MS15046E - Grasmaaier SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MS15046E SCHEPPACH in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MS15046E - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MS15046E van het merk SCHEPPACH.
GEBRUIKSAANWIJZING MS15046E SCHEPPACH
benzine grasmaaier | Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing ....................... 78
- 94,6 dB Ente nominato: TÜV SÜD Industrie Service GmbH Westendstraße 199 D-80686 Monaco di Baviera Numero: 0036 2016/1628/EU Emiss. Nr.: e24*2016/1628*2018/989SRA1/P*0408*00 Responsabile per la documentazione: StefanHartinger Günzburger Str. 69 D-89335 Ichenhausen Ichenhausen, 19.08.2025 Simon Schunk Division Manager Product Center Andreas Pecher Head of Project Management IT | 77www.scheppach.comInhoudsopgave 1 Inleiding p. 78
- 2 Productbeschrijving (afb. 1-28) p. 79
- 3 Meegeleverd (afb.1-2) p. 79
- 4 Beoogd gebruik p. 79
- 5 Gebruik dat niet conform de voorschriften is p. 80
- 6 Veiligheidsvoorschriften p. 80
- 7 Technische gegevens p. 83
- 8 Uitpakken p. 84
- 9 Montage p. 84
- 10 Voor de ingebruikname p. 85
- 11 Bedrijf p. 86
- 12 Werkinstructies p. 88
- 13 Reiniging en onderhoud p. 88
- 14 Opslag en transport p. 91
- 15 Reparatie en reserveonderdelen bestellen p. 92
- 16 Afvalverwerking en hergebruik p. 92
- 17 Verhelpen van storingen p. 93
- 18 EU-conformiteitsverklaring p. 94
- 19 Explosietekening Verklaring van de symbolen op het product Het gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico's. De vei- ligheidssymbolen en de bijbehorende uitleg moeten goed worden begrepen. De waarschuwingen zelf voorkomen geen risico's en kunnen de juiste maatregelen betreffende ongevallenpreventie niet vervangen. Let op! Het niet in acht nemen van de op het product aangebrachte veiligheidstekens en waarschuwingen alsook het niet in acht ne- men van de veiligheids- en bedieningsaan- wijzingen kan tot ernstig of zelfs dodelijk let- sel leiden. Lees voorafgaand aan de ingebruikname de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoor- schriften! Draag gehoorbescherming. Draag een vei- ligheidsbril. Zorg ervoor dat andere personen voldoende veiligheidsafstand aanhouden. Maai op hellingen nooit omhoog of omlaag. Gevaar door wegslingerende onderdelen bij een draaiende motor. Houd uw handen en voeten uit de buurt van de roterende messen. Verwijder voor het bedrijf van de grasmaaier de omliggende kleine onderdelen, die rond- geslingerd kunnen worden. Gevaar voor vergiftiging! Gebruik het pro- duct alleen buitenshuis en nooit in gesloten of slecht geventileerde ruimten. Haal altijd de bougiestekker eruit, voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren. Waarschuwing voor hete oppervlakken. LET OP! Bedrijfsmiddelen zijn brandgevaar- lijk en explosief - gevaar voor brandwonden. Niet bij een hete of draaiende motor tanken. Motorolie Oliepeil controleren. Tankinhoud Lange messen. Max. zaagbreedte. DRIVE - Beugel rijaandrijving STOP - Motorremhendel Elektrische start Automatische choke Gegarandeerd geluidsvermogensniveau van het product. Het product voldoet aan de geldende EU- bepalingen. Het product voldoet aan de geldende Servi- sche richtlijnen. 1 Inleiding Fabrikant: Scheppach GmbH Günzburger Straße 69 D-89335 Ichenhausen Geachte klant, Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe product. 78 | NL www.scheppach.comAanwijzing: De fabrikant van dit product is volgens de van kracht zijn- de wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit product of door dit product ont- staan bij: p. 426
- Ondeskundige behandeling
- Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
- Reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmen- sen
- Inbouw en vervanging van niet-originele reserveon- derdelen
- Gebruik dat niet conform de voorschriften is
- Uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht nemen van de elektrische voorschriften en voor- schriften. Let op: De gebruikshandleiding maakt deel uit van dit product. Deze bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het pro- duct veilig, vakkundig en economisch werkt, hoe u geva- ren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermin- dert en de betrouwbaarheid en levensduur van het pro- duct verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het product geldende voorschriften van uw land in acht nemen. Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met alle bedienings- en veiligheidsinstructies. Gebruik het product uitsluitend als beschreven en voor de aangege- ven toepassingen. Bewaar de gebruikshandleiding daar- om goed, en verstrek alle documentatie als het product wordt doorgegeven aan derden. 2 Productbeschrijving (afb. 1-28)
1. Bovenste duwbeugel
1a. Rijaandrijving (beugel) 1b. Bowdenkabel 1c. Snelspanhendel 1d. Volgring 1e. Volgring 1f. Stermoer van kunststof
4. Onderste duwbeugel
4a. Stermoer van kunststof 4b. Afstandhouder 4c. Geleiding 4d. Bout 4e. Kabelklem
17. Startmotor met trekkabel
18a. Messchroef 18b. Volgring 18c. Motorspil 18d. V-snaar
3 Meegeleverd (afb.1-2) Pos. Aantal Aanduiding
4. 1 x Onderste duwbeugel
4a. 2 x Stermoer van kunststof 4b. 2 x Afstandhouder 4c. 2 x Geleiding 4d. 2 x Bout 4e. 1 x Kabelklem 12a. 1 x Zij-uitworp 15a. 1 x Mulchinzetstuk
1 x benzine grasmaaier 2 x Gebruikshandleiding (grasmaaier, accu + oplader) 4 Beoogd gebruik De benzine grasmaaier is geschikt voor particulier gebruik in de tuin of hobbytuin. Grasmaaier voor de particuliere tuin of hobbytuin zijn machines waarvan het jaarlijks ge- bruik in principe niet meer is dan 50 uur en voornamelijk voor het onderhoud van gras- of gazonoppervlakken wordt gebruikt, echter niet in openbare installaties, par- ken, sportvelden, alsook in de land- en bosbouw. Het product mag uitsluitend worden gebruikt waarvoor het bedoeld is. Elk ander of verdergaand- is niet volgens de voorschriften. Voor hieruit ontstane schade of verwondin- gen, van welke soort dan ook, is de gebruiker en niet de fabrikant aansprakelijk. Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de mon- tagehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshand- leiding maken deel uit van het beoogd gebruik. Personen, die het product bedienen of onderhoud aan het product verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren. De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan het product worden aangebracht en de hieruit voortvloei- ende schade. NL | 79www.scheppach.comHet product mag uitsluitend met de originele onderdelen en originele accessoires van de fabrikant worden ge- bruikt. De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant alsook de in de technische gegevens aangege- ven afmetingen moeten in acht worden genomen. WAARSCHUWING Lees voor de ingebruikname van het product deze handleiding voor uw eigen veiligheid en de algemene veiligheidsvoorschriften grondig door. Als u het product aan derden geeft om te gebruiken, dient u deze ge- bruikshandleiding altijd mee te leveren. Het product maakt deel uit van de 20V IXES serie en mag alleen met accu's uit deze serie worden gebruikt. Accu's mogen alleen met opladers uit deze serie worden opgela- den. Let hierbij op de specificaties van de fabrikant. 5 Gebruik dat niet conform de voorschriften is Let erop dat onze producten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toe- passingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aanspra- kelijkheid wanneer het product in bedrijfsmatige, ambach- telijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden worden ingezet. WAARSCHUWING Vanwege gevaar voor lichamelijk letsel van de gebruiker, mag de grasmaaier niet voor de volgende werkzaamheden worden gebruikt (onvolledige opsomming): – voor het snoeien van bosjes, heggen en struiken, – voor snoeien van klimplanten, – voor gazononderhoud op dakbeplantingen en in bal- konbakken, – voor hakselen en verkleinen van snoeiafval van bo- men en heggen, – voor het reinigen van voetpaden (afzuigen, blazen), – voor het effenen van bodemverhogingen, zoals bijv. molshopen, – voor het transporteren van snoeimateriaal anders dan in de daarvoor aanwezige grasopvangbak. Verklaring van de signaalwoorden in de gebruikershandleiding GEVAAR Signaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezige, gevaarlijke situatie die, indien de- ze niet wordt vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft. WAARSCHUWING Signaalwoord voor aanduiding van een mo- gelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot de dood of ernstige verwondingen kan leiden. VOORZICHTIG Signaalwoord voor aanduiding van een mo- gelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot geringe of matige verwondingen kan leiden. LET OP Signaalwoord voor aanduiding van een mo- gelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben. 6 Veiligheidsvoorschriften Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwijzingen voor toekomstig gebruik! WAARSCHUWING Lees alle veiligheidsvoorschriften, aanwijzin- gen, afbeeldingen en technische gegevens die bij dit product zijn meegeleverd. Het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen ernstige verwondingen veroorzaken. WAARSCHUWING Voordat u met het product gaat werken, moet u zich vertrouwd maken met alle bedieningsonderdelen. – Oefen het gebruik van het product en laat u de wer- king, het werkingsmechanisme en de werktechnie- ken uitleggen door een ervaren gebruiker of specia- list. – Zorg ervoor dat u het product onmiddellijk kunt stop- pen in geval van nood. – Ondeskundig onderhoud van het product kan leiden tot ernstig letsel. – Als er zich tijdens het gebruik een ongeluk of storing voordoet, schakelt u het product onmiddellijk uit. Behandel verwondingen op de juiste manier of zoek medische hulp. Wie mogen het product niet gebruiken:
- Kinderen en andere personen, die niet bekend zijn met de gebruikshandleiding (plaatselijke voorschriften kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker bepalen).
- Personen die onder invloed zijn van alcohol, drugs, medicijnen, moe of ziek zijn. 80 | NL www.scheppach.com6.1 Veiligheidsvoorschriften voor handgevoerde grasmaaier
- Lees de gebruikshandleiding zorgvuldig door. Zorg er- voor dat u bekend bent met de instellingen en het cor- recte gebruik van het product.
- Laat de grasmaaier niet gebruiken door kinderen of andere personen die de gebruikshandleiding niet ken- nen. Lokale voorschriften kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker definiëren.
- Maai nooit wanneer er personen, kinderen of dieren in de buurt zijn. Denk eraan dat de bestuurder of de ge- bruiker van de machine verantwoordelijk is voor onge- vallen met andere personen of hun eigendommen.
- Maai alleen bij voldoende zicht. Zorg dat derden uit de buurt blijven.
- Als u het product aan een andere persoon overdraagt, moet deze gebruikshandleiding eveneens worden ver- strekt.
- Draag altijd stevig schoeisel met anti-slip zolen en een lange broek tijdens het maaien. Maai nooit op blote voeten of in lichte sandalen.
- Controleer het terrein, waarop het product wordt ge- bruikt en verwijder alle voorwerpen, zoals stenen, speelgoed, stokken en draden, enz., die vastgegrepen en weggeslingerd kunnen worden.
- Zet de motor uit, wacht tot deze volledig stil staat en koppel de bougiestekker los als – Als u het product verlaat. – u blokkades of verstoppingen verwijdert. – Het product in aanraking komt met vreemde voor- werpen. – storingen en ongewone trillingen aan het product optreden. WAARSCHUWING Brandstof is zeer ontvlambaar:
- Bewaar brandstof alleen in daarvoor bedoelde contai- ners (jerrycans).
- Vul de tank uitsluitend bij in de buitenlucht en rook niet tijdens het tanken.
- Brandstof moet voor het starten de motor worden bij- gevuld. Open de tankdop niet terwijl de motor loopt of onmiddellijk na het uitschakelen van het product en vul geen brandstof bij.
- Indien er brandstof is overgelopen mag er in geen ge- val gepoogd worden om de motor te starten. In plaats daarvan moet het product uit de buurt van met brand- stof vervuilde oppervlakken worden gehouden. Elke ontstekingspoging moet worden vermeden totdat de brandstofdampen zijn verdampt.
- Vanwege veiligheidsredenen moeten brandstoftank en tankdeksel bij beschadiging worden vervangen.
- Brandstof mag nooit in de buurt van ontstekingsbron- nen worden bewaard. Gebruik altijd een gecontroleer- de container. Houd brandstof uit de buurt van kinde- ren.
- Vervang defecte geluiddempers.
- Voor gebruik moet door een visuele controle altijd worden gecontroleerd of het mes en de bevestigings- bouten versleten of beschadigd zijn. Om eventueel onbalans te vermijden, moeten versleten of bescha- digde messen en bevestigingsbouten altijd per set worden vervangen.
6.2 Elektrische veiligheid
- De aansluitstekker van het elektrische gereed- schap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele wijze worden gewijzigd. Ge- bruik geen adapterstekker samen met geaard elek- trisch gereedschap. Ongewijzigde stekkers en pas- sende stopcontacten verminderen het risico op elektri- sche schok.
- Let op dat uw lichaam geen contact maakt met ge- aarde onderdelen zoals bijv. buizen, radiatoren, elektrische haarden, koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw li- chaam geaard is.
- Houd elektrisch gereedschap uit de buurt van re- gen of vocht. Het indringen van water in een elek- trisch apparaat vergroot het risico op een elektrische schok. WAARSCHUWING Neem de veiligheidsvoorschriften en aanwij- zingen voor het opladen en het juiste gebruik in acht zoals in de gebruikshandleiding van uw accu en oplader aangegeven. Een gede- tailleerde beschrijving voor het laadproces en overige informatie vindt u in deze afzon- derlijke bediening. Onjuist gebruik van de accu en de oplader kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
- Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven zijn vast- gedraaid om er zeker van te zijn dat het product zich in een veilige werktoestand bevindt.
- Bewaar het product nooit met brandstof in de tank bin- nen een gebouw, waarin mogelijke brandstofdampen met open vuur of vonken in contact kunnen komen.
- Laat de motor afkoelen, voordat u het product in ge- sloten ruimtes plaatst.
- Om brandgevaar te vermijden, dient u de motor, uit- laat en het bereik rond de brandstoftank vrij het hou- den van gras, bladeren en uittredend vet (olie).
- Controleer regelmatig de grasvanginrichting op slijta- ge of verlies van de functies.
- Vervang vanwege veiligheidsredenen versleten of be- schadigde onderdelen.
- Als de brandstoftank moet worden geleegd, moet dit in de buitenlucht gebeuren.
- Laat de verbrandingsmotor niet in gesloten ruimtes lo- pen, waarin zich gevaarlijke koolmonoxide kan vor- men.
- Maai alleen bij daglicht of bij geschikt kunstlicht. NL | 81www.scheppach.com• Indien mogelijk moet het gebruik van het product bij nat gras worden vermeden.
- Het gebruik van het product bij onweer is verboden - Bliksemgevaar!
- Let altijd op een goede positie op hellingen.
- Geleid het product alleen in looppas.
- Bij producten op wielen geldt: Maai dwars op de hel- ling, nooit op- en neerwaarts. Wees met name voor- zichtig als u uw rijrichting op de helling verandert.
- Maai nooit op overmatig steile hellingen en op aan- grenzende stortplaatsen, groeven of dijken. Wees met name voorzichtig als het product moet worden ge- keerd of als u deze naar u toe trekt. WAARSCHUWING Tijdens de werkzaamheden en veranderingen van de rijrichting bij struikgewassen en hel- lingen moet uiterst voorzichtig te werk wor- den gegaan: – Zorg voor een veilige stand. – Draag schoenen met antislipzolen en geschikte kle- ding. – Maai altijd dwars op een helling. – Hellingen van meer dan 15 graden mogen met het product om wille van veiligheidsredenen niet worden gemaaid. – Wees met name voorzichtig bij het achterwaarts verplaatsen en bij het trekken van het product. Strui- kelgevaar!
- Stop de messen indien de grasmaaier moet worden gekanteld, bij transport of op andere oppervlakken als gras en indien de grasmaaier voor en naar het te maaien oppervlak wordt verplaatst. VOORZICHTIG De grasmaaier mag niet worden gebruikt, zonder dat de volledige grasopvanginrichting of de zelfsluitende veilig- heidsvoorziening voor de uitwerpopening is aange- bracht.
- Gebruik de grasmaaier nooit met beschadigde veilig- heidsvoorzieningen of veiligheidsroosters of zonder aangebouwde veiligheidsvoorzieningen bijv. stoot- plaat en/of inrichtingen om het gras op te vangen.
- Verander nooit de regelinstellingen van de motor en zorg ervoor dat deze niet te zwaar wordt belast.
- Activeer de motorrem en koppel alle snijgereedschap- pen en aandrijvingen los, voordat u de motor start.
- Start de motor voorzichtig, overeenkomstig de aanwij- zingen van de fabrikant. Let op voldoende afstand van de voeten tot de messen.
- Bij het starten van de motor mag de grasmaaier niet worden gekanteld, alleen indien de grasmaaier bij het proces moet worden opgetild. In dit geval kantelt u de grasmaaier slechts zo ver, als absoluut noodzakelijk, en tilt u uitsluitend de zijde op die richting de bediener is gekeerd.
- Start de motor niet indien u voor het uitwerpkanaal staat.
- Breng handen of voeten nooit tegen of over de draai- ende delen. Houd u altijd buiten het bereik van de uit- werpopening.
- Til of draag een grasmaaier nooit terwijl de motor loopt.
- Zet de motor uit en controleer of alle bewegende on- derdelen tot stilstand zijn gekomen en de contactsleu- tel, indien voorhanden, is geactiveerd: – Voordat u blokkades verwijdert of verstoppingen in het uitwerpkanaal oplost. – Voordat u het product controleert, reinigt of er werkzaamheden aan uitvoert. – Indien een vreemd voorwerp is geraakt. Contro- leer het product op beschadigingen en voer de noodzakelijke reparaties uit voordat u het product opnieuw start en ermee gaat werken. Indien het product bij het starten ongewoon sterk trilt, moet deze direct worden onderzocht. – Indien u zich van het product verwijdert. – Voor het bijtanken.
- Bij het nalopen van de motor moet de smoorklep wor- den gesloten. Als de motor over een benzineafsluit- klep beschikt, moet deze na het gebruik worden ge- sloten.
- Het gebruik van het product met overmatige snelheid kan het risico op ongevallen verhogen.
- Wees voorzichtig bij instelwerkzaamheden aan het product en voorkom het inklemmen van vingers tus- sen de bewegende messen en stijve apparaatdelen.
- Wees bijzonder voorzichtig bij het maaien op oneffen ondergrond, op aangrenzende stortplaatsen, groeven of dijken.
- Vermijd plaatsen waarbij de wielen niet meer grijpen of het maaien niet stabiel is.
- Let in de buurt van straten op het wegverkeer. GEVAAR Struikelgevaar! Wees met name voorzichtig bij het achterwaarts ver- plaatsen en bij het trekken van het product. Controleer voor een achterwaartse beweging of er geen kinderen achter u aanwezig zijn.
- De gebruiker moet voldoende zijn geschoold in het toepassen, instellen en bedienen van de machine (in- clusief verboden handelingen).
- Controleer het product regelmatig en zorg ervoor dat alle startvergrendelingen en drukknoppen goed wer- ken voor elk gebruik.
- Let op: onjuist onderhoud, het gebruik van niet-confor- me reserveonderdelen of het verwijderen of wijzigen van veiligheidsvoorzieningen kan schade aan het pro- duct en lichamelijk letsel van de persoon die ermee werkt tot gevolg hebben.
- Let erop dat de veiligheidssystemen of inrichtingen van het product niet gemanipuleerd of gedeactiveerd mogen worden. Verwijder nooit delen die voor de vei- ligheid dienen. 82 | NL www.scheppach.com• Let op dat de gebruiker geen verzegelde instellingen voor motortoerentalregeling mag wijzigen of manipule- ren.
- Gebruik alleen messen en accessoires die door de fa- brikant worden aanbevolen. Bij gebruik van andere in- zetstukken en accessoires bestaat gevaar voor ver- wonding.
- Houd het product altijd in een goede bedrijfstoestand.
- Het is noodzakelijk om voldoende pauzes te nemen om lawaai en trillingen te verminderen.
voorzorgsmaatregelen Het niet naleven van de ergonomische basisprincipes Nalatig gebruik van persoonlijke beschermingsmid- delen (PBM's) Nalatig gebruik of het weglaten van persoonlijke bescher- mingsmiddelen kan ernstige verwondingen tot gevolg hebben.
- Voorgeschreven beschermende uitrusting dragen. Menselijk gedrag, incorrect gedrag
- Wees tijdens alle werkzaamheden altijd volledig ge- concentreerd. Restgevaar
- Kan niet worden uitgesloten Gevaar door lawaai Gehoorschade Langere werkzaamheden met het product zonder gehoor- bescherming kan leiden tot gehoorschade.
- Altijd gehoorbescherming dragen. Gedrag bij noodgevallen Bij een eventueel ongeval moet u direct de noodzakelijke EHBO-maatregelen nemen en zo snel mogelijk hulp vra- gen aan een gekwalificeerde arts. Restrisico's Het product is vervaardigd volgens de stand van de techniek en de erkende veiligheidstechnische regels. Toch kan tijdens de werkzaamheden sprake zijn van enkele restrisico's.
- Bovendien kunnen er ondanks alle getroffen voorzie- ningen verborgen restrisico's bestaan.
- Restrisico's kunnen worden geminimaliseerd als de “veiligheidsvoorschriften” en het “gebruik conform de voorschriften” alsook de bedieningshandleiding wor- den opgevolgd.
- Vermijd onvoorziene ingebruikname van het product.
- Houd uw handen buiten de werkomgeving, wanneer het product in bedrijf is.
- Onopzettelijk inschakelen van het product.
- Volg de in de gebruikshandleiding voorgeschreven onderhouds- en veiligheidsvoorschriften op. WAARSCHUWING Bij langdurige werkzaamheden kunnen door de trillin- gen stoornissen in de doorbloeding in de handen van de gebruiker optreden (witte vinger syndroom). Raynaud-syndroom (dove vingers) is een vaatziekte, waarbij kleine bloedvaten in de vingers en tenen acuut verkrampen. De desbetreffende lichaamsdelen worden dan niet meer voldoende van bloed voorzien waardoor ze een bleke kleur krijgen. Het frequente gebruik van trillende producten kan zenuwbeschadigingen veroorza- ken bij personen met een verminderde doorbloeding (bijv. rokers, diabetici). Als u ongewone beperkingen bespeurt, stopt u direct de werkzaamheden en raadpleegt u een arts. 7 Technische gegevens Motortype 4-taktmotor/luchtgekoeld Cilinderinhoud 150 cm³ Werktoerental 2800 min
-uitstoot 1033 g/kWh Gewicht (met lege tank en volledig gemonteerd) 28,5 kg Technische wijzigingen voorbehouden! Geluid en trilling WAARSCHUWING Lawaai kan ernstige gezondheidsklachten tot gevolg hebben. Als het geluid van de machine hoger is dan 85 dB, draag dan geschikte gehoorbescherming voor u en personen in de omgeving. Geluidswaarden Geluidsdrukniveau L
1,81 dB Gegarandeerd geluidsvermogensni- veau L
1,81 dB Houd u zo nodig aan rustperiodes en beperk de duur van het werk tot het absolute noodzakelijke. NL | 83www.scheppach.comTrillingskenwaarden (hand-arm-trilling) Trilling a
2,3 m/s² Beperk de geluidsproductie en trilling tot een mini- mum!
- Gebruik alleen optimale producten.
- Onderhoud en reinig het product regelmatig.
- Pas uw werkwijze aan het product aan.
- Zorg dat het product niet overbelast raakt.
- Laat het product eventueel controleren.
- Schakel het product uit als deze niet in bedrijf is.
- Draag handschoenen. Neem de volgende aanwijzingen in acht om de risico's te beperken:
- Houd uw lichaam en met name uw handen bij koud weer warm.
- Las regelmatig pauzes in en beweeg hierbij de han- den om de doorbloeding te bevorderen.
- Houd de trillingen van het product zo laag mogelijk door regelmatig onderhoud aan vaste onderdelen op het product. 8 Uitpakken WAARSCHUWING Het product en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
- Open de verpakking en haal het product er voorzichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de ver- pakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhan- den).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het product en de hulpstukken op trans- portschade. Meld eventuele schade direct bij het transportbedrijf dat het product heeft bezorgd. Recla- maties op een later tijdstip worden niet erkend.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het ver- strijken van de garantietijd.
- Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het product aan de hand van de gebruikshandlei- ding.
- Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserveon- derdelen uitsluitend originele onderdelen. Reserveon- derdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
- Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het product aan. 9 Montage VOORZICHTIG Gevaar voor verwonding door draaiend mes. Voer de werkzaamheden aan het product uitsluitend uit bij een uitgeschakeld en stilstaand mes! LET OP Let op dat bij de montage van de duwbeugels de gas- kabel niet bekneld raakt. Plaats het product op een vlak, recht oppervlak. Benodigd gereedschap:
- Kruiskopschroevendraaier*
- = niet altijd meegeleverd!
9.1 Montage van de onderste
duwbeugel (4) (afb. 3)
1. Demonteer het onderdeel van de bout (4d), afstand-
houder (4b) en kunststofstermoer (4a).
2. Schuif telkens een geleiding (4c) op de bout aan de
onderste duwbeugel (4).
3. Plaats de onderste duwbeugel (4) op de geleidingen
(4c). Let op dat de onderste duwbeugel (4) in de bouten zit en de bevestigingsgaten overeenkomen.
4. Breng telkens een bout (4d) door de bevestigingsga-
ten van de onderste duwbeugel (4) aan.
5. Plaats een afstandhouder (4b) op elke bout (4d) en
borg deze met telkens een kunststofstermoer (4a).
1. Lijn de bovenste duwbeugel (1) uit met de overeen-
komstige bevestigingspunten van de onderste duw- beugel (4).
2. Plaats een volgring (1d) op de snelspanhendel (1c) en
breng deze door de bevestigingsgaten van de boven- ste en onderste duwbeugel (1/4) aan.
3. Plaats een volgring (1e) op elke snelspanhendel (1c).
4. Borg de snelspanhendel (1c) met telkens een kunst-
stofstermoer (1f). Let hierbij op dat de gaskabel en de Bowdenkabel, die later met een kabelclip (4e) wordt bevestigd, niet in de weg zit.
1. Druk de rechterzijde van de motorremhendel (2) uit de
kunststofhouder op de bovenste duwbeugel (1).
2. Beweeg de motorremhendel (2) naar voren om deze
uit de kunststofhouder te hangen.
3. Plaats de elektrische starter (3) op de bovenste duw-
4. Borg de elektrische starterunit (3) met behulp van de
bouten (3b). Let hierbij op dat de gaskabel (2a) en de Bowdenka- bel (1b), die later met een kabelclip (4e) wordt beves- tigd, niet in de weg zit. 84 | NL www.scheppach.com5. Draai de bouten (3b) met behulp van een kruiskop- schroevendraaier aan.
6. Trek de gaskabel (2a) door de elektrische starterunit
(3), zoals in afb. 6 weergegeven.
7. Plaats de gaskabel (2a) in de motorremhendel (2) en
druk de rechterzijde van de motorremhendel (2) weer in de kunststofhouder op de bovenste duwbeugel (1).
8. Fixeer de gaskabel (2a) en de Bowdenkabel (1b) met
de meegeleverde kabelklem (4e) op de onderste duw- beugel (4).
9. Hang de greep van de trekstarter (17) in de kabelhaak
(17a). Draai hiervoor evt. de vleugelmoer (17b) eveneens los. 10 Voor de ingebruikname LET OP Het product voor de ingebruikstelling in ieder geval volledig monteren! WAARSCHUWING Gevaar voor de gezondheid! Bij het inademen van brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, be- wusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden. – Adem geen brandstof-/smeeroliedampen en uitlaat- gassen in. – Gebruik het product alleen in de open lucht. LET OP Productbeschadiging! Als het product zonder of met te weinig motor- of trans- missieolie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade lei- den. – Vul voor de ingebruikname brandstof en olie in. Het product wordt zonder motor- of transmissieolie gele- verd. LET OP Milieuschade! Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreini- ging leiden. – Olie uitsluitend vullen/aftappen op vlakke, stevige ondergronden. – Gebruik een vulpijp of trechter. – Vang afgetapte olie in een geschikte container op. – Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwij- der de doek conform de lokale voorschriften. – Verwijder olie conform de lokale voorschriften. LET OP Risico op materiële schade! Indien incorrect opgeslagen of niet afgetapte brandstof- fen worden gebruikt, kan de carburateur verstoppen of de werking van de motor beïnvloeden. – Giet de niet benodigde brandstof in een luchtdicht reservoir en bewaar dit in een donkere, koele ruim- te. LET OP Enige geluidsoverlast van dit product is on- vermijdelijk. Stel werkzaamheden met lawaai uit tot goedgekeurde en aangewezen tijden. Houd u zo nodig aan rustperiodes en beperk de duur van het werk tot het absolute nood- zakelijke. Voor uw persoonlijke bescherming en de be- scherming van personen in de buurt, dient u geschikte gehoorbescherming te dragen. Plaats het product op een vlak, recht oppervlak. Benodigd gereedschap:
- = niet altijd meegeleverd!
10.1 Motorolie bijvullen (afb. 10)
LET OP Het product wordt geleverd zonder motorolie. Voor ingebruikname daarom altijd olie bijvullen. Gebruik hiertoe multifunctionele olie (SAE 10W-30 of SAE 10W-40). Controleer regelmatig voor elke ingebruikname het olie- peil. Een te laag oliepeil kan de motor beschadigen.
1. Schroef de oliepeilstok (11) door naar links te draaien
2. Vul de tank met behulp van een trechter met mo-
torolie. Let op de max. vulhoeveelheid (zie de techni- sche gegevens). Vul de olie voorzichtig bij tot aan de onderkant van de vulpijp.
3. Veeg de oliepeilstok (11) met een schone, pluisvrije
positie het oliepeil af. Het oliepeil moet zich tussen max. en min. van de oliepeilstok (11) bevinden.
6. Als het oliepeil te laag is, voeg dan de aanbevolen
hoeveelheid olie toe (zie technische gegevens).
7. Schroef de oliepeilstok (11) vervolgens weer vast.
NL | 85www.scheppach.com10.2 Brandstof bijvullen (afb. 11) GEVAAR Brand- en explosiegevaar! Brandstof kan zich bij het vullen ontsteken en eventueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.
- Schakel de motor uit en laat deze afkoelen.
- Houd uit de buurt van hitte, vlammen en vonken.
- Vul brandstof alleen in de open lucht bij.
- Draag veiligheidshandschoenen.
- Vermijd huid- en oogcontact.
- Start het product met een afstand van min. 3 m tot de vullocatie van de brandstof.
- Let op voor ondichte plekken. Start de motor niet als er brandstof uitloopt. LET OP Het product wordt geleverd zonder brandstof. Voor ingebruikname daarom altijd brandstof bijvullen. Gebruik hiervoor Super E10 benzi- ne.
1. Reinig de omgeving van het vulgedeelte. Verontreini-
gingen in de brandstoftank (5) veroorzaken bedrijfs- storingen.
2. Open voorzichtig de tankdop (5a) zodat eventuele
overdruk kan ontsnappen.
3. Vul de brandstoftank (5) met behulp van een trechter
met brandstof. Let op de max. vulhoeveelheid (zie de technische gegevens). Vul de brandstof voorzichtig tot aan de onderkant van de vulpijp.
(afb. 1, 2, 12) De grasmaaier is voorzien van een elektrische starter (3a). Als startaccu wordt een lithium-ionen accu (20) ge- bruikt. Het gebruik van de accu (20) en de oplader (21) wordt beschreven in de meegeleverde gebruikshandlei- ding.
1. Ter controle van de laadstatus drukt u op de toets
voor de laadindicator (20b) op de accu (20). De accu- laadindicator (20b) geeft de laadstatus van de accu (20) weer.
2. De accu (20) mag alleen met de meegeleverde opla-
der (21) worden opgeladen. Tijdens het gebruik van de grasmaaier wordt de accu (20) niet opgeladen.
10.4 Instellen van de maaihoogte
(afb. 13) LET OP Het verstellen van de maaihoogte mag alleen bij uitgeschakelde motor en verwijderde bou- giestekker worden uitgevoerd.
- In dicht, hoog gras, stelt u de hoogste snijhoogte in en maait u langzamer. Voor de eerste keer maaien in het seizoen, stelt u een hoge snijhoogte in. Stel de maai- hoogte zo in dat het product niet overbelast raakt.
- Selecteer de maaihoogte, afhankelijk van de werkelijk graslengte.
- Voer meerdere passages uit, zodat er maximaal 4 cm gras in één keer wordt afgehaald.
- De juiste maaihoogte is bij – een siergazon ca. 30 mm - 45 mm – een gebruiksgazon ca. 40 mm - 65 mm. Het instellen van de maaihoogte gebeurt via de hendel voor de maaihoogteverstelling (14). Er kunnen verschil- lende maaihoogten worden ingesteld.
1. Trek de hendel voor de maaihoogteverstelling (14)
2. Verschuif de hendel voor de maaihoogteverstelling
(14) in de gewenste maaihoogtepositie.
3. Laat de hendel voor de snijhoogteverstelling (14) weer
los. De hendel klikt vast in de gewenste positie.
10.5 Accu (20) plaatsen/verwijderen
1. Om de accu (20) uit het product te halen, drukt u op
de ontgrendelingsknop (20a) van de accu (20) en trekt de accu (20) eruit.
2. Om de accu (20) te plaatsen, schuift u de accu (20)
langs het geleideblad in de elektrische starterunit (3). Hij klikt hoorbaar vast.
10.6 Messtopinrichting (afb. 1, 21)
Voor elke ingebruikname moet u de messtopinrichting controleren. Start de motor zoals onder 11.4 beschreven.
1. Laat de motorremhendel (2) los. De motor schakelt uit
en het mes (18) wordt afgeremd.
2. Het mes (18) moet binnen 7 seconden stoppen.
11 Bedrijf De grasmaaier wordt aangedreven door een krachtige, luchtgekoelde 4-taktmotor. Het product kan met of zonder elektrische starterunit wor- den gestart en is uitgerust met een 7-voudige maaihoog- teverstelling, een grasvanger en een inklapbare duwbeu- gel. Zie de volgende beschrijvingen voor de functie van de be- dieningselementen. Controle voor gebruik
- Controleer alle zijdes van de motor op olie of brand- stoflekken.
- Controleer het motoroliepeil.
- Controleer het brandstofpeil – de brandstoftank moet minstens halfvol zijn.
- Controleer de conditie van het luchtfilter.
- Controleer de conditie van de brandstofleidingen.
- Controleer of de bougiestekker aan de bougie is be- vestigd.
- Let op tekenen van schade. 86 | NL www.scheppach.com• Controleer of alle veiligheidsafdekkingen zijn aange- bracht en of alle schroeven, moeren en pennen zijn aangedraaid.
11.1 Maaien met grasopvangbak
LET OP Gebruik het product niet zonder volledig aangebrachte grasopvangbak of zonder mulchinzetstuk. LET OP Grasopvangbak alleen bij een uitgeschakelde motor en stilstaand mes wegnemen of aanbrengen.
11.1.1 Plaatsen van de grasopvangbak (16)
2. Grijp de grasopvangbak (16) vast aan de handgreep.
3. Hang de grasopvangbak (16) in de daarvoor bestem-
de ophanging van de grasopvangbak aan de achter- kant van het product.
4. Verwijder de achterste uitwerpklep (15), hierdoor
wordt de grasopvangbak (16) in positie gehouden.
11.1.2 Legen van de grasopvangbak (16)
(afb. 1, 15) WAARSCHUWING Voor het wegnemen van de grasopvangbak de mo- tor uitschakelen en de stilstand van het mes af- wachten. LET OP Gevaar voor letsel! Grasopvangbak alleen bij een uitgeschakelde motor en stilstaand mes wegnemen. Zodra tijdens het maaien grasresten blijven liggen, moet de grasopvangbak worden geleegd.
1. Om de grasopvangbak (16) weg te nemen, tilt u de
achterste uitwerpklep (15) op.
2. Neem de grasopvangbak (16) aan de handgreep er
uit. Overeenkomstig het veiligheidsvoorschrift valt de uitwerpklep (15) bij het uithangen van de grasopvang- bak (16) dicht en sluit de achterste uitwerpopeningen af. Als er daarbij grasresten in de opening blijven hangen, dan is het voor het makkelijker starten van de motor doel- matig om de grasmaaier ongeveer 1m terug te trekken. LET OP Resten snijgoed in de maaierbehuizing en op het werk- gereedschap niet met de hand of met de voeten verwij- deren, maar met geschikte hulpmiddelen, bijv. borstels of een veger. Om een goede verzameling te garanderen, moeten de grasopvangbak (16) en in het specifiek het luchtfilter (6a) na gebruik worden gereinigd.
11.2 Maaien met mulchinzetstuk
Bij het mulchen wordt het snijgoed in de gesloten maaier- behuizing verkleind en weer over het gras verdeeld. Het opnemen van gras en de verwijdering vervallen. Het fijne groene maaisel valt als een natuurlijke meststof terug in de grasmat en brengt vocht in het gazon en voorziet het van belangrijke voedingsstoffen. LET OP Mulchen is alleen mogelijk bij relatief kort gras.
11.2.1 Mulchinzet (15a) plaatsen (afb. 16)
1. Til de achterste uitwerpklep (15) op.
2. Neem de grasopvangbak (16) (indien geplaatst) aan
de handgreep er uit.
3. Til de uitwerpklep (15) op en plaats het mulchinzet-
4. Stel de maaihoogte in (zie 10.4).
Tips voor het mulchen:
- Maai het gras ca. 2 cm terug bij een grashoogte van 4-6 cm.
11.3 Maaien met zij-uitworp
Met de zij-uitwerp (12a) kunt u ook hoog en wild gras, dat slechts zelden wordt gemaaid, maaien.
11.3.1 Zij-uitworp (12a) plaatsen (afb. 17)
1. Verwijder eerst de grasopvangbak (16) en plaats het
Activeer de vergrendeling van de uitwerpklep aan de zijkant (12), klap hem omhoog en houd hem stevig vast.
3. Plaats de zij-uitwerp (12a) er in.
4. Sluit langzaam de zij-uitwerpklep (12). De zij-uitwerp-
klep (12) borgt de zij-uitwerp (12a) tegen er uit vallen.
11.3.2 Zij-uitworp (12a) verwijderen (afb. 17)
Activeer de vergrendeling van de uitwerpklep aan de zijkant (12), klap hem omhoog en houd hem stevig vast.
2. Verwijder de zij-uitwerp (12a) en sluit de zij-uitwerp-
AANWIJZING Het mes draait, als de motor wordt gestart. Product niet starten, als het uitwerpkanaal niet door een van de volgende onderdelen is afgedekt:
en laad deze eventueel op.
2. Controleer voor elke start het brandstof- en motorolie-
peil (zie hoofdstuk 10.1 en 10.2). Controleer of de bougiestekker (9) op de bougie (9a) is aangesloten.
3. Schuif de opgeladen accu (20) langs het geleideblad
in het apparaat. De accu (20) klikt hoorbaar vast. NL | 87www.scheppach.com4. Sta achter de grasmaaier.
5. Druk de motorremhendel (2) richting het stuur in en
houd deze ingedrukt.
6. Druk de elektrische starter (3a) op de elektrische star-
terunit (3) in en houd deze ingedrukt.
8. Zodra het product is opgestart, kunt u de elektrische
1. Controleer voor elke start het brandstof- en motorolie-
peil (zie hoofdstuk 10.1 en 10.2). Controleer of de bougiestekker (9) op de bougie (9a) is aangesloten.
2. Sta achter de grasmaaier. Druk met één hand de mo-
torremhendel (2) naar het stuur, de andere hand moet op het starterkoord (17) liggen.
3. Start de motor met starterkoord (17). Trek hiertoe de
greep ca. 10-15 cm (tot een weerstand voelbaar is) er uit. Trek hier vervolgens krachtig met een ruk aan. Als de motor niet is gestart, nogmaals aan starterkoord (17) trekken.
4. Op basis van een beschermplaat op de motor kan er
een lichte rookvorming ontstaan, indien u het product voor de eerste keer gebruikt. Dit is een normaal pro- ces. LET OP – Laat het starterkoord niet terugschieten. Dit kan tot schade leiden. – Bij koel weer kan het noodzakelijk zijn om het start- proces meerdere te herhalen.
11.5 De motor uitzetten
WAARSCHUWING Gevaar voor letsel! Na het uitschakelen van de motor draait het mes nog enkele seconden door. Als u de roterende delen aan- raakt, kunnen snijwonden het gevolg zijn. – Wacht tot de stilstand van het messen. – Rem het mes niet af met de hand. – Draag veiligheidshandschoenen. – Verwijder de bougiedop van de bougie om te voor- komen dat de motor onbedoeld start wanneer u het product uitschakelt of parkeert. – Houd het mes uit de buurt van uw voeten.
1. Om de motor uit te schakelen, laat u eerst de beugel
rijaandrijving (1a) en vervolgens de motorremhendel (2) los. Wacht tot het mes (18) stilstaat.
2. Verwijder de accu (20) (zie hoofdstuk 10.5).
11.6 Rijaandrijving (afb. 1)
De grasmaaier is voorzien van een achterwielaandrijving.
11.6.1 Rijaandrijving inschakelen
1. Start de grasmaaier (zie 11.4).
2. Trek en houd de beugel van de rijaandrijving (1a) rich-
3. De rijaandrijving wordt ingeschakeld (aandrijfwiel (13)
beweegt) en de grasmaaier beweegt naar voren. LET OP Beschadigingen aan het product vermijden! Beschadi- gingen aan het product vermijden! Druk de beugel rij- aandrijving altijd volledig (tot aan de aanslag) in, om vervolgschade aan de aandrijving te vermijden.
11.6.2 Rijaandrijving (1a) uitschakelen
1. Laat de beugel van de rijaandrijving (1a) los. De rij-
aandrijving (1a) wordt uitgeschakeld en de grasmaaier blijft staan.
- Maai alleen met scherpe, optimale messen, zodat de grassprieten niet gaan rafelen en het gazon niet geel wordt.
- Om een net snijbeeld te bereiken moet de grasmaaier in zo recht mogelijke banen worden geleid. Hierbij moeten deze banen altijd enkele centimeters overlap- pen zodat er geen stroken overblijven.
- Houd de onderzijde van de maaibehuizing schoon en verwijder direct grasafzettingen. Afzettingen verzwa- ren het starten, beïnvloeden de snijkwaliteit en het uit- werpen van het gras.
- Op hellingen moet de snijbaan dwars op de helling worden gemaakt. Het wegglijden van de grasmaaier wordt door de schuine stand naar boven voorkomen. WAARSCHUWING Zorg dat derden uit de buurt blijven.
- Laat de motor altijd eerst afkoelen, voordat u de gras- maaier in een gesloten ruime parkeert. Verwijder gras, gebladerte. Voor opslag smeren en oliën. Geen andere voorwerpen op de grasmaaier be- waren.
- Controleer voor hernieuwd gebruik alle schroeven en moeren. Haal losse schroeven aan.
- Leeg de grasopvangbak voor het hernieuwde gebruik.
- Neem ook het hoofdstuk “Opslag” in acht. 13 Reiniging en onderhoud WAARSCHUWING Laat reparatie- en onderhoudswerkzaamhe- den, die niet in deze gebruikshandleiding be- schreven staan, uitvoeren door onze gespeci- aliseerde werkplaats. Gebruik uitsluitend ori- ginele reserveonderdelen. WAARSCHUWING Onjuist onderhoud of onjuiste reiniging kan letsel veroorzaken! 88 | NL www.scheppach.comWAARSCHUWING Tijdens reinigings-, reparatie- en onderhoudswerk- zaamheden kan het product onverwacht starten en letsel en brandwonden veroorzaken. – Schakel het product uit. – Trek de bougiedop van de bougie. – Verwijder de accu. – Laat het product afkoelen. WAARSCHUWING Voer regelmatig/dagelijks en vóór gebruik een visuele en functionele controle/onder- houd uit om ervoor te zorgen dat het product in goede staat verkeert. – Onjuist onderhoud, het gebruik van niet-conforme reserveonderdelen of het verwijderen of wijzigen van veiligheidsvoorzieningen kan ernstige materiële schade of lichamelijk letsel tot gevolg hebben. – Als de gebruiker deze werkzaamheden niet zelf kan uitvoeren, moet een gespecialiseerde dealer wor- den geraadpleegd.
- Een reiniging met de tuinslang is alleen aan te beve- len met een lage druk. Een hogedrukreiniger is niet geschikt om het product te reinigen.
- Hang de grasopvangbak uit en borstel deze met een handborstel schoon. De behuizing van de grasmaaier kunt u ook grof met een bezem reinigen.
- Bij grotere verontreinigingen kunt u het product met een vochtige doek schoonmaken. LET OP Voordat u de grasmaaier kantelt, leegt u de brandstof- tank volledig met een brandstof-afzuigpomp (niet mee- geleverd). De grasmaaier mag niet meer dan 90 graden worden gekanteld.
1. U kunt de grasmaaier het beste naar achteren kante-
len. Let er op dat de bougie (9a) hierbij naar boven wijst. Als de bougie (9a) naar onderen wijst, kan er olie weglekken en grote schade aan de motor en car- burateur veroorzaken.
2. U kunt het product als alternatief ook op de zijkant
kantelen. Hierbij moet u er op letten dat de luchtfilter- afdekking (6) zich aan de bovenzijde bevindt.
3. Reinig de onderkant van de grasmaaier met een spa-
tel en handveger. De spatel helpt om grove en grotere plantenresten uit het bereik van het mes (18) te ver- wijderen. De reiniging van de onderkant is eenvoudi- ger direct na gebruik en kan daardoor grondiger wor- den uitgevoerd. Dan is het vuil en de plantenresten nog vers en laat dan eenvoudiger los.
4. Indien nodig en bij moeilijk te verwijderen vuil, kunt u
ook een speciale reiniging gebruiken. Agressieve rei- nigingsmiddelen zoals koudreiniger of wasbenzine mogen niet worden gebruikt.
5. Controleer of het uitwerpen van gras vrij is van gras-
resten en verwijder deze indien nodig.
13.1.2 Grasmaaier middels de
wateraansluiting (7) reinigen (afb. 1, 20) AANWIJZING Steek de bougiestekker weer correct op de bougie.
1. Verwijder eerst het mulchinzetstuk (15a) of de grasop-
2. Sluit voor het reinigen via de ingebouwde steekkoppe-
ling op de wateraansluiting (7) een tuinslang aan.
Draai het water open en start de grasmaaier (zie 11.4).
4. Met het draaiende mes (18) wordt het water verspreid.
5. Na enkele minuten is de grasmaaier vrij van alle hech-
tende vuil- en grasresten.
6. Laat de grasmaaier aansluitend nog enige tijd zonder
water nadraaien, om door de circulerende lucht van het mes (18) een groot gedeelte van het vocht te ver- wijderen.
13.1.3 Reinig de V-snaar (18d) (afb. 21)
1. Kantel de grasmaaier naar achteren.
2. Reinig de V-snaar (18d) na elk gebruik met een hand-
vegertje of perslucht.
- Regelmatig, zorgvuldig onderhoud is noodzakelijk om het veiligheidsniveau en het vermogen van het pro- duct ongewijzigd te garanderen.
- Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven zijn vast- gedraaid om er zeker van te zijn dat het product zich in een veilige werktoestand bevindt.
- Controleer regelmatig de grasopvangzak op slijtage of verlies van werking.
- Vervang vanwege veiligheidsredenen versleten of be- schadigde onderdelen.
- Controleer de veilige bevestiging van de voor- en ach- terwielen.
- Om de soepelheid van de wielen te garanderen, ra- den wij aan om de wielassen en de wielnaven mini- maal eenmaal per seizoen te reinigen.
- Werkzaamheden die in deze gebruikshandleiding niet zijn beschreven, mogen alleen worden uitgevoerd door een gespecialiseerde werkplaats.
- Plaats het product op een vlak, recht oppervlak. Benodigd gereedschap:
- Olieopvangcarter plat (voor olieverversing)*
- = niet altijd meegeleverd! NL | 89www.scheppach.com13.2.1 Vervangen van het mes (18) (afb 1, 22) WAARSCHUWING Bij het werken met een beschadigd mes be- staat er gevaar voor persoonlijk letsel. – Draag veiligheidshandschoenen! – Laat het mes vanwege veiligheidsredenen alleen door een gespecialiseerde werkplaats slijpen en af- stellen. Om een optimaal werkresultaat te bereiken, is het raadzaam om het mes eenmaal per jaar te la- ten controleren. – Bij het vervangen van het mes mogen alleen origi- nele reserveonderdelen worden gebruikt.
1. Leeg de brandstoftank (5) met een brandstof-afzuig-
pomp, voordat u het zaagblad verwijdert. Kantel de grasmaaier nooit opzij of naar voren met een volle brandstof- of olietank! Hierdoor raakt de motor beschadigd en vervalt de ga- rantie.
2. Houd het mes (18) met één hand vast.
3. Draai de messchroef (18a) linksom met behulp van
een steeksleutel SW17 van de motorspil (18c). Verwij- der de volgring (18b).
4. Plaats het nieuwe mes (18) in de omgekeerde volgor-
de terug. Bevestig de messchroef (18a) conform de voorschriften. Let op dat het mes (18) juist is geplaatst en goed tegen de motorspil (18c) ligt.
5. Het aanhaalmoment van de messchroef (18a) is 45
Nm. Vervang ook de messchroef (18a) als u het mes (18) vervangt.
13.2.1.1 Beschadigde messen (18)
Als het mes (18) ondanks alle voorzichtigheid met een obstakel in aanraking komt, direct de motor uitschakelen en de bougiestekker (9) eruit trekken.
- Mes (18) op beschadiging controleren.
- Beschadigde of verbogen messen (18) moeten wor- den vervangen.
- Nooit een verbogen mes (18) weer rechtbuigen.
- Nooit met een verbogen of sterk versleten mes (18) werken, want dit veroorzaakt trillingen en kan tot meer beschadigingen aan de grasmaaier leiden.
13.2.2 Controle van het oliepeil (afb. 10)
WAARSCHUWING Gevaar voor de gezondheid! Bij het inademen van brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, be- wusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden. – Adem geen brandstof-/smeeroliedampen en uitlaat- gassen in. – Gebruik het product alleen in de open lucht. LET OP Productbeschadiging! Als het product zonder of met te weinig motor- of trans- missieolie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade lei- den. – Vul voor de ingebruikname brandstof en olie in. Het product wordt zonder motor- of transmissieolie gele- verd. – Gebruik uitsluitend motorolie SAE 10W-30 of SAE 10W-40. LET OP Milieuschade! Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreini- ging leiden. – Olie uitsluitend vullen/aftappen op vlakke, stevige ondergronden. – Gebruik een vulpijp of trechter. – Vang afgetapte olie in een geschikte container op. – Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwij- der de doek conform de lokale voorschriften. – Verwijder olie conform de lokale voorschriften.
Schroef de oliepeilstok (11) los door naar links te draai- en en veeg deze met een schone pluisvrije doek af.
2. Voer de oliepeilstok (11) weer in en controleer het
oliepeil zonder de oliepeilstok (11) weer vast te schroeven.
3. Trek de oliepeilstok (11) eruit en lees het oliepeil af.
Het oliepeil moet zich tussen max. en min. van de oliepeilstok (11) bevinden.
4. Schroef de oliepeilstok (11) vervolgens weer vast.
13.2.3 Olieverversing (afb. 10)
Het verversen van de motorolie moet jaarlijks voor het be- gin van het seizoen bij bedrijfswarme en uitgeschakelde motor worden uitgevoerd. Gebruik uitsluitend motorolie (SAE10W-30/SAE10W-40).
1. Schroef de oliepeilstok (11) door naar links te draaien
2. Zuig met een oliepomp (met slang) de motorolie door
3. Vul verse motorolie bij en controleer het oliepeil
13.2.4 Tap de brandstof af met een
brandstof-afzuigpomp (afb. 23)
1. Houd een opvangbak onder de slang van de brand-
2. Schroef de tankdop (5a) los en haal deze van de ope-
3. Schuif de slang van de brandstof-afzuigpomp in de
brandstoftank (5) en tap de brandstof met behulp van de brandstof-afzuigpomp volledig af.
4. Schroef de tankdop (5a) er weer op.
90 | NL www.scheppach.com5. Om ervoor te zorgen dat er geen brandstof in de car- burateur achterblijft, moet de resterende brandstof uit de carburateur worden afgetapt. Plaats daartoe een opvangbak onder de carburateur en open de carbura- teurschroef (19) met behulp van een steeksleutel SW10.
13.2.5 Onderhoud van het luchtfilter (6a)
(afb. 24) GEVAAR Brand- en explosiegevaar! Brandstof kan bij een incorrecte reiniging ontsteken en eventueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandin- gen of zelfs de dood. – Reinig het luchtfilter uitsluitend door uitkloppen. – Reinig het luchtfilter nooit met benzine of brandbare oplosmiddelen. LET OP Risico op materiële schade! Het bedrijf van de motor zonder of met een beschadigd filterelement kan tot motorschade leiden. – Laat de motor nooit zonder of met een beschadigd luchtfilterelement draaien. Dan komen er verontrei- nigingen in de motor terecht, die de motor ernstig kunnen beschadigen. Vervuilde luchtfilters (6a) verminderen het motorvermo- gen door een te lage luchttoevoer naar de carburateur. Regelmatige controle is daarom absoluut noodzakelijk. Het luchtfilter (6a) moet elke 25 bedrijfsuren worden ge- controleerd en indien nodig worden gereinigd. Bij een zeer stoffige lucht moet het luchtfilter (6a) vaker worden gecontroleerd.
1. Open de clipsluiting en klap de afdekking van het
luchtfilter (6) omhoog.
2. Verwijderen het luchtfilter (6a).
3. Reinig het luchtfilter (6a) uitsluitend door uitkloppen.
4. Vervang een defecte luchtfilter (6a) door een nieuwe.
5. Plaats het luchtfilter (6a) en sluit de afdekking van het
luchtfilter (6). Let op dat de clipsluiting vergrendeld.
13.2.6 Onderhoud van de bougie (9a)
(afb. 25, 26) Controleer de bougie (9a) voor de eerste keer na 10 be- drijfsuren op verontreiniging en reinig deze eventueel met een koperdraadborstel. Daarna de bougie (9a) elke 50 bedrijfsuren onderhouden.
Trek de bougiestekker (9) er met een draaibeweging af.
2. Verwijder de bougie (9a) met een montagesleutel.
3. Stel onder gebruik van een voelermaat de afstand in
op 0,75 mm (0,030“). Breng de bougie (9a) weer aan en let erop dat u deze niet te vast draait. 14 Opslag en transport WAARSCHUWING Gevaar voor verwondingen en brandwonden! Het product kan onverwacht starten en kan daardoor verwondingen veroorzaken. – Schakel voor alle reinigings- en onderhoudswerk- zaamheden de motor uit. – Laat de motor afkoelen. – Trek de bougiestekker van de bougie. – Verwijder de accu.
- Maak het product helemaal leeg.
- Reinig en controleer het product op schade.
LET OP Reinig en onderhoud het product voordat u dit opbergt. LET OP Bewaar het product niet met een volle grasopvangzak. Bij warm weer begint het gras door warmteontwikkeling te fermenteren. Er bestaat brandgevaar! Bewaar het product en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen ontoe- gankelijke plaats. De optimale bewaartemperatuur ligt tussen 5 °C en 30 ˚C. Bewaar het product in de originele verpakking. Dek het product af om het te beschermen tegen stof of vocht. Bewaar de gebruikshandleiding bij het product.
- Bewaar het product nooit met brandstof in de brand- stoftank binnen een gebouw, waarin mogelijke brand- stofdampen met open vuur of vonken in contact kun- nen komen.
- Laat de motor afkoelen, voordat u het product in ge- sloten ruimtes plaatst.
- Leeg, bij langdurige opslag de brandstoftank met een brandstof-afzuigpomp (niet meegeleverd).
- Om brandgevaar te vermijden, dient u de motor, uit- laat en het bereik rond de brandstoftank vrij het hou- den van gras, bladeren en uittredend vet (olie).
14.1.1 Voorbereiden voor de opslag van de
grasmaaier (afb. 1) WAARSCHUWING Verwijder de brandstof niet in gesloten ruimtes, in de buurt van vuur of bij het roken. Gasdampen kunnen ex- plosies of brand veroorzaken.
1. Leeg de brandstoftank (5) (zie 13.2.4).
2. Voer een olieverversing uit (zie 13.2.3).
3. Trek de bougiestekker (9) van de bougie (9a).
Verwijder de bougie (9a) meet een steeksleutel (zie
4. Vul met een oliekan ca. 0,2 l olie in de cilinder.
5. Trek langzaam aan het starterkoord (17), zodat de
9. Bewaar het product op een goed geventileerde plaats
Neem de veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen voor het opladen en het juiste gebruik in acht zoals in de ge- bruikshandleiding van uw accu (20) en oplader (21) van de 20V IXES serie aangegeven. Een gedetailleerde be- schrijving voor het laadproces en overige informatie vindt u in deze afzonderlijke gebruikshandleiding.
14.1.3 De bovenste duwbeugel (1) inklappen
(afb. 1) WAARSCHUWING Klemgevaar! Houd de duwbeugel altijd met een hand op het hoogste punt. – Nooit vingers tussen de bovenste en onderste duw- beugel plaatsen. Voor een plaatsbesparende opslag is de bovenste duw- beugel (1) inklapbaar.
1. Verwijder de grasopvangbak (16).
2. Hang het starterkoord (17) aan de kabelhaak (17a)
3. Draai de snelspanhendel (1c) aan de onderste duw-
4. Draai de snelspanhendel (1c) dwars naar de duwbeu-
gel. Hiertoe moet de snelspanhendel (1c) iets van de onderste duwbeugel (4) worden weggetrokken.
5. Klap de bovenste duwbeugel (4) omlaag. De kabels
mogen hierbij niet worden vastgeklemd. 15 Reparatie en reserveonderdelen bestellen Na reparatie of onderhoud controleren of alle veiligheids- technische delen zijn bevestigd en in optimale toestand zijn. Delen, waarbij er gevaar voor verwonding voor ande- re personen en kinderen bestaat, ontoegankelijk bewa- ren. LET OP Conform de wetgeving voor productgaranties wordt er geen garantie geboden voor schade die ontstaan is door incorrecte reparaties of door het niet gebruiken van originele reserveonderdelen. Neem contact op met een servicecentrum of een erken- de specialist. Overeenkomstig geldt dit ook voor acces- soires. Reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij ons servicecentrum. Scan hiertoe de QR-code op de titel- pagina. Aansluitingen en reparaties Aansluitingen en reparaties van de elektrische apparatuur mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitge- voerd.
15.1 Bestelling van reserveonderdelen
Bij het bestellen van reserveonderdelen moeten de vol- gende gegevens worden vermeld:
- Gegevens op het typeplaatje Reserveonderdelen/accessoires Mesinformatie: Fabrikant: DJ = CHONGQING DAJI-
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt. Slijtageonderdelen*: Bougie, luchtfilter, mes, V-snaar
- = niet meegeleverd! 16 Afvalverwerking en hergebruik Aanwijzingen op de verpakking De verpakkingsmaterialen zijn re- cyclebaar. Verpakkingen milieu- vriendelijk afvoeren. Aanwijzingen voor het afvoeren van elektrische en elektronische apparatuur Afgedankte elektrische en elektronische appa- ratuur behoort niet bij het huishoudelijke af- val, maar moeten worden ingezameld resp. ge- scheiden worden afgevoerd!
- Afgedankte accu’s die niet vast in het afgedankte ap- paratuur zijn geïntegreerd, moeten vóór het afvoeren op niet-destructieve wijze worden verwijderd! Het af- voeren hiervan is geregeld in de wetgeving inzake batterijen.
- Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elektro- nische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu's in te leveren.
- De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voe- ren afgedankte apparaat!
- Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte elektrische en elektronische appara- tuur niet bij het huishoudelijk afval mag worden ge- gooid. 92 | NL www.scheppach.com• Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kunnen bij de volgende punten kosteloos worden in- geleverd: – Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven) – Verkooppunten van elektrische apparaten (statio- nair en online), voor zover dealers verplicht zijn ze terug te nemen of dit vrijwillig aanbieden. – Tot drie afgedankte elektronische apparaten per apparaattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis naar de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw ap- paraat van de fabrikant te hoeven kopen, of naar een ander erkend verzamelpunt in je omgeving worden gebracht. – Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaarden van de fabrikanten en distributeurs verzoeken wij u contact op te nemen met de betreffende klanten- service.
- Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikant aan een particulier huishouden, kan de fabri- kant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elektrische ap- paraat. Neem hiertoe contact op met de klantenser- vice van de fabrikant.
- Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden geïnstal- leerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Europese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het af- voeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. Aanwijzingen voor de lithium-ion accu's Accu's voor het afvoeren van het apparaat de- monteren!
- Gooi de accu's niet bij het huishoudelijk afval, in open vuur (explosiegevaar) of in water. Beschadigde accu's kunnen het milieu en uw gezondheid schaden, als er giftige dampen of vloeistoffen gaan lekken.
- Defecte of verbruikte accu's moeten overeenkomstig verordening (EU) 2023/1542 worden gerecycled.
- Lever de accu en de oplader in bij een afvalverwer- kingsstation. De gebruikte kunststof- en metalen on- derdelen kunnen per type gescheiden worden en zo worden gerecycled.
- Voer accu's in ontladen toestand af. Wij adviseren de polen af te plakken met tape om ze te beschermen te- gen kortsluiting. Open de accu niet.
- Gooi uw accu's weg volgens de lokale voorschriften. Lever accu's in bij een afvalverwerkingsstation voor verbruikte accu's, waar ze milieuvriendelijk kunnen worden gerecycled. Neem hiertoe contact op met het plaatselijke afvalverwerkingsstation. Informatie over het afvoeren van versleten apparatuur kunt u opvragen bij uw gemeente. Brandstoffen en oliën
- Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brand- stoftank en het motorolie-reservoir worden leegge- maakt!
- Brandstof en motorolie horen niet bij het huishoudelij- ke afval of in het riool, maar moeten worden ingeza- meld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd. 17 Verhelpen van storingen Storing Mogelijke oorzaak Oplossing Onrustige loop, sterk trillen van het product. Bouten los. Bouten controleren. Mesbevestiging los. Mesbevestiging controleren. Messen niet in balans. Messen vervangen. Motor loopt niet. Motorremhendel niet ingedrukt. Motorremhendel indrukken. Gashendel in incorrecte stand. Instelling controleren. Bougie defect. Bougie vervangen. Brandstoftank leeg. Brandstof bijvullen. Vervuilde brandstof. Brandstoftank legen en met schone brandstof vullen. Motor defect. Erkende klantenservice raadplegen. Motor loopt onrustig. Luchtfilter vervuild. Luchtfilter reinigen. Bougie vervuild. Bougie reinigen. Gras wordt geel, snede onregelmatig. Luchtfilter vervuild. Luchtfilter reinigen. Bougie vervuild. Bougie reinigen. Uitwerpen van het gras is rommelig. Maaihoogte te laag. Maaihoogte instellen. Mes versleten. Messen vervangen. Grasopvangzak verstopt. Grasopvangzak legen of verstopping verhelpen. NL | 93www.scheppach.com18 EU-conformiteitsverklaring Vertaling van de originele conformiteitsverklaring Fabrikant: Scheppach GmbH Günzburger Straße 69 D-89335 Ichenhausen Wij verklaren onder eigen verantwoordelijkheid dat het hier beschreven product voldoet aan de geldende richtlij- nen en normen. Merk: SCHEPPACH Art.-aanduiding: benzine grasmaaier - MS150-46E Art.nr. 5911244903, 5911244917, 5911250917, 59112104904, 591121049942, 59112519969 Serienr. 0162-01001 – 0162-06041 EU-richtlijnen: 2014/30/EU, 2006/42/EG, 2000/14/EG_2005/88/EG, 2016/1628/EU, 2011/65/EU*,
- Het hierboven beschreven onderwerp van deze verkla- ring voldoet aan de voorschriften van richtlijn 2011/65/EU van het Europese Parlement en de Raad van 8 juni 2011 omtrent de beperking van het gebruik van bepaalde ge- vaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparaten. Toegepaste normen: EN ISO 5395-1:2013/A1:2018;
Notice-Facile