ES 1814 - Zaag ALPINA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ES 1814 ALPINA in PDF-formaat.
Questions des utilisateurs sur ES 1814 ALPINA
0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.
Poser une nouvelle question sur cet appareil
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ES 1814 - ALPINA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ES 1814 van het merk ALPINA.
GEBRUIKSAANWIJZING ES 1814 ALPINA
Kettingzaag voor snoeiwerken - GEBRUIKERSHANDLEIDING LET OP: vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handleiding aandachtig te lezen.
NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
- Quand on met l’inter
SPR 255 A 305 SPR 255 C A 305 C 3/8” 10” / 25 cm 0,050” / 1,27 mm OREGON 100SDEA041 OREGON 91PX040X 91P040X 3/8” 12” / 30 cm 0,050” / 1,27 mm OREGON 120SDEA041 OREGON 91PX045X 91P045X 1/4” 10” / 25 cm 0,050” / 1,27 mm QIRUI AT10-50 LONGER E1-25AP060T***LET OP! Dit speciale type motorzaag werd speciaal ontworpen voor het onderhoud van bomen en mag dus enkel door een gekwaliceerd bediener gebruikt worden, die een veilige en aandachtig ontworpen werkuitrusting gebruikt. Deze motorzaag mag enkel gebruikt worden voor het onderhoud van bomen en met inachtname van deze voorwaarden. Normaal gezien gebruikt men twee handen, net zoals bij een traditionele motorzaag. Enkele nationale normen kunnen het gebruik ervan beperken.
PRESENTATIE 1 Geachte Klant, wij danken u voor het feit dat u de voorkeur hebt gegeven aan onze producten en wij hopen dat het gebruik van deze machine u zeer tevreden zal stellen en dat zij volledig aan uw verwachtingen zal voldoen. Deze handleiding is ge
schreven om u vertrouwd te maken met uw machine en om u in staat te stellen haar op de beste en de meest veilige manier te gebruiken: vergeet niet dat deze handleiding een integrerend deel van de machine is, bewaar deze binnen handbereik zodat u haar op elk gewenst moment kunt raadplegen en zorg ervoor dat ze de machine altijd vergezelt ook als u de machine verkoopt of uitleent. Deze nieuwe machine is ontworpen en gemaakt in overeenstemming met de geldende voorschriften en is volkomen veilig en betrouwbaar indien zij wordt gebruikt overeenkomstig de aanwijzingen in deze handleiding (voorzien gebruik); het gebruik voor andere doeleinden of het niet in acht nemen van de aangegeven veiligheids-, ge bruiks-, onderhouds- en reparatievoorschriften wordt als “oneigenlijk gebruik” beschouwd en brengt verval van, zo wel de garantie, als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of anderen oplopen. Mocht u verschillen tegenkomen tussen wat beschreven is en de machine die u bezit, denk er dan aan dat, aangezien het product continu verbeterd wordt, de in deze handleiding opgenomen gegevens zonder voorafgaande kennisgeving en zonder dat de fabrikant verplicht is de handleiding te updaten gewijzigd kunnen worden, waarbij de essentiële kenmerken met het oog op de veiligheid en de werking evenwel onveranderd blijven. Neem ingeval van twijfel contact op met uw Verkoper. Wij wensen u een prettig gebruik van de machine toe! INHOUD
18. Knop voorinspuiting (Primer)
2. Conformiteitskenteken
6. Naam en adres van de fabrikant
Het voorbeeld van de verklaring van ming bevindt zich op de rlaatste pagina van de handleiding.
LNL SYMBOLEN 3 Maximale waarden voor geluid en trillingen [1] Geluidsdrukniveau aan het oor van de bediener
/min < 3000 - 3500 < 3000 - 3500 Maximaal toegestaan toerental zonder lading met ketting gemonteerd
Speciek gebruik bij maximaal vermogen g/kWh
Vermogen van het oliereservoir
Tanden / steek van het kettingwiel 6T / 3/8 8T / 1/4 Lengte van de snit
220 / 270 235 Gewicht (bij leeg reservoir)
3,2 3,2 Maximum speed ketting m/s 21 18,6 [1] LET OP: De waarde van de trillingen kan variëren in functie van het gebruik van de machine en zijn uitrusting en hoger zijn dan de aange- geven waarde. De veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de gebruiker moeten bepaald worden door zich te baseren op de schatting van de lading ve roor zaakt door de trillingen onder de werkelijke gebruiksomstandigheden. Hiervoor moeten alle fases van de werkingscyclus in beschouwing ge nomen worden zoals bijvoorbeeld het uitzetten en de onbelaste werking.
1) Let op! Lees alle aanwijzingen aandachtig en res-
2) Let op! Gevaar op terugslag.
3) Gebruik de kettingzaag met twee handen.
4) Lees de handleiding voor gebruik en onderhoud
vooraleer de machine te gebruiken
ming. De persoon die deze machine dagelijks in normale omstandigheden gebruikt kan blootgesteld zijn aan een geluidsniveau van 85 dB (A) of ho ger.
6) Draag stevige werkhandschoenen.
7) Draag beschermende laarzen of schoenen met anti
slipzolen en stalen punten.
8) Gebruik de geschikte beschermingen voor voeten-
benen en handen-armen
9) Deze kettingzaag is enkel geschikt voor bedieners
die getraind zijn voor het onderhoud van bomen. (zien Gebruikershandleiding ).NL
VOORZIEN GEBRUIK / NIET VOORZIEN GEBRUIK
Deze motorzaag werd ontworpen voor uitsluitend gebruik door een gekwaliceerd bediener om boomkronen met hoge stammen te snoeien en te snijden, om struiken, tronken of houten balken te snijden met een doorsnede die afhankelijk is van de lengte van de geleider. Ze mag enkel gebruikt worden om hout te snijden. Er is geen ander gebruik voorzien.. BOVENDIEN MAG ZE ENKEL DOOR
GEKWALIFICEERDE PROFESSIONELE WERKERS GEBRUIKT
WORDEN DIE INSTAAN VOOR HET ONDERHOUD VAN BOMEN. Tijdens het gebruik van de motorzaag moet de bediener voor zijn eigen beschermende uitrusting zorgen volgens de aanwijzingen van de handleiding en de symbolen die aanwezig zijn op de motorzaag. Ook de veiligheidsbepalingen en de verwijzingen voor het gebruik en het onderhoud in de handleiding zijn een integrant deel van de aanwijzingen voor het gebruik. Wie met de motorzaag werkt of instaat voor het onderhoud ervan moet de handleiding kennen. Gebruik enkel originele of door de fabrikant goedgekeurde wisselstukken (geleidsstaaf, ketting, ontstekingsbougie) en de in de handleiding aangegeven en goedgekeurde combinaties geleidsstaaf/ketting. Enkel de gebruiker, en niet de fabrikant, is verantwoordelijk voor eender welk ongeval wegens een niet voorzien gebruik en/of een niet geautoriseerde wijziging in de constructie van de motorzaag. De motorzaag mag enkel buiten gebruikt worden. Restrisico’s: Ook indien de motorzaag volgens de aanwijzingen gebruikt wordt, is er steeds een restrisico dat niet vermeden kan worden. Al naargelang het type en de constructie van de motorzaag, vindt men de volgende mogelijke restrisico’s: – Aanraking met niet bedekte tanden van de ketting (risico op snij
wonden). – Toegang tot de draaiende ketting (risico op snijwonden). – Bruuske en onvoorziene beweging van de geleidsstaaf (risico op snijwonden). – Loskomen van delen van de ketting (snijwonden / risico op letsels). – Loskomen van delen van het stuk dat bewerkt wordt. – Inademen van deeltjes van het stuk, emissies van de benzine
- Met de schakelaar in positie «I», start de motor.
kelaar op positie «O» zet, stopt de motor onmid
14) Regelingen van de
regeling van het minimum
19) Knop voorinspuiting
- a) startwijze bij koude motor
- b) startwijze bij warme motor
geeft de richting aan waarin de rem vrijge
17) Regelaar oliepomp
- Wanneer u het staafje met een schroeven
draaier verdraait, in de richting van het pijltje, naar de positie «MAX», zal er meer olie in de ketting lopen
- als u het naar de positie «MIN», zal er minder olie vloeien
18) Looprichting ketting
19– Aanraking van de huid met de brandstof (benzine / olie). – Verlies van het gehoor indien men tijdens het werk de gehoorbe
scherming niet gebruikt.
1) Lees de gebruiksaanwijzingen aandachtig. Zorg dat u ver
trouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de motor snel af te zetten.
2) Laat nooit toe dat de machine gebruikt wordt door kinderen of
door personen die niet vertrouwd zijn met de ze aanwijzingen. De leeftijd van de gebruiker kan lan de lijk gereglementeerd zijn.
3) De machine dient niet door meer dan één persoon gebruikt te
4) Gebruik de machine in geen geval:
– als er personen, in het bijzonder kinderen of dieren in de buurt zijn; – indien de gebruiker moe is, zich niet t voelt of ge neesmiddelen, drugs, alcohol of schadelijke stoen in genomen heeft die zijn re
actievermogen en aandacht kunnen verminderen; – indien de gebruiker niet in staat is om de machine stevig vast te houden met beide handen en/of tijdens het werk niet in evenwicht en stevig op beide voeten kan staan.
ker aansprakelijk is voor ongevallen en on voorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen overkomen.
1) Tijdens het werken moet gepaste kledij gedragen worden
die de gebruiker niet hindert in zijn bewegingen. – Draag aansluitende en beschermende kledij die bestand is tegen sneden. – Draag een helm, werkhandschoenen, een veiligheidsbril, een stof
maskertje en veiligheidsschoeisel met een antislipzool. – Gebruik de oorbeschermers. – Draag geen sjaal, hemd, halsketting of andere hangende of ruime accessoires die gegrepen kunnen wor den door de machine of voorwerpen en materiaal aan wezig op de werkplaats. – Lang haar wordt zorgvuldig bijeengebonden.
2) PGELET: GEVAAR! De benzine is bijzonder brandbaar:
– bewaar de brandstof in gepaste recipiënten die geschikt zijn voor dit gebruik; – rook niet wanneer de brandstof gehanteerd wordt; – open de dop van het reservoir langzaam om de interne druk ge
leidelijk aan af te laten; – vul benzine alleen bij in de open lucht en gebruik hiervoor een trechter; – giet de brandstof in het reservoir vóórdat u de motor aanzet: als de motor aanstaat of warm is mag u geen brandstof toevoegen of de dop van de benzinetank afdraaien; – als u benzine gemorst hebt mag u de motor niet starten maar dient u de machine uit de buurt van de plek waar u de benzine gemorst hebt te brengen en voorkomen dat er brand ontstaat. U dient te wachten totdat de brandstof verdampt is en de benzinedampen opgelost zijn; – reinig onmiddellijk elk spoor van benzine gemorst op de machine of op de grond; – start de machine niet op de plaats waar de brandstof bijgevuld werd; – vermijd dat de brandstof in contact komt met de kledij en, mocht dit toch gebeuren, trek dan andere kledij aan vooraleer de motor te starten; – draai de dop altijd weer goed op het reservoir van de machine en het benzinerecipiënt. 3 Vervang defecte of beschadigde geluidsdempers.
4) Ga vóór het gebruik over tot een algemene controle van de
machine, in het bijzonder: – de versnellingshendel en de veiligheidshendel moeten vrij kunnen bewegen, zonder geforceerd te worden, en bij het loslaten moeten ze automatisch en snel terug in de neutrale stand komen; – de versnellingshendel moet geblokkeerd blijven indien niet op de veiligheidshendel geduwd wordt; – de stopschakelaar van de motor moet makkelijk van de ene stand in de andere gebracht kunnen worden; – de elektrische kabels en in het bijzonder de kabel van de bougie moeten onbeschadigd zijn om te voorkomen dat vonken ontstaan; de kap moet correct op de bougie gemonteerd zijn; – de handgrepen en beschermingen van de machine moeten schoon, droog, en stevig bevestigd zijn op de machine; – de rem van de ketting moet perfect werken en doeltreend zijn; – lhet blad en de ketting moeten correct gemonteerd zijn; – de ketting moet correct gespannen zijn.
5) Vóór het werk te beginnen, controleer of alle be scher mingen cor
rect gemonteerd zijn.
C) TIJDENS HET GEBRUIK
1) Start de motor niet in gesloten ruimten, waar zich gevaarlijke
koolmonoxide kan ontwikkelen. Controleer de luchtverversing wanneer men in grachten, holtes of dergelijke werkt.
2) Werk alleen bij daglicht of bij goed kunstlicht.
3) Neem een vaste en stabiele positie aan voor het werken
op de grond: – vermijd zoveel mogelijk te werken op een natte of glib berige grond, of in ieder geval op te oneen of steil e terreinen die de stabiliteit van de gebruiken tijdens het werken niet kunnen garanderen; – vermijd het gebruik van ladders en onstabiele platformen; – ga niet te werk met de machine boven de schouderlijn; – loop niet maar ga normaal en let op oneenheden van het terrein en de aanwezigheid van eventuele hindernissen. – ga best niet alleen of te geïsoleerd te werk, om in geval van een ongeluk makkelijker hulp te roepen.
4) Start de motor terwijl de machine stevig vastgehouden wordt:
– start de motor op een afstand van minstens 3 meter van de plaats waar de brandstof bijgevuld werd; – controleer of er zich andere personen in de draagwijd te van de machine bevinden; – richt de geluidsdemper en dus de uitlaatgassen nooit naar ont
vlambare materialen: – let op het mogelijk wegspringen van materiaal veroorzaakt door de beweging van de ketting, vooral wanneer de ketting in contact komt met hindernissen of vreem de lichamen.
5) Wijzig de afstelling van de motor niet en laat het toe rental van
de motor niet buitengewoon hoog op lopen.
6) Overbelast de machine niet en gebruik geen kleine machine om
zware werken te verrichten; het gebruik van een machine met aan
gepaste afmetingen zal de risico’s beperken en de kwaliteit van het werk verbeteren.
7) Controleer of het laagste toerental van de machine de ketting niet
in beweging brengt en of de motor na een plotse versnelling snel terugvalt tot het laagste toerental.
8) Let erop dat het blad niet hevig botst met vreemde lichamen en let
op eventueel wegspringend materiaal veroorzaakt door het draaien van de ketting.
9) Schakel de motor uit:
– telkens wanneer u de machine onbeheerd achterlaat; – vóórdat u benzine bijtankt.
10) Schakel de motor uit en koppel de bougiekabel los:
– voordat u de machine controleert, schoonmaakt of eraan werkt; – nadat er op een vreemd lichaam gestoten is. Con tro leer de ma
chine op eventuele beschadigingen en voer de nodige reparaties uit alvorens de machine opnieuw te gebruiken; – indien de machine op abnormale wijze begint te trillen (Meteen de oorzaak van de trillingen opsporen en hem laten nakijken door een Gespecialiseerd Service cen trum). – wanneer de machine niet gebruikt wordt.
11) Stel u niet bloot aan het stof en zaagsel dat tijdens het snijden
door de ketting ontstaat.
D) ONDERHOUD EN OPSLAG
1) Laat de bouten en de schroeven vastgedraaid zitten om er zeker
van te zijn dat de machine altijd op een veilige manier gebruiksklaar VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN 5 NLis. Als u regelmatig onderhoud aan de heggenschaar pleegt zal de werking van ervan veilig blijven en zal het prestatieniveau be waard blijven.
2) Zet de machine niet met benzine in het reservoir in een ruimte
waar de benzinedampen met vlammen, vonken of een warmtebron in aanraking zouden kunnen ko men.
3) Laat de motor eerst afkoelen vóór het opbergen van de machine
in elke willekeurige ruimte.
4) Om het risico voor brand te beperken, worden de mo tor, de ge
luidsdemper van de uitlaat en de opslagzone van de benzine vrij gehouden van zaagsel, takjes, bladeren of overtollig vet; laat geen recipiënten met snijafval in de ruimte achter.
5) Als u het reservoir moet ledigen, dient u dit in de o pen lucht te
doen en wanneer de motor koud is.
6) Draai werkhandschoenen voor elke ingreep aan de snij-
7) Zorg ervoor dat de ketting altijd scherp is. Alle handelingen
die betrekking hebben op de ketting en het blad vergen een speci
eke vaardigheid, naast het ge bruik van speciaal gereedschap om deze handelingen volgens de regels van de kunst uit te voeren; uit veiligheidsoverwegingen, neemt u altijd het best contact op met uw Verkoper.
8) Gebruik de machine, uit veiligheidsoverwegingen, nooit met
onderdelen die versleten of beschadigd zijn. De beschadigde onderdelen moeten vernieuwd en niet gerepareerd worden. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen. Onderdelen van een andere kwaliteit kunnen de machine beschadigen en kunnen gevaarlijk zijn voor de gebruiker.
9) Vooraleer de machine op te bergen, de sleutels of het gereed
schap gebruikt voor het onderhoud wegnemen.
10) Bewaar de machine buiten het bereik van kinderen!
E) TRANSPORT EN VERPLAATSING
1) Telkens wanneer de machine verplaatst of vervoerd moet worden,
is het noodzakelijk: – de motor uit te schakelen, te wachten tot de ketting tot stilstand gekomen is en de bougiekap los te koppelen; – de bladbescherming aan te brengen; – de machine alleen vast te nemen aan de handgrepen en het blad in de richting tegenover de loop- of rijrichting te houden.
2) Wanneer de machine vervoerd wordt met een voertuig, moet het
op dusdanige wijze geplaatst worden dat er voor niemand gevaar ontstaat en stevig geblokkeerd worden om te voorkomen dat de machine omvalt en beschadigd wordt of dat brandstof lekt.
- Blijf met al uw lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting terwijl de kettingzaag in werking is. Voor de kettingzaag te starten, controleren of de zaagketting nergens mee in aanraking komt. Als u even niet oplet terwijl u de kettingzaag gebruikt, kan uw kleding of lichaam in de zaagketting verstrikt raken.
- Bij werken met twee handen, moet uw rechter hand steeds de achterste handgreep vastnemen en met uw linkerhand de voorste handgreep. Nooit de kettingzaag andersom vastpakken omdat dan het risico op persoonlijk letsel toeneemt.
- Draag een veiligheidsbril en oorbeschermingen. Verder wordt een beschermhelm aanbevolen en berschermschoenen en -handschoenen. Door het dragen van geschikte beschermkleding verlaagt u de kans op verwondingen die veroorzaakt kunnen wor
den door wegspringend houtafval of het per ongeluk in aanraking komen met de zaagketting.
- Als u een onder spanning staande tak afzaagt, moet u op het risico van eventuele terugslag letten. Als de spanning van de houtvezels vrijkomt, kan de onder spanning staande tak de bediener een tik geven en/of kan hij de controle over de ketting
- Wees uiterst voorzichtig als u struiken en jonge boompjes afzaagt. Dun materiaal kan in de zaagketting verstrikt raken waar
door het in uw richting kan wegspringen en/of u uw evenwicht kunt verliezen.
- Draag de kettingzaag aan de voorste handgreep als hij uitge
schakeld is en van uw lichaam af gekeerd. Als de kettingzaag vervoerd of opgeborgen wordt moet altijd de bladbescher
ming aangebracht worden. Door correct met de kettingzaag om te gaan verkleint u de kans op het per ongeluk in aanraking komen met de bewegende zaagketting.
- Houd u aan de aanwijzingen voor het smeren, het spannen van de ketting en het verwisselen van accessoires. Een ver
keerd gespannen of gesmeerde ketting kan breken en verhoogt de kans op terugslag.
- Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van olie en vet. Een vette handgreep is glad en hierdoor kunt u de controle over de kettingzaag verliezen.
- De aanschakelinrichting van deze machine genereert een elektromagnetisch veld van beperkte omvang, tot echter de mo
gelijkheid op interferentie met de werking van actieve of passieve medische inrichtingen die op de bediener aangebracht zijn, niet kan uitsluiten, met als gevolg mogelijke ernstige risico’s voor zijn veiligheid. Men raadt daarom aan dat te dragers van dergelijke medische apparaten de geneesheer of de fabrikant van deze ap
paraten zelf raadplegen, vooraleer de machine te gebruiken.
G) OORZAKEN VAN TERUGSLAG EN
VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE GEBRUIKER: Let goed op bij situaties waar men kan uitschuiven (nat terrein of sneeuw) en op oneven of door vegetatie bedekte terreinen. Let op voor verborgen hindernissen, zoals afgesneden tronken, wortels, stenen, putten en grachten, om te vermijden te struikelen. Wees zeer voorzichtig wanneer u op hellingen of onregelmatige terreinen werkt. Gebruik de motorzaag nooit met een enkele hand. Indien men slechts een hand gebruikt, is het moeilijker de terugslag te controleren en te verhinderen dat de staaf of de ketting wegslipt of wegspringt op een tak of een tronk. Terugslag ontstaat als de punt of het uiteinde van het zaagblad een voorwerp raakt of het hout de kettingzaag in de snede vastklemt. Door de aanraking van de punt kan, in sommige gevallen, een omge
keerde reactie plaatsvinden waarbij het zaagblad omhoog en achter- uit naar de bediener toe springt. Het beknellen van de zaagketting aan de bovenkant van het zaagblad kan de zaagketting snel naar achteren naar de bediener toe werpen. Door één van deze twee reacties kunt u de controle over de zaag verliezen, met mogelijk ernstige verwondingen tot gevolg. U kunt niet uitsluitend op de in de zaag ingebouwde veiligheidsinrichtingen vertrouwen. De gebruiker van een kettingzaag moet verschillende maatrege
len treen om het risico op ongelukken of verwonding tijdens de zaagwerkzaamheden op te heen. Terugslag is het gevolg van een slecht gebruik van het gereedschap en/of onjuiste procedures of ge
bruiksomstandigheden en kan vermeden worden door de volgende voorzorgsmaatregelen te treen.
- Houd de zaag stevig vast, met de duimen en vingers om de handgrepen van de kettingzaag gesloten en houd uw lichaam en armen in een positie waarin u tegenstand kunt bieden tegen terugslag. Terugslag kan door de bediener opgevangen worden als hij de nodige voorzorgsmaatregelen getroen heeft. Laat de kettingzaag niet los.
- Reik niet te ver en zaag niet boven schouderhoogte. Dit draagt bij te vermijden dat de punt van het zaagblad per ongeluk iets raakt en tot een betere controle over de kettingzaag in onverwachte situaties.
- Gebruik alleen de door de fabrikant gespeciceerde zaagbla
den en -kettingen. Ongeschikte zaagbladen en -kettingen kun nen ervoor zorgen dat de ketting breekt en/of terugslag veroorzaken.
- Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant voor wat be treft het slijpen en onderhoud van de kettingzaag. Door een kleinere zaagdiepte neemt het risico op terugslag toe. 6 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
NLH) GEBRUIKSTECHNIEKEN VAN DE MOTORZAAG
Neem altijd de veiligheidsvoorschriften in acht en gebruik de technie
ken die het meest gepast zijn voor het uit te voeren werk, volgens de instructies en de voorbeelden gegeven in de gebruiksaanwijzingen.
J) AANBEVELINGEN VOOR BEGINNERS
Wanneer u voor de eerste keer een boom wilt vellen of takken wilt afzagen, moet u eerst: – een specieke opleiding gevolgd hebben over het gebruik van dit type van gereedschap; – de veiligheidsvoorschriften en gebruiksaanwijzingen bevat in deze handleiding zorgvuldig gelezen hebben; – oefenen op houtblokken op de grond of bevestigd op een steun, om voldoende vertrouwd te raken met de machine en de meest geschikte snijtechnieken.
K) HOE DE HANDLEIDING TE LEZEN
In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die ge
gevens van bijzonder belang bevatten, ge ken merkt door diverse symbolen die de volgende be tekenis hebben: OPMERKING
BELANGRIJK Verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of dat er schade ver
oorzaakt wordt. LET OP! Gevaar voor persoonlijk letsel of let- sel aan anderen in geval van niet-inachtneming. GEVAAR! Kans op ernstig persoonlijk let sel of ernstig letsel aan anderen met gevaar van dodelijke ongeluk
ken, in geval van niet-inachtneming.
Dit hoofdstuk beschrijft de werkprocedures om het risico op letsels tijdens het snoeien met kettingzagen te verminderen wanneer met in de hoogte werkt met behulp van een touw en een riemendraagstel. Ook al kan dit dienen als basisbeschrijving voor richtlijnen of hand
leidingen, kan dit een formele opleiding niet vervangen. De richtlijnen die in deze bijlage verschaft worden zijn slechts voorbeelden van de goede praktijk. Men raadt aan steeds de nationale wetten en regle
menteringen in acht te nemen. Algemene vereisten voor werken in de hoogte Men raadt aan de bedieners van kettingzagen voor snoeien die in de hoogte werken met behulp van een touw en een riemendraagstel nooit alleen te laten. Zij moeten bijgestaan worden door een bedie
ner op de grond die een opleiding genoten heeft over de geschikte noodprocedures. De bedieners van kettingzagen voor snoeiwerken moeten een al
gemene opleiding genoten hebben over de veilige technieken voor klimmen en werkposities en die correct voorzien zijn van een riemen
draagstel, platte riemen met openingen aan het uiteinde, veerklinken en andere uitrustingen om zich stevig vast te zetten en de kettingzaag vast te houden, door toepassing van de veilige werkposities. Voorbereiding vooraleer de kettingzaag op een boom te gebruiken De bediener op de grond moet de kettingzaag controleren, voorzien van brandstof, opstarten en voorverwarmen, ze vervolgens uitschake
len en aan de bediener op de boom geven. Men raadt aan de kettingzaag te bevestigen met een platte riem die geschikt is om ze aan het riemendraagstel van de bediener te be
vestigen. a) bevestig de platte riem aan het verbindingspunt aan de achter
kant van de kettingzaag (A); b) plaats de geschikte veerklinken waarmee men de kettingzaag indirect (d.w.z. met behulp van de platte riem) en direct (d.w.z. aan het verbindingspunt van de kettingzaag) aan het riemendraagstel van de bediener kan bevestigen; c) verzeker u ervan dat de kettingzaag veilig vastgemaakt is wanneer ze aan de bediener gegeven wordt; d) verzeker u ervan dat de kettingzaag aan het riemendraagstel bevestigd is vooraleer ze los te maken van het stijgsysteem. De mogelijkheid de kettingzaag direct aan het riemendraagstel te bevestigen, vermindert het risico op schade aan de uitrusting tijdens de bewegingen rondom de boom. Schakel de toevoer aan de ketting
zaag steeds uit wanneer ze direct aan het riemendraagstel bevestigd is. Men raadt aan de kettingzaag te verbinden aan de aanbevolen verbindingspunten op het riemendraagstel. Deze kunnen zich op de (voorste of achterste) middenlijn of aan de zijkanten bevinden. Verbind de kettingzaag, indien mogelijk, aan het centrale achterste middenpunt om te vermijden dat ze klem geraakt in de klimtouwen en te verzekeren dat het ge
wicht in het midden hangt, naar de basis van de wervelkolom van de bediener toe. Tijdens de verplaatsing van de ketting
zaag van een verbindingspunt naar het andere, moeten de bedieners nagaan of ze degelijk op de nieuwe positie bevestigd is vooraleer ze los te maken van het vorige verbindingspunt. Gebruik van de kettingzaag op een boom Een analyse van de ongevallen die zich voordoen met deze ketting
zagen tijdens het snoeien van bomen, toont aan dat de belangrijkste oorzaak een niet geschikt gebruik is van de kettingzaag met een enkele hand. In de meeste gevallen trachten de bedieners niet een veilige werkpositie aan te nemen, die toestaat de kettingzaag met beide handen vast te houden. Dit leidt tot een verhoogd risico op letsels wegens:
- het ontbreken van een stevige houvast van de kettingzaag bij te
rugslag, VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN 7 NL• geen controle van de kettingzaag zodat de kans groter is in aan- raking te komen met de klimtouwen en met het lichaam van de bediener (in het bijzonder de linkerhand en – arm), en
- verlies van de controle door een niet veilige werkpositie die leidt tot aanraking met de kettingzaag (ongewilde beweging tijdens de werking van de kettingzaag). Veilige werkpositie voor een gebruik met twee handen Om de bedieners toe te staan de kettingzaag met twee handen vast te nemen, moet men als algemene regel stellen dat de bedieners een veilige positie aannemen wanneer ze de kettingzaag in werking zetten:
- ter hoogte van de heupen, wanneer ze horizontaal snijden,
- ter hoogte van de maag, wanneer ze verticaal snijden, Wanneer de bediener nabij verticale stelen werkt met lage zijdelingse krachten, kan het nodig zijn een goede steun te voorzien om een veilige werkpositie te behouden. Wanneer de bedieners zich echter van de steel verwijderen,moeten ze enkele stappen doen om de stijgende zijdelingse krachten te an
nuleren of te neutraliseren, door bij- voorbeeld de richting van de hoofd- touw te wijzigen door een bijkomend bevestigingspunt of met behulp van een verstelbare platte riem die direct van het riemendraagstel naar een bijkomend bevestigingspunt gaat. Het bereiken van een goede steun in de werkpositie kan vereenvoudigd worden door het gebruik van een lus die tijdelijk gemaakt wordt met een ringriem waarin men zijn voet kan steken. Opstarten van de kettingzaag op een boom Tijdens het opstarten van de kettingzaag op een boom, moet de bediener: a) de kettingrem aanschakelen vòòr het opstarten, b) de kettingzaag op de linker- of rechterkant van het lichaam houden vòòr het opstarten en namelijk:
1) de kettingzaag aan de linkerkant houden met de linkerhand op het
voorste handvat, en ze op afstand houden van het lichaam terwijl men met de rechterhand aan de starttouw trekt, ofwel
2) de kettingzaag aan de rechterkant houden met de rechterhand
op een van de twee handvaten, en ze op afstand houden van het lichaam terwijl men met de linkerhand aan de starttouw trekt. De kettingrem moet steeds ingeschakeld zijn vooraleer men de ket
tingzaag in werking aan de platte riem laat hangen. De bedieners moeten steeds nagaan of de kettingzaag voldoende brandstof heeft vooraleer moeilijke snoeiwerken aan te vangen. Gebruik van de kettingzaag met een enkele hand Men raadt het gebruik van de kettingzaag voor snoeien met een enkele hand af wanneer men zich in niet stabiele werkposities be
vindt, eveneens raadt men af dit te verkiezen boven een handzaag voor het snijden van hout met kleine doorsnede aan het uiteinde van de takken. De kettingzagen voor snoeien kunnen slechts met een enkele hand gebruikt worden wanneer:
- de bedieners geen werkpo
sitie kunnen aannemen die hen toestaat beide handen te gebruiken, en
- ze hun werkpositie met een enkele hand moeten behou
den, en de kettingzaag in haar volledige lengte gebruikt wordt, loodrecht op het lichaam van de bediener en op afstand hiervan. De bedieners:
- mogen nooit snijden in de zone van de terugslag aan het uiteinde van het blad van de kettingzaag;
- mogen geen secties “snijden en houden”, en
- mogen nooit trachten secties op te vangen wanneer deze vallen. Vrijmaken van een klemgeraakte kettingzaag Indien de kettingzaag tijdens het snijden klem zou geraken, moeten de bedieners:
- de kettingzaag uitschakelen en veilig vastmaken aan het deel van de tak dat van de stam naar het afgesneden deel gaat, ofwel aan een aparte touw van het werktuig;
- de kettingzaag aan de kant van de uitsparing trekken terwijl men de tak opheft, indien nodig:
- indien nodig, een handzaag of een tweede kettingzaag gebruiken om de klem geraakte kettingzaag los te maken, en daarmee min
stens 30 cm rond de verklemde kettingzaag snijden. Indien men een handzaag of een kettingzaag gebruikt om een ver
klemde kettingzaag los te maken, moeten men in de richting van de top van de tak snijden (d.w.z. tussen de verklemde kettingzaag en het uiteinde van de tak en niet tussen de stam en de verklemde ketting
zaag) om te vermijden dat de kettingzaag mee omlaag gesleurd wordt door het deel van de tak dat afgesneden wordt en dat de situatie zo nog ingewikkelder wordt. 8 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN NLBELANGRIJK De machine wordt geleverd met gedemonteerde blad en ketting, en met lege brand stof- en oliereservoirs. LET OP! De machine moet op een vlak ke en solide ondergrond uitgepakt en gemon
teerd worden, met voldoende bewegingsruimte voor de machine en de verpakking, en steeds met ge bruik van geschikte werktuigen. De verpakking moet volgens de plaatselijke gel
dende bepalingen worden afgevoerd. LET OP! Draag altijd sterke werkhand- schoenen om het blad en de ketting te hanteren. Ga bijzonder voorzichtig te werk voor de montage van het blad en de ketting, om de veiligheid en eciën
tie van de machine niet in het gedrang te brengen; neem bij twijfels contact op met uw Verkoper. Vooraleer het blad te monteren, controleer of de rem van de ketting niet ingeschakeld is; dit wordt bekomen door de voorste handbescherming volledig naar ach ter te trekken, naar het machinehuis toe. LET OP! Voer alle handelingen uit bij uitgeschakelde motor.
1. MONTAGE VAN DE PAL
(indien deze nog niet in de fabriek gemonteerd werd) – Draai de moer (1) los en verwijder de carter van de koppeling (2). 2, MONTAGE VAN HET BLAD EN DE KETTING – Draai de moer los en verwijder de carter van de kop
peling om toegang te hebben tot het sleepwiel en de zitting van het blad (Afb. 2). – Verwijder de plastieken afstandhouder (1); deze af
standhouder dient enkel voor het vervoer van de ver- pakte machine en dient niet meer gebruikt te worden (Afb. 2). – Monteer het blad (2) door de stift in de gleuf van het blad te brengen en het blad naar de achterkant van het machinehuis te duwen (Afb. 3)
– Leg de ketting rond het sleepwiel en langs de gelei- ders van het blad. Let hierbij op de draairichting (Afb. 4); indien de punt van het blad voorzien is van een haakse overbrenging, zorg er dan voor dat de sleep
schakels van de ketting correct in deze overbrenging passen. – Hermonteer de carter, zonder de moer vast te draaien en let erop de twee achterste haken correct in hun zittingen te steken. – Controleren of de pin van de kettingspanner (3) van het carter van de koppeling correct in de relatieve opening van het blad zit; als dit niet zo is, ga dan met een schroevendraaier te werk op de schroef (5) van de kettingspanner, tot de pin volledig in de opening zit (Afb. 5). – Draai aan de schroef van de kettingspanner (4) tot de gepaste spanning bekomen wordt (Afb. 5). – Houd het blad omhoog en draai de moer van de carter volledig vast met behulp van de meegeleverde sleutel (Afb. 6).
ren of de spanning correct is, mogen de sleepschakels niet uit hun geleider komen wanneer de ketting halver
wege het blad vastgenomen wordt (Afb. 7).
4. MONTAGE VAN DE MACHINEVoor de bereiding van het mengsel:
– Doe ongeveer de helft van de benzine in een ge
schikte tank. – Voeg er alle olie aan toe, volgens de tabel. – Voeg de rest van de benzine toe. – Sluit de dop en schud krachtig. BELANGRIJK Het mengsel is onderhevig aan veroudering. Bereid niet te veel mengsel, om afzettingen te voorkomen. BELANGRIJK Zorg ervoor dat de recipiënten van de benzine en het mengsel goed van elkaar onder
scheiden worden, om geen vergissing te begaan op het moment van het gebruik. BELANGRIJK Reinig de recipiënten van de benzine en het mengsel periodiek, om eventuele afzet
tingen te verwijderen. BELANGRIJK In geval van onvoldoende brandstof, is het risico op vroegtijdige blokkering van de zuiger groter, wegens een te arme mengeling. De garantie vervalt eveneens bij veronachtzaming van de instructies voor het mengen van de brandstof enz. die in deze handleiding beschreven zijn.
BIJVULLEN VAN BRANDSTOF
LET OP! De benzine en de dampen van de benzine zijn uiterst ontvlambaar. RISICO OP BRANDWONDEN EN BRAND. LET OP! Open de dop van het reser- voir voorzichtig want er kan binnenin druk ontstaan zijn. GEVAAR! – Rook niet tijdens het bijtanken en adem de damp van de benzine niet in. – Tank bij vooraleer de motor op te starten. – Verzeker u ervan dat de dop van het reservoir correct gesloten is na het bijtanken. – Verwijder de dop nooit van het reservoir of tank niet bij terwijl de motor in bedrijf is of wanneer hij nog warm is. – Controleer of er geen lekken zijn
1. BEREIDING VAN HET BRANDSTOFMENGSEL
Deze machine is uitgerust met een tweetaktmotor waar
voor een mengsel van benzine en smeerolie gebruikt moet worden. BELANGRIJK Het gebruik van alleen benzine beschadigd de motor en doet de garantie vervallen. BELANGRIJK Gebruik alleen brandstof en smeermiddelen van goede kwaliteit, om de prestaties in stand te houden en borg te staan voor de levensduur van de mechanische componenten.
- Eigenschappen van de benzine Gebruik alleen loodvrije benzine (groen) met een oc- taangehalte van minstens 90 N.O. BELANGRIJK Groene benzine zorgt altijd voor wat afzettingen in het recipiënt indien het langer dan 2 maanden bewaard wordt. Gebruik altijd verse benzine!
- Eigenschappen van de olie Gebruik alleen synthetische olie van uitstekende kwali
teit, speciek voor tweetaktmotoren. Bij uw Verkoper zijn oliën beschikbaar die speciaal be
studeerd werden voor dit type van motor en in staat zijn om voor een hoge bescherming te zorgen. Het gebruik van deze oliën leidt tot een mengsel bij 2,5%, d.w.z. 1 deel olie voor 40 delen benzine.
- Bereiding en bewaring van het mengsel GEVAAR! De benzine en het mengsel zijn ontvlambaar! – Bewaar de benzine en het mengsel in speciale recipiënten voor brandstof, op een veilige plaats, uit de buurt van warmtebronnen of naakte vlam
men. – De recipiënten moeten buiten het bereik van kin
deren bewaard worden. – Niet roken tijdens de bereiding van het mengsel en de benzinedampen niet inademen. De tabel geeft de hoeveelheden benzine en olie weer te gebruiken voor de bereiding van het mengsel naar
gelang het aangewend type van olie. 10 VOORBEREIDING
10 0.250 250– vul de respectievelijke reservoirs met mengsel en olie; – te controleren of er geen schroeven loszitten aan de machine of het blad; – te controleren of de ketting scherp is en niet bescha
digd is; – te controleren of de luchtlter schoon is; – te controleren of de handgrepen en beschermingen van de machine schoon en droog zijn, correct gemon
teerd zijn en stevig vastzitten op de machine; – te controleren of de handgrepen goed bevestigd zijn; – de eciëntie van de kettingrem te controleren; – controleer de spanning van de ketting.
5. CONTROLE SPANNING KETTING
LET OP! Voer alle handelingen uit bij uitgeschakelde motor. Om te controleren of de spanning correct is, mogen de sleepschakels niet uit hun geleider komen wanneer de ketting halverwege het blad vastgenomen wordt (Afb. 7). – Draai de moer van de carter los met behulp van de meegeleverde sleutel (Afb. 5). – Draai aan de schroef van de kettingspanner (4) tot de gepaste spanning bekomen wordt (Afb. 5). – Houd het blad omhoog en draai de moer van de carter volledig vast met behulp van de meegeleverde sleutel (Afb. 6).
6. CONTROLE VAN DE KETTINGREM
Deze machine is voorzien van een veiligheidsremsys
teem. De kettingrem is een inrichting die de beweging van de ketting onmiddellijk stopzet wanneer deze een terugslag krijgt. De rem wordt normaal gezien automatisch aange
schakeld door de kracht van de inertie. De rem kan ook handmatig aangeschakeld worden door de hendel van de rem (linkse toets) omlaag en naar voren te duwen. Deze rem kan ook handmatig ingeschakeld worden, door de voorste bescherming naar voor te duwen. Om de rem vrij te geven, trek de voorste bescherming naar de handgreep tot u een klik gewaarwordt. Om de eciëntie van de rem te controleren: – Start de motor en houd de handgreep stevig met beide handen vast. – Schakel het commando van de versnelling aan om de ketting in beweging te houden en duw de hendel van de rem vooruit, met de rug van de linkerhand; de ketting moet onmiddellijk stilvallen. – Laat de hendel van de versnelling onmiddellijk los, zodra de ketting stilgevallen is. – Laat de rem los. LET OP! De machine niet gebruiken in dien de kettingrem niet correct werkt. Neem voor de nodige controles contact op met uw Ver koper. – Start de motor op op een degelijke afstand van de plek waar men bijtankt Vooraleer bij te vullen: – Schud de tank van het mengsel krachtig. – Plaats de machine een en stabiel, met de vuldop van het reservoir naar boven. – Maak de dop van het reservoir en de zone rond de dop schoon om te voorkomen dat tijdens het bijvullen onzuiverheden terechtkomen in het mengsel. – Open de dop van het reservoir voorzichtig om de druk geleidelijk aan af te laten. Vul bij gebruik ma kend van een trechter en vul het reservoir niet tot aan de rand. LET OP! De dop van het reservoir moet altijd stevig weer vastgedraaid worden. LET OP! Reinig onmiddellijk elk spo or van mengsel dat eventueel gemorst werd op de machine of op de grond en start de motor pas wan
neer de benzinedampen voleldig opgelost zijn.
3. SMEERMIDDEL KETTING
BELANGRIJK Gebruik alleen olie die speciek bestemd is voor kettingzagen of hechtolie voor ketting
zagen. Gebruik geen olie die onzuiverheden bevat, om de lter van het reservoir niet te verstoppen en de olie
pomp niet onherroepelijk te beschadigen. BELANGRIJK De olie bestemd voor de smering van de ketting is biologisch afbreekbaar. Het gebruik van een minerale olie of motorolie brengt ernstige schade toe aan het milieu. Het gebruik van een olie van goede kwaliteit is van fundamenteel belang voor een eciënte smering van de snij-inrichtingen; een vuile olie of olie van slechte kwa liteit zal de smering in het gedrang brengen en de levensduur van de ketting en het blad verkorten. Het is altijd raadzaam het oliereservoir volledig te vullen (met behulp van een trechter) telkens wanneer brand
stof bijgevuld wordt; aangezien de inhoud van het olie- reservoir dusdanig berekend is dat de brandstof eerder dan de olie opgebruikt wordt, wordt voorkomen dat de machine zonder smeermiddel kan werken.
4. CONTROLE VAN DE MACHINE
Alvorens de machine te gebruiken, is het noodzakelijk: – controleer de correcte werking van de koppeling (wanneer deze niet aangedreven is, mag de ketting niet bewegen) – controleer de motorzaag dagelijks of in ieder geval voor ieder gebruik, na een val of een andere soort stoot om belangrijke beschadiging of defecten te ont
dekken, VOORBEREIDING 11 NLken. Laat het touw niet langs de rand van de opening van de touwgeleider schuren en laat de knop geleidelijk aan los, om te voorkomen dat het touw op ongecontro
leerde wijze naar binnen schiet.
7. Duw de knop van de starter ongeveer tot halverwege
8. Trek opnieuw aan de startknop tot de motor normaal
in gang komt. OPMERKING Indien de knop van het starttouw herhaaldelijk bediend wordt met de starter ingescha
keld, kan de motor vastlopen en de start bemoeilijkt worden. Indien de motor vastloopt, de bougie demonte
ren en voorzichtig aan de knop van het starttouw trekken om de overtollige brandstof te verwijderen; vervolgens de elektrodes van de bougie afdrogen en de bougie weer monteren op de motor.
dienen om de starter uit te schakelen en de motor weer tot het minimumtoerental te brengen. BELANGRIJK Vermijd de motor aan een hoog toerental te laten draaien met de rem van de ketting in
geschakeld; dit kan een oververhitting en beschadiging van de koppeling veroorzaken.
10. Laat de motor minstens 1 minuut op het minimum
toerental draaien vooraleer de machine te gebrui- ken.
- Start bij warme motor Voor de start bij warme motor (onmiddellijk na de uit
schakeling van de motor), volg de punten 1 - 2 - 5 - 6 - 9 van de vorige werkwijze. LET OP! Volg de aanwijzingen van het hoofdstuk “Voor uw veiligheid” ( 3.1). strikt op. GEBRUIK VAN DE MOTOR (Afb. 10) BELANGRIJK Ontkoppel steeds de remket- ting, door de hendel naar de bediener toe te trekken, vooraleer de versnelling aan te schakelen. De snelheid van de ketting wordt geregeld met de ver- snellingshendel (1) op de achterste handgreep (2). De versnelling kan alleen ingeschakeld worden wanneer gelijktijdig op de vergrendeling (3) geduwd wordt. De beweging wordt van de motor overgedragen op de ketting door middel van een koppeling met centrifugaal
LET OP! De motor wordt gestart op een afstand van minstens 3 meter van de plaats waar de brandstof bijgevuld werd. Alvorens de motor te starten: – Zet de machine stabiel op de grond. – Verwijder de bladbescherming. – Zorg ervoor dat het blad niet in aanraking komt met het terrein of met andere voorwerpen.
- Start met koude motor OPMERKING Met start bij koude motor wordt bedoeld een start na minstens 5 minuten dat de motor uitgeschakeld is of na het bijvullen van brandstof. Om de motor te starten (Afb. 8):
1. Controleer of de remketting ingeschakeld is (voorste
handbescherming vooruit).
2. Breng de schakelaar (1) in de stand «START».
3. Schakel de starter in, door sterk aan de knop (2) te
4. Druk 3-4 keer op de knop van de voorinspuiting (pri
mer) (3) om de aanvoer van de carburator te be- vorderen.
5. Houd de machine stevig tegen de grond met een
hand op de handgreep, om de controle ervan niet te verliezen tijdens het starten (Afb. 9). LET OP! Indien machine niet stevig vastgehouden wordt, kan de gebruiker door de duwkracht van de motor het evenwicht verliezen of zou het blad tegen een hindernis of de gebruiker zelf gericht kunnen worden.
6. Draai langzaam de startknop 10-15 cm tot u een
zekere weerstand gewaarwordt. Geef dan enkele keren een stevige ruk tot de machine in gang schiet. LET OP! Wikkel de startkabel nooit rond uw hand. GEVAAR! Start de kettingzaag nooit door ze te laten vallen en ze aan de startkabel vast te houden. Deze methode is uiterst gevaarlijk, aan
gezien men zo volledig de controle van de machine en van de ketting verliest. BELANGRIJK Om te voorkomen dat het touw breekt, wordt er niet over de gehele lengte aan getrok
verminderen, dient men handschoenen te dragen en de handen warm te houden. In geval er zich een of meerdere symptomen van de “witte vin
ger” voordoet, dient men onmiddellijk een arts te raadplegen. Deze symptomen zijn onder andere: loomheid, verlies van gevoeligheid, tintelend ge
voel, brandend gevoel, pijn, verlies van kracht, verandering van de kleur of van de conditie van de huid. Deze symptomen betreen normaal ge
zien de vingers, de handen of de polsen. Het ri- sico is groter bij lage temperaturen.
- Plan uw werk zodanig dat het gebruik van werk
tuigen die veel trillingen veroorzaken over meer- dere dagen verdeeld wordt. LET OP! Het gebruik van de machine voor het zagen en snoeien vergt een specieke opleiding. LET OP! Houd de kettingzaag tijdens het werk op afstand van alle delen van uw lichaam. LET OP! Snoei niet bij wind, slecht weer, slechte zichtbaarheid, te lage of te hoge tem
peraturen. Verzeker u ervan dat er geen droge tak- ken zijn die kunnen vallen. LET OP! Werk niet binnen de kroon van een boom tenzij u hiervoor opgeleid bent. BELANGRIJK Denk er altijd aan dat een onei- genlijk gebruik van de motorzaag storend kan zijn voor de anderen en schadelijk kan zijn voor het milieu. Uit respect voor de anderen en het milieu: – Gebruik de machine niet op plaatsen en uren die sto
rend kunnen zijn. – Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdan
king van het snijafval. – Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdan
king van olie, beschadigde onderdelen of om het even welk element dat niet milieuvriendelijk is. – Tijdens het werken wordt een zekere hoeveelheid olie verspreid in de omgeving, noodzakelijk voor de smering van de ketting; om die reden, gebruik alleen biologisch afbreekbare oliën, speciek bedoeld voor dit gebruik. – Om brandgevaar te voorkomen, de machine niet met warme motor achterlaten op bladeren of droog gras. LET OP! Draag tijdens het werk ge- paste kledij. Uw Verkoper zal u alle nodige informa- tie geven over de meest geschikte veiligheidskle- dij, met het oog op een veilig gebruik van de machine. Neem de handvaten niet vast met con
- Het langdurig gebruik van de motorzaag stelt de bediener bloot aan trillingen en kan de ziekte van UITSCHAKELEN VAN DE MOTOR (Afb. 10) Om de motor uit te schakelen: – Laat de versnellingsknop los (1) en laat de motor en
kele seconden draaien op het laagste toerental. – Breng de schakelaar (4) in de stand «STOP». LET OP! Nadat de versnelling in de minimumstand gezet werd, kan het voorkomen dat men enkele seconden moet wachten vooraleer de ketting tot stilstand komt. BELANGRIJK Als de machine niet stilvalt, dient men de starter aan te schakelen om de motor te doen stoppen door blokkering en onmiddellijk de wederver
koper te contacteren om de oorsprong van het probleem op te sporen en de nodige herstellingen uit te voeren. gewichten die de beweging van de ketting verhindert wanneer de motor op het laagste toerental draait. LET OP! Gebruik de machine niet als de ketting beweegt met de motor op het laagste toerental; neem in dit geval contact op met uw ver
koper. De correcte werksnelheid wordt bekomen door de ver
snellingsknop (1) volledig in te duwen. BELANGRIJK Gedurende de eerste 6-8 werk- uren van de machine, wordt vermeden de hoogste toe- rentallen te gebruiken. STARTEN - GEBRUIK – UITSCHAKELEN MOTOR / GEBRUIK VAN DE MACHINE 13
7. GEBRUIK VAN DE MACHINEDe terugslag doet zich voor wanneer het uiteinde
van de ketting in contact komt met een voorwerp of wanneer het hout krimpt en de ketting in de snede vasthoudt. Dit contact aan het uiteinde van de ketting kan aanleiding geven tot een uiterst snelle stoot in de tegenovergestelde richting, waarbij het blad naar boven en naar de bediener toe geduwd wordt. Dit geldt ook wanneer de ketting geblokkeerd wordt aan de bovenkant van het blad. In beide gevallen kan de bediener door de terugslag de controle ver
liezen over de kettingzaag, met mogelijke bijzonder ernstige gevolgen. LET OP!
- Vooraleer het werk aan te vangen, dient men de rubriek “Voor uw veiligheid” te lezen. We raden aan eerst te oefenen met kleine stammen. Dit zal u toestaan de kettingzaag gewoon te worden.
tingzaag mag enkel gebruikt worden om hout te snijden. Het is verboden andere soorten materi
alen te snijden. De trillingen en de terugslag ver- schillen en de veiligheidsvereisten zouden niet gerespecteerd worden. Gebruik de kettingzaag niet als hefboom om voorwerpen op te tillen, te verplaatsen of te breken, en blokkeer ze niet op vaste steunen. Het is verboden werktuigen of toepassingen aan te brengen op de aftakas van de kettingzaag die niet door de fabrikant aange
- Tijdens het snijden moet men geen kracht uit
oefenen. Wanneer de motor aan het maximale toerental draait, dient men slechts een lichte druk uit te oefenen.
- Als de ketting in de snit klem geraakt, mag men niet proberen deze met kracht los te maken, maar dient men een wig of een hefboom te gebruiken.
- In geval van een hindernis tussen het stuk dat gesneden moet worden en de motorzaag, moet men deze uitschakelen en wachten tot ze volledig stilstaat. Draag beschermende handschoenen en verwijder het obstakel. Indien de ketting verwij
derd moet worden, dient men de instructies te volgen in het hoofdstuk betreende de montage van de motorzaag. Na de hindernis verwijderd te hebben en de ketting weer gemonteerd te heb
ben, moet men een test uitvoeren. Indien men tijdens de test trillingen voelt of mechanische ge
luiden hoort, dient men het werk te onderbreken en de wederverkoper te contacteren.
- Gebruik van de pal (indien voorzien) (Afb. 12)
1. Steek de pal in de stam, voer een hefboomkracht
uit op de pal en laat de kettingzaag een boogvor
mige beweging maken zodat het blad in het hout kan dringen.
2. Herhaal de handeling meerdere keren indien nodig,
door het steunpunt van de pal te verplaatsen.
- Controle van de kettingspanning Tijdens het werk ondergaat de ketting een progressieve verlenging. De spanning moet dus regelmatig gecon
troleerd worden. BELANGRIJK Tijdens de eerste gebruiksperi- ode (of na de vervanging van de ketting), moet deze controle vaker uitgevoerd worden, wegens de aanpas
sing van de ketting. LET OP! Werk niet met een ketting die te los zit, om geen gevaarlijke situaties te creëren wanneer de ketting uit de geleiders komt. Om de kettingspanning te regelen, ga te werk zoals aangegeven in Hoofdstuk 5.5.
- Controle van de oliestroom BELANGRIJK De machine niet gebruiken zon- der smering! Het oliereservoir kan bijna volledig leeg zijn telkens wanneer de brandstof opraakt. Zorg ervoor dat het oliereservoir aangevuld wordt telkens wanneer brandstof bijgevuld wordt. LET OP! Zorg ervoor dat het blad en de ketting goed op hun paats zitten wanneer de olietoevoer gecontroleerd wordt. Start de motor, houd het toerental niet te hoog en con- troleer of de olie van de ketting verspreid wordt zoals aangegeven in de guur (Afb. 11). Kan de oliestroom van de ketting geregeld worden door met een schroevendraaier de regelschroef (1 of 1a) van de pomp te draaien, onderaan de machine (Afb. 11).
2. GEBRUIKSWIJZEN EN SNIJTECHNIEKEN
Vooraleer de machine voor de eerste keer te gebruiken voor het vellen of snoeien van een boom, oefent u best op houtblokken op de grond of bevestigd op een steun, om voldoende vertrouwd te raken met de machine en de meest geschikte snijtechnieken. LET OP! Leg de motor onmiddellijk stil wanneer de ketting zich tijdens het werk blokkeert. Let altijd op voor mogelijke terugslagen (kickback) wanneer het blad in contact komt met een hinder
NL• Snoeien na het vellen (Afb. 15) LET OP! Let op de steunpunten van de tak op de grond, aan de mogelijkheid dat die in spanning staat, aan de richting die de tak kan aan
nemen tijdens het zagen en aan de mogelijke insta- biliteit van de boom na het afzagen van de tak.
1. Neem de richting waar waarin de tak in de stam zit.
2. Begin te zagen aan de plooizijde en maak het werk
af aan de tegenoverliggende zijde.
- Een stam doorzagen op de grond (Afb. 17) Zaag tot ongeveer halverwege de diameter, rol de stam en maak het werk af aan de tegenoverliggende zijde.
- Een opgetilde stam doorzagen (Afb. 18)
1. Indien het zagen na de steunpunten (A) plaatsvindt,
zaag dan tot een derde van de diameter onderaan en maak het werk af bovenaan.
2. Indien gezaagd wordt tussen twee steunpunten (B),
zaag dan tot een derde van de diameter bovenaan en maak het werk af langs onder.
Na het werken: – Schakel de motor uit zoals eerder aangegeven (Hoofdstuk 6). – Wacht tot de ketting tot stilstand gekomen is en laat de machine afkoelen. – Draai de bevestigingsbout van de staaf los om de spanning van de ketting te verminderen. – Verwijder alle sporen van zaagsel of olieresten van de ketting. – Indien de ketting erg bevuild is of indien er veel hars op aanwezig is, dient men de ketting te demonteren en deze gedurende enkele uren in een houder te leg
gen met een bijzonder reinigingsmiddel. Spoel hem vervolgens af in schoon water en behandel hem met een geschikte anticorrosie-spray, vooraleer hem weer op de machine te monteren. – Monteer de bescherming van de staaf vooraleer de machine weg te zetten. LET OP! Laat de motor eerst afkoelen vóór het opbergen van de machine in elke willekeu
rige ruimte. Om het risico voor brand te beperken de machine vrijmaken van zaagsel, takjes, bladeren of overtollig vet; laat geen recipiënten met snijafval in de ruimte achter.
- Een boom snoeien (Afb. 13) LET OP! Zorg ervoor dat de zone waarin de takken zullen vallen vrij is. LET OP! Voor snoeien in de hoogte, met behulp van een touw en een riemendraagstel, moet men strikt de aanwijzingen opvolgen die be
schreven zijn onder “Voor uw veiligheid” ( 3.1.). LET OP!
- Werk niet terwijl u op een niet stabiele basis of op een ladder staat.
- Hel niet te ver over.
- Snij niet hoger dan uw schouders.
1. Ga aan de zijde tegenover de af te zagen tak staan.
2. Begin met de laagste takken en werk zo naar de
3. Zaag van boven naar beneden, om te voorkomen dat
- Een boom vellen (Afb. 14) LET OP! Op hellingen wordt altijd ge- werkt stroomopwaarts van de boom. Zorg ervoor dat de gevelde stam geen schade kan veroorzaken bij het naar beneden rollen.
1. Bepaal de valrichting van de boom rekenig houdend
met de wind, de helling van de plant, de positie van de zwaarste takken, het gemakkelijk werken na het vellen, enz.
2. Maak de zone rond de boom vrij en zorg voor een
goede steunplaats voor de voeten.
3. Voorzie gepaste vluchtwegen, vrij van hindernissen;
de vluchtwegen moeten zich op ongeveer 45° in de richting tegenover de valrichting van de boom bevin
den en een snelle vlucht van de bediener naar een veilige plaats mogelijk maken. Deze veilige plaats moet op een afstand liggen die 2,5 keer de hoogte van de te vellen boom bedraagt.
4. Breng aan de valzijde een inkeping aan met een
diepte gelijk aan een derde van de doorsnede van de stam.
5. Zaag de stam aan de tegenoverliggende zijde, iets
boven de punt van de inkeping en laat een “scharnier” (1) van ongeveer 5-10 cm vrij.
6. Zonder het blad te verwijderen, wordt de breedte van
de scharnier geleidelijk aan kleiner gemaakt, tot de boom omvalt.
7. In bijzondere situaties of bij een schaarse stabiliteit,
kan het vellen voltooid worden door twee wiggen (2) aan de zijde tegenover de valzijde aan te brengen en met een hamer op de wiggen te kloppen tot de boom omvalt.
GEBRUIK VAN DE MACHINE 15
NLREM KETTING Controleer regelmatig de eciëntie van de kettingrem en of de metalen band die het deksel van de koppeling omgeeft niet beschadigd is, door de carter te verwijde- ren (zoals aangegeven in hoofdstuk 4.1.) en deze na de ingreep correct weer te monteren. De band moet vervangen worden wanneer de dikte aan de contactpunten met het deksel van de koppeling on- geveer de helft geworden is ten opzichte van de twee uiteinden, die niet onderhevig zijn aan wrijving. KETTINGWIEL Controleer, bij uw Verkoper, regelmatig de staat van het kettingwiel en vervang het wanneer het de aanvaardbare limieten overschrijdt. Monteer geen nieuwe ketting op een versleten wiel en omgekeerd. SMEEROPENING (Afb. 21) Verwijder regelmatig de carter (zoals aangegeven in hoofdstuk 4.1), demonteer de staaf en controleer of de openingen voor de smering van de machine (1) en van de staaf (2) niet verstopt zijn.
PIN VERGRENDELING KETTING
Deze pin is heel belangrijk voor de veiligheid, omdat hij voorkomt dat de ketting ongecontroleerde bewegingen maakt in geval van een breuk of loszittende ketting. Controleer regelmatig de staat van de pin en herstel hem indien hij beschadigd is. BEVESTIGINGEN Controleer regelmatig of alle schroeven en moeren goed aangezet zijn en of de handgrepen stevig vastzitten. REINIGING VAN DE LUCHTFILTER (Afb. 22) BELANGRIJK Het is essentieel dat de luchtl- ter gereinigd wordt, voor de goede werking en de le- vensduur van de machine. Werk nooit zonder lter of met een beschadigde lter, om geen onherroepelijke schade toe te brengen aan de motor. De reiniging wordt uitgevoerd elke 15 werkuren. LET OP! Voor uw veiligheid en die van de anderen: – Een correct onderhoud is fundamenteel om in de tijd de oorspronkelijke eciëntie en ge bruik- sveiligheid van de machine in stand te houden. – Laat bouten en schroeven vastgedraaid zitten om er zeker van te zijn dat de machine altijd op een veilige manier gebruiksklaar is – Gebruik de machine nooit als er onderdelen ver
sleten of beschadigd zijn. De beschadigde on- derdelen moeten vernieuwd en niet gerepareerd worden. – Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen. Onderdelen van een andere kwaliteit kunnen de machine beschadigen en kunnen gevaarlijk zijn voor de gebruiker. LET OP! Tijdens het onderhoud: – Haal de kap van de bougie. – Wacht tot de motor voldoende afgekoeld is. – Gebruik werkhandschoenen voor het hanteren van het blad en de ketting. – Houd de bladbeschermingen op hun plaats, ten
zij aan het blad zelf of aan de ketting gewerkt moet worden. – De olie, benzine of andere vervuilende materialen niet in het milieu gooien. CILINDER EN GELUIDSDEMPER (Afb. 19) Om brandgevaar te beperken, worden de vleugels van de cilinder regelmatig gereinigd met perslucht en wordt de zone van de geluidsdemper vrijgemaakt van zaagsel, takjes, bladeren of ander afval. STARTGROEP Om oververhitting en schade aan de motor te voorko
men, moeten de roosters voor de aanzuiging van de koellucht altijd schoon en vrij van zaagsel en vuil zijn . Het starttouw moet vervangen worden bij de eerste te
kenen van slijtage. KOPPELINGSGROEP (Afb. 20) Houd het deksel van de koppeling vrij van zaagsel en vuil, door de carter te verwijderen (zoals aangegeven in hoofdstuk 4.1.) en deze na de ingreep correct weer te monteren. Ongeveer elke 30 uren moet het intern lager gesmeerd worden bij uw Verkoper.
8. ONDERHOUD EN OPSLAGvervormd zijn. Wend u tot uw Verkoper voor een con-
trole van de carburator en de motor.
- Regeling van het minimumtoerental LET OP! De ketting mag niet bewegen met de motor op het minimumtoerental. Als de ket
ting beweegt met de motor op zijn minimumtoeren- tal, neem dan contact op met uw verkoper om de motor goed af te stellen.
LET OP! Om redenen van veiligheid en eciëntie, is het heel belangrijk dat de snij-inrich
tingen goed scherp zijn. Er moet geslepen worden wanneer:
- Het zaagsel te veel op stof gelijkt.
- Er meer kracht nodig is om te zagen..
- De snede niet rechtlijning is.
- Er meer trillingen zijn.
- Er meer brandstof verbruikt wordt. LET OP! Als de ketting niet scherp ge- noeg is, neemt het risico op tegenslag (kickback) toe. Indien het slijpen toevertrouwd wordt aan een gespecia
liseerd centrum, kan dit uitgevoerd worden met speciale apparatuur die zorgt voor een minimale verwijdering van materiaal en een constante slijping van alle snijdende elementen. De ketting wordt “eigenhandig” geslepen met behulp van daartoe bestemde vijlen met ronde doorsnede en een diameter die speciek is voor elk type van ketting (zie “Tabel Onderhoud Ketting”). Het slijpen vergt een goede handigheid en ervaring, om de snijdende elementen niet te beschadigen. Om de lter te reinigen: – Draai het knopje los (1). – Hermonteer het deksel (2) en het lterelement (3). – Klop voorzichtig op het lterelement (3) om het vuil te verwijderen en reinig zo nodig met perslucht bij lage druk. BELANGRIJK Het lterelement (3) mag nooit gewassen worden en wordt vervangen wanneer het te vuil of beschadigd is. – Hermonteer het lterelement (3) en het deksel (2). – Draai het knopje weer vast (1). CONTROLE VAN DE BOUGIE (Afb. 24) De bougie wordt toegankelijk door het deksel van de luchtlter te verwijderen. Periodiek wordt de bougie gedemonteerd en gereinigd, door eventuele restjes te verwijderen met een metalen borsteltje. Controleer en herstel de correcte afstand tussen de elektrodes Hermonteer de bougie en draai hem stevig vast met de bijgeleverde sleutel. De bougie moet ingeval van doorgebrande elektroden of een beschadigde isolatie, en ieder geval elke 100 werk
uren, vervangen worden door een bougie met analoge karakteristieken.
REGELING VAN DE CARBURATOR
De carburator werd in de fabriek geregeld met het oog op de beste prestaties in alle omstandigheden, met een minimale uitstoot van schadelijke gassen, overeenkom
stig de geldende normen. Ingeval van slechte prestaties, controleer eerst of de ketting vrij beweegt en of de sporen van het blad niet
Tabel onderhoud ketting LET OP! De kenmerkende gegevens van de ketting en het blad gehomologeerd voor deze machine zijn weergegeven in de “EG-Konformiteitsverklaring” die met de machine wordt geleverd. Om veiligheidsredenen, geen andere types van ketting of blad gebruiken. De tabel geeft de slijpgegevens voor de verschillende types van kettingen weer, zonder de mogelijkheid om andere kettingen dan de gehomologeerde types te gebruiken. Steek ketting Niveau begrenzertand (a) Diameter vijl (d) duim duim mm duim mm 3/8 0,025 0,64 5/32 4,0 1/4 0,025 0,64 5/32 4,0 a d a d18 ONDERHOUD EN OPSLAG
Om de ketting te slijpen (Afb. 24): – Zet de motor af, geef de kettingrem vrij en blokkeer het blad stevig met de ketting gemonteerd. Zorg er
voor dat de ketting vrij kan bewegen. – Span de ketting indien die te los zit. – MPlaats de vijl in de geleider en breng de vijl in de uitsparing van de tand, waarbij een constante hel
ling wordt behouden naargelang het proel van het snijdend element. – Voer slechts enkele passages met de vijl uit en uitslui
tend vooruit. Herhaal de handeling op alle snijdende elementen, met dezelfde richting (naar rechts of naar links). – Keer de positie van het blad om in de klem en herhaal de handeling op de overige elementen. – Controleer of de begrenzende tand niet voorbij het controle-instrument steekt en vijl het eventueel over
tollig materiaal weg met een platte vijl, door het proel ronder te maken. – Na het vijlen worden alle vijlsporen en het vijlstof ver
wijderd. Smeer de ketting in een oliebad. De ketting wordt vervangen wanneer: – De lengte van het snijdend element 5 mm of minder bedraagt; – de speling van de schakels op de klinknagels te groot geworden is. ONDERHOUD VAN HET BLAD (Afb. 25) Om een assymetrische slijtage van het blad te voorko
men, moet deze regelmatig omgedraaid worden. Om de eciëntie van het blad in stand te houden, is het noodzakelijk: – De lagers van de overbrenging (indien aanwezig) te smeren met een daartoe bestemde spuit. – De inkeping van het blad te reinigen met een schraap
staal (niet meegeleverd). – De smeeropeningen te reinigen. – Met een vlatte vijl de braam van de zijkanten te ver
wijderen en eventuele niveauverschillen tussen de geleiders te compenseren. Het blad wordt vervangen wanneer: – de diepte van de inkeping kleiner blijkt dan de hoogte van de sleepschakels (die nooit de bodem mogen raken); – de binnenwand van de geleider zodanig versleten is dat de ketting lateraal gaat overhellen. BUITENGEWONE HANDELINGEN Elke onderhoudsbeurt die niet vermeld wordt in deze handleiding dient alleen door uw Verkoper uitgevoerd te worden. Handelingen die uitgevoerd werden in niet geschikte structuren of door onbekwame personen doen de ga- rantie vervallen. OPSLAG Na het werken, wordt de machine zorgvuldig vrijge
maakt van stof en vuil en worden de defecte onderdelen gerepareerd of vervangen. De machine moet bewaard worden op een droge plaats, beschermd tegen de weersomstandigheden en met de bladbescherming gemonteerd.
LANGDURIGE PERIODE VAN INACTIVITEIT
BELANGRIJK Indien men van plan is de ma- chine langer dan 2 – 3 maanden niet te gebruiken, moe- ten een aantal voorzorgsmaatregelen getroen worden om problemen te vermijden bij het hervatten van het werk of om permanente schade aan de motor te voor
- Opberging Alvorens de machine te op te bergen: – Reinig de motorzaag en voer het onderhoud uit voor
aleer ze weer op te bergen. – Draai de moer los, demonteer de carter en verwijder de ketting en het blad. – Ledig het oliereservoir, vul met ongeveer 100-120 cc speciek reinigingsvloeistof en herplaats de dop. – Hermonteer de carter, zonder de moer vast te draaien en let erop de twee achterste haken correct in hun zittingen te steken. – Start de machine en houd de motor in versnelling tot het reinigingsmiddel op is. – Zet de motor op de laagste snelheid om alle brandstof in het reservoir en in de carburator op te gebruiken. – Verwijder de bougie wanneer de machine afgekoeld is. – Giet in de opening van de bougie een lepel (verse) olie voor tweetaktmotoren. – Trek verschillende keren aan de startknop om de olie goed te verdelen in de cilinder. – Hermonteer de bougie met de zuiger aan het boven
ste dood punt (zichtbaar vanuit het gat van de bougie wanneer de zuiger aan de eindaanslag gekomen is).
- Hervatten van de activiteit Wanneer de machine weer gestart wordt: – Verwijder de bougie. – Trek enkele keren aan de startknop om de overtollige olie te verwijderen. – Controler de bougie zoals beschreven in het hoofd
stuk “Controle van de bougie”. – Bereid de machine voor zoals aangegeven in het hoofdstuk “Vóór het gebruik”.OPSPOREN VAN DEFECTEN / ACCESSOIRES 19
1) De motor start niet of
2) De motor start maar
heeft weinig vermogen
onregelmatig of heeft geen vermogen bij belasting
4) De motor geeft teveel
5) De olie komt niet vrij
– De startprocedure is niet correct – De bougie is vuil of de afstand tussen de elektroden is niet gepast – Verstopte luchtlter – Brandstofproblemen – Verstopte luchtlter – Brandstofproblemen – De bougie is vuil of de afstand tussen de elektroden is niet gepast – Brandstofproblemen – Verkeerde samenstelling van het mengsel – Brandstofproblemen – Slechte kwaliteit van olie – Smeeropeningen verstopt – Volg de aanwijzingen (zie hoofdstuk 6) – Controleer de bougie (zie hoofdstuk 8) – Reinig en/of vervang de lter (zie hoofdstuk 8) – Contacteer uw Verkoper – Reinig en/of vervang de lter (zie hoofdstuk 8) – Contacteer uw Verkoper – Controleer de bougie (zie hoofdstuk 8) – Contacteer uw Verkoper – Bereid het mengsel volgens de aanwijzingen (zie hoofdstuk 5) – Contacteer uw Verkoper – Ledig het reservoir, spoel het reservoir en de pijpleidingen met reinigingsvloeistof en vervang de olie – Reinigen
PROBLEMEN MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING
De tabel bevat de lijst met alle mogelijke combinaties tus sen staaf en ketting, met vermelding van diegene die op elke machine gebruikt kunnen worden, aan gege ven met het symbool “
LET OP! Daar de gebruiker naar ei gen oordeel besluit welke blad en ketting onder de ver
schillende gebruiksomstandigheden te kiezen, toe te passen en te gebruiken, neemt hij dan ook zelf de daaruit voortkomende verantwoording op zich voor iedere willekeurige schade die daardoor vero
orzaakt wordt. In geval van twijfel of geringe kennis van de speciciteit van iedere blad of ketting, moet u contact opnemen met uw eigen verkoper of met een gespecialiseerd tuincentrum. Het gebruik van niet goedgekeurde combinaties van staaf en ketting vermindert de veiligheidsgraad en de oorspronkelijke prestaties van de machine, kan de machine beschadigen en gevaarlijk zijn voor de bediener en andere personen.
Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing)
EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)
2. Verklaart onder zijn eigen
verantwoordelijkheid dat de machine: Kettingzaag voor boswerken vellen/snijden/snoeien van bomen a) Type / Basismodel b) Maand / Bouwjaar c) Serienummer d) Motor: accu
3. Voldoet aan de specificaties van de
richtlijnen: e) Certificatie-instituut f) EG-onderzoek van het Type
4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen
g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen j) Netto geïnstalleerd vermogen n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum
Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing)
EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A) 1. Het bedrijf 2. Verklaart onder zijn eigen verantwoordelijkheid dat de machine: Kettingzaag voor boswerken vellen/snijden/snoeien van bomen a) Type / Basismodel b) Maand / Bouwjaar c) Serienummer d) Motor: accu 3. Voldoet aan de specificaties van de richtlijnen: e) Certificatie-instituut f) EG-onderzoek van het Type 4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen j) Netto geïnstalleerd vermogen n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum
SimpelGids