SCL - Laserwaterpas STANLEY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SCL STANLEY in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - SCL STANLEY
Gebruikersvragen over SCL STANLEY
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Laserwaterpas in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SCL - STANLEY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SCL van het merk STANLEY.
GEBRUIKSAANWIJZING SCL STANLEY
- Veiligheid
• Overzicht van product
• Toetsenbord, Standen en LED - Batterijen en voeding
- Opstelling
- Bediening
- Toepassingen
• Nauwkeurigheidscontrole en kalibratie
• Technische gegevens
Veiligheid van de gebruiker

WAARSCHUWING:
- Lees de Veiligheidsaanwijzingen en de Gebruiksaanwijzing aandachtig door voor u dit apparaat in gebruik neemt. De persoon die verantwoordelijk is voor het apparaat moet ervoor zorgen dat alle gebruikers bekend zijn met de veiligheidsaanwijzingen en deze opvolgen.

OPGELET:
- Voorkom dat uw ogen worden blootgesteld aan de laserstraal (rode lichtbron) terwijl de lasermeter in gebruik is. Blootstelling aan een laserstraal voor langere tijd kan gevaarlijk zijn voor uw ogen.

OPGELET:
- In sommige gevallen bevat de lasermeter kit een bril. Dit is GEEN gecertifi ceerde veiligheidsbril. Deze bril zijn ALLEEN bedoeld om de zichtbaarheid van de straal in omgevingen met sterk licht of op grotere afstand van de laserbron te verbeteren.
Bewaar alle delen van deze handleiding zodat u ze later opnieuw kunt raadplegen.

WAARSCHUWING:
- Voor het gemak en de veiligheid van de gebruiker zijn de onderstaande labels betreffende de laserklasse op het laserapparaat aangebracht. Zie de Producthandleiding voor bijzonderheden over een specifi ek productmodel.

EN 60825-1

text_image
LASERRADIATIE - NIET IN DE STRAAL KIJKEN OF DIRECT MET OPTISCHE INSTRUMENTEN NAAR DE STRAAL KIJKEN KLASSE 2 LASERPRODUCT Maximaal vermogen ≤ 1 mW @ 530 - 670 nmOverzicht van product
Afbeelding A - Lasermeter
- 1/4 - 20 schroefdraadfi tting
- Venster voor verticale laserstraal
- Venster voor horizontale laserstraal
- Slinger / Transportvergrendeling
- Venster voor opwaartse laserstraal (alleen SCL-D)
- 5/8 - 11 schroefdraadfi tting Venster voor neerwaartse laserstraal (alleen SCL-D)
- Toetsenbord
- Kapje van batterijhouder
Afbeelding B - Toetsenbordconfiguraties
Afbeelding C - Lasermeter batterijhouder
- Kapje van batterijhouder
- Batterijen - 3 x AA
Afbeelding D - Schroefdraadfi tting
- 1/4 - 20 schroefdraadfi tting
- 5/8 - 11 schroefdraadfi tting
Afbeelding E - Lasermeter op statief / Hulpstuk
- Middelste schroefdraad
- Middelste schroefknop
Afbeelding F - Slinger / Transportvergrendelingpositie
Afbeelding G - Laserstanden
Afbeelding H - Pulsmodus
Afbeelding J - Handinstelling
Afbeelding K - Nauwkeurigheid nivelleringsstraal
Afbeelding L - Nauwkeurigheid horizontale straal
Afbeelding M - Nauwkeurigheid verticale straal
Afbeelding N - Opwaartse en neerwaartse nauwkeurigheid van laserstraal
Toetsenbord, Standen en LED
Toetsenborden (zie afbeelding Ⓑ)

Voeding AAN / UIT / Modus toets

Pulsmodus AAN / UIT toets
Modus(zie afbeelding G)

Beschikbare modus (SCL)
- Horizontale lijn
- Verticale lijn
• Horizontale lijn en verticale lijn (Kruis) - Alle stralen UIT

Beschikbare modus (SCL-D)
- Horizontale lijn
- Verticale lijn
• Horizontale lijn en verticale lijn (Kruis) - Opwaartse en neerwaartse dot straal
- Alle lijnen en dots
- Alle stralen UIT
LEDs (zie afbeelding Ⓑ)

LED-voedingsindicator - continu GROEN
- Voeding is AAN
LED-voedingsindicator - Knippert ROOD
- Batterij zwak
LED-voedingsindicator - Continu ROOD
- Batterij moet worden opgeladen

LED-voedingsindicator - continu ROOD
- Buiten compensatiebereik

Puls LED - continu GROEN
- Pulsmodus is AAN
(Kan met Detector gebruikt worden)
Batterijen en voeding
Batterij installeren / verwijderen
(Zie fi guurc)
Lasermeter
- Draai het laserapparaat om. Verwijder het kapje van de batterijhouder door het kapje aan te drukken en open te schuiven.
- Batterijen installeren / verwijderen Let op de polariteit bij het plaatsen van de batterijen.
- Sluit het kapje van de batterijhouder door het kapje terug te schuiven en te vergrendelen.

WAARSCHUWING:
- Let op de (+) en (-) markeringen in de batterijhouder voor de juiste plaatsing van de batterijen. Batterijen moeten van hetzelfde type en vermogen zijn. Geen volle en halfl ege batterijen samen gebruiken.
Opstelling
Monteren van toebehoren
Statief / Accessoire-fi tting (zie afbeelding Ⓔ)
- Plaats een statief / accessoire op een vrije, veilige plaats in de ruimte die moet worden gemeten.
- Het statief / accessoire op gewenste wijze opstellen. De poten zodanig bijstellen dat de kop van het statief / accessoire bijna horizontaal is.
- Verwijder de potenfi tting van de laser om montage te vereenvoudigen.
- Monteer de lasermeter op het statief / accessoire door de middelste schroef naar boven te drukken en vast te draaien.

OPGELET:
- De lasermeter niet onbeheerd op het statief achterlaten zonder de middelste schroef goed vast te draaien. Dit om te voorkomen dat de lasermeter zou vallen en wordt beschadigd.
OPMERKING:
- Het wordt aanbevolen de lasermeter altijd met een hand vast te houden bij het aanbrengen of verwijderen van toebehoren.
- Bij het opstellen boven een doel, de schroef gedeeltlijk vastdraaien, de lasermeter richten en vervolgens de schroef geheel vastdraaien.
Bediening
OPMERKING:
- Zie LED beschrijvingen voor aanduidingen tijdens gebruik.
- De lasermeter voor gebruik altijd op nauwkeurigheid controleren.
- In de handinstelling is zelfnivellering uitgeschakeld De nauwkeurigheid van de straal is niet gegarandeerd horizontaal.
- De lasermeter geeft aan wanneer hij buiten compensatiebereik is. Zie LED beschrijvingen. Verstel het laserapparaat om deze zoveel mogelijk te nivelleren.
- Niet vergeten het apparaat na gebruik uit te schakelen en de slinger weer te vergrendelen.
Inschakelen
om de lasermeter AAN te zetten.
- Om de laser UIT te zetten, herhaaldelijk op drukken totdat de UIT modus is geselecteerd OF voor ≥ 3 op drukken om de laser vanuit iedere stand op UIT te zetten.


Modus
• Druk herhaaldelijk op beschikbare standen.

voor de verschillende
Zelfnivellerende / Handmatige modus (Zie afbeeldingen Ⓗ en Ⓛ)
- De slingervergrendeling van de laser moet ontgrendeld worden om zelfnivelleren mogelijk te maken.
- De laser kan gebruikt worden met de slinger vergrendeld als dit nodig is om de laser op verschillende hoeken te positioneren om niet-genivelleerde lijnen of punten te projecteren.
Pulsmodus(zie afbeelding Ⓗ)
- Druk terwijl de laser op AAN staat op om de pulsmodus AAN/UIT te schakelen.
- De pulsmodus kan met de laser detector gebruikt worden.

om de
Toepassingen
Oploodstraal / Puntoverdracht
- Gebruik de verticale laser om het verticale referentievlak te bepalen.
- De gewenste object(en) zodanig positioneren dat ze gelijkgericht zijn met het verticale referentievlak om te verzekeren dat de object(en) loodrecht staan.
(Alleen SCL-D):
- Bepaal 2 referentiepunten die waterpas moeten zijn.
- Richt de neerwaartse laserstraal of het opwaartse laserstraal op een vastgesteld referentiepunt.
- De tegengestelde laserstralen worden geprojecteerd op een punt dat loodrecht is.
- Het gewenste object zodanig opstellen dat de laserstraal gelijkgericht is met het tweede referentiepunt dat loodrecht moet zijn met het vastgestelde referentiepunt.
Horizontaal / Puntoverdracht
- Gebruik de horizontale laserstraal om het horizontale referentievlak te bepalen.
- Positioneer de gewenste object(en) zodanig dat ze gelijkgericht zijn met het horizontale referentievlak om te verzekeren dat de object(en) waterpas staan.
Rechthoek
- Gebruik de verticale of horizontale laserstralen om het punt te bepalen waar de 2 stralen elkaar kruisen.
- De gewenste object(en) zodanig positioneren dat ze gelijkgericht zijn met de verticale en horizontale laserstraal om te verzekeren dat de object(en) haaks zijn.
Pulsmodus(zie afbeelding Ⓗ)
- Zet de laser in de pulsmodus voor gebruik met optionele laser detectors.
Handmatige modus (zie afbeeldingen
F en J)
- Schakelt de zelfnivellerende functie uit en maakt het mogelijk een vaste laserstraal in elke gewenste richting te projecteren.
Nauwkeurigheidscontrole en kalibratie
OPMERKING:
- De lasermeters zijn op de fabriek verzegeld en gekalibreerd op de gespecifi ceerde nauwkeurigheid.
- Het wordt echter aanbevolen de kalibratie te controleren voor u het toestel in gebruik neemt. Daarna de kalibratie periodiek herhalen.
- De lasermeter moet regelmatig gecontroleerd worden op nauwkeurigheid, vooral voor precisiemetingen.
- Transportvergrendeling moet ontgrendeld zijn om zelfnivellering mogelijk te maken en de nauwkeurigheid te controleren.
Nauwkeurigheid nivelleringsstraal
(Zie fi guur K)
- _1 Plaats het laserapparaat zoals in de afbeelding is getoond met de laser aan. Markeer punt P, bij het kruis.
- Roteer het laserapparaat 180° en markeer punt P _2 bij het kruis.
- _3 Plaats het laserapparaat dichter bij de muur en markeer punt P_x
- Roteer het laserapparaat 180° en markeer punt P _4 bij het kruis.
- K_5 Meet de verticale afstand tussen P_1 en P_3 voor het bepalen van D_3 en de verticale afstand tussen P_2 en P_4 om D_4 te bepalen.
- Calculeer de maximale toelaatbare offset afstand en vergelijk dit met het verschil van D_3 en D_4 zoals getoond in de vergelijking.
- Als het totaal niet minder of gelijk is aan de berekende maximale offset afstand, dan moet het apparaat aan de Stanley-distributeur geretourneerd worden voor kalibratie.
Maximale offset afstand:
$$ \begin{array}{l} = 0. 2 \frac {m m}{m} \times (D _ {1} m - (2 \times D _ {2} m)) \ = 0, 0 0 2 4 \frac {i n}{f t} x \left(D _ {1} f t - (2 x D _ {2} f t)\right) \ \end{array} $$
Vergelijk: (Zie afbeelding ^K_5 )
$$ D _ {3} - D _ {4} \leq \pm \text { Maximum } $$
Voorbeeld:
- D_1 = 10m, D_2 = 0.5m
• D_3 = 0.4 mm - D_4 = -0.6 ~mm
- 0,2 mm /m x (10 m - (2 x 0,5 m) = 1,8 mm (maximum offset afstand)
- (0,4mm) - (-0,6mm) = 1,0mm
- 1,0 mm ≤ 1,8 mm (TRUE, apparaat is binnen toleratie)
Nauwkeurigheid horizontale straal
(Zie fi guur ^L )
- Plaats het laserapparaat zoals in de afbeelding is getoond met de laser AAN. Richt de verticale straal op de eerste hoek of een gemarkeerd referentiepunt. Meet de helft van de afstand D 1 en markeer punt P 1 .
- Het laserapparaat roteren en de voorste verticale laserstraal gelijkrichten met punt P 1 . Markeer punt P 2 waar de horizontale en verticale laserstralen kruisen.
- L_3 Roteer de laser en richt de verticale straal op de tweede hoek of gemarkeerd referentiepunt. Markeer punt P_3 zodat het in een verticale lijn is met punten P_1 en P_2 .
- _4 Meet de verticale afstand D _2 tussen het hoogste en laagste punt.
- Bereken de maximale toelaatbare offset afstand en vergelijk met D2.
- Als _2 Diet minder of gelijk is aan de berekende maximale offset afstand, dan moet het apparaat aan de Stanley-distributeur geretourneerd worden voor kalibratie.
Maximale offset afstand:
$$ \begin{array}{l} = 0, 2 \frac {m m}{m} \times D, m \ = 0, 0 0 2 4 \frac {i n}{f t} \times D _ {1} f t \ \end{array} $$
Maximum
Vergelijk: (Zie afbeelding ♂)
Nauwkeurigheid verticale straal
(Zie fi guur ^M )
- Meet de hoogte van een deurpost of referentiepunt om de afstand D 1 te bepalen. Plaats het laserapparaat zoals in de afbeelding is getoond met de laser AAN. Richt de verticale straal op de deurpost of referentiepunt. Markeer punten P 1 , P 2 , en P 3 zoals getoond.
- ^M2 Beweeg de laser in tegenovergestelde richting van de deurpost of referentiepunt en richt dezelfde verticale straal gelijk met P2 en P_x
- M_3 Meet de horizontale afstanden tussen P_1 en de verticale straal van de 2de locatie.
- Bereken de maximale toelaatbare offset afstand en vergelijk met D_y ,
- Als _2 Dniet minder of gelijk is aan de berekende maximale offset afstand, dan moet het apparaat aan de Stanley-distributeur geretourneerd worden voor kalibratie.
Maximale offset afstand:
$$ \begin{array}{l} = 0, 4 \frac {m m}{m} \times D _ {1} m \ = 0, 0 0 4 8 \frac {i n}{f t} \times D _ {1} f t \ \end{array} $$
Maximum
Vergelijk: (Zie afbeelding ^M_3 )
Opwaartse en neerwaartse nauwkeurigheid van laserstraal
(Alleen SCL-D / zie afbeelding Ⓝ)
- N_1 Plaats het laserapparaat zoals in de afbeelding is getoond met de laser AAN. Meet afstanden D_1 en D_2 . Markeer punten P_1 en P_2 .
- ^N_2 Roteer het laserapparaat 180° terwijl dezelfde afstand wordt bewaard tussen D1 en D₂. Richt neerwaartse laserstraal gelijk met punt P₂. Markeer punt P₃.
- N_3 Meet afstand D_3 tussen punten P_3 en P_1 .
- Bereken de maximale toelaatbare offset afstand en vergelijk met D_3 .
- Als _3 Diet minder of gelijk is aan de berekende maximale offset afstand, dan moet het apparaat aan de Stanley-distributeur geretourneerd worden voor kalibratie.
Maximale offset afstand:
$$ \begin{array}{l} = \left(D _ {1} m \times 0. 4 \frac {m m}{m}\right) + \left(D _ {2} m \times 0. 8 \frac {m m}{m}\right) \ M a x i m u m \ = \left(D _ {1} f t \times 0, 0 0 4 8 \frac {i n}{f t}\right) + \left(D _ {2} f t \times 0, 0 0 9 6 \frac {i n}{f t}\right) \ \end{array} $$
Vergelijk: (Zie afbeelding ^N_3 )
$$ D _ {3} \leq M a x i m u m $$
Voorbeeld:
- D_1 = 3m, D_2 = 1m, D_3 = 1,5m
- (3m × 0,4 ) + (1m × 0,8 ) = 2,0mm (maximum offset afstand)
- 1,5 mm ≤ 2,0 mm (TRUE, apparaat is binnen toleratie)
Technische gegevens
Lasermeter
| SCL SCL-D | ||
| Nivelleringsnauwkeurigheid: ≤ 3 mm / 15 m | ||
| Nauwkeurigheid horizontaal / verticaal ≤ 3 mm / 15 m | ||
| Nauwkeurigheid opwaartse straal: ≤ 3 m | ||
| Nauwkeurigheid neerwaartse straal: ≤ 6 m | ||
| Compensatiebereik: Zelfnivellerend tot ±4° | ||
| Werkafstand: | ||
| Lijn: ≥ 10 m ≥ 15 m | ||
| met Laser detector: ≥ 25 m ≥ 50 m | ||
| Dot: ≥ 30 m | ||
| Laserklasse: Klasse 2 (EN60825-1) | ||
| Lasergolfl engte 635 nm ± 5 nm | ||
| Werktijd: ≥ 18 uur (Alkaline) ≥ 10 uur (Alkaline) | ||
| Voeding: | Batterijen (3 x AA) | |
| IP-waardering: | IP54 | |
| Werktemperatuur: | -10°C tot +50°C | |
| Opslagtemperatuur: | -25°C tot +70°C | |
Opmerkingen
Indhold
Maksimal offset-afstand:
| Maksimum | = 0,2 mm/m x (D1m - (2 x D2m)) |
| = 0,0024 tommer /fod x (D1fod - (2 x D2fod)) |
Sammenlign: (Se fi gur _5 )
| D_3 | - | D_4 | ≤ ± Maksimalt |
Eksempel:
- D_1 = 10m, D_2 = 0.5m
• D_3 = 0,4 mm
• D_4 = -0.6 mm - 0,2 x (10 m - (2 × 0,5 m) = 1,8 mm (maksimal offset - afstand)
• (0,4 mm) - (-0,6 mm) = 1,0 mm
Maksimal offset-afstand:
| Maksimum | = 0,2 mm/m × D, m |
| = 0,0024 tommer/fod × D, fod |
Sammenlign: (Se fi gur ^L_4 )
| D_2 | ≤ | Maksimum |
Eksempel:
Maksimal offset-afstand:
$$ \begin{array}{l} = 0, 4 \frac {m m}{m} \times D _ {1} m \ = 0, 0 0 4 8 \frac {\text {tommer}}{\text {fod}} \times D _ {1} \text {fod} \ \end{array} $$
Maksimum
Sammenlign: (Se fi gur ^M_3 )
D_2≤ Maksimum
Eksempel:
Maksimal offset-afstand:
$$ \begin{array}{l} = \left(D _ {1} m \times 0. 4 \frac {m m}{m}\right) + \left(D _ {2} m \times 0. 8 \frac {m m}{m}\right) \ \begin{array}{l} = (D _ {1} f o d \times 0, 0 0 4 8 ^ {\frac {t o m m e r}{f o d}}) + (D _ {2} f o d \times \ 0, 0 0 9 6 ^ {\frac {t o m m e r}{f o d}}) \end{array} \ \end{array} $$
Sammenlign: (Se fi gur ^N_3 )
D_3 ≤ Maksimum
Eksempel:
• D_1 = 3 m, D_2 = 1 m, D_3 = 1,5 m
- (3 m x 0,4 mm/m) + (1 m x 0,8 mm/m) = 2,0 mm (maksimale offset-afstand)
- 1,5 mm ≤ 2,0 mm (SANDT, værktøjet er inden for kalibreringen)
Specifi kationer
Laserværktøj
- Itsevaaitus on POIS