GSR 18 VEC TE Professional - Schroevendraaier BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GSR 18 VEC TE Professional BOSCH in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Schroevendraaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GSR 18 VEC TE Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GSR 18 VEC TE Professional van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING GSR 18 VEC TE Professional BOSCH
nl Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
Nederlands Pagina 55
Veiligheidsaanwijzingen
Alle aanwijzingen moeten gelezen en in acht
genomen worden. Wanneer het meetge-
reedschap niet volgens de beschikbare aan-
wijzingen gebruikt wordt, kunnen de geïnte-
greerde veiligheidsvoorzieningen in het meetgereed-
schap belemmerd worden. BEWAAR DEZE AANWIJZIN-
GEN ZORGVULDIG. u Laat het meetgereedschap alleen repareren door ge- kwalificeerd geschoold personeel en alleen met origi-
nele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaar-
borgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand
blijft. u Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving waar ontploffingsgevaar heerst en zich brandbare
vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof be-
vinden. In het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan
die het stof of de dampen tot ontsteking brengen. u Het meetgereedschap kan om technologische rede- nen geen honderd procent veiligheid garanderen. Om
risico's uit te sluiten, dient u zich daarom altijd door
andere informatiebronnen als bouwtekeningen, foto's
uit de bouwfase enz. in te dekken, voordat u gaat bo-
ren, zagen of frezen in muren, plafonds of vloeren. In-
vloeden van buitenaf, zoals luchtvochtigheid of nabijheid
tot andere elektrische apparaten, kunnen de nauwkeurig-
heid van het meetgereedschap belemmeren. Hoedanig-
heid en toestand van de muren (bijv. natheid, metaalhou-
dende bouwmaterialen, geleidend behang, isolatiemateri-
alen, tegels) evenals aantal, soort, grootte en positie van
de objecten kunnen de meetresultaten vervalsen.
Beschrijving van product en werking
Neem goed nota van de afbeeldingen in het voorste deel van
de gebruiksaanwijzing.
Het meetgereedschap is bestemd voor het zoeken naar ob-
jecten in muren, plafonds en vloeren. Afhankelijk van het
materiaal en de toestand van de ondergrond kunnen metalen
objecten, houten balken, kunststof buizen, leidingen en ka-
bels worden herkend. Van de gevonden objecten wordt de
objectdiepte aan de bovenkant van het object bepaald.
Het meetgereedschap voldoet aan de grenswaarden volgens
EN302435. Op deze basis moet bijvoorbeeld in ziekenhui-
zen, kerncentrales en in de buurt van luchthavens en gsm-
masten worden vastgesteld of het meetgereedschap mag
Het meetgereedschap is geschikt voor gebruik binnenshuis
Afgebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van
het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.
Markeringshulp boven
Vergrendeling van het batterijvakdeksel
Toets Geluidssignaal
Aanduidingselementen
Aanduiding geluidssignaal
Aanduiding voor sensorgedeelte
Reeds onderzocht gedeelte
Meetschaalverdeling voor de objectdiepte
Nog niet onderzocht gedeelte
(g) Buitenkanten, te markeren op de markeringshulp(3)
Aanduiding gebruiksmodus
Zwart: gevonden object in het sensorgedeelte
Grijs: gevonden object buiten het sensorgedeelte
(k) Middellijn, komt overeen met markeringshulp(1)
Bosch Power Tools 1 609 92A 4G1 | (28.08.2018)56 | Nederlands 1 609 92A 4G1 | (28.08.2018) Bosch Power Tools (l)
Aanduiding van de objectdiepte
Aanduiding materiaal object
Aanduiding van spanningvoerende leidingen
Nauwkeurigheid van de weergegeven objectdiepteb
Minimumafstand tussen twee na-
Gebruikstemperatuur –10°C...+50°C Opslagtemperatuur –20°C...+70°C Radarsensor
– Gebruiksfrequentiebereik 2200–5500MHz
– Zendvermogen max. 0,01mW Inductieve sensor
Max. gebruikshoogte boven refe-
Relatieve luchtvochtigheid max. 90 %
Vervuilingsgraad volgens
Afmetingen (lengte × breedte ×
B) Afhankelijk van de grootte en de aard van het object en van het
materiaal en de toestand van de ondergrond
C) Er ontstaat slechts een niet geleidende vervuiling, waarbij ech-
ter soms een tijdelijke geleidbaarheid wort verwacht door be-
Het serienummer (8) op het typeplaatje dient voor een duidelijke
identificatie van uw meetgereedschap. u Het meetresultaat kan m.b.t. de nauwkeurigheid en de detectiediepte bij een ongunstige hoedanigheid van
de ondergrond slechter uitvallen.
Voor de ontvangertest die de invloed van een stoorsignaal op
het meetgereedschap test, worden het criterium en het ni-
veau van de prestaties gebruikt die in ETSITS103361
(V1.1.1) hoofdstuk 9.4.1 met een objectdiepte van
d=60mm gedefinieerd zijn.
Voor de immuniteitstest wordt het volgende criterium voor
de prestaties gebruikt:
onder bepaalde omstandigheden (bijv. elektrostatische ont-
lading of invloed van elektromagnetische velden) kunnen de
meetresultaten beïnvloed worden, actuele meetresultaten
kunnen verloren gaan en het kan nodig zijn het meetgereed-
schap door verwijderen en opnieuw plaatsen van de batterij-
Batterijen plaatsen/verwisselen
Voor het gebruik van het meetgereedschap worden alkali-
mangaanbatterijen of accu’s geadviseerd.
Voor het openen van het batterijvakdeksel (4) duwt u de ver-
grendeling (5) in de richting van de pijl en haalt u het batter-
ijvakdeksel eraf. Plaats de batterijen of accu's. Let daarbij op
de juiste poolaansluitingen overeenkomstig de afbeelding in
De batterij-aanduiding(b) in de bovenste statusregel op het
display(16) geeft de laadtoestand van de batterijen of ac-
Aanwijzing: Let op het wisselende batterijsymbool om de
batterijen of accu's tijdig te verwisselen.
Als op het display(16) de
waarschuwing <Batterij ver-
vangen> verschijnt, dan wor-
den de instellingen opgesla-
gen en het meetgereedschap
schakelt automatisch uit. Me-tingen zijn niet meer mogelijk. Verwissel de batterijen of ac-
Voor het wegnemen van de batterijen of accu duwt u op het
achterste uiteinde van een batterij/accu, zoals te zien op de
afbeelding van het batterijvakdeksel (1.). Het voorste uitein-
de van de batterij/accu komt los uit het batterijvak (2.), zo-
dat de batterij of accu gemakkelijk weggenomen kan wor-
Verwissel altijd alle batterijen of accu’s tegelijkertijd. Ge-
bruik alleen batterijen of accu’s van één fabrikant en met de-
u Haal de batterijen of accu's uit het meetgereedschap,
wanneer u dit langere tijd niet gebruikt. Als de batterij-
en of accu’s lang worden bewaard, kunnen deze gaan cor-
roderen zichzelf ontladen.
u Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel
u Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme tem-
peraturen of temperatuurschommelingen. Laat het bij
grotere temperatuurschommelingen eerst op de juiste
temperatuur komen, voordat u het inschakelt. Bij ex-
treme temperaturen of temperatuurschommelingen kan
de nauwkeurigheid van het meetgereedschap en de aan-
duiding op het display nadelig worden beïnvloed.
u Breng in het sensorgedeelte(9) op de achterkant van
het meetgereedschap geen stickers of plaatjes aan.
Vooral plaatjes van metaal beïnvloeden de meetresulta-
u Het gebruik of de activiteit van zendinstallaties zoals
WiFi, UMTS, vluchtradar, zendmasten of microgolven
in de nabije omgeving kan de meetfunctie beïnvloe-
u De meetresultaten kunnen vanwege het werkingsprin-
cipe door bepaalde omgevingsomstandigheden be-
lemmerd worden. Daartoe behoren bijv. de nabijheid
van apparaten die sterke elektrische, magnetische of
elektromagnetische velden opwekken, natheid, me-
taalhoudende bouwmaterialen, met aluminium gecoa-
te isolatiematerialen evenals geleidend behang of ge-
leidende tegels. Neem daarom vóór het boren, zagen of
frezen in muren, plafonds of vloeren ook goed nota van
andere informatiebronnen (bijv. bouwtekeningen).
Werking (zie afbeeldingB)
Met het meetgereedschap
wordt de ondergrond van het
sensorgedeelte(9) in mee-
trichtingA tot aan de aange-
geven meetdiepte gecontro-
leerd. De meting is alleen mo-
gelijk tijdens de beweging
van het meetgereedschap in
verplaatsingsrichtingB en bij
een minimum meettraject van
10cm. Beweeg het meetge-
reedschap altijd in een
rechte lijn met lichte druk
over de muur, zodat de wie-
len een goed contact met
de muur hebben. Herkend worden objecten die zich on-
derscheiden van het materiaal van de muur. Op het dis-
play verschijnt de objectdiepte en, indien mogelijk, het
Optimale resultaten worden verkregen, wanneer het meet-
traject ten minste 40cm bedraagt en het meetgereedschap
langzaam over de gehele te onderzoeken plek bewogen
wordt. Vanwege de werking van het meetgereedschap wor-
den alleen dwars op de bewegingsrichting van het meetge-
reedschap lopende bovenkanten van objecten gevonden.
Werk het te onderzoeken gedeelte daarom altijd kruisge-
Als zich meerdere objecten boven elkaar in de muur bevin-
den, wordt in het display het object aangegeven dat het
dichtst bij het oppervlak ligt.
De weergave van de eigenschappen van de gevonden objec-
ten op het display(16) kan afwijken van de daadwerkelijke
objecteigenschappen. Vooral zeer dunne objecten worden in
het display dikker weergegeven. Grotere, cilindrische objec-
ten (bijv. waterleidingen of kunststof buizen) kunnen op het
display smaller lijken dan ze daadwerkelijk zijn.
Objecten die gevonden kunnen worden
– Kunststof buizen (bijv. watervoerende kunststof buizen
zoals vloer- en muurverwarming enz. met een diameter
van minstens 10mm, loze buizen met een diameter van
– Elektriciteitsleidingen (ongeacht of deze spanningvoe-
– Driefasige draaistroomleidingen (bijv. naar het fornuis)
– Laagspanningsleidingen (bijv. deurbel, telefoon)
– Allerlei soorten metalen buizen, stangen, draagbalken
(bijv. staal, koper, aluminium)
– In lichtbouwwanden
Bosch Power Tools 1 609 92A 4G1 | (28.08.2018)58 | Nederlands 1 609 92A 4G1 | (28.08.2018) Bosch Power Tools – Onder bijvoorbeeld pleisterwerk, tegels, behang, parket
– Achter hout of gipskarton
Speciale meetsituaties
Ongunstige omstandigheden kunnen het meetresultaat van-
wege het werkingsprincipe belemmeren:
– Gelaagde wandopbouw
– Loze kunststof buizen en houten balken in holle ruimten
– Holle ruimten in een muur; deze kunnen als objecten
– In de buurt van apparaten die sterke magnetische of elek-
tromagnetische velden opwekken, bijv. gsm-masten of
In-/uitschakelen u Zorg er vóór het inschakelen van het meetgereed- schap voor dat het sensorgedeelte(9) niet vochtig is.
Wrijf het meetgereedschap eventueel droog met een
doek. u Als het meetgereedschap blootgesteld is geweest aan een sterke temperatuurwisseling, laat u het vóór het
inschakelen op de juiste temperatuur komen.
– Voor het inschakelen van het meetgereedschap drukt u
op de aan/uit-toets(15) of op de starttoets(11).
– De LED(17) brandt groen en het startscherm verschijnt
4 seconden lang op het display(16).
– Wanneer u met het meetgereedschap geen meting uit-
voert en niet op een toets drukt, dan wordt het na 5minu-
ten automatisch weer uitgeschakeld. In het menu Instel-
lingen kunt u deze <Uitschakeltijd> veranderen (zie
„<Uitschakeltijd>“, Pagina60).
– Voor het uitschakelen van het meetgereedschap drukt u
op de aan/uit-toets(15).
– Bij het uitschakelen van het meetgereedschap blijven alle
gekozen instellingen in de menu’s bewaard.
Geluidssignaal in- en uitschakelen
Met de toets Geluidssignaal(13) kunt u het geluidssignaal
in- of uitschakelen. In het menu Instellingen kunt u in het
submenu <Geluidssignal> het soort signalen kiezen (zie
„<Geluidssignal>“, Pagina61).
Schakel het meetgereedschap in. Op het display(16) ver-
schijnt het standaard aanduidingsscherm.
Beton universeel Terug VooruitSensor 0 cm 0 cm
Zet het meetgereedschap op de muur en beweeg het in ver-
plaatsingsrichting (zie „Werking (zie afbeeldingB)“, Pagi-
na57) over de muur. De meetresultaten worden na een mi-
nimum meettraject van 10cm op het display(16) weergege-
ven. Beweeg het meetgereedschap volledig en langzaam
over het vermoede object in de muur om correcte meetresul-
Wanneer u het meetgereedschap tijdens de meting van de
muur optilt of langer dan 2 minuten niet bedient (beweging,
drukken op een toets), dan blijft het laatste meetresultaat in
het display staan. In de aanduiding van het sensorgedeel-
te(c) verschijnt de melding <Houden>. Wanneer u het
meetgereedschap weer op de muur zet, het verder beweegt
of op de starttoets(11) drukt, start de meting opnieuw.
Brandt de LED(17) rood, dan bevindt zich een object in het
sensorgedeelte. Brandt de LED(17) groen, dan bevindt zich
geen object in het sensorgedeelte. Knippert de LED(17)
rood, dan bevindt zich een spanningvoerend object in het
sensorgedeelte. u Voordat u in de muur boort, zaagt of freest, moet u zich nog via andere informatiebronnen tegen risico's
indekken. Omdat de meetresultaten door omgevingsin-
vloeden of de hoedanigheid van de muur beïnvloed kun-
nen worden, kan er gevaar bestaan, hoewel de aandui-
ding geen object in het sensorgedeelte aangeeft
(LED(17) brandt groen).
Aanduidingselementen (zie afbeeldingA)
Als zich een object onder de sensor bevindt, dan verschijnt
het in het sensorgedeelte(c) van de aanduiding. Afhankelijk
van de grootte en diepte van het object is een materiaalher-
kenning mogelijk. De objectdiepte(l) tot aan de bovenkant
van het gevonden object wordt in de statusregel weergege-
Aanwijzing: Zowel de aanduiding van de objectdiepte(l) als
die van de materiaaleigenschap(m) hebben betrekking op
het zwart weergegeven object in de sensor.
De aanduiding materiaal object(m) kan de volgende eigen-
magnetisch, bij. wapeningsijzer
niet magnetisch, maar van metaal, bijv. koperen
niet van metaal, bijv. hout of kunststof
materiaaleigenschap onbekendDe aanduiding van spanningvoerende leidingen(n) kan de
volgende eigenschappen weergeven:
Aanwijzing: Bij spanningvoerende objecten wordt
geen verdere eigenschap weergegeven.
niet duidelijk, spanningvoerend of niet
Aanwijzing: Driefasige draaistroomleidingen worden even-
tueel niet als spanningvoerende leidingen herkend.
De bepaling van de eigenschap „spanningvoerend“ kan bij
een hoge relatieve luchtvochtigheid (>50%) sterk belem-
Lokaliseren van objecten
Eenmaal bewegen over het meettraject is voldoende om ob-
jecten te lokaliseren.
Wanneer u geen object heeft gevonden, herhaalt u de bewe-
ging dwars t.o.v. de oorspronkelijke meetrichting (zie „Wer-
king (zie afbeeldingB)“, Pagina57).
Wanneer u een gevonden object nauwkeurig wilt lokaliseren
en markeren, beweegt u het meetgereedschap over het
Verschijnt zoals in het voorbeeld een object in het midden
onder de middellijn(k) op het display(16), dan kunt u bij de
bovenste markeringshulp(1) een grove markering aanbren-
gen. Deze markering is echter alleen exact, wanneer het een
precies verticaal lopend object betreft, aangezien het
sensorgedeelte zich iets onder de bovenste markeringshulp
Als u het object nauwkeurig wilt aantekenen op de muur, be-
weegt u het meetgereedschap naar links of naar rechts tot
het gevonden object onder een buitenkant ligt. Als op het
display(16) het gevonden object bijvoorbeeld in het midden
onder de rechter stippellijn(g) verschijnt, dan kunt u het bij
de rechter markeringshulp(3) exact aantekenen.
Het verloop van een gevonden object in de muur kunt u vast-
stellen door meerdere meettrajecten verplaatst achtereen-
volgens af te werken (zie afbeelding I) (zie „Voorbeelden
voor meetresultaten“, Pagina61). Markeer en verbind de
desbetreffende meetpunten.
Door op de starttoets(11) te drukken kunt u de aanduiding
van de gevonden objecten op elk moment wissen en een
nieuwe meting starten.
Van gebruiksmodus wisselen
U kunt met de keuzetoetsen(10) en(12) wisselen tussen de
verschillende gebruiksmodi.
– Druk kort op de keuzetoets(10) om de volgende ge-
bruiksmodus te kiezen.
– Druk kort op de keuzetoets(12) om de vorige gebruiks-
Door de gebruiksmodi te kiezen kunt u het meetgereedschap
aan verschillende muurmaterialen aanpassen. De betreffen-
de instelling is op elk moment in het aanduidingsgedeelte(h)
van het display te zien.
<Beton universeel> (vooringesteld)
De modus <Beton universeel> is geschikt voor de meeste
toepassingen in metselwerk of beton. Kunststof objecten,
metalen objecten en elektriciteitsleidingen worden weerge-
geven. Holle ruimten in metselsteen of loze kunststof buizen
met een diameter van minder dan 2 cm worden eventueel
niet weergegeven. De maximale meetdiepte bedraagt 8cm.
De modus <Vochtig beton> is speciaal geschikt voor toe-
passingen in vochtig beton. Wapeningsijzer, kunststof bui-
zen, metalen buizen en elektriciteitsleidingen worden weer-
gegeven. Een verschil tussen spanningvoerende en niet-
spanningvoerende leidingen is niet mogelijk. De maximale
meetdiepte bedraagt 6cm.
Denk eraan dat beton een aantal maanden moet drogen,
voordat het volledig droog is.
De modus <Beton speciaal> is speciaal geschikt voor het
zoeken van diep liggende objecten in gewapend beton. Wa-
peningsijzer, kunststof buizen, metalen buizen en elektrici-
teitsleidingen worden weergegeven. De maximale meetdiep-
Als er te veel objecten worden weergegeven, kan het zijn dat
u het meetgereedschap vlak langs wapeningsijzer beweegt.
Verplaats in dit geval het meetgereedschap enkele centime-
ters en probeer het opnieuw.
De modus <Vloerverwarming> is speciaal geschikt voor het
herkennen van metalen, samengestelde metalen en met wa-
ter gevulde kunststof buizen evenals elektriciteitsleidingen.
Loze kunststof buizen worden niet weergegeven. De maxi-
male meetdiepte bedraagt 8cm.
De modus <Droogbouw> is geschikt voor het vinden van
houten balken, metalen steunbalken en elektriciteitsleidin-
gen in droogbouwmuren (hout, gipskarton enz.). Gevulde
kunststof buizen en houten balken worden identiek weerge-
Bosch Power Tools 1 609 92A 4G1 | (28.08.2018)60 | Nederlands1 609 92A 4G1 | (28.08.2018) Bosch Power Toolsgeven. Loze kunststof buizen worden niet herkend. De maxi-male meetdiepte bedraagt 8cm.<Metaal>De modus <Metaal> is geschikt voor het lokaliseren van me-talen objecten en spanningvoerende leidingen, wanneer an-dere gebruiksmodi in verschillende muurscenario's geen be-vredigende resultaten opleveren. In deze gevallen zijn deherkenningsresultaten bij deze modus veelvuldiger, maarminder nauwkeurig.De mate waarin deze gevonden worden, kan bij een hoge re-latieve luchtvochtigheid (>50%) sterk verminderd zijn.<Signaalweergave>De modus <Signaalweergave> is geschikt voor het gebruikop alle materialen. Weergegeven wordt de signaalsterkte opde betreffende meetpositie. In deze modus kunnen dichtnaast elkaar liggende objecten nauwkeurig gelokaliseerd eneen gecompliceerde materiaalopbouw aan de hand van hetsignaalverloop beter ingeschat worden.
Het hoekpunt van de curve wordt in de kleine meetlat bovende aanduiding van de modus(h) in U-vorm weergegeven. Erworden een objectdiepte en voor zover mogelijk de materi-aaleigenschappen weergegeven. De maximale meetdieptebedraagt 15cm.u Op basis van de signaalsterkte zijn geen conclusiesover de objectdiepte mogelijk. Van aanduidingsmodus wisselen Aanwijzing: Wisselen van de aanduidingsmodi is mogelijk inalle gebruiksmodi.Druk lang op de keuzetoets(10) of(12) om van het stan-daard aanduidingsscherm naar de meetlatmodus te schake- len.
De meetlatmodus toont in het voorbeeld dezelfde situatie alsin afbeeldingD: drie ijzerstaven op een gelijkmatige afstand.In de meetlatmodus kan de afstand tussen het gevondenmidden van objecten worden bepaald.Onder de aanduiding voor de objectdiepte(l) wordt het van-af het startpunt afgelegde meettraject aangegeven, in hetvoorbeeld 20,1cm.In de kleine meetlat boven de aanduiding van de modus(h)worden de drie gevonden objecten als rechthoeken weerge-geven.Aanwijzing: Zowel de aanduiding van de objectdiepte(l) alsdie van de materiaaleigenschap(m) hebben betrekking ophet zwart weergegeven object in de sensor.Om terug te komen in het standaard aanduidingsscherm,drukt u kort op de keuzetoets(10) of(12).Aanwijzing: Alleen de aanduiding wordt omgeschakeld, nietde meetmodus! Menu Instellingen Om in het menu Instellingen te komen, drukt u op de setup-toets(14).Om het menu te verlaten, drukt u op de starttoets(11). Deop dit moment gekozen instellingen worden overgenomen.Het standaard aanduidingsscherm voor de meetprocedurewordt geactiveerd.Navigeren in het menuDruk op de setup-toets(14) om naar beneden te scrollen.Druk op de keuzetoetsen(10) en(12) om de waarden tekiezen:– Met de keuzetoets(10) kiest u de rechter of volgendewaarde.– Met de keuzetoets(12) kiest u de linker of vorige waarde.<Taal>In het menu <Taal> kunt u de taal van de menunavigatie wij-zigen. Vooringesteld is <English>.<Uitschakeltijd>In het menu <Uitschakeltijd> kunt u de bepaalde tijdsinter-vallen instellen waarna het meetgereedschap automatischmoet uitschakelen, wanneer geen meetprocedures of instel-lingen uitgevoerd worden. Vooringesteld zijn <5min>.<Lichtduur>
In het menu <Lichtduur> kunt u een tijdsinterval instellen
waarin het display(16) verlicht moet worden. Vooringesteld
In het menu <Helderheid> kunt u de mate van helderheid
In het menu <Geluidssignal> kunt u instellen, wanneer het
meetgereedschap een geluidssignaal moet geven, tenzij u
het signaal met de toets Geluidssignaal(13) heeft uitgescha-
– Vooringesteld is <Muurvoorwerpen>: een geluidssignaal
is te horen telkens wanneer op een toets wordt gedrukt
en steeds, wanneer zich onder het sensorgedeelte een
object in de muur bevindt. Bovendien wordt bij spanning-
voerende leidingen een waarschuwingssignaal met een
korte tonenreeks afgegeven.
– Bij de instelling <Stroomleiding> is een geluidssignaal te
horen telkens wanneer op een toets gedrukt wordt en het
waarschuwingssignaal voor spanningvoerende leidingen
(korte tonenreeks), wanneer het meetgereedschap een
elektriciteitsleiding aangeeft.
– Bij de instelling <Toetsklik> is alleen een geluidssignaal
te horen, wanneer op een toets gedrukt wordt.
In het menu <Standaardmodus> kunt u de modus instellen
die na het inschakelen van het meetgereedschap voorgeko-
zen is. Vooringesteld is de modus <Beton universeel>.
Menu Geavanceerde instellingen
Om in het menu Geavanceerde instellingen te komen, drukt
u bij uitgeschakeld meetgereedschap tegelijkertijd op de
setup-toets(14) en de aan/uit-toets(15).
Om het menu te verlaten, drukt u op de starttoets(11). Het
standaard aanduidingsscherm voor de meetprocedure
wordt geactiveerd en de instellingen worden overgenomen.
Navigeren in het menu
Druk op de setup-toets(14) om naar beneden te scrollen.
Druk op de keuzetoetsen(10) en(12) om de waarden te
– Met de keuzetoets(10) kiest u de rechter of volgende
– Met de keuzetoets(12) kiest u de linker of vorige waarde.
<Informatie apparaat>
In het menu <Informatie apparaat> wordt informatie over
het meetgereedschap, bijv. over de <Bedrijfsuren>, gege-
In het menu <Instellingen terugzetten> kunt u de fabrieks-
instellingen weer terugzetten.
Voorbeelden voor meetresultaten
Aanwijzing: In de onderstaande voorbeelden is bij het meet-
gereedschap het geluidssignaal ingeschakeld.
Afhankelijk van de grootte en de diepte van het object dat
zich onder het sensorgedeelte bevindt, kan niet altijd zonder
twijfel worden vastgesteld of dit object spanningvoerend is.
In dit geval verschijnt het symbool
Spanningvoerende leiding (zie afbeeldingC)
In het sensorgedeelte bevindt zich een metalen, spanning-
voerend object, bijv. een elektriciteitskabel. De voorwerp-
diepte bedraagt 1,5cm. Het meetgereedschap zendt het
waarschuwingssignaal voor spanningvoerende leidingen, zo-
dra de elektriciteitskabel door de sensor wordt herkend.
Ijzerstaaf (zieafbeeldingD)
In het sensorgedeelte bevindt zich een magnetisch object,
bijv. een ijzerstaaf. Links en rechts daarvan bevinden zich
nog meer objecten buiten het sensorgedeelte. De object-
diepte bedraagt 5,5cm. Het meetgereedschap zendt een
Koperen buis (zie afbeeldingE)
In het sensorgedeelte bevindt zich een metalen object, bijv.
een koperen buis. De objectdiepte bedraagt 4cm. Het meet-
gereedschap zendt een geluidssignaal.
Object van kunststof of hout (zie afbeeldingF)
In het sensorgedeelte bevindt zich een niet-metalen object.
Het betreft een object van kunststof of hout dicht aan het op-
pervlak. Het meetgereedschap zendt een geluidssignaal.
Uitgebreid oppervlak (zie afbeeldingG)
In het sensorgedeelte bevindt zich een metalen, uitgebreid
oppervlak, bijv. een metalen plaat. De objectdiepte bedraagt
2cm. Het meetgereedschap zendt een geluidssignaal.
Veel onduidelijke signalen (zie afbeeldingenH–I)
Als in het standaard aanduidingsscherm zeer veel objecten
worden weergegeven, bestaat de muur vermoedelijk uit veel
holle ruimten. Ga naar de modus <Metaal> om holle ruimten
zoveel mogelijk te verbergen. Als er nog steeds te veel objec-
ten worden weergegeven, dan moet u meerdere metingen
op verschillende hoogten uitvoeren en de aangegeven objec-
ten op de muur markeren. Markeringen op verschillende
hoogten zijn een aanwijzing voor holle ruimten, markeringen
op één lijn duiden daarentegen op een object.
Fouten – oorzaken en verhelpen
Fout Oorzaak Verhelpen
Meetgereedschap kan niet inge-
1 609 92A 4G1 | (28.08.2018) Bosch Power Tools
Fout Oorzaak Verhelpen
Batterijen met verkeerde pool-
aansluiting geplaatst
Controleer de juiste plaatsing van de batterijen
Meetgereedschap is ingescha-
keld en reageert niet.
Verwijder de batterijen en plaats deze opnieuw
Meetgereedschap te warm of te
Wacht tot het toegestane temperatuurbereik bereikt is
Wiel verliest contact met de
Druk op de starttoets(11) en let er bij het bewegen van
het meetgereedschap op dat de onderste twee wielen
contact met de muur hebben; leg bij ongelijke muren een
dun karton tussen wielen en muur
Displayaanduiding: <Te snel>
Meetgereedschap met te hoge
Druk op de starttoets(11) en beweeg het meetgereed-
schap langzaam over de muur
<Temperatuurbereik overschreden>
Wacht tot het toegestane temperatuurbereik bereikt is
<Temperatuur te laag>
Wacht tot het toegestane temperatuurbereik bereikt is
<Storing door radiogolven>
Meetgereedschap wordt automatisch uitgeschakeld.
Verwijder, indien mogelijk, storende radiogolven, bijv.
WiFi, UMTS, vluchtradar, zendmasten of microgolven,
schakel het meetgereedschap weer in.
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
u Controleer het meetgereedschap vóór elk gebruik. Bij
zichtbare beschadigingen of losse delen binnenin het
meetgereedschap is de veilige werking niet meer gewaar-
Houd het meetgereedschap altijd schoon en droog om goed
en veilig te werken.
Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloei-
Verwijder vuil met een droge, zachte doek. Gebruik geen rei-
nigings- of oplosmiddelen.
Let erop dat de onderhoudsklep(7) altijd
goed gesloten is. De onderhoudsklep mag al-
leen door een erkende klantenservicewerk-
plaats voor Bosch elektrische gereedschap-
Bewaar en transporteer het meetgereedschap alleen in het
meegeleverde opbergetui.
Stuur voor reparaties het meetgereedschap in het opberge-
Klantenservice en gebruiksadvies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie
en onderhoud van uw product en over vervangingsonderde-
len. Explosietekeningen en informatie over vervangingson-
derdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com
Het Bosch-gebruiksadviesteam helpt u graag bij vragen over
onze producten en accessoires.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderde-
len altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer vol-
gens het typeplaatje van het product.
Meetgereedschappen, accu's/batterijen, accessoires en ver-
pakkingen moeten op een voor het milieu verantwoorde wij-
ze worden gerecycled.
Gooi meetgereedschappen en accu's/batterijen
niet bij het huisvuil!
Alleen voor landen van de EU:
Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU moeten niet
meer bruikbare meetgereedschappen en volgens de Europe-
se richtlijn 2006/66/EG moeten defecte of verbruikte ac-cu’s/batterijen apart worden ingezameld en op een voor het
milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.
Hierbij verklaar ik, Robert Bosch Power Tools GmbH, dat het type radioapparatuur D‑tect150SV conform is met
Richtlijn 2014/53/EU. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende
Notice-Facile