B33 PS - Grasmaaier MCCULLOCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis B33 PS MCCULLOCH in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding B33 PS - MCCULLOCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. B33 PS van het merk MCCULLOCH.
GEBRUIKSAANWIJZING B33 PS MCCULLOCH
7. Paigaldage juhtplaat tagasi.
OVEREENSTEMMING...............................................307 INLEIDING Gebruikershandleiding De oorspronkelijke taal van deze gebruikshandleiding is Engels. Bedieningshandleidingen in andere talen zijn vertalingen uit het Engels. Overzicht (Fig. 1)
7. Opzetstuk voor grastrimmer en bosmaaier
17. Beschermkap voor opzetstuk voor grastrimmer en
18. Messen voor heggenschaar
19. Hendel voor hoekverstelling
22. Dop voor de kettingolietank
25. Opzetstuk voor heggenschaar met groot bereik
26. Opzetstuk voor stoksnoeizaag
27. Afdekking van de geleider voor het opzetstuk voor
28. Bladbeschermkap voor opzetstuk voor
heggenschaar met groot bereik
34. Transportbescherming voor grasmaaiblad
35. Bedieningshandleiding
36. Primerbalg van brandstofpomp
Symbolen op het product (Fig. 2) Waarschuwing (Fig. 3) Lees deze handleiding (Fig. 4) Draag goedgekeurde hoofd-, gehoor- en oogbescherming. (Fig. 5) Draag goedgekeurde veiligheidshandschoenen. (Fig. 6) Gebruik antisliplaarzen voor zwaar gebruik. (Fig. 7) Het gebruik van het product kan tot rondvliegende voorwerpen leiden, waardoor letsel kan ontstaan. (Fig. 8) Maximum toerental van de uitgaande as. (Fig. 9) Veilige afstand (Fig. 10) Veilige afstand (Fig. 11) Risico op terugslag als de snijuitrusting een object raakt dat niet onmiddellijk wordt gesneden. Het product kan lichaamsdelen amputeren. Houd personen en dieren op een minimale afstand van 15 m (50 ft) tijdens het gebruik van dit product. (Fig. 12) Zorg ervoor dat lang haar tot boven uw schouders wordt samengebonden. 290 860 - 001 - 28.10.2018(Fig. 13) De pijlen geven de limieten van de positie van de hendel weer. (Fig. 14) Brandstofpomp (Fig. 15) Chokehendel (Fig. 16) Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de hete oppervlakken. (Fig. 17) Zorg ervoor dat er zich niemand binnen de risicozone voor terugslag bevindt. (Fig. 18) GEVAAR ‐ Houd uw handen uit de buurt van het blad. (Fig. 19) Geluidsvermogen (Fig. 20) Het product voldoet aan de geldende EG- richtlijnen. (Fig. 21) Het product voldoet aan de geldende EAC- richtlijnen. (Fig. 22) Het product voldoet aan de geldende Oekraïense richtlijnen. Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor overige commerciële markten. EU V WAARSCHUWING: De EU- typegoedkeuring van dit product vervalt als ongeoorloofde wijzigingen aan de motor aangebracht worden. Productaansprakelijkheid Zoals uiteengezet in de wet voor productaansprakelijkheid zijn wij niet aansprakelijk voor schade die door ons product wordt veroorzaakt, indien:
- het product niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire bevat die niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit. VEILIGHEID Veiligheidsdefinities De onderstaande definities geven de mate van ernst weer voor elk trefwoord. WAARSCHUWING: Letsel aan personen. OPGELET: Schade aan het product. Let op: Deze informatie maakt het product eenvoudiger in gebruik. Trillingsveiligheid Dit product is alleen bedoeld voor incidenteel gebruik. Het voortdurend of regelmatig bedienen van het product kan zorgen voor "witte vingers" of dergelijke medische problemen als gevolg van trillingen. Houd de toestand van uw handen en vingers in de gaten als u het product voortdurend of regelmatig gebruikt. Als uw handen of vingers verkleuren, pijn doen, tintelen of doof aanvoelen, stop dan met werken en raadpleeg onmiddellijk een arts. Algemene veiligheidsinstructies WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik het product op de juiste manier. Onjuist gebruik leidt mogelijk tot letsel of de dood. Gebruik het product uitsluitend voor de taken die in deze handleiding worden genoemd. Gebruik het product niet voor andere taken.
- Volg de instructies in deze handleiding op. Volg de veiligheidssymbolen en veiligheidsinstructies op. Het niet in acht nemen van de instructies en de symbolen kan leiden tot letsel, schade of de dood.
- Gooi deze handleiding niet weg. Gebruik de instructies voor het monteren, gebruiken en onderhouden van uw product. Gebruik de instructies voor een correcte installatie van opzetstukken en accessoires. Gebruik alleen goedgekeurde opzetstukken en accessoires.
- Gebruik nooit een beschadigd product. Neem het onderhoudsschema in acht. Voer alleen onderhoudswerkzaamheden uit waarvoor u in deze handleiding een instructie aantreft. Alle overige onderhoudswerkzaamheden moeten door een erkend servicepunt worden uitgevoerd.
- Deze handleiding kan niet alle situaties beschrijven die zich voor kunnen doen wanneer u dit product gebruikt. Wees voorzichtig en gebruik uw gezond
860 - 001 - 28.10.2018 291verstand. Gebruik het product niet en voer geen
onderhoudswerkzaamheden aan het product uit als u niet zeker bent van de situatie. Neem voor meer informatie contact op met een productexpert, uw dealer, servicewerkplaats of erkende servicepunt.
- Koppel de bougiekabel los voordat u het product monteert, het product opslaat of onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
- Gebruik het product niet als de oorspronkelijke specificatie is gewijzigd. Vervang geen onderdelen van het product zonder toestemming van de fabrikant. Gebruik alleen door de fabrikant goedgekeurde onderdelen. Onjuist onderhoud kan leiden tot letsel of de dood.
- Adem geen dampen in van de motor. Langdurig inademen van de uitlaatgassen van de motor kan een gevaar voor de gezondheid opleveren.
- Start het product niet in gesloten ruimtes of in de buurt van licht ontvlambaar materiaal. De uitlaatgassen zijn heet en kunnen vonken veroorzaken die tot brand kunnen leiden. Onvoldoende ventilatie kan leiden tot ernstig letsel of de dood door verstikking of het inademen van koolmonoxide.
- Wanneer u dit product gebruikt, genereert de motor een elektromagnetisch veld. Het elektromagnetische veld kan schade veroorzaken aan medische implantaten. Raadpleeg uw arts en de fabrikant van het medische implantaat voordat u het product gebruikt.
- Laat het product niet door een kind bedienen. Laat de machine niet bedienen door personen die de instructies niet hebben gelezen.
- Zorg ervoor dat u personen met een lichamelijke of geestelijke beperking die het product gebruiken, altijd in de gaten houdt. Er moet te allen tijde een verantwoordelijke volwassene aanwezig zijn.
- Berg het product op in een afgesloten ruimte die niet toegankelijk is voor kinderen of onbevoegde personen.
- Het product kan objecten uitwerpen en letsel veroorzaken. Neem de veiligheidsinstructies in acht om het risico op letsel of de dood te verlagen.
- Blijf in de buurt van het product wanneer de motor is ingeschakeld.
- De gebruiker van het product is verantwoordelijk indien zich een ongeval voordoet.
- Zorg dat er geen onderdelen beschadigd zijn, voordat u het product gebruikt.
- Zorg ervoor dat u minimaal 15 m (50 ft) van andere personen en dieren verwijderd bent, voordat u het product gaat gebruiken. Zorg ervoor dat personen in het aangrenzende gebied weten dat u het product gaat gebruiken.
- Neem nationale en lokale wetgeving in acht. Deze kan het gebruik van het product in sommige situaties beperken of verbieden.
- Gebruik het product niet als u moe bent, of onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen verkeert. Ze kunnen een negatief effect hebben op uw zicht, alertheid, coördinatie of oordeel. Algemene veiligheidsinstructies voor de grastrimmer
- Gebruik de trimmerkop om gras te maaien.
- Zorg er altijd voor dat de trimmerdraad strak en gelijkmatig rond de trommel is gewikkeld om schadelijke trillingen te voorkomen.
- Gebruik alleen aanbevolen trimmerkoppen en trimmerdraden.
- Zorg ervoor dat het mes op de trimmerbeschermkap niet beschadigd is. Hiermee wordt de trimmerdraad op de juiste lengte gesneden.
- Bedien het product zodanig dat de snijuitrusting zich onder uw middel bevindt.
- Raak de hoekoverbrenging niet aan nadat de motor is uitgeschakeld.
- De hoekoverbrenging is heet nadat de motor is uitgeschakeld. Hete oppervlakken kunnen letsel veroorzaken. Gras trimmen
1. Houd de trimmerkop vlak boven de grond en schuin.
Druk de grastrimmerdraad niet in het gras. (Fig. 23)
3. Gebruik 80 % van het vermogen wanneer u in de
buurt van objecten gras maait. (Fig. 24) Gras maaien
1. Zorg dat de grastrimmerdraad parallel loopt aan de
grond wanneer u gaat maaien. (Fig. 25)
2. Duw de trimmerkop niet op de grond. De grond en
het product kunnen hierdoor beschadigd raken.
3. Zorg dat de trimmerkop de grond niet continu raakt.
Hierdoor kan de trimmerkop beschadigd raken.
4. Gebruik volgas wanneer u het product heen en weer
beweegt om gras te maaien. Zorg dat de grastrimmerdraad parallel loopt aan de grond. (Fig. 26) Gras vegen De luchtstroom van de roterende trimmerdraad kan worden gebruikt om maaisel uit een gebied te verwijderen.
1. Houd de trimmerkop met de trimmerdraad parallel
aan de grond en boven de grond.
3. Beweeg de trimmerkop van de ene naar de andere
kant en veeg het gras. WAARSCHUWING: Reinig de kap van de trimmerkop altijd wanneer u een nieuwe trimmerdraad monteert, om onbalans en trillingen in de hendels te voorkomen. 292 860 - 001 - 28.10.2018Controleer ook de andere onderdelen van de trimmerkop en reinig deze indien nodig. Algemene veiligheidsinstructies voor de bosmaaier
- Voor alle soorten hoog of sterk gras wordt een grasmaaiblad gebruikt.
- De grasmaaibladen en grasmessen mogen niet gebruikt worden bij houtachtige stammen.
- Gebruik hoofdbescherming wanneer u een product met een maaiblad gebruikt.
- Draag veiligheidshandschoenen wanneer u het maaiblad aanraakt of onderhoud uitvoert.
- Gebruik het product met een goedgekeurd maaiblad. Gebruik geen maaiblad zonder dat de overige vereiste onderdelen op juiste wijze zijn aangebracht. Zorg ervoor dat de installatie op de juiste manier is uitgevoerd en dat de juiste onderdelen zijn gebruikt. Door een onjuiste installatie kan het blad worden weggeslingerd en ernstig letsel toebrengen aan de gebruiker en/of omstanders.
- Bedien het product zodanig dat de snijuitrusting zich onder uw middel bevindt.
- Raak de hoekoverbrenging niet aan nadat de motor is uitgeschakeld.
- De hoekoverbrenging is heet nadat de motor is uitgeschakeld. Hete oppervlakken kunnen letsel veroorzaken.
- Een maaiblad kan letsel veroorzaken als het nog draait nadat de motor wordt uitgeschakeld of de gashendel wordt losgelaten.
- Houd uw handen uit de buurt van het maaiblad. Het aanraken van het maaiblad kan ernstig letsel veroorzaken.
- Schakel de motor uit voordat u werkzaamheden aan de snijuitrusting uitvoert. Zorg ervoor dat de snijuitrusting volledig tot stilstand komt. Koppel de kabel van de bougie los.
- Zorg ervoor dat het maaiblad volledig is gestopt met draaien voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
- Houd de snijtanden van het blad goed en juist geslepen.
- Een verkeerd geslepen of beschadigd blad verhoogt het risico op ongelukken. Houd de snijtanden van het blad goed en juist geslepen. Volg de instructies en gebruik de aanbevolen vijlmal.
- Controleer de bladbeschermkap op beschadigingen en vervormingen.
- Bevestig de transportbescherming op het maaiblad voordat u het product vervoert of opslaat. Terugslag
- Een terugslag is een plotselinge beweging van het product naar de zijkant, naar voren of naar achteren. Een terugslag vindt plaats wanneer het grasmaaiblad of zaagblad een object raakt dat niet kan worden gemaaid. Op plaatsen waar u moeilijk kunt zien wat u maait, is er een groter risico op terugslag.
- Bij een terugslag bestaat het risico dat het product of de gebruiker uit zijn positie wordt gebracht. Een bewegend blad kan omstanders raken en er is kans op letsel.
- Gooi een blad dat verbogen is, scheuren vertoont of gebroken of beschadigd is, weg.
- Gebruik een scherp blad. Het risico op terugslag is groter als het blad niet scherp is. Gras maaien met een grasmaaiblad
1. Sta met uw voeten uit elkaar tijdens het gebruik van
het product. Zorg ervoor dat u stevig staat.
2. Plaats de steunkop lichtjes op de grond. Dit
voorkomt dat het blad de grond raakt.
3. Gebruik een pendelende beweging van rechts naar
links voor een goede maaibeweging. Gebruik de linkerkant van het blad om te snijden (tussen 8 en 12 uur). (Fig. 27)
4. Kantel het blad naar links bij het maaien van gras.
Let op: Het gras zal hierdoor in een lijn liggen.
5. Gebruik een pendelende beweging van links naar
rechts voor de retourbeweging.
6. Houd bij het werk een ritme aan.
7. Beweeg naar voren en zorg dat u stevig staat.
9. Verwijder het product uit de klem op het draagstel.
10. Plaats het product op de grond.
11. Verzamel het maaisel.
Algemene veiligheidsinstructies voor de stoksnoeizaag
- We raden u aan verdere beschermingsuitrusting voor hoofd, handen, benen en voeten te gebruiken. Als u voldoende beschermende kleding draagt, neemt de kans op persoonlijk letsel door rondvliegend vuil of onbedoeld contact met de zaagketting af.
- Til uw armen niet boven uw schouders bij het zagen met het product. Blijf niet onder de takken staan die worden gezaagd.
- Draag altijd veiligheidshandschoenen wanneer u de zaagketting aanraakt.
- Vervang de geleider en de ketting onmiddellijk als deze beschadigd, defect of verwijderd zijn.
- Start de motor niet met de geleider in een zaagsnede. Verwijder de geleider uit de zaagsnede voordat u de motor start.
- Gebruik het product niet voor het omzagen van bomen of een boomstam.
- Gebruik het product niet voor het snoeien van struiken of jonge bomen.
860 - 001 - 28.10.2018
293• Zorg ervoor dat de ketting niet in aanraking komt met objecten als u de motor start.
- Wees voorzichtig met hoogspanningskabels.
- Oefen geen druk uit op het product wanneer u een zaagsnede hebt voltooid.
- Laat de gashendel altijd los wanneer u een zaagsnede hebt voltooid en laat de motor met stationair toerental draaien.
- Zaag alleen twijgen of takken van minder dan 15 cm doorsnede boven uw hoofd.
- Houd het product stevig met twee handen vast om het product in evenwicht te houden. (Fig. 28)
- Gebruik het product langzaam en zaag voorzichtig
- Houd rekening met de richting waarin de tak valt.
- Houd tijdens het zagen rekening met noesten. Noesten zijn kleine takken die in de ketting terecht kunnen komen, waardoor u de controle over het product kunt verliezen of uit balans kunt raken.
- Houd rekening met de noest als de spanning in het hout vrijkomt.
- Gebruik het product in een vrij werkgebied. Ruim regelmatig gevallen takken in het werkgebied op om letsel te voorkomen.
- Zaag lange takken in stukken wanneer u ze verwijdert.
- Schakel de motor uit, verwijder het draagstel en plaats de machine op de grond voordat u het gemaaide materiaal verzamelt.
- Breng de afdekking van de geleider aan tijdens transport en opslag van het product.
- Controleer de afdekking van de geleider op beschadigingen en vervormingen. Zagen met de stoksnoeizaag WAARSCHUWING: Zaag niet in achterwaartse of voorwaartse richting met het product.
1. Zet de gashendel van het product in de stand volgas
en oefen een lichte druk uit.
2. Breng de eerste zaagsnede 15 cm van de
boomstam aan. Zaag 1/3 door de onderzijde van de tak. (Fig. 29)
3. Verplaats de stoksnoeizaag 5-4 cm op de tak. Zaag
de tweede keer volledig door de tak. (Fig. 29)
4. Zaag een derde keer. Zaag niet te dicht bij de stam;
dit kan de boom beschadigen. Let op: Houd het product tijdens de tweede en derde zaagsnede tegen de tak om de tak stabiel te houden. (Fig. 30) Algemene veiligheidsinstructies voor de heggenschaar met groot bereik
- Houd uw handen uit de buurt van het maaiblad. Het aanraken van het maaiblad kan ernstig letsel veroorzaken.
- Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de messenset. Verwijder geen snoeiafval en houd geen materiaal vast dat moet worden gesnoeid als de messen bewegen. Zorg ervoor dat het product gestopt is voordat u het reinigt of onderhoud uitvoert. De messen komen na het uitschakelen niet meteen tot stilstand. Onoplettendheid tijdens het gebruik van het product kan ernstig letsel veroorzaken.
- Til uw armen niet boven uw schouders bij het zagen met het product. Blijf niet onder de takken staan die worden gezaagd.
- Houd het product zo dicht mogelijk bij uw lichaam voor de juiste balans. (Fig. 31)
- Beweeg het product van beneden naar boven heen en weer wanneer u de zijkanten knipt. (Fig. 32)
- Knip niet te snel. Knip langzaam en regelmatig totdat u een goed knipresultaat ziet.
- Zorg ervoor dat de punt van het blad de grond niet raakt.
- Wees voorzichtig met hoogspanningskabels.
- Laat de gashendel altijd los wanneer u een zaagsnede hebt voltooid en laat de motor met stationair toerental draaien.
- Draag de heggenschaar bij de handgreep met uitgeschakelde snijbladen. Houd het product tijdens gebruik op de juiste wijze vast om de kans op letsel door de snijbladen te verminderen.
- Schakel de motor uit, verwijder het draagstel en plaats de machine op de grond voordat u het gemaaide materiaal verzamelt.
- Breng de bladbeschermkap aan tijdens transport en opslag van het product.
- Controleer de bladbeschermkap op beschadigingen en vervormingen. De hoek van de snijbladen aanpassen
1. Druk op de hendel om te ontgrendelen. (Fig. 33)
2. Stel de hoek van de snijbladen in op de juiste
Veiligheidsinstructies voor bediening
- Zorg ervoor dat het product volledig gemonteerd is voordat u aan het werk gaat.
- Verplaats het product minstens 3 m (10 ft) van de plaats waar u de brandstoftank hebt gevuld, voordat
860 - 001 - 28.10.2018u het product start. Plaats het product op een vlakke
ondergrond. Zorg ervoor dat de snijuitrusting niet in aanraking komt met de grond of andere objecten.
- Het gebruik van het apparaat kan tot rondvliegende voorwerpen leiden, waardoor oogletsel kan ontstaan. Gebruik altijd goedgekeurde oogbescherming wanneer u het product gebruikt.
- Let op: Tijdens het gebruik kan een kind zonder uw medeweten dicht bij het product komen.
- Gebruik dit product niet als zich personen in het werkgebied bevinden. Schakel het product uit wanneer een persoon het werkgebied betreedt.
- Zorg dat u het product altijd onder controle hebt.
- Gebruik het product niet als u geen hulp kunt krijgen indien zich een ongeval voordoet. Zorg er altijd voor dat anderen weten dat u het product gaat gebruiken voordat u het product start.
- Draai niet met het product voordat u zeker weet dat er zich geen personen of dieren in de veiligheidszone bevinden.
- Verwijder alle ongewenste materialen uit het werkgebied voordat u begint. Als de snijuitrusting een object raakt, dan kan dit object worden uitgeworpen en letsel of schade veroorzaken. Ongewenst materiaal kan zich rond de snijuitrusting wikkelen en schade veroorzaken.
- Gebruik het apparaat niet bij slecht weer, zoals mist, regen, sterke wind, gevaar voor blikseminslag of andere ongunstige weersomstandigheden. Bij slecht weer kunnen gevaarlijke omstandigheden, zoals gladde oppervlakken, ontstaan.
- Zorg dat u vrij kunt bewegen en in een stabiele houding kunt werken.
- Zorg dat u niet kunt vallen wanneer u het product gebruikt. Buig u niet voorover of achterover wanneer u het product bedient.
- Houd het product altijd met twee handen vast. Houd het apparaat rechts van uw lichaam.
- Bedien het product zodanig dat de snijuitrusting zich onder uw middel bevindt.
- Als de chokehendel in de chokestand staat wanneer de motor wordt ingeschakeld, dan begint de snijuitrusting te draaien.
- Raak de hoekoverbrenging niet aan nadat de motor is uitgeschakeld. De hoekoverbrenging is heet nadat de motor is uitgeschakeld. Hete oppervlakken kunnen letsel veroorzaken.
- Schakel de motor uit voordat u het product verplaatst.
- Zet het product niet neer terwijl de motor is ingeschakeld.
- Schakel de motor uit en wacht totdat de snijuitrusting is gestopt voordat u ongewenst materiaal van het product verwijdert. Laat de snijuitrusting eerst stoppen voordat u (al dan niet met een hulpmiddel) het maaisel verwijdert. Persoonlijke beschermingsuitrusting WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik altijd de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen wanneer u het product gebruikt. De persoonlijke beschermingsmiddelen nemen het risico op letsel niet weg. De persoonlijke beschermingsmiddelen verlagen de ernst van het letsel indien zich een ongeval voordoet.
- Gebruik altijd goedgekeurde oogbescherming wanneer u het product gebruikt.
- Bedien het product niet op blote voeten of met open schoenen. Gebruik altijd antisliplaarzen voor zwaar gebruik.
- Draag een lange broek van stevige stof.
- Gebruik indien nodig goedgekeurde beschermende handschoenen.
- Gebruik een helm als er objecten op uw hoofd kunnen vallen.
- Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming wanneer u het product gebruikt. Langdurig lawaai kan gehoorverlies veroorzaken.
- Zorg ervoor dat u een EHBO-kit bij de hand hebt. Veiligheidsvoorzieningen op het product WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik het product nooit wanneer de veiligheidsvoorzieningen defect zijn.
- Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig op een juiste werking. Als de veiligheidsvoorzieningen defect zijn, neem dan contact op met uw McCulloch servicewerkplaats. Gashendelvergrendeling De gashendelvergrendeling vergrendelt de gashendel. Druk op de gashendelvergrendeling om de gashendel te ontgrendelen. Wanneer u de hendel ontgrendelt, gaan de gashendelvergrendeling en de gashendel terug naar hun oorspronkelijke stand.
deze terugkeert naar de oorspronkelijke stand wanneer u deze loslaat.
3. Druk op de gashendel en controleer of deze
terugkeert naar de oorspronkelijke stand wanneer u deze loslaat. Start de motor en zet het gas volledig open. Laat de gashendel los en controleer of de snijuitrusting stopt. Als
860 - 001 - 28.10.2018
295de snijuitrusting draait terwijl de gashendel in de stationaire stand staat, controleer dan de stelschroef voor de stationaire stand van de carburateur. Stopschakelaar controleren De stopschakelaar stopt de motor.
stopschakelaar in de stop-stand zet. Beschermkap voor snijuitrusting De beschermkap van de snijuitrusting voorkomt dat losse objecten in de richting van de gebruiker kunnen vliegen. Controleer de beschermkap van de snijuitrusting op schade en vervang hem indien hij beschadigd is. Gebruik alleen de goedgekeurde beschermkap voor de snijuitrusting. Ontgrendelfunctie draagstel WAARSCHUWING: Gebruik het draagstel niet als de ontgrendelfunctie defect is. Zorg dat de ontgrendelfunctie van het draagstel naar behoren werkt wanneer u het product afstelt.
- De ontgrendelfunctie van het draagstel bevindt zich aan de voorzijde van het product. (Fig. 34)
- De banden van het draagstel moet altijd in de juiste positie blijven.
- In een noodgeval zorgt de ontgrendelfunctie van het draagstel ervoor dat u zich snel van het product kunt losmaken. Geluiddemper
- Gebruik geen motor met een beschadigde geluiddemper. Een beschadigde geluiddemper laat het geluidniveau stijgen en vergroot het risico van brand. Zorg dat er een brandblusser in de buurt is.
- Controleer regelmatig of de geluiddemper aan het product is bevestigd.
- Raak de motor en de geluiddemper niet aan terwijl de motor is ingeschakeld. Raak de motor en de geluiddemper een tijdje niet aan nadat de motor is uitgeschakeld. Hete oppervlakken kunnen letsel veroorzaken.
- Een hete geluiddemper kan brand veroorzaken. Let op als u het product in de buurt van ontvlambare vloeistoffen of dampen gebruikt.
- Raak geen onderdelen van de geluiddemper aan als de geluiddemper beschadigd is. De onderdelen kunnen kankerverwekkende chemicaliën bevatten. Brandstofveiligheid
- Start het product niet als er brandstof of motorolie op het product aanwezig is. Verwijder de ongewenste brandstof/olie en laat het product drogen. Verwijder ongewenste brandstof van het product.
- Als u brandstof op uw kleding morst, trek dan direct andere kleding aan.
- Zorg dat er geen brandstof op uw lichaam terecht komt, dit kan letsel veroorzaken. Als er brandstof op uw lichaam terecht komt, verwijder deze dan met water en zeep.
- Start de motor niet als u brandstof op het product of op uw lichaam hebt gemorst.
- Start het product niet als er sprake is van een motorlekkage. Controleer de motor regelmatig op lekkage.
- Wees voorzichtig met brandstof. Brandstof is licht ontvlambaar en de dampen zijn explosief. Ze kunnen letsel veroorzaken of leiden tot de dood.
- Adem geen brandstofdampen in, dit kan letsel veroorzaken. Zorg voor voldoende ventilatie.
- Rook niet in de buurt van de brandstof of de motor.
- Plaats geen warme voorwerpen in de buurt van de brandstof of de motor.
- Vul geen brandstof bij terwijl de motor is ingeschakeld.
- Zorg ervoor dat de motor koud is wanneer u brandstof bijvult.
- Draai de tankdop langzaam open en laat de druk voorzichtig ontsnappen voordat u brandstof bijvult.
- Vul geen brandstof voor de motor bij in een afgesloten ruimte. Onvoldoende ventilatie kan leiden tot ernstig letsel of de dood door verstikking of het inademen van koolmonoxide.
- Draai de tankdop goed vast, zodat er geen brand kan ontstaan.
- Verplaats het product minstens 3 m (10 ft) van de plaats waar u de brandstoftank hebt gevuld, voordat u het product start.
- Doe niet te veel brandstof in de brandstoftank.
- Zorg dat er geen brandstof wordt gemorst wanneer u het product of de jerrycan met brandstof verplaatst.
- Plaats het product of de jerrycan met brandstof niet op een plaats waar deze wordt blootgesteld aan open vuur, vonken of waakvlammen. Zorg dat er geen open vuur aanwezig is in de opslagruimte.
- Gebruik alleen goedgekeurde jerrycans voor het verplaatsen of opslaan van brandstof.
- Leeg de brandstoftank voordat het product gedurende lange tijd wordt opgeslagen. Neem lokale wetgeving in acht voor het afvoeren van brandstof.
- Reinig het product voordat het gedurende lange tijd wordt opgeslagen.
- Verwijder de bougiekabel voordat het product wordt opgeslagen, zodat de motor niet onbedoeld kan starten.
860 - 001 - 28.10.2018Algemene veiligheidsinstructies
- De gebruiker van het product is verantwoordelijk voor het uitvoeren van alle vereiste onderhoudswerkzaamheden, zoals beschreven in de bedieningshandleiding. Onjuist onderhoud kan leiden tot letsel of de dood.
- Zorg ervoor dat u regelmatig onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan het product. De levensduur van het product neemt toe. Het risico van ongevallen neemt af.
- Houd u aan het onderhoudsschema. De intervallen worden berekend op basis van het dagelijks gebruik van het product. De intervallen wijken af als u het product niet dagelijks gebruikt.
- Voer alleen onderhoudswerkzaamheden uit waarvoor u in deze handleiding een instructie aantreft. Alle overige onderhoudswerkzaamheden moeten door een erkend servicepunt worden uitgevoerd.
- Laat alle onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren door een erkende dealer, met uitzondering van de werkzaamheden in ONDERHOUD op pagina 299
- Laat het product regelmatig door een erkende dealer of een erkend servicepunt controleren, zodat er aanpassingen en reparaties uitgevoerd kunnen worden.
- Controleer of het apparaat correct is gemonteerd.
- Gebruik het product niet als de oorspronkelijke specificatie is gewijzigd.
- Vervang geen onderdelen van het product zonder toestemming van de fabrikant.
- Gebruik alleen door de fabrikant goedgekeurde onderdelen.
- Controleer op defecte of onjuist uitgelijnde onderdelen en op onderdelen die niet vrij bewegen. Controleer of er andere omstandigheden zijn die de werking van het apparaat negatief kunnen beïnvloeden.
- Gebruik nooit een beschadigd product. Vervang of repareer beschadigde onderdelen.
- Zorg dat doppen en bevestigingen goed blijven vastzitten. Het gebruik van niet-goedgekeurde vervangende onderdelen of het verwijderen van veiligheidsvoorzieningen kan leiden tot schade aan het apparaat. Hierdoor kan ook letsel ontstaan bij de gebruiker of bij omstanders.
- Gebruik alleen aanbevolen accessoires en vervangende onderdelen. Breng geen wijzigingen aan het product aan.
- Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van olie en vet. Vettige, met olie bedekte handgrepen zijn glad, waardoor u de controle kunt verliezen.
- Volg de instructies voor het smeren en vervangen van onderdelen.
- Koppel de bougiekabel los voordat u het product monteert, het product opslaat of onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
- Neem contact op met uw servicepunt als het stationaire toerental niet zo kan worden afgesteld dat de snijuitrusting stopt. Gebruik het product niet voordat het correct is afgesteld of gerepareerd.
- Zorg ervoor dat het product stabiel is tijdens het transport om schade te voorkomen.
- Wanneer het apparaat niet in gebruik is, bewaart u het op een droge, hoge en afgesloten locatie buiten het bereik van kinderen. MONTEREN WAARSCHUWING: Lees het hoofdstuk over veiligheid voordat u het product monteert. Hendel monteren
1. Verwijder de bouten (A), ringen (B), bovenste klem
(D), onderste klem (E) en moeren (F) van de handgreep (C). (Fig. 35)
2. Bevestig de bovenste klem (A), handgreep (B),
ringen (C) en bouten (D) op de bovenkant van de bovenste steel.
3. Bevestig de onderste klem (E) en moeren (F) aan de
onderkant van de bovenste steel. (Fig. 36)
4. Breng het hulphandvat aan tussen de 2 pijlen op de
Let op: Controleer of de handgreep niet beweegt. Het trimmeropzetstuk monteren
1. Bevestig de beschermkap (A), beugels (B), ringen
(C), ringen (D) en bouten (E) voor de snijuitrusting. Draai de schroeven stevig vast. (Fig. 37)
2. Gebruik de inbussleutel (A) om rotatie van de steel
3. Verwijder de moer (B), steunkop (C) en houder (D)
op het opzetstuk voor de trimmer en bosmaaier. (Fig. 38)
4. Draai de trimmerkop (B) vast op de steel. (Fig. 39)
Opzetstuk voor bosmaaier monteren
1. Bevestig de beschermkap (A), beugels (B), ringen
(C), ringen (D) en bouten (E) voor de snijuitrusting. Draai de schroeven stevig vast. (Fig. 37)
860 - 001 - 28.10.2018 2972. Gebruik de inbussleutel (A) om rotatie van de steel
3. Verwijder de moer (B), steunkop (C) en houder (D)
op het opzetstuk voor de trimmer en bosmaaier. (Fig. 40)
4. Bevestig het blad (B), onderste houder (C), steunkop
(D) en moer (E). Draai de moer stevig vast. (Fig. 41) Het opzetstuk voor de stoksnoeizaag monteren Zie Onderhoud aan het opzetstuk van de stoksnoeizaag op pagina 301 voor montage-instructies voor het opzetstuk van de stoksnoeizaag. Deelbare steel monteren
1. Draai aan de knop om de steelkoppeling los te
geleidingsuitsparing. Duw het opzetstuk in de koppeling totdat de vergrendel-/ontgrendelknop in het eerste gat vastklikt (B). (Fig. 43)
3. Plaats de steel in de steelkoppeling. De knop moet
door het gat gaan. Let op: Als het opzetstuk niet volledig in de bovenste steel gaat, gebruikt u de combinatietang om de interne aandrijfas dieper in de buis te steken. Het kan nodig zijn om de combinatietang te draaien terwijl u drukt.
4. Zorg dat u de knop weer stevig vastdraait voordat u
het product gebruikt. (Fig. 44) Deelbare steel demonteren
1. Draai aan de knop om de steelkoppeling los te
Trek de stelen uit elkaar. (Fig. 46) BEDIENING WAARSCHUWING: Lees en begrijp het hoofdstuk over veiligheid voordat u het product gebruikt. Brandstof Brandstof gebruiken OPGELET: Dit product heeft een tweetaktmotor. Gebruik een mengsel van benzine en tweetakt-motorolie. Zorg dat u de juiste hoeveelheid olie gebruikt in het mengsel. Door een onjuiste verhouding van benzine en olie kan de motor beschadigd raken. Benzine OPGELET: Gebruik geen benzine met een octaangetal lager dan 90 RON (87 AKI). Dit kan schade aan het product veroorzaken. OPGELET: Gebruik geen benzine met een ethanolgehalte van meer dan 10% (E10). Dit kan schade aan het product veroorzaken.
- Gebruik altijd nieuwe loodvrije benzine met een minimaal octaangetal van RON 90 (87 AKI) en een ethanolgehalte van minder dan 10% (E10).
- Gebruik benzine met een hoger octaangetal als u het product regelmatig gebruikt met een hoog motortoerental. Tweetakt-motorolie
- Gebruik alleen hoogwaardige tweetakt-motorolie. Gebruik alleen motorolie voor luchtgekoelde tweetakt-motorolie.
- Gebruik geen andere typen olie.
- Mengverhouding 50:1 (2%) Benzine, liter Tweetaktolie, liter 5 0,10 10 0,20 15 0,30 20 0,40 Brandstof mengen Let op: Gebruik altijd een schone jerrycan wanneer u brandstof gaat mengen. Let op: Maak een hoeveelheid brandstofmengsel voor maximaal 30 dagen.
1. Voeg de helft van de hoeveelheid benzine toe.
2. Voeg de volledige hoeveelheid olie toe.
3. Schud het brandstofmengsel om de stoffen te
4. Voeg de resterende hoeveelheid benzine toe.
5. Schud het brandstofmengsel om de stoffen te
- Gebruik altijd een jerrycan met een anti- morsschenktuit.
- Als er brandstof op de jerrycan aanwezig is, dan verwijdert u de ongewenste brandstof en laat u de jerrycan drogen.
- Zorg dat het oppervlak rondom de tankdop schoon is.
- Schud de jerrycan voordat u het brandstofmengsel in de brandstoftank laat lopen. Starten en stoppen Koude motor starten (Fig. 47)
3. Druk terwijl de gashendel is ingeschakeld op de
knop voor hoog stationair toerental (D).
5. Druk de primerbalg van de brandstofpomp langzaam
10 maal in. De balg hoeft niet volledig gevuld te zijn. (Fig. 48)
7. Druk de behuizing van de machine met uw
linkerhand op de grond. (Fig. 50)
8. Trek met uw rechterhand het koord langzaam naar u
toe totdat u weerstand ondervindt.
9. Trek nu snel en krachtig aan het startkoord. Herhaal
ongeveer 5 keer of tot de motor probeert te starten.
10. Zet de chokeknop in de gesloten stand.
11. Trek snel en krachtig aan het startkoord totdat de
met laag toerental te draaien. Warme motor starten Let op: Voer deze procedure uit wanneer u een product start waarvan de brandstof is opgeraakt en is bijgevuld. (Fig. 47)
3. Druk terwijl de gashendel is ingeschakeld op de
knop voor hoog stationair toerental (D).
5. Druk de primerbalg van de brandstofpomp langzaam
10 maal in. De balg hoeft niet volledig gevuld te zijn. (Fig. 48)
6. Druk de behuizing van de machine met uw
8. Trek met uw rechterhand het koord langzaam naar u
toe totdat u weerstand ondervindt.
9. Trek snel en krachtig aan het startkoord totdat de
motor start. Product stoppen
- Druk de stopschakelaar in om de motor te stoppen. Motor starten als de brandstof te warm is Als het apparaat niet start, is de brandstof mogelijk te warm. Let op: Gebruik altijd nieuwe brandstof en verkort de gebruiksduur bij warm weer.
1. Leg het apparaat op een koele plek, uit de buurt van
2. Laat het apparaat minimaal 20 minuten afkoelen.
3. Druk het balgje voor extra brandstoftoevoer
gedurende 10 tot 15 seconden telkens opnieuw in.
4. Volg de procedure voor het starten van een koude
ONDERHOUD WAARSCHUWING: Lees en begrijp het hoofdstuk over veiligheid voordat u gaat reinigen of reparaties of onderhoud gaat uitvoeren. Onderhoudsschema Houd u aan het onderhoudsschema. De intervallen worden berekend op basis van het dagelijks gebruik van het product. De intervallen wijken af als u het product niet dagelijks gebruikt. Voer alleen onderhoudswerkzaamheden uit die in deze handleiding worden beschreven. Neem voor overige
860 - 001 - 28.10.2018 299onderhoudswerkzaamheden die niet in deze handleiding
worden beschreven contact op met een erkend servicepunt. Dagelijks onderhoud
- Reinig de externe oppervlakken.
- Maak het luchtfilter schoon. Vervang indien nodig.
- Controleer het draagstel.
- Controleer de stopschakelaar.
- Vervang snijuitrusting indien deze beschadigd is.
- Smeer de snijbladen (opzetstuk voor heggenschaar met groot bereik).
- Controleer de trimmerkop.
- Controleer het stationaire toerental.
- Controleer op brandstoflekkage. Wekelijks onderhoud
- Controleer de startkoordhendel en het startkoord zelf.
- Controleer de smering van de hoekoverbrenging.
- Reinig de buitenkant van de carburateur en de aangrenzende delen.
- Maak de bougie uitwendig schoon. Verwijder hem en controleer de afstand tussen de elektroden. Pas de afstand aan of vervang de bougie. Controleer of de bougie is uitgerust met een onderdrukker. Maandelijks onderhoud
- Reinig het koelsysteem.
- Controleer het brandstoffilter.
- Controleer de brandstofslang op schade.
- Controleer alle kabels en aansluitingen.
- Controleer het brandstoffilter. De carburateur afstellen Tijdens het testen in de fabriek wordt de basisafstelling van de carburateur uitgevoerd. De afstelling moet worden uitgevoerd door een gekwalificeerde monteur. Geluiddemper controleren WAARSCHUWING: Gebruik een product niet wanneer de geluiddemper defect is. Als een geluiddemper defect is, moet deze altijd vervangen worden. WAARSCHUWING: Geluiddempers met katalysator kunnen tijdens bedrijf zeer heet worden. Hierdoor ontstaat kans op verbranding of brand. WAARSCHUWING: De geluiddemper zorgt dat het geluidsniveau omlaag wordt gebracht en geleidt tevens de uitlaatgassen van de gebruiker weg. Uitlaatgassen zijn heet en kunnen vonken bevatten. Risico op brand. OPGELET: Als het vonkenscherm beschadigd is, moet dit altijd worden vervangen. Gebruik een product niet als het vonkenscherm op de geluiddemper ontbreekt of defect is. OPGELET: Als vonkenscherm geblokkeerd wordt, zal het product te heet worden. Dit kan leiden tot beschadiging van de cilinder en de zuiger.
1. Controleer of de geluiddemper niet beschadigd is.
2. Zorg ervoor dat de geluiddemper correct aan het
product is bevestigd.
3. Sommige geluiddempers hebben een speciaal
vonkenscherm. Reinig het vonkenscherm minimaal een keer per week indien uw product voorzien is van dit type geluiddemper. Gebruik een staalborstel. (Fig. 51) Het koelsysteem reinigen/ onderhouden Dit product is uitgerust met een koelsysteem. Een vuil of verstopt koelsysteem zorgt ervoor dat het product te heet wordt, waardoor de cilinder en zuiger beschadigd kunnen raken. Controleer en reinig het koelsysteem met een borstel één keer per week, of vaker bij veeleisende omstandigheden. Het koelsysteem omvat koelribben op de cilinder (1) en een luchtinlaat (2). (Fig. 52) Het luchtfilter reinigen
1. Verwijder het luchtfilterdeksel en verwijder het
luchtfilter. (Fig. 53)
2. Reinig het luchtfilter met een warm sopje van water
en zeep. Zorg dat het luchtfilter droog is wanneer u dit aanbrengt.
3. Vervang het luchtfilter als het zo vuil is dat het niet
meer volledig kan worden gereinigd. Vervang een beschadigd luchtfilter altijd.
4. Als uw product is uitgerust met een schuimluchtfilter,
breng dan luchtfilterolie aan. Breng alleen luchtfilterolie aan op een schuimfilter. Breng geen olie aan op een viltfilter. Brandstoffilter Als de motor niet genoeg brandstof krijgt toegevoerd, controleer dan of de luchtopening van de
860 - 001 - 28.10.2018brandstoftankdop en het brandstoffilter (A) niet verstopt
zijn. (Fig. 54) Smeermiddel aanbrengen op de hoekoverbrenging Zorg dat de hoekoverbrenging voor 3/4 gevuld is met smeermiddel. (Fig. 55) Bougie controleren OPGELET: Gebruik altijd het juiste bougietype. Een verkeerd type bougie kan schade aan het product veroorzaken.
- Controleer de bougie als de motor weinig vermogen heeft, niet gemakkelijk te starten is of stationair niet goed draait.
- Volg deze instructies om het risico van ongewenst materiaal op de elektroden van de bougie te beperken: a) Zorg ervoor dat het stationair toerental altijd juist is afgesteld. b) Zorg dat het brandstofmengsel correct is. c) Zorg dat het luchtfilter schoon is.
- Maak de bougie schoon als deze vuil is en controleer of de afstand tussen de elektroden correct is, zie TECHNISCHE GEGEVENS op pagina 303
1. Vijl bladen en messen met een platte vijl met enkele
messen gelijkmatig om de balans te bewaren. (Fig. 57) Trimmerdraad vervangen (Fig. 58) (Fig. 59) (Fig. 60) (Fig. 61) (Fig. 62) (Fig. 63) (Fig. 64) (Fig. 65) Onderhoud aan het opzetstuk van de stoksnoeizaag WAARSCHUWING: Verwijder de bougie voordat u onderhoud aan het opzetstuk uitvoert. De ketting installeren of vervangen WAARSCHUWING: Wanneer de ketting versleten of beschadigd raakt, vervang deze dan door een ketting met minder terugslag. Zie HULPSTUKKEN op pagina 305
Let op: Draag altijd veiligheidshandschoenen wanneer u de zaagketting aanraakt.
1. Koppel de bougiekap los.
2. Gebruik de sleutel om de moer van het
kettingwieldeksel linksom los te draaien. (Fig. 66)
3. Verwijder de moer van het kettingwieldeksel, de ring
(B) en het kettingwieldeksel (C). (Fig. 67)
4. Verwijder de geleider en de zaagketting als deze zijn
5. Als u een ketting vervangt, verwijdert u de oude
ketting van de geleider en gooit u deze weg.
6. Verwijder al het zaagsel, vuil en ander ongewenst
materiaal van de oppervlakken met een zachte borstel of een droge doek.
7. Onderhoud uitvoeren aan de geleider. Zie
Onderhoud van de geleider op pagina 302
8. Draai de stelschroef linksom tot de stelpen op de
aangegeven positie staat. (Fig. 68)
9. Breng de nieuwe ketting aan op de geleider met de
messen in de juiste richting. Begin bij de bovenkant van de geleider en werk richting de voorzijde van de geleider. (Fig. 69) Let op: Zorg ervoor dat de onderzijde van de ketting in de groef op de geleider valt en op het voorste kettingwiel van de geleider zit.
10. Wanneer de ketting op de geleider zit, installeer ze
op de zaag en breng de ketting rond het zaagblad aan. Lijn de tanden van het kettingwiel uit met de ketting.
11. Zorg ervoor dat de stelpen zich in het stelpengat van
de geleider bevindt. (Fig. 70) Let op: Er worden een stelpen en schroef gebruikt om de spanning van de zaag af te stellen. Het is zeer belangrijk dat bij het monteren van de geleider de stelpen zich in het stelpengat van de geleider bevindt.
12. Bevestig het kettingwieldeksel (A), de ring (B) en de
moer (C) van het kettingwieldeksel. Draai de moer met uw vingers lichtjes vast. (Fig. 71)
13. Stel de kettingspanning af. Zie
De kettingspanning aanpassen op pagina 302
Let op: Controleer de kettingspanning op gezette tijden. Een ketting die de juiste spanning heeft, levert betere prestaties en heeft een langere levensduur.
860 - 001 - 28.10.2018 301De kettingspanning aanpassen
WAARSCHUWING: Trek handschoenen aan voordat u de kettingspanning aanpast. De ketting is scherp en kan letsel veroorzaken. Let op: De ketting zet tijdens de werkzaamheden uit, met name tijdens de eerste 15 minuten. U moet de kettingspanning regelmatig controleren en afstellen nadat u het product hebt gebruikt of bijgevuld met brandstof.
1. Controleer de ketting en de geleider op schade.
Vervang elk onderdeel dat is beschadigd.
2. Gebruik de sleutel om de moer van het
kettingwieldeksel linksom los te draaien. Verwijder de moer niet. (Fig. 66)
3. Gebruik uw vingers om de moer op de kap vast te
de onderkant van de geleider raakt. Draai vervolgens de stelschroef een extra kwartslag naar rechts. (Fig. 72)
5. Gebruik de schroevendraaierzijde van de
combinatietang om de ketting rondom de geleider te bewegen. De ketting moet soepel en vrij bewegen. (Fig. 73)
6. Als de ketting niet beweegt, zit deze te strak. Draai
de moer van het kettingwieldeksel los en draai de stelschroef een kwartslag naar links. Draai de moer van het kettingwieldeksel vast.
7. Zorg ervoor dat er zich geen opening bevindt tussen
de ketting en de onderkant van de geleider. Bij een opening is de ketting te los en moet deze verder worden afgesteld. Gebruik het product nooit als de ketting te los zit.
8. Wanneer de ketting de juiste spanning heeft, tilt u
het uiteinde van de geleider op en draait u de moer van het kettingwieldeksel stevig linksom vast met de combinatietang. (Fig. 74) (Fig. 75) Let op: De ketting heeft de juiste spanning wanneer hij vrij rond de geleider beweegt, maar niet onder de geleider hangt. De ketting slijpen WAARSCHUWING: Trek handschoenen aan voordat u de ketting slijpt. Slijp de ketting van de binnenkant van het mes naar de buitenkant. WAARSCHUWING: Slijp alleen met een voorwaartse slag. Gebruik 2 of 3 slagen voor elke snijrand. Slijp voldoende om schade aan de snijranden te verwijderen, ook aan de zijplaten en de bovenste platen van de messen. Houd alle messen op dezelfde lengte. Slijp de ketting als:
- De houtstukken in grootte afnemen.
- De zaag naar één kant neigt of onder een hoek zaagt.
- U de zaag met kracht door takken moet duwen.
1. Koppel de bougie los.
2. Pas de kettingspanning indien nodig aan
kettingspanning aanpassen op pagina 302
3. Stel de vijlhouder (A) in op 90°. (Fig. 76)Zorg ervoor
dat de vijlhouder op de bovenste randen van het mes (B) en de dieptesteller (C) blijft. Let op: De ketting heeft linker en rechter messen.
4. Lijn de 30°-markering van de vijlhouder (A) uit met
de geleider en het midden van de ketting. (Fig. 77)
5. Slijp de messen (B) aan één kant. (Fig. 77) Draai de
ketting om om de messen aan de andere kant te slijpen.
6. Controleer de dieptestellers en verplaats ze naar
beneden. Plaats de vijlmal op de messen.
7. Gebruik de platte vijl om de dieptesteller uit te lijnen
met de bovenzijde van het vijlmal.
8. Gebruik de platte vijl om de hoeken aan de voorkant
van de dieptemeter af te ronden. Zorg ervoor dat de bovenkant van de dieptesteller waterpas staat. De geleider en zaagketting smeren WAARSCHUWING: Gebruik geen afgewerkte olie. Het gebruik van afgewerkte olie kan gevaarlijk voor u zijn en schade aan het product en het milieu veroorzaken. De kettingolie zorgt voor een permanente smering van de ketting en geleider. De olieuitvoer wordt automatisch gecontroleerd om er zeker van te zijn dat er voldoende olie is. Als er onvoldoende olie is, raken de geleider en de ketting beschadigd en wordt te veel warmte gegenereerd. Te veel warmte leidt tot een rokende ketting en/of kleurverandering van de geleider. Vul altijd de olietank van de geleider wanneer u de brandstoftank vult. Volg deze instructies voor het smeren van de geleider en de ketting:
2. Verwijder de oliedop.
3. Vul de olietank van de geleider.
Onderhoud van de geleider WAARSCHUWING: Voer onderhoud aan de geleider uit wanneer:
- Het product naar één kant zaagt. 302 860 - 001 - 28.10.2018• U het product tijdens het zagen met kracht moet duwen.
- De smering van de geleider onvoldoende is. Verwijder na elke activiteit al het zaagsel van de geleider en het kettingwielopening. WAARSCHUWING: Vervang de geleider wanneer:
- De groef versleten is.
- De geleider verbogen is of barsten vertoont.
- De rails van de geleider te warm worden tijdens het zagen.
- Bramen op de geleiderails van de geleider ontstaan. Dit veroorzaakt schade aan de ketting en zagen wordt moeilijker met een versleten geleider.
1. Koppel de bougie los.
2. Draai de klemmoer los en verwijder de kettingrem.
3. Verwijder de geleider en de ketting.
4. Reinig de olieopeningen en de groef.
Let op: De olieopeningen en de groef moeten na elke 5 bedrijfsuren worden gereinigd.
5. Verwijder de bramen van de geleiderails met een
platte vijl. Let op: Bramen op de geleiderrails zijn normaal als gevolg van slijtage van de geleiderrails.
6. Gebruik een platte vijl om gladde randen en
zijkanten te herstellen als de bovenkant van de geleiderrail ruw is.
7. Vervang de geleider.
Het snijblad smeren (opzetstuk heggenschaar met groot bereik)
- Voor meer gebruiksgemak en een langere levensduur kunt u de snijbladen het beste voor en na elk gebruik smeren.
- Breng de olie aan totdat deze tussen de twee bladen loopt. Smeermiddelen moeten niet-giftig en ongevaarlijk zijn, en corrosie van bewegende metalen onderdelen voorkomen.
- Zorg dat apparatuur tijdens het transport veilig vast staat om schade en ongevallen te voorkomen.
- Sla producten en apparatuur op in een droge en vorstvrije ruimte.
- Vervang of repareer beschadigde onderdelen.
- Gebruik de juiste beschermkap op het product zodat geen vocht wordt vastgehouden.
- Zorg het product stevig bevestigd is tijdens transport. TECHNISCHE GEGEVENS eenheid B33 PS (B33BCSMC) B33 PS+ (B33BCSMC) Motorspecificaties Cilinderinhoud cm
2700 -3200 2700 -3200 Maximum toerental van de uitgaande as min
Maximaal vermogen bij toerental min
860 - 001 - 28.10.2018 303Geluids- en trillingsgegevens
Equivalent trillingsniveau (ahv, eq), uitgerust met trim- meropzetstuk, linker/rechter handgreep - zie opmerking 1 m/s
5,4 /6,7 5,4 /6,7 Equivalent trillingsniveau (ahv, eq), uitgerust met bos- maaieropzetstuk, linker/rechter handgreep - zie opmerk- ing 1 m/s
— 6,6 /8,1 Equivalent trillingsniveau (ahv, eq), uitgerust met stoks- noeizaagopzetstuk, linker/rechter handgreep - zie op- merking 1 dB(A) — 5,4 /6,3 Equivalent trillingsniveau (ahv, eq), uitgerust met heg- genschaaropzetstuk, linker/rechter handgreep - zie op- merking 1 dB(A) — 5,4 /6,7 Geluidsvermogensniveau, gegarandeerd (LWA), uitger- ust met trimmeropzetstuk - zie opmerking 2 dB(A) 115 115 Geluidsvermogensniveau, gegarandeerd (LWA), uitger- ust met bosmaaieropzetstuk - zie opmerking 2 dB(A) — 112 Geluidsvermogensniveau, gegarandeerd (LWA), uitger- ust met stoksnoeizaagopzetstuk - zie opmerking 2 dB(A) — 113 Geluidsvermogensniveau, gegarandeerd (LWA), uitger- ust met heggenschaaropzetstuk - zie opmerking 2 dB(A) — 112 Geluidsvermogensniveau, gemeten, uitgerust met trim- meropzetstuk - zie opmerking 2 dB(A) 112 112 Geluidsvermogensniveau, gemeten, uitgerust met bos- maaieropzetstuk - zie opmerking 2 dB(A) — 109 Geluidsvermogensniveau, gemeten, uitgerust met stoks- noeizaagopzetstuk - zie opmerking 2 dB(A) — 110 Geluidsvermogensniveau, gemeten, uitgerust met heg- genschaaropzetstuk - zie opmerking 2 dB(A) — 109 Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, uitgerust met een trimmeropzetstuk - zie opmerking 3 dB(A) 96,8 96,8 Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, uitgerust met een bosmaaieropzetstuk - zie opmerking 3 dB(A) — 96,4 Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, uitgerust met een stoksnoeizaagopzetstuk - zie opmerking 3 dB(A) — 95,0 Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, uitgerust met een heggenschaaropzetstuk - zie opmerking 3 dB(A) — 96,6 Afmetingen product Gewicht, motor en bovenste steel (zonder brandstof, sni- juitrusting en afscherming) kg 7,7 7,7 304 860 - 001 - 28.10.2018Opmerking 1: De gerapporteerde gegevens voor een vergelijkbaar trillingsniveau vertonen een typische statisti- sche spreiding (standaardafwijking) van 1,5 m/s
Opmerking 2: Geluidsemissie naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L
) volgens EG-richtlijn 2000/14/EG. Het gerapporteerde geluidsvermogenniveau voor de machine is gemeten met de originele snijuitrust- ing die het hoogste niveau geeft. Het verschil tussen gegarandeerd en gemeten geluidsvermogen is dat het gegar- andeerde geluidsvermogen ook spreiding in het meetresultaat omvat en de verschillen tussen de verschillende ma- chines van hetzelfde model conform Richtlijn 2000/14/EG. Opmerking 3: De gerapporteerde gegevens voor een vergelijkbaar geluidsdrukniveau voor de machine vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 3 dB(A). HULPSTUKKEN eenheid B33 PS, B33 PS+ Trimmeraccessoire Lengte opzetstuk (totaal) cm (inch) 84,7 (33,35) Gewicht opzetstuk (met zaagkop en bescherm- kap) kg (lb) 1,84 (4,06) Steellengte cm (inch) 62,6 (24,65) Steeldiameter mm (inch) 25,4 (1,0) As met schroefdraad — M10 Draairichting zaagkop (zicht van gebruiker) — Tegen de klok in Type aandrijfas — Massief Maximale zaagdiameter cm (inch) 43 (17) Afmeting zaagdraad mm (inch) 2,5 (0,095) Aantal zaagdraden — 2 Type zaagkop — Bump-kop Capaciteit zaagdraad zaagkop — 4 (13,12) Beschermkap voor snijuitrusting, ontwerp — Combinatie (draadtrimmer en gras- maaiblad) Opzetstuk bosmaaier Lengte opzetstuk (totaal) cm (inch) 84,7 (33,35) Gewicht opzetstuk (met grasmaaiblad en be- schermkap) kg (lb) 1,72 (3,79) Steellengte cm (inch) 62,6 (24,65) Steeldiameter mm (inch) 25,4 (1,0) As met schroefdraad — M10 Draairichting zaagkop (zicht van gebruiker) — Tegen de klok in Type aandrijfas — Massief
860 - 001 - 28.10.2018 305eenheid B33 PS, B33 PS+
Ontwerp van het grasmaaiblad — 3 tanden Diameter grasmaaiblad mm (inch) 255 (10) Diameter middelste opening grasmaaiblad mm (inch) 25,4 (1,0) Beschermkap voor snijuitrusting, ontwerp — Combinatie (draadtrimmer en gras- maaiblad) Opzetstuk voor stoksnoeizaag Lengte opzetstuk (totaal) cm (inch) 105,9 (41,7) Gewicht opzetstuk (droog, met geleider en ket- ting) kg (lb) 1,66 (3,66) Steellengte cm (inch) 65,8 (25,9) Steeldiameter mm (inch) 25,4 (1,0) Zaagbladlengte cm (inch) 25 (10) Aantal kettingwieltanden op geleider — 7 Aantal tanden kettingaandrijving — 7 Maximale zaagdiameter cm (inch) 10 (3,94) Aantal aandrijfschakels ketting — 40 Kettingdiepte mm (inch) 1,3 (0,050) Steek van de ketting mm (inch) 9,52 (0,375) Overbrengingsverhouding — 0,94 Type/model ketting 91PX040G, UC 81 GS, UC 81 G, H38 91PX040G, UC 81 GS, UC 81 G, H38 Inhoud olietank ml (oz) 130 (4,39) Opzetstuk voor heggenschaar met groot bereik Lengte opzetstuk (totaal) cm (inch) 126,1 (49,64) Gewicht opzetstuk kg (lb) 2,20 (4,85) Steellengte cm (inch) 64,4 (25,35) Steeldiameter mm (inch) 25,4 (1) Tussenruimte tanden (uiteinde naar uiteinde) mm (inch) 25 (0,98) Maximale zaagdiameter mm (inch) 15 (0,59) Snoeilengte mm (inch) 360 (14,17) Geleiderlengte (tandwielkast naar uiteinde) mm (inch) 438 (17,24) Aantal tanden per blad — 26 Steekcirkel tanden mm (inch) 31 (1,22) Bladwerking — Tweezijdig, heen- en weergaand Bereik van hoekverstelling ° 90° totaal, 45° van de hartlijn van de
306 860 - 001 - 28.10.2018INHOUD VAN DE EG-VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING Wij, Husqvarna AB, SE 561 82 Huskvarna, ZWEDEN, verklaren onder onze alleenverantwoordelijkheid dat het gerepresenteerde product: Beschrijving Grastrimmer / bosmaai- er met benzinemotor Merk McCulloch Platform / Type / Model Platform B33BCSMC, ver- tegenwoordigend model B33PS, B33PS+ Partij Serienummer vanaf 2018 en verder volledig voldoet aan de volgende EU-richtlijnen en - regelgeving: Richtlijn/Verordening Beschrijving 2006/42/EG "betreffende machines" 2014/30/EU "betreffende elektromag- netische compatibiliteit" 2000/14/EG "betreffende geluid buiten- shuis" Toegepaste geharmoniseerde normen en/of technische specificaties zijn als volgt: EN ISO 12100, EN ISO 11806-1, EN ISO 11680-1, EN ISO 10517, CISPR 12, ISO 14982, ISO 3744 In overeenstemming met richtlijn 2000/14/EG, bijlage V, staan de verklaarde geluidswaarden vermeld in de sectie met technische gegevens van deze handleiding en in de ondertekende EU-verklaring van overeenstemming. TÜV Rheinland N.A. heeft een vrijwillig typeonderzoek uitgevoerd ten behoeve van Husqvarna AB, onder vermelding van Certificaat van overeenstemming met Machinerichtlijn 2006/42/EG van de Europese Raad. Het certificaat, als vermeld op de ondertekende EG- verklaring van overeenstemming, is van toepassing op alle fabriekslocaties en landen van herkomst, zoals vermeld op het product. De geleverde grastrimmer / bosmaaier met benzinemotor is conform het geteste exemplaar.
Notice-Facile