SCL - Laserwaterpas STANLEY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SCL STANLEY in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - SCL STANLEY
Download de handleiding voor uw Laserwaterpas in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SCL - STANLEY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SCL van het merk STANLEY.
GEBRUIKSAANWIJZING SCL STANLEY
STRAAL KIJKEN KLASSE 2 LASERPRODUCT Maximaal vermogen ≤ 1 mW @ 630 - 670 nm Overzicht van product Afbeelding A - Lasermeter
1. 1/4 - 20 schroefdraadfi tting
2. Venster voor verticale laserstraal
3. Venster voor horizontale laserstraal
4. Slinger / Transportvergrendeling
5. Venster voor opwaartse laserstraal (alleen SCL-D)
6. 5/8 - 11 schroefdraadfi tting
Venster voor neerwaartse laserstraal (alleen SCL-D)
8. Kapje van batterijhouder
Afbeelding B - Toetsenbordconfi guraties Afbeelding C - Lasermeter batterijhouder
8. Kapje van batterijhouder
9. Batterijen - 3 x AA
Afbeelding D - Schroefdraadfi tting
1. 1/4 - 20 schroefdraadfi tting
6. 5/8 - 11 schroefdraadfi tting
Afbeelding E - Lasermeter op statief / Hulpstuk
10. Middelste schroefdraad
- Overzicht van product
- Toetsenbord, Standen en LED
- Batterijen en voeding
- Nauwkeurigheidscontrole en kalibratie
- Technische gegevens Veiligheid van de gebruiker WAARSCHUWING:
- Lees de Veiligheidsaanwijzingen en de Gebruiksaanwijzing aandachtig door voor u dit apparaat in gebruik neemt. De persoon die verantwoordelijk is voor het apparaat moet ervoor zorgen dat alle gebruikers bekend zijn met de veiligheidsaanwijzingen en deze opvolgen. OPGELET:
- Voorkom dat uw ogen worden blootgesteld aan de laserstraal (rode lichtbron) terwijl de lasermeter in gebruik is. Blootstelling aan een laserstraal voor langere tijd kan gevaarlijk zijn voor uw ogen. OPGELET:
- In sommige gevallen bevat de lasermeter kit een bril. Dit is GEEN gecertifi ceerde veiligheidsbril. Deze bril zijn ALLEEN bedoeld om de zichtbaarheid van de straal in omgevingen met sterk licht of op grotere afstand van de laserbron te verbeteren. Bewaar alle delen van deze handleiding zodat u ze later opnieuw kunt raadplegen. WAARSCHUWING:
- Voor het gemak en de veiligheid van de gebruiker zijn de onderstaande labels betreffende de laserklasse op het laserapparaat aangebracht. Zie de Producthandleiding voor bijzonderheden over een specifi ek productmodel. NL57 77-320 / 77-321 Afbeelding F - Slinger / Transportvergrendelingpositie Afbeelding G - Laserstanden Afbeelding H - Pulsmodus Afbeelding J - Handinstelling Afbeelding K - Nauwkeurigheid nivelleringsstraal Afbeelding L - Nauwkeurigheid horizontale straal Afbeelding M - Nauwkeurigheid verticale straal Afbeelding N - Opwaartse en neerwaartse nauwkeurigheid van laserstraal Toetsenbord, Standen en LED Toetsenborden(zie afbeelding
Voeding AAN / UIT / Modus toets Pulsmodus AAN / UIT toets Modus(zie afbeelding
- Horizontale lijn en verticale lijn (Kruis)
- Horizontale lijn en verticale lijn (Kruis)
- Opwaartse en neerwaartse dot straal
- Alle stralen UIT LEDs (zie afbeelding
- Batterij moet worden opgeladen LED-voedingsindicator - continu ROOD
- Pulsmodus is AAN (Kan met Detector gebruikt worden) Batterijen en voeding Batterij installeren / verwijderen (Zie fi guur
- Draai het laserapparaat om. Verwijder het kapje van de batterijhouder door het kapje aan te drukken en open te schuiven.
- Batterijen installeren / verwijderen Let op de polariteit bij het plaatsen van de batterijen.
- Sluit het kapje van de batterijhouder door het kapje terug te schuiven en te vergrendelen. WAARSCHUWING:
- Let op de (+) en (-) markeringen in de batterijhouder voor de juiste plaatsing van de batterijen. Batterijen moeten van hetzelfde type en vermogen zijn. Geen volle en halfl ege batterijen samen gebruiken.58 77-320 / 77-321 Opstelling Monteren van toebehoren Statief / Accessoire-fi tting (zie afbeelding
- Plaats een statief / accessoire op een vrije, veilige plaats in de ruimte die moet worden gemeten.
- Het statief / accessoire op gewenste wijze opstellen. De poten zodanig bijstellen dat de kop van het statief / accessoire bijna horizontaal is.
- Verwijder de potenfi tting van de laser om montage te vereenvoudigen.
- Monteer de lasermeter op het statief / accessoire door de middelste schroef naar boven te drukken en vast te draaien. OPGELET:
- De lasermeter niet onbeheerd op het statief achterlaten zonder de middelste schroef goed vast te draaien. Dit om te voorkomen dat de lasermeter zou vallen en wordt beschadigd. OPMERKING:
- Het wordt aanbevolen de lasermeter altijd met een hand vast te houden bij het aanbrengen of verwijderen van toebehoren.
- Bij het opstellen boven een doel, de schroef gedeeltlijk vastdraaien, de lasermeter richten en vervolgens de schroef geheel vastdraaien. Bediening OPMERKING:
- Zie LED beschrijvingen voor aanduidingen tijdens gebruik.
- De lasermeter voor gebruik altijd op nauwkeurigheid controleren.
- In de handinstelling is zelfnivellering uitgeschakeld De nauwkeurigheid van de straal is niet gegarandeerd horizontaal.
- De lasermeter geeft aan wanneer hij buiten compensatiebereik is. Zie LED beschrijvingen. Verstel het laserapparaat om deze zoveel mogelijk te nivelleren.
- Niet vergeten het apparaat na gebruik uit te schakelen en de slinger weer te vergrendelen. Inschakelen
- Druk op om de lasermeter AAN te zetten.
- Om de laser UIT te zetten, herhaaldelijk op drukken totdat de UIT modus is geselecteerd OF voor ≥ 3 op drukken om de laser vanuit iedere stand op UIT te zetten. Modus
- Druk herhaaldelijk op voor de verschillende beschikbare standen. Zelfnivellerende / Handmatige modus (Zie afbeeldingen
- De slingervergrendeling van de laser moet ontgrendeld worden om zelfnivelleren mogelijk te maken.
- De laser kan gebruikt worden met de slinger vergrendeld als dit nodig is om de laser op verschillende hoeken te positioneren om niet-genivelleerde lijnen of punten te projecteren. Pulsmodus(zie afbeelding
- Druk terwijl de laser op AAN staat op om de pulsmodus AAN/UIT te schakelen.
- De pulsmodus kan met de laser detector gebruikt worden. Toepassingen Oploodstraal / Puntoverdracht
- Gebruik de verticale laser om het verticale referentievlak te bepalen.
- De gewenste object(en) zodanig positioneren dat ze gelijkgericht zijn met het verticale referentievlak om te verzekeren dat de object(en) loodrecht staan. (Alleen SCL-D):
- Bepaal 2 referentiepunten die waterpas moeten zijn.
- Richt de neerwaartse laserstraal of het opwaartse laserstraal op een vastgesteld referentiepunt.
- De tegengestelde laserstralen worden geprojecteerd op een punt dat loodrecht is.
- Het gewenste object zodanig opstellen dat de laserstraal gelijkgericht is met het tweede referentiepunt dat loodrecht moet zijn met het vastgestelde referentiepunt.59 77-320 / 77-321 Horizontaal / Puntoverdracht
- Gebruik de horizontale laserstraal om het horizontale referentievlak te bepalen.
- Positioneer de gewenste object(en) zodanig dat ze gelijkgericht zijn met het horizontale referentievlak om te verzekeren dat de object(en) waterpas staan. Rechthoek
- Gebruik de verticale of horizontale laserstralen om het punt te bepalen waar de 2 stralen elkaar kruisen.
- De gewenste object(en) zodanig positioneren dat ze gelijkgericht zijn met de verticale en horizontale laserstraal om te verzekeren dat de object(en) haaks zijn. Pulsmodus(zie afbeelding
- Zet de laser in de pulsmodus voor gebruik met optionele laser detectors. Handmatige modus (zie afbeeldingen
- Schakelt de zelfnivellerende functie uit en maakt het mogelijk een vaste laserstraal in elke gewenste richting te projecteren. Nauwkeurigheidscontrole en kalibratie OPMERKING:
- De lasermeters zijn op de fabriek verzegeld en gekalibreerd op de gespecifi ceerde nauwkeurigheid.
- Het wordt echter aanbevolen de kalibratie te controleren voor u het toestel in gebruik neemt. Daarna de kalibratie periodiek herhalen.
- De lasermeter moet regelmatig gecontroleerd worden op nauwkeurigheid, vooral voor precisiemetingen.
- Transportvergrendeling moet ontgrendeld zijn om zelfnivellering mogelijk te maken en de nauwkeurigheid te controleren.60 77-320 / 77-321 Nauwkeurigheid horizontale straal (Zie fi guur
Plaats het laserapparaat zoals in de afbeelding is getoond met de laser AAN. Richt de verticale straal op de eerste hoek of een gemarkeerd referentiepunt. Meet de helft van de afstand D
Het laserapparaat roteren en de voorste verticale laserstraal gelijkrichten met punt P
waar de horizontale en verticale laserstralen kruisen.
Roteer de laser en richt de verticale straal op de tweede hoek of gemarkeerd referentiepunt. Markeer punt
zodat het in een verticale lijn is met punten P
Meet de verticale afstand D
tussen het hoogste en laagste punt.
- Bereken de maximale toelaatbare offset afstand en vergelijk met D2.
niet minder of gelijk is aan de berekende maximale offset afstand, dan moet het apparaat aan de Stanley-distributeur geretourneerd worden voor kalibratie. Maximale offset afstand: = 0,2
Vergelijk: (Zie afbeelding
≤ Maximum Voorbeeld:
- 0,65 mm ≤ 1,0 mm (TRUE, apparaat is binnen toleratie) Nauwkeurigheid nivelleringsstraal (Zie fi guur
Plaats het laserapparaat zoals in de afbeelding is getoond met de laser aan. Markeer punt P
Roteer het laserapparaat 180° en markeer punt P
Plaats het laserapparaat dichter bij de muur en markeer punt P
Roteer het laserapparaat 180° en markeer punt P
Meet de verticale afstand tussen P
voor het bepalen van D
en de verticale afstand tussen P
- Calculeer de maximale toelaatbare offset afstand en vergelijk dit met het verschil van D
zoals getoond in de vergelijking.
- Als het totaal niet minder of gelijk is aan de berekende maximale offset afstand, dan moet het apparaat aan de Stanley-distributeur geretourneerd worden voor kalibratie. Maximale offset afstand: = 0,2
ft)) Vergelijk: (Zie afbeelding
≤ ± Maximum Voorbeeld:
Meet de hoogte van een deurpost of referentiepunt om de afstand D
te bepalen. Plaats het laserapparaat zoals in de afbeelding is getoond met de laser AAN. Richt de verticale straal op de deurpost of referentiepunt. Markeer punten P
Beweeg de laser in tegenovergestelde richting van de deurpost of referentiepunt en richt dezelfde verticale straal gelijk met P
Meet de horizontale afstanden tussen P
en de verticale straal van de 2de locatie.
- Bereken de maximale toelaatbare offset afstand en vergelijk met D
niet minder of gelijk is aan de berekende maximale offset afstand, dan moet het apparaat aan de Stanley-distributeur geretourneerd worden voor kalibratie. Maximale offset afstand: = 0,4
Vergelijk: (Zie afbeelding
≤ Maximum Voorbeeld:
- 0,3 mm ≤ 0,8 mm (TRUE, apparaat is binnen toleratie) Opwaartse en neerwaartse nauwkeurigheid van laserstraal (Alleen SCL-D / zie afbeelding
Plaats het laserapparaat zoals in de afbeelding is getoond met de laser AAN. Meet afstanden D
Roteer het laserapparaat 180° terwijl dezelfde afstand wordt bewaard tussen D1 en D
. Richt neerwaartse laserstraal gelijk met punt P
- Bereken de maximale toelaatbare offset afstand en vergelijk met D
niet minder of gelijk is aan de berekende maximale offset afstand, dan moet het apparaat aan de Stanley-distributeur geretourneerd worden voor kalibratie. Maximale offset afstand: = (D
Vergelijk: (Zie afbeelding
≤ Maximum Voorbeeld:
- 1,5 mm ≤ 2,0 mm (TRUE, apparaat is binnen toleratie)62 77-320 / 77-321 Technische gegevens Lasermeter SCL SCL-D Nivelleringsnauwkeurigheid: ≤ 3 mm / 15 m Nauwkeurigheid horizontaal / verticaal ≤ 3 mm / 15 m Nauwkeurigheid opwaartse straal: ≤ 3 mm / 15 m Nauwkeurigheid neerwaartse straal: ≤ 6 mm / 15 m Compensatiebereik: Zelfnivellerend tot ± 4° Werkafstand: Lijn: ≥ 10 m ≥ 15 m met Laser detector: ≥ 25 m ≥ 50 m Dot: ≥ 30 m Laserklasse: Klasse 2 (EN60825-1) Lasergolfl engte 635 nm ± 5 nm Werktijd: ≥ 18 uur (Alkaline) ≥ 10 uur (Alkaline) Voeding: Batterijen (3 x AA) IP-waardering: IP54 Werktemperatuur: -10° C tot +50° C Opslagtemperatuur: -25° C tot +70° C63 77-320 / 77-321 Opmerkingen64 77-320 / 77-321 EN 60825-1 LASERSTRÅLING - KIG IKKE IND I STRÅLEN ELLER
Mål den vertikale afstand D
Notice-Facile