MT 100e Kit - Multigereedschap STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MT 100e Kit STIGA in PDF-formaat.
| Technische specificaties | STIGA MT 100e Kit multifunctionele gereedschappen, elektrische motor, vermogen 1000 W, meslengte 30 cm, gewicht 3,5 kg. |
|---|---|
| Gebruik | Ideaal voor het onderhoud van tuinen, het snoeien van hagen, het knippen van randen en kleine takken. |
| Onderhoud en reparatie | Controleer regelmatig de staat van de messen, reinig na elk gebruik, slijp de messen indien nodig. |
| Veiligheid | Draag beschermende handschoenen, gebruik niet in de regen, koppel het apparaat los tijdens reparaties. |
| Algemene informatie | 2 jaar garantie, gebruiksaanwijzing inbegrepen, reserveonderdelen beschikbaar. |
Veelgestelde vragen - MT 100e Kit STIGA
Questions des utilisateurs sur MT 100e Kit STIGA
0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.
Poser une nouvelle question sur cet appareil
Download de handleiding voor uw Multigereedschap in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MT 100e Kit - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MT 100e Kit van het merk STIGA.
GEBRUIKSAANWIJZING MT 100e Kit STIGA
LET OP: vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handleiding aandachtig te lezen.

NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing ....NL
3.1 Beschrijving machine en beoogd gebruik....6
3.2 Belangrijkste onderdelen (afb. 1): ...... 6
3.3 Identificatielabel (afb. 1) ...... 7
3.4 Veiligheidssignaleringen (afb. 2) ...... 7
- MONTAGE 8
4.1 Uitpakken 8
4.2 Montage van de geleidestang en van de tandketting....8
4.3 Montage zaaginrichting....9
4.4 Verlenging zaaginrichting....9
4.5 Verwijdering zaaginrichting....9
- BEDIENINGSELEMENTEN 9
5.1 Hendel versnelling....9
5.2 Blokkeerknop versnelling 9
- GEBRUIK VAN DE MACHINE....9
6.1 Voorafgaande werkzaamheden......9
6.2 Veiligheidscontroles 10
6.3 Starten.... 10
6.4 Het werk.... 10
6.5 Suggesties voor het gebruik....11
6.6 Stoppen....11
6.7 Na het gebruik 12
- ONDERHOUD....12
7.1 Algemeen 12
7.2 Accu....12
7.3 Bijvulling oliereservoir ketting ..... 12
7.4 Reiniging 13
7.5 Blokkeerelement ketting.... 13
7.6 Smeeropeningen machine en stang .. 13
7.7 Moeren en schroeven voor bevestiging ..13
7.8 Pignonwiel ketting 13
7.9 Onderhoud tandketting 13
7.10 Onderhoud geleidestang ....14
- STALLING....14
8.1 Stalling van de machine .....14
8.2 Stalling van de accu 14
- HANTERING EN TRANSPORT....14
10.ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN ..... 15
11. GARANTIEDEKKING.... 15
12. IDENTIFICATIE PROBLEMEN....16
13. OP AANVRAAG LEVERBARE ACCESSOIRES .... 17
13.1 accu's ....17
13.2 Batterijlader....17
13.3 Stangen en kettingen ....17
1. ALGEMEEN
1.1 HOE DE HANDLEIDING LEZEN
OPMERKING of BELANGRIJK verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of dat er schade veroorzaakt wordt.
Het symbool ⚠️ wijst op een gevaar. Veronachtzaming van de waarschuwing leidt tot mogelijke persoonlijke letsels of letsels aan anderen en/of schade.
De paragrafen die aangegeven zijn met een grijze stippen-boord wijzen op optionele kenmerken die niet aanwezig zijn op alle modellen die in deze handleiding beschreven zijn. Controleer of het kenmerk aanwezig is op het model in kwestie.
De aanwijzingen 'voor', 'achter', 'rechts' en 'links' hebben betrekking op de werkpositie van de bediener.
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 ALGEMENE VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN VOOR ELEKTRISCH GEREEDSCHAP
⚠️ Lees alle veiligheidswaarschuwingen, alle instructies, alle illustraties en alle specificaties die bij deze machine worden geleverd. Het niet opvolgen van de onderstaande instructies kan elektrische schokken, brand en/of ernstige letsels tot gevolg hebben.
Bewaar alle waarschuwingen en instructies voor toekomstig gebruik.
De term "elektrisch gereedschap" in de waarschuwingen verwijst naar uw machine met voeding via het stroomnet (met kabel) of met accutoevoer (zonder kabel).
1) Veiligheid van het werkgebied a) Houd het werkgebied schoon en goed verlicht. Ongeordende of donkere gebieden vergemakkelijken ongevallen.
b) Gebruik het elektrische gereedschap niet in een explosieve atmosfeer, bijvoorbeeld in de buurt van brandbare vloeistoffen, gassen of stof. De elektrische gereedschappen genereren vonken die stof of dampen kunnen doen ontvlammen.
c) Houd kinderen en omstaanders uit de buurt als u het elektrische gereedschap gebruikt. Afleidingen kunnen controleverlies veroorzaken.
2) Elektrische veiligheid
a) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken, zoals leidingen, radiatoren, keukens, koelkasten. Het risico voor elektrische schokken neemt toe als het lichaam zich op de aarde of de grond bevindt.
b) Stel elektrische gereedschappen niet bloot aan regen of natte omgevingen. Water dat in het elektrische gereedschap sijpelt, verhoogt het risico op elektrische schokken.
3) Persoonlijke veiligheid
a) Wees voorzichtig, controleer wat u doet, en gebruik uw gezond verstand bij het gebruik van het elektrische gereedschap. Gebruik het elektrische gereedschap niet als u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of medicijnen. Een moment van onoplettendheid tijdens het gebruik van het elektrische gereedschap kan ernstige persoonlijke letsels veroorzaken.
b) Draag een persoonlijk beschermingsmiddel. Draag altijd een veiligheidsbril. Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals stofmaskers, antislip veiligheidsschoenen, veiligheidshelmen of gehoorbeschermingen vermindert lichamelijke letsels.
c) Vermijd een onbedoelde start. Zorg ervoor dat het apparaat is uitgeschakeld voordat u de accu plaatst, het elektrische gereedschap vastpakt of draagt. Het vervoeren van een elektrisch gereedschap met uw vinger op de schakelaar of het monteren van de accu met de schakelaar op "ON" vergemakkelijkt ongelukken.
d) Verwijder elke sleutel of afstelgereedschap voordat u het elektrische gereedschap inschakelt.
Een sleutel of gereedschap dat in contact blijft met een draaiend deel van de machine kan persoonlijke letsels veroorzaken.
e) Ga niet overleunen. Zorg altijd voor voldoende ondersteuning en balans. Dit maakt een betere controle
over het elektrische gereedschap mogelijk in onverwachte situaties.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen brede kleding of juwelen. Houd haar en kleding uit de buurt van de bewegende delen. Losse kleding, sieraden of lang haar kunnen verstrikt raken in bewegende delen.
g) Als er apparaten moeten worden aangesloten op installaties voor het afzuigen en verzamelen van stof, zorg er dan voor dat ze op de juiste manier worden aangesloten en gebruikt.
Het gebruik van deze apparaten kan het risico betreffende stof verminderen.
h) Laat u door de vertrouwdheid die u met het gebruik van de machine heeft verkregen, niet zelfgenoegzaam worden en de veiligheidsprincipes van het elektrische gereedschap negeren.
Nalatigheid kan in een fractie van een seconde ernstige letsels veroorzaken.
4) Gebruik en bescherming van het elektrische gereedschap
a) Overbelast het elektrische gereedschap niet. Gebruik het elektrische gereedschap dat geschikt is voor de werkzaamheden. Het juiste elektrische gereedschap zal de werkzaamheden beter en veiliger uitvoeren, met de snelheid waarvoor het is ontworpen.
b) Gebruik het elektrisch gereedschap niet indien de schakelaar hem niet kan in- en uitschakelen. Een elektrisch gereedschap dat niet bediend kan worden met de schakelaar is gevaarlijk en moet gerepareerd worden.
c) Verwijder de accu uit de machine voordat u eender welke afstelling uitvoert, accessoires verwisselt of voordat u het elektrische gereedschap opbergt. Deze preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico voor onbedoeld starten van het elektrische gereedschap.
d) Bewaar ongebruikte elektrische gereedschappen buiten het bereik van kinderen, en sta niet toe dat personen die niet bekend zijn met het gereedschap zelf en deze instructies de machine gebruiken. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk in de handen van niet-opgeleide gebruikers.
e) Zorg voor het onderhoud van het elektrische gereedschap en van de accessoires. Controleer op verkeerde uitlijning of aansluiting van bewegende delen, kapotte delen en andere omstandigheden die de werking van het elektrische gereedschap kunnen beïnvloeden. In geval van schade
moet het elektrische gereedschap worden gerepareerd voordat het wordt gebruikt. Veel ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhoud.
f) Houd de snijmechaniek altijd scherp en schoon. Een gepast onderhoud van de snijmechaniek, met scherpe snijkanten, maakt ze minder gevoelig voor vastlopen en gemakkelijker bedienbaar.
g) Gebruik het elektrische gereedschap en de relatieve accessoires volgens de aangeduide instructies, rekening houdend met de werkomstandigheden en de soort werkzaamheden die moeten worden uitgevoerd. Het gebruik van een elektrische gereedschap voor andere dan de voorziene bewerkingen kan gevaarlijke situaties veroorzaken.
h) Houd de handgrepen en alle grijpvlakken droog, schoon en vrij van sporen van olie en vet. Gladde grepen en grijpvlakken staan niet toe dat u het gereedschap veilig kunt verplaatsen en bedienen in onverwachte situaties.
6) Gebruik en voorzorgsmaatregelen van gereedschappen met accu
BELANGRIJK De hierna volgende veiligheidsnormen vervolledigen de veiligheidsvoorschriften aangegeven in de specifieke handleiding van de accu en van de acculader die samen met de machine afgeleverd worden.
a) Gebruik voor het laden van de accu enkel de door de fabrikant aanbevolen acculaders. Een lader die geschikt is voor één type accu, kan bij gebruik met een andere accu het risico op brand, elektrische schokken, oververhitting of lekkage van bijtende accuvloeistof met zich meebrengen.
b) Gebruik enkel de specifieke accu's die voor uw toestel voorzien zijn. Het gebruik van een ander accugroep kan het risico voor letsels en brand veroorzaken.
c) Als het accupak niet wordt gebruikt, moet ze uit de buurt worden gehouden van andere metalen voorwerpen zoals nietjes, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die kortsluiting van de contacten kunnen veroorzaken. Een kortsluiting van de contacten van de accu kan tot brand leiden.
d) Als de accu in slechte condities verkeert, kan ze vloeistof lekken. Vermijd contact met de vloeistof. In geval van toevallig contact,
spoelen met water. In geval van contact van de vloeistof met de ogen, een arts raadplegen. Vloeistof die uit de accu stroomt, kan huidirritatie of brandwonden veroorzaken.
e) Gebruik geen beschadigd of gewijzigd gereedschap of accupak. Beschadigde of gewijzigde accu's kunnen een onvoorspelbaar gedrag hebben wat kan leiden tot brand, ontploffing of risico voor letsels.
f) Stel de accu of het gereedschap niet bloot aan vuur of buitensporige temperaturen. Blootstelling aan vuur of temperaturen boven 130°C kan een explosie veroorzaken.
g) Laad alleen op bij omgevingstemperaturen, tussen 0° + 45°C. Laad de accu of het gereedschap niet op buiten dit temperatuurinterval. Oneigenlijk opladen of bij temperaturen buiten het gespecificeerde bereik, kan de accu beschadigen en het risico op brand vergroten.
h) Verzeker u ervan dat het toestel uitgeschakeld is vooraleer er een accu in te plaatsen. Een accu in een ingeschakeld elektrisch toestel plaatsen kan brand veroorzaken.
i) Controleer of de accu in goede staat verkeert en er geen tekenen van beschadiging zijn. Gebruik de machine niet met een beschadigde of versleten accu.
7) Assistentie
a) Laat het elektrische gereedschap door gekwalificeerd personeel herstellen, met alleen originele reserveonderdelen. Hierdoor kan de veiligheid van het elektrische gereedschap worden behouden.
b) Voer geen herstellingen uit op de accu. De reparatiewerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door de fabrikant of door een gespecialiseerd servicecentrum.
2.2 SPECIFIEKE VEILIGHEIDSNORMEN VOOR ELEKTRISCHE EN KETTINGZAGEN
- Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de tandketting terwijl de kettingzaag in werking is. Voordat u de kettingzaag start, moet u ervoor zorgen dat de tandketting nergens mee in aanraking komt. Een moment van onoplettendheid tijdens het gebruik van kettingzagen kan ervoor zorgen dat kledingstukken of het lichaam verstrikt raken in de tandketting.
- De rechter hand moet altijd de achterste handgreep vastpakken, en de linker
hand de voorste handgreep. U mag uw handen nooit omkeren wanneer u de kettingzaag vasthoudt, omdat dit het risico op ongelukken voor uzelf vergroot.
- Houd het elektrisch gereedschap enkel vast bij de geïsoleerde oppervlakken van de handgrepen, aangezien de tandketting in aanraking zou kunnen komen met verborgen kabels. De aanraking van de tandketting met een kabel onder spanning kan de metalen delen van het gereedschap onder spanning zetten en een elektroshock aan de bediener veroorzaken.
- Draag een veiligheidsbril en een gehoorbescherming. Andere veiligheidsinrichtingen worden aanbevolen voor het hoofd, de handen en de voeten.
Het dragen van geschikte beschermende kleding vermindert lichamelijke ongelukken veroorzaakt door rondvliegende splinters en onbedoeld contact met de tandzaag.
- Gebruik geen kettingzaag op een boom. Een kettingzaag activeren terwijl u op een boom staat, kan lichamelijke letsels veroorzaken.
- Zorg altijd voor een correct steunpunt voor de voet, en bedien de kettingzaag alleen wanneer u op een vaste, veilige en vlakke ondergrond staat. Gladde of onstabiele oppervlakken, zoals trappen, kunnen verlies van het evenwicht of de controle over de kettingzaag veroorzaken.
- Let bij het zagen van een tak die onder spanning staat op het risico van een terugslag. Wanneer de spanning van de houtvezels vrijkomt, kan de tak met een terugslageffect de operator raken en/of de kettingzaag buiten controle wegslingeren.
- Wees uiterst voorzichtig bij het snoeien van jonge struiken. Dunne materialen kunnen vast komen te zitten in de tandketting en in uw richting worden geprojecteerd en/of u kunt uw evenwicht verliezen.
- Draag de uitgeschakelde kettingzaag via de voorste handgreep, uit de buurt van uw lichaam. Bij het dragen of opbergen van de kettingzaag moet altijd de zaagbladkap worden aangebracht. Het correct hanteren van de kettingzaag verkleint de kans op onbedoeld contact met de bewegende tandketting.
- Volg de instructies voor de smering, de kettingspanning en de reserve-accessoires. Een ketting waarvan de spanning en smering niet correct zijn, kan zowel breken als het risico op terugslag vergroten.
-
Houd de handgrepen droog, schoon en zonder sporen van olie en vet. Vette en olieachtige handgrepen zijn glibberig, en veroorzaken controleverlies.
-
Snoei alleen hout. Gebruik de kettingzaag niet voor onbedoeld gebruik. Bijvoorbeeld: gebruik de kettingzaag niet om kunststof materialen, bouwmaterialen of andere materialen dan hout te zagen. Het gebruik van de kettingzaag voor andere dan de beoogde handelingen kan tot gevaarlijke situaties leiden.
- De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zijn.
In geval van breuken of ongevallen tijdens het werk, dient men de motor onmiddellijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevallen met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddellijk de meest geschikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheidsstructuur te richten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of letsels aan personen of dieren kunnen veroorzaken indien ze onopgemerkt blijven.
Langdurige blootstelling aan trillingen kan neuro-vasculaire letsels en problemen veroorzaken (ook bekend onder de naam "fenomeen van Raynaud" of "witte hand"), vooral bij personen met circulatiestoornissen. De symptomen kunnen betrekking hebben op de handen, de polsen en de vingers, met verlies van gevoeligheid, loomheid, jeuk, pijn, verkleuring of structurele wijzigingen van de huid. Deze effecten kunnen versterkt worden door een lage omgevingstemperatuur en/of een overdreven druk op de handgreep. Wanneer deze symptomen optreden, moet de machine minder lang gebruikt worden en is het noodzakelijk een arts te raadplegen.
- Neem pauzes en verander regelmatig uw werkpositie.
- Oneigenlijk onderhoud, het gebruik van niet-conforme reserveonderdelen of het wijzigen van de veiligheidsinrichtingen kan schade aan het apparaat veroorzaken en ernstige letsels bij de gebruiker veroorzaken.
- Voer de reinigings- en onderhoudswerkzaamheden uit voordat u de machine opbergt na gebruik.
- Als de machine een klap heeft gehad of is gevallen, controleer dan dat ze in goede staat verkeert voordat u ze start.
• Verwijder takken in secties. - Let op voor de takken die, zodra ze zijn gesnoeid, de gebruiker kunnen raken en voor diegenen die op de grond zijn gevallen, een terugslag kunnen krijgen.
2.3 OORZAKEN VAN TERUGSLAG EN PREVENTIE VOOR DE GEBRUIKER
Een terugslag kan optreden wanneer de punt of het uiteinde van de geleidestang een voorwerp raakt, of wanneer het hout in zichzelf wordt gesloten door de tandketting in het zaaggedeelte vast te draaien.
Het contact van het uiteinde kan in bepaalde gevallen plotseling een omgekeerde reactie uitlokken, waarbij de geleidestang naar boven en naar achter in de richting van de bediener wordt geduwd.
Door het aandraaien van de tandketting aan de bovenzijde van de geleidestang kan de tandketting snel achteruit naar de bediener worden geduwd.
De ene of de andere van deze reacties kan controleverlies over de zaag veroorzaken, die ernstige persoonlijke letsels veroorzaken. Er mag niet uitsluitend vertrouwd worden op de veiligheidsvoorzieningen die in de zaag zijn geïntegreerd.
Voor de gebruiker van een kettingzaag is het raadzaam om verschillende maatregelen te nemen om het risico op ongevallen of verwondingen tijdens de zaagwerkzaamheden te elimineren. De terugslag is het gevolg van slecht gebruik van het gereedschap en/of onjuiste bedrijfsomstandigheden of omstandigheden en kan worden vermeden door de onderstaande passende voorzorgsmaatregelen te nemen:
- Houd de zaag stevig met beide handen vast, met uw duimen en vingers rond de handgrepen van de kettingzaag, en plaats uw lichaam en armen in een positie waarin u de terugslagkrachten kunt weerstaan. De terugslagkrachten kunnen door de gebruiker worden gecontroleerd als de nodige voorzorgsmaatregelen zijn genomen. Laat de kettingzaag niet starten.
- Strek uw armen niet te ver uit en snoei niet boven schouderhoogte. Dit helpt onbedoeld contact met de uiteinden te voorkomen, en zorgt voor een betere controle van de kettingzaag in onverwachte situaties.
- Gebruik alleen de door de fabrikant gespecificeerde geleidestangen en kettingen. Ongeschikte vervangende geleiders en kettingen kunnen de breuk van de ketting en/of terugslagen veroorzaken.
- Volg de instructies van de fabrikant met betrekking tot het slijpen en het onderhoud van de kettingzaag. Een
afname van het diepteniveau kan tot een toename van de terugslagen leiden.
- Technieken voor het gebruik van de elektrische kettingzaag (met accutoevoer) Neem altijd de veiligheidswaarschuwingen in acht en gebruik de technieken die het meest geschikt zijn voor het soort werkzaamheden die uitgevoerd moeten worden, volgens de indicaties en de voorbeelden in de gebruiksaanwijzing.
• Vervoer van de elektrische kettingzaag (met accutoevoer)
Telkens wanneer de machine verplaatst of vervoerd moet worden, is het volgende noodzakelijk:
- zet de motor af, wacht tot de ketting stopt, en koppel de machine los van de stroomvoorziening (verwijder de accu uit de zitting); - breng de stangbescherming aan; - neem de machine alleen vast aan de handgrepen en houd de stang in de richting tegenover de loop- of rijrichting.
Wanneer u de machine met een voertuig vervoert, moet deze zo worden geplaatst dat deze voor niemand gevaar oplevert en veilig vergrendelt.
- Aanbevelingen voor beginners
Voordat u voor de eerste keer gaat kappen of onttakken, is het raadzaam om: - een specifieke opleiding te hebben gevolgd over het gebruik van dit type apparatuur; - de veiligheidswaarschuwingen en gebruiksinstructies in deze handleiding zorgvuldig te hebben gelezen; - te oefenen op boomstammen op de grond of bevestigd op schragen, om de nodige bekendheid met de machine en de meest geschikte technieken te verwerven.
- Tijdens de werkzaamheden wordt een bepaalde hoeveelheid olie verspreid in het milieu, noodzakelijk voor het smeren van de ketting; gebruik daarom alleen biologisch afbreekbare oliën, specifiek voor dit gebruik. Het gebruik van minerale of molio-olie voor motoren veroorzaakt ernstige schade aan het milieu. - Volg nauwgezet de plaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, accu's, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op het milieu; dit afval mag niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
- Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdanking van het afval
- Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze naar een container park gebracht worden, volgens de geldende plaatselijke normen.

Gooi elektrische apparatuur niet bij het gewoon huishoudelijk afval. Volgens de Europese Richtlijn 2012/19/EG inzake elektrisch en elektronisch afval en de toepassing ervan overeenkomstig de nationale wetgeving, moet de afgedankte elektrische apparatuur apart ingezameld worden voor recyclagedoeleinden. Indien de elektrische apparatuur afgedankt wordt op een afvalpark of in de ondergrond, kunnen de schadelijke stoffen de waterlaag bereiken en in de voedingsketen terecht komen, met nadelige gevolgen voor uw gezondheid en welzijn. Neem voor meer informatie over de afdanking van dit product contact op met de instantie die bevoegd is voor de verwerking van het huishoudelijk afval of raadpleeg uw Verkoper.

Aan het einde van hun levensduur, moet men de accu's met de nodige zorg voor het milieu afdanken. De accu bevat materialen die gevaarlijk zijn voor U en voor de omgeving. Ze moet verwijderd worden en gescheiden ingezameld worden nabij een structuur die lithium-ion-accu's aanvaardt.

De gescheiden inzameling van gebruikte producten en verpakkingen staat recycling en hergebruik van de materialen toe. Het hergebruik van gerecycleerd materiaal helpt de vervuiling van het milieu te voorkomen en vermindert de vraag naar grondstoffen.
3. LEER DE MACHINE KENNEN
3.1 BESCHRIJVING MACHINE EN BEOOGD GEBRUIK
Deze machine is een bosbouwmachine, en met name een kettingzaag met accutoevoer.
De machine bestaat in wezen uit een motor die wordt aangedreven door een accu en een geleidestang die dient om de beweging van de motor over te brengen naar de tandketting die als een echte zaag fungeert.
De bediener houdt de machine met twee handen vast, met behulp van de voorste en achterste handgrepen, en kan de belangrijkste
bedieningselementen bedienen terwijl hij op veilige afstand van de inrichting blijft.
3.1.1 Voorzien gebruik
Deze machine is ontworpen en gebouwd voor:
- het onttakken van bomen met afmetingen in verhouding met de lengte van de geleidestang of van houten voorwerpen met vergelijkbare kenmerken;
- gebruik door een enkele bediener.
3.1.2 Onjuist gebruik
Eender welk ander gebruik, dat afwijkt van wat hierboven beschreven is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan personen en/of zaken. De volgende situaties behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend):
- het snoeien van heggen;
- insnijdingen;
- het doorzagen van laadborden, kisten en verpakkingen in het algemeen;
- het doorzagen van meubels of andere voorwerpen die spijkers, schroeven of andere metalen componenten kunnen bevatten;
- slagerijwerk verrichten;
- de machine gebruiken voor het zagen van andere materialen dan hout (plastic materialen, bouwmaterialen);
- de machine gebruiken als hefboom om voorwerpen op te tillen, te verplaatsen of te breken;
- de machine gebruiken wanneer ze is bevestigd op vaste steunen;
- het gebruik van andere snij-inrichtingen dan diegene die vermeld zijn in de tabel "Technische gegevens". Gevaar op ernstige wonden en kwetsuren.
- gebruik van de machine door meer dan één persoon tegelijk.
BELANGRIJK Het onjuist gebruik brengt verval van zowel de garantie als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of anderen oplopen.
3.1.3 Type gebruiker
Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d.w.z. door niet professionele bedieners. Ze is bestemd voor 'hobby-gebruik'.
3.2 BELANGRIJKSTE ONDERDELEN (afb. 1):
A. Motor: geeft de beweging aan de snij-inrichting.
B. Bedieningsstang: bevat de belangrijkste versnellingsbedieningen.
C. Achterste handgreep : hulpgreep die zich achteraan de bedieningsstang bevindt.
D. Voorste handgreep: hulpgreep die zich op de bedieningsstang bevindt.
E. Snoeischaarinrichting: inrichting voorzien voor het onttakken en snoeien van bomen.
F. Draagstel: stoffen schouderriem die het gewicht van de machine tijdens het werk ondersteunt.
G. Geleidestang: ondersteunt en geleidt de tandketting.
H. Tandketting: snijelement, bestaande uit aandrijfschakels uitgerust met kleine mesjes die "tanden" worden genoemd en met zijdelingse verbindingen die zijn bevestigd door klinknagels.
I. Blokkeerelement ketting:
veiligheidsinrichting die ongecontroleerde bewegingen van de tandketting belet in geval van het breken of lossen.
J. Stangbescherming: afdekking van de kettingzaag op de geleidestang te gebruiken tijdens het hanteren, vervoeren of opbergen van de machine.
K. Batterij: (indien niet bij de machine geleverd,zie hst. 13 "op aanvraag leverbare accessoire") inrichting die stroom levert aan het gereedschap; de kenmerken en de gebruiksnormen ervan zijn in een specifieke handleiding beschreven.
L. Acculader (indien niet bij de machine geleverd, zie hst. 13 'op aanvraag leverbare accessoires'): inrichting voor het opladen van de accu; de kenmerken en de gebruiksnormen ervan zijn in een specifieke handleiding beschreven.
3.3 IDENTIFICATIELABEL (afb. 1)
- Geluidsniveau
- Conformiteitskenteken
- Maand/Jaar van constructie
- Machinetype
- Serienummer
- Naam en adres van de fabrikant
- Artikelcode
- Spanning en frequentie voeding
- Snelheid ketting
Schrijf de identificatiegegevens van de machine in de vakjes op het label aan de achterkant van de omslag.
BELANGRIJK Gebruik de identificatiegegevens
die aangegeven zijn op het identificatielabel van het product bij ieder contact met de geautoriseerde werkplaats.
BELANGRIJK Het voorbeeld van de verklaring van overeenstemming bevindt zich op de laatste pagina's van de handleiding.
3.4 VEILIGHEIDSSIGNALERINGEN (afb. 2)
Op de machine staan verschillende symbolen. Betekenis van de symbolen:

LET OP! GEVAAR! Indien deze machine niet correct gebruikt wordt, kan ze gevaarlijk zijn voor de bediener en voor anderen.
GEVAAR VOOR WEGSPRINGENDE
DELEN! Let goed op voor mogelijk wegschieten van materiaal, veroorzaakt door de snij-inrichting, die ernstige schade kan berokkenen aan personen of zaken.

LET OP! Voordat u deze machine in gebruik neemt eerst de gebruiksaanwijzingen lezen.

Draag een veiligheidsbril.

Draag een gehoorbescherming.

Draag een veiligheidshelm.

Draag antisliphandschoenen.

Draag veiligheidsschoenen met antislipzolen!

Niet blootstellen aan de regen (of vocht)

GEVAAR! Elektrocutie. Houd een afstand van minstens 15 meter van bovengrondse hoogspanningslijnen. Houd personen of huisdieren minstens 15 meter uit de buurt tijdens het gebruik van de machine!

Verwijder de accu vooraleer eender welke controle, reiniging of ingreep voor onderhoud/afstelling op de machine uit te voeren.
BELANGRIJK De beschadigde of onleesbaar geworden labels moeten vervangen worden. Vraag nieuwe labels aan uw eigen geautoriseerd Dienstcentrum.
4. MONTAGE
⚠ De veiligheidsnormen die in acht genomen moeten worden, zijn beschreven in hst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen.
Om vervoers- en opslagredenen kunnen sommige onderdelen van de machine niet direct in de fabriek gemonteerd worden. Zij dienen na het uitpakken gemonteerd te worden aan de hand van de volgende instructies.
⚠ Het uitpakken en de vervollediging van de montage moeten uitgevoerd worden op een vlakke en stevige ondergrond, met voldoende ruimte voor de verplaatsing van de machine en de verpakkingen, en steeds met behulp van de geschikte instrumenten. Gebruik de machine niet vooraleer de aanwijzingen van de sectie 'MONTAGE' teneinde gebracht te hebben.
4.1 UITPAKKEN
- Open de verpakking voorzichtig, let erop geen onderdelen te verliezen.
- Raadpleeg de documentatie in de doos, inclusief deze gebruiksaanwijzingen.
- Haal alle onderdelen die niet gemonteerd zijn uit de doos.
- Haal de machine uit de doos.
- Voer de doos en de verpakkingen af volgens de plaatselijke normen.
4.2 MONTAGE VAN DE GELEIDESTANG EN VAN DE TANDKETTING
⚠ Draag altijd robuuste werkhandschoenen wanneer de stang en de ketting worden gehanteerd. Let zeer goed op tijdens de montage van de stang en van de ketting zodat de veiligheid en de doeltreffendheid van de machine niet wordt geschaad; contacteer uw Dealer in geval van twijfels.
⚠️ Controleer alvorens de montage uit te voeren of de accu niet in zijn zitting geplaatst is.
- Draai de knop (Afb. 3.A) los en verwijder de carter van de ketting (Afb. 3.B) om het pignonwiel en de zitting van de stang te bereiken.
- Monteer de stang (Afb. 4.A) door het tapeinde (Afb. 4.B) in de gleuf (Afb. 4.C) te plaatsen en naar het achterste deel van het machinehuis te duwen.
- Monteer de ketting rondom het pignonwiel (Afb. 5.A) en langs de geleidestang, respecteer hierbij de schuifrichting (Afb. 5.B).

Schuifrichting van de ketting
Als de punt van de stang is voorzien van een overbrengingswiel moet ervoor gezorgd worden dat de schakels van de ketting correct in de openingen van het pignonwiel zitten (Afb. 6.).
-
Controleer de pen van de kettingspanner (Afb. 5.C) correct in de specifieke opening van de stang zit; handel anders op de schroef van de kettingspanner (Afb. 5.D) tot de pen helemaal in de opening zit.
-
Hermonteer de carter zonder de knop helemaal vast te draaien.
-
Handel op de schroef van de kettingspanner (Afb. 5.D) tot de correcte spanning van de ketting wordt verkregen (Afb. 7).
-
Houd de stang hoog gesteld, en draai de knop van de carter helemaal vast (Afb. 8.A).
4.2.1 Controle van de spanning van de ketting
Controleer de spanning van de ketting. De spanning is correct wanneer de schakels niet uit de geleider komen wanneer de ketting in de helft van de stang wordt gegrepen (Afb. 7)
4.3 MONTAGE ZAAGINRICHTING

Controleer alvorens de montage uit te voeren of de accu niet in zijn zitting geplaatst is.
-
Plaats de zaaginrichting (Afb. 9.A) in de bedieningsstang (Afb. 9.B) tot de aanslagpennen (Afb. 9.C) in de opening van de stang klikken (Afb. 9.D). De bevestiging is compleet als de pennen helemaal uit het gat steken.
-
Sluit de blokkeerhendel (Afb. 9.E).

Controleer regelmatig de verbindingen, deze moeten correct gesloten zijn.
- Open de blokkeerhendel (Afb. 10.A).
- trek of duw aan de staaf (Afb. 10.B) om de gewenste lengte te verkrijgen;
- Sluit de blokkeerhendel (Afb. 10.A).

Controleer regelmatig de verbindingen, deze moeten correct gesloten zijn.
4.5 VERWIJDERING ZAAGINRICHTING

Laat de motor afkoelen voordat de zaaginrichting wordt verwijderd.
Om de zaaginrichting te verwijderen (Afb.9.A):
- Leg de bedieningsstang (Afb. 9.B) op de grond.
- Open de blokkeerhendel (Afb. 9.E)
- Druk op de aanslagpennen (Afb. 9.C) zodat ze uit de opening van de stang komen (Afb. 9.D).
- Demonteer de zaaginrichting.
5. BEDIENINGSELEMENTEN
5.1 HENDEL VERSNELLING
De versnellingshendel (Afb.11.A) dient om de inrichting te activeren.
De inschakeling van de versnellingshendel (Afb. 11.A) is alleen mogelijk wanneer de blokkeerknop van de versnelling wordt ingedrukt (Afb. 11.B).
5.2 BLOKKEERKNOP VERSNELLING
De blokkeerknop van de versnelling (Afb. 11.B) geeft de bediening van de versnellingshendel (Afb. 11.A) vrij.
6. GEBRUIK VAN DE MACHINE
⚠️ De veiligheidsnormen die in acht genomen moeten worden, zijn beschreven in hst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen.
6.1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN
Plaats de machine horizontaal en stevig op het terrein.
6.1.1 Controle en opladen van de accu (Afb. 12)
Controleer, vòor ieder gebruik, de status van de accu volgens de aanwijzingen in de handleiding van de accu.
6.1.2 Gebruik van het draagstel
⚠️ Controleer regelmatig de efficiëntie van de snelkoppeling zodat u de machine in geval van gevaar snel van de riemen kunt halen.
Het draagstel moet aangedaan worden vooraleer de machine vast te haken, en de riem moet geregeld worden volgens de lichaamsbouw van de gebruiker.
- De riem (Afb. 13.A) moet over de linker schouder worden geslagen en langs de rechter zijde lopen.
- Haak de klem (Afb. 13.B) vast in de specifieke koppeling op de bedieningsstang.
- Koppel indien noodzakelijk de gesp (Afb. 13.C) los om de machine van het draagstel te verwijderen.
6.1.3 Bijvulling smeerolie ketting
Voordat de machine wordt gebruikt moet olie bijgevuld worden voor de smering van de ketting. Voor de modaliteiten en de voorzorgsmaatregelen in verband met het bijvullen van olie wordt verwezen naar par. 7.3.
6.1.4 Controle van de spanning van de ketting
⚠️ Deze werkzaamheid moet uitgevoerd worden bij stilstaande machine, en met de accu uit zijn zitting (par. 7.2.2).
Controleer de spanning van de ketting. De spanning is correct wanneer de schakels niet uit de geleider komen wanneer de ketting in de helft van de stang wordt gegrepen (Afb. 7)
Voor het regelen van de spanning van de ketting:
- Los de knop van de carter (Afb. 3.A).
- Handel op de schroef van de kettingspanner (Afb. 5.D) tot de correcte spanning van de ketting wordt verkregen.
- Houd de stang hoog gesteld, en draai de knop van de carter helemaal vast.(Afb. 8.A).
⚠️ Werk niet met en geloste ketting, om geen gevaarlijke situaties te veroorzaken indien de ketting uit de stanggeleiders zou komen.
BELANGRIJK Tijdens de eerste gebruiksperiode (of na de vervanging van de ketting) is het nodig dat de controle frequenter wordt uitgevoerd, als gevolg van de stabilisatie van de ketting.
6.2 VEILIGHEIDSCONTROLES
⚠️ Voer steeds de veiligheidscontroles uit vooraleer de machine te gebruiken.
6.2.1 Algemene veiligheidscontrole
| Object Resultaat | |
| Handgrepen en beschermingen | Gereinigd, afgedroogd, correct en stevig aan de machine bevestigd |
| Schroeven op de machine en op het mes | Goed vastgedraaid (niet los) |
| Doorgangen van de koellucht | Niet verstopt |
| Geleidestang Correct gemonteerd. | |
| Ketting Scherp, niet beschadigd of versleten, correct gemonteerd en gespannen. | |
| Beschermingen Ongeschonden, niet beschadigd. | |
| Accu Geen schade aan het omhulsel, geen lekken van vloeistoffen | |
| Machine Geen teken van beschadiging of slijtage. Geen abnormale trillingen. Geen abnormaal geluid | |
| Versnellingshendel, blokkeerknop versnelling | Ze moeten vrij kunnen bewegen, zonder geforceerd te worden, en bij het loslaten moeten ze automatisch en snel terug in de neutrale stand komen. |
6.2.2 Test werking van de machine
| Actie Resultaat | |
| Plaats de accu in zijn zitting (par. 7.2.3 ). | De ketting mag niet bewegen |
| Activeer de versnellingshendel (zonder de blokkeerknop van de versnelling in te drukken) | De versnellingshendel blijft geblokkeerd. |
| Activeer de versnellingshendel en de blokkeerknop van de versnelling. | De beweging van de bedieningen moet vrij zijn, zonder verklemmingen.De ketting beweegt. |
| Laat de versnellingshendel los. | De hendel moet automatisch en snel terugkeren naar de vrijstand.De ketting moet stoppen. |
Indien eender welke van deze resultaten verschilt van wat aangegeven is in de tabellen, mag de machine niet gebruikt worden! Neem contact op met een servicecentrum voor de nodige controles en herstelling.
6.3 STARTEN
- Verwijder de stangbescherming (Afb. 1.J).
- Controleer dat de stang en de ketting niet in aanraking komen met het terrein of met andere voorwerpen;
- Plaats de accu (afb. 14.A) in zijn zitting en druk deze helemaal naar beneden totdat u de "klik" hoort die de accu vergrendelt en zorgt voor elektrisch contact.
- Activeer de versnellingshendel (Afb. 11.B) en de blokkeerknop van de versnelling.(Afb. 11.A).
6.4 HET WERK
Voordat u voor de eerste keer gaat onttakken, is het raadzaam om:
- Een specifieke opleiding te hebben gevolgd over het gebruik van dit type apparatuur.
- Het draagstel correct dragen.
- De veiligheidswaarschuwingen en gebruiksinstructies in deze handleiding zorgvuldig te hebben gelezen.
- te oefenen op boomstammen op de grond of bevestigd op schragen, om de nodige bekendheid met de machine en de meest geschikte technieken te verwerven.
Doe als volgt om met de machine te werken:
- maak de machine steeds vast aan het draagstel dat correct gedragen moet worden (zie par. 6.1.2).
- Houd de machine altijd stevig vast met twee handen.
Leg de machine onmiddellijk stil als de ketting blokkeert gedurende de werkzaamheden.
OPMERKING Tijdens het werk, is de accu tegen volledige ontlading beschermd door een beschermingssysteem dat de machine uitschakelt en de werking ervan blokkeert.
6.4.1 Controles uit te voeren tijdens het werk
6.4.1.a Controle van de spanning van de ketting
Tijdens het werk ondergaat de ketting een progressieve verlenging, en daarom is het noodzakelijk om de spanning regelmatig te controleren (par. 6.1.4).
6.4.1.b Controle van de oliestroom
BELANGRIJK Gebruik de machine niet zonder smering!
⚠️ Controleer dat de stang en de ketting goed gepositioneerd zijn wanneer de oliestroom wordt gecontroleerd.
Start de motor (par. 6.3) en controleer dat de olie wordt verspreid zoals is aangeduid in (Afb. 15).
6.4.2 Werktechnieken
6.4.2.a Een boom onttakken
⚠️ Controleer dat het gebied rondom de te onttakken boom vrij is.
- Ga aan de andere kant van de te zagen tak staan.
- Begin met de laagste takken, en zaag daarna de hoogste.
- Voer de eerste insnijding uit van onder naar boven (Afb. 16.A). Onttak daarna van boven naar onder zoals is aangeduid in (Afb. 16.B).
6.4.2.b De takken van een gevallen boom verwijderen
handel als volgt om de takken van een gevallen boom te verwijderen.
Let op de steunpunten van de tak op de grond, de mogelijkheid dat hij onder spanning staat, de richting die de tak kan nemen tijdens de zaagbewerking en de mogelijke instabiliteit van de boom nadat de tak is afgezaagd.
Laat altijd de onderste en grootste takken als laatste, die dienen om de stam op de grond te ondersteunen. Verwijder de kleine takken in één beweging (Afb. 17.A).
Het is beter om de takken onder spanning vanaf de onderkant naar boven te zagen, om te voorkomen dat de kettingzaag wordt gebogen (Afb. 17.B).
6.5 SUGGESTIES VOOR HET GEBRUIK
BELANGRIJK Leg de machine altijd stil (par. 6.6) wanneer u zich naar een andere werkzone moet begeven.
Als de zaaginrichting vastloopt tijdens het snoeien in de hoogte, moet de bediener als volgt handelen:
- de versnellingshendel (Afb. 11.A) onmiddellijk loslaten.
- wachten tot de zaaginrichting volledig stil staat.
- de accu verwijderen (par. 7.2.2).
- Verwijder de zaaginrichting uit de verrichte snede door de tak op te tillen, indien noodzakelijk.
- Gebruik indien nodig een handzaag of een tweede kettingzaag om de vastgelopen zaaginrichting los te maken, waarbij u minimaal 30 cm van de vastgelopen zaaginrichting zaagt. De sneden om deze los te maken moeten altijd in de richting van de punt van de tak worden gemaakt (dus tussen de vastzittende zaaginrichting en de punt van de tak, en niet tussen de stam en de vastzittende zaaginrichting). Op deze manier wordt belet dat de zaaginrichting wordt meegesleurd met het deel van de tak dat wordt gesneden, wat de situatie nog ingewikkelder maakt.
6.6 STOPPEN
Laat de versnellingshendel los om de machine te stoppen (Afb. 11.A).
Nadat de versnellingshendel is losgelaten, moet enkele seconden gewacht worden dat de tandketting helemaal tot stilstand komt.
Leg de machine altijd stil wanneer u zich naar een andere werkzone moet begeven.
⚠️ Houd tijdens de verplaatsingen nooit de vinger op de blokkeerknop van de versnelling om te vermijden de machine ongewild in te schakelen.
6.7 NA HET GEBRUIK
- De accu uit zijn zitting halen en opladen (par. 7.2.2).
- Monteer de stangbescherming.
- Laat de motor eerst afkoelen vóór de machine in elke willekeurige ruimte op te bergen.
- Los de bevestigingsknop van de stang om de spanning van de ketting te verminderen.
- Reinig de machine grondig van stof en vuil, en verwijder alle sporen van zaagsel of olieafzettingen van de ketting (par. 7.4.2).
- Controleer of er geen onderdelen los of beschadigd zijn. Vervang, indien nodig, de beschadigde onderdelen en klem eventueel schroeven en moeren die losgekomen zijn weer vast.
- Controle van eventuele schade aan de machine. Contacteer, indien nodig, het geautoriseerde dienstcentrum.
BELANGRIJK Verwijder steeds de accu (par. 7.2.2) en monteer de mesbescherming elke keer wanneer de machine ongebruikt of onbewaakt achtergelaten wordt.
7. ONDERHOUD
7.1 ALGEMEEN
De veiligheidsnormen die in acht genomen moeten worden, zijn beschreven in hst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen.
⚠️ Vooraleer eender welke controle, reiniging of ingreep voor onderhoud/afstelling op de machine uit te voeren:
- Leg de machine stil
• Wacht tot de ketting tot stilstand komt
- Verwijder de accu uit de zitting en laad ze op (par. 7.2.2) (laat de batterij nooit geplaatst of binnen het bereik van kinderen en ongeschikte personen)
- Breng de stangbescherming aan, behalve in geval van interventies op de stang zelf of op de ketting;
- Wacht tot de motor voldoende is afgekoeld;
- Lees de desbetreffende instructies;
- Draag geschikte kleding, werkhandschoenen en een veiligheidsbril;
BELANGRIJK Alle werkzaamheden voor onderhoud en afstelling die niet in deze handleiding beschreven zijn, moeten uitgevoerd worden door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum.
7.2 ACCU
7.2.1 Autonomie van de accu
De autonomie van de accu wordt vooral beïnvloed door:
a. omgevingsfactoren, die leiden tot een grotere energiebehoefte:
- het doorzagen van te grote bomen en takken;
b. gedrag van de bediener, die moet vermijden:
- de machine vaak aan- en uit te schakelen tijdens het werken;
- gebruik van een niet geschikte snijtechniek voor het werk dat moet uitgevoerd worden (par. 6.4.2);
Om de autonomie van de accu te optimaliseren, raadt men aan:
- om het hout te zagen wanneer het droog is
- om de juiste techniek te gebruiken voor het werk dat moet uitgevoerd worden.
Indien men de machine met langere werkbeurten wenst te gebruiken dan wat mogelijk is met de standaard-accu, kan men:
- Een tweede standaard-accu kopen om de platte accu onmiddellijk te vervangen, zonder de continuïteit in het gedrang te brengen.
- Een accu kopen met grotere autonomie dan de standaard-accu (par. 13.1).
7.2.2 De accu verwijderen en opladen (Afb.18÷21)
Laad de accu volledig op en volg hierbij de aanwijzingen die in het instructieboekje van de accu /acculader aangegeven zijn.
OPMERKING De accu is voorzien van een bescherming die de herlading ervan verhindert indien de omgevingstemperatuur niet tussen 0 en +45°C is.
OPMERKING De accu kan op eender welk moment, ook gedeeltelijk, opgeladen worden, zonder risico op beschadiging.
7.3 BIJVULLING OLIERESERVOIR KETTING
BELANGRIJK Gebruik uitsluitend specifieke olie voor kettingzagen of kleefolie voor kettingzagen. Gebruik geen olie die
onzuiverheden bevat om de filter van het reservoir niet te verstoppen en om onherstelbare schade aan de oliepomp te vermijden. Het gebruik van olie van goede kwaliteit is essentieel om een effectieve smering van de zaagmechaniek te verkrijgen; een al gebruikte olie of olie van slechte kwaliteit brengt de smering in gevaar en verkort de bedrijfsduur van de ketting en van de stang.
BELANGRIJK Start de ketting nooit zonder voldoende olie, omdat dit de zaaginrichting kan beschadigen en de veiligheid ervan in gevaar kan brengen.
Als het oliepeil laag is, vul dan als volgt bij:
- Draai de dop (Afb. 22.A) van het oliereservoir los, en verwijder hem.
- Giet olie in het reservoir en controleer het peil via de specifieke indicator (Afb. 22.B).
- Controleer dat er tijdens het vullen geen onzuiverheden terecht komen in het oliereservoir.
- Plaats de oliedop opnieuw, en draai hem vast.
7.4 REINIGING
7.4.1 Reiniging van de machine en van de motor
Na elke werksessie:
- Reinig de machine grondig van stof en vuil.
- Houd de machine, en in het bijzonder de motor vrij van resten bladeren, takken of teveel vet, om het risico op brand tot een minimum te herleiden.
- Reinig de machine steeds na gebruik met een schone en met een neutraal reinigingsmiddel bevochtigd doek.
- Verwijder alle sporen van vochtigheid met een zachte en droge doek. Vochtigheid kan leiden tot risico op elektrocutie.
- Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen of oplosmiddelen om de plastic delen of de handgrepen te reinigen.
- Gebruik geen waterstralen en vermijd de motor en de elektrische onderdelen nat te maken.
- Om oververhitting en schade aan de motor of aan de accu te vermijden, moet men zich er steeds van verzekeren dat de zuigroosters van de koellucht schoon en vrij van afval zijn.
7.4.2 Reiniging van de ketting
Verwijder na elk gebruik alle sporen van zaagsel of olieafzettingen van de ketting.
Bij sterke vervuiling of verharding:
- Demonteer de ketting en leg ze enkele uren in een bak met een specifiek reinigingsmiddel.
- Spoel ze af met schoon water en behandel ze met een geschikte corrosiewerende spray.
- Hermonteer ze op de machine.
7.5 BLOKKEERELEMENT KETTING
Controleer voor elk gebruik de condities van het blokkeerelement van de ketting (Afb. 1.I), en herstel het als het beschadigd is.
7.6 SMEEROPENINGEN MACHINE EN STANG
Vóór elk dagelijks gebruik
- Verwijder de carter (par. 4.2)
- Demonteer de stang
- Controleer dat de smeeropeningen van de machine (Afb. 23.A) en van de geleidestang (Afb. 23.B) niet zijn verstopt.
- Houd de schroeven en moeren goed vastgedraaid, om er zeker van te zijn dat de machine altijd veilig werkt.
- Controleer regelmatig of de handgrepen stevig bevestigd zijn.
7.8 PIGNONWIEL KETTING
Controleer, bij uw Dealer, elke maand de condities van het pignonwiel en vervang het als de aanvaardbare slijtagelimieten worden overschreden.
Monteer geen nieuwe ketting met een versleten pignonwiel en omgekeerd.
7.9 ONDERHOUD TANDKETTING
⚠️ Voor doeltreffendheids- en veiligheidsredenen is het zeer belangrijk dat de zaaginrichtingen goed scherp zijn.
De ketting moet bijgeslepen worden wanneer:
- Het zaagsel bijna stof wordt.
- Een grotere krachtinspanning nodig is om de bewerkingen uit te voeren.
- De zaagbewerking niet rechtlijnig is.
- De trillingen toenemen.
Als de ketting niet scherp genoeg is, neemt het risico op terugslag (kickback) toe.
BELANGRIJK Er wordt aanbevolen om het slijpen van de ketting toe te vertrouwen
aan een gespecialiseerd centrum, omdat het wordt uitgevoerd met speciale apparatuur die minimale materiaalverwijdering en een constante scherpte aan alle snijkanten garandeert.
7.9.1 Vervanging tandketting
De ketting moet vervangen worden wanneer:
- De lengte van de snijkant wordt verkleind tot 5 mm of minder.
- De speling van de schakels op de klinknagels overmatig is.
- De zaagsnelheid laag is, en herhaald slijpen de zaagsnelheid niet verbetert. De ketting is versleten.
BELANGRIJK Na de vervanging van de ketting is het noodzakelijk dat de controle van de spanning ervan frequenter wordt uitgevoerd, vanwege de stabilisatie van de ketting.
7.10 ONDERHOUD GELEIDESTANG
OPMERKING Alle handelingen met betrekking tot de geleidestang zijn werkzaamheden die een specifieke bevoegdheid vereisen naast het gebruik van speciale apparatuur om volgens de regels van de kunst uitgevoerd te kunnen worden; om veiligheidsredenen wordt aanbevolen om contact op te nemen met uw dealer.
Om asymmetrische slijtage aan de stang te voorkomen, moet deze regelmatig worden omgekeerd.
Om de stang doeltreffend te houden:
- Smeer de lagers van het pignonwiel voor de overbrenging (indien aanwezig) met de specifieke spuit (niet meegeleverd).
- Reinig de groef van de stang met de specifieke schraper (niet meegeleverd) (Afb. 24.A);
- Reinig de smeeropeningen (Afb. 24.B);
- Verwijder met een platte vijl de bramen aan de zijkanten, en maak eventuele hoogteverschillen tussen de geleiders gelijk.
7.10.1 Vervanging stang
De stang moet vervangen worden wanneer:
- de diepte van de groef is minder dan de hoogte van de aandrijfschakels (die nooit de onderkant mogen raken);
- de binnenwand van de geleider is zodanig versleten dat de ketting zijdelings kantelt.
8. STALLING
BELANGRIJK De veiligheidsnormen die tijdens de berging in acht genomen moeten worden, zijn beschreven in par. 2.4. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen.
8.1 STALLING VAN DE MACHINE
Wanneer de machine gestald moet worden:
- De accu uit zijn zitting halen en opladen (par. 7.2.2).
- Plaats de stangbescherming wanneer de zaaginrichting stil staat;
- Laat de motor eerst afkoelen vóór de machine in elke willekeurige ruimte op te bergen.
- Reinig de machine (par. 7.4).
- Controleer of er geen onderdelen los of beschadigd zijn. Vervang, indien nodig, de beschadigde onderdelen en klem eventueel schroeven en moeren die losgekomen zijn weer vast of neem contact op met het geautoriseerde dienstcentrum.
- Berg de machine op:
- in een droge ruimte
- beschermd tegen slechte weersomstandigheden
- buiten bereik van kinderen.
- na zich ervan verzekerd te hebben de sleutels of gereedschapen die voor het onderhoud gebruikt werden, verwijderd te hebben.
8.2 STALLING VAN DE ACCU
Als de accu gedurende lange tijd niet wordt opgeladen, moet deze altijd in de schaduw, op een koele plaats en in een vochtvrije omgeving met een omgevingstemperatuur tussen 0\~45°C worden bewaard.
OPMERKING In geval van langdurig niet- gebruik, moet men de accu om de twee maanden opladen, om de duur ervan te verlengen.
9. HANTERING EN TRANSPORT
Telkens wanneer de machine verplaatst, geheven, vervoerd of gekanteld moet worden, moet men:
- Leg de machine stil
- Wacht tot de ketting tot stilstand komt
- Verwijder de accu uit zijn zitting en laad ze op
- Breng de stangbescherming aan
- Wacht tot de motor voldoende is afgekoeld
- Draag stevige werkhandschoenen
- neem de machine alleen vast aan de handgrepen en houd de stang in de richting tegenover de loop- of rijrichting.
Wanneer men de machine met een wagen vervoert, moet men:
- de machine tijdens het vervoer goed met touwen of kettingen bevestigen;
- de machine zo plaatsen dat ze geen gevaar veroorzaakt.
10. ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN
Deze handleiding verstrekt alle gegevens die u nodig hebt om de machine te kunnen gebruiken en om er op de juiste manier eenvoudige onderhoudswerkzaamheden aan te kunnen verrichten, die de gebruiker zelf kan uitvoeren. Alle handelingen van de afstelling en het onderhoud die niet in deze handleiding worden beschreven, moeten worden uitgevoerd door uw dealer of een gespecialiseerd centrum. Handelingen die in niet geschikte structuren of door onbekwame personen uitgevoerd werden, doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aansprakelijkheid van de Fabrikant vervallen.
Niet originele wisselstukken en toebehoren zijn niet goedgekeurd; het gebruik van niet originele wisselstukken en toebehoren brengt de veiligheid van de machine in gevaar en ontheft de Fabrikant van alle verplichtingen en aansprakelijkheden.
11. GARANTIEDEKKING
De garantiedekking is enkel bestemd voor de consumenten, d.w.z. niet professionele bedieners.
De garantie dekt alle kwaliteits- en fabricagefouten die tijdens de garantieperiode door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum vastgesteld worden.
De toepassing van de garantie is beperkt tot de herstelling of vervanging van het defect geachte onderdeel.
Men raadt aan de machine eens per jaar aan een geautoriseerd dienstencentrum toe te vertrouwen voor het onderhoud, assistentie en controle van de veiligheidsinrichtingen.
De toepassing van de garantie is ondergeschikt aan een regelmatig onderhoud van de machine. De garantie geldt niet voor schade te wijten aan:
- Onvoldoende kennis van de vergezellende documentatie (Gebruiksaanwijzing).
• Professioneel gebruik. - Achteloosheid, nalatigheid.
- Externe oorzaak (bliksem, stoten, aanwezigheid van vreemde voorwerpen in de machine) of incident.
- Onjuist of niet door de fabrikant toegestaan gebruik en montage.
-
Gebrekkig onderhoud.
-
Wijziging van de machine.
- Gebruik van niet originele wisselstukken (aanpasbare stukken).
- Gebruik van toebehoren dat niet door de fabrikant verschaft of goedgekeurd werd.
Deze garantie geldt bovendien niet voor:
- De onderhoudshandelingen (beschreven in de gebruiksaanwijzing).
- De normale slijtage van verbruiksmateriaal zoals snij-inrichtingen, veiligheidsbouten.
- Normale slijtage.
- Esthetische slijtage van de machine wegens het gebruik.
De eventueel bijkomende onkosten voor activering van de garantie, zoals de reiskosten tot bij de gebruiker, het vervoer van de machine naar de Wederverkoper, de huur van uitrustingen voor de vervanging of de oproep van een externe maatschappij voor alle onderhoudswerkzaamheden.
De gebruiker is beschermd door de nationale wetten van zijn eigen land. De gebruiker van de koper die voorzien zijn in de nationale wetten van zijn eigen land, zijn op geen enkele wijze beperkt door deze garantie.
- IDENTIFICATIE PROBLEMEN
| PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING | ||
| 1. De machine start niet wanneer de versnellingshendel en de blokkeerknop van de versnelling worden geactiveerd. | Geen accu of accu niet correct geplaatst | Controleer dat de accu goed geplaatst is (Afb. 14.A) |
| Accu plat Controleer de ladingstaat en herlaad de accu (par. 7.2.2) | ||
| Machine beschadigd Gebruik | de machine in geen geval. Verwijder de accu en contacteer het assistentiecentrum. | |
| 2. De motor stopt tijdens het werk | Accu niet correct geplaatst. | Controleer dat de accu goed geplaatst is (Afb. 14.A). |
| Accu plat Controleer de ladingstaat en herlaad de accu (par. 7.2.2) | ||
| Machine beschadigd Gebruik | de machine in geen geval. Verwijder de accu en neem contact op met een Dienstcentrum. | |
| 3. De ketting draait niet wanneer de blokkeerknop van de versnelling en de versnellingshendel worden geactiveerd. | Excessieve spanning van de ketting | Herstel de correcte spanning van de ketting (par. 6.1.4). |
| Problemen met de stang en de ketting | Controleer dat de ketting vrij draait en dat de stang geen vervormde geleiders heeft (par. 7.10). | |
| Machine beschadigd. Gebruik | de machine in geen geval. Stop de machine onmiddellijk, verwijder de accu en neem contact op met een Dienstcentrum. | |
| 4. De ketting op het einde van de stang raakt oververhit en maakt rook. | Excessieve spanning van de ketting | Herstel de correcte spanning van de ketting (par. 6.1.4). |
| Smeeroliereservoir leeg. Vul | het smeeroliereservoir (par. 7.3). | |
| 5. De motor draait onregelmatig of heeft geen vermogen onder belasting | Problemen met de stang en de ketting | Controleer dat de ketting vrij draait en dat de stang geen vervormde geleiders heeft (par. 7.10). |
| 6. Men hoort overdreven geluiden en/of trillingen tijdens het werk | Losgekomen of beschadigde delen | Stop de machine, verwijder de accu en: - controleer de schade; - controleer of er delen losgekomen zijn en schroef ze weer vast; - Contacteer een assistentiecentrum om de beschadigde delen te vervangen of te herstellen met delen die dezelfde kenmerken hebben |
| 7. Kleine autonomie van de accu | Zware gebruiksconditie met grotere stroomabsorptie | Optimaliseer het gebruik (par. 7.2.1) |
| Accu niet voldoende voor de werkbehoeften | Gebruik een tweede accu of een sterkere accu (par. 7.2.1) | |
| Verslechtering van de capaciteit van de accu | Koop een nieuwe accu | |
| 8. De acculader laadt de accu niet op | Accu niet correct geplaatst in de acculader | Controleer of de accu correct geplaatst is (par. 7.2.2) |
| Niet geschikte omgevingscondities | Herlaad de accu in een omgeving met geschikte temperatuur (zie handleiding van de accu/acculader) | |
| Vuile contacten Reinig de contacten | ||
| Geen spanning aan de acculader | Controleer of de stekker in het stopcontact steekt en of er spanning aanwezig is in het stopcontact | |
| Defecte acculader Vervangen met een origineel wisselstuk | ||
| Indien het probleem aanhoudt, raadpleeg de handleiding van de accu / acculader | ||
Mochten de problemen aanhouden na de toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper.
13. OP AANVRAAG LEVERBARE ACCESSOIRES
13.1 ACCU'S
Er zijn accu's met verschillende vermogens beschikbaar, voor de specifieke werkvereisten (Afb. 25). De lijst van de voor deze machine gehomologeerde accu's bevindt zich in de tabel 'Technische Gegevens'.
13.2 BATTERIJLADER
Inrichting die gebruikt wordt voor het opladen van de accu (Afb. 26).
De "Tabel voor de correcte combinatie stang/ ketting" bevat alle mogelijke combinaties stang/ ketting, met aanduiding van de combinaties die op elke machine kunnen worden gebruikt, gemarkeerd met het symbool "√".
Dezelfde tabel bevat ook de kenmerkende gegevens van de voor elke machine goedgekeurde kettingen en staven.
Gebruik als reserveonderdelen alleen de stangen en de kettingen die in de tabel zijn aangeduid. Het gebruik van niet-goedgekeurde combinaties kan ernstige persoonlijke letsels veroorzaken en de machine beschadigen.
Aangezien de keuze, de toepassing en het gebruik van de stang en de ketting handelingen zijn die door de gebruiker worden uitgevoerd in zijn volledige autonomie van oordeel, neemt hij ook de daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheid voor schade van welke aard dan ook die voortvloeit uit deze handelingen. In geval van twijfels of onvoldoende kennis van de specificiteit van elke stang of ketting moet u uw dealer of een gespecialiseerd tuincentrum contacteren.
INNHOLDSFORTEGNELSE
Folositi ochelarii de protectie.

directiei de alunecare (Fig. 5.B).

NL • De inhoud en de afbeeldingen van deze gebruikshandleiding werden gerealiseerd voor rekening van ST. S.p.A. en zijn beschermd door het auteursrecht – Elke niet-geautoriseerde reproductie of wijziging, ook gedeeltelijke, van het document is verboden.
SimpelGids