kant. ■ Verwijder de e-ring, de pennen en het tandwiel. Reinig al het vuil van deze voorwerpen en het einde van de aandrijfas met een droge doek. Indien nodig kan alcohol worden gebruikt om hardnekkig vuil te verwijderen. LET OP: Smeer geen enkel onderdeel van de wielen. Het smeermiddel kan ertoe leiden dat het wielonderdeel tijdens de werking defect raakt, waardoor de grasmaaimachine beschadigd kan raken. ■ Herbevestig het wielstel met de pijlen tegenover de voorkant van de grasmaaier. Plaats de pennen en de e-ring weer terug. ■ Herbevestig het wiel en de moer. Span de moer aan. ■ Monteer de wieldop. WIELEN VERVANGEN Zie afbeelding 16. WAARSCHUWING Gebruik alleen vervangende wielen van de fabrikant. Wielen gebruiken die niet goedgekeurd zijn door de fabrikant is gevaarlijk en kan ernstige verwondingen veroorzaken. ■ Product stoppen Zorg ervoor dat alle bewegende delen volledig tot stilstand zijn gekomen. Laat de motor afkoelen. Ontkoppel de bougiekabel. ■ Verwijder de velg. ■ Verwijder de moer uit de wielas en verwijder dan het wiel. ■ Vervang door een nieuw wiel en plaats de bout terug. ■ Monteer de wieldop.

PRODUCT OPBERGEN Bij opslag van de maaier voor 30 dagen of langer: ■ Bij gebruik van een brandstof stabilisator, volg de aanwijzingen van de fabrikant van de stabilisator stabilisator toe te voegen aan benzine in de tank. Laat de motor ten minste 10 minuten na toevoeging van stabilisator, zodat de stabilisator de carburateur bereikt. WAARSCHUWING Het product niet op te slaan met benzine in de tank in een gebouw waar dampen een open vlam of vonk kunnen bereiken. ■ Als u geen brandstof stabilisator, laat de motor draaien tot het product volledig uit benzine. ■ Als de motor is stilgevallen, laat u het maaiblad volledig stilvallen en ontkoppelt u de bougiekabel. ■ Zet de brandstofklep in de gesloten positie ■ Draai de motor op zijn zijde (met de carburator omhoog) en reinigt u het gemaaide gras dat zich aan de onderkant van het maaidek heeft opgestapeld. ■ Reinig de onderkant van het maaidek. ■ Wrijf de grasmaaimachine met een droge doek schoon. ■ Controleer of alle moeren, bouten, schroeven, binders, enz. stevig zijn vastgemaakt. ■ Controleer de bewegende delen op schade, breuk en slijtage. Laat beschadigde of ontbrekende delen herstellen. ■ Bewaar de grasmaaimachine op een goed geventileerde plaats die schoon is, droog en buiten het bereik van kinderen. ■ Bewaar de grasmaaier niet nabij corrosieve producten, zoals meststof of mijnzout. Om het handvat te verlagen voor het opbergen Zie afbeelding 3. ■ Maak de trekstartgeleidingsknop los. Verwijder de trekstarter van de geleider en laat deze in de motor oprollen. ■ Verwijder de handgreepknoppen en de bouten aan elke kant van de onderste handgreep bij de handgreephouder (bevestigd aan de behuizing van de maaier). ■ Maak de handvatknoppen volledig los aan de zijkanten van het handvat en plooi het bovenste handvat. ■ Druk elk uiteinde van het handvat naar binnen en hefNederlands

de zijkanten van het handvat voorbij de rand van de handvatbevestigingshaken. ■ Vouw het onderste handvat naar voor en zorg ervoor dat de bedieningskabels niet worden gebogen of geknikt. TRANSPORT ■ Schakel het product uit, koppel de bougiekabel los en wacht tot het mes volledig tot stilstand komt. Laat het product afkoelen voordat u het opbergt of vervoert in een voertuig. ■ Verwijder alle vreemde voorwerpen van het product. Bewaar op een koele, droge en goed geventileerde plaats die niet toegankelijk is voor kinderen. Houd corrosieve producten, zoals tuinchemicaliën en strooizout uit de buurt van het apparaat. Bewaar niet buitenshuis. ■ Voor transport beveiligt u het product tegen bewegen of vallen om lichamelijke letsels of schade aan het product te voorkomen. WAARSCHUWING Wees uiterst voorzichtig wanneer u de machine optilt of opheft voor onderhoud, reiniging, opslag of transport. Het maaiblad is scherp. Houd alle lichaamsdelen weg van het maaiblad terwijl het is blootgesteld. RESTRISICO'S Zelfs wanneer het product zoals voorgeschreven wordt gebruikt, is het nog steeds onmogelijk om bepaalde restrisico's volledig te elimineren. De volgende gevaren kunnen ontstaan tijdens het gebruik en de bediener moet bijzondere aandacht hebben om de volgende situaties te voorkomen: ■ Letsels veroorzaakt door trillingen – Gebruik altijd het voor de taak geschikte werktuig. Gebruik de toegewezen handvaten en beperk de gebruikstijd en blootstelling. ■ Verwondingen veroorzaakt door geluid. – Blootstelling aan geluid kan gehoorletsels veroorzaken. Draag gehoorbescherming en beperk de blootstelling. ■ verwondingen als gevolg van contact met de maaibladen ■ Letsel veroorzaakt door losse voorwerpen RISICOBEPERKING Er zijn meldingen dat trillingen van handwerktuigen bij sommige mensen bijdragen tot het Syndroom van Raynaud. Symptomen kunnen ondermeer tintelingen, gevoelloosheid en bleek worden van de vingers omvatten, wat normaal gezien duidelijk wordt bij blootstelling aan koude. Erfelijke factoren, blootstelling aan koude en vocht, dieet, roken en werkroutine kunnen allemaal bijdragen tot de ontwikkeling van deze symptomen. Er kunnen door de bediener maatregelen worden genomen om de gevolgen van de trillingen te beperken: ■ Houd bij koud weer uw lichaam warm. Draag handschoenen terwijl u het product gebruikt om de handen en polsen warm te houden. Men neemt aan dat koud weer een belangrijke factor is die bijdraagt tot het Syndroom van Raynaud. ■ Doe oefeningen om de bloeddoorstroming te bevorderen na elke periode van gebruik. ■ Neem regelmatig een pauze. Beperk het aantal uren dat u per dag wordt blootgesteld. Wanneer u enige van de symptomen van deze aandoening ervaart, stop dan onmiddellijk met het gebruik van het toestel en raadpleeg uw dokter WAARSCHUWING Letsels kunnen worden veroorzaakt of ernstiger worden door verlengd gebruik van een werktuig. Als u een werktuig gedurende langere periodes gebruikt, neem dan regelmatig pauze. SYMBOLEN Enkele van de ovlgende symbolen kunnen bij dit product worden gebruikt. Bestudeer deze en leer hun betekenis. Een juiste interpretatie van deze symbolen zal u toelaten het product op een betere en veiligere manier te gebruiken. Voorzorgsmaatregelen die betrekking hebben met onze veiligheid. Om gevaar voor lichamelijk letsel te verminderen dient u deze gebruikshandleiding absoluut goed door te lezen en te begrijpen voordat u het apparaat gaat gebruiken. Om letsel te voorkomen, weg te blijven van bewegende onderdelen te allen tijde. Gevaar! Houd handen en voeten weg. Gevaar voor terugslag. Houd alle omstanders op een afstand van tenminste 15 m. Verwijder vóór onderhoud aan het product, de bougie. STOP Verwijder voorwerpen die kunnen worden weggeslingerd door het roterend maaiblad.Nederlands

Hou omstanders op een veilige afstand van het product. Om het risico op verwondingen of schade te beperken, vermijdt u contact met een warm oppervlak. Dit is een elektrisch product en er is dus altijd kans op elektrische schokken. Stel het product niet bloot aan vocht, regen of sneeuw. Bedien het product niet met natte handen of voeten. Bij gebruik van het product wordt koolstofmonoxide uitgestoten, een kleurloos en geurloos giftig gas. Het inademen van koolstofmonoxide kan leiden tot misselijkheid, bewustzijnsverlies of de dood. Doe SAE 10W-30 API-SJ of motorolie met een hoger gewicht in de olietank. Vul de brandstoftank met loodvrije benzine (91 of hoger). Druk 3 keer op de brandstofbalg. Houd de controle op aanwezigheid van de bestuurder tegen de hendel aangedrukt.

Trek 1 of 2 keer aan de startkabel. Laat zodra de motor start de startkabel langzaam los, zodat de kabel niet te hard terugspringt. Maai wanneer de grasopvangbak leeg is. Stop het maaien als de vanger vol is. Brandstof en brandstofdampen zijn explosief en kunnen ernstige brandwonden of de dood veroorzaken. Brandstof en brandstofdampen zijn uiterst ontvlambaar en ontplofbaar. Brand of ontploffi ng kan ernstige brandwonden veroorzaken. Gebruik loodvrije autobenzine met een octaangehalte van 91 ([R+M]/2) of hoger. Gebruik SAE 10W-30 API-SJ of motorolie met een hoger gewicht. Dit apparaat voldoet aan alle geldende normen van Lid-Staat van de Europese Unie waar het werd gekocht. EurAsian-symbool van overeenstemming Oekraïens conformiteitssymbool

Houd de controle op aanwezigheid van de bestuurder tegen de handgreep aangedrukt om de motor draaiende te houden. Laat de controle op aanwezigheid van de bestuurder los om het apparaat stop te zetten.

Zelfrijdend: De grasmaaier beweegt zich voort wanneer de zelfaandrijvingshendel in de richting van de handgreep wordt getrokken. Het gegarandeerde geluidsniveau bedraagt 96 dB. Product stoppenNederlands

ONDERHOUDSSCHEMA Voor elk gebruik Na de eerste maand of 20 bedrijfsuren Elke drie maanden of 50 bedrijfsuren Elke 6 maanden of 100 bedrijf- suren Elke 12 maanden of na 300 uur werking. Controleer het motors- meermiddel

Ververs het motorsmeer- middel

Controleer het luchtfi lter

Maak het luchtfi lter schoon.

Vervang het luchtfi lter

Controleer de bougie en stel deze af

Controleer het stationair toerental en stel dit af*

Controleer de klep- speling en stel deze af*

Controleer op versleten of beschadigde on- derdelen

Controleer alle start- vergrendelingen en de aanwezigheid van een veiligheidssysteem voor de aanwezigheid van de bediener.

Controleer of het blad binnen de 3 secon- den stilvalt nadat het veiligheidssysteem voor de aanwezigheid van de bediener werd losgel- aten.

  • Deze items mogen uitsluitend door een geautoriseerd servicecentrum worden uitgevoerd. OPMERKING: Als het product in stoffige gebieden wordt gebruikt moet er vaker onderhoud worden gepleegd. Wanneer de motor de maximale cijfers uit de tabel heeft overschreden, moet onderhoud nog steeds worden uitgevoerd volgens tijdsintervallen of gebruiksuren die hierin zijn vermeld.Nederlands

PROBLEEMOPLOSSEN Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Handvat niet in de correcte positie. Handvat niet correct geplaatst. Controleer om zeker te zijn dat het onderste deel van het handvat volledig is teruggeduwd en goed op zijn plaats is vastgeklikt. Handvatten niet vastgemaakt. Draai de knoppen weer aan. Grasmaaier start niet. Er zit geen benzine in de tank. Vul de grasmaaimachine met benzine. Als de grasmaai- machine nog steeds niet start, neemt u contact op met een onderhoudsdealer. Motor is verzopen. Wacht 15 minuten en probeer dan de grasmaaimachine opnieuw te starten. Raadpleeg het gedeelte "De maaier starten/stoppen". Oude brandstof. Gebruik verse brandstof. Brandstof die ouder is dan 30 dagen kan verhinderen dat de machine start. Geen vonken. Controleer of u een vonk ziet. De bougie verwijderen. Breng het kapje van de bougie weer aan en leg de bougie op een metalen cilinder. Trek aan het startkoord en kijk of u een vonk ziet bij de punt van de bougie. Als er geen vonk zichtbaar is, moet u de test met een nieuwe bougie uitvoeren. Trekstarter is nu harder dan toen hij nieuw was. Neemt u contact op met een geautoriseerd servicecentrum. Grasmaaier kan moeilijk worden voortgeduwd. Het te maaien gras is te lang. Het maaihuis en -blad worden door zwaar gras gesleept. Maaihoogte is te laag ingesteld. Verhoog de maaihoogte. Motor trilt bij hogere snelheid. Het maaiblad is scherp. Vervang het maaiblad. Motoras is gebogen. Product stoppen Zorg ervoor dat alle bewegende delen volledig tot stilstand zijn gekomen. Laat de motor afkoelen. Ontkoppel de bougiekabel. Controleer op schade. Laat de schade repareren door een bevoegd onderhoudscentrum voordat u het product opnieuw start. Grasmaaier mulcht niet goed. Nat grasafval blijft aan de onderkant van het dek kleven. Wacht tot het gras droog is voor het maaien. De grasvanger wordt niet gevuld met gras, hoewel gras van het gazon wordt gema- aid De afvoergoot is geblokkeerd. Product stoppen Zorg ervoor dat alle bewegende delen volledig tot stilstand zijn gekomen. Laat de motor afkoelen. Ontkoppel de bougiekabel. Verwijder de grasvanger en hef het uitlaatdeksel op. Wees voorzichtig. Scherp maaiblad. Vermijd contact. Verwijder afval uit de afvaluitlaat. Maaihoogte is te laag ingesteld. Verhoog de maaihoogte. Zeer nat gras laag afmaaien maakt het ook moeilijk voor de maaier het gras in de opvangbak te werpen. We raden u aan het gras hoger af te maaien of het gras te maaien wanneer het droger is.Português

10. Auklas vadotnes slēdzis

Nomainiet gaisa fi ltru

GARANTIEVOORWAARDEN Naast de wettelijke rechten die voortvloeien uit de aankoop, wordt dit product gedekt door een garantie, zoals hieronder staat vermeld.

1. De garantietermijn voor consumenten bedraagt 24 maanden en gaat in

op de datum waarop het product is gekocht. Deze datum moet worden gedocumenteerd met een factuur of een ander aankoopbewijs. Het product is uitsluitend ontworpen en bedoeld voor persoonlijk gebruik door consumenten. Er wordt dus geen garantie gegeven voor professioneel of commercieel gebruik.

2. Voor een deel van ons aanbod van tuingereedschappen (AC/DC) is het

mogelijk om de garantietermijn te verlengen over de boven beschreven termijn, met behulp van de website www.ryobitools.eu. De gereedschappen die in aanmerking komen voor de verlenging van de garantietermijn wordt duidelijk weergegeven in winkels en/of verpakkingen en staat beschreven in de productdocumentatie. De eindgebruiker moet zijn/haar nieuw gekochte gereedschappen binnen 30 dagen na aankoop online registreren. De eindgebruiker kan zich registreren voor de verlengde garantietermijn als zijn woonland staat vermeld op het online registratieformulier waar deze optie geldig is. Bovendien moeten eindgebruikers toestemming geven voor de opslag van de gegevens die online ingevuld moeten worden en moeten ze de algemene voorwaarden accepteren. Het ontvangstbewijs van de registratie, dat per e-mail wordt verzonden en de oorspronkelijke factuur met de aankoopdatum vormt het bewijs van de verlengde garantietermijn.

3. De garantie dekt tijdens de garantietermijn alle gebreken van het product

vanwege defecten in vakmanschap of materiaal op de aankoopdatum. De garantie is beperkt tot reparatie en/of vervanging en bevat geen andere verplichtingen, waaronder maar niet beperkt tot incidentele of gevolgschade. De garantie is niet geldig als het product is misbruikt, in strijd met de gebruiksaanwijzing wordt gebruikt of onjuist is aangesloten. Deze garantie geldt niet voor: – alle schade aan het product die het gevolg is van onjuist onderhoud – elk product dat is veranderd of aangepast – elk product waar de oorspronkelijke identificatie (handelsmerk, serienummer) is beschadigd, gewijzigd of verwijderd – alle schade die is veroorzaakt door het niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing – elk niet-CE-product – elk product waar een poging tot reparatie is gedaan door een niet- erkende professional of zonder voorafgaande toestemming door Techtronic Industries. – elk product dat is verbonden met een verkeerde voeding (amperage, spanning, frequentie) – elk product dat wordt gebruikt met een verkeerd brandstofmengsel (brandstof, olie, oliegehalte) – alle schade die is veroorzaakt door externe invloeden (chemisch, fysisch, schokken) of vreemde stoffen – normale slijtage van reserveonderdelen – ongepast gebruik, overbelasting van het gereedschap – gebruik van niet-goedgekeurde accessoires of onderdelen – Alle periodieke aanpassingen aan of het onderhoud en reiniging van carburateurs – Componenten (onderdelen en accessoires) die onderhevig zijn aan natuurlijke slijtage, waaronder maar niet beperkt tot stootknoppen, aandrijfriemen, koppelingen, messen van hegtrimmers of grasmaaiers, harnas, gaskabel, koolstofborstels, stroomsnoeren, tanden, viltringen, koppelingspennen, blazers, blaas- en zuigbuizen, zuigzakken en -riemen, geleidingsstaven, zaagkettingen, slangen, koppelingen, mondstukken, wielen, spuitstokken, binnenhaspels, buitenhaspels, snijdraden, bougies, luchtfilters, gasfilters, maaimessen, etc.

4. Voor onderhoud moet het product worden verzonden of gebracht naar

een erkend servicestation van RYOBI die voor elk land staan vermeld in de volgende lijst met adressen voor servicestations. In sommige landen zal uw lokale RYOBI-dealer het product verzenden naar de RYOBI- serviceorganisatie. Wanneer u het product naar een servicestation van RYOBI verzendt, moet het product veilig worden verpakt zonder enige gevaarlijke inhoud, zoals benzine, met het adres van de afzender en vergezeld van een korte beschrijving van het defect.

5. Een reparatie/vervanging die onder deze garantie valt is gratis. Het vormt

geen verlenging of een nieuwe start van de garantietermijn. Verwisselde onderdelen of gereedschappen worden ons eigendom. In sommige landen moeten de verzendkosten door de afzender worden betaald. Uw wettelijke rechten die voortvloeien uit de aankoop van het gereedschap blijven onaangetast.

6. Deze garantie is geldig in de Europese Gemeenschap, Zwitserland, IJsland,

Noorwegen, Liechtenstein, Turkije en Rusland. Buiten deze gebieden moet u contact opnemen met uw erkende RYOBI-dealer om vast te stellen of er een andere garantie van toepassing is. GEAUTORISEERD ONDERHOUDSCENTRUM Om een geautoriseerd onderhoudscentrum in uw buurt te vinden, surft u naar http:// nl.ryobitools.eu/header/service-and-support/service-agents

Gemeten geluidsniveau: 93,1 dB (A) Gegarandeerd geluidsniveau: 96 dB (A) Toetsingscriteria voor de conformiteit zijn volgens Bijlage VI, richtlijn 2000/14/EG, gewijzigd door 2005/88/EG. Aangemelde instantie, TÜV SÜD Industrie Service GmbH; Geschäftsfeld Fördertechnik, Westendstraße 199, 80686 Münich, Germany, heeft de EC- typegoedkeuring uitgevoerd en het CE-identificatienummer is 0036. Sven Eschrich VP techniek – TTI divisie krachtgereedschap voor buitenshuis Oct. 30, 2018 Afgevaardigde voor het samenstellen van de technische fiche: Alexander Krug, Directeur Techtronic Industries GmbH Max-Eyth-Straße 10, 71364 Winnenden, Germany