CapTouch - Thermostaat DOMETIC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CapTouch DOMETIC in PDF-formaat.
| Producttype | Capacitieve touchscreen thermostaat |
| Merk | Dometic |
| Model | CapTouch |
| Voeding | 100-120 V~ of 200-260 V~ (afhankelijk van model), 50/60 Hz |
| Vermogen | 5 VA (stand-by) |
| Temperatuurinstelbereik | 4,4 °C tot 37,8 °C (40 °F tot 100 °F) |
| Nauwkeurigheid sensor | ±0,5 °C (±1 °F) |
| Werkingsmodi | Auto, Cool, Heat, Alleen ventilator, Dehumidification (Vochtregeling), Hulpverwarming |
| Ventilatorsnelheden | Automatisch en handmatig (5 snelheden) |
| Geïntegreerde sensoren | Omgevingstemperatuur, vochtsensor (optioneel) |
| Optionele sensoren | Watertemperatuur, buitentemperatuur, gecombineerde vochtsensor, lage zeewaterlimiet, Dump Sentry |
| Weergave | Binnen-/gewenste/buiten-/watertemperatuur, relatieve vochtigheid |
| Systeemcompatibiliteit | Directe expansie (DX) en hydronische systemen (CW), warmtepomp, alleen koeling, elektrische hulpverwarming |
| Veiligheidsfuncties | Hoge/lage drukbeveiliging, lage spanning, vergrendeling na herhaalde fouten, automatische uitschakeling |
| Onderhoud | Reiniging luchtfilter, reset filtertimer |
| Reserveonderdelen | Verwisselbare frames (Amar, Idea, Simon), extra sensoren, weergavekabel |
| Repareerbaarheid | Onderhoud door gekwalificeerde technicus, vervanging printplaat |
| Garantie | Beperkte garantie (afhankelijk van regio), neem contact op met lokale dienst |
| Afmetingen (ongeveer) | Geschikt voor standaard frames, afmetingen niet gespecificeerd |
| Gewicht | Niet gespecificeerd |
Veelgestelde vragen - CapTouch DOMETIC
Gebruikersvragen over CapTouch DOMETIC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Thermostaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CapTouch - DOMETIC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CapTouch van het merk DOMETIC.
GEBRUIKSAANWIJZING CapTouch DOMETIC
Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing....OJ U
DA
Cabin Control
Afmetingen (product)
| Di) 'nsions ( u pann' au ( Ra,,ichag' pour l' ca( r' Eilon | KfV inio I F9 in fOKU mmlo ZUXX mm' |
| Di) 'nsions (' la ( Pcoup' pour l' ca( r' Eilon | Cf9J inio I F[ ] in fK[ JX mmio Z0.01 mm' |
Lengte (kabel)
| Capt' ur ( ' t') pPratur' intPri' ur' :'n option) | IQUm fZ n fl QU mth Standard |
| Capt' urJOAT :'n option) | I I F Xlm f0V n kFVZ mth Standard |
| Tout' s l' s longu' urs (' cVbl' p' rsonna-lisP' s sont ,oumi' s par incP) 'nts stan-( ar( (' 1252') :5 ,t:1252 )) ) | I I F Xlm fZV n fll P[X mth MaTimum |
Beschikbare systemen
| Capt' ur ( ' t') pPratur' ( R' ntrP' ( R' au :installations C:- uni9u') ' nt) | 0 |
| Pr' ssion ( ' rP,rigPrant Pl' OP' | 0 |
| Capt' ur ( ' t') pPratur' intPri' ur': 'n option) | 0 |
| ass' pr' ssion ( ' rP,rigPrant :' n option) | 0 |
| Capt' ur'OAT :' n option) | 0 |
| Capt' ur ( R' au Wl!Pu) p S'ntry|X: 'n option) :installations|DB uni9u') ' nt) | 0 |
| Capt' ur co) binP ( ' t') pPratur' a) - biant ' t ( Rhu) i ( itP r' latiO' :' n option) | 0 |
Navigatiestructuur....COV
Problemen oplossen....00X
Verwijdering....00[
Garantie....009
1 Deze documenten

De montagehandleiding en gebruiksaanwijzing zijn online te vinden op qr.dometic.com/bes|p'.
2 Verklaring van de symbolen
Een signaalwoord geeft geen informatie over veiligheid en eigendomsschade en ook niet de mate of ernst van het gevaar aan.

WAARSCHUWING!
Luidt op een gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, ernstig letsel of de dood tot gevolg kan hebben.

LET OP.
Luidt op een situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, kan leiden tot materiële schade.

INSTRUCTIE: aanvullende informatie voor het gebruik van het product.
2/1 Aanvullende richtlijnen
Om het risico op ongevallen en verwondingen te verminderen, dient u de volgende richtlijnen in acht te nemen voordat u doorgaat met het installeren en bedienen van dit apparaat.
Lees alle veiligheidsinformatie en instructies door en volg deze.
Lees deze instructies voorafgaand aan de installatie van dit product en zorg ervoor dat u deze geheel begrijpt.
De installatie moet voldoen aan alle van toepassing zijnde lokale of nationale regels, waaronder de nieuwste uitgave van de volgende maatstaven:
NEC
Gebruik alleen vervangende onderdelen en componenten van Lumetic die specifiek zijn goedgekeurd voor gebruik met het apparaat.
Vermijd onjuiste installatie, afstelling, wijzigingen, service of onderhoud van het apparaat. Service en onderhoud mogen alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerd servicepersoneel.
Dit product mag nooit worden aangepast. Aanpassingen kunnen extreem gevaarlijk zijn.
Dit product moet worden geïnstalleerd in een gecontroleerde binnenomgeving.
Volg de gebruiksaanwijzing.
De capouch-regeling is een gebruiksvriendelijk capacitief aanraakscherm voor de basisregeling van de thermostaat. Dit op een microcontroller gebaseerde apparaat is ontworpen voor gebruik met airconditioning met directe expansie, met omgekeerde cyclus en gekoeld-watersystemen. Het displaypaneel heeft programmeerbare parameters, automatische en handmatige ventilatortoerentallen, standaard en optionele sensingangen en is geschikt voor zowel 'imari 'IL S" als Si on verwisselbare randen.
Dit product is alleen geschikt voor het beoogde gebruik en de toepassing in overeenstemming met deze gebruikershandleiding.
Lees deze handleiding voor informatie die nodig is voor een correcte installatie en/of correct gebruik van het product. Een slechte installatie en/of onjuist gebruik of onderhoud leidt tot onvoldoende prestaties en mogelijke storingen.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor letsel of schade aan het product die het gevolg is van:
b Onjuiste installatie, montage of aansluiting, inclusief te hoge spanning
b Onjuist onderhoud of gebruik van andere dan door de fabrikant geleverde originele reserveonderdelen
b Wijzigingen aan het product zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant b Gebruik voor andere doeleinden dan beschreven in deze handleiding
Lometic behoudt zich het recht voor om het uiterlijk en de specificaties van het product te wijzigen.
In dit gedeelte vindt u informatie over het gereedschap, de onderdelen en de functies van het display voor de capMouch-regeling.

INSTRUCTIE. De afbeeldingen die in dit document worden gebruikt, zijn alleen ter referentie. Onderdelen en onderdeellocaties kunnen variëren afhankelijk van specifieke productmodellen. Metingen kunnen variëren in mm.
6/1 Gereedschappen en materialen
Lometic raadt aan de volgende gereedschappen en materialen te gebruiken bij het installeren van het apparaat.
| Aanb' Ool' n g'r''(schapp'n |
| /ruis opschroevendraaier |
| 'eiligheidsbril |
| Zaag |
| Inb' gr' p'n on('r('l'n Aantal |
| Schroeven K |
| c aphouch-regeling 0 |
| Extra on('r('l'n D8 C- | ||
| V'r'ist Ooor C- -installati's :ni't inh' gr' p'n) | ||
| Nemperatuursensor waterinlaat g | ||
| Option'l' on('r('l'n | ||
| Buitenluchttemperatuursensor fO' N-sensorh g g | ||
| Binnenluchttemperatuursensor g g | ||
| Sle trische hulpverwarming g g | ||
| c ombinatiesensor ruimtetemperatuur/relatieve vochtigheid | g | g |
| Nemperatuursensor ondergrens zeewaterpeil g | ||
| Y atersensor voor pompbewa ing g | ||

INSTRUCTIE. De maximale lengte voor display- en sensor kabels is 7 m (of 2 m²).

INSTRUCTIE. Sommige onderdelen worden niet meegeleverd met het standaard regelingspakket.
6/2 Functies van het display
In dit gedeelte worden de functies van de pictogrammen op het capNouch-display uitgelegd.
□

| Pictogra) Naa) Functi* | ||
| 'entilator k iermee unt u wisselen tus- sen de verschillende ventila- tortoerentallen. | ||
| L ometic Mer identificatie. Meen rege- lings'unctie. | ||
| Omhoog | 'erhoogr de temperatuurin- stelwaarde. | |
| Omlaag | 'erlaagt de instelwaarde voor de temperatuur. | |
| Nemperatuurindicatie | Meem de binnentemperatuur2 de instelwaarde2 de buiten- temperatuur en de watertem- peratuur weerf zoals geselecteerd. | |
| Pictogra) Naa) Functi' | ||
| Modusindicatie | Meer de actuele displaymodus aan. | |
| MODE | Modus k ' ' c | b k iermee bladert u door de verschillende modi.b Scha elt het display over naar de slaapstand indien drie seconden ingedru t. |
5 Specificaties
In de volgende tabel worden de afmetingen, kabellengten, systeemingangen en bedrijfsspecificaties van de cap\touch-regeling beschreven.
Productaansluitingen
| A r ) 'ting' n 0an h't ( isplaypan''10oor (' EiLon-ran( | KfV ini o I f9 in FOK.U mmlo ZU.XX mm' |
| A r ) 'ting' n uitsparing 0oor (' Ei- lon-ran( | Cf9J ini o I f[ ] in fK [.1 X mm'o ZQ.01 mm' |
Kabellengte
| O) g' Oingst') p' ratuur-s' nsor 0oor ( ' buir' nlucht :option' '1) | Standaard Z r fl 4GU mb |
| OAT-s' nsor :option' '1) | Standaard QV m fK/VZ m2 |
| All' aang' past' Tab' ll' ngt' n wor( ' n g' l' 0' r( in stan( aar( stapp' n 0an 5 ,t :1252 ) ) | MaTimaal ZV m fl l [X mi] |
Schilbare systeemingangen
| T') p' ratuurs' nsor wat' rinlaat :all'' nC- -installati' s) | G |
| Hog' (ru1 1o'l) i( ('1 | G |
| O) g' oingst') p' ratuur-s' nsor 0oor ('buit' nlucht :option'' l) | G |
| Lag' (ru1 1o'l) i( ('1 | G |
| OAT-s' nsor :option'' l) | G |
| - at' rs' nsor po) pb' waling :option'' l) :all'' n D8-installati' s) | G |
| Co) binati' s' nsor rui) t' t') p' ra-tuur3r' lati' 0' 0ochtigh' i( :option'' l) | G |
Bedrijfsspecificaties
| Ing'st'l('waar{ 'b' (ril,sb'r'i1 | Vvl pllq 99j p] fol ZZ pcIq UZ.II pc |
| O) g'Oingst') p' ratuur b' (ril,sb'r'i1w'' rg' g'0'nS' nsornauw1' urigh' i( | V p] q CVJ l p] f-CV pc Iq XV.WV och |
| j | p]r ZZ p] fj 0 oclr | V pc | |
| Li) i' t Laagspanning 100 VII... 120 V | 9V' ~ |
| Li) i' t Laagspanning 200 VII... 260 V | 09V' ~ |
| Laagspanning proc' ssor t' rug4' tt' n V] ' | ~ |
| Uni0' rs' l' n' tspanning CJ J 'q | KJ' | ~ ~ |
| Fr' 9u' ndi' V| k z o0 X| k z | |
| X "lr COV' ¥' ntilatoruitgang | |
| X "lr UJ' ~ | |
| Kl' puitgangs0'r) og'n V' r COV/I UJ' | ~ |
| All' 'n 0oor C- : Uitgang 'l' 1 trisch' hulp0' rwar) ing :) 't co) pr' ssoruit-gang L1 'n L2) | MaTimaal UJ' |
| Ext' rn' Triac | X" | |
| Ext' rn 7 -r' lais MaTimaal UJ' | |
| Po) puitgangs0'r) og'n | j FV hp fJ RZ9 Y hr COV' ~ |
| j FV hp fJ PZ Y hr UJ' ~ | |
| Co) pr' ssoruitgangs0'r) og'n | G hp fJ RZV Y hr COV' ~ |
| I hp fPK9 Y hr UJ' ~ | |
| A ini) al' b' ( ri#,st') p' ratuur | p] FCZFZ[ pch | |
| A axi) al' b' ( ri#,st') p' ratuur o) g'-Oing | G J aJ fI PII pc |
| A axi) al' Rh-0norwaar('n 99 t 3 niet-condenserend | |
| Stroo) 0' rbruil | u V Y |
B Aansluitschema's
In dit gedeelte vindt u voorbeelden van de L- en C-bedrading voor de capNouchregelingselementen.

WAARSCHUWING! GEVAAR/ KANS OP ELEKTRISCHE SCHOKKEN.
Het niet in acht nemen van de waarschuwing kan leiden tot
ernstig letsel of de dood.
Schakel de stroom uit voordat u werkzaamheden gaat uitvoeren aan
elektrische installaties of onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
(ra(ingssch') a D8
[

In dit gedeelte worden de geschikte locatie, de voorbereiding van de locatie en de installatie van een capMouch-regelingselement beschreven.

WAARSCHUWING! GEVAAR/ KANS OP ELEKTRISCHE SCHOKKEN. Het niet in acht nemen van de waarschuwing kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
Schakel de stroom UIT voordat u werkzaamheden gaat uitvoeren aan elektrische installaties of onderhoudswerkzaamheden uitvoert.

LET OP. Het niet opvolgen van de volgende kennisgevingen kan leiden tot schade aan het product:
Positioneer het displaypaneel niet in direct zonlicht, in de buurt van warmteproducerende apparaten of in een schutbord waar temperaturen die van achter het paneel uitstralen de prestaties kunnen beïnvloeden. Monteer het display niet in de toevoerluchtstroom of boven of onder een toevoerlucht- of retourrooster. Monteer het display niet achter een deur, in een hoek, onder een trappenhuis of op een plaats waar geen vrij circulerende lucht aanwezig is. Zet sensorkabels niet vast tijdens de installatie. Gebruik een schroefpistool en draai de schroeven niet te strak vast bij het monteren van het display. Bij elk van deze methoden kan het display beschadigd raken.

INSTRUCTIE De ingebouwde temperatuursensor van het display bevindt zich in het display van het regelingspaneel. Een optionele binnenluchttemperatuursensor is vereist als het displaypaneel wordt geïnstalleerd in een kleine binnenruimte of een andere ruimte waar exacte detectie van de ruimtetemperatuur zou worden belemmerd.
E/1 Een locatie voor het weergavescherm kiezen
Plaats het displaypaneel in een gebied dat voldoet aan de volgende locatiecriteria:
Op een binnenwand van de cabine, uit de buurt van direct zonlicht. Op een plek iets hoger dan de middenhoogte van de cabine. In een gebied met vrij circulerende lucht. Op een maximale afstand van 5 m ten opzichte van de airconditioning.
E/2 De wand voorbereiden
Maak een uitsnijding in de wand van de cabine zodat het displaypaneel op het montageader past.

- Monteer de optionele sensor volgens de installatie-instructies die bij de sensor zijn geleverd.
- Sluit de sensorabel aan op de juiste sensoraansluiting aan de bovenkant van het regelingspaneel. Raadpleeg 'Bedradingsschema's' in de volledige handleiding voor meer informatie over de locaties van de sensoraansluitingen.
- Sluit de 4-pins connector van de displayabel aan op de aansluiting rechtsboven op de printplaat.
- Steek het andere uiteinde van de displayabel in de displayaansluiting aan de achterkant van het displaypaneel.

Gebruik de vier meegeleverde schroeven om het displaypaneel aan het schutbord te bevestigen. Gebruik geen schroefpistool en draai de schroeven niet te strak aan. Klik de rand op het frame van het displaypaneel.

In dit gedeelte vindt u informatie over het testen van het display na de installatie.

LET OP: Alle DC-apparaten: Schakel de stroomonderbreker of de voeding van het apparaat niet UIT en vervolgens weer IN. Het niet opvolgen van de volgende kennisgeving kan leiden tot schade aan het product.
Wacht ten minste vijf minuten totdat de oliedruk weer gelijk is.
- Open de afsluiter van de zeewaterinlaat (zeewaterklep).
- Schakel het display IN. Wacht minimaal vijf minuten. Schakel de stroomonderbreker van de airco UIT.

INSTRUCTIE: "Als de zeewaterpomp op een afzonderlijke stroomonderbreker is aangesloten", moet u deze UIT schakelen.
Schakel het display IN. Tik op het pictogram Fan. Controleer of de ventilator draait en of er een constante luchtstroom uit het luchtrooster komt. Stel als ingestelde waarde voor de temperatuur een lagere waarde in dan de actuele kamertemperatuur. Controleer of er een sterke en constante waterstroom uit de buitenboord-uitlaat komt. Controleer of er een constante luchtstroom uit het luchtrooster komt.

INSTRUCTIE: "Als het apparaat niet naar behoren werkt, raadpleegt u 'Problemen oplossen' in de volledige handleiding."
In dit gedeelte worden de cyclische programmering en functies voor de capaciteitsregelingselementen beschreven.

LET OP: Apparaten mogen alleen worden gebruikt met een oververhittingsbeveiliging die is uitgerust met extra oververhittingsbeveiliging. Als u dit niet in acht neemt, kan het apparaat in brand of ontploffing gaan.
"Als het apparaat alleen wordt gebruikt, wijzigt u parameter D-OU in c1 en selecteert u vervolgens de modus 'NOM' of 'NISc k'. Stel het apparaat pas in op de modus 'NOM' of 'NISc k' nadat u parameter D-QU in c1 hebt gewijzigd. Raadpleeg 'Een parameter selecteren'."

INSTRUCTIE: Bij gebruik met een optionele elektrische hulpverwarming blijft de ventilator nog vier minuten aan nadat de verwarming is uitgeschakeld, zelfs als de ventilator is ingesteld op cyclische werking.

INSTRUCTIE: De afbeeldingen in dit gedeelte tonen het capaciteitsregelscherm, tenzij anders aangegeven.
F/1 Inzicht in ('0' rwar) ings-'n 1o'l cychi
De verwarmings- en koelcycli werken verschillend, afhankelijk van het geïnstalleerde systeem. In dit gedeelte worden de mogelijke cycli beschreven.
F/1/1 Normale verwarmings- of koelcyclus
Verwarming en koeling worden naar behoren geleverd om te voldoen aan de instelwaarde voor de temperatuur in de passagiersruimte.
- Het systeem start een koelcyclus zodra de temperatuur in de passagiersruimte de ingestelde temperatuur met 1 °C overschrijdt en start een verwarmingscyclus zodra de temperatuur in de passagiersruimte met 0,5 °C onder de ingestelde temperatuur daalt. Het systeem zet de cyclus voort totdat de temperatuur in de passagiersruimte gelijk is aan de instelwaarde.
- Tijdens een cyclus moet de temperatuur in de passagiersruimte met ten minste 2 °C dalen tot onder de instelwaarde voordat het systeem overschakelt van koeling naar verwarming of de instelwaarde met ten minste 2 °C overschrijden voordat het systeem overschakelt van verwarming naar koeling. Dit gedrag voorkomt dat het systeem schakelt tussen verwarming en koeling wanneer dit niet nodig is, zoals bij geringe temperatuurschommelingen.
In deze modus wordt alleen gekoeld en in de modus 'SRY' 'RMS' wordt alleen verwarmd.
- De temperatuur in de passagiersruimte voor beide modi wordt standaard binnen [1] °C van de instelwaarde gehouden.
- Wanneer aan de instelwaarde voor verwarming of koeling is voldaan, schakelt de compressor uit en keert de ventilator terug naar laag toerental.
Het ventilatortoerental blijft constant.
F/1/2 - regeling van het koelwatersysteem: alle C- systemen
In CV-systemen gaat de waterkraan alleen open als de watertemperatuur voldoende is om de passagiersruimte te verwarmen of te koelen. De juiste temperatuur van het verwarmings- of koelwater wordt bepaald door de instelling van het temperatuurverschil in de regelparameters. Raadpleeg 'Sensor parameter selecteren'.
Houd Fan en Up tegelijkertijd drie seconden ingedrukt om de huidige watertemperatuur te bekijken.
Zie 'Het regelingspaneel gebruiken'. De ventilator blijft op lage snelheid draaien totdat de juiste watertemperatuur beschikbaar is.

INSTRUCTIE. Om warmte te leveren wanneer de vereiste watertemperatuur niet beschikbaar is, installeert u de optionele elektrische hulpverwarming en programmeert u parameter D-I. Zie 'De regeling programmeren'.
De modus 'KOELEN' of de modus 'VERWARMEN' wordt geregeld middels de stand van de omkeerklep. De omkeerklep is geprogrammeerd om automatisch te schakelen in de volgende situaties:
Als het systeem in bedrijf is en er een tegengestelde cyclus nodig is om de temperatuur te handhaven, schakelt de omkeerklep naar de tegengestelde positie om de tegengestelde cyclus te starten en de opstartpiekstroom van de compressor te verminderen.
Als een koel- of verwarmingscyclus wordt gestart nadat het systeem minder dan vijf minuten uitgeschakeld is geweest.
Als een cyclus wordt onderbroken door de displaymodus uit te schakelen of door de instelwaarde te wijzigen via het display.
Om het geluid van de omkeerklep te verminderen, wordt onnodig schakelen van de kleppen standaard beperkt. Programmeer de minimale uitschakelvertraging van de compressor (parameter D-Uh) op vijf minuten of langer om het wisselen van de klep te beëindigen. Zie 'De regeling programmeren'.

INSTRUCTIE. Wanneer het systeem wordt ingeschakeld, wordt bij het inschakelen altijd een klepwisseling geactiveerd.
CV-systemen hebben een optie voor een antivriescyclus om te voorkomen dat ijsvorming optreedt op de verdamperspoel tijdens langere perioden van koeling. Installatievariabelen zoals de grootte van de beschermroosters, de lengte van de buisleidingen, isolatie en omgevingstemperaturen bepalen de vereiste looptijd bij het koelen om de instelwaarde te bereiken.
Factoren die de looptijd aanzienlijk verlengen zijn onder meer regeling van het systeem met luiken en deuren geopend en het programmeren van een onrealistische instelwaarde, bijvoorbeeld 15°C. In dergelijke situaties kan ijs vormen op de verdamper op warme, vochtige dagen.
Tijdens de antivriesprocedure wordt de temperatuur van de omgevingslucht om de min tijdens een koelcyclus nauwkeurig bewaakt. Afhankelijk van de parameterwaarde en de verandering in de ruimtetemperatuur tijdens deze bewaakintervallen voert de regeling verschillende acties uit om ijsvorming te voorkomen of om ijs dat zich al gevormd heeft te laten smelten. De compressor schakelt daartoe gedurende korte perioden uit, waarbij het ventilatortoerental een stand hoger schakelt, maar past ook periodieke verwarmingscycli toe met uitgeschakelde ventilator.
Het cyclusalgoritme van de antivriesfunctie schakelt de compressor om de 30 min periodiek uit als de binnentemperatuur gelijk is aan of lager is dan 5°C. Hoe lager de temperatuur, hoe langer de duur van de uitschakeling van de compressor. Daarnaast zal het algoritme voor de antivriescyclus korte omgekeerde cycli uitvoeren, waarbij de ventilator opzettelijk wordt uitgeschakeld als de koelcyclus gedurende 20 min loopt zonder enige koelvoortgang of als de koelcyclus langer dan 30 min loopt, ongeacht de voortgang van de koeling.
De parameterinstelling voor de antivriesfunctie is afhankelijk van het gebruik van de optionele binnenluchttemperatuursensor of de ingebouwde temperatuursensor van het display. Installatie van een optionele binnenluchttemperatuursensor in het retourluchtkanaal vergroot de effectiviteit van de antivriesfunctie aanzienlijk. Deze optie moet worden overwogen wanneer de displaysensor de ruimtetemperatuur niet nauwkeurig kan vaststellen.
Voor meer informatie over parameterinstellingen en navigatieopties raadpleegt u 'Parameter selecteren' en de volledige handleiding 'Navigatiestructuur'.
De vier modusindicatoren geven de verschillende modi van de regeling aan: COOL, HEAT, FAN, DRY en AUTO. Zie 'Modi' voor meer informatie over de werking van de modi.

| Pictogra) A o( us ' n ,uncti' | |
| k et pictogram voor de modus /OSIS' licht op wanneer de modus /OSIS' is geselecteerd of wanneer het apparaat zich in een automatische oelcyclus bevindt. " Ileen het oelsysteem wer t." Is de temperatuur lager wordt dan de instelwaardef scha elt het systeem niet automatisch naar de modus ' SRY ' RMS'. | |
| k et pictogram voor de modus O' N' Oc k NIMS' licht op wanneer de modus O' N' Oc k NIMS' is geselecteerd. L eze modus regelt de vochtigheid tijdens perioden waarin het schip niet wordt gebrui t en voor omt dat de temperatuur in de passagiersruimte onder de standaard minimumtemperatuur daalt. ! '( u-r' n( ' Ochtigh' i( sr' g' ling:b L e ventilator circuleert lucht gedurende UJ min.b L e luchttemperatuur wordt gecontroleerd en geregistreerd.b ' a UJ min begint een oelcyclus en deze gaat door totdat de temperatuur met l p] f0 pc h is gedaald of totdat de oelcyclus maTimaal ++n uur duurt.b ' ier uur nadat de temperatuur is berei t oô de oelcyclus is verstre enp wordt de cyclus herhaald.T'n b' ho' O' Oan t') p' ratuum' g' ling:b ' adat de ventilator UJ min heen lucht heem gecirculeerd en de gecontroleerde temperatuur gelij is aan oï hoger is dan de fabrie sinstelling van VJ p] f0j pc if begint een oelcyclus en deze wordt uitgevoerd ten behoeve van vochtigheidsregeling.b ' Is de temperatuur lager is dan VJ p] f0j pc if begint een verwarmingscyclus. L e verwarmingscyclus gaat door totdat de temperatuur van VJ p] f0j pc h is berei t oô totdat de verwarmingscyclus maTimaal ++n uur duurt.b ' ier uur nadat aan de temperatuursvereiste is voldaan oï wanneer oel-/verwarmingscyclus is verstre enb wordt de cyclus herhaaldp waarbij tel ens wordt bepaald oï oeling oï verwarming nodig is. | |
| i INSTRUCTIE ' Ileen voor L g-systemena L e verwarmingscyclus van de modus O' N' Oc k NIMS' wordt niet uitgevoerd wanneer de omgevingstemperatuur lager is dan Kj p] fKPKK och. L it zorgt ervoor dat de spoel van de condensator wordt beschermd tegen bevriezing. Systemen die zijn geconfigureerd met ele trische verwarming zullen de verwarmingscyclus van de modus O' N' Oc k NIMS' uitvoerenp ongeacht de temperatuur in de passagiersruimte. | |
| k et pictogram voor de modus ' SRY ' RMS' licht op wanneer de modus ' SRY ' RMS' is geselecteerd of wanneer het apparaat zich in een automatische verwarmingscyclus bevindt. " Ileen het verwarmingssysteem wer t. " Is de temperatuur hoger wordt dan de instelwaardef scha elt het systeem niet automatisch naar de modus /OSIS'. | |
| k et pictogram voor de modus k . 1D' SRY ' RMI' M brandt wanneer de optionele ele trische hulpverwarming actie' is. ' Is de temperatuur hoger wordt dan de instelwaardef scha elt het systeem niet automatisch naar de modus /OSIS'. | |
| Dictogram voor de modus . IN, " Ile regelingsuitgangen zijn . IN-MSSc k " /SIL . Op het display wordt O] weergegeven. " Ile instellingen worden opgeslagen in het niet-vluchtige geheugen. | |
| Dictogram voor de modus " " " " Ile regelingsuitgangen zijn ingescha eld en het display gees de huidige bedrijfsstatus aan.k et display toont de temperatuur van de passagiersruimte. " Ile parameters wer en zoals ingesteld. |
| orAUX | Le pictogrammen van de modus". NOM" NISck lichten op wanneer het systeem in de modus". NOM" NISck staat. In deze modus wordt naar behoete overgescha eld naar oelen oö verwarmen om de ingestelde temperatuur te berei en. Y anneer de modus". NOM" NISck is geselecteerd? zorgt het systeem voor verwarming en oeling? indien nodig. Le indicatoren voor /OSIS' en ' SRY ' RMS' oö de pictogrammen voor /OSIS' en k. ID' SRY " RMI' M lichten op achan elij van de modus". NOM" NISck. |
| Loor te dru en op het pictogram Fan an de gebrui er alle verschillende ventilatortoerental instellen' waaronder automatischen de standen O tot en met V Fcz laag? I z gemiddeld laag? Uz gemiddeld? Kz gemiddeld hoog en Vz hoogl. k et toerental van de ventilator wordt automatisch geregeld op basis van standaard en geprogrammeerde waarden. k et minimale en maTimale ventilato- tortoerental wordt bepaald door de instellingen in het program-mamenu D-G en D-I .b k et toerental neemt aö naarmate de temperatuur de ingestel-de temperatuur van de modus /OSIS' benadert en de ven- tilator draait op lage snelheid wanneer de instelwaarde is be-rei t.b k et automatische ventilatortoerental an worden omge eerd voor de modus ' SRY " RMS' wanneer parameter D-GI is inge-steld op yrS]y. Zie 'L e regeling programmeren' voor meer in-formatie.b In de automatische ventilatormodus wordt het vereiste ventilato-tortoerental bepaald op basis van het temperatuurverschil. L it zorgt voor de meest e'iciënte temperatuurregeling met een lager2 stillere ventilatortoerental. * Is u de automatische ven- tilatormodus wilt selecteren2 ti t u op het pictogram Fan en houdt u dit ingedru t totdat een "" ' op het display verschijnt. i INSTRUCTIE Raadpleeg 'Sen parameter selecte-ren'. ' adat u de bovenste en onderste begrenzings-waarde voor het ventilatortoerental heen vastge-legd? legt het apparaat automatisch de resterende toerentallen vast voor de modi ' utomatisch en ' enti-lator handmatig. | |
| In de stand ' entilator handmatig an een consistent gewenst vent- tilatortoerental worden geselecteerd. Sr unnen vijö ventilatortoer- rentallen handmatig worden ingestelda hoogp gemiddeld hoogf gemiddeld gemiddeld laag en laag, k et nummer van het gese- lecteerde toerental licht op het display op.b " Is u wilt wisselen van automatische naar handmatige instell- ling van de ventilator2 ti t u ort op het pictogram Fan.b Loor vervolgens ort op het pictogram Fan te ti en? unt u handmatig wisselen tussen ventilatortoerental2 van laag naar hoog.b " Is u terug wilt eren naar de automatische ventilatormodus? houdt u het pictogram Fan orte tijd ingedru t. | |
| Mebrui de stand " Ileen ventilator als er geen oeling o' verwar- ming nodig is.C. Ni in de modus . IN op het pictogram Fan om een gewenst ventilatortoerental te selecteren. i INSTRUCTIE ' Is u de regeling inscha elt2 eert de ventilator terug naar de modus ' . NOM" NISck oö de laatst geselecteerde handmatige ventilatorinstel- ling. | |
| cyclische/continue ventilatormodusLe ventilator an worden ingesteld om continu te draaien wan- neer het systeem wordt ingescha eldP oö an worden ingesteld om cyclisch in en uit te scha elen in combinatie met de oel- oö verwarmingscycli.C. Ni op het pictogram Fan en houd dit vijö seconden lang in- gedru t.cec wordt weergegeven wanneer de bedrijlsinstelling is inge- steld op cyclisch.cO' wordt weergegeven wanneer de bedrijlsinstelling is inge- steld op continu. |
Figuur 5: Het displaypaneel van de regeling gebruiken
In de volgende tabel worden de combinaties van pictogrammen beschreven die moeten worden gebruikt om verschillende functies op de regeling te activeren.
| Pictogra) co) binati' Pictogra) na) | 'n 'n -,uncti' |
| MODE 4 + | Mode en Upk et programmeermenu openen:O. Ni tegelijk ertijd op beide toetsen en houd dezedrie seconden ingedru t terwijl de regeling in demodus . IN staat.Op het display wordt DG weergegeven. |
| + 4 = | Up en DownY eergave van de buitentemperatuuraO. Ni tegelijk ertijd op beide toetsen en houd dezedrie seconden ingedru t.Nerwijl deze combinatie wordt ingedru tf wisselthet display tussen O. en de a'lezing van de buiten-temperatuur. |
| [IMAGE] 4 + | Fan en UpL e zeewatertemperatuur weergevenaO. Ni tegelijk ertijd op beide toetsen en houd dezedrie seconden ingedru t.Nerwijl deze combinatie wordt ingedru tf wisselthet display tussen SS en de a'lezing van de zeewa-tertemperatuur. |
| + 4 4 MODE | Up2 Down en ModeY eergave van de relatieve vochtigheidaO. Ni tegelijk ertijd op beide toetsen en houd dezedrie seconden ingedru t.Nerwijl deze combinatie wordt ingedru tf wisselthet display tussen k S en de a'lezing van de relatievevochtigheid. |
| MODE 4 = | Mode en DownL e storingsgeschiedenis be ij enaO. Ni tegelijk ertijd op beide toetsen en houd dezedrie seconden ingedru t terwijl de regeling in demodus . IN staat om het logboe met storingsgeschiedenis te openen.k et display an maTimaal acht storingen tonen.I . . se theUpandDownicons to view the fault history.U. Ni op de pictogrammenMode Downen houd de-ze drie seconden tegelijk ertijd ingedru t om de storingsgeschiedenis te wissen.K . . unt de weergave a'sluiten door eenmaal op hetpictogramModete ti en. |
| [IMAGE] 4 = | Fan en Down'Ileen L ga weergave van de bedrij'surenteller van decompressoraO. Ni tegelijk ertijd op beide toetsen en houd dezedrie seconden ingedru t terwijl de regeling in demodus . IN staat.Op het display wordt de code KR +n eer weerge-geven en vervolgens de looptijd.I . . unt de weergave a'sluiten door eenmaal op thepictogramModete ti en. |
Figuur 6: De regeling programmeren

INSTRUCTIE: Is uw airco een Shaded-Pole-ventilatormotor (SP) in plaats van een ventilator met Split-Capacitor (SC) met hoge snelheid (HS)? Programmeer dan 'SP' in parameter D-OK voordat u het apparaat gaat bedienen. Zie 'De regeling programmeren'. SP-apparaten zijn herkenbaar aan een overhangende aanjagermotor. De SC-motor van een HS-eenheid bevindt zich in de aanjager en 'HS' wordt vermeld in het modelnummer van het apparaat. Herprogrammeer de parameter van het type ventilatormotor alleen als u geen HS-aanjager hebt.
Parameterinstellingen worden gebruikt om het systeem te programmeren en af te stellen voor de meest efficiënte werking binnen een installatie en om de bedrijfsparameters aan te passen aan uw specifieke behoeften. Nadat nieuwe waarden zijn ingevoerd en opgeslagen, worden de fabrieksinstellingen overschreven en worden de nieuwe parameters de standaardwaarden.
Als de capNouch geen stroom meer krijgt, blijven de bedrijfsparameters behouden. Als de voeding weer wordt ingeschakeld, hervat de regeling de werking overeenkomstig de laatste programmering.
De regelaar heeft fabriekswaarden opgeslagen in het permanente geheugen. Opgeslagen fabrieksinstellingen die kunnen worden opgeroepen als u programmeerproblemen ondervindt. U kunt de oorspronkelijke standaardparameters handmatig herstellen. Zie 'Een parameter selecteren' voor een overzicht van de parameters, toegestane waarden en de oorspronkelijke fabrieksinstellingen.
F/6/1 De programmeermodus openen
In dit hoofdstuk worden stap voor stap instructies gegeven voor het openen van de programmeermodus.
- Terwijl de regeling in de modus 'AAN' staat, houdt u tegelijkertijd de pictogrammen Mode en Up (++) op het displayscherm enkele seconden ingedrukt om het programmeermenu te openen. Op het display wordt D-0 weergegeven.

- Met behulp van de pictogrammen Up (++) en Down (--) kunt u naar verschillende parameters navigeren (D-0, D-1, D-2, D-3, enz.). Druk op het pictogram Mode om het menu voor het aanpassen van parameters te openen.
- Het display wisselt tussen het parameternummer en de huidige instelling. Druk op de pictogrammen Up (++) en Down (--) om de parameterinstellingen aan te passen. Als u de parameterwijziging wilt vergrendelen en terug wilt keren naar het programmeermenu, drukt u op het pictogram Mode.
F/6/2 Een parameter selecteren
In de volgende tabel worden de beschikbare parameters voor de capNouch-regelingselementen beschreven.
| Para) 't'r Naa) D8 C- Fabri'1sin- | Para) 't'rb'r'i1st'lling | |
| x x 9V XVs9VD-0| limiet k oog | ||
| Selecteer een hogere waarde om het ventilatortoerental te ver-hogen? een lager getal om het ventilatortoerental te verlagen. | ||
| Para) 't'r Naa) D8 C- Fabri' 1sin- | Para) 't'rb'r'ilst'lling | ||
| ventilatortoerental | x x V] UJ sZVD-l | | imiet laag | |
| Selecteer een hogere waarde om het ventilatortoerental te ver-hogen2 een lager getal om het ventilatortoerental te verlagen. | |||
| compressorstart | x GV s q UV sD-U Nijdvertraging | ||
| Mebrui deze optie voor installaties waarin meer dan een sys-tem door deze de stroombron wordt gevoed. L oor verschil-lende ordeningsvertragingen unnen compressoren op verschil-lende tijdstippen starten wanneer de stroom wordt onderbro-en. Orden de apparaten minstens vijf seconden na elaar. | |||
| D-K /alibratieOmgevings-temperatuur-sensorvoor de bin-nenlucht | x x Omgevings-temperatuur | Omgevingstemperatuurj Oj oj fX pch | |
| /alibreert de sensor om de juiste ruimtetemperatuur weer te ge-ven. L e instelstappen zijn in pJ zel's wanneer de nop is inge-steld op weergave van pc. | |||
| D-V . itvalbeveili-gingsniveau | x U | J z Minimale beschermingQz c continuP zonder weer-gaveI z c continuP met weergaveU z 'ier storingenF herstelvereist | |
| Raadpleeg ' itvalbeveiligingsniveaus'.iINSTRUCTIE Darameterberei G en I zijn van toe-passing op display'irmware #40 en ouder. | |||
| D-X | aagspan-ningsmonitor | x x | O|| O||P9V' ~Q9V' ~ |
| Stel het ingebouwde voltmetercircuit in dat de 'c-ingangsspan-ning v--r el e oel- of verwarmingscyclus controleen2 indien in-gesteld op 9V' ~Q9V' . ~b Stel voor ingangsvoeding QJ ' ~q OJ ' ~in op O]] oJ9V.b Stel voor ingangsvoeding | J | ' ~q | KJ ' ~in op O|| oJQ9V. | |||
| D-Z 'ntivriescy-plus | x | O]] O||Qz '''' met Vp] fU pchL isplaysensorverschilI z '''' met Zp] fK pchL isplaysensorverschil | |
| Selecteer de parameterinstelling voor de antivries'unctie a'han-eliij van het gebruik van de optionele binnenluchttemperatuur-sensor o' de ingebouwde temperatuursensor van het display.b "Is u een optionele binnenluchttemperatuursensor gebruik t?stelt u deze parameter in op O om de antivries'unctie in tescha elen o' op O|| om deze uit te scha elen.b "Is u de ingebouwde temperatuursensor van het display ge-brui t' iest u een van de twee instelbare gedragsmodiaQ. Sr wordt van uitgegaan dat de displaysensor de ruimte-temperatuur tot V o] fU pch hoger an uitlezen dan dewer elij e verdampertemperatuur fstandaard.l. 'oor meer eTreme installaties wordt ervan uitgegaandat de displaysensor de ruimtetemperatuur tot Z p] fKpc'hoger an uitlezen dan de wer elij e verdampertem-peratuur.b L e instellingswaarde | mag alleen worden gebruik t als bijeen instellingswaarde O de vorming van ijs in de verdamperniet wordt voor omen. | |||
| D-[ Optionelepompbewa-ing | x | O]] O]]O' z SelecterenQJ J P | q QV| fJ oJfUZ,ZZ pC q XV,VV pC: | |
| Para) 't'r Naa) D8 C- Fabri' 1sin- | Para) 't'rb'r i'l st' lling | ||
| Stel deze parameterinstelling in als de optionele watersensor voor pompbewa ing is geinstalleerd om de temperatuur van de condensatorspoel te controleren en de pomp en compressor uit te scha elen als de spoeltemperatuur boven de geprogrammeerde waarde stijgt. L eze sensor is aangesloten op de k I O O. N-sensoringang op het regelingspaneel.Drogrammeer een temperatuur tussen Q| J | P | q | QV | B | o|IUZZZ pc iq XV.WV pch P a'han elij van de temperatuur van het zeewater en het systeemtype. Zie de montagehandleiding van de sensor. L e instelstappen zijn in p|P zel's wanneer de nop is ingesteld op weergave van pc. | |||
| D-9 | L isplayhelderheidsregeling | x x | U G Idon ersth - U heldersth |
| Stel deze parameterinstelling in tussen Q en U. Sen don ere cabine vereist een instelling van Q. 'oor een zeer heldere cabine is een instelling van U vereist. | |||
| D-OJ | Selectie van ]ahrenheit o/c elsius | x x ] | | z Y eergave in |ahrenheit c z Y eergave in c elsius* z "utomatische selectie op basis van spanningVj k z z c elsiusXj k z z ]ahrenheit |
| Selecteer pc voor c elsius fc elsius-waarden worden weergegeven in tiendenf bijvoorbeeld | | P | pt. L e standaardinstelling is „p] v. | |||
| D-QG | c ycluspomp met compres-sor | x | c ec c cc z cyclus met compres-sorcon z continu pompen |
| Selecteer cyclisch of continu pompbedrijl.b c ec s 'erlengt de levensduur van de pomp en bespaart ele-triciteit door de compressor cyclisch in en uit te scha elen.b cona Drogrammeert de pomp om continu te wer en wanneer het systeem is ingescha eld. | |||
| D-OI | "utomatische ventilatortoe-rentallen in de bedrij'smo-dus „ erwar-menv om e-ren | x x nOr | nOr z 'ormale ventilator-wer ingrS| z Omge eerste venti-latorwer ing in modus 'er-warmen |
| L raai de toerentallen voor automatische ventilatorwer ing om in de modus ' SRY ' RMS' om de warmtealgite in oelere lima-ten te verbeteren.b Y anneer deze instelling is ingesteld op rS|P gaat de ventilator sneller draaien als de instelwaarde wordt benaderd. L e venti-lator scha elt naar laag toerental wanneer aan de instelwaarde is voldaan en de water lep o/ compressor cyclisch wordt uit-gescha eld.b 'Is de ventilator is ingesteld op nOr? wer t deze op dezelde manier als tijdens het oelen? wat overeen omt met de nor-male wer ing van de ventilator. | |||
| D-QU | Modus " Ileen oelen | x | k L k D z Y armtepompcl z " Ileen oelen |
| Para) 't' r Naa) D8 C- Fabri' 1sin- | Para) 't' rb' r'il st' lling | |
| Selecteer warmtepomp o: alleen oelen.b * ls u 'k D' selecteertf wer t het apparaat in de standaardmodus van de warmtepomp waardoor oeling2 verwarmen met omge eerste cyclus o: foptioneleh ele trische hulpverwarming mogelijk is.b * ls u 'c I' selecteertf wer t het apparaat in de modus /OSI S' o: foptioneleh modus k . ID' SRY ' RMI' M.b L e modus k . ID' SRY ' RMI' M is alleen beschi baar als het apparaat is uitgerust met een ele trische hulpverwarming. | ||
| INSTRUCTIE 'ls u 'c I' selecteertf wordt een compressorvertraging van vij: minuten gestart wanneer de compressor wordt uitgescha eld op basis van de instelwaarde een storing o: een stroomstoring. L e vertraging van vij: minuten begint onmiddellij nadat de compressor uit bedrij: is genomen. k et pictogram voor de modus /OSI S' op het display nippert gedurende vij: minuten eenmaal per seconde o: gedurende de resterende tijd om de vij: minuten na de laatste eindtijd van de cyclus. ' Is de vertraging van vij: minuten is verstre en voordat de compressor in bedrij: wordt gesteld? wordt de compressor zonder vertraging ingescha eld. | ||
| D-OK Selectie van de ventilator-motor | x x Sc | Sc z Split c apacitor-ventilatormotorSD z Shaded Dole-ventila-tormotor |
| Stel in op Sc voor " c -schaelaar hogesnelheids-aanjagers. Stel in op SD als uw apparaat een Shaded Dole-ventilatormotor heen. Zie 'L e regeling programmeren'. | ||
| D-OV Standaardin-stellingen her-stellen | x x nOr | rSN z Standaardinstellingen herstellennOr z ' ormale wer ing |
| " Is u alle programmeerparameters wilt resetten2 stelt u deze pa-rameter in op rSN. k ierdoor worden standaardinstellingen voor alle programmeerbare parameters hersteld. | ||
| D-OX k ydronische water lep ge'orceerd open | x nOr | OEn z /lep gelorceerd opennOr z ' ormale wer ing |
| Open de water raan om het systeem te ontluchten.○ OEn a] orceert de lep gedurende vier uur open terwijl de re-geling is uitgescha eld. ' Is de regeling wordt ingescha eld o: als de wisselstroom tijdens deze periode van vier uur wordt onderbro en? wordt de lep-override geannuleerd.○ nOr a L e lep scha elt terug naar de normale wer ing. | ||
| D-OZ Y atertempe-ratuurverschil | x QV p | f | pc | V p | tot | V ol | fU pc tot QK och | |
| Stel het temperatuurverschil in tussen de omgevingsluchttem-peratuur en de hydronische watertemperatuur die de water lep regelt. ' Is u bijvoorbeeld O | p | fQ P | l p c h selecteertb wordt de lep geopend wanneer de watertemperatuur O | p | fQ P | l p c h lager is dan de omgevingstemperatuur in de modus /oelen en O | p | fQ P | l p c h hoger dan de omgevingstemperatuur in de modus ' erwarmen. | ||
| I oor het temperatuurverschil zorgvuldig te iezenb umnen de verwarmings- en oelbronnen van het schip volledig worden benut. In de oelmodus en bij gebruik van een waarde O | p | fQ P | l p c h gaat de lep bijvoorbeeld open om enige oeling mogelijk te ma en terwijl het hydronische systeem naar de goe-de temperatuur za t. | ||
| Para) 't'r Naa) D8 C- Fabri' 1sin- | Para) 't'rb'r i'l st'lling | ||
| D-Q[ Instelling van timer voor reinigen/vervan-gen luchtälter | x x ] Noont de verstre en tijdfin uren TQ] h sinds de timer werd gestart of gereset. | ||
| Maa een herinnering om het luchtälter te reinigen of te vervangen. Ar/FL nippert om de Cj seconden oort op het I SL -display totdat de melding wordt gewist.b L e ingevoerde parameter vertegenwoordigt dat aantalf maal Cj uur. Selecteer het aantal bedrijsuren tot de älterherinnering moet worden weergegeven.b L e parameter an worden ingesteld op een waarde van Cj Fc] J uur tot en met | VJ fi VJ | uur,b Ni op het pictogram Down om de waarde terug te zetten op | P start de timer opnieuw op en wis de herinnering. | |||
| i INSTRUCTIE L ometic raadt aan om het luchtälter ten minste om de VJ bedrijsuren te controleren. | |||
| D-Q9 Mimerwaarde en resetten ti-mer voor reinigen/vervan-gen luchtälter | x x ] Noont de verstre en tijdfin uren TQ] h sinds de timer werd gestart of gereset. | ||
| Noont de actuele verstre en tijd fin uren TQ] sinds de timer werd gestart of gereset. Y anneer deze parameterwaarde de waarde berei t die is ingesteld in parameter D-Q| P zal Ar/FL el e Cj se- conden nipperend worden weergegeven op het display tot-dat de melding wordt gewist. Ni op het pictogram Down om de waarde terug te zetten op | P start de timer opnieuw op en wis de herinnering. | |||
| paraat-IL | x x dIS fappa-[ sl VV0-I] c'' -bus ap-raat-IL z V9'na inscha e-len en uit- enweer inscha-elen: | ||
| k iermee unnen alle apparaten met een geinstalleerde c'' -busadapter met el aar in een netwer worden opgenomen en communiceren met el aar of met het c'' -bussysteem van het schip fin sommige gevallen met meer vertaalapparatuurt.b 'ls u deze functionaliteit wilt inscha elen? stelt u de parameter in op ].b laat het display terug eren naar de modus O]].b Scha el het systeem uit en weer in.b Zodra het systeem is ingescha eld? wordt de apparaat-IL van de c'' -bus ingesteld op V9.b 'oer het IL-nummer van de c'' -buseenheid van het appa-raat in. | |||
| D-I Q c'' -bus groep-IL | x x V[fna in-scha elen en in- en uitscha-elen: | J sl VV | |
| k iermee unnen alle apparaten met een geinstalleerde c'' -busadapter worden gegroepeerd in een netwer systeem en communiceren met het c'' -bussysteem van het schip fin sommige gevallen met meer vertaalapparatuurt.b 'ls parameter D-I | is uitgescha eld' wordt C weergegeven op de groeps-IL .b Zodra de apparaat-IL van de c'' -bus is ingesteld op | en de voeding wordt uit- en ingescha eld' wordt de groep-IL van de c'' -bus standaard ingesteld op V|.b 'oer de stappen in parameter D-I | uit en voer vervolgens het groep-IL-nummer van de c'' -bus van het apparaat in. | |||
| D-I I Spannings a-libratie | x x Y issel-Cas aan tot de ctacte span-stroomspan-ning | ||
| Meer een actuele waarde weer van de spanning die wordt a'-gelezen door de printplaat, k et alibreren van deze parameter levert een nauw euriger spanningsniveau op bij het bere enen van de lage spanning voor parameter D-X. Mebrui een betrouw-bare voltmeter tijdens het a'sstellen. | |||
| Para) 't'r Naa) D8 C- Fabri' 1sin- | Para) 't' rb'r i1st' lling | Para) 't'r Naa) D8 C- Fabri' 1sin- | Para) 't' rb'r i1st' lling | ||
| D-I U Nemperatuur-verschil Instelwaarde | x x I | Q z Q p] f] FX pc verschilI z Q p] Fpc verschil | ming inscha-elen | x x dIS dIS/Sn" | |
| Stel het temperatuurverschil in |ahrenheit in voor alle bedrijjsmodia". NOM" MISc kP/OSIS P SRY "RMS" OJ k. ID'SRY "R-MI" M. Zie 'L e regelingsmodus iezen'.b Ca k andhaalt de ruimtetemperatuur j C p] f] FX pc vana het gewenste instelwaarde.b I a k andhaalt de ruimtetemperatuur j I p] Fc pct vana het ge-wenste instelwaarde. | unt optionele ele trische hulpverwarming inscha elen. 'ls er een ele trische hulpverwarming is geinstalleerd' wijzigt u deze instelling in 5n" om de ele trische hulpverwarming onahand- elij van de verwarming met omge eerste cyclus te laten wer- en. In L g-toepassingen wer en de e'ltra ele trische warmite- en compressoruitgangen op het regelingspaneel alleen op hetzel'- de moment als de 'unctie Ontvochtigen actie' is. Zie 'Relatieve vochtigheid inscha elen' in deze tabel. | ||||
| vochtigheid inscha elen | x x O] O] / V] s ] | ||||
| D-I K Minimum-temperatuur modus O' N-' Oc k NIMS' | x x | Vj p] FcJ pch KJ p] q ZVfj p]fK.KK pc Iq I U.[ [ pch] | unt de optionele combinatiesensor voor ruimtetempera-tuur/relatieve vochtigheid inscha elen. k ierdoor an het sys- teem worden ontvochtigd met behulp van ele trische hulpver-warming fals ele trische hulpverwarming is geinstalleerd en inge-scha eld wanneer de vochtigheid in de passagiersruimte stijgt tot boven de geselecteerde relatieve vochtigheid FR'.b 'oor L g-toepassingens Relatieve vochtigheid ingescha eld." Is de optionele combinatiesensor voor ruimtetempera-tuur/relatieve vochtigheid is aangesloten op het regelingspa- neel en detecteert dar vochtigheid is toegenomen' wordt de bedrij'stijd van de compressor verlengd en blijn deze door-wer en tot een waarde van G of f0Z'II pc onder de instel-waarde om de vochtigheid te verwijderen. 'Is er een ele tri-sche hulpverwarming is geinstalleerd' zal deze in- en uitscha- elen om de instelwaarde te handhaven terwijl de compres-sor langer aan blijn om te ontvochtigen. | ||
| Stel de minimale ruimtetemperatuur in fin |ahrenheit waarbij de modus O' N' Oc k NIMS' een oelcyclus start om vocht uit de lucht te verwijderen. "Is de ruimtetemperatuur lager is dan deze parameterinstelling' voert de modus O' N' Oc k NIMS' een ver-warmingscyclus uit. Zie 'L e regelingsmodus iezen'. | |||||
| D-I V Nemperatuur-verschil " uro-matisch venti-latortoerental | x x I p] Fc pc h Q p] tot U p] f] ?X pc tot I pch | ||||
| Stel het incrementele verschil 'met cumulatieve stappen' in tus- sen de omgevingstemperatuur en de instelwaarde voor de tem- peratuur waarbij het ventilatortoerental tot de volgende snelheid toeneemt. | |||||
| INSTRUCTIE Sen hysterese van Q p] f] ?X pc in het toerentalverschil van de automatische ventilator voor omt dat het toerental verandert als de ruim-tetemperatuur verandert. Bovendien hebben pro- grammeerparameters D-OI en D-I U beide een e'ect op het verloop van het automatische ventilatortoer- rental. | INSTRUCTIE Sr an een periode van overlap-ping zijn wanneer de compressor en de ele - trische hulpverwarming tegelijk ertijd zijn inge-scha eld. L eze cyclus gaat door tot de relatieve vochtigheid van de cabine lager is dan de inge-stelde vochtigheidsgraad. k et instelberei voor de relatieve vochtigheid is VJ t'q [ ] t R'. | ||||
| D-I X limiet koge temperatuur toevoerlucht | x x O| | | O] ]9V p|k QK p] in stappen van V pfUV pc Iq X pc in stappen van I [ σn] | |||
| Stel de maTimaal toegestane uitlaattemperatuur van de toevoer-lucht in.b k et inscha elen van deze parameter heer geen effect tenzij parameter D-I [ is ingescha eld en is ingesteld op Sn".b 'oor het gebruik van deze parameter moet de O' N-sensor in de toevoerluchtstroom direct strooma'waarts van de aanjage- ruitlaat worden geplaats.b L e modus 'erwarmen wordt uitgescha eld als de tempe-ratuur van deze sensor de instelling overschrijdt. L e modus 'SRY "RMS' wordt hersteld wanneer aan een hysterese van X pc FcJ p] wordt voldaan o' wanneer de voeding naar de re-geling wordt gescha eld en de temperatuur van de O' N-sen-sor lager is dan de instelling maar nog steeds binnen de hyst- terese ligt. S" k wordt weergegeven wanneer deze storing optreedt.b . unt de uitlaattemperatuur weergeven door tegelijk ertijd te ti en op de pictogrammen Up en Down fhetzel'de als voor weergave van de buitenluchttemperatuur. | Zodat water uit de oude ring in de luchtregelaar an stro-men om te ontvochtigen. L eze cyclus gaat door tot de rela-tieve vochtigheid van de cabine lager is dan de ingestelde vochtigheidsgraad. "Is er geen ele trische hulpverwarming is geinstalleerd' wordt de inscha eltid van de omloop lep verlengd en blijm deze doorwer en tot een waarde van G p)fCZH I pch onder de instelwaarde. L eze cyclus gaat door tot de relatieve vochtigheid van de cabine lager is dan de inge-stelde vochtigheidsgraad. k et instelberei voor de relatieve vochtigheid is VJ t'q [ ] t R'. | b 'oor c.Y -toepassingen: Relatieve vochtigheid ingescha eld." Is de combinatiesensor voor ruimtetemperatuur/relatieve vochtigheid is aangesloten op het regelingspaneel? an het systeem met deze functie ontvochtigen met ele trische warm-te fals er een ele trische hulpverwarming is geinstalleerd en ingescha eld wanneer de vochtigheid in de passagiersruim-te stijgt tot boven het ingestelde vochtigheidsniveau. L e ele trische hulpverwarming scha elt in en uit om de instel-waarde te handhaven terwijl de omloop lep wordt geopend'zodat water uit de oude ring in de luchtregelaar an stro-men om te ontvochtigen. L eze cyclus gaat door tot de rela-tieve vochtigheid van de cabine lager is dan de ingestelde vochtigheidsgraad. "Is er geen ele trische hulpverwarming is geinstalleerd' wordt de inscha eltid van de omloop lep verlengd en blijm onze doorwer en tot een waarde van G p)fCZH I pch onder de instelwaarde. L eze cyclus gaat door tot de relatieve vochtigheid van de cabine lager is dan de inge-stelde vochtigheidsgraad. k et instelberei voor de relatieve vochtigheid is VJ t'q [ ] t R'. | |||
| D-I Z ' ertraging In-actieve status | x x Q' seconden V s'q CI J s'stappen van Vs | KJ p] UVF p|k Vj p]fKKK pc f0.XX pc Qj pch | |||
| Stel de vertragingstijd in voordat het display in de inactieve stand wordt gezet. Zie 'I e regelingsmodus iezen': Mebrui de picto-grammen Up o' Down om de vertragingstijd voor inactiviteit te verlengen of te ver orten. | "Is de optionele sensor voor de afstelling van de ondergrens van het zeewaterpieil is aangesloten op de I -polige aansluiting k I O Out van het regelingspaneeelf stelt u het systeem in om over te scha elen van verwarming met omge eerde cyclus naar ele tri-sche hulpverwarming fals ele trische hulpverwarming is geinstalle- leerd in ingescha eld.b Sr wordt dan overgescha eld wanneer de temperatuur van het zeewater daalt tot onder KJ p] fKFKK pc I en verwarming met omge eerde cyclus langer dan vij minuten in bedrij' is geweest. Zodra het zeewater stijgt tot U p] fCXQQ pc boven de instelwaarde van de temperatuur van de ondergrens van de afstellingssensor voor het zeewaterpeil eert het systeem terug naar de verwarming met omge eerde cyclus. | ||||
| Para) 't' r Naa) D8 C- Fabri' 1 sin- | Para) 't' rb' r' il st' lling | ||
| D-U0 /alibratieochtingheids-sensor | x x Relatieve | vochtigheid van de omgeving | Relatieve vochtigheid van de omgeving j QJ t |
| , unt de combinatiesensor voor ruimtetemperatuur/relatieve vochtigheid alibreren om de juiste uitlezing van de vochtigheid in de ruimte weer te geven. | |||
INSTRUCTIE L eze instelling is alleen van toepas-sing op softwareversie #Kl en nieuwier. | |||
| D-U1 /alibratieNemperatuur-sensor water-inlaat | x x | c Y z temperatuur toe-gevoerd ge-oeld waterL g z temperatuur condensator-spoel o# het zeewater | c Y z temperatuur toege-voerd ge oeld water j QJ a) fX pCHL g z temperatuur condensatorspoel o# het zeewater j QJ a) fX pCH |
| , unt de temperatuursensor Y ater Out L gh oY ater In fc Y h alibreren om de juiste uitlezing van de watertemperatuur weer te geven. L e instelstappen zijn in a]2 zel's wanneer de nop is ingesteld op weergave van pc .i INSTRUCTIE L eze instelling is alleen van toepas-sing op softwareversie #Kl en nieuwier. | |||
| D-UU /alibratieO° N-sensor | x x Omgevings- | temperatuurbuiten | Omgevingstemperatuurbuiten j QJ p] fX pc *fX pc * |
| , unt de omgevingstemperatuur-sensor voor de buitenlucht alibreren om de juiste uitlezing van de buitenluchttemperatuur weer te geven. L e instelstappen zijn in a]2 zel's wanneer de nop is ingesteld op weergave van pc .i INSTRUCTIE L eze instelling is alleen van toepas-sing op softwareversie #Kl en nieuwier. | |||
F/6/6 Programmastoringscodes identificeren

Ter bescherming van het apparaat wordt bij bepaalde storingscondities een vergrendelfunctie geactiveerd waardoor de regeling wordt uitgeschakeld. De regeling kan pas opnieuw worden gestart nadat de fout is verholpen. Het type vergrendeling is gekoppeld aan een specifieke storing, afhankelijk van het gedetecteerde storingstype (zie de tabel Storings- en statuscodes hieronder) in combinatie met het beveiligingsniveau (zie de tabel Uitvalbeveiligingsniveaus hieronder) dat in parameter D-V is geprogrammeerd (zie 'Een parameter selecteren').
Storings- en statuscodes
| Co( ' ' schrißing D8 C- | ||
| k D] Storing hogedru scha elaara duidt op ho-ge dru van het oelmiddel. Leze jout is niet van toepassing in de modus ' SRY ' R-MI' M. | x | |
| ID] Storing lagedru scha elaara duidt op lagedru van het oelmiddel. Bij deze storing treedt een uitscha elvertraging van drie minuten op voor displayirmware #41 en nieuwert. | x | |
| DI | Storing wegens laag pompdebiet: duidtop hoge watertemperatuur in de condenserende spoel of op laag pompdebiet. | x | |
| II /- - L uidt op een storing in de waterleidingsensor. | x | |
| IS/- - Interne sensors duidt aan dat de ingebouw-de temperatuursensor van het display is be-schadigd. | x | x |
| * r/|| L uidt aan dat de timer voor het vervangen van het lucht/ilter is verlopen. | x | x |
| S' k L uidt de limiet voor hoge toevoerluchttem-peratuur aan. | x | x |
| SID L uidt aan dat de slaap- ol vergrendelmo-dus is ingescha eld. In deze modi wer en de toetsen niet. | x | x |
| IO/SS L uidt de ondergrens voor het zeewaterpeil aan. | x | x |
F/6/5 D' programma afsluiten
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u de programmeermodus afsluit.
Wilt u het programmeermenu handmatig afsluiten, druk dan tegelijkertijd op de Up en Mode en houdt u deze drie seconden ingedrukt totdat de ruimtetemperatuur wordt weergegeven.
Het display verlaat het programmeermenu ook automatisch na 30 seconden inactiviteit.
De softwareversie van de regeling, bijvoorbeeld 'KJ', verschijnt gedurende één seconde op het display voordat de programmeermodus handmatig of automatisch wordt verlaten. De regeling schakelt na het sluiten van de programmeermodus over naar de normale modus.
| Co( ' ' schrijking D8 C- | |
| | O/ " c Storing wegens lage spanninga duidt op la-ge spanning. L eze storing biedt eTtra be-scherning voor de compressor en com-ponenten in het systeem tijdens laagspan-ningscondities fbrown-outieb ' adat de compressor is gestart' contro-leert de laagspanningsmonitor de ' c -ingangsspanning, ' ls de spanning lagerwordt dan de opgegeven instelwaardef9V ' *99V ' . en gedurende drie minuten zo laag blijn? wordt het systeemuitgescha eld en wordt de storing voorlage wisselstroomspanning weergege-ven.b L e storing blijr bestaan totdat de in-gangswisselstroomspanning hogerwordt dan 9V ' *99V ' . hervolgenswordt de storingscode | O/ " c automa-tisch gewist en begint de oel- o/ ver-warmingscyclus. | x x |
Uitvalbeveiligingsniveau
| Ni0 ' schrij10ing All'' n D8 | |
| J . itvalbeveiligingsniveau J a Mijdelij e uitvalbeveiligingsmaatregel# beper t tot vij# minuten. k et systeem scha-elt na vij# minuten automatisch terug naar niveau U falleen in displayfirmware #KG en nieuwer#. Biedt minimale uitvalbeveiliging en wordt niet aanbevolen.b " Ileen de storing IS/- - wordt gedetecteerd en weergegeven.b l e regeling wordt uitgescha eld en zal pas weer worden ingescha eld# als de storing is verholpen.b ' a het verhelpen wordt de regeling na een vertra-ging van twee minuten opnieuw gestart. | x |
| Q . itvalbeveiligingsniveau Q falleen voor displayirmware#Kj en ouder# omvat de uitvalbeveiligingsmaatregelen van het eerdere niveau en detecteert alle andere fouten# maar deze worden niet weergegeven.b k et systeem scha elt gedurende | minuten uit o# tot-dat de storing is verholpen# a'han elij wat langer duurt.b k et systeem wordt opnieuw gestart# nadat de storing is verholpen. | |
| I . itvalbeveiligingsniveau I falleen in displayirmware#Kj en ouder# omvat de uitvalbeveiligingsmaatregelen van de eerdere niveaus en geer alle andere storingen weer.b k et systeem scha elt gedurende | minuten uit o# tot-dat de storing is verholpen# a'han elij wat langer duurt.b k et systeem wordt opnieuw gestart# nadat de storing is verholpen. | |
| U . itvalbeveiligingsniveau Ua omvat de uitvalbeveiligingsmaatregelen van eerdere niveaus en het systeem wordt vergrendeld na vier opeenvolgende k D]-# [D]- o#. [D] - storingen. L aarnaast an de vergrendeling worden gewist.b k et systeem scha elt gedurende | minuten uit o# tot-dat de storing is verholpen# a'han elij wat langer duurt.b " Is u de vergrendeling wilt wissen2 scha elt u de modus . IV in. Y issel vervolgens naar de modus * * * . |
Navigatiestructuur
In dit gedeelte wordt de menunavigatie voor de capNouch-regeling beschreven.
DISPLAY ICONS
Fan Fan 3 modi
Modus
Bedieningsmodi
Modus+Down
Foutlogboek
3 ode+Up
Programmeren 3 enu
Fan+Up
Zeewatertemperatuur
Up+Down+3 ode
Relatieve luchtvochtigheid
(DB) Fan+Down Compressor
Bedrijfstijd 3 eter
WERKINGSMODI
Koelmodus
Verwarmingsmodus
Ontvochtigingsmodus
u0 Verwarmingsmodus
+utomatische modus
STORINGEN
IR-sensorstoring
Hogedrukstoring
Lagedrukstoring
Laag + C-storing
Pompcentrumstoring
VENTILATORSTANDEN
Ventilatorstand 3
Handmatige ventilatorstand 3
Alleen-ventilatorstand
In de volgende tabel worden enkele veelvoorkomende gevallen beschreven die niet het gevolg zijn van een gebrekkige afwerking of materialen.
| Probl'') A og' li01' oor4a1' n Aanb' 0ol' n oplossing | ||
| k et systeem start niet op. | L e stroomonderbre er van de airconditioning is uit. | Scha el de stroomonderbre er van de air-conditioning in op het scheepspaneel. |
| k et display is niet ingescha-eld. | Scha el het display in. | |
| L e lemmenstroo is ver-eerd bedraad. | c controleer het bedradingsschema en corrigeer eventueel. | |
| L e ingangsspanning is te laag. | b c controleer of de voedingsbron ivaste-land/generator de juiste spanning le-vert.b c controleer de bedrading en lemmen op correct formaat en correcte verbin-dingen.b c controleer met een voltmeter of de voeding aan het apparaat dezelde waarde heen als bij de voedingsbron. | |
| Sen ele trisch onderdeel is de'ect. | Sen monteur moet het display? de abel en de printplaat inspecteren. Zoe naar een rood lampje op de printplaat. | |
| k et systeem loopt continu. | k et apparaat an de instel-waarde niet berei en. | Sluit alle verbindingsopeningen en -lui-en. Stel de instelwaarde zo in dat deze niet te laag is voor oeling of te hoog voor verwarming. |
| L e zeewatertemperatuur is te hoog om te oelen of te laag om te verwarmen. | L e zeewatertemperatuur heen recht-stree s invloed op de eficiëntie van de airco. L eze airconditioning an uw schip e'ectie? oelen bij watertemperaturen tot 9] p] fU PI I pc h en warmte fals de optie voor omge eerste cyclus is geinstalleerd in waterpeil tot KJ p] fKKK pc h. | |
| L e optionele binnenlucht-temperatuursensor is niet goed geplaatst. | b c controleer de locatie van het display aan de hand van de criteria in het hoooldstu Installatie van deze handlei-ding.b Dlaats indien nodig een optionele binnenluchttemperatuursensor. " Is er al een optionele binnenluchttempera-tuursensor in de luchtstroom is geïn-stalleerd? zorg er dan voor dat deze geen warme voorwerpen raa t zoals de condensatorspoel". | |
| L e antivriesunctie is niet ingescha eld. | Scha el de antivriesunctie in de parame-ters in. " Is er nog steeds onmiddellij ijs ontstaal? moet u de bovenstaande mogelij e oorza en opnieuw be ij en. | |
| INSTRUCTIE LJs op een ventilatorspoel am snel worden verwijderd door het apparaat in de modus ' erwarmen te laten draaien. | ||
| Sr is een gebre aan luchtstroom. | L e luchtstroom is geblo - eerd o3 beper t. | b ' erwijder eventuele blo eringen in de retourluchtstroom.b Reinig het retrurluchtalter en -rooster.b c controleer de buisleidingen op neu-zingen en blo eringen. Buisleidingen moeten zo recht? e'en en stevig mo-gelij worden gemonteerd. |
| k et ventilatortoerental is ingesteld op handmatig laag. | b " Is de ventilatortoerental is ingesteld op handmatig laag? verhoogt u de snelheid naar een hogere instelling o3 stelt u deze in op de modus". NOM" - MSc k .b O: verhoog de minimale lage snelheid in de programmaparameters. | |
| Probl'') A og' liß1' oor4a1'n Aanb' 0ol'n oplossing | ||
| Sr heem zich mogelijk ijs gevormd op de ventilatorspoel. | Zie 'Ijsvorming op de ventilatorspoel' in deze tabel. | |
| Ijsvorming op de ventilatorspoel. | Le vochtigheidsgraad is te hoog ingesteld. | Sluit lui en en deuren. |
| Le toevoerlucht wordt te snel gescha eld. | ○ Richt de toevoerlucht zodanig dat deze niet in o/in de buurt van de retour-luchtstroom blaast.○ Licht eventuele luchtle en in de buis-leidingen a). | |
| Le luchtstroom is geblo - eerd o/ beper t. | Raadpleeg 'Sr is een gebre aan lucht-stroom' in deze tabel. | |
| Le ventilator draait te lang-zaam. | Stel de ventilatortoerental in op de modus ", NOM' NISc k o/ verhoog het handma-tige ventilatortoerental. O/ verhoog de minimale lage snelheid in de programma-parameters. | |
| k et systeem loopt continu. | Sluit lui en en deuren? verhoog instel-waarde? scha el de antivriesunctie in. | |
| Le spoel van de con-densator is bevroren in de modus 'erwar-men. | Le zeewatertemperatuur is lager dan Kj o/ fPKK p.ch. | ○ Scha el de installatie uit om beschadiging van de condensator te voor o-men.○ Iaat de spoel ontdooien. |
| Le ventilator draait niet o/ draait continu. | Le digitale regeling is ingesteld voor ventilatorycyclus met compressor o/ voor continu ventilatorbedrij). | Zet de ventilator in continu bedrij? o/ scha-el de ventilator in met de compressor. |
| i INSTRUCTIE Y anneer de ventilator is geconfigureerd voor ele trische hulpverwar-ming? blijn deze nog vier minuten ingescha eld na-dat een verwarmingscyclus is beëindigd? zells als de ventilator is ingesteld op cy-clisch bedrij). | ||
| Le printplaat op het apparaat is de'ect. Mewoonlij draaien de compressor en pomp nog. | ' eem contact op met de servicea'deling om de printplaat te vervangen. | |
| i INSTRUCTIE Sen ortgesloten relais o/ triac an ertoe leiden dat de ventilator nooit wordt uitgescha eld o/ nooit wordt ingescha eld. "Is de ventilator nooit wordt uitgescha eld" an de ventilator op het display worden inge-steld op 'continuous'. | ||
| k et apparaat ver-warmt niet. | k et apparaat heen geen verwarmingsfunctie. | L e meeste apparaten hebben een omge-eerde cyclus om warmte te genereren'maar sommige apparaten hebben deze functie mogelijk niet. |
| k et display is ingesteld op alleen oelen o/ ele trisch verwarmen. | Y ijzig de parameters op het display o/ dru op de modus nop om de modus 'erwarmen o/ de modus "utomatisch in te scha elen. L e ele trische hulpverwar-ming wer t niet als het display is ingesteld op ele trische hulpverwarming en het ap-paraat geen ele trische hulpverwarming heen. | |
| L e om eer lep zit vast. | b Ni zachtjes op de lep met een rub-beren hamer terwijl het apparaat in de modus 'erwarmen staat.○ 'eem contact op met een service-monteur als dit het probleem niet op-lost. | |
Probleem | Mogelijke oorzaak | Aanbevolen oplossing
| Le zeewatertemperatuur is te laag. | Le zeewatertemperatuur heen recht-stree s invloed op de efficiëntie van het apparaat. Om het apparaat te laten ver-warmen fals de optie voor omge eerde cyclus beschi baar isih moet de watertem-peratuur Kj ol fKPKK pc h ol hoger zijn. | |
| Sr is verlies van oelgas. b c ontroleer de airconditioning op le -age van oelmiddelolie.b ’ eem contact op met de servicea'de-ling. | ||
| f’ lleen voor c Y -systemenh k et oelwatercircuit is on-voldoende verwarmd' het oelsysteem staat niet in de juiste bedrij'smodus oï de ele trische hulpverwarming is uitgescha eld. | b Zorg ervoor dat de oeler in de modus 'erwarmen staat.b ’ Is het luchtregelaarsysteem is uitge-rust met watertemperatuursensoren' controleer dan de watertemperatuur bij de digitale regeling.b ’ Is de watertemperatuur niet ten min-ste CV o] warmer is voor de modus ' er-warmen? gaat de water lep niet open.b ’ Is het luchtregelaarsysteem is uitge-rust met een ele trische hulpverwar-ming? zorg er dan voor dat de ele tri-sche hulpverwarming is ingescha eld. | |
| k et toestel oelt niet. | k et display is ingesteld op alleen verwarmen. | Y ijzig de parameters op het display o/ dru op de modus nop om de modus /oelen oï de modus "utomatisch in te scha elen. |
| Le zeewatertemperatuur is te hoog. | Le zeewatertemperatuur heen recht-stree s invloed op de efficiëntie van de airco. Leze airconditioner an uw schip effectie oelen bij watertemperaturen tot 9j p] full p11 pc t, k et apparaat an nog steeds wer en bij hogere watertempera-turen? maar niet zo efficiënt. | |
| Sr is verlies van oelgas. b c ontroleer de airconditioning op le -age van oelmiddelolie.b ’ eem contact op met de servicea'de-ling. | ||
| f’ lleen voor c Y -systemenh L e oelwaterloop is on-voldoende ge oeld oï het oelsysteem staat niet in de juiste bedrij'smodus. | b Zorg ervoor dat de oeler in de modus /oelen staat.b ’ Is het luchtregelaarsysteem is uitge-rust met watertemperatuursensoren' controleer dan de watertemperatuur bij de digitale regeling.b ’ Is de watertemperatuur niet ten min-ste CV o] fPKK pc t lager is voor de modus /oelen? gaat de water lep niet open. | |
| L e installatie scha elt in de modus /oelen naar de modus ' er-warmen. | L e antivries'unctie is inge-scha eld omdat de spoel mogelijk bevriest tijdens lange looptijd. | k erprogrammeer de antivriescyclus in de parameterinstellingen. |
| L e pomp scha elt niet uit. | L e printplaat is ortgesloten. | b Bel met de servicea'deling om te con-troleren oï een relais op de printplaat is ortgesloten oï dat de relaisplaat van de pomp de'ect is? indien van toepas-sing.b ’ ervang alle printplaten die zijn ort-gesloten. |
| L e pompparameter op het display is ingesteld om de pomp continu te laren draai-en. | Y ijzig de parameter op het display zo-dat de pomp dezel'de cyclus volgt als de compressor. | |
| L e pomp draait niet. Sr | an een hogedru storing zijn. | Zie 'Sr is een hogedru storing' in deze ta-hel. |
| L e compressor scha-elt niet uit. | Sen relais op de printplaat is ortgesloten naar gesloten stand. | ’ eem contact op met de servicea'deling om de printplaat te controleren en te ver-vangen. |
| L e compressor draait niet. | Sen relais op de printplaat is ortgesloten naar geopen-de stand. | ’ eem contact op met de servicea'deling om de printplaat te controleren en te ver-vangen. |
Probleem | Mogelijke oorzaak | Aanbevolen oplossing
| Sr is spra e van een open overbelasting van de compressor. | b' eem contact op met de serviceade-ling om dit te controleren en te repare- ren.b* Is de overbelasting van de compres- sor intern isf wacht dan en ele uren tot deze is aige oeld voordat u de test uit-voert. | |
| Sr is een lagedru sto-ring. | k et apparaat heem geen la- gedru scha elaar2 maar de jumper JDl op de printplaat is verwijderd o'er is een pa- rameter2 indien van toepas- sing2 ingescha eld op het display. | b* Is het apparaat geen lagedru scha-elaar heen2 controleert u o'de JDl - jumper op de printplaat over beide pennen is geplaatst.b Scha el de parameter uit2 indien van toepassing. |
| Le lagedru scha elaar is open vanwege lage tem-peraturen van het zeewater en/o'de retourlucht. | Drobeer de airconditioning opnieuw te starten. Le optionele lagedru scha elaar heen een uitscha elvertraging van tien min-uten2 die van racht an zijn. | |
| Le lagedru scha elaar is open als gevolg van verlies van oelmiddel. | b c ontroleer de airconditioning op le - age van oelmiddelolie.b' eem contact op met de serviceade- ling. | |
| Le lagedru scha elaar is delect o'debrading zit los. | b' eem contact op met een onder- houdsdealer om de lagedru scha e- laar te testen en om te controleren o'de draden goed zijn aangesloten en in de oranje aansluiting op de printplaat zijn aangesloten.b c ontroleer o'de oranje aansluiting niet achterstevoren op de printplaat is aan- gebracht. | |
| Sr is een hogedru sto-ring. | Le zeewaterstroom wordt geblo eerd. L e spoel van de condensator an te heet zijn om aan te ra en. | b Sr moet veel water uit de overloop stromen. Zorg ervoor dat de zeewater- raan open is en dat er water naar de pomp stroomb.Reinig de zeewaterzee2.b c ontroleer o'de Speed-Scoop-rom- pinlaat geblo eerd is.b c ontroleer o'duit de buitenboord-uit- laat een ster ef constante waterstraal stroomt. |
| Le hogedru scha elaar is geopend fbij verwar- meni-vanwege onvoldoen- de luchtstroom. | b' erwijder eventuele blo eringen in de retourluchtstroom.b Reinig het luchtälter o'-rooster.b c ontroleer de buisleidingen op neu- zingen en blo eringen. Buisleidingen moeten zo rech' e'en en stevig mo- gelij worden gemonteerd.b* Is het probleem blijn bestaan? pro- grammeer dan de parameter voor de limiet voor laag ventilatortoerental op de ma Timale waarde.b Stel de limiet voor laag ventilatortoer- rental in op ZV en stel de omge eerste ventilatortoerentallen tijdens de mo- dus ' erwarmen in door de omge- eerde ventilatortoerental in de mo- dus ' erwarmen te wijzigen in de algemene instellingen' o'd stel het ventila- tortoerental handmatig in op hoog. | |
| Le hogedru scha elaar is open ftijdens verwarming vanwege een hoge zeewa- tertemperatuur. | k et systeem an onder hoge dru draaien als de zeewatertemperatuur hoger is dan VV p| fkl PZ| pcl. | |
| Le hogedru scha elaar is delect o'debrading zit los. | b' eem contact op met een onder- houdsdealer om de hogedru scha e- laar te testen en om te controleren o'de draden goed zijn aangesloten en in de oranje aansluiting op de printplaat zijn aangesloten.b c ontroleer o'de oranje aansluiting niet achterstevoren op de printplaat is aan- gebracht. |
Probleem | Mogelijke oorzaak | Aanbevolen oplossing
| Le zeewaterpomp an luchtvergrendeld zijn. | b Zorg ervoor dat de zeewaterleidingen worden geïnstalleerd volgens de richtlijnen in de installatiehandleiding die bij de airconditioning is geleverd.b erwijder de slang van de pompuitlaat om lucht uit de leiding te laten. | |
| Le zeewaterpomp draair niet. | b Sr moet veel water uit de overloop stromen.b Zorg ervoor dat de pomp niet beschadigd raa t door drooglopen.b c ontroleer o/de pomp spanning on- vangt.b c ontroleer de stroomonderbre er van de pomp o/ het relaispaneel/ indien van toepassing. | |
| Sr is een storing wegens lage wissel-stroomspanning. | Le voedingsspanning is te laag. | Mebrui een multimeter om te controle-ren o/ het apparaat constant en consistent van stroom an worden voorzien. |
| Le spanning is onjuist ge a-libreerd/ indien van toepas-sing. | b c ontroleer met een multimeter o/ de spanningswaarde naar het apparaat overeen omt met de spannings ali-bratie in de parameters.b Stel de spannings alibratie zo nodig a/. | |
| Le airconditioning re-ageert niet op de wij-zigingen die op het display worden inge-voerd. | k et display onder-vindt een stroomonder-bre ing/ spannings/requentieschommelingen/ ele tro-magnetische inter/rentie van andere apparatuur o/ een soortgelij probleem met de stroomvoorziening. | kerstel de instellingen van het display naar de fabrie sinstellingenO. Scha el het apparaat uit.I. Ont oppel de abel van het display.U. Scha el het apparaat in/ wacht I/ seconden en scha el het apparaat dan weer uit.K. Sluit de abel weer aan op het dis-play.V. Scha el het apparaat in,INSTRUCTIE kier-door worden alle para-meters hersteld naar de fabrie sinstellingen. |
| Le printplaat her ent eer- der aangesloten displays. | ||
| Le connectors van de dis-play abel ma en geen con- tact fde connectors zijn bij- voorbeeld losge oppeld/vuil/ verbogen o/ heb-ben gebro en pinnen. Op het display wordt mogelijk '999' o/- - - - als niet met het apparaat an wor-den gecommuniceerd. | b Scha el de stroom uit bij de stroom-ringonderbre er/ verwijder de con- nector en inspecteer deze.b Reinig de aansluiting en de abel met reinigingsmiddel voor ele trische con-tacten.b k aal de abel in en uit de aansluiting. Indien beschadigd/ moet de connec-tor o/ de display abel worden vervan-gen. | |
| Le display noppen wer en niet. | k et display is vergrendeld. Ongrendel het display. | |
| k et display en de printplaat zijn niet compatibel. | b c ontroleer o/ de printplaat en het dis-play compatibel zijn. Sommige oude-re printplaten wer en niet met nieu-were displays en sommige nieuwere printplaten wer en niet met oudere displays.b 'ls de opnieuw opgestart printplaat en het display vreemd blijven wer en/ vervangt u de display abel. | |
| k et display geen niet de juiste ruimtetem-peratuur weer. | k et display toont een code voor een de/ecte luchtsensor/ meestal omdat er een de/ect is aans de ingebouw-de temperatuursensor van het display/ de optione-le binnenluchttemperatuur-sensor o/ de display abel. | b 'ervang de optionele binnenlucht-temperatuursensor.b 'ls u de ingebouwde temperatuursensor van het display gebruif/ vervangt u het display o/ voegt u een optionele binnenluchttemperatuursensor toe.b Installeer een andere display abel.b c ontroleer o/ de plug/aansluiting in de display op o/ op de printplaat niet beschadigd is. |
Probleem | Mogelijke oorzaak | Aanbevolen oplossing
| Le weergegeven temperatuur is te hoog. | b'ls de weergegeven temperatuur totVj p] fOJ och hoger is dan de wer elij-e temperatuurfunt u dit aanpassen met behulp van alibratieparameter K.b'ls de weergegeven temperatuur war-mer is dan VJ p] fOJ pc'boven de wer-eli j e temperatuurf past u de jumperJDV op de printplaat van het apparaat aan.bZie de opmer ing over de optionele binnenluchttemperatuursensor. | |
| Le weergegeven temperatuur is te laag. | b'ls de weergegeven temperatuur totVJ p] fOJ och lager is dan de wer elij e temperatuurfunt u dit aanpassen met behulp van alibratieparameter K.b'ls de weergegeven temperatuur ou-der is dan VJ p] fOJ och onder de wer-eli j e temperatuurf past u de jumperJDV op de printplaat van het apparaat aan.bZie de opmer ing over de optionele binnenluchttemperatuursensor. | |
| Le temperatuur wordt te snel aangepast o'ordtnog steeds niet goed a'ge-lezen. | 'erplaats het display o'de optionele bin-nenluchttemperatuursensor. L toevoer-lucht mag niet op o'in de buurt van een sensor blazen. I o aliseer optionele bin-nenluchttemperatuursensoren in de re-tourluchtstroomf maar raa geen en el onderdeel van het apparaat lysie aan. | |
| i INSTRUCTIE Opmer ing met betre ing tot de op-tionele binnenluchttemperatuursensor's het apparaat een optionele binnenlucht-temperatuursensor onvat2is dit een RJQK-pins UJJJ /-sensor o'een RJQIX-pins OJJJ /-sensor.'ls de X-pins sensor is geïn-stalleerd3moet de JDV-jum-per van de printplaat wor-den verwijderd."ls geen van beide sensoren op de printplaat is geïnstalleerd4geen het display2indien van toepassing2de eigen inge-bouwde sensor aan. | ||
| Sr is een storing we-gens laag pompde-biet2indien van toe-passing. | Le condensatorspoel is teheet. | controleer o'water het apparaat instroomt en o'de condensator niet veront-reinigd is. |
| Le thermistor is beschadigd. | Ont oppel de abel van de watersensor2indien deze geïnstalleerd is.Installeer een andere thermistor als deze beschi baar is. | |
| Sr is een plug/aansluitingbeschadigd op de print-plaat. | controleer visueel o'de pinnen van de aansluiting zijn verbogen o'verroest. Repareer o'vervang de printplaat indien no-dig. | |
| Sr wordt een filter-herinnering weerge-geven. | Le timerinstelling voor reinigen o'vervangen van het filter is berei t. | Reinig o'vervang het filter en stel de filter-uren opnieuw in. |

Gooi het verpakkingsmateriaal indien mogelijk altijd in recyclingafvalbakken. Vraag het dichtstbijzijnde recyclingcentrum of uw dealer naar informatie over hoe het product kan worden weggegooid in overeenstemming met alle van toepassing zijnde nationale en lokale regelgeving.
12 Garantie
Zie onderstaande paragrafen voor informatie over garantie en ondersteuning in de VS, Canada en alle andere regio's.
Australië en Nieuw-Zeeland
Beperkte garantie beschikbaar op dometic.com/cn-us/terms-and-conditions-consumer/warranty. Mocht u vragen hebben of een gratis kopie van de beperkte garantie willen verkrijgen, neem dan contact op met
DOMETIC AUSTRALIA PTY LTD
1 JOHN DUNCAN COURT
VARSITY LAKES, QLD, 4227
1800-212-121
DOMETIC NEW ZEALAND LTD
373 NEILSON STREET
PENROSE, AUCKLAND, 1061
+64 9 622 1490
Alleen in Australië
Onze producten worden geleverd met garanties die niet kunnen worden uitgesloten onder de Australische consumentenwet. U hebt recht op een vervanging of vergoeding voor ernstige fouten en op compensatie voor elk ander redelijkerwijs te voorzien verlies of schade. U hebt bovendien recht op reparatie of vervanging van de producten indien de producten niet van acceptabele kwaliteit zijn en de fout niet gelijk staat aan ernstige fouten.
Alleen in Nieuw-Zeeland
Dit garantiebeleid is onderhevig aan de voorwaarden en garanties die verplicht zijn zoals geïmpliceerd door de Wet op consumentengaranties 1993.
Lokale ondersteuning
Lokale ondersteuning vindt u onder de volgende link: dometic.com/dealer
Verenigde Staten en Canada
De wettelijke garantieperiode is van toepassing. Is het product defect, neem dan contact op met de vestiging van de fabrikant in uw land (zie dometic.com/dealer) of uw verkoper.
Stuur voor de afhandeling van reparaties of garantie volgende documenten mee
b. Kopie van de factuur met datum van aankoop b. De reden voor de claim en een beschrijving van de fout
Houd er rekening mee dat eigenmachtige of niet-professionele reparatie gevolgen voor de veiligheid kan hebben en dat de garantie hierdoor kan komen te vervallen.
Q. Gerelateerde documenten.....Q I J
I. Verklaring van symbolen.....G I J U. Correct gebruik...... Q I J K. Algemene verwijzingen.... 0 I V. Specificaties....0 1 0 X. Stroomschema's...... Q I I Z. Montage...... G I I [. Bediening.....Q I U 9. Navigatiestructuur..... Q U O O J. Verbetering van fouten..... Q U I 0 0. Buitengebruikstelling..... O U K Q. Garantie.....G U K
1. Relaterede dokumenter

INSTRUCTIE L eze instelling is alleen van toepas-sing op softwareversie #Kl en nieuwier.